1106916 - Bijlage 1 - Zienswijzennota bestemmingsplan Glastuinbouw De Hoven Noord
Tekst van het document
Het is te groot en de noodzaak voor de ontwikkeling van de glastuinbouw is onvoldoende gemotiveerd. Er
verwijdering is achteraf gezien niet nodig en wordt hersteld. Zie 3e. Voor kennisgeving aangenomen, waarbij voor het overige wordt opgemerkt: - Zie 2i; - De randvoorwaarde is, dat duidelijk is wat de uitgangspunten en effecten zijn en wie de kosten van ophoging en mogelijke negatieve effecten van de gewenste grondwaterstandsverhoging op zich neemt. Tot op heden is dit niet duidelijk en is de wil er vanuit initiatiefnemer om grond op te hogen. Zie14a.
Geen. Deels. Ophoging gaat van 5,52 m + NAP naar 5,82 + NAP. Artikel 1.63 dient aangepast te worden.
Met het wijkplatform is separaat overleg geweest. Voor overige wordt verwezen naar 8j.
Geen.
Zie 2a en d.
Geen.
Er is wel een relatie met de geplande woningbouwopgave in de Hoven, waarbij conform de vastgestelde structuurvisies en provinciale omgevingsverordening de
Geen
31
is geen relatie met de woningbouw nu deze niet in het plan is opgenomen.
b. Zie 3e. De vergroting van het bedrijf leidt tot een onevenredige verslechtering van een woon- en leefklimaat ten aanzien van de lichtuittreding van cliënten c. Zie 9e (De bij recht toegestane windturbines leiden tot geluidsoverlast en zijn niet getoetst aan akoestiek, natuur en kunnen niet zomaar worden aangesloten op algemene milieunormen).
d. Het plan is strijd met de Wet natuurbescherming, thans de betreffende artikelen uit de Omgevingswet.
glastuinbouw wordt geclusterd langs het spoor. In dit geval is er sprake van een volgordelijkheid der dingen. Allereerst wordt de glastuinbouw verplaatst en tegelijk vindt thans de ontwikkeling van een masterplan woningbouw in de Hoven plaats, waarbij sinds 2009 (IJsselsprong) in dit gebied duidelijk is en gewenst wordt, dat er woningen worden gerealiseerd. Voor de woningbouw wordt een stedenbouwkundige visie en aparte vast te stellen omgevingsplan(nen) voorbereid. Zie 3e.
Zie 9e. De realisatie van windturbines is weliswaar bij recht toegestaan, net zoals bij alle agrarische bouwpercelen in Zutphen, maar krijgt wel een nadere afweging op effecten voor natuur en externe veiligheid. Zie hierbij ook het geldende recht vanuit Omgevingsplan landelijk gebied in artikel 54.1. Hier wordt op aangesloten. Vanuit het Activiteitenbesluit (huidig Bal Omgevingswet) worden nadere regels geduid en het gaat in casu om maximaal 2 windturbines met een maximale tiphoogte van 25 meter. Bij het oprichten van de windturbines zijn de geluids-, slagschaduwrapportage e.d. verplicht. Voor kennisgeving aangenomen. Onvoldoende concreet en beargumenteerd. Initiatiefnemer dient aanvraag natuurgunning Omgevingswet voor de ontwikkeling in bij provincie Gelderland. Met de nadere vergunningverlening is de ontwikkeling mogelijk en realiseerbaar. Voor het bestemmingsplan betekent dit dat er zicht is op vergunningverlening en uitvoerbaarheid.
Geen
Wel, artikel 54.1 Omgevingsplan Landelijk Gebied met de voorwaarden inclusief een maximum van 2 windturbines in artikel 4.4.6 overnemen.
Geen.
32
e. Zie 4h. (landschappelijke inpassing onvoldoende).
Zie 4h.
f.
De aanvrager heeft vanaf het eerste moment met ons hierover gesproken. De aanvrager heeft ons aangegeven, dat het plan voor uitbreiding wordt gefinancierd door verkoop van grond ten behoeve van de woningbouw. De kosten van de nieuwbouw en sloop worden gedekt door de verkoop van grond. Tegelijkertijd blijft het bedrijf telen op bestaande teeltlocatie aan Hoveniersweg 18. Met het oog op een teelt met een relatief laag gasverbruik/ warmtebehoefte, is de gedachte om warmte uit alternatieve bronnen te halen. Hiermee wordt de aanvrager minder afhankelijk van de gasleverancier en daarmee gemoeide hogere kosten. De economische uitvoerbaarheid is ook in de toelichting aangegeven. Wij regelen de uitgifte van de gronden conform de uitspraak Didam en nadien verschenen uitspraken, waarbij in de bekendmaking een nadere afweging en toewijzing kan plaatsvinden. Reactie op de aangegeven punten - De toelichting wordt in paragraaf 3.1.2 hierop aangepast. - De aanduiding kronkelwaard wordt teruggebracht. De aanduidingen waardevol gebied en verwevingsgebied komen niet voor in het Omgevingsplan Landelijk gebied en dit plan wordt als basis voor dit bestemmingsplan gehanteerd. Voor het overige wordt verwezen naar de toelichting en deze reactienota, waarin de
Het plan is economisch niet uitvoerbaar.
g. Het plan is beoogd voor slechts één marktpartij, maar de gronden zijn in eigendom van de gemeente en de uitgifte dient te voldoen aan de vereisten uit het Didam-arrest en deze zijn niet gegeven. h. Plan past niet binnen beleid: - Par 3.1.2 SIR is opgegaan in de nationale Omgevingsvisie - De aanduidingen uit het onherroepelijk geldende bestemmingsplan Zuid en West waardevol gebied, verwevingsgebied en kronkelwaarden ontbreken. De toelichting is sec economisch ingestoken. Een kassencomplex past hier niet volgens indiener en een economisch motief is onvoldoende. - Het betoog over passendheid in paragrafen 3.2.1, 3.3.1 en 3.3.2 is niet juist., zoals
De landschappelijke inpassing is nader aangevuld en aangescherpt. Aanpassing bijlage bij artikel en in de toelichting. Geen.
Geen.
Toelichting paragraaf 3.1.2 wordt aangepast op de nationale omgevingsvisie. Deels gegrond. De aanduiding kronkelwaarden wordt opgenomen in het bestemmingsplan, op de verbeelding en in de regels vanuit het Omgevingsplan Landelijk Gebied.
33
-
vermindering verkeer, ontbreken integraal verkeersplan, waarbij ook de uiteindelijk te bouwen woningen worden beoordeeld. In bijlage 2 artikelen wordt de notitie beleidsregels welstand landelijk gebied opgenomen, maar er is niet getoetst of het kassencomplex wel past binnen de beleidsregels. De regels passen volgens indiener namelijk geen kassen toe.
i.
De kwantitatieve onderbouwing ontbreekt volgens indiener. De behoefte is niet onderbouwd, waarbij vragen zoals waarom is 20ha. nu nodig, waarom is 7,5 meter nu noodzakelijk en waarom kan dit niet anders en waarom moeten de kassen specifiek de plaats innemen in het landschap? Waarom moeten de kassen nu veel groter zijn dan de huidige locaties samen, vraagt de indiener.
j.
Zie 2g. Het plan is volgens indiener strijdig met de omgevingsverordening. Er is ook niet getoetst aan de kernkwaliteiten voor het landschap Geldersche streek IJsselvallei.
afweging van belangen en keuze voor de clustering is onderbouwd. - In de structuurvisies is de ontsluiting voor de toekomstige woningbouw geduid en dit wordt meegenomen in de desbetreffende plannen. Voor deze ontwikkeling wordt de verkeersafwikkeling van de glastuinbouw geborgd. De woningbouw-ontwikkeling krijgt een eigen ontsluiting, niet over de Sprabanenweg. - Met het bestemmingsplan is de bouw mogelijk. Glastuinbouw past binnen de spelregels van welstand. De kwantitatieve onderbouwing (bedrijfsplan) is aanwezig en eerder getoetst door provincie Gelderland en ons. In de structuurvisies en omgevingsverordening is de 20 ha glastuinbouw opgenomen. Dit is uitgangspunt voor dit bestemmingsplan. De aanvrager beoogt zijn glastuinbouwbedrijf uit te breiden en duurzame teelt te realiseren. Dit kan alleen door gebruik te maken van de voordelen van teeltefficiëntie en schaalvoordelen. De 20 ha. is voor aanvrager voldoende voor een bedrijfseconomische goede robuuste toekomst. De hoogte van 7,5 meter is in het bestemmingsplan toegelicht en ook wordt verwezen naar 3c. Het plan past binnen de kaders van de provinciale omgevingsverordening, waarbij in het bestemmingsplan de nadere verfijning heeft plaatsgevonden. Provincie Gelderland heeft op basis van het vooroverleg geen reacties of commentaar op het ontwerpbestemmingsplan gegeven. Dit betekent, dat de provincie deze ontwikkeling
Geen.
Geen.
34
conform de omgevingsverordening en het voorafgaand gevoerd overleg ondersteunt. k. l.
Zie 3a (warmtebuffertank). Zie 3h (onvoldoende landschappelijke inpassing).
i.
Zie 11j (onderhoudskosten gemeente; geen wettelijke grondslag).
j.
Voorwaardelijke verplichting in artikel 4.3 lid 1 is volgens indiener rechtsonzeker, nu deze niet gekoppeld is aan een besluitmoment of verplichting.
k.
Zie 3e (assimilatieverlichting, Activiteitenbesluit is vanaf 1-1-2024 niet meer van toepassing; er heeft volgens indiener geen ruimtelijke toets plaatsgevonden, als het wel ineens plaatsvindt; goede ruimtelijke onderbouwing ontbreekt).
l.
Zie 2b (akoestisch onderzoek ontbreekt en bijlage 3 bij regels is volgens indiener niet dekkend). m. Er ontbreekt volgens indiener een onderbouwing, dat er met ligging direct aan een GNN- en GOgebied de gebiedskwaliteiten niet worden aangetast.
Zie voor overige 2g. Zie 3a. Zie 3h.
Zie 11j, waarbij opgemerkt wordt dat wij nadrukkelijk wel deze afweging maken. Er is geen plicht dat derden landschappelijke inpassingen onderhouden. Er is wel een nadrukkelijke tijdsbepaling in de artikel opgenomen van maximaal 2 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Binnen deze periode is de landschappelijke inpassing gerealiseerd. Voor het overige zie 11j. Zie 3e. Bij de terinzagelegging van het ontwerp golden de betreffende regels. Het Activiteitenbesluit is overgaan naar het Bal in het kader van de Omgevingswet. Het ontwerpbestemmingsplan is opgesteld ten tijde van Wet ruimtelijke ordening en Wabo. Met het overgangsrecht in de Omgevingswet is er borging op de verschillende overgangen naar de Omgevingswet met de daarbij behorende regelingen en besluiten. Zie 2b. De Welstandsnota is dekkend voor dit initiatief. Het plan bevindt zich niet direct naast het GNN en overlapt ook niet de GNN-zone. Er zijn geen belemmeringen om de gewenste glastuinbouw mogelijk te maken vanuit deze aspecten. Met de landschappelijke inpassing vindt een goede
Geen. De landschappelijke inpassing is nader aangevuld en aangescherpt. Aanpassing bijlage bij artikel en in de toelichting. Geen.
Geen.
Geen.
Geen. Geen
35
inpassing plaats, die aansluit op de oude IJsselarm.
n. De voortoets dient volgens indiener voor stikstof te worden opgesteld. Hierbij ontbreekt de onderbouwing voor de interne saldering met een koopovereenkomst of iets dergelijks. Mocht de interne saldering zijn toegestaan dan is nog niet voldoende aangetoond dat dit kan: • De vereiste grondposities ontbreken en er is niet voorzien wanneer hier wel sprake van is; • Er is geen voorwaardelijke verplichting of intrekkingsverzoek dat de verplichte activiteiten doet beëindigen, waardoor het niet vaststaat dat er doublures in de emissie van stikstof ontstaan; • Er is geen sprake van een en hetzelfde project nu de agrarische gronden weer ingezet kunnen worden voor bemesting. Dit is niet beoordeeld en meegerekend;
o. Volgens indiener is sprake van externe saldering en dient er een passende beoordeling en dus ook een milieueffectrapport te worden opgesteld (artikel 2.8 lid 1 Wnb j. 7.2a Wm). Hierbij is er geen invulling gegeven van het additionaliteitseis
In de toelichting is dit aspect beschreven. Zie voor het overige 14a. Zie 4k. Uit de aerius-berekening bij het ontwerpplan blijkt met de interne saldering, dat er geen significante negatieve milieueffecten ontstaan. Een verdere voortoets is in casu niet nodig. Er is een omgevingsvergunning natuur ingediend, waarbij de berekeningen en onderbouwingen onderdeel zijn, opdat een vergunning wordt verkregen. In verband met de uitspraak van 18 december 2024 en de vernieuwde Aerius zijn nieuwe berekeningen en een ecologische toets uitgevoerd. Er is zicht op vergunningverlening op basis van het gevoerde vooroverleg met provincie Gelderland.
De nieuwe berekeningen met de ecologische afwegingen zijn in de vormvrije mer-beoordeling en de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen.
Contractueel zijn er tussen aanvrager en ons afspraken over gefaseerde leveringen van de nieuwe glastuinbouwlocatie. Voor de sloop zijn de nadere verplichtingen in het bestemmingsplan met de nieuwe functies opgenomen. Stelling van indiener wordt niet gevolgd. De agrarische gronden kunnen op basis van artikel 19 van de artikelen niet zonder aanwezige vergunning of nadere stikstofberekening met vergunning met mest worden toegepast. De ingenomen stelling is onjuist. Er is geen sprake van extern salderen. Zie 4k en 16n. De lijnbronnen zijn in Aerius niet duidelijk zichtbaar (dat is een feit). Wel valt uit de
De nieuwe berekeningen met de ecologische afwegingen zijn in de vormvrije mer-beoordeling en de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen.
36
(zie jurisprudentie) en wordt afgevraagd of de invoergegevens reëel en aannemelijk zijn onderbouwd. Dat is niet het geval. Ten slotte zijn de lijnbronnen ten behoeve van het verkeer niet inzichtelijk. Daarmee lijkt de voortoets evenmin te voldoen aan het heersende verkeersbeeldcriterium (zie jurisprudentie).
p. Er is volgens indiener geen digitale watertoets uitgevoerd. In paragraaf 4.16 is niet juist weergegeven dat het plan waterbelangen raakt, hoe deze geborgd zijn en welke maatregelen zijn getroffen. Het plan is onzorgvuldig voorbereid.
Aerius-berekening op te maken wat de afstanden zijn van de opgegeven lijnbronnen. Omdat het meerdere lijnbronnen betreft, zijn deze in de rapportage niet opgenomen. Dit kan verwarrend werken. Uit de context van de locatie en de aanvraag kunnen de lijnbronnen wel worden afgeleid. Dit zijn de afstanden tussen het punt waarop verkeer niet langer als regulier wordt beschouwd en de verschillende locaties waar de werkzaamheden zijn gepland. Dit zijn de locaties nieuwbouw, de locatie bestaande kassen, de locatie Hoveniersweg 11 en de locatie Voorster Overmarsweg 3T. Provincie Gelderland beoordeelt op basis van de aanvraag natuurvergunning deze aspecten, waarbij verwacht wordt dat deze vergunning verleend wordt of positief wordt geweigerd (zo wordt dit juridisch genoemd). Het is niet geheel duidelijk welke effecten op oppervlaktewater hier worden bedoeld. In feite is er geen sprake van lozing van afvalwater van het bedrijf op het omliggende oppervlaktewater. Er zal dan ook geen sprake zijn van oppervlaktewatervervuiling door het bedrijf. Er is sprake van een zogenaamde nullozing.
Het uitgevoerde hydrologisch onderzoek toevoegen aan de vormvrije mer-beoordeling en de toelichting.
Er is onderbouwd, dat de waterkwaliteit niet wordt aangetast als gevolg van de ontwikkeling. De mogelijke effecten op het grondwater zijn inmiddels onderzocht en beoordeeld. Maar ook in de bodem wordt er niet geloosd. Wel is bepaald dat de bodem (en grondwater) in de huidige situatie voldoende schoon zijn om het bedrijf te exploiteren. De aanvrager dient te voldoen aan de wetgeving tegen bodemvervuiling en heeft de zorgplicht dat er geen bodemvervuiling plaatsvindt.
37
q. De eigendomssituatie is anders dan weergegeven in het plan. Par 2.8 is volstrekt onjuist (BDP of gemeente is eigenaar). Initiatiefnemer heeft volgens indiener geen grondpositie, zoals in de toelichting wordt gesteld. Het plan is beoogd voor een enkele initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is niet verzekerd als een andere partij dit plan zou moeten uitvoeren r. Het plan is onevenredig. De onderbouwing waarom dit plan noodzakelijk, geschikt en evenwichtig is ontbreekt volgens indiener volledig.
s.
Volgens indiener zijn er onduidelijke artikelen: • 4.3.1 lid 1: onzeker. Er ontbreekt besluitmoment of verplichting; • 4.4.6 lid 1 het toetsmoment bestuursbevoegdheid ontbreekt; • 9.2.1 sub a i.r.t. 4.4.1: in dit geval is er sprake van bebouwingsgebied van 20 ha, welke doorkruist wordt door een onderhoudsplicht op te nemen, terwijl in de toelichting staat dat archeologische waarden niet in het geding zijn; • 12.4 en 12.5: De artikelen vragen om een vergelijking met een eerdere situatie ten aanzien van hydrologie en energieneutraal bouwen. Er wordt op geen enkele wijze gesteld, hoe deze situatie vergeleken worden; • Artikel 19 is strijdig met artikel 6 Habitatrichtlijn
Terechte constatering t.a.v. de grondposities. Tekst wordt aangepast. Zie ook 10g.
Aanpassen tekst in de toelichting in paragraaf 2.8.
Vanuit de vormvrije mer-beoordeling is inzicht gegeven in wel of niet aanwezige milieueffecten. De afweging om de glastuinbouw te clusteren is in structuurvisies en de provinciale omgevingsverordening eerder al afgewogen. In het bestemmingsplan en deze reactienota vindt de nadere afweging en onderbouwing plaats. • Onjuist, In artikel staan concrete termijnen aangegeven • College van burgemeester en wethouders is het bestuursorgaan en het toetsmoment is het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Wetgeving voorziet in dit soort vraagstukken. Wel dient artikel 4.4.6 aan te sluiten op artikel 59 uit geldend Omgevingsplan Landelijk gebied. • Niet ingezien wordt welk probleem er is. Er is bij het bestemmingsplan al een toets op archeologie uitgevoerd, waarbij er geen bezwaren zijn. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt dit onderzoek opnieuw
Geen.
Aanpassen artikel 4.4.6 lid 1 aan artikel 54.1 Omgevingsplan Landelijk gebied met maximaal 2 windturbines. Voor overige geen.
38
•
• 17. Anoniem a. Opsteller heeft twee internetafbeeldingen van de structuurvisie Noordrand De Hoven met de aanduiding dat aan oostzijde geen woonbestemming volgens indiener mag komen en een algemene tekst over stikstof en het verspreidingsgebied.
18. Anoniem a. Er is volgens indiener geen rekening gehouden met het belang van de pachter van de gronden waar het project onder andere betrekking op heeft. Dit is niet zorgvuldig. Er wordt onvoldoende gekeken naar de belangen van het bedrijf van indiener. Hierbij wordt opgemerkt, dat de gebiedsdruk al hoog is en landbouw en natuur/landschap altijd de functies in dit gebied hebben gehad. Het gebied is geschikt voor
ingediend en kan de vergunning op dit aspect verleend worden; Het gaat om de vergelijking van de bestaande situatie met de gewenste situatie op het moment, dat het bestemmingsplan geldend recht is. Bepalingen komen uit het Omgevingsplan Landelijk gebied (geldend recht). Deze opmerking geldt voor alle zienswijzen van indiener. Onjuist. Het is juist ter voorkoming van strijdigheid met de Habitatrichtlijn.
De woningbouwopgave is geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Op een ander moment komt de woningbouwontwikkeling aan de orde. Ten aanzien van de stikstofafbeelding wordt opgemerkt, dat deze algemene tekst voor kennisgeving wordt aangenomen. In de berekeningen is uitgegaan van de verschillende projectlocaties en de aanwezige habitatten binnen 25 kilometer, conform weten regelgeving.
Geen.
Er wordt met pachter gesproken over vervangende grond. Zie voor het overige punt 8 en de toelichting van het bestemmingsplan.
Geen.
39
landbouw en het gebied dient zijn huidige waarden te behouden. b. Zie 4i (open landschap waarbij de kwaliteiten zwaar worden aangetast) c. Zie 2i (hervestiging bij bestaande glastuinbedrijven) d. Volgens indiener is er sprake van staatssteun.
e. Het plan is volgens indiener strijdig met de IGSV, waar op blz. 20 is aangegeven dat het zicht op Zutphen moet worden behouden en dat vraagt volgens indiener om een open landschap.
f.
Volgens de indiener is het bedrijf niet levensvatbaar. Is het bedrijf wel in staat om de investeringen te doen vraagt de indiener zich af. g. Door het plan verdwijnen bomenrijen en sloten en geeft dit een ernstige aantasting op flora en fauna volgens de indiener.
h. Zie 2a (logistiek), 2b (geluid), 3h (landschappelijke inpassing). i. Het plan is strijdig met het Omgevingsplan landelijk gebied en de landschapsontwikkelingsvisie Brockhorst, Lochem en Zutphen van 26 augustus 2009 (open landschap glooiend langs de IJssel).
Zie 4i.
Geen.
Zie 2i.
Geen.
De stelling wordt niet onderbouwd. Los hiervan wordt opgemerkt, dat conform de spelregels vanuit het Didam-arrest gronden worden aangeboden en verkocht. Er is geen sprake van staatssteun. Reguliere grondprijzen worden gehanteerd. De Intergemeentelijke Structuurvisie uit 2009 ging over woningbouw tot en met het spoor. Deze structuurvisie is nadien in verband met de economische crisis aangepast in de structuurvisies van 2014 en 2019, waarin de clustering van de glastuinbouw bij het spoor mogelijk wordt gemaakt. Het genoemde zicht gold dus voor de beoogde woningbouw. De bouw van kassen (7,5 meter) ligt trouwens lager dan een gemiddelde nokhoogte van een woning van 11 meter. In deze reactienota (onder andere 1en de toelichting van het bestemmingsplan is op de economische uitvoerbaarheid ingegaan. Er komt ook nieuwe ruimte voor groen bij, met veel meer potentie voor flora en fauna dan in de huidige situatie. Het is een afweging van belangen die in de structuurvisies, provinciale omgevingsverordening, het bestemmingsplan en in deze reactienota nader zijn aangegeven. Zie 2a, b en 3h.
Geen.
Het plan wijkt af van het omgevingsplan, maar past binnen de vastgestelde structuurvisies en provinciale omgevingsverordening. Deze zijn van een eerder tijdstip en zijn nader op het gebied ingezoomd. Het omgevingsplan had als
Geen.
Geen.
Geen. Geen
Geen.
40
j.
In fase 1 wordt volgens indiener de waterberging gebouwd op de grens van de laatste fase. Dit vindt indiener onaanvaardbaar.
19. Staatsbosbeheer a. Het plan houdt volgens indiener geen rekening met bestaande ambities, zoals vastgelegd in natuur- en waterbeleid op nationaal en provinciaal niveau (in strijd met ruimtelijke ordening). b. Het plan houdt volgens indiener geen rekening met de huidige natuurwaarden van de omliggende natuurgebieden (eigendom Staatsbosbeheer). c. Zie 16m (GNN-netwerk en GO. Doelstellingen staan realisatie kassenbouw in de weg). d. Volgens indiener zijn er geen beoordelingen op grondwater en effecten op waterkwaliteit en effecten op oppervlaktewater zijn niet onderbouwd. Ook stelt indiener, dat er alleen onderzoek is gedaan naar de effecten op de naastgelegen natuur. Indirecte effecten van de ontwikkelingen zijn niet meegenomen. e. Indiener verzoekt met verwijzing naar de bijlage: - De hydrologische effecten van de aanleg van de voorziene sloot en bergingsvijvers op grondwaterstanden, stroming en kwel te kwantificeren. Indien nodig het plan aan te passen om verdroging tegen te gaan; - Effecten op grond- en oppervlaktewaterkwaliteit (KRW en
doel om sec behoudend te zijn en geen nieuwe ontwikkelingen op te nemen. Vandaar een apart bestemmingsplan voor de clustering van de glastuinbouw. De constatering klopt. De plek voor het waterbassin ligt het noordelijkst. Met de bouw van de kassen in fase wordt ook dit gebied met het waterbassin gerealiseerd. Met de pachter worden hierover nadere afspraken gemaakt.
Geen.
Hier wordt wel rekening mee gehouden, waarbij in casu een nadere onderbouwing en afweging plaatsvindt. Zie hoofdstuk 3 van de toelichting en de reactie onder 14 en 16.
Geen.
Zie 16m en de toelichting van het bestemmingsplan.
Geen.
Zie 16m. Zoals opgemerkt past de kassenbouw binnen de eerder vastgestelde structuurvisies en provinciale omgevingsverordening. Zie ook 2g en 3f. Indirecte effecten zijn wel meegenomen. Er is onderbouwd, dat de waterkwaliteit niet zal worden aangetast als gevolg van de ontwikkeling. Zie ook 16p.
Geen.
•
Op basis van het nader opgestelde hydrologisch rapport, dat in de vormvrije merbeoordeling is opgenomen, blijkt dat het grondwaterpeil vrij dicht onder het maaiveld zit. Het hemelwater wordt op de gehele glastuinbouwlokatie op
Het uitgevoerde hydrologisch onderzoek wordt toegevoegd aan de vormvrije mer-beoordeling en de toelichting van het bestemmingsplan.
Deels, zie 2h en 14a en f. Het hydrologisch onderzoek wordt toegevoegd aan de vormvrije merbeoordeling en de toelichting van het bestemmingsplan.
41
-
-
-
-
aquatische natuurwaarden) te onderzoeken, omdat het agrarische water (meststoffen en bestrijdingsmiddelen) via het slotenstelsel op de meander loost; Het bestemmingsplan aan te passen, dat de vernattingsmaatregelen in de toekomst niet onmogelijk worden gemaakt (ophoging grondwaterstand van max. 40 cm met ophoging van de kassen) De in het plan voorziene afwatering van het toekomstig kassencomplex zodanig te wijzigen, dat het water niet geloosd wordt op de sloot in natuurgebied de Sprabanen; De effecten van de huidige ontwikkelingen op de bestaande natuurwaarden beter in beeld te brengen en waar nodig mitigerende maatregelen te treffen en; De verdere inrichting van de bufferzone op te pakken in samenspraak met waterschap en Staatsbosbeheer zodat er meerwaarde gecreëerd kan worden voor natuur en water.
20. Waterschap Vallei en Veluwe a. Indiener is van mening dat de bouw van de kassen niet tot gevolg mag hebben, dat de mogelijkheden voor natuurontwikkelingen (d.m.v. grondwaterverhoging) op de omliggende percelen worden beperkt of zelfs onmogelijk worden.
•
•
eigen terrein opgevangen en verzameld in de waterberging en de wadi. Er vindt geen lozing van hemelwater op omliggende gronden plaats, zodat er geen vernatting plaatsvindt. Met de aanwezige grondwaterstanden (vrij dicht onder maaiveld) worden er geen negatieve effecten op verdroging of vernatting verwacht. Er vindt geen lozing op de sloot in het Sprabanengebied plaats. In de waterberging, wadi en landschappelijke inpassing vindt de wateropvang plaats. Voor het overige zie 14.
Zie reactie onder 2h, 14a en f en 19e. Los hiervan wordt opgemerkt, dat waterschap bevoegd gezag is voor het te nemen peilbesluit en dat tot op heden waterschap nog niet heeft kunnen aangeven welke effecten, neveneffecten de mogelijke grondwaterophoging heeft voor de huidige en nieuwe ontwikkelingen in het gehele gebied. Waterschap is degene die vanuit het besluit ook mogelijke compensaties (ophogingen o.i.d.) en risico’s dient te dragen. Het is niet aan ons om zonder enige onderbouwing grondwaterhoogten in bestemmingsplannen op te nemen. In het gebied hebben de bestuurlijke partners vanuit de IJsselsprong sinds 2009
Deels, zie 2h.
42
b. Indiener verzoekt om rekening te houden met de toekomstige verhoging van het grondwaterpeil ter plaatse van het nieuwe kassencomplex. Het bijbehorende verhoogde bouwpeil dient aangepast te worden. c. Volgens indiener is het ontwerpprincipe van water en bodem sturend van belang en is van mening dat er bij deze ontwikkeling niet voldoende wordt gedaan om het afwentelen te voorkomen.
d. Volgens indiener is de benodigde waterberging in de groenzone aan de noordkant nog onvoldoende uitgewerkt. Ook dient in het plan opgenomen te worden, dat er voldoende waterberging komt. e. Indiener beschrijft, waaraan de waterberging dient te voldoen. Voor de waterberging moet er voldaan worden aan de wateroverlastnorm uit de Omgevingsverordening Gelderland (t=100). De waterberging vindt plaats in enkele van de cwatergangen op de percelen, maar ook op de percelen zelf. Als de ontwikkeling ervoor zorgt dat de waterberging niet meer kan plaatsvinden, dan moet hiervoor volledig gecompenseerd worden.
steeds de verschillende ontwikkelingen voor ogen gehad (riviermaatregelen, woningbouw, wegen en natuur/toerisme/clustering glastuinbouw). Zoals onder 2h, 14a en f eerder is aangegeven, is initiatiefnemer bereid gronden verder op te hogen. Zie 2h en 20a.
Zie 19 en 20b. Waterschap is met Staatsbosbeheer uitvoerend hierin en kan hierin stappen zetten. Wij wentelen niet af en blokkeren niet, maar gaat niet zonder duidelijke inzichten in gevolgen, compenserende maatregelen en risico’s grondwaterpeilen ophogen bij een nog te nemen peilbesluit en een nog onduidelijk projectscope van grondwaterophoging. Wel wordt de nadere ophoging op maaiveld geregeld, opdat een mogelijk ontwikkeling niet onmogelijk wordt gemaakt. Zie 2h. Onjuist. Met het waterschap is de waterberging afgestemd (waterbuffer, wadi, landschappelijke inpassing) en goedbevonden. Hiervoor wordt een vergunning aangevraagd. In het bestemmingsplan is de mogelijkheid hiervoor opgenomen. Aanvrager dient conform deze randvoorwaarden op basis van het gevoerde vooroverleg de aanvraag in. Zie 19d. In de landschappelijke inpassing is de compensatie van vervallen watergangen opgenomen.
Zie 2h.
Deels, zie 2h.
Geen.
De landschappelijke inpassing is nader aangevuld en aangescherpt. Aanpassing bijlage bij artikel en in de toelichting.
43
f.
Deze opgave komt boven op een eventuele opgave voor toename van de verharding waarbij 60 mm waterberging de norm is. Het uitgangspunt is, dat er na realisatie niet meer dan 2 x 1,5 liter per seconde per hectare afgevoerd mag worden uit het plangebied Indiener verzoekt te zorgen voor een volledig waterhuishoudkundig plan voor het totale plangebied in samenspraak tussen gemeente, Wimaplant, Staatsbosbeheer en waterschap met de gewenste waterhuishoudkundige herinrichting.
g. Indiener geeft aan, dat er omgevingsvergunningen vanuit het waterschap nodig zijn. Verzocht wordt deze fasegewijs in te dienen, in lijn met de gefaseerde bouw van de kassen. h. Indiener verzoekt in de toelichting de volgende beleidsdocumenten op te nemen: blauwe omgevingsvisie, waterschapsverordening en beleidsregels waterschapsverordening (in de zienswijze zijn de websites weergegeven). 21. Gemeente Brummen a. Indiener verzoekt de bewoners op Brummens grondgebied binnen de invloedssfeer van de kassenbouw te betrekken.
Voor de woningbouwopgave is het proces vanuit ons ingezet. Met verwijzing naar 19 en 20a/c zijn waterschap en Staatsbosbeheer leidend in de onderbouwing e.d. van de mogelijke grondwaterstandsverhoging en wachten wij dit verder af. Voor kennisgeving aangenomen.
Geen.
Zienswijze wordt overgenomen.
In de toelichting van het bestemmingsplan wordt verwezen naar de genoemde beleidsdocumenten.
De bekendmaking vindt plaats via Contact, gemeenteblad en de website. Via Gemeenteblad kan een ieder zich inschrijven (kosteloos) om op de hoogte te worden gehouden van ontwikkelingen in de eigen omgeving of andere gemeenten.
Geen.
Geen.
Bij de woningbouwontwikkeling betrekken wij actief de bewoners. Eerdere structuurvisies met de clustering van glastuinbouw zijn ook breed gemeld. Voor het overige wordt verwezen naar de reactie onder 8j, waarbij initiatiefnemer direct omwonenden heeft uitgenodigd voor nadere toelichting (Hoveniersweg/Weg naar Voorst ed.).
44
b. De ontwikkeling heeft de aandacht van de Groen Links-fractie in de gemeenteraad van Brummen. Zij vragen aandacht voor lichtvervuiling en de invloed op de nabijgelegen natuur (zijnde Oude IJsselarm). Zie 3e, 3h en 19.
Voor kennisgeving aangenomen. Voor het overige wordt verwezen naar 3e, 3h en 19.
Geen.
45
22. Anoniem a. Zie 2a, d, i en 3e (logistiek, verkeersoverlast, verlichting, elders locatie) b. Indiener beschrijft de geschiedenis in het gebied. Hierbij is de laatste vergunning aan Hoveniersweg 15 verleend. Volgens indiener is dit in strijd met rijksbeleid. c. De ervaring van indiener is, dat initiatiefnemer geen rekening houdt met de bewoners en een deel van de openbare wegen als bedrijfsterrein beschouwd. Er is geen aanwijzing dat de houding en werkwijze van initiatiefnemer in de nabije toekomst verandert. d. Volgens indiener is de aanwijzing in de Omgevingsvisie (Gaaf Gelderland 2018) strijdig met het rijksbeleid om glastuinlocaties te concentreren op tien bundelingslocaties.
e. Volgens indiener is het bedrijf van initiatiefnemer het laatste glastuinbedrijf in de Hoven die volgens het rijksbeleid gesaneerd zou moeten worden. f. De gevolgen voor de natuur en landschap met het project zijn volgens indiener ingrijpend en onvoldoende in beeld gebracht Zie 3c, 4i, 6b, 9a, 16a, 19b). g. Zie 3h (landschappelijke inpassing).
h. Zie 3e, 9c en 10k (verlichting). i. Zie 2f (werkgelegenheid).
Zie 2a, d, i en 3e
Zie 2a, d, i en 3e.
Voor kennisgeving aangenomen. De omgevingsvergunning voor Hoveniersweg 15 is conform het geldende bestemmingsplan verleend en is onherroepelijk. Voor kennisgeving aangenomen.
Geen.
Het rijk heeft weliswaar de clustering opgenomen als beleid, maar er is maatwerk mogelijk. Provincie Gelderland heeft in verband met de bedrijfseconomische aspecten van het bedrijf besloten mee te gaan in het specifiek clusteren in De Hoven Noord. Hetgeen in de omgevingsverordening en visie is geborgd. Ook is de clustering in eerdere gemeentelijke structuurvisies opgenomen. Zie 22d.
Geen.
Zie 3c, 4i, 6b, 9a, 16a en 19b
Geen.
Zie 3h.
De landschappelijke inpassing is nader aangevuld en aangescherpt. Aanpassing bijlage bij artikel en in de toelichting. Geen. Geen.
Zie 3e, 9c en 10k. Zie 2f.
Geen.
Geen.
46
23. Anoniem a. Gemeente Zutphen heeft de ambitie om energieneutraal te zijn. Hierbij wordt naar de nota verwezen en wordt volgens de indiener de gemeente door Wimaplant om de tuin geleid met CO2 en NOx neutraal te zijn. b. Volgens indiener is om 20 ha te verwarmen een elektrische boiler van 20kV nodig. Dit is geen optie. Zonnepanelen zijn volgens indiener leuk, maar leveren in de winter onvoldoende stroom op om te verwarmen.
c.
Volgens indiener staat er bij de Aeriusberekening, dat de kassen worden verwarmd zonder CO2 uitstoot. Er zijn volgens indiener twee opties: • Ketel op gas (10 miljoen kub gas nodig). Dit kan niet i.v.m. het uitgangspunt bij Aerius-berekening; • Aardwarmte. Dit is volgens indiener alleen mogelijk met andere tuinders en het gaat om een grote investering tussen 14 en 27 miljoen euro. Indiener beschrijft vervolgens de complexiteit en dat de meeste kosten in de aanleg zitten en geeft aan welke kostenverdeling in de winningsfase zit. Volgens indiener is er een warmtevraag nodig voor deze kassen van 4.000 tot 7.000 woningen. Het boren duurt 6 maanden en er is een terrein nodig van 2 ha. In de plannen van Wimaplant wordt volgens indiener hier geen aandacht aan besteed en wordt de gemeente om de tuin geleid.
Voor kennisgeving aangenomen. De toelichting en gegeven reacties in de reactienota geven een duidelijke richting om duurzamer te telen.
Geen.
Er wordt waarschijnlijk een elektrische boiler gebruikt voor de teelt. Deze in combinatie met panelen maken duurzame teelt mogelijk. De teelt waarin aanvrager is gespecialiseerd heeft een relatief lage warmtebehoefte vergeleken met meer conventionele bloemen en groenteteelten. Er wordt in de berekening nog uitgegaan van een klein deel gasverbruik. In de Aerius-berekening is dit qua worst case benadering meegenomen. Deze inschattingen zijn wellicht gebaseerd op warmtebehoefte op basis van groententeelt. De aanvrager gaat uit van ca. 15 m3/m2 voor de teelt die in de kassen plaats vindt en gaat plaatsvinden. Zie ook 23b.
Geen.
Geen.
47
d. De plannen leveren volgens indiener een uitstoot op met de vrachtwagens en verwarming van de kassen met gas van: - 9.000 tot 10.000 ton CO2 uitstoot door gasverbruik; - 32 ton CO2 en 1 ton NOx voor het vrachtverkeer (bron TNO) Aerius-berekening is volgens indiener een geduldig papier. Het plan van initiatiefnemer is niet te doorgronden. Aerius en het plan kloppen niet volgens indiener. 24. Gasunie a. Gasunie verzoekt in overleg te treden met de tracébeheerder. De aardgastransportleiding lijkt volgens Gasunie onder de uitbreiding van de bestemming verkeer te liggen. De verbreding vormt een risico voor de integriteit en veilige ligging van de aardgastransportleiding
b. Gasunie verzoekt de artikel 11 te laten voldoen aan de eisen van de Gasunie. Gasunie verzoekt artikel te wijzigen, conform bijlage 1 van de zienswijzen c. Volgens Gasunie wordt er onvoldoende aandacht besteed aan de externe veiligheidsaspecten van
De emissies van transportbewegingen zijn in de Aerius-berekening en in de NIBM-tool berekend. Op basis hiervan dienen geen verdere maatregelen te worden genomen.
Geen.
Naar aanleiding van het overleg met de Gasunie vindt een nadere berekening plaats, als een nieuwe weg over de gasleiding wordt aangelegd. Mocht blijken uit de berekening dat nadere werkzaamheden nodig zijn bij de verbreding, opdat de verdere belasting op de bestaande gasleiding met een mogelijke zetting niet plaatsvindt, vindt dit conform de uitkomst van de berekening en in afstemming met de Gasunie voorafgaand aan de werkzaamheden plaats. Veiligheid van de gasleiding is voor alle partijen van groot belang. In de huidige situatie zijn er geen nadere berekeningen nodig ook al vinden er meer vervoersbewegingen op de weg plaats. De situatie is inmiddels geheel gezet en de leiding kan de belasting van de vervoersbewegingen dragen, is uit het overleg met de Gasunie gebleken. Met de zienswijze wordt ingestemd.
Geen.
Zie 24a
Geen.
Artikel wordt, conform de zienswijze, aangepast.
48
de aardgastransportleidingen. Op grond van artikel 11 en 12 van Bevb ligt hier een wettelijke verplichting. Geadviseerd wordt hier alsnog aandacht aan te besteden. Met behulp van rekenpakket “Carola” kunnen de externe veiligheidsrisico’s van ondergrondse aardgastransportleidingen in beeld worden gebracht. 25. Anoniem a. Volgens indiener is het gebied waar indiener
Voor kennisgeving aangenomen.
Geen.
Zie 2b, 2e en 11h.
Zie 2b, 2e en 11h.
Zie 2f.
Zie 2f.
Zie 2i.
Zie 2i.
Klopt, de onbewaakte overweg mag niet worden gebruikt voor de glastuinbouw (dit is ook niet nodig) en het proces voor het afsluiten is gezamenlijk inmiddels gerealiseerd.
Geen.
Verwezen wordt naar de reactie onder 4, waarbij deze zienswijze voor kennisgeving wordt aangenomen.
Geen.
loopt, niet helemaal beschermd door het Gelders Natuurnetwerk, zoals uit de bijgevoegde kaart blijkt. Het gebied voelt als één natuurgebied en natuur is gebaat bij rust en veilige nestmogelijkheden (donker).
b. Het kassencomplex maakt volgens indiener geluid en geeft licht. Het project brengt onherstelbare schade aan omgeving en dieren. Zie 2b en e en 11h. c. Volgens indiener is het vanuit opportunisme te verklaren dat de deal wordt gesloten voor glastuinbouw voor woningbouw of werkgelegenheid. Het is een structurele keuze en geen ruilhandel volgens indiener. Zie 2f. d. Indiener verzoekt te onderzoeken op welke plekken binnen en buiten de gemeente de glastuinbouw ruimte kan krijgen zonder onherstelbare schade aan de natuur. Zie 2i.
26. ProRail (reactie vanuit ook vooroverleg) ProRail heeft geen zienswijzen op het plan en vraagt aandacht voor het feit, dat de onbewaakte overweg niet gebruikt mag worden voor de glastuinbouw. Ten overvloede wordt gemeld, dat er een traject van het afsluiten van de onbewaakte overgang op de Sprabanenweg loopt. 27. Anoniem De zienswijze is hetzelfde als nummer 4.
49
Hoofdstuk 2. Wijzigingen en nadere motivering Voor de toelichting zijn de volgende aanpassingen, toevoegingen en/of wijzigingen uitgevoerd: • De verbreding van de Sprabanenweg tussen Weg naar Voorst en Hoveniersweg is verduidelijkt (sec oostwaarts); • De logistiek van de glastuinbouwontwikkeling is met de memo Aanvullingen reactienota nader toegelicht en als bijlage opgenomen; • De tekst over de te kappen bomenrij is aangepast aan de bestaande situatie; • De tekst over arbeidsmigranten is aangepast; • De watertoets is aan de toelichting toegevoegd; • De eigendomsposities is in de toelichting op een correcte wijze verwoord; • De nationale omgevingsvisie is in de toelichting verwerkt; • In het bestemmingsplan is uitgelegd op welke wijze met het omgevingsplan Landelijk gebied en dit bestemmingsplan qua begrippen wordt omgegaan;; • De gebiedskwaliteiten zijn opgenomen; • De economische uitvoerbaarheid is uitgebreider toegelicht; • Het niet realiseren van seizoenarbeiderswoningen is expliciet in de toelichting benoemd; • Het hydrologisch onderzoek is als conclusie en bijlage opgenomen; • Het nieuwe landschappelijke inpassingsplan is in de toelichting en als bijlage (bij de regels) beschreven en opgenomen; • Het beleid van het waterschap Vallei en Veluwe over de Blauwe Omgevingsvisie (https://bovi2050.nl/), de Waterschapsverordening:
(https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR703294) en de Beleidsregels waterschapsverordening: (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR706439/1) is opgenomen; • Het geluidsonderzoek is in de toelichting beschreven. In de vormvrije mer-beoordeling zijn de volgende aanpassingen, toevoegingen en/of wijzigingen doorgevoerd: • Het geluidsonderzoek is beschreven en toegevoegd (als bijlage); • Het hydrologisch onderzoek is beschreven en toegevoegd (als bijlage); • De nieuwe Aerius-berekening met de passende beoordeling is toegevoegd; • Het niet gebruikmaken van assimilatieverlichting is opgenomen of met het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) als vangnet worden de effecten beschreven; Voor de artikelen en/of planverbeelding zijn de volgende aanpassingen, toevoegingen en/of wijzigingen uitgevoerd: • In verband met nieuwe bestemmingen met artikelen is de nummering van de artikelen aangepast. Dit wordt hieronder verduidelijkt, als er een vernummering ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden; • Artikel 1.63 aanpassen naar het peil van 5,82 meter + NAP;
50
• • • • • • • • • • • •
•
Op de afbeelding de aanduiding bedrijf met de veiligheidszone-nutsvoorziening aan de Voorste Overmarsweg opnemen, zoals opgenomen in het Omgevingsplan Landelijk gebied met de daarbij behorende artikelen 5.1 onder m, 5.2.1, 5.3.1 en 64 integraal toe te voegen, opdat de huidige en nieuwe situatie ongewijzigd blijft. In het vast te stellen bestemmingsplan zijn dit artikel 5 en 20; Artikel 4.1 aan te vullen met minimaal 20 parkeerplaatsen voor vrachtwagens, minimaal 20-60 parkeerplaatsen voor overige voertuigen en minimaal 8 laad- en losvoorzieningen; Artikel 4.4.6 aan te passen conform de voorwaarden van artikel 54.1 uit het Omgevingsplan Landelijk gebied met het maximale aantal van 2 windturbines en de voorwaarden waarbij windturbines mogelijk zijn; Artikel 8 aan te vullen bij onderdeel a: “met mogelijke (wandel)paden en/of een koepad” na “inritten”; Artikel 11 integraal te wijzigen conform de zienswijze van de Gasunie met de daarbij behorende artikelen. Artikel 11 is in het vast te stellen bestemmingsplan artikel 16; Op de planverbeelding bij alle functies de functie waarde - kronkelwaarden met de daarbij behorende artikel 43 uit het Omgevingsplan Landelijk gebied voorkomt toe te voegen.
In het vast te stellen bestemmingsplan is dit artikel 12 (hoofdstuk 8 gebiedskwaliteit – kronkelwaarden); Op de planverbeelding bij de functie verkeer de aanduiding waarde archeologie – middelhoge archeologische waarde toe te voegen; In de legenda van de planverbeelding de dubbelbestemming waterstaat – waterstaatkundige functie te verwijderen, omdat deze functie in het plangebied niet voorkomt en dus overbodig is; Artikelen 54 en 55 uit het Omgevingsplan Landelijk gebied voor wind- en zonne-energie wordt, voor het deel aanduiding waarde – kronkelwaarden, aangezien deze van toepassing is, overgenomen. In het vast te stellen bestemmingsplan zijn dit de artikelen 13 en 14 (hoofdstuk 9 overige regels – energie); Artikelen 56, 58, 59 en 60 over leiding - buisleidingstroken, leiding - hoogspanningsverbinding, leiding - riool en leiding – water uit het Omgevingsplan Landelijk gebied integraal overnemen. In het vast te stellen bestemmingsplan zijn dit de artikelen 15, 17, 18 en 19 (hoofdstuk 10 overige regels – leidingen); Artikelen 36 en 37 vervallen, aangezien ze geen toegevoegde waarde hebben.
In het bestemmingsplan zijn specifiek de functies met bouw- en gebruiksregels vastgelegd; De nummering van de hieronder opgenomen artikelen of hoofdstukken is gewijzigd: o Artikel 5 is artikel 9 (wonen) geworden; o Artikelen 9 en 10 zijn artikelen 10 en 11 (waarde – archeologie lage verwachtingswaarde en waarde – archeologie middelhoge verwachtingswaarde) onder een nieuw hoofdstuk 7 gebiedskwaliteit – archeologie geworden; o Hoofdstuk 3 algemene regels – bouwen (artikelen 12 t/m 15) is hoofdstuk 12 (artikelen 21 t/m 24) geworden; o Hoofdstuk 4 algemene regels – flexibiliteit (artikelen 16 en 17) is hoofdstuk 13 (artikelen 25 en 26) geworden; o Hoofdstuk 5 algemene regels – gebruik (artikelen 15) is hoofdstuk 14 (artikel 27) geworden; o Hoofdstuk 6 algemene regels – milieuregels (artikel 19) is hoofdstuk 15 (artikel 28) geworden; o Hoofdstuk 7 algemene regels – uitvoeren werken/werkzaamheden (artikelen 23 t/m 35 is hoofdstuk 16 (artikelen 29 t/m 31) geworden; o Hoofdstuk 8 algemene regels – verblijfsgebied is hoofdstuk 17 (artikelen 32 t/m 44) geworden; o Hoofdstuk 9 overgangsrecht (artikelen38 en 39) is hoofdstuk 18 (artikelen 45 en 46); Bijlage 1 bij de planregels vervangen door het nieuwe landschappelijke inpassingsplan d.d. 25 juli 2025 opnemen. In het vast te stellen bestemmingsplan is dit bijlage 2;
51
• • • •
Een nieuwe bijlage bij de planregels toe te voegen uit het Omgevingsplan Landelijk gebied, zijnde bijlage 1 inventarisatielijs adressen, voor sec de locaties Hoveniersweg 11A, Voorste Overmarsweg 3-1 en 3T op te nemen. De overige locaties liggen niet in het plangebied en hebben dus geen betekenis voor dit plan. In het vast te stellen plan is dit bijlage 1; Bijlage 7 bij de planregels is verwijderd en is in de toelichting verwerkt, omdat het gaat om een nadere onderbouwing; Een nieuwe bijlage bij de regels toe te voegen uit het Omgevingsplan Landelijk gebied, zijnde bijlage 11 oppervlakte niet agrarische bedrijven, voor zover het om de locatie Voorste Dwarsweg 3 T gaat. De integrale lijst opnemen heeft geen toegevoegde waarde, omdat het plangebied alleen de genoemde locatie omvat.
In het vast te stellen bestemmingsplan is dit bijlage 3; De nummering met de uitbreiding van de bijlagen bij de regels is, bij het vast te stellen plan, als volgt (met ter informatie de koppeling aan de verschillende artikelen): o Bijlage 1 Inventarisatie adressen (nieuwe bijlage, afkomstig als bijlage 1 uit het Omgevingsplan Landelijk gebied, gekoppeld aan artikel 1.20 onder b) o Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan (vernieuwde bijlage, gekoppeld aan artikel 4.3 lid 1 en artikel 8.3.2); o Bijlage 3 Oppervlakte bebouwing in m2 toegestaan bij recht (nieuwe bijlage afkomstig uit bijlage 11 uit het Omgevingsplan Landelijk gebied, gekoppeld aan artikelen 5.1 en 5.3.1); o Bijlage 4 Zones welstandbeleid (gekoppeld aan artikel 23); o Bijlage 5 Beleidsregels welstand landelijk gebied (gekoppeld aan artikel 23); o Bijlage 6 Toelichting parkeerbehoefte (gekoppeld aan artikel 24.5); o Bijlage 7 Lijst werkzaamheden (gekoppeld aan artikel 29); o Bijlage 8 Max. aantal dieren (gekoppeld aan artikel 28).
52