CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

1097018 – bijlage 2 – motivering (mtv) en regels (rgls)

Raadsvergadering 13 oktober 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplanwijziging project Leesten Schouwbroek, Zutphen27.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk. Voor het te realiseren uiterlijk is het artikel 17 Welstand bepalend.

Indien het nodig s kan het bevoegd gezag met behulp van artikel 16 Maatwerkvoorschriften eisen stellen aan de plaatsing van bijvoorbeeld bijgebouwen. Dit kan nodig zijn om het kwaliteitsbeeld van een omgeving te waarborgen. Leidingen - gas en hoogspanningsverbinding In de regels van deze dubbelbestemmingen is een voorrangsregeling opgenomen met het 00g op de

bescherming van de belangen van de aanwezige leidingen. Dit betreft een onderhoudsstrook/ belemmeringengebied, die 0.a. gebruikt wordt om onderhoud aan de leiding te plegen. De gebruiks- en

50

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

bebouwingsmogelijkheden van de onderliggende (basis)bestemmingen worden hierdoor beperkt. Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde Op de locatie waar nog geen archeologisch onderzoek is gedaan, blijft de huidige dubbelfunctie voor archeologie gelden. Dit betekent dat als er bouwactiviteiten of aanlegactiviteiten gaan plaatsvinden er

mogelijk onderzoek nodig is om te verwachten archeologische waarden in de bodem niet te verstoren.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

51

Hoofdstuk 8

Overige aspecten

Behalve de beoordeling of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient ook ingegaan te worden op de aspecten participatie en kostenverhaal. In dit hoofdstuk worden deze aspecten behandeld om te kunnen beoordelen of het plan maatschappelijk en economisch uitvoerbaar is.

81

Participatie

Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De gemeenteraad kan aangeven in welke gevallen participatie

verplicht is en hoe dat vorm gegeven kan worden. Voor omgevingsplannen in eigen

beheeren voor eigen ontwikkelingen is participatie verplicht. Planspecifiek

Voor het initiatief is een participatieplan opgesteld. Dit plan en een verkort overzicht van de opbrengst van de participatiemomenten zijn opgenomen in de bijlagen 21 en 22 bij deze motivering. Uit de participatiemomenten zijn reacties en opmerkingen opgehaald en meegenomen

bij het opstellen van het

definitieve VO. Op die manier is een gedragen plan ontwikkeld. 8.2

_

Kostenverhaal

Het kostenverhaal is het door de overheid verhalen van kosten op een initiatiefnemer. Voor het verlenen van

de dienst om stukken te beoordelen en samen met de initiatiefnemer uit te werken worden op basis van de legesverordening leges geheven. Maar het verhaal van te maken overheidskosten heeft ook betrekking op werken, werkzaamheden en maatregelen zoals bijvoorbeeld kosten voor het aanleggen van openbare

voorzieningen zoals wegen, parkeren, civiele voorzieningen etc.. Dit kostenverhaal kan publiekrechtelijk vormgegeven worden via het Omgevingsplan, het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactivíteit. Overheid en initiatiefnemer kunnen een overeenkomst sluiten over

kostenverhaal voorafgaand aan het besluit dat de aangewezen activiteit mogelijk maakt: de 'anterieure overeenkomst'. De Omgevingswet biedt daarvoor een grondslag in paragraaf 13.6.2 van de Omgevingswet. Onderdeel van deze overeenkomst is ook dat hier wordt vastgelegd op welke wijze omgegaan wordt met de

nadeelcompensatie. Planspecifiek

Leesten Schouwbroek is voor het grootste deel een ontwikkeling die door de gemeente in eigen beheer wordt gerealiseerd.

Voor een klein deel geldt dat de gemeente geen eigenaar i en met de eigenaar een anterieure

overeenkomst heeft gesloten. Daarmee zijn er geen verhaalbare kosten, waardoor er geen exploitatieregels in

het omgevingsplan nodig zijn die publiekrechtelijk kostenverhaal regelen. De vertrouwelijke grondexploitatie van het project laat zien dat het plan financieel haalbaar is.

83

Vooroverleg

In het kader van bestuurlijk vooroverleg

is overleg gevoerd met de belanghebbende instanties. Het Voorlopig

stedenbouwkundig Ontwerp (VO) voor Leesten Schouwbroek is voorgelegd aan de Gasunie, het Waterschap

Rijn en IJssel, de Provincie Gelderland en de Veiligheidsregio Noord-en Oost-Gelderland (VNOG). De Gasunie heeft aangegeven dat de realisatie van de woonwijk, onder voorwaarden, technisch uitvoerbaar is.

Ten aanzien van het groepsrisico is aangegeven dat afstemming met de VNOG nodig is.

52

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

De VNOG heeft advies gegeven en in geval van een leidingbreuk is het essentieel dat de gemeente snel kan schakelen met de netbeheerder om de gastoevoer af te sluiten en zo de gevolgen van een eventuele

fakkelbrand te beperken. Om te komen tot een verantwoording van het groepsrisico, dat daarmee voldoet aan het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid, heeft nader overleg met de Gasunie en de VNOG plaatsgevonden.

Het Waterschap Riijn en IJssel s betrokken bij het opstellen van het waterhuishoudkundig plan (WHP) voor Leesten Schouwbroek. Tijdens het opstellen van dit WHP is verschillende malen overleg gevoerd met het Waterschap Rijn en IJssel. De principes in het

WHP voldoen

aan de eisen van het waterschap. Bij verdere

uitwerking zal aanvullende afstemming met het waterschap nodig zijn voor de elementen die raken aan het (beheer van het) oppervlaktewater. De provincie Gelderland is de afgelopen jaren meerdere malen geïnformeerd over de plannen voor Leesten Schouwbroek en de beoogde woningbouwprogrammering. Ook heeft en wordt overleg gevoerd over de Vordenseweg en de eventuele overname hiervan door de gemeente. De provincie is ten aanzien van de

ontsluiting actief betrokken geweest bij de participatie met de omgeving.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

53

Bijlagen bij de motivering

s4

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlagel

_ Voorlopig stedenbouwkundig ontwerp

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

55

Bijlage 2

56

Digitale watertoets

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage3

_ Waterhuishoudkundige analyse

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

57

Bijlage 4

58

Waterhuishoudkundig plan

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage5

_ Advies lichthinder

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

59

Bijlage6

E

_ Bodemonderzoek

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage 7

_ Advies geur

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

61

Bijlage8

62

_ Akoestisch onderzoek

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage 9

Vooradvies Omgevingsveiligheid

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

É}

Bijlage 10

6

Advies VNOG

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage 11

Onderzoek externe veiligheid

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

65

Bijlage 12

66

Magneetveldonderzoek

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage 13

Tekening magneetveldzone

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

67

Bijlage 14

68

M.e.r.-beoordelingsnotitie

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage 15

Analyse houtwal

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

69

Bijlage 16

70

Archeologisch onderzoek

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage 17

Quickscan Flora en Fauna

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

7

Bijlage 18

72

Nader onderzoek Flora en Fauna

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage 19

Ecologische beoordeling stikstof

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

73

Bijlage 20

74

Verkeerskundig onderzoek

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Bijlage 21

Participatieplan

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

75

Bijlage 22

76

Overzicht participatieproces

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Regels Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek en vormt juridisch een nieuwe titel n hoofdstuk 21 van het omgevingsplan van de gemeente Zutphen (Hoofdstuk 21, Titel 21.3). Deze titel is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal

beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk deze titel conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar

te stellen,

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 21, Titel 21.3 van het

omgevingsplan van de gemeente Zutphen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '21.3' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het n dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage’, na de spatie en direct voor het

nummer van de bijlage '21.3' gelezen worden.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

77

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.

Inleidende regels Toepassingsbereik

De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Leesten, Schouwbroek, waarvan de

geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 zoals vastgelegd op https://wwwruimtelijkeplannen.nl. 2.

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het

gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder , b, c, g, h, i j k, l of m, van de Invoeringswet 3.

Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het eerste lid;

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van

toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in deze titel

Artikel 2

Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving,

bijlage ! bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit

leefomgeving, bijlage ! bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit

hoofdstuk. Aanvullend daarop gelden voor de toepassing van deze titel de volgende begripsbepalingen: 21

Aan-huis-verbonden beroep

beroep- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, ontwerptechnisch, kunstzinnig of hiermee naar aard gelijkte stellen beroep, dat door zijn aard en omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend,

waaronder niet begrepen detailhandel, sexinrichtingen e.d, met uitzondering van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd of verwerkt. 22

_

Aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/ of het bebouwen van deze gronden. 23

_

Bebouwing

één of meer gebouwen 24

_

en/of één of meer bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bestaande

ten aanzien van bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van dit

TAM-omgevingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;

b.

ten aanzien van gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime

25

_

Bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

26

_

Bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing

is toegelaten.

78

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

27

_

Bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel. 28

_

Bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden

zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten 29

_

Bouwwerk

constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van functie he

direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, inclusiefde daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden

2.10

installaties.

_ Bouwwerk geen gebouw zijnde

bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is. 2.11

_

Calamiteit

een (natuur)ramp of al dan niet verwachte gebeurtenis die ernstige schade veroorzaakt. 2.12

_ Consumentverzorgende

bedrijfsactiviteiten

het als eenmanszaak beroepsmatig uitoefenen van een dienstverlenende bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, dan wel ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, geheel of

overwegend door middel van handwerk, waarbij de omvang van de activiteiten zodanig is dat, wanneer deze in een woning en de bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming is met die van de woonfunctie, waarbij

de activiteit tevens dient te worden uitgeoefend door iemand die zijn hoofdverblijf n de woning heeft de volgende consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten zijn met inachtneming van de hier gestelde voorwaarden in ieder geval toelaatbaar: fotograaf, autorijschool, bloemschikker, decorateur, fietsenreparateur, goud- en

zilversmid, hoedenmaker, hondentrimmer, pottenbakker, instrumentenmaker, kaarsenmaker, klompenmaker, lijstenmaker, loodgieter, meubelmaker, computerservice (0.a. systeembouw/-analyse), schoonheidsspecialiste, kapsalon, traiteur, muziekinstrumentenmaker, zadelmaker, nagelstudio, tv/radio reparateur, reisorganisatie (kleinschalig), koeriersdienst, prothesemaker, reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio's TV's/horloges etc.), adviseurs, kantooractiviteiten en glazenwasser. 2.13

_

Detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan

in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit 214

Doelgroep

een specifiek omschreven groep personen waarop het gebruik van gronden en/of gebouwen gericht is, zoals vastgelegd in de Beleidsregel betaalbare woningbouw en doelgroepenbeleid gemeente Zutphen 2024 of diens rechtsopvolger.

2.15

_

Eerste ingebruikname

datum waarop de woning na bouwoplevering op grond van de koopovereenkomst aan de koper, tevens gebruiker, ter beschikking wordt gesteld cq op grond van de huurovereenkomst met huurder ter beschikking

wordt gesteld.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

79

216

_

Functie

doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 217

Gebruik

gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven 2.18

_ Geliberaliseerde woning voor middenhuur

huurwoning met een aanvangshuurprijs di ligt boven de liberalisatiegrens met als maximum € 1.184,82 (prijspeil 2025 die jaarlijks per 1 januari wordt geïndexeerd overeenkomstig het woningwaarderingsstelsel) en bedoeld

a.

is voor

huishoudens

met

een

norminkomen

voor:

alleenstaanden: een bruto jaarinkomen van minimaal € 49.669,- en maximaal € 77.000,- (prijspeil 2025 die jaarlijks kan worden geïndexeerd);

b.

een meerpersoonshuishouden: een bruto jaarinkomen

van minimaal € 58.847,- en maximaal € 80.000,-

(prijspeil 2025 die jaarlijks kan worden geïndexeerd). 219

Hoofdfunctie

een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 2.20

Huishouden

een persoon die of groep personen die die in onderlinge verbondenheid en in vast verband samenleven 2.21

_

Instandhoudingstermijn

de termijn gedurende welke een sociale huur of -koopwoning, gerekend vanaf het moment van eerste

ingebruikname, behouden moet blijven, conform de Beleidsregel betaalbare woningbouw en doelgroepenbeleid gemeente Zutphen 2024 of dienst rechtsopvolger, te weten: *

een sociale huurwoning dient gedurende een termijn van tenminste 25 jaar na eerste ingebruikname voor

de doelgroep beschikbaarte blijven; *

een sociale koopwoning dient gedurende een termijn van 10 jaar na eerste ingebruikname voor de doelgroep beschikbaarte blijven.

2.22

_ Levensloopbestendige woning

een woning welke geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus welke ook rolstoeltoegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking, waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer

en badkamer met toilet) zich op de begane grond moeten bevinden en waarbij deze leefruimten zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein drempelvrij toegankelijk zijn. 2.23

_

Locatievlak

een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel.

2.24

_ Maatschappelijke voorzieningen

educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, religieuze voorzieningen, sportvoorzieningen, onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare

dienstverlening. 225

_ Omgevingsplan

Omgevingsplan gemeente Zutphen. 2.26

Ondergronds

onder peil.

80

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

2.27 a.

_ Overkapping/carport een dakconstructie zonder wanden, dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen of;

b.

een overkapt bouwwerk bestaande uit maximaal twee, al dan niet tot de constructie behorende, wanden.

2.28

3.

Peil

voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse

van de hoofdtoegang; b.

voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter

c

voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte

hoogte van die hoofdtoegang bij voltooïing van de bouw; maaiveld

2.29

_

Prijspeil

het vastgestelde niveau van prijzen op een specifiek moment, gebruikt om de maximale huur- of koopprijzen van woningen te bepalen. Tenzij anders vermeld, wordt uitgegaan van het prijspeil per 1 januari 2025. 2.30

Prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen

vergoeding. 2.31

_

Recreatief medegebruik

het gebruik van gronden en/of gebouwen voor recreatieve activiteiten die ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie van het gebied, zonder dat deze de primaire functie verstoren of hinder veroorzaken.

Dit omvat

activiteiten zoals wandelen, fietsen en andere kleinschalige recreatieve bezigheden, voor zover deze

verenigbaar zijn met het beoogde gebruik van de betreffende gronden of gebouwen. 232

_

Rooilijn

denkbeeldige lijn die de grens aangeeft tussen openbaar gebied (zoals een weg of stoep) en het bouwvlak, waarachter gebouwen moeten worden opgericht.

2.33

_ Ruimtelijke

kwaliteit

de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van

234

die ruimte.

_ Seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsofzij

bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische

massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 235

_ Sociale huurwoning

huurwoning met een aanvangshuurprijs onderde grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, ondera, van de Wet op de huurtoeslag bedoeld voor huishoudens met een huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1 van de Woningwet 2015 of diens rechtsopvolger.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

81

236

_ Sociale koopwoning

koopwoning waarbij de volgende maximale koopprijs van toepassing is:

2.

goedkope koop met een koopprijs tot € 300.000,- (VON) bedoeld voor alleenstaanden of meerpersoonshuishoudens die op het

moment van de start van de verkooppproedure van de

desbetreffende woning een (gezamenlijk) inkomen hebben van maximaal € 60.000,-- bruto (prijspeil 2025

die jaarlijks kan worden aangepast) en geen koopwoning achterlaten; b.

betaalbaar laag met een koopprijs € 300.001 en € 350.000 (VON) bedoeld voor alleenstaanden of meerpersoonshuishoudens die op het

moment van de start van de verkoopprocedure voor de

desbetreffende woning een (gezamenlijk) inkomen hebben van maximaal € 75.000,- bruto (prijspeil 2025 die jaarlijks kan worden aangepast) en geen koopwoning achterlaten. c.

betaalbaar hoog tot € 350.001 en € 405.000 (VON).

2.37

_ Stedenbouwkundig beeld

het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld, inclusiefde ter plaatse

door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n)

238

_ TAM-omgevingsplan

de onderhavige wijziging van het Omgevingsplan gemeente Zutphen, die volgens de technische standaarden van

239

IMRO

tot stand

komt

met

identificatienummer

NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01.

_ Voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw. Gebouwen welke met meer dan &&n zijde naar de weg zijn

gekeerd, hebben meerdere voorgevels. 2.40

_ Voorgevelrooilijn

de grens van het bouwvlak waarvan de voorgevel gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd. 241

Woning

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op

het meten van de waarden die in dit TAM-omgevingsplan in meters (m), m? of m zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze titel wordt als volgt gemeten: 31

Afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de kortste afstand van de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk.

32

_

Bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 33

_

Bebouwingspercentage

het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het

bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.

82

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

3.4

_

Breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde

overeenkomstig de omtreklijn van de horizontale projectie van alle delen van die bouwwerken.

35

_

Breedte, diepte c.g. lengte van een gebouw

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/ofde harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 36

_

Dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.7

_

Goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.8

_

Bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met

uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijkte stellen bouwonderdelen; 3.9

_

Inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.10

_ Oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/ of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.11

_ Opperviakte van een overkapping

tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 3.12

_ Ondergronds bouwen

bij het berekenen van het bebouwingspercentage of de te bebouwen oppervlak wordtde opperviakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen, voor zover deze

zijn gelegen buiten de buitenwerkse

gevelvlakken van de bijbehorende bovengrondse gebouwen.

3.13

_ Ondergeschikte

bouwdelen

bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen,

liftschachten gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, trappen, balkons en overstekende daken, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m. 3.14

_ Dakkapellen

bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de

dakkapel.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

8

Hoofdstuk 2

Artikel 4 41

_

Functies en activiteiten

Bedrijf

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer

NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Bedrijf. 42

Beschrijving gebruiksdoel

De voor Bedrijf aangewezen gronden worden uitsluitend gebruikt voor nutsvoorzieningen en bij deze functie

behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde en voorzieningen zoals groen, verhardingen en laad- en losvoorzieningen. 43

Gebruiksactiviteit

431

- verboden

_ Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde

44

_

441

func

s van de gronden.

Bouwactiviteiten - beoordelingsregels _ Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:

3.

bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 4.1;

b.

r mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht tot een maximale hoogte van 3 m.

Artikel 5

51

_

Groen

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen.

5.2

_

Beschrijving gebruiksdoel

De voor 'Groen! aangewezen gronden mogen worden gebruikt voor:

ronors

groenvoorzieningen;

beplantingen; speelvoorzieningen;

het behoud, het herstel en/ofde ontwikkeling van landschappelijke- en natuurwaarden; ter plaatse van de aanduiding 'houtwal' de bestaande houtwal; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - brug voor langzaam verkeer een zwevende langzaam verkeerverbinding waarbij de functie van de bestaande houtwal als ecologische verbinding in

stand blijft; g

kunstobjecten;

h.

nutsvoorzieningen;

i

_ op-en inritten en toegangspaden van aangrenzende percelen;

j.

_ ter plaatse van de aanduiding 'parkeren' parkeervoorzieningen;

k.

water, wadi's en voorzieningen voor de waterhuishouding;

. _ ter plaatse van de aanduiding 'waterberging’ waterbergingsvoorzieningen als zijnde voorzieningen voor de waterhuishouding; m.

84

fiets- wandelpaden;

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

recreatief medegebruik mede in de vorm van een hondenuitlaatplaats; straatmeubilaí

p.

een bouwweg ten tijde van de aanleg van de wijk en de bouw en realisatie van de woningen in het plangebied;

met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 53

_

Gebruiksactiviteit - verboden

5.3.1

_ Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een

ijze die niet ten dienste

staat van

de in 5.2

genoemde functies van de gronden. 54

_

Bouwactiviteiten - beoordelingsregels

5.41

_ Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: 3.

bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd

b.

alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan.

5.4.2

in 5.2;

_ Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de functie worden opgerichtot

een maximale hoogte van 6 m. 55

_

551

a.

Gebruiksactiviteit - Voorwaardelijke verplichting Parkeren

Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van naastgelegen gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig de geldende normen

zoals in onderstaande tabel zijn opgenomen:

FUNCTIE

Per

Koop, vrijstaand

woning

Koop,twee-ondereen-kap

_ woning

Parkeernorm |18

_

|17

Koop, tussen/hoek

woning

|LS

Koop, etage, duur

woning

Koop, etage, midden

woning

14

Koop, etage, goedkoop

woning

|12

Huurhuis, vrije sector

woning

|15

Huurhuis, sociale huur

woning

|12

Huur, etage, duur

woning

|14

Huur, etage,

woning

|z

kamer

0,9

100m

|27

_

|L6

midden/goedkoop \Aanleunwoning en serviceflat

Buurt- en dorpscentrum

bvo

\Wijkcentrum (klein)

100m

|35

bvo

b.

De onder a bedoelde parkeerplaatsen voor motorvoertuigen, en aansluitende benodigde ruimte, dienen ten aanzien van de maatvoering te voldoen aan de CROW-richtlijnen.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

85

c

Meteen omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a en zo tot lagere

parkeernormen komen en/of niet (alle) parkeerplaatsen op het eigen terrein (laten) realiseren en/of een andere maatvoering (laten) realiseren onderde voorwaarde dat: 1.

het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en;

2.

dit besluit wordt voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft.

d.

Afwijken van de regels, als bedoeld onderc is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting

plaatsvindt van: 1.

de parkeersituatie n de openbare ruimte;

2.

de woon-

_

Aanlegactiviteit

56 561

en

leefsituatie.

_ Vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten:

2.

het aanleggen van verhardingen met een oppervlakte groter dan 5% van de in deze functie opgenomen aaneengesloten gronden (locatievlak);

b.

afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van gronden;

c

aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van polen, kolken en greppels; ter plaatse van de aanduiding ‘houtwal' het verwijderen, rooien en/of kappen van houtwallen en/of houtsingels.

5.6.2

_ Uitzondering vergunningplicht

Geen omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.6.1 is nodig voor:

a.

werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;

b.

werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van

het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning. c

werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die overeenkomen met het in bijlage 1 en 2 bij de

regels opgenomen voorlopig stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan. 5.63

2.

_ Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien: 1.

doo die aanlegactiviteiten, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de landschappelijke waarden, natuurwaarden of recreatieve waarden van de betreffende

gronden en de waterbergende functie van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast én; 2.

als door de uitvoering van de aanlegactiviteiten het behoud, herstel, ontwikkeling, de conditie,

levensverwachting, groeiplaats en ruimtelijke kwaliteit van het groen niet negatief wordt beïnvloed. b.

Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders advies n van een deskundige over:

5.64

1.

het bepaalde in a en;

2.

of en zo ja welke voorwaarden er dienen te worden gesteld.

_ Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de voorwaarde verbinden tot het verplicht treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een

aanlegactiviteit) schade en vermindering van de ruimtelijke kwaliteit

86

wordt voorkomen.

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

Artikel 6 61

Leiding - Gas

Voorrangsregeling

De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2. 6.2

_

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Leiding - Gas. 63

_

Beschrijving gebruiksdoel

De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende aangewezen

3.

functies, mede

voor:

een ondergrondse gasleiding met een diameter van maximaal 42 inch en een druk van maximaal 66,2 bar

ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - gas 4'; b.

een ondergrondse gasleiding met een diameter van maximaal 48 inch en een druk van maximaal 66.2 bar ter plaatse van de aanduiding ‘hartlijn leiding - gas 5;

c.

het beheer, aanleg en instandhouding van de leiding; de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; bij de functie behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

64

_

Bouwactiviteit - beoordelingsregels

Voor nieuwe bouwwerken geldt, dat in afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende functies uitsluitend bouwwerken mogen worden gebouwd ten dienste van de functie.

65 651

_

Aanlegactiviteit _ Vergunningsplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten:

a.

het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;

b.

het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere

oppervlakteverhardingen; c.

het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebouwen en aanplanten van

gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen; e.

het indrijven van voorwerpen in de bodem;

f.

het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen

6.5.2

_ Uitzondering vergunningsplicht

Geen omgevingsvergunning is nodig voor:

a.

aanlegactiviteiten van beplanting, indien door de leidingbeheerder schriftelijk akkoord is gegeven en deze beplanting opgenomen is in de beplantingslijst zoals deze geldt ten tijde van uitvoering van de aanlegactiviteit;

b.

aanlegactiviteiten die vallen onder de werking van de Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten; aanlegactiviteiten die het normale onderhoud en beheer betreffen; aanlegactiviteiten

die

in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of

uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning. e

aanlegactiviteiten die overeenkomen met het in bijlage 1 en 2 bij de regels opgenomen voorlopig stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

87

6.5.3 3.

_ Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 6.5.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien

door het uitvoeren van een aanlegactiviteit dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.

b.

Een omgevingsvergunning zoals bedoeld n artikel 6.5.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder.

Artikel 7 71

_

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Voorrangsregeling

De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2.

7.2

_

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Leiding - Hoogspanningsverbinding.

73

_

Beschrijving gebruiksdoel

De voor Leiding - Hoogspanningsverbinding aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende functies, mede aangewezen voor:

a.

een bovengrondse hoogspanningsverbinding ter plaatse van de aanduiding ‘hartlijn leiding hoogspanningsverbinding’;

b.

het beheer, aanleg en instandhouding van de verbinding;

c.

de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding;

d.

bij de functie behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

74

_

741

Bouwactiviteit - beoordelingsregels

Algemeen

Voor nieuwe bouwwerken geldt, dat in afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen uitsluitend bouwwerken mogen worden gebouwd ten dienste van de functie.

74.2

_ Bouwwerken geen gebouwen zijnde

In aanvulling op de andere daar voorkomende functies mogen tevens bouwwerken, geen gebouwen zijnde,

worden gebouwd ten dienste van de functie met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal bedraagt: 2.

hoogspanningsmasten 54 m;

b.

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 3 m.

75

_

751

Aanlegactiviteit _ Vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten:

a.

aanbrengen van beplanting en bomen;

onoe

aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en andere oppervlakteverhardingen;

7.5.2

indrijven van voorwerpen in de bodem;

ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden; aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen. _ Uitzondering vergunningsplicht

Geen omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.5.1 is nodig voor: 3.

werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;

88

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

b.

werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde

dan wel verleende vergunning. aanlegactiviteiten die overeenkomen met het in bijlage 1 en 2 bij de regels opgenomen voorlopig stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan. 7.5.3 3.

_ Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.5.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien

door het uitvoeren van de aanlegactiviteit dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden

tegemoet gekomen. b.

Een omgevingsvergunning zoals bedoeld n artikel 7.5.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder.

Artikel 8

81

_

Tuin

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Tuin.

82

Beschrijving gebruiksdoel

De voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen worden gebruikt voor: 3.

tuinen en verhardingen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;

b.

toegangswegen voor aangrenzende functies;

met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 83

_

Gebruiksactiviteit - Voorwaardelijke verplichting

Het gebruik van de als gronden overeenkomstig het bepaalde in 11.2 is uitsluitend toegestaan indien de groene (gebouwde) inpassing en beplanting, uiterlijk twee jaar nadat een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen onherroepelijk i is aangelegd en in stand wordt gehouden conform het voorlopig

stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan die als bijlage 1 en 2 zijn opgenomen. b. _ Inafwijking van het bepaalde onder a kunnen burgemeesteren wethouders afwijkingen van de groene inpassing toestaan. Hiervoor

geldt als beoordelingsregel dat deze afwijkingen niet mogen leiden tot een

wezenlijke andere inrichting van het plangebied. 84

_

841

Bouwactiviteit

Algemeen

Gebouwen, overkappingen en carports mogen niet worden gebouwd. 8.42

_ Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: 3.

de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen bedraagt maximaal 1 m;

b.

de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6 m;

c.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 m;

85

_

3.

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te bebouwen anders dan s

Bouwactiviteit - omgevingsplanactiviteit

opgenomen in 8.4;

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

89

b.

De omgevingsvergunning onder a wordt alleen verleend als het gaat om het bouwen van erkers, luifels en balkons aan de voor of zijgevel van het hoofdgebouw waarbij geldt dat:

1.

de diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1,5 m bedraagt;

2.

de afstand tot de openbare weg minimaal 2 m bedraagt;

3.

de hoogte van de luifel of erker ten hoogste gelijk is aan de hoogte van de eerste bouwlaag, verhoogd

met 0,25 m, van het hoofdgebouw en de maximale bouwhoogte 4,5 m bedraagt. c.

De omgevingsvergunning onder a wordt alleen verleend als het gaat om bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaand hoofdgebouw waarbij geldt dat:

1.

de bepalingen in artikel 11.7.1 en 11.8 van toepassing zijn ten aanzien van de maatvoering binnen de aangrenzende functie Wonen en de functie Tuin;

2.

de plaats, afmetingen en nokrichting van bijbehorende bouwwerken met behulp van artikel 16

Maatwerkvoorschriften worden bepaald. Artikel 9

9.1

_

Verkeer

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer.

92

Beschrijving gebruiksdoel

De voor 'Verkeer! aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a.

wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie voornamelijk gericht op de afwikkeling van het verkeer;

b.

ter plaatse van de aanduiding 'parkeren! parkeervoorzieningen;

c

parkeer., groen- en speelvoorzieningen;

d.

nutsvoorzieningen en ondergrondse leidingen;

e

water en voorzieningen voor de waterhuishouding;

met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 93

Bouwactiviteit

9.3.1

_ Algemeen

Gebouwen mogen niet worden gebouwd.

9.3.2

_ Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: 3.

bouwwerken geen gebouwen zijnde, maximaal 4 m;

b.

lichtmasten maximaal 6 m;

c

overige bouwwerken, geen bouwwerken zijnde 2,5 m.

Artikel 10

101

Water

_ Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Water.

10.2

_

Beschrijving gebruiksdoel

De voor 'Water' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: 3.

waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen;

b.

het behoud, het herstel en/ofde ontwikkeling van natuurwaarden in zijn algemeenheid;

c

recreatief

E

medegebruik;

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers, wegen en paden. 103

_

10.3.1

Bouwacti

eit

Algemeen

Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 10.3.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken:

a.

bruggen en viaducten maximaal 8 m;

b.

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 m.

Artikel 11

111

Wonen

_ Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer

NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen. 11.2

_ Beschrijving gebruiksdoel

De voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor:

a.

het wonen in een woning;

b.

het wonen in een woonwagen ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats';

c.

uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep en consumentverzorgende bedrijfsactiviteit toegestaan, mits:

1. 2.

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft; ten hoogste 33,3% van de vloeroppervlakte van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, tot

een maximum van 50 m? in gebruik mag zijn; 3. d.

e

geen parkeeroverlast in de directe omgeving wordt veroorzaakt.

bij de woning of woonwagen

behorende

bijbehorende bouwwerken;

bij de woning of woonwagen behorende tuinen, erven en verhardingen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' mede ruimte voor maatschappelijke

voorzieningen tot een maximale oppervlakte van 200 m?; g.

speel- en groenvoorzieningen;

h.

toegangswegen en -paden voor aangrenzende

i

parkeer- en stallingsvoorzieningen;

functies;

j. _ openbare nutsvoorzieningen; k.

water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

met bij deze functie behorende gebouwen en voorzieningen zoals paden, bermen, bijbehorende bouwwerken

en andere bouwwerken, geen gebouw zijnde. 13

Gebruiksactiviteit — Verboden

11.3.1

Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 11.2 genoemde 11.3.2

functies van de gronden

Buitenopslag

Het i in ieder geval verboden om gronden te gebruiken ten behoeve van buitenopslag bij een aan-huis-verbonden-beroep en/of consumentverzorgende bedrijfsactiviteit. 11.3.3

Internetverkoop

Het i in ieder geval verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken voor internetverkoop, waarbij de te koop aangeboden goederen worden opgeslagen, tentoongesteld en/of kunnen worden afgehaald.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

91

11.3.4

Kamerbewoning

Het is in ieder geval verboden om een woning of bijbehorend bouwwerkte gebruiken ten behoeve van een

(eigenstandige) wooneenheid 114

_ Gebruiksactiviteit - Voorwaardelijke verplichting

1141

a.

Parkeren

Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig de geldende normen zoals in

onderstaande tabel zijn opgenomen:

FUNCTIE_

Per

Koop, vrijstaand

woning

_

|18

_ woning

_

|17

Koop,twee-ondereen-kap

Parkeernorm

Koop, tussen/hoek

woning

|LS

Koop, etage, duur

woning

Koop, etage, midden

woning

14

Koop, etage, goedkoop

woning

|12

Huurhuis, vrije sector

woning

|15

Huurhuis, sociale huur

woning

|12

Huur, etage, duur

woning

|14

Huur, etage,

woning

|z

kamer

o9

Woonwagen

standplaats

[2

Buurt- en dorpscentrum

100m

|27

_

|L6

midden/goedkoop \Aanleunwoning en serviceflat

bvo

\Wijkcentrum (klein)

100m

|35

bvo

b.

De onder a bedoelde parkeerplaatsen voor motorvoertuigen, en aansluitende benodigde ruimte, dienen ten aanzien van de maatvoering te voldoen aan de CROW-richtlijnen.

c

Meteen omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a en zo tot lagere

parkeernormen komen en/of niet (alle) parkeerplaatsen op het eigen terrein (laten) realiseren en/of een andere maatvoering (laten) realiseren onder de voorwaarde dat: 1.

het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/ofop overwegende bezwaren stuit, en;

2.

dit besluit wordt voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft.

d.

Afwijken van de regels, als bedoeld onderc is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1.

de parkeersituatie n de openbare ruimte;

2.

de woonen

11.4.2

a.

leefsituatie.

Groene inpassing

Het gebruik van de als gronden overeenkomstig het bepaalde in 11.2 is itsluitend toegestaan indien de groene (gebouwde) inpassing en beplanting, uiterlijk twee

jaar nadat een omgevingsvergunning voor het

bouwen van gebouwen onherroepelijk is, s aangelegd en in stand wordt gehouden conform het voorlopig

stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan die als bijlage 1 en 2 zijn opgenomen.

92

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

b. _ In afwijking van het bepaalde onder a kunnen burgemeesteren wethouders afwijkingen van de groene inpassing toestaan. Hiervoor geldt als beoordelingsregel dat deze afwijkingen niet mogen leiden tot een

wezenlijke andere inrichting van het plangebied. 115

_ Bouwactiviteit—

11.5.1

Algemeen

Algemeen

Het totaal aantal woningen binnen de functie 'Wonen! bedraagt maximaal 420 woningen, inclusief 5 woonwagenstandplaatsen.

11.5.2 3.

Verdeling prijsklassen

Van het totaal aantal woningen geldt dat minstens 70% van de woningen in de betaalbare prijsklasse moet worden gebouwd volgens onderstaande verdeling:

1.

afgerond 25% sociale huurwoningen, inclusief woonwagenstandplaatsen;

2.

minimaal 10% sociale koopwoningen goedkope koop;

3.

afgerond 10% geliberaliseerde woningen voor middenhuur en/of sociale koopwoningen betaalbaar laag;

4. b.

afgerond 25% sociale koopwoningen betaalbaar hoog.

De woningen in de hiervoor genoemde betaalbare prijsklassen dienen te voldoen aan de

instandhoudingstermijn conform artikel2.21. 116

_

Bouwactiviteit - Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende voorwaarden:

a.

als hoofdgebouw mogen worden gebouwd: 1.

grondgebonden woningen, waaronder begrepen: * _ ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand! uitsluitend vrijstaande woningen;

+ _ ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen; + _ ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd' uitsluitend aaneengebouwde woningen; * _ ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rug-aan-rug' uitsluitend woningen die

rug-aan-rug worden gerealiseerd; * _ ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - levensloopbestendig' worden woningen levensloopbestendig gerealiseerd;

* _ ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' uitsluitend woonwagens; 2.

ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' uitsluitend gestapelde woningen, waaronder mede wordt verstaan beneden-bovenwoningen;

b.

hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn of op een afstand van maximaal 2 m daarachter;

de goothoogte van grondgebonden hoofdgebouwen bedraagt maximaal 6 m; de bouwhoogte van grondgebonden hoofdgebouwen bedraagt maximaal 12 m; f.

_ de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld is als volgt:

1.

ter plaatse van de aanduiding 'maximaal 2 bouwlagen' maximaal 12 m waarbij geldt dat deze woningen als beneden-bovenwoningen worden uitgevoerd waarvan de bovenwoning onder de kap een woonlaag mag hebben';

g

2

ter plaatse van de aanduiding 'maximaal 3 bouwlagen' maximaal 12 m;

3.

ter plaatse van de aanduiding 'maximaal 4 bouwlagen' maximaal

15 m;

4.

ter plaatse van de aanduiding 'maximaal 5 bouwlagen' maximaal

18 m;

ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' gelden de volgende voorwaarden: 1.

hoofgebouwen

2.

de goothoogte bedraagt maximaal 4 m;

mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouw

3.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m.

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

93

11.7

_

11.7.1

Bouwactiviteit— Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken - vrijstaand, twee-aaneengebouwd, aaneengebouwd

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende voorwaarden: a.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande, een

twee-aaneengebouwde woning of hoekwoning bedraagt maximaal 30 m? per woning; b.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een tussenwoning bedraagt maximaal 15 m?,

c.

de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken

bedraagt maximaal 2,7 m;

de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 m; de (goot)hoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste gelijk zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag, verhoogd met 0,25 m, van het hoofdgebouw tot maximaal 4,5 m;

f.

bijbehorende bouwwerken dienen te worden gesitueerd 3 m achter de doorgetrokken voorgevellijn en ten hoogste 1 m voor de voorgevel van het aangrenzende hoofdgebouw;

g

uitbreidingen aan de zijkant van de woningen moeten minimaal 3 m achter de (doorgetrokken)

voorgevellijn worden gerealiseerd; h.

ten minste 60% van de gronden gelegen tussen het verlengde van de zijgevel(s) en en/of gemeenschappelijke scheidingsmuren moet onbebouwd en onoverdekt blijven met een minimum vrij

oppervlakvan 11.7.2

_35 m? voor zover de oppervlakte van de aan- en bijgebouwen meer bedraagt dan 6 m?.

Bijbehorende bouwwerken - rug-aan-rug en gestapeld

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende voorwaarden: a.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een rug-aan-rugwoning en gestapelde

woning bedraagt maximaal 15 m? per woning; b.

bijbehorende bouwwerken worden inpandig n het hoofdgebouw gebouwd.

11.7.3

Bijbehorende bouwwerken - woonwagen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende voorwaarden: a. b.

op iedere standplaats mogen aanbouwen worden gerealiseerd tot 12 m2; op iedere standplaats mag ten hoogste één berging en één ruimte voor sanitaire voorzieningen worden

gerealiseerd met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 20 m; c.

de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m.

11.7.4

Erkers

Voor het bouwen van erkers gelden de volgende voorwaarden:

2.

de bouwdiepte, gemeten vanafde gevel waar tegenaan wordt gebouwd, mag niet meer bedragen dan 1,5 m;

b.

de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de gevel waar tegenaan wordt gebouwd;

c _ indien de erker in de zijtuin wordt gebouwd, mag de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedragen dan 2 m; d.

de afstand tot het openbare gebied mag niet minder bedragen dan 3 m;

e. _ inafwijking van het bepaalde onder c en d geldt dat, indien de erker in de zijtuin van hoekwoningen wordt gebouwd, de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens (en het openbare gebied) niet minder mag bedragen dan1lm.

118

_ Bouwactiviteit - Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij grondgebonden woningen

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij grondgebonden woningen gelden de volgende voorwaarden:

94

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

3.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevelooilijn bedraagt maximaal 1 m;

b.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn bedraagt maximaal

2 m;

>oan

de bouwhoogte van lichtmasten, verkeersgeleiders en ander straatmeubilair bedraagt ma

119

_

aal 10 m;

de bouwhoogte van pergola's bedraagt maximaal 2,7 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 m;

de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen en carports bedraagt maximaal 20 m?. Bouwactiviteit - Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij gestapelde woningen

Voor het bouwen van overige bouwwerken geen gebouw zijnde, behorende bij gestapelde woningen gelden de volgende voorwaarden:

3.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan: 1.

2m voor erf- en terreinafscheidingen;

2.

10 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1110

_ Bouwactiviteit - Niet-geluidgevoelige gevel

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - niet-geluidgevoelige gevel' geldt dat de gevel aan de zijde van de rondweg een niet-geluidgevoelige gevel is waarvoor bouwkundige, geluidbeperkende

maatregelen getroffen moeten worden om te voldoen aan het wettelijk bepaalde binnenniveau. 1111

_ Bouwactiviteit - Omgevingsplanactiviteit

11.11.1

a.

Andere verhouding prijsklassen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in een andere verhouding in de betaalbare prijsklasse van sociale koopwoningen dan is opgenomen

b.

in artikel 11.5.2.

De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als:

1.

dit noodzakelijk is in verband met de prijsklasse en/of gewijzigde woningbouwbehoeften vanuit volkshuisvesting ten aanzien van de doelgroepen;

2.

ditast binnen de op dat moment geldende woningbouwafspraken die er zijn met de regio en de

provincie en/of in het gemeentelijk woonbeleid; 3.

ditpast binnen de sociale samenhang van het plangebied;

4.

de beoogde en/of gerealiseerde gezonde fysieke leefomgeving niet onevenredig wordt geschaad.

11.11.2 3.

Maatvoeringen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te (be)bouwen in strijd met artikel 11.5, 11.6 en 11.7;

b.

De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als: 1.

de in de regels gegeven maten, afmetingen tot niet meer dan 10% van die maten en afmetingen;

2.

de regels en toestaan dat het bouwvlak met maximaal 2 m wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;

3.

de bouw van bijbehorende bouwwerken en/of uitbreidingen van het hoofdgebouw zoals genoemd in artikel 11.7.1 onder e tot een afstand van maximaal 1 m voor de (doorgetrokken) voorgevellijn;

4.

het vergroten van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij vrijstaande of twee aaneen gesloten woningen of hoekwoningen van aangebouwde hoofdgebouwen zoals genoemd in artikel

11.7.1 tot maximaal 50 m?; S.

het vergroten van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij aaneengesloten woningen zoals

genoemd in artikel11.7.2 tot maximaal 30 m?; 6.

het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers,

kokers, lichtkappen en technische ruimten wordt vergroot, mits:

TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 21, Titel 21.3 Leesten Schouwbroek

95

+ _ de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer bedraagt dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak;

* _ de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw. 11.12

Maatwerkvoorschriften

Artikel 16 Maatwerkvoorschriften is van toepassing.

Artikel 12 121

Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde

_ Voorrangsregeling

De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2.

12.2

_ Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0301.TAMOP3-vs01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Waarde - Archeologie lage

verwachtingswaarde. 12.3

_ Bouwactiviteit - beoordelingsregels

12.3.1

3.

Aanvullende aanvraagvereisten

Bij de aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt naast de gegevens en

bescheiden zoals genoemd in 22.35, een rapport overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en

wethouders in voldoende mate is vastgesteld. b. _ Inafwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien één van de volgende situaties van toepassing is:

1.

de aanvraag om omgevingsvergunning heeft betrekking op de vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders;

2.

de aanvraag om omgevingsvergunning heeft betrekking op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering;

3.

het nieuw te bebouwen opperviak is niet groter dan 10.000 m?;

4,

naar het oordeel van het bevoegd gezag is de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie voldoende vastgesteld

12.3.2

Aanvullende vergunningvoorschriften

Indien uit het onder 12.3.1 onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in 12.3.1 onder b sub 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het

vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26: 3.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een

bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;

b.

de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen; of,

c.

de verplichting de activíteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch

deskundige en/of; d.

96

de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen

TAM-omgevingsplan

Hoofdstuk 21, Tite! 21.3 Leesten Schouwbroek

waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. 12.4

_ Aanlegactiviteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=ce64963d-27f7-4765-b1de-222e219a0c55