CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Zuidplas - NvB - 26 mrt - voor wederhoor - Reactie Zuidplas - REACTIE SME (002)

Gemeenteraad 19 januari 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rapport Duurzaamheid Groene Hart Rekenkamer11.155 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kansen voor Duurzaamheid in Zuidplas

Onderzoek Groene Hart Rekenkamer Nota van bevindingen versie voor wederhoor

Colofon In opdracht van Groene Hart Rekenkamer T.a.v. secretariaat

info@groenehartrekenkamer.nl

Opgesteld door SME

Hak van Nispen, Senior adviseur beleid & proces Jolien Kamermans, Adviseur beleid & proces nispen@sme.nl, kamermans@sme.nl

030 635 89 00

foto: Wilrooij / CC BY-SA (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) Utrecht, 26 maart 2020

Dit rapport is opgesteld door SME in opdracht van de Groene Hart Rekenkamer. Niets uit deze uitgave

mag op welke wijze dan ook worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van deze partijen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

2

Inhoud Inleiding

4

Bevindingen deelvraag 1: kaders

5

2.1

Inhoudelijke vormgeving duurzaamheidsbeleid

7

2.2

Procesmatig is vormgeving duurzaamheidskaders

8

2.3

Bijdrage van gemeentelijk beleid aan bovenlokale doelen

9

Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke prestaties

11

3.1

Waar staat de gemeente?

11

3.2

Inhoudelijke uitdagingen

15

Bevindingen deelvraag 3: proces

18

4.1

Interne samenwerking

18

4.2

Kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad

18

4.3

Externe samenwerking

19

Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording

23

Bijlage 2: landelijk en regionaal beleid

26

Bijlage 3: Lokaal Duurzaamheidsbeleid

30

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

3

Inleiding 1.1 Aanleiding onderzoek Duurzaamheid is een actueel onderwerp dat sterk in beweging is. Aan gemeenten wordt onder andere in het Klimaatakkoord een regierol toebedeeld bij verduurzaming van de gebouwde omgeving. En op energiegebied worden gemeenten geacht (in samenwerking met andere gemeenten in de regio) een

regionale energiestrategie (RES) en een transitievisie warmte (TVW) te maken. In gesprekken tussen de

Groene Hart Rekenkamer en de programmaraad kwam duurzaamheid als een interessant

onderzoeksonderwerp naar voren, net als het onderzoeksonderwerp ‘wonen’. Door middel van een focus op de ecologische effecten van duurzaamheid en de energietransitie wil de Groene Hart

Rekenkamer deze onderwerpen deels verknopen.

1.2 Doelstelling Doelstelling van dit onderzoek is inzicht te krijgen in op welke wijze het duurzaamheidsbeleid in de gemeente is vormgegeven en of de uitvoering effectief en efficiënt is. Daar wordt onder verstaan: o

de gemeenteraad inzicht bieden in waar de gemeente staat met betrekking tot de realisatie

van doelen en ambities,

o

de gemeenteraad inzicht bieden in de manier waarop de inzet van instrumenten bijdraagt aan

o

de gemeenteraad inzicht geven in hoe rollen nu ingevuld zijn en waar kansen voor verbetering

de realisatie van doelen en ambities,

en bijsturing richting de toekomst liggen.

1.3 Werkwijze Het onderzoek is gelijktijdig uitgevoerd voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda,

Waddinxveen en Zuidplas. Vooraf is een toetsingskader opgesteld, wat het beoordelingskader vormt

voor dit onderzoek. Eerst is er een bureaustudie gedaan om te bepalen waar de gemeente staat m.b.t. duurzaamheid en waar inhoudelijke uitdagingen liggen voor de komende periode. Door middel van interviews met medewerkers van de ambtelijke organisatie, college van B&W, gemeenteraad en

externe partijen is vervolgens een beeld verkregen van inhoudelijke prestaties en het gevolgde proces.

Tenslotte zijn de bevindingen geanalyseerd om te komen tot een conclusie. In Bijlage 1 is de onderzoeksverantwoording opgenomen.

1.4 Afbakening Afbakening ecologische duurzaamheid Duurzaamheid is een begrip dat specificatie behoeft. In een duurzame samenleving zijn people, planet

en profit met elkaar in balans. Vaak wordt duurzaamheid dan ook uitgesplitst in diverse thema’s

binnen elk van deze drie pijlers. In dit onderzoek is gekozen voor afbakening naar de pijler ‘planet’:

ecologische effecten. Dat betekent dat de pijlers ‘people’ en ‘profit’ buiten beschouwing blijven, wel komen zij aan bod als dat relevant is bij de behandelde thema’s. . De rekenkamer kiest voor verknoping van de onderwerpen ‘ecologische duurzaamheid’ en ‘wonen’.

Het onderzoek richt zich daarom op duurzaamheidsambities en doelstellingen in de gebouwde omgeving, voor de volgende thema’s waar ook landelijk momenteel het zwaartepunt op ligt:

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

4

o

Energietransitie: energiebesparing, opwekken van duurzame energie, aardgasvrij

o

Klimaatadaptatie: de inrichting van de (woon)omgeving zodat die bestand is tegen de

o

Circulaire economie: duurzaam/circulair bouwen, afval, circulair inkopen

o

Biodiversiteit: natuur, bijen en andere bestuivers, duurzaam beheer (FSC, MSC)

o

gevolgen van klimaatverandering, zoals hitte, droogte, grote hoeveelheden water

Duurzame mobiliteit: openbaar vervoer, fietsbeleid, elektrisch rijden, deelmobiliteit

Gemeentelijke invloed Binnen deze thema’s richt het onderzoek zich op gebieden waarop de gemeente invloed kan

uitoefenen. Als er (landelijk) ambities zijn gesteld op vlakken waarop de gemeentelijke invloed beperkt is, is dat benoemd.

1.5 Onderzoeksvragen Hoofdvraag

De hoofdvraag is: Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente inhoudelijk en procesmatig vormgegeven en is deze uitvoering effectief en efficiënt? De hoofdvraag is uitgesplitst in drie deelvragen: Deelvraag 1, kaders Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven 1.1

Welke landelijke en regionale kaders zijn er?

1.2

Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met

1.3

Draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen?

1.4 1.5

1.6

1.7

welke maatregelen wil de gemeente invullingen geven aan hun doelstellingen?

Zijn de gekozen maatregelen realistisch en bieden zij voldoende perspectief om beoogde

doelstellingen te behalen?

Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid? Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid?

Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen?

Deelvraag 2, inhoudelijke prestaties Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? 2.1

2.2

Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde

(recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welke doelstellingen zijn reeds behaald en welk effect is bereikt? Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode?

Deelvraag 3, proces Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving? 3.1

Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden invulling gegeven in het behalen van de beoogde effect en doelstellingen (incl. evalueren / bijstellen van beleid)?

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

5

3.2 3.3

Hoe en in hoeverre wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van uitvoering

van de beleidsdoelstellingen?

Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de

samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper

3.4

3.5

3.6

die het goede voorbeeld geeft.

Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering?

Hoe verloopt de samenwerking intern (gemeenteraad <--> college van B&W <--> ambtelijke organisatie)? Wordt er integraal gewerkt of zitten er tegenstrijdigheden in het werk van verschillende beleidsterreinen?

Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving?

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

6

Bevindingen deelvraag 1: kaders 2.1 Inhoudelijke vormgeving duurzaamheidsbeleid Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk is vormgegeven. 1.2 Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met welke maatregelen willen de gemeenten invullingen geven aan hun doelstellingen? De landelijke en regionale kaders zijn beschreven in de bijlage 2. Het eigen, lokale

duurzaamheidsbeleid van een gemeente wijkt hier soms van af, bijvoorbeeld omdat het al een paar jaar geleden is opgesteld terwijl het landelijke beleid zich momenteel in hoog tempo ontwikkelt, of

omdat de landelijke doelen in een bepaalde gemeente nauwelijks haalbaar zijn binnen de beoogde termijn. Het lokale duurzaamheidsbeleid van de gemeente Zuidplas is beschreven in bijlage 3.

Hieronder is een overzicht gegeven van de landelijke en lokale doelstellingen en ambities en de maatregelen waarmee de gemeente deze doelen wil behalen. Landelijke doelen (stand van zaken februari 2020) Energietransitie o 2050: Energieneutraal en aardgasloos o 2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990 o 1,5% energiebesparing per jaar o 2020: 14 % hernieuwbare energie; 2023: 16% (provincie Zuid-Holland acht 9% reëel)

Gemeentelijke doelen & beoogd effect

Gemeentelijke maatregelen

2050: energieneutraal

o

N.B. Gemeentelijke doelen worden binnenkort ‘overruled’ door de afspraken die via de regionale energiestrategie (RES) worden gemaakt

o

o

o o o o

Klimaatadaptatie o 2050: NL klimaatbestendig ingericht. o 2020: klimaatbestendig en waterrobuust handelen o 2019 stresstest, 2020 risicodialogen + uitvoerings- en investeringsagenda Circulaire economie o 2050: NL volledig circulair o 2030: 50% minder gebruik van primaire grondstoffen o 2020: 75% afvalscheiding en max. 100 kg restafval/inw*jr

o

klimaatbestendig Zuidplas

o o o

o

2020: 75 kg restafval

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

o o

opstellen transitievisie warmte (TVW) duurzame vastgoedportefeuille Verkennen mogelijkheden aardgasloos maken van bestaande wijken. alternatieve warmtevoorziening voor de glastuinbouw in deze collegeperiode geen windmolens duurzaamheidslening beschikbaar stresstest en risicodialoog zijn uitgevoerd uitvoeringsagenda duurzame leidraad inrichting openbare ruimte

faciliteren van initiatieven uit de samenleving Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen ondertekend en Actieplan MVI opgesteld

7

o o

2023: zoveel mogelijk gescheiden en max. 30 kg restafval maatschappelijk verantwoord inkopen

Biodiversiteit o beschermen van bestaande natuur o natuur in de samenleving o koppeling met andere maatschappelijke opgaven

Duurzame mobiliteit o 2030: voertuigen emissieloos (eigen wagenpark, doelgroepenvervoer, inkoop) o 2020: gemeentelijk plaatsingsbeleid laadpalen

o

hoogwaardig buitengebied

o

o

o

focus op bereikbaarheid en veiligheid

o o o o o

verbinden van thema’s water, lucht, bodemkwaliteit aan biodiversiteit en het ecologische systeem groenbeheer afgestemd op natuurontwikkeling en bescherming

Faciliteren elektrisch rijden Stimuleren fietsgebruik en OV Efficiënter benutten van wegennet deelauto’s duurzame mobiliteit van medewerkers

Lokaal belangrijk is het programma Duurzaamheid en klimaatadaptatie waarin het beleid voor de

onderwerpen [1] energie en warmte, [2] klimaatadaptatie, [3] circulaire economie en [4] leefomgeving is vastgelegd voor de periode 2020-2025. Met het aantreden van het college in 2018 is afgesproken

dat dit duurzaamheidsbeleid voor het eerst vorm gegeven zou worden, hetgeen nu een feit is. Daarbij

is ook meerjarig budget opgenomen voor capaciteit en middelen voor uitvoering van het programma.

2.2 Procesmatige vormgeving duurzaamheidskaders (participatie) Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid procesmatig is vormgegeven: 1.5 Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid? 1.6 Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid? 1.7 Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen? Participatie bij opstellen beleid Het collegeprogramma 2018-2022 is van juli 2018, het programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie 2019-2025 is in mei 2019 vastgesteld. In het plan is niet aangegeven hoe dit met interne of externe

stakeholders is afgestemd. Ook uit de interviews met externen is niet naar voren gekomen dat het

beleid samen met hen is ontwikkeld. Bedrijven kennen het beleid en de doelstellingen niet. Uit de 4 gekozen thema’s energie, klimaat, circulair en leefomgeving maken wij wel op dat daarover intern

afstemming is geweest. Projectleider is daar hard mee aan het werk geweest bij het opstellen van het plan. Toen het stuk bij de raad lag heeft het bewonerspanel input geleverd.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

8

Bij het opstellen van de Regionale Energiestrategie (RES) zijn overheden en maatschappelijke partijen betrokken: partijen als gemeenten, provincie, waterschappen, energiecooperaties,

duurzaamheidsplatforms (zowel van bedrijven als van inwoners), woningcorporaties,

onderwijsinstellingen, LTO, milieufederatie, Stedin, Alliander. Zij zijn vertegenwoordigd in de

stuurgroep (bestuurlijk niveau) en de werkgroepen (operationeel niveau) voor elk van de drie programmalijnen elektriciteit, warmte en communicatie/besluitvorming. Participatie beschreven voor de uitvoeringsfase In het hoofdstuk stakeholders van het programma D&KA staat dat samenwerking met de volgende

stakeholders ‘doorslaggevend’ is: inwoners, bedrijven, overheden en waterschappen, netbeheerders, woningcorporaties, andere gemeentes voor intergemeentelijke samenwerking, ODMH, en het duurzaamheidsplatform Zuidplas. Interne integrale doorwerking In het programma D&KA zijn de doelen en ambities volgend aan het landelijk beleid. De doelen zijn niet SMART 1 gemaakt. Zo is op energiegebied het landelijke doel energieneutraal in 2050 overgenomen en is daarna een verkenning weergeven wat wel en niet zou kunnen.

Het programma D&KA werkt goed door in andere beleidsvelden binnen de gemeente. Het

energiebeleid krijgt via de regionale energiestrategie (RES) en transitievisie warmte verder vorm. Het

regionaal convenant RES MH was daarbij het vertrekpunt. De stimulering naar woningen loopt via een stimuleringsbeleid voor huurders en kopers.

Het groenbeleid is breed geformuleerd zodat daar de ruimte is om een verduurzaming door te voeren en groenbeheer duurzaam aan te besteden. Het klimaatbeleid vindt zijn weg in ‘regulier’ beleid zoals

het verbreed gemeentelijk rioleringsplan en de (duurzame) leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR) Het mobiliteitsbeleid is neergelegd in de mobiliteitsvisie 2015, dus voor het programma D&KA. Intern en extern wordt geconstateerd dat de visie breed van aard is. Vanuit raad en bedrijfsleven wordt

aandacht gevraagd voor het dichtslibben van de gemeente, zeker als Gouwe park helemaal gevuld is en het 5e dorp er komt. Ook de stimulering van fiets, OV en elektrische rijden wordt door het

bedrijfsleven als weinig actief gezien. Het duurzaamheidsbeleid werkt nog onvoldoende door in het mobiliteitsbeleid.

2.3 Bijdrage van gemeentelijk beleid aan bovenlokale doelen Toetsingscriterium

Constatering

Is de uitvoering effectief? 1.3 In hoeverre draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen? 1.4 Zijn de gekozen maatregelen realistisch en is het aannemelijk dat hiermee de beoogde (eigen, lokale) doelstellingen worden behaald? Per thema (zie landelijk beleid in bijlage 2):

1

Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgeboden

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

9

•

Klimaatadaptatie: met de stresstesten en risicodialogen is/wordt voldaan aan landelijk beleid. Het beleid wordt verder uitgewerkt in de leidraad inrichting openbare ruime (LIOR) en rioleringsplan en bouwopgaven. Op deze manier wordt ‘klimaatbestendig’ vastgelegd in lokaal beleid

(Deltabeslissing: vanaf 2020 moeten gemeenten klimaatbestendig handelen). De uitkomsten van de risicodialogen komen in de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Dat wil niet zeggen dat

Zuidplas als laagste punt van Nederland klaar is, maar wel dat dit in beleid verankerd is en een bijdrage geeft aan landelijk beleid waar mogelijk. •

Energie: Zuidplas levert haar bijdrage aan de regionale energiestrategie (RES) en stelt een

transitievisie warmte op. Landelijk moet blijken of de RES-sen samen voldoende besparing en

opwekking en kunnen bieden. Provinciaal beleid/ coalitieakkoord kan daarin belemmerend werken om verdergaand doel voor wind en zonneweides te formuleren. Via de doelen uit het convenant

RES-MH, de RES, en de transitievisie warmte draagt Zuidplas bij aan de realisatie van het landelijk beleid. •

Circulair economie: zit in het programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie. De projectleider Circulaire Economie is bezig om dit verder uit te werken. Het Manifest maatschappelijk

verantwoord inkopen (MVI) is getekend. Afvalbeleid is gericht op landelijke doelen en voor de

korte termijn iets ambitieuzer dan de landelijke doelen. In welke mate het landelijk doel ‘in 2030

50% minder gebruik van primaire grondstoffen’ invulling krijgt is nog niet bekend, mogelijk dat dit bij de uitwerking Circulaire Economie wordt vormgegeven. •

Mobiliteit: mobiliteitsvisie 2015 is breed. Voor goede bereikbaarheid, en slimme oplossingen voor OV/fiets en elektrificatie van het vervoer met o.a. meer laadpalen en eigen autopark van de gemeente, liggen er nog de nodige uitdagingen.

•

Biodiversiteit: het groenbeleid is breed geformuleerd om daar duurzaam invulling aan te geven. Voor de openbare ruimte wordt de LIOR opgesteld. Rekening wordt gehouden met

klimaatadaptatie. Bij aanbestedingen voor groenbeheer wordt rekening gehouden met

duurzaamheid. Landelijk beleid voor meer groen in de openbare ruimte zal ook via de

omgevingsvisie invulling moeten krijgen.

Voor de uitvoering van het programma D&KA was afgesproken dat de raad jaarlijks over het budget zou besluiten, inmiddels heeft de raad besloten structureel budget hiervoor toe te kennen. Voor de

duurzaamheidslening geldt dat de raad en hoger bedrag heeft vrijgemaakt dan waar ambtelijk om was gevraagd.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

10

Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke prestaties 3.1 Waar staat de gemeente? Toetsingscriterium Waar staat de gemeente? 2.1 Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welk resultaat is bereikt op elk thema?

Er is niet gerekend ‘van maatregel naar effect’, d.w.z. er is niet in detail nagegaan in hoeverre elke

voorgenomen maatregel daadwerkelijk is uitgevoerd en hoe deze heeft bijgedragen aan de eigen

doelstelling. Wel is op een hoger niveau gekeken naar de overall prestatie op elk thema. Zo wordt

duidelijk op welk(e) (sub)thema(’s) er voor de gemeente extra inspanningen wenselijk zijn om de eigen en/of landelijke doelen te behalen. Of de gemeente deze inspanningen ook daadwerkelijk kan leveren, is niet alleen afhankelijk van beschikbare capaciteit, budget en bestuurlijke focus, maar vaak ook van externe factoren, zoals beschikbare ruimte of beperkende regelgeving.

Om inzicht te krijgen in de overall prestatie van de gemeente is gebruik gemaakt van verschillende landelijke benchmarks 2: o

de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI, versie 2018 -de meest recente versie op het

moment van onderzoek)

o

de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten (Telos, versie 2018-de meest recente versie op

o

Afvalmonitor (ministerie van I&W), gegevens 2018

3.1.1

Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI) 2018

het moment van onderzoek)

Bij de gemeentelijke DuurzaamheidsIndex (www.gdi.databank.nl) scoort Zuidplas een 6,0 voor

duurzaamheid in het algemeen. Het landelijk gemiddelde is 5,8. Op het onderdeel milieu en energie scoort Zuidplas 5,2, het landelijk gemiddelde is 5,1. Zuidplas scoort zeer slecht op •

• • • •

Vervoerswijze

(Score 3,1; NL 3,9)

Hernieuwbare energie

(Score 1,7; NL 5,75)

Natuur

(Score 1,9%; NL 12,5%)

CO2 uitstoot woningen Water

(Score 1,69; NL 2,01)

(Score 3,3; NL 3,4)

De score voor afvalscheiding is hoog (70% in Zuidplas, landelijk 55%). Energiegebruik is zeer goed (6.493 kWh/inwoner; landelijk 7.994 kWh/inwoner) 2

Daarnaast is de Klimaatmonitor beschikbaar, waarin op gedetailleerder niveau informatie beschikbaar

is. Dat detailniveau voert te ver voor dit onderzoek. Ook is Waarstaatjegemeente.nl beschikbaar.

Hiervan is geen gebruik gemaakt omdat deze monitor grotendeels gebaseerd is op dezelfde informatie als de GDI.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

11

3.1.2

Nationale monitor duurzame gemeenten

TOTAALSCORE SCORE 48.0

RANK 260

ONTWIKKELING 28

SOCIAALCULTUREEL KAPITAAL SCORE RANK 50.0 288

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

ECOLOGISCH KAPITAAL SCORE 44.1

RANK 347

ECONOMISCH KAPITAAL SCORE RANK 50.0 68

12

De totaalscore is plaats 260 van 380 onderzochte gemeenten en de score op ecologisch kapitaal is

plek 347 van de 380 onderzochte gemeenten. 3.1.3

Inhoudelijke prestaties uitvoering beleid

Het beleid uit het Programma Duurzaamheid en Klimaatadapaties (D&KA) is pas een half jaar oud en

toch zien wij dat het een grote doorwerking heeft in de andere beleidsvelden en dat duurzaamheid

binnen de gemeente ‘leeft’. Waar mogelijk wordt er in aanbestedingen, werkzaamheden, nieuw beleid rekening gehouden met duurzaamheid. Raad, college en ambtenaren hebben daarin een collectieve

samenwerking die gebaseerd is op het programma. Budget en capaciteit worden als goed ervaren. Binnen de kaders van de raad wordt de uitvoering van het programma ambtelijk ingevuld.

Ambtenaren werken met een projectenkalender waarin is aangegeven welk onderdeel van het

programma wanneer wordt uitgevoerd. De afdeling economie zoekt bijvoorbeeld wel de verbinding.

Gemeente zit in de opstartfase, sommige dingen gaan nu echt lopen uit het programma D&KA,

andere moeten nog starten. Binnen de ambtelijke organisatie is wel het bewustzijn dat er wat moet gebeuren. Men kijkt daarbij wel naar het team duurzaamheid: ‘wat moeten we doen en hoe?’.

In de vorige collegeperiode stond duurzaamheid niet hoog op de agenda. Vanuit landelijk beleid

liggen er nu concrete opgaven, waardoor het huidige college de urgentie duidelijk voelt. Met het

huidige programma D&KA is een inhaalslag gepleegd, de hele gemeente is er mee bezig. Dit werkt ook door in de participatie voor onder meer de omgevingsvisie. •

Energie: Het beleid uit het regionaal convenant 2018-2025 is ambitieus. 3,9 PJ besparen en 4,9 PJ duurzame energieopwekking (1PJ is energiegebruik van 15.000 huishoudens) is aanzienlijk. Deze

en landelijke doelen (2020 14% duurzame energieopwekking en 1,5% besparing per jaar) haalt de gemeenten Zuidplas niet. Tot 2017 werd een kleine stap voor energieopwekking gezet van 2,0%

door voornamelijk zonne-energieprojecten (Bron: voortgangsrapportage Zuidplas Enervisa 2017).

In de regionale energiestrategie (RES) en transitievisie warmte krijgt het beleid verder vorm en het is te vroeg om daar nu een oordeel over te vormen, hetgeen niet wegneemt dat de taakstelling voor opwekking en besparing aanzienlijk is/wordt.

In het convenant staat dat Liander meewerkt aan de warmtetransitieplannen, de energieinfra-

structuren zal optimaliseren en enkele glastuinbouwprojecten zal steunen. Vanuit het bedrijfsleven zijn er grote vraagtekens bij de beschikbare capaciteit en opslag. Het bedrijfsleven constateert schommelingen in de levering en voorziet dat duurzaam opgewekte energie niet via het net

verwerkt kan worden. De komst van het 5e dorp met meer inwoners baart hen daarbij zorgen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

13

Bron: voortgangsrapportage Zuidplas Enervisa 2017. Bewonerspanel wonen: • We hebben de inwoners een aantal vragen gesteld over hun woonplannen. Iets meer dan de helft van de inwoners (54%) zou alleen zelf investeren in maatregelen waarmee ze hun hun elektriciteit en stookkosten kunnen verlagen als ze subsidie krijgen. Iets minder dan een derde (31%) zou dat ook zonder subsidie doen. Uit analyse blijkt dat bij inwoners die een huis huren de animo beduidend lager is: 46% zou alleen met subsidie investeren en 20% van de huurders zou dat ook zonder subsidie doen. Bewonerspanel duurzaamheid: • De inwoners zijn grotendeels onbekend met de lokale organisaties/initiatieven op het gebied van duurzaamheid; 85% kent geen enkel(e) organisatie/initiatief. Het bekendste initiatief is Duurzaamheidsplatform Zuidplas, maar slechts 8% van de inwoners kent dit initiatief. • Inwoners geven met name aan geld/subsidie (62%), ontzorging door de gemeente (41%), goede voorbeelden (40%) en informatie over duurzaamheid in het algemeen (38%) nodig te hebben. Een klein gedeelte (7%) van de inwoners wil geen extra duurzame maatregelen treffen. • We zien dat de inwoners net zo veel verantwoordelijkheid bij de gemeente leggen als bij zichzelf. • Wel vind ook een groot deel van de inwoners (90%) dat de gemeente inwoners wel moet faciliteren duurzame maatregelen te kunnen treffen.

Ook vindt het merendeel van de inwoners (83%) dat de gemeente inwoners met duurzame ideeën moet ondersteunen. Bewonerspanel:

• •

Iets meer dan de helft (52%) van de inwoners zou meedoen als hun straat of buurt gezamenlijk zonnepanelen zou inkopen. Slechts 16% zou dit niet doen. Bijna drie vijfde (59%) van de inwoners zou meedoen als hun straat of buurt gezamenlijk alle woningen beter zou isoleren.

De gemeente heeft voor energie bij bewoners ingezet op samenwerking met de woningbouw-

corporatie en een stimuleringsbeleid vanuit het Duurzaam Bouwloket, vouchers e.d.. Zoals ook uit bovenstaande raadpleging blijkt is er een positieve grondhouding bij bewoners, maar ervaren zij beperkt facilitering en ontzorging door de gemeente.

•

Voor klimaatadaptatie geldt dat de klimaatstresstesten zijn uitgevoerd en de knelpunten die daaruit naar voren gekomen zijn, zijn specifiek benoemd (zie bijlage 3). In het verbreed

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

14

gemeentelijk rioleringsplan en waterplan wordt hier aandacht aan gegeven alsmede in de nieuwe Leidraad (Duurzame) Inrichting Openbare Ruimte. De risicodialogen zijn gestart. De gemeente geeft zo lokaal invulling aan landelijke en regionale doelen.

•

De projectleider circulaire economie moet haar beleid nog verder invulling geven. Door de

verhoogde aandacht voor energie, klimaat en omgevingsvisie ontbreekt het aan tijd en geld om

sterk op circulaire economie in te zetten vanuit de gemeente. Vele gemeenten hebben nog geen beleid voor circulaire economie, dus daar loopt Zuidplas voorop. Invulling van maatschappelijk verantwoord inkopen geschiedt waar mogelijk, maar is afhankelijk van de ambtenaar die de uitvraag doet. Het wordt altijd wel aangegeven.

Voor huishoudelijk afval heeft Zuidplas 70% afvalscheiding weten te realiseren (percentage voor 2017, Gemeentelijke Duurzaamheidsindex). De landelijke doelstelling is 75% in 2020 en 100kg

restafval/inwoner/jaar in 2020. Zuidplas voldoet met de scheiding bijna aan deze doelstelling. In 2017 was de hoeveelheid restafval 201kg/inwoner/jaar, de situatie in 2018 was 137kg/restafval/inwoner/jaar en 70% scheiding.

Actieplan MVI: ‘In de jaarverslagen van de gemeente komt een duurzaamheidsparagraaf waarin

MVI / duurzaamheid een vast onderwerp gaat worden waarin de behaalde resultaten en eventuele verbeterpunten zijn opgenomen.’

•

Mobiliteit: de mobiliteitsvisie uit 2015 wordt als niet actueel ervaren. De ontwikkelingen van het groeiend aantal inwoners, 5e dorp, dichtslibben van wegen en een andere mobiliteitsbehoefte

leiden ertoe dat raad en bedrijfsleven aangeven dat het beleid niet adequaat meer is. De vraag is of het lokaal beleid voldoende is om mee invulling te geven aan regionaal/landelijk beleid, bijvoorbeeld rond elektrisch vervoer, OV en fiets. •

Biodiversiteit: Het Groen/ruimtelijke ordeningbeleid is breed geformuleerd zodat er voldoende

ruimte is om in de realisatie aandacht te geven aan duurzaamheid. Waar mogelijk wordt dit dan

ook meegenomen. Bij alle aanbestedingen van beheer van openbaar groen is duurzaamheid ook

meegenomen. Voor groen is er voldoende capaciteit en budget beschikbaar.

3.2 Inhoudelijke uitdagingen Toetsingscriterium 2.2

Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode?

Energietransitie 1.

De grootste uitdaging ligt op dit moment ligt bij de energietransitie. De ontwikkeling van de

regionale energiestrategie (RES), transitievisie warmte en komen tot een aanpak voor aardgasvrije wijken is de komende tijd voor alle gemeenten in het land een grote opgave. Naast beleid en doelen gaat het ook om het betrekken van de stakeholders, als bedrijfsleven, organisaties,

woningbouwcorporaties, netbeheerders en bewoners. De technische en ruimtelijke en sociale

gevolgen en mogelijkheden worden momenteel voor de regio en voor Zuidplas in kaart gebracht. Een grote uitdaging lijkt er te liggen bij voldoende netcapaciteit, waar de netbeheerder niet ‘speculatief’ de capaciteit mag uitbreiden. Daarbij komen ook vraagstukken naar voren als

wel/geen warmtenet vanuit de haven van Rotterdam en wel of geen windmolens in het Groene Hart.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

15

Klimaatadaptatie 2.

De komende tijd moet op basis van landelijke afspraken een uitvoeringsagenda worden opgesteld, waarmee een klimaatbestendige inrichting bereikt wordt, waarbij ook aandacht moet zijn voor de

uitkomsten van de stresstesten en risicodialogen. Het Groene Hart is als een van de laagstgelegen punten van Nederland kwetsbaar. Grotendeels is/wordt klimaatbestendigheid al meegenomen in het verbeterd rioleringsplan en de ontwikkeling van de duurzame leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR). Uit de stresstest (of kwetsbaarheidanalyse) blijkt dat het zwaartepunt van de

klimaatopgave van Zuidplas ligt in de categorie wateroverlast met 17 aandachtsgebieden en overstromingen. Enkele tientallen panden per woonkern lopen een groot risico op overlast en schade, en veel wegen zijn niet of nauwelijks begaanbaar na hevige regenval. De kwetsbaarheid voor overstromingen wordt met name veroorzaakt door de grote inundatiedieptes in het geval van een overstroming, de score valt lager uit omdat er op dit moment al projecten lopen om de overstromingskans terug te dringen. Hitte en droogte scoren grofweg gemiddeld. Circulaire economie 3.

De hoeveelheid huishoudelijk restafval moet verkleind worden van de huidige 122 kg/inwoner naar 100 kg in 2020 (en 30 kg in 2025). De gemeentelijke doelstelling is 75kg in 2020. Een

gemeente kan een voorbeeldrol pakken als het gaat om duurzaamheid. Door echt werk te maken van circulair/maatschappelijk verantwoord inkopen (deelname aan Manifest MVI). Duurzame mobiliteit 4.

Mobiliteit komt in de interviews met raad en bedrijfsleven naar voren als een knelpunt. De huidige capaciteit lijkt niet berekend op de groei aan mobiliteit, de andere mobiliteitsbehoefte van

inwoners (jongeren ontwikkelen een andere mobiliteitsvraag), de elektrificatie en het 5e dorp. De mobiliteitsvisie uit 2015 lijkt niet meer voldoende actueel om als het mobiliteitsbeleid van de

gemeente te kunnen fungeren. Herziening of geactualiseerde uitwerking lijkt nodig. Aspecten die genoemd zijn: stimuleren fiets en OV; jongeren gebruiken meer OV; elektrificatie auto’s en

transport; N219; hefbruggen; brug langs A12; trainstation 5e dorp; ontsluiting 5e dorp; doortrekken metro vanuit Rotterdam; metrolijn Aarlanderveen-Aalsmeer; opheffen bus Gouwepark terwijl park nog niet af is. Tenslotte ligt er een uitdaging in het verankeren van duurzaamheid in

inkooptrajecten voor vervoer (eigen wagenpark incl. vaartuigen, doelgroepenvervoer). Ook is er

een rol voor de gemeente in het faciliteren van de ontwikkeling naar fietsen, elektrisch vervoer en vervoer op waterstof. Biodiversiteit 5.

Om biodiversiteit te behouden en te versterken moeten er voldoende middelen gereserveerd

worden. De score van 1,9% natuur in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (landelijk gemiddelde 12,5%) is erg laag. Ook op water is de score in de landelijke index met een 3,3 erg laag. Er is beleid voor snippergroen, bomenbeleidsplan, en een Leidraad inrichting openbare ruimte, maar die

geven nog geen impuls aan biodiversiteit. Overall 6.

De ruimtelijke inpassing van maatregelen gericht op (duurzame) energie en het 5e dorp in relatie tot een toekomstbestendige gemeente met voldoende groen, bedrijvigheid, mobiliteit etc. vergt een goede afweging. De ontwikkeling van de omgevingsvisie en het daaruit voortvloeiende

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

16

omgevingsplan kan niet losgezien worden van het beleid ten aanzien van duurzaamheid en klimaatadaptatie. 7.

De participatie bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid was vooral intern. Externe

stakeholders worden vooral geconfronteerd met óf input leveren voor beleid, óf activiteiten zoals duurzame dagen, duurzaamheidslening, vouchers voor energiebesparing e.d. Het is begrijpelijk

dat vanuit het programma ingezet wordt op grote veranderingen als warmtenetten en aardgasvrije wijken, maar het is tegelijk een gemiste kans om de participatie vanuit bedrijfsleven en bewoners te negeren. Juist de initiatieven uit de samenleving zelf kunnen met enige vorm van facilitatie,

onderling contact, seed money, samenwerking etc. een grote bijdrage leveren aan de opgaven waar de gemeente voor staat. Meer in brede zin is het wenselijk om de participatie in de

samenleving en het netwerk van partijen uit te bouwen en te kijken hoe de gemeente daar een

impuls aan kan geven. Participatie is van groot belang om de hele samenleving energieneutraal, klimaatbestendig en circulair te krijgen. De gemeente heeft een rol in het informeren, motiveren, stimuleren, faciliteren en met elkaar in contact brengen van inwoners, bedrijven en

(maatschappelijke) organisaties om te investeren in deze ontwikkeling. Dat betekent dat de

gemeente goed inzicht moet krijgen in de belangen en behoeften van deze partijen en hierop

moet inspelen. Daarbij is het ook van belang om uit te zoeken hoe de ‘grote middengroep’ bereikt kan worden. De voorlopers krijg je wel mee en investeren in de achterblijvers levert niets op, maar die grote middengroep moet de zo hard nodige versnelling gaan opleveren. 8.

Overall is de uitdaging om binnen het duurzaamheidsbeleid van gemeente en regio de

verbinding te maken tussen de onderdelen. Er spelen een aantal complexe opgaven tegelijkertijd: in 2050 moet Nederland energieneutraal (klimaatneutraal, CO2-neutraal), klimaatbestendig (water, hitte, droogte) en circulair (grondstoffen) zijn. De gemeente heeft er een rol in om te zorgen dat de ene ontwikkeling niet ten koste gaat van de andere en dat de ruimte weloverwogen wordt verdeeld.

9.

Er is inzicht nodig in wat er nodig is om de doelen te behalen en of dit beschikbaar (te maken) is. Deze behoefte bestaat intern, zodat er meer grip ontstaat op de uitvoering en voortgang. Ook is

deze behoeft er bij inwoners en bedrijven, zij willen graag weten wat er van hen verwacht wordt en in welke mate en hoe de gemeente daarbij ondersteunt.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

17

Bevindingen deelvraag 3: proces In dit hoofdstuk is beschreven op welke manier intern en extern wordt samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities. Er is aangegeven welke rol de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving hebben.

4.1 Interne samenwerking Toetsingscriterium Op welke manier wordt intern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities?

Interne samenwerking gemeenteraad, college van B&W, ambtelijke organisatie De interne samenwerking tussen de beleidsafdelingen is goed. In het programma D&KA is de brug geslagen met de andere beleidsvelden en in die velden wordt met nieuw beleid en de realisatie rekening gehouden met de duurzaamheidsambities.

De wethouder fungeert samen met het college als trekker en kan rekenen op een brede steun van de

raad hetgeen o.a. tot uiting komt met een structureel budget en hoger dan gevraagd budget voor de duurzaamheidslening (zie vorige paragraaf). Ambtelijk worden de raadsvragen wel als een extra

belasting van de beschikbare capaciteit genoemd. Zij hopen dat de instelling van een raadscommissie duurzaamheid vermindering in het aantal vragen brengt. Anderzijds zijn de grote transities van energie, klimaat en grondstoffen zo complex en veelomvattend dat de vragen logisch zijn.

4.2 Kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad Toetsingscriterium Welke rol heeft de gemeenteraad? 3.1 Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden invulling gegeven in het behalen van beoogde effect en doelstellingen (incl. evalueren / bijstellen van beleid)? 3.2 Hoe en in hoeverre worden de gemeenteraden geïnformeerd over de voortgang van uitvoering van de beleidsdoelstellingen? Met het programma D&KA is een versnelling ingezet met bijbehorende capaciteit en middelen. Raadsbreed is er steun voor het maken van snelheid, dit heeft nog een duwtje gekregen door

rijksbeleid op het gebied van energie en klimaat. De raad typeert het zelf als ‘wij doen goed mee als

kleine gemeente in het 2e peloton’, met een focus op praktische zaken. De raad is daarin kritisch en noemt het beleid nog ‘afwachtend/conservatief’. Op het vlak van circulair, duurzaam inkopen,

duurzaam bouwen, klimaatadaptatie, duurzame energie, mobiliteit kan Zuidplas nog veel doen.

Mobiliteit wordt als het zwakste punt aangeduid door de raad. Het programma D&KA geeft wel impuls aan deze onderwerpen.

De raad acht haar deskundigheid adequaat voor het stellen van kaders en het voeren van controle. Het is niet nodig dat de raad zelf expert wordt. Desgewenst kunnen partijen te raden gaan bij de

wetenschappelijke bureaus van de landelijke politieke partijen. Er is besloten een aparte commissie

duurzaamheid en klimaat in te stellen, zodat een aantal raadsleden daar een nauwere betrokkenheid op kan ontwikkelen (motie 180).

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

18

De betrokkenheid van de raad bij de RES is nihil, terwijl betrokkenheid op dit onderwerp wel gewenst is, ook bij de transitievisie warmte, aardgasvrije wijk(en) en straks bij de omgevingsvisie. Hoewel dit

niet verplicht is, heeft Regio Midden Holland afgesproken om de concept RES aan de raden voor te

leggen: ‘zodat u de gelegenheid heeft te toetsen of de concept-RES past binnen het door u vastgestelde programma. Tevens biedt het de gelegenheid om verder richting te geven aan de ‘echte’ RES 1.0, die in het eerste kwartaal van 2021 moet worden vastgesteld.’. De regionale samenwerking is daarin niet

optimaal. Het Groene Hart en Zuidplas kan relatief weinig doen voor duurzame energieopwekking. Het gezamenlijk beleid voor de energietransitie heeft verstrekkende gevolgen voor bewoners en bedrijven. De raad wacht ook af waar het college mee komt en welke financiering het rijk daaraan toevoegt.

Ambtelijk wordt geconstateerd dat de raad bij beleidsafwegingen nog te veel naar de investeringskosten kijkt in plaats van de life cycle kosten. Duurzame maatregelen verdienen zich vaak op lange termijn terug maar vergen op korte termijn een hoger investeringsbedrag.

Een intensieve communicatie met bewoners en samenwerking met woningbouwcorporaties e.d. is

cruciaal. De raad constateert dat de communicatiestrategie van de gemeente nog gericht is op zenden

(nieuwsbrieven, website, duurzame dagen). Dit beeld past bij de uitdaging dat de participatie en samenwerking met de samenleving beter kan.

Overall beeld is dat het college met het programma D&KA een inhaalslag heeft gepleegd die nu goed doorwerkt in de diverse beleidsvelden en in de ambtelijke organisatie. Er is brede steun bij de gemeenteraad om de versnelling door te zetten en het nieuwe verplichte beleid voor de

energietransitie en klimaat vorm te geven. De raad pakt daarin haar kaderstellende en controlerende

rol op basis van wat zij aangereikt krijgt. Jaarlijks is er controle via de voortgangsrapportage in relatie tot de meerjarenbegroting.

Ambtelijk wordt gesignaleerd dat de raad positief betrokken is bij duurzaamheid en dat dit leidt tot

veel vragen. Dit vergt veel tijd van het ambtelijk apparaat, inclusief afstemming met het college en de

raadsvergaderingen zelf. Enerzijds is de betrokkenheid een groot goed en is het vertrouwen dat voor de uitvoering van het duurzaamheidsprogramma is gegeven groot (meerjarenbudget; grote

duurzaamheidslening; financiële ruimte in het programma). Anderzijds is een bredere steun voor

hogere kosten voor duurzaamheid (als life cylce kosten op lange termijn lager zijn dan de korte termijn investeringen en gebruikskosten) wenselijk.

4.3 Externe samenwerking Toetsingscriterium Welke rol heeft de gemeente? 3.3 Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft. Welke rol hebben partijen in de samenleving? 3.4 Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering? Op welke manier wordt extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.6 Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving?

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

19

Sinds het programma D&KA is de versnelling zichtbaar intern. Externe partijen worden geïnformeerd via website, nieuwsbrieven, Duurzame dagen, duurzaamheidslening e.d. De raad typeert dit nog als

‘zenden'. Ondernemers geven aan dat zij het beleid en dus de doelen ook niet kennen en daarom niet weten of en hoe zij daar een bijdrage aan (kunnen) leveren. Stel dat de gemeente een concreet doel

stelt voor het aantal elektrische laadpalen dan kunnen bedrijven daar hun eigen doel tegenaan zetten. Ondernemers vinden het jammer dat zij wel betrokken worden voor input bij beleid, zoals met een

goede workshop over de toekomstige energievraag, maar dat zij daarna niets meer horen; noch van

het beleid dat ontwikkeld is, noch wat er verwacht wordt, noch wat er kan. Ondernemersverenigingen zouden bijvoorbeeld de workshop ook met hun ondernemers willen houden.

De activiteiten zoals de Drie Duurzame Dagen (10-11-12 oktober 2019) en de Kinderklimaattop krijgen veel aandacht met redelijk tot goede deelname. Op die manier worden inwoners ook betrokken met hun eigen oplossingen en kunnen zij kennis krijgen. Bij Duurzaam Bouwloket kunnen zij aanvullende informatie krijgen.

De focus vanuit college en ambtenaren ligt bij de grote veranderingen zoals warmtenetten en

aardgasvrijewijken en duurzame energieopwekking centraal en daarnaast wordt ondersteuning

geboden aan bewoners. Bij bedrijfsbezoeken van het college wordt wel gevraagd naar duurzaamheid, maar dat blijft beperkt tot de bezochte bedrijven. Daarmee wordt de participatie niet aangejaagd en worden bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties ‘geen collectief eigenaar van de

vraagstukken en oplossingen’. Samenwerking met de samenleving en daartoe de communicatie en participatie wordt bestempeld als ‘0’. Rol van de gemeente In Figuur 1 is het model van de NSOB opgenomen met de sturende rollen die gemeenten kunnen

innemen. Uit het onderzoek komt naar voren dat Zuidplas werkt vanuit de overheid naar de

samenleving (top down). De gemeente werkt vanuit randvoorwaarden naar resultaten: de gemeente

bepaalt de kaders en de benodigde acties en zoekt van daar uit naar aansluiting bij de samenleving, in

het geval van Zuidplas door de samenleving te betrekken bij maatregelen en activiteiten. Zuidplas kan gekenschetst worden als een presterende overheid, stappen richting samenwerkende overheid zijn nog bescheiden en ingegeven vanuit de gemeentelijke taakstellingen en gemeentelijk beleid.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

20

Figuur 1 Verschillende vormen van overheidssturing (bron: ‘Sedimentatie in sturing, Systeem brengen in netwerkend werken door meervoudig organiseren’, NSOB-publicatie 2015)

Rol van partijen in de samenleving Het beleid van het programma D&KA is onbekend bij bedrijven. Omdat zij de doelen niet kennen

weten zij ook niet of zij daar een bijdrage aan (kunnen) leveren. Het is aannemelijk dat dit ook geldt

voor organisaties en inwoners. Partijen worden geconfronteerd met acties waar zij wel of niet aan mee (kunnen) doen. Bedrijfsleven geeft aan dat de organisatiegraad in Zuidplas minder is dan in Gouda en dat overkoepelend overleg via de voormalige FOZ (Federatie Ondernemersverenigingen Zuidplas)

goed zou zijn. Stel dat een van de doelen is om meer elektrisch transport en meer laadpalen te krijgen in de gemeente, dan zou de FOZ samen met de drie ondernemersverenigingen (OVM, OZKM, en

VION) en VVE Gouwepark daar eigen doelen voor kunnen formuleren van xx laadpalen in 20yy. Op dit moment loopt de communicatie vooral via de accountmanager bedrijven. Maar bedrijven en ondernemersverenigingen kennen zeker niet al het beleid van de gemeente.

Omgekeerd geldt dat bij bedrijven ook autonoom duurzame ontwikkelingen plaatsvinden die de

gemeente niet kent en die wel van invloed kunnen zijn op de realisatie van het beleid. Het college

heeft regelmatig bedrijfsbezoeken waar duurzaamheid altijd een bespreekpunt is. Vaak worden zij

verrast wat er al gebeurt. Zo is er een groot bakkersbedrijf dat een windmolen wil plaatsen maar dit

niet mag vanwege gemeentelijk beleid en provinciaal beleid (in het coalitieakkoord van de provincie staat dat er geen windmolens in het Groene Hart mogen komen).

Een bijzondere groep bedrijven is de glastuinbouw. Zij zijn zeer actief en innovatief en gesprekken

vinden ook sectoraal plaats met rijk, provincie en de betrokken glastuinbouw gemeenten. Zij denken

ook mee over een warmteleiding vanuit de haven van Rotterdam naar Zuidplas die voor de glastuinbouw en woningen geschikt zou zijn.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

21

Voor inwoners is er de Stichting Duurzaamheidsplatform Zuidplas. In het programma D&KA staat

daarover: ‘De onafhankelijke Stichting Duurzaamheidsplatform Zuidplas is belangrijk omdat zij de stem

van de samenleving kan vertegenwoordigen en projectleiders en programmamanager kan voeden met informatie over wat er speelt in de wijken. Door de relatie met het platform te koesteren kan de

gemeente de kracht van de samenleving optimaal benutten.’ Onderzoekers lezen hierin dat inwoners er

vooral zijn om de projectleider te voeden, in plaats van dat de gemeente er is om hen te ondersteunen bij hun initiatieven. Dit duidt eerder op een regulerende en samenwerkende overheid in plaats van een faciliterende overheid. Uit een raadpleging van het bewonerspanel van de gemeente Zuidplas in

februari 2019, blijkt dat bewoners van de gemeente een regierol op informeren en faciliteren

verwachten.

Zuidplas heeft ook duurzame dagen georganiseerd (oktober 2019). Dit evenement fungeerde als

aanjager over het duurzaam doen en het denken over een aardgasvrije samenleving. Deze dagen waren niet bedoeld als input op beleid, maar als evenement.

CNME de Zwanebloem te Gouda (verbonden met de ODMH) verzorgt natuur- en milieueducatie voor de basisscholen in de gemeenten. Centraal staan de thema’s natuur, grondstoffen (circulaire

economie), duurzame energie (incl. mobiliteit) en science. Het aanbod wordt zoveel mogelijk

gekoppeld aan gemeentelijk duurzaamheidsbeleid en is gericht op scholen. Het CNME zoekt actief de samenwerking met diverse organisaties.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

22

Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording B1.1 Interviews In de interviews zijn antwoorden op de deelvragen achterhaald. Daarbij is gebruik gemaakt van het toetsingskader dat vooraf met de Groene Hart Rekenkamer is afgestemd. De interviews zijn

opgenomen en de geluidsopnamen kunnen geraadpleegd worden bij SME. Van de interviews met raadsleden en met het college van B&W zijn beknopte verslagen gemaakt die voor akkoord zijn

voorgelegd aan geïnterviewden en beschikbaar gesteld aan de Rekenkamercommissie. Er is gesproken met de volgende partijen:

Gemeente Zuidplas 1.

Gemeenteraadsleden (SP, VVD, CU/SGP, CDA, PvdA/GroenLinks, NEZ, D66)

3.

Ambtenaren Duurzaamheid

2. 4. 5.

6.

7.

Wethouder Duurzaamheid

Ambtenaren beleidsvelden die raakvlakken hebben met duurzaamheid Inwoners(organisaties)

Bedrijven(vertegenwoordigers)

Maatschappelijke organisaties en vrijwilligersinitiatieven

*Voor het interview met inwoners(organisaties) is niemand op gekomen. Het beeld dat ontstaan is, is

daarmee niet dekkend. Het is wel een teken van (ontbreken van) betrokkenheid van bewoners en organisaties dat zij aan de uitnodiging geen gehoor hebben gegeven. In de andere Groene Hart

gemeenten waren zij wel aanwezig bij de rekenkamerinterviews. Overig 8. 9.

NME Centrum De Zwanebloem

Projectorganisatie Regionale Energiestrategie (RES)

10. Omgevingsdienst Midden Holland (duurzaamheidsambtenaren)

B1.2 Geraadpleegde documenten Gedurende het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: o

Gemeentelijke DuurzaamheidsIndex (www.gdi.databank.nl)

o

Programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019-2025

o

Nationale monitor duurzame gemeenten

o

Afwegingskader strategieën Duurzaamheid en Klimaatadaptatie

o

Mobiliteitsvisie Zuidplas (2015)

o

Programmabegroting 2019-2022

o

Leidraad (Duurzame) Inrichting Openbare Ruimte (2013)

o

o

informatienota Voortgang Programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie (september 2019)

Collegeprogramma Zuidplas 2018-2022

o Woonvisie 2025. Dorps wonen in Zuidplas, nu en in de toekomst (januari 2019):

o

Actieplan MVI (2017)

o

Nota dierenwelzijn gemeente Zuidplas (2017)

o Structuurvisie Zuidplas 2030

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

23

o Gemeentelijk Rioleringsplan Zuidplas (2016-2020) o

Informatienota aan de raad (dd. 22-10-2019)

o

Voortgangsrapportage Zuidplas Enervisa 2017

o

Visie Recreatie Zuidpías 2025

o

Programma van Eisen voor riolering en drainage (april 2019)

o

Rapportages bewonerspanel wonen (2018) en bewonerspanel duurzaamheid (2019)

o Beleidsnota grondwater gemeente Zuidplas (2014) o

Klimaatstresstest Light Zuidplas (2019)

o

Beleidsnota Snippergroen Gemeente Zuidplas (2011)

o

Zomernota 2019

B1.3 Toetsingskader Deelvraag 1 (kaders): Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk is vormgegeven. 1.2 Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met welke maatregelen wil de gemeente invullingen geven aan de doelstellingen? • Welke duurzaamheidsthema’s komen aan bod, zijn deze ladingdekkend? • Is per thema de link gelegd met landelijke en regionale kaders? • zijn naast de gemeente ook andere partijen betrokken bij opstellen & uitvoeren? Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid procesmatig is vormgegeven: 1.5 Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid? • Betrokkenen • Partijen die niet betrokken zijn maar wel betrokken hadden kunnen worden 1.6 Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid? • Betrokkenen • Partijen die niet betrokken zijn maar wel betrokken hadden kunnen worden 1.7 Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen? • Programmabegroting 2019 (/2020 indien beschikbaar) Is de uitvoering effectief? 1.3 In hoeverre draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen? • aansluiting doelstellingen lokaal <---> doelstellingen landelijk/regionaal (aansluiting qua thema’s en aansluiting qua ambitieniveau) 1.4

Zijn de gekozen maatregelen realistisch en is het aannemelijk dat hiermee de beoogde (eigen, lokale) doelstellingen worden behaald? • inschatting haalbaarheid capaciteit / budget / doorlooptijd • inschatting juiste richting en grootte (voldoende inzet van middelen) Deelvraag 2 (inhoudelijke prestaties), Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Toetsingscriterium Waar staat de gemeente? 2.1 Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welke resultaat is bereikt op elk thema? • resultaten benchmark per thema (GDI, NMDG, klimaatmonitor) • resultaten recente evaluaties per thema

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

24

Toetsingscriterium 2.2

Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode? • het te overbruggen verschil tussen de landelijke/regionale/lokale doelen enerzijds en de resultaten benchmarks/recente evaluaties anderzijds • welke minder zichtbare uitdagingen vermelden betrokkenen (inhoudelijk)

Deelvraag 3 (proces), Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van

doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving? Toetsingscriterium Op welke manier wordt intern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.5 Hoe verloopt de samenwerking intern (gemeenteraad <--> college van B&W <--> ambtelijke organisatie)? Wordt er integraal gewerkt of zitten er tegenstrijdigheden in het werk van verschillende beleidsterreinen? • is er draagvlak voor het duurzaamheidsbeleid bij raad, college en ambtelijke organisatie? • hebben raad, college en ambtenaren dezelfde speerpunten? • hoe wordt door raad, college en ambtenaren omgegaan met strijdige belangen (duurzaamheid versus een ander belang)? Op welke manier wordt extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.6 Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving? • Hoe word de samenwerking ervaren door elke partij? (productief, stroef, anders…) Welke rol heeft de gemeenteraad? 3.1 Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad invulling gegeven in het behalen van beoogde effect en doelstellingen (incl.

evalueren / bijstellen van beleid)? • op welk(e) moment(en) heeft de raad kaders gesteld • op welke manier(en) heeft de raad kaders gesteld (bijvoorbeeld: controleren of de juiste expertise betrokken is geweest bij het ontwerp, zelf inhoudelijk reageren op een voorstel of in een vroeg stadium zelf mee ontwerpen in bijvoorbeeld een creatieve sessie) • op welk(e) moment(en) heeft de raad de voortgang gecontroleerd • op welke manier(en) heeft de raad de voortgang gecontroleerd (bijvoorbeeld: actief zelf op zoek naar informatie of zich baseren op wat wordt aangeboden) • zijn kaders bijgesteld gedurende de looptijd van het duurzaamheidsbeleid (en zo ja: wat is er veranderd aan de kaders en wat was de aanleiding voor bijstelling) 3.2 Hoe en in hoeverre wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van uitvoering van de beleidsdoelstellingen? • welke / welk type / hoeveel informatiemomenten zijn er geweest Welke rol heeft de gemeente? 3.3 Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft.

• in welk kwadrant van het NSOB-model (zie schema hieronder) bevindt de gemeente zich Welke rol hebben partijen in de samenleving? 3.4 Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering? • gaat de samenleving in op uitnodigingen van de gemeente tot samenwerking • neemt de samenleving zelf duurzame initiatieven • betrekt de samenleving de gemeente

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

25

Bijlage 2: landelijk en regionaal beleid Voor de vijf onderzochte duurzaamheidsthema’s in dit onderzoek zijn de kaders en doelstellingen

grotendeels op (inter)nationaal of provinciaal niveau bepaald. In dit hoofdstuk zijn kort een aantal voor gemeentelijk duurzaamheidsbeleid relevante beleidskaders genoemd.

B2.1 (Inter)nationale kaders Energietransitie In 2015 is in het internationaal Klimaatakkoord Parijs afgesproken de opwarming van de aarde te

beperken tot maximaal 2 graden ten opzichte van het pre-industriële niveau, met het streven een

maximale temperatuurstijging van anderhalve graad. In onder andere het Energieakkoord (2013), de

Klimaatwet (2019) het Klimaatakkoord (2019) wordt de Nederlandse ambitie – energieneutraal en aardgasloos in 2050 – verder uitgewerkt. Het Nederlands Klimaatakkoord is de invulling van de Klimaatwet en is een vervolg op het Energieakkoord dat in 2020 afloopt. Inzetten op enerzijds energiebesparing en anderzijds opwekking van duurzame energie gaan daarbij hand in hand. Belangrijke landelijke ambities zijn: o

2050: Energieneutraal en aardgasloos

o

2030: 49% minder broeikasgassen dan in 1990

o

14 % hernieuwbare energie 2020 en 16% in 2023

o

2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990

o

1,5% energiebesparing per jaar

Klimaatadaptatie Ook al gaat het ons lukken de opwarming van de aarde tot een maximum van 2 graden te beperken,

dan nog zullen we ons moeten voorbereiden op de gevolgen van een onvermijdelijke klimaatverandering (zoals wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen). In het Nationaal Deltaprogramma 2015 zijn de nationale Deltabeslissingen opgenomen: o o

in 2050 is Nederland zo klimaatbestendig als mogelijk ingericht.

In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is vastgelegd dat 'klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel is van het beleid en handelen’ van overheden.

De implementatie van deze plannen zijn nadrukkelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.

In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het tijdpad opgenomen: uiterlijk in 2019 moesten de

kwetsbaarheden in beeld gebracht zijn via een stresstest. Aansluitend wordt een risicodialoog gevoerd

met stakeholders om te komen tot een uitvoerings- en investeringsagenda. Deze moet uiterlijk in 2020 klaar zijn.

Circulaire Economie Het streven naar een circulaire economie draagt bij aan de bescherming van natuurlijke hulpbronnen en het beperken van klimaatverandering. In een circulaire economie worden producten en

grondstoffen na gebruik weer ingezet om nieuwe waarden te genereren. Op landelijk niveau zijn

ambities gesteld in o.a. het Rijksbrede programma Circulaire Economie en het Grondstoffenakkoord. Concreet zijn de doelstellingen: o

2050 Nederland volledig circulair in 2050 en in 2030 50% minder gebruik van primaire grondstoffen

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

26

o

2020: 75% bronscheiding van het huishoudelijk afval en maximaal 100 kg restafval per inwoner per

o

2025: maximaal 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. Afvalscheiding moet uiteindelijk

o

Duurzaam inkopen door overheden

jaar. (Inzameling van bedrijfsafval is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Vereisten daarvoor

zijn opgenomen in de Wet Milieubeheer.)

richting de 100%.

Biodiversiteit De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen het Europese kader voor bescherming van biodiversiteit in

de Europese Unie. Ze vereisen dat EU-lidstaten bepaalde handelingen die schadelijk zijn voor vogels en andere aangewezen dier- en plantensoorten verbieden. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn

schrijven voor dat lidstaten beschermingszones aanwijzen ten behoeve van het Europese Natura 2000-

netwerk, het netwerk van beschermde natuurgebieden dat moet zorgen voor de bescherming van de

biodiversiteit in de EU. Nederland heeft de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de

wetgeving. In Nederland is sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking

getreden. Die verplicht iedereen zorg te dragen voor alle (inheemse) planten en dieren in Nederland.

In (naar verwachting) 2021 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. Daarmee biedt de Omgevingswet straks mogelijkheden om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur.

De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en bepaalt welk wettelijk gereedschap kan

worden ingezet om het milieu te beschermen. Nog niet alle milieuwetten zijn in de Wet milieubeheer

ondergebracht. De belangrijkste 'losse' wetten zijn: de Wet Geluidhinder, de Waterwet, de Wet

bodembescherming en de Meststoffenwet. Deze wetten zullen net zoals de Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer opgenomen worden in de Omgevingswet.

In de natuurambitie ‘Nederland Natuurpositief’ (2019) beschrijft het kabinet in grote lijnen het

natuurbeleid voor de komende jaren, tot 2025. Een belangrijke omslag in het denken daarin is: natuur hoort midden in de samenleving thuis en niet enkel in beschermde natuurgebieden. Daarnaast wordt

de ambitie uitgesproken om natuurbeleid te verbinden met andere grote maatschappelijke opgaven

van dit moment. Denk bijvoorbeeld aan kringlooplandbouw, energietransitie, uitbreiding van woongebieden, ontwikkeling van infrastructuur en minder uitstoot van stikstof. Duurzame mobiliteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9578393/2