Verweer HHSK - GEANONIMISEERD nadere reactie op CHW bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 (A25.001673)
Tekst van het document
«see...
Raad
:
ee
.
El
Afdeling bestuursrechtspraak
Taste Betreft
*
Zaad
van
de gemeente
Nen
Zuidplas
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Datum
Ons
nummer
(geanonimiseerd) Inlichtingen
(geanonimiseerd) Onderwerp
(geanonimiseerd)
Zuidplas Chw bp Middengebied Zuidplaspolder
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
inclusief MER
(Crisis-
en
1
herstelwet)
Procedure
Beroep
Geachte
Hierbij
heer/mevrouw,
stuur
ik
u
-
ter informatie
-
stukken
die
gaan
over
bovengenoemde
procedure.
Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, griffier
de
De
griffie is op 30 mei gesloten.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Ganpat, R. (Radjes) Van:
(geanonimiseerd) zine n! me dinsdag 22 april 2025 13:25 Bestuursrechtspraak veiligmailen (geanonimiseerd) LZIRM-1088-011 PEN nbouwkundig casco (geanonimiseerd) ‚pdf; bijlage 3 nadere reactie motie Vijfde Dorp (geanonimiseerd) pdf; bijlage 2 afdoeningsvoorstel pdf; 22042025 nadere reactie HHSK Chw (geanonimiseerd) estemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder | def
Verzonden: Aan:
Onderwerp: Bijlagen:
ij
Û
(geanonimiseerd) Urgentie:
Hoog
Opvolgingsvlag: Vlagstatus:
Opvolgen Voltooid
Geachte heer, mevrouw,
Hierbij zend
ik
u namens
Met vriendelijke groet, (geanonimiseerd)
Advocaat
(geanonimiseerd) Postbus 51011 3007 GA Rotterdam
www.zirm.nl M +31 T
+31
(0)6 13 04 86 23 (0)10 303 28 51
HHSK
in
bovengenoemde procedure
de nadere
reactie met drie bijlagen.
ZIRM Raad
van
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nr advocaat
State
(geanonimiseerd)
Afdeling bestuursrechtspraak
(geanonimiseerd)
Postbus 20019 2500 EA Den
(geanonimiseerd) Ee
Haag
per e-mail:
bestuursrechtspraak.veiligmailen@raadvanstate.nl Rotterdam,
22
april
2025
Onze referentie Uw
:
referentie
H
Betreft
:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
nadere reactie
Hoogedelachtbaar college, 1.
Inleiding
dt.
Bij brief van
en
samenvatting 6 december
2024
heeft het
college
van
Schieland
dijkgraaf en hoogheemraden
van
van en de (“het _hoogheemraadschap Krimpenerwaard hoogheemraadschap of HHSK”) het verweerschrift ontvangen dat namens de gemeenteraad van Zuidplas op 28 november 2024 bij uw Afdeling is ingediend.
het
1.2.
1,3,
HHSK
reageren
op
gronden
van
kennisgenomen van het verweerschrift en zal in deze nadere reactie gestelde in het verweerschrift, voor zover hierin is gereageerd op de beroep van HHSK. het
Daarbij
wordt opgemerkt dat het Hoogheemraadschap aan Tauw opdracht heeft gegeven om een deskundigenrapport uit te brengen over de toekomstige waterkwaliteit in het gebied. Zodra dit deskundigenrapport beschikbaar is, zal dit worden overgelegd in de
2.1.
heeft
procedure
met een toelichting, waarin ook nader de waterkwaliteit in het verweerschrift.
gestelde
over
Opbouw
nadere reactie
zal
worden
ingegaan
op
het
opbouw van deze nadere reactie is als volgt. In paragraaf 4 worden eerst de algemene opmerkingen uiteengezet, waarin wordt gereageerd op het in het verweerschrift geschetste procesverloop en de rolverdeling tussen partijen en het waterhuishoudingsplan. In paragrafen 5 tot en met 14 wordt vervolgens op specifieke onderwerpen ingegaan. Deze nadere reactie wordt in paragraaf 15 afgesloten met een conclusie. Hieronder volgt in paragraaf 3 eerst een samenvatting van deze nadere De
reactie.
Postbus 51011 3007 GA Rotterdam
&
+51
(0/10 303 2851
www.zirm.nl
info@zirm.nl
ZIRM Samenvatting nader 3.1.
In deze
nadere
reactie
reactie
zal uiteen
worden
gezet dat het verweerschrift op
aantal
een
feitelijk onjuiste weergave van het procesverloop geeft. Zo heeft HHSK niet met de globale opzet van het waterstructuurplan. Ook zijn de door HHSK ingestemd opgestelde voorwaarden voor vaststelling van het bestemmingsplan wel degelijk (meermaals) met de gemeente besproken, is de watersysteemanalyse wel degelijk gedeeld met de gemeente en heeft HHSK herhaaldelijk aangegeven niet in te kunnen stemmen met de waterparagraaf. De besluitvorming die heeft plaatsgevonden ten aanzien van het bestemmingsplan lijkt primair te zijn ingegeven door het feit dat het punten
een
voorkeursrecht
vaststelling.
Dit
dreigde
te
vervallen
koste
van
schetst
ten biedt
ten
én
de
bestemmingsplan. 322.
Het
verweerschrift
Middengebied
de
oplossing
dus
haast
zorgvuldigheid
onrechte
het
worden
moest
beeld
gemaakt
en
onderbouwing
dat
de
met
ontwikkeling
de
het
van
in
het
de opgave ten aanzien van het watersysteem. kop. HHSK heeft geen opgave ten aanzien van het
voor
Deze weergave is de wereld op z'n bestaande watersysteem in het Middengebied.
gemeente gewenste radicale transformatie
33,
uit
als
gevolg
de
van
naar
een
door
de
nieuw
een
verweerschrift
Het
het
Echter,
Middengebied dorp woon-werkgebied met daarbij behorende voorzieningen in de laagste polder van Nederland, is het hoogheemraadschap genoodzaakt stevige maatregelen te treffen ten aanzien van het watersysteem en zullen toekomstige gebruikers/eigenaren met (ongebruikelijk hoge) regelmaat moeten overgaan tot ophoging. bestaande
van
wekt
verder
zoals vele anderen
ontwikkeling hiermee bijna volledig voorbij aan het wateren bodemsysteem
ten onrechte de indruk dat het dat dus sprake is van ‘business
hier
en
as
gaat
usual’
om
een
maar
gaat
de unieke locatie en de veelheid aan knelpunten rond die hier samenkomen, waarbij deze knelpunten
bovendien worden versterkt door klimaatverandering. Juist vanwege de unieke locatie en aan de vaststelling een specifieke uitdagingen had voorafgaand integraal
waterhuishoudingsplan
grootschalige en ambitieuze ontwikkeling worden vastgesteld én geborgd in de planregels hetgeen niet is gebeurd. 3,4.
HHSK
is niet
voor
de
voor
overtuigd van
deze
moeten
onderbouwing van het plan waar het gaat om de gevolgen wateraspecten. onderbouwing ontbreekt voor een aantal essentiële aannames t.a.v. o.a. lintbebouwing, waterkwaliteit, restzetting, waterberging en de Vierde Tocht. herstelbesluit
Ook
kleven
niet
ver
uitvoerbaarheid. houden
en
de
De er
gebreken
genoeg.
volgens bestemmingsplan
Kortom,
dient het
de
aan
planregels én gaat
Ook bestaat grote twijfel het hoogheemraadschap kan te worden
vernietigd.
het
over
dit
voorgenomen de financiële
plan
geen
stand
Algemene opmerkingen 41.
algemene onderdelen, zowel ten aanzien van alle meer specifiek het beroep van HHSK. In deze paragraaf beroepen als in reactie op gaat het hoogheemraadschap daarop in. Het
verweerschrift
bevat
een
aantal
—
(geanonimiseerd)
—
LIRA 42.
Hierna -__
komen
achtereenvolgens
Procesverloop
paragraaf
i.
algemene
en
de orde:
opmerkingen
hoofdstuk
ii. van
en
aan
verweerschrift); -__
Procesverloop
ien 24 -_
—
het
bestemmingsplan (reactie
pagina
5
tot
pagina
—
het verweerschrift);
Opmerkingen
vooraf,
het
ontbrekende
waterhuishoudingsplan
van taken en verantwoordelijkheden van HHSK (reactie onder 6 paragrafen 6.1-6.6 (pagina 96 tot en met 104).
op
10
met
en
ruimtelijke afweging (reactie
hoofdstuk Ill Verweer onder C Waterhuishouding
ii, van
van
watertoets in bredere
en
over
Inleiding
!
en
van
op het
op paragraaf 20 tot en met
de
hoofdstuk
miskenning Ill Verweer
—
Procesverloop 43.
over
het
bestemmingsplan
Verweerder schetst in het
procesverloop de voorgeschiedenis van het bestemmingsplan hoogheemraadschap op 6 april 2021 heeft ingestemd met geeft daarbij het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (pagina 5 en 6 verweerschrift). De instemmingsbrief is bijgevoegd als bijlage 1 bij het verweerschrift. en
44.
algemene opmerkingen
en
aan
Deze
weergave
dat het
doet
de inhoud van de geen recht aan eerdere versies van het Masterplan heeft
brief.
Na
verschillende
hoogheemraadschap aanpassingen dat “het een basis voor de verdere ontwikkeling Masterplan goede (biedt) aangegeven het en het heeft het van nieuwe omringende landschap”. Daarbij dorp hoogheemraadschap geconstateerd dat de zgn. lagenbenadering goed is toegepast èn dat gebouwd zal worden volgens het Zuid-Hollandse convenant Klimaatadaptief bouwen. Het Masterplan is een zeer globaal document. Daarom komt in de brief van het van
hoogheemraadschap
nadrukkelijk
aan
de orde
dat
veel
het
details
nog moeten worden aankondigt in de vorm van een
uitgewerkt en dat het Masterplan die nadere detaillering “_waterhuishoudingsplan. Vervolgens beschrijft het hoogheemraadschap een aantal belangrijke onderwerpen die voorwaardelijk zijn bij de uitwerking van de ontwikkeling, om af te sluiten met de intentie om die onderwerpen gezamenlijk nader te concretiseren het in het waterhuishoudingsplan voor Middengebied. 4.5.
goed: als het al om ‘instemming’ zou gaan, dan betreft het een instemming met globaal startdocument en onder duidelijke voorwaarden (zie ook bijlage 2 bij het beroepschrift en bijlage IV bij het rapport stedenbouwkundig casco water en bodem Kort
en
een
Middengebied (bijlage 1). 4.6.
In het inleidende hoofdstuk van het verweerschrift wordt verder aangegeven dat mede op basis van het MER het voorkeursalternatief is opgesteld (pagina 6 verweerschrift). Deze passage gaat eraan voorbij dat het voorkeursalternatief op enkele wezenlijke
1Zie ook pagina 21
van
het verweerschrift waarin de schets van de inhoud
(geanonimiseerd)
van
de brief minder
onvolledig
is.
ZIRM onderdelen afwijkt van de voorstellen die voortvloeien uit de effectbeoordeling, de geadviseerde restzettingseis. Procesverloop 47.
zoals
watertoets in bredere ruimtelijke afwegin
en
In het verweerschrift wordt de stelling ingenomen dat de ontwikkeling van Cortelande “positief (is) voor de robuustheid van de waterstructuur en de gewenste verbetering van de waterkwaliteit.” (pagina 21 verweerschrift). Deze stelling is de wereld op z'n kop. Het met de locatie in combinatie die strikte zijn de voorziene ontwikkelingen randvoorwaarden maken
met
en
ingrijpende maatregelen
als doel het behoud
van
Dergelijke ingrijpende maatregelen
een en
tot in de verre toekomst noodzakelijk robuuste waterstructuur en een leefbaar dorp. randvoorwaarden zijn niet nodig in de huidige
sprake is van een gebied met enkel weilanden, waar nauwelijks bebouwing en is, eenvoudig een robuuste waterstructuur is te organiseren, te beheren, aanwezig ook rekening houdend met toekomstige klimaatverandering. 4,8.
situatie
waar
Ook de
suggestie
maar
slechter
dat de situatie zonder zou worden slaat de
ingrepen in het huidige watersysteem alleen plank mis (pagina 21 verweerschrift). Het
watersysteem in het gebied functioneert op dit moment goed voor de functie die het nu heeft. De watersysteemanalyse van de gehele Zuidplaspolder die in 2024 is opgeleverd laat zien dat het huidige watersysteem voldoet. De daarbij gesignaleerde knelpunten
liggen in peilvakken buiten het Middengebied en komen voort uit beperkte drooglegging of geringe afvoercapaciteit. Er zijn voor het Middengebied nu en ook in de toekomst (zonder ontwikkelingen) geen onoverkomelijke risico’s voor het watersysteem. De ontwikkeling van het Middengebied draagt niet bij aan verbetering van het de functieverandering (van landbouw naar woonwijk) zijn watersysteem; vanwege ingrijpende veranderingen aan het watersysteem nodig. 4.9.
?
Vanzelfsprekend geeft klimaatverandering aanleiding
tot maatregelen op het gebied hoogheemraadschap aan de lat. Maar het antwoord op de vraag dat zijn, of maatregelen uitvoerbaar zijn, kosten een en ander zich en welke met of de borging langdurig te realiseren is, brengt wordt vanzelfsprekend anders op het moment dat het laaggelegen poldergebied wordt getransformeerd tot een nieuw dorp met (o.a.) 8000 woningen, voorzieningen, bedrijventerreinen en infrastructurele voorzieningen. Ook de ingrepen worden daarmee een stuk ingewikkelder, temeer wanneer de bij het ontwerp gehanteerde marges ontbreken of onvoldoende zijn. Zoals de Commissie voor de milieueffectrapportage (‘Commissie MER’) beschrijft, daar waar het gaat om waterveiligheid: het voorkeursalternatief bevat weliswaar maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken, maar het overstromingsrisico zal in het gebied toenemen, simpelweg omdat er meer woningen (en bewoners) blootgesteld worden aan forse waterdieptes in het geval van een overstroming? Dat het plan vervolgens als “een kans” wordt betiteld “om het watersysteem robuust en toekomstbestendig te maken”, doet al met al geen recht van
waterhuishouding.
aan
de realiteit.
Daarvoor staat het welke maatregelen
Zie onder
meer paragraaf 9 van het MER Deelrapport ‘Rapportage water, bodem en klimaat. MER Zuidplaspolder’ paragraaf 8.2.7 van het ‘Milieueffectrapport Middengebied Zuidplaspolder’ (Sweco, 18 augustus 2023). 3 Zie Advies Commissie voor de milieueffectrapportage, pagina 10.
en
(geanonimiseerd)
(Sweco, 7 juli 2023)
ZIN 4.10.
Dat in het
bestemmingsplan “een aantal significante verbeteringen zitten op het gebied waterhuishouding ten opzichte van het MER” (pagina 22 verweerschrift) geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid. De wijzigingen en verbeteringen zouden onder meer als gevolg van overleg met HHSK zijn doorgevoerd. Ook zou het rapport van van
de
HKV
een
volgende 411.
rol hebben
gespeeld.
In reactie
daarop
merkt
het
hoogheemraadschap
het
op.
—
De passage miskent dat bij de formulering van het voorkeursalternatief zoals hiervoor al is aangegeven op meerdere punten is voorbijgegaan aan de voorstellen en adviezen —
waarin
de effectbeoordeling heeft geresulteerd. ‘geshopt’ en steeds gekozen voor een variant
effectbeoordeling
goed
die
heeft
gemeente haar
laat zien dat het voorkeursalternatief op
het
een
daarbij
beste aantal
steeds
uitkomt.
onderdelen
De niet
scoort.
4.12.
Daar
waar het gaat om het rapport van HKV uit augustus 2022 wijst het hoogheemraadschap er verder op dat in het onderzoek van HKV geen rekening wordt gehouden met bodemdaling, dat de combinatie van dijkdoorbraak met extreme regenval (zoals in 2021 plaatsvond) niet is onderzocht, evenmin als het buiten de oevers treden van door watergangen neerslag.“ Tot slot worden in het HKV-rapport onzekerheden geschetst die impact hebben op waterveiligheid en waarmee geen rekening is gehouden.” In paragraaf 7.8 komt het HKV-rapport en de verwijzing van de gemeenteraad hiernaar nader aan de orde.
4.13.
verweerschrift wekt de voorafgaand aan het bij HHSK Het
overleg mondeling
is
suggestie
bestuurlijk
geïnformeerd”
die randvoorwaarden “tot op heden een onjuist beeld geschetst. 4,14.
4.15.
4
De
Allereerst
wijst
kwamen
niet uit de
over
niet
dat
1)
HHSK vaststellen van de
de deze
gemeente slechts “kort randvoorwaarden in een
randvoorwaarden,
2) dat vragen over (pagina 22). Ook hier wordt
(zijn) beantwoord”
en
het
hoogheemraadschap er op dat de randvoorwaarden naadloos aansluiten op de eerdere uitgangspunten die van begin af aan onder de aandacht zijn gebracht bij de gemeente. Die onderwerpen zijn continu onderwerp van gesprek geweest in overleggen met de gemeente. Dat geldt ook voor de voorwaarden waarin zou moeten worden voorzien om op die punten een breed gedragen plan mogelijk te maken. De exacte formulering van de randvoorwaarden, zoals die op 20 september 2022 door het hoogheemraadschap zijn vastgesteld, lag op 8 augustus 2022 op tafel in een overleg tussen HHSK en de gemeente en is daarna meermaals besproken in de (twee)wekelijkse overleggen tussen HHSK en de gemeente.® Kort en goed: de punten lucht vallen.
Verder heeft naar aanleiding van het verschil van mening over de uitgangspunten en 2022 randvoorwaarden sinds september regelmatig overleg plaatsgevonden. heeft dat in een notitie waarin het verschil in uitgangspunten Uiteindelijk geresulteerd
Zie ‘Overstromingsscenario’s Zuidplaspolder’
(HKV, augustus 2022), paragraaf 3.1, 5.1.2 en 5.1.3. ‘Overstromingsscenario’s Zuidplaspolder’ (HKV, augustus 2022), paragraaf 5.4.
5 $
Uit diverse agenda's blijkt dat deze voorwaarden
onderwerp
10 augustus
2022
2022,
de actielijst van 5 september
van
de agenda
september 2022,
(geanonimiseerd)
bespreking zijn geweest tijdens de overleggen van
19 september
2022
en
de reactie op
o.a.
uit de agenda
de voorwaarden
van
van
26
JAL nader is uitgewerkt
en
niet
beantwoord.
hoogheemraadschap zouden
zijn
vanuit beide zijden nader is onderbouwd. Het bevreemdt het dan ook dat de gemeente stelt dat bepaalde vragen tot op heden —
—
Overigens bevat de (vertraagde) reactie op de het verweerschrift verwijst (bijlage 6 bij het verweerschrift) niet (duidelijke) vragen. Het is het hoogheemraadschap ook niet bekend dat
voorwaarden
waarnaar
of nauwelijks de gemeente navraag heeft gedaan de 4,16.
gemeentelijke
naar
reactie.
specifieke ‘beantwoording’
van
onderdelen uit
zo meldt het verweerschrift op HHSK zou verder medewerking hebben pagina 23 verleend aan het besluit om over te gaan op een globalere uitwerking door middel van een waterstructuurplan. Dat zou blijken uit de review van de concept-uitvraag. Deze weergave is, wederom, onvolledig. Ja, HHSK heeft de concept-uitvraag voor een —
—
waterstructuurplan
becommentarieerd.
Tegelijkertijd heeft HHSK van begin af aan, gaandeweg consequent (zowel ambtelijk als bestuurlijk) benadrukt dat het vaststellen van een integraal waterhuishoudkundig plan voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan een absolute voorwaarde is om tot een op het punt van waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit gedragen plan te kunnen komen. Zo meldt de reactie van HHSK (bijlage 10 bij het verweerschrift) dat het op te stellen plan waarvoor de uitvraag geldt vanwege de strakke tijdsplanning en daarmee beperkte niet de basis zal kunnen vormen voor de strekking waterparagraaf in het Ook HHSK in de reactie dat zo’n benadrukt integraal bestemmingplan. zal moeten worden als basis voor de waterhuishoudkundig plan alsnog opgesteld waterparagraaf in het bestemmingsplan. en
417.
Terzijde: gaat
basis
om
benadrukt
fasering
zij dat het
hier niet
of niet. Waar
het
om
zozeer gaat om de naam van een plan en of het gaat is dat in één samenhangend document op -
keuzes en volledige onderzoeken en gezamenlijk gedragen uitgangspunten voor nu en de worden het maatregelen langere termijn vastgelegd op gebied van waterhuishouding van het gehele gebied én dit zowel ruimtelijk als juridisch in de planregels is geborgd. Dat plan biedt vervolgens een basis voor toekomstige ingrepen in het watersysteem.
4.18.
Dat
van
het
-
opstellen
totaalplanning
gemeente
zou
van
een
passen,
integraal waterhuishoudingsplan is niet
iets
waar
HHSK
niet in de
op
heeft.
snel heeft willen besluiten, omdat te vervallen. Hierbij paste klaarblijkelijk ook
zouden
komen
waarbij
HHSK
(gemeentelijke)
komt bij dat de anders de gevestigde voorkeursrechten vat
geen gezamenlijk traject de vaststelling van het
gemeente gemeenschappelijk aan het van een uitwerking gaven opstellen integraal waterhuishoudingsplan en de planinrichting voor het gebied. De gemeente zag de rol van HHSK niet als partner in de gezamenlijke zoektocht naar oplossingen in dit complexe water- en bodem systeem maar als adviseur op de strikt noodzakelijke aspecten. en
de
Daar
voor
bestemmingsplan
4.19.
Deze
gang van zaken, waarbij overhaast is besloten en de gemeenteraad onder druk gezet, is ten koste gegaan aan de zorgvuldigheid van het bestemmingsplan.
4.20.
Het
verweerschrift
vermeldt
verder
over
de
watertoets
in
de
bredere
is
ruimtelijke
dat kort gezegd de gemeenteraad niet gebonden is aan door HHSK keuzes als de zelf andere, deugdelijk onderbouwde keuzes gemeenteraad gemaakte
toetsing
—
—
(geanonimiseerd)
ZIRIM maakt
(onder
volgende 4.21.
ii. op
pagina 24).
In reactie
daarop merkt het hoogheemraadschap
het
op.
vaststelling van een bestemmingsplan staat een goede ruimtelijke ordening centraal. De ruimtelijke ordening vormt het algemene kader waarbinnen de bij het gebruik van de bodem betrokken belangen worden gecoördineerd. Alternatieve functies worden daarbij tegen elkaar afgewogen. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en de daarin te maken keuzes is de gemeenteraad aan zet. Het hoogheemraadschap doet niet(s) af aan de beoordelings- en beleidsruimte die de gemeenteraad in dat verband Bij
de
toekomt. 4,22.
en beschikbaarheid van water zijn bepalende factoren voor de vraag welke ruimte gebruik wordt (kan worden) gemaakt. De bestemming van water en bodem moet worden afgestemd op de mogelijkheden en beperkingen van het water en de eisen die daaraan worden gesteld vanuit waterhuishoudkundige functies. Bij een
De
aanwezigheid
van
ingrijpende functiewijziging in een van de diepst gelegen polders van Nederland, zoals hier aan de orde, moet worden voldaan aan de randvoorwaarden ten aanzien van water en bodem. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen en het beschermen van de doelmatige werking van een zuiveringstechnisch werk. Met het oog daarop geldt dat uit de toelichting op het bestemmingsplan moet blijken op welke wijze het plan rekening houdt met gevolgen voor de waterhuishouding. Die gevolgen moeten aanvaardbaar zijn. 4,23.
de ene kant is er het de andere kant Aan spoor planvorming functietoedeling. en van door de verantwoordelijkheid taakuitoefening resp. waterschappen. Er
is dus
sprake
van
een
zekere
4.24.
tweesporigheid.
Aan
ruimtelijke
en
van
is
er
de
Die laatste verantwoordelijkheid en taakuitoefening nemen in gewicht toe, naarmate de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden. Het hoogheemraadschap
verwijst in dit verband ook naar het grote belang dat de wetgever toedicht aan de weging van het waterbelang onder de Omgevingswet.” De weging van het waterbelang zorgt ervoor dat de klimaatbestendigheid van het watersysteem en een waterrobuuste inrichting van de omgeving vroegtijdig in de planvorming worden betrokken, aldus de wetgever. 4.25.
Bovenstaande betekent dat moet
toekomen
-
temeer
aan waar
deze, vanuit het wateraspect keuze vanuit het ruimtelijke waterkwantiteit ‘deugdelijk’ is,
gemeenteraad. 4.26.
het advies
van
het
om
HHSK de
gaat bezien, uiterst oogpunt is
dan
van
ook
bij planvorming een
bouw
van
complexe
een
geheel
locatie.
Of
zwaar
nieuw een
gewicht
dorp op bepaalde
waterveiligheid, waterkwaliteit primair aan HHSK, en niet aan
Staatsblad
de
hoogheemraadschap is niet overtuigd van de onderbouwing van het plan waar het om gaat om de gevolgen voor wateraspecten. Concreet samengevat meent HHSK dat het plan ook vanuit het oogpunt van water in overeenstemming te laten zijn met een Het
—
7
en
2018, 292, p. 340-342.
(geanonimiseerd)
ZIRIM goede ruimtelijke ordening — een
uitgangspunten leidend moet zijn. Daarbij heeft de volgende punten benoemd: een ander hoogheemraadschap een voor een flexibel ruimere vloerpeil, marge waterpeil, maatregelen met het oog op en en een de waterkwaliteit de Vierde Het Tocht, bepaalde restzetting. hoogheemraadschap benadrukt dat het deze punten wel degelijk onderbouwd heeft, het
aantal
onder
meer
dat het belang hiervan ook onderschreven wordt door diverse deskundigenonderzoeken en dat die uitgangspunten hierna voor zover nodig nader onderbouwd worden. Waar
sprake
standpunten van de gemeenteraad en HHSK die tegenover elkaar staan, het hoogheemraadschap dat aan het standpunt van HHSK meent nadrukkelijk meer gewicht toekomt vanwege de expertise en ervaring die HHSK heeft. 421.
is van
Dat laatste
onderbouwde
ligt niet alleen voor de hand,
blijkt ook uit praktijk en jurisprudentie. de in waterschap waterparagraaf (watertoets) Instemming van een is een element in het bestemmingsplan wezenlijk onderbouwing planvormingsproces. Uit jurisprudentie blijkt dat uw Afdeling een zwaarwegend belang het
van
4.28.
hecht
aan
gelden
waar
Dat
de
oordeel
instemmende
een
het
een
Afdeling bestuursrechtspraak van
een
de
van
het
reactie
complex project waterschap
is
maar
met
waterschap.®
Dat
zou
temeer
moeten
als dit betreft. de
van
Raad
van
State waarde hecht aan in de uitspraak over
bevestigd blijkt dat de gemeenteraad
recent
het het
bestemmingsplan Peize-Zuid.® Daaruit bij vaststelling van bestemmingsplan waar mogelijk uit moet gaan van de het door het waterschap aangehouden meest voorzichtige scenario. In die zaak ging het om een beleidsnotitie. Vertaald naar de aan de orde zijnde zaak betekent dit dat de uitgangspunten die voor HHSK leidend zijn als uitgangspunt moeten worden gehanteerd en dat pas overgegaan een
wordt
4.29.
tot
vaststelling
het
van
waterhuishoudingsplan
op
Ook
meermaals
de wetgever
heeft
hebben
goedkeuring
bestemmingsplan
van
HHSK
als
kan rekenen.
een
integraal
benadrukt dat gemeenten bij het bestemmen van te houden met de gevolgen van voorgenomen ruimtelijke
gronden rekening besluiten (zoals bestemmingsplannen) voor de waterhuishoudkundige situatie. Uit de wetsgeschiedenis vloeit voort dat een positief advies een onmisbare schakel is in het planvormingsproces (hetgeen in een complex project als het onderhavige temeer geldt):
“Bij een verantwoorde afweging van de betrokken belangen kunnen latere problemen met grondwater in de beheersfase langs deze weg al in de bestemmingsfase zoveel mogelijk worden voorkomen. Deze verantwoordelijkheid heeft in 2003 ook wettelijk
gestalte gekregen
via de
zogenoemde watertoets, verankerd (Bro). De watertoets resulteert, na
ruimtelijke ordening waterschappen opstellen,
in
een
in artikel 10 Besluit op het wateradvies dat
de de
waterparagraaf die als toelichting wordt opgenomen
bij het bestemmingsplan. De watertoets is uiteindelijk van invloed op de locatiekeuze en/of de wijze van inrichten van een gebied. In het bijzonder gaat het dan om het bouw*° en woonrijp maken van gronden en het feitelijke bouwproces.”
8
Zie onder meer AbRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1953(r.0. 3,1.e.v.), AbRvS 29 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ9692 (ro. 2.20 e‚v.) 3 AbRvS 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1708. 10
TK 2005-2006,
30578
nr.
3.
(geanonimiseerd)
12.3), AbRvS 14 december 2016,
ECLI:NL:RVS:2016:3334
(r.o.
LIRA Opmerkingen taken 4.30.
het ontbrekende
vooraf,
verantwoordelijkheden
en
waterhuishoudingsplan
HHSK
Zoals
hiervoor al is aangegeven
uit
lucht
de
komen
vallen
en
met
en
de
miskenning
van
104).
zijn de voorwaarden die HHSK heeft gepubliceerd niet integendeel. De opmerking dat dit zonder consultatie is geen reden is gegeven (pagina 97 verweerschrift), bevreemdt —
ook.
opmerking dat aan het bestemmingsplan een groot aantal onderzoeken ten grondslag ligt terwijl aan het beroep van HHSK geen contra-expertise ten grondslag ligt (pagina 97 verweerschrift) geeft wederom een vertekend beeld. Allereerst benadrukt HHSK dat een aantal van de adviezen in die onderzoeken nu juist níet in het Als voorbeeld noemt het bestemmingsplan zijn overgenomen. hoogheemraadschap het advies om uit te gaan van een flexibel peil van 50 centimeter, en niet 30 (zie verderop onder paragraaf 5 en verder voor inhoudelijke reacties per punt). Daarbij komt dat HHSK anders dan de gemeente zie hierboven juist al over de nodige expertise beschikt waar het om waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit gaat. Waar HHSK zich uitlaat niet over infrastructurele of woningbouwcategorieën, ontwerpen stedenbouwkundige uitgangspunten, ligt het voor de hand dat de gemeenteraad keuzes omtrent waterhuishoudkundige uitgangspunten primair aan HHSK laat. De
—
4.33.
pagina 96 tot
Volgens het verweerschrift (Verweer onder 6, Hoofdstuk III, p. 96 en verder) wekt het verbazing dat HHSK “zo principieel is ingestoken”; de gemeente betreurt dat partijen in deze procedure tegenover elkaar staan (p. 96). Het hoogheemraadschap merkt hierover op dat ook HHSK betreurt dat een rechtsgang noodzakelijk bleek. Er zijn van de kant van HHSK tot op het laatste moment evenwel meerdere handreikingen gedaan om alsnog te komen tot een gezamenlijk gedragen plan. Die heeft de gemeente Zuidplas van de hand gewezen, onder andere in verband met twijfels over de financiële haalbaarheid. Op zo’n moment resteert voor HHSK enkel de optie van beroep. Het achterwege laten daarvan leidt tot een onherroepelijk bestemmingsplan dat niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
gebeurd en dat daarvoor het hoogheemraadschap dan 4.32.
van
In
het
verweerschrift
houdt
rekening
met
verweerschrift). uitgangspunt
twijfels
over
wind slaan
flexibel
Het
‘Niet
is
in belangrijke mate aangegeven dat het bestemmingsplan de beleidsbrief en Sturend’ ‘Water Bodem (pagina 98 hoogheemraadschap betwist dat. Zo is niet gebleken dat het
afwentelen’
de financiële
van
—
bepaalde
leidend
haalbaarheid adviezen
zowel
HHSK
als externe
deskundigen
-
zoals
een
getuigt niet van prioriteit bij water en bodem. En daar meerlaagse veiligheid valt op dat geen advies van de Veiligheidsregio is ingewonnen en de gemeenteraad te kennen heeft gegeven dat een herstelbesluit nodig is ten aanzien van de shelters. Het laat volgens het hoogheemraadschap zien dat water en bodem niet (of onvoldoende) sturend zijn geweest. waar
peil van 50 centimeter
van
is geweest. Integendeel: er bestaan grote (zie hierna onder paragraaf 14). Ook het in de
het gaat
-
om
NB:
Opgemerkt wordt dat de Provincie Zuid-Holland ook bezig is met een herziening van haar Omgevingsbeleid evenals de Omgevingsverordening o.a. ten aanzien van worden water en bodem klimaatadaptatie. Daarbij voor een en randvoorwaardelijk veilige toekomstbestendige ontwikkeling van
(geanonimiseerd)
ZIRM Zuid-Holland.*t
In
de
worden
Omgevingsverordening
zal
artikel
7.41aa
voor vervangen prestatie-eisen (klimaatadaptatie) te nemen die in acht moeten klimaatadaptieve ruimtelijke ontwikkelingen op worden genomen. De concept tekst van de verordening luidt als volgt!?:
1.
“Een
omgevingsplan
door
laat alleen
ruimtelijke ontwikkelingen
nieuwe
deze ontwikkelingen in voldoende mate bijdragen aan het behoud versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. 2.
toe
als
en
het
Bij de toepassing van het eerste lid neemt de gemeente de doelen en prestatie-eisen uit de praktijktabel klimaatadaptief ruimtelijk ontwikkelen, bedoeld in bijlage IX onderdeel in acht. …,
3.
Een
omgevingsplan
waterbeheerder
als
bedoeld
toepassing klimaatadaptief ruimtelijk
wet
in
het
als adviseur als bedoeld
over
van
de doelen
eerste
in artikel
lid
borgt
prestatie-eisen planregels.
en
ontwikkelen
de
rol
16.15, tweede
in de
de toelichting bij het tweede lid is het volgende beoordelen of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling In
uit de “
lid,
van
de
van
de
praktijktabel
opgemerkt:
“Om
in voldoende
te
mate
bijdraagt aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust wateren bodemsysteem neemt de gemeente de concrete doelen en prestatieeisen uit de Leidraad Klimaatadaptief Bouwen 2.0 (maart 2022) in acht.” In de
toelichting bij het derde lid is het volgende aangegeven: “Uit deze wijziging volgt dat met deze instructieregel in het omgevingsplan de gemeente de rol van het waterschap in de planregels borgt zodat het waterschap kan adviseren over de toepassing van de doelen en prestatieeisen uit de praktijktabel. Het waterschap kan in lijn met artikel 16.15, tweede lid, van de wet als adviseur voor de omgevingsvergunning worden aangewezen. Als de gemeente naar aanleiding van deze instructieregel een vergunningplicht instelt in het omgevingsplan voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, dan wijst de gemeente de waterbeheerder aan als adviseur voor die vergunning. Het dagelijks bestuur van het waterschap is adviseur voor de omgevingsvergunning, gezien de kennis en expertise van het De waterbeheerder is specialist op het gebied van het waterschap. beschermen
en
geven
de
over
verbeteren effecten
klimaatrobuust waterHieruit de
rol
worden
blijkt ook van
het
en
van van
watersystemen en kan het initiatief in het
een
beoordeling
kader
van
een
bodemsysteem.
dat water-
en
bodem
hoogheemraadschap
leidend en
het
(hadden)
moeten
zijn,
waterbelang hadden
en
dat
moeten
geborgd, juist omdat moet worden gekeken naar de gevolgen van de het gaat klimaatverandering op lange termijn. Daarbij uit van 100 omdat de voor watertekort, hoogheemraadschap jaar opgaven
U 2
Herziening omgevingsbeleid 2025, zoals dat ter consultatie heeft gelegen van 6 tot en met 24 maart 2025. Zie bijfage internetconsultatie p. 10 art. x y (klimaatadaptief ruimtelijk ontwikkelen).
(geanonimiseerd)
ZIN wateroverlast en waterveiligheid opgaven ook na 2050 toenemen. 4.34.
opmerking
De
nemen”
dat
(pagina
het
niet
altijd nodig
is
het hoogheemraadschap
op
is
om
een
het
meer
en
meer
opstapelen
en
deze
“helemaal mee te van het MERIn dezelfde alinea is immers als volgt aangegeven: “Een de impact van de ontwikkeling op het watersysteem zal in een
verweerschrift)
99
zich
watersysteem
onvolledige
weergave
deelrapport uit 2023. verdiepende studie over later stadium wenselijk zijn om detaillering aan te brengen in het watersysteem.” En dat is nu juist iets wat voorafgaand aan de vaststelling van het plan onvoldoende is gebeurd. Dat
brengt bestendige
waterhuishoudingsplan. Het is al jaren praktijk bij omvangrijke, complexe of innovatieve ontwikkelingen, initiatiefnemer een waterhuishoudingsplan opstelt voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan en daarover in overleg treedt met het hoogheemraadschap. 4.36.
Ter
het
dat
naar de werkwijze die in het kader van de vaststelling van bestemmingsplannen voor Westergouwe is gehanteerd. Voorafgaand aan de vaststelling hebben gemeente Gouda en HHSK bestuurlijk overeenstemming bereikt over de inhoud van het waterhuishoudingsplan; hetzelfde geldt voor een nadien vastgesteld addendum bij het waterhuishoudingsptan. In het waterhuishoudingsplan komen alle wateraspecten van Westergouwe aan de orde. Die zijn vervolgens
de
vergelijking verwijst HHSK
doorvertaald
naar
bestemmingsplan. De waterparagrafen van de opvolgende bestemmingsplannen (het gaat om een gefaseerde ontwikkeling) zijn verder binnen de kaders
waterhuishoudingsplan
van
dat
hand dat
voor
de
in dit
geval
geen
Sinds
de
wijziging
het
het addendum
en
bij Zuidplaspolder eenzelfde werkwijze
sprake.
uitgewerkt. Het ligt meer dan gehanteerd. Daarvan is
wordt
Waterschapsverordening per 30 november 2024 is het als indieningsvereiste voor de volgende opgenomen waterhuishoudingsplan activiteiten: het aanleggen of wijzigen van een waterstaatswerk of het met elkaar in verbinding brengen van oppervlaktewaterlichamen, het instellen van een afwijkend peil, het aanbrengen van grootschalige verharding, het veroorzaken van kwel of wegzijging van grondwater, het onttrekken of infiltreren van grondwater, het aanbrengen of verwijderen van grond en het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van een bouwwerk. Het indieningsvereiste geldt voor activiteiten die betrekking hebben op een oppervlakte van 100.000 m? of meer of een activiteit die naar zijn aard of vanwege de samenhang van
de
ook
de activiteit met andere relevante gevolgen kan hebben
van
4.38.
Die
standaardwerkwijze waarbij
langer in beleid van aanbrengen verhard onder
meer
wateroverlast,
kwel
noemen
en
innovativiteit
rechtvaardigen.
#3
Zie
o.a.
HHSK
voor
een
een
en
ontwikkelingen
in
het
gebied van die omvang.
watersysteem,
waterhuishoudingsplan
is vereist, is overigens al grondverzet’, ‘Beleidsregel ‘Beleidsregel Activiteiten in ‘Beleidsregel kwelgevoelig gebied’
vastgelegd.*®
oppervlak’
of
activiteiten
De
complexiteit, gevoeligheid
voor
een
combinatie
van
bodemdaling,
en/of overstromingen, mogelijke gevolgen buiten het plangebied als die een omstandigheden waterhuishoudingsplan vooraf
Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012.
(geanonimiseerd)
ZEI 4.39.
4,40.
Hoewel
grond van bovenstaande in een later stadium (tijdens het vergunningverleningsproces) de indiening van een waterhuishoudingsplan kan afdwingen, is die mogelijkheid beperkt tot aanvragen die zien op een grote oppervlakte. Bij gefaseerde uitvoering van het plan zal ook een gefaseerde beoordeling plaatsvinden. HHSK
op
Daardoor
ontstaat
samenhang
tot
reëel
een
dat
gevaar
negatieve gevolgen
voor
het
activiteiten
vergund worden watersysteem leiden.
die
in
hun
Daarbij komt dat een waterhuishoudingsplan op een later moment in een complex als dit niet of effectief kan Met een gebied nauwelijks zijn. integraal waterhuishoudingsplan wordt vastgesteld of aan de verschillende waterstaatkundige doelen wordt voldaan. Een waterhuishoudingsplan maakt inzichtelijk dat de geplande activiteiten in hun samenhang leiden tot een goede waterhuishoudkundige situatie, zowel binnen als wat betreft de eventuele effecten daarbuiten. Verbeteringen dienen in dát kader te worden voorzien, eventueel met de daarvoor benodigde ruimteclaims en te worden geborgd. Het vergunningverleningsproces per project leent zich namelijk niet voor het (alsnog) doorvoeren van verbeteringen aan het watersysteem. Het
hoogheemraadschap
cumulatieve
kan
op
dat
moment
althans
HHSK
is
voor
het
overigens kunnen
niet de
voldoende
sturen
op
Verweerder
4.43.
De
die
niet
waterhuishoudingsplan als voorwaarde stelt ruimtelijk plan. Zo stelt het Waterschap waterhuishoudingsplan als voorwaarde bij planontwikkeling die ziet adviseren
Noorderzijlvest een op een gebied dat groter 442.
enige
een
later moment
niet
mogelijk, helemaal als het om de Kortom: in het kader van de aanvaardbaarheid Zuidplaspolder. ruimtelijke gaat van het bestemmingsplan had vooraf een waterhuishoudingsplan moeten worden waarvan de in de zou moeten verzekerd. HHSK vastgesteld, uitvoering, planregels zijn verwijst in dit kader naar de uitspraak van over het bestemmingsplan Peize-Zuid, waarin ook is geoordeeld dat het feit dat de gemeente eigenaar is van de grond en de intentie heeft om, na aanvullend onderzoek, een waterhuishoudkundig ontwerp uit te voeren niet voldoende is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en de rechtszekerheid moet dit in het bestemmingsplan worden geborgd.1* 441.
effecten. Bijsturen is op
niet,
over
een een
is dan.200 hectaren.
geeft aan dat het enkele ontbreken van een waterhuishoudingsplan niet per se tot gevolg heeft dat het bestemmingsplan ondeugdelijk is op het punt van water (pagina 100 verweerschrift). De gemeenteraad laat daarbij onbesproken dat HHSK, als gezegd, handreikingen heeft gedaan die (ook) kunnen leiden tot een door beide partijen gedragen bestemmingsplan. Die hebben helaas geen gehoor gevonden bij de gemeente. onderdelen
bestemmingsplan zijn opgenomen geborgd, kunnen op instemming van HHSK rekenen, maar bieden onvoldoende onderbouwing voor de conclusie dat het plan een goede ruimtelijke ordening dient en de ‘waterbelangen’ afdoende adresseert. Het zijn losse elementen. waaraan
HHSK
hecht
die wel
in het
en
4.44.
opmerking dat HHSK de watersysteemanalyse niet heeft gedeeld met gemeente (pagina 104 verweerschrift) merkt het hoogheemraadschap op dat in 2024 de watersysteemanalyse (“WSA”) van de Zuidplaspolder is opgeleverd en de resultaten In reactie
de
14
op de
AbRvS 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1708
(r.o. 37.2).
(geanonimiseerd)
ZIS gesteld op 11 april 2024 zijn gedeeld met de gemeente in de vorm van een presentatie en toelichting van dit omvangrijke rekenmodel waar 7 jaar aan is gewerkt. Bij dit overleg waren van de kant van de gemeente aanwezig (geanonimiseerd) Uit de WSA blijkt dat het watersysteem (uitgaande (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) B van de veelal agrarische functie) in grote lijnen voldoet aan de normen voor wateroverlast, zowel nu als in de toekomst. De aanwezige knelpunten in de Zuidplaspolder liggen in peilvakken die niet ontwikkeld worden (buiten het Middengebied). Deze knelpunten komen voort uit een beperkte drooglegging of een geringe afvoercapaciteit. De ontwikkeling van het Middengebied draagt daarmee niet bij aan het oplossen van de wateropgave in de Zuidplaspolder zoals wordt gesuggereerd in het verweerschrift. Vanwege de functieverandering (van landbouw naar woonwijk) zijn veranderingen aan het watersysteem nodig. De eisen aan het watersysteem worden ook strenger, omdat de nieuwe functie (wonen i.p.v. agrarisch gebied) dat vraagt. hiervan
—
anders dan wordt
—
mt
Waterstructuurplan, watertoets SL.
en
waterparagraaf
In het verweerschrift is erkend (pagina onrechte geen kennis heeft genomen
23
verweerschrift) dat de gemeenteraad ten het juiste Waterstructuurplan (versie 03 definitief) én het bestemmingsplan heeft vastgesteld op basis van een achterhaald Waterstructuurplan. De gemeenteraad geeft aan dat hij hiertoe een herstelbesluit zal van
nemen.
52
merkt
HHSK
in dit verband op dat de vaststelling van
dejuiste uitgangspunten nadrukkelijk kenbaar dienen
een bestemmingsplan en de toelichting (inclusief zijn bij watertoets). Het Waterstructuurplan (versie 3.0) benoemt dat bij het invoeren van flexibel peilbeheer zoveel mogelijk moet worden ingezet op een peilfluctuatie van 50 cm. een In de watertoets wordt echter peilfluctuatie van 0,30 meter als “het Het voor de hand dat aan een dergelijke ingrijpende vertrekpunt” genoemd. ligt afwijking ook daadwerkelijk een overtuigende onderbouwing ten grondslag ligt en
te
beschikbaar is op het moment dat toe ontbreekt
5,3
Het
deze
een
eventueel herstelbesluit genomen wordt. Tot
nu
onderbouwing.
hoogheemraadschap
merkt
het
op dat
ook
de
waterparagraaf in
in
de
zoverre
ook
toelichting is op onjuiste
gebaseerd op Waterstructuurplan (versie 02) uitgangspunten is gebaseerd. Dit betekent dat ook de waterparagraaf niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen én ten onrechte aan het bestemmingsplan ten grondslag is gelegd. en
Waterberging
hoofdstuk verweerschrift reactie op
Ill Verweer onder 6
-
paragrafen
6.13-6.16
(pagina
109-112
van
het
6.1.
In het beroepschrift is aangegeven dat onvoldoende is gegarandeerd dat wordt voorzien in de benodigde waterberging én of de waterberging een Limburgbui kan opvangen.
6.25
In
het
verweerschrift
beroepschrift.
is
in
paragrafen
(geanonimiseerd)
6.13-6.16
gereageerd
op
het
gestelde
in
het
ZIN 6.3.
hoogheemraadschap
Het
gemeenteraad tijdig wordt voorzien
op dat uit het verweerschrift blijkt (p. 109) dat de is om een herstelbesluit te nemen, zodat is geborgd dat in voldoende oppervlaktewater. Nu het herstelbesluit zal zijn voorzien in voldoende oppervlaktewater, is dit herstelbesluit merkt
voornemens
beperkt tot het tijdig onvoldoende en zal dus ook na het nemen van bestaan in een adequaat niveau van waterberging. —
6,4.
paragraaf 6.14
van
het verweerschrift
wordt verwezen, uur
Voor
staat echter
uitgangspunt
tot
de
dat 200
dat het gebied
wordt
inzicht
gemeenteraad opgemerkt Limburgbui moet kunnen opvangen, het hoogheemraadschap afwijkt van haar eerdere standpunt, waarbij wordt verwezen naar bijlage 10 van het verweerschrift. In het document waarnaar door de gemeenteraad In
dat met de voorwaarde
6,5.
herstelbesluit onvoldoende
—
de
een
niet dat het
heeft genomen
namens
of dit
hoogheemraadschap zou
hebben
bui
een
van
143
afgesproken.
mm/24
waterbergingsopgave hanteert HHSK namelijk het uitgangspunt/voorwaarde mm/48 uur maalstop geborgen moet worden in het oppervlaktewater boven de
bovenkant
van
het flexibele
binnen het
peil.
In artikel
29.1.1
onder
i van
de
planregels
staat
dat
plangebied moet zijn oppervlaktewater, waarbij geldt wateroppervlak van 10 % van het ontwikkelde deel van het plangebied dient te een zijn of te worden ingericht als oppervlaktewater. Bij afwezigheid van kan niet worden dat voldaan wordt aan de waterhuishoudingsplan vastgesteld voor omdat niet is hoeveel wordt verhard waterbergingseis oppervlaktewater, duidelijk in het plan(gebied). Hoofdstuk 4 van het Waterstructuurplan geeft een voorbeeld van een dergelijke bergingsberekening, echter een dergelijke berekening dient voor alle deelgebieden uitgevoerd te worden. Het uitgangspunt van HHSK blijft hierbij dat wateroverlast niet afgewenteld mag worden op omliggende gebieden. Bovendien geldt dat in het Waterstructuurplan als uitgangspunt wordt dat ook wordt genomen afgewenteld op het openbaar gebied. Dit is in tegenstelling tot het uitgangspunt dat is opgenomen in artikel 29,1.1. onder i van de planregels. Daar is alleen uitgegaan van 10% oppervlaktewater, waarbij overigens onduidelijk is wat nu exact wordt verstaan onder dat
voorzien in voldoende
een
het ‘ontwikkelde deel’. Weliswaar is een definitie hiervan opgenomen in artikel 1.77 van de planregels, maar ook dan is het voor HHSK niet duidelijk wat hier nu onder wordt moet
worden
paragraaf iii van hoofdstuk C (pagina 30-33) en hoofdstuk Ill Verweer paragrafen 6.10-6.11 (pagina 107-108 van het verweerschrift)
onder 6
verstaan
en
berekend.
Vloerpeil
-
hoe
dus
uiteindelijk
10%
(van
het
ontwikkelde
deel)
waterveiligheid
reactie op
7:
die
hoogheemraadschap is als voorwaarde voor de ontwikkeling gesteld een -4,20 NAP voor woningen, zodat elke bewoner minimaal een droge eerste verdieping heeft, zodat sprake is van zelfredzaamheid in geval van overstroming. Het hoogheemraadschap heeft dit vloerpeil gebaseerd op een overstroming van de Hollandse IJssel én een zeespiegelstijging van 1,5 meter, hetgeen ook aansluit bij het Door
het
vloerpeil
advies
van
van
de commissie
MER.
(geanonimiseerd)
ZIN ID,
Volgens die
het
het
mogelijk
gerealiseerd 73.
In
74.
Het
—
maken
is de
waterveiligheid
dat
zonder
woningen geborgd.
onvoldoende
mede
gelet verdieping
—
tweede
op de planregels kunnen worden
het verweerschrift (pagina 33) heeft de gemeenteraad aangegeven dat “met de gehanteerde minimale droogleggingseisen, de vloerpeilen en de flankerende bouweisen invulling is gegeven aan de ambities om in zeer extreme klimaatscenario’s van overstromingen en wateroverlast (worst-case) voor de (toekomstige) bewoners van het Middengebied te voorkomen”. verschil
minimale
uitgaat JB:
hoogheemraadschap
van
inzicht tussen
vloerpeil
en
het
van
een
ander scenario wat
Dit verschil
van
inzicht is
Voorstel
hoogheemraadschap
de zelfredzaamheid
van
betreft de
inzichtelijk gemaakt
bewoners
én de
gemeenteraad
is ontstaan
doordat
zeespiegelstijging. in onderstaande
bijlagen.
HHSK: integrale benadering
erbte
verdieping
-1,30m
NAP
Vloerpeil/evacuatieroutes
-4,20m NAP
Maaiveld/wegpeil
ns
„grand eTas Taversorming Weer zoel ALAZTAN tn
Drooglegging (waterberging)
Bovengrens
waterpeil
1,0m
-5,50m NAP
Flexibele bandbreedte
Ondergrens waterpeil
0,5m =6,00m NAP
Afbeelding 1
(geanonimiseerd)
a
‚3m
*
nn
over
elke
het
partij
ZIRIM Bestemmingsplan
Eerste verdieping
-1,55MNAP
mm
mm
2,9m
Vloerpeil/evacuatieroutes
Maaiveld
-4,45m NAP
A,G5MNAPL
PO TS
—_—
nn
en
nn
m mm
Drooglegging (waterberging)
Bovengrens waterpeil
-5,65m NAP
}
4
Flexibele bandbreedte
Ondergrens waterpeil
-5,95m NAP
*
afbeelding 2 7.6.
De
uitgangspunt een zeespiegelstijging van 1-1,25 meter. In vloerpeil van -4,45 meter NAP de eerste verdieping droog. blijft bij Daarmee vervalt het belang van een tweede verdieping, waar maar 1/3 van de huizen van is verzekerd. Het hoogheemraadschap heeft als uitgangspunt genomen een zeespiegelstijging van 1,5 meter (bovenkant van de bandbreedte die de commissie MER heeft gevraagd) en in dat scenario blijft de eerste verdieping (uitgaande van een vloerpeil van -4,45 meter NAP) niet droog. Omdat zelfredzaamheid vanwege de ligging van het plangebied cruciaal is en het Vijfde Dorp/Cortelande klimaatbestendig moet zijn op de lange termijn (ook na 100 jaar) heeft het hoogheemraadschap een hoger vloerpeil tot uitgangspunt genomen, zodat ook de eerste verdieping droog blijft. dit
La
gemeenteraad scenario
neemt
tot
een
uitgangspunt volgens de planregels is dat elke of twee bouwlagen met een bewoonbare woning kapverdieping. Dit maakt dat ongeacht van welke zeespiegelstijging wordt uitgegaan (11,25 meter dan wel 1,5 meter) er ook bij een vloerpeil van -4,45 meter altijd sprake is van een droge verdieping (namelijk de derde bouwlaag of de kapverdieping als derde bouwlaag uitgaande van de uitgangspunten van het hoogheemraadschap}). Dat zou dus toereikend zijn geweest. Echter, in artikel 17.5 onder a van de planregels is de mogelijkheid opgenomen om met een omgevingsvergunning juist van dit uitgangspunt af te wijken, en dus woningen zonder derde bouwlaag of bewoonbare kapverdieping kunnen worden toegestaan, als minimaal 1/3 van de gebouwen minimaal drie bouwlagen of een bewoonbaar kapverdieping (als derde bouwlaag) heeft. Dat betekent dus dat rekening moet worden gehouden dat maar liefst 2/3 van de gebouwen met een woonfunctie hierin niet voorziet (het kan dus gaan om meer dan 5000 woningen) en dus de zelfredzaamheid van deze toekomstige bewoners in het geding is, omdat uitgaande van een zeespiegelstijging van 1,5 meter de volledig woning zal overstromen en de shelters vooralsnog niet zijn geborgd en ook geen advies is ingewonnen van de In dit
geval
wordt opgemerkt dat het bestaat uit drie bouwlagen
(geanonimiseerd)
ZIRM veiligheidsregio. Dat laatste komt deelrapportage water, bodem en
ook
klimaat,
“Veiligheidsregio betrekken Op basis
waar
in
voren
als
volgt
de
MER-
adviseert:
tijdig initiëren
voor
rampenplannen.”
het onderzoek naar overstromingsdiepten door HKV en rekening houdend bovenkant van de bandbreedte van het scenario klimaatadaptief van de commissie m.e.r. heeft HHSK haar vloerpeiladvies opgesteld. Dezelfde systematiek is met
van
de
eerder
gehanteerd bij Westergouwe.
bij het verweerschrift
NB:
van
de
gemeenteraad
overgelegd met datum augustus 2022. de definitieve versie. In versie overstromingsscenario toegevoegd vloerpeiladvies. 78,
naar
Sweco
in proces voor waterveiligheidsopgave; Meenemen van deze informatie en keuzes in de
verticale evacuatie. 7.8.
nadrukkelijk
Het
is op
zich
Uitgangspunt
juist,
dat
de
planregels
niet
—
dat het
is een rapport van HKV betreft echter niet de definitieve november
van
juist
in de
weg
dit
scenario
staan
mede
nooit
is
dit
aan
dan
2022
is
een
gebruikt
voor
het
hogere vloerpeil. 4,45 meter NAP,
lager mag zijn vloerpeil is het niet aannemelijk dat de initiatiefnemers die gelet op de kosten hier de woningen zullen gaan realiseren zullen kiezen voor een hoger vloerpeil. Dit is immers niet verplicht. Verwezen wordt ook naar het gestelde in paragraaf 8.10. Daarom is het van belang dat dit hogere vloerpeil wél wordt geborgd in de planregels, zodat zeker is dat ten aanzien van alle woningen in het kader van de waterveiligheid de maar
is immers
en
Dit
—
—
zelfredzaamheid
van
de bewoners
is verzekerd.
wordt dat het niet enkel is ingegeven vanuit Daaraan toegevoegd vloerpeil waterveiligheid, maar ook vanuit wateroverlast en waterkwaliteit. Het vloerpeil is ook bepalend in het watersysteem dat op zijn beurt weer afhangt van de inrichting uit het waterhuishoudingsplan. Verwezen wordt naar het gestelde in paragraaf 8.9 e.v. Flexibel reactie
waterpeil / waterkwaliteit op
paragrafen Sd
iii van
paragraaf
6.7-6.9
Uitgangspunt moet zijn van
waterkwaliteit
hoofdstuk C
(pagina
(pagina 33-35)
104-107
hoofdstuk Ill Verweer onder 6
6.17
voor
het
plangebied volgens het hoogheemraadschap
een
robuust
watersysteem.
en
Voor
112
en
en
een
van
het
robuust
verweerschrift) is dat straks sprake watersysteem is een goede
essentiële voorwaarde. Een goede waterkwaliteit is namelijk niet alleen belangrijk voor de toekomstige bewoners én gebruikers, maar ook voor dieren en de biodiversiteit en is dus onderdeel van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Goede waterkwaliteit met bestaat uit een helder watersysteem ondergedoken waterkwaliteit af van waterplanten. Een goede hangt ecologische sleutelfactoren. Dat straks aan de voorwaarden van een goede waterkwaliteit in het plangebied wordt of kan worden voldaan, staat niet vast. De ecologische sleutelfactoren zijn namelijk niet een
uitgewerkt.
15
Rapportage water, bodem
en
klimaat, p. 162.
(geanonimiseerd)
ZIRM 8.2.
In
reactie op het gestelde in het beroepschrift merkt de gemeenteraad op dat een bandbreedte van minimaal 0,3 meter voor het waterpeil als uitgangspunt is genomen én dat daarmee zou worden voorzien in een veerkrachtig en robuust watersysteem met ruimte om in te spelen op nadere inzichten.
83:
Echter,
op basis van de beschikbare informatie kan deze conclusie van de gemeenteraad niet worden getrokken. Daarvoor is simpelweg nog niet genoeg informatie beschikbaar. Nog los van het feit dat dit standpunt (wederom) afwijkt van het advies uit het
Waterstructuurplan (versie 8.4.
definitief).
Een
waterhuishoudingsplan maakt inzichtelijk dat alle activiteiten van de ruimtelijke ontwikkeling in hun samenhang bezien leiden tot een goede waterhuishoudkundige situatie, zowel binnen het plangebied als wat betreft de eventuele effecten daarbuiten. HHSK heeft van begin af aan, en consequent (zowel ambtelijk als bestuurlijk) benadrukt dat het vaststellen van een integraal waterhuishoudkundig plan voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan een absolute voorwaarde is om tot een op het punt
van
komen. 8,5:
03
waterveiligheid,
waterkwaliteit
en
waterkwantiteit
gedragen plan
te
kunnen
Het
waterhuishoudingsplan geeft een integraal beeld van de ontwikkeling. Het geeft in de goede werking tijdens de realisatie en op de lange termijn, rekening houdend met ontwikkelingen zoals klimaatverandering en bodemdaling. Het moet dusdanig concreet zijn dat met zekerheid is te kwantificeren dat aan de doelen voor afvalwater en wateroverlast, waterkwaliteit, waterveiligheid, watervoorziening, inzicht
duurzaam
beheer
NB:
is
er
en
nog
onderhoud steeds
wordt voldaan.
niet
voldoende
waterhuishoudingsplan voor het plangebied onderzoek benodigd o.a. ten aanzien van: (a)
waterkwaliteit op basis —
van
informatie te
kunnen
beschikbaar
opstellen,
zo
is
om
een
nog
nader
de Ecologische Sleutel Factoren
uitgewerkt, terwijl de conclusies die volgen uit het Waterstructuurplan sterk afhankelijk zijn van de Ecologische Sleutel Factoren én de inrichtingsmaatregelen. Deze uitwerking moet geschieden in een waterhuishoudingsplan, maar die ontbreekt dus (nog steeds). Dit terwijl het waterhuishoudingsplan voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan bekend had moeten zijn, zodat op basis daarvan had kunnen worden geconcludeerd dat het bestemmingsplan rekening houdt met de ruimtevraag die dit met zich brengt én sprake zou zijn van een robuust watersysteem. Nu het waterhuishoudingsplan niet bekend is, hadden er in de planregels dus in ieder geval De
Ecologische
waarborgen
watersysteem van
een
aan
het
(geanonimiseerd)
Sleutel
moeten
Factoren
zijn
nog
worden opgenomen,
is verzekerd,
voorwaardelijke
niet
zodat
een
robuust
bijvoorbeeld door het opnemen verplichting dan wel een toetsing
waterhuishoudingsplan.
ZIRIM waterberging (waaronder een ontwerp van basis percentage oppervlaktewater (op bergingsvolumes in droge berging),
(b)
8.6.
de
hoofdwatergangen
(c)
het vaststellen
van
de definitieve
vloerpeilen
(d)
het onderzoek
naar
de effecten op de bestaande
en
het
verharding)
toename
van
en
lintbebouwing.
aanvulling op het vorenstaande wordt opgemerkt dat een goede waterkwaliteit in elk geval onwaarschijnlijk is als wordt uitgegaan van een peilfluctuatie van 30 cm, zoals de gemeenteraad heeft gedaan. Toch heeft de gemeenteraad dit als uitgangspunt genomen (in afwijking van het Waterstructuurplan) zonder dat hij in de planregels heeft geborgd dat er maatregelen wordt getroffen om een goede waterkwaliteit in het plangebied te verzekeren. Doordat deze maatregelen niet vastliggen, is niet verzekerd dat hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een veilige en gezonde fysieke In
leefomgeving. Sn
Volgens cm
het
hoogheemraadschap
voorwaarde
inrichting
van
Zoals uit het vorenstaande 8.8.
In verband.
o.a.
een
flexibel
peil
volgt
is dat niet het
brandbreedte
met
een
een
goede
hier dus op
van
50
waterkwaliteit.
De
worden
geval.
het vorenstaande wordt ook nog
met
gebied
hebben
weer
de waterkwaliteit.
Daar
komt de
vanwege
bij
watersysteem nu
is
dat
het
minimale
waterveiligheid, en
meer
opgenomen
hoogheemraadschap
vloerpeil
dat
opgemerkt
dat
benodigd,
niet
aangepast.
grondwatermetingen aangetoond dat de stijghoogte van het grondwater varieert en over een periode van een jaar een fluctuatie laten zien van rond -5,70 m. NAP, terwijl in de toelichting wordt uitgegaan van een statisch gegeven van de stijghoogte van het grondwater van -5,90 m NAP. De stijghoogte is in werkelijkheid dus hoger in een groot deel van het jaar dan waarmee rekening is gehouden door de gemeenteraad met de voorziene waterpeilen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de kwelflux en daarmee ook in het
8.9.
is
zorgen dat hier sprake is van het gebied (en het watersysteem), moet te
om
is
alleen
is
ingegeven
ook de opbouw van het belang is specifiek de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Het vloerpeil dat
in in
de
het
maar
van
planregels, kader
van
staat
de
voor
in
de
het volgens flexibele benodigde gemeenteraad heeft vastgelegd,
weg
aan
de
waterkwaliteit
bandbreedte van het waterpeil. Het vloerpeil dat de heeft tot gevolg dat ofwel het minimaal waterpeil naar beneden wordt bijgesteld, hetgeen leidt tot meer kwel of de drooglegging moet worden verkleind, waardoor sprake is van minder waterberging (en dus een grotere kans op wateroverlast). 8.10.
geldt dat zodra voor één woning in het betreffende peilvak in het plangebied het minimale voorgeschreven vloerpeil tot uitgangspunt is genomen, een aanpassing van de peilfluctuatie voor het hele peilvak niet meer mogelijk is, omdat deze woning maatgevend is geworden. Het verhogen van het vloerpeil voor nieuwe woningen in het peilvak op een later moment, heeft voor in elk geval het watersysteem als zodanig, dus Bovendien
geen
positief effect tot gevolg.
(geanonimiseerd)
ZISIM Voor
zover in het verweerschrift wordt gesteld dat het vastleggen van peilen en fluctuatiebreedtes voorbehouden zijn aan HHSK en daarvoor op grond van artikel 2.2, lid 3 van de Waterschapsverordening een vergunningplicht geldt wordt het volgende
opgemerkt.
klopt dat HHSK als peilbeheerder verplicht is het peil voor het watersysteem vast te stellen. Artikel 2.2, lid 3 Waterschapsverordening is echter bedoeld om ‘afwijkende peilen’, oftewel peilen die afwijken van het waterpeil uit het peilbesluit, te reguleren. Het
8.13.
In
peilbesluit wordt,
een
vastgesteld.
na afweging van alle belangen, het waterpeil voor het gebied heeft een inwoner belang bij een hoger of een lager peil, bijvoorbeeld
Soms
het voorkomen
voor
droogstand
van
van
de
fundering.
Daarom
wordt
soms
(individuele)
gegeven om een afwijkend peil te voeren, oftewel een vergunning op basis van artikel 2.2, lid 3 Waterschapsverordening. Een afwijkend peil dient een individueel belang en de instandhouding van het afwijkende peilgebied is daarmee ook de
toestemming
8.14.
verantwoordelijkheid
van
Bij het vaststellen
een
belanghebbende/vergunninghouder.
peilbesluit moet HHSK rekening houden met alle aanwezige zodra een ontwikkeling gerealiseerd is, die aanwezige dat, belangen. mee worden moeten belangen gewogen bij het bepalen van het peil. Het peilbesluit is daarmee volgend op de ruimtelijke ontwikkeling. HHSK wil met het beroepschrift voorkomen dat het straks bij het vaststellen van het peilbesluit voor een voldongen feit gesteld wordt en geen speelruimte meer heeft om zelf een afweging voor het peil te maken. Een verhoging van het waterpeil behoort dan wellicht niet meer tot de omdat HHSK moet houden met de dan aanwezige belangen en mogelijkheden, rekening fysieke beperkingen in de buitenruimte. Dit
815.
de
Voorts
van
betekent
wordt
grondwaterpeil
opgemerkt
enkel op het voorkomen Groene
dat
van
hoofdstuk
III Verweer onder 6
verweerschrift)
9.2.
Waterschapsverordening
het
paragrafen
6.20-6.22
(pagina
113-115
van
het
Het
hoogheemraadschap heeft aangegeven dat de planontwikkeling effecten heeft op Waterparel. De waterkwaliteit mag hier niet achteruitgaan, maar het bestemmingsplan en de mogelijkheden die dit biedt, brengt dit in gevaar. de
Groene
In
het
verweerschrift
getroffen
93,
2.3
beheerd. Artikel 2.3 Waterschapsverordening ziet negatieve effecten van activiteiten op het grondwater.
Waterparel
reactie op
Gal:
artike!
met
actief wordt
niet
en
de
ontwikkeling
effect
van
geval
de kwel
In
dat aangegeven het gemeente grondis
dat de
in de Groene
en
eventueel
Waterparel
reactie
mitigerende en
maatregelen
oppervlaktewater
moeten
worden
zal monitoren
mitigerende maatregelen
te
analyseren
om
het
in het
toeneemt.
hierop wordt opgemerkt dat in het bestemmingsplan niet is onderbouwd maatregelen nodig zijn en getroffen zullen worden om achteruitgang te voorkomen. De te nemen maatregelen (en effecten) zijn ook nog niet bekend, althans staan niet vast ook omdat nog geen sprake is van een waterhuishoudingsplan. Kortom, welke
(geanonimiseerd)
ZIRM de gemeenteraad laat bewust verschillende opties open waardoor op dit moment geen zekerheid wordt verkregen dat de Groene Waterparel niet negatief beïnvloed zal worden
door
de
het in maatregelen ontwikkeling. Ook hebben benoemde een effect de in de op oppervlaktewaterkwaliteit mogelijk negatief
verweerschrift
Waterparel
Groene
Uit
de
omgeving.
Dit wordt
NB:
als voorbeeld wordt genomen
via
vrij
lozende
stelt om 9,4,
en
putten’.
Dit is
het verweerschrift
gemeenteraad miskend.
de benoemde
strijdig
extra kwel te voorkomen
door de
oplossing ‘lozing grondwater hoogheemraadschap
de eis die het
met
(beleidsregel kwelgevoelig gebied).
nu blijkt duidelijk dat nog niet bekend is of en zo ja welke worden de vooral leunt op de mitigerende maatregelen gemeenteraad getroffen om monitoring. Echter, monitoring vervolgens pas mitigerende maatregelen te nemen is een reactieve maatregel wanneer problemen al optreden. Dit is strijdig met het principe van geen achteruitgang.!® Mitigerende maatregelen moeten vooraf worden onderzocht en kenbaar worden gemaakt, zodat mitigerende maatregelen getroffen worden voordat negatieve effecten de kans krijgen om te kunnen optreden. Dit wordt door de gemeenteraad miskend. —
—
95.
de
in reactie dat gemeenteraad wordt voorts in het verweerschrift gesteld dat de effecten van het plan sprake is van strijd met de KRW en het voorzorgsbeginsel op de waterhuishouding in kaart zijn gebracht en waar nodig in de regels van het bestemmingsplan is geborgd dat nadelige gevolgen op het oppervlaktelichaam Zuidplaspolder-Zuid uitblijven. Namens
—
—
0:6:
Ook hier
geldt
dat vanuit
het
Waterstructuurplan
en
het
bestemmingsplan
onvoldoende