CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

GEWIJZIGD Bijlage 4 Bestemmingsplan ’s-Gravenweg 318-334 – toelichting A25.000216

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststellen bestemmingsplan 's-Gravenweg 318-334 te Nieuwerkerk ad IJssel13.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• • •

scholen; kinderdagverblijven; verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.

Het gaat niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan moeten er twee aspecten in beeld gebracht worden. Ten eerste of de luchtkwaliteit de nieuwe functie toelaat. Ten tweede moet bekeken worden of het plan de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ verslechtert. Indien het plan wel ‘in betekenende mate’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is het van belang om te toetsen of de grenswaarden niet overschreden worden. Indien geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt, kan het plan alsnog gerealiseerd worden. Planspecifiek De ontwikkeling kan gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een NIBM-project. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM, niet noodzakelijk. Het project heeft ‘niet in betekenende mate’ invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. Wel is, met behulp van de Atlas Leefomgeving, gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse ruim voldoet aan de gestelde grenswaarde van 40 µg/m3 voor zowel fijnstof als stikstofdioxide.

De specifieke concentraties over 2020 van fijnstof (PM10), fijnstof (PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) in het plangebied bedragen respectievelijk 16,71 μg/m³ PM10, 9,18 μg/m³ PM2,5 en 17,12 μg/m³ NO2. Daarmee worden de wettelijke grenswaarden niet overschreden. Conclusie Derhalve kan gesteld worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

4.7 Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming kan volgen uit de aanwijzing van een gebied. Wat betreft soortenbescherming is per 1 januari 2017 de huidige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ een vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.

24

Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menig soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek In de huidige situatie betreft het plangebied een terrein zonder bomen, struiken of andere opgaande begroeiing. De gronden zijn in de huidige situatie verhard middels een puinverharding (repac) en de gronden worden intensief benut en beheerd. Het is dan ook geen geschikte rust- of verblijfplaats voor vleermuizen of gebouwbewonende vogels. Gesteld kan worden dat het plangebied niet geschikt is voor beschermde soorten van de Wet natuurbescherming. Het plangebied is voorts gelegen op een ruime afstand van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zodat geen significante negatieve effecten op die gebieden zijn te verwachten. Stikstofdepositie Voor de beoogde ontwikkeling is een AERIUS-berekening uitgevoerd (Buro SRO, 20 december 2024): zie bijlagen bij toelichting bijlage 1. Voor de Natura 2000-gebieden geldt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden.

Daarmee is er geen natuurvergunning nodig en is de ontwikkeling uitvoerbaar. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

4.8 Archeologie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Archeologische beleidsadvieskaart Voor de verschillende archeologische verwachtingswaarden is een archeologie beleid opgesteld. De archeologische beleidsadvies kaart is afgeleid uit de archeologische verwachtingskaart, waarbij de beleidsadviezen in de legenda zijn opgenomen. Door nieuwe inzichten, ontwikkelingen en uitgevoerde onderzoeken is deze kaart aan verandering onderhevig en hebben diverse actualisaties plaatsgevonden.

Het meest recente geactualiseerde archeologiebeleid is vastgelegd in de in juni 2017 opgestelde nota “Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente Zuidplas”, dat als aanvulling op de in 2010 vastgestelde beleidsnota gezien dient te worden. In januari 2018 zijn nog enkele redactionele wijzigingen aan deze nota aangebracht. Op 6 maart 2018 is het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie' vastgesteld. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het geactualiseerde archeologiebeleid, waarbij de vastgestelde archeologische beleidskaart de basis vormt voor de bij deze parapluherziening behorende verbeelding. Aan de hand van de archeologische verwachtingenkaart en beleidskaart is per gebied bepaald of en wanneer archeologisch (voor)onderzoek verplicht is. Het gemeentelijk archeologisch beleid voorziet in vier categorieën, met bijbehorende oppervlakte- en dieptecriteria.

25

Planspecifiek Conform het bestemmingplan 'Parapluherziening Archeologie' van de gemeente Zuidplas is het plangebied niet voorzien van een archeologische dubbelbestemming. Derhalve kan archeologisch onderzoek achterwege blijven.

4.9 Waterparagraaf Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21e eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:

•

vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.

•

schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Water Programma Op basis van de Waterwet is het Nationaal Water Programma vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Water Programma geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2022-2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Water Programma richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water.

Het geeft maatregelen die in de periode 2022-2027 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Waterbeheerplan Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 'Met mensen en water' Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is waterbeheerder in het gebied tussen Rotterdam, Zoetermeer, Gouda en Schoonhoven. In het waterbeheerplan worden de ambities en doelen voor de periode 2016-2021 weergeven. Het streven is het watersysteem zo goed mogelijk geschikt te houden voor alle functies. Daarnaast is er aandacht voor de aantrekkelijkheid van het woon- en leefgebied voor alle gebruikers. De hoofddoelen van het beheer zijn:

•

Waterveiligheid: beschermen van burgers en bedrijven tegen overstromingen middels stevige dijken.

•

Watersysteem: het duurzaam en slim besturen, beheren en onderhouden van het samenhangende systeem van watergangen en kunstwerken. Een optimaal waterpeil, voldoende water van goede

26

kwaliteit en goed onderhouden sloten, vaarten en plassen zijn hierbij van belang. Geanticipeerd dient te worden op klimaatverandering en bodemdaling en ruimtelijke ontwikkelingen. Op gebiedsniveau wordt samengewerkt met andere partijen aan integrale oplossingen voor de verschillende wateropgaven.

•

Afvalwaterketen en emissies: efficiënt en gebruiken van afvalwaterzuiveringsinstallaties en transportsystemen ten behoeve van maatschappelijke winst in de vorm van energieterugwinning en kostenbesparing. Met optimalisatie en innovatie van de zuiveringsprocessen wordt ingezet op duurzaamheid.

•

Wegen: bijdragen aan een betrouwbaar netwerk binnen de regio Midden-Holland middels veilige, doelmatig onderhouden wegen.

Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap heeft op 27 juni 2012 het Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoename is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren. Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen plannen: kleine, middelgrote en grote ruimtelijke ontwikkelingen. Onderstaand is per type toegelicht hoe HHSK omgaat met de typen ruimtelijke ontwikkelingen: 1. 2. 3.

Kleine plannen: Plannen met een verhardingstoename tot 500 m² Middelgrote plannen: Plannen met een verhardingstoename groter dan 500 m² en kleiner dan 10 hectare bruto planoppervlak Grote plannen: Een plan groter dan 10 hectare bruto planoppervlak

Keur en Beleidsregels Op grond van de Waterwet is van Schieland en de Krimpenerwaard als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij:

• • • •

waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken); andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen); de bodem van kwelgevoelige gebieden;

Maar ook aan:

• •

Onttrekken en lozen van grondwater; Het aanbrengen van verhard oppervlak.

De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bv. op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (én een omgevingsvergunning bij de gemeente). In de uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt. Waterplan Zuidplas Het Waterplan Zuidplas, een gezamenlijk project van de gemeente Zuidplas en het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, is opgesteld om maatregelen te nemen die zorgen voor droge voeten en een goede waterkwaliteit in de gemeente Zuidplas. Dat laatste is belangrijk voor de in en om het water levende planten en dieren, de landbouw en het recreatief medegebruik.

27

Het waterplan heeft als resultaat een gezamenlijke visie en de uitwerking van de visie tot een concreet maatregelenprogramma met hierin een tijdsplanning, kostenraming en kostenverdeling. Ook de ruimtelijke consequenties van het waterbeleid worden aangegeven in het waterplan. In het waterplan wordt ingegaan op de bouwstenen: waterkwantiteit, waterveiligheid, waterketen en riolering, grondwater, oppervlaktewater en ecologie, beheer en onderhoud stedelijk water, waterbeleving en recreatie en water en Ruimtelijke Ordening. Watertoets De watertoets omvat het afstemmingproces tussen de planontwikkelaar en de waterbeheerder. Het doel van deze afstemming is het element water een volwaardige plek te geven bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit is nodig om eventuele negatieve effecten op de waterhuishouding te voorkomen en kansen voor een betere waterhuishouding te benutten. De meest belangrijke onderdelen van de watertoets zijn: een advies van de waterbeheerder bij ruimtelijke ontwikkelingen en een waterparagraaf. Planspecifiek Watercompensatie Voor ruimtelijke ontwikkelingen met een verhardingstoename tot 500 m² is geen compensatie noodzakelijk. In de huidige situatie is het plangebied verhard met puinverharding (repac). Puinverharding wordt als semidoorlaatbaar gezien.

Omdat met het voornemen aanvankelijk sprake is van een toename van verhard oppervlak van circa 3.000 m², moet gecompenseerd worden. Hierover heeft de initiatiefnemer contact gehad met het hoogheemraadschap en daaruit is naar voren gekomen dat 80 m² aan extra water vereist is. Het voornemen is om hierin te voorzien aan de zijde van de N219, binnen de bestemming 'Groen'. Tevens worden de mogelijkheden benut om de hoeveelheid verhard oppervlak te verminderen door het toepassen van sedumdaken en zo mogelijk ook grastegels. Ook is de groene rand uitgebreid. Dit wordt nader uitgewerkt in het kader van de omgevingsvergunning en de benodigde watervergunning. Waterafvoer Het voornemen is om de toiletruimte aan te sluiten op een gescheiden rioleringsstelsel, waarbij het afvalwater aangesloten wordt op het gemeentelijk rioolstelsel. De beoogde garageboxen worden niet voorzien van stromend water, waardoor ook geen waterafvoer nodig is. Het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem en afgevoerd naar de naastgelegen watergangen. Hierbij worden geen uitlogende materialen gebruikt. Waterkeringen Uit het raadplegen van de legger van hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard blijkt dat er binnen en in de directe omgeving van de planlocatie geen regionale en/of primaire waterkeringen aanwezig zijn.

Conclusie Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat het aspect water geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

4.10 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogde nieuwe project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied.

4.10.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt.

28

Planspecifiek Het bedrijventerrein aan de ’s-Gravenweg wordt door middel van een elektronisch hek afgesloten. Het hek opent om 7.00 uur ’s ochtends en sluit om 18.00 uur ’s-avonds. De huidige ondernemers op het bedrijventerrein beschikken over een elektronische sleutel waarmee te allen tijde het hek kan worden geopend. Ditzelfde geldt voor de beoogde gebruikers van de garageboxen/opslagunits. Verwacht wordt echter dat het merendeel van de verkeersbewegingen plaatsvindt binnen de reguliere openingstijden. Verkeerstoets Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan 's-Gravenweg door Goudappel BV (15 oktober 2023, zie bijlagen bij toelichting bijlage 2) een onderzoek uitgevoerd naar de verwachte toename van de verkeersbewegingen vanwege de beoogde ontwikkeling en in hoeverre er sprake is van een verkeersveilige verkeersdruk op de 's-Gravenweg in de toekomstige situatie. Het onderzoek leidde destijds tot het inzicht dat een globale richtlijn voor de maatgevende capaciteit van de 's-Gravenweg op basis van de omgevingskenmerken circa 1.600 motorvoertuigbewegingen per etmaal is. Er is een verkeerstelling uitgevoerd in de periode 24 september t/m 8 oktober 2022, waaruit blijkt dat de gemiddelde verkeersdruk op een werkdag 1.558 motorvoertuigbewegingen per etmaal bedraagt.

De extra verkeersgeneratie per werkdagetmaal vanwege de beoogde ontwikkeling ligt tussen de 25 en 101 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De verwachting is dat deze verkeersdruk zich verdeelt over de noordelijke en zuidelijke rijrichting. Daardoor neemt in de toekomstige situatie de verkeersdruk toe tot 1.571 - 1.614 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Geconcludeerd wordt dat ook bij een kleine overschrijding van de globale richtlijn voor de capaciteit van 1.600 motorvoertuigbewegingen per etmaal, wat hier het geval kan zijn, sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Second opinion verkeersonderzoek In opdracht van de gemeente Zuidplas heeft Mobycon de rapportage 'Second opinion verkeersonderzoek ’sGravenweg 318-334 Nieuwerkerk aan den IJssel' (d.d. 22 januari 2025) opgesteld. In dat verband is de situatie ten aanzien van het aspect verkeer nader beschouwd. Dit rapport is als bijlagen bij toelichting, bijlage 3 bijgevoegd. Als onderdeel van dit onderzoek zijn tussen 12 en 27 mei 2024 op twee locaties op de ’s-Gravenweg verkeerstellingen uitgevoerd. Op het deel van de ’s-Gravenweg tussen De Vijf Boeken en Molenweteringpad bedroeg de gemiddelde werkdagetmaalintensiteit 1.776 motorvoertuigbewegingen voor beide richtingen gezamenlijk.

Op het deel tussen het Molenweteringpad en Kortlandstraat was dit gemiddeld 1.714 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal voor beide richtingen gezamenlijk. Met een autonome groei van 1% per jaar, zal naar verwachting de intensiteit in 2035 zijn opgelopen naar 1.912 tot 1.981 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Dit aantal is hoger dan het aantal motorvoertuigbewegingen in het onderzoek van Goudappel (verkeerstelling september/oktober 2022). Dit leidt tot het inzicht dat de ’s-Gravenweg niet te druk wordt door de beoogde planontwikkeling, maar relatief druk is en blijft door de autonome groei. Mobycon adviseert de gemeente om bij een herinrichting maatregelen te nemen om de situatie te verbeteren. Vervolgens is zowel op basis van CROW-kencijfers, als op basis van maatwerk (ervaringscijfers huidige eigenaar), geanalyseerd wat het effect is van de nieuwe situatie (73 opslagboxen) ten opzichte van het huidig gebruik. In beide gevallen leidt dit tot een afname. Op basis van CROW-kencijfers is de verandering in verkeersaantrekkende werking -146 voertuigbewegingen per werkdagetmaal. Op basis van maatwerk (ervaringscijfers huidige eigenaar) is de verandering in verkeersaantrekkende werking ten opzichte van het huidig gebruik -9 voertuigbewegingen per werkdagetmaal.

Op basis van dit onderzoek is aannemelijk gemaakt dat er een afname zal zijn van het aantal verkeersbewegingen in de nieuwe situatie ten opzichte van het huidige gebruik. Dit speelt zich af binnen een context van een relatieve hoge verkeersbelasting van de 's-Gravenweg. Aansluiting op N219 Vanuit omliggende bedrijven is een idee geschetst om een directe aansluiting van het bedrijventerrein op de N219 te realiseren. Door een lid van Provinciale staten zijn vragen hierover gesteld (d.d. 22 september 2022). Op 17 oktober 2022 heeft Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gereageerd en aangegeven dat er geen draagvlak is om mee te werken aan het verzoek voor een extra aansluiting/ uitrit op de N219. De

29

reactie 'Mogelijkheden directe ontsluiting bedrijventerrein Nieuwerkerk aan den IJssel op N219' is als bijlagen bij toelichting, bijlage 4 bijgevoegd. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

4.10.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. De gemeenteraad van Zuidplas heeft op 5 november 2019 de 'Nota Parkeernormen 2019' vastgesteld. Deze nota vervangt de Beleidsnota Parkeernormen uit 2013. Er is rekening gehouden met parkeerkencijfers van het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW).

Bovendien zet de nieuwe nota in op meer flexibiliteit in de toepassing van kencijfers en parkeernormen door meer gebiedsgerichte en meer doelgroep specifieke normen. Planspecifiek In de 'Nota Parkeernormen 2019' is het onderhavige gebied deel van het gebiedstype 'Zone B', met een gemiddelde tot hoge auto-afhankelijkheid. Het beoogde plan voorziet in de herinrichting van gronden ten westen van de percelen aan de 's-Gravenweg 318 t/m 334 ten behoeve van 73 garageboxen, 1 toiletruimte en 1 technische ruimte. De navolgende tabel geeft de parkeerbehoefte weer in de toekomstige situatie, gebaseerd op de parkeernormen van de gemeente Zuidplas. Aantal m² bvo Bedrijf bezoekersextensief transportbedrijf) Totaal

arbeidsextensief/ (loods, opslag,

1.572

Norm per 100 m² bvo 1,3

Aantal parkeerplaatsen 20,44

-

-

20,44

De benodigde parkeerplaatsen, afgerond 21 parkeerplaatsen, worden allen binnen het plangebied gerealiseerd. Er worden namelijk 22 parkeerplaatsen aangelegd binnen het plangebied. Hiervan zijn 5 parkeerplaatsen voorzien van een oplaadpunt voor elektrische voertuigen. Daarbij is overigens, op basis van ervaringscijfers bij de 18 bestaande garageboxen op het terrein, de verwachting dat beduidend minder parkeerplekken daadwerkelijk nodig zijn. Conclusie Gesteld wordt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de Nota Parkeernormen 2019 van de gemeente Zuidplas en dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor het initiatief.

30

4.11 Niet gesprongen explosieven Uit ervaring blijkt dat circa 10 tot 15% van de gebruikte Conventionele Explosieven (CE) uit de WOll-tijd niet functioneerde en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Een blindganger vormt een wezenlijk risico tijdens grondroerende werkzaamheden. In 2014 is historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE) voor het beheergebied van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Hieruit blijkt dat het plangebied onverdacht is voor wat betreft het voorkomen van NGE. Verder onderzoek naar NGE is dan ook niet noodzakelijk. Hoewel er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van NGE, kan niet met zekerheid worden gesteld dat die er niet zijn. Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn passende maatregelen nodig. Het aspect NGE vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

4.12 Duurzaamheid Het belangrijkste doel uit het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderd ten opzichte van 1990. In 2050 is de uitstoot van broeikasgassen zelfs met 95% afgenomen. Om de klimaatdoelen voor 2030 te behalen moet het tempo van verduurzaming omhoog. Nederland in 2050 vrij van aardgas Op 7 december 2016 is de energieagenda gepubliceerd door minister Kamp. De agenda schetst het beleid na 2023 dat moet leiden tot een vrijwel CO2-neutrale economie in Nederland in 2050. De agenda beschrijft de overgang naar een gasloze maatschappij. Verwarming van huizen en kantoren zal worden overgenomen door duurzame energiebronnen en koken zal in de toekomst uitsluitend nog elektrisch gebeuren. De Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) schrijft voor dat nieuwbouw per 1 juli 2018 gasloos uitgevoerd dient te worden. Energie (BENG) De rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw. Tot 31 december 2020 wordt de energie-efficiëntie uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Hierbij werd gestreefd naar EPC = 0,0, waarbij een gebouw energieneutraal is. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle gebouwen voldoen aan de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG).

Die eisen vervangen de EPC en zijn dus ook van toepassing op het voorliggende initiatief. MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw en is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100 m². Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. De gebruikte impact van de gebruikte materialen wordt in kaart gebracht aan de hand van productiewijze van de gebruikte bouwmaterialen, het transport, de levensduur van de materialen en de manier van afdanken. Vervolgens worden alle materialen bij elkaar opgeteld. Het resultaat van een dergelijke analyse wordt uitgedrukt in de zogenaamde ‘schaduwkosten’ van het materiaal. Hoe lager de schaduwkosten, hoe duurzamer het gekozen materiaaltype. Per 1 januari 2018 geldt een maximale totale schaduwprijs van 1,0€ / m² bvo. Provinciaal energiebeleid Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Provinciale Structuurvisie. Bijbehorende kaders zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Het plangebied is gelegen binnen stedelijk gebied.

Ten aanzien hiervan geldt dat bij de toelichting op een ruimtelijk plan een beschrijving bevat op welke wijze rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen.

31

GPR Gebouw Een meetinstrument voor duurzame ontwikkeling en het benutten van het besparingspotentieel is GPR Gebouw. GPR Gebouw is een manier om duurzaam bouwen te concretiseren en doet dit door een rapportcijfer te geven op vijf thema’s: Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Hierbij geldt, hoe hoger het cijfer, hoe duurzamer het gebouw. Door de GPR Gebouw in te vullen wordt meer nagedacht over duurzaamheid tijdens het ontwerpen en (ver)bouwen van gebouwen. GPR Gebouw kan ook gebruikt worden om bestaande woningen en gebouwen te verduurzamen. Na invoering van gegevens in GPR Gebouw betreffende de woningen worden prestaties zichtbaar op de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Planspecifiek Uit toelichting paragraaf 3.3.2 blijkt dat het voorgenomen plan past binnen het 'Programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie' van de gemeente Zuidplas. Daarnaast zullen de garageboxen voldoen aan de BENGnormen en zal er gebruik gemaakt worden duurzame materialen. De garageboxen worden niet voorzien van een gasaansluiting. De mogelijkheden worden onderzocht de daken van een sedumdak te voorzien. Daarnaast kan mogelijk een deel van de daken uitgerust worden met bijv. 30 zonnepanelen.

De toiletruimtes, technische ruimtes en eerste verbruik van de boxen kan dan door eigen opgewekte stroom in een kort circuit gebruikt worden, wat het net ontlast. Voorts worden 5 oplaadpunten voor elektrische voertuigen toegevoegd. Bij de bouw wordt uitgegaan van prefab elementen die later opnieuw gebruikt kunnen worden, wat de circulariteit ten goede komt.

32

hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

5.2 Toelichting op de planregels De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de geldende bestemmingsplannen. In onderstaande paragrafen zullen de regels nader worden uiteengezet.

5.3 Bestemmingen De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn afgestemd op de gemeentelijke standaarden en sluiten aan op de regels van het bestemmingsplan 's-Gravenweg 2013. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Bedrijventerrein De beoogde opslagruimten aan de 's-Gravenweg zijn voorzien van de bestemming 'Bedrijventerrein', met de nadere aanduiding 'opslag'. Ter plaatse is uitsluitend activiteiten die verband houden met opslag van goederen zijn toegestaan. Tevens is in de Specifieke gebruiksregels een bepaling opgenomen met betrekking tot het verboden gebruik van gronden en bouwwerken, zoals risicovolle activiteiten, opslag van consumentenvuurwerk en het gebruik voor flitsbezorging en darkstores. Er is een royaal bouwvlak aangeduid, dat voor 40% bebouwd mag worden. De bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m. Groen De groenzones in het plangebied zijn veiliggesteld via de bestemming 'Groen'. De gebruikelijke gebruiksmogelijkheden worden geboden. Verder zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegelaten, zoals terreinafscheidingen en lichtmasten. In de Algemene regels zijn onder andere algemene bouw- en afwijkingsregels opgenomen. Tevens is een regeling voor het parkeren opgenomen, met een verwijzing naar de op 5 november 2019 vastgestelde 'Nota Parkeernormen 2019'.

33

hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een wijzigingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het wijzigingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:

•

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;

•

het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;

•

het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Planspecifiek De gemeente heeft ten behoeve van het project met de initiatiefnemer een overeenkomst afgesloten. In deze overeenkomst wordt de betaling van de eventuele tegemoetkoming in de planschade, die het nieuwe planologisch kader kan veroorzaken, geregeld. De overige kosten worden door middel van leges op de initiatiefnemer verhaald. Het ruimtelijke plan is hierdoor financieel uitvoerbaar.

34

hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg De beoogde ontwikkeling aan de 's-Gravenweg maakte eerder onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Verzamelplan Zuidplas 2021'. In dat verband zijn de wettelijke overlegpartners in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening in kennis gesteld van het ontwerpverzamelplan 2021. Er zijn toen zes overlegreacties ingediend. Deze hadden geen betrekking op het onderhavige initiatief, met uitzondering van een suggestie van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard die vraagt om met hen te overleggen over de mogelijkheden voor natuurvriendelijke oevers. Daar wordt in het onderhavige geval rekening mee gehouden. Gelet hierop wordt niet opnieuw het vooroverleg gevoerd.

7.2 Zienswijzeprocedure Procedure Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zienswijzen Het onderhavige initiatief maakte eerder onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Verzamelplan Zuidplas 2021'. In het kader van het ontwerpverzamelplan 2021 zijn acht zienswijzen ingediend die betrekking hebben op de ontwikkeling aan de 's-Gravenweg 318-334. Naar aanleiding hiervan is het onderhavige initiatief uit het 'Verzamelplan Zuidplas 2021' verwijderd en is besloten om voor dit initiatief een apart traject te volgen.

In dat verband heeft het ontwerpbestemmingsplan ’s-Gravenweg 318-334 vanaf donderdag 16 november 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn vier zienswijzen binnengekomen. In de Nota van Beantwoording (en Wijziging) zijn de samenvattingen van de ingediende zienswijzen en de reactie van gemeentewege hierop opgenomen, alsmede de ambtelijke aanpassingen. De Nota van beantwoording (en wijziging) is als bijlagen bij toelichting, bijlage 6 bijgevoegd. Na de periode van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is de rapportage 'Second opinion verkeersonderzoek ’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk aan den IJssel' (d.d. 22 januari 2025) opgesteld. Hierin is de situatie ten aanzien van het aspect verkeer nader beschouwd. Dit rapport is als bijlagen bij toelichting (bijlage 3) gevoegd.

35

hoofdstuk 8 Handhaving Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke aanlegvergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een ontheffing. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang.

Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15299726/1