GEWIJZIGD Bijlage 2 Herstelbesluit Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 – Toelichting A25.003851
Tekst van het document
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 51/122
langs het zonnepark loopt. De nadere uitwerking zal invulling geven aan de exacte inrichting en functies van het energielandschap. Deze ecologische verbindingszone (zie paragraaf 4.9) is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland en wordt bij de ontwikkeling van het Middengebied aangelegd. Door deze verbindingszone kunnen dieren en planten zich verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden, waardoor de biodiversiteit toeneemt. Daarnaast wordt er in deze EVZ ruimte gemaakt voor natuurlijke vegetatie, waardoor er een geschikte leefomgeving ontstaat voor verschillende soorten planten en dieren. Bovendien wordt het zonnepark (buiten de EVZ om) omgeven door groen, onder andere door een groenstrook die de Watertuinen scheidt van het zonnepark. Ook deze groenstrook zorgt voor een toename aan biodiversiteit en leefgebied voor flora en fauna in vergelijking met de huidige situatie (agrarisch grondgebruik). In de regels van dit bestemmingsplan is daarnaast een zogenoemde bestemmingsplanactiviteitvergunning opgenomen binnen het energielandschap. Een bestemmingsplanactiviteit is een activiteit die voldoet aan de regels van dit plan, waar een vergunning op grond van dit plan is vereist en de beoordelingsregels voor de activiteit in dit plan zijn opgenomen.
Voor zonnepanelen wordt deze vergunning alleen verleend als a) deze voldoen aan het provinciale ruimtelijke kwaliteitsbeleid zoals vastgelegd in artikel 6.9 van de provinciale omgevingsverordening en b) de realisatie en instandhouding van landschappelijke inrichtingsmaatregelen is geborgd. Bij de mogelijke toekomstige realisatie van de zonnevelden in het Energielandschap dient daarmee aan deze regels, en daarmee aan de regels uit de provinciale verordening, voldaan te worden.
Figuur 3.13 Landschappelijke inpassing van het zonneveld In de toelichting van een bestemmingsplan dat voorziet in het plaatsen van een nieuw zonneveld moet verder ook verantwoord worden op welke wijze wordt
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 52/122
verzekerd dat het zonneveld en de bijbehorende andere bouwwerken na afloop van de opwekking van energie worden gesloopt. In onderhavig bestemmingsplan is er sprake van het mogelijk maken van zonnevelden binnen het energielandschap. Deze bestemming is echter niet enkel gericht op zonnevelden, maar maakt ook andere initiatieven ten behoeve van het opwekken van duurzame energie mogelijk. Na afloop van de levensduur van deze zonnepanelen kan er daarom worden overgegaan naar de op dat moment meest geschikte mogelijkheden ten behoeve van het opwekken van duurzame energie. Om dit te verzekeren is in de regels van dit bestemmingsplan ook als voorwaarde voor het verlenen van een bestemmingsplanactiviteit voor zonnepanelen opgenomen dat er verantwoord dient te worden op welke wijze is verzekerd dat de zonnevelden en de bijbehorende andere bouwwerken na afloop van de opwekking van energie worden gesloopt. Daarbij wordt de verantwoording over de sloop gegarandeerd. Betekenis voor het bestemmingsplan: Onderhavig plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening ZuidHolland.
3.2.3
Omgevingsprogramma Zuid-Holland
Op 1 april 2023 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsprogramma Zuid-Holland vastgesteld. Het Omgevingsprogramma omvat de maatregelen waarmee Gedeputeerde Staten invulling geeft aan de ambities en beleidskeuzes die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Het Omgevingsprogramma is opgebouwd langs de lijn van ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Betekenis voor het bestemmingsplan: In het Omgevingsprogramma wordt gesproken onder de beleidskeuzes voor wonen gesproken over bestuurlijke afspraken over woningbouw. De provincie heeft met een aantal gemeenten en regio’s bestuurlijke afspraken gemaakt over locatie, kwantiteit, kwaliteit en tempo van woningbouw. Eén van de locaties waar in het Omgevingsprogramma over wordt gesproken is het Middengebied Zuidplaspolder. In de toelichting wordt beschreven dat in het Middengebied een grootschalige, integrale gebiedsontwikkeling plaatsvindt. Hier wordt een nieuw dorp met bijbehorende voorzieningen, 47 hectare (uitgeefbaar) bedrijventerrein rond de Gouweknoop, bijbehorende infrastructuur, natuur en recreatievoorzieningen gerealiseerd. Onderhavig plan betreft deze ontwikkeling en is daarmee in overeenstemming met het Omgevingsprogramma.
3.2.4
Provinciale Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie 20212023
De Provinciale Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie 2021-2023 markeert de start van de volgende fase in de klimaatadaptatie-aanpak van de Provincie Zuid-Holland. Via haar projecten, verantwoordelijkheden, taken en instrumentarium zoals beschreven in onze begroting 2021 – 2023, werkt de provincie aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van ZuidHolland. Hierbij heeft de provincie een aantal belangrijke uitgangspunten voor opgesteld: De provincie Zuid-Holland heeft de volgende bereikbaarheidsambities om klimaatbestendig en waterrobuust Zuid-Holland in te richten:
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 53/122
• • •
Eigen assets waar nodig minder kwetsbaar te maken; Bewuste keuzes te maken of innovatieve oplossingen toe te passen die bijdragen aan extra waterberging of koeling voor de omgeving; Ontwikkelen van het concept ‘weerkrachtige weg’.
Betekenis voor het bestemmingsplan: Het plan wordt klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Hoe dit wordt gedaan is beschreven in paragraaf 4.9. Daarnaast is er bij de inrichting van het plangebied gekeken naar verschillende mogelijkheden voor klimaatadaptatie. Hier is meer over te vinden in paragraaf 4.12. Hierdoor vormt deze uitvoeringsagenda geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.2.5
Bedrijventerreinenstrategie
De Bedrijventerreinstrategie van de provincie Zuid-Holland is een uitwerking van het coalitieakkoord 2019 – 2023 en geeft richting aan de provinciale inzet voor de komende jaren op het gebied van bedrijventerreinen. Vervolgens leidt het (op termijn) tot aanpassing van onderdelen van en integratie in het provinciale Omgevingsbeleid, waaronder de Omgevingsverordening. Belangrijkste randvoorwaarden/uitgangspunten: Voor het bedrijventerreinen-beleid worden drie uitgangspunten gehanteerd: 1. Evenwicht in vraag en aanbod 2. Beter benutten en functioneren van bestaande bedrijventerreinen. 3. Verduurzamen en voorbereiden op de toekomst. Betekenis voor het bestemmingsplan: Met de realisatie van het Middengebied wordt invulling gegeven aan uitgangspunt 1, evenwicht in vraag en aanbod. Ook worden de bedrijventerreinen op een duurzame manier ontwikkeld, waardoor het Middengebied zich voorbereidt op de toekomst. In paragraaf 4.11 en 4.12 is beschreven hoe dit wordt gerealiseerd.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1
Regionale agenda wonen (2019)
In 2019 is de Regionale Agenda Wonen (RAW) vastgesteld door de regio Midden-Holland. Ten aanzien van de programmering en de te realiseren woonmilieus sluit het Middengebied niet alleen aan op de woonvisie van de gemeente Zuidplas, maar ook op de RAW. Op onderdelen wijkt de ontwikkeling licht af. Het betreft bijvoorbeeld de concrete aantallen te realiseren sociale huurwoningen tot 2030. E.e.a. is verklaarbaar door verschillende gehanteerde onderzoeken en prognoseperioden. Regionaal is de ambitie om ten minste 10% van de geplande nieuwbouw te realiseren in het middeldure huursegment (tot € 900 prijspeil 2020). Dat is iets hoger dan in de woonvisie van de gemeente Zuidplas (ca. 7%). Dit is verklaarbaar doordat bijvoorbeeld de markt voor middeldure huur in Gouda wat hoger wordt ingeschat. Door de verschillen in de woningvoorraad per gemeente is er geen regionale ambitie geformuleerd. Bij de afstemming van de woningbouwprogramma’s in de regio is dit wel een aandachtspunt. De RAW gaat uit van een herbevestiging van de bestaande bestuurlijke afspraken met de provincie Zuid-Holland over de
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 54/122
bovenregionale woonbehoefte. Midden-Holland heeft al sinds 2004 een taakstelling waar het gaat om de (boven)regionale woonbehoefte. Deze is in 2006 vastgelegd in het Intergemeentelijk Structuurplan (ISP) Zuidplaspolder waarin naast andere ruimtelijke ontwikkelingen ook de woningbouwbehoefte is vastgelegd. Sinds het uitbrengen van de provinciale Trendraming medio 2019 hanteert de provincie voor Midden-Holland een totale woningbehoefte van ca. 16.500 woningen tot 2030. Dit is inclusief 30% overprogrammering zoals de provincie dat voor Midden-Holland heeft becijferd. Deze behoefte begrenst getalsmatig het provinciale toetsingskader voor de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland (RPW MH).
Betekenis voor het bestemmingsplan: Met de regio Midden-Holland zijn ook specifieke afspraken gemaakt over de woningaantallen in het Middengebied. Dit is niet opgenomen in de RAW, maar verankerd in de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder. De eerste 4.200 woningen in het Middengebied zijn opgenomen in de woningbouwprogrammering van de regio Midden-Holland voor de periode 2021-2030. Ten aanzien van de verankering van de resterende 3.800 woningen voor de periode 2031-2040 hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland in het provinciale Omgevingsprogramma vastgelegd dat deze voor zo ver mogelijk worden opgenomen binnen de toegestane woningvoorraadtoename van de regio Midden-Holland voor deze periode, en dat anders de resterende aantallen ten laste worden gebracht van de dan geldende toegestane provinciale woningvoorraadtoename.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1
Omgevingsvisie Zuidplas
In de Omgevingsvisie Zuidplas (vastgesteld op 1 juni 2021) staan de ambities van de gemeente Zuidplas voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. Hiervoor heeft de gemeente Zuidplas een aantal belangrijke uitgangspunten opgesteld: •
•
•
Aantrekkelijk Zuidplas: Ingezet wordt op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen. Daarnaast wordt ingezet op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als dorpen in Zuidplas uit willen breiden kan dat, maar alleen als een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen. Duurzaam Zuidplas: Nieuwe ontwikkelingen zijn zoveel mogelijk energieneutraal. Voor bestaande gebouwen wordt ook hierop ingezet, hoewel dit niet overal haalbaar zal zijn. Naast de energiedoelstellingen wordt gewerkt aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft daarbij nadrukkelijk aandacht. Ondernemend Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een aantrekkelijk gemeente zijn voor ondernemers en ervoor zorgen dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en belangrijke speler in de regio.
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 55/122
•
Gezond Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving én met aandacht voor de gezondheid van onze inwoners.
De omgevingsvisie is uitgewerkt in een visie per dorp. Hierin is aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet per dorp. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer. In het vaststellingsbesluit van de Omgevingsvisie is vermeld dat voor het Vijfde Dorp en de (uitbreiding van de) Gouweknoop de Structuurvisie Zuidplas 2030 blijft gelden. Qua proces is gekozen om besluitvorming van de omgevingsvisie niet afhankelijk te maken van besluitvorming over het Masterplan. De besluitvorming over de vaststelling van het Masterplan heeft op 19 mei 2021 plaats gevonden na de ter inzagelegging van de ontwerp omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zijn de plannen voor het Vijfde Dorp en Gouweknoop globaal beschreven met het oog op de verdere uitwerking van de plannen in het Masterplan. Dit Masterplan wordt in een volgende herziening van de omgevingsvisie verwerkt. Dit laat evenwel onverlet dat de plannen zoals neergelegd in de Structuurvisie Zuidplas 2030 ten aanzien van het Vijfde Dorp en Gouweknoop onverkort blijven gelden. Betekenis voor het bestemmingsplan: De ontwikkeling van het Middengebied is in de omgevingsvisie als uitgangspunt meegenomen.
Zo wordt het Vijfde Dorp beschreven in paragraaf 4.7 van de Omgevingsvisie en is het Middengebied duidelijk aangeduid op de Visiekaart. De ontwikkeling past daarmee binnen de doelen en ambities van de Omgevingsvisie Zuidplas. Er wordt ingezet op het uitbreiden van de bestaande woningvoorraad. Dit gebeurt zoveel mogelijk duurzaam en klimaatadaptief. Ook wordt rekening gehouden met een gezonde en veilige leefomgeving. Zo wordt er voldoende recreatie gelegenheid gerealiseerd. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
3.4.2
Structuurvisie Zuidplas 2030
In de structuurvisie wordt een aantal uitgangspunten voor de toekomst benoemd: • • • •
Bouwen aan Zuidplas vanuit de dorpse identiteit; Verstandig omgaan met onzekerheid in ruimtelijke opgaven; Benut sterkten en kansen bij ruimtelijke opgaven; Positie Zuidplas in omgeving.
Binnen het thema wonen omschrijft de structuurvisie dat Zuidplas tot 2030 hoofdzakelijk woningen realiseert bij de vier dorpen. In de komende decennia zal de gemeente Zuidplas fungeren als een groeigemeente en dient het woningaanbod aan te sluiten op de woonbehoefte van de consument. De structuurvisie geeft nadrukkelijk aan dat na 2025 de ontwikkeling van het bouwen in het middengebied van de Zuidplaspolder mogelijk is. Voor het thema ‘werken’ wil de gemeente focussen op werkgebieden die onlosmakelijk verbonden zijn met leefgemeenschappen. Sterk functionerende werkgebieden bieden werkgelegenheid, ook voor eigen inwoners. Zuidplas wil de trend vasthouden dat de lokale economie sneller groeit dan die in de regio. Daarom biedt de gemeente een goed vestigingsklimaat voor ondernemers,
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 56/122
mede geholpen door de geografische ligging te midden van steden en de nabijheid van twee autosnelwegen. Voor het thema ‘groen en recreatie’ ontwikkelt Zuidplas een aantrekkelijk buitengebied dat bestaat uit agrarisch landschap en groen- en recreatiegebied. De steden om Zuidplas heen kenmerken zich door een groot aanbod van commerciële indoor- en vrijetijdsactiviteiten. De gemeente onderscheidt zich hiervan door te kiezen voor rust, groen en kleinschaligheid. Ideaal voor ontspanning en onthaasting van eigen inwoners en recreanten van elders. Binnen het thema ‘verkeer en infrastructuur’ wil Zuidplas in 2030 een goed bereikbare gemeente zijn voor auto, openbaar vervoer en fiets. Dit heeft zowel betrekking op de onderlinge verbindingen tussen woon-, werk- en recreatiegebieden binnen de gemeente als op de verbindingen met de omliggende steden. Betekenis voor het bestemmingsplan: De beoogde ontwikkeling sluit aan op de structuurvisie Zuidplas 2030. De beoogde ontwikkeling is de ontwikkeling van het bouwen van een Vijfde Dorp en twee bedrijventerreinen. Bovendien draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de werkgelegenheid in de regio, wordt er voldoende groen en recreatie ontwikkeld en wordt er ook rekening gehouden met de infrastructuur en bereikbaarheid van de gemeente. De structuurvisie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.4.3
Woonvisie 2025 – Dorps wonen in Zuidplas
Deze woonvisie van de gemeente Zuidplas beschrijft waarom de Zuidplas een aantrekkelijke woongemeente is en voor wie. Ook gaat het in op de ambities die de gemeente heeft op het vlak van wonen. De woonvisie gaat uit van een integrale benadering van de vraagstukken die van invloed zijn op de woningmarkt en woonomgeving. Binnen de visie kent de gemeente verschillende keuzes waar het op wil focussen: • • • • •
Sociale huursector op peil; Identiteit vasthouden; Langer thuis wonen; Duurzaam wonen en leven; Innovatieve woonvormen.
Om de visie te realiseren heeft de gemeente drie speerpunten verwoord: 1. Een divers en betaalbaar woningaanbod voor alle doelgroepen; 2. Duurzaam wonen; 3. Experimenten in wonen en ontmoeten. Binnen deze doelen stelt de gemeente dat tot het jaar 2030 in totaal 3.240 woningen toegevoegd dienen te worden aan de bestaande woningvoorraad. De focus ligt hierbij op het realiseren van een meer divers woningaanbod en een duurzaam woningaanbod. Van deze woningen is er een behoefte aan 63% koopwoningen, 30% sociale huurwoningen en 7% middenhuurwoningen. Zuidplas bouwt volop nieuwe woningen om bij te dragen aan de woningbouwopgave in de provincie Zuid-Holland. Uit de Woonvisie blijkt dat de vraag naar diverse woningtypen toeneemt. In de woonvisie staan
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 57/122
uitgangspunten voor de omvang van de diverse woon- en prijssegmenten die in Zuidplas nodig zijn. In de woonvisie staat geen woningverdeling per dorp. Nieuwbouwontwikkeling is maatwerk en daarom komen er randvoorwaarden voor elk nieuwbouwproject. Daarin wordt op basis van de locatie (het dorp), de marktomstandigheden en de grootte van het project aangegeven hoeveel woningen van welk type, prijsklasse, eigendomsverhoudingen (huur of koop) en kwaliteitsniveau gewenst zijn. Betekenis voor het bestemmingsplan: Tijdens de beoogde ontwikkeling van het Middengebied dient rekening te worden gehouden met de woonvisie. De beoogde ontwikkeling en de uitwerking daarvan in het Masterplan is gebaseerd op de verschillende keuzes en speerpunten waar de gemeente in de Woonvisie op wil focussen. De Woonvisie is de basis geweest voor de afspraken die zijn vastgesteld in de Bestuurlijke Overeenkomst voor het Middengebied uit 2021. De toevoeging van 3.240 woningen tot het jaar 2030 is daarnaast in overeenstemming met de fasering van het Middengebied. Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie.
3.4.4
Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas
Met het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet (op 1 januari 2024) verandert de manier waarop de gemeente Zuidplas zijn ruimtelijk kwaliteitsbeleid vorm geeft. Het gaat naast het uiterlijk van gebouwen ook over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, dus waar men woont, werkt, recreëert en leeft; ook wel de ‘omgevingskwaliteit’ genoemd. De Welstandsnota Zuidplas 2015 wordt vervangen door de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas. De Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas vormt de basis van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en geeft duidelijkheid over hoe er in Zuidplas met de kwaliteit van (nieuwe) ruimtelijke initiatieven wordt omgegaan. In de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas wordt uitgegaan van vier regieniveaus. Een regieniveau bestaat uit een set aan instrumenten met betrekking tot de regelgeving en het proces (adviseren en participatie). Welk regieniveau ingezet wordt bij ontwikkelingen en initiatieven is afhankelijk van de aanwezige karakteristieken en kwaliteit. Ook de dynamiek in het gebruik, de mate van openbaar gebruik en veranderingen bepalen welk regieniveau ingezet wordt. De vier verschillende regieniveaus: • • •
•
Minimale regie: De verantwoordelijkheid voor een goede omgevingskwaliteit ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Basisregie: De regie vanuit de gemeente is gericht op behouden of versterken van de basiskwaliteit om verrommeling te voorkomen. Maatwerkregie: De regie is gericht op zorgvuldige inpassing waarbij maatwerk centraal staat. Dat betekent dat meer zorg besteed wordt aan behoud of versterken van de aanwezige kwaliteit. Eigen regie: Grotere ontwikkelingen of veranderingen die de bestaande karakteristiek of het gebruik heel erg veranderen vragen om een eigen regie met nieuwe instrumenten zoals een beeldkwaliteitsplan of kwaliteitsteam.
Betekenis voor het bestemmingsplan: In de Nota is aangegeven dat de ontwikkeling van het Middengebied valt onder het regieniveau ‘eigen regie’. Dit houdt in dat voor het Middengebied het de verwachting is dat – per deelgebied – een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 58/122
en tevens een kwaliteitsteam of supervisor voor de kwaliteitsadvisering wordt aangesteld. Onderhavig bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan voor het Middengebied, waarvoor in een later stadium per deelgebied een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld.
3.4.5
Doelgroepenverordening gemeente Zuidplas 2023
Op 24 oktober 2023 heeft de gemeente Zuidplas de Doelgroepenverordening vastgesteld. Met deze verordening regelt de gemeente Zuidplas het kader om via bestemmingsplannen betaalbare woning categorieën te kunnen realiseren. Het doel van deze Doelgroepenverordening is om 1) te zorgen dat betaalbare huur- en koopwoningen daadwerkelijke gebouwd worden en 2) deze nieuwe woningen zo lang mogelijk financieel bereikbaar te houden voor de doelgroep middeninkomens, het minimale instandhoudingstermijn vast te leggen en een minimale kwaliteit van de woning te garanderen. De Doelgroepenverordening geldt uitsluitend voor sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbare en middeldure koopwoningen. De verordening vormt de wettelijke basis voor het doorvoeren van het gemeentelijk beleid ten aanzien van benoemde woningcategorieën in bestemmingsplannen , en onder de Omgevingswet, omgevingsplannen. De verordening geldt alleen voor nieuw te bouwen woningen die worden gebouwd op grond van bestemmingsplannen, waarin op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), en of onder de Omgevingswet het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl), een minimum percentage woningencategorieën is bepaald. Betekenis voor het bestemmingsplan: Zoals reeds benoemd in paragraaf 2.3.2 wordt er in onderhavig bestemmingsplan rekening gehouden met de Doelgroepenverordening.
In het Middengebied is voor ogen dat 30% van de woningen gerealiseerd wordt als sociale huurwoning, 7% van de woningen wordt ontwikkeld als betaalbare koopwoning en/of middenhuurwoning en 13% wordt ontwikkeld tot middeldure lage koopwoning. Ook is er in de regels van dit bestemmingsplan een regel opgenomen dat geen activiteiten zijn toegestaan die in strijd plaatsvinden met de Doelgroepenverordening. Daarmee is het bestemmingsplan in overeenstemming met de verordening.
3.4.6
Nota maatwerk parkeren Middengebied 2024
De ‘Nota maatwerk parkeren Middengebied 2024’ is een afwijking voor het gebied Middengebied Zuidplaspolder op de ‘Nota Parkeernormen 2019’. De nota onderbouwt waarom de oude ‘Nota Parkeernormen 2019’ niet overal aansluit bij de doelstellingen en ambities die er zijn bij de ontwikkeling van het Middengebied. Voor het gebied Middengebied Zuidplaspolder staat in de ‘Nota Parkeren 2019 aangegeven dat “het dagelijks bestuur de mogelijkheid heeft om bijzondere beleidsregels in te zetten”, waardoor afgeweken kan worden van de parkeernorm in de ‘Nota Parkeren 2019’. Dit vanwege het bijzondere karakter en de grootschaligheid van de ontwikkeling van het Middengebied. In deze Nota Maatwerk Parkeren Middengebied 2024 worden deze bijzondere beleidsregels vastgelegd.
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 59/122
Betekenis voor het bestemmingsplan: De ‘Nota maatwerk parkeren Middengebied 2024’ zorgt ervoor dat er bij nieuwe ontwikkelingen passende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. In dit bestemmingsplan is in de regels vastgelegd dat er aan de parkeernormen uit deze nota moet worden voldaan. Daarmee sluit het plan aan op de ‘Nota maatwerk parkeren Middengebied 2024’.
3.4.7
Nota van Uitgangspunten: Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder
De Nota van Uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Middengebied in de Zuidplaspolder is op 24 oktober 2023 vastgesteld. Het doel van de Nota van Uitgangspunten is het vertalen van de ambities uit het Masterplan naar concrete(re) ambities en uitgangspunten, mede op basis van aanvullende kennis en informatie die sinds de vaststelling van het Masterplan is opgedaan. De ambities uit het Masterplan zijn na vaststelling van dat plan namelijk nader getoetst, verfijnd en aangescherpt op basis van onderzoeken én een proces van rekenen en tekenen. Een aantal uitgangspunten komt terug in het bestemmingsplan, voor het overgrote deel dient de Nota van Uitgangspunten voor de verdere planvorming (uitwerking woonblokken) en het maken van de grondexploitatie. In het Masterplan zijn elf ambities vastgelegd voor de toekomstige ontwikkeling. Deze elf ambities zijn in de Nota van Uitgangspunten, langs vijf thema’s, verder uitgewerkt en geduid in ambities en (waar dat wenselijk en mogelijk was) vertaald in kwantitatieve en afdwingbare uitgangspunten. Waarbij in de ambities wordt opgesomd wat het streven is op een bepaald thema voor het Middengebied. Het gaat om de volgende thema’s: 1. Dorpse woon- en leefkwaliteit De ontwikkeling van het Vijfde Dorp kenmerkt zich als ontwikkeling met een dorpse leefkwaliteit.
In het Masterplan is de ambitie opgenomen om een compleet dorp te maken met ruimte voor wonen en werken in een dorps milieu. Voor een dorpse leefkwaliteit is het daarnaast nodig dat er ‘een hechte zelfredzame gemeenschap’ ontstaat. Ook zijn in een dorp dorpse commerciële voorzieningen op een steenworp afstand aanwezig en is er nabij gelegen werkgelegenheid, zodat er geen slaapdorp ontstaat. 2. Klimaat en toekomstbestendigheid De ontwikkeling kenmerkt zich doordat er op zo’n manier ontwikkeld wordt, dat het gebied veranderingen goed kan opvangen (klimatologisch, maar bijvoorbeeld ook demografisch). Hierbij zijn water en bodem leidend. In het bijzonder is de ontwikkeling voorbereid op de consequenties van klimaatverandering. Er wordt in voldoende mate adaptieve en mitigerende maatregelen worden genomen, en het beheer van het gebied wordt aangepast aan de veranderende klimatologische omstandigheden. 3. Mobiliteit Mobiliteit in het plangebied wordt zoveel mogelijk ingevuld met langzaam verkeer (wandelen en fietsen), dat daarna gekeken wordt naar OV en deelmobiliteit en de privéauto. Door de auto minder dominant te maken in het ontwikkelgebied, ontstaat er minder extra verkeersdrukte op het omliggend wegennet én is er in het ontwikkelgebied meer ruimte voor ontmoeten, recreëren, spelen, bewegen en klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte.
De mobiliteitsvraag zal daarnaast hand-in-hand gaan met de ontwikkelingen.
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 60/122
4. Gezonde leefomgeving, Ecologie en Landschap In het plangebied wordt een vernieuwd landschap gecreëerd, dat de basis is voor wonen, werken, recreëren, natuur, ecologie en biodiversiteit. Het Middengebied en het dorp krijgen stevige groene structuren die bijdragen aan een gezonde leefomgeving en de ecologische en landschappelijke waarde. 5. Duurzaamheid Het thema duurzaamheid gaat over het minimaliseren van de bijdrage aan klimaatverandering door deze ontwikkeling. Dit gebeurt door in te zetten op energieneutraliteit, circulariteit en een lage CO2-uitstoot. Betekenis voor het bestemmingsplan: In dit bestemmingsplan wordt beschreven hoe de uitgangspunten en thema’s uit deze nota worden nagestreefd en hoe deze geborgd zijn door middel van het vastleggen in de regels. In het volgende hoofdstukken wordt ingegaan hoe dit in dit bestemmingsplan is geregeld. Daarmee is de ontwikkeling in lijn met de Nota van Uitgangspunten.
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 61/122
4. Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden aspecten van de leefomgeving besproken die gaan over de uitvoerbaarheid van de regels. Als er onderzoek is gedaan, is het onderzoek zelf als bijlage bij de toelichting opgenomen en staat in de bijbehorende paragraaf welke conclusies er uit het onderzoek volgen.
4.2 Milieueffectrapportage De procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, in dit geval het bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van de m.e.r. is het milieueffectrapport (MER), een rapport waarin de (verwachte) milieueffecten voor een tal van aspecten voor één of meerdere alternatieven worden geanalyseerd en beoordeeld. De Wet milieubeheer (hierna: Wm) en het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) geven aan of voor een project een m.e.r.(beoordelings)plicht van toepassing is. Activiteiten die worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben, staan in het Besluit m.e.r. op de zogenaamde ’C-lijst’. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Hiervoor is een ’D-lijst’ opgesteld. Betekenis voor het bestemmingsplan: De voorgenomen activiteit is voor wat betreft de ontwikkeling van 8.000 woningen en de twee bedrijventerreinen opgenomen in onderdeel D onder categorie D11.2 (woningbouw) en categorie D11.3 (bedrijventerreinen). Bij ontwikkelingen van deze omvang zijn belangrijke (milieu)effecten niet op voorhand uit te sluiten.
De gemeente Zuidplas heeft daarom besloten om bij het bestemmingsplan de m.e.r.-procedure te doorlopen en een ProjectMER op te stellen. Op die manier wordt het milieubelang volwaardig meegenomen bij de besluitvorming over dit plan. Het eerste uitgangspunt van het MER betrof in beginsel de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (zie paragraaf 2.3). Dit planvoornemen is in dit MER onderzocht en beschouwd als basisalternatief. Omdat er geen uitgewerkt
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 62/122
stedenbouwkundig plan is gemaakt, waren er op advies van de Commissie m.e.r. voor verschillende onderwerpen nog keuzes te maken. Om deze keuzes te maken zijn vier alternatieven onderzocht. Deze alternatieven verkennen voor vier thema’s de ‘hoeken van het speelveld’. Dat betekent dat voor de vier thema’s wordt gezocht naar de maximale invulling in dit plangebied (waarbij het niet betekent dat alle gekozen maatregelen daadwerkelijk in het Middengebied uitgevoerd gaan worden). Daarbij zijn de volgende alternatieven onderzocht: • • • • •
Het basisalternatief; Alternatief 1: ‘klimaatrobuustheid’; Alternatief 2: ‘water-natuur-raamwerk’; Alternatief 3: ‘duurzame mobiliteit’; Alternatief 4: ‘circulariteit / duurzame energie.
Mede op basis van het MER is vast komen te staan dat uitgangspunten uit het basisalternatief (zie figuur 4.1) ook gelden voor het voorkeursalternatief (hierna: VKA). Het basisalternatief betreft in beginsel de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven is in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (zie paragraaf 2.3). Daarbovenop zijn in het VKA elementen opgenomen uit alle vier de onderzochte alternatieven. Door deze elementen samen te voegen, ontstaat een VKA dat zo maximaal, als op deze locatie mogelijk is, inspeelt op een duurzame, groene en klimaatbestendige ontwikkeling.
Figuur 4.1 Het basisalternatief
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 63/122
Dit betekent onder andere dat bij de ontwikkeling van het Middengebied de focus duidelijk ligt op klimaatadaptatie. Dit moet ervoor zorgen dat er ook in 2100 nog veilig in het Middengebied gewoond en gewerkt kan worden. Water en bodem zijn daarbij sturend voor het ontwerp en de bouw. Het VKA geeft richting aan de manier waarop wordt omgegaan met uitdagingen op het gebied van waterveiligheid, wateroverlast, hitte, droogte en biodiversiteit. Naast klimaatadaptatie wordt ook ingezet op klimaatmitigatie: het zo beperkt mogelijk houden van de impact op het klimaat. Het VKA zet onder andere daarom in op een duurzame inrichting van het mobiliteitssysteem. Daarnaast heeft het VKA een hoge ambitie op het gebied van circulariteit en duurzame energie. Inzet is dat gebouwen in het Middengebied zoveel mogelijk bestaan uit biobased materialen. Verder wordt zo mogelijk modulair gebouwd en wordt zowel in het ontwerp als in het bestemmingsplan uitgegaan van zoveel mogelijk flexibiliteit en meervoudig ruimtegebruik. Tot slot wordt in het plangebied veel aandacht besteed aan een groene inrichting. Naast dat dit bijdraagt aan de ambities om klimaatadaptief te zijn (groen beperkt de temperatuur in warme periodes), draagt dit ook bij aan de biodiversiteit en het creëren van een goede leefkwaliteit voor bewoners/gebruikers van het gebied.
Op 8 november 2023 is door de Commissie voor de milieueffectrapportage een toetsingsadvies gegeven over het MER dat is opgesteld voor de ontwikkeling van het Middengebied (zie https://www.commissiemer.nl/adviezen/3588). Uit dit toetsingsadvies volgde dat de Commissie van oordeel is dat het MER de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over het bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder I, waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. De Commissie beschouwt het MER en de daarin gevolgde aanpak dan ook als een goed voorbeeld voor (grote) gebiedsontwikkelingen, vooral in kwetsbare gebieden. Het voorkeursalternatief is uiteindelijk het plan zoals dat in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt en zoals beschreven in hoofdstuk 2. De MER Middengebied Zuidplaspolder is bijgevoegd als bijlage 2 bij deze toelichting.
4.3 Mobiliteit Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt, aandacht te worden besteed aan het aspect mobiliteit. Betekenis voor het bestemmingsplan: Voor het aspect mobiliteit is onderzocht (bijlage 13) wat de effecten van de ontwikkeling van het Middengebied zijn op het plangebied en de omgeving. Bereikbaarheid voor wegverkeer Bij de ontwikkeling is sprake van woningbouw (met winkels en andere voorzieningen) en ontwikkeling van twee bedrijventerreinen. De mobiliteit die deze ontwikkelingen met zich meebrengen, leidt in en om het plangebied tot een toename van mobiliteit, ten opzichte van de huidige situatie en ook ten opzichte van de autonome toekomstige situatie. Deze toename leidt, door de zwaardere belasting van het wegennet, tot een verslechtering van de bereikbaarheid voor wegverkeer als gevolg van doorstromingsknelpunten. Deze
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 64/122
ontstaan vooral op de omliggende wegen A12 en A20 en op de N219 en de N457 bij de aansluitingen op de A12 en A20. Ook op de wegen over de bedrijventerreinen is sprake van extra drukte en wachtrijen. Dit is enerzijds het gevolg van de toename aan (vracht)verkeer als gevolg van de nieuwe bedrijventerreinen. Anderzijds blijkt uit een analyse van het verkeersmodel dat zowel in Doelwijk als in Gouwepark ook verkeer uit het Vijfde Dorp zorgt voor een verkeerstoename. In het plangebied zelf is de bereikbaarheid goed: de nieuw aan te leggen infrastructuur is en wordt conform richtlijnen ontworpen met voldoende capaciteit. Dat door de druk van de autonome ontwikkeling er reeds sprake is van problematiek en dat door de ontwikkeling van het Middengebied er sprake zal zijn van een vergroting van deze problematiek leidt tot een door de verschillende stakeholders gedeelde scope. In bijlage 13 is aangegeven dat aanvullende maatregelen nodig zijn, in netwerkbrede samenhang. Om daarvoor te zorgen, is reeds samenwerking gezocht met betrokken partijen, hetgeen heeft geresulteerd in een in een eerder stadium vastgestelde bestuurlijke overeenkomst (juli 2021) en recent in de Deelovereenkomst Mobiliteit (juni 2023). In deze Deelovereenkomst Mobiliteit heeft de gemeente Zuidplas nadere afspraken over mobiliteitsmaatregelen met de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Gouda en Rotterdam vastgelegd.
Het uitgangspunt van deze afspraken is de autonome situatie (inclusief verbreding A20), op basis waarvan aanvullende mobiliteitsmaatregelen worden getroffen gericht op de bereikbaarheid in en om het plangebied. Met het treffen van deze maatregelen is rekening gehouden in het MER. Voor uitwerking en realisatie van de benodigde autoverkeersmaatregelen worden Projectplannen voor de N219 respectievelijk N457 opgesteld in samenwerking met de betrokken partijen. Voor Projectplan N219 is concreet afgesproken dat Rijkswaterstaat hierbij wordt betrokken om tenminste afspraken te maken over ‘de voorwaarden waaraan maatregelen dienen te voldoen, de volgorde en fasering van voorziene maatregelen, de oplevering en overdracht en het beheer’. Voor Projectplan N457 zijn nog geen concrete vervolgafspraken gemaakt in de Deelovereenkomst Mobiliteit, maar Rijkswaterstaat en ook gemeente Waddinxveen worden hier nader bij betrokken. Rijkswaterstaat en gemeente Waddinxveen zijn bovendien reeds betrokken bij de voortgangsoverleggen over de Deelovereenkomst Mobiliteit. Op basis van de genoemde projectplannen wordt geborgd dat deze maatregelen in aparte procedures / besluiten gedetailleerder worden uitgewerkt en vastgelegd. De gemeente Zuidplas is hierover al enige tijd met de verschillende partijen in overleg en zal dit overleg ook in de toekomst voortzetten.
Voorts is afgesproken dat de gemeente Zuidplas de verkeerssituatie van de woningbouw zal monitoren en, in geval van mee- of tegenvallers, er bijstellingsafspraken worden gemaakt met de betrokken partners. De te verwachten samenhangende verkeersproblematiek wordt op die manier gezamenlijk opgepakt, waarbij ieder vanuit zijn rol en verantwoordelijkheid opereert. Voor de nieuwe aansluitingen op de N219 en voorgestane maatregelen bij de aansluitingen met de A12 en de A20 geldt dat deze in het bestemmingsplan zijn geborgd door de koppeling aan de voortgang van de woningbouw. Uitgangspunt bij deze voorwaardelijke verplichting is dat maatregelen worden
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 65/122
genomen waarmee de doorstroming bij de aansluitingen met de A12 en A20 volgens de verkeersmodellering met prognoses voor 2040 minimaal gelijk is aan de referentie situatie Modal shift In het plangebied zijn verschillende maatregelen genomen en keuzes gemaakt om de bereikbaarheid te verbeteren, maar ook om een modal shift te bereiken. Dat wil zeggen een reductie in het aandeel autogebruik in het Middengebied in de verdeling over vervoerwijzen (OV, fiets, lopen, auto). Deze modal shift vindt plaats binnen de verplaatsingen van personen als gevolg van het planvoornemen (dus niet de autonome mobiliteit). Het betekent een geringere toename (in het plangebied en op de omliggende snel- en N-wegen) van het autoverkeer dan met reguliere ontwikkeling het geval zou zijn. Om deze modal shift te bereiken wordt er onder andere ingezet op hoogwaardig openbaar vervoer (HOV), het stimuleren van fietsen, lagere parkeernormen en verkeersveiligheid (op deze thema’s wordt hieronder verder ingezoomd). Daarnaast worden er in het plangebied zogenaamde mobiliteitshubs aangelegd. Hier kan men op het openbaar vervoer stappen, deelauto’s en -fietsen in gebruik nemen en/of gebruik maken van de ‘pick up and return points’ voor pakketjes en goederen.
In de verkeersberekeningen is uitgegaan van de opmerking in de Deelovereenkomst Mobiliteit dat de in die overeenkomst genoemde maatregelen op het gebied van fiets, openbaar vervoer en deelmobiliteit een effect van 5% beogen. Onderstaande maatregelen gaan binnen het Middengebied verder en leiden naar verwachting tot een sterkere modal shift. OV en fiets Bij de inrichting van het Middengebied wordt aandacht besteed aan een goede en veilige infrastructuur voor fiets en OV voor de verplaatsingen binnen het gebied en naar herkomsten en bestemmingen buiten het gebied. Zo wordt er een vrije busbaan aangelegd op de noordelijke Hartlijn (zie figuur 2.3). Als gevolg van een goede en veilige infrastructuur verbetert de kwaliteit van het OV (hogere frequenties) en de fietsvoorzieningen (beter dekkend en fijnmaziger netwerk, inclusief doorfietsroutes), ook voor het omliggende gebied. Uitgangspunt daarbij is dat voorzieningen voor OV en fietsers vanaf het begin aanwezig zijn (‘eerst bewegen, dan bouwen’). De gemeente heeft de ambitie om het zogeheten STOMP-principe te gebruiken. Bij het STOMP-principe gaat de prioriteit eerst naar Stappen, dan Trappen (fiets), vervolgens Openbaar vervoer en Mobility as a Service en dan pas naar Privé-auto.
Dat maakt het Vijfde Dorp aantrekkelijker voor bewoners die een lager autogebruik prefereren en het voorkomt dat nieuwe bewoners gedwongen worden de eerste tijd de auto te gebruiken en dat voor een deel ook later blijven doen. Dit werkt mede doordat in de wijken in het ontwikkelgebied de auto ondergeschikt is aan langzaam verkeer en parkeren op afstand van woningen plaatsvindt (80% van de parkeerplaatsen op maximaal 200 meter van de woningen). Verkeersveiligheid Omdat het verkeer in de nieuwe situatie toeneemt, zijn er maatregelen genomen om de verkeersveiligheid te borgen. Doordat de ontsluitingswegen en het onderliggend wegennet in het Vijfde Dorp nieuw worden aangelegd, kan hier optimaal rekening worden gehouden met verkeersveiligheid. Fietsers worden hier zoveel als mogelijk gescheiden gehouden van gemotoriseerd
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 66/122
verkeer. De snelheid op de drie ontsluitingswegen is buiten de bebouwde kom 60 km/h, de wegen binnen de bebouwde kom hebben een maximumsnelheid van 30 km/h en in de woonwijken 15 km/h (zie ook figuur 2.3). Dat maakt de kans op en de impact van ongevallen kleiner. Daarnaast worden wijken zo ingericht dat de auto ondergeschikt is aan langzaam verkeer en parkeren op afstand van woningen plaatsvindt. Dit komt ook de verkeersveiligheid ten goede. De Zuidelijke Dwarsweg wordt bestemd voor voetgangers, fietsers en bestemmingsverkeer. De weg mag daarmee niet meer door auto’s worden gebruikt als ontsluiting voor het woongebied. Er geldt een uitzondering tot het moment dat het eerste stuk van de Groene Slinger is gerealiseerd. Deze uitzondering is beperkt tot het moment dat maximaal 100 woningen zijn gerealiseerd. In de regels van het bestemmingsplan is dit geborgd door de weg de bestemming ‘Verkeer – Langzaam verkeer’ te geven. Hiermee wordt gestimuleerd dat de Groene Slinger als ontsluitingsweg voor het woongebied wordt gebruikt. Door het weren van doorgaand verkeer op de Zuidelijke Dwarsweg verbetert de verkeersveiligheid. Ook op de Bredeweg wordt doorgaand verkeer beperkt. De Middelweg heeft hierdoor en doordat deze aansluit op de Slinger geen doorgaande functie meer in het plan Parkeren Voor het Middengebied is de nota ‘Nota maatwerk parkeren Middengebied 2024’ opgesteld.
Deze nota (waarnaar wordt verwezen in de regels van dit bestemmingsplan) zorgt ervoor dat er bij nieuwe ontwikkelingen passende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd die daarnaast inspeelt op de modal shift. Conclusie Het plangebied wordt specifiek ingericht om het aandeel autoverkeer in de nieuw gegenereerde mobiliteit beperkter te laten zijn dan bij reguliere (woningbouw)ontwikkeling. Om deze zogeheten modal shift te bereiken zijn verschillende maatregelen genomen. Deze maatregelen dragen positief bij aan de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en OV- en fietsmobiliteit. Daarnaast mogen nieuwe ontwikkelingen alleen gerealiseerd worden als er een goede onderbouwing is voor de wijze waarop de parkeeropgave wordt ingevuld. Mobiliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. De autobereikbaarheid buiten het plangebied blijft wel een aandachtspunt. In het MER is samenvattend geconcludeerd dat de intensiteiten van het autoverkeer toenemen ten opzichte van de huidige situatie door de autonome ontwikkeling en door de planontwikkeling, zowel in het plangebied als op het wegennet eromheen. Verkeersproblemen die in de autonome ontwikkeling (de referentie) reeds ontstaan worden daardoor versterkt en zullen zich eerder voordoen.
Om deze reden wordt dan ook gezamenlijk ingezet op het beperken van deze verslechtering door onder andere het nemen van infrastructurele maatregelen op de N219 bij de aansluitingen op de A12 en A20. Dit is ook geborgd in de eerder genoemde overeenkomsten en het lopende vervolgproces. Daarnaast zijn de maatregelen in relatie tot de woningbouw ontwikkeling opgenomen als regels in het bestemmingsplan. Desalniettemin blijft de bereikbaarheid een punt van aandacht. De gemeente Zuidplas zal
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 67/122
daarom de verkeersontwikkeling als gevolg van de woningbouw monitoren. De gemeente blijft zich inspannen om de zorgpunten samen met de omgevingspartners verder te beheersen, bijvoorbeeld middels de voortgangsroverleggen over de Deelovereenkomst Mobiliteit met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam, de gemeente Gouda, de gemeente Waddinxveen en Rijkswaterstaat. Met inachtneming van de maatregelen en afspraken om de verkeerstoename tot het minimum te beperken en de maatregelen die vastgelegd zijn in de Deelovereenkomst Mobiliteit, acht de gemeente de kwaliteit van de woonleefomgeving aanvaardbaar. Daarnaast weegt mee dat er een maatschappelijk belang bestaat om meer woningen te realiseren dat het realiseren van woningen ook elders in de regio gepaard zou gaan met een toename van verkeersbewegingen. Aanvulling conclusie naar aanleiding van de mobiliteitstafel Op de door het Rijk (VRO) ingestelde mobiliteitstafel onder leiding van Dhr. W. Kuijken is door de betrokken partijen gezamenlijk gekeken naar integrale oplossingen in het kader van de totale gebiedsopgave op netwerkniveau en met een breed regionaal karakter en allerhande invloeden. De onderzochte maatregelen zijn bovenplanse, regionale maatregelen waarvan de bevoegdheden voornamelijk bij de Provincie en Rijkswaterstaat liggen.
De voorgestelde maatregelen aan het hoofdwegennet, aansluitingen en onderliggende wegennet vereisen zelfstandige, nog volledig te doorlopen, planologisch-juridische procedures in de vorm van projectbesluiten of op een later moment wijzigingen omgevingsplan met bijbehorende financiering, participatie en onderzoeken. Deze bovenplanse maatregelen dienen de komende jaren door de verschillende betrokken partijen in samenwerking nog verder definitief vorm gegeven te worden en passen daarom niet in een herstelbesluit voor dit bestemmingsplan.
“Ministerie IenW, Rijkswaterstaat, Provincie Zuid-Holland, gemeente Zuidplas en Gouda maken grootschalige woningbouw op de korte termijn mogelijk, met een intensieve samenwerking op bijbehorende gebiedsbrede bereikbaarheidsmaatregelen. De komende jaren worden belangrijke maatregelen verder vormgegeven en deze zijn wel gekoppeld aan de totale woningbouwopgave. Die regionale opgave in de brede bereikbaarheid wordt herkend, ondersteund, samen uitgewerkt en georganiseerd door de bijdragende partijen Ministerie IenW, Rijkswaterstaat, Provincie Zuid-Holland, gemeente Zuidplas en gemeente Gouda”. De gemeente stelt samen met de betrokken partijen een bestuurlijke overeenkomst op waarmee dit gezamenlijke pakket aan bovenplanse maatregelen geborgd wordt.
4.4 Geluid Kader
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 68/122
Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder (Wgh). Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), doordat een goede ruimtelijke ordening vereist dat een goed woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd ter plaatse van bijv. gevoelige functies. Betekenis voor het bestemmingsplan: Onderzocht is de invloed van weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai op de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen binnen de woningbouwlocatie door middel van een akoestisch onderzoek (zie bijlage 14). Tevens is het effect van het plan op bestaande woningen inzichtelijk gemaakt. Nieuwbouwwoningen Weg- en railverkeerslawaai Weg- en railverkeerslawaai vormen geen belemmering voor de realisatie van nieuwe woningen binnen de woningbouwlocaties (bestemming wonen en enkelbestemming ‘Bos’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bos – buitenplaats 1 /2’). De woningbouwlocaties voldoen grotendeels aan de hoogst toelaatbare waarde gesteld in de Wet geluidhinder; in de overige delen van de woningbouwlocatie kunnen hogere waarden worden aangevraagd voor een geluidbelasting tot aan de maximale ontheffingswaarde.
Hiervoor zijn twee separate hogere waardenbesluiten genomen. Voor woningen die worden geplaatst in het gebied waar de geluidbelasting hoger is dan voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai dan wel 55 dB voor railverkeerslawaai, dienen hogere waarden te worden verleend. De gemeente hanteert geen plafondwaarde. Voor de beoogde woningbouw kan dus ontheffing worden verleend tot aan de maximale ontheffingswaarde zoals gesteld in de Wet geluidhinder. De beoogde woningbouwlocatie kan daarom worden bestemd, waarbij de geluidcontouren worden verleend als hogere waarden. Maatregelen zijn op voorhand niet vereist. Bij woningen met meer dan 53 dB aan wegverkeerslawaai per individuele weg, moet een geluidluwe gevel worden gewaarborgd. Dit kan worden gewaarborgd ofwel door in het stedenbouwkundig ontwerp voldoende geluidafscherming te verwerken, ofwel door extra bron en/of overdrachtsmaatregelen te treffen aan de weg. Dit zal in een later stadium worden onderzocht zodra het stedenbouwkundig ontwerp definitief is. Het treffen van aanvullende maatregelen om de geluidbelasting ten gevolge van de rijkswegen terug te brengen is op dit moment niet mogelijk doordat maatregelen stuiten op overwegend bezwaar van technische, stedenbouwkundige of verkeerskundige aard, niet doelmatig zijn, of buiten beheer van het bevoegd gezag zijn.
De rijkswegen A12 en A20 zijn namelijk in beheer van Rijkswaterstaat, en liggen op grote afstand van de woningbouwlocatie. Het treffen van bron- en/of overdrachtsmaatregelen aan deze rijkswegen is daarom niet effectief en niet mogelijk voor dit plan. Daarnaast is de exacte invulling van het plangebied nog niet bekend. Voor de resterende geluidbelastingen dienen hogere waarden te worden verleend. Omdat er nog geen definitieve indeling van de woningbouwlocatie opgesteld is, zijn in het hogere waardenbesluit hogere waarden opgenomen op basis van de berekende geluidcontouren. Bij het uitwerken van een
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 69/122
omgevingsvergunning moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de criteria die zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Voor woningen met een geluidbelasting hoger dan 53 dB voor wegverkeerslawaai dan wel 60 dB voor railverkeerslawaai dient tevens te worden aangetoond dat ze beschikken over een geluidluwe zijde en buitenruimte. Tevens dient op grond van het hogere waardenbesluit aangetoond te worden dat wordt voldaan aan het gestelde in afdeling 3.1 Bescherming tegen geluid van buiten zoals opgenomen in het Bouwbesluit. Dit betekent dat de buitengevels voldoende geluid dienen te weren om te zorgen dat het geluidniveau binnen in de nieuwe woningen maximaal 33 dB bedraagt. Industrielawaai Uit het akoestisch onderzoek komt naar voren dat de ontwikkeling van het plan niet direct leidt tot een belemmering voor de industrieterreinen, en dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat binnen een groot deel van de woningbouwlocatie met betrekking tot industrielawaai. Industrielawaai vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen. In een later stadium worden de afzonderlijke bedrijven getoetst aan hun eigen voorschriften, in het kader van een vergunningaanvraag of melding.
Indien de geluidbelasting veroorzaakt door afzonderlijke bedrijven de hoogst toelaatbare waarde overschrijdt, dan dienen maatwerkvoorschriften te worden vastgesteld voor het geluid veroorzaakt door de afzonderlijke bedrijven.
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 70/122
Cumulatieve geluidsbelasting De geluidkwaliteit binnen een groot deel van het gebied is vanuit milieukwaliteit te typeren als ‘redelijk’ tot ‘matig’. Dat betekent dat omwonenden het geluidniveau zullen beleven als ‘Hoorbaar’ tot ‘Rumoerig, druk’7. Dit is gebaseerd op de cumulatieve geluidsbelasting van alle onderzochte geluidsbronnen tezamen. Vanaf de 60 dB contour neemt de geluidsbelasting verder toe, waardoor omwonenden dit zullen beleven als ’Lawaaiig’. Zodra de eerstelijns bebouwing langs de betreffende wegen en de rand van de woningbouwlocatie is ontwikkeld, zal het geldniveau achter deze eerstelijns bebouwing sterk afnemen. De achterliggende woningen hebben daardoor een lagere geluidsbelasting op de gevel. De geluidskwaliteit zal dan in milieutermen ‘goed’ zijn, wat wordt ervaren als ‘rustig’. Vliegverkeer Op ruim 10 kilometer van het nieuwe Vijfde Dorp bevindt zich de luchthaven ‘Rotterdam The Hague Airport’. Rondom de luchthaven ligt een zogenoemd ‘beperkingengebied’. Dit is het gebied waarbinnen planologische beperkingen gelden, o.a. ten aanzien van bouwhoogten en – ter beperking van geluidhinder – ten aanzien van bestemmingen. Dit beperkingengebied wordt gevormd door de geluidcontouren van het vliegverkeer van en naar de luchthaven, uitgedrukt in Ke (Kosteneenheid).
Het gaat hierbij om de 45, 40 en 35 Ke-geluidcontouren, waarbij 35 Ke ongeveer overeenkomt met 56 dB Lden. Ter vergelijking: de 56 dB Lden contour van de A20 ligt bij het Middengebied op ongeveer 300 meter van de snelweg. Het beperkingengebied voor de luchthaven is vastgelegd in de huidige ‘Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport’. Hieruit blijkt dat de geluidcontouren die het beperkingengebied vormen de plangrens van het nieuwe dorp niet overlappen (zie figuur 4.2). Op grond van dit beperkingengebied zijn er dus geen planologische beperkingen voor de ontwikkeling van het Middengebied.
7
Deze classificatie is gebaseerd op de uitwerking van percepties conform de Handreiking Industrielawaai & Vergunningverlening uit 1998.
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 71/122
Figuur 4.2 De geluidscontouren van ‘Rotterdam The Hague Airport uit de Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport. Op het moment van schrijven van dit bestemmingsplan wordt een nieuw luchthavenbesluit opgesteld. Voor dat luchthavenbesluit worden nieuwe berekeningen gemaakt van de geluidcontouren, waarbij ook het geluidniveau buiten het beperkingengebied inzichtelijk wordt gemaakt. Uit voorlopige berekeningen van de geluidcontouren voor het nog vast te stellen luchthavenbesluit, kan worden opgemaakt dat het plangebied binnen de 40 dB8 contour komt te liggen (zie figuur 4.3). De hinderlijkheid van vliegverkeer is groter dan van wegverkeer. Als de 40 dB van het vliegverkeer omgerekend zou 8
De eerder gebruikte eenheid Ke wordt bij nieuwe besluiten vervangen door de eenheid dB.
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 72/122
worden naar een vergelijkbare geluidbelasting als gevolg van wegverkeer waarbij is gecorrigeerd voor de hinderlijkheid, dan zou dat neerkomen op een geluidbelasting van 46 dB (op basis van het Reken- en meetvoorschrift). Ter vergelijking: de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer is binnen het plangebied vrijwel overal (ruim) hoger dan 50 dB. In de rekenmodellen die worden gebruikt voor het bestemmingsplan Middengebied wordt gerekend met een gemiddelde geluidbelasting van een geluidbron over een langere periode (en dus niet met de piekbelasting van een geluidbron op één moment). Dit betekent dat in de rekenresultaten het geluidniveau afkomstig van in ieder geval autoverkeer (en mogelijk ook van railverkeer en industrie), ten opzichte van het geluidniveau van vliegverkeer, maatgevender is voor het akoestisch leefklimaat. In de praktijk zullen nieuwe bewoners echter wel degelijk iets gaan merken het vliegverkeer vanaf ‘Rotterdam The Hague Airport’ doordat luchtvaartlawaai zich niet constant voordoet (en dus wegvalt tegen het geluid van bijvoorbeeld autoverkeer) maar op momenten (in pieken) voordoet.
Figuur 4.3 Nieuwe berekening geluidscontouren van ‘Rotterdam The Hague Airport ten behoeve van het nog vast te stellen luchthavenbesluit. Ligging Vijfde Dorp aangegeven met groene cirkel.
Sweco | Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum 31-10-2025
Versie Vastgesteld 73/122
In de praktijk betekent het dat nieuwe bewoners van het Vijfde Dorp hinder kunnen ondervinden van luchtvaartlawaai. Omdat het plangebied ruim buiten de 35 Ke-geluidcontour ligt, gelden er geen planologische beperkingen door luchtvaartlawaai binnen het Vijfde Dorp. Ondanks dat toekomstige bewoners dus iets gaan merken van de aanwezigheid van luchtvaartlawaai, vormt vliegverkeer om voornoemde redenen geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Effect van het plan op bestaande woningen Geluidbelasting nieuwe wegen De nieuw aan te leggen wegen vormen geen belemmering voor de bestaande woningen. Wel dient een hogere waarde te worden verleend voor de geluidbelasting veroorzaakt door de zuidwestelijke gebiedsontsluitingsweg op woningen Eerste Tochtweg 36 en 38; Tweede Tochtweg 88, 121 en 127. Om deze hogere waarden te verlenen wordt een stil wegdek toegepast op de gebiedsontsluitingsweg (SMA-NL5 of een wegdek dat vergelijkbare akoestische eigenschappen heeft) om een geluidluwe zijde bij de woning te realiseren. Indirecte geluidhinder als gevolg van verkeerstoename De toename in verkeer op de bestaande wegen, als gevolg van het plan, kan mogelijk leiden tot indirecte geluidhinder bij bestaande woningen langs meerdere wegen. Meerdere wegen ondervinden een sterke toename in verkeersintensiteiten welke niet grotendeels te wijten is aan autonome groei, en waar woningen nabij liggen.
De toename in verkeersintensiteiten leidt tot een toename van 2 tot 6 dB in geluidemissie van het verkeer, wat mogelijk kan leiden tot een toename van 2 dB of meer op de bestaande woningen. De toename in geluidemissie op de Middelweg is groter dan 5 dB en daarmee in principe ontoelaatbaar, dus dienen maatregelen te worden getroffen. In het bestemmingsplan is geborgd dat geluidreducerend wegdek van tenminste een dunne deklaag type A, of een ander wegdektype met dezelfde geluidreducerende eigenschappen, wordt toegepast op het weggedeelte van de Middelweg dat buitenstedelijk blijft9 (maximum 60 km/uur). Daarmee wordt de toename in geluidemissie en de daaruit volgende indirecte geluidhinder bij bestaande woningen, alsmede de directe geluidhinder bij de nieuwe woningen, zo veel mogelijk beperkt. De toename bij bestaande woningen langs de Middelweg bedraagt dan hoogstens 4 dB. Het bevoegd gezag acht de indirecte geluidhinder welke optreedt bij omliggende woningen als gevolg van de verkeerstoename op bestaande wegen aanvaardbaar. Voor alle andere wegvakken geldt dat er geen indirecte hinder wordt verwacht, omdat er geen woningen nabij liggen, of omdat de toename gering is dan wel wordt veroorzaakt door autonome groei.