GEW. Bijlage 3b Herijkte Nota van Uitgangspunten Middengebied vergelijkingsversie Z25.003055
Tekst van het document
Vaststelling woningbouwprogramma en eventuele voorzieningen; Stedenbouwkundig plan en bouwplan binnen de kaders van de NvU en het bestemmingsplan; Inrichtingsplan openbare ruimte (woonrijp maken); Energievoorziening; Planning en fasering; De wijze waarop communicatie en participatie wordt vormgegeven (incl. bewonersraad en community).
Voor het bos, energielandschap en bedrijventerrein zal worden gewerkt aan: -
Vaststelling functies en bouwprogramma (buitenplaats) en ontsluitingsstructuur; Verkavelingsplan (bedrijventerrein), inrichtingsplan openbare ruimte (bos, bedrijventerrein en energielandschap); Uitwerking van uitgiftevoorwaarden en samenwerking (bedrijventerrein); Planning en fasering; De wijze waarop communicatie en participatie wordt vormgegeven (incl. bewonersraad en community).
6 5.12 Vervolgfasen ontwikkeling Wanneer fase 1A in uitvoering is (2027-2028) zal een start worden gemaakt met de voorbereidingen van de vervolgfasen (fase 1B, 2 en verder) en de uitvoering van de maatregelen uit de Deelovereenkomst Mobiliteit. De gemeenteraad zal worden betrokken bij de keuzes voor afbakening van de vervolgfases, de haalbaarheid en dergelijke. E.e.a. is afhankelijk van het tempo van de ontwikkeling en de marktomstandigheden.
67
67
`
6. Agenda beleidsontwikkeling Tijdens het herijken van deze Nota van Uitgangspunten voor het Middengebied, is een aantal beleidshiaten inzichtelijk geworden. Omdat de gemeente op verschillende thema’s geen vastgesteld beleid had dat kon worden toegepast op de ontwikkeling, is ten behoeve van het tempo in de Opgave Middengebied een sprong voorwaarts genomen. De inzichten die voor de opgave Middengebied verzameld zijn, kunnen als (beleids)input dienen voor diverse nieuwe beleidsontwikkelingen. In deze agenda agenderen we deze beleidsontwikkelingen. Het gaat om een aantal beleidsontwikkelingen die voor de nabije toekomst al gepland staan (G). In een aantal gevallen agenderen we in dit hoofdstuk beleidsontwikkelingen die nog niet gepland waren (NG). 1. Mobiliteit a. Mobiliteitsvisie Zuidplas (NG) i. De geleerde lessen en verzamelde data ten behoeve van de ontwikkeling van het Middengebied kunnen gebruikt worden in de mobiliteitsvisie voor Zuidplas als geheel, deze visie maakt ook onderdeel uit van Collegeprogramma ‘Ruimte voor Iedereen 2022-2026’. De planning voorziet in vaststelling 2026. b. Fietsroutenetwerk Zuidplas (G) i. Vastgesteld door B&W. Er wordt momenteel gewerkt aan een fietsroutenetwerk inclusief kwaliteitseisen. Daarin wordt ook de gewenste fietsinfrastructuur voor het Cortelande vastgelegd.sie. c.
Basisaanpak Zuid-Holland Bereikbaar i. Zuidplas heeft via regio Midden-Holland een contract met Zuid-Holland
Bereikbaar om de basisaanpak ZHB binnen de gemeente uit te rollen. Deze aanpak richt zich op werkgevers en werknemers. In de ontwikkeling van Cortelande kan ook gebruik gemaakt worden van dit contract. 2. Klimaat a. Opstellen klimaatadaptief beleid (NG) i. De gemeente heeft het convenant klimaatadaptief bouwen ondertekend, maar hier nog geen beleid aangekoppeld ten aanzien van de toepassing van het Convenant. De doelen en uitgangspunten uit het convenant dienen nog vertaald te worden naar de situatie van Zuidplas en in staand beleid te worden geïntegreerd. De Landelijke Maatlat, dat qua inhoud vrijwel overeenkomt met het convenant heeft als doel te fungeren als landelijke norm voor klimaatadaptatie. ii. iii. iv. v. Groenstructuurvisie 3. Biodiversiteit a. Opstellen beleid versterken biodiversiteit (NG) i. De gemeente beschikt op dit moment nog niet over een integraal beleidskader waarop gemeentebrede keuzes ten aanzien van het versterken van biodiversiteit kunnen worden gebaseerd. De in deze Nota van Uitgangspunten voorgestelde
68
68
` maatregelen ten behoeve van biodiversiteit kunnen als input dienen voor de ontwikkeling van dit beleid. Beleidsregels voor natuurinclusief bouwen zijn in voorbereiding. 4. Circulariteit a. Opstellen circulariteitsbeleid (NG) i. De gemeente Zuidplas heeft in het collegeprogramma de ambitie opgenomen om circulair te zijn in 2050. In de huidige situatie ontbreekt er circulariteitsbeleid en dit remt de voortgang naar een circulaire economie. Het is daarom van belang dat er circulariteitsbeleid opgesteld wordt. Dit beleid zal ervoor zorgen dat circulariteit beter geborgd wordt binnen de organisatie. Het beleid zal een breed scala aan thema´s aansnijden, met inbegrip van maar niet beperkt tot: circulair bouwen/circulaire gebiedsontwikkeling, circulair inkopen, circulaire bedrijventerreinen en reststromen/afval. Daarnaast is het van belang dat de vertaling van beleid naar de praktijk beheerd wordt, gemonitord en bijgestuurd waar nodig. De doelen en uitgangspunten ten behoeve van het middengebied dienen nog vertaald te worden naar de situatie van Zuidplas en in staand beleid te worden geïntegreerd. Dit is een nieuwe ambitie die nog niet is opgenomen is in de huidige DIOR en dient nader gespecificeerd en uitgewerkt te worden in de specifieke DIOR voor het Middengebied. 5. Voorzieningen a. b. c. d. e. f.
Visie maatschappelijke voorzieningen 2025-2040 (G) Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Zuidplas 2023-2027 (G) Visie op Onderwijs (2023) (G) Integrale visie sociaal maatschappelijk domein 2025 Sport- en accommodatievisie 2020-2030 (G) Detailhandelsnota (G)
6. Economie a. Economische visie herijken (pm) b. Regionale bedrijventerreinenstrategie (G) i. Deze wordt in 2023 vastgesteld en in 2027 herijkt. 7. Openbare ruimte a. Groene leefstraten (NG) i. Beleidsuitgangspunten voor groene leefstraat zijn nog niet opgesteld en vastgelegd in een beleidsplan. Voor de groene leefstraat dient dit nog nader te worden uitgewerkt; b. DIOR (NG) i. Bij een nadere uitwerking in het beeldkwaliteitsplan en het standaard programma van eisen per deelgebied dient er een toetsing plaats te vinden op de huidige DIOR. Indien er nieuwe ambities of afwijkingen zijn die nog niet zijn opgenomen in de huidige DIOR, dienen ze nader gespecificeerd en uitgewerkt te worden in de specifieke DIOR voor het Middengebied. De afwijkingen op de huidige DIOR worden beargumenteerd gespecificeerd. Deze specifieke uitwerkingen worden verder uitgewerkt, waarbij wordt aangegeven welke inrichtingseisen en richtlijnen specifiek voor het Middengebied gelden en welke van toepassing zijn volgens de huidige, standaard DIOR. Tevens wordt er bij elk beeldkwaliteitsplan en stedenbouwkundig plan een beheerparagraaf opgenomen, waarin ook de beheeren onderhoudskosten worden uitgewerkt. ii. De lessen die hieruit geleerd worden kunnen gebruikt worden voor een herijking van de DIOR. Zie ook Notitie afwijkingen DIOR (bijlage 6). 8 Wonen a. Het op te stellen volkshuisvestelijke programma (NG)
69
69
` i.
i.
Naar verwachting volgt deze eind 2026. De ervaringen rondom flexwoningen, woonvormen, experimenteel bouwen etc leveren input voor het opstellen van het programma. De actualisatie van de huisvestingsverordening en het toewijzingsbeleid (G) Deze wordt in 2027 herijkt in samenwerking met de regio. De NvU zegt iets over doelgroepen in Cortelande en in de eerste fase. In de Huisvestingsverordening wordt de toewijzing aan doelgroepen voor sociale en middenhuurwoningen (en straks ook betaalbare koopwoningen) geregeld.
b. De regionale Woonzorgvisie Midden-Holland 2025 (G) Deze is vastgesteld door het college.De regionale uitvoeringsafspraken worden verwerkt in het lokale volkshuisvestelijke programma van Zuidplas. De opgave wonen en zorg moet deels landen in Cortelande.
70
70
`
7. Begrippenkader Begrip
Omschrijving
Actieve plint
De begane grond van een gebouw die wordt ingevuld met voorzieningen die een koppeling hebben met de openbare ruimte en zorgen voor levendigheid op staat.
Bezoekersparkeren
Hier wordt specifiek het parkeren gekoppeld aan bezoekers van bewoners bedoeld. Het gaat om bezoekers van een woonfunctie.
Bestuurlijke Overeenkomst (BOK)
Een overeenkomst over de ontwikkeling van het Middengebied van de Zuidplaspolder, tussen de gemeente Zuidplas, de provincie Zuid-Holland en Grondbank RZG Zuidplas.
Bouwblok
Een ruimtelijke eenheid waarbinnen de bebouwing ten behoeve van een bestemming dient te worden geconcentreerd.
Broekbos
Permanent nat en af en toe plaatselijk overstroomd bos.
Buitenplaatsen
Een buitenplaats kenmerkt zich door landelijk wonen, in lage dichtheden in een bosrijk gebied. Dit kunnen verspreide vrijstaande woningen zijn, clusters met vrijstaande woningen, compacte clusters met geschakelde woningen rond een gemeenschappelijke tuin, of appartementen. De buitenplaats is onderdeel van het boslandschap, blijft openbaar toegankelijk en zal met (opgaand) groen worden ingericht.
Coulis
Strook opgaand groen.
Coulissenlandschap
Halfopen landschap dat wordt gekenmerkt door een lapjesdeken van onregelmatige percelen die worden afgeschermd door opgaand groen als bomen, heggen, houtwallen of muurtjes.
CPO
Afkorting die staat voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Een vorm van sociale projectontwikkeling waarbij toekomstige bewoners gezamenlijk opdrachtgever zijn voor hun eigen nieuwbouwproject.
Deelovereenkomst Mobiliteit
Overeenkomst over mobiliteit in het kader van de ontwikkeling van het Middengebied van de Zuidplaspolder. Deze overeenkomst is eind juni 2023 ondertekend door de gemeente Zuidplas, de gemeente Gouda, de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland.
Delftse stoep
Een smalle strook grond aan de voorzijde van het, meestal in een rijtje geschakeld, huis die privaat gebruikt wordt door mensen die eraan wonen. Het zorgt voor een zachte overgang tussen openbare en private ruimte en draagt bij aan sociale interactie tussen buren/ mensen. In de regel is een Delftse stoep niet afgeschermd met erfafscheidingen en heeft het een semiopenbaar karakter.
71
71
` Dorpse woon- en leefkwaliteit
Een groene en karaktervolle omgeving met overwegend laagbouw, waar wonen, werken en leven op natuurlijke wijze samenkomen. Her en der verrijzen op strategische locaties wat hogere accenten, die zorgen voor variatie in het straatbeeld en ruimte bieden aan diverse woon- en werkvormen. Het is een plek dat ruimte biedt om de lokale economie te versterken en waar een rijk aanbod aan (culturele) voorzieningen bijdraagt aan een hechte, levendige en zelfredzame gemeenschap.
Dorpshart
Het centrum van het Cortelande, ingesloten tussen de Hartlijnen.
Dorpspark
Een dorpspark is een openbaar groengebied dat zich in of nabij een dorp bevindt. Het is bedoeld als groene ruimte voor de lokale gemeenschap om te ontspannen, van de natuur te genieten en verschillende activiteiten uit te voeren. Dorpsparken bieden groene omgevingen met bomen, grasvelden en bloembedden, aangevuld met speeltoestellen voor kinderen, zitgelegenheid en vaak faciliteiten voor zowel ongebonden als gebonden sport en recreatie. Ze dienen als sociale ontmoetingsplekken, waar mensen samenkomen, met elkaar praten en tijd doorbrengen met vrienden en familie. Dorpsparken dragen bij aan de kwaliteit van leven in de gemeenschap door het bevorderen van welzijn, gezondheid en sociale interactie. In deze NvU wordt met een dorpspark een dorp bedoeld van een grotere omvang dan een buurtpark
Ecokavel
Kavel waarop een ecowoning is toegestaan.
Ecowoning
Een huis dat is ontworpen en gebouwd met materialen die het milieu minder belasten dan de traditionele bouwmaterialen. Maar ook bouwdelen of producten die een langere levensduur hebben, waardoor de impact op het milieu over een langere periode verspreid wordt. Eventueel off-grid wonen, via zelfbouw.
Groene Schakel
Transformatiegebied ten behoeve van kwaliteitsverbetering, minder bebouwing en meer ruimte voor groen, biodiversiteit, water, recreatie en beleving van het open polderlandschap. De Groene Schakel ligt tussen de Derde tochtweg, de N219 en de A20 in en draagt bij aan het verbinden van recreatiegebieden die buiten het plangebied Middengebied liggen.
Groene Slinger
Een nieuwe landschappelijke structuur die gekenmerkt wordt door een groen ingepaste gebiedsontsluitingsweg (een ringweg) op de overgang van het Kreekrugdorp en Watertuinen.
Groene Waterparel
Een gedeelte van de Zuidplaspolder met een herkenbare slagenstructuur aan de zuidzijde van het Cortelande, tegen de snelweg A20 aan. De kattenklei in de bodem draagt bij aan een voedselarm en zuur tot zwak gebufferd water waardoor plantensoorten uit de Oeverkruid-klasse dominant aanwezig zijn in dit gebied. De Groene Waterparel heeft een Natuur Netwerk Nederland status
Halverwegen
Type weg in het Middengebied. Nadere toelichting en profiel zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van deze NvU.
Hartlijnen
Type weg in het Middengebied. Nadere toelichting en profiel zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van deze NvU.
72
72
` Hub
Een gebouwde of ongebouwde parkeervoorziening (met uitzondering van parkeerhoven binnen bouwblokken) waarin of waarbij mag worden voorzien in ondersteunende functies, waaronder in ieder geval verstaan: -
voorzieningen om auto's, scooters en motors emissievrij te laten functioneren; voorzieningen ten behoeve van de realisatie van auto deel concept; (elektrische)laadvoorzieningen voor auto's en fietsen; voorzieningen voor opwek en opslag van energie voor verkeer en woningen; groenvoorzieningen; met hieraan ondergeschikt de mogelijkheid tot het realiseren van: voorzieningen voor pakketbezorgdiensten; maatschappelijke voorzieningen.
In Zuidplas is onderscheid te maken in de volgende typen hubs: •
•
•
Buurthub: Een buurthub bezit een verzameling van vervoer waar met name bewoners gebruik van kunnen maken (vooral deelauto, mogelijk deelfiets). Door verschillende vormen mobiliteit aan te bieden, zijn er alternatieven voor de auto. Een buurthub lijkt vooral een optie voor Cortelande. Wijkhub (dorpshub): De wijkhub is wat grootschaliger dan de buurthub. Het is een kleinschalige opstaplocatie in landelijk gebied en/of dorpen. Overstap van auto of fiets naar bijvoorbeeld OV of deelmobiliteit. Bundeling van voorzieningen op dorpsniveau. Zuidplas wil onderzoeken of een wijk- of dorpshub in de bestaande dorpen tot ontwikkeling kan komen. Regionale hub: Een regionale hub is een herkenbare en aangename overstaplocatie. Het voornaamste doel is om reizigers met name forensen en bezoekers te laten overstappen van de auto naar de trein of bus naar stedelijke gebieden zoals Rotterdam, Den Haag en Gouda. Een regionale hub is in schaalgrootte groter dan een buurten wijkhub en moet een groter gebied verzorgen. Stations(omgeving) Nieuwerkerk aan den IJssel en het gewenste nieuwe treinstation zijn te duiden als regionale hub. Zuidplas wil onderzoeken of een regionale hub in de omgeving van Moerkapelle / Waddinxveen nabij de A12 wenselijk is, daarbij wordt uitgegaan van busvervoer.
Inprikker
Wegen die de Groene Slinger verbinden met de hubs. Dit zijn geen doorgaande wegen.
Intramurale zorg
Zorg die cliënten ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling. Het gaat om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis, instelling voor gehandicapten of instelling voor cliënten met langdurige psychische problemen.
Korrel
Schaal en maat van de indeling in percelen en bebouwing. De plaats in het plangebied en bijbehorende omgevingskenmerken is medebepalend voor een korrelgrootte.
73
73
` Voor bebouwing aan een polderlint geldt bijvoorbeeld een fijnere korrel dan bij bebouwing in het centrum van het Cortelande. Bij een kleine korrelgrootte wordt ter illustratie gestreefd naar pandsgewijze architectuur, door binnen een blok of gevellijn variatie aan te brengen in bouwhoogte en breedte, type, architect, materialisering en kleur. Kreekrug
Een kreekrug is een hoger gelegen zone in een voormalig wadgebied. Kreekruggen zijn gevormd door in geulen afgezet zand. Omdat het omringende veen door inklinken in volume is afgenomen zijn de voormalige kreken tegenwoordig duidelijk herkenbaar als verhoging in het polderlandschap.
Kreekrugdorp
Een woon- en leefomgeving die de contouren van de onderliggende kreekrug volgt. Het wordt gekenmerkt door een compactere ruimtelijke opzet (dan de Watertuinen). Het is tevens het gedeelte van het plan waarin het dorpshart zich bevindt en de meeste voorzieningen aanwezig zijn.
Dorpshuis(functie)
Een centraal in het dorp gelegen multifunctioneel gebouw voor laagdrempelige ontmoeting met daarin een nader te bepalen mix van maatschappelijke en commerciële functies.
Nabuurschap
Een sociale verhouding of intensieve vorm van burenhulp binnen een kleine gemeenschap.
Natuurvriendelijke oever
Een natuurlijk ingerichte oever met een talud van tussen de 1:3 – 1:7.
Polderlint (lint)
Lange r met daaraan in meer of mindere mate bomen, boerderijen, bedrijven en onbebouwde delen die zicht bieden op het aangrenzende polderlandschap. In deze NvU wordt hiermee de al bestaande wegenstructuur in het gebied bedoeld.
Positieve gezondheid
Dit is een term die de kracht van mensen benadrukt en minder de focus legt op gezondheidsklachten en -problemen. Gezondheid in termen van veerkracht, functioneren en participatie. Het biedt daarmee een bredere kijk op gezondheid ten opzichte van de traditionele kijk op gezondheid. Het is uitgewerkt in zes pijlers: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks leven.
Samengesteld bouwblok
Een stedenbouwkundige eenheid die bestaat uit een blok die wordt gevormd door verschillende gebouwen.
Schaduwplek
Schaduw bij de hoogste zonnestand op 21 juni. Schaduwplek is een gebied dat gedeeltelijk of volledig wordt afgeschermd van direct zonlicht door een obstakel. Het obstakel kan variëren, zoals een gebouw, boom, hek of een ander object dat de zonnestralen blokkeert. Schaduwplekken bieden beschutting tegen direct zonlicht, wat kan helpen om de temperatuur op die plek te verlagen. In warme omgevingen bieden schaduwrijke gebieden vaak een welkome verkoeling, vooral op hete zomerdagen.
Singel
Type weg in het Middengebied. Nadere toelichting en profiel zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van deze NvU.
Slagen
Smalle strook land van ca. 40m breed.
Slagenlandschap
Ook wel strokenverkavelingslandschap genoemd, is een landschap waarbij verkaveling heeft plaatsgevonden in smalle banen die slagen of stroken worden genoemd. Het landschap van de Zuidplaspolder wordt gekenmerkt door polderlinten en
/slagenpatroon
74
74
` tochten in noordwest en zuidoost richting met een onderlinge afstand van ca 800m. Hiertussen en haaks op de polderlinten en tochten liggen sloten. De stroken land hiertussen hebben een breedte van ca 40m. STOMP – principe
Het STOMP-principe is een mobiliteitsprincipe. Hierbij staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar wordt er in volgorde uitgegaan van eerst de voetganger (Stappen), vervolgens de fietser (Trappen), openbaar vervoer (OV) en Mobility as a Service (MaaS). Als laatste wordt de Privéauto meegenomen in de inrichting.
THAMES – principe
Het THAMES-principe is een nog verdergaand mobiliteitsprincipe als het STOMP-principe. Thuis werken en voorzieningen nabij (sturing door ruimtelijke ordening, nabijheid voorzieningen), Actieve Mobiliteit (stappen en trappen), Mobility as a Service, Elektrificatie en Stadslogistiek.
Tiny house
Een vrijstaande woning met een maximum oppervlakte van 50 m2 bvo.
Tocht
Lange watergang uit de aanleg van de Zuidplaspolder. In deze NvU wordt hiermee een zone van 50 meter aan weerszijden van de al bestaande tochtenstructuur in het gebied bedoeld.
Verticale geleding
Verticale onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken door middel van gevelkenmerken en -detailleringen.
Watertuinen
Een woon- en leefomgeving waarbij de ruimtelijke opzet voornamelijk bepaald wordt door het kenmerkende slagenpatroon van de Zuidplaspolder. Het wordt gekenmerkt door wat minder compacte ruimtelijke opzet.
wooncoöperatie
Wbi-bijdrage
Een wooncoöperatie is een collectief van bewoners die gezamenlijk eigenaar worden van hun woningen, deze zelf beheren en onderhouden. Het is een organisatie zonder winstoogmerk, geleid door de leden zelf, waarbij de bewoners zeggenschap hebben over hun woonomgeving. Wooncoöperaties zijn een alternatieve woonvorm tussen kopen en huren in, waarbij bewoners via een lidmaatschapsdeel de woonrechten kopen en zich samen verantwoordelijk maken voor hun huisvesting. De bijdrage die de gemeente Zuidplas ontvangen heeft vanuit de woningbouwimpuls van de rijksoverheid.
Zeer kwetsbare voorzieningen
Voorzieningen die gebruikt worden door personen die door geestelijke of lichamelijke beperkingen of door zeer jonge leeftijd of door opsluiting voor langere tijd, niet in staat zijn om zich zelfstandig binnen korte tijd in veiligheid te brengen of bescherming te zoeken voor een dreigend gevaar door het vrijkomen van een gevaarlijke stof, zoals basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen, opvang gehandicapten en penitentiaire inrichtingen.
Zoom-mantelvegetatie
Geleidelijke overgang van een kruidachtige vegetatie via struiken naar bomen dan wel bos.
Bijlagen
75
75
` Bijlage 1: Mobiliteitsconcept Het Cortelande Bijlage 2: Samenlevingsopbouw en woningbouwprogramma Middengebied Bijlage 3: Convenant klimaatadaptief bouwen Bijlage 4: Hoe voorzieningen en placemaking voor sociale duurzaamheid zorgt in Cortelande Bijlage 5: Toetsingskader Groene Schakel Bijlage 6: Afwijkingen DIOR Bijlage 7: Concept-Voorlopig Ontwerp (VO) Stedenbouwkundigplan Middengebied
76
76