GEW. Bijlage 3b Herijkte Nota van Uitgangspunten Middengebied vergelijkingsversie Z25.003055
Tekst van het document
•
Natuurlijk groenzone die bestaat uit diversiteit aan waterlandschappen (broekbosbroekbos, veengroei, rietlanden). Ruimte voor experimenteren met veen-en bodemgroei, in combinatie met extensieve recreatie;
•
Bestaande slotenpatroon en maaiveld als onderlegger voor toekomstig gebruik;
41
` •
Ophoging t.b.v. toegankelijkheid en gebruik voor o.a. spelen, paden, en onderhoud etc.
Private ruimte •
De brede landschappelijke zone (totaal ca. 125m) met water (Vierde Tocht) geeft aanleiding tot verdichting langs de randen met ruimte voor gestapeld programma;
•
Grondgebonden woningen en appartementen met optimaal uitzicht op het landschapspark.
•
Recreatieve voorzieningen die profiteren van de ligging aan het water (kano- en supverhuur, etc.); Stevige bebouwing in hogere dichtheden en ruimte voor een aantal accenten met grotere bouwhoogten (maximaal 68 bouwlagen106) met een diversiteit van woontypologieën;
• •
Speelse bebouwingswand met een wisselende gevellijn, korte rijen, openingen naar het water;
•
Aan de zone gelegen buurtjes geven een samenhangend beeld, seriematigheid voorkomen door afwisseling per buurtje;
•
Voorzijden woningen georiënteerd op het landschapspark met groene voorstoepen/tuinen;
•
Buitenruimtes (loggia, balkon, stoep, tuin, dakterras) zorgen voor interactie met het landschapspark4e Tochtpark
Principeprofiel Vierde Tochtzone
5.1.5 Halverwegen
106
Nadat hier afstemming over heeft plaatsgevonden met de gemeenteraad.
42
42
`
43
Principe tekening Halverwegen
Omschrijving Tussen bestaande polderlinten en tochten worden twee structuren toegevoegd: de ‘Halverwegen’. Deze dienen als belangrijke ontsluitingingswegenontsluitingswegen voor auto’s en fietsen van het dorp zodat bestaande polderlinten zo veel mogelijk worden ontzien van autoverkeer. De ‘Halverwegen’ verkleinen de maat van het slagenlandschap van 800 naar 400 meter. Zo ontstaat samen met de Hartlijn(en) en Zuidelijke Dwarsweg in oostwestelijke richting een raster van circa 400 bij 400 meter, dat een helder patroon vormt voor buurten met een dorps karakter. Dit heeft tevens als bijkomend voordeel dat loopafstanden kunnen worden verkleind. Het ruimtelijke beeld van de Halverwegen wordt bepaald door bomen, water en rietoevers aan weerszijden. Aan de Halverwegen liggen de buurten van het Kreekrugdorp en de Watertuinen, de buurten en de hubs worden zo direct mogelijk ontsloten. Publieke ruimte • •
• • • • • • • • •
Uitgangspunt is een symmetrisch en lineair profiel met bomen en watergangen met natuurvriendelijke oevers aan weerszijden; Diverse bomen van verschillende grootte, die tot volwassenheid kunnen uitgroeien, elk met hun eigen kenmerken en groottes; Afwisseling van hoge (bomen), middel (bijv. struiken) en lage vegetatie (bijv. grassen/kruiden) om de biodiversiteit te bevorderen; De bomen geven schaduw, sfeer en zijn mogelijke foerageerroutes voor vogels en vleermuizen; De bermen worden waar dit ruimtelijk inpasbaar is zo veel mogelijk ecologisch ingericht en beheerd; Geschikt voor langszaamlangzaam verkeer (voet/fiets) en als ontsluiting voor de auto (door de Watertuinen vanaf N219 tevens hoofdontsluitingsweg (30 km/uur) van het dorp); Openbare toegankelijke oevers (met onderhoudspaden) met een informele wandelroute onder de bomen, langs het water; Variatie in profiel bij veranderende woonmilieu Kreekrugdorp – dorpscentrum - Watertuinen; Dorpsplein en diverse verblijfsplekken aan het water; Toegangsbruggen / duikerbruggen voor ontsluiting van de diverse buurtjes; Vrijliggend fietspad ter plaatse van de hoofdontsluiting (N219).
43
`
Private ruimte •
Bebouwing met een dorpse schaal en maat, samenhangend in architectuur per bouwblok. Ruimte voor samengestelde bouwblokken, langere rijtjes (maximaal 7 woningen) en grotere bouwvolumes. Maximaal drie4 lagen of twee2 lagen met een kap;
•
Voorgevel aan de Halverwegen, met stoep of voortuin als overgang naar de openbare ruimte;
•
Woonruimte of keuken aan de voorzijde, geen blinde gevel;
•
Buitenruimtes (loggia, balkon, stoep, tuin, dakterras) zorgen voor interactie met de openbare ruimte;
•
Minder individualiteit, meer samenhang door langere rijtjes en grotere bouwvolumes.
Principeprofiel Halverwegen
4.2. Specifieke kenmerken voor de gebieden Voor de ontwikkeling van het Vijfde DorpCortelande zijn een aantal deelgebieden gedefinieerd. Elk deelgebied heeft zijn eigen focus, zoals wonen in het Kreekrugdorp en de Watertuinen, recreëren en wonen in het Koning Willem I-bos, werken op het bedrijventerrein Doelwijk II en Gouwepark II en duurzame energieopwekking in het energielandschap. Deze deelgebieden worden verbonden door het groenblauwe raamwerk van lange lijnen die de identiteit en oriëntatie bepalen. De omschrijvingen en inrichtingsprincipes voor gebieden zijn in dit hoofdstuk opgenomen, met ruimte voor mogelijke aanpassingen gezien de lange termijn van het project.
44
44
`
45
Overzicht deelgebieden
Voor onderstaande deelgebieden zijn de specifieke kenmerken benoemd: 54.2.1 Kreekrugdorp 54.2.2 Watertuinen 54.2.3 Koning Willem 1- bos 54.2.4 Bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II 54.2.5 Energielandschap 54.2.6 Groene Schakel 54.2.7 Agrarische Zone 54.2.1 Kreekrugdorp Het Kreekrugdorp is het hart van het Vijfde DorpCortelande. Hier ligt het dorpscentrum en er wordt gewoond in hogere dichtheden in de nabijheid van voorzieningen. De gebiedsomschrijving is het resultaat van de uitwerking van de eerste fase van het Kreekrugdorp en wordt in dit hoofdstuk uitgewerkt naar inrichtingsprincipes.
45
`
46
Ligging Kreekrugdorp
Omschrijving Het Kreekrugdorp ligt op de kreekrug, een hoger gelegen deel van de Zuidplaspolder waarvan de ondergrond stevig is en voornamelijk bestaat uit klei. Het Kreekrugdorp bestaat uit een dorpscentrum, dorpspark en omliggende woonbuurten met elk een herkenbaar buurthart. Het centrale dorpsplein is – naast het dorpspark in het westelijk deel van het kreekrugdorp - één van de grotere omtmoetingsplekkenontmoetingsplekken van het dorp en is levendig geaccentureerdgeaccentueerd met groen. Diverse functies komen hier bijeen. De buurtjes in het Kreekrugdorp zijn ontworpen om aan te sluiten op de lange lijnen van de Hartlijnen en de Groene Slinger. De buurtjes hebben besloten straatjes en hofjes die zorgen voor oriëntatie, herkenning en sociale cohesie en elk buurtje heeft een gemeenschappelijk buurthart. In het Kreekrugdorp wordt in hogere dichtheden gewoond dan in de Watertuinen. Parkeren vindt plaats in hubs, in straten zijn auto’s hooguit te gast. Wandelen en fietsen vindt plaats middels een dwaalnetwerk met speel- en ontmoetingsplekken.
Eerste fase Kreekrugdorp (1a) Voor de eerste fase van het Kreekrugdorp (fase 1a) is een stedenbouwkundige uitwerking gemaakt (zie concept-Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundigplan Middengebied, bijlage 7).. De bevindingen die hieruit voortkomen zijn vertaald naar specifieke kenmerken en maatregelen die van toepassing zijn op het Kreekrugdorp als geheel.
46
`
Fase 1a Kreekrugdorp
47
Inrichtingsprincipes Kreekrugdorp Publieke ruimte •
In het dorpscentrum vormen dorpse straten en stegen een fijnmazig publiekstoegankeljjk netwerk. De straatjes worden afgewisseld met pleintjes en groene plekken (op bijvoorbeeld kruisingen) waar mensen elkaar kunnen ontmoeten;
•
Het dorpsplein in het centrum is het hart van het dorp en vormt de grootste openbare ruimte. Het plein heeft groene accenten en biedt ruimte aan ontmoeting, terrassen, activiteiten en evenementen; De openbare ruimte in de buurten wordt gekenmerkt door de auto te gast (of de auto is geheel afwezig) waardoor er groene woon- en leefstraten ontstaan die ingericht zijn op wandelen, fietsen en verblijven; De auto’s zijn zoveel mogelijk uit het straatbeeld verdwenen en parkeren gebeurt in hubs. of parkeerkoffers. Via de Groene Slinger, halverwege en inprikkers zijn de hubs voor de auto ontsloten. Hubs zijn gecreeerdgecreëerd binnen samengestelde bouwblokken en hebben een capaciteit van maximaal 150 auto’s. Iedere buurt heeft een centrale groene plek (buurtparkje of openbare buurttuin waar speelplekken liggen voor de doelgroepen 4-12 jaar); Netwerk van openbare ruimtes geeft ruimte voor waterberging (wadi’s, open water, regentuinen); De beplanting is klimaatrobuust en divers, geeft schaduw en beschutting en is een habitat voor insecten en kleine dieren;
• •
• • • • • •
De buurten zijn ongeveer 400x400 meter, met circa 300 woningen per buurt; Elke buurt, blok en straat heeft een afgewogen mix van functies, woonprogramma en typologieën; In het dorpshart kruisen de Hartlijnen niet met autoverkeer, behalve langs het 4 e Tochtpark.
47
` •
Supermarktfuncties moeten omringd worden door aanvullende functies, ter voorkoming van blinde gevels en een levendig dorpshart.
48
Principes openbare ruimte Kreekrugdorp
Private ruimte •
•
De bebouwingsopzet van het centrum bestaat uit gestapelde bebouwing van vier tot zes lagen met een hoge begane grondverdieping en een actieve plint; Rondom de bestaande infrastructuur bestaat de bebouwing uit woongebouwen van twee woonlagen met kap of 3 woonlagen; De hogere dichtheid in het centrum geeft aanleiding tot minimaal een gebouwde parkeerhub; Accenten aan de hoofdstructuren, pleinen en parken geven herkenning en oriëntatie, binnen het dorpscentrum maar ook vanuit de omliggende buurten; Mengen van woontypologieën en categorieën op buurt- samengesteld blok- en straatniveau; De bebouwing is afwisselend, met korte rijtjes (4 tot 6 woningen), compacte gestapelde bebouwing, afgewisseld met vrijstaande woningen en tweekappers met tuinen; Variatie in architectuur met afwisseling in gevelbeeld, goothoogtes, kapvormen en richtingen en verspringende rooilijnen; Voorkanten en variatie aan de lange lijnen (o.a. Vierde Tochtpark en Hartlijnen);
•
Maximale inzet van circulaire bouwmethoden;
• • • • • •
48
`
49
Principes bebouwing Kreekrugdorp
54.2.2. De Watertuinen
Ligging Watertuinen
Omschrijving De ruime opzet volgt de bestaande polderstructuur met het kenmerkende slagenpatroon. Er is meer ruimte voor water doordat sloten verbreed en toegevoegd worden. Woningen staan vrijwel altijd aan het water. De buurtjes in de Watertuinen volgen de afwisselende structuur van smallere en bredere waterlijnen. Er ontstaan kleine en grotere eilanden met accenten op de koppen in de vorm van appartementen. De natuurlijke inrichting en de integratie in het polderlandschap bevorderen natuuren landschapsontwikkeling en zorgen voor een naadloze samensmelting van natuur en wonen. Ecologische- en recreatieve verbindingszones verbinden de Watertuinen met omliggende
49
` groengebieden, zoals de Groene Schakel en het Koning Willem I-bos... Groene routes verbinden woningen en parkeereilanden (hubs), en bieden prachtig uitzicht op water en natuur. Het woonmilieu in de Watertuinen heeft een lagere dichtheid dan in het Kreekrugdorp. Inrichtingsprincipes Watertuinen Publieke ruimte •
Het bestaande polderlandschap wordt getransformeerd tot een waterrijk natuurlandschap met broekbossen, drassige weiden, rietlanden, kruidenrijke grasweiden, etc. Hierdoor neemt de biodiversiteit toen en ontstaat een habitat voor vogels, kleine dieren en insecten;
•
De maat van de dlagslagen (ca. 40m) is de basis voor transformatie naar een waterrijk woonmilieu; Naast wooneilanden zijn er groeneilanden die de groenstructuur vormen. Hier worden natuurlijke speelplekken ingericht (voor met name de doelgroep 6-12 jaar). Deze zijn met elkaar verbonden door een fijnmazig netwerk van groene routes met voorzieningen voor jong en oud (aanlegsteigers om te suppen, natuurlijke wandel- en avonturenpaden etc)..). Op plekken dichtbij huis worden er voor de doelgroepen 4-6 jaar speelruimtes ingericht; Waterstructuur (bestaand/nieuw) geeft ruimte voor piekberging. Gevarieerde natuuroeversnatuurvriendelijke oevers, waaronder ook brede rietoevers dragen bij aan de waterzuivering en versterking van biodiversiteit; Oevers (privé en openbaar) zijn natuurvriendelijk en worden ter plaatse van de erfgrenzen tussen privaat eigendom niet van elkaar gescheiden door middel van een bebouwde erfafscheiding. Iedere eilandengroep heeft een collectief buurthart; ; Natuur en openbare ruimte gaan op een geleidelijke wijze over in privé-tuinen. Denk hierbij aan groene erfafscheidingen in plaats van houten of stenen schuttingen, natuurvriendelijke taluds in plaats van harde beschoeiiingbeschoeiing of damwanden; Parkeren op parkeereilanden (hubs), landschappelijk ingepast en gecombineerd met zonnepanelen;
•
• • • • • •
Private ruimte • • • • • • • •
Bebouwing is gevarieerd, heeft een kleine korrel en vrijwel altijd een directe relatie met het water; Afwisseling van vrijstaande woningen, tweekappers, korte rijtjes en compacte appartementsgebouwen als accent; Private buitenruimtes van woningen zijn integraal onderdeel van het landschap. Diverse vormen van buitenruimte met een sterke relatie tot water: geïntegreerd als terras, oevertuin, een deels hoge en/of lage tuin; Ruimte voor experiment en innovatie (op palen, drijvend); Uitstraling en beeldkwaliteit van de bebouwing is passend bij een waterrijke woonomgeving; Oevers zijn natuurvriendelijk; Erfafscheidingen zijn bij voorkeur natuurlijk, bijvoorbeeld beplaningbeplanting of hagen, met name op de overgang tussen privaat en publiek eigendom; Iedere eilandengroep heeft een mix van categorieën en woontypologieën;
50
50
`
54.2.3. Koning Willem I-bos
51
Ligging Koning Willem I-bos
Omschrijving Een robuust raamwerk van brede boszones en groen langs wegen en spoorlijnen speelt een essentiële rol in het verminderen van geluidsoverlast. De boszones zorgen voor een toevoeging van nieuwe natuur en vormen een visuele barrière die prettige verbindingen mogelijk maakt. Binnen dit raamwerk ontstaan boskamers. De Zuidelijke Dwarsweg die door dit bos loopt fungeert als een fietsroute. Inrichtingsprincipes Koning Willem I-bos Publieke ruimte •
Een robuust raamwerk van boszones (30-40m) waarbinnen ruimtes (boskamers) ontstaan voor passende functies;
•
Extensieve vormen van recreatie en natuureducatie;
•
Het bos voegt zich naar het polderstramien;
•
Watergangen hebben natuurlijke oevers en altijd een onderhoudspas aan een zijdevoldoende onderhoudsruimted ;
•
Natuurlijke opbouw van het bos met een zoom-mantelvegetatie;
•
Polderlijnen blijven herkenbaar en vormen o.a. zichtlijnen op de open polder en het Kreekrugdorp;
•
Langs het polderlint (Middelweg/Bredeweg): bestaande erven met bosstroken als overgang naar het Koning Willem I-bos;
•
Differentiatie in vegetatietypes afhankelijk van de grondsoort, bodemgesteldheid en waterpeil;
•
Combinatie van aangeplant bos en spontane bosontwikkeling;
•
Inpassing Ecologische Verbindingszone van 25-50 meter (EVZ, provinciaal beleid);
51
` •
Waterberging in het stramien van (polder)sloten, verbreden van oevers voor extra capaciteit en pleksgewijze verlaging van het maaiveld;
•
Intensief gebruikte sportvoorzieningen geclusterd in een boskamer nabij de Zuidelijke Dwarsweg;
•
Aan het polderlint (Middelweg-Bredeweg) is ruimte voor horecagelegenheid en boerderijwinkel met een uitloop in het bos;
• •
Huidige waterpeil handhaven; Inpassen leidingenzone.
Private ruimte •
Er is ruimte voor buitenplaatsen en wonen in compacte vormen van wonen in de boskamers.buitenplaatsen. De woningen zijn geclusterd binnen de robuuste structuur van het bos;
•
De boskamersbuitenplaatsen liggen op ruime afstand van de Middelweg en worden vanuit hier centraal ontsloten;
•
Parkeren vindt plaats in de boskamerbuitenplaats.
54.2.4. Bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II Omschrijving De nieuwe bedrijventerreinen zijn compacte bedrijfsclusters omzoomd door een groene en waterrijke bosmantel.blauwe zoom met plaats afhankelijke invulling van groen (open, bos), water of laanstructuur. Deze robuuste bosmantels zorgengroen blauwe zoom zorgt voor samenhang met het Koning Willem I-bos en vormen een landschappelijke bufferovergang richting de grootschalige infrastructuur. met benutting van zichtlocaties voor bedrijven. De bedrijventerreinen hebben een efficiënte, orthogonale opzetefficiënteopzet, die waar functioneel wenselijk is gerelateerd aan het rasterde ontginningsstructuur of morfologie van de polder (kreek) en de lange lijnen uit het landschap. Er wordt waar mogelijk aangesloten op de naastgelegen bedrijventerreinen. De opzet is flexibel, binnen de bosmantel en kunnen kavelgroottes variëren in afmetingen. Inrichtingsprincipes bedrijventerreinen Publieke ruimte De bosmantels hebbengroen blauwe zoom heeft een natuurlijke opbouw met een zoom en mantelvegetatie, watergangenplaats afhankelijke invulling van groen, water of laanstructuur. Watergangen hebben een natuurlijke oever met een talud flauwer dan 1:3; •
Ontsluiting Doelwijk II viais een groene en schaduwrijke rondweg langsweg (geen specifieke duiding van de randen (parallel aanligging); Ontsluiting van Doelwijk II en bedrijven Zuidelijke Dwarsweg via Doelwijk I naar de spoorlijnen) en langsN457; in de Zuidelijke Dwarsweg; is er een knip richting de Middelweg (geen doorgang voor gemotoriseerd verkeer, alleen toegankelijk voor fiets en eventueel OV) en een knip richting de zuidelijke rondweg (alleen doorgang voor fietsers en autoverkeer van huidige bewoners); Ontsluiting Gouwepark II via groene en schaduwrijke lanen, wegprofiel met groene kruidenrijke bermen;. Ontsluiting Gouwepark II vindt plaatst via Gouwepark I. Het plan voorziet groene, blauwe omzoming van het Bedrijventerrein met benutting van zichtlocaties voor bedrijven. Uitbouwen profiel Zuidelijke dwarsweg met doorfietsroute op de bestaande weg en een bedrijfsweg/HOV-route parallel hieraan; in Doelwijk II ; Geen parkeren van (vracht)auto’s in de openbare ruimte (maar op eigen terrein); Fiets- en wandelroutes maken onderdeel uit van doorgaande structuren en geven gelegenheid voor werknemers om te bewegen (bijv. in de pauze);
52
52
` •
Omzoming met groene bosmantels van minimaal 30m breed.
Groen blauwe Omzoming met een plaats afhankelijke invulling van groen, water of laanstructuur met benutting van zichtlocaties voor bedrijven. Private ruimte Een open, representatieve en landschappelijk ingerichte zone langs de Zuidelijke Dwarsweg (fiets- en HOV-route); Voorkanten van bedrijven gericht op de doorgaande infrastructuur en/of representatieve groene zone; Langs de Zuidelijke Dwarsweg kleinere kavels ca. 0,5-1 ha. met een lagere milieucategorie; Natuurlijke inrichting bedrijfskavel (groen tenzij), minimaliseren verharding en waterberging zoveel als mogelijk op eigen terrein; Ruimte voor grote kavels van maximaal 5 hectare107 aan de oostzijde N457; Bouwhoogte max 10-15m108; Groene klimaatadaptieve daken en zonnepanelen op eigen terrein; Groene natuurlijke erfafscheidingen; Opslag inpandig of uit het zicht achter de voorgevelrooilijn; Logistiek (loading docks) uit het zicht; Bebouwing langs de Zuidelijke Dwarsweg is representatief en heeft een kleiner volume.
Ligging bedrijventerreinen Doelwijk II (links van A20) en Gouwepark II (rechts van A20)
5
107
Maximale grootte kavel wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Chw Bestemmingsplan Middengebied 1
108
Wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Chw Bestemmingsplan Middengebied 1
53
53
` 4.2.5. Energielandschap
54
Ligging energielandschap
Omschrijving In de overgang van de N219 naar de Watertuinen en in het Visje (zoeklocatie tussen A20 – spoorlijn Gouda-Alphen a/d Rijn) liggen de zoeklocaties(zoek)locaties voor de opwekking van duurzame energie op land. Hier vindt een transformatie plaats van polderlandschap naar een waterrijk gebied met ruimte voor duurzame energieopwekking. Watergangen en robuuste natuurlijke randen rondom de energievelden zorgen ervoor dat het terrein ontoegankelijk wordt, waardoor het gebruik van hekwerken en poorten zo veel mogelijk vermeden kan worden. De groene randen om het energielandschap bevatten enkele recreatieve routes en zorgen tevens voor beperkte zichtbaarheid van de energieopwek. Binnen deze groene omzoming liggen de zonnevelden in een waterrijk landschap. Door het maken van water, rietvelden, Elzenboekbosbroekbos en bloemrijk grasland wordt nieuwe habitat gemaakt voor o.a. waterdieren, (riet)vogels, kleine dieren en insecten. Inrichtingsprincipes energielandschap Publieke Ruimte •
Behoud van de karakteristieke landschappelijke structuur/stramien polderlandschap;
•
Onderhoud bijvoorbeeld door het te laten begrazen door schapen;
•
Landschappelijke inpassing met robuuste groenzone rondom van minimaal 40m, ophoging waar nodig om boomvormers tot ontwikkeling te laten komen. De rand heeft een natuurlijke opbouw in een zoom-mantelvegetatie waarin gebiedseigen soorten groeien;
•
Recreatieve routes door de randen, verbonden met de polderlinten en omgeving (o.a. Watertuinen);
•
Een extra brede landschappelijke zone als bufferovergang naar de Watertuinen van minimaal 80m;
•
Intermediair peil – ruimte voor waterberging en opvang piekbuien;
•
Verbreden watergangen en aanleg natuurvriendelijke oevers;
54
` •
Vierde Tochtzone als landschapspark blijft vrij van duurzame energieopwekking;
•
Landschappelijk inpassing EHSEVZ- verbindingszone (25-50m) langs de N219 tussen Derde Tochtweg en Vierde Tocht en zoeklocatie Visje.
Private Ruimte •
Technische installaties en bouwwerken uit het zicht en landschappelijk inpassen;
•
Natuurinclusieve voorzieningen binnen het zonneveld (nestkasten, takkenbergen en maaiselhopen);
•
Verharding zo min mogelijk toepassen in het zonneveld.
55 54.2.6. Groene Schakel
Ligging Groene Schakel
Omschrijving De Groene Schakel zal een geleidelijke transformatie doorlopen van polder en productielandschap naar een duurzaam landschap met meer ruimte voor groen, water, recreatie en doorzichten. De focus ligt op het creëren van een landschappelijke buffer ten westen van het Vijfde DorpCortelande, waardoor het dorp vrijliggend in het landschap komt te liggen. De gemeente Zuidplas streeft ernaar om het gebied stap voor stap te transformeren, met nadruk op verhoogde biodiversiteit en recreatieve toegankelijkheid. Het doel is om het totale bebouwde oppervlak in de Groene Schakel te verminderen. De Groene Schakel gaat uitnodigen om te wandelen, te ontspannen en te genieten van de rust en verbondenheid met het polderlandschap. Laarzenpaden tussen de polderlinten zullen extra mogelijkheden bieden om het landschap te ervaren. Inrichtingprincipes Groene Schakel Publieke ruimte •
Behouden en versterken van de landschappelijke structuur van het gebied: poldersloten blijven open en polderkavels worden niet samengevoegd.
55
` • • • •
• • • • • • •
Belangrijke zichtlijnen vanaf het polderlint op het open landschap worden vrij van bebouwing gehouden om de structuur, de openheid en het groene karakter van het gebied herkenbaar te houden en te versterken; De plek waar kas/bedrijfsbebouwing is verwijderd, wordt ingericht met natuurtypen die passen bij de visie voor de zone, bijvoorbeeld bloemrijke graslanden en/of natte (moeras)natuur. Met de aanleg van nieuwe groene coulissen worden zichtlijnen groen omzoomd en worden bedrijfsgebouwen en kassen aan het zicht onttrokken; De ecologische verbindingszone (EHSEVZ) wordt zorgvuldig ingepast in het zoekgebied tussen de 2e en 3e Tocht door de Groene Schakel. De ecologische verbinding bestaat uit brede zone een (min.(minimiaal 25-50m m) met een doorlopende waterloop met ecologische oeverzones, aangevuld met plas-draszone met moeras, ruigtezones, natte en droge graslandzones. Het lineaire profiel, het groene en landelijke karakter van de polderlintzones worden behouden en versterkt. Behoud en herstel watergangen rondom de erven; De Tochten en poldersloten naast de polderwegen horen bij het historisch wegprofiel en blijven daarom in het zicht. De kavels worden van de openbare weg ontsloten door één toegangsbrug (verplicht) aan de Tochtzijde.
Aan de slootzijde is ook een duikerbrug mogelijk; Verhogen van de biodiversiteit langs de polderlinten, op erven en in watergangen/sloten, zodat een kleurrijk en biodivers landschap ontstaat; De polderlinten worden geschikt gemaakt voor recreatief fietsverkeer en bestemmingskeer;bestemmingsverkeer; Tussen de polderlinten worden op aantal kansrijke plekken dwarsverbindingen en doorsteekjes met informele polder- en laarzenpaden gerealiseerd. Activeren van de polderlinten met ruimte voor kleinschalig recreatief medegebruik (uitspanning, B&B, landwinkel, kinderopvang, speeltuin, etc.)
Private ruimte •
Landelijk wonen op bestaande en nieuwe groene erven met stevige erfbeplanting passend in de schaal en maat van de polder;
•
Op een aantal gerichte plekken in de polderlinten zijn potentiële zoeklocaties voor nieuwe erven (nader uit te werken);
•
Nieuwe erven zijn 40 meter breed, passend in het polderpatroon en maximaal 50 meter diep;
•
Streekeigen erfcompositie met karakteristieke opbouw erf met een hiërarchie tussen het hoofdgebouw dat georiënteerd is op het polderlint en de grotere schuurvolume(s) en bijgebouwen achter op het erf. Erf en bebouwing moeten landschappelijk worden ingepast volgens de karakteristieken en behoud van het onderliggende polderlandschap. Groene inrichting van erven door karakteristieke en streekeigen erfbeplanting, windsingels en watergangen;
• •
Bebouwing overwegend 1- 1,5 laag + kap, passend bij architectuur van de polderlinten in typologie en materialisering;
•
Waterpeil en vloerpeil in de polderlintzone zijn maatwerk. Voorkomen overlast voor bestaande bewoners en gebruikers is het doel. Nieuwe erven en woningen binnen de nieuwe bebouwde kom van het dorp worden aangesloten op de nieuwe/hogere peilen van het Vijfde DorpCortelande. Buiten de bebouwde kom wordt nieuwe bebouwing qua peilen afgestemd met de bestaande omgeving;
56
56
` 54.2.7. Agrarische zone
57
Ligging Agrarische zone
Omschrijving De Agrarische zone is een gebied dat binnen het plangebied valt en onder het nog in wording zijnde en concerverendeconserverende bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 valt. Het gebied ligt tussen de 1e en 2e tocht, zie kaartje hierboven “Ligging Agrarsiche zone”.. Het gebied wordt gekenmerkt door overwegend agrarisch gebruik. Kenmerkend voor dit gebied zijn ook de glastuinbouwkassen en overige bijbehorende bouwwerken. De onderliggende karakteristieke fijnere verkavelingsstructuur zal zoveel als mogelijk behouden blijven. Dit gebied zal in beginselis conserverend worden bestemd gericht op agrarisch gebruik. Uitgangspunt is dat de hoeveelheid bebouwing en open ruimte per saldo in hoofdzaak gelijk dient te blijven. Ten aanzien van de al aanwezige glastuinbouw worden bestaande bouwrechten gerespecteerd. De uit te werken woonbestemming (volgend uit bestemmingsplan Zuidplas-West) zal de gemeente Zuidplas latenis vervallen. De wijzigingsbevoegdheid voor de aanleg van deeen bedrijventerrein (volgend uit bestemmingsplan Zuidplas-West) zalis eveneens komen te vervallen.
57
`
5. Fasering Deze Nota van Uitgangspunten geeft de uitgangspunten en ambities voor het te realiseren dorp in het Middengebied weer. De ontwikkeling van het Middengebied wordt gebaseerd op de ambities, uitgangspunten en inrichtingsprincipes. Voor alle gebiedsontwikkelingen geldt dat sprake is van een proces van meerdere jaren. De ontwikkeling van het Middengebied kent al een lange geschiedenis. De uitvoering van de ontwikkeling zal ook nog jaren tot enkele decennia duren. Dat betekent dat het gebied mee zal groeien met de veranderende tijden waarin het gebied zich ontwikkelt. Er zijn veel factoren die het tempo van de ontwikkeling bepalen, waaronder bijvoorbeeld de tijd die nodig is om het gebied fysiek geschikt te maken, het tempo waarin woningen gerealiseerd kunnen worden en de ontwikkeling van de woningbehoefte. Dit betekent ook dat er niet vanaf het begin een dorp met 8.000 woningen bestaat. De gemeente Zuidplas heeft het voornemen te starten met de ontwikkeling van deelgebied fase 1A. In dit hoofdstuk wordt uitgelicht welke uitgangspunten en ambities al in fase 1A gerealiseerd worden, hoe de afbakening van deze fase eruitziet en hoe er operop wordt ingezet dat de uitgangspunten en ambities over de ontwikkeltijd van het dorp heen gerealiseerd zullen worden.
In verband met de beoogde ontwikkelsnelheid zal binnen enkele jaren na de start van fase 1A gestart worden met de voorbereidingen van fase 1B. 5.1. Uitgangspunten fase 1A De ontwikkeling zal gestart worden met de ontwikkeling van de eerste fase van het Middengebied. Dit heeft de werknaam fase 1A gekregen en bestaat uit een deel van het woongebied, het eerste bedrijventerrein, een deel van het energielandschap en een deel van het bos. 65.1.1 Afbakening fase 1A De eerste fase van de ontwikkeling betreft de ontwikkeling van het oostelijk deel van het kreekrugdorp, het eerste bedrijventerrein (Doelwijk II), een bijpassende eerste fasedeel van het energielandschap en een start van het Koning Willem I-bos. Daarnaast wordt de eerste van de twee nieuwe ontsluitingswegen aangelegd (naast de al bestaande ontsluiting via de Middelweg). Het gaat om de ontsluiting naar de noordwestzijde, richting de N219, die uitkomt op de nieuw aan te leggen kruising met toekomstig bedrijventerrein Knibbelweg-Oost. De locatie van de start van het woongebied is gekozen omdat deze locatie reeds ontsloten isvia de nieuwe Groene Slinger is te ontsluiten via de Middelweg en de grondslag hier relatief gunstig is waardoor hier het snelst gestart kan worden met bouwen. In fase 1a van het Kreekrugdorp is ruimte voor 2.300550 woningen (exclusief buitenplaatseninclusief buitenplaats).
Voor dit deel van de ontwikkeling wordt uitgegaan van een programma van 30% sociale huur en 30% betaalbaar programma conform de afspraken over de WBI-bijdrage. Het eerste bedrijventerrein (Doelwijk II) heeft ongeveer 25 hectare uitgeefbaar aan kavels. Dit is een regulier gemengd bedrijventerrein, geschikt voor hogere milieucategorieën. Een deel van de kavels kan worden ingezet voor het verplaatsen van ondernemers uit het Middengebied. Er wordt met dit bedrijventerrein gestart omdat de grondslag hier beter is en de ruimte en milieucategorie passend is voor de mogelijke verplaatsing van ondernemers uit het Middengebied. Om ook in de eerste fase van de ontwikkeling energieneutraliteit te kunnen realiseren wordt het eerste deel van het energielandschap gerealiseerd. Dit betreft een gebied waar circa 15 hectare aan zonneveld gerealiseerd kan worden. De locatie is gekozen omdat dit aansluit op de aan te leggen nieuwe ontsluitingsweg naar de N219 en hiermee werk-met-werk gemaakt kan worden. •
Wat betreft het Koning-Willem I bos is gekozen voor een start in fase 1a, zodat het bos mee kan groeien met de ontwikkeling van het dorp. Met het oog op de haalbaarheid van de aanleg van het bos is in deze fase gekozen dit te koppelen aan de realisatie van eende 1e buitenplaats met beperkte woningbouw (circa 7040 woningen), stedenbouwkundig goed ingepast in een boskamer.
58
58
`
59
Indicatieve weergave afbakening fase 1A
65.1.2 Programma woningen, bedrijven en voorzieningen In fase 1A wordt ingezet op een gevarieerd woningbouwprogramma. Hierbij geldt als uitgangspunt dat in het dorp 30% sociale huur wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt in fase 1A 30% in de betaalbare categorie tot aan de NHG-kostengrens gerealiseerd. Er wordt ingezet op een evenwichtige opbouw van het woningprogramma binnen de voorgestelde betaalbaarheidscategorieën. In het dorp wordt ingezet op 30% gestapelde bouw en de rest grondgebonden. In fase 1A ligt dit percentage gestapeld iets hoger in verband met de hogere bebouwingsdichtheid in en om het centrum. Voor de ontwikkeling van fase 1A (exclincl. buitenplaats) wordt uitgegaan van het volgende programma: ▪
711765 woningen sociale huur (30% ) (< € 808,06%) (< € 900) waarvan 533612 appartementen
▪
7177 eengezinswoningen middenhuur (3%) (< € 1.065,00184)
▪
47102 appartementen betaalbare koop (2%)(< € 2524%)(< € 280.000)
59
` ▪
109128 appartementen middelduur laag I (5%) (€252280.000 - € 355405.000)
▪
474459 eengezinswoningen middelduur laag II (20%) (€355.000 - € hoog (18%) (€405.000 - € 450.000 NHG-grens)
▪
1451 appartementen koop (< €425542.000)
▪
238 appartementen koop (< €500(> €542.000)
▪
191255 eengezinswoningen (< € 425542.000)
▪
180242 eengezinswoningen (< € 500(> € 542.000)
▪
251281 2^1 kapwoningen
▪
184102 vrijstaande woningen
▪
6751 vrije kavels.
▪
Totaal: 2.301550 woningen.
60
Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om nog eens 47 apartementen betaalbare koop (2%) (<€252.000) toe te voegen aan het programma (zodat er 4% betaalbare koop wordt gerealiseerd). Dit betekent een verschuiving in het woningbouwprogramma tot de categorie middelduur laag II. Met dit programma wordt aangesloten bij de betaalbaarheidsgrenzen van de ontwerpdoelgroepenverordening en het rijksbeleid.
Het programma betreft een indicatief programma met prijspeil 20232025. De bouwvormen, woningtypes en verdeling in aantallen is afhankelijk van onder andere de ontwikkeling van de vraag, stedenbouwkundige inpassing en uitkomsten van tenders en aanbestedingen. De uitgangspunten die vaststaan zijn: • •
30% sociale huur 30% onder de NHG-grens, waarbinnen: o 10% onder de betaalbaarheidsgrens van het Rijk (prijspeil 2023: €3552025: €405.000) o
2Hierbinnen 4% onder de betaalbare koopgrens uit de ontwerp-doelgroepenverordening (met de ambitie om dit op te hogen (tot 4%).280.000, prijspeil 2025)
o
Binnen drie jaar na de start van de woningen worden er 140 tijdelijke woningen gerealiseerd voor jongeren en starters. InZo snel mogelijk na start bouw van de woningen tot realisatie van woonwagenstandplaatsen over te gaan.
o
Binnen de looptijd van fase 1A worden de volgende voorzieningen gerealiseerd (conform ambitie 4.1.1.u.v):(): • •
Ca. 3.500100 vierkante meter commerciële voorzieningen, waaronder een (tijdelijke) supermarkt, overige kleinschaligere detailhandel en horeca; Circa 18. 15.700 00012.300 109vierkante meter (dit is een optelling van bruto vloeroppervlak en onbebouwd, realisatie wordt voorzien op circa 12.300 vierkante meter uitgeefbaar) maatschappelijke voorzieningen (bebouwd en onbebouwd), waarbinnen basisonderwijs en eerstelijnszorgvoorzieningen .
Op het bedrijventerrein wordt 25 hectare aan uitgeefbare kavels voorzien. Deze worden ingezet als een voor zowel regulier gemengd bedrijventerrein (categorie 3.1 en 3.2) als voor bedrijven met een hogere milieucategorie (categorie 4.1 en een afwijkingsbevoegdheid naar 4.2) voor met name middelgrote bedrijven, waar ook ruimte is voor hogere milieucategorieën.en kleinere kavels van 0,5 tot -
109
De bijstelling van de vierkante meters maatschappelijke voorzieningen (van 18.000 naar 12.300m²) komt voort uit een verfijning en nadere ontwerpuitwerking en opvolgend bijstelling van de GREX en NvU.
60
` 1 ha aan de Zuidelijke Dwarsweg. Ook wordt hier ruimte gecreëerd voor te verplaatsen ondernemingen uit het Middengebied. 65.1.3 Mobiliteit en bereikbaarheid In fase 1A wordt ingezet op het realiseren van mobiliteitsmaatregelen die voorwaardelijk zijn voor het laten functioneren van het gebied met circa nieuwe 2.300550 woningen, voorzieningen en het eerste bedrijventerrein. De concrete maatregelen die we in fase 1A voorzien zijn: •
•
•
•
•
•
•
Nieuwe ontsluitingsweg (Nieuwe Knibbelweg) richting N219/A12: Aanleg van de noordwestelijke ontsluiting richting de N219. Deze aansluiting wordt gecombineerd met de aansluiting van het toekomstig bedrijventerrein Knibbelweg-Oost. Door de aanleg van deze nieuwe ontsluitingsweg bij het begin van de ontwikkeling is het nieuwe dorp vanaf twee kanten (in combinatie met de bestaande Middelweg) bereikbaar. Bij de aansluiting op de N219 wordt een nieuw kruispunt met verkeersregelinstallatie (verkeerslichten) aangelegd. Deze maatregel is onderdeel van het ontsluitingsmodel (genaamd 4H+) waarvoor gekozen is bij het Masterplan Masterplan en is onderdeel van de afspraken in de Deelovereenkomst Mobiliteit. Parkeren in hubs op maaiveld achteren in parkeerhoven binnen bouwblokken. Deze worden gelijktijdig aangelegd met de woonvoorzieningen. De auto wordt hiermee zo veel mogelijk van de straat geweerd en er ontstaat een veilig en prettig woon- en leefgebied. Alle woningen zijn bereikbaar voor veiligheidsdiensten en afvalinzamelijkafvalinzameling wordt mogelijk gemaakt. De hubs worden waar mogelijk gecombineerd met voorzieningen, zoals ophaalpunten voor pakettenpakketten. Realisatie van één (gebouwde) parkeerhub in het centrum, waar de meeste commerciële voorzieningen worden gerealiseerd. Deze parkeerhub wordt gecombineerd met de supermarkt en andere commerciële voorzieningen.
Doordat deze hub vroegtijdig wordt gerealiseerd, terwijl de voorzieningen en woningen nog niet volledig zijn gerealiseerd, biedt deze hub in eerste instantie een overmaat aan parkeren. Middelen worden ingezet om vanaf het begin te stimuleren dat er een aanbod van deelmobiliteit wordt gerealiseerd door private partijen. Hiermee verkleinen we de afhankelijkheid van de (tweede) auto. Deelmobiliteit kunnen deelauto’s zijn, maar ook bijvoorbeeld (elektrische) deelfietsen en bakfietsen. Wij doen onderzoek naar welk aanbod het beste voorziet in de behoefte van de toekomstige bewoners, specifiek de bewoners van fase 1A. De inzet is aanwezigheid van goed openbaar vervoer vanaf het begin van de ontwikkeling. Op de noordelijke Hartlijn door het gebied creëren we ruimte voor een bus om te rijden zonder hierbij gehinderd te worden door autoverkeer. Voor het daadwerkelijk inzetten van de bus worden afspraken gemaakt met de provincie als concessiehouder. Aanleg van een eerste nader te bepalen fietsroute richting station Nieuwerkerk aan den IJssel ofen station Gouda. De keuze voor het tracé is mede afhankelijk van de ruimtelijke inpassing, fysieke barrières en de financiële mogelijkheden. Realiseren van prettige routes voor langzaam verkeer door de openbare ruimte binnen Cortelande. Hiermee wordt de noodzaak voor de auto voor deze korte ritten minder groot.
Realiseren van prettige routes voor langzaam verkeer door de openbare ruimte. Hiermee wordt de noodzaak voor de auto voor deze ritten minder groot.
In 20242025 wordt voorts een faseringsplan uitgewerkt voor de bereikbaarheid van het gebied tijdens de bouw- en realisatiefase. Dit gaat over bestemmingsverkeer (bewoners en bedrijven) en bouwverkeer, alle modaliteiten (voetgangers, fietsers, bus, auto, vrachtverkeer en logistiek), de aanleg van nieuwe (bouw-)wegen, voet- en fietspaden en de wijze waarop de communicatie met de omgeving zal plaatsvinden en inspraak zal worden georganiseerd. Veiligheid staat daarbij voorop. Uitgangspunt is verder dat bouwverkeer en bestemmingsverkeer zoveel als mogelijk wordt gescheiden en hinder zoveel mogelijk wordt beperkt. Over het faseringsplan bereikbaarheid zelf zal ook met bewoners en gevestigde bedrijven worden gesproken om . 5.2. Placemaking, prijsvraag en dorpse woon- en leefkwaliteit Conform de notitie die met de gemeenteraad is gedeeld over dorps karakter moet een stevig concept worden neergezet voor Cortelande. Onder andere het Vijfde Dorp. De volgendebeeldregieplan gaat hier een bijdrage aan leveren. Verder wordt een aantal activiteiten zullen daaraan gaanuitgevoerd die ook aan bijdragen:
61
61
` -
Een bewonersraad zal worden ingesteld met een gevarieerde samenstelling met het oog op de doelstellingen met betrekking tot dorpse woon- en leefkwaliteit.
-
In 2024 zal worden begonnen met activiteitenDe zogenaamde bewonersraad waarover werd gesproken heeft vormgegeven in de vorm van een community. Deze community draagt de titel: Pioniers van Cortelande. De Pioniers van Cortelande zijn vooralsnog vertegenwoordigers van binnen én buiten de gemeente Zuidplas die op structurele wijze meedenken over de ontwikkeling van het Middengebied en de realisatie van het nieuwe dorp. Zij hebben hun eigen uitgangspunten opgesteld die te vinden zijn op www.wonenincortelande.nl
-
In 2026 wordt gestart met activatie van het gebied in het kader van placemaking (het geven van gebruikswaarde aan plekken). Het draait immers) om mensen, niet om stenen. Dit geven we vorm samen met een nader op te richten community, die bestaat uit potentiele bewoners, ondernemers, geinteresseerden voor het Vijfde Dorp en een afvaardiging van de bewonersraad.geïnteresseerden kennis te laten met het Cortelande
-
Daarnaast wordt de procedure voor de naamgeving van het Vijfde Dorp doorlopen.
-
Er zal ruimte worden geboden voor maatschappelijke initiatieven.
-
Er zal ruimte worden geboden voor collectief particulier opdrachtgeverschap. en andere vormen van collectief wonen. De gemeente zal dit gaan faciliteren. Het informatiecentrum zal in 2024 worden gerealiseerd.
De planning gaat uit van realisatie van het informatiecentrum in 2026. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze termijn indicatief is en afhankelijk van verdere besluitvorming en voortgang in de voorbereiding 5.3. Voorzieningenprogramma De gemeente zet bij de ontwikkeling van het Middengebied in op een volwaardig voorzieningenprogramma, in aansluiting op de visie maatschappelijke voorzieningen en passend bij de omvang en samenstelling van het dorp. Het voorzieningenniveau zal met de ontwikkeling van het dorp meegroeien. Tegelijkertijd worden keuzes voor gemeentebrede voorzieningen in het nieuwe dorp gemaakt in relatie tot het totale voorzieningenniveau van de gemeente Zuidplas. Voor dergelijke voorzieningen geldt dat de keuzes gemaakt worden op het niveau van de gemeente Zuidplas en niet op het niveau van afzonderlijke dorpskernen. In fase 1a wordt ruimte geboden voor basisvoorzieningen en voorzieningen die passend zijn bij een dorp met een omvang van circa 2.300550 woningen. Voor alle door de gemeente te realiseren maatschappelijke voorzieningen geldt dat deze afhankelijk zijn van investeringsbesluiten door de gemeenteraad. Voor fase 1a wordt ingezet op: •
•
•
Beschikbaarheid van voldoende basisonderwijs vanaf de eerste bouwfase van het dorp. Op basis van prognoses uit het IHP 2023-2027 wordt voor de eerste fase uitgegaan van drie schoolgebouwen. Qua schoolgaande kinderen is een norm van 0,5 leerling per woning gehanteerd. Bij 2.370 woningen betekent dit 1.185 leerlingen. Dit is voorlopig vertaald naar twee schoolgebouwen voor 440 leerlingen en één schoolgebouw van 220 leerlingen. Het uitgangspunt is hierbij dat er in eerste instantie gebruik wordt gemaakt van een tijdelijk schoolgebouw, dat voor die tijd elders al in de gemeente ZuidlasZuidplas ingezet wordt. Dit verplaatsbare schoolgebouw kan op een later moment ingezet worden om een piek of een mogelijk tekort aan plekken op te vangen. Voor de basisscholen zal in de eerste fase één gymzaal (beoogd per 20272028) beschikbaar zijn. Op basis van het IHP 2023-2027 wordt per basisschoolgebouwIKC ingezet op het realiseren van een kinderopvanglocatie. In combinatie met het bieden van zorgdiverse zorgverlening op locatie ontstaan er drietwee integrale kindcentra ontstaan (IKC’s). Op het gebied van sport zetten we in op het realisereneen combinatie van ongebonden en gebonden sportvoorzieningen. Daar waar mogelijk faciliteren we vormen van ongebonden sport in de openbare ruimte, zodat inwoners laagdrempelig kunnen bewegen en recreëren.
Daarnaast streven we naar de realisatie van een binnensportaccommodatie (sporthal), aanvullendals aanvulling op de gymvoorzieninggymvoorzieningen voor de basisscholen (zie
62
62
`
•
•
•
hierboven). . Omdat de sporthal qua vormgeving en inpassing niet goed aansluit bij de opzet van fase 1a, wordt gezocht naar een passende invulling in een volgende ontwikkelfase. Een Kulturhusdorpshuis(functie) dat fungeert als maatschappelijk en cultureel hart van het dorp. Hier zullen diverse maatschappelijke en culturele activiteiten ontplooid worden, afgestemd op de omvang van het inwoneraantal. Er wordt een plek geboden om verschillende initiatieven te ontplooien en elkaar te ontmoeten. Het gebouw kan ook vroegtijdig dienst doendienstdoen als ruimte voor tijdelijke maatschappelijke (zoals een bibliotheek en welzijnswerk) en commerciële functies. Het faciliteren van (tijdelijke) ruimtes voor eerstelijns zorgvoorzieningen: een huisarts, tandarts, verloskundige, fysiotherapie en een CJG-locatie. De keuze voor tijdelijke of permanente huisvesting hangt af van de groei van het inwoneraantal van het dorp. In afstemming met de betreffende partijen verkennen we de mogelijkheden van clustering van deze voorzieningen. Een eerste supermarkt zodra er voldoende inwoners in het dorp zijn. Mogelijk wordt al eerder ingezet op een (tijdelijke) supermarkt voor de dagelijkse boodschappen. Horeca in het centrum van het dorp.
In de eerste fase is nog geen ruimte voor georganiseerde buitensport voorzien. Dit zal vanaf de tweede fase van het dorp gerealiseerd kunnen worden. Hierbij geldt dat indien er voldoende aanleiding of vraag voor is dit alsnog via een separaat investeringsvoorstel aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd, ongeacht of een volgende fase van het dorp al in ontwikkeling is. Een belangrijke zoektocht zal zijn het vinden van een balans tussen vroegtijdige beschikbaarheid van voorzieningen en het niet bouwen voor de leegstand. Per voorziening en investeringsbeslissing moet hierover een separate afweging gemaakt worden. Door een slimme mix van gebouwen met permanente functies en ruimte daarin voor tijdelijke functies kan hier flexibel mee worden omgegaan. Ook kan er op witte vlekken ingezet worden op ruimte voor tijdelijke voorzieningen. Na fase 1A zal het voorzieningenprogramma meegroeien met de populatie van het dorp naar het voorzieningenprogramma zoals in deze Nota van Uitgangspunten geduid. 5.4. Witte vlekken De witte vlekken krijgen voorlopig geen specifieke functie, waardoor er ruimte blijft bestaan opIn fase 1A zijn locaties voorzien voor voorzieningenprogramma voor het gehele dorp. Dat betekent dat tijdens de looptijd van 1A deze locaties nog niet worden ingevuld. Dit blijven dus tijdelijke witte vlekken.
Hierdoor blijft er ruimte bestaan voor de behoeften die gedurende de ontwikkeling van het nieuwe dorp ontstaan. Op deze manier ontstaat er flexibiliteit en ruimte om op onvoorziene ontwikkelingen te anticiperen. Deze witte vlekken zullen in de basis ingezaaid worden indien er geen tijdelijke functie op is gerealiseerd. Deze plekken bieden ook ruimte om in te spelen op maatschappelijke initiatieven die de gemeenschap van het dorp versterken. Hiervoor zal worden samengewerkt met de community zoals bedoeld in paragraaf 6.2 en de bewonersraad. 5.5. Tijdelijk wonen Tijdens het opstellen van deze Nota van Uitgangspunten is de vraag naar woningen erg groot. Om de vraag in de woningmarkt snel tegemoet te komen of juist om specifieke doelgroepen tijdelijk te huisvesten kan worden onderzocht op diverse plekken of tijdelijke woningen kunnen worden gerealiseerd. Dit zijn woningen die voor een periode van 5 tot 20 jaar ergens worden geplaatst om vervolgens weer te worden weggehaald. De ontwikkeling van het Middengebied zal een periode van minimaal 20 jaar beslaan, waardoor het interessant is te kijken naar mogelijkheden voor de realisatie van tijdelijke woningen. Hiermee kan op een hoger tempo aan doelgroepen ruimte worden geboden om te wonen. Er zijn bij het vaststellen van deze Nota van Uitgangspunten nog geen concrete locaties of initiatieven beoogd.
Wel zal er slim gebruik gemaakt kunnen worden van fases die op een relatief laat moment definitief ontwikkeld worden. Voor deze locaties kan er in sommige gevallen werk-met-werk gemaakt worden, als op basis van infrastructurele maatregelen hier al wel de mogelijkheid bestaat om tijdelijk te wonen. Als deze kansen zich voordoen zal de kwalitatieve en financiële afweging op dat moment plaatsvinden.
63
63
` Te denken valt aan locaties in het centrum waar op termijn voorzieningen voor het gehele dorp worden gerealiseerd. Deze mogelijkheid kan zich ook voordoen op gronden die worden aangekocht voor de aanleg van de hoofdontsluitingsweg (deel Watertuinen) mits dit financieel tenminste budgettair neutraal kan plaatsvinden. Het uitgangspunt is dat er binnen drie jaar na de start van het bouwen van woningen 140 tijdelijke woningen zijn gerealiseerd voor jongeren en starters. 5.6. Groene Schakel De Groene Schakel biedt een belangrijke groene buffer tussen de bestaande dorpen en het nieuwe dorp in het Middengebied. Er wordt beoogd het huidige gebruik, veelal agrarisch, bedrijvigheid of glastuinbouw, op termijn te transformeren naar een zone met een hoge natuur- en recreatiewaarde. Het gebied direct transformeren door het uitkopen van eigenaren, opstallen te verwijderen en natuur aan te leggen leidt tot een uitzonderlijk grote investering. Daarom is de intentie om dit gebied te transformeren met een langere adem. De primaire doelstelling is om de hoeveelheid bebouwing in het gebied geleidelijk terug te brengen en natuur aan te leggen. Met het bestemmingsplan voor de Groene Schakel worden de bestaande planologische rechten van eigenaren gehandhaafd, om te voorkomen dat eigenaren ten onrechte benadeeld worden of er significante planschade/nadeelcompensatie ontstaat.
Om het gebied te transformeren wordt daarom ingezet op: •
•
•
Het bieden van een ruimte- voor-ruimteregeling waarmee gestimuleerd wordt dat bedrijfsgebouwen of glasopstallen worden verwijderd en natuur aangelegd in ruil voor de realisatie van (een beperkt aantal) woningen. Deze regeling zal per saldo moeten leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en zal per casus worden beoordeeld. De verwachting is dat de regeling met name interessant is voor bedrijven en tuinders met opstallen aan het eind van hun levensduur. Het niet verder uitbreiden van de bouwmogelijkheden totboven de bestaande planologische mogelijkheden. Dit houdt in dat er geen medewerking wordt verleend aan verzoeken voor nieuwe bouwmogelijkheden buiten de mogelijkheden die het bestemmingsplan al biedt. Hiermee wordt voorkomen dat de doelstellingen voor het gebied verder onder druk komen te staan. Dit voorkomt ook dat er geïnvesteerd wordt door eigenaren in nieuwe gebouwen in het gebied en daarmee nieuwe kapitaalvernietiging creëert. Onder andere doordat bedrijven die uitbreidingsbehoefte hebben mogelijk een alternatieve locatie zoeken om het bedrijf uitgebreid voort te zetten. Het handhaven op bebouwing en activiteiten die plaatsvinden die niet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan of zonder (danwel strijdig met verleende) vergunningen worden uitgeoefend.
Vanuit de grondexploitatie voor de integrale ontwikkeling zal naar verwachting op termijn in beperkte mate verwerving plaatsvinden van eigenaren in het gebied, omdat deze (al dan niet) gedeeltelijk in het ontwikkelgebied liggen. In de grondexploitatie voor fase 1A wordt geen budget opgenomen voor verwervingen in de Groene Schakel omdat deze (ver) buiten het plangebied voor fase 1A liggen. Ook wordt er nog geen budget gealloceerd als bijdrage voor de ontwikkeling van natuur in de Groene Schakel (cqc.q. geen bijdrage vanuit fase 1a aan de in het Masterplan Middengebied beoogde impulsgelden voor de Groene Schakel van in totaal €10 miljoen). De mogelijkheden hiertoe worden beperkt door het BBV. Wel wordt gezocht naar aanvullende middelen om het gebied een investeringsimpuls te geven. Dit kan onder andere door mogelijke toekenning van middelen uit het NationaalZuid-Hollands Programma Landelijk Gebied. De mogelijkheden van kostenverhaal (het in rekening brengen van een bijdrage bij ontwikkeling door derden die profijt hebben van een natuurgebied in de Groene Schakel) kan ook worden onderzocht. Het ontwerp bestemmingsplan voor de Groene Schakel zal eind 2023 in procedure worden gebracht.is op 11 februari 2025 vastgesteld. 5.7. Energielandschap Om de ontwikkeling van het Middengebied energieneutraal te maken zijn plandelen aangewezen als energielandschap.
Deze gebieden worden ingezet voor duurzame opwekking van elektriciteit. Het
64
64
` uitgangspunt voor de ontwikkeling van het Middengebied is dat er op gebiedsniveau per jaar tenminste evenveel energie wordt opgewekt als dat er wordt gebruikt. De energievraag van het Middengebied zal meegroeien met ontwikkeling van het dorp en de bedrijventerreinen. Voor fase 1A is berekend dat bij benadering 15 hectare energielandschap (op basis van opwekking door zonnepanelen) voldoende is om de energieneutraliteit van die fase te waarborgen, naast zon op dak. Daarom wordt bij fase 1A een energielandschap van 15 hectare zonneveld gerealiseerd. Voor vervolgfases wordt per fase de afweging gemaakt hoeveel opwekking nodig is om die fase energieneutraal te maken. Door de gefaseerde ontwikkeling kan worden ingespeeld op technologische ontwikkelingen die tot efficiëntere opwekking (bijvoorbeeld hoger-renderende zonnepanelen) of een lagere energievraag (door efficiëntere installaties in woningen of bedrijven of andere nieuwe technieken) kunnen leiden. Daarmee kan de ruimtelijke impact van de realisatie van de energielandschappen worden beperkt en maximaal worden ingezet op realisatie van natuur, groen en bos. Als het geheel is aangelegd zal het beheer en onderhoud worden overgedragen aan de partij die het zonneveld gaat exploiteren. Uitgangspunt is daarbij dat bewoners mee kunnen profiteren van de energieopwekking op grond van het klimaatakkoord.
Met het oog op het borgen van de realisatie van bos wordt een energielandschap in het zogenaamde ‘Visje’ (het gebied tussen de A20 en de spoorlijn Gouda – Waddinxveen) als laatst ontwikkeld. Indien er minder opwekking nodig blijkt te zijn, of er vormen van energieopwekking mogelijk blijken die kunnen worden gecombineerd met (gedeeltelijke) bosaanleg, kan hiervoor worden gekozen. 5.8. Mobiliteit Voor de ontwikkeling van het dorp in het Middengebied is gekozen om het STOMP-principe, verrijkt met elementen van het THAMES-principe toe te passen. Hierover wordt meer toegelicht in de paragraaf 4.3 Mobiliteit. Om het mobiliteitsconcept te laten slagen zijn diverse zaken nodig, waaronder zaken die niet direct vanaf het begin van de ontwikkeling te borgen zijn. In paragraaf 6.1.3 staat omschreven welke maatregelen er vanuit fase 1A al kunnen worden gerealiseerd. De volgende maatregelen zullen in latere fases van de ontwikkeling worden geborgd: •
•
• •
Aanleg excellente fietsroutes. In fase 1A wordt (tot de grenzen van het ontwikkelgebied) ingezet op tenminste een fietsroute richting één van de dichtbijgelegen stations. Omdat fietsroutes richting deze stations hoe dan ook een aantal grote fysieke (infrastructuur- en water) barrières moeten kruisen is de aanleg van excellente, vrij liggendevrijliggende fietsroutes een zeer kostbare opgave die niet in zijn geheel in de eerste fase is opgenomen. Hiervoor zal bij vervolgfasen van de ontwikkeling financiële ruimte moeten worden gecreëerd om te investeren in de excellente fietsroutes. Hierbij zal ook ingezet worden op koppeling aan andere opgaven en mogelijkheden voor subsidies. Aanleg van een doorgaande busroute. In fase 1A wordt een busroute in het dorp mogelijk gemaakt tussen de Middelweg en de Vierde Tocht. Hierna zal een alternatieve route moeten worden gereden of worden teruggekeerd. Als het westelijk deel van het kreekrugdorp wordt ontwikkeld en de westelijke ontsluiting wordt de busroute via de Hartlijn voortgezet en kan het traject binnen het dorp (richting Nieuwerkerk aan den IJssel) afgerond worden. Aanleg van de derde (westelijke) ontsluitingsweg naar de N219/A20. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat deze weg moet zijn aangelegd wanneer er 4.500 woningen zijn gerealiseerd. Borgen van Hoogwaardig Openbaar Vervoer.
Voor fase 1A is de wens een vroegtijdige busverbinding zodat de eerste bewoners gebruik kunnen maken van openbaar vervoer. De gemeente zet in op afspraken met de concessiehouder over de inzet van een bus vanaf de eerste fase. Ten behoeve van het mobiliteitsconcept wordt ingezet op een hoogwaardige openbaar vervoersverbinding bij realisatie van het hele dorp. Dit betekent tenminste een (hoog)frequente busverbinding. Ook wordt ingezet op het realiseren van een treinstation of halteplaats dichtbijdicht bij het dorp. Voor beide vormen van hoogwaardig openbaar vervoer is voldoende vraag nodig om tot een rendabele exploitatie van de investering in openbaar vervoer te komen. Daarom zal dit pas bij voldoende bewoners van het dorp daadwerkelijk tot realisatie kunnen komen.
65
65
`
Naast de investeringen in het mobiliteitsconcept heeft de gemeente ook afspraken met de bestuurlijke partners gemaakt over investeringen in het omliggende weggennet (met name de N219 en N457). Dit zijn afspraken die zijn vastgelegd in de Deelovereenkomst Mobiliteit 2023, die hun oorsprong vinden in bijlage C bij de Bestuurlijke Overeenkomst uit 2021. Deze maatregelen zijn nodig om de totale ontwikkeling te kunnen dragen op het omliggende weggennet. Voor fase 1A is de verwachting dat de hoeveelheid extra verkeer nog beperkt is en daarmee het omliggende weggennet voldoende capaciteit biedt. Voor vervolgfases worden projectplannen opgesteld behorende bij de maatregelen zoals deze zijn overeengekomen met de bestuurlijke partners. In de volgende fasen van de ontwikkeling zullen ook de resterende maatregelen uit de 4H+ ontsluitingsvariant worden aangelegd, passend bij de hoeveelheid woningen die wordenwordt gerealiseerd. 5.9. Inpassing bestaande lintbebouwing Middelweg/Bredeweg (fase 1A) Het uitgangspunt voor de bestaande lintbebouwing langs de Middelweg/Bredeweg is dat deze wordt ingepast en gehandhaafd. Daarbij geldt dat de hinder van de aanleg van het Vijfde DorpCortelande zoveel mogelijk wordt beperkt. Er zal echter altijd sprake zijn van enige hinder; dat is niet te voorkomen.
NogEr is in 2023 wordt gestart met onderzoek naar de bestaande situatie van de woningen in relatie tot het bouwrijp maken van fase 1A. Dit onderzoek is erop gericht om de bouwkundige staat van de woningen en de waterstaatkundige situatie vast te leggen (waterpeil, vloerpeil). Dit zal gebeuren in nauwe samenspraak met de individuele bewoners. De resultaten van de onderzoeken zullen gezamenlijk worden vastgesteld. Vervolgens zullen de resultaten worden gebruikt om het waterhuishoudkundig plan voor fase 1A te maken. Het uitgangspunt voor dit waterhuishoudkundig plan is handhaving van de bestaande bebouwing en, indien het water- en vloerpeil dat vereist, het waterhuishoudkundig isoleren van de woningen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan worden alternatieve oplossingen onderzocht: opvijzelen van woningen, danwel sloop nieuwbouw. De besluitvorming hierover vindt plaats in nauw overleg met de individuele bewoners. Voordat met het bouwrijp maken wordt begonnen (aanbrengen zandpakket), worden over het bovenstaande afspraken met de individuele bewoners gemaakt. Tevens zal een monitoringsprogramma worden opgezet inclusief wijze van communicatie. Indien er sprake is van schade aan de woningen die aantoonbaar het gevolg is van het bouwrijp maken en bouwverkeer, dan zal de gemeente deze schade vergoeden. Indien de veroorzaker een derde partij is zal de gemeente hierbij bemiddelend optreden.
5.10.
Bouwrijp maken, aanleg ondergrondse infrastructuur
In 2023 en 2024Er vindt nader onderzoek plaats naar de diverse aspecten van bouwrijp maken: -
Waterhuishoudkundig plan fase 1A; Bepalen met welke deelgebieden binnen fase 1a wordt begonnen; De locatie van bouwwegen; De wijze waarop en wanneer zand wordt opgespoten; Nut- en noodzaak van een gronddepot; Samenwerking met derde partijen; De tracés en aanleg van ondergrondse infrastructuur; De mogelijke verplaatsing van bestaande ondergrondse infrastructuur; De effecten van voorbelasting op de waterhuishouding in de directe omgeving; Tijdelijke infrastructuur; Bereikbaarheid van bestaande woningen en gevestigde ondernemers tijdens de bouw- en ontwikkelfase.
Hierover zal ook participatie en communicatie worden georganiseerd. De start van het bouwrijp maken is voorzien nadat het bestemmingsplan voor het ontwikkelgebied onherroepelijk is geworden. E.e.a. zal worden vervat in een uitgangspuntennotitie bouwrijp maken.
66
66
`
5.11.
Planproces na vaststelling NvU en participatie
Na vaststelling van de NvU, de afronding van de definitiefase van het plan, zal de voorbereiding van de realisatie ter hand worden genomen. De gemeente zoekt daarvoor de samenwerking met diverse marktpartijen en woningcorporaties. De gemeente zal ook een deel van de bebouwing zelf realiseren (maatschappelijke voorzieningen). Deelgebieden van circa 200-300400 woningen zullen gefaseerd worden ontwikkeld (grotere deelgebieden moeten echter niet worden uitgesloten). De markt zal hiervoor worden benaderd via tenders of partnerselecties. Per deelgebied van 200-400 woningen zal aan het volgende worden gewerkt: -