F 297 - Rapport onderzoek Duurzaamheid Groene Hart Rekenkamer E20.002359
Tekst van het document
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
21
omgevingsplan kan niet losgezien worden van het beleid ten aanzien van duurzaamheid en klimaatadaptatie. 7.
De participatie bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid was vooral intern. Externe stakeholders worden vooral geconfronteerd met óf input leveren voor beleid, óf activiteiten zoals duurzame dagen, duurzaamheidslening, vouchers voor energiebesparing e.d. Het is begrijpelijk dat vanuit het programma ingezet wordt op grote veranderingen als warmtenetten en aardgasvrije wijken, maar het is tegelijk een gemiste kans om de participatie vanuit bedrijfsleven en bewoners te negeren. Juist de initiatieven uit de samenleving zelf kunnen met enige vorm van facilitatie, onderling contact, seed money, samenwerking etc. een grote bijdrage leveren aan de opgaven waar de gemeente voor staat. Meer in brede zin is het wenselijk om de participatie in de samenleving en het netwerk van partijen uit te bouwen en te kijken hoe de gemeente daar een impuls aan kan geven. Participatie is van groot belang om de hele samenleving energieneutraal, klimaatbestendig en circulair te krijgen. De gemeente heeft een rol in het informeren, motiveren, stimuleren, faciliteren en met elkaar in contact brengen van inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties om te investeren in deze ontwikkeling. Dat betekent dat de gemeente goed inzicht moet krijgen in de belangen en behoeften van deze partijen en hierop moet inspelen.
Daarbij is het ook van belang om uit te zoeken hoe de ‘grote middengroep’ bereikt kan worden. De voorlopers krijg je wel mee en investeren in de achterblijvers levert niets op, maar die grote middengroep moet de zo hard nodige versnelling gaan opleveren 3.
8.
Overall is de uitdaging om binnen het duurzaamheidsbeleid van gemeente en regio de verbinding te maken tussen de onderdelen. Er spelen een aantal complexe opgaven tegelijkertijd: in 2050 moet Nederland energieneutraal (klimaatneutraal, CO2-neutraal), klimaatbestendig (water, hitte, droogte) en circulair (grondstoffen) zijn. De gemeente heeft er een rol in om te zorgen dat de ene ontwikkeling niet ten koste gaat van de andere en dat de ruimte weloverwogen wordt verdeeld.
9.
Er is inzicht nodig in wat er nodig is om de doelen te behalen en of dit beschikbaar (te maken) is. Deze behoefte bestaat intern, zodat er meer grip ontstaat op de uitvoering en voortgang. Ook is deze behoefte er bij inwoners en bedrijven, zij willen graag weten wat er van hen verwacht wordt en in welke mate en hoe de gemeente daarbij ondersteunt.
3
Inmiddels hebben in februari en maart 2020 vijf informatieavonden plaatsgevonden waarbij ruim 1200 inwoners aanwezig zijn geweest. Daarbij is er veel traffic op de website gezien, dus er zijn grote stappen gezet op dit gebied. Op dit moment wordt er gewerkt aan een nieuwe ronde informatiebijeenkomsten / participatieavonden in digitale vorm.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
22
De betrokkenheid van de raad bij de RES is nihil 4, terwijl betrokkenheid op dit onderwerp wel gewenst is, ook bij de transitievisie warmte, aardgasvrije wijk(en) en straks bij de omgevingsvisie. Hoewel dit niet verplicht is, heeft Regio Midden Holland afgesproken om de concept RES aan de raden voor te leggen: ‘zodat u de gelegenheid heeft te toetsen of de concept-RES past binnen het door u vastgestelde programma. Tevens biedt het de gelegenheid om verder richting te geven aan de ‘echte’ RES 1.0, die in het eerste kwartaal van 2021 moet worden vastgesteld.’. De regionale samenwerking is daarin niet optimaal. Het Groene Hart en Zuidplas kan relatief weinig doen voor duurzame energieopwekking. Het gezamenlijk beleid voor de energietransitie heeft verstrekkende gevolgen voor bewoners en bedrijven. De raad wacht ook af waar het college mee komt en welke financiering het rijk daaraan toevoegt. Ambtelijk wordt geconstateerd dat de raad bij beleidsafwegingen nog te veel naar de investeringskosten kijkt in plaats van de life cycle kosten. Voor sommige duurzame maatregelen wordt een hogere investering gerechtvaardigd door lagere structurele kosten, waardoor (op langere termijn) de totale kosten lager zijn. Een intensieve communicatie met bewoners en samenwerking met woningbouwcorporaties e.d. is cruciaal.
De raad constateert dat de communicatiestrategie van de gemeente nog gericht is op zenden (nieuwsbrieven, website, duurzame dagen). Dit beeld past bij de uitdaging dat de participatie en samenwerking met de samenleving beter kan. Overall beeld is dat het college met het programma D&KA een inhaalslag heeft gepleegd die nu goed doorwerkt in de diverse beleidsvelden en in de ambtelijke organisatie. Er is brede steun bij de gemeenteraad om de versnelling door te zetten en het nieuwe verplichte beleid voor de energietransitie en klimaat vorm te geven. De raad pakt daarin haar kaderstellende en controlerende rol op basis van wat zij aangereikt krijgt. Jaarlijks is er controle via de voortgangsrapportage in relatie tot de meerjarenbegroting. Ambtelijk wordt gesignaleerd dat de raad positief betrokken is bij duurzaamheid en dat dit leidt tot veel vragen. Dit vergt veel tijd van het ambtelijk apparaat, inclusief afstemming met het college en de raadsvergaderingen zelf. Enerzijds is de betrokkenheid een groot goed en is het vertrouwen dat voor de uitvoering van het duurzaamheidsprogramma is gegeven groot (meerjarenbudget; grote duurzaamheidslening; financiële ruimte in het programma). Anderzijds is een bredere steun voor hogere kosten voor duurzaamheid (als life cylce kosten op lange termijn lager zijn dan de korte termijn investeringen en gebruikskosten) wenselijk.
4
Er is in december-jan-feb een intensief traject met de raad geweest waarin elke 3-4 weken de programmacommissie is bijgepraat over de ontwikkeling van de RES en de TVW. Dit traject was tijdens de bureaustudie- en interviewfase van dit rekenkameronderzoek nog niet in beeld.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
24
5.3 Externe samenwerking Toetsingscriterium Welke rol heeft de gemeente? 3.3 Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft. Welke rol hebben partijen in de samenleving? 3.4 Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering? Op welke manier wordt extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.6 Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving? Sinds het programma D&KA is de versnelling zichtbaar intern. Externe partijen worden geïnformeerd via website, nieuwsbrieven, Duurzame dagen, duurzaamheidslening e.d. De raad typeert dit nog als ‘zenden'. Ondernemers geven aan dat zij het beleid en dus de doelen ook niet kennen en daarom niet weten of en hoe zij daar een bijdrage aan (kunnen) leveren. Stel dat de gemeente een concreet doel stelt voor het aantal elektrische laadpalen dan kunnen bedrijven daar hun eigen doel tegenaan zetten.
Ondernemers vinden het jammer dat zij wel betrokken worden voor input bij beleid, zoals met een goede workshop over de toekomstige energievraag, maar dat zij daarna niets meer horen; noch van het beleid dat ontwikkeld is, noch wat er verwacht wordt, noch wat er kan. Ondernemersverenigingen zouden bijvoorbeeld de workshop ook met hun ondernemers willen houden. De activiteiten zoals de Drie Duurzame Dagen (10-11-12 oktober 2019) en de Kinderklimaattop krijgen veel aandacht met redelijk tot goede deelname. Op die manier worden inwoners ook betrokken met hun eigen oplossingen en kunnen zij kennis krijgen. Bij Duurzaam Bouwloket kunnen zij aanvullende informatie krijgen. De focus vanuit college en ambtenaren ligt bij de grote veranderingen zoals warmtenetten en aardgasvrijewijken en duurzame energieopwekking centraal en daarnaast wordt ondersteuning geboden aan bewoners. Bij bedrijfsbezoeken van het college wordt wel gevraagd naar duurzaamheid, maar dat blijft beperkt tot de bezochte bedrijven. Daarmee wordt de participatie niet aangejaagd en worden bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties ‘geen collectief eigenaar van de vraagstukken en oplossingen’. Samenwerking met de samenleving en daartoe de communicatie en participatie wordt bestempeld als ‘0’. Rol van de gemeente In Figuur 1 is het model van de NSOB opgenomen met de sturende rollen die gemeenten kunnen innemen.
Uit het onderzoek komt naar voren dat Zuidplas werkt vanuit de overheid naar de samenleving (top down). De gemeente werkt vanuit randvoorwaarden naar resultaten: de gemeente bepaalt de kaders en de benodigde acties en zoekt van daar uit naar aansluiting bij de samenleving, in het geval van Zuidplas door de samenleving te betrekken bij maatregelen en activiteiten. Zuidplas kan gekenschetst worden als een presterende overheid, stappen richting samenwerkende overheid zijn nog bescheiden en ingegeven vanuit de gemeentelijke taakstellingen en gemeentelijk beleid.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
25
Figuur 1 Verschillende vormen van overheidssturing (bron: ‘Sedimentatie in sturing, Systeem brengen in netwerkend werken door meervoudig organiseren’, NSOB-publicatie 2015)
Rol van partijen in de samenleving Het beleid van het programma D&KA is onbekend bij bedrijven. Omdat zij de doelen niet kennen weten zij ook niet of zij daar een bijdrage aan (kunnen) leveren. Het is aannemelijk dat dit ook geldt voor organisaties en inwoners. Partijen worden geconfronteerd met acties waar zij wel of niet aan mee (kunnen) doen. Bedrijfsleven geeft aan dat de organisatiegraad in Zuidplas minder is dan in Gouda en dat overkoepelend overleg via de voormalige FOZ (Federatie Ondernemersverenigingen Zuidplas) goed zou zijn. Stel dat een van de doelen is om meer elektrisch transport en meer laadpalen te krijgen in de gemeente, dan zou de FOZ samen met de drie ondernemersverenigingen (OVM, OZKM, en VION) en VVE Gouwepark daar eigen doelen voor kunnen formuleren van xx laadpalen in 20yy. Op dit moment loopt de communicatie vooral via de accountmanager bedrijven. Maar bedrijven en ondernemersverenigingen kennen zeker niet al het beleid van de gemeente. Omgekeerd geldt dat bij bedrijven ook autonoom duurzame ontwikkelingen plaatsvinden die de gemeente niet kent en die wel van invloed kunnen zijn op de realisatie van het beleid. Het college heeft regelmatig bedrijfsbezoeken waar duurzaamheid altijd een bespreekpunt is. Vaak worden zij verrast wat er al gebeurt.
Zo is er een groot bakkersbedrijf dat een windmolen wil plaatsen maar dit niet mag vanwege gemeentelijk beleid en provinciaal beleid (in het coalitieakkoord van de provincie staat dat er geen windmolens in het Groene Hart mogen komen). Een bijzondere groep bedrijven is de glastuinbouw. Zij zijn zeer actief en innovatief en gesprekken vinden ook sectoraal plaats met rijk, provincie en de betrokken glastuinbouw gemeenten. Zij denken ook mee over een warmteleiding vanuit de haven van Rotterdam naar Zuidplas die voor de glastuinbouw en woningen geschikt zou zijn.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
26
Voor inwoners is er de Stichting Duurzaamheidsplatform Zuidplas. In het programma D&KA staat daarover: ‘De onafhankelijke Stichting Duurzaamheidsplatform Zuidplas is belangrijk omdat zij de stem van de samenleving kan vertegenwoordigen en projectleiders en programmamanager kan voeden met informatie over wat er speelt in de wijken. Door de relatie met het platform te koesteren kan de gemeente de kracht van de samenleving optimaal benutten.’ Onderzoekers lezen hierin dat inwoners er vooral zijn om de projectleider te voeden, in plaats van dat de gemeente er is om hen te ondersteunen bij hun initiatieven. Wel steunt de gemeente inwoners bij initiatieven zoals energiecoöperatie Zon op Zuidplas, fijnstofmeters, duurzaamheidsmarkt, drukwerk, promotie. Al met al duidt het eerder op een regulerende en samenwerkende overheid in plaats van een faciliterende overheid. Uit een raadpleging van het bewonerspanel van de gemeente Zuidplas in februari 2019, blijkt dat bewoners van de gemeente een regierol op informeren en faciliteren verwachten. Zuidplas heeft ook duurzame dagen georganiseerd, in nauwe samenwerking met het Duurzaamheidsplatform Zuidplas (oktober 2019). Dit evenement fungeerde als aanjager over het duurzaam doen en het denken over een aardgasvrije samenleving. Deze dagen waren niet bedoeld als input op beleid, maar als evenement.
CNME de Zwanebloem te Gouda (verbonden met de ODMH) verzorgt natuur- en milieueducatie voor de basisscholen in de gemeenten. Centraal staan de thema’s natuur, grondstoffen (circulaire economie), duurzame energie (incl. mobiliteit) en science. Het aanbod wordt zoveel mogelijk gekoppeld aan gemeentelijk duurzaamheidsbeleid en is gericht op scholen. Het CNME zoekt actief de samenwerking met diverse organisaties.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
27
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording B1.1 Interviews In de interviews zijn antwoorden op de deelvragen achterhaald. Daarbij is gebruik gemaakt van het toetsingskader dat vooraf met de Groene Hart Rekenkamer is afgestemd. De interviews zijn opgenomen en de geluidsopnamen kunnen geraadpleegd worden bij SME. Van de interviews met raadsleden en met het college van B&W zijn beknopte verslagen gemaakt die voor akkoord zijn voorgelegd aan geïnterviewden en beschikbaar gesteld aan de Rekenkamercommissie. Er is gesproken met de volgende partijen: Gemeente Zuidplas 1.
Gemeenteraadsleden (SP, VVD, CU/SGP, CDA, PvdA/GroenLinks, NEZ, D66)
2.
Wethouder Duurzaamheid
3.
Ambtenaren Duurzaamheid
4.
Ambtenaren beleidsvelden die raakvlakken hebben met duurzaamheid
5.
Inwoners(organisaties)*
6.
Bedrijven(vertegenwoordigers)
7.
Maatschappelijke organisaties en vrijwilligersinitiatieven
*Voor het interview met inwoners(organisaties) is niemand op gekomen. Het beeld dat ontstaan is, is daarmee niet dekkend. Het is wel een teken van (ontbreken van brede) betrokkenheid van bewoners en organisaties dat zij aan de uitnodiging geen gehoor hebben gegeven. Er zijn stappen in de goede richting gezet zoals het Duurzaamheidsplatform, maar er is nog veel te winnen, In de andere Groene Hart gemeenten waren zij wel aanwezig bij de rekenkamerinterviews. Overig 8.
NME Centrum De Zwanebloem
9.
Projectorganisatie Regionale Energiestrategie (RES)
10. Omgevingsdienst Midden Holland (duurzaamheidsambtenaren)
B1.2 Geraadpleegde documenten Gedurende het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: o
Gemeentelijke DuurzaamheidsIndex (www.gdi.databank.nl)
o
Nationale monitor duurzame gemeenten
o
Programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019-2025
o
Afwegingskader strategieën Duurzaamheid en Klimaatadaptatie
o
informatienota Voortgang Programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie (september 2019)
o
Mobiliteitsvisie Zuidplas (2015)
o
Collegeprogramma Zuidplas 2018-2022
o
Programmabegroting 2019-2022
o Woonvisie 2025. Dorps wonen in Zuidplas, nu en in de toekomst (januari 2019): o
Leidraad (Duurzame) Inrichting Openbare Ruimte (2013)
o
Actieplan MVI (2017)
o Structuurvisie Zuidplas 2030
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
28
o
Nota dierenwelzijn gemeente Zuidplas (2017)
o Gemeentelijk Rioleringsplan Zuidplas (2016-2020) o
Informatienota aan de raad (dd. 22-10-2019)
o Beleidsnota grondwater gemeente Zuidplas (2014) o
Voortgangsrapportage Zuidplas Enervisa 2017
o
Klimaatstresstest Light Zuidplas (2019)
o
Visie Recreatie Zuidpías 2025
o
Beleidsnota Snippergroen Gemeente Zuidplas (2011)
o
Programma van Eisen voor riolering en drainage (april 2019)
o
Zomernota 2019
o
Rapportages bewonerspanel wonen (2018) en bewonerspanel duurzaamheid (2019)
B1.3 Toetsingskader Deelvraag 1 (kaders): Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk is vormgegeven. 1.2 Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met welke maatregelen wil de gemeente invullingen geven aan de doelstellingen? • Welke duurzaamheidsthema’s komen aan bod, zijn deze ladingdekkend? • Is per thema de link gelegd met landelijke en regionale kaders? • zijn naast de gemeente ook andere partijen betrokken bij opstellen & uitvoeren? Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid procesmatig is vormgegeven: 1.5 Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid? • Betrokkenen • Partijen die niet betrokken zijn maar wel betrokken hadden kunnen worden 1.6 Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid? • Betrokkenen • Partijen die niet betrokken zijn maar wel betrokken hadden kunnen worden 1.7 Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen? • Programmabegroting 2019 (/2020 indien beschikbaar) Is de uitvoering effectief? 1.3 In hoeverre draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen? • aansluiting doelstellingen lokaal <---> doelstellingen landelijk/regionaal (aansluiting qua thema’s en aansluiting qua ambitieniveau) 1.4
Zijn de gekozen maatregelen realistisch en is het aannemelijk dat hiermee de beoogde (eigen, lokale) doelstellingen worden behaald? • inschatting haalbaarheid capaciteit / budget / doorlooptijd • inschatting juiste richting en grootte (voldoende inzet van middelen) Deelvraag 2 (inhoudelijke prestaties), Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Toetsingscriterium Waar staat de gemeente? 2.1 Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welke resultaat is bereikt op elk thema? • resultaten benchmark per thema (GDI, NMDG, klimaatmonitor)
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
29
Toetsingscriterium • 2.2
resultaten recente evaluaties per thema
Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode? • het te overbruggen verschil tussen de landelijke/regionale/lokale doelen enerzijds en de resultaten benchmarks/recente evaluaties anderzijds • welke minder zichtbare uitdagingen vermelden betrokkenen (inhoudelijk)
Deelvraag 3 (proces), Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving? Toetsingscriterium Op welke manier wordt intern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.5 Hoe verloopt de samenwerking intern (gemeenteraad <--> college van B&W <--> ambtelijke organisatie)? Wordt er integraal gewerkt of zitten er tegenstrijdigheden in het werk van verschillende beleidsterreinen? • is er draagvlak voor het duurzaamheidsbeleid bij raad, college en ambtelijke organisatie? • hebben raad, college en ambtenaren dezelfde speerpunten? • hoe wordt door raad, college en ambtenaren omgegaan met strijdige belangen (duurzaamheid versus een ander belang)? Op welke manier wordt extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.6 Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving? • Hoe word de samenwerking ervaren door elke partij? (productief, stroef, anders…) Welke rol heeft de gemeenteraad? 3.1 Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad invulling gegeven in het behalen van beoogde effect en doelstellingen (incl.
evalueren / bijstellen van beleid)? • op welk(e) moment(en) heeft de raad kaders gesteld • op welke manier(en) heeft de raad kaders gesteld (bijvoorbeeld: controleren of de juiste expertise betrokken is geweest bij het ontwerp, zelf inhoudelijk reageren op een voorstel of in een vroeg stadium zelf mee ontwerpen in bijvoorbeeld een creatieve sessie) • op welk(e) moment(en) heeft de raad de voortgang gecontroleerd • op welke manier(en) heeft de raad de voortgang gecontroleerd (bijvoorbeeld: actief zelf op zoek naar informatie of zich baseren op wat wordt aangeboden) • zijn kaders bijgesteld gedurende de looptijd van het duurzaamheidsbeleid (en zo ja: wat is er veranderd aan de kaders en wat was de aanleiding voor bijstelling) 3.2 Hoe en in hoeverre wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van uitvoering van de beleidsdoelstellingen? • welke / welk type / hoeveel informatiemomenten zijn er geweest Welke rol heeft de gemeente? 3.3 Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft.
• in welk kwadrant van het NSOB-model (zie schema hieronder) bevindt de gemeente zich Welke rol hebben partijen in de samenleving? 3.4 Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering? • gaat de samenleving in op uitnodigingen van de gemeente tot samenwerking • neemt de samenleving zelf duurzame initiatieven • betrekt de samenleving de gemeente
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
30
Bijlage 2: landelijk en regionaal beleid Voor de vijf onderzochte duurzaamheidsthema’s in dit onderzoek zijn de kaders en doelstellingen grotendeels op (inter)nationaal of provinciaal niveau bepaald. In dit hoofdstuk zijn kort een aantal voor gemeentelijk duurzaamheidsbeleid relevante beleidskaders genoemd.
B2.1 (Inter)nationale kaders Energietransitie In 2015 is in het internationaal Klimaatakkoord Parijs afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden ten opzichte van het pre-industriële niveau, met het streven een maximale temperatuurstijging van anderhalve graad. In onder andere het Energieakkoord (2013), de Klimaatwet (2019) het Klimaatakkoord (2019) wordt de Nederlandse ambitie – energieneutraal en aardgasloos in 2050 – verder uitgewerkt. Het Nederlands Klimaatakkoord is de invulling van de Klimaatwet en is een vervolg op het Energieakkoord dat in 2020 afloopt. Inzetten op enerzijds energiebesparing en anderzijds opwekking van duurzame energie gaan daarbij hand in hand. Belangrijke landelijke ambities zijn: o
2050: Energieneutraal en aardgasloos
o
2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990
o
2030: 49% minder broeikasgassen dan in 1990
o
1,5% energiebesparing per jaar
o
14 % hernieuwbare energie 2020 en 16% in 2023
Klimaatadaptatie Ook al gaat het ons lukken de opwarming van de aarde tot een maximum van 2 graden te beperken, dan nog zullen we ons moeten voorbereiden op de gevolgen van een onvermijdelijke klimaatverandering (zoals wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen). In het Nationaal Deltaprogramma 2015 zijn de nationale Deltabeslissingen opgenomen: o
in 2050 is Nederland zo klimaatbestendig als mogelijk ingericht.
o
In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is vastgelegd dat 'klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel is van het beleid en handelen’ van overheden.
De implementatie van deze plannen zijn nadrukkelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het tijdpad opgenomen: uiterlijk in 2019 moesten de kwetsbaarheden in beeld gebracht zijn via een stresstest. Aansluitend wordt een risicodialoog gevoerd met stakeholders om te komen tot een uitvoerings- en investeringsagenda. Deze moet uiterlijk in 2020 klaar zijn. Circulaire Economie Het streven naar een circulaire economie draagt bij aan de bescherming van natuurlijke hulpbronnen en het beperken van klimaatverandering. In een circulaire economie worden producten en grondstoffen na gebruik weer ingezet om nieuwe waarden te genereren. Op landelijk niveau zijn ambities gesteld in o.a. het Rijksbrede programma Circulaire Economie en het Grondstoffenakkoord. Concreet zijn de doelstellingen: o
2050 Nederland volledig circulair in 2050 en in 2030 50% minder gebruik van primaire grondstoffen
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
31
o
2020: 75% bronscheiding van het huishoudelijk afval en maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar. (Inzameling van bedrijfsafval is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Vereisten daarvoor zijn opgenomen in de Wet Milieubeheer.)
o
2025: maximaal 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. Afvalscheiding moet uiteindelijk richting de 100%.
o
Duurzaam inkopen door overheden
Biodiversiteit De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen het Europese kader voor bescherming van biodiversiteit in de Europese Unie. Ze vereisen dat EU-lidstaten bepaalde handelingen die schadelijk zijn voor vogels en andere aangewezen dier- en plantensoorten verbieden. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn schrijven voor dat lidstaten beschermingszones aanwijzen ten behoeve van het Europese Natura 2000netwerk, het netwerk van beschermde natuurgebieden dat moet zorgen voor de bescherming van de biodiversiteit in de EU. Nederland heeft de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de wetgeving. In Nederland is sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking getreden. Die verplicht iedereen zorg te dragen voor alle (inheemse) planten en dieren in Nederland. In (naar verwachting) 2021 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. Daarmee biedt de Omgevingswet straks mogelijkheden om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. Nog niet alle milieuwetten zijn in de Wet milieubeheer ondergebracht. De belangrijkste 'losse' wetten zijn: de Wet Geluidhinder, de Waterwet, de Wet bodembescherming en de Meststoffenwet.
Deze wetten zullen net zoals de Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer opgenomen worden in de Omgevingswet. In de natuurambitie ‘Nederland Natuurpositief’ (2019) beschrijft het kabinet in grote lijnen het natuurbeleid voor de komende jaren, tot 2025. Een belangrijke omslag in het denken daarin is: natuur hoort midden in de samenleving thuis en niet enkel in beschermde natuurgebieden. Daarnaast wordt de ambitie uitgesproken om natuurbeleid te verbinden met andere grote maatschappelijke opgaven van dit moment. Denk bijvoorbeeld aan kringlooplandbouw, energietransitie, uitbreiding van woongebieden, ontwikkeling van infrastructuur en minder uitstoot van stikstof. Duurzame mobiliteit Gemeenten hebben te maken met verschillende duurzaamheidsaspecten van mobiliteit. Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van (duurzaam) elektrisch vervoer, het stimuleren van fietsgebruik en het verduurzamen van mobiliteitsgedrag (makkelijk switchen tussen modaliteiten, reistijden, zuinige rijstijl, minder reizen, etc). In het Klimaatakkoord zijn voor het thema mobiliteit de volgende voor gemeenten relevante afspraken gemaakt: o
Duurzame inkoop eigen wagenpark (lichte voertuigen emissieloos in 2030, zware voertuigen zoveel mogelijk emissieloos in 2030)
o
Duurzame inkoop doelgroepenvervoer (zoveel mogelijk emissieloos in 2025, uiterlijk in 2030 zonder emissies)
o
emissieloos vervoer uiterlijk in 2030 als voorwaarde bij inkoop van opdrachten
Daarnaast zijn in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) afspraken gemaakt over de uitrol van publieke laadinfrastructuur, waarvoor gemeenten in 2020 plaatsingsbeleid moeten hebben vastgesteld.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
32
B2.2 Regionale kaders Energietransitie In de energiestrategie van de Provincie Zuid-Holland zijn de volgende provinciale ambities vastgelegd: o
9% van de energieconsumptie in Zuid-Holland wordt duurzaam opgewekt.
o
7,8 petajoule besparing en transitie in de industrie en gebouwde omgeving.
o
20 petajoule benutting van restwarmte, aardwarmte en WKO (warmte- en koudeopslag) in de glastuinbouw en steden.
o
735,5 megawatt wind op land; komt overeen met 6,6 petajoule bruto eindverbruik.
o
1,5 petajoule zonne-energie.
In de provincie Zuid-Holland wordt in 7 regio’s een Regionale Energiestrategie (RES) ontwikkeld. Zuidplas behoort tot de RES-regio Midden-Holland. Op 1 juni 5 2020 moet een concept-RES gereed zijn. Het zoveel mogelijk toepassen van beschikbare restwarmte, aardwarmte en aquathermie zijn (concept-)uitgangspunten voor de RES’sen in Zuid-Holland. In het provinciaal coalitieakkoord is afgesproken de plaatsingsvisie voor windmolens aan te passen. De voorkeur ligt daarvoor bij lijnopstellingen langs infrastructuur en grote open wateren en niet bij het Groene Hart, Hoeksche Waard, Midden-Delfland en natuurgebieden. Klimaatadaptatie De provincie Zuid-Holland heeft in de “Klimaatadaptatiestrategie Provincie Zuid-Holland (2018)” de ambitie opgenomen om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn en zich voor te bereiden op weersextremen en bodemdaling. In 2020 is klimaatadaptatie integraal onderdeel van het provinciaal handelen en beleid. De provincie heeft zich hard gemaakt om ook het aspect ‘bodemdaling’ landelijk hoger op de agenda te krijgen. De klimaatadaptatiestrategie richt zich op de volgende deelthema’s: o
Toekomstbestendige bebouwing
o
Robuuste infrastructuur
o
Een groene leefomgeving (Natuur en groen)
o
Zoet water en drinkwater
o
Een adaptieve economie en landbouw
o
Veerkracht bij weersextremen
In het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (2019) is de ambitie vastgelegd dat nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland zoveel mogelijk klimaatadaptief worden gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Circulaire economie Een volledig circulaire economie in 2050; dat is de ambitie van de Provincie Zuid-Holland. Biodiversiteit In de Beleidsvisie Duurzaamheid en Milieu 2013-2017 (BvDM) staat hoe de provincie omgaat met duurzaamheid bij ontwikkeling op diverse terreinen als economie en natuur. Ook staat erin hoe de provincie invulling geeft aan haar wettelijke milieutaken en de uitvoering daarvan. De Beleidsvisie is verlengd tot en met mei 2019.
5
Deadlines zijn na uitvoering van het onderzoek enkele maanden uitgesteld vanwege de Corona-crisis.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
33
In het coalitieakkoord van de provincie Zuid-Holland zijn onder andere de volgende punten opgenomen: o
We willen de doelen behalen van het Natuurpact uit 2013 en de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Natuurnetwerk Nederland (NNN).
o
We behouden en beschermen de Natura2000-gebieden. Wij willen hier geen ontwikkeling of uitbreiding van (recreatie)huizen of bedrijfshuisvesting.
Duurzame mobiliteit Voor mobiliteit is in het coalitieakkoord van de provincie het streven opgenomen dat goede bereikbaarheid duurzaam wordt met energieneutrale infrastructuur en duurzaam/circulaire aanleg en beheer. Slimme oplossingen voor bus en trein gaan daarbij samen met fiets en wandel voorzieningen, met oplaadplekken e-bikes. Geïnvesteerd wordt in OV hubs en versterken drukke trajecten van bus en trein Ook wordt ingezet op schone binnenvaart en transport over water. Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) De Omgevingsdienst handhaaft het activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij grotere instellingen (gebruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (equivalent) per jaar) energiebesparende maatregelen moeten treffen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Sinds 2019 hebben de instellingen een informatieplicht.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
34
Bijlage 3: Lokaal Duurzaamheidsbeleid Overkoepelend duurzaamheidsbeleid De gemeente Zuidplas heeft een duurzaamheidsprogramma, het programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019-2025. Dat bestaat uit vier thema’s: 1. energie en warmte 2. klimaatadaptatie 3. circulaire economie 4. leefomgeving Zuidplas kiest voor een programmatische aanpak transitieopgave. De keuze voor een programma als passende werkvorm voor de opgaven is een bewuste keuze. De programmatische aanpak van de energie- en duurzaamheidsopgaven van de gemeente Zuidplas geeft de richting aan in de te nemen stappen. In Zuidplas zijn al verschillende duurzame projecten gestart, zoals de opening van de kringloopwinkel, de gezamenlijke aanschaf van zonnepanelen voor meer ‘schone’ energie, de stinzentuin in Moordrecht, CO2-opslag in de glastuinbouw, het bijeneiland en het project Sport4Work om jeugdwerkeloosheid tegen te gaan en nog veel meer. (Bron: Actieplan MVI) De Structuurvisie biedt een kader voor alle gebieds-en ruimtelijke opgaven die Zuidplas in de komende decennia wil realiseren. De dorpse identiteit is tekenend voor alle dorpen in Zuidplas. ‘Na 2025 komt het bouwen in het middengebied van de Zuidplaspolder in beeld, gedefinieerd als gebiedsopgave Vijfde Dorp (zie hoofdstuk 4.3).
In dit middengebied voorzien we de realisatie van een Vijfde Dorp (K) met eigen voorzieningen.’ Energie In het Collegeprogramma staat dat de gemeente Zuidplas zich aansluit ‘bij de regionale doelen op het gebied van duurzaamheid en energietransitie en is een volwaardige deelnemer aan de verschillende regionale overleggen.’ De regionale doelstelling is om in 2050 een energieneutrale gemeente te zijn. Zuidplas heeft het regionale energieconvenant ondertekend. Op die manier wordt samen met de gemeenten in de regio Midden Holland gewerkt aan de verduurzaming van de regio. Maatregelen op dit gebied die in het collegeprogramma zijn genoemd zijn: o
investeren in een duurzame en toekomstbestendige vastgoedportefeuille.
o
Verkennen van de mogelijkheden van het aardgasloos maken van de bestaande wijken. Naast de woningbouw is ook alternatieve warmtevoorziening van de glastuinbouw van belang, eventueel in combinatie met de woningbouw.
o
Zuidplas betrekt lokale stakeholders zo mogelijk in de energietransitie. Een belangrijke partner in het verduurzamen van de gemeente is de Stichting Duurzaamheidsplatform Zuidplas.
De gemeente zet in op energiebesparing in glastuinbouw, verkeer en vervoer, gebouwde omgeving, levensstijl. Daarnaast is overstappen op hernieuwbare energie en warmte van belang. In het coalitieakkoord 2018-2022 staat dat er in deze collegeperiode geen windmolens gerealiseerd worden.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
35
Woonvisie 2025 (januari 2019): Voor de energietransitie in de gebouwde omgeving heeft de gemeente vooral een faciliterende rol. In de Woonvisie uit januari 2019 staat: ‘De particuliere eigenaar-bewoner en particuliere verhuurder is ook verantwoordelijk voor het verduurzamen van zijn/haar woning. De indruk bestaat dat de urgentie nog niet gevoeld wordt. Hierbij kan de gemeente een rol spelen door richting te geven, het goede voorbeeld te geven, informatievoorziening en partijen met elkaar in contact brengen, of door collectieve inkooptrajecten (eventueel samen met de woningcorporaties) op te zetten.’ o
Inwoners die energiebesparende maatregelen willen treffen aan hun huis, kunnen via de gemeente een duurzaamheidslening afsluiten bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). In de eerste maanden van 2019 is er ruimschoots een beroep gedaan op de regeling [duurzaamheidslening]. De toename van het aantal aanvragen kwam door een flyeractie van een lokale leverancier/installateur. De bodem van de pot is in de zomer bereikt. (Informatienota aan de raad, 20-09-2019)
o
Zuidplas zoekt actief naar kavels die in de markt gezet worden voor particulieren die er experimentele duurzame woningen kunnen bouwen.
o
Het Duurzaam Bouwloket biedt informatie over verduurzamen van woningen
Met de drie woningcorporaties wordt samengewerkt. De drie woningcorporaties zijn als deelnemers aan de projectgroep betrokken geweest bij de totstandkoming van de woonvisie. Woonpartners Midden-Holland en Mozaïek Wonen dragen actief bij het verduurzamen van bestaande woningen. Vestia onderzoekt de mogelijkheden om haar woningen in Zuidplas aan collega-corporaties over te dragen. Klimaatadaptatie In de gemeente Zuidplas ligt het laagste punt van Nederland op 6,76 meter onder NAP. Door de stijgende zeespiegel neemt het risico op overstroming van de grote rivieren toe. Er zijn concreet twee risico’s voor Zuidplas: dijkdoorbraak bij een van de rivieren door een falende waterkering of een “duindoorbraak” bij de kust. De kans hierop is klein, maar reëel. In het Collegeprogramma en het programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie is opgenomen dat het College wil zorgen voor een klimaatbestendig Zuidplas en daarvoor de juiste dialoog wil aangaan met ketenpartners om de risico’s in beeld te brengen. In 2019 is daarvoor een stresstest-light uitgevoerd en een risico-dialoog gehouden. Uit de stresstest-light zijn binnen de gemeente Zuidplas 17 aandachtslocaties voor (hemel)wateroverlast gekomen. Deze locaties zijn geselecteerd op basis van de wateroverlastkaarten uit de Klimaatatlas Zuid-Holland.
Het zuidoosten van de gemeente is een aandachtsgebied voor overstromingen, met name door de forse overstromingsdieptes tot meer dan 5 m in het geval van een overstroming. Sommige locaties zijn gevoelig voor bodemdaling. Op een aantal plaatsen in en rond Nieuwerkerk aan den IJssel is er daarnaast een hoog risico op paalrot. Voor het thema hitte zijn 6 aandachtsgebieden: De Rottemeren, Hennipsloot en de Ringvaart van de Zuidplaspolder, en in mindere mate de overige oppervlaktewateren, zijn risicolocaties met betrekking tot hitte door de toenemende opwarming van het water in de zomer, mogelijk met waterkwaliteits- en waterbeschikbaarheidsproblemen tot gevolg. De risicodialogen zijn in 2019 door Zuidplas met betrokken inwoners en ondernemers gevoerd om vervolgens als input te dienen voor onder andere het Basis Rioleringsplan (BRP), het verbreed
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
36
Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP), het beheerplan watergangen en de actualisatie van de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). De nieuwe Leidraad (Duurzame) Inrichting Openbare Ruimte is het kader voor de inrichting van openbare ruimte en bakent daarmee de speelruimte af voor de partijen die betrokken zijn bij het rehabiliteren, reconstrueren of ontwikkelen van openbare ruimte. Als vervolg op de stresstest en risicodialogen wordt een Plan van Aanpak/uitvoeringsagenda opgesteld waarin de gemeente verder invulling geeft aan alle ambities van het Deltaplan. De bodem van Zuidplas bestaat voor een groot deel uit slecht doorlatende en zettingsgevoelige (zee)klei- en veengronden. In 2013 is in de beleidsnota grondwater gemeente Zuidplas aangegeven hoe de grondwaterzorgplicht wordt ingevuld. De Beleidsnota grondwater Gemeente Zuidplas heeft betrekking op (het bestrijden en voorkomen van) nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand. Het grondwaterbeleid is primair gericht op de grondwaterkwantiteit.
De zorgplicht rondom hemelwater wordt ingevuld door de trits vasthouden-bergen-afvoeren in de praktijk zoveel mogelijk toe te passen (Rioleringsplan Zuidplas (2016-2020)): ‘Als infiltreren in de bodem niet mogelijk is (en dat is in onze gemeente meestal zo), wordt het hemelwater via gescheiden riolering afgevoerd naar het oppervlaktewater of via de gemengde riolering naar de AWZI. Buiten de bebouwde kom zamelen we hemelwater niet in (bij druk-riolering en IBA’s), maar lozen de perceeleigenaren het direct op nabijgelegen oppervlaktewater.’ ‘In het gemeentelijk waterplan en in het gemeentelijk rioleringsplan wordt al aandacht besteed aan het anticiperen op zeespiegelstijging en aan het vaker voorkomen van extreme buien. In het gemeentelijke waterbeleid zijn al keuzes gemaakt om de gevolgen van deze natuurlijke fenomenen te beperken en waar mogelijk schade te voorkomen.’ Maar: ‘Het vigerende gemeentelijk waterplan en het vigerende gemeentelijk rioleringsplan zijn aan actualisatie toe, zo blijkt uit een Informatienota aan de raad (dd. 22-10-2019).
De invulling van de ambities van het DPRA maakt deel uit van de nieuwe plannen, voor zover dat de risico’s van overstroming, wateroverlast en droogte betreffen.’ Programma van Eisen Riolering en drainage: De riolering voor de afvoer van het hemelwater van openbaar terrein, particulier terrein en de daken van panden en percelen, direct grenzend aan open water, dient rechtstreeks op open water plaats te vinden. Gemeentelijk: o
Waterplan Zuidplas
o
Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)
o
Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) gemeente Zuidplas
o
Operatie Steenbreek
Circulaire economie Zuidplas volgt de landelijke VANG-doelstellingen voor huishoudelijk afval. Het college heeft in het collegeprogramma de ambitie vastgelegd om in 2020 nog maar 75 kg restafval per inwoner per jaar te hebben. In 2018 was dit nog 117 kg. In het Collegeprogramma ligt de focus op de beleving van de leefomgeving van de inwoners en hierbij krijgen beeldbepalende ergernissen zwerfafval en hondenpoep prioriteit.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
37
De gemeente faciliteert initiatieven uit de samenleving die gebaseerd zijn op een circulaire economie. Er is ruimte voor participatie op het gebied van circulaire economie binnen het platform Groene Hart Werkt. De gemeente Zuidplas heeft het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) op 8 december 2016 ondertekend. Daarmee heeft de gemeente zich gecommitteerd aan MVI. Inmiddels is een Plan van Aanpak (Actieplan MVI) opgesteld, dd 23 oktober 2019. Voor 2020 is een evaluatie van het MVIbeleid aangekondigd. Duurzame mobiliteit In de Mobiliteitsvisie (2015) is vastgelegd dat Zuidplas een goed bereikbare gemeente wil zijn, voor auto, fiets en openbaar vervoer. De auto blijft een belangrijke rol vervullen en daarom worden knelpunten in de autobereikbaarheid opgelost. Daarnaast stimuleert Zuidplas fietsgebruik. ‘De fiets is op kortere afstanden een heel goed alternatief voor de auto, mits goed gefaciliteerd.’ Een duurzame gemeente betekent voor Zuidplas ook een duurzaam veilige gemeente. Zuidplas streeft naar een reductie van het aantal verkeersongevallen binnen de gemeente. Doelstellingen op het gebied van duurzaamheid in de mobiliteitsvisie zijn: o
Faciliteren elektrisch rijden
o
Stimuleren fietsgebruik en OV
o
Efficiënter benutten van wegennet
o
Stimuleren particuliere initiatieven gericht op bijvoorbeeld car-sharing
o
Stimuleren duurzame mobiliteit van medewerkers gemeente
Zuidplas zet –vanuit een duurzaam mobiliteitssysteem –in op het optimaal benutten van de mogelijkheden van vervoer over water. De mogelijkheden hiervan dienen in beeld te worden gebracht. Biodiversiteit In het thema leefomgeving van het programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie zijn water, lucht, bodemkwaliteit, biodiversiteit en het ecologische systeem onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de Nota dierenwelzijn gemeente Zuidplas staat dat de gemeente het beheer en het aanpassen van het openbaar groen afstemt ‘op natuurontwikkeling en op de bescherming van individuele dieren en hun leefgebieden. Werkzaamheden die dieren kunnen verstoren, zoals het kappen van bomen of het uitbaggeren van sloten, vinden niet plaats in het voorjaar en in het broedseizoen (1 maart – 1 juli).’ Gemeente Zuidplas hanteert voor werkzaamheden in de buitenruimte een gedragscode van Stichting Stadswerk ten aanzien van flora en fauna. Voor het onderhoud aan onze watergangen hanteert de gemeente de gedragscode van de waterschappen. Volgens de Structuurvisie moeten groen-, recreatie- en agrarische gebieden als geheel een kwalitatief hoogwaardig buitengebied vormen.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas
38