CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

F 297 - Rapport onderzoek Duurzaamheid Groene Hart Rekenkamer E20.002359

Gemeenteraad 19 januari 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rapport Duurzaamheid Groene Hart Rekenkamer14.967 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan: de leden van de gemeenteraad van Zuidplas

Contactpersoon

Telefoon

Datum

E. van der Welle

06-21 47 65 74

4 juni 2020

onderwerp

Oplegnotitie onderzoek Duurzaamheid

Geachte leden van de gemeenteraad van Zuidplas,

In het najaar van 2019 bent u door de Groene Hart Rekenkamer geïnformeerd over de start van het rekenkameronderzoek naar het duurzaamheidsbeleid in uw gemeente. In het afgelopen half jaar heeft onderzoeksbureau SME dit onderzoek namens de Groene Hart Rekenkamer uitgevoerd. De hoofdvraag van het onderzoek betrof: Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente inhoudelijk en procesmatig vormgegeven en is deze uitvoering effectief en efficiënt? De conceptrapportage is op 6 april jl. aangeboden aan de ambtelijke organisatie voor een technische reactie. Hierbij bieden wij graag de gemeenteraad en het college onze conclusies en aanbevelingen aan. In deze oplegnotitie delen wij achtereenvolgens onze hoofdconclusie, aanbevelingen, de deelconclusies op basis waarvan wij de aanbevelingen doen en geven wij een korte beschrijving van het onderzoeksproces. Tot slot schetsen we het vervolgproces om tot een afronding van dit onderzoek te komen. Voor de volledige analyse, aanleiding, doelstelling en onderzoeksverantwoording verwijzen wij u graag naar bijgevoegd rapport. Hoofdconclusie De Groene Hart Rekenkamer concludeert dat het door de korte looptijd (sinds mei 2019) te vroeg is om te beoordelen in welke mate het integraal duurzaamheidsbeleid in de gemeente Zuidplas effectief en efficiënt kan worden beschouwd.

Kwantitatieve doelen ontbreken nog, maar wel is geconstateerd dat er inhoudelijk aandacht is voor een inhaalslag en versnelling. Ook is het beleid intern actief in uitvoering genomen en worden procesmatige doelen gerealiseerd. De onderwerpen uit het programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie (energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en leefbaarheid) krijgen een impuls maar ook groen, duurzaam inkopen, riolering, openbare ruimte etc. werken door het programma, meer aan duurzaamheid. Voor de uitvoering van het beleid is voldoende capaciteit en budget beschikbaar. De focus ligt nu vooral op het verkennen van grote (energie/klimaat) oplossingen en het verder ontwikkelen van het landelijk verplichte energie- en klimaatbeleid. Aanbevelingen Op basis van de bevindingen van onderzoeksbureau SME, doet de Groene Hart Rekenkamer de volgende aanbevelingen. Aan het college van B&W en de gemeenteraad: Aanbeveling 1: Verstevig de uitvoering(skaders). Stel na vaststelling van de Regionale Energiestrategie (RES) doelen bij en expliciteer ontbrekende doelen. Plaats doelen in de context

van het overkoepelende doel van het programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie en beleg sturing op het (overkoepelende) doel en middelen structureel. Voorkom echter dat bijvoorbeeld door werkdruk de prioriteit van de RES ten koste gaat van andere doelen zoals biodiversiteit. Creëer criteria voor continuïteit in het bepalen van prioriteiten en het afwegen van duurzaamheid tegen andere belangen. Ook de raad kan voor zijn eigen rol het programma gebruiken en vertalen naar een visie op sturing vanuit de raad op doel en middelen. Aanbeveling 2: Richt je op participatie. Maak inwoners, bedrijven en organisaties medeeigenaar van de energietransitie, zowel het gehele vraagstuk als de mogelijke oplossingen. Pak ieder (raad en college) een rol in het informeren, motiveren, stimuleren, faciliteren en met elkaar in contact brengen van inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties om te investeren in deze ontwikkeling. Denk aan het versterken van de samenwerking met het bedrijfsleven. Verken met hen de mogelijkheden om de federatie ondernemers- verenigingen Zuidplas (FOZ) nieuw leven in te blazen. Verken samen waar en hoe zij duurzaamheid vorm en invulling kunnen geven. Denk bij burgers aan het bereiken van de ‘grote middengroep’.

De voorlopers krijg je wel mee en investeren in de achterblijvers levert niets op, maar die grote middengroep moet de zo hard nodige versnelling gaan opleveren. De wijk- en dorpsteams kunnen hier mogelijk een schakelrol in spelen tussen gemeente en inwoners. Ontwikkel je ondertussen naar een samenwerkende overheid. Aan het college van B&W: Aanbeveling 3: Stel hogere eisen aan de duurzaamheidsthema’s. Vergroot de aandacht in het programma Duurzaamheid en klimaatadaptatie voor mobiliteit, circulaire economie en biodiversiteit. Analyseer de lage scores in landelijk benchmarks voor de thema’s en ontwikkel hiervoor met andere beleidsvelden ambitieuze meetbare doelen. Mogelijkheden doen zich voor door het actualiseren van het beleid voor mobiliteit, het aanscherpen van duurzaam inkoopbeleid, het samen met bedrijfsleven uitwerken van de circulaire economie en gericht beleid op biodiversiteit. Aanbeveling 4: Zorg voor doorwerking in andere beleidsvelden. Analyseer de lage scores in landelijk benchmarks voor de thema’s en ontwikkel hiervoor met andere beleidsvelden ambitieuze meetbare doelen. Kies voor domeinen die binnen de invloedsfeer van de gemeente liggen en waar duidelijke resultaten te behalen zijn, zoals maatschappelijk vastgoed (zie sectorale routekaart maatschappelijk vastgoed van de VNG).

Kijk bijvoorbeeld voor beleid gericht op biodiversiteit, ook naar mogelijke combinaties met de Omgevingsvisie en Leidraad inrichting Openbare Ruimte. Aanbeveling 5: Zorg voor voldoende budget voor duurzame keuzes boven de ‘reguliere’ keuzes. Kijk daarbij niet alleen naar investeringskosten, maar ook naar structurele kosten: bepaal het budget voor de life cycle kosten (=investerings- & beheer/gebruikskosten). Bijvoorbeeld via een apart budget voor de meerkosten van de investering. Aanbeveling 6: Zorg voor verbinding tussen de onderdelen van het duurzaamheidsbeleid van gemeente en regio. Er spelen een aantal complexe opgaven tegelijkertijd: in 2050 moet Nederland energieneutraal (klimaatneutraal, CO2-neutraal), klimaatbestendig (water, hitte, droogte) en circulair (grondstoffen) zijn. Neem kwantitatieve doelen uit het regionaal convenant over in je Duurzaamheidsplan. De gemeente heeft er een rol in om te zorgen dat de ene ontwikkeling niet ten koste gaat van de andere en dat de ruimte weloverwogen wordt verdeeld.

Aan de gemeenteraad: Aanbeveling 7: Zorg dat de gemeenteraad direct na de verkiezingen een goed inwerkprogramma krijgt omdat het hier grote, lange-termijn complexe opgaven betreft waar je eerst kennis van moet hebben (technisch/inhoudelijk en besluitvormingsgeschiedenis) voordat je erop kunt sturen. Aanbeveling 8: Wees als gemeenteraad meer zichtbaar op momenten dat inwoners door de gemeente betrokken worden (ambassadeur, visitekaartje, uitstralen dat het serieus is, maar ook peilen wat er leeft onder inwoners). Deelconclusies op hoofdlijnen Op basis van het in het onderzoek gehanteerde normenkader heeft het onderzoek geleid tot de volgende conclusies bij de verschillende deelvragen. Deelvraag 1: Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? De basis voor het duurzaamheidsbeleid voor het bereiken van de landelijke doelstellingen is gelegd, omdat: • Het beleid van de gemeente Zuidplas op het gebied van duurzaamheid met het collegeprogramma (2018) en vervolgens het programma Duurzaamheid en klimaatadaptatie (D&KA 2019-2025) een inhaalslag heeft gekregen. De thema’s energie, klimaat, circulair en leefbaarheid zijn daarin verankerd. • Er aandacht is voor intern draagvlak (ambtelijk en politiek) en het beleid goed door werkt in andere beleidsvelden. • Er voldoende aan capaciteit en middelen via de meerjarenbegroting ter beschikking is gesteld.

Echter voor duurzame maatregelen in andere beleidsvelden ontbreekt het nog aan budget. • Er echter nog geringe betrokkenheid van de samenleving bij de ontwikkeling van het duurzaamheidsbeleid is (raadpleging inwonerspanel en duurzaamheidsplatform). Deelvraag 2: Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? De opgave is groot en complex en hoewel de gemeente Zuidplas een inhaalslag heeft gemaakt is er de komende tijd nog stevige inzet nodig op duurzame energieopwekking, terugdringen van de hoeveelheid afval en biodiversiteit. De Regionale Energiestrategie (RES) en een klimaatuitvoeringsprogramma zullen naar verwachting versnelling gaan aanbrengen in het werken aan de energie- en klimaatopgave. Verduurzaming krijgt integraal vorm doordat het beleid van het programma D&KA doorwerkt in andere beleidsvelden en documenten. Zuidplas voldoet op onderdelen aan de stappen die gezet moeten worden, maar omdat doelen ontbreken is nog onvoldoende helder waar dit toe kan leiden. Aan de ene kant scoort Zuidplas in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (nipt) boven het landelijk gemiddelde en in de Nationale Monitoring duurzame gemeenten op plaats 260 (van de 380 onderzochte gemeenten). Aan de andere kant scoort Zuidplas nog slecht op ecologisch kapitaal. Specifiek per thema geldt: 

Energie o De CO2-uitstoot blijft onverminderd hoog.

o o

Duurzame opwekking en energiebesparing voldoen niet aan het regionaal convenant en de landelijke ambitie. NB (van de Groene Hart Rekenkamer). RES en Transitievisie Warmte vormen (Net als voor de hele energieregio Midden Holland) een uitdaging: in het Groene Hart zijn geen windmolens toegestaan en (in heel Nederland) is netcapaciteit een beperkende factor.

Klimaatadaptatie o Met stresstesten en risicodialogen worden opgaven duidelijker, maar o kwantitatieve doelen uit het regionaal convenant ontbreken. o Uitdaging: bodemdaling.

Circulaire economie o Circulaire economie krijgt niet de hoogste prioriteit en moet nog opstarten. o Alleen voor (rest)afval is het beleid al in uitvoering, waarbij de doelen voorlopen op de landelijke doelen.

Mobiliteitsbeleid o De visie uit 2015 is niet meer actueel. o Duurzaam mobiliteitsbeleid heeft onvoldoende prioriteit

Biodiversiteitsbeleid o Ecologisch beheer, ambitie voor groen o Er is geen specifiek beleid om biodiversiteit te stimuleren en scoort met 1,9% natuur erg laag

Deelvraag 3: Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraden, de gemeentes en partijen in de samenleving? De interne samenwerking gericht op duurzaamheid is goed. Zowel die tussen de diverse beleidsafdelingen als die van ambtenaren met college en raad. De samenwerking met de samenleving is gering. Het duurzaamheidsbeleid is onbekend bij bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties en zij weten niet welke rol zij hebben of kunnen vervullen 

Het beleid van het programma Duurzaamheid en klimaatadaptatie werkt goed door in andere beleidsvelden en collega’s weten het team duurzaamheid goed te vinden voor ondersteuning, ook in de uitvoering van beleid wordt samengewerkt.

Ambtenaren, college en raad staan samen achter het duurzaamheidsbeleid en er is voldoende structurele capaciteit en budget om uitvoering aan het beleid te geven.

Bedrijfsleven, bewoners en maatschappelijke organisaties zijn niet betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid. Zij weten niet waar zij aan bijdragen of aan kunnen bijdragen of wat de gemeente aan hun duurzame initiatieven kan bijdragen.

In het NSOB model (§ 4.3) staat Zuidplas op de overgang van een presterende overheid naar een samenwerkende overheid.

Onderzoeksproces De Groene Hart Rekenkamer heeft dit onderzoek uit laten voeren in de vier gemeenten die aan de Groene Hart Rekenkamer deelnemen: Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Op basis van een aanbestedingsproces heeft de Groene Hart Rekenkamer besloten het onderzoek uit te laten voeren door SME.

Inhoudelijk werd duurzaamheid eerst afgebakend tot de volgende thema’s: 1. het beheren en continueren van een prettige leefomgeving door te stoppen met de uitstoot van broeikasgassen (van fossiele energiebronnen voor elektriciteit, warmte en mobiliteit) en over te schakelen op hernieuwbare bronnen, 2. het aanpassen van onze leefomgeving aan veranderende omstandigheden (klimaatadaptatie), 3. het voorkomen van uitputting van bronnen (circulaire economie) en 4. het borgen van een diverse natuur en natuurlijke bronnen (biodiversiteit). In samenwerking met een ambtelijk contactpersoon zijn a) documenten verzameld voor een bureaustudie en b) organisaties en personen geïnventariseerd en uitgenodigd voor interviews. In het bijgevoegde onderzoekrapport is dit verder verantwoord. Vervolg De Groene Hart Rekenkamer is van mening dat met het opleveren van de rapportage en deze oplegnotitie het vervolg nu aan de politiek is. De Groene Hart Rekenkamer adviseert de gemeenteraden om de rapportage inclusief de aanbevelingen te agenderen in de raad(scommissie) en de conclusies en aanbevelingen door middel van een raadsbesluit te bekrachtigen. De discussie zal in de raad(scommissie) dan tussen het college van B&W en de Raad gevoerd kunnen worden.

We beseffen uiteraard dat het niet aan de Groene Hart Rekenkamer, maar aan de gemeenteraad zelf is om al dan niet over te gaan tot agendering van het onderzoeksrapport en het nemen van besluiten. Uiteraard is de Groene Hart Rekenkamer bereid tot het toelichten van de rapportage. De Groene Hart Rekenkamer organiseert daarom een online bijeenkomst voor alle vier de gemeenteraden. Deze bijeenkomst zal op donderdag 11 juni plaatsvinden om 19.30 uur via Zoom (vanaf 19.15 mogelijkheid om in te loggen). Wij verwachten dat deze bijeenkomst maximaal een uur duurt. U bent allen van harte uitgenodigd voor het bijwonen van deze bijeenkomst. Aanmelding online bijeenkomst en stellen van vragen Omdat de bijeenkomst online is, hebben wij gekozen voor de volgende opzet. Wij onderscheiden twee groepen deelnemers aan deze bijeenkomst. De eerste groep zijn raadsleden, die tijdens de bijeenkomst als woordvoerder vragen kunnen stellen. De tweede groep zijn raadsleden en andere belangstellenden, die alleen de bijeenkomst kunnen beluisteren (toehoorders). Per fractie van elke gemeente, kan één raadslid zich aanmelden als woordvoerder. De overige fractieleden kunnen zich aanmelden als toehoorder. Ook leden van het college, medewerkers van de gemeente of andere belangstellenden (waaronder de pers) kunnen zich aanmelden als toehoorder.

U kunt zich aanmelden voor de online bijeenkomst op 11 juni, door het sturen van een mail aan info@groenehartrekenkamer.nl. Graag hierbij vermelden of u zich als woordvoerder of als toehoorder aanmeldt. Als u zich als woordvoerder aanmeldt dan graag daarbij vermelden voor welke fractie. Aanmelden kan tot uiterlijk dinsdag 9 juni, 12.00 uur. U ontvangt uiterlijk donderdagochtend 11 juni, de inloggegevens voor de bijeenkomst van het onderzoeksbureau SME. Voor het bevorderen van het soepel laten verlopen van een online bijeenkomst met 4 gemeenten, wordt iedere deelnemer (woordvoerders en toehoorders) verzocht van te voren na te denken over de vragen die zij hebben naar aanleiding van de rapportage en die vragen vooraf schriftelijk in te dienen. U kunt uw vragen tot uiterlijk dinsdag 9 juni, 12.00 uur per mail indienen (info@groenehartrekenkamer.nl). De leden van de Groene Hart Rekenkamer en de onderzoekers van SME zullen tijdens de bijeenkomst de verzamelde (technische) vragen over de rapportage beantwoorden. De woordvoerders hebben aanvullend de mogelijkheid om vragen die tijdens de bijeenkomst opkomen te stellen. Gezien de tijd zullen wellicht niet alle fracties van alle gemeenten het woord kunnen krijgen.

Wij hopen u op deze manier voldoende te hebben geïnformeerd en u met deze rapportage te helpen in uw beeldvorming over dit complexe onderwerp. Als u nog vragen of opmerkingen heeft dan vernemen wij die uiteraard graag.

Met vriendelijke groet, De rekenkamercommissie Groene Hart Rekenkamer, Mw. dr. M.J.M. Blom, voorzitter Dhr. M. Ter Hoeve MSc, lid Dhr. drs. J.H. van Oort, lid

Vergelijking van de 4 gemeenten Rekenkameronderzoek Duurzaamheid, Groene Hart Rekenkamer, 2020

Bodegraven-Reeuwijk

Gouda

Waddinxveen

Zuidplas

Deelvraag 1 (kaders) 1.

Hoe is duurzaamheidsbeleid inhoudelijk vormgegeven?

Het duurzaamheidsbeleid is ladingdekkend en er is een link gelegd met landelijke en regionale kaders. De ambitie is hoog.

Duurzaamheid is geïntegreerd in elk beleidsveld, maar sturing en overzicht zijn lastig.

Duurzaamheidsvisie 2015-2025 is zeer ambitieus op de onderwerpen energie en circulaire economie. De visie geeft invulling aan landelijk en provinciaal beleid en werkt goed door in andere beleidsvelden.

Focus in programma Duurzaamheid en Klimaat op energie, klimaat circulair en leefbaarheid. Het programma geeft invulling aan landelijk en provinciaal beleid.

2.

Hoe is duurzaamheidsbeleid procesmatig vormgegeven?

De betrokkenheid van interne en externe partijen bij het opstellen en uitvoeren van duurzaamheidsbeleid is groot.

Er is een brede betrokkenheid bij het opstellen en uitvoeren van beleid.

De duurzaamheidsvisie is participatief vorm gegeven met interne en externe stakeholders. Perceptie van participatie verschilt.

Focus bij opstellen van het programma was vooral intern. Betrokkenheid samenleving bij opstellen was gering (inwonersplatform en duurzaamheidsplatform zijn geraadpleegd).

Waar staat de gemeente met de realisatie van het beleid en waar liggen de komende periode de inhoudelijke uitdagingen?

Het huidige Actieplan loopt van 2017 t/m 2021.

Gouda werkt voortvarend aan de dossiers ‘Energietransitie’ en ‘Klimaatadaptatie’. Een overkoepelend duurzaamheidsbeleid is (nog) niet vastgesteld, wat sturing en overzicht lastig maakt.

De ambities in de duurzaamheidsvisie (o.a. energieneutraal 2025) blijken niet haalbaar. Er zijn nu tweejarenplannen op uitvoerend niveau voor 10 thema’s, maar niet duidelijk is aan welke doelen daarmee invulling worden gegeven.

In 2019 is inhaalslag en versnelling gerealiseerd.

A. Energie(transitie)

De CO2-uitstoot neemt nauwelijks af. Er wordt te weinig duurzame energie opgewekt (3% i.p.v 14%). De uitdaging ligt in de RES en Transitievisie Warmte.

De CO2-uitstoot neemt nauwelijks af en er wordt nog te weinig duurzame energie opgewekt (1,3% i.p.v 14%) . De uitdaging ligt in de RES en Transitievisie Warmte.

De ambitie energieneutraal 2025 en 25% duurzame energieopwekking in 2025 is net haalbaar gebleken. Hernieuwbare energie blijft achter (3,2% i.p.v.14%). De uitdaging ligt in de RES en Transitievisie Warmte.

Voortgang en versnelling is groot, maar doelstellingen worden nog niet behaald. CO2 uitstoot blijft hoog en opwekking voldoet niet aan regionaal convenant en landelijke doelen (2,0% i.p.v.14%). De uitdaging ligt in de RES en Transitievisie Warmte.

B.

De opgave wordt dit jaar in beeld gebracht.

Gouda loopt voorop in het opstellen van klimaatbeleid (risicodialoog, uitvoeringsagenda). Bodemdaling is voor het Groene Hart een uitdaging.

In Verbreed rioleringsplan, Leidraad Inrichting Openbare ruimte en Groenbeleid is dit meegenomen. Stresstesten zijn uitgevoerd, risicodialogen worden uitgevoerd. Bodemdaling is voor het Groene Hart een uitdaging.

Stresstesten en risicodialogen worden uitgevoerd. In Verbreed rioleringsplan, Leidraad Duurzame Inrichting Openbare ruimte is/wordt dit meegenomen Bodemdaling voor het Groene Hart is een uitdaging.

Gouda scoort goed op afvalscheiding. De totale hoeveelheid restafval is nog te hoog en er kan meer aandacht besteed worden aan maatschappelijk verantwoord inkopen.

Ambitie grondstofcycli 50% gesloten in 2025 lijkt niet haalbaar (landelijk 2030 50% minder gebruik primaire grondstoffen). Waddinxveen heeft een grote slag gemaakt naar minder restafval en meer scheiding, in lijn met de landelijke doelen voor 2020

Beleid circulaire economie moet nog starten. Beleid is gemaakt en de invulling wordt nu onderzocht. Afval loopt qua doelen voor op landelijke doelen, in de realisatie loopt het nog achter.

Deelvraag 2 (inhoudelijke resultaten) 3.

Klimaat(adaptatie)

Bodemdaling is voor het Groene Hart een uitdaging.

C. Circulaire economie (incl. afval en grondstoffen)

Bodegraven-Reeuwijk scoort goed op afvalscheiding. De totale hoeveelheid restafval zal nog verder omlaag moeten en de inzet op maatschappelijk verantwoord inkopen kan versterkt worden.

Bodegraven-Reeuwijk

Gouda

Waddinxveen

Zuidplas

D. Groen/Biodiversiteit

Er is ecologisch beheer, ambitie om bomen te planten. De uitdaging ligt in verder versterken van de biodiversiteit. Onderdeel van Groenalliantie Midden-Holland.

Er is een lage score op natuur in de benchmarks. Gouda werkt actief aan behoud en versterken van biodiversiteit, maar heeft dit onvoldoende in beleid verankerd. Onderdeel van Groenalliantie Midden-Holland.

Natuur scoort slecht in landelijke indices. 1,5% natuur van het oppervlakte is laag. Onderdeel van Groenalliantie MiddenHolland.

Biodiversiteit is met 1,9% van het oppervlakte laag. Er is geen specifiek beleid. In omgevingsvisie en LIOR wordt dit meegenomen. Onderdeel van Groenalliantie Midden-Holland.

E.

Elektrisch rijden en fietsen worden gestimuleerd. De uitdaging ligt in het verankeren van duurzaamheid in inkooptrajecten voor vervoer.

Er is veel vervoer per fiets. Duurzaamheid is nog niet stevig verankerd in inkooptrajecten vervoer.

Vervoer scoort slecht in landelijke indices. Lijkt wat ondergesneeuwd. In 2020 wordt mobiliteitsplan geactualiseerd met aandacht voor duurzaamheid

Visie uit 2015 werkt nog wel, maar is toe aan actualisatie. Raad en bedrijfsleven noemen dit als knelpunt

Duurzame mobiliteit

Deelvraag 3 (proces) 4.

Hoe wordt intern samengewerkt in de realisatie?

Er is binnen de gemeente overeenstemming over de doelstellingen.

Intern is zowel ambtelijk als bestuurlijk draagvlak voor duurzaamheid (wordt belangrijk gevonden en serieus genomen) en het is voor iedereen duidelijk dat energietransitie en klimaatadaptatie speerpunten zijn (raadsprogramma’s).

Interne samenwerking is goed. Doorwerking naar andere beleidsonderwerpen als ook samenwerking ambtelijk, B&W en raad is goed.

Interne samenwerking met college, raad en ambtenaren van andere afdelingen is goed.

5.

Welke rol heeft de gemeenteraad?

De raad stelt zich actief op in het stellen van kaders (sturing) en in het controleren van de voortgang.

De gemeenteraad stelt zich actief en betrokken op in het stellen van kaders (sturing) en het controleren van de voortgang en laat zich voldoende informeren.

De Raad is positief betrokken. Er lijkt een neiging om te veel naar details te vragen, in plaats van sturing op doelen. Het ontbreekt aan budget voor duurzame investeringen boven traditionele investeringen. In de periode 2013-2016 was het een raadinitiatief om duurzame bewoners initiatieven te steunen.

De raad is proactief betrokken. Programma en budget zijn structureel vastgesteld. Er komen veel vragen van de raad. Sturing nog vaak op investeringsbudget en minder op lifecycle budget (inclusief beheer en nieuwe inzet grondstoffen).

6.

Welke rol hebben partijen in de samenleving?

De samenleving stelt zich actief en energiek op. Er is op verschillende manieren samenwerking tussen gemeente en samenleving.

Gouda heeft een samenleving die actief is, ook op het gebied van duurzaamheid. Verschillende partijen hebben verschillende verwachtingen van de wijze van samenwerking

Er zijn diverse overlegvormen, koepels van bedrijfsleven en verschillende maatschappelijke organisaties. Het lijkt na 2016 vanuit de gemeente wat ingezakt te zijn. Participatie kan sterker als stakeholders zich eigenaar voelen van de doelen. De participatiecultuur is goed.

Samenwerking met partijen uit de samenleving is gering. Zij zijn niet of nauwelijks betrokken geweest bij beleidsvorming. Zij kennen het beleid niet en weten niet waar zij een bijdrage aan kunnen leveren. De participatiegraad is laag.

7.

Welke rol heeft de gemeente? (NSOB model)

De gemeente stelt zich open en bescheiden op (aanjager) De gemeente werkt met externe partijen samen als ‘rechtmatige overheid’, die duidelijk stappen aan het maken is naar ‘responsieve overheid’ en die de rol van ‘samenwerkende overheid’ aan het ontdekken is.

De gemeente ontwikkelt zich van ‘rechtmatige overheid’ naar ‘responsieve overheid’.

Op grens van samenwerkende en responsieve (ondersteunende) overheid.

Op grens van Presterende/samenwerkende overheid.

Kansen voor Duurzaamheid in Zuidplas Onderzoek Groene Hart Rekenkamer Nota van bevindingen definitief

Colofon In opdracht van Groene Hart Rekenkamer T.a.v. secretariaat info@groenehartrekenkamer.nl

Opgesteld door SME Hak van Nispen, Senior adviseur beleid & proces Jolien Kamermans, Adviseur beleid & proces nispen@sme.nl, kamermans@sme.nl 030 635 89 00 foto: Wilrooij / CC BY-SA (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) Utrecht, 12 mei 2020 Dit rapport is opgesteld door SME in opdracht van de Groene Hart Rekenkamer. Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van deze partijen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

2

Het onderzoek richt zich daarom op duurzaamheidsambities en doelstellingen in de gebouwde omgeving, voor de volgende thema’s waar ook landelijk momenteel het zwaartepunt op ligt: o

Energietransitie: energiebesparing, opwekken van duurzame energie, aardgasvrij

o

Klimaatadaptatie: de inrichting van de (woon)omgeving zodat die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hitte, droogte, grote hoeveelheden water

o

Circulaire economie: duurzaam/circulair bouwen, afval, circulair inkopen

o

Duurzame mobiliteit: openbaar vervoer, fietsbeleid, elektrisch rijden, deelmobiliteit

o

Biodiversiteit: natuur, bijen en andere bestuivers, duurzaam beheer (FSC, MSC)

Gemeentelijke invloed Binnen deze thema’s richt het onderzoek zich op gebieden waarop de gemeente invloed kan uitoefenen. Als er (landelijk) ambities zijn gesteld op vlakken waarop de gemeentelijke invloed beperkt is, is dat benoemd.

1.5 Onderzoeksvragen Hoofdvraag De hoofdvraag is: Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente inhoudelijk en procesmatig vormgegeven en is deze uitvoering effectief en efficiënt? De hoofdvraag is uitgesplitst in drie deelvragen: Deelvraag 1, kaders Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven 1.1 1.2

Welke landelijke en regionale kaders zijn er? Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met welke maatregelen wil de gemeente invullingen geven aan hun doelstellingen?

1.3

Draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen?

1.4

Zijn de gekozen maatregelen realistisch en bieden zij voldoende perspectief om beoogde doelstellingen te behalen?

1.5

Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid?

1.6

Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid?

1.7

Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen?

Deelvraag 2, inhoudelijke prestaties Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? 2.1

Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welke doelstellingen zijn reeds behaald en welk effect is bereikt?

2.2

Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode?

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

5

Deelvraag 3, proces Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving? 3.1

Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden invulling gegeven in het behalen van de beoogde effect en doelstellingen (incl. evalueren / bijstellen van beleid)?

3.2

Hoe en in hoeverre wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van uitvoering van de beleidsdoelstellingen?

3.3

Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft.

3.4

Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering?

3.5

Hoe verloopt de samenwerking intern (gemeenteraad <--> college van B&W <--> ambtelijke organisatie)? Wordt er integraal gewerkt of zitten er tegenstrijdigheden in het werk van verschillende beleidsterreinen?

3.6

Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving?

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

6

besteed wordt en hangt het van de vragende partij af hoe sterk het wordt meegenomen in de uitvraag. Vertrouwen gemeenteraad blijkt uit structureel budget en capaciteit De gemeenteraad had eerst een jaarbudget voor het programma D&KA toegekend en heeft dit later zelf gewijzigd in een structureel budget in de meerjarenbegroting. Niet in alle andere beleidsvelden is een even ruim budget beschikbaar om duurzame maatregelen door te voeren. Hogere (eenmalige) investeringskosten worden soms gerechtvaardigd door lagere structurele kosten, er is echter geen ruimte voor hogere investeringskosten, ook als dit betekent dat daarmee de structurele kosten lager worden, er wordt nog weinig gekeken naar de life cycle kosten (investeringskosten en beheer-en gebruikskosten samen). Geringe betrokkenheid van de samenleving bij de ontwikkeling van het duurzaamheidsbeleid De betrokkenheid van de samenleving bij de beleidsontwikkeling is gering gebleken. Bedrijfsleven en bewoners kennen het duurzaamheidsbeleid niet en weten ook niet hoe hun inzet daaraan kan bijdragen of omgekeerd hoe het gemeentelijk beleid kan bijdragen aan hun activiteiten.

2.3 Deelvraag 2: inhoudelijke prestaties Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Conclusie Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Zuidplas heeft, met de komst van het programma duurzaamheid en klimaatadaptatie, een inhaalslag en versnelling doorgemaakt. Het beleid op de relevante thema’s is actueel en geeft invulling aan het rijksbeleid en aan lokale behoeften. Op de onderwerpen energie en klimaat is de voortgang groot, maar voor energie worden de doelen nog niet behaald. Op de thema’s circulair, mobiliteit en biodiversiteit volgt de gemeente de ontwikkelingen. •

•

•

Verduurzaming krijgt integraal vorm doordat het beleid van het programma D&KA doorwerkt in andere beleidsvelden en documenten zoals leidraad inrichting openbare ruimte, rioleringsplan, waterplan, omgevingsvisie e.d.. Voor energie en klimaat geldt dat Zuidplas voldoet aan de processtappen die gezet moeten worden zoals het opstellen van de regionale energiestrategie, transitie visie warmte, stresstesten en risicodialogen. Inhoudelijk is nog niet precies duidelijk waar dit toe leidt. Het gaat nog niet op alle thema’s goed: A. De CO2-uitstoot blijft onverminderd hoog. Duurzame opwekking en energiebesparing voldoen niet aan het regionaal convenant en de landelijke ambitie. B. Het thema circulaire economie moet nog opstarten, alleen voor (rest)afval is het beleid al in uitvoering, waarbij de doelen voorlopen op de landelijke doelen C. Mobiliteitsbeleid is met de visie uit 2015 niet meer actueel D. Biodiversiteitsbeleid scoort met 1,9% natuur erg laag.

Toelichting Inhoudelijk werkt het duurzaamheidsbeleid door in andere beleidsvelden De doorwerking van het beleid uit het programma D&KA binnen de gemeente is volgens geïnterviewde ambtenaren, wethouder en raadsleden groot. In het groenbeleid wordt bij beheer en

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

8

aanbesteding meer rekening gehouden met duurzaamheid en het nieuw beleid dat opgesteld wordt voor openbare ruimte of riolering e.d. neemt duurzaamheid natuurlijk mee. Het gaat niet op alle thema’s goed. Zuidplas scoort niet op alles thema’s goed. Uit de landelijke benchmarks (§5.1.1/5.1.2) blijkt dat Zuidplas in de gemeentelijke DuurzaamheidsIndex een 6,0 scoort (landelijk gemiddelde 5,8). En op het onderdeel energie en milieu scoort Zuidplas een 5,2 (landelijk gemiddelde 5,1). In de nationale monitor duurzame gemeenten neemt Zuidplas plaats 260 van de 380 gemeenten in, en is voor ecologisch kapitaal is het plaats 347 van de 380 gemeenten. Zuidplas scoort zeer slecht op: •

Vervoerswijze

•

Hernieuwbare energie

•

CO2 woningen

•

Natuur

•

Water

A. Focus op grote veranderingen voor energietransitie; CO2 uitstoot blijft hoog Uit het programma D&KA en de informatienota over de voortgang aan de raad van september 2019 blijkt dat er voor de energietransitie en klimaatadaptatie de nodige processtappen gezet worden. Voor energie is met name ingezet op de grootschalige veranderingen als warmtenetten, opstellen RES, opstellen transitievisie warmte, warmte samenwerking Oostland, e.d.. Voor klimaat zijn het de stresstesten en risicodialogen die zijn/worden uitgevoerd. Hiermee wordt het beleid steeds concreter en worden de opgaven duidelijk. Met het programma D&KA worden antwoorden verkregen op de onzekerheden die er voor het programma waren. En via de landelijke processen blijft Zuidplas in het spoor van landelijk beleid. Opvallend is dat de kwantitatieve doelen uit het regionaal convenant voor 2015 niet in het programma D&KA zijn opgenomen. Met betrekking tot de realisatie van energie valt op dat de CO2 uitstoot niet daalt en het percentage duurzame energieopwekking (veel) te laag is. Het totale energiegebruik van woningen is wel gedaald. B. Circulaire economie onder druk door prioriteit energie, klimaat en omgevingsvisie In de inleiding van het programma D&KA staat: De circulaire economie biedt kansen die we willen ontdekken en ontwikkelen. Ambtelijk wordt nog gezocht naar de invulling.

De werkdruk die uit de energietransitie, klimaatadaptatie en de omgevingsvisie komt, maakt dat circulaire economie niet de hoogste prioriteit krijgt. Behalve de vorderingen op huishoudelijk afval leeft het thema nog niet bij de gemeente en bij stakeholders als bedrijven en inwoners. Ook in het aanbestedingsbeleid van de gemeente is het één van de onderwerpen die meegenomen worden. C. (Duurzaam) mobiliteitsbeleid heeft onvoldoende prioriteit Vanuit de raad en vanuit de samenleving is men kritisch op het mobiliteitsbeleid. De mobiliteitsvisie uit 2015 lijkt onvoldoende actueel of concreet om sturing te kunnen geven aan mobiliteit van de gemeente, inclusief de verduurzaming van die mobiliteit. Veranderende mobiliteitsvraag, groei van het aantal inwoners, het 5e dorp, hefbruggen, groei van het Gouwepark, elektrificatie van personenvervoer, stimulering fiets en OV, metro en treinverbindingen vragen een duidelijker beleid gericht op duurzaamheid en bereikbaarheid.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

9

D. Biodiversiteitsbeleid heeft onvoldoende prioriteit Biodiversiteitsbeleid is gericht op groen in de dorpen. Het beleid gericht op beheer zoekt de mogelijkheden om duurzaamheid daarin mee te nemen. Via het beleid leefbaarheid in het programma D&KA is de koppeling aangebracht. In de omgevingsvisie en LIOR krijgt dit verder uitwerking. Er is geen specifiek beleid om biodiversiteit te stimuleren, het percentage natuur is met 1,9% laag.

2.4 Deelvraag 3: proces Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraden, de gemeentes en partijen in de samenleving? Conclusie De interne samenwerking gericht op duurzaamheid is goed. Zowel die tussen de diverse beleidsafdelingen als die van ambtenaren met college en raad. De samenwerking met de samenleving is gering. Het duurzaamheidsbeleid is onbekend bij bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties en zij weten niet welke rol zij hebben of kunnen vervullen •

• •

•

Het beleid van het programma Duurzaamheid en klimaatadaptatie werkt goed door in andere beleidsvelden en collega’s weten het team duurzaamheid goed te vinden voor ondersteuning, ook in de uitvoering van beleid wordt samengewerkt Ambtenaren, college en raad staan samen achter het duurzaamheidsbeleid en er is voldoende structurele capaciteit en budget om uitvoering aan het beleid te geven. Bedrijfsleven, bewoners en maatschappelijke organisaties zijn niet betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid. Zij weten niet waar zij aan bijdragen of aan kunnen bijdragen of wat de gemeente aan hun duurzame initiatieven kan bijdragen. In het NSOB model (§ 4.3) staat Zuidplas op de overgang van een presterende overheid naar een samenwerkende overheid.

Toelichting Gemeenteraad is positief en proactief betrokken De raad is geïnteresseerd in de voortgang van het duurzaamheidsbeleid. De raad is positief ten aanzien van duurzaamheid en geeft vertrouwen aan college en ambtenaren. Vanuit een proactieve houding heeft zij beleid en budget structureel vastgesteld. En heeft zij een hoger budget voor de duurzaamheidslening toegekend dan gevraagd. De andere kant van de medaille is dat er relatief veel vragen vanuit de raad komen die tijd van ambtenaren en wethouder in beslag nemen die niet aan uitvoering kan worden besteed. Samenleving niet betrokken bij beleidsvorming, organisatie beperkt Bedrijfsleven, inwoners en maatschappelijke organisaties zijn niet betrokken bij de beleidsontwikkeling van het programma D&KA. Zij kennen de doelen en maatregelen niet. Zij signaleren dat zij soms wel betrokken worden om input voor beleid te geven, maar dat zij daarna niets meer horen. Terwijl zij best hun rol op een onderwerp of een specifiek maatregel kunnen pakken en het samen met de gemeente willen realiseren (zoals het aantal laadpalen). Bedrijfsleven vindt dat ondernemersverenigingen en VVE Gouwepark weer samen als Federatie Ondernemersverenigingen Zuidplas zouden moeten opereren voor overkoepelende onderwerpen en zij vragen de gemeente om dit samen met hen vorm te geven.

In het bijzonder valt op dat de glastuinbouw wel goed georganiseerd is en dat die landelijk, provinciaal en met de glastuinbouwgemeenten overleg voeren. Zij zijn vooruitstrevend in de verduurzaming van

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

10

hun productieprocessen, in het bijzonder met betrekking tot en energie en CO2. Voor hen zijn energie en CO2 grote kostenposten. Zij lopen aan tegen belastingverhoging en het knelpunt van beperkte netcapaciteit in Zuidplas. Participatiegraad is laag De participatie vanuit de samenleving is laag, terwijl zij een groot deel van het duurzaamheidsbeleid moeten realiseren. 49% energiebesparing kan niet zonder hen vorm krijgen. Communicatie en participatie is nu nog gericht op ‘zenden’ vanuit de gemeenten met website, nieuwsbrieven en activiteiten als de Duurzame Dagen. Gezien de grote rol voor de samenleving is het cruciaal dat er een participatiecultuur tot ontwikkeling komt waardoor ook initiatieven en motivatie in de samenleving ontstaan. Ook voor de participatie bij de omgevingsvisie zal dit noodzakelijk zijn. Het huidige duurzaamheidsbeleid werkt hier nog nauwelijks aan. Daardoor mist de gemeente ook (korte termijn en lange termijn) kansen van initiatieven uit de samenleving of mogelijke vormen van samenwerking die ertoe bij kunnen dragen dat het duurzaamheidsbeleid invulling krijgt. Positie van gemeente in relatie tot samenleving In het model van NSOB (§4.3) wordt een ontwikkeling van een rechtmatige naar een presterende naar een samenwerkende naar een responsieve overheid geschetst. Daarbij geldt dat de overheid altijd taken zal houden in de verschillende kwadranten.

Zuidplas is gericht op het zelf realiseren van doelen (=presterende overheid). Daarbij is er voor duurzaamheid wel de behoefte om samen te werken, maar dit wordt vanuit de gemeente nog ingestoken met zenden van informatie en de samenwerking stopt zodra de gemeente input heeft voor het eigen beleid. De gemeente is nog aan het leren en ervaren wat een samenwerkende overheid voor de gemeente betekent en hoe de gemeente daarin kan opereren.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

11

o o

o

o

2030: 50% minder gebruik van primaire grondstoffen 2020: 75% afvalscheiding en max. 100 kg restafval/inw*jr 2023: zoveel mogelijk gescheiden en max. 30 kg restafval maatschappelijk verantwoord inkopen

Biodiversiteit o beschermen van bestaande natuur o natuur in de samenleving o koppeling met andere maatschappelijke opgaven

o

hoogwaardig buitengebied

o

Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen ondertekend en Actieplan MVI opgesteld

o

verbinden van thema’s water, lucht, bodemkwaliteit aan biodiversiteit en het ecologische systeem groenbeheer afgestemd op natuurontwikkeling en bescherming

o

Duurzame mobiliteit o 2030: voertuigen emissieloos (eigen wagenpark, doelgroepenvervoer, inkoop) o 2020: gemeentelijk plaatsingsbeleid laadpalen

o

focus op bereikbaarheid en veiligheid

o o o o o

Faciliteren elektrisch rijden Stimuleren fietsgebruik en OV Efficiënter benutten van wegennet deelauto’s duurzame mobiliteit van medewerkers

Lokaal belangrijk is het programma Duurzaamheid en klimaatadaptatie waarin het beleid voor de onderwerpen [1] energie en warmte, [2] klimaatadaptatie, [3] circulaire economie en [4] leefomgeving is vastgelegd voor de periode 2020-2025. Met het aantreden van het college in 2018 is afgesproken dat dit duurzaamheidsbeleid voor het eerst vorm gegeven zou worden, hetgeen nu een feit is. Daarbij is ook meerjarig budget opgenomen voor capaciteit en middelen voor uitvoering van het programma.

3.2 Procesmatige vormgeving duurzaamheidskaders (participatie) Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid procesmatig is vormgegeven: 1.5 Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid? 1.6 Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid? 1.7 Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen? Participatie bij opstellen beleid Het collegeprogramma 2018-2022 is van juli 2018, het programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie 2019-2025 is in mei 2019 vastgesteld. In het plan is niet aangegeven hoe dit met interne of externe stakeholders is afgestemd. Ook uit de interviews met externen is niet naar voren gekomen dat het beleid samen met hen is ontwikkeld. In ambtelijk wederhoor is aangegeven dat het inwonerspanel met

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

13

700 deelnemers is geraadpleegd (januari 2019) en dat het duuzaamheidsplatform betrokken was. Bedrijven kennen het beleid en de doelstellingen niet. Uit de 4 gekozen thema’s energie, klimaat, circulair en leefomgeving maken wij wel op dat daarover intern afstemming is geweest. Projectleider is daar hard mee aan het werk geweest bij het opstellen van het plan.. Bij het opstellen van de Regionale Energiestrategie (RES) zijn overheden en maatschappelijke partijen betrokken: partijen als gemeenten, provincie, waterschappen, energiecooperaties, duurzaamheidsplatforms (zowel van bedrijven als van inwoners), woningcorporaties, onderwijsinstellingen, LTO, milieufederatie, Stedin, Alliander. Zij zijn vertegenwoordigd in de stuurgroep (bestuurlijk niveau) en de werkgroepen (operationeel niveau) voor elk van de drie programmalijnen elektriciteit, warmte en communicatie/besluitvorming. Participatie beschreven voor de uitvoeringsfase In het hoofdstuk stakeholders van het programma D&KA staat dat samenwerking met de volgende stakeholders ‘doorslaggevend’ is: inwoners, bedrijven, overheden en waterschappen, netbeheerders, woningcorporaties, andere gemeentes voor intergemeentelijke samenwerking, ODMH, en het duurzaamheidsplatform Zuidplas. Interne integrale doorwerking In het programma D&KA zijn de doelen en ambities volgend aan het landelijk beleid. De doelen zijn niet SMART 1 gemaakt.

Zo is op energiegebied het landelijke doel energieneutraal in 2050 overgenomen en is daarna een verkenning weergeven wat wel en niet zou kunnen. Het programma D&KA werkt goed door in andere beleidsvelden binnen de gemeente. Het energiebeleid krijgt via de regionale energiestrategie (RES) en transitievisie warmte verder vorm. Het regionaal convenant RES MH was daarbij het vertrekpunt. De stimulering naar woningen loopt via een stimuleringsbeleid voor huurders en kopers. Het groenbeleid is breed geformuleerd zodat daar de ruimte is om een verduurzaming door te voeren en groenbeheer duurzaam aan te besteden. Het klimaatbeleid vindt zijn weg in ‘regulier’ beleid zoals het verbreed gemeentelijk rioleringsplan en de (duurzame) leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR) Het mobiliteitsbeleid is neergelegd in de mobiliteitsvisie 2015, dus voor het programma D&KA. Intern en extern wordt geconstateerd dat de visie breed van aard is. Vanuit raad en bedrijfsleven wordt aandacht gevraagd voor het dichtslibben van de gemeente, zeker als Gouwe park helemaal gevuld is en het 5e dorp er komt. Ook de stimulering van fiets, OV en elektrische rijden wordt door het bedrijfsleven als weinig actief gezien. Het duurzaamheidsbeleid werkt nog onvoldoende door in het mobiliteitsbeleid.

3.3 Bijdrage van gemeentelijk beleid aan bovenlokale doelen Toetsingscriterium

Constatering

Is de uitvoering effectief? 1.3 In hoeverre draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen? 1

Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgeboden

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

14

Toetsingscriterium 1.4

Constatering

Zijn de gekozen maatregelen realistisch en is het aannemelijk dat hiermee de beoogde (eigen, lokale) doelstellingen worden behaald?

Per thema (zie landelijk beleid in bijlage 2): •

Klimaatadaptatie: met de stresstesten en risicodialogen is/wordt voldaan aan landelijk beleid. Het beleid wordt verder uitgewerkt in de duurzame leidraad inrichting openbare ruime (DIOR) en rioleringsplan en bouwopgaven. Op deze manier wordt ‘klimaatbestendig’ vastgelegd in lokaal beleid (Deltabeslissing: vanaf 2020 moeten gemeenten klimaatbestendig handelen). De uitkomsten van de risicodialogen komen in de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Dat wil niet zeggen dat Zuidplas als laagste punt van Nederland klaar is, maar wel dat dit in beleid verankerd is en een bijdrage geeft aan landelijk beleid waar mogelijk.

•

Energie: Zuidplas levert haar bijdrage aan de regionale energiestrategie (RES) en stelt een transitievisie warmte op. Landelijk moet blijken of de RES-sen samen voldoende besparing en opwekking en kunnen bieden. Provinciaal beleid/ coalitieakkoord kan daarin belemmerend werken om verdergaand doel voor wind en zonneweides te formuleren. Via de doelen uit het convenant RES-MH, de RES, en de transitievisie warmte draagt Zuidplas bij aan de realisatie van het landelijk beleid.

•

Circulair economie: zit in het programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie. De projectleider Circulaire Economie is bezig om dit verder uit te werken. Het Manifest maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) is getekend. Afvalbeleid is gericht op landelijke doelen en voor de korte termijn iets ambitieuzer dan de landelijke doelen. In welke mate het landelijk doel ‘in 2030 50% minder gebruik van primaire grondstoffen’ invulling krijgt is nog niet bekend, mogelijk dat dit bij de uitwerking Circulaire Economie wordt vormgegeven.

•

Mobiliteit: mobiliteitsvisie 2015 is breed. Voor goede bereikbaarheid, en slimme oplossingen voor OV/fiets en elektrificatie van het vervoer met o.a. meer laadpalen en eigen autopark van de gemeente, liggen er nog de nodige uitdagingen.

•

Biodiversiteit: het groenbeleid is breed geformuleerd om daar duurzaam invulling aan te geven. Voor de openbare ruimte wordt de LIOR opgesteld. Rekening wordt gehouden met klimaatadaptatie. Bij aanbestedingen voor groenbeheer wordt rekening gehouden met duurzaamheid. Landelijk beleid voor meer groen in de openbare ruimte zal ook via de omgevingsvisie invulling moeten krijgen.

Voor de uitvoering van het programma D&KA was afgesproken dat de raad jaarlijks over het budget zou besluiten, inmiddels heeft de raad de benodigde financiële middelen voor de duur van het programma (2019-2020-2021) beschikbaar gesteld. Voor de duurzaamheidslening geldt dat de raad en hoger bedrag heeft vrijgemaakt dan waar ambtelijk om was gevraagd.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

15

4.1.2

Nationale monitor duurzame gemeenten

TOTAALSCORE SCORE 48.0

RANK 260

ONTWIKKELING 28

SOCIAALCULTUREEL KAPITAAL SCORE RANK 50.0 288

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

ECOLOGISCH KAPITAAL SCORE 44.1

RANK 347

ECONOMISCH KAPITAAL SCORE RANK 50.0 68

17

De totaalscore is plaats 260 van 380 onderzochte gemeenten en de score op ecologisch kapitaal is plek 347 van de 380 onderzochte gemeenten.

4.1.3

Inhoudelijke prestaties uitvoering beleid

Het beleid uit het Programma Duurzaamheid en Klimaatadapaties (D&KA) is ten tijde van het onderzoek pas een half jaar oud en toch zien wij dat het een grote doorwerking heeft in de andere beleidsvelden en dat duurzaamheid binnen de gemeente ‘leeft’. Waar mogelijk wordt er in aanbestedingen, werkzaamheden, nieuw beleid rekening gehouden met duurzaamheid. Raad, college en ambtenaren hebben daarin een collectieve samenwerking die gebaseerd is op het programma. Budget en capaciteit worden als goed ervaren. Binnen de kaders van de raad wordt de uitvoering van het programma ambtelijk ingevuld. Ambtenaren werken met een projectenkalender waarin is aangegeven welk onderdeel van het programma wanneer wordt uitgevoerd. De afdeling economie zoekt bijvoorbeeld wel de verbinding. Gemeente zit in de opstartfase, sommige dingen gaan nu echt lopen uit het programma D&KA, andere moeten nog starten. Binnen de ambtelijke organisatie is wel het bewustzijn dat er wat moet gebeuren. Men kijkt daarbij wel naar het team duurzaamheid: ‘wat moeten we doen en hoe?’. In de vorige collegeperiode stond duurzaamheid niet hoog op de agenda. Vanuit landelijk beleid liggen er nu concrete opgaven, waardoor het huidige college de urgentie duidelijk voelt. Met het huidige programma D&KA is een inhaalslag gepleegd, de hele gemeente is er mee bezig.

Dit werkt ook door in de participatie voor onder meer de omgevingsvisie. •

Energie: Het beleid uit het regionaal convenant 2018-2025 is ambitieus. 3,9 PJ besparen en 4,9 PJ duurzame energieopwekking (1PJ is energiegebruik van 15.000 huishoudens) is aanzienlijk. Deze en landelijke doelen (2020 14% duurzame energieopwekking en 1,5% besparing per jaar) haalt de gemeenten Zuidplas niet. Tot 2017 werd een kleine stap voor energieopwekking gezet van 2,0% door voornamelijk zonne-energieprojecten (Bron: voortgangsrapportage Zuidplas Enervisa 2017). In de regionale energiestrategie (RES) en transitievisie warmte krijgt het beleid verder vorm en het is te vroeg om daar nu een oordeel over te vormen, hetgeen niet wegneemt dat de taakstelling voor opwekking en besparing aanzienlijk is/wordt. In het convenant staat dat Liander meewerkt aan de warmtetransitieplannen, de energieinfrastructuren zal optimaliseren en enkele glastuinbouwprojecten zal steunen. Vanuit het bedrijfsleven zijn er grote vraagtekens bij de beschikbare capaciteit en opslag. Het bedrijfsleven constateert schommelingen in de levering en voorziet dat duurzaam opgewekte energie niet via het net verwerkt kan worden. De komst van het 5e dorp met meer inwoners baart hen daarbij zorgen.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

18

Bron: voortgangsrapportage Zuidplas Enervisa 2017. Bewonerspanel wonen: • We hebben de inwoners een aantal vragen gesteld over hun woonplannen. Iets meer dan de helft van de inwoners (54%) zou alleen zelf investeren in maatregelen waarmee ze hun hun elektriciteit en stookkosten kunnen verlagen als ze subsidie krijgen. Iets minder dan een derde (31%) zou dat ook zonder subsidie doen. Uit analyse blijkt dat bij inwoners die een huis huren de animo beduidend lager is: 46% zou alleen met subsidie investeren en 20% van de huurders zou dat ook zonder subsidie doen. Bewonerspanel duurzaamheid: • De inwoners zijn grotendeels onbekend met de lokale organisaties/initiatieven op het gebied van duurzaamheid; 85% kent geen enkel(e) organisatie/initiatief. Het bekendste initiatief is Duurzaamheidsplatform Zuidplas, maar slechts 8% van de inwoners kent dit initiatief. • Inwoners geven met name aan geld/subsidie (62%), ontzorging door de gemeente (41%), goede voorbeelden (40%) en informatie over duurzaamheid in het algemeen (38%) nodig te hebben. Een klein gedeelte (7%) van de inwoners wil geen extra duurzame maatregelen treffen. • We zien dat de inwoners net zo veel verantwoordelijkheid bij de gemeente leggen als bij zichzelf. • Wel vind ook een groot deel van de inwoners (90%) dat de gemeente inwoners wel moet faciliteren duurzame maatregelen te kunnen treffen.

Ook vindt het merendeel van de inwoners (83%) dat de gemeente inwoners met duurzame ideeën moet ondersteunen. Bewonerspanel:

•

Iets meer dan de helft (52%) van de inwoners zou meedoen als hun straat of buurt gezamenlijk zonnepanelen zou inkopen. Slechts 16% zou dit niet doen.

•

Bijna drie vijfde (59%) van de inwoners zou meedoen als hun straat of buurt gezamenlijk alle woningen beter zou isoleren.

De gemeente heeft voor energie bij bewoners ingezet op samenwerking met de woningbouwcorporatie en een stimuleringsbeleid vanuit het Duurzaam Bouwloket, vouchers e.d.. Zoals ook uit bovenstaande raadpleging blijkt is er een positieve grondhouding bij bewoners, maar ervaren zij beperkt facilitering en ontzorging door de gemeente. •

Voor klimaatadaptatie geldt dat de klimaatstresstesten zijn uitgevoerd en de knelpunten die daaruit naar voren gekomen zijn, zijn specifiek benoemd (zie bijlage 3). In het verbreed

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

19

gemeentelijk rioleringsplan en waterplan wordt hier aandacht aan gegeven alsmede in de nieuwe Leidraad (Duurzame) Inrichting Openbare Ruimte. De risicodialogen zijn gestart. De gemeente geeft zo lokaal invulling aan landelijke en regionale doelen. •

De projectleider circulaire economie moet haar beleid nog verder invulling geven. Door de verhoogde aandacht voor energie, klimaat en omgevingsvisie ontbreekt het aan tijd en geld om sterk op circulaire economie in te zetten vanuit de gemeente. Vele gemeenten hebben nog geen beleid voor circulaire economie, dus daar loopt Zuidplas voorop. Invulling van maatschappelijk verantwoord inkopen geschiedt waar mogelijk, maar is afhankelijk van de ambtenaar die de uitvraag doet. Het wordt altijd wel aangegeven. Voor huishoudelijk afval heeft Zuidplas 70% afvalscheiding weten te realiseren (percentage voor 2017, Gemeentelijke Duurzaamheidsindex). De landelijke doelstelling is 75% in 2020 en 100kg restafval/inwoner/jaar in 2020. Zuidplas voldoet met de scheiding bijna aan deze doelstelling. In 2017 was de hoeveelheid restafval 201kg/inwoner/jaar, de situatie in 2018 was 137kg/restafval/inwoner/jaar en 70% scheiding. Actieplan MVI: ‘In de jaarverslagen van de gemeente komt een duurzaamheidsparagraaf waarin MVI / duurzaamheid een vast onderwerp gaat worden waarin de behaalde resultaten en eventuele verbeterpunten zijn opgenomen.’

•

Mobiliteit: de mobiliteitsvisie uit 2015 wordt als niet actueel ervaren. De ontwikkelingen van het groeiend aantal inwoners, 5e dorp, dichtslibben van wegen en een andere mobiliteitsbehoefte leiden ertoe dat raad en bedrijfsleven aangeven dat het beleid niet adequaat meer is. De vraag is of het lokaal beleid voldoende is om mee invulling te geven aan regionaal/landelijk beleid, bijvoorbeeld rond elektrisch vervoer, OV en fiets. Ambtelijk is de mening dat deze visie voldoende handvatten biedt om in deze tijd op te acteren. Er wordt gewerkt aan verduurzaming van mobiliteit via bijvoorbeeld het snelfietspad. Intern wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd (NS business card voor personeel en elektrische fietsen voor dienstreizen).

•

Biodiversiteit: Het Groen/ruimtelijke ordeningbeleid is breed geformuleerd zodat er voldoende ruimte is om in de realisatie aandacht te geven aan duurzaamheid. Waar mogelijk wordt dit dan ook meegenomen. Bij alle aanbestedingen van beheer van openbaar groen is duurzaamheid ook meegenomen. Voor groen is er voldoende capaciteit en budget beschikbaar.

4.2 Inhoudelijke uitdagingen Toetsingscriterium 2.2

Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode?

Energietransitie 1.

De grootste uitdaging ligt op dit moment ligt bij de energietransitie. De ontwikkeling van de regionale energiestrategie (RES), transitievisie warmte en komen tot een aanpak voor aardgasvrije wijken is de komende tijd voor alle gemeenten in het land een grote opgave. Naast beleid en doelen gaat het ook om het betrekken van de stakeholders, als bedrijfsleven, organisaties, woningbouwcorporaties, netbeheerders en bewoners. De technische en ruimtelijke en sociale gevolgen en mogelijkheden worden momenteel voor de regio en voor Zuidplas in kaart gebracht. Een grote uitdaging lijkt er te liggen bij voldoende netcapaciteit, waar de netbeheerder niet ‘speculatief’ de capaciteit mag uitbreiden. Daarbij komen ook vraagstukken naar voren als wel/geen warmtenet vanuit de haven van Rotterdam en wel of geen windmolens in het Groene Hart.

| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Zuidplas

20

Klimaatadaptatie 2.

De komende tijd moet op basis van landelijke afspraken een uitvoeringsagenda worden opgesteld, waarmee een klimaatbestendige inrichting bereikt wordt, waarbij ook aandacht moet zijn voor de uitkomsten van de stresstesten en risicodialogen. Het Groene Hart is als een van de laagstgelegen punten van Nederland kwetsbaar. Grotendeels is/wordt klimaatbestendigheid al meegenomen in het verbeterd rioleringsplan en de ontwikkeling van de duurzame leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR). Uit de stresstest (of kwetsbaarheidanalyse) blijkt dat het zwaartepunt van de klimaatopgave van Zuidplas ligt in de categorie wateroverlast met 17 aandachtsgebieden en overstromingen. Enkele tientallen panden per woonkern lopen een groot risico op overlast en schade, en veel wegen zijn niet of nauwelijks begaanbaar na hevige regenval. De kwetsbaarheid voor overstromingen wordt met name veroorzaakt door de grote inundatiedieptes in het geval van een overstroming, de score valt lager uit omdat er op dit moment al projecten lopen om de overstromingskans terug te dringen. Hitte en droogte scoren grofweg gemiddeld.

Circulaire economie 3.

De hoeveelheid huishoudelijk restafval moet verkleind worden van de huidige 122 kg/inwoner naar 100 kg in 2020 (en 30 kg in 2025). De gemeentelijke doelstelling is 75kg in 2020. Een gemeente kan een voorbeeldrol pakken als het gaat om duurzaamheid. Door echt werk te maken van circulair/maatschappelijk verantwoord inkopen (deelname aan Manifest MVI).

Duurzame mobiliteit 4.

Mobiliteit komt in de interviews met raad en bedrijfsleven naar voren als een knelpunt. De huidige capaciteit lijkt niet berekend op de groei aan mobiliteit, de andere mobiliteitsbehoefte van inwoners (jongeren ontwikkelen een andere mobiliteitsvraag), de elektrificatie en het 5e dorp. De mobiliteitsvisie uit 2015 lijkt niet meer voldoende actueel om als het mobiliteitsbeleid van de gemeente te kunnen fungeren. Herziening of geactualiseerde uitwerking lijkt nodig. Aspecten die genoemd zijn: stimuleren fiets en OV; jongeren gebruiken meer OV; elektrificatie auto’s en transport; N219; hefbruggen; brug langs A12; trainstation 5e dorp; ontsluiting 5e dorp; doortrekken metro vanuit Rotterdam; opheffen bus Gouwepark terwijl park nog niet af is. Tenslotte ligt er een uitdaging in het verder verankeren van duurzaamheid in inkooptrajecten voor vervoer (eigen wagenpark incl. vaartuigen, doelgroepenvervoer). In het eigen wagenpark van de gemeente wordt geïnvesteerd. Zo is bij de vervanging van het wagenpark van de buitendienst gekozen voor elektrische dienstwagens. Ook is er een rol voor de gemeente in het faciliteren van de ontwikkeling naar fietsen, elektrisch vervoer en vervoer op waterstof.

Biodiversiteit 5.

Om biodiversiteit te behouden en te versterken moeten er voldoende middelen gereserveerd worden. De score van 1,9% natuur in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (landelijk gemiddelde 12,5%) is erg laag. Ook op water is de score in de landelijke index met een 3,3 erg laag. Er is beleid voor snippergroen, bomenbeleidsplan, en een Leidraad inrichting openbare ruimte, maar die geven nog geen impuls aan biodiversiteit.

Overall 6.

De ruimtelijke inpassing van maatregelen gericht op (duurzame) energie en het 5e dorp in relatie tot een toekomstbestendige gemeente met voldoende groen, bedrijvigheid, mobiliteit etc. vergt een goede afweging. De ontwikkeling van de omgevingsvisie en het daaruit voortvloeiende

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9578391/2