Bijlage 9 Bijlage 5 MER Deelrapport Externe veiligheid A24.001857
Tekst van het document
Uit deze analyse is gebleken dat het hoogste groepsrisico is berekend bij de gasleiding A-553. Het groepsrisico bedraagt op deze kilometer 0,51 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt met meer dan 10% toe ten opzichte van de huidige/autonome situatie. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt echter niet overschreden. Ondanks dat het basisalternatief licht afwijkt van de onderzochte situatie van 2020, zullen de resultaten niet veel van elkaar afwijken. Het hoogste groepsrisico voor het basisalternatief zal ook in deze orde van grootte liggen en de toename van het groepsrisico zal meer dan 10% zijn ten opzichte van de huidige situatie. Ondanks dat het groepsrisico beneden de 1,0 maal oriëntatiewaarde ligt, ligt deze wel boven de 0,1 van de oriëntatiewaarde. Daarbij kunnen in de toekomst ook nieuwe buisleidingen met andere gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld waterstof of toxische stoffen) gerealiseerd worden. Vooral de leidingen met toxische stoffen leveren een groter invloedsgebied op, waardoor het groepsrisico zal toenemen. Het groepsrisico kan verlaagd worden door mitigerende maatregelen. Onderstaand is een opsomming gegeven. Mitigerende maatregelen buisleidingen De belangrijkste faalkans bij een ondergrondse buisleiding is graafschade.
De mitigerende maatregelen om de faalkans van de leidingstrook te verkleinen zijn: • Graven mag uitsluitend plaatsvinden onder actief toezicht van Gasunie. • Bij de toegangen van de leidingzone wordt met bebording gewezen op de verboden (aanvullend kan cameratoezicht mogelijk zijn). Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
32/56
•
De leidingstrook heeft nu nagenoeg geen beplanting. Eventuele nieuwe beplanting moet voldoen aan eisen van Gasunie.
Naast de leidingstrook liggen nog een aantal solitaire hogedruk aardgasleidingen en één DPO leiding binnen het basisalternatief. Deze leidingen hebben, ten opzichte van de leidingen in de leidingstrook, een beperkte diameter en een kleiner invloedsgebied. Een vanuit de wet verplichte basismaatregel is het hanteren van een belemmeringenstrook van maximaal 5 meter breedte aan weerszijde langs de leidingen. Daarnaast kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: • Graven nabij de hogedruk aardgastransportleidingen uitsluitend onder actief toezicht van Gasunie. • In afstemming met Gasunie boven de leidingen kunststoffen signaleringsplaten aanbrengen. • Ten aanzien van de DPO leiding kunnen maatregelen de bovenstaande maatregelen ook worden toegepast. Doordat de hogedruk aardgasleidingen worden geïsoleerd is de kans op falen door graafwerkzaamheden aanzienlijk verkleind, waardoor de toename van het groepsrisico kleiner wordt. Naast maatregelen aan de leidingstrook kan met behulp van onder andere risicocommunicatie het groepsrisico verlaagd worden. De toekomstige bewoners zijn van te voren geïnformeerd over de risico’s van de leidingstrook waarbij de zelfredzaamheid wordt vergroot. Afblaaspunten Gasunie Bij het realiseren van het plangebied, zullen de afsluiters aan de Zuidelijke Dwarsweg (afblaaspunten S-556) worden aangepast tot een afsluitergroep.
Door deze aanpassing9 wordt de veiligheidscontour aanzienlijk verkleind van 129 meter naar circa 29 meter. Deze aangepaste afstand valt binnen de grenzen van de Structuurvisie Buisleidingen van totaal 70 meter breed. De aangepaste afsluiters hebben daarom geen nadelige gevolgen meer voor de ontwikkelingen in het Middengebied Zuidplaspolder. Indien de afsluitergroep niet wordt gerealiseerd, blijft de veiligheidscontour van 129 meter rondom de afsluiters van S-556 bestaan. Dit contour reikt over het Vijfde Dorp en geeft nadelige gevolgen voor de ontwikkelingen van het plangebied. Samenvattend: effectbeoordeling Het groepsrisico voor de risicovolle bedrijven en het transport over weg en spoor is voor het basisalternatief kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, wat een laag risico is. Voor de buisleiding is het groepsrisico groter dan 0,1, namelijk 0,51 maal de oriëntatiewaarde. Door het nemen van mitigerende maatregelen zal de toename van het groepsrisico beperkt kunnen worden. Op basis van de beoordelingscriteria betekent dit dat de totale beoordeling van het
9Bron: brief Gasunie kenmerk OOW 22.0125 verplaatsing afblaaspunten Middengebied, d.d. 21-01-
2022 Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
33/56
groepsrisico op ‘-‘ uitkomt zonder mitigerende maatregelen en op ‘0/-’ met mitigerende maatregelen. Tabel 4-2 Beoordeling basisalternatief - groepsrisico Criterium Basisalternatief zonder maatregelen Groepsrisico -
Basisalternatief met maatregelen 0/-
4.4 Mitigerende maatregelen Om de effecten van externe veiligheid van het basisalternatief te kunnen mitigeren, kan men denken aan de volgende maatregelen: • Graven mag uitsluitend plaatsvinden onder actief toezicht van Gasunie. • Bij de toegangen van de leidingzone en solidaire leidingen wordt met bebording gewezen op de verboden. • De leidingstrook heeft nu nagenoeg geen beplanting. Eventuele nieuwe beplanting moet voldoen aan eisen van Gasunie. • Uitsluiten van woningen, basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen, verblijven met lichamelijke of geestelijke beperking etc. op de industrieterreinen Doelwijk II en Gouwepark II. • Het groepsrisico veroorzaakt door risicovolle bedrijven op de bedrijventerreinen niet meer dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde bedragen.
4.5 Effecten Alternatieven In tabel 4-3 is weergegeven of een alternatief voor de criteria plaatsgebonden risico en groepsrisico leidt tot een andere beoordeling. De kolom ‘Basisalternatief’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven in paragraaf 4.3 beschreven. In de kolommen daarna zijn de alternatieven naast elkaar gezet. Met roze is aangegeven welke alternatieven tot een andere beoordeling leiden. Geen verkleuring betekent geen wijzigingen ten opzichte van het basisalternatief. De alternatieven zijn nader toegelicht onder het tabel. Tabel 4-3: Beoordeling alternatieven (Roze = beoordeling verandert t.o.v. beoordeling basisalternatief) Criterium Plaatsgebonden risico Groepsrisico
4.5.1
Basis zonder maatregelen 0
Klimaat robuust 0
Duurzame mobiliteit 0
Circulair/ energie 0
Groen-Blauw
-
-
-
-
-
0
Alternatief: klimaat robuust
In dit alternatief wordt uitgegaan van maximaal opvangen van de effecten van klimaatverandering. In dit alternatief zijn geen maatregelen opgenomen die invloed hebben op het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico van de diverse risicobronnen. Het alternatief Klimaat robuust leidt niet tot andere effecten dan het basisalternatief.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
34/56
4.5.2
Alternatief: Duurzame Mobiliteit
In dit alternatief wordt ingezet op het verhogen van duurzame mobiliteit. Er zijn geen maatregelen opgenomen in dit alternatief die invloed hebben op het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico van de diverse risicobronnen. Het alternatief klimaat Duurzame mobiliteit leidt niet tot andere effecten dan het basisalternatief.
4.5.3
Alternatief: Circulair / duurzame energie
In dit alternatief wordt een volledig circulair en energieleverende gebied ontwikkeld. De maatregelen die onder andere genomen worden, die van invloed kunnen zijn op de externe veiligheid is:: • Locaties voor opwekking van windenergie; • Opslag energie in batterijen. Opwekken windenergie Voor het opwekken van windenergie zijn windturbines nodig. De windturbines brengen veiligheidsafstanden met zich mee vanwege het risico op onder andere omvallen mast, afbreken wieken en rotor enzovoort. De veiligheidsafstanden zijn onder andere afhankelijk van de vermogen en de ashoogte van de windturbines. Binnen de plaatsgebonden risicocontour van 105/jaar van de windturbine mogen zich geen kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten geprojecteerd zijn. Binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar mogen zich geen kwetsbare objecten vestigen. De industrieterreinen Gouwepark II en Doelwijk II bevinden zich op een grote afstand van de windturbines. Deze industrieterreinen vallen buiten de reikwijdte van de veiligheidscontouren van de windturbines. Bij het Deelrapport Duurzaamheid is in bijlage 2 een globale verkenning opgenomen naar de mogelijkheden voor windturbines. De daarin gehanteerde indicatieve geluidcontouren zijn ruimer dan de generieke veiligheidscontour van 250 meter. Het Vijfde Dorp ligt dichterbij de windturbines dan de industrieterreinen.
Bij het positioneren van de windturbines moet er rekening gehouden worden dat de woningen van het Vijfde Dorp niet binnen de plaatsgebonden risicocontour 106/jaar van de windturbines vallen en beperkt kwetsbare objecten niet binnen de PR 10-5 contour. Opslag energie in batterijen Verder wordt in dit alternatief meer ingezet op opslag van energie in batterijen of door middel van waterstof. Batterijen kennen een zeer beperkte veiligheidscontour, waardoor deze op centrale plekken (bijvoorbeeld mobiliteitshubs of in het Energielandschap) goed zijn in te passen zonder effect op het groepsrisico. Voor opslag van energie in de vorm van waterstof is op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de omvang van het groepsrisico. Daarvoor moet eerst meer bekend zijn over de omvang van de waterstofopslag (inhoud en druk) en de locatie van de opslag. In geval van een ongeval ontstaat overdruk en warmtestraling. Dit kan – afhankelijk van omvang van de waterstofopslag, omvang van het ongeval en de locatie – tot een afstand van circa 30 tot 60 meter leiden tot slachtoffers (bron: Scenarioboek EV). Uitgangspunt voor de beoordeling van het groepsrisico is dat dit, indien de gemeente opslag van energie in de vorm van waterstof wil
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
35/56
toepassen, inpasbaar is in het Energielandschap zonder dat het groepsrisico boven de 0,1 maal de oriëntatiewaarde komt.
4.5.4
Alternatief Groen-blauw raamwerk
In dit alternatief zijn de onderwerpen biodiversiteit, bodemdaling, waterkwaliteit, robuuste ecologische verbinding en recreatieve routes verder aangehaald. In dit alternatief zijn geen maatregelen opgenomen die invloed hebben op het plaatsgebonden risicocontour en de hoogte van het groepsrisico van de diverse risicobronnen. Het alternatief Groen-blauw raamwerk leidt niet tot andere effecten dan het basisalternatief.
4.6 Conclusie en aanbevelingen voor VKA Voor het thema externe veiligheid is het basisalternatief representatief voor het voorkeursalternatief. De andere alternatieven hebben geen aanvullende negatieve of positieve effecten ten opzichte van het basisalternatief.
4.7 Doorkijk naar de Omgevingswet De effecten van het thema externe veiligheid zijn beoordeeld op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vanuit de huidige wetgeving. Onder de Omgevingswet zal de invulling van het criterium groepsrisico echter veranderen. Er wordt dan gesproken over brand-, explosie-, en gifwolkaandachtsgebieden. Het criterium plaatsgebonden risico blijft onveranderd in de nieuwe wetgeving. In onderstaand kader is kort ingegaan op de nieuwe wetgeving met betrekking tot brand- en explosieaandachtsgebied. Gifwolkaandachtsgebied levert, in tegenstelling tot brand- en explosieaandachtsgebied, weinig tot geen aanvullende grote bouwkundige maatregelen en/of grote wijzigingen voor het stedenbouwkundige plan op. Daarom is gifwolkaandachtsgebied niet meegenomen als effectenbeoordelingscriterium. kader 4.7: Brand- en explosieaandachtsgebieden onder de Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet vindt er een stelselwijziging plaats op het gebied van ‘externe veiligheid’. Het nieuwe uitgangspunt is dat mensen, zonder aanvullende maatregelen, binnen het brand- en explosieaandachtsgebied onvoldoende zijn beschermd, ook binnen. Een gemeente moet daarom in het omgevingsplan aangeven welke bescherming geboden wordt. Binnen de aandachtsgebieden geldt: • •
Verplichte toepassing aanvullende beschermende bouwkundige maatregelen bij zeer kwetsbare gebouwen. Verplichte afweging of aanvullende beschermende bouwkundige maatregelen toegepast moeten worden ter optimalisatie van de veiligheid.
Een verplichting tot het treffen van bouwkundige maatregelen ontstaat pas als binnen een aandachtsgebied door een gemeente een voorschriftengebied is vastgesteld in het omgevingsplan. Relevant is dat in een aandachtsgebied vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving een verschil wordt gemaakt in de bescherming voor: •
Zeer kwetsbare gebouwen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
36/56
•
(Beperkt) kwetsbare gebouwen.
Zeer kwetsbare gebouwen In een brand- en explosieaandachtsgebied moeten personen in nieuw te realiseren zeer kwetsbare gebouwen, via aanvullende bouwkundige maatregelen, beschermd worden tegen de hittestraling10. Voor de locaties waar ‘zeer kwetsbare gebouwen’ staan of mogelijk zijn is het verplicht om een voorschriftengebied aan te wijzen in het omgevingsplan. Aanvullende brandwerende maatregelen hoeven niet getroffen te worden als een initiatiefnemer aantoont dat via maatregelen sprake is van een gelijkwaardig beschermingsniveau11.
Zeer kwetsbare gebouwen (bijlage VI onder E, Bkl): Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het gaat om die gebruiksfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan: a. een woonfunctie voor 24-uurszorg; b. een bijeenkomstfunctie: 1°. voor kinderopvang; of 2°. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; c. een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied; of e. een onderwijsfunctie: 1°. voor basisschoolonderwijs; of 2°. voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking. (Beperkt) kwetsbare gebouwen In de Omgevingswet is het uitgangspunt dat mensen, zonder aanvullende maatregelen, binnen het aandachtsgebied onvoldoende zijn beschermd. Daarom moet een gemeente, naast andere maatregelen, zelf bepalen of er aanvullende bouwkundige maatregelen getroffen moeten worden12 voor (beperkte) kwetsbare gebouwen binnen deze aandachtsgebieden. In tegenstelling tot bij zeer kwetsbare gebouwen, kan een gemeente besluiten om deze maatregelen niet te treffen of de bescherming op een andere wijze te realiseren. Het besluit omtrent het aan te houden beschermingsniveau moet in het Omgevingsplan gemotiveerd worden.
Omdat op 01-01-2024 de Omgevingswet in werking treedt, wordt in deze paragraaf een doorkijk gegeven naar de effecten van het basisalternatief onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet.
4.7.1
Wijze van beoordeling
Onder de Omgevingswet verandert het beoordelingscriterium van het plaatsgebonden risico niet ten opzichte van de huidige wetgeving. Het beoordelingscriterium ‘groepsrisico’ vervalt in de Omgevingswet en wordt vervangen door ‘aandachtsgebieden’.
10
Indien er sprake is van een zeer kwetsbaar gebouw, dan geldt ingevolge het Besluit kwaliteit leefomgeving automatisch een voorschriftengebied en zijn aanvullende bouwkundige maatregelen verplicht. 11 Hierbij valt te denken aan gelijkwaardigheid zoals thans geregeld via artikel 1.3 van het Bouwbesluit. Vanuit de Omgevingswet is echter een breder scala aan gelijkwaardige maatregelen mogelijk. 12 Indien deze getroffen moeten worden dan stelt een gemeente een voorschriftengebied vast. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
37/56
Aandachtsgebieden omgevingsveiligheid ++ Er zijn geen (zeer) kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare gebouwen binnen de aandachtsgebieden aanwezig. + Het aantal (zeer) kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare gebouwen neemt sterk af binnen de aandachtsgebieden. 0/+ Het aantal (zeer) kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare gebouwen neemt beperkt af binnen de aandachtsgebieden. 0
0/-
-
--
4.7.2
In de toekomstige situatie blijft het aantal (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen binnen de aandachtsgebieden gelijk aan de referentiesituatie. Het aantal kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare gebouwen neemt beperkt toe binnen de aandachtsgebieden (geen zeer kwetsbare gebouwen aanwezig binnen het aandachtsgebied). Het aantal beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen neemt sterk toe binnen de aandachtsgebieden, en ook enkele zeer kwetsbare gebouwen bevinden zich binnen het aandachtsgebied. Het aantal beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen neemt sterk toe binnen de aandachtsgebieden, ook het aantal zeer kwetsbare gebouwen neemt sterk toe binnen het aandachtsgebied.
Effectbeschrijving basisalternatief onder Omgevingswet
Criterium plaatsgebonden risico De definitie risicovolle bedrijven verdwijnt in de Omgevingswet en daarvoor wordt ‘milieu belastende activiteiten’(Mba) geïntroduceerd. Deze milieu belastende activiteiten omvat meer dan de huidige risicovolle bedrijven. Het criterium plaatsgebonden risico verandert echter niet door de Omgevingswet. Zo blijven de grenswaarde en richtwaarde bestaan voor het plaatsgebonden risico. De effecten van het plaatsgebonden risicocontour van het basisalternatief onder de huidige wetgeving wijzigen niet als gevolg van de Omgevingswet. Daarom gelden de bevindingen voor het plaatsgebonden risico, zoals deze zijn omschreven voor het basisalternatief huidige wetgeving (zie paragraaf 4.3.1), ook voor het basisalternatief onder Omgevingswet. Ten opzichte van de huidige situatie vindt er geen toename of afname in de effecten plaats met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor het basisalternatief. Het plaatsgebonden risicocontour voor het transport over weg, spoor en buisleiding van het basisalternatief overschrijdt de grenswaarde niet. Ook levert het basisalternatief geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen het plaatsgebonden risicocontour van de transporten met gevaarlijke stoffen. Dit geldt overigens ook voor de bestaande risicovolle inrichtingen.
Voor de nieuwe risicovolle inrichtingen zorgt de gemeentelijke visie EV ervoor dat de grenswaarden ((zeer)kwetsbare gebouwen) en richtwaarden (beperkt kwetsbare gebouwen) niet worden overschreden.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
38/56
Criterium aandachtsgebieden Bestaande Milieubelastende activiteiten (Mba) De afstanden van de aandachtsgebieden van het LPG-tankstation zijn min of meer gelijk aan de invloedafstanden van de huidige wetgeving. De propaantank heeft een inhoud kleiner dan 13 m3 en heeft alleen veiligheidsafstanden in de huidige wetgeving. Onder de omgevingswet heeft de propaantank een branden explosieaandachtsgebied. De effecten zoals deze zijn omschreven onder het criterium groepsrisico (zie par 4.3.2 - bestaande risicovolle inrichting) gelden ook voor de brand- en explosieaandachtsgebieden. Vanwege het ontbreken van (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen binnen de brand- en explosieaandachtsgebied, is er geen effect op de omgevingsveiligheid. Toekomstige Mba’s op Doelwijk II en Gouwepark II Op de bedrijventerreinen kunnen bedrijven zich ontwikkelen die in milieucategorie 3 komen (Gouwepark II) en op enkele plekken van het bedrijventerrein Doelwijk II een hogere milieucategorie (categorie 4). Voor de omgevingsveiligheid is het van belang of deze bedrijven zijn aangewezen als Mba’s met plaatsgebonden risico (PR 10-6/jaar) en aandachtsgebieden. Indien de gemeente besluit om geen milieubelastende activiteiten met plaatsgebonden risico en aandachtgebieden toe te laten op deze bedrijventerreinen, dan speelt omgevingsveiligheid geen rol.
Omgevingsveiligheid gaat pas een rol spelen bij Mba’s met plaatsgebonden risico en/of aandachtsgebieden. Het is aan de gemeente hoe zij met de plaatsgebonden risicocontouren (PR 10-6/jaar) en aandachtsgebieden willen omgaan. In de gemeentelijke visie EV is dit nader uitgewerkt. Om verplichte voorschriftengebied te voorkomen wordt aangeraden om zeer kwetsbare gebouwen uit te sluiten binnen een brand- en explosieaandachtsgebied van een Mba. De gemeente maakt een afweging of zij een voorschriftengebied willen aanwijzen binnen een brand- of explosieaandachtsgebied voor kwetsbare en/ of beperkt kwetsbare gebouwen. In dit voorschriftengebied zijn aanvullende (bouwkundige) maatregelen opgenomen om de mensen te beschermen in de aandachtsgebieden. Aangeraden wordt om zeer kwetsbare gebouwen en locaties uit te sluiten op de bedrijventerreinen, waardoor er geen verplichte voorschriftengebied moet worden aangewezen in het omgevingsplan. Transport over weg en spoor De A20, N547 en het spoor Gouda- Rotterdam hebben elk een brand- en een explosie-aandachtgebied van 30 meter respectievelijk 200 meter. De bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II vallen voor een deel binnen deze aandachtsgebieden. Op de bedrijventerreinen kunnen zich zowel beperkt kwetsbare gebouwen als kwetsbare gebouwen (zoals kantoren met bvo >1500m2) gevestigd worden.
Het is aan de gemeente of zij hiervoor aanvullende (bouwkundig) maatregelen willen treffen (voorschriftengebied) binnen de brand- en explosieaandachtsgebieden om personen in deze gebieden te beschermen. Om een verplichte voorschriftengebied te voorkomen wordt aangeraden om zeer kwetsbare gebouwen zoals basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen of verblijven met lichamelijke of Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
39/56
geestelijke beperking op Doelwijk II en Gouwepark II uit te sluiten. Buiten de aandachtsgebieden zijn geen aanvullende voorschriften nodig. Buisleidingen Figuur 3-5 laat zien dat nagenoeg het hele plangebied, behalve de Gouwepark II, binnen een of meer brandaandachtsgebieden ligt van de buisleidingen. Indien de denklijn wordt gehanteerd dat brandaandachtsgebieden vrij moeten blijven van nieuwe bebouwing, dan is de ontwikkeling van het plangebied onmogelijk. Echter, door rekening te houden met de bebouwingsdichtheden en de locaties van type gebouwen en locaties ((zeer) kwetsbaar en beperkt kwetsbaar) is er meer mogelijk. Daarnaast zorgen bronmaatregelen van de buisleidingen voor een verdergaande risicoreductie. Aan de bronzijde van de buisleiding kunnen maatregelen genomen worden om de faalkans van de buisleiding te verkleinen. De belangrijkste faalkans bij een ondergrondse buisleiding is graafschade. Doordat de leidingstrook wordt uitgevoerd als een geïsoleerd gebied dat (nagenoeg niet) voor derden toegankelijk is, wordt de faalkans van graafschade beperkt. Verdere isolatie valt te bereiken door een extra water aan de andere langszijde te realiseren (de leidingstrook aan beide zijden afsluiten door watergangen). Waar de leidingstraat doorkruist wordt door verkeersinfra, kunnen afsluitingen gerealiseerd worden die alleen toegang geven voor extensieve recreatie.
Zwaarder materieel kan alleen toegang krijgen indien een sleutel is verstrekt door de gemeente / de leidingstraatbeheerder. Daarnaast mag graven uitsluitend plaatsvinden onder actief toezicht van Gasunie. Bij de toegangen van de leidingzone en solidaire leidingen wordt met bebording gewezen op de verboden. Op deze manieren kan de faalkans door graven door nog kleiner worden. De hoogste bebouwingsdichtheid bedraagt 40 woningen per hectare, en dit vlak ligt verder weg bij de buisleidingen dan de vlakken met een lagere dichtheid. Deze ruimtelijke verdeling en het hanteren van lage bebouwingsdichtheden op een kortere afstand van de buisleidingen kan gezien worden als een veiligheidsmaatregel waarbij dit een positief effect heeft op het groepsrisico . Door een verdere verschuiving van woningen tot buiten de 100% letaliteitcontour kan een verdere verlaging van het groepsrisico worden gerealiseerd. Hierbij moet opgemerkt worden dat het groepsrisico al relatief laag is en een dergelijke verschuiving invloed heeft op de stedenbouwkundige opzet van het plangebied. Voordat een dergelijke maatregel verder overwogen wordt, moet eerst de stedenbouwkundige impact nader worden beschouwd. In de Omgevingswet is aangeven dat het aanwijzen van een voorschriftengebied verplicht is in het omgevingsplan voor zeer kwetsbare gebouwen en locaties binnen brandaandachtsgebieden.
Zeer kwetsbare gebouwen en locaties die zich in het plangebied bevinden zijn voorzieningen zoals kinderdagverblijven, bassischolen, verzorgingstehuizen enz. Voor het plan is het wenselijk om zeer kwetsbare gebouwen (zoals basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen etc.) toe te laten binnen de aandachtsgebieden, omdat de woonkern van het Vijfde Dorp zich hierin bevindt. Gezinnen willen op korte afstand van hun woningen voorzieningen hebben met betrekking tot scholing en kinderopvang. Dit maakt voor hen een aantrekkelijke leefomgeving. Indien deze voorzieningen buiten de brandaandachtsgebieden van de buisleidingen worden gerealiseerd moeten de gezinnen grotere Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
40/56
afstanden afleggen tussen wonen en de voorzieningen van hun kinderen, wat niet bevorderlijk is voor de leefomgeving. Door het nemen van mitigerende maatregelen aan de bronzijde ( bijvoorbeeld isoleren van de leidingstrook en solide leidingen) neemt de faalkans voor het falen van leidingen, als gevolg van graafwerkzaamheden, sterk af. Vanwege deze maatregel is het te beargumenteren dat ‘zeer kwetsbare gebouwen’ mogelijk zijn binnen het brandaandachtsgebied van hoge druk aardgasleidingen, maar wel buiten de 100% letaliteitscontour, met toepassing van gelijkwaardigheid (wel voorschriftengebied, maar geen verplichte bouwkundige maatregelen). Immers het risico is al dermate klein en daarbij hebben extra (bouwkundige) maatregelen grote invloed op de uitvoering van de gebouwen. Verder vindt er een landelijke discussie plaats over ‘realistische aandachtsgebieden’. Zo wordt er nagedacht over het afkappen van de aandachtsgebieden op PR 10-8 bij in ieder geval de brandaandachtsgebieden van hoge druk aardgasleidingen. Dit zou betekenen dat de huidige aandachtsgebieden kleiner worden, waardoor er mogelijk wel rekening gehouden kan worden om de zeer kwetsbare gebouwen buiten de aandachtsgebieden te houden.
Mitigerende maatregelen omgevingsveiligheid Om de effecten van omgevingsveiligheid van het basisalternatief te kunnen mitigeren, kan men denken aan de volgende maatregelen: • Graven mag uitsluitend plaatsvinden onder actief toezicht van Gasunie. • Bij de toegangen van de leidingzone en solidaire leidingen wordt met bebording gewezen op de verboden. • De leidingstrook heeft nu nagenoeg geen beplanting. Eventuele nieuwe beplanting moet voldoen aan eisen van Gasunie. • Uitsluiten van zeer kwetsbare gebouwen en locaties op de industrieterreinen Doelwijk II en Gouwepark II. • Zeer kwetsbare gebouwen en locaties verplaatsen buiten de 100% letaliteitscontour van hoge druk aardgasleidingen en gelijkwaardigheid toepassen (wel voorschriftengebied toewijzen, maar aanvullende bouwkundige maatregelen niet noodzakelijk om gelijkwaardigheid aan te tonen). • (Zeer) kwetsbare gebouwen en locaties mogen niet binnen een plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 vallen. Beperkt kwetsbare gebouwen mogen in eerste instantie niet binnen een PR 10-6 contour vallen; het is aan de gemeente om hierover een afweging te maken om dit alsnog toe te staan. • De gemeente maakt een afweging of zij een voorschriftengebied willen aanwijzen binnen een brand- of explosieaandachtsgebied voor kwetsbare en/ of beperkt kwetsbare gebouwen.
4.7.3
Effectbeschrijving alternatieven onder Omgevingswet
De onderzochte alternatieven zullen zich, net als bij plaatsgebonden risico en groepsrisico, niet veel van elkaar onderscheiden als het gaat om plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden onder de Omgevingswet.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
41/56
Alleen voor het alternatief ‘circulair/ duurzame energie’ is een maatregel die van invloed kan zijn op de omgevingsveiligheid: • Houtbouw; o Gekozen is om houtbouw op te nemen, als biobased circulair alternatief met mede als voordeel dat er veel lichter gebouwd kan worden met minder fundering, minder transporten en minder overlast. Alternatief circulair/ duurzame energie: Houtbouw woningen Het toepassen van houten woningen (houtskeletbouw met stenen buitenzijde of volledig hout) wordt als een optie gezien bij het bouwen in plangebied. In een brandaandachtsgebied gaat het om de bescherming tegen brand van buiten naar binnen in de woning. Hierbij is de bescherming aan de buitenzijde bepalend. Als de buitenzijde met hout wordt afgewerkt, dan is woning gevoeliger voor een externe brand dan een ‘standaard’ stenen woning. Een houten gevel kan zonder behandeling echter goed voldoen aan de brandwerendheidseisen van (afhankelijk van de hoogte en oppervlak gevel) 30 tot 60 minuten. Houten gevelbekleding kan verbeterd brandwerend worden uitgevoerd door het hout een speciale brandwerende behandeling te geven. Soms moet deze behandeling na verloop van tijd herhaald worden. Houten gevelbekleding is als zodanig veelal een duurdere en meer onderhoudsgevoelige bouwkundige optie.
Opgemerkt wordt dat de certificering van de brandwerendheid is gebaseerd op een lagere brandkromme dan de koolwaterstofbrandkromme die bij een brandende hogedruk aardgastransportleiding van toepassing is. Toepassing van een stenen buitengevel biedt onder die omstandigheden een betere bescherming dan houtbouw. Ondanks dat houtbouw gevoeliger is voor een externe brand dan traditionele stenen woningen, is het toch mogelijk om houtbouw toe te passen in het plangebied. De kans op een incident bij een hogedruk aardgastransportleiding is zeer klein en kan nog aanzienlijk gereduceerd worden door de geadviseerde maatregelen die in paragraaf 4.7.1 zijn benoemd. Het alternatief Circulair duurzame energie leidt niet tot het verhogen van de effectenbeoordeling plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden ten opzichte van het basisalternatief.
4.7.4
Conclusie doorkijk Omgevingswet
Plaatsgebonden risico Het criterium plaatsgebonden risico wijzigt niet door de Omgevingswet en blijft gelijk aan de huidige wetgeving. Het plaatsgebonden risico voor het transport over weg, spoor en buisleiding van het basisalternatief overschrijdt de grenswaarde niet. Ook levert het basisalternatief geen nieuwe beperkt kwetsbare gebouwen binnen het plaatsgebonden risicocontour. Dit geldt ook voor de bestaande milieubelastende activiteiten. Voor de toekomstige risicovolle inrichtingen op de bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II zal het plaatsgebonden risico niet over bestaande woningen of het toekomstige Vijfde Dorp vallen. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
42/56
Op de bedrijventerreinen mag het plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 contour van nieuwe milieu belastende activiteiten niet buiten de eigen inrichtingsgrens vallen. Hierdoor wordt voorkomen dat beperkts kwetsbare gebouwen hierbinnen vallen. (Zeer) kwetsbare gebouwen worden al niet toegestaan binnen PR 10-6 door de Omgevingswet. Dit betekent dat de beoordelingscriteria voor het plaatsgebonden risico uitkomt op ‘0‘. Aandachtsgebieden Binnen de aandachtgebieden van de buisleidingen komt een groot aantal woningen (kwetsbare gebouwen, 8.000 stuks) en een groot aantal voorzieningen (beperkt kwetsbaar gebouwen en mogelijk ook (zeer) kwetsbare gebouwen zoals basisscholen en kinderdagverblijven). Er wordt rekening gehouden met de gebouwdichtheden langs de buisleidingen (lagere dichtheden langs de buisleidingen en hogere dichtheden verder weg van de buisleidingen). Binnen de brandaandachtsgebieden van de buisleidingen worden zeer kwetsbare gebouwen afgeraden, echter dit is (nog) niet uitgesloten in het basisalternatief. Daarom kunnen zeer kwetsbare gebouwen ook binnen de brandaandachtsgebieden van de buisleidingen gerealiseerd worden. Vanuit de Omgevingswet is het verplicht om voorschriftengebieden op te nemen voor zeer kwetsbare gebouwen binnen aandachtsgebieden.
Echter, indien mitigerende maatregelen aan de bronzijde (onder andere isoleren van de leidingen) worden genomen, wordt het grootste faalrisico, namelijk graven, weggenomen. Het is een afweging van de gemeente of zij deze mitigerende maatregelen met risicoreducties voldoende vinden om zeer kwetsbare gebouwen alsnog binnen de brandaandachtsgebieden, maar wel buiten de 100% letaliteit van hogedruk aardgasleidingen, toe te laten, zonder het treffen van aanvullende bouwkundige maatregelen. Verder vindt er een landelijke discussie plaats om de aandachtgebieden af te kappen op PR 10-8, in ieder geval voor de hoge druk aardgasleidingen, waardoor de aandachtsgebieden kleiner worden. Het basisalternatief, zonder mitigerende maatregelen, zorgt voor een grote toename van (beperkt) kwetsbare gebouwen en zeer kwetsbare gebouwen binnen het brandaandachtsgebied, wat leidt tot een zeer negatieve beoordeling ‘- -‘. Binnen de aandachtsgebieden van het spoor, de weg en toekomstige milieubelastende activiteiten kunnen zowel beperkt kwetsbare gebouwen als kwetsbare gebouwen (zoals kantoren met bvo >1500 m2) gevestigd worden. Het is aan de gemeente of zij hiervoor aanvullende (bouwkundig) maatregelen willen treffen (voorschriftengebied) binnen de brand- en explosieaandachtsgebieden om personen in deze gebieden te beschermen.
Om een verplichte voorschriftengebied te voorkomen wordt aangeraden om zeer kwetsbare gebouwen zoals basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen of verblijven met lichamelijke of geestelijke beperking op Doelwijk II en Gouwepark II uit te sluiten. Buiten de aandachtsgebieden zijn geen aanvullende voorschriften nodig. Doordat de kans zeer klein is dat zeer kwetsbare gebouwen op de industrieterreinen worden gerealiseerd, maar omdat deze nog niet zijn uitgesloten op die locaties, leidt dit tot een negatieve beoordeling ‘-‘. Op basis van de beschreven beoordelingscriteria betekent dit dat de totale beoordeling van de aandachtsgebieden uitkomt op ‘- -‘. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
43/56
Alternatieven De onderzochte alternatieven zullen zich, net als bij plaatsgebonden risico en groepsrisico onder de vigerende wet- en regelgeving, niet van elkaar onderscheiden als het gaat om plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden onder de Omgevingswet. Voor alle alternatieven geldt een beoordeling van ‘- -‘ voor de aandachtsgebieden en een beoordeling van ‘0’ voor het plaatsgebonden risico. Voor de keuze voor het voorkeursalternatief (VKA) zou het toepassen van de Omgevingswet daarom niet leiden tot andere keuzes. Totale effectbeoordeling De totale effectbeoordeling van het basisalternatief onder Omgevingswet is gepresenteerd in onderstaande tabel. Tabel 4-4 Beoordeling basisalternatief – plaats gebonden risico en aandachtsgebieden onder Omgevingswet Criterium Basis zonder Klimaat Duurzame Circulair/ maatregelen robuust mobiliteit energie Plaatsgebonden risico 0 0 0 0 Aandachtsgebieden -----
GroenBlauw 0 --
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
44/56
5. Effectbeoordeling VKA 5.1 Inleiding In voorgaand hoofdstuk zijn de effecten beschreven van de alternatieven die in het MER Middengebied Zuidplaspolder zijn onderzocht. Op basis van de alternatievenvergelijking heeft het College van B&W een Voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld. Het VKA bestaat uit elementen uit alle vier de onderzochte alternatieven. Daarnaast is in de periode na het alternatievenonderzoek nieuwe informatie beschikbaar gekomen die van invloed is op de samenstelling van het VKA. Denk daarbij aan de kamerbrief van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat “Water en bodem sturend” (d.d. 25 november 2022 13) en de aanvullende eisen die aan het convenant klimaatadaptief bouwen zijn toegevoegd. Met de resultaten van het alternatievenonderzoek en de nieuwe informatie heeft het College van B&W op 31 januari 2023 het VKA vastgesteld. De elementen waaruit het VKA bestaat zijn beschreven in hoofdstuk 8 van Bijlage 4 van het MER (Alternatievenbeschrijving). In dit hoofdstuk worden in paragraaf 5.2 de effecten van het VKA beschreven. Paragraaf 5.3 vat de conclusies samen en geeft indien van toepassing aanbevelingen voor het vervolgtraject. Daarbij wordt waar mogelijk ook aangegeven of er nog extra maatregelen getroffen kunnen worden om effecten te voorkomen/beperken. In paragraaf 5.4 wordt beschreven of er nog relevante leemten in kennis zijn.
5.2 Effectbeoordeling VKA De effecten als gevolg van de risicobronnen op de ontwikkelingen van het VKA (voorkeursalternatief) is in dit hoofdstuk nader uitgewerkt.
5.2.1
Criterium Plaatsgebonden risico
Voor het criterium plaatsgebonden risico is voor het beoordelen van de effecten van het VKA gebruik gemaakt van hetzelfde beoordelingskader als beschreven in paragraaf 4.1.
13 In bijlage 4 bij het MER is in hoofdstuk 4 een analyse opgenomen van de manier waarop dit MER
aansluit bij deze brief Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
45/56
Bestaande risicovolle inrichtingen en transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en buisleidingen Het plaatsgebonden risicocontour wijzigt niet als gevolg van het VKA ten opzichte van het basisalternatief. Daarnaast komen er ook geen woningen of beperkt kwetsbare objecten van het VKA binnen deze plaatsgebonden risicocontouren. Daarom gelden de bevindingen voor het plaatsgebonden risicocontour, zoals deze zijn omschreven voor de huidige situatie (zie paragraaf 3.1.1 t/m 3.1.4), ook voor het VKA. Er vindt dus geen toename of afname in de effecten plaats met betrekking tot het plaatsgebonden risico ten opzichte van het basisalternatief. Toekomstige risicovolle inrichtingen op Doelwijk II en Gouwepark II Als gevolg van de bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II nemen de effecten van het VKA niet toe of af voor het plaatsgebonden risico ten opzichte van het basisalternatief (en dus ook niet ten opzichte van de huidige situatie). Uitgangspunt hierbij is dat de gemeentelijke visie voor externe veiligheid14 ook voor het VKA wordt gevolgd. Dat betekent namelijk dat de PR 10-6 contour van risicovolle bedrijven binnen de inrichtingsgrens moet blijven. Op Doelwijk II en Gouwepark II worden in ieder geval woningen, basisscholen, kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen niet toegestaan.
Samenvattend: effectbeoordeling Het plaatsgebonden risicocontour voor het transport over weg, spoor en buisleiding van het VKA overschrijdt de grenswaarde niet. Ook levert het VKA geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen het plaatsgebonden risicocontour van de transportroutes met gevaarlijke stoffen. Dit geldt overigens ook voor de bestaande risicovolle inrichtingen. Voor de toekomstige risicovolle inrichtingen op de bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II zal het plaatsgebonden risico niet over bestaande woningen of het toekomstige Vijfde Dorp vallen. Op de bedrijventerreinen mag het plaatsgebonden risicocontour PR 10 -6 contour niet buiten de inrichtingsgrens vallen, conform de gemeentelijke visie EV. Hierdoor wordt voorkomen dat er kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour vallen. Hierdoor komt de beoordeling voor het plaatsgebonden risico uit op ‘0‘.
5.2.2
Criterium Groepsrisico
Voor het criterium groepsrisico is voor het beoordelen van de effecten van het VKA gebruik gemaakt van hetzelfde beoordelingskader als beschreven in paragraaf 4.1. Wel is ten behoeve van de effectbeoordeling een nieuwe QRA uitgevoerd voor de buisleidingen en is de toename van het groepsrisico verantwoord. Bestaande risicovolle inrichtingen Propaantanks De huidige inrichtingen met propaantanks, die in het paarse/rode gebied van het Middengebied liggen, zullen bij het realiseren van het VKA gesaneerd 14 Gemeentelijke Visie Externe Veiligheid d.d. augustus 2022 Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
46/56
worden. Hierdoor verdwijnen de veiligheidscontouren van de propaantanks, waardoor deze geen externe veiligheidsrisico’s hebben op het VKA. LPG-tankstation In de huidige situatie (paragraaf 3.1.1) was al beschreven dat het invloedsgebied van dit LPG tankstation voor een klein deel over het plangebied ligt. Binnen dit deel van het plangebied komen geen (zeer) kwetsbare noch beperkt kwetsbare objecten. Hiermee geeft dit tankstation geen belemmering voor het VKA. Het VKA levert daarom geen bijdrage aan het groepsrisico van dit LPG-tankstation. Toekomstige risicovolle inrichtingen op Doelwijk II en Gouwepark II Het groepsrisico dat door een risicovolle bedrijf kan worden veroorzaakt, zal hoogst waarschijnlijk de 1,0 maal de oriëntatiewaarde niet overschrijden, vanwege de karakter van de toekomstige bedrijven. De te vestigen bedrijven zullen gemiddeld geen hogere personendichtheden met zich meebrengen dan de huidige bedrijventerreinen Gouwepark en Doelwijk. Op basis van de type bedrijfsvoering en de personendichtheden op de bestaande bedrijventerreinen is een personendichtheid aangenomen van 40 personen/ha voor Doelwijk II en 60 personen/ha voor Gouwepark II. Daarnaast ligt de woonkern het Vijfde Dorp op meer dan 200 meter van Doelwijk II en meer dan 950 meter van Gouwepark II.
Alleen bevi-bedrijven waarbij toxische (verbrandings)gassen ontstaan, kunnen deze effectafstanden bereiken. De letale brand- en explosie effecten (LPG) komen in alle waarschijnlijkheid niet voorbij de 200 meter. Om zeker te stellen dat het groepsrisico laag blijft, kan de gemeente overwegen om alleen activiteiten toe te staan waarbij het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Transport over de weg Rijkswegen A20 en A12 Het plangebied ligt binnen de 200 meter zone van zowel de A12 als de A20. Het Vijfde Dorp, waar de woonkern zich bevindt, ligt echter niet binnen deze zone. Ook het bedrijventerrein Doelwijk II ligt te ver van deze 200 meter zone vandaan. Alleen het bedrijventerrein Gouwepark II valt voor een groot deel binnen de 200 meter zone van de A20. De 200 meter zone van de A12 reikt echter niet tot Gouwepark II. Het groepsrisico van de A20 zal ter hoogte van Gouwepark II toenemen als gevolg van de toegenomen personendichtheid. Maar gezien de aard van het bedrijfsterrein (milieucategorie 3 en lager) zal de personendichtheid op circa 60 personen/ha liggen (net zoals op het bestaande bedrijfsterrein Gouwepark).
Met behulp van de vuistregels van het HART 15 is het groepsrisico van Gouwepark II bepaald voor de A20, gebaseerd op de onderstaande gegevens: • 8.847 transporten GF3 • Eenzijdige bebouwing • Ligging plangebied 60 meter van A20 • Personendichtheid 60 personen/ha • Type weg: autosnelweg
15 Handleiding-risicoanalyse-transport-hart-bijlagen Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
47/56
Op basis van de bovenstaande gegevens is het groepsrisico kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De uitwerking van de vuistregel is opgenomen in bijlage 1. Het groepsrisico van de A20 moet beperkt verantwoord worden. De verantwoording is opgenomen in bijlage 2. Provinciale wegen In het VKA loopt de N457 dwars door het bedrijventerrein Doelwijk II. Binnen de 200 meter zone van de N457 kunnen zich aan weerszijde van de weg beperkt kwetsbare objecten vestigen. Het groepsrisico van de N457 zal ter hoogte van Doelwijk II toenemen als gevolg van de toegenomen personendichtheid. Maar gezien de aard van het bedrijfsterrein (milieucategorie 4 en lager) zal de personendichtheid op circa 40 personen per hectare liggen (net zoals op het bestaande bedrijfsterrein Doelwijk). Met behulp van de vuistregels van het HART is het groepsrisico van Doelwijk II bepaald voor de N457, gebaseerd op de onderstaande gegevens: • 750 transporten GF3 • Tweezijdige bebouwing • Ligging plangebied 20 meter van N457 • Personendichtheid 40 personen/ha • Type weg: weg buiten bebouwde kom Op basis van de bovenstaande gegevens is het groepsrisico kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De uitwerking van de vuistregel is opgenomen in bijlage 1. Het groepsrisico van de N457 moet beperkt verantwoord worden. De verantwoording is opgenomen in bijlage 2.
Binnen de 200 meter zone van de N219 liggen geen kwetsbare of beperkte kwetsbare objecten van het VKA. Het Vijfde Dorp ligt er ver buiten. Daarom zal het groepsrisico niet veranderen door het VKA. Ondanks dat het groepsrisico niet wijzigt, moet de N219 echter wel beperkt verantwoord worden. De verantwoording is opgenomen in bijlage 2. Transport over het spoor Alleen over de spoorweg Gouda- Rotterdam worden gevaarlijke stoffen vervoerd en valt daarmee onder het basisnet spoor. Het Vijfde Dorp, waar de woonkern zich bevindt, ligt niet binnen de 200 meter zone van het spoor. Ook het bedrijventerrein Doelwijk II ligt te ver van de 200 meter spoorzone vandaan. Alleen het bedrijventerrein Gouwepark II valt voor een klein deel binnen de 200 meter zone van het spoor. Het groepsrisico van het spoor Gouda-Rotterdam zal ter hoogte van Gouwepark II beperkt toenemen, omdat het plangebied slechts voor een klein gedeelte over het Gouwepark II ligt en de personendichtheid (60 personen/ha) van het bedrijfsterrein relatief normaal is. Met behulp van de vuistregels van het HART is het groepsrisico van Gouwepark II bepaald voor het spoor, gebaseerd op de onderstaande gegevens: • Personendichtheid 60 personen/ ha; • afstand van het spoor tot aan plangebied is circa 90 meter; • aantal vloeistofdichte gassen (A) is 1.440 op dit traject; • bonte treinen, eenzijdige bebouwing.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
48/56
Op basis van de bovenstaande gegevens is het groepsrisico kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De uitwerking van de vuistregel is opgenomen in bijlage 1. Het groepsrisico van het spoor Gouda-Rotterdam moet beperkt verantwoord worden. De verantwoording is opgenomen in bijlage 2. Buisleidingen Figuur 3-5 (paragraaf 3.1.4) laat zien dat nagenoeg het gehele plangebied van het VKA, behalve Gouwepark II, binnen één of meer invloedsgebieden ligt van de buisleidingen. In Figuur 5-1 is met kleuren de bebouwingsdichtheden aangegeven16. In het plangebied is al rekening gehouden met de ruimtelijke verdelingen van bebouwingsdichtheden en het hanteren van lage bebouwingsdichtheden op korte afstand van de leidingstrook. De hoogste bebouwingsdichtheid bedraagt 40 woningen per hectare, en dit vlak ligt verder van de buisleidingen vandaan dan de vlakken met een lagere dichtheid. Door een verdere verschuiving van woningen tot buiten de 100% letaliteitcontour kan een verdere verlaging van het groepsrisico worden gerealiseerd. Hierbij moet opgemerkt worden dat het groepsrisico al relatief laag is en een dergelijke verschuiving invloed heeft op de stedenbouwkundige opzet van het plangebied. Voordat een dergelijke maatregel verder overwogen wordt, moet eerst de stedenbouwkundige impact nader worden beschouwd.
Figuur 5-1 Overzicht personendichtheden plangebied Middengebied Zuidplaspolder
16 Deze verdeling wijkt af van de verdeling zoals gehanteerd in hoofdstuk 4, zie figuur 4-1. De
nieuwe indeling is de meest actuele verdeling ten tijde van het beoordelen van het VKA, gebaseerd op de uitwerking van het stedenbouwkundige plan voor fase 1. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
49/56
Er is een QRA buisleidingen uitgevoerd voor het VKA met het modelleringprogramma CAROLA. Ook zijn er berekeningen gemaakt voor de huidige /autonome situatie. De toename van het groepsrisico als gevolg van het VKA wordt hiermee inzichtelijk gemaakt. De uitgangpunten en de resultaten van beide situaties zijn opgenomen in bijlage 1. Uit de QRA van het VKA is gebleken dat het hoogste groepsrisico is berekend bij de gasleiding A-553 daarna volgen gasleiding A-803 en W-521-01. Het groepsrisico bedraagt 0,443, 0,159 respectievelijk 0,153, maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt met meer dan 10% toe voor deze buisleidingen ten opzichte van de huidige/autonome situatie. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt echter niet overschreden. Vanwege toename van meer dan 10%, moet het groepsrisico van de gasleidingen A-553, A-803 en W-521-01 volledig verantwoord worden. Daarbij kunnen in de toekomst ook nieuwe buisleidingen met andere gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld waterstof of toxische stoffen) gerealiseerd worden. Vooral de leidingen met toxische stoffen leveren een groter invloedsgebied op, waardoor het groepsrisico zal toenemen. De verantwoording voor de buisleidingen is opgenomen in bijlage 2. Het groepsrisico kan verlaagd worden door mitigerende maatregelen. Onderstaand is een opsomming gegeven.
Mitigerende maatregelen buisleidingen De belangrijkste faalkans bij een ondergrondse buisleiding is graafschade. De mitigerende maatregelen om de faalkans van de leidingstrook te verkleinen zijn: • Graven mag uitsluitend plaatsvinden onder actief toezicht van Gasunie. • Bij de toegangen van de leidingzone wordt met bebording gewezen op de verboden. • De leidingstrook heeft nu nagenoeg geen beplanting. Eventuele nieuwe beplanting moet voldoen aan eisen van Gasunie. Naast de leidingstrook liggen nog een aantal solitaire hogedruk aardgasleidingen en één DPO leiding binnen het VKA. Deze leidingen hebben, ten opzichte van de leidingen in de leidingstrook, een beperkte diameter en een kleiner invloedsgebied. Een vanuit de wet verplichte basismaatregel is het hanteren van een belemmeringenstrook van maximaal 5 meter breedte aan weerszijde langs de leidingen. Daarnaast kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: • Graven nabij de hogedruk aardgastransportleidingen uitsluitend onder actief toezicht van Gasunie. • In afstemming met Gasunie boven de leidingen kunststoffen signaleringsplaten aanbrengen. • Ten aanzien van de DPO leiding kunnen maatregelen de bovenstaande maatregelen ook worden toegepast. Doordat de hogedruk aardgasleidingen worden geïsoleerd is de kans op falen door graafwerkzaamheden aanzienlijk verkleind, waardoor de toename van het groepsrisico kleiner wordt.
In bijlage 2 is de volledige verantwoording van het groepsrisico van de buisleidingen opgenomen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
50/56
Afblaaspunten Gasunie Bij het realiseren van het plangebied, zullen de afsluiters aan de Zuidelijke Dwarsweg (afblaaspunten S-556) worden aangepast tot een afsluitergroep. Door deze aanpassing17 wordt de veiligheidscontour aanzienlijk verkleind van 129 meter naar circa 29 meter. Deze aangepaste afstand valt binnen de grenzen van de Structuurvisie Buisleidingen van totaal 70 meter breed. De aangepaste afsluiters hebben daarom geen nadelige gevolgen meer voor de ontwikkelingen in het Middengebied Zuidplaspolder. Indien de afsluitergroep niet wordt gerealiseerd, blijft de veiligheidscontour van 129 meter rondom de afsluiters van S-556 bestaan. Dit contour reikt over het Vijfde Dorp en geeft nadelige gevolgen voor de ontwikkelingen van het plangebied. Daarom dienen de afblaaspunten S-556 te worden aangepast naar een afsluitergroep. Samenvattend: effectbeoordeling Het groepsrisico voor de risicovolle bedrijven en het transport over weg en spoor is voor het basisalternatief kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, wat een laag risico is. Voor de buisleiding is het groepsrisico groter dan 0,1, namelijk maximaal 0,44 maal de oriëntatiewaarde. Door het nemen van mitigerende maatregelen zal de toename van het groepsrisico beperkt kunnen worden.
Op basis van de beoordelingscriteria betekent dit dat de totale beoordeling van het groepsrisico op ‘-‘ uitkomt zonder mitigerende maatregelen en op ‘0/-’ met mitigerende maatregelen.
5.2.3
Overige aspecten met veiligheid risico’s
Opwekking elektriciteit middels zonnepanelen Nieuw in het VKA is de realisatie van circa 25 ha zonnepanelen in het gebied tussen de nieuw te realiseren bedrijventerreinen (het zogenoemde ‘visje’). Dit is aanvullend op de circa 35 ha zonnepanelen die in het Energielandschap worden gerealiseerd. Zonnepanelen zijn geen risicobronnen in het kader externe veiligheid en hebben daarom geen plaatsgebonden risicocontour noch een groepsrisico. Een zonnepaneel is gemaakt van niet brandgevoelige materialen zoals aluminium, glas en silicium. Het grootste risico van een zonnepaneel is dat de aansluitingen/connectoren in brand kunnen raken door bijvoorbeeld kortsluitingen. Hierdoor kan een zonnepaneel in brand raken en de groenvoorzieningen rondom het zonnepaneel. De ontstane brand zal echter niet leiden tot een domino-effect naar de naastgelegen nieuwe te ontwikkelen bedrijventerreinen. Daarvoor is de vuurlast te laag (te weinig brandbaar materiaal aanwezig) en de afstanden naar de bedrijventerreinen te groot. Opslag energie in batterijen In het VKA kan opslag van energie plaatsvinden door middel van waterstof of batterijopslag. Batterijen kennen een zeer beperkte veiligheidscontour, waardoor deze op centrale plekken (bijvoorbeeld mobiliteitshubs goed zijn in te passen zonder effect op het groepsrisico.
Voor opslag van energie in de vorm van waterstof is 17Bron: brief Gasunie kenmerk OOW 22.0125 verplaatsing afblaaspunten Middengebied, d.d. 21-
01-2022 Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
51/56
op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de omvang van het groepsrisico. Daarvoor moet eerst meer bekend zijn over de omvang van de waterstofopslag (inhoud en druk) en de locatie van de opslag. In geval van een ongeval ontstaat overdruk en warmtestraling. Dit kan – afhankelijk van omvang van de waterstofopslag, omvang van het ongeval en de locatie – tot een afstand van circa 30 tot 60 meter leiden tot slachtoffers (bron: Scenarioboek EV). Uitgangspunt voor de beoordeling van het groepsrisico is dat dit, indien de gemeente opslag van energie in de vorm van waterstof wil toepassen, inpasbaar is in het VKA zonder dat het groepsrisico boven de 0,1 maal de oriëntatiewaarde komt.
5.3 Conclusies, aanbevelingen en maatregelen 5.3.1
Conclusies
Klimaat robuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/ energie
Groen-Blauw
Plaatsgebonden risico Groepsrisico
Basis zonder maatregelen
Criterium
Voorkeursalternatief (VKA) zonder maatregelen)
Tabel 5-1 Beoordeling VKA, afgezet tegen de beoordeling van alternatieven in hoofdstuk 4.5 Externe veiligheid
0 -
0 -
0 -
0 -
0 -
0 -
Plaatsgebonden risico Het VKA leidt niet tot effecten met betrekking tot het plaatsgebonden risico van de diverse risicobronnen. Het plaatsgebonden risicocontour voor het transport over weg, spoor en buisleiding van het VKA overschrijdt de grenswaarde niet. Ook levert het VKA geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen het plaatsgebonden risicocontour van de transportroutes met gevaarlijke stoffen. Op de bedrijventerreinen mag de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 van (Bevi-)bedrijven niet buiten de inrichtingsgrens vallen, conform de gemeentelijke visie EV. Hierdoor wordt voorkomen dat er kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour vallen. Groepsrisico Het VKA leidt tot een negatief effect op het groepsrisico. Dit effect ontstaat met name door het realiseren van het Vijfde Dorp nabij de buisleidingen. Door het nemen van mitigerende maatregelen zal de toename van het groepsrisico beperkt kunnen worden en is deze in de uitgevoerde verantwoording (zie bijlage 2) acceptabel bevonden. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
52/56
5.3.2
Maatregelen
Om de effecten van externe veiligheid van het VKA te kunnen mitigeren, kan men denken aan de volgende maatregelen: Groepsrisico • Graven mag uitsluitend plaatsvinden onder actief toezicht van Gasunie. • Bij de toegangen van de leidingzone en solidaire leidingen wordt met bebording gewezen op de verboden. • De leidingstrook heeft nu nagenoeg geen beplanting. Eventuele nieuwe beplanting moet voldoen aan eisen van Gasunie. • Uitsluiten van woningen, basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen, verblijven met lichamelijke of geestelijke beperking etc. op de industrieterreinen Doelwijk II en Gouwepark II. • Het groepsrisico veroorzaakt door risicovolle (Bevi-)bedrijven op de bedrijventerreinen niet meer dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde bedragen. •
5.4 Leemten in kennis Er zijn voor de aspecten plaatsgebonden risico en groepsrisico geen belangrijke leemten in kennis en/of informatie die een goede besluitvorming over het bestemmingsplan in de weg staan. De komst van de Omgevingswet leidt er toe dat er wat verandert op het gebied van externe veiligheid. Hier wordt in 5.4.1 kort op ingegaan.
5.4.1
Omgevingswet
De effecten van het thema externe veiligheid zijn beoordeeld op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vanuit de huidige wetgeving. Onder de Omgevingswet zal de invulling van het criterium groepsrisico echter veranderen. Er wordt dan gesproken over brand-, explosie-, en gifwolkaandachtsgebieden. Het criterium plaatsgebonden risico blijft onveranderd in de nieuwe wetgeving. Zie kader 4.7 in paragraaf 4.7 voor een toelichting hierop. De brand- en explosieaandachtsgebieden leiden mogelijk tot aanvullende maatregelen voor het VKA. Gifwolkaandachtsgebied levert, in tegenstelling tot brand- en explosieaandachtsgebied, weinig tot geen aanvullende grote bouwkundige maatregelen en/of grote wijzigingen voor het stedenbouwkundige plan op. Daarom is gifwolkaandachtsgebied niet meegenomen. Aandachtsgebieden Binnen de aandachtgebieden van de buisleidingen komt een groot aantal woningen (kwetsbare gebouwen, 8.000 stuks) en een groot aantal voorzieningen (beperkt kwetsbaar gebouwen en mogelijk ook (zeer) kwetsbare gebouwen zoals basisscholen en kinderdagverblijven). Er wordt rekening gehouden met de gebouwdichtheden langs de buisleidingen (lagere dichtheden langs de buisleidingen en hogere dichtheden verder weg van de buisleidingen). Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
53/56
Binnen de brandaandachtsgebieden van de buisleidingen worden zeer kwetsbare gebouwen afgeraden, echter dit is (nog) niet uitgesloten in het VKA. Daarom kunnen zeer kwetsbare gebouwen ook binnen de brandaandachtsgebieden van de buisleidingen gerealiseerd worden. Vanuit de Omgevingswet is het verplicht om voorschriftengebieden op te nemen voor zeer kwetsbare gebouwen binnen aandachtsgebieden. Echter, indien mitigerende maatregelen aan de bronzijde (onder andere isoleren van de leidingen) worden genomen, wordt het grootste faalrisico, namelijk graven, weggenomen. Het is een afweging van de gemeente of zij deze mitigerende maatregelen met risicoreducties voldoende vinden om zeer kwetsbare gebouwen alsnog binnen de brandaandachtsgebieden, maar wel buiten de 100% letaliteit van hogedruk aardgasleidingen, toe te laten, zonder het treffen van aanvullende bouwkundige maatregelen. Verder vindt er een landelijke discussie plaats om de aandachtgebieden af te kappen op PR 10-8, in ieder geval voor de hoge druk aardgasleidingen, waardoor de aandachtsgebieden kleiner worden. Binnen de aandachtsgebieden van het spoor, de weg en toekomstige milieubelastende activiteiten kunnen zowel beperkt kwetsbare gebouwen als kwetsbare gebouwen (zoals kantoren met bvo >1500 m2) gevestigd worden.
Het is aan de gemeente of zij hiervoor aanvullende (bouwkundig) maatregelen willen treffen (voorschriftengebied) binnen de brand- en explosieaandachtsgebieden om personen in deze gebieden te beschermen. Om een verplichte voorschriftengebied te voorkomen wordt aangeraden om zeer kwetsbare gebouwen zoals basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen of verblijven met lichamelijke of geestelijke beperking op Doelwijk II en Gouwepark II uit te sluiten. Buiten de aandachtsgebieden zijn geen aanvullende voorschriften nodig. De aandachtspunten die er nog zijn voor de brand- en explosieaandachtsgebieden onder de omgevingswet zijn: • Graven mag uitsluitend plaatsvinden onder actief toezicht van Gasunie. • Bij de toegangen van de leidingzone en solidaire leidingen wordt met bebording gewezen op de verboden. • De leidingstrook heeft nu nagenoeg geen beplanting. Eventuele nieuwe beplanting moet voldoen aan eisen van Gasunie. • Uitsluiten van zeer kwetsbare gebouwen en locaties op de industrieterreinen Doelwijk II en Gouwepark II. • Zeer kwetsbare gebouwen en locaties verplaatsen buiten de 100% letaliteitscontour van hoge druk aardgasleidingen en gelijkwaardigheid toepassen (wel voorschriftengebied toewijzen, maar aanvullende bouwkundige maatregelen niet noodzakelijk om gelijkwaardigheid aan te tonen).