CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Bijlage 5 MER Deelrapport Externe veiligheid A24.001857

Gemeenteraad 11 februari 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv gewijzigd vaststellen CHW bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 226.355 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Middengebied Zuidplaspolder Deelrapport Externe veiligheid bij het milieueffectrapport

Sweco Nederland B.V. Onderwerp: Projectnummer:

Handelsregister 30129769 Middengebied Zuidplaspolder 51007971

Klant: Versie:

Gemeente Zuidplas D0.0

Datum: Auteur: Documentnummer

07-07-2023 Hoi-Yee Man 51007971

Gecontroleerd door:

Rik Zegers

Vrijgegeven door:

Richard van den Brink

2/56

Inhoudsopgave

1.

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................... 5 1.1.1 Bestemmingsplan en milieueffectrapportage Middengebied ................. 5 1.1.2 Doel voorliggend rapport ....................................................................... 6 1.2 Leeswijzer ........................................................................................................... 7

2.

Uitgangspunten ............................................................................................................. 9 2.1 Studiegebied ....................................................................................................... 9 2.2 Aannames en uitgangspunten .......................................................................... 10 2.3 Kaders vanuit wetgeving, beleid en richtlijnen .................................................. 11 2.3.1 Huidige wet externe veiligheid ............................................................. 12 2.3.2 Omgevingswet ..................................................................................... 12 2.3.3 Gemeentelijke visie externe veiligheid ................................................ 12 2.4 Beoordelingskader en ingreep-effectrelaties .................................................... 14

3.

Referentiesituatie......................................................................................................... 15 3.1 Huidige situatie .................................................................................................. 15 3.1.1 Risicovolle inrichtingen ........................................................................ 18 3.1.2 Transport over de weg ......................................................................... 19 3.1.3 Transport over het spoor ..................................................................... 19 3.1.4 Transport door buisleidingen ............................................................... 20 3.1.5 Afblaaspunten hogedrukaardgasleidingen Gasunie ............................ 21 3.2 Autonome ontwikkeling ..................................................................................... 21 3.2.1 Plaatsgebonden risico ......................................................................... 22 3.2.2 Risicovolle bedrijven ............................................................................ 23 3.2.3 Transport over weg en spoor ............................................................... 23 3.2.4 Buisleidingen........................................................................................ 23

4.

Effectenbeoordeling alternatieven ............................................................................... 25 4.1 Wijze van beoordeling ....................................................................................... 25 4.2 Beschrijving belangrijkste kenmerken basisalternatief ..................................... 26 4.2.1 Wonen .................................................................................................. 26 4.2.2 Werken ................................................................................................. 26 4.3 Effecten basisalternatief .................................................................................... 29 4.3.1 Criterium Plaatsgebonden risico .......................................................... 29 4.3.2 Criterium Groepsrisico ......................................................................... 30 4.4 Mitigerende maatregelen .................................................................................. 34 4.5 Effecten Alternatieven ....................................................................................... 34

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: sweco.projectId Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

Document referentie: \\sweco.se\nl\ams01\project\5305\51007971_zuidplaspolder_mer_bestemmingsplan\02_project\b_uitgaande documenten\a5 - oplevering juli 2023\deelrapporten mer\mer middengebied zuidplaspolder - deelrapport externe veiligheid d0.0.docx

3/56

4.6 4.7

5.

4.5.1 Alternatief: klimaat robuust .................................................................. 34 4.5.2 Alternatief: Duurzame Mobiliteit ........................................................... 35 4.5.3 Alternatief: Circulair / duurzame energie ............................................. 35 4.5.4 Alternatief Groen-blauw raamwerk ...................................................... 36 Conclusie en aanbevelingen voor VKA ............................................................. 36 Doorkijk naar de Omgevingswet ....................................................................... 36 4.7.1 Wijze van beoordeling ......................................................................... 37 4.7.2 Effectbeschrijving basisalternatief onder Omgevingswet .................... 38 4.7.3 Effectbeschrijving alternatieven onder Omgevingswet ........................ 41 4.7.4 Conclusie doorkijk Omgevingswet ....................................................... 42

Effectbeoordeling VKA ................................................................................................ 45 5.1 Inleiding ............................................................................................................. 45 5.2 Effectbeoordeling VKA ...................................................................................... 45 5.2.1 Criterium Plaatsgebonden risico .......................................................... 45 5.2.2 Criterium Groepsrisico ......................................................................... 46 5.2.3 Overige aspecten met veiligheid risico’s ............................................. 51 5.3 Conclusies, aanbevelingen en maatregelen ..................................................... 52 5.3.1 Conclusies ........................................................................................... 52 5.3.2 Maatregelen ......................................................................................... 53 5.4 Leemten in kennis ............................................................................................. 53 5.4.1 Omgevingswet ..................................................................................... 53

Bijlagen Bijlage 1: QRA Externe veiligheid Middengebied Zuidplas Bijlage 2: Verantwoording groepsrisico bij het bestemmingsplan

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: sweco.projectId Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

Document referentie: \\sweco.se\nl\ams01\project\5305\51007971_zuidplaspolder_mer_bestemmingsplan\02_project\b_uitgaande documenten\a5 - oplevering juli 2023\deelrapporten mer\mer middengebied zuidplaspolder - deelrapport externe veiligheid d0.0.docx

4/56

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.1.1

Bestemmingsplan en milieueffectrapportage Middengebied

De gemeente Zuidplas werkt aan de ontwikkeling van het Middengebied Zuidplaspolder. Het gaat om een integrale gebiedsontwikkeling waarin ruimte wordt geboden aan woningen, bedrijvigheid, (maatschappelijke) voorzieningen, infrastructuur en natuur. De kern van de ontwikkeling wordt gevormd door de realisatie van een nieuw dorp van 8.000 woningen. Tevens is een uitbreiding beoogd van de industrieterreinen Doelwijk en Gouwe Park. Het Middengebied ligt in de oksel van de A12 en de A20, tussen de kernen Nieuwerkerk a/d IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1 | Plangebied ontwikkeling Middengebied

Om de ontwikkeling van het Middengebied mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Het bestemmingsplan moet de planologische mogelijkheden bieden voor de ontwikkeling van het Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

5/56

Middengebied. Bij de ontwikkeling van het Middengebied zijn belangrijke (milieu)effecten niet op voorhand uit te sluiten. De gemeente Zuidplas heeft daarom besloten om bij het bestemmingsplan een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren. Als onderdeel van de m.e.r. wordt een Milieueffectrapport (MER) opgesteld.

1.1.2

Doel voorliggend rapport

In het MER worden de effecten van de ontwikkeling van het Middengebied beschreven. Dit gebeurt voor alle relevante thema’s die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving. Een van de thema’s waar in het MER aandacht aan wordt besteed is externe veiligheid. Voorliggend rapport levert de input voor de effectbeschrijving en -beoordeling voor dit thema. Dit rapport heeft in het proces van het MER op twee momenten input geleverd: 1. Een effectanalyse voor vijf alternatieven met als doel input leveren voor het samenstellen van een voorkeursalternatief. 2. Effectanalyse van het voorkeursalternatief. 1. Vijf alternatieven In de eerste stap zijn de effecten onderzocht van vijf alternatieven: • Basisalternatief; • Alternatief ‘maximaal klimaatrobuust’; • Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’; • Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’; • Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’. De alternatieven worden uitgebreid beschreven in Bijlage 4 van het MER (Alternatievenbeschrijving). Het basisalternatief is de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (maart 2021), vastgesteld in de Bestuurlijke Overeenkomst voor de Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (juli 2021) en verder uitgewerkt in het Stedenbouwkundige Casco Middengebied Zuidplaspolder (januari 2022).

Dit basisalternatief bevat uitgangspunten voor het programma van de woningbouw, het bedrijventerrein en de voorzieningen. Verder zijn in het basisalternatief uitgangspunten en ambities beschreven voor de invulling van de thema’s • natuur/groen; • waterhuishouding; • klimaatadaptatie; • mobiliteit; • circulariteit en energie. In het basisalternatief zit als het ware het basis ambitieniveau van de gemeente voor het Middengebied. De vier overige alternatieven kennen in beginsel dezelfde uitgangspunten als het basisalternatief. Per alternatief is daar bovenop voor het betreffende thema een maximaal ambitieniveau uitgewerkt. Bijvoorbeeld: in het alternatief ‘maximaal klimaatrobuust’ is maximaal invulling gegeven aan maatregelen die er toe leiden dat de ontwikkeling van het Middengebied zo klimaatrobuust mogelijk is. Om het effect hiervan goed te kunnen onderscheiden blijven Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

6/56

overige ambities gelijk aan het basisalternatief. En zo is in het alternatief ‘duurzame mobiliteit’ maximaal invulling gegeven aan het thema duurzame mobiliteit. Voorliggend rapport levert input voor de effectanalyse van de vijf alternatieven voor het thema externe veiligheid. Voorkeursalternatief Op basis van de effectanalyse van de vijf alternatieven is in het MER een Voorkeursalternatief (VKA) samengesteld. Dit VKA bestaat uit een combinatie van onderdelen/maatregelen uit de verschillende alternatieven. Daarnaast zijn ook zaken meegenomen die niet in het MER zijn meegenomen, maar wel van belang zijn in de keuzevorming. Denk bijvoorbeeld aan zaken als economische haalbaarheid, technische uitvoerbaarheid, risico’s, etc. De elementen waaruit het VKA bestaat zijn beschreven in Bijlage 4 van het MER (Alternatievenbeschrijving). Voor dit VKA is vervolgens gekeken of dit leidt tot andere effecten dan reeds in beeld gebracht bij de vijf bovengenoemde alternatieven. In voorliggend rapport worden de effecten van het VKA beschreven voor het thema externe veiligheid.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten beschreven die zijn gehanteerd bij het onderzoek. Er wordt onder meer ingegaan op het studiegebied, de relevante kaders vanuit wet- en regelgeving en beleid, het beoordelingskader en de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd. De effecten van de planontwikkeling worden onderzocht ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie, eventueel aangevuld met de autonome ontwikkelingen. Een beschrijving van de voor voorliggend onderzoek relevante referentiesituatie is opgenomen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de effecten van de vijf alternatieven beschreven. In dat hoofdstuk wordt eerst stil gestaan bij de beoordelingscriteria die worden gehanteerd. Vervolgens wordt per criterium de effecten beschreven en beoordeeld. Het hoofdstuk eindigt met een samenvatting en een conclusie van de effecten en de onderscheidende verschillen tussen de alternatieven. In hoofdstuk 5 is in beeld gebracht wat de effecten zijn van het voorgestane voorkeursalternatief. Daarbij wordt ook aangegeven of er op dit moment nog sprake is van leemten in kennis. Tot slot bevat hoofdstuk 6 discussiepunten en aanbevelingen naar aanleiding van dit onderzoek.

MER herziening omgevingsbeleid Provincie Zuid-Holland Op het moment van opstellen van het MER voor het Middengebied is de provincie ZuidHolland bezig met een herziening van haar beleid, zodat de ontwikkeling van het Middengebied zoals opgenomen in de overeenkomst van 1 juni 2021 hier binnen past. De herziening moet eind 2022 worden vastgesteld. Voor de Herziening is begin 2022 een provinciaal MER opgesteld (MER Herziening provinciaal omgevingsbeleid, Witteveen+Bos, maart 2022). In juli 2022 is een aanvulling opgesteld naar aanleiding Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

7/56

van het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. Bij het MER voor het Middengebied is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de resultaten van dit provinciaal MER. Daaruit beschikbare informatie is ook meegenomen in voorliggend deelrapport.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

8/56

2. Uitgangspunten 2.1 Studiegebied In het MER is het te onderzoeken gebied aangeduid met twee termen: het plangebied en het studiegebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied ligt in de oksel van de A12 en de A20, tussen de kernen Nieuwerkerk a/d IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de het bedrijventerrein Doelwijk, de A12 en spoorweg Gouda - Rotterdam. De oostzijde van het plangebied wordt grotendeels begrens door de A20. De zuid- en westzijde wordt begrensd door de N219, zie figuur 1.1 (wit omlijnde gebied). Naast het plangebied is er het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen mogelijk merkbaar zijn, het zogenaamde studiegebied. Het studiegebied omvat dus het plangebied en een gebied waar de verschillende omgevingseffecten duidelijk merkbaar zijn. Voor de externe veiligheid beslaat het studiegebied een iets ruimer gebied dan het plangebied. Dit komt doordat de veiligheidscontouren over de grens van het plangebied reiken.

Figuur 2-1 | Risicobronnen rondom het Middengebied Zuidplaspolder Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

9/56

De relevante risicobronnen voor het Middengebied zijn: • Risicovolle inrichtingen. o Propaantanks o LPG-tankstation • Rijkswegen A20 en A12. • Provinciale wegen N457 (Moordrechtboog) en N219. • Het spoor Rotterdam – Gouda. • Diverse buisleidingen.

2.2 Aannames en uitgangspunten Voor dit onderzoek hanteren wij de volgende uitgangspunten: Onderzoeken: in twee fases Het onderzoek voor het MER wordt in twee fases gedaan. In de eerste fase wordt voor de beoordelen van de effecten van het basisalternatief en het vergelijken van de effecten van de vier overige alternatieven geen (nieuwe) kwantitatieve risico analyses (QRA) uitgevoerd. De effecten worden kwalitatief beoordeeld op basis van beschikbare informatie. Zo is voor de buisleidingen door ODMH in 2020 een QRA uitgevoerd. Deze QRA omhelst niet het huidige plangebied, maar komt in overgrote lijnen overeen. Het gehanteerde plangebied bevat aan de zuidkant van het Middengebied ook woningen, naast de woonkern het Vijfde Dorp. Het voorgenomen plangebied heeft echter geen woningen aan de zuidkant, ter hoogte van N219, maar heeft ten noordoosten twee bedrijfsterreinen, Gouwepark II en Doelwijk II, die zich rondom de uitvalswegen van A20 en A12 bevinden. Deze bedrijfsterreinen vallen echter buiten de effecten van de buisleidingen, waardoor het berekende groepsrisico representatief is voor de voorgenomen planontwikkeling. Het berekende groepsrisico geeft zelfs een hoger groepsrisico weer vanwege de extra woningen aan de N219.

In de tweede fase wordt voor het uiteindelijk gekozen voorkeursalternatief (VKA) wél een berekening uitgevoerd om het groepsrisico voor de relevante risicobronnen te bepalen. Deze berekening is direct ook input voor het op te stellen omgevingsplan. Criteria effectbeoordeling In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) dat in de zomer van 2021 voor het MER is opgesteld was aangegeven dat in het MER onderzoek gedaan zou worden naar ‘Omgevingsveiligheid’, waarbij de criteria ‘Groepsrisico’ en ‘Aandachtsgebieden’ onderzocht zouden worden. Dit zijn echter criteria die deels gebaseerd zijn op de huidige, vigerende wet- en regelgeving (Groepsrisico) en deels op de toekomstige wet- en regelgeving (Omgevingswet - Aandachtsgebieden). Omdat dit veel vragen opriep, is er voor gekozen om het onderzoek van fase 1 (effectbeoordeling van de vijf alternatieven) uit te voeren op basis van de huidige vigerende wet- en regelgeving (Groepsrisico). Daarom is gekozen voor de criteria ‘Plaatsgebonden risico’ en ‘Groepsrisico’ onder het thema ‘Externe veiligheid’. Omdat de Omgevingswet op 1-1-2024 in werking zal treden, is in een aparte paragraaf (4.7) ook ingegaan op wat de nieuwe regelgeving onder die wet zou betekenen voor de conclusies die zijn getrokken.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

10/56

Personendichtheden Voor de voorgenomen ontwikkeling is aangenomen dat het maximale bebouwingsdichtheid in het Vijfde Dorp 40 woningen per hectare is, wat overeenkomt met 85 personen per hectare. Verder wordt op korte afstand van de leidingstrook lagere bebouwingsdichtheid gehanteerd. Voor de bedrijventerreinen Gouwepark II en Doelwijk II is een personendichtheid van 60 pers/ha respectievelijk 40 pers/ha aangehouden, gebaseerd op de type bedrijven en personendichtheden van de bestaande industrieterreinen Gouwepark en Doelwijk. Isoleren leidingstrook Door de leidingstrook uit te voeren als een geïsoleerd gebied dat (nagenoeg niet) voor derden toegankelijk is, wordt de faalkans van graafschade beperkt. Verdere isolatie valt te bereiken door een extra watergang aan de andere langszijde te realiseren (dus leidingstrook aan beide zijden afgesloten door watergangen). Waar de leidingstraat doorkruist wordt door verkeersinfra, kunnen afsluitingen gerealiseerd worden die alleen toegang geven voor extensieve recreatie. Zwaarder materieel kan alleen toegang krijgen indien een sleutel is verstrekt door de gemeente / de leidingstraatbeheerder. Voor de solistische leidingen, die niet in de leidingstrook liggen, worden belemmeringsstroken van 4 -5 meter aan weerszijde van de leidingstrook aangehouden, waarbij niet gebouwd mag worden.

Afblaaspunt In het plangebied is een drietal gasafblaaspunten aanwezig (zie verder paragraaf 3.1.5). Uitgangspunt is dat afblaaspunt S-556 in het kader van het basisalternatief vervangen wordt door een afsluitergroep. Dit zorgt er voor dat de veiligheidszone van dit afblaaspunt verkleind wordt van 129 meter naar 29 meter1. Deze contour valt binnen de buisleidingen strook van 70 meter (uit de Structuurvisie Buisleidingen). Gemeentelijke Visie Externe Veiligheid Voor de voorgenomen ontwikkeling is aangenomen dat naast het landelijk beleid Externe Veiligheid ook het gemeentelijk beleid wordt gevolgd. De gemeente Zuidplas heeft een namelijk gemeentelijke visie externe veiligheid 2 opgesteld. Dit externe veiligheidsbeleid geeft duidelijkheid over hoe de gemeente Zuidplas in haar ruimtelijke ordening omgaat met externe veiligheid. De visie vormt hiermee de basis van bestuurlijke verantwoording van het groepsrisico en stuurt de uitvoering van de gemeentelijke externe veiligheidstaken.

2.3 Kaders vanuit wetgeving, beleid en richtlijnen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de huidige wetgeving, beleid en richtlijnen met betrekking tot externe veiligheid voor zover van invloed op het Middengebied in de Zuidplaspolder. Tabel 2-1 Overzicht wet- en regelgeving externe veiligheid 1 Bron: Brief Gasunie OOW.22.0125 Verplaatsing afblaaspunten Middengebied, d.d. 21-01-2022. 2 Gemeentelijke visie externe veiligheid, augustus 2022 Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

11/56

Beleidsstuk/wet Wet milieubeheer (Wm) Wet ruimtelijke ordening (Wro) Besluit externe veiligheid inrichtingen (bevi) en de bijbehorende regeling. Besluit externe veiligheid transport (bevt) Regeling basisnet Besluit externe veiligheid buisleidingen (bevb) en de bijbehorende regeling Gemeentelijke visie EV

2.3.1

Vastgestelde datum Zoals vigerend bij aanvang onderzoek Zoals vigerend bij aanvang onderzoek Zoals vigerend bij aanvang onderzoek Zoals vigerend bij aanvang onderzoek Zoals vigerend bij aanvang onderzoek Zoals vigerend bij aanvang onderzoek Zoals vigerend bij aanvang onderzoek

Huidige wet externe veiligheid

Plaatsgebonden risicocontour Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op 1 bepaalde plaats moeten bevinden. De norm, PR 10-6, oftewel een kans van 1 op de miljoen, is een grenswaarde voor kwetsbare objecten (onder andere scholen, ziekenhuizen, woningen) en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Groepsrisico Het groepsrisico is de kans op overlijden van personen per jaar (ten minste 10, 100 of 1.000 personen) als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.

2.3.2

Omgevingswet

Zoals in paragraaf 2.2 al beschreven is het uitgangspunt voor de effectbeoordeling van de alternatieven de huidige, vigerende wet- en regelgeving. Omdat op 01-01-2024 de Omgevingswet in werking zal treden, wordt in een aparte paragraaf (4.7) alvast een doorkijk gegeven van wat de daarin geldende normen en methoden zouden betekenen voor de conclusies die zijn getrokken. Deze normen en regelgeving maken echter geen onderdeel uit van de beoordelingscriteria van de vijf alternatieven. In paragraaf 4.7 wordt kort ingegaan op de verschillen tussen huidige en toekomstige wet- en regelgeving voor wat betreft externe veiligheid/omgevingsveiligheid.

2.3.3

Gemeentelijke visie externe veiligheid

De gemeente Zuidplas wil met de visie3 een veilige werk- en leefomgeving bieden waarbij ambities worden gekoppeld aan de functie van het gebied. Uitgangspunt is dat wonen en risicovolle activiteiten zo veel mogelijk worden gescheiden. Daarnaast gaat de visie er vanuit dat er voldoende ruimte moet blijven voor nieuwe (risicovolle) bedrijvigheid en economische ontwikkelingen. De gemeente Zuidplas kiest voor een gebiedsgerichte benadering waarbij de veiligheidsambities worden gedifferentieerd naar gebiedstype. Deze gebiedsgerichte benadering kan door het aanbrengen van een goede zonering in ruimtelijke plannen zoals, bestemmingsplannen en overige besluiten waarvoor een ruimtelijke afweging vereist is, worden geëffectueerd. 3 Gemeentelijke Visie Externe Veiligheid d.d. augustus 2022 Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

12/56

Er is een onderscheid gemaakt in drie gebiedstype: • Wonen (binnen gebouwde kom), recreeren • Buitengebied (buiten bebouwde kom) • Bedrijventerreinen Voor het voorgenomen ontwikkeling spelen de gebiedstype ‘wonen’ en ‘bedrijventerreinen’ een belangrijke rol. Wonen (binnen de bebouwde kom),recreëren Voor de gebieden wonen (binnen de bebouwde kom) en recreëren is de ambitie: “veilig wonen en recreëren”. Dit betekent dat er geen nieuwe Beviinrichtingen (zoals nieuwe LPG-tankstations) in woon- en recreatiegebieden mogen komen. Nabij bestaande LPG-tankstations en andere risicobronnen geldt terughoudendheid met bouwplannen in de directe omgeving. Hiermee is de veiligheid in grote mate geborgd voor de gebieden waar veel mensen wonen, verblijven en recreëren. Ook is in deze ambitie aangegeven welke type objecten (beperkt kwetsbaar, kwetsbaar en verminderd zelfredzame personen zoals basisscholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen) in bepaalde zone worden toegelaten. Zo mogen zich binnen de PR 10-6 contour geen enkele objecten of verminderd zelfredzame personen bevinden. En gebouwen waarin verminderde zelfredzame personen aanwezig zijn, zijn niet toegestaan binnen de 100% letaliteitgrens van de leidingstrook, tenzij een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico met een aantal voorwaarden wordt uitgevoerd.

Bedrijventerreinen Binnen de gemeente Zuidplas moet er ruimte zijn voor groei van (risicovolle) inrichtingen Om de groei van deze (risicovolle) inrichtingen mogelijk te maken, zijn Bevi-inrichtingen alleen toegestaan als de PR 10-6 contour van de inrichting binnen de inrichtingsgrens is gelegen. Tevens moeten de Bevi-inrichtingen voldoen aan de best beschikbare technieken. Wanneer een Wabovergunningsaanvraag voor een Bevi-inrichting zich voordoet, heeft de gemeente Zuidplas de voorkeur deze te vestigen op het bedrijventerrein “Gouwepark” (I en II). Uitgangspunt is dat dit beleid ook wordt gevolgd4. Doordat bij de vergunningverlening eisen gesteld kunnen worden aan de afstand van de risicocontour ten opzichte van de inrichting (en daarmee het gemeentelijk beleid geborgd kan worden), wordt niet verwacht dat er bestaande of nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen nieuwe risicocontouren komen te liggen.

4 Om geen beperkingen te hebben voor de uitgifte van de kavels wordt aangeraden om dit beleid te

volgen. Het beleid laat geen kwetsbare en verminderd zelfredzame personen binnen de PR 10-6 contour toe. Beperkt kwetsbaar is niet toegestaan, tenzij een uitgebreide verantwoording het groepsrisico met een aantal voorwaarden wordt uitgevoerd. Binnen het PAG zijn objecten met verminderd zelfredzame personen niet toegestaan. Beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten zijn niet toegestaan, tenzij een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico met een aantal voorwaarden wordt uitgevoerd. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

13/56

2.4 Beoordelingskader en ingreepeffectrelaties Voor het MER is voor het aspect externe veiligheid het volgende beoordelingskader gehanteerd: Thema Externe Veiligheid

Aspecten Plaatsgebonden risico Groepsrisico

Beoordeling Kwalitatief Kwantitatief

In onderstaande tabel een overzicht geven van de verwachte ingreep - effect relaties voor de te onderzoeken aspecten. Het doel van dit overzicht is om voorafgaand aan de effectbeoordeling af te bakenen welke effecten kunnen optreden en waar de onderzoeken dus aandacht aan moeten besteden. Ingreep

Effect

Vijfde dorp Doelwijk II Gouwepark II

Toename GR Toename GR Veroorzaakt mogelijk PR en toename GR Veroorzaakt PR Heeft wel externe veiligheidseffecten, maar valt niet onder huidige EVwetgeving. Veroorzaakt PR en GR

Windturbine Opslag energie batterijen waterstof

Nieuwe buisleidingen

Plek in beoordelingskader Groepsrisico Groepsrisico Plaatsgebonden Risico Groepsrisico Plaatsgebonden Risico n.v.t.

Plaatsgebonden risico Groepsrisico

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

14/56

3. Referentiesituatie 3.1 Huidige situatie In de huidige situatie zijn er een aantal clusters aan woningen te vinden binnen het plangebied. Zoals in onderstaande afbeelding (Kadaster, 2018) te zien is, liggen deze voornamelijk langs de 1e, 2e en 3e tocht en langs de Middelweg/Bredeweg. Ook aan de noordkant van de Zuidelijke Dwarsweg staan woningen en boerderijen. Een groot deel van de woningen is gekoppeld aan een bedrijfsbestemming, hoofdzakelijk agrarisch en kassen.

Figuur 3-1 | Woningbouw in de Zuidplaspolder

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

15/56

In de omgeving van het plangebied zijn een aantal woongebieden te vinden. Aan de noordkant van het plangebied liggen op circa 700 meter – gescheiden door de A12 en de N451 – enkele wijken van Waddinxveen. Aan de oostkant van het Middengebied zijn niet veel woningen te vinden. Het dichtstbijzijnde woongebied is Moordrecht.. De grens van het plangebied ligt op 1,5 kilometer van de woningen in Moordrecht. Het gebied wordt bovendien afgescheiden door de A20 en het spoor. Ten zuiden van het Middengebied ligt op korte afstand Nieuwerkerk aan den IJssel. De bebouwing wordt van het plangebied gescheiden door de A20 en N219. Ten zuidwesten van het plangebied ligt op korte afstand van de plangrens de wijk Nesselande, onderdeel van de gemeente Rotterdam. Deze wijk wordt van het plangebied gescheiden door de N219. Ten slotte liggen ligt ten westen van het Middengebied de kern Zevenhuizen. Aangrenzend aan het plangebied ligt aan de andere kant van de N219 de nieuwbouwwijk Koningskwartier, die onderdeel is van de kern Zevenhuizen. Vanuit de externe veiligheid veroorzaken risicobronnen veiligheidscontouren waar het plangebied rekening moet houden.

Voor het Middengebied Zuidplaspolder zijn de volgende risicobronnen van belang: • Risicovolle inrichtingen; • Transport gevaarlijke stoffen over de weg; • Transport gevaarlijke stoffen over het spoor; • Transport gevaarlijke stoffen door buisleidingen. In Figuur 3-2 zijn de risicobronnen in het plangebied weergegeven (met uitzondering van buisleidingen). Figuur 3-3 geeft de plaatsgebonden risicocontouren (PR 10-6/jaar) van de risicovolle inrichtingen weer. Figuur 3-34 geeft de ligging van de buisleidingen weer die door het plangebied lopen met hun veiligheidscontouren.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

16/56

Figuur 3-2 Risicobronnen in het Middengebied (m.u.v. buisleidingen) (ODMH, 2021, p. 35)

Figuur 3-3 Plaatsgebonden risico (10-6-contour) (Atlas Leefomgeving, sd, pp. plaatsgebonden risico (10-6 contour))

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

17/56

Figuur 3-4 Ligging veiligheidscontouren buisleiding (EV-signaleringskaart, transport gevaarlijke stoffen - buisleidingen)

3.1.1

Risicovolle inrichtingen

Propaantanks Binnen het plangebied zijn propaantanks aanwezig met een inhoud kleiner dan 13m3. Deze propaantanks hebben beperkte veiligheidszones, waardoor er geen beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten hierbinnen liggen. LPG tankstation Aan de Bredeweg is een LPG tankstation gelegen. Het tankstation zelf ligt niet binnen het plangebied, maar het veiligheidscontour van 160 meter voor een klein deel wel. In de huidige situatie liggen er geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen dit kleine deel van het plangebied. Het plangebied heeft daarom geen bijdrage aan de hoogte van het groepsrisico van dit LPG-tankstation. De plaatsgebonden risicocontouren 10-6/jaar van dit LPG-tankstation vallen ruimschoots buiten het plangebied. Het PR vormt daarom geen belemmering voor het plangebied.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

18/56

3.1.2

Transport over de weg

Rijkswegen A20 en A12 De A20 en A12 zijn rijkswegen die vallen onder het landelijke ‘basisnet weg’. Ontwikkelingen binnen 200 meter van landelijke basisnetwegen moeten voldoen aan landelijke regels. Het plangebied ligt binnen de 200 meter zone van zowel de A12 als de A20. Binnen deze zone zijn echter maar enkele beperkt kwetsbare objecten aanwezig. Gezien de lage bevolkingsdichtheden langs de rijkswegen, zal het groepsrisico zeer beperkt zijn en onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde liggen. Het plaatsgebonden risico is in het basisnet vastgesteld. Het PR 10-6 van A20 ligt op 22 m vanaf het midden van de weg en A12 heeft geen PR 10 -6. De woningen of beperkte kwetsbare objecten liggen buiten de PR 10-6 van de rijkswegen. Het PR vormt daarom geen belemmering voor het plangebied. Provinciale wegen Over de provinciale wegen N219 en N457 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De N457 (Moordrechtboog) valt onder het ‘landelijke basisnet weg’ en ontwikkelingen binnen de 200 meter moeten voldoen aan de landelijke regels. De N219 valt echter niet onder het landelijke basisnet, maar moet getoetst worden aan het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes’ Ontwikkelingen binnen de 200 meter van de N219 moeten hieraan getoetst worden. In de huidige situatie bevinden zich binnen de 200 meter van N457 zich enkele beperkt kwetsbare objecten.

Voor de N219 liggen enkele tientallen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten zich binnen de 200 meter zone. Gezien de lage bevolkingsdichtheden langs deze provinciale wegen, zal het groepsrisico zeer beperkt zijn en onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde liggen. Het plaatsgebonden risico van N457 is in het basisnet vastgesteld. Deze weg heeft geen PR 10-6 evenals de N219. Het PR vormt daarom geen belemmering voor het plangebied.

3.1.3

Transport over het spoor

Over de spoorweg Gouda- Rotterdam, die ten zuidoosten van het plangebied ligt, worden gevaarlijke stoffen vervoerd en valt daarmee onder het basisnet spoor. De spoorweg Gouda – Den Haag, die ten noorden van het plangebied ligt, vindt alleen passagiers- en/of goederenvervoer plaats en is daarom niet relevant voor de externe veiligheid. Net als bij de basisnet weg, moeten ontwikkelingen binnen 200 meter van het spoor Gouda- Rotterdam voldoen aan de landelijke regels. Het plangebied ligt, voornamelijk in het noordoosten, voor een klein deel binnen de 200 meter zone van het spoor. In de huidige situatie bevinden zich binnen deze zone enkele kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Gezien de lage bevolkingsdichtheden langs deze spoorweg, zal het groepsrisico zeer beperkt zijn en onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde liggen.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

19/56

Het plaatsgebonden risico is in het basisnet vastgesteld. Het PR 10-6 van de spoorweg Gouda – Rotterdam is 7 meter. Het plangebied ligt niet binnen dit contour. Het PR vormt daarom geen belemmering voor het plangebied.

3.1.4

Transport door buisleidingen

Binnen het plangebied zijn verschillende hogedrukaardgasleidingen aanwezig met hun invloedsgebieden (zie Figuur 3-4). Daarnaast ligt binnen het plangebied een strook vanuit de landelijke Structuurvisie Buisleidingen. Bovendien hebben hogedrukaardgasleidingen een belemmeringstrook van 4 of 5 meter waar niet gebouwd mag worden. De relevante buisleidingen die door het plangebied lopen zijn: 1. W-521-01: Aardgasleiding van de Gasunie. Deze loopt parallel aan de Zuidelijke Dwarsweg. 2. W-521-18: Aardgasleiding van de Gasunie. Deze loopt parallel aan de Middelweg. 3. W521-29: Aardgasleiding van de Gasunie. Deze leiding loopt door het kassengebied tussen de Tweede Tochtweg en Eerste Tochtweg. 4. A-803 (leidingstrook): Aardgasleidingen van de Gasunie. Deze loopt parallel aan de Vierde Tocht. 5. A-553 (leidingstrook): Aardgasleidingen van de Gasunie. Deze loopt parallel aan de Vierde Tocht. 6. A-803-01 (leidingstrook - nog aan te leggen buisleiding): Aardgasleiding van de Gasunie. Deze loopt parallel aan de Vierde Tocht. 7. Buisleiding DPO: Kerosine leiding van de Defensie. Deze loopt parallel aan de Bredeweg , spoorlijn en Vijfde Tocht.

Figuur 3-5 Buisleidingen met invloedsgebieden in het Middengebied (Anteagroup, 2021, p. 6)

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

20/56

Binnen het invloedsgebied van de hogedrukaardgasleidingen liggen tientallen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten. Voor deze huidige situatie is een groepsrisicoberekening uitgevoerd (ODMH, jan 2020). Uit deze berekeningen blijkt dat voor de huidige situatie het groepsrisico voor alle gasleidingen kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Voor alle relevante gasleidingen geldt dat er geen sprake is van een PR 10 -6 contour (alleen van een PR 10-7 en 10-8 contour). Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plangebied.

3.1.5

Afblaaspunten hogedrukaardgasleidingen Gasunie

In het plangebied is een drietal gasafblaaspunten aanwezig. Deze zijn in Figuur 3-6 aangeven: • S-556, aan de Zuidelijke Dwarsweg. Dit is de afsluiter met grootste ruimtelijke impact. •

S-5938 en S-5942, dit zijn afsluiters in kleinere leidingen.

Figuur 3-6 Afblaaspunten Gasunie locatie Middengebied

Rondom de afsluiters gelden veiligheidsafstanden. De afsluiters aan de Zuidelijke Dwarsweg (S-556) leveren de grootste veiligheidscontouren, namelijk 129 meter. Binnen deze contour bevinden zich, in de huidige situatie, geen enkele kwetsbare noch beperkt kwetsbare objecten. De afblaaspunten S-5938 en S-5942 hebben een beperkte veiligheidsafstand, waardoor er geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten hierbinnen liggen. In de huidige situatie leveren de afblaaspunten geen belemmeringen op voor het plangebied.

3.2 Autonome ontwikkeling Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die ook plaatsvinden als het provinciale omgevingsbeleid voor woningbouw en bedrijventerreinen in het Middengebied geen doorgang vindt. Dit kunnen toekomstige ruimtelijke of infrastructurele ontwikkelingen zijn, waarvoor een (ontwerp)besluit beschikbaar is. Deze ontwikkelingen worden naar verwachting binnenkort (volledig)

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

21/56

gerealiseerd en zijn doorgaans planologisch mogelijk gemaakt in de afgelopen jaren. Rondom het Middengebied vinden komende jaren verschillende projecten autonoom plaats. De nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn weergegeven in Tabel 3-1. In de directe omgeving van het Middengebied betreft het in totaal een bouwprogramma van 10.215 woningen (onder andere Westergouwe, Triangel, Zevenhuizen Zuid). Tabel 3-1 | Autonome ontwikkeling van bouwprojecten in de directe omgeving van het Middengebied. Ruimtelijke ontwikkelingen Westergouwe (gemeente Gouda) Triangel (gemeente Waddinxveen) Moerkapelle Zuid Overige woningbouw Zevenhuizen Zuid Totaal

Bouwprogramma (aantal woningen) 4.370 2.695 160 1.500 1.400 10.125

Naast de ruimtelijke ontwikkelingen voor woningbouw is er ook een infrastructurele ontwikkeling gaande. Vanuit de Structuurvisie buisleidingen 2021-2031 is aangegeven dat de huidige leidingstrook wordt aangewezen voor het faciliteren van ondergrondse leidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In de huidige situatie wordt de capaciteit van deze leidingstrook voor een deel gebruikt en slechts alleen voor transport van aardgas. Echter, in de structuurvisie is opgesteld om in de toekomst het transport van een breed scala aan gevaarlijke stoffen mogelijk te maken. Gegeven de energietransitie is het niet uit te sluiten dat waterstofleidingen of leidingen met ander gevaarlijke stoffen bij geplaatst gaan worden in de huidige leidingstrook of de bestaande (gas)leidingen worden omgebouwd tot waterstofleidingen of leidingen met andere gevaarlijke stoffen. Indien dit zo is, heeft dit geen consequenties voor de bevindingen van dit onderzoek omdat de 100% letaliteitsafstanden van waterstof kleiner zijn dan voor aardgas bij dezelfde druk en leidingdiameter. Verder heeft de gemeente Zuidplas aangegeven dat de Gasunie een concreet voornemen heeft om een derde gasleiding (A803-01) aan te leggen langs de bestaande hoofdleiding langs de 4e Tocht.

De gemeente werkt hier alleen aan mee onder de voorwaarde dat er ten opzichte van de bestaande situatie geen extra hinder zal ontstaan voor de nog te ontwikkelen woningbouw. De nieuwe aardgasleiding heeft een lagere druk en een kleinere diameter dan de bestaande gasleidingen, waardoor de veiligheidszone ook kleiner is. Deze autonome ontwikkeling heeft daarom geen negatieve gevolgen voor het groepsrisico voor de ontwikkeling van het Middengebied. Als gevolg van de autonome ontwikkelingen is gekeken of deze ontwikkelingen invloed hebben op de externe veiligheid ten opzichte van de huidige situatie.

3.2.1

Plaatsgebonden risico

De plaatsgebonden risicocontour wijzigt niet als gevolg van de autonome ontwikkelingen voor alle risicovolle bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en buisleidingen. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

22/56

Daarom gelden de bevindingen voor het plaatsgebonden risicocontour ook voor de autonome ontwikkeling. Er vindt dus geen toename of afname in de effecten plaats ten opzichte van de huidige situatie.

3.2.2

Risicovolle bedrijven

Volgens de autonome ontwikkelingen komen er geen nieuwe woningen, voorzieningen of bedrijven in het Middengebied. Deze worden buiten dit gebied gerealiseerd. Dit betekent dat er geen (grote hoeveelheid) bebouwing en mensen in het Middengebied komen die binnen de veiligheidscontouren van de bestaande risicovolle inrichtingen (met propaantanks of LPG-tankstation) vallen. Omdat er geen toename in bevolking is binnen de veiligheidscontouren, blijft het groepsrisico van de huidige situatie gehandhaafd. Er vindt geen toename of afname in effecten plaats ten opzichte van de huidige situatie.

3.2.3

Transport over weg en spoor

Volgens de autonome ontwikkelingen komen er geen nieuwe woningen, voorzieningen of bedrijven in het Middengebied, maar worden deze buiten het plangebied gerealiseerd. Dit betekent dat er geen (grote hoeveelheid) bebouwing en mensen in het Middengebied komen die binnen de veiligheidscontouren van de bestaande transportroutes met gevaarlijke stoffen (weg en spoor) vallen. Omdat er geen toename in bevolking is binnen de veiligheidscontouren, blijft het groepsrisico van de huidige situatie gehandhaafd. Er vindt geen toename of afname in effecten plaats ten opzichte van de huidige situatie.

3.2.4

Buisleidingen

In de autonome situatie kunnen nieuwe aardgasleidingen of leidingen met andere gevaarlijke stoffen worden bijgeplaatst in de leidingstrook conform de Structuurvisie Buisleidingen. Uitgaande van de thans bekende studies omtrent het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding, en de ligging van de chemiebedrijven in en buiten Nederland, is niet te verwachten dat er binnen afzienbare termijn andere gevaarlijke stoffen dan brandbare gassen via de leidingstrook vervoerd gaan worden. Gegeven de energietransitie is het niet uit te sluiten dat waterstofleidingen op den duur bijgeplaatst gaan worden. Indien dit zo is, heeft dit geen consequenties voor de bevindingen van dit onderzoek omdat de 100% letaliteitsafstanden van waterstof kleiner zijn dan van aardgas5. De leidingstrook heeft een breedte van 70 meter. Volgens de Structuurvisie Buisleidingen mag de PR 10-6/jaar van de buisleidingen niet buiten deze leidingstrook van 70 meter vallen, ongeacht welke gevaarlijke stoffen er worden getransporteerd. Hierdoor levert de toekomstige leidingen met gevaarlijke stoffen geen belemmering voor het plangebied. De hoogte van het groepsrisico wordt bepaald door de populatie binnen de 100% letaliteitafstand van de buisleiding met de gevaarlijke stoffen. Door de 5 Bron: Rapportage ‘Ontwikkeling Middengebied-Zuidplaspolder – omgaan met

brandaandachtsgebieden’ definitief d.d. 20-06-2020. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

23/56

autonome ontwikkeling kunnen andere buisleidingen dan aardgas, bijvoorbeeld waterstof, bij geplaatst worden. In het algemeen is de 100% letaliteitafstand van waterstof kleiner dan van aardgas bij dezelfde druk en leidingdiameter. Verder komen er geen nieuwe woningen, voorzieningen of bedrijven binnen de veiligheidszone van de buisleidingen in de autonome situatie. Daarom zijn er geen toename of afname in effecten ten opzichte van de huidige situatie te verwachten. Het groepsrisico van de huidige situatie van <0,1 maal de oriëntatie waarde blijft daarom gehandhaafd voor de autonome situatie.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

24/56

4. Effectenbeoordeling alternatieven 4.1 Wijze van beoordeling Bij de beschrijving van effecten wordt op kwalitatieve wijze uitspraken gedaan over externe veiligheid. Indien mogelijk wordt getoetst aan wettelijke grenswaarden en normen. Anders worden kwalitatieve uitspraken gedaan over ‘goede’ of ‘slechte’ milieukwaliteit. Voor de effectbeoordeling van de alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie1 wordt de mate van milieukwaliteit per indicator op een zevenpuntschaal beoordeeld (zie tabel 4.1 en tabel 4.2). Een “+ +” betekent dat het alternatief zorgt voor een sterke verbetering van de milieukwaliteit en bij een ‘+’ is er sprake van een lokaal of klein milieueffect. Een ‘-‘ betekent een verslechtering van de milieukwaliteit door een lokaal of klein milieueffect. Een ‘- -’ betekent een sterke verslechtering van de milieukwaliteit met een risico voor de haalbaarheid van het plan. Plaatsgebonden risico ++ Er zijn geen kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 (geen overschrijding van de grenswaarde en richtwaarde). + Er zijn geen kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risico contour (geen overschrijding grenswaarde) en het aantal beperkt kwetsbare objecten neemt sterk af binnen de plaatsgebonden risico contour PR 10-6.

0/+ Er zijn geen kwetsbare objecten binnen het plaatsgebonden risico contour (geen overschrijding grenswaarden) en het aantal beperkt kwetsbare objecten neemt beperkt af binnen de plaatsgebonden risicocontour. 0 In de toekomstige situatie blijft het aantal beperkt kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risico contour PR 10-6 gelijk aan de referentiesituatie. Er zijn geen kwetsbare objecten binnen het plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 (geen overschrijding grenswaarde). 0/Beperkte toename van beperkt kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risico contour PR 10-6. Sterke toename van beperkt kwetsbare objecten binnen het plaatsgebonden risicocontour PR 10-6. -Toename van kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risico contour PR 10-6 (overschrijden grenswaarde).

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

25/56

Groepsrisico ++ / + Een sterke afname van het groepsrisico. 0/+ Een geringe afname van het groepsrisico. 0 Het groepsrisico blijft gelijk aan de referentiesituatie. 0/Een geringe toename van het groepsrisico met maximaal 10%, groepsrisico blijft onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Een toename van het groepsrisico, meer dan 10%. Het groepsrisico ligt tussen 0,1 en 1,0 maal de oriëntatiewaarde. -Een sterke toename van het groepsrisico. Het groepsrisico is groter dan de oriëntatiewaarde van 1,0.

4.2 Beschrijving belangrijkste kenmerken basisalternatief 4.2.1

Wonen

Het basisalternatief (‘Masterplan’) gaat uit van de realisatie van 8.000 woningen in 2040 in het Middengebied. Het woongebied kent een dichtheid die varieert van 10 tot 40 woningen per hectare, gemiddeld 30 woningen per hectare6. De hoogste dichtheid is te vinden in het voorzieningengebied in het hart van het dorp, de laagste dichtheid is te vinden langs de bestaande lijnbebouwing langs de Tochten. Hoogbouw is op een enkele plek mogelijk, maar tot maximaal 4-6 lagen. De bestaande woningen langs de Tochten blijven behouden. In het voorzieningengebied van het Vijfde Dorp komt maximaal 10.000 m2 detailhandel, 71.000 m2 maatschappelijke voorzieningen in gebouwen (bijvoorbeeld scholen, sporthal, bibliotheek, etc.) en 70.000 m 2 maatschappelijke voorzieningen buiten (bijvoorbeeld sportvelden, speeltuin). Woningen worden in het basisalternatief op twee manieren gebouwd. In de eerste fase van de woningbouw, die plaatsvindt op de kreekrug in het plangebied, wordt traditioneel gebouwd (beton/steen). In de tweede fase, die plaatsvindt in het gebied rondom de kreekrug met ‘slappere’ ondergrond, wordt ingezet op houtbouw omdat dit lichter is. Figuur 4-1 is het plangebied weergegeven. De kleuren op de kaart geven het verschil in woningdichtheid aan. Hoe dieper rood/paars, hoe groter de dichtheid. De grootste woningdichtheid is 40 woningen/hectare.

4.2.2

Werken

In het basisalternatief worden twee bedrijventerreinen mogelijk gemaakt: Doelwijk II (ten oosten van A20) en Gouwepark II (ten westen van A20). Samen hebben deze bedrijventerreinen een uitgeefbaar oppervlak van 47 hectare. Uitgangspunt is dat er bedrijven in milieucategorie 3 komen, in Doelwijk II kan op een enkele plek in het midden van het bedrijventerrein een hogere 6 Dit betekent een maximale personendichtheid van 85 personen per hectare en gemiddeld 72

personen per hectare. Vergeleken met een stedelijke omgeving is dit een relatieve lage personendichtheid. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

26/56

milieucategorie (4), komen. Op basis van de type bedrijven en personendichtheden van de bestaande industrieterreinen Gouwepark en Doelwijk, is de personendichtheid afgeleid op 40 pers/ha voor Doelwijk II en 60 pers/ha voor Gouwepark II. Aangezien de nieuwe bedrijventerreinen dezelfde type bedrijven toelaat als op de huidige bedrijventerreinen.

Figuur 4-1 Het Basisalternatief

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

27/56

Figuur 4-2 Bebouwingsdichtheden basisalternatief

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

28/56

4.3 Effecten basisalternatief De effecten als gevolg van de risicobronnen op de ontwikkelingen van het basisalternatief is in dit hoofdstuk nader uitgewerkt.

4.3.1

Criterium Plaatsgebonden risico

Bestaande risicovolle inrichtingen en transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en buisleidingen Het plaatsgebonden risicocontour wijzigt niet als gevolg van het basisalternatief. Daarnaast komen er ook geen woningen of beperkt kwetsbare objecten van het basisalternatief binnen deze plaatsgebonden risicocontouren. Daarom gelden de bevindingen voor het plaatsgebonden risicocontour, zoals deze zijn omschreven voor de huidige situatie (zie paragraaf 3.1.1 t/m 3.1.4), ook voor het basisalternatief. Er vindt dus geen toename of afname in de effecten plaats met betrekking tot het plaatsgebonden risico ten opzichte van de huidige situatie. Toekomstige risicovolle inrichtingen op Doelwijk II en Gouwepark II Op de bedrijventerreinen kunnen bedrijven zich ontwikkelen die in milieucategorie 3 komen (Gouwepark II) en op enkele plekken van het bedrijventerrein Doelwijk II een hogere milieucategorie, categorie 4. Voor de externe veiligheid is het van belang of deze bedrijven onder het Bevi vallen, wat leidt tot risicocontouren (PR 10-6/jaar) en groepsrisico. Indien de gemeente besluit geen Bevi-inrichtingen toe te laten op deze bedrijventerreinen, dan speelt externe veiligheid geen rol. Laat de gemeente wel Bevi-inrichtingen toe, dan is het aan de gemeente hoe zij met de plaatsgebonden risicocontouren (PR 10-6/jaar) willen omgaan.

In de gemeentelijke visie is opgenomen dat de PR 10-6 contour van risicovolle bedrijven binnen de inrichtingsgrens moet blijven. Hierdoor wordt voorkomen dat de grenswaarden (kwetsbare objecten) en de richtwaarde (beperkt kwetsbare objecten) worden overschreden. Op Doelwijk II en Gouwepark II worden in ieder geval woningen, en verminderd zelfredzame personen zoals basisscholen, kinderdagverblijven, sociale werkplaatsen en verzorgingstehuizen niet toegestaan. Als gevolg van de bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II nemen de effecten niet toe of af voor het plaatsgebonden risico ten opzichte van de huidige situatie. Samenvattend: effectbeoordeling Het plaatsgebonden risicocontour voor het transport over weg, spoor en buisleiding van het basisalternatief overschrijdt de grenswaarde niet. Ook levert het basisalternatief geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen het plaatsgebonden risicocontour van de transportroutes met gevaarlijke stoffen. Dit geldt overigens ook voor de bestaande risicovolle inrichtingen. Voor de toekomstige risicovolle inrichtingen op de bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II zal het plaatsgebonden risico niet over bestaande woningen of het toekomstige Vijfde Dorp vallen. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

29/56

Op de bedrijventerreinen mag het plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 contour niet buiten de inrichtingsgrens vallen, conform de gemeentelijke visie EV. Hierdoor wordt voorkomen dat er kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour vallen. Hierdoor komt de beoordeling voor het plaatsgebonden risico uit op ‘0‘. Tabel 4-1 Beoordeling basisalternatief – plaatsgebonden risico Criterium Basisalternatief Plaatsgebonden risico 0

4.3.2

Criterium Groepsrisico

Bestaande risicovolle inrichtingen Propaantanks De huidige inrichtingen met propaantanks, die in het paarse/rode gebied van het Middengebied liggen, zullen bij het realiseren van het basisalternatief gesaneerd worden. Hierdoor verdwijnen de veiligheidscontouren van de propaantanks, waardoor deze geen externe veiligheidsrisico’s hebben op het basisalternatief. LPG-tankstation In de huidige situatie (paragraaf 3.1.1) was al beschreven dat het invloedsgebied van dit LPG tankstation voor een klein deel over het plangebied ligt. Binnen dit deel van het plangebied komen geen (zeer) kwetsbare noch beperkt kwetsbare objecten. Hiermee geeft dit tankstation geen belemmering voor het basisalternatief. Het basisalternatief levert daarom geen bijdrage aan het groepsrisico van dit LPG-tankstation. Toekomstige risicovolle inrichtingen op Doelwijk II en Gouwepark II Het groepsrisico dat door een risicovolle bedrijf kan worden veroorzaakt, zal hoogst waarschijnlijk de 1,0 maal de oriëntatiewaarde niet overschrijden, vanwege de karakter van de toekomstige bedrijven. De te vestigen bedrijven zullen gemiddeld geen hogere personendichtheden met zich meebrengen dan de huidige bedrijventerreinen Gouwepark en Doelwijk.

Op basis van de type bedrijfsvoering en de personendichtheden op de bestaande bedrijventerreinen is een personendichtheid aangenomen van 40 personen/ha voor Doelwijk II en 60 personen/ha voor Gouwepark II. Daarnaast ligt de woonkern het Vijfde Dorp op meer dan 200 meter van Doelwijk II en meer dan 950 meter van Gouwepark II. Alleen bevi-bedrijven waarbij toxische (verbrandings)gassen ontstaan, kunnen deze effectafstanden bereiken. De letale brand- en explosie effecten (LPG) komen in alle waarschijnlijkheid niet voorbij de 200 meter. Om zeker te stellen dat het groepsrisico laag blijft, kan de gemeente overwegen om alleen activiteiten toe te staan waarbij het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Transport over de weg Rijkswegen A20 en A12 Het plangebied ligt binnen de 200 meter zone van zowel de A12 als de A20. Het Vijfde Dorp, waar de woonkern zich bevindt, ligt echter niet binnen deze zone. Ook het bedrijventerrein Doelwijk II ligt te ver van deze 200 meter zone vandaan. Alleen het bedrijventerrein Gouwepark II valt voor een groot deel Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

30/56

binnen de 200 meter zone van de A20. De 200 meter zone van de A12 reikt echter niet tot Gouwepark II. Het groepsrisico van de A20 zal ter hoogte van Gouwepark II toenemen als gevolg van de toegenomen personendichtheid. Maar gezien de aard van het bedrijfsterrein (milieucategorie 3 en lager) zal de personendichtheid op circa 60 personen/ha liggen (net zoals op het bestaande bedrijfsterrein Gouwepark). Met behulp van de vuistregels van het HART 7 is bepaald dat het groepsrisico, met een personendichtheid van 60 personen/ha, kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Ook uit eerdere onderzoeken (AVIV, 20098) blijkt dat de A20 een groepsrisico heeft kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Wel moet het groepsrisico van de A20 beperkt verantwoord worden. Provinciale wegen In het basisalternatief loopt de N457 dwars door het bedrijventerrein Doelwijk II. Binnen de 200 meter zone van de N457 kunnen zich aan weerszijde van de weg beperkt kwetsbare objecten vestigen. Het groepsrisico van de N457 zal ter hoogte van Doelwijk II toenemen als gevolg van de toegenomen personendichtheid. Maar gezien de aard van het bedrijfsterrein (milieucategorie 4 en lager) zal de personendichtheid op circa 40 personen per hectare liggen (net zoals op het bestaande bedrijfsterrein Doelwijk).

Met behulp van de vuistregels van het HART is bepaald dat het groepsrisico, met een personendichtheid van 40 personen/ha, kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Binnen de 200 meter zone van de N219 liggen geen kwetsbare of beperkte kwetsbare objecten van het basisalternatief. Het Vijfde Dorp ligt er ver buiten. Daarom zal het groepsrisico niet veranderen door het basisalternatief. Ondanks dat het groepsrisico niet wijzigt, moet de N219 echter wel beperkt verantwoord worden. Transport over het spoor Alleen over de spoorweg Gouda- Rotterdam worden gevaarlijke stoffen vervoerd en valt daarmee onder het basisnet spoor. Het Vijfde Dorp, waar de woonkern zich bevindt, ligt niet binnen de 200 meter zone van het spoor. Ook het bedrijventerrein Doelwijk II ligt te ver van de 200 meter spoorzone vandaan. Alleen het bedrijventerrein Gouwepark II valt voor een klein deel binnen de 200 meter zone van het spoor. Het groepsrisico van het spoor Gouda-Rotterdam zal ter hoogte van Gouwepark II beperkt toenemen, omdat het plangebied slechts voor een klein gedeelte over het Gouwepark II ligt en de personendichtheid (60 personen/ha) van het bedrijfsterrein relatief normaal is.

Met behulp van de vuistregels van het HART is bepaald dat het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, gebaseerd op: • Personendichtheid 60 personen/ ha; • afstand van het spoor tot aan plangebied is circa 90 meter; 7 Handleiding-risicoanalyse-transport-hart-bijlagen 8 Rapport Signaleringskaart Midden-Holland, d.d. 13-02-2009, AVIV, refereert aan oude

vervoersdata wat iets lager ligt dan de huidige vervoersdata. Het groepsrisico zal alsnog onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde blijven. Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie: D0.0

31/56

• •

aantal vloeistofdichte gassen (A) is 1440 op dit traject; bonte treinen, eenzijdige bebouwing.

Tenslotte moet het groepsrisico van het spoor Gouda- Rotterdam ook beperkt verantwoord worden. Buisleidingen Figuur 3-5 laat zien dat nagenoeg het gehele plangebied van het basisalternatief, behalve Gouwepark II, binnen één of meer invloedsgebieden ligt van de buisleidingen. In Figuur 4-1 is met kleuren de bebouwingsdichtheden aangegeven. In het plangebied is al rekening gehouden met de ruimtelijke verdelingen van bebouwingsdichtheden en het hanteren van lage bebouwingsdichtheden op korte afstand van de leidingstrook. De hoogste bebouwingsdichtheid bedraagt 40 woningen per hectare, en dit vlak ligt verder van de buisleidingen vandaan dan de vlakken met een lagere dichtheid. Door een verdere verschuiving van woningen tot buiten de 100% letaliteitcontour kan een verdere verlaging van het groepsrisico worden gerealiseerd. Hierbij moet opgemerkt worden dat het groepsrisico al relatief laag is en een dergelijke verschuiving invloed heeft op de stedenbouwkundige opzet van het plangebied. Voordat een dergelijke maatregel verder overwogen wordt, moet eerst de stedenbouwkundige impact nader worden beschouwd. De Omgevingsdienst heeft in 2020 het groepsrisico berekend voor een vergelijkbare situatie. Alleen was hier de indeling van de bebouwingsdichtheden iets anders. De hoogste bebouwingsdichtheid van 40 woningen per hectare werd ook in de analyse gehandhaafd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15081380/1