CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Verordening op de heffing en de invordering van leges Zuidplas 2026 A25.003710

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststelling belastingverordeningen 202623.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Onder de (voormalige) Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de voorganger van de Wet open overheid (Stb. 2021, 499), heeft de Hoge Raad beslist dat legesheffing niet mogelijk is voor het doen van naspeuringen naar aanleiding van een verzoek om informatie op basis van de (voormalige) Wob. De gemeente mocht geen leges heffen voor het opzoeken van declaraties, het anonimiseren van documenten en het vervaardigen van overzichten. De openbaarmaking van informatie naar aanleiding van een Wob-verzoek houdt niet in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Wel mag een gemeente bij inwilliging van een Wob-verzoek kosten via legesheffing in rekening brengen voor het vervaardigen van kopieën van documenten en uittreksels of samenvattingen van de inhoud daarvan. Met de vorm waarin de gegevens aan de verzoeker worden verstrekt is volgens de Hoge Raad in het bijzonder een particulier belang gediend. In zoverre is sprake van dienstverlening als bedoeld in art. 229, lid 1, letter b, van de Gemeentewet (HR 8 februari 2013, nrs. 12/00529, ECLI:NL:HR:2013:BZ0693, Belastingblad 2013/96 en HR 8 februari 2013, nr. 11/03758, ECLI:NL:HR:2013:BX0945, Belastingblad 2013/97).

Artikel 8.6, tweede lid, van de Wet open overheid (Woo), die op 1 mei 2022 in werking is getreden, bepaalt dat voor het vervaardigen van afschriften van publieke informatie een redelijke vergoeding in rekening kan worden gebracht, die de kostprijs van de verstrekte informatiedrager niet overstijgt. Bij een papieren verstrekking bestaat de kostprijs uit de kosten van papier en inkt. In het Besluit maximumtarieven open overheid zijn hierover regels gesteld en maximumtarieven opgenomen voor verstrekkingen op A4- en A3-formaat:

A4-formaat

A3-formaat

Zwart-wit, enkelzijdig

€ 0,05

€ 0,10

Zwart-wit, dubbelzijdig

€ 0,10

€ 0,20

Kleur, enkelzijdig

€ 0,20

€ 0,40

Kleur, dubbelzijdig

€ 0,40

€ 0,80

Jurisprudentie moet uitwijzen hoe de afbakening tussen de verschillende wetten ligt. Veiligheidshalve zou een gemeente kunnen kiezen voor een tariefstelling op basis van de meest beperkende wet (de Woo).

Pagina 57 van 64

onderwerp

registratienummer

Verordening op de heffing en de invordering van leges Zuidplas 2026

A25.003710

Deze kostenvoorschriften zijn vooral van belang voor de in hoofdstuk 1 opgenomen: paragraaf 1.5 (Bestuursstukken);

-

paragraaf 1.6 (Vastgoedinformatie);

-

paragraaf 1.8 (Gemeentearchief);

-

paragraaf 1.10 (Diversen).

Meer informatie over kostenberekening en kostentoerekening Voor een verdere beantwoording van de vraag welke kosten wel en welke kosten niet kunnen worden doorberekend, verwijzen wij naar: de Handreiking kostenonderbouwing paragraaf lokale heffingen die de VNG sinds juli 2016 op haar website beschikbaar stelt;

-

de Handreiking kostentoerekening leges en tarieven, die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties sinds juli 2007 via haar website beschikbaar stelt. Deze handreiking geeft inzicht in de doorberekening van de kosten in de rechten, heffingen en tarieven die maximaal 100% kostendekkend mogen zijn.

Artikel 6 Wijze van heffing Op grond van artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze. In de belastingverordening zal moeten worden geregeld welke wijze van heffing geldt. In de modelverordening is in beginsel gekozen voor de heffing op andere wijze, omdat deze wijze van heffing wordt gekenmerkt door een grote mate van vormvrijheid, wat goed aansluit bij het karakter van de heffing van leges. Het is wel van belang bij de heffing te wijzen op de bezwaarmogelijkheid, bijvoorbeeld door een rechtsmiddelenclausule op te nemen (bij aanvraag en betaling langs elektronische weg), uit te reiken of toe te zenden. Voor een toelichting wordt verwezen naar de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Wijze van heffing, bij ‘Heffing op andere wijze’. In bepaalde gevallen kan het zinvol zijn de wijze van heffing van de leges een andere invulling te geven of een andere heffingswijze te kiezen. Dit kan het geval zijn bij de heffing van leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning (artikel 2.2 van de tarieventabel). Deze omschrijving leidt ertoe dat de leges verschuldigd zijn op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag. Op dat moment dient de hoogte van het legesbedrag dus vastgesteld te worden.

Dat is niet altijd eenvoudig, omdat de hoogte van het legesbedrag voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld bouwactiviteiten (technische deel) afhankelijk is gesteld van de hoogte van de bouwkosten en deze niet altijd direct duidelijk is. Een te lage vaststelling en daarmee een te laag geheven legesbedrag is daarom niet ondenkbaar. Blijken achteraf de bouwkosten hoger te zijn, dan kunnen de te weinig geheven leges, als de leges op andere wijze worden geheven, alleen nog worden nagevorderd (artikel 16 van de AWR). Navordering is slechts mogelijk indien er sprake is van een zogenaamd ‘nieuw feit’, dat wil zeggen een feit dat de heffingsambtenaar niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige voor dit feit te kwader trouw is. De nieuw-feit-eis maakt het niet eenvoudig de te weinig geheven leges na te vorderen. Dit probleem kan worden ondervangen door eerst een bedrag voorlopig te vorderen tot ten hoogste het bedrag dat vermoedelijk gevorderd zal worden. De bevoegdheid hiertoe berust op artikel 14 van de AWR. De uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen dient overigens wel te voorzien in de mogelijkheid een bedrag voorlopig te vorderen.

Daartoe zou de volgende bepaling in die regeling opgenomen kunnen worden: ’Indien het bedrag dat vermoedelijk gevorderd zal worden dit rechtvaardigt, kan een bedrag voorlopig gevorderd worden.’ Wij wijzen er wel op dat een kennisgeving van het voorlopig gevorderde bedrag altijd gevolgd moet worden door een kennisgeving van het (definitief) gevorderde bedrag.

Pagina 58 van 64

onderwerp

registratienummer

Verordening op de heffing en de invordering van leges Zuidplas 2026

A25.003710

Een oplossing kan ook zijn de leges voor het in behandeling nemen van een omgevingsvergunning te heffen bij wege van voldoening op aangifte (zie de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Wijze van heffen, bij ‘Heffing bij wege van voldoening op aangifte’). Aan de aanvrager van een omgevingsvergunning wordt een aangiftebiljet uitgereikt. Het model voor de uitnodiging tot het doen van aangifte (het formulier van het aangiftebiljet) wordt op grond van de Modeluitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Op het aangifteformulier zal de aanvrager van de vergunning voor zover deze betrekking heeft op bouwactiviteiten de hoogte van de bouwkosten moeten vermelden. De totaal verschuldigde leges moet de aanvrager vervolgens zelf berekenen en op aangifte voldoen. Blijken de bouwkosten achteraf hoger te zijn, dan kan een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 20 van de AWR worden opgelegd. Hieraan is niet, zoals bij de navordering wel het geval is, de voorwaarde verbonden dat er sprake is van een ‘nieuw feit’. Tegelijkertijd met het vaststellen van de naheffingsaanslag kan een verzuimboete worden opgelegd van ten hoogste € 5.514,- (artikel 67c AWR).

Voor zover sprake is van opzet of grove schuld kan in plaats daarvan ook een vergrijpboete van ten hoogste 100% van de te weinig geheven belasting worden opgelegd (artikel 67f AWR). De bevoegdheid tot het opleggen van een naheffingsaanslag vervalt op grond van artikel 20, derde lid, van de AWR vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Worden voor bepaalde gevallen de leges geheven bij wege van voldoening op aangifte dan dient aan artikel 6 een tweede lid te worden toegevoegd, luidende: ‘De leges als bedoeld in paragraaf [...] van hoofdstuk […] van de tarieventabel worden in afwijking van het bepaalde in het eerste lid geheven bij wege van voldoening op aangifte’. Artikel 7 Termijnen van betaling Voor een toelichting wordt verwezen naar de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Termijnen van betaling, bij ‘Algemeen’ en bij ‘Variant 8’. Eerste lid In de praktijk zullen aanvragers van diensten waarvoor leges geheven worden vaak aan het loket verschijnen. Kan de aanvraag onmiddellijk in behandeling worden genomen dan ligt het voor de hand dat de leges onmiddellijk worden betaald. Hierin voorziet het bepaalde in het eerste lid. Als de kennisgeving mondeling wordt gedaan, dan dient er betaald te worden op het moment van het doen van de kennisgeving.

Vergelijkbaar met een aanvraag aan het loket is een online-aanvraag (het digitale loket), waarvoor het gewenst is dat deze direct wordt betaald, bijvoorbeeld door online betaling via de bank. Wordt de kennisgeving (bijvoorbeeld een nota) uitgereikt, dan dient er betaald te worden op het moment van het uitreiken van de kennisgeving. Wordt de kennisgeving toegezonden, dan kan in het eerste lid, onderdeel b, bepaald worden binnen hoeveel dagen betaald moet worden. De dagtekening van de kennisgeving (bijvoorbeeld een stempelafdruk) is onder andere van belang voor de belastingplichtige in verband met de termijn waarbinnen hij bezwaar kan maken tegen het van hem gevorderde bedrag. Het tijdstip waarop uiterlijk betaald moet worden is van belang voor het eventueel in gang zetten van de dwanginvordering. Het ontstaan van de (materiële) belastingschuld is overigens niet in de verordening geregeld. Dit hangt samen met het feit dat bij de leges het ontstaan van de belastingschuld samenvalt met het tijdstip waarop het belastbaar feit zich voordoet. Als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid de leges te heffen bij wege van voldoening op aangifte (zie in dit verband de toelichting op artikel 6), moeten de leges overeenkomstig de aangifte binnen één maand na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan worden betaald (artikel 19, derde lid, van de AWR).

Op grond van artikel 238, tweede lid, van de Gemeentewet kan in de belastingverordening hiervoor een kortere termijn in de plaats worden gesteld. Als naast de heffing op andere wijze gebruik wordt gemaakt van de heffing bij wege van voldoening op aangifte, zal het eerste lid als volgt kunnen luiden: ’1. De leges, met uitzondering van die welke bij wege voldoening op aangifte worden geheven, moeten worden betaald etc.’.

Pagina 59 van 64

onderwerp

registratienummer

Verordening op de heffing en de invordering van leges Zuidplas 2026

A25.003710

Als het in een gemeente gebruikelijk is om de leges in rekening te brengen op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag, zal dit ertoe leiden dat leges verschuldigd zijn op een moment dat nog slechts met de werkzaamheden van het beoordelen van de aanvraag is begonnen. Om nu te bereiken dat de werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande kosten gelijke tred houden met de momenten waarop gedeelten van de verschuldigde leges moeten worden betaald, kan een bepaling in de verordening opgenomen worden die regelt dat de leges in termijnen betaald kunnen worden. Ook kan het in het geval van hoge legesbedragen – bijvoorbeeld bij de omgevingsvergunning – gewenst zijn een zekere spreiding in de betaling van het verschuldigde legesbedrag mogelijk te maken. Dit kan gerealiseerd worden door aan artikel 7, onder vernummering van het bestaande tweede en derde lid, een tweede lid toe te voegen, dat luidt: ’2.

Met betrekking tot de diensten bedoeld in de paragrafen [...] van hoofdstuk […] van de bij deze verordening behorende tarieventabel, waarvoor de te heffen leges meer bedragen dan € [...], moeten de leges worden betaald in [...] gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.’ Dienstverlening afhankelijk stellen van betaling? De vraag is of het al of niet verlenen van de dienst afhankelijk gesteld kan worden van het al of niet betalen van de leges. De Invorderingswet 1990 gaat uit van een open systeem van invorderingsmaatregelen. Dit betekent dat de belastingontvanger (invorderingsambtenaar) dezelfde bevoegdheden heeft als andere schuldeisers. Daarnaast beschikt hij over bijzondere bevoegdheden op grond van de Invorderingswet 1990. Niet uitgesloten is dat dit open systeem van de Invorderingswet 1990 het mogelijk maakt het verlenen van de dienst afhankelijk te stellen van de betaling van de leges. Voor dit standpunt is steun te vinden in de parlementaire behandeling van de Invorderingswet 1990.

Door de vaste Commissie voor Financiën werd de regering onder andere gevraagd in te gaan op de stelling van de Unie van Waterschappen dat het uit overwegingen van behoorlijk bestuur niet mogelijk is om de afgifte van een vergunning afhankelijk te maken van het betaald zijn van leges. Het antwoord van de regering luidde: ‘De door de Unie geponeerde stelling kunnen wij in haar algemeenheid niet onderschrijven. Veelal zal het juist passend zijn dat een prestatie door een overheidsorgaan wordt verricht als er zekerheid is dat ervoor betaald wordt. Dit is ook in het merendeel van de gevallen de praktijk. Men denke bijvoorbeeld aan de afgifte van paspoorten’ (Kamerstukken II 19901991, 20588, nr. 34). Ook artikel 4:85, tweede lid, Awb gaat ervan uit dat zich bij de leges situaties kunnen voordoen, dat bij niet of niet-tijdige betaling een aanvraag niet in behandeling wordt genomen. Dit kan uitsluitend in het geval de gemeente niet verplicht is een aanvraag te behandelen zolang het verschuldigde geldbedrag niet is betaald. Dan zijn bepalingen over invordering en dergelijke immers niet nodig. Zie de toelichting daarop in Kamerstukken II 2003–2004, 29702, nr. 3, pag. 31, Vierde tranche Awb. Als de aanvraag wel in behandeling wordt genomen en bij apart besluit leges worden geheven, geldt de uitzondering niet en is titel 4.4 van de Awb van toepassing.

Wij wijzen verder op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 juli 1999, LJN: AA3777, (JG 99.0184). De bestuursrechter besliste dat de gemeente een marktvergunning mocht intrekken voor iemand die al gedurende langere tijd niet aan zijn uit de geldende heffingsverordening voortvloeiende betalingsverplichtingen had voldaan. De gemeente had die mogelijkheid tot intrekking in haar verordening op de straathandel opgenomen. Bij dit alles merken wij nog op dat de dienstverlening soms niet afhankelijk kan worden gesteld van de betaling. De wet bepaalt bijvoorbeeld dat alleen voorwaarden aan de vergunningverlening kunnen worden verbonden die strekken tot bescherming van de belangen, waarop de voorschriften waarvoor de vergunning wordt verleend, betrekking hebben. Het stellen van een financiële voorwaarde is dan niet mogelijk. Zie bijvoorbeeld artikel 5.34 van de Omgevingswet. Tweede lid Dit lid maakt het mogelijk een aanslag via automatische incasso in maximaal 10 termijnen te betalen, voor zover aan de voorwaarden van het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep” wordt voldaan.

Pagina 60 van 64

onderwerp

registratienummer

Verordening op de heffing en de invordering van leges Zuidplas 2026

A25.003710

Derde lid Uit efficiencyoverwegingen kan een aanslag alleen in via automatische incasso in termijnen worden betaald als het bedrag van de aanslag tenminste € 15 bedraagt. Vierde lid Deze bepaling is van belang voor het einde van betaaltermijnen. Als de laatste dag voor de betaling een algemeen erkende feestdag, zondag of zaterdag is, schuift deze laatste betaaldag door het bepaalde in het tweede lid niet op naar de eerstvolgende werkdag.

Artikel 8 Kwijtschelding Voor een toelichting wordt verwezen naar de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Kwijtschelding. In de modelverordening is gekozen voor een bepaling in de verordening die regelt dat in het geheel geen kwijtschelding van leges wordt verleend. Reden hiervan is dat het heffen van leges als een betaling voor een bepaalde prestatie van de gemeente is aan te merken. De meeste gemeenten verlenen om die reden geen kwijtschelding van leges. Wil een gemeente voor bepaalde hoofdstukken of posten van de tarieventabel wel kwijtschelding verlenen dan kan in artikel 8 worden bepaald dat geen kwijtschelding wordt verleend met uitzondering van die hoofdstukken of posten. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Voor een toelichting wordt verwezen naar de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Vrijstellingen/vermindering/ ontheffing/teruggaaf, bij ‘Algemeen’ en bij ‘Teruggaaf’. De tarieventabel kent vermindering- en teruggaafbepalingen bij de omgevingsvergunning (paragrafen 2.13 en 2.14 van hoofdstuk 2). In paragraaf 2.13 is bijvoorbeeld opgenomen dat aanspraak bestaat op vermindering van leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als er voorafgaand omgevingsoverleg heeft plaatsgevonden waarvoor leges verschuldigd zijn.

In paragraaf 2.14 zijn bijvoorbeeld teruggaafbepalingen opgenomen voor de situaties dat de aanvraag om een omgevingsvergunning tijdens de behandeling wordt ingetrokken, de vergunning op verzoek wordt ingetrokken zonder dat deze is gebruikt of de vergunning wordt geweigerd of door de rechter wordt vernietigd. Ook is een teruggaafbepaling opgenomen in paragraaf 3.5 van hoofdstuk 3 (marktstandplaatsen) als een aanvraag voor een vaste standplaatsvergunning door toepassing van selectie of loting niet leidt tot vergunningverlening (artikel 3.8, tweede en derde lid). Artikel 9 is algemeen gesteld. Hierdoor is het bijvoorbeeld mogelijk ook in hoofdstuk 1 een paragraaf of artikel vermindering op te nemen, waarin is bepaald dat aanspraak bestaat op vermindering als de aanvraag en/of afhandeling van een aanvraag langs elektronische weg plaatsvindt. Al naar gelang en beperkt tot de mogelijkheden en wensen in de gemeente. De vermindering of teruggaaf kan ambtshalve worden toegepast (artikel 65 AWR) of op aanvraag worden verleend (artikel 242 Gemeentewet). De verminderingsbeschikking leidt tot een verlaging/neerwaartse aanpassing van de legesschuld. De teruggaafbeschikking laat de legesbeschikking intact, maar leidt er ook toe dat men een deel van de leges terugkrijgt.

In verband hiermee is er geen aanleiding te bepalen dat over een eventueel terug te geven bedrag invorderingsrente wordt vergoed. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Bij wijzigingen in rijksregelgeving die gevolgen hebben voor de leges, kan de besluitvormingsprocedure voor belastingverordeningen (van ambtelijke voorbereiding tot en met raadsbesluit) belemmerend

Pagina 61 van 64

onderwerp

registratienummer

Verordening op de heffing en de invordering van leges Zuidplas 2026

A25.003710

werken. Ook kan het gewenst zijn een redactionele wijziging op korte termijn door te voeren. Om de gewenste flexibiliteit en de te betrachten spoed te bereiken, kan de raad de bevoegdheid tot vaststelling van de legesverordening aan het college van burgemeester en wethouders overdragen (delegeren). Artikel 156, eerste en tweede lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet maakt dit mogelijk. Artikel 10 van de verordening voorziet in een beperkte overdracht van die vaststellingsbevoegdheid aan het college. In verband met dit artikel hebben wij artikel 156 van de Gemeentewet in de aanhef van de verordening genoemd. Wij hebben de bevoegdheidsoverdracht om twee redenen beperkt, namelijk: 1. De verordenende bevoegdheid van de raad is in dualistische verhoudingen belangrijk om een evenwicht tussen de raad en het college te waarborgen (Kamerstukken II 2000/01, 27751, nr. 3, pag. 27, Wet dualisering gemeentebestuur).

2.

De raad raakt bij overdracht van zijn bevoegdheid zelf die bevoegdheid kwijt, tenzij hij het delegatiebesluit weer intrekt.

Op grond van artikel 10 is het college bevoegd tot wijziging van de legesverordening: als sprake is van een zuiver redactionele wijziging (tekstuele wijzigingen die geen materiële gevolgen hebben);

-

bij wijziging in rijksregelgeving:

-

waarvan de implementatieperiode na bekendmaking in het Staatsblad of de Staatscourant korter is dan drie maanden; en

-

die tariefbepalingen betreft waarbij een rijkskostendeel onderdeel uitmaakt van het tarief of waarvoor bij of krachtens een wet een (maximum)tarief is gesteld;

en bovendien de raad niet zelf al met deze wijzigingen rekening heeft gehouden. De implementatieperiode van drie maanden is de termijn die gemeenten doorgaans nodig hebben om een belastingverordening te wijzigen (van ambtelijke voorbereiding tot en met raadsbesluit). De implementatieperiode van drie maanden is ook opgenomen in aanwijzing 4.17, vierde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Zie aanwijzingen 7.2 en 7.6 en de zogenaamde Code Interbestuurlijke Verhoudingen over hoe overheden met elkaar willen samenwerken. Voor wijzigingen in rijksregelgeving die meer dan drie maanden voor de inwerkingtreding officieel worden bekendgemaakt, blijft de raad te allen tijde bevoegd. De beperking tot de situaties waarin de centrale overheid de hoogte van de tarieven (mede) beïnvloedt betreft de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel: 1. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);

2.

paragraaf 1.3 (rijbewijzen);

3.

artikel 1.17 (schriftelijke verstrekking uit de basisregistratie personen);

4.

artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag);

5.

artikel 1.31 (kansspelen).

Een voorwaarde voor de uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid is verder dat de raad nog niet zelf bij het vaststellen van de verordening de wijziging heeft aangebracht of met de wijziging rekening heeft gehouden (‘een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden’). Het overdragen van ruimere deelbevoegdheden (bijvoorbeeld voor alle doorwerkingen van rijksregelgeving) leidt ertoe dat de raad voor die onderdelen alleen nog wijzigingsbevoegd is door integrale vaststelling van een nieuwe verordening (onder intrekking van de oude verordening inclusief delegatiebesluit). Voorbeeld

Pagina 62 van 64

onderwerp

registratienummer

Verordening op de heffing en de invordering van leges Zuidplas 2026

A25.003710

De Dienst Wegverkeer (ressorterend onder het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) maakt op 31 oktober 2023 via een nieuwsbericht officieus bekend wat het maximumtarief voor een rijbewijs voor 2024 wordt. De officiële bekendmaking van de wijziging van het Reglement rijbewijzen in de Staatscourant vindt plaats op 30 november 2023. De raad stelt de legesverordening in het kader van de begrotingsbehandeling vast op 9 november 2023. Tussen 30 november en 31 december 2023 zijn er geen raadsvergaderingen meer. Nu zijn er twee mogelijkheden: 1. De raad stelt op 9 november 2023 de legesverordening vast inclusief het nieuwe tarief voor een rijbewijs op basis van het officieus bekend gemaakte tarief (eventueel met een overgangsregeling). Het college is dan niet meer bevoegd, tenzij het later in de Staatscourant bekendgemaakte tarief afwijkt. 2. De raad stelt op 9 november 2023 de legesverordening vast met de oude tarieven (= tarieven 2023) voor het rijbewijs. Omdat het nieuwe tarief pas 30 november 2023 officieel bekend is gemaakt en de raad daarmee nog niet bij het vaststellen van de legesverordening rekening heeft gehouden, is het college bevoegd tot wijziging van de legesverordening. Het college wijzigt de legesverordening 2024 zoals de raad deze op 9 november 2023 heeft vastgesteld na 30 november 2023, maar voor 31 december 2023.

Artikel 11 Overgangsrecht Voor een toelichting wordt verwezen naar de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Overgangsrecht. Over de legesheffing in relatie tot de Omgevingswet is nog van belang te melden dat op aanvragen om een omgevingsvergunning die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet (dus vóór 1 januari 2024) de oude legesverordening van toepassing is. Op aanvragen die zijn ingediend vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de nieuwe legesverordening van toepassing. Het tweede lid kan om die reden geen toepassing vinden bij aanvragen omgevingsvergunningaanvragen rond de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet. Artikel 12 Inwerkingtreding Voor een toelichting wordt verwezen naar de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) - Inwerkingtreding. Naast artikel 3 van de Bekendmakingswet bepaalt ook artikel 7, derde lid, van de Europese Dienstenrichtlijn dat de legesverordening elektronisch beschikbaar en raadpleegbaar moet zijn. Als in de verordening of tarieventabel wordt verwezen naar een bijlage en deze naar aard of omvang niet in het elektronisch gemeenteblad kan worden opgenomen, kan de verordening bepalen dat de bekendmaking van die bijlage geschiedt in een ander elektronisch medium. Daarvoor is vooraf instemming nodig van de minister van Binnenlandse Zaken.

In het derde lid hebben wij hiervoor een bepaling opgenomen. De bepaling hebben wij als facultatieve bepaling opgenomen omdat wij in de modelverordening leges geen bijlage noemen waarvoor dit geldt (de tarieventabel dient in het elektronisch gemeenteblad bekendgemaakt te worden). De bijlage wordt gewaarmerkt door daarop te vermelden: Deze bijlage hoort bij artikel […] OF onderdeel […] van de tarieventabel] van de Legesverordening [gemeentenaam en eventueel jaartal], vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van [datum], nr. […]. Zie over de bekendmaking van bijlagen, waaronder niet-publiekrechtelijke normen waarnaar wordt verwezen, de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Inwerkingtreding, onder Bekendmaking.

Pagina 63 van 64

onderwerp

registratienummer

Verordening op de heffing en de invordering van leges Zuidplas 2026

A25.003710

Artikel 13 Citeertitel Voor een toelichting wordt verwezen naar de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting)

Pagina 64 van 64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16253113/1