CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Bestemmingsplan 't Lage, Moordrecht, vaststelling Toelichting A21.002022

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 't Lage, Moordrecht19.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Die eisen vervangen de EPC en zijn dus ook van toepassing op het voorliggende initiatief. MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw en is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100 m². Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. De gebruikte impact van de gebruikte materialen wordt in kaart gebracht aan de hand van productiewijze van de gebruikte bouwmaterialen, het transport, de levensduur van de materialen en de manier van afdanken. Vervolgens worden alle materialen bij elkaar opgeteld. Het resultaat van een dergelijke analyse wordt uitgedrukt in de zogenaamde ‘schaduwkosten’ van het materiaal. Hoe lager de schaduwkosten, hoe duurzamer het gekozen materiaaltype. Per 1 januari 2018 geldt een maximale totale schaduwprijs van 1,0€ / m² bvo. Provinciaal energiebeleid Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Provinciale Structuurvisie. Bijbehorende kaders zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Het plangebied is gelegen binnen stedelijk gebied.

Ten aanzien hiervan geldt dat bij de toelichting op een ruimtelijk plan een beschrijving bevat op welke wijze rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. GPR Gebouw Een meetinstrument voor duurzame ontwikkeling en het benutten van het besparingspotentieel is GPR Gebouw. GPR Gebouw is een manier om duurzaam bouwen te concretiseren en doet dit door een rapportcijfer te geven op vijf thema’s: Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Hierbij geldt, hoe hoger het cijfer, hoe duurzamer het gebouw. Door de GPR Gebouw in te vullen wordt meer nagedacht over duurzaamheid tijdens het ontwerpen en (ver)bouwen van gebouwen. GPR Gebouw kan ook gebruikt worden om bestaande woningen en gebouwen te verduurzamen. Na invoering van gegevens in GPR Gebouw betreffende de woningen worden prestaties zichtbaar op de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Planspecifiek Uit toelichting paragraaf 3.3.4 blijkt dat het voorgenomen plan past binnen het 'Programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie' van de gemeente Zuidplas. Daarnaast zullen de woningen voldoen aan de BENGnormen en zal er gebruik gemaakt worden van duurzame installaties, goede isolatie en duurzame materialen. De woningen worden gasloos uitgevoerd.

46

Het openbaar gebied wordt klimaatadaptief ingericht. Er worden op verschillende plekken binnen het plangebied wadi's toegepast. Langs de wegen wordt er ruimte tussen de trottoirbanden gehouden om bij zware neerslag het regenwater af te kunnen voeren naar de wadi's. In enkele parkeerkoffers worden enkele parkeerplaatsen voorzien van grasbetontegels om het water vast te houden en in de ondergrond te laten zakken. Daarnaast de ijsbaan in grasbeton uitgevoerd. Hierdoor blijft de functie als ijsbaan behouden en kan er ook geparkeerd worden.

4.13 Bezonning In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient bij wijziging van een planologische situatie, bijvoorbeeld ten behoeve van nieuwbouw, gemotiveerd te worden of de wijziging ruimtelijk acceptabel is. Omdat er met voorliggend bestemmingsplan nieuwe bebouwing wordt toegestaan moet beoordeeld worden of deze bebouwing effect heeft op de omgeving. De bruikbaarheid van omliggende tuinen en terrassen mag door schaduwwerking niet onaanvaardbaar afnemen. Ook bij de nieuwbouw zelf moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Afhankelijk van de opgave kan het wenselijk zijn om een bezonningstudie op te stellen. In een bezonningsstudie wordt bekeken wat de effecten zijn van de voorgenomen ontwikkeling op de omliggende bebouwing. Voor zowel de toepassing als de inhoud van een bezonningstudie bestaat geen directe wettelijke basis en geen wettelijk vastgestelde normen. Wel zijn door TNO minimum- en streefnormen voor bezonning voorgesteld, afgeleid van de Engelse wetgeving. Er bestaan twee normen van TNO: 1. 2.

een ‘lichte’ norm, die minimaal twee uur zon per dag in de periode 19 februari tot en met 21 oktober voorschrijft, een ‘strenge’ norm, die drie uur zon per dag in de periode 21 januari tot en met 22 november voorschrijft.

Planspecifiek Om het effect van de realisatie van de woningen in beeld te brengen is een bezonningsstudie uitgevoerd: 'Bezonningsstudie Locatie ’t Lage Sportlaan Moordrecht' (zie bijlagen bij toelichting bijlage 10). Hierbij is de 'lichte TNO-norm' onderzocht: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam. Naast de begin- en einddata van de 'lichte norm' (resp. 19 februari en 21 oktober) zijn de volgende dagen onderzocht:

•

21 maart; begin van de lente, de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni in (zomertijd);

• •

21 juni; begin van de zomer, de dag dat de zon het hoogst staat); 23 september; begin van de herfst, de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 21 juni en 22 december in (wintertijd).

Het maximaal toegestane volume is voor de berekeningen in een 3D-programma gezet. Door het invoeren van de coördinaten en een tijdstip is de exacte zoninstraling per plaats en per dag te bepalen, aan de hand van het verloop van de zon over deze dag. Hierbij is rekening gehouden met de zomer- en wintertijd. De tijdstippen waarop de bezonning volgens de 'lichte norm' is bepaald zijn: 8.00, 9.00, 10.00, 11.00, 12.00, 13.00, 14.00, 15.00, 16.00, 17.00 en 18.00 uur. Uit de bezonningsstudie blijkt dat de nieuwe ontwikkeling beperkt invloed heeft op de bezonning van de omliggende woningen aan de Nicolaas Beetslaan en aan de Dokter van Westendorplaan en dat voldaan wordt aan de 'lichte norm'.

47

Conclusie Gelet op de omvang en hoogte van de toekomstige bebouwing in combinatie met de afstand van die bebouwing tot de omliggende woningen zal er geen sprake zijn van een onaanvaardbare beperking van de lichtinval bij deze omliggende woningen in vergelijking tot de bestaande situatie en is een voldoende daglichttoetreding gewaarborgd.

48

hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

5.2 Toelichting op de planregels De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de geldende bestemmingsplannen. In onderstaande paragrafen zullen de regels nader worden uiteengezet.

5.3 Bestemmingen De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn afgestemd op de gemeentelijke standaarden en sluiten aan op recente bestemmingsplannen van de gemeente Zuidplas. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Groen De groenzones in het plangebied zijn veiliggesteld via de bestemming 'Groen'. De gebruikelijke gebruiksmogelijkheden worden geboden, waaronder ook voorzieningen ten behoeve van waterafvoer en waterberging. Verder zijn in verband met de bestemming, behoudens nutsvoorzieningen, alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegelaten, zoals terreinafscheidingen en lichtmasten. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' is parkeren toegelaten. Tevens is geregeld dat dit terrein gebruikt kan worden als ijsbaan. Verkeer - Verblijfsgebied Ten behoeve van de ontsluiting en parkeerplaatsen wordt de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' gehanteerd. Binnen deze bestemming zijn bijvoorbeeld ook groenvoorzieningen en straatmeubilair e.d. toegelaten. Er zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals lichtmasten e.d. toegelaten. Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging, bermen en groenvoorzieningen en kunstwerken, waaronder begrepen bruggen en dammen

49

ter ontsluiting van woonpercelen in het plangebied. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen. Er wordt voor de bewoner ruimte geboden voor aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven, tot maximaal 30% van het grondvloeroppervlak van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m². Tevens zijn de daarbij behorende tuinen, bijbehorende bouwwerken, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden, speeltoestellen, water en kunstwerken toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd, waarbij ook de woningtypologie (vrijstaand, twee-aaneen, aaneengebouwd en gestapeld), het maximum aantal wooneenheden en de maximum goot- en bouwhoogten zijn vastgelegd. Bij de vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen is een 'gevellijn' aangeduid: de voorgevel van het hoofdgebouw dient ter plaatse van deze aanduiding te worden gebouwd, dan wel daarachter. In de regels wordt verder geregeld dat de inhoud van een hoofdgebouw van vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen niet meer mag bedragen dan 750 m³. Dit is exclusief uitbouw/aanbouw/kelder. Voorts is een regeling opgenomen voor bijbehorende bouwwerken, inclusief een regeling voor erkers.

Voor wat betreft de woningen aan de Vierde Tochtweg zijn aanduidingen 'specifieke vorm van wonen openheid' opgenomen. Daarmee is bepaald dat ter plaatse geen bijbehorende bouwwerken gerealiseerd mogen worden en dat deze gronden niet aangemerkt worden als erf zoals bedoeld in artikel 1 bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht waarmee hier ook geen vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan. In de Algemene regels is een regeling voor het parkeren opgenomen, met een verwijzing naar de op 5 november 2019 vastgestelde 'Nota Parkeernormen 2019'.

50

hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. Planspecifiek De betreffende gronden zijn eigendom van de gemeente Zuidplas. Er zijn voorts voor de gemeente geen bijzondere bijkomende kosten verbonden aan de herontwikkeling van het terrein. De economische uitvoerbaarheid is dan ook niet in het geding.

51

hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Algemeen Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van Provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd.

De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt vervolgens met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2 Participatie Bij het besluit over de intenties van partijen over de herontwikkeling van het achterblijvende sportpark ’t Lage zijn in maart 2018 al de uitgangspunten en de eerste schetsen van een stedenbouwkundige verkaveling en programmatische invulling weergegeven. Deze zijn daarna op een eerste inloopavond op 23 mei 2018 aan de omgeving gepresenteerd en toegelicht. Tijdens die bijeenkomst zijn diverse vragen gesteld en opmerkingen gemaakt. Via de gemeentelijke website is het bestand 'Vraag & antwoord 23 mei 2018 - 't Lage' in te zien, waarin de vragen en opmerkingen voorzien zijn van een reactie. Met deze input zijn het aangepaste stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan opgesteld en door het college vastgesteld. Op maandag 23 november 2020 heeft de gemeente Zuidplas een online-informatieavond over de ontwikkelingen rondom 't Lage (en ook Het Ambacht) georganiseerd. Tijdens deze informatieavond zijn het uitgewerkte en aangepaste stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan toegelicht en werden geïnteresseerden bijgepraat over de ontwikkelingen, de huidige status én stonden medewerkers klaar om vragen te beantwoorden. Op 2 juni 2021 is er een online-informatieavond gehouden over het bestemmingsplan en het stedenbouwkundige plan van 't Lage, door middel van een (video)presentatie.

Op de avond is ook teruggeblikt op de eerder gestelde vragen en reacties op het stedenbouwkundig plan en de wijzigingen die naar aanleiding daarvan zijn doorgevoerd. Er was op die avond de mogelijkheid om vragen te stellen.

7.3 Vooroverleg In het kader van het vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening, is het voorontwerpbestemmingsplan verstuurd naar verschillende vooroverlegpartners. Reacties zijn ontvangen van Dunea, Gasunie, GGD Hollands Midden, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), Oasen, Qirion en TenneT. De opmerkingen zien hieronder samengevat en van een gemeentelijke reactie (in cursief) voorzien.

52

1. Dunea (mail d.d. 28 mei 2021) Dunea geeft aan dat er in het gebied geen transportleidingen van Dunea liggen. Derhalve zijn er geen op- of aanmerkingen op het plan. Deze opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassingen. 2. Gasunie (mail d.d. 4 mei 2021) Voor Gasunie geldt dat het toegestuurde plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Deze opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassingen. 3. GGD Hollands Midden (mail d.d. 7 mei 2021) De GGD Hollands Midden heeft voor het plan een gezondheidskundig advies opgesteld (d.d. 4 juni 2021). In het advies wordt geadviseerd over luchtkwaliteit, geluid, binnenklimaat, elektromagnetische velden, groen en blauw, hittestress en bodemkwaliteit. In de verdere planontwikkeling zal dit gezondheidskundig advies meegenomen worden. Echter geeft het gezondheidskundig advies van de GGD Hollands Midden geen aanleiding tot aanpassingen. 4. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) (mail 7 juni 2021) Het HHSK heeft twee opmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan. De wadi’s in dit gebied zijn ten behoeve van waterberging en om te voldoen aan de watertoets. Deze staan onder bestemming groen, terwijl alle voorzieningen ten behoeve van waterafvoer en waterberging onder bestemming water vallen.

In de watervergunning zullen we dit uiteindelijk ook borgen, maar wellicht is het voor de gemeente ook handig om deze functie expliciet te benoemen. Daarnaast is op 6 mei een nieuwe versie van de berekening voor de watercompensatie ontvangen. Deze berekening is iets aangepast ten opzichte van degene in de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan. De opmerkingen van het HHSK geven aanleiding tot het aanpassen van de toelichting en regels. - Voor de regels geldt dat in artikel 3.1 in de bestemmingsomschrijving, d. voorzieningen ten behoeve van waterafvoer en waterberging, is opgenomen. - In de toelichting is paragraaf 4.9.2 de nieuwe berekening voor de watercompensatie opgenomen. 5. Oasen (mail d.d. 28 mei 2021) Oasen geeft aan geen opmerkingen te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. Deze opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassingen. 6. Qirion/Liander (mail d.d. 4 mei 2021) Er zijn vanuit Qirion/Liander geen opmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan. Deze opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassingen. 7. TenneT (mail d.d. 6 mei 2021) Binnen de grenzen van het plan heeft TenneT noch bovengrondse-, hoogspanningsverbindingen in beheer. Er zijn geen opmerkingen op het plan. Deze opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

noch

ondergrondse

7.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan “'t Lage, Moordrecht” heeft vanaf donderdag 2 september 2021 tot en met woensdag 13 oktober 2021 ter inzage gelegen in het gemeentehuis, via www.ruimtelijkeplannen.nl en via de website van de gemeente Zuidplas. Er zijn drie zienswijzen binnengekomen. In de Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) zijn de zienswijzen samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien: zie bijlagen bij toelichting, bijlage 11.

53

hoofdstuk 8 Handhaving Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke aanlegvergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een ontheffing. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang.

Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet.

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10872207/1