CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Bestemmingsplan 't Lage, Moordrecht, vaststelling Toelichting A21.002022

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 't Lage, Moordrecht19.638 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

't Lage, Moordrecht Gemeente Zuidplas

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.1892.BptLageMrd-Va01

Datum:

2 november 2021

Contactpersoon Buro SRO:

H.J.M. van Arendonk

Kenmerk Buro SRO:

SR200078

Opdrachtgever:

Gemeente Zuidplas

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave hoofdstuk 1 Inleiding .................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 4 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 4 1.3 Geldend bestemmingsplannen ........................................................................................................................... 5 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 7

hoofdstuk 2 Planomschrijving ................................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ........................................................................................................................................... 9 2.3 Beeldkwaliteit ................................................................................................................................................... 10

hoofdstuk 3 Beleidskader ........................................................................................................................ 14 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 14 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 16 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 19

hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten ........................................................................................... 24 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 24 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 25 4.3 Bedrijven en milieuzonering.............................................................................................................................. 26 4.4 Geluid ................................................................................................................................................................ 28 4.5 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 28 4.6 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 31 4.7 Ecologie .............................................................................................................................................................

33 4.8 Archeologie ....................................................................................................................................................... 34 4.9 Waterparagraaf ................................................................................................................................................. 35 4.10 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................................... 39 4.11 Niet gesprongen explosieven .......................................................................................................................... 45 4.12 Duurzaamheid ................................................................................................................................................. 46 4.13 Bezonning ........................................................................................................................................................ 47

hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................. 49 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 49 5.2 Toelichting op de planregels ............................................................................................................................. 49 5.3 Bestemmingen .................................................................................................................................................. 49

hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................ 51 hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................... 52 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 52 7.2 Participatie ........................................................................................................................................................ 52 7.3 Vooroverleg ....................................................................................................................................................... 52 7.4 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 53

hoofdstuk 8 Handhaving .......................................................................................................................... 54

3

hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Op de locatie aan de Sportlaan in Moordrecht is op dit moment Sportpark 't Lage gesitueerd. Het sportpark is het onderkomen van VV Moordrecht en postduivenvereniging De Gevleugelde Vrienden. Doordat VV Moordrecht te maken heeft met een toenemend aantal leden en de sportvelden in kwalitatief slechte staat verkeren voldoet het sportpark niet meer. Omdat het sportpark op de huidige locatie geen uitbreidingsmogelijkheden kent wordt het sportpark verplaatst naar de noordoostkant van Moordrecht, naast bedrijventerrein 't Ambacht. Initiatiefnemer is voornemens om op de vrijkomende gronden van het Sportpark 't Lage 85 woningen te realiseren, bestaande uit appartementen, rijwoningen, twee-onderéén-kapwoningen en vrijstaande woningen. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de mogelijkheden van de geldende beheersverordening 'Moordrecht', vastgesteld op 6 maart 2018 door de gemeente Zuidplas. In de huidige situatie hebben de gronden binnen het plangebied de bestemming 'Recreatieve doeleinden sportterrein'. Om de hierboven geschetste ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan vereist. Het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel een nieuw en actueel planologisch-juridisch kader te bieden dat de realisatie van 85 woningen mogelijk maakt.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern van Moordrecht. Moordrecht is onderdeel van de gemeente Zuidplas. Het plangebied is kadastraal bekend onder de gemeente Moordrecht, sectie C, percelen 3528, 5638 (deels) en 5580. Op de volgende afbeeldingen is de globale begrenzing en ligging van het plangebied weergegeven.

Globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

4

Globale begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 Geldend bestemmingsplannen De geldende beheersverordening ter plaatse van het plangebied is de beheersverordening 'Moordrecht', vastgesteld op 6 maart 2018 door de gemeenteraad van de gemeente Zuidplas. In de beheersverordening wordt in de regels, artikel 2.1 sub a, aangegeven dat de regels en verbeelding uit het bestemmingsplan 'Moordrecht-West', zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Zuidplas op 16 mei 2006 van toepassing zijn binnen de grenzen van het plangebied. De volgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding ter plaatse van het plangebied.

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Moordrecht-West', plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

5

Binnen het plangebied gelden de bestemmingen 'Recreatieve doeleinden sportterrein' en 'Verkeersdoeleinden a'. De voor 'Recreatieve doeleinden sportterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor sportbeoefening in de open lucht en zaalsporten, alsmede voor maatschappelijke doeleinden, met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken - geen gebouwen zijnde -, functiegebonden horeca, open terreinen, wegen, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water. Ter plaatse van de kleedgelegenheid en kantine is een bouwvlak aangeduid waar een maximale goothoogte van 7 meter geldt. Ter plaatse van de bestemming 'Verkeersdoeleinden a' zijn de gronden bestemd voor verkeersdoeleinden ten behoeve van een ontsluitingsroute met rijwegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, bermen en water. Binnen deze bestemming zijn tevens de daarbij behorende gebouwen zoals wachthuisjes (abri's), bouwwerken voor openbaar nut, alsmede voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals bruggen en lichtmasten toegestaan. De maximale oppervlakte van een gebouw mag ten hoogste 10 m² bedragen met een goothoogte van ten hoogste 3 m. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt de maximale hoogte 12 m. Naast de beheersverordening 'Moordrecht' geldt voor een kleine strook van het plangebied het wijzigingsplan 'Moordrecht-West WP Sportlaan', vastgesteld door de raad van de gemeente Zuidplas op 23 maart 2010.

De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het wijzigingsplan 'Moordrecht-West WP Sportlaan'.

Uitsnede wijzigingsplan 'Moordrecht-West WP Sportlaan', plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Voor de strook binnen het wijzigingsplan geldt de bestemming 'Groenvoorzieningen'. De voor 'Groenvoorzieningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor parken, groenstroken en parkeren, met de daarbij behorende voet- en fietspaden, beplanting, tuinen, speelvoorzieningen, verhardingen, waterpartijen en bouwwerken voor openbaar nut. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Tevens geldt ter plaatse het bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie' (vastgesteld op 6 maart 2018). Er geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3', waarbij de gronden mede bestemd zijn voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Verder is het bestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeren', vastgesteld op 24 april 2018, van toepassing.

6

De realisatie van 85 woningen is niet toegestaan binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan 'Moordrecht-West'. Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken moet een nieuw bestemmingsplan vastgesteld worden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een algemene beschrijving van het plan weergegeven. De huidige ruimtelijke en functionele structuur van het gebied en de eventuele verschillen tussen het geldende planologische regime en de toekomstige manier van bestemmen wordt beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 komen alle voor het bestemmingsplan relevante milieu- en overige aspecten aan de orde, waarna het geheel wordt vertaald in een juridische bestemmingsregeling die in hoofdstuk 5 wordt toegelicht. Hoofdstuk 6 betreft de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 bevat de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van de participatie en overlegmomenten zijn opgenomen. Tot slot bevat hoofdstuk 8 een handhavingsparagraaf.

7

hoofdstuk 2 Planomschrijving 2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern van Moordecht, binnen de bebouwde kom van Moordrecht. Moordrecht vormt een compact dorp met een historische kern en maakt onderdeel uit van de gemeente Zuidplas. Aan de zuidwest- en zuidoostzijde grenst het plangebied aan de Vierde Tochtweg. De Vierde Tochtweg heeft een smal wegprofiel en is één van de toegangswegen van Moordrecht. Aan de Vierde Tochtweg is met name lintbebouwing gelegen bestaande uit vrijstaande woningen op ruime kavels. Tussen het plangebied en de Vierde Tochtweg is een watergang gelegen. Aan de noordwestzijde, grenzend aan de Nicolaas Beetslaan, zijn recent nieuwe woningen gerealiseerd bestaande uit vrijstaande woningen en appartementengebouwen. De appartementengebouwen bestaan uit vier bouwlagen en de vrijstaande woningen hebben twee bouwlagen met een teruggesprongen derde bouwlaag. Aan de noordoostzijde grenst het plangebied aan de Sportlaan en Dokter van Westendorplaan waaraan voornamelijk rijwoningen zijn gelegen.

Linker afbeelding toont een impressie van de omgeving van de huidige situatie vanaf de Nicolaas Beetslaan in noordelijke richting. Rechter afbeelding toont een impressie van de omgeving van de huidige situatie vanaf de Vierde Tochtweg in noordelijke richting (bron: Google Streetview)

Op dit moment is Sportpark 't Lage gesitueerd binnen de plangrens. Het sportpark bestaat uit twee voetbalvelden, een klein trapveldje, een kleedgelegenheid/kantine en parkeervoorzieningen. Het sportpark is in gebruik door VV Moordrecht en duivenvereniging De Gevleugelde Vrienden. VV Moordrecht heeft te maken met een toename van het aantal leden waardoor de vereniging steeds vaker te maken heeft met capaciteitsproblemen, daarbij zijn de huidige sportvelden kwalitatief slecht. Derhalve zal VV Moordrecht samen met duivenvereniging De Gevleugelde Vrienden en Stichting Scouting Moordrecht worden verplaatst naar een nieuwe locatie aan de noordoostkant van Moordrecht. Inmiddels is men begonnen met de realisatie van het toekomstige sportpark. De verwachting is dat de gronden behorende bij Sportpark 't Lage binnen afzienbare tijd vrijkomen. De navolgende afbeeldingen tonen een impressie van een huidige situatie binnen de plangrens.

Linker afbeelding toont aanzicht vanaf de Sportlaan in noordelijke richting. Rechter afbeelding toont aanzicht vanaf de Sportlaan in westelijke richting (bron: Google Streetview)

8

2.2 Toekomstige situatie Initiatiefnemer is voornemens om op de vrijkomende gronden van het voormalige Sportpark 't Lage, woningen te realiseren. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig matenplan gemaakt (IMOSS/Vink, d.d. 12 april 2021). Het beoogde plan voorziet in de realisatie van 85 woningen, bestaande uit in totaal 58 rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen en uit 27 appartementen, Onderstaande afbeelding toont het stedenbouwkundig matenplan.

Stedenbouwkundig matenplan beoogde situatie (bron: IMOSS /Vink, d.d. 12 april 2021)

Stedenbouwkundige opzet Aan de zuidwestzijde van de planlocatie zullen twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen worden gerealiseerd bestaande uit één en twee bouwlagen met kap. Hiermee wordt aangesloten op de bestaande lintbebouwing aan de Vierde Tochtweg. De woningen zullen ontsloten worden aan de Vierde Tochtweg middels gedeelde bruggen/dammen. Aan de noordwestzijde wordt een appartementengebouw gerealiseerd bestaande uit vier bouwlagen. Dit gebouw sluit ruimtelijk aan op het naastgelegen appartementengebouw. In het midden van het plangebied wordt een compact carré met rijwoningen gerealiseerd. Aansluitend worden eveneens rijenwoningen voorgesteld. Voor het noordoostelijke gedeelte van het plangebied zijn geen woningen beoogd. Hier worden de speelvelden in stand gehouden. Een deel daarvan kan in de winterperiode onder water gezet worden ten behoeve van een ijsbaan. Dit gedeelte kan in gebruik genomen worden als parkeerterrein. Programma Het voorgenomen plan betreft de realisatie van in totaal 85 woningen. Het programma bestaat uit 10 rijwoningen en 27 appartementen in de categorie 'goedkoop huur' en 'sociale huur'. Verder zullen er 40 rijwoningen in de categorie 'middelduur' worden gerealiseerd. Aan de Vierde Tochtweg worden 6 twee-onderéén-kapwoningen en 2 vrijstaande woningen in de categorie 'duur' mogelijk gemaakt.

Groen, water en openbare ruimte Het groen binnen het plangebied bestaat uit groenstroken tussen de ontsluitingswegen en trottoirs. De bestaande watergang langs de Vierde Tochtweg blijft behouden. Het plangebied wordt voor een groot deel

9

omringd door deze watergang. Tussen het appartementengebouw en de rijwoningen is een wadi beoogd, waar het regenwater kan infiltreren in de bodem, of vertraagd wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Het noordoostelijke gedeelte van het plangebied bestaat uit een grasveld, waar tevens parkeerplaatsen voor het onderhavige woongebied zijn voorzien. Het terrein kan in de winterperiode dienen als een ijsbaan. Verkeer en parkeren Het plangebied zal voornamelijk ontsloten worden middels de bestaande toegangsweg aan de Sportlaan/Dokter van Westendorplaan. Er wordt een ringvormige weg door het plangebied aangelegd, waaraan de rijwoningen worden ontsloten. De twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen worden ontsloten aan de Vierde Tochtweg. De parkeerplaatsen worden binnen het plangebied op eigen terrein of in de openbare ruimte gerealiseerd. In toelichting paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie. Met het voorgenomen plan worden er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd.

2.3 Beeldkwaliteit Naast het stedenbouwkundig matenplan is er een Beeldkwaliteitsplan opgesteld (IMOSS/Vink, d.d. 12 april 2021); zie bijlagen bij toelichting, bijlage 9. Het beeldkwaliteitsplan wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld, als aanvulling op de Welstandsnota. Daarmee is het beeldkwaliteitsplan het toetsingskader voor welstand. Voor de beeldkwaliteit van 't Lage wordt aangesloten bij de geschiedenis van de bakstenen-industrie in de regio. Er kan onder andere in de architectonische uitstraling van de bebouwing worden verwezen naar de baksteencultuur. Het materiaalgebruik en de detaillering van de woningen krijgt daarmee een traditionele uitstraling die aansluit op de identiteit van het dorp Moordrecht. Indeling plangebied Het plangebied kan grofweg onderverdeeld worden in twee deelgebieden. Het oostelijke deel sluit aan bij de dorpsbebouwing van Moordrecht en sluit direct aan op de bestaande woonwijk. Een smalle strook langs de Vierde Tochtweg zoomt het plangebied aan de zuid-westkant af en vindt zijn aansluiting bij de agrarische lintstructuur. De navolgende afbeelding toont de twee deelgebieden van het plangebied.

10

Deelgebieden (bron: IMOSS /Vink, d.d. 12 april 2021)

Woonmilieu lint-bebouwing De bebouwing langs de Vierde Tochtweg is nadrukkelijk op het lint georiënteerd en ligt met zijn rug naar de rest van de wijk. De woningen krijgen aan de voorkant ruime voortuinen en bruggen en de kavels sluiten daarmee aan op de uitstraling van de Vierde Tochtweg. De Vierde Tochtweg is een landelijk lint met daarin een afwisseling van verschillende woontypes, zoals vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen. Deze lopen uiteen van woonhuis tot villa en boerderijen, verdeeld in clusters en solitaire bebouwing. Het cluster 11a t/m 15a ligt direct tegenover de ontwikkeling van ’t Lage. Het karakter daarvan is individueel met ruimte tussen de bebouwing. Net als de bestaande bebouwing krijgen de percelen een individuele toegang (soms gedeeld maar altijd per bouwvolume) in de vorm van een bruggetje. De individuele bruggetjes die toegang geven tot de percelen benadrukken het individuele karakter. Door met de ontwikkeling aan de Vierde Tochtweg hierop aan te sluiten passen de nieuwe woningen goed in het lint. Het is daarbij zaak om de bouwvolumes niet 'dicht te laten lopen'. Vrije en onbebouwde ruimte is hier van belang. De percelen waar de nieuwe woningen op worden gerealiseerd zijn ruim en bieden voldoende plaats voor hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, al dan niet vast gebouwd aan het hoofdgebouw.

Vergunningplichtige en vergunningvrije bouwmogelijkheden tussen de reeds voorgestane bebouwing zijn niet noodzakelijk voor het woongenot. Ze doen er zelfs afbreuk aan omdat de landelijke, individuele setting met onderlinge vrije ruimte wordt aangetast door alles als het ware aan elkaar te bouwen. Om die reden is hieraan op de verbeelding de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - openheid' gegeven, waarmee hier bijbehorende bouwwerken en vergunningvrij bouwen worden uitgesloten. De twee-onder-één-kapwoningen hebben één herkenbare hoofdmassa. Daarnaast zijn voor de woningen in dit deelgebied aan- en bijgebouwen ondergeschikt en qua materiaal en kleur afgestemd op de hoofdmassa. Er zit variatie in het kleurgebruik van de woningen, waarbij wit slechtst incidenteel is toegestaan. Tevens hebben de woningen aan het lint een afwisselende kapvorm en nokrichting. Woonmilieu dorps-bebouwing De woningen in het woonmilieu ‘dorpsbebouwing’ sluiten qua materiaal en vormentaal aan op de bestaande dorpsstructuur. De woningen zijn voorzien van een traditionele hoofdvorm, maar kunnen een eigentijdse uitstraling krijgen door het materiaalgebruik en de detaillering. Een verzorgde overgang van openbaar naar

11

privé is van belang. De gevelkleur is hoofdzakelijk rood-bruin met accenten in bruin-antraciet. Witte geveldelen kunnen als toevoeging (ondergeschikt) in het architectuurbeeld worden opgenomen. De hoeken van de bouwblokken vormen stedenbouwkundige accenten. Deze vragen extra zorg en aandacht in het architectonisch ontwerp. De volgende accenten worden hierbij onderscheiden:

• • •

Accenten van het centrale middenblok Accenten van de omlijsting Accenten van het appertementengebouw

De navolgende afbeelding toont welke hoeken van de bouwblokken stedenbouwkundige accenten vormen.

Stedenbouwkundige accenten (bron: IMOSS /Vink, d.d. 12 april 2021)

Het middenblok bestaat uit een samenhangende eenheid. De woningen vormen feitelijk een carré van bebouwing. De samenhang van het blok wordt versterkt door het toepassen van een Delfste Stoep rondom het carré en tuinmuren die aansluiten op het materiaal en detaillering van de woningen. Er wordt gebruik gemaakt van o.a. erkers, ramen op de tweede verdieping en overstek van de kap om de kopgevels extra kwaliteit te geven. Rond het middenblok bevinden zich rijwoningen met een luxe uitstraling, waardoor er een contrast ontstaat. De woningen zijn voorzien van ruimte voortuinen met hagen. De erfafscheidingen zijn van een groen karakter. Een aantal woningen hebben gedraaide kappen om de bouwblokken te beëindigen. Anderen hebben een extra brede beukmaat en een opgetilde goot waardoor grotere woningtypen kunnen worden ontwikkeld en de diversiteit in de wijk wordt versterkt. In het noordoostelijke gedeelte van het plangebied bevindt zich het appartementencomplex die qua vorm en uitstraling zal aansluiten op de bestaande naastgelegen appartementencomplexen.

12

Openbare ruimte en groenstructuur Het plangebied wordt voor een groot deel omringt door water. Deze watergangen zijn doorontworpen in het plangebied. Langs het appartementencomplex grenst een Wadi aan de watergang, net als aan de andere kant in het noordoosten. Deze wadi’s bieden de mogelijkheid voor natuurlijke waterinfiltratie en waterberging. Er worden nieuwe bomen geplant langs de wegen, waarmee aansluiting wordt gezocht bij de groene omgeving. Tevens wordt er een groen straatbeeld gecreëerd. De parkeerkoffers kunnen (deels) in groene verharding worden uitgevoerd. Langs de zuidrand van het plangebied blijven de bestaande knotwilgen en elzen zoveel als mogelijk behouden. Daarnaast vormt het bestaande trapveldje een belangrijk groenelement. De navolgende afbeelding toont de beoogde groenstructuur.

Beoogde groenstructuur (bron: IMOSS /Vink, d.d. 12 april 2021)

Parkeren Om het parkeren minder zichtbaar te maken in dit straatbeeld, is er gekozen voor twee parkeerkoffers. Met de parkeerkoffers worden veel parkeerplaatsen gerealiseerd. Door de groene rand van de parkeerkoffers worden de meeste auto's uit het zicht ontnomen. Daarnaast zijn er verschillende parkeervoorzieningen op de kavels van de woningen beoogd. Voor het appartementencomplex wordt aan de zijkant in parkeerruimte voorzien. Naast de functie als parkeerplek bieden de parkeerkoffers ook een functie voor waterberging. Dit vindt plaats onder het verhard wegdek van de parkeerkoffers. Daarnaast heeft parkeren plaats op een locatie aan de Dokter van Westendorplaan. Deze locatie kan ook tijdelijk gebruikt worden als ijsbaan.

13

hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het realiseren van nieuwe woningen wat bijdraagt aan sterke en gezonde regio's.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 13 nationale belangen opgenomen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Planspecifiek Het plan valt niet binnen één van de projecten aangewezen in het Barro. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

14

De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven:

•

•

•

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan, als bedoeld in het tweede lid, toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van 85 woningen. De voorgenomen ontwikkeling moet derhalve worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Bestaand stedelijk gebied Het bestaand stedelijk gebied wordt volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ’bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. De gronden in het plangebied maken onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De locatie ligt in het noordwesten van de kern Moordrecht. Rond het plangebied zijn voornamelijk woningen aanwezig.

Behoefte Bij een stedelijke ontwikkeling dient aangetoond te worden dat er behoefte is aan de ontwikkeling binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied. De aard en de omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De omvang van de stedelijke ontwikkeling betreft 85 woningen, bestaande uit appartementen, rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen. De behoefte aan de woningen komt nader aan bod in de Woonvisie 2025 van de gemeente Zuidplas, zie toelichting paragraaf 3.3.3. Hierin wordt gesteld dat er tot 2030 behoefte is aan 3.250 woningen, bestaande uit 70% koopwoningen, 27% sociale huurwoningen en 3% aan middenhuur woningen. Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van 10 rijwoningen en 27 appartementen in de categorie 'goedkoop huur' en 'sociale huur'. Verder zullen er 40 rijwoningen in de categorie 'middelduur' worden gerealiseerd. De overige woningen bestaan uit 6 twee-onder-één-kapwoningen en 2 vrijstaande woningen in de categorie 'duur'. Tevens wordt in Structuurvisie Zuidplas 2030, toelichting paragraaf 3.3.2, gesteld dat er voor de gemeente Zuidplas een woningbouwopgave is van circa 5.000 woningen binnen en aan de dorpen van Zuidplas. Op basis hiervan is de conclusie gerechtvaardigd dat er behoefte is aan de ontwikkeling binnen het plangebied.

Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling van 85 woningen past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking.

15

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 augustus 2020. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.

Ruimtelijke hoofdstructuur

De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:

•

het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;

• •

de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;

• • • •

de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie;

2.

Ambities en sturing

het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.

De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:

• • • • • •

naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level;

3.

Omgevingskwaliteit

naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:

•

een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;

•

een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit;

•

een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.

16

4.

Beleidskeuzes

De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. De voor onderhavig plan relevante beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie worden hierna behandeld. Planspecifiek De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze: 'Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Met deze beleidskeuze geeft de provincie richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart. Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit.

Onderstaand zullen de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. Laag van de ondergrond Een groot deel van Zuid-Holland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Daarnaast vinden we hier een groot aantal bestaande en voormalige plassen. Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als sportlocatie met voetbalvelden. Daarmee kan gesteld worden dat de gronden intensief gebruikt worden. Met de bouw van 85 woningen zal bij de constructie rekening worden gehouden met de ondergrond, hierdoor zal de bodemdaling beperkt blijven. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen De nieuwe ontwikkeling bevindt zich in het 'Droogmakerijenlandschap'. Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. Richtpunten voor het droogmakerijlandschap zijn:

•

De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land.

•

Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten.

•

De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op de herkenbaarheid van het gebied doordat omliggende sloten intact blijven. In de huidige situatie is er nauwelijks sprake van zichtlijnen doordat het plangebied in een stedelijk gebied ligt. De randen van het plangebied worden passend met het omliggende landschap ingericht, waarbij de watergangen in stand worden gehouden. Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied is deels gelegen binnen de kaartlaag 'Steden en dorpen' en deels binnen de kaartlaag 'Stads- en dorpsranden'. Voor de 'Steden en dorpen' geldt dat elk dorp bij ontwikkelingen rekening houdt met de eigen identiteit en voort bouwt op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 85 woningen. In de huidige situatie is Sportpark 't Lage gesitueerd ter plaatse van het plangebied. Het initiatief is passend in de omgeving omdat in de directe omgeving van het plangebied reeds woningen zijn gelegen.

17

Langs de Vierde Tochtweg is het plangebied gelegen aan de 'Stads- en dorpsrand'. Dit is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Daarbij onderscheiden we drie typen ‘overgangskwaliteiten’. Het front, het contact en de overlap. Het voornemen is om aan de Vierde Tochtweg twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen te realiseren op ruime kavels. Dit is in lijn met de bestaande bebouwing aan de Vierde Tochtweg. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. De ruimtelijke kwaliteit wordt niet aangetast. De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie en is in lijn met de provinciale ambities.

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 1 augustus 2020 in werking getreden. De Omgevingsverordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.

b.

c.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.

Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen (sub a), omdat de ontwikkeling zich afspeelt binnen het bestaand stedelijk gebied. Met de stedenbouwkundige invulling van de beoogde nieuwbouw is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart zijn in toelichting paragraaf 3.2.1 toegelicht. Hieruit blijkt dat de beoogde plannen aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart voldoen.

18

Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de volgende eisen: a.

b.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.

Bij het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.3 ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking. Sub b is niet van toepassing, omdat de ontwikkeling binnen het bestaand stads- en dorpsgebied is voorzien. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Conclusie Gezien het voorgaande dient er geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit de Omgevingsverordening voor de onderhavige nieuwe ontwikkelingen.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Zuidplas In de 'Omgevingsvisie Zuidplas' staan de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. In de omgevingsvisie staan de volgende ambities centraal:

•

Aantrekkelijk Zuidplas: Ingezet wordt op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen. Daarnaast wordt ingezet op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als dorpen in Zuidplas uit willen breiden kan dat, maar alleen als een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen.

•

Duurzaam Zuidplas: Nieuwe ontwikkelingen zijn zoveel mogelijk energieneutraal. Voor bestaande gebouwen wordt ook hierop ingezet, hoewel dit niet overal haalbaar zal zijn. Naast de energiedoelstellingen wordt gewerkt aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft daarbij nadrukkelijk aandacht.

•

Ondernemend Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een aantrekkelijk gemeente zijn voor ondernemers en ervoor zorgen dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en belangrijke speler in de regio. Gezond Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving én met aandacht voor de gezondheid van onze inwoners.

•

De omgevingsvisie is uitgewerkt in een visie per dorp. Hierin is aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet per dorp. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer. Planspecifiek Voor de gemeente Zuidplas geldt dat er voor de positionering van de dorpen ingezet wordt op het realiseren van inbreidingslocaties binnen de bestaande dorpen, wanneer de geplande uitbreidingen aan de dorpen zijn gerealiseerd. Daarbij wordt ingezet op een divers, betaalbaar en flexibel woningaanbod. De beoogde

19

herontwikkeling vindt plaats binnen het bebouwd gebied van Moordrecht. Er worden in totaal 85 woningen mogelijk gemaakt, bestaande uit verschillende woningtypen. Naast duurdere twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen worden er middeldure rijwoningen en appartementen voor de goedkope en sociale huur gerealiseerd. Hiermee wordt aangesloten op de ambitie van de gemeente om een divers, betaalbaar en flexibel woningaanbod te realiseren. Nieuwe ontwikkelingen zijn zoveel als mogelijk energieneutraal. Om dit mogelijk te maken moet energie opwek integraal onderdeel zijn van het plan. Naast de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn, wordt er door de gemeente ook ingezet op het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast. De woningen die met het voorliggende plan worden gerealiseerd dienen te voldoen aan de BENG-normen. Ze worden gasloos uitgevoerd en voorzien van duurzame installaties en een goede isolatie. Op het gebied van klimaatadaptatie wordt rekening gehouden met de afvoer en het opvangen van regenwater, bijvoorbeeld door middel van een wadi tussen het appartementengebouw en de rijwoningen. Bestaande watergangen blijven behouden en waar nodig worden deze verbreed en verlengd.

Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het beoogde initiatief voor de herontwikkeling van 't Lage naar woningbouw in lijn is met de ambities van de gemeente en de Omgevingsvisie Zuidplas.

3.3.2 Structuurvisie Zuidplas 2030 De structuurvisie Zuidplas 2030 - Ruimte voor dorps wonen in de Randstad is op 27 november 2012 vastgesteld door de raad van de gemeente Zuidplas. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke visie tot 2030 weergeven. De structuurvisie biedt een kader voor alle gebieds- en ruimtelijke opgaven die de gemeente in de komende decennia wil realiseren. De pijlers voor de gemeente Zuidplas richten zich met name op het open agrarisch landschap, grote woonopgaven, nieuwe werkgebieden en ruimte voor groen- en recreatie. In de structuurvisie wordt de gemeentelijke visie op de thema's 'Wonen en Voorzieningen', 'Werken', 'Groen en Recreatie', 'Verkeer en Infrastructuur' en 'Milieu en Duurzaamheid' beschreven en in een themakaart weergeven. De vijf themakaarten vormen als geheel de Structuurvisiekaart Zuidplas 2030. Wonen en voorzieningen Specifiek voor de planlocatie is het thema 'Wonen en voorzieningen' van toepassing. De dorpen in Zuidplas beschikken alle vier over basisvoorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, sport, cultuur en (commerciële) dienstverlening. De invulling daarvan is dorpsgericht. Zo wordt binnen de gemeente alle reguliere vormen van basis- en middelbaar onderwijs aangeboden. Zowel onder als na schooltijd is er aandacht voor sport en cultuur. De dorpen beschikken over toegankelijke sportaccommodaties.

De invulling van de sportfaciliteiten sluit aan bij de wensen en behoeften van de inwoners en verenigingen. Planspecifiek Het voorgenomen plan betreft de realisatie van 85 woningen binnen het plangebied. In de huidige situatie zijn ter plaatse een sportpark met sportvelden gesitueerd die gebruikt worden door VV Moordrecht. Het aantal leden van VV Moordrecht neemt toe en de sportvelden verkeren in een kwalitatief slechte staat, waardoor het sportpark niet meer voldoet. Op de huidige locatie zijn er geen uitbreidingsmogelijkheden. Het sportpark wordt dan ook verplaatst naar de noordoostkant van Moordrecht, naast bedrijventerrein 't Ambacht. Na de verplaatsing van het sportpark komt er een gebied vrij binnen bestaand stedelijk gebied. De realisatie van woningen is passend in de omgeving. In de structuurvisie wordt voor het thema 'Wonen en voorzieningen' gesteld dat de realisatie van nieuwe woningen hoofdzakelijk binnen en aan de vier dorpen plaatsvindt. Het plangebied is gelegen binnen de kern van Moordrecht. Gesteld wordt dat de ontwikkeling van woningen in lijn is met de structuurvisie van de gemeente Zuidplas.

3.3.3 Woonvisie 2025 De 'Woonvisie 2025 - Dorps wonen in Zuidplas, nu en in de toekomst' is op 23 januari 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. In de woonvisie wordt een doorkijk naar het wonen in Zuidplas rond het jaar

20

2025 gegeven en is richtinggevend van karakter. De woonvisie is tevens het programmatische toetsingskader voor nieuwbouwlocaties. In de woonvisie wordt gekozen voor de volgende strategie:

• • • • •

Sociale huursector op peil. Identiteit vasthouden. Langer thuis wonen. Duurzaam wonen en leven. Innovatieve woonvormen.

Om de visie te realiseren zijn de stappen verwoord in drie speerpunten: 1. 2. 3.

Een divers en betaalbaar woningaanbod voor alle doelgroepen. Duurzaam wonen. Experimenten in wonen en ontmoeten.

Met het eerste speerpunt wordt de visie van een evenwichtige bevolkingsopbouw verwezenlijkt. De andere twee dragen bij aan het realiseren van dat divers en betaalbaar woningaanbod. Woningbouwopgave Zuidplas bouwt volop nieuwe woningen om bij te dragen aan de woningbouwopgave in de Zuidvleugel. Uit onderzoek blijkt dat de vraag naar diverse woningtypen toeneemt. In de woonvisie staan uitgangspunten voor de omvang van de diverse woon- en prijssegmenten die in Zuidplas nodig zijn. Deze uitgangspunten voor de woningvoorraad die in de Woonvisie staan, bieden houvast in de onderhandelingen over nieuwbouw met projectontwikkelaars en woningcorporaties. In de woonvisie staat geen woningverdeling per dorp. Nieuwbouwontwikkeling is maatwerk en daarom komen er randvoorwaarden voor elk nieuwbouwproject. Daarin wordt op basis van de locatie (het dorp), de marktomstandigheden en de grootte van het project aangegeven hoeveel woningen van welk type, prijsklasse, eigendomsverhoudingen (huur of koop) en kwaliteitsniveau gewenst zijn. Planspecifiek Voor de periode tot 2030 is er een behoefte aan 3.250 nieuwe woningen in de gemeente Zuidplas. Van deze woningen is er een behoefte aan 70% koopwoningen, 27% sociale huurwoningen en 3% middenhuur woningen. Met het voorliggende plan worden 37 woningen in de categorie 'goedkoop huur' en 'sociale huur' gerealiseerd.

Hiervan worden er 27 in het appartementencomplex en 10 in het middengebied gerealiseerd. Daarnaast worden er in het middengebied 40 rijwoningen in de categorie 'middelduur' en aan de Vierde Tochtweg 8 woningen in de categorie 'duur' gerealiseerd, bestaande uit 6 twee-onder-éénkapwoningen en 2 vrijstaande woningen. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling van 85 woningen in de kern Moordrecht past binnen de kaders van de Woonvisie 2025. Met het plan wordt een bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave binnen de gemeente Zuidplas.

3.3.4 Programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie De gemeente Zuidplas heeft in het programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019 – 2025 het doel gesteld om in 2050 een duurzame en toekomstbestendige gemeente te zijn. De gemeente Zuidplas wil echter verder kijken dan de energietransitie. Er wordt ook gekeken naar het veranderende klimaat en hoe gemeente Zuidplas een aantrekkelijke leefomgeving kan ontwikkelen en behouden. Het programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019 – 2025 bestaat uit de volgende thema’s:

21

• • • •

Energie en warmte: het besparen van energie, het opwekken van hernieuwbare energie en de bebouwde omgeving loskoppelen van aardgas. Klimaatadaptatie: inrichten van de openbare ruimte om de gevolgen van klimaatverandering te beperken. Circulaire economie: Het bestaande lineaire systeem omzetten naar een nieuw circulair systeem. Leefomgeving: De leefomgeving wordt vooral vorm gegeven in de inrichting van de fysieke (openbare) buitenruimte door beplanting en gebruik van materialen. Voor een gezonde leefomgeving is een goede kwaliteit van bodem, lucht en water van belang.

Planspecifiek De gemeente Zuidplas streeft naar duurzame ontwikkelingen. Met de voorgenomen ontwikkeling zal worden aangesloten bij dit streven, waarbij voldaan dient te worden aan de normen van Bijna Energie-Neutrale Gebouwen (BENG). De woningen worden dan ook gasloos uitgevoerd en voorzien van duurzame installaties en een goede isolatie. Daarnaast wordt het plangebied klimaatadaptief ingericht. Er zal sprake zijn van voldoende mogelijkheden om het regenwater op te vangen bij zware weersomstandigheden. De watergangen rond het plangebied blijven behouden en worden waar nodig verbreed en verlengd. Daarnaast bestaat de ambitie om tussen het nieuwe appartementengebouw en de rijwoningen een wadi te realiseren. Gesteld kan worden dat het plan in lijn is met de ambities op het gebied van duurzaamheid van de gemeente Zuidplas.

3.3.5 Welstandsnota Zuidplas 2015 De welstandsnota is, kort gezegd, het beleidsdocument dat moet voorzien in de criteria die burgemeester en wethouders hanteren bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning op welstandsvereisten. Middels de Welstandsnota Zuidplas 2015 geeft de gemeente Zuidplas aan hoe de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd. De gemeente hanteert het principe 'welstandsvrij, tenzij...'. Dat betekent dat de gemeente in principe welstandsvrij is. Uitzondering daarop zijn kwetsbare gebieden. Het voornemen is om de Welstandsnota in 2022 te vervangen door de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas. Planspecifiek Uit het raadplegen van de welstandskaart van de gemeente Zuidplas blijkt dat de planlocatie in een gebied ligt met het welstandsniveau 'Vrij'. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de welstandskaart met het plangebied in het wit omcirkeld.

22

Uitsnede Welstandskaart gemeente Zuidplas, plangebied wit omcirkeld (bron: Welstandsnota Zuidplas 2015)

Voor diverse nieuwe projecten dient een beeldkwaliteitdocument opgesteld te worden die de beoogde kwaliteit voor een nieuwe ontwikkeling borgt. Met het voorliggende plan worden er op een relatief grote planlocatie nieuwe woningen gerealiseerd. Hiervoor is dan ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld (IMOSS/Vink, d.d. 12 april 2021) die in toelichting paragraaf 2.3 is behandeld. Derhalve dient in de onderhavige situatie getoetst te worden aan dit beeldkwaliteitsplan.

23

hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.

c.

d.

het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.

Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:

• •

Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld;

•

De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).

Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden;

De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Planspecifiek Het bestemmingsplan bevat een activiteit die genoemd wordt in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Het realiseren van woningen valt onder onderdeel D.11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen', (drempelwaarde: een aangesloten gebied dat 2.000 woningen of meer omvat) van het Besluit milieueffectrapportage.

24

Met de voorgenomen ontwikkeling worden in totaal 85 nieuwe woningen gerealiseerd. Voorliggend plan valt onder sub c: het plan wordt wel genoemd maar voldoet niet aan de drempelwaarde van 2.000 woningen of meer. Dit betekent dat het bevoegd gezag (vormvrij) een besluit moet nemen of het opstellen van een milieueffectrapportage nodig. Derhalve zijn in het kader van dit ruimtelijk plan de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht. Hieruit is niet gebleken dat er sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit ruimtelijke plan te nemen. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. De kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zijn niet van dien aard dat er aanleiding bestaat tot het opstellen van een milieueffectrapportage.

4.2 Bodem In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Planspecifiek Met het voorliggende plan wordt de bestemming van het plangebied gewijzigd. Om die reden is in maart 2020 een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem is, door de aanwezigheid van puinverhardingen, slakkenverharding en slootdempingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10872207/1