CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Nota Actualisatie Archeologische Beleidskaart A25.003161

Gemeenteraad 3 februari 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststellen 1e wijziging omgevingsplan gemeente zuidplas - beleidsneutrale regels15.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

 Nieuw: Duitse stelling Tweede Wereldoorlog Langs de Nederlandse kust ligt de Duitse Atlantikwall en achter deze verdediging werden verschillende linies aangelegd om een eventuele doorbraak van de geallieerden te stoppen. In Zuid Holland ligt zo’n linie: de 1. of Vordere Wasserstellung. Deze loopt globaal van Amsterdam naar Rotterdam en doorsnijdt Alphen aan den Rijn, Waddinxveen en Zuidplas. De Vordere Wasserstellung bestond uit een tankgracht met verschillende randstructuren als loopgraven en prikkeldraadversperringen, stellingen met afweergeschut en grote stellingen die omgeven zijn met een web van loopgraven. Binnen de gemeente Waddinxveen is de tankgracht al twee keer archeologisch onderzocht. Duitse geschutsstellingen werden doorgaans op hogere terreindelen aangelegd om goede waarnemings- en schootsvelden te hebben. Dijken en hoger gelegen spoorwegen, verkeerswegen en opritten van bruggen vormden een goede locatie en bij inundaties zouden deze posities droog blijven. 20 Op een luchtfoto van Zuidplas uit de Tweede Wereldoorlog is de Vordere Wasserstellung duidelijk te zien. Ter hoogte van de Vijfde Tochtweg en de spoorlijn is een afweergeschut (aangetroffen en verplaatst in 2012) zichtbaar en zijn drie grote stellingen te zien: één ter hoogte van de Vijfde Tochtweg nr.

10, één ter hoogte van het huidige industrieterrein Grote Esch en één ter hoogte van Westergouwe (gemeente Gouda). De stelling ter hoogte van de Vijfde Tochtweg 10 is binnen Zuidplas de laatste stelling (afbeelding 7) waarvan de archeologische resten (loopgraven en dergelijke) nog gaaf in de bodem bewaard zijn. De stelling ter hoogte van het industrieterrein Grote Esch is inmiddels overbouwd en het is onbekend in hoeverre resten nog aanwezig zijn. Er is zeer veel archiefmateriaal over de Tweede Wereldoorlog. Lokaal gebouwde stellingen zullen voor een deel aangelegd zijn aan de hand van algemene voorschriften maar lokale verschillen kunnen 20

De Kruijf 2006.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 26 van 48

voorkomen. Het is de vraag in hoeverre er informatie bewaard is over de bouw van alle stellingen langs de Vordere Wasserstellung. Gezien de verwachte gaafheid van de grondsporen en loopgraven ter hoogte van de stelling langs de Vijfde Tochtweg 10 kan archeologisch onderzoek veel informatie opleveren die niet of nauwelijks in archieven te vinden of toegankelijk is.

Afbeelding 7: Duitse stelling Vijfde Tochtweg 10 op een uitsnede van een luchtfoto uit september 1944: pijlen: zichtbare loopgraven; cirkel: de geschutsstelling die in 2012 is aangetroffen en enkele meters verplaatst is. 21

21

De foto is ter beschikking gesteld door dhr. T. de Kruijf (registratienrs.: 3139 – 106G.2792 11 sept 44 F/3’’//11541Sqdn).

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 27 van 48

Afbeelding 8: voorgestelde archeologische begrenzing Duitse stelling (zwarte lijnen) op een uitsnede van de huidige beleidskaart: 1: Stelling Vi jfde Tochtweg 10 Moordrecht. 2: restant loopgraaf.

Archeologische sporen kunnen direct onder de bouwvoor aangetroffen worden. Gezien de aard en diepteligging van de sporen zou het beste zijn om ze onder hetzelfde regime te laten vallen als de sporen die te vinden zijn binnen oude bewoningslinten of cultuurhistorische elementen (Waarde Archeologie 2). Daarom is het advies deze locatie op te nemen als een zone met een hoge archeologische verwachting en een onderzoek verplicht te stellen voor plangebieden groter van 100 m² en ingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld. De voorgestelde begrenzing van de stelling is zodanig gekozen dat de meeste zichtbare loopgraven op van de luchtfoto beschermd worden maar dat grote infrastructurele werken als wegen en spoorlijnen niet belast worden met een onderzoeksverplichting. (afbeelding 8) Ter hoogte van deze werken worden geen archeologische resten meer verwacht. Net ten oosten van de stelling lijkt nog een deel van een loopgraaf in de bodem bewaard te zijn (afbeelding 8: nr. 2). Deze locatie wordt eveneens op de beleidskaart opgenomen. Advies te nemen maatregelen Het advies voor categorie zeer hoge archeologische verwachting:  het verwijderen van het bewoningslint langs de Slinger (afb. 4: nr. 1);  het handhaven van de bewoningslinten langs de Hollandse IJssel en de Rotte (afb. 4: nr.

2 en 3);  het verwijderen van linten van de voormalige Moordrechte Tiendeweg en Moordrechtse Veenweg (afb. 4: nr. 4 en 5);  het aanpassen van de begrenzing van het lint van Moerkapelle naar Nieuwerkerk a/d IJssel (afb. 4: nr. 6);  het handhaven van de overige linten (afb. 4: nr. 7 t/m 8);  de bewoningslinten toe te wijzen aan de categorie Waarde Archeologie 2;  de zones met de getijdegeulen en kreken niet meer op te nemen op de beleidskaart;  het aanpassen van de begrenzingen van de stroomgordels (zie afb. 5);

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 28 van 48

 het verruimen van de vrijstellingsgrens van de stroomgordels van 100 m²/0,3 m naar 1.000 m²/3 m;  de stroomgordels toe te wijzen aan de categorie Waarde Archeologie 3;  de zones met de terrasranden niet meer op te nemen op de beleidskaart;  de zones met rivierduinen te handhaven;  het verruimen van de vrijstellingsgrens van de rivierduinen van 100 m²/3 m naar 1.000 m²/7 m;  de rivierduinen toe te wijzen aan de categorie Waarde Archeologie 4;  het opnemen van de Duitse stelling ter hoogte van de Vijfde Tochtweg 10 te Moordrecht onder de categorie Waarde Archeologie 2 (vrijstellingsgrens 100 m²/0,3 m; zie afb. 8).

3.4

Middelhoge archeologische verwachtingswaarde Waarde Archeologie 5

Vastgestelde archeologische verwachting en vrijstellingsgrens Tot deze categorie behoren de sterk zandige crevasseafzettingen. Crevasseafzettingen ontstaan wanneer de oeverwal van een geul of een rivier door breekt. Het zwaardere zandige materiaal wordt direct nabij de waterloop afgezet en verder in het land bezinken de fijne kleideeltjes. De zandige afzettingen liggen enkele decimeters hoger in het landschap en kunnen zo geschikte locaties voor (kortstondige) bewoning hebben gevormd. Een voorbeeld van prehistorische bewoning is aangetroffen te Westergouwe-Gouda. 22 Binnen de gemeente Zuidplas worden crevasseafzettingen verwacht langs de Gouderakse stroomgordel. Deze stroomgordel bestaat uit verschillende kleine geulen die met elkaar verbonden zijn en zo via een vertakt stelsel de lager gelegen komgebieden binnendringen. Deze kleine geulen (crevasses) zijn ontstaan bij oeverwaldoorbraken en worden uiteindelijk weer opgevuld met zand. Wanneer later het rivierenlandschap overspoeld wordt door de zee, is het idee dat de getijdegeulen en kreken zich via de oudere riviergeulen en crevasses in oostelijke richting hebben uitgebreid. Het is niet duidelijk in hoeverre de zeeafzettingen de oudere rivierafzettingen hebben geërodeerd. Op basis van de AHN en geologische gegevens zijn binnen de gemeente Zuidplas crevasseafzettingen onderscheiden.

Het is echter niet duidelijk in hoeverre het hier gaat om crevasseafzettingen langs de Gouderakse stroomgordel of de mariene kreken en geulen. 23 Tijdens het opstellen van de verwachtingenkaart kon geen onderscheid gemaakt worden tussen de crevasseafzettingen die te maken hebben met kreken en geulen enerzijds en oude stroomgordels anderzijds. Daarom is in 2010 gekozen een verwachting toe te kennen vanaf het maaiveld. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht voor geplande bodemverstorende ingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m² en verstoringen vanaf 30 cm beneden het maaiveld. Resultaten actualisatie Binnen Zuidplas kunnen we ervan uitgaan dat de aan de kreken en geulen gerelateerde crevasseafzettingen binnen drie meter onder het maaiveld voorkomen, ze vormen immers onderdeel van het waddenlandschap dat nu aan het oppervlakte ligt en onderscheiden is via de AHN. Aangezien nu voor de kreken en geulen de archeologische verwachting naar beneden is bijgesteld, is het logisch dat voor de crevasses eveneens een lage verwachting geldt. Het landschap van de kreken en geulen 22 23

Alma/Torremans 2010. Beusink 2010: 64.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 29 van 48

was waarschijnlijk te nat voor bewoning en dus kunnen we stellen dat dat ook voor de crevasses geldt. Bij de reeds uitgevoerde onderzoeken (bijlage 2) konden crevasses binnen het pakket van wadafzettingen niet onderscheiden worden. De onderzoeken hebben ook geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Nu is het de vraag in hoeverre de crevasseafzettingen ter hoogte van de getijdegeulen overeenkomen met de verwachte crevasseafzettingen van de dieper gelegen stroomgordels. Tot nu toe zijn bij de onderzoeken ter hoogte van de stroomgordels geen crevasseafzettingen onderscheiden. Dit wordt deels verklaard door het gegeven dat veel boringen dieper zijn gezet dan de wadafzettingen maar niet diep genoeg om de top van de stroomgordels (inclusief de mogelijke crevasseafzettingen) aan te treffen. Langs de IJssel komen ook crevasseafzettingen voor die door de IJssel zijn afgezet. Deze afzettingen komen al direct aan het maaiveld voor. Voor deze afzettingen zijn geen archeologische onderzoeken beschikbaar waaruit blijkt of de archeologische verwachting gehandhaafd moet blijven of niet. Op de beleidsadvieskaarten van Krimpenerwaard komen ook de crevasseafzettingen van de IJssel voor en hier geldt een onderzoeksverplichting voor plangebieden groter dan 1000 m² en ingrepen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld.

Ook hier geldt dat er gekozen is voor een groter onderzoeksgebied om beter inzicht te krijgen in de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. Advies te nemen maatregelen Het advies voor categorie middelhoge archeologische verwachting:  het uitsluitend handhaven van de zones met crevasseafzettingen langs de Hollandsche IJssel;  het verruimen van de vrijstellingsgrens van de crevasseafzettingen van 250 m²/0,3 m naar 1.000 m²/0,3 m;  de zones met crevasseafzettingen toe te wijzen aan de categorie Waarde Archeologie 5; Er is gekozen voor Waarde Archeologie 5 omdat de zones met crevasseafzettingen relatief lokaal voorkomen. Toekomstig onderzoek kan snel uitwijzen in hoeverre de archeologische verwachting voor deze zone gehandhaafd moet worden. Bij het eventueel afvoeren van deze categorie zijn er geen aanpassingen nodig in de overige categorie Waarde Archeologie.

3.5

Zones met een lage archeologische verwachting

Binnen de gemeente Zuidplas komen grote delen voor in het landschap waaraan een lage archeologische verwachting is toegekend. Het gaat dan om gebieden die vanuit landschappelijk oogpunt ongunstige vestigingslocaties boden of die te nat of onvruchtbaar waren voor landbouw. Het gaat hier met name om kom- en wadafzettingen en veengebieden waar in het verleden geen bewoningslinten zijn aangelegd. In 2010 werd aan deze zones met een lage archeologische verwachting nog een onderzoeksverplichting opgelegd bij geplande bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 0,5 ha en verstoringen vanaf 30 cm beneden het maaiveld. Op basis van de tussentijdse actualisatie heeft de gemeenteraad van Zuidplas op 23 juli 2013 besloten deze verwachtingszone geheel vrij te stellen

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 30 van 48

van een onderzoeksverplichting. Daarom zal tijdens deze actualisatie deze zone met een lage archeologische verwachting niet verder behandeld worden.

3.6

Conclusie actualisatie

Nieuwe inzichten over de ondergrond en uitgevoerde archeologische (boor)onderzoeken hebben geleid tot grote aanpassingen van de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Zuidplas. Op basis van een bijgestelde verwachting, begrenzing of en/of diepteligging adviseert de ODMH de vrijstellingsgrenzen in de meeste gevallen aan te passen. De gemeente wordt gevraagd de voorgestelde beleidskaart vast te stellen en te verankeren in nieuwe bestemmingsplannen. De onderstaande tabel 4 vat de geadviseerde wijzigingen samen:

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 31 van 48

vastgesteld beleid 2010

advies nieuw beleid

zones archeologie

archeologische

vrijstellingsgrens

en landschap

verwachting

(oppervlakte/diepte)

Waarde Archeologie

vrijstellingsgrens

wijziging-toelichting

dorpskern

zeer hoog

50 m²/0,3 m

Waarde Archeologie 1

50 m²/0,3 m

uitsluitend kleine aanpassingen van de begrenzing

cultuurhistorische

zeer hoog

50 m²/0,3 m

Waarde Archeologie 2

100 m²/0,3 m

deels verwijderd, waardering overeenkomstig met bewoningslint

hoog

100 m²/0,3 m

Waarde archeologie 2

100 m²/0,3 m

twee linten zijn verwijderd, begrenzing van 1 lint aangepast

hoog

100 m²/0,3 m

niet van toepassing

niet van toepassing

hoog

100 m²/0,3 m

Waarde Archeologie 3

1.000 m²/3 m

elementen historische bewoningslinten getijdegeulen en

deze eenheid is geheel afgevoerd

kreken stroomgordels

verruiming oppervlakte- en dieptemaat vrijstellingsgrens, wijziging begrenzing

terrasranden

hoog

100 m²/3 m

niet van toepassing

niet van toepassing

rivierduinen

hoog

100 m²/3 m

Waarde Archeologie 4

1.000 m²/7 m

deze eenheid is geheel afgevoerd verruiming oppervlakte- en dieptemaat vrijstellingsgrens

crevasses

middel hoog

250 m²/0,3 m

Waarde Archeologie 5

1.000 m²/0,3 m

grotendeels afgevoerd, verruiming oppervlakte vrijstellingsgrens

wadafzettingen

laag

(5.000 m²/0,3 m)

niet van toepassing

niet van toepassing

deze eenheid is al in 2013 beleidsmatig afgevoerd

Tabel 4: Was-Wordt-tabel met de voorgestelde aanpassingen van de vrijstellingsgrenzen van de archeologische zones. (wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde beleid zijn vet weergegeven)

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 32 van 48

4

Archeologische beleidskaart Zuidplas: advies en werking

4.1

Advies nieuwe vrijstellingsgrenzen

Nieuwe inzichten in de archeologische verwachting van Zuidplas leiden tot het advies om de vrijstellingsgrenzen aan te passen. De aanpassingen voor Zuidplas zijn tweeledig: • zones met een bepaalde verwachting zijn vervallen, verkleind of zijn ondergebracht in een andere categorie Waarde Archeologie; • de vrijstellingsdiepte is aangepast aan de feitelijke diepteligging van de bodemlagen met een archeologische verwachting. Dit geldt voor de ligging van de stroomgordelafzettingen en de rivierduinen. De voorgestelde wijziging heeft als gevolg dat er minder onderzoek zal plaatsvinden: een bepaalde zones met een verwachting zijn gewijzigd en/of grotendeels afgevoerd en bij twee categorieën is de vrijstellingsdiepte dusdanig aangepast dat een onderzoek niet meer zo snel nodig is. De onderstaande tabel geeft de voorgestelde nieuwe vrijstellingsgrenzen weer. VASTGESTELDE

OPPERVLAKTE

DIEPTE

WAARDEN

PLANGEBIED

INGREEP

Waarde Archeologie 1

50 m²

0,3m

TOELICHTING

geen wijziging in vrijstellingsgrens, wel in begrenzing dorpskernen

Waarde Archeologie 2

100 m²

0,3 m

geen wijziging in vrijstellingsgrens, wel in de begrenzingen van verschillende waarde.

Waarde Archeologie 3

1000 m²

3m

verruiming vrijstellingsgrens, kansrijke afzettingen liggen dieper dan 3 m –mv, nieuwe begrenzing stroomgordels

Waarde Archeologie 4

1000 m²

7m

verruiming vrijstellingsgrens, kansrijke afzettingen liggen dieper dan 7 m -mv

Waarde Archeologie 5

1000 m²

0,3 m

verruiming vrijstellingsgrens, kansrijke afzettingen worden onder het maaiveld verwacht, aanpassing zonering

lage verwachting

vrijgesteld

vrijgesteld

geen wijziging

Tabel 5: Voorstel nieuwe en geactualiseerde vrijstellingsgrenzen gemeente Zuidplas

Bij de geadviseerde vrijstellingsgrenzen blijft het proportioneel beleid gehandhaafd: er is een evenwicht tussen een verantwoorde omgang van het bodemarchief enerzijds en een zoveel mogelijke onbelemmerde doorgang van economische ontwikkelingen anderzijds.

4.2

Verantwoording vrijstellingsgrenzen

Voor de categorieën Waarde Archeologie 3, 4 en 5 wordt een aanpassing van de vrijstellingsgrens geadviseerd. Volledigheidshalve wordt de vrijstellingsgrens van alle categorieën weergegeven. Hiervoor is onder andere een samenvatting gemaakt van de onderbouwing uit de toelichting op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart en beleidskaart Zuidplas uit 2010. In principe wordt uitgegaan van het zoveel mogelijk behouden van archeologische resten in de bodem (behoud in situ). Is dit niet mogelijk, dan dient de informatiewaarde ervan door middel van onderzoek behouden te Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 33 van 48

worden (behoud ex situ). De kosten van een onderzoek zijn volgens ‘de verstoorder betaalt’ principe voor rekening voor de aanvrager van een omgevingsvergunning of ontwikkelaar. Voor elke Waarde Archeologie geldt een onderzoeksverplichting. Het komt regelmatig voor dat bijvoorbeeld de omvang van een plangebied de vrijstellingsgrens overschrijdt maar dat de totale bodemverstorende werkzaamheden zeer gering zijn. In dergelijke gevallen worden verwachte archeologische waarden niet bedreigd en hoeft er niet altijd onderzoek plaats te vinden. Er kan dus altijd, mits goed onderbouwd, afgeweken worden van de onderzoeksverplichting. Waarde Archeologie 1 Deze waarde omvat de oude dorpskernen. Bij deze terreinen dient in eerste instantie gestreefd te worden naar behoud van de resten in situ door planaanpassing. Archeologische resten kunnen vlak onder het maaiveld (de bouwvoor) voorkomen. Indien dit niet gerealiseerd kan worden, wordt (ten behoeve van de aanvraag van een omgevingsvergunning) een archeologisch onderzoek gevraagd bij (graaf)werkzaamheden in plangebieden groter dan 50 m2 en waarvan de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm (inclusief heien) onder het maaiveld. Het oppervlak van 50 m2 is een praktische maat: het eventueel verloren gaan van archeologische waarden wordt beperkt en er hoeft geen actieve handhaving plaats te vinden op ontgravingen van kleinere omvang.

Het overgrote deel van kleine aanbouwen en schuurtjes zijn hierdoor niet vergunningsplichtig. De dieptemaat van 30 cm sluit aan op de vrij ondiepe ligging van de archeologische resten, namelijk net onder de bouwvoor. Het doel van het archeologisch onderzoek is om de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging van de archeologische sporen nader in kaart te brengen. Waarde Archeologie 2 Deze waarde omvat de oude bewoningslinten, de resten van een Duitse stelling en losstaande cultuurhistorische elementen (zoals voormalige molens, boerderijen, etc.). Eventuele resten kunnen vlak onder het maaiveld voorkomen. Een archeologisch onderzoek wordt gevraagd bij plangebieden groter dan 100 m2 en waarvan de bodemingrepen (inclusief heien) dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld. Het oppervlak van 100 m2 sluit aan bij het beleid van de Erfgoedwet en die van de provincie ZuidHolland. De dieptemaat van 30 cm sluit aan op de vrij ondiepe ligging van de archeologische resten, namelijk net onder de bouwvoor. Het doel van het archeologisch onderzoek is om de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging van de archeologische sporen nader in kaart te brengen. Waarde Archeologie 3 Deze waarde omvat de afzettingen van de stroomgordels Zuidplas en Gouderak.

Op de stroomgordelafzettingen kunnen archeologische resten uit de prehistorie voorkomen. De afzettingen van de stroomgordels komen voor vanaf 3 m onder het maaiveld en dieper. Bij het aantreffen van archeologische waarden wordt gestreefd naar behoud in de bodem door middel van het aanpassen van de geplande ontwikkelingen. Een archeologisch onderzoek wordt gevraagd bij

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 34 van 48

(graaf)werkzaamheden in plangebieden groter dan 1000 m2 en waarvan de bodemingrepen (inclusief heien) dieper reiken dan 3 m onder het maaiveld. Met een oppervlak van 1000 m2 bij onderzoek naar stroomgordelafzettingen krijgt men meer inzicht in de aanwezigheid van kansrijke archeologische zones en mogelijke archeologische vindplaatsen. Het doel van het archeologisch onderzoek is het in kaart brengen van archeologisch kansrijke zones: er wordt gekeken naar de mate van bewoonbaarheid van de afzettingen. Indien afzettingen bewoonbaar zijn geweest, dan kan met een karterend booronderzoek in kaart gebracht worden of er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Archeologische vindplaatsen uit de prehistorie kunnen goed opgespoord worden wanneer ze van een bepaalde omvang zijn, er een cultuurlaag aanwezig is en er relatief veel vondsten in de bodem aanwezig zijn. Hele kleine vindplaatsen zonder cultuurlaag en met weinig vondsten zijn eenvoudigweg nauwelijks op te sporen. De Waarde Archeologie 3 beslaat een aanzienlijk deel van de gemeente. Voor de bouw van een enkele woning ter hoogte van de stroomgordelafzettingen zal vrijwel nooit archeologisch onderzoek nodig zijn omdat de grens van 1000 m2 niet snel overschreden wordt. Archeologisch onderzoek kan voornamelijk nodig zijn voor de grotere bedrijfsgebouwen en dergelijke.

Waarde Archeologie 4 Deze waarde omvat de locaties van de rivierduinen. De begrenzing van deze duinen is relatief goed bekend en de toppen van deze duinen liggen dieper dan 7 m onder het maaiveld. Archeologische resten worden met name op de flanken van de duinen verwacht. Bij het aantreffen van archeologische waarden wordt gestreefd naar behoud in de bodem door middel van het aanpassen van de geplande ontwikkelingen. Een archeologisch onderzoek wordt gevraagd bij plangebieden groter dan 1000 m2 en waarvan de bodemingrepen (inclusief heien) dieper reiken dan 7 m onder het maaiveld. Met een oppervlak van 1000 m2 bij onderzoek naar rivierduinen krijgt men meer inzicht in de aanwezigheid van kansrijke archeologische zones en mogelijke archeologische vindplaatsen. Het doel van het archeologisch onderzoek is het in kaart brengen van archeologisch kansrijke zones: er wordt gekeken naar de diepteligging van het zand van de rivierduinen en de flanken worden in kaart gebracht. Gezien de ligging van de rivierduinen in het buitengebied en de zeer diepe ligging ervan, zal voor de bouw van een woning geen onderzoek nodig zijn. Zeer diepe graafwerkzaamheden zullen eveneens nauwelijks voorkomen. Heien is toegestaan mits de dichtheid van de heipalen beperkt blijft: een palenmatras is niet toegestaan zonder archeologisch onderzoek.

Waarde Archeologie 5 Deze waarde betreft de crevasseafzettingen langs de Hollandsche IJssel. Eventueel aanwezige archeologische resten kunnen direct onder het maaiveld voorkomen. Ook hier geldt dat bij onderzoek naar crevasseafzettingen over een oppervlak van 1000 m² meer inzicht verkregen wordt in de aanwezigheid van kansrijke archeologische zones en mogelijke archeologische vindplaatsen. Het doel van het archeologisch onderzoek is het in kaart brengen van

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 35 van 48

archeologisch kansrijke zones: er wordt gekeken naar zowel de begrenzing en diepteligging van de crevasseafzettingen en of deze afzettingen ooit geschikt zijn geweest voor bewoning.

4.3

Borging en werking beleidskaart

Borging middels een paraplubestemmingsplan De nieuwe vrijstellingsgrenzen die volgen uit de geactualiseerde kaart, moeten worden vastgelegd in een nieuw of te actualiseren bestemmingsplan. Het kan dus een lange tijd duren voordat de nieuwe archeologische beleidskaart is overgenomen in alle bestemmingsplannen. Het gevolg is dat in bestemmingsplannen een onwenselijke diversiteit aan archeologische beleidsregels is opgenomen: • bestemmingsplan van voor 2007: vaak zijn geen regels m.b.t. archeologie opgenomen en dan wordt archeologie geregeld via de erfgoedverordening van de gemeente Zuidplas; • bestemmingsplannen rond 2008-2011: hier is uitgegaan van de provinciale waardenkaart van Zuid-Holland. Deze kaart kan sterk verschillen in onderzoeksverplichting ten opzichte van het vastgestelde beleid uit 2010; • bestemmingsplannen 2010-2013: hierin is nog een onderzoeksverpichting opgenomen voor zones met een lage archeologische verwachting (vrijstellingsgrens 0,5 ha en 30 cm); • bestemmingsplannen van na 2013 voldoen aan het vastgestelde archeologiebeleid en de korte actualisatie uit 2013. Met de Omgevingswet op komst is het wellicht beter het nieuwe en soepelere beleid te borgen in een paraplubestemmingsplan. Zodoende wordt voor de gehele gemeente de actuele kaart in één keer toegepast en gaat vanaf dat moment de versoepeling van de vrijstellingsgrenzen in.

Zo worden bijvoorbeeld bij het geactualiseerde archeologiebeleid in de gemeente Krimpenerwaard vijf aparte archeologische beleidskaarten herzien en geborgd in één bestemmingsplan. Het paraplubestemmingsplan vormt dan later een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Onderzoeksplicht Voor een ontwikkeling is in principe een archeologisch onderzoek verplicht wanneer de locatie valt in een zone waar een vrijstellingsgrens geldt. Worden zowel de oppervlakte als de totale dieptemaat overschreden, dan is een archeologisch onderzoek nodig. Bij het oppervlak gaan we uit van het oppervlak van het plangebied. Bij de diepteligging wordt niet alleen gekeken naar graafwerkzaamheden, maar ook naar het aanbrengen van heipalen. Heien wordt namelijk ook als een verstoring gezien. Het kan voorkomen dat ontwikkelingen overlappen met verschillende vrijstellingsgrenzen. In dat geval wordt het oppervlak van het gehele plangebied meegewogen bij de strengste vrijstellingsgrens. Valt bijvoorbeeld een plangebied van 500 m2 grotendeels voor 450 m2 in een zone met een vrijstellingsgrens van 1000 m2 en voor 50 m2 in een zone met een vrijstellingsgrens van 100 m2, dan is toch een onderzoek nodig over de 50 m2. Vrijstelling onderzoeksplicht Archeologische verwachtingen zijn vaak gebaseerd op algemene aannames en gegevens die nauwkeurig zijn op een schaal van 1: 25.000 of 1: 50.000.

Deze verwachtingen zijn nauwkeurig genoeg op gemeentelijk niveau maar niet op perceelniveau. Gezien de schaal van een gemeentelijke verwachtingenkaart kan er geen rekening gehouden worden met lokale omstandigheden. Zo kan uit bijvoorbeeld milieukundig onderzoek blijken dat de bodem ernstig verstoord is waardoor de

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 36 van 48

archeologische verwachting voor een bepaald perceel naar beneden bijgesteld kan worden. Een archeologisch onderzoek is in deze gevallen niet altijd zinvol. De regels in het bestemmingsplan zijn duidelijk: een aanvrager van een omgevingsvergunning moet een archeologisch rapport overleggen wanneer de vrijstellingsgrenzen overschreden worden. Nu kan het voorkomen dat op basis van informatie (van bijvoorbeeld de ODMH) de verwachting van een perceel naar beneden bijgesteld kan worden. Wanneer de regels van het bestemmingsplan niet voorzien in een ontheffing van een onderzoeksplicht, moet er alsnog een rapport ingediend worden door de aanvrager. Om toch rekening te houden met specifieke en gedetailleerde informatie wordt geadviseerd van een onderzoeksverplichting af te zien wanneer (uit vooroverleg) blijkt dat op basis van een archeologische onderbouwing van het bevoegd gezag (de gemeente Zuidplas), archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. De mogelijkheid om beredeneerd en onderbouwd af te zien van een onderzoeksverplichting moet worden opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Handhaving onderzoeksverplichting Bij de beoordeling van een omgevingsvergunning wordt, indien geëist, een archeologisch rapport overlegd waarin de archeologische waarde van een plangebied aangegeven wordt.

Het kan voorkomen dat archeologische waarden aanwezig zijn en dat deze zo waardevol zijn, dat ze behouden dienen te worden. De gemeente neemt hierover een zogenaamd selectiebesluit. Bij behoudenswaardige archeologische resten wordt gestreefd naar zoveel mogelijk behoud in de bodem. Kan een aanvrager het plan dusdanig aanpassen dat de archeologische resten voldoende behouden blijven (archeologie sparend bouwen, behoud in situ), dan kan de omgevingsvergunning verleend worden. Lukt dat niet, dan kan de omgevingsvergunning verleend worden onder voorwaarden dat er een opgraving plaatsvindt (behoud ex situ). Een opgraving betreft het gravend onderzoek inclusief de daarbij behorende uitwerking en rapportage van het onderzoek. Het rapport moet gereed zijn binnen twee jaar na afronding van het veldwerk. Dit is een bestaande procedure binnen Nederland. Indien niet aan de voorwaarden (zoals opgenomen in de omgevingsvergunning) wordt voldaan, kan gekeken worden in hoeverre handhavend opgetreden moet worden (bv. middels een dwangsom). Handhaving vindt in principe uitsluitend plaats bij (extreme) gevallen waarbij de aanvrager van een omgevingsvergunning (of initiatiefnemer) duidelijk verwijtbaar gehandeld heeft. Handhaving betreft dus maatwerk en vindt altijd in overleg met de gemeente plaats.

4.4

Beleid op maat

Archeologie is tot op zekere hoogte voorspelbaar en voor elk onderzoeksgebied geldt maatwerk voor het uit te voeren onderzoek. Archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd volgens de AMZ-cyclus 24, de geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) 25 en bijvoorbeeld de Leidraad Karterend Booronderzoek. 26

24 25 26

Zie bijlage 2, overgenomen uit Beusink 2010: 55 en 56. Zie: www.sikb.nl. Zie eveneens www.sikb.nl.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 37 van 48

Archeologisch onderzoek De eerste stap van een archeologisch onderzoek 27 betreft het uit laten voeren van een archeologisch bureauonderzoek, al dan niet aangevuld met een verkennend booronderzoek. Uit het bureauonderzoek volgt een gespecificeerde archeologische verwachting. Dit verkennend onderzoek heeft als doel het toetsen van het gespecificeerde archeologisch verwachtingsmodel. Een eventueel vervolgonderzoek kan bestaan uit een karterend booronderzoek waarbij archeologisch kansrijke zones en archeologische vindplaatsen in kaart worden gebracht. Soms kan het handig zijn om geen verkennend onderzoek uit te laten voeren maar een karterend onderzoek, zodat meteen duidelijk is of archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. In enkele gevallen kan het een extra onderzoek en rapportage (en dus kosten) schelen voor de aanvrager van een omgevingsvergunning. Daarbij hoeft er maar één keer een booronderzoek door de gemeente beoordeeld te worden. Binnen de archeologie zijn er gedachten om vooronderzoek in oude kernen te laten bestaan uit een bureauonderzoek en proefsleuven. Een booronderzoek zou dan doorgaans achterwege kunnen blijven omdat de archeologische waarde al enigszins in kaart gebracht is en/of booronderzoek niet altijd het gewenste resultaat oplevert.

Uit de actualisatie van de beleidskaart komt naar voren dat er maar zeer weinig bodemkundige gegevens over de oude kernen en de bekende vindplaatsen bekend zijn. Daarom wordt bij ontwikkelingen toch een eenvoudig booronderzoek aanbevolen om inzicht te krijgen in de mogelijke rijkdom en diepteligging van de archeologische waarden. Ook kunnen verstoringen in kaart gebracht worden. Op basis van deze informatie kan vervolgens besloten worden op welke wijze een proefsleufonderzoek moet worden uitgevoerd en wat de te verwachten kosten zijn voor dit onderzoek. Men moet rekening houden met het gegeven dat alle vondsten uit een archeologisch onderzoek eigendom zijn van de provincie Zuid-Holland. Vondsten moeten geconserveerd worden aangeleverd aan het provinciaal depot en de kosten hiervan zijn voor de initiatiefnemer van een ontwikkeling/de (graaf)werkzaamheden. Onderzoek bij heien De RCE heeft in 2016 richtlijnen opgesteld hoe binnen bouwplannen omgegaan kan worden met archeologische waarden. 28 Naast graafwerkzaamheden vormen heipalen in principe een (mogelijke) bedreiging voor archeologische vindplaatsen: een vindplaats wordt immers doorboord door een paal met alle gevolgen van dien. De mate van verstoring van een heipaal hangt af van verschillende factoren: type en diameter van de paal, hoeveelheid palen, dichtheid en plaatsing van palen, type ondergrond, etc.

Bij het beoordelen van een omgevingsvergunning wordt heien dan ook gezien als een mogelijke verstoring van eventueel aanwezige archeologische resten. Wanneer een plangebied groter is dan het oppervlak van de vrijstellingsgrens en er wordt geheid, dan is in principe een archeologisch onderzoek nodig. De mate van onderzoek kan per inrichting verschillen. Bij bijvoorbeeld een groot plangebied met als enige bodemingreep het heien van een relatief klein bouwwerk, kan volstaan worden met het onderzoeken van uitsluitend het bouwwerk. Bij grote bouwwerken moet het gehele plangebied onderzocht worden.

27

Zie bijlage 1.

28

Zie Kroes 2016.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 38 van 48

Pas wanneer archeologische waarden zijn aangetroffen, kan gekeken worden in hoeverre de voorgenomen ontwikkelingen een verstoring opleveren. Wanneer een (plan)gebied karterend is onderzocht en er worden geen archeologische waarden meer verwacht, kan er zonder archeologische vervolgstappen verder ontwikkeld/geheid worden. Iedere gemeente kan aangeven in hoeverre archeologisch (vervolg)onderzoek nodig is wanneer er uitsluitend geheid wordt. De RCE adviseert planaanpassingen wanneer 1% van een vindplaats verstoord wordt, de gemeente Gouda hanteert 5% van het plangebied. 29 Voor de gemeente Zuidplas wordt geadviseerd geen mate van vrijstelling op voorhand te hanteren, maar dat af te laten hangen van de lokale situatie. De gevolgen van heien in de kernen van Zuidplas zijn anders dan in het buitengebied. In stedelijke context kan het uitgraven van de fundering schadelijker zijn dan het heien zelf en wordt er meer gekeken naar de effecten van graafwerkzaamheden. In het buitengebied is de situatie net omgekeerd: mogelijke vindplaatsen liggen dieper dan 2,5 m onder het maaiveld en worden dus meer bedreigd door de heipalen dan door graafwerkzaamheden. Bij de beoordeling van een omgevingsvergunning wordt heien gezien als een verstorende bodemingreep en dient dus te worden meegenomen in de afweging voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek.

Hoe er vervolgens met heien omgegaan wordt bij het aantreffen van archeologische waarden, blijft per vergunningsaanvraag maatwerk.

4.5

Vergelijking vrijstellingsgrenzen bij buurgemeenten

De voorgestelde vrijstellingsgrenzen van Zuidplas zijn vergeleken met de omliggende buurgemeenten Waddinxveen, Gouda, Alphen aan den Rijn en Krimpenerwaard. De vertaling van de archeologische verwachting naar de beleidsadviezen verschilt in de meeste gevallen nauwelijks. In het ene geval is de gemeente Gouda een stukje strenger, in het andere is de gemeente Krimpenerwaard een stuk ruimhartiger. Voor de categorieën Waarde Archeologie 1 en 2, met de meest strenge vrijstellingsgrenzen, zijn er geen noemenswaardige verschillen. Voor de stroomgordels kan de oppervlaktemaat van de vrijstelling behoorlijk verschillen van 100 tot 10.000 m² (zie hiervoor de tabel in bijlage 2). De gehanteerde waarden binnen deze actualisatie van de beleidskaart van Zuidplas zijn goed onderbouwd en in enkele opzichte aan de voorzichtige kant (bij de dieper gelegen stroomgordels).

29

Groenendijk 2011: de stad Gouda wordt als één vindplaats beschouwd.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 39 van 48

5

Geraadpleegde literatuur

Geraadpleegde literatuur Alma, X.J.F. & R. Torremans (red), 2010. Gouda, Westergouwe – Deelgebied 3: Een vroege vindplaats op de crevasse. ADC-rapport 2552. Berendsen, H.J.A. & E. Stouthamer, 2001. Palaeogeographic development of the Rhine-Meuse delta, The Netherlands. Beusink, A, M. Mostert, J.M.J. Willems & C.C. Kalisvaart, 2010: Gemeente Zuidplas, Gemeentelijke beleidsnota archeologie. BAAC rapport V-10.0038. Bex, J., 2011. Archeologisch onderzoek Parallelstructuur A12 Moordrechtboog. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen. Grontmij Archeologische Rapporten 1143. Boer, E.A.M., 2013. Gemeente Zuidplas. Plangebied Noordeinde 71 te Zevenhuizen. Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (karterende fase). BAAC Rapport V-13.0104. Boer, G. de, 2013. Aardgastransportleiding Beverwijk-Wijngaarden (A-803), locaties mudbassin en boom-schorsdepot te Gouderak, gemeente Ouderkerk; archeologisch vooronderzoek: karterend booronderzoek. RAAP-notitie 4489. Boer, G. de, J. Sprangers & W. Bosman, 2012. Rapportage onderzoek archeologie Aardgastransportleiding Beverwijk-Wijngaarden (A-803). Gemeenten Beverwijk, Zaanstad, Velsen, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Kaag en Braasem, Rijnwoude, Zuidplas, Ouderkerk, Bergambacht, Nederlek. Nieuw-Lekkerland en Graafstroom. RAAP-rapport 2449. Boer, G.H., , R. Klaarenbeek & K. Wink, 2012.

Bewoning en ontginning rondom Rijn en Wiericke; een actualisering van de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. RAAP-rapport 2283. Borre, J. vanden, 2007. Gouda Westergouwe, deelgebied 2 fase 2. ADC-rapport 797. Borre, J. vanden & R. Van Lil, 2006. Waarderend onderzoek Gouda Westergouwe, deelgebied 2. ADC-rapport 485. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Dasselaar, M. van, 2005a. Verkennend archeologisch onderzoek “Westergouwe” te Gouda en Moordrecht. Archeomedia-rapport A04-042-Z. Dasselaar, M. van, 2005b. Waarderend archeologisch onderzoek Esse Zoom Hoog te Nieuwerkerk aan den IJssel. Inventariserend veldonderzoek met boringen. Archeomedia-rapport A05-313-J. Dasselaar, M. van, 2007. Archeologisch onderzoek Westergouwe te Gouda deelgebied 1. Inventariserend veldonderzoek, waarderende fase booronderzoek. Archeomedia –rapport A05-397-J. Dasselaar, M. van, 2009. Archeologisch onderzoek Westergouwe deelgebied 3 te Gouda. Inventariserend onderzoek met boringen. Archeomedia-rapport A07-172-J. Dasselaar, M., 2010. Archeologisch onderzoek in de Eendragtspolder te Zevenhuizen (gemeente Zuidplas). Inventariserend veldonderzoek, karterend booronderzoek 3e fase. Archeomedia-rapport A10–022–I. Eijk, J. van & S. Molenaar, 2002. Persleiding Afvalwatertransportsysteem Schieland.

Gemeente Moordrecht, Gouda en Waddinxveen. Een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-rapport 920. Ende, H. van den, F. Hogenboom & A.W.Verhoef, 2012. Nota archeologiebeleid gemeente Waddinxveen. Hazenberg A>Z publicaties 2011-5. Exaltus, M R. & J. Orbons, 2013. Vijf Akkers Noord, Moordrecht Gemeente Zuidplas. Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Quickscan en verkennend booronderzoek. Archeopro 12124.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 40 van 48

Goddijn, M.A., 2014. Archeologisch onderzoeksrapport.Tracé verbindingsweg ‘Moordrechtboog’ tussen A20 en A12. Archol Rapport 251. Groenendijk, M.J., 2011a. Richtlijnen voor archeologievriendelijk bouwen. In: Vitruvius 2001, nr. 16: 32- 36. Groenendijk, M.J., 2011. Archeologische basiskaart Gouda. Gemeente Gouda. juni 2011. Groot, R.W. de & J. Huizer, 2006. Karterend booronderzoek Omleidingsweg N-219 te Zevenhuizen. Synthegra-rapport 176080. Haaring, L., 2011. Aansluiting A20, Moordrecht. Gemeente Moordrecht. Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. B&G-rapport 1285. Ilson, P.J., 2011. Plangebied Eendragtspolder, Zevenhuizen, gemeente Zuidplas. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven). RAAP-rapport 2183. Izendoorn, A.J.D. & R.F. Engelse, 2009. Archeologisch onderzoek aan de Bierhoogtweg 11 te Zevenhuizen (gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle). Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met boringen. Archeomedia-rapport A09-069–I. Kappel, K. van, 2013. Middelweg 32, Moerkapelle, gemeente Zuidplas. Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 3354. Kerkhoven, A.A. & J. de Wilde, 2012. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Knibbelweg 97, Zevenhuizen. Gemeente Zuidplas (Zuid-Holland). Transect-rapport 63. Koekkelkoren, A.M.H.C. & S.

Moerman, 2012. Kruising N454-N207, Moordrecht. Gemeente Zuidplas. Inventariserend Veldonderzoek, karterende fase. IDDS Archeologie rapport 1450. Kruif, S. de, 2009. Plangebied Bentwoud. Gemeentes Rijnwoude en Waddinxveen. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP-rapport 1903. Kruijf, T. de, 2006. Een Duitse verdedigingslinie in het Groene Hart. De 1. of Vordere Wasserstellung. Saillant 06(1):4-14. Kuijl, E.E.A. van der, 2005. Inventariserend veldonderzoek Cluster 1: Lage Bergsche Bosch; Cluster 4: Zuidplaspolder; Cluster 6: Tweemanspolder. Synthegra projectnr. 174217. Leijnse, K., 2005. Plangebied Aansluiting Zevenhuizen en plusstrook A12 Zoetermeer-Gouda, gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle; een archeologisch vooronderzoek (aanvulling). RAAP-notitie 938. Lelivelt, R.A., 2010. Gemeente Zuidplas Plangebied Molenweg 4 te Zevenhuizen. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC rapport V-10.0259. Miedema, F.R.P.M., 2011. Gemeente Zuidplas Plangebied Zuidelijke Dwarsweg P7 te Zevenhuizen. Inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende boringen). BAAC-rapport V-11.0287. Nales, T., 2014. Regio Rotterdam, MOK 150-kV. Gemeenten Rotterdam, Capelle aan den IJssel Zuidplas en Krimpen aan den IJssel. Inventariserend Veldonderzoek (IVO; verkennende fase). Transect-rapport 569. Ras, J., 2004.

Inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen Project Doelwijk, Distripark Fase 2, Waddinxveen. SOB Research 1101-0411. Rijk, P. de, 2006. Opgeboord verleden in Groot Swanla te Zevenhuizen, gem. ZevenhuizenMoerkapelle. Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen. ADC-rapport 614. Schiltmans, D., 2006. Persleiding Afvalwatertransportsysteem Schieland, gemeente Moordrecht; een archeologische begeleiding. RAAP-notitie 1497. Thanos, C.S.I., 2002. Plangebied Eendragtspolder (onderzoeksgebied 2). Gemeente ZevenhuizenMoerkapelle. Een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-notitie 92.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 41 van 48

Thanos, C., 2016. Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente Waddinxveen. een actualisatie op basis van archeologische overwegingen. ODMH, Gouda. Timmers, A., 2013. Archeologisch onderzoek aan de rotonde Zuidplasweg N219 te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met boringen. Archeomediarapport A13-089-I. Vaessen, S. & P. Kloosterman, 2012. Beleidsnota archeologie gemeente Lansingerland. Warning, S., 2012. Plangebied Noordeinde 105 te Moerkapelle, gemeente Zuidplas; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP-notitie 4125. Wijsman, M., D.M. Olthof & Y. Henk, 2005. Verkennend en waarderend archeologisch onderzoek Hoge Zuidplaspolder te Zevenhuizen. Archeomedia-rapport A03-216-Z/A03-477-Z/A03-529-R. Wijsman, M. & C.L.F. Verbeek, 2005. Verkennend archeologisch onderzoek Eendragtspolder te Zevenhuizen. Archeomedia-rapport A04-041-Z. Wijsman, M., Verbeek, C.L.F. & M. van Dasselaar, 2005. Verkennend archeologisch onderzoek (2e fase) Eendragtspolder te Zevenhuizen. Inventariserend onderzoek met boringen. Archeomediarapport A05-107-I. Wink, K., 2013. Plangebied Knibbelweg 20 en Noordelijke Dwarsweg 92, gemeente Zuidplas; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 4576. Wink, K., R. Klaarenbeek, G. de Boer, I.A. Schute & R. Kroes, 2011.

Donkbewoners en veenontginners in kaart gebracht. Gemeente Bergambacht; een archeologische verwachtings- en beleidskaart en een historisch-geografische waardenkaart. RAAP-rapport 2232. Wink, K., G.H. de Boer & P. Kloosterman, 2012. Lake et Isla: archeologie en cultuurhistorie tussen Lek en Hollandsche IJssel; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeenten Nederlek en Ouderkerk. RAAP-rapport 2428. Wink, K. & I.A. Schute, 2016a. Archeologienota gemeente Krimpenerwaard. Naar een realistische en duurzame omgang met het archeologisch erfgoed in de gemeente Krimpenerwaard. Deel 1. Wink, K. & I. Schute, 2016b. Toelichting op de harmonisatie van de archeologische (verwachtings)waarde- en beleidskaart van de gemeente Krimpenerwaard. Deel 2.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 42 van 48

Bijlage 1: Geraadpleegde onderzoeken In deze bijlage wordt verwezen naar de geraadpleegde archeologische onderzoeken. In de onderstaande kaarten wordt globaal de onderzoekslocatie aangegeven, voor de exacte onderzoeksgebieden wordt verwezen naar het rapport. Een uitgevoerd onderzoek kan gebruikt zijn bij het onderzoeken van verschillende archeologische eenheden en zones. In de tabel wordt verwezen naar het landelijke registratienummer van het onderzoek (Archis-onderzoeksmeldingsnummer), de auteur(s) van het rapport en het rapportnummer. In de literatuurlijst staan alle geraadpleegde rapporten. Nr.

Onderzoeksnr.

Auteur en jaar

Rapport

Onderzochte zone

1

33585

De Kruijf 2009

RAAP 1093

Kreek-inversierug Stroomgordels

2

56056

Van Kappel 2013

ADC 3354

Kreek-inversierug

3

33585

De Kruif 2009

RAAP 1903

Stroomgordels

4

44685

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Kreek-inversierug

5

48728

Warning 2012

RAAP-notitie 4125

Stroomgordels

6

44685

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Stroomgordels

7

57016

De Boer 2013

BAAC V-13.0104

Kreek-inversierug

8

42465

Lelivelt 2010

BAAC V-10.0259

Kreek-inversierug

9

44685

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Kreek-inversierug

10

4581

Wijsman et.al. 2005

Archeomedia A03-216-Z/A03-

Kreek-inversierug

447-Z/A03-529-R -

Thanos 2002

RAAP-notitie 92

Kreek-inversierug

11

-

Kuijl 2005

Synthegra 174217

Stroomgordels

12

16954

De Rijk 2006

ADC 614

Stroomgordels

13

44685

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Stroomgordels

14

-

Kuijl 2005

Synthegra 174217

Kreek-inversierug

15

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Stroomgordels

16

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

17

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

48502

Bex 2011

Grontmij 1143

Stroomgordels

18

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

19

-

Thanos 2002

RAAP-notitie 92

Kreek-inversierug

20

39894

Dasselaar 2010

Archwomwdia A10-022-I

Kreek-inversierug

21

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

22

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

23

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

24

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

25

39894

Dasselaar 2010

Archwomwdia A10-022-I

Kreek-inversierug

26

42269

Ilson 2011

RAAP 2183

Kreek-inversierug

27

42269

Ilson 2011

RAAP 2183

Kreek-inversierug

28

42269

Ilson 2011

RAAP 2183

Kreek-inversierug

29

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 43 van 48

Nr.

Onderzoeksnr.

Auteur en jaar

Rapport

Onderzochte zone

30

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

31

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Kreek-inversierug

32

7000

Wijsman/Verbeek 2005

Archeomedia A04-041-Z

Stroomgordels

33

16954

De Rijk 2006

ADC 614

Stroomgordels

34

55983

Wink 2013

RAAP-notitie 4576

Stroomgordels

57126

Timmers 2013

Archeomedia A13-089-I

Stroomgordels en

35

-

Groot/Huizer 2006

Synthegra 176080

Crevasses

36

36887

Izendooren/Engelse 2009

Archeomedia A09-069-I

Stroomgordels

37

44685

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Stroomgordels

-

Leijnse 2005

RAAP-notitie 938

Stroomgordels

38

56783

De Boer 2013

RAAP-notitie 4489

Stroomgordels

39

55190

Exaltus/Orbons 2013

Archeopro 12124

Stroomgordels

Crevasses

-

Kuijl 2005

Synthegra 174217

Crevasses

40

-

Kuijl 2005

Synthegra 174217

Stroomgordels

41

50713

Kerkhoven/Wilde 2012

Transect 63

Crevasses

42

43

-

Kuijl 2005

Synthegra 174217

Stroomgordels

44685

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Crevasses

48536

Miedema 2011

BAAC V-11.0287

Ontginningsassen

60941

Goddijn 2014

Archol 251

Ontginningsassen

48502

Bex 2011

Grontmij 1143

Stroomgordels

-

Ras 2004

SOB Research 1101-0411

Stroomgordels

44

53455

Koekkelkoren/Moerman 2012

IDDS 1450

Crevasses

45

60941

Goddijn 2014

Archol 251

Crevasses

46

14135

Schiltmans 2006

RAAP-notitie 1497

Kreek-inversierug en

44685

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Stroomgordels

Crevasses

48502

Bex 2011

Grontmij 1143

Crevasses

47

60941

Goddijn 2014

Archol 251

Crevasses

48

48215

Haaring 2011

B&G 1285

Kreek-inversierug Crevasses

49 50

-

Eijk/Molenaar 2003

RAAP 920

Crevasses

13318

Eijk/Molenaar 2003

RAAP 920

Stroomgordels

Dasselaar 2007

Archeomedia A05-397-J

Crevasses

51

22782

Dasselaar 2009

Archeomedia A07-172-J

Ontginningsassen

52

36723

Alma/Torremans 2010

ADC 2252

Ontginningsassen

53

17079

Vanden Borre 2007

ADC 797

Ontginningsassen

54

36723

Alma/Torremans 2010

ADC 2252

Ontginningsassen

55

13297

Vanden Borre/Van Lil 2006

ADC 485

Ontginningsassen

56

5949

Dasselaar 2005a

Archeomedia A04-042-Z

Ontginningsassen

57

-

Kuijl 2005

Synthegra 174217

Crevasses

58

44685

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Stroomgordels

59

55190

Exaltus/Orbons 2013

Archeopro 12124

Stroomgordels

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 44 van 48

60

44685

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Stroomgordels

61

44685

62

13339

De Boer et. al. 2012

RAAP 2449

Crevasses

Dasselaar 2005b

Archeomedia A05-313-J

Stroomgordels

63

62540

Nales 2014

Transect 569

Stroomgordels

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 45 van 48

Figuren 9a (boven) en 9b: locatie geraadpleegde onderzoeken op de beleidskaart 2010.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 46 van 48

Figuren 10a (boven) en 10b: locatie geraadpleegde onderzoeken op de paleogeografische kaart van Cohen & Stouthamer 2012.

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 47 van 48

Bijlage 2: Archeologisch onderzoekstraject

Schema archeologisch onderzoekstraject (Beusink et. al 2010: 55-56)

Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 48 van 48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16481240/1