Bijlage 7 Nota Actualisatie Archeologische Beleidskaart A25.003161
Tekst van het document
Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente Zuidplas Een actualisatie op basis van archeologische overwegingen
Versienummer: Datum:
3.0 15-01-2018
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 1 van 48
Productnummer Omschrijving Status Datum Opdrachtgever Opgesteld door
2017062518 Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente Zuidplas Concept: versie 3.0 15-01-2018 1 Gemeente Zuidplas C. Thanos
1
De wijzigingen ten opzichte van eerdere versies zijn uitsluitend van tekstuele aard, de eerder gegeven adviezen zijn onveranderd. Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 2 van 48
Inhoudsopgave Samenvatting........................................................................................................................................... 4 1
2
3
4
5
Inleiding ........................................................................................................................................... 7 1.1
Kader en doelstelling ............................................................................................................... 7
1.2
Opzet en uitgangspunten actualisatie ..................................................................................... 8
1.3
Leeswijzer ................................................................................................................................ 8
Gevolgen nieuwe wet- en regelgeving ............................................................................................ 9 2.1
Verordening Ruimte Provincie Zuid-Holland ........................................................................... 9
2.2
Erfgoedlijnen provincie Zuid-Holland....................................................................................... 9
2.3
Erfgoedwet ............................................................................................................................ 10
2.4
Omgevingswet ....................................................................................................................... 10
2.5
Conclusie ............................................................................................................................... 11
Actualisatie verwachtingen- en beleidskaart archeologie ............................................................. 12 3.1
Inleiding: verwachtingswaarden en beleid ............................................................................ 12
3.2
Zeer hoge archeologische verwachting: Waarde Archeologie 1 ........................................... 13
3.3
Hoge archeologische verwachting: Waarde Archeologie 2-3-4 ............................................ 17
3.4
Middelhoge archeologische verwachtingswaarde Waarde Archeologie 5 ............................ 29
3.5
Zones met een lage archeologische verwachting ................................................................. 30
3.6
Conclusie actualisatie ............................................................................................................ 31
Archeologische beleidskaart Zuidplas: advies en werking ............................................................ 33 4.1
Advies nieuwe vrijstellingsgrenzen........................................................................................ 33
4.2
Verantwoording vrijstellingsgrenzen...................................................................................... 33
4.3
Borging en werking beleidskaart ........................................................................................... 36
4.4
Beleid op maat....................................................................................................................... 37
4.5
Vergelijking vrijstellingsgrenzen bij buurgemeenten ............................................................. 39
Geraadpleegde literatuur............................................................................................................... 40
Bijlage 1: Geraadpleegde onderzoeken ................................................................................................ 43 Bijlage 2: Archeologisch onderzoekstraject .......................................................................................... 48
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 3 van 48
Samenvatting Op 23 november 2010 heeft de gemeente Zuidplas de Gemeentelijke Beleidsnota Archeologie vastgesteld. In 2013 heeft een tussentijdse korte evaluatie plaatsgevonden waarbij de zone met de lage archeologische verwachting is vrijgesteld van een onderzoeksverplichting. De vastgestelde beleidskaart uit 2010 is toe aan een actualisatie: door voortschrijdend inzicht en nieuwe onderzoeken (64 onderzoeken sinds 2010) kunnen nu betere en/of andere keuzes gemaakt worden. De actualisatie is uitgevoerd door de ODMH. Dit document betreft de actualisatie van de archeologische beleidskaart en een aanvulling op de vastgestelde Gemeentelijke Beleidsnota archeologie. De gemeente Zuidplas wordt geadviseerd in te stemmen met de actualisatie van de archeologische beleidskaart en de bijbehorende toelichting. De nieuwe beleidskaart dient vervolgens bij voorkeur geïmplementeerd te worden in het beleid door middel van een paraplubestemmingsplan archeologie. In het huidige archeologiebeleid is door middel van zones met een hoge, middelhoge en lage archeologische verwachting aangegeven wanneer archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Hoe hoger de verwachting, hoe meer er met archeologie rekening gehouden moet worden.
Per verwachtingszone is een grens aangegeven (vrijstellingsgrens) wanneer archeologisch onderzoek moet plaatsvinden: wordt een vastgestelde oppervlaktemaat en een dieptemaat overschreden, dan is een archeologisch onderzoek verplicht. Nieuwe inzichten in de archeologische verwachting van Zuidplas leiden tot het aanpassen van een aantal verwachtingszones en vrijstellingsgrenzen. De aanpassingen zijn tweeledig: • zones met een bepaalde verwachting zijn vervallen, aangepast of ondergebracht in een andere categorie Waarde Archeologie; • de diepteligging van archeologisch kansrijke zones is aangepast aan de feitelijke diepteligging. Dit geldt voor de ligging van de stroomgordelafzettingen en de rivierduinen. De voorgestelde wijzigingen hebben als gevolg dat er minder snel onderzoek hoeft plaats te vinden: een bepaalde verwachtingszone is bijgesteld of de vrijstellingsdiepte is dusdanig aangepast dat een onderzoek niet meer zo snel nodig is. Met de actualisatie blijft het proportioneel beleid gehandhaafd: er is een evenwicht tussen een verantwoorde omgang van het bodemarchief enerzijds en een zoveel mogelijk onbelemmerde doorgang van economische ontwikkelingen anderzijds.
Een belangrijke aanvulling ten opzichten van de huidige toelichting is de mogelijkheid om van een onderzoeksverplichting af te zien wanneer de gemeente beschikt over aanvullende informatie waaruit blijkt dat een onderzoek niet meer nodig is. Sinds de vaststelling van het archeologiebeleid zijn er veranderingen gekomen in de landelijke en provinciale wet- en regelgeving en in de nabije toekomst wordt de Omgevingswet van kracht. De Erfgoedwet, de Omgevingswet, de Verordening Ruimte en de Erfgoedlijnen van de provincie ZuidHolland hebben geen inhoudelijke gevolgen voor de actualisatie van de beleidskaart. Met de nieuwe beleidskaart blijft de gemeente voldoen aan haar wettelijke verantwoordelijkheid.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 4 van 48
De onderstaande tabel geeft de voorgestelde nieuwe vrijstellingsgrenzen weer. VASTGESTELDE
OPPERVLAKTE
DIEPTE
WAARDEN
PLANGEBIED
INGREEP
Waarde Archeologie 1
50 m²
30 cm
geen wijziging vrijstellingsgrens
Waarde Archeologie 2
100 m²
30 cm
geen wijziging vrijstellingsgrens
Waarde Archeologie 3
1000 m²
3m
verruiming vrijstellingsgrens (was 100 m²/0,3 m)
Waarde Archeologie 4
1000 m²
7m
verruiming vrijstellingsgrens (was 100 m²/3 m)
Waarde Archeologie 5
1000 m²
0,3 m
verruiming vrijstellingsgrens (was 250 m²/0,3 m)
(lage verwachting)
(vrijgesteld)
(vrijgesteld)
(geen wijziging t.o.v. 2013)
TOELICHTING
Tabel 1: Voorstel vrijstellingsgrenzen gemeente Zuidplas
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 5 van 48
Afbeelding 1: Voorstel nieuwe beleidskaart archeologie Waarde Archeologie 1: zeer hoge archeologische verwachting: onderzoek bij ontwikkelingen groter dan 50 m² en ingrepen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld Waarde Archeologie21: zeer hoge archeologische verwachting: onderzoek bij ontwikkelingen groter dan 100 m² en ingrepen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld Waarde Archeologie 3: hoge archeologische verwachting: onderzoek bij ontwikkelingen groter dan 1.000 m² en ingrepen dieper dan 3 m onder het maaiveld Waarde Archeologie 4: hoge archeologische verwachting: onderzoek bij ontwikkelingen groter dan 1.000 m² en ingrepen dieper dan 7 m onder het maaiveld Waarde Archeologie 5: middelhoge archeologische verwachting: onderzoek bij ontwikkelingen groter dan 1.000 m² en ingrepen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 6 van 48
1
Inleiding
1.1
Kader en doelstelling
De gemeente Zuidplas heeft op 23 november 2010 een eigen archeologiebeleid vastgesteld. Het beleid bestaat uit de gemeentelijke Beleidsnota Archeologie en de archeologische waarden- en verwachtingen en beleidskaart. 2 De beleidskaart wordt gebruikt om de dubbelbestemming Waarde Archeologie in nieuw op te stellen bestemmingsplannen en beheersverordeningen op te nemen. In 2010 werden de volgende archeologische verwachtingszones onderscheiden: zeer hoog, hoog, middelhoog en laag. Aan elke zone werd een onderzoeksverplichting opgelegd. Op basis van een tussentijdse actualisatie heeft de gemeenteraad van Zuidplas op 23 juli 2013 besloten de zone met een lage archeologische verwachting geheel vrij te stellen van een onderzoeksverplichting. De beleidsnota geeft een gedetailleerde beschrijving van de onderzoeksopzet, het archeologisch verwachtingsmodel van Zuidplas, de achtergronden van wetgeving en beleidsadviezen, de landschappelijke ontwikkeling van Zuidplas en tenslotte de bewonings- en ontginningsgeschiedenis van Zuidplas. De essentie van het archeologiebeleid bestaat uit het borgen en beschermen van archeologische waarden in nieuwe bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Het voldoet hiermee aan de eisen van de Monumentenwet 1988 (nu de Erfgoedwet). De beleidsnota is een zeer gedetailleerd document en een algehele actualisatie is een tijdrovende klus.
In grote lijnen blijven de landschappelijke ontwikkelingen, de bewoningsgeschiedenis en vele beleidsaspecten ongewijzigd. De archeologische waarden- en verwachtingen en de beleidskaart is in tegenstelling tot de beleidsnota wel aan veranderingen onderhevig. Door nieuwe inzichten, ontwikkelingen en nieuwe onderzoeken zijn de archeologische verwachtingenkaart en daarmee de beleidskaart verouderd. In opdracht van de gemeente Zuidplas heeft de ODMH de archeologische beleidskaart geactualiseerd. In de beleidskaart wordt aangegeven in welke mate met archeologie in de ruimtelijke ordening rekening gehouden moet worden. Deze kaart wordt vervolgens gebruikt om in het bestemmingsplan al dan niet een dubbelbestemming Waarde Archeologie toe te kennen. Het doel van de actualisatie is na te gaan in hoeverre de vastgestelde archeologische beleidsadvieskaart bijgesteld moet worden. In de afgelopen zes jaar zijn 64 archeologische onderzoeken uitgevoerd die de archeologische verwachting binnen de gemeente Zuidplas hebben bijgesteld. Daarnaast is er een nieuwe kijk op de opbouw van de bodem waardoor eveneens de archeologische verwachting van gebieden verandert. Wanneer de archeologische verwachting verandert, dient er in meer of mindere mate met archeologie rekening gehouden te worden. De actualisatie moet gezien worden als een aanvulling op de vastgestelde beleidsnota.
Veel informatie in de nota is nog steeds actueel, de noodzakelijke veranderingen zijn weergegeven in dit document.
2
Beusink et.al. 2010.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 7 van 48
1.2
Opzet en uitgangspunten actualisatie
Het archeologiebeleid van de gemeente Zuidplas onderscheidt vier categorieën van archeologische verwachtingswaarden. Per categorie is aangegeven welke bekende en verwachte waarden zijn onderscheiden en wat de vastgestelde vrijstellingsgrens is. Een vrijstellingsgrens bestaat uit een oppervlaktemaat en een dieptemaat. Een archeologisch onderzoek is nodig wanneer zowel de oppervlaktemaat en de dieptemaat wordt overschreden. Een onderzoek moet duidelijk maken in hoeverre archeologische waarden aanwezig zijn. En zijn er archeologische waarden aanwezig, dan dient de aanvrager ook aangegeven te geven hoe er met deze waarden rekening wordt gehouden tijdens de voorgenomen ontwikkelingen. Bij de actualisatie wordt per categorie gekeken of er nieuwe informatie is over de bekende en verwachte waarden. Vervolgens wordt nagegaan of de huidige vrijstellingsgrens nog actueel is of niet.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 betreft een kort overzicht van veranderingen in wet- en regelgeving en wordt nagegaan of hiermee rekening gehouden moet worden met de actualisatie van de kaart. In Hoofdstuk 3 wordt archeologisch inhoudelijk gekeken of er veranderingen zijn in de archeologische verwachting binnen de gemeente Zuidplas. In Hoofdstuk 4 wordt een voorstel gedaan voor de actualisatie van de archeologische vrijstellingsgrenzen.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 8 van 48
2
Gevolgen nieuwe wet- en regelgeving
Sinds de vaststelling van het gemeentelijk archeologiebeleid in 2010 zijn er veranderingen gekomen in de landelijke en provinciale wet- en regelgeving en in de nabije toekomst vindt er nog een belangrijke verandering plaats: de Omgevingswet. Voor de actualisatie is kort gekeken naar de veranderingen in de wet- en regelgeving en is aangegeven of deze relevant zijn voor de actualisatie. De conclusie is dat de onderstaande veranderingen in wet- en regelgeving niet van invloed zijn bij de actualisatie van de archeologische beleidskaart.
2.1
Verordening Ruimte Provincie Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland heeft de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) opgesteld. Het is een structuurvisie op provinciaal niveau met de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid. De VRM bestaat uit meerdere onderdelen: de visie, het Programma Ruimte, het Programma Mobiliteit, de Verordening Ruimte en de Agenda Ruimte. Voor de actualisatie van de archeologische beleidskaart van de gemeente is uitsluitend de Verordening Ruimte van belang. De Verordening Ruimte is op 1 augustus 2014 vastgesteld. Onder artikel 2.2.4 geeft de provincie aan met welke archeologische waarden gemeenten rekening moeten houden. Deze waarden zijn verbeeld in een kaart (kaart 12 van de Verordening Ruimte) en zijn onder te verdelen in twee typen waarden: reeds bekende archeologische vindplaatsen en archeologische waarden rondom de Romeinse Limes. De provincie Zuid-Holland heeft op de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) aangegeven welke archeologische vindplaatsen/terreinen van (zeer) hoge waarde zijn. Deze terreinen zijn grotendeels afkomstig van de voormalige archeologische monumentenkaart. Deze monumentenkaart was in het verleden opgesteld door de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (nu RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en werd mede beheerd door de provincies. Voor Zuidplas zijn nooit terreinen met een archeologische waarde geregistreerd op de CHS.
Op kaart 12 van de Verordening Ruimte is te zien dat binnen de gemeente Zuidplas geen terreinen van provinciaal belang aanwezig zijn. Ook valt de gemeente Zuidplas buiten de invloedssfeer van de Romeinse Limes. De conclusie is dan ook dat voor de actualisatie van de archeologische beleidskaart de gemeente geen rekening hoeft te houden met de Verordening Ruimte van de provincie Zuid-Holland.
2.2
Erfgoedlijnen provincie Zuid-Holland
In de Beleidsvisie Cultureel Erfgoed 2013-2016 en het Uitvoeringsprogramma Erfgoedlijnen staan 7 erfgoedlijnen centraal. Een erfgoedlijn is een geografische structuur (kust, trekvaart, oude duinenrij, eiland, enzovoort) die meerdere monumentale stippen met 1 gemeenschappelijk historisch verhaal verbindt tot 1 streep of lijn op de kaart. Erfgoedlijnen zijn gebieden waar erfgoed, landschap en water elkaar versterken en dus kwaliteit geven aan een gebied. Zon gebied heeft een groot recreatief en toeristisch potentieel. Erfgoedlijn 7 van de provincie Zuid-Holland is de Atlantikwall. De tankgracht van de Vordere Wasserstellung te Zuidplas vormt een onderdeel van de Atlantikwall maar valt buiten de erfgoedlijn van de provincie. De erfgoedlijn bevindt zich ter hoogte van de kust en concentreert zich onder andere
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 9 van 48
op bunkers en stellingen. De conclusie is dan ook dat voor de actualisatie van de archeologische beleidskaart de gemeente geen rekening hoeft te houden met erfgoedlijnen van de provincie.
2.3
Erfgoedwet
In 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien wordt er een aantal nieuwe bepalingen aan toegevoegd. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. De Monumentenwet (1988, geactualiseerd in 2007) is hiermee vervallen. De belangrijkste veranderingen in de Erfgoedwet zijn: • Archeologische adviesbureaus werkten tot 2016 nog onder een opgravingsvergunning. Deze vergunning wordt vervangen door een certificering. • Amateurarcheologen in verenigingsverband zijn vrijgesteld van de certificeringsplicht, maar mogen alleen in specifieke gevallen zelfstandig onderzoek verrichten. • Er is meer bescherming voor erfgoed onder water (bijvoorbeeld meer aandacht voor baggerwerkzaamheden). • Gemeenten moesten tot 2016 in bestemmingsplannen rekening houden met (te verwachten) archeologische waarden. Dit blijft in stand, maar wordt overgeheveld naar de nieuwe Omgevingswet. Alle onderdelen rond de omgang met cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komen daarin terecht. • Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die naar verwachting in 2019 naar de Omgevingswet over gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. • Bij beschermde monumenten gaat de bevoegdheid van het rijk naar de gemeente; het rijk houdt wel een adviesrol.
Er zijn geen archeologische monumenten binnen Zuidplas. De Erfgoedwet heeft voor de actualisatie van de beleidskaart geen directe gevolgen. De gemeente heeft de archeologische waarden in het bestemmingsplan opgenomen.
2.4
Omgevingswet
Met de Omgevingswet bundelt de overheid de regels voor ruimtelijke projecten en zou het makkelijker moeten worden om ruimtelijke projecten te starten. Naar verwachting treedt de wet in 2019 in werking. Eén van de uitgangspunten van de wet is dat decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Voor de gemeenten is dit het omgevingsplan. Het omgevingsplan biedt daarmee één integrale, inhoudelijk op elkaar afgestemde set van regels die van toepassing zijn op een locatie. Het omgevingsplan moet digitaal raadpleegbaar zijn. De Omgevingswet voorziet niet in een actualiseringsplicht voor het omgevingsplan. Het achterwege laten van de actualiseringplicht ontslaat de gemeente uitdrukkelijk niet van het actueel houden van haar beleid. Het is echter aan de gemeente om te beoordelen of het omgevingsplan actueel is of (op onderdelen) wijziging behoeft. De geactualiseerde archeologische beleidskaart en beleidsregels kunnen één-op-één worden opgenomen in het omgevingsplan. De geactualiseerde beleidskaart kan middels een verordening of een paraplubestemmingsplan verankerd worden (zie ook paragraaf 4.3).
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 10 van 48
2.5
Conclusie
De veranderingen in de wet- en regelgeving zijn niet van invloed op het te actualiseren beleid van de gemeente Zuidplas. Het beleid voldeed al aan de eisen van de Monumentenwet en zal na de actualisatie wederom aan de eisen van de huidige Erfgoedwet voldoen. De Omgevingswet is niet van invloed op het te actualiseren beleid.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 11 van 48
3
Actualisatie verwachtingen- en beleidskaart archeologie
3.1
Inleiding: verwachtingswaarden en beleid
De archeologische verwachtingenkaart vormt de basis voor de beleidskaart. De verwachtingenkaart geeft aan waar reeds bekende vindplaatsen zijn en brengt zones in beeld met een hoge, middelhoge en lage trefkans/verwachting op archeologische resten. Hoe hoger de archeologische verwachting, hoe hoger de kans op de aanwezigheid van archeologische resten en hoe meer er met archeologie rekening gehouden moet worden bij het realiseren van ontwikkelingen. En in principe: hoe strenger de voorschriften en vrijstellingsgrenzen. Een vrijstellingsgrens bestaat uit een oppervlaktemaat en een dieptemaat. Wordt zowel de oppervlakte als de dieptemaat overschreden, dan dient de aanvrager volgens het huidige beleid een (archeologisch) rapport te overleggen waarin aangegeven is wat de archeologische waarde van het plangebied is. En zijn er archeologische waarden aanwezig, dan dient ook aangegeven te worden hoe er met deze waarden rekening wordt gehouden tijdens de voorgenomen ontwikkelingen. Op basis van nieuwe inzichten en nieuwe onderzoeken kan de archeologische verwachting bijgesteld worden. Soms gaat het om kleine aanpassingen en het is dan de vraag in hoeverre de aanpassing moet leiden tot het aanpassen van de vrijstellingsgrenzen. Soms gaat het om grote wijzigingen en dan zijn aanpassingen van de vrijstellingsgrenzen nodig.
Het toekennen van een hogere verwachting kan leiden tot het verkleinen van de vrijstellingsgrenzen. Het gevolg is een grotere bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische resten maar ook een grotere onderzoeksverplichting voor de aanvrager van een omgevingsvergunning. Het verlagen van een archeologische verwachting kan leiden tot het verruimen van de vrijstellingsgrenzen en een lagere onderzoeksverplichting. Bij het opstellen van het archeologiebeleid in 2010 waren 81 archeologische onderzoeken bekend, tussen 2011 en 2016 3 zijn 64 onderzoeken uitgevoerd. JAAR
AANTAL ONDERZOEKEN
BUREAUONDERZOEK
BOORONDERZOEK
PROEFSLEUF*
OPGRAVING
2011
12
0
12
0
0
2012
7
0
7
0
0
2013
9
0
9
0
0
2014
18
0
17
1
0
2015
10
0
10
3
0
2016
8
0
5
0
0
totaal
64
0
60
4
0
Tabel 2: uitgevoerde archeologische onderzoeken tussen 2010 en 2016. * Onder proefsleuf valt ook de archeologische begeleiding van werkzaamheden.
Het grootste deel van de onderzoeken bestaat uit booronderzoeken en deze geven nieuwe en aanvullende kennis over de dieper gelegen afzettingen met een archeologische waarde. Het archeologiebeleid van de gemeente Zuidplas onderscheidt momenteel vijf categorieën van archeologische verwachtingswaarden, gebaseerd op zowel bekende als verwachte waarden. Per 3
Archis3: geregistreerde onderzoeksmeldingen, datum raadpleging: 18 mei 2017.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 12 van 48
categorie is aangegeven welke waarden zijn onderscheiden en wat de vastgestelde vrijstellingsgrens is. Bij de actualisatie wordt per categorie gekeken of sinds 2010 nieuwe informatie is over de bekende en verwachte waarden en of de begrenzing ervan aangepast moet worden. Vervolgens wordt nagegaan of de huidige vrijstellingsgrens nog actueel is of niet. Bij het ontbreken van nieuwe informatie wordt geadviseerd de bestaande verwachting en vrijstellingsgrens zo veel mogelijk te handhaven. Bij nieuwe inzichten wordt door de ODMH een nieuwe vrijstellingsgrens geadviseerd. De archeologische verwachting binnen de gemeente Zuidplas komt voor een zeer groot deel overeen met die van Waddinxveen. Beide gemeenten maken deel uit van een groot gebied met eenzelfde landschappelijke opbouw en vergelijkbare historische ontginning en inpoldering. Het archeologiebeleid van Waddinxveen wordt geactualiseerd 4 en bij de onderhavige actualisatie wordt geadviseerd de vrijstellingsgrenzen van overeenkomstige landschappelijke en cultuurhistorische elementen in Waddinxveen over te nemen. Ook wordt geadviseerd de zones met een archeologische verwachting aan te duiden met Waarde Archeologie zodat deze aanduiding uniform in een bestemmingsplan kan worden overgenomen.
Bij de actualisatie wordt per categorie kort ingegaan op de vastgestelde waarden en vrijstellingsgrens (overgenomen uit de beleidsnota), het resultaat van de actualisatie en tenslotte wordt een advies gegeven over een eventuele aanpassing van de behandelde archeologische waarden.
3.2
Zeer hoge archeologische verwachting: Waarde Archeologie 1
Vastgestelde archeologische waarde en vrijstellingsgrens De zone met een zeer hoge verwachting is onderscheiden op grond van een lange bewoningsgeschiedenis. Hier wordt een zeer hoge dichtheid verwacht aan sporen en informatie uit de periode Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Het gaat bijvoorbeeld om sporen van bewoning en bebouwing en deze sporen kunnen al net onder het maaiveld voorkomen. Volgens de beleidsnota zijn binnen de zone met een zeer hoge archeologische verwachting twee eenheden te onderscheiden: de historische dorpskernen met een lange bewoningsgeschiedenis; losstaande historische elementen als oude huisplaatsen, molens en kerken. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht voor geplande bodemverstorende ingrepen met oppervlakte groter dan 50 m² en verstoringen vanaf 30 cm beneden het maaiveld. De vrijstelling van 50 m² is strikt omdat uit onderzoek is gebleken dat een verstoringen van een archeologische vindplaats groter dan 50 m² leiden tot een zeer groot informatieverlies. 5 Voor beide bovengenoemde eenheden is nagegaan in hoeverre de begrenzing en vrijstellingsgrens nog actueel is.
4 5
De ODMH heeft in opdracht van de gemeente Waddinxveen de actualisatie van de beleidskaart uitgevoerd. Zie: Thanos 2016. Beusink et.al., 2010.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 13 van 48
Resultaat actualisatie Historische dorpskernen De historische kernen van Moerkapelle, Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen staan op de archeologische beleidskaart als duidelijk begrensde terreinen aangegeven. De historische begrenzing van deze kernen is gebaseerd op de kadastrale minuut uit 1811-1832, de meest nauwkeurige kaart met informatie op perceelsniveau. Binnen de oude kernen kunnen resten verwacht worden die teruggaan tot de vroegste ontginning van Zuidplas en de stichting van de dorpen. Na de vaststelling van het archeologiebeleid in 2010 zijn er zeer weinig onderzoeken uitgevoerd binnen de dorpskernen. Er zijn nauwelijks gegevens voorhanden om de verwachting te toetsen en deze verwachting dient daarom gehandhaafd blijven. De geldende vrijstellingsgrens voor de dorpskernen wijkt niet af in vergelijking met bijvoorbeeld de beleidskaarten van Krimpenerwaard of Waddinxveen (voor Bodegraven-Reeuwijk geldt deels een strengere vrijstellingsgrens, maar dat komt omdat deze kern deel uitmaakt van de Romeinse Limes). De conclusie is dat de geldende vrijstellingsgrens gehandhaafd kan blijven:
Afbeelding 2: Waarde Archeologie 1: voorbeeld aanpassing begrenzing dorpskern van Nieuwerkerk aan den IJssel: zwarte lijn : oude begrenzing, rode lijn: nieuwe begrenzing
De begrenzing van de dorpskernen op de beleidskaart betreft de begrenzing van de percelen met huizen en tuinen van rond 1800. Wanneer we de 19e eeuwse percelen projecteren op de huidige topografie, zien we dat de 19e eeuwse perceelsgrenzen niet overal meer overeenkomen met de huidige percelering. Ook zijn er kleine afwijkingen te zien als gevolg van het digitaliseren van de oude perceelsgrenzen. Op zich is dat niet erg, maar bij het toewijzen van een archeologische dubbelbestemming lopen de beleidsgrenzen soms dwars door de huidige huizen en percelen en is soms moeilijk uit te maken voor welk gebied nu wel of geen archeologisch onderzoeksplicht geldt. Ook komt het voor dat de 19e eeuwse begrenzing samenvalt met de moderne infrastructuur als een vaart of een weg. De vraag bij deze gevallen is in hoeverre archeologische waarden nog te verwachten zijn.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 14 van 48
De contouren van de oude dorpskernen zijn daarom aangepast aan de huidige kadastrale percelen. Bij het aanpassen van de grenzen van de oude kernen is gekozen om zoveel mogelijk de huidige topografie te volgen. Dat houdt in dat in het ene geval de grens van de dorpskern lokaal iets groter wordt en in het andere geval weer iets kleiner. Voor de archeologische verwachting maakt de aanpassing van de begrenzing weinig uit. Historische elementen De locaties van de geïnventariseerde historische elementen op de beleidskaart zijn bepaald aan de hand van kaarten uit de 17e eeuw en de kadastrale minuut uit 1811-1832. Op deze locaties worden nog de resten verwacht van individuele huizen, kerken, molens, enz. Eventueel aanwezige resten kunnen direct onder het oppervlak aanwezig zijn. Van elke locatie is een terrein gemaakt door om de locatie een cirkel te definiëren met een diameter van 100 m. Vervolgens is er vanuit gegaan dat binnen de cirkel sporen aanwezig kunnen zijn die te maken hebben met het historisch element. Enkele van deze locaties zijn onderzocht en in de meeste gevallen zijn er geen archeologische waarden aangetroffen. Dit heeft verschillende oorzaken: • het archeologisch onderzoek betreft een bureauonderzoek met enkele grondboringen.
Deze grondboringen zijn erop gericht om verwachtingen uit het bureauonderzoek te toetsen, niet voor het opsporen van bijvoorbeeld resten van funderingen en grondsporen. Hiervoor zou een proefsleufonderzoek geschikter zijn, maar het is de vraag in hoeverre een proefsleufonderzoek (met de bijkomstige administratieve verplichtingen) in verhouding staat tot de relatief kleine geplande bodemingrepen. • een bouwplan overlapt voor een klein deel met de zone en er geldt een algehele onderzoeksverplichting. De afstand tot de centrale ligging van het element is dusdanig groot dat het nog maar de vraag is of er nog wel resten te verwachten zijn in het te onderzoeksgebied. Een bijkomend probleem met deze categorie van terreinen is dat de begrenzing een extrapolatie betreft: een zone met een diameter van 100 m en waarbij geen rekening gehouden wordt met de bestaande bebouwing of inrichting van het landschap. Dit leidt tot situaties waarbij je je kunt afvragen hoe zinvol een archeologisch onderzoek nog is wanneer: • de locatie van een element geheel is overbouwd door een zwaar bouwwerk.
De verwachting is dat de bodem grotendeels verstoord is, maar de verwachtingszone blijft gehandhaafd; • de locatie van een element dicht tegen een dijk aan ligt en de verwachting buitendijks in de uiterwaard (gebieden met een lage verwachting) doorloopt; • de locatie van enkele elementen doorsneden wordt door een brede (recente) watergang. Het is dan de vraag in hoeverre aan de andere kant van de watergang nog archeologische sporen te verwachten zijn. • de locatie van een element afkomstig is van een 17e eeuwse kaart. Uit een projectie van deze locaties met de kadastrale kaart uit 1811-1832 blijkt dat 18 locaties geen sporen van bebouwing weergeven. De reden is eenvoudig: de voormalige elementen waren gebouwd op het veen dat geheel is afgegraven ten behoeve van de veenwinning. Een enkele locatie valt op de kadastrale kaart nog in een locatie die nog niet is ingepolderd. Er is overwogen om in een aantal bovengenoemde situaties de begrenzing aan te passen. Uiteindelijk is er vanaf gezien omdat een aanpassing van de begrenzing de zichtbaarheid van zon element op
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 15 van 48
een beleidskaart en/of een bestemmingsplan sterk doet verminderen. De begrenzingen van zones op een beleidskaart (en daarmee ook een dubbelbestemming Waarde Archeologie op een bestemmingsplan) zijn vaak gebaseerd op informatie en kaarten op een kleine kaartschaal (schaal 1: 10.000 of 1: 25.000) terwijl vergunningaanvragen veelal spelen op perceelsniveau. Archeologisch advies voor relatief kleine ingrepen blijft altijd maatwerk: bij een aanvraag van een ontwikkeling binnen een zone met een archeologische verwachting kan altijd nagegaan worden hoe schadelijk de voorgenomen ontwikkeling is voor de (mogelijk) aanwezige archeologische resten. Overschrijdt een ontwikkeling een vrijstellingsgrens maar wordt deze niet schadelijk geacht voor eventueel aanwezige archeologische waarden, dan kan er onderbouwd afgeweken worden van de onderzoeksplicht. Er is één nieuw cultuurhistorisch element onderscheiden: een betonnen fundering van een Duits afweergeschut uit de Tweede Wereldoorlog. Deze betonnen fundering bevindt zich ter hoogte van Oosteinde 25 en 27 te Moordrecht en is in het talud van de dijk nog zichtbaar. Dit element ligt net buiten de grens van een oud dorpslint en de begrenzing van het lint wordt dusdanig aangepast dat het element erbinnen valt.
Afbeelding 3a en 3b: links: de ligging van de funderingsresten (rode pijl) en rechts: het zijaanzicht vanaf de auto (cyclorama)
Historische elementen komen ook bij de omliggende gemeenten als Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Krimpenerwaard voor, maar er zijn twee verschillen: de vrijstellingsgrens bij die gemeenten is ruimer (100 m² i.p.v. 50 m²) en binnen bewoningslinten worden de individuele elementen niet aangegeven. Het overgrote deel van de historische elementen in Zuidplas valt binnen de oude ontginningsassen en bewoningslinten met een hoge archeologische verwachting. Het advies is om deze elementen binnen de assen niet nader te onderscheiden en de begrenzing van de ontginningsassen aan te houden. De fundering van het Duitse afweergeschut wordt opgenomen door de begrenzing van de ontginningsas enkele meters op te schuiven. Daarnaast liggen 51 elementen solitair en vallen ze in een zone met een lagere archeologische verwachting. Per element is vervolgens bekeken in hoeverre de locatie nog te herleiden is tot bebouwing op de kadastrale minuut uit 1811-1832: het blijkt dat van 18 locaties de verwachting Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 16 van 48
bijgesteld kan worden van zeer hoog naar laag. Deze locaties zijn afkomstig van een 17e eeuwse kaart en vallen in een gebied dat ontveend is. Het advies is deze 18 locaties niet meer op te nemen op de beleidskaart en de overige cultuurhistorische elementen te plaatsen de categorie Waarde Archeologie 2 (hoge archeologische waarde). Daarmee wordt de onderzoeksverplichting verlaagd naar een oppervlakte van groter dan 100 m² en ingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld. Advies te nemen maatregelen Het advies voor categorie zeer hoge archeologische verwachting: • het handhaven van de vrijstellingsgrens voor de oude dorpskernen: onderzoek is nodig voor plangebieden groter dan 50 m² en ingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld; • het vaststellen van de nieuwe begrenzing van de oude dorpskernen; • de oude dorpskernen toe te wijzen aan de categorie Waarde Archeologie 1; • het toekennen van een hoge archeologische waarde aan de cultuurhistorische elementen (i.p.v. zeer hoger waarde); • de cultuurhistorische elementen niet meer binnen een ontginningsas of bewoningslint onderscheiden; • het afvoeren van 18 solitaire cultuurhistorische elementen; • de overige 33 cultuurhistorische elementen toe te wijzen aan de categorie Waarde Archeologie 2;
3.3
Hoge archeologische verwachting: Waarde Archeologie 2-3-4
Vastgestelde archeologische verwachting en vrijstellingsgrens Deze categorie betreft een verzameling van verschillende archeologische en landschappelijke zones waaraan een hoge verwachtingswaarde is toegekend. De ouderdom tussen de te verwachten resten varieert van zeer vroege prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd. Ook de diepteligging van de (verwachte) resten varieert sterk: van net onder het maaiveld tot 7 m eronder en zelfs dieper. De volgende archeologische en landschappelijke zones zijn onderscheiden: historische bewoningslinten en ontginningsassen (bewoning Middeleeuwen Nieuwe Tijd); kreek-inversieruggen (bewoning prehistorie); stroomgordels (bewoning prehistorie); pleistocene terrasranden (bewoning zeer vroege prehistorie); rivierduinen (bewoning prehistorie); Voor deze zones geldt een onderzoeksplicht voor geplande bodemverstorende ingrepen met oppervlakte groter dan 100 m² en verstoringen vanaf 30 cm beneden het maaiveld. Voor de pleistocene terrasranden en rivierduinen geldt een vrijstellingsdiepte van 3 m onder het maaiveld. Gezien de diversiteit van de onderscheiden zones en de diepteligging van de (verwachte) resten, is elke zone apart behandeld en is nagegaan of er nieuwe inzichten en onderzoeken zijn. Tijdens de actualisatie is ook een nieuwe archeologische zone onderscheiden: resten uit de Tweede Wereldoorlog.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 17 van 48
Resultaat actualisatie Historische bewoningslinten Binnen Zuidplas zijn twee verschillende typen ontginningsassen/bewoningslinten te onderscheiden. De eerste type as betreft een oude veenstroom waarlangs al in de late prehistorie en Romeinse tijd bewoning wordt verwacht. Een kleine as betreft de oude veenstroom de Slinger (Vijfde Tochtweg/industrieterrein Grote Esch; afbeelding 4: nummer 1), twee grote assen liggen geheel langs de IJssel en de Rotte (afbeelding 4: nummer 2 en 3). De tweede type as betreft de ontginningsassen vanwaar de middeleeuwse ontginning plaatsvond. Langs deze assen zijn de bewoningslinten ontstaan en waarlangs ook de dorpen Moordrecht, Moerkapelle, Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen liggen (afbeelding 4: nummers 4 t/m 9). Volgens historische kaarten vond bewoning langs ontginningsassen plaats binnen 70 m van de ontginningsas. Vanwege mogelijke onnauwkeurigheden van het kaartmateriaal is bij de beleidskaart uitgegaan van een zone van 100 m (voor beide type assen). Archeologische resten kunnen al direct onder het maaiveld voorkomen.
Afbeelding 4: Waarde Archeologie 2: ontginningslinten: zwart: bewoning mogelijk vanaf de late prehistorie en Romeinse tijd; rood: bewoning vanaf de late middeleeuwen.
Nu is het oude veenlandschap binnen de gemeente Zuidplas vanaf de Middeleeuwen voor een groot deel afgegraven voor de veenwinning. Bij het afgraven van het veen tot op de zandige en kleiige ondergrond is onder andere de Zuidplas ontstaan. Na inpoldering van de Zuidplas (drooggelegd in 1839) kwam weer land vrij dat bewoond en bewerkt kon worden.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 18 van 48
Ter hoogte van de ingepolderde gebieden van Zuidplas is de oude veenbodem, en daarmee de resten van bewoning uit de late prehistorie/Romeinse tijd en Middeleeuwen op het veen, (grotendeels) weggegraven. Het is dus nog maar de vraag in hoeverre archeologische resten aanwezig zijn van voor de veenafgravingen. Per bewoningslint/ontginningsas is gekeken in hoeverre de archeologische verwachting gehandhaafd kan worden. Bewoningslint 1 betreft een zone van 100 m langs weerszijde van de oude rivierstroom de Slinger en ligt ter hoogte van de Vijfde Tochtweg en het industrieterrein Grote Esch. Archeologisch onderzoek 6 ter hoogte van de Vijfde Tochtweg heeft aangetoond dat vanaf het maaiveld geen veen meer aanwezig is en archeologische resten zijn niet aangetroffen. Op basis van het ontbreken van het veen kan de conclusie getrokken worden dat het oorspronkelijke oude veenlandschap geheel verdwenen is en daarmee de kans op aanwezigheid van (waardevolle en intacte) archeologische resten zeer klein geacht wordt. Het advies is dan ook om dit bewoningslint niet meer op te nemen op de beleidskaart. Bewoningslinten 2 en 3 betreffen een zone langs de Hollandsche IJssel en de Rotte. Binnen deze zone is nagenoeg geen archeologisch onderzoek uitgevoerd die informatie verschaft over de aan- of afwezigheid van archeologische resten.
Uit de AHN is op te maken dat de zones van de bewoningslinten in een hoger deel van het landschap vallen. Het vermoeden is dat het oude landschap mogelijk (deels) intact is. In ieder geval kan op zijn minst de hoge verwachting op bewoning vanaf de Late Middeleeuwen gehandhaafd blijven. Het advies is de bewoningslinten 2 en 3 te handhaven. Bewoningslint 4 ligt net ten noordwesten van Moordrecht en betreft de voormalige Moordrechtse Tiendeweg. Op 19e eeuwse kaarten is te zien dat de zuidelijke helft van de weg verdwenen is in de Zuidplas. Van de noordelijke helft zou nog een deel intact kunnen zijn na de inpoldering in 1839. Een deel van de weg ter hoogte van Westergouwe is intensief archeologisch onderzocht. Er zijn meer dan 300 grondboringen gezet 7 en er zijn 27 proefsleuven 8 gegraven. Tijdens het gravend onderzoek werden voornamelijk veenontginningskuilen en sloten aangetroffen die in de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd gedumpt waren met veenbrokken en stadsafval. Ook zijn er sporen van grootschalige egalisatiewerken waargenomen. Er zijn geen sporen aangetroffen van oude woonlocaties. Uit het gravend onderzoek komt naar voren dat het onderzochte deel van de Moordrechtse Tiendeweg archeologisch waardeloos 9 is door de grootschalige veenontginningen en de egalisaties van na de inpoldering.
Ook wordt de conclusie getrokken dat archeologisch booronderzoek niet de geschikte methode is om oude ontginningsassen in ingepolderde gebieden te onderzoeken. Op basis van onderzoek wordt aan bewoningslint 4 een lage archeologische verwachting toegekend en dit houdt in dat dit lint niet meer op de nieuwe beleidskaart voor komt. Bewoningslint 5 ligt ten westen en parallel aan de A20 en betreft de voormalige Moordrechtse Veenweg. Voor dit bewoningslint wordt dezelfde situatie verwacht als bewoningslint 4 de Moordrechtse Tiendeweg: de verwachting is dat na de inpoldering grootscheepse egalisaties nagenoeg alle aanwezige archeologische resten hebben verstoord. Ook aan bewoningslint 5 wordt, 6
Bex 2011, Goddijn 2014 en Miedema 2011. Dasselaar 2005 en 2009. 8 Vanden Borre 2006 en 2007. 9 Vanden Borre 2007: 52. 7
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 19 van 48
gezien de verwachte situatie als bij bewoningslint 4, de hoge verwachting bijgesteld naar een lage verwachting. Dit houdt in dat bewoningslint 5 niet meer terug komt op de nieuwe beleidskaart. Bewoningslint 6 loopt ter hoogte van de Herenweg-Moerkapelle via Noordeinde naar Zevenhuizen en verder via de Zuidzijde langs de Westringrijk-Nieuwerkerk aan den IJssel. Op de AHN is te zien dat een smalle zone langs deze wegen beduidend hoger ligt dan de omgeving. Hieruit kan afgeleid worden dat er nog steeds kans is op sporen van bewoning vanaf de Middeleeuwen. Uit projecties op de kadastrale minuut van 1811-1832 is te zien dat de projectie van het bewoningslint aan de oostzijde van Noordeinde en Zuidzijde in de toenmalige Zuidplas valt. Voor het deel dat samenvalt met de Zuidplas kan de archeologische verwachting naar beneden bijgesteld worden. Immers: het oude veenlandschap met mogelijke bewoning is weggegraven. Ter hoogte van bewoningslint 6 zijn slechts enkele kleinschalige archeologische onderzoeken uitgevoerd waarbij geen archeologische waarden zijn aangetroffen. Het aantal onderzoeken is te gering om de waarde van het bewoningslint bij te stellen. Het advies is om bewoningslint 6 deels te versmallen ter hoogte van Noordeinde en Zuidzijde en voor het overige deel te handhaven. Bewoningslint 7 betreft de s-Gravenweg.
Hier zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd met wisselende resultaten. Verschillende onderzoeken hebben geen archeologische resten opgeleverd en enkele onderzoeken hebben aanwijzingen voor de aanwezigheid van kleine middeleeuwse bewoningslocaties opgeleverd. Het advies is om bewoningslint 7 te handhaven in de huidige vorm. Bewoningslint 8 loopt vanuit de oude dorpskern van Nieuwerkerk aan den IJsel ten zuiden van de Vrijheidslaan en de Hoofdweg Zuid tot aan de Schollevaartse Tocht. Van dit lint zijn nagenoeg geen archeologische gegevens bekend. Het is niet duidelijk in hoeverre de grootschalige moderne bebouwing eventuele archeologische resten hebben aangetast. Wanneer bij de bouw van de huizen de bodem is opgehoogd, kunnen archeologische waarden nog afgedekt in de bodem aanwezig zijn. Het advies is om bewoningslint 8 te handhaven in de huidige vorm. Bewoningslint 9 ligt ter hoogte van de Vlietkade en de Wollenfoppekade te Zevenhuizen. Van dit lint zijn geen archeologische gegevens bekend die meer inzicht geven in de archeologische waarde ervan. Het advies is om bewoningslint 9 te handhaven in de huidige vorm. Getijdegeulen en kreken De bodem binnen de gemeente Zuidplas bestaat voor een groot deel vanaf het maaiveld uit een dik pakket wadafzettingen met onder andere wadplaten, getijdegeulen en kreken.
Langs de oevers van deze geulen en kreken kunnen archeologische vindplaatsen uit de vroege prehistorie voorkomen, mits deze oevers langere tijd droog gelegen hebben. Archeologische resten kunnen verwacht worden vanaf het maaiveld tot 3 m onder het maaiveld. De ligging van geulen en kreken is goed in kaart gebracht door middel van booronderzoeken en de zichtbaarheid ervan op de AHN. Binnen Zuidplas zijn verschillende locaties met geulen en kreken onderzocht. Het meest uitgebreide onderzoek vond plaats binnen de Eendragtspolder. Tijdens verschillende booronderzoeken 10 zijn op enkele locaties mogelijke aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de prehistorie. In de boringen werd vlak onder het maaiveld houtskool en mogelijk enkele stukjes bot 10
Wijsman & Verbeek 2004, Wijsman, Verbeek en Dasselaar 2005, Dasselaar 2010.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 20 van 48
gevonden. Op een enkele locatie is aan het oppervlak nog een klein stukje vuursteen gevonden maar het is niet duidelijk of dit door mensen bewerkt vuursteen betrof. Uit de daarop volgende proefsleufonderzoeken werden echter geen aanwijzingen aangetroffen van menselijke bewoning, ook de aanwezigheid van houtskool en vuursteen werd niet bevestigd 11. Tijdens booronderzoeken ter hoogte van kreken en geulen in het overige deel van Zuidplas zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. In het verleden zijn door amateurarcheologen ook enkele meldingen van vondsten geweest ter hoogte van geulen en kreken. Uit een her-analyse van deze vondstmeldingen blijkt dat er geen vondsten zijn aangetroffen die ouder zijn dan de Middeleeuwen 12. Op basis van de geraadpleegde archeologische onderzoeken (bijlage 2) kan de conclusie getrokken worden dat langs de geulen en kreken vooralsnog geen archeologische resten zijn aangetroffen. De vraag is ook of het landschap in het verleden niet te nat is geweest waardoor er helemaal geen bewoning heeft kunnen plaatsvinden. Zo werd in een onderzoek te Bentwoud uit 2009 13 geconcludeerd dat de afzettingen van de geulen niet geschikt zijn geweest voor tijdelijke en/of permanente bewoning.
Dit onderzoek is mede de reden dat aan de geulen en kreken die vanuit Zuidplas tot in Waddinxveen doorlopen, geen archeologische verwachting is toegekend op de beleidsadvieskaart van Waddinxveen. Op basis van de geraadpleegde onderzoeken wordt de hoge archeologische verwachting bijgesteld naar een lage verwachting en dit houdt in dat de zones met geulen en kreken niet meer op de nieuwe beleidskaart voorkomen. Stroomgordels In de diepere ondergrond zijn de zandige afzettingen aanwezig van twee oude rivierlopen (stroomgordels). Binnen de fysische geografie zijn ze aangeduid als de stroomgordel Gouderak en Zuidplas. Archeologische vindplaatsen kunnen met name op de zandige oeverafzettingen voorkomen, zoals dat ook het geval is op de rand van de stroomgordel Gouderak te Gouda. De stroomgordelafzettingen komen voor vanaf een diepte van 2,5 m en dieper. Volgens de vastgestelde archeologische verwachtingenkaart zijn de afzettingen van de kreken en de stroomgordels niet altijd duidelijk te onderscheiden. Daarom is met het oog op het beschermen van mogelijk aanwezige archeologische waarden uitgegaan van de meest ondiepe ligging en geldt voor de stroomgordels een onderzoeksplicht voor geplande bodemverstorende ingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m² en verstoringen vanaf 30 cm beneden het maaiveld 14.
De ligging van de stroomgordelafzettingen op de verwachtingskaart (en dus de beleidskaart) zijn onder andere gebaseerd op een groot onderzoek uit 2001 15 van de universiteit van Utrecht. In 2012 heeft de universiteit een geactualiseerd onderzoek gepubliceerd 16 met nieuwe gegevens en interpretaties. Voor Zuidplas houdt dat in dat delen van de twee stroomgordels beter zijn begrensd en
11
Ilson 2011. Vondstmeldingen in Archis: waarnemingen 26169, 57489, 58408, 401221, 401223, 401688, 412518, 404575. 13 De Kruif 2009. 14 Beusink et.al. 2010. 15 Berendsen en Stouthamer 2001. 16 Cohen en Stouthamer 2012 12
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 21 van 48
plaatselijk een andere ligging kunnen hebben. De verschillen in ligging zijn weergegeven in afbeelding 5. Voor de actualisatie zijn de archeologische onderzoeken op zowel de huidige archeologische verwachtingskaart als op de nieuwe gereconstrueerde rivierlopen geprojecteerd en is er gekeken naar de diepteligging van de stroomgordelafzettingen (bijlage 2). Zonder uitzondering wordt de diepteligging van 2,5 m en dieper bevestigd, deze diepte kan zelfs naar 3 m bijgesteld worden. Op basis van het onderzoek van de universiteit van Utrecht uit 2012 en de vastgestelde diepteligging zouden de nieuwe rivierlopen overgenomen moeten worden in de beleidsadvieskaart. De archeologische verwachting blijft gehandhaafd maar de vrijstellingsdiepte kan naar beneden bijgesteld worden.
Afbeelding 5: Reconstructie van stroomgordelafzettingen binnen Zuidplas uit 2001 (rood) en 2012 (gestippeld)
Nu hebben onderzoeken ter hoogte van de stroomgordelafzettingen binnen Zuidplas vooralsnog geen harde bewijzen opgeleverd voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Hiervoor zijn verschillende verklaringen mogelijk: er is te ondiep geboord, er zijn te weinig boringen gezet om goede uitspraken te doen over de aan- of afwezigheid van vindplaatsen, mogelijk was het landschap niet geschikt voor bewoning, enz. Er is echter één uitzondering: bij een booronderzoek 17 in de Eendragtspolder zijn op vier nabijgelegen locaties op een diepte van 3,7 tot 6,5 m onder het maaiveld 17
Dasselaar 2010.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 22 van 48
kleine brokjes houtskool, botmateriaal, visschubben en een stukje vuursteen aangetroffen. Het is niet duidelijk of het vuursteen sporen van menselijk gebruik bevat. De schaarse gegevens lijken in ieder geval te duiden op de aanwezigheid van menselijke bewoning in de prehistorie (Mesolithicum en/of Neolithicum). Als dit zo is, dan is het één van de zeer weinig bekende vindplaatsen op een stroomgordel in deze regio. Binnen de huidige beleidskaart valt de mogelijke vindplaats (of viertal kleine vindplaatsen) binnen de contouren van de stroomgordel, met de nieuwe reconstructie vallen ze er buiten. Het is vooralsnog niet bekend of de mogelijke vindplaats(en) op de rand van de stroomgordel of op crevasseafzettingen liggen (crevasseafzettingen zijn zandige afzettingen die bij een doorbraak van een oeverwal direct naast de rivier worden afgezet). Verder onderzoek kan meer inzicht geven in de opbouw van de ondergrond. Totdat duidelijk is of er daadwerkelijk sprake is van één of meerdere archeologische vindplaatsen, wordt geadviseerd het terrein met de aanwijzingen een hoge archeologische waarde toe te kennen.
Afbeelding 6: de ligging van vier locaties met mogelijke archeologische resten (zwarte stip). Rode zone: huidige begrenzing stroomgordel; Groene zone: nieuwe begrenzing; Zwarte lijn: voorstel uitbreiding zone stroomgordel.
De stroomgordelafzettingen van Gouderak en Zuidplas komen ook voor in de gemeenten Krimpenerwaard, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen. De vrijstellingsgrenzen voor deze afzettingen verschillen enorm per gemeente: gemeente oppervlak vrijstelling diepte vrijstelling Zuidplas 100 m² 0,3 m Waddinxveen 1.000 m² 0,3 m (wordt 3 m) Gouda 100 m² 2m Bodegraven-Reeuwijk 10.000 m² 2m Krimpenerwaard 10.000 m² 2,5 m Tabel 3: overzicht vrijstellingsgrenzen voor dieper gelegen stroomgordels.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 23 van 48
Binnen de gemeente Krimpenerwaard komen op verschillende dieptes stroomgordels voor met een archeologische verwachting. 18 Voor de hoger gelegen gordels geldt een vrijstellingsgrens van 5.000 m²/1,5 m onder het maaiveld; voor de dieper gelegen gordels geldt de vrijstelling van 10.000 m²/2,5 m onder het maaiveld. De gemeente Gouda hanteert een vrijstellingsgrens van 100 m²/2 m. Bij normale werkzaamheden (inclusief heien) is pas onderzoek nodig bij diepe graafwerkzaamheden. 19 Onderzoek naar stroomgordels is pas effectief wanneer relatief grote terreinen onderzocht worden. Zo krijgt men een beter beeld naar de omvang en diepteligging van de afzettingen en de (mogelijk) archeologisch kansrijke zones. De huidige vrijstellingsgrens van 100 m² is te klein om goede uitspraken te doen over de stroomgordelafzettingen. Zeer kleine onderzoeksgebieden leveren weinig goede gegevens op voor een totaaloverzicht. Deze kleine gebieden zijn voor stroomgordels dan ook niet effectief en vormen zo een extra belasting voor vergunningsaanvragers die een onderzoek moeten laten uitvoeren. Het is daarom beter om het oppervlak binnen de vrijstellingsgrens te verhogen. De grens van 10.000 m² levert in ieder geval een onderzoeksgebied op van voldoende omvang om goed en zinvol onderzoek te doen.
Gezien de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen op de afzettingen van stroomgordel Gouderak en de onduidelijkheid van de bewoonbaarheid van de afzettingen van stroomgordel Zuidplas, is het voorstel om de oppervlakte van de vrijstellingsgrens in eerste instantie te verruimen naar 1000 m². Zo sluit deze vrijstellingsgrens aan op die van Waddinxveen, worden kleine ontwikkelingen (uitgevoerd door met name particulieren) ontzien en worden eventueel aanwezige archeologische waarden minder snel verstoord dan bij een grotere vrijstellingsgrens. Bij een volgende actualisatie dient nagegaan te worden of de voorgestelde vrijstellingsgrens van 1000 m² gehandhaafd dient te worden. Zoals eerder aangegeven, kan ook de vrijstellingsdiepte bijgesteld worden van 0,3 m tot 3 m onder het maaiveld. De verstorende werking van funderingsplanen wordt op de diepere ondergrond relatief gering geacht. Pas bij graafwerkzaamheden die dieper gaan dan 3 m onder het maaiveld dient, bij een overschrijding van het plangebied van 1000 m², een archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het advies voor de stroomgordelafzettingen is de vrijstellingsgrens te verruimen van 100 m² en 30 cm diepte naar 1000 m² en 3 m diepte.
Daarnaast wordt geadviseerd de zone met mogelijke archeologische resten in de Eendragtspolder eveneens een hoge archeologische verwachting toe te kennen met de voorgestelde vrijstellingsgrens. Gezien de differentiatie in de toekenning van een hoge archeologische verwachting (diepere verwachting dan bij de bewoningslinten) wordt geadviseerd deze hoge verwachting te laten vallen onder Waarde Archeologie 3. Terrasranden De diepe ondergrond van Zuidplas bestaat uit (pleistoceen) dekzand. In Zuid-Nederland bevindt dit zand zich aan het oppervlak, te Zuidplas bevindt het zand zich op grote diepte: plaatselijk meer dan 15 m onder het maaiveld. Binnen Zuidplas is in het vlakke dekzandlandschap een iets hoger gelegen deel aanwezig: een terrasrand. Het is mogelijk dat deze terrasrand tijdens de zeer vroege prehistorie een goed uitzicht bood op de omgeving. Daarbij lag de rand in de nabijheid van water en het vormde een natuurlijke weg. Daarom is aan de terrasrand een hoge archeologische verwachting toegekend op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de zeer vroege prehistorie. Op de
18 19
Wink & Schute 2016a en 2016 b. Groenendijk 2011: p. 42.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 24 van 48
beleidsadvieskaart is een zone met een breedte van 250 m aangegeven met een hoge archeologische verwachting. Archeologische vindplaatsen uit de vroege prehistorie zijn in de regel zeer klein en moeilijk traceerbaar. Het gaat veelal om kleine kampementjes met een doorsnede van enkele tot een tien- of twintig meters en met zeer weinig vondsten: enkele stuks vuurstenen werktuigen, afvalmateriaal en houtskool). Zeer diep gelegen vindplaatsen worden nauwelijks bedreigd: er vinden normaliter geen graafwerkzaamheden plaats die reiken tot deze diepte en funderingspalen veroorzaken in de regel relatief weinig verstoring (mits er geen sprake is van een zogenaamde palenmatras). Er is binnen Zuidplas tot nu toe nog geen archeologisch onderzoek uitgevoerd tot in het pleistocene zand. Hiervoor zijn verschillende redenen: • gravend onderzoek reikt niet tot deze diepte; • handmatig booronderzoek tot deze diepte is zeer moeilijk en intensief; • mechanisch booronderzoek tot deze diepte is duur; • de trefkans op vindplaatsen uit de vroege prehistorie is zeer klein; • voor het opsporen van vindplaatsen is een zeer intensief onderzoek nodig; • de verstoring van de bodem door een funderingspaal wordt relatief klein geacht. Indien (graaf)werkzaamheden toch reiken tot het pleistocene zand, dan is een archeologische begeleiding van de werkzaamheden een voor de hand liggende methode van onderzoek.
Bij afgravingen of het opzuigen van zand is het mogelijk om de vrijkomende grond te inspecteren op de aanwezigheid van archeologische vondsten. Binnen deze landschappelijke zone geldt momenteel een onderzoeksverplichting voor geplande bodemverstorende ingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m² en verstoringen vanaf 3 m onder het maaiveld. Bij geen enkele omliggende gemeente wordt onderzoek gedaan naar de zeer diepe ondergrond en praktisch gezien is een onderzoek heel duur en de vraag is ook in hoeverre er resultaten van toegevoegde waarde worden behaald. Het advies is dan ook deze categorie niet meer op te nemen op de beleidskaart. Rivierduinen Rivierduinen zijn letterlijk grote zandduinen in de ondergrond. In Zuidplas komen uitsluitend twee lage duinen voor op een diepte van 7 m en dieper onder het maaiveld. Deze duinen bevinden zich ter hoogte van de Schielandweg en de Groenendijk, ten zuiden van Nieuwerkerk aan den IJssel. In Lekkerkerk en Bergambacht bijvoorbeeld, komen rivierduinen voor die tot aan het maaiveld reiken. Een groot deel van de rivierduinen in het Nederlandse rivierengebied zijn archeologisch onderzocht en het blijkt dat nagenoeg alle duinen in de prehistorie bewoond zijn geweest.
De diepte van de vindplaatsen kan variëren van meer dan 15 meter onder het oppervlakte, bijvoorbeeld in de Yangtzehaven van Rotterdam, tot op 3 meter onder het oppervlak in Lekkerkerk. Archeologische vindplaatsen op rivierduinen zijn, in tegenstelling tot de vindplaatsen op het pleistocene dekzand, beter op te sporen. Deze vindplaatsen bevinden zich op de randen van de duinen en het omliggende water, ze zijn vaak groot en bevatten veel (goed bewaard) materiaal als houtskool, verbrande visbotjes, verbrande noten en aardewerk.
Omgevingsdienst Midden-Holland - Actualisatie archeologische beleidskaart Zuidplas 25 van 48
Vanwege de grote diepteligging en de geringe verstoringen als het gevolg van heien, heeft er tot nu toe nauwelijks archeologisch onderzoek plaatsgevonden op de rivierduinen te Zuidplas. Er worden zeer weinig ontwikkelingen verwacht waarbij de bodem tot grote diepte wordt afgegraven. Zeer recentelijk is er wel een vergunning aangevraagd voor de aanleg van een zeer diepe en omvangrijke kelder (7 m diep) vlakbij een duin. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de top van de duin dieper ligt dan 7 m onder het maaiveld. Archeologische resten worden op een grote diepte verwacht. Net als bij de stroomgordels, is een archeologisch onderzoek pas zinvol bij een ruim onderzoeksgebied en bij graafwerkzaamheden die de archeologische waarden kunnen bedreigen. De huidige vrijstellingsgrens betreft 100 m² en 3 m onder het maaiveld. Binnen Krimpenerwaard zijn ontwikkelingen ter hoogte van een rivierduin pas vergunningsplichtig wanneer ze groter zijn dan 1000 m². Geadviseerd wordt om deze oppervlaktemaat over te nemen en de vrijstellingsdiepte te verruimen naar 7 m onder het maaiveld. Gezien de differentiatie in de toekenning van een hoge archeologische verwachting (diepere verwachting dan bij de bewoningslinten) wordt geadviseerd deze hoge verwachting te laten vallen onder Waarde Archeologie 4.