Bijlage 7 Bijlage 3 MER Middengebied Zuidplaspolder A24.001855
Tekst van het document
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
54/324
Basisalternatief - 8.000 woningen (max. 325 ha bruto, incl. voorzieningen als sport, scholen, winkels, stedelijk water en groen) - Fase 1 (2031) 4.260 - Fase 2: (2040) 3.740 - gem. dichtheid 30 woningen/ha (met een spreiding van 7-40) - ligging conform Stedenbouwkundig casco (waarin geluid, afstand tot wegen, etc. als uitgangspunt in zitten) - Hoogbouw op enkele plekken mogelijk (4-6 lagen) - Totaal 65 ha bruto. - Max 47 ha netto uitgeefbaar (Doelwijk II max 28 ha (Gouwepark II max 19 ha) - type bedrijvigheid: < 5 ha per bedrijf, geen grote distributiecentra, categorie 3 bedrijven met in Doelwijk II beperkte ruimte voor categorie 4, incl. mogelijk HMC (4.2), m.n. midden op bedrijventerrein (niet aan de randen i.v.m. milieucontouren) - Varkenshouderij + brijvoerfabriek en kaasfabriek Smits (en dus geurcirkel) ligt niet meer in Middengebied. Detailhandel (10.000 m2), maatschappelijk bebouwd (71.000) en onbebouwd (70.000). Start realisatie bij start fase 1.
Alternatief maximaal klimaatrobuust Basis
Alternatief Duurzame Mobiliteit Basis
Alternatief Circulair/duurzame energie Basis
Alternatief Groen-blauw raamwerk Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Natuur/groen
- Groene Schakel (ongeveer 800 meter breed, daarnaast infra, bestaande woningen en bedrijven door groen omzoomd, waar mogelijk afname bebouwd opp. t.o.v. huidige situatie) - Koning Willem 1 bos - Groene Waterparel (realisatie door provincie) - Ecologische verbindingszone (EVZ) van Krimpenerwaard naar Bentwoud6 - Zoekgebied voor groene verbinding tussen bedrijventerreinen richting Gouda - Rondweg als Groene slinger om fase 1 woonwijk heen. - Park in zuidelijk deel vijfde dorp - Barrièrewerking A20: ecologische en recreatieve verbinding is onderdeel van verbreding snelweg (RWS). - Barrièrewerking N219 richting Eendragtspolder: standaard voldoende oplossing voor EVZ functie.
Basis
Basis
Basis
- Natuurontwikkeling (natte natuur) als onderlegger voor de gehele ontwikkeling. - Wonen en werken in een nat landschap (bouwen op palen, drijvend wonen of kruipruimtevrij). - Natuurinclusief bouwen. - Ecologische verbindingen zijn niet beperkt tot enkele corridors, maar dooraderen voor grotere biodiversiteit hele plangebied (incl. stedelijke omgeving en bedrijventerrein). O.a.: * EVZ binnen Groene Schakel breder dan 100 meter, aangevuld met extensieve recreatie en agrarisch gebruik passend bij natuurontwikkeling. * EVZ ook over kabel/leidingenstrook langs 4e tocht (dus én door Groene Schakel én huidige ligging EVZ) * Koning Willem I bos /buitenplaatsen: sturen op hoge biodiversiteit door inrichting. - Agrarische activiteit draagt bij aan natuurontwikkeling. - Groene Waterparel recreatief ontsluiten en (waar niet in strijd met natuurontwikkeling) beleefbaar maken. - Waterkwaliteit: Inzetten op helofytenfilters en natuurvriendelijke oevers, naar beperking kwel.
Waterhuishouding
- Aantal peilvakken: meer dan 10. - flexibel waterpeil, streefpeil -6,20 (+/- 15 cm). - Water vasthouden. - 15% wateroppervlak als compensatie voor verharding. - Drooglegging overal 1 meter. - Waterkwaliteit: geen specifieke maatregelen. - Beperken graven oppervlaktewater i.v.m. opbarstrisico. - Behoud bestaande lintbebouwing langs o.a. Middelweg/Bredeweg met waar nodig onderbemaling.
- Waterpeilen hoog (-5,8 m NAP (+/- 15 cm), met mogelijkheid tot opzetten tot -5,30 m NAP bij extreme neerslag). - Voldoende drooglegging vitale functies (vloerpeil op ca -4,80 m NAP). Geen onderbemaling, bestaande (lint) bebouwing wordt aangepast of gesaneerd. - flexibel peil (voor meer seizoensberging en inlaatwater te beperken) - Ook op lange termijn GLG niet lager dan huidig om aantrekken extra kwel te voorkomen. - Maximaal 2 peilvakken. - Maximaal bergend vermogen. - Alternatieve waterbergingsopties zoals wadi’s en platte daken.
Basis
Basis + - Bouwrijp maken: ophogen zoveel mogelijk beperken
Basis + Waterpeil hoog (-5,80 m NAP met flexibel peil tussen -5,30 en -5,80), beperkt kwel en bodemdaling.
Programma woningen
Programma bedrijventerreinen
Voorzieningen
6 Op het moment van uitvoeren van het alternatievenonderzoek is dat de ligging van de EVZ conform het vigerende provinciaal omgevingsbeleid. De herziening van dit beleid in oktober 2022 is meegenomen in het VKA. In het VKA is daarom het uitgangspunt dat de EVZ in de
Groene Schakel komt te liggen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
55/324
Basisalternatief
Klimaatadaptie
- Waterveiligheid: inzetten op laag 1 - Convenant Klimaatadaptief Bouwen (KAB)
Mobiliteit
- ‘maatregelenpakket 4H+’ en bijlage C ‘Bestuurlijke overeenkomst ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder’ (juli 2021) incl. aanvullende maatregelen die inzetten op 5% modal split (reductie in autoritten als gevolg van het Middengebied). - decentraal (in de straat en/of bij huis) parkeren direct bij woning (parkeernorm: gemiddeld 1,7 pl/won). - auto’s in de wijk. - centrum goed bereikbaar met auto. - OV: nieuwe buslijn richting regionale overstapstations. - Fietsroute naar station Nieuwerkerk a/d IJssel (ligt er al in stedelijk gebied). - 50 km/h op Groene Slinger, verder 30 km/h op ondergeschikte wegen.
Alternatief maximaal klimaatrobuust - Minimale restzetting van 10 cm in 60 jaar (excl. autonome daling). - Waterveiligheid: inzetten op laag 1 + 2 - Primaire wegen voldoende hoog om te kunnen dienen als evacuatieroute. Voorstel, gebaseerd op waterbom (= scenario 2 uit rapport W+B): -4,80 m NAP. Secundaire wegen kunnen bij calamiteiten onder water lopen. - Wegen als waterbuffer (steenwolpakker onder bestrating). - Parkeervoorzieningen klimaatadaptief inrichten en aanpasbaar aan toekomstige veranderingen (blijkt parkeervraag te dalen dan ander gebruik mogelijk maken). - Inzetten op droogtebestendig groen - Voorkomen hittestress door groen-blauwe netwerken stevig te integreren in gebouwde omgeving, zoals fiets- en wandelpaden. - Energielandschap als waterbuffer. - Waterrobuust bouwen waarbij alles onder de 1e verdieping bestand is tegen een overstroming, woningen hebben allemaal een 1e verdieping waar men naartoe kan gaan in geval van overstroming. Kan in Watertuinen bijvoorbeeld door bouwen op palen bouwen. - groene daken voor waterberging. - op maximaal 250 meter loopafstand koelteplekken. Basis
Alternatief Duurzame Mobiliteit
Alternatief Circulair/duurzame energie
Alternatief Groen-blauw raamwerk
Basis
Basis
Basis
- Intentie: sturen op zo min mogelijk autogebruik. Doel is een modal shift van 10% of meer t.o.v. het basisalternatief (dus totaal 15%). Daarvoor worden onderstaande maatregelen in het alternatief opgenomen. - auto uit de wijk houden (STOMP-methode). - Centrumgebied en woonwijk inrichten als shared space, waardoor het als verblijfsruimte in plaats van als verkeersruimte wordt gezien. - 30 km/h als maximumsnelheid binnen bebouwde kom, ook buiten de Groene Slinger, en 15 km/h op woonerven. - rechtstreekse, vrijliggende fiets- en wandelstructuren binnen en tussen de deelwijken. - Autoverkeer moet altijd via de Groene Slinger van wijk naar wijk. - Voldoende kwalitatief goede fietsvoorzieningen bij ruimtelijke functies (woningen, voorzieningen, conform fietsparkeernorm uit Parkeerbeleid gemeente). - Doorfietsroutes naar OV-stations trein (zoals Gouda, Waddinxveen Triangel, Lansingerland, Nieuwerkerk a/d IJssel) en metro (Nesselande). - Aansluiten op toekomstige doorfietsroute Rotterdam-Gouda (F20, ambitieroute) en doorfietsroute F12 (Gouda-Zoetermeer. - Barrières voor fietsverkeer opheffen d.m.v. realiseren ongelijkvloerse kruisingen: *A20 en spoorlijn (richting Gouda); * Spoorlijn en A12 (richting Waddinxveen Triangel). - parkeren aan de rand van het Vijfde Dorp (mobiliteitshubs/deelmobiliteit) en invalsroutes,
Basis
Basis
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
56/324
Basisalternatief
Alternatief maximaal klimaatrobuust
Alternatief Duurzame Mobiliteit gebundeld met aanbod deelauto’s + oplaadpunten voorzien van zonnedaken. - mobiliteitshubs combineren met deelfietsen/fietsparkeren en pick up and return points voor goederen/pakketjes. - Sturende parkeernorm (parkeernorm: gemiddeld 1,0 plek per woning of lager waar mogelijk). - HOV naar Gouda – Zoetermeer en Gouda – Rotterdam (6x/u). - één of twee treinstations: bij Doelwijk en langs spoorlijn Gouda - Rotterdam.
Alternatief Circulair/duurzame energie
Alternatief Groen-blauw raamwerk
Circulariteit
- Geen specifieke aandacht op CO2 reductie. - Traditionele bouw in fase 1, meer houtbouw in fase 2 (ca 50%). - Centrale sanitatie (rioolwaterzuiveringsinstallatie Kortenoord)
Basis
Basis
- Alles houtbouw (grondgebonden woningen naar schatting 90% houtbouw, voor appartementencomplexen waarschijnlijk wel een betonnen kern) en funderen op betonnen palen. - Alles modulair (prefab) bouwen. - Minder eigen tuin, meer openbaar gebied (gedeelde buitenruimtes). Is ook minder verharding in eigen tuin. - Zo flexibel mogelijk bestemmen, zodat je functies en bouwwerken later makkelijker kunt wijzigen (uitbreiden, splitsen, samenvoegen). - Meervoudig ruimtegebruik. - Stimuleren lokale kringlopen en ‘industrial symbiosis’ op bedrijventerreinen.
Basis
Energie
- Plangebied als totaal is energieneutraal. - zonne-energie op daken, niet meer dan nodig. - Circa 40 ha netto zonnepanelen in een ‘energielandschap’
Basis
Basis
- Woningen maximaal inzetten voor zonnepanelen (d.m.v. benutten dak voor zon, dus ook maximaal zon georiënteerd). - Bedrijven zijn waar mogelijk energieneutraal. - Plangebied als totaal is energieleverend. - windenergie (bijv. in zoekgebied langs A20, in Koning Willem I bos en/of langs toegangswegen of toegevoegd aan het zonnepark). - Aquathermie (o.b.v. lopend onderzoek). - energiefluctuaties opvangen door verschillende vormen van opwekken en opslag in de vorm van WKO (i.c.m. aquathermie) of waterstof of batterij (i.c.m. zon en wind). - Vitale energie infra hoog genoeg of drijvend aanleggen zodat ze bij overstroming beschikbaar blijven. - Aanvoer ophoogmateriaal zand/grond per pijpleiding.
Basis + Twee windturbines tussen de nieuwe bedrijventerreinen. Energielandschap ruim minder zonnepanelen om daar natuurontwikkeling te optimaliseren.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
57/324
5.3 Planvoornemen (basisalternatief) Het planvoornemen betreft in beginsel de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (maart 2021), vastgesteld in de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (juli 2021) en verder uitgewerkt in het Stedenbouwkundige Casco Middengebied Zuidplaspolder (januari 2022) 7. Dit planvoornemen is in dit MER onderzocht en beschouwd als basisalternatief. Kader 5.1: basisalternatief anders dan in Provinciale MER provincie Zuid-Holland In het Provinciale MER van de provincie Zuid-Holland is ook een ‘basisalternatief’ onderzocht. Deze is anders dan het basisalternatief dat in voorliggend MER wordt onderzocht. In het Provinciale MER van de provincie was het basisalternatief het toenmalige omgevingsbeleid (een ontwikkellocatie aan de zuidzijde van het Middengebied). In voorliggend MER is het basisalternatief de voorgenomen planontwikkeling zoals beschreven in onder andere het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder.
Het basisalternatief gaat uit van de realisatie van 8.000 woningen in 2040. Het woongebied kent een dichtheid die varieert van 7 tot 40 woningen per hectare, gemiddeld 30 per hectare. De hoogste dichtheid is te vinden in het voorzieningengebied in het hart van het Vijfde Dorp en de laagste dichtheid is te vinden in het nieuw te realiseren Koning Willem I bos. Uitgangspunt is dat de woningen langs de linten van de Tochten behouden blijven. In het nieuwe Vijfde Dorp is hoogbouw op een enkele plek mogelijk, met een maximale hoogte van 4 tot 6 lagen. Waar deze hogere woonblokken komen is op dit moment niet bekend. In het basisalternatief worden twee bedrijventerreinen mogelijk gemaakt: Doelwijk II en Gouwepark II. Samen hebben deze bedrijventerreinen een uitgeefbaar oppervlak van 47 hectare. Uitgangspunt is dat er bedrijven in milieucategorie 3 komen, in Doelwijk II kan op een enkele plek in het midden van het bedrijventerrein een hogere milieucategorie (4), komen. In het voorzieningengebied van het Vijfde Dorp komt maximaal 10.000 m2 detailhandel, 71.000 m2 maatschappelijke voorzieningen in gebouwen (bijvoorbeeld scholen, sporthal, bibliotheek, etc.) en 70.000 m 2 maatschappelijke voorzieningen buiten (bijvoorbeeld sportvelden, speeltuin). Het basisalternatief kent reeds veel groen en een uitgebreid waternetwerk.
Er wordt uitgegaan van de realisatie van verschillende groenzones/natuurgebieden rondom het Vijfde Dorp (Groene Schakel, Koning Willem I bos, Groene Waterparel, zoekgebied tussen de bedrijventerreinen) en minimaal één park in het Vijfde Dorp. Het streven is om na realisatie van het basisalternatief zo min mogelijk peilgebieden in het plangebied te hebben. In deze peilvakken wordt een flexibel peil gehanteerd met een streefpeil van het oppervlaktewater van -6,20 m NAP (±15 cm). Daarmee wordt het eerdere advies van Witteveen+Bos opgevolgd 7 Op enkele onderdelen wijkt het basisalternatief iets af van deze uitgangspunten. Hier wordt nader
op ingegaan in paragraaf 3.1.9 van Bijlage 3 Alternatievenbeschrijving. Verder betreffen de casco’s concept stukken die nog niet bestuurlijk zijn vastgelegd, maar als vertrekpunt gelden voor het MER.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
58/324
(Witteveen+Bos, 2022). Er wordt 15% wateroppervlak gerealiseerd ter compensatie van de verharding die wordt aangelegd. Overal is een drooglegging van 1 meter (verschil tussen vloerpeil en grondwaterpeil). Voor wat betreft het thema klimaatadaptatie is het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (KAB) uitgangspunt. Voor de ontsluiting van het Vijfde Dorp worden twee nieuwe ontsluitingswegen aangelegd. Daarnaast wordt de bestaande Middelweg zodanig ingericht, dat deze kan dienen als ontsluitingsweg. Parkeren en toegankelijkheid van wijken voor auto’s wordt op traditionele wijze ingevuld. Dit houdt in dat er in de wijk bij de woningen geparkeerd kan worden en dat auto’s overal kunnen komen. Er komt een busverbinding door het Vijfde Dorp (rijdend over de Groene Slinger, de Ringweg rond het kreekrugdorp) voor onder andere de verbinding met treinstations zoals Nieuwerkerk a/d IJssel, Gouda en Waddinxveen Triangel en metrostation Nesselande. Uitgangspunt van het basisalternatief is dat er ten minste 5% modal shift gerealiseerd moet worden voor de personenmobiliteit van, naar en binnen het plangebied, dus als gevolg van het planvoornemen. Dat wil zeggen een verschuiving van 5% in het aandeel autogebruik in de verdeling over vervoerwijzen (OV, fiets, lopen, auto) ten opzichte van algemene kentallen voor deze ‘verkeersgeneratie’.
NB: die 5% modal shift heeft dus geen betrekking op de autonome mobiliteit. Onderdeel van het basisalternatief zijn de maatregelen zoals vastgesteld in de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (juli 2021). Het gaat daarbij om de zogenoemde 4H+ variant en de maatregelen in bijlage C van de bestuurlijke overeenkomst. Deze bijlage C van de Bestuurlijke overeenkomst is toegevoegd in het Bijlagenrapport 4 Alternatievenbeschrijving. Woningen worden in het basisalternatief op twee manieren gebouwd. In de eerste fase van de woningbouw, die plaatsvindt op de kreekrug in het plangebied, wordt traditioneel gebouwd (beton/steen). In de tweede fase, die plaatsvindt in het gebied rondom de kreekrug met ‘slappere’ ondergrond, wordt ingezet op houtbouw omdat dit lichter is. Woningen worden aangesloten op een rioleringsstelsel naar afvalwaterzuiveringsinstallatie Kortenoord. Het plangebied als totaal is energieneutraal. Dat betekent dat er in het gebied net zoveel energie wordt opgewekt als dat er nodig is voor warmte, elektriciteit voor woningen, utiliteitsgebouwen, openbare ruimte en elektrische mobiliteit. Dit wordt gerealiseerd door circa 40 ha netto zonnepanelen in een daarvoor bestemd ‘energielandschap’ en zonnepanelen op dak.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
59/324
Figuur 5.1 | het basisalternatief
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
60/324
5.4 Alternatieven 5.4.1
Alternatief Maximaal klimaatrobuust
De uitgangspunten van het basisalternatief gelden ook in het alternatief Maximaal klimaatrobuust. Daarnaast is gezocht naar maatregelen die ervoor zorgen dat het plangebied Maximaal klimaatrobuust wordt. Het Vijfde Dorp moet zo veel mogelijk bestand zijn tegen klimaatvariaties zoals extreme neerslag, overstromingen, hitte en droogte en bodemdaling. Er wordt rekening gehouden met lange termijn klimaatonzekerheden tot aan 2100. Dit uit zich bijvoorbeeld in een extra hoog oppervlaktewaterpeil (-5,8 m NAP (+/- 15 cm), met mogelijkheid tot oplopen tot -5,30 m NAP bij extreme neerslag (zonder dat andere gebieden effecten ondervinden). Het hele plangebied kent maximaal twee peilvakken. Dit zorgt voor een robuuster watersysteem doordat water vrijuit door het gebied kan stromen. In dit alternatief is er geen sprake meer van onder- en opmaling. Verder is ingezet op het bieden van verdergaande veiligheid bij het eventueel optreden van een overstroming. Primaire wegen, die als evacuatieroute gebruikt moeten kunnen worden, liggen daarom op voldoende hoogte om altijd droog te liggen, ook bij overstroming of zeer hevige neerslag. Woningen worden ‘waterrobuust’ gebouwd. Dit houdt in dat er altijd een eerste verdieping is waar men naartoe kan gaan in geval van wateroverlast (overstromingsvrije verdieping).
Daarbij kan worden gedacht aan alternatieve plattegronden van woningen, waarbij verblijfsruimtes zoals woonkamers en slaapkamers op de eerste verdieping en hoger komen. Op de begane grond is er plek voor de (bij)keuken, het sanitair (badkamer, wc), berging en parkeren. Wegen en parkeervoorzieningen worden daarnaast zo ingericht dat water kan infiltreren. Ook het buitengebied wordt zo ingericht dat water kan worden opgeslagen. Klimaatverandering leidt in Nederland tot meer zomerse en tropische dagen. Als gevolg daarvan ontstaan lange droge periodes en ontstaat er hittestress. Droogte en verdroging zijn nadelig voor de biodiversiteit, natuur, drinkwaterproductie, industrie en landbouw. Hittestress kan leiden tot lichamelijke klachten, en bij kwetsbare groepen tot sterfte, omdat mensen en dieren warmte niet kwijt kunnen. Het alternatief Maximaal klimaatrobuust bevat maatregelen om verdroging tegen te gaan en hittestress te voorkomen. Wanneer er sprake is van droge periodes, wordt gebruik gemaakt van het regenwater dat in het plangebied is opgeslagen (gebufferd). Hittestress wordt zo veel mogelijk voorkomen door groen en water stevig te integreren in de gebouwde omgeving (zowel in het Vijfde Dorp als in het bedrijventerrein). Binnen 250 meter loopafstand moet een koelteplek beschikbaar zijn door het bieden van schaduw.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
61/324
Figuur 5.2 | Globaal beeld alternatief Maximaal klimaatrobuust
5.4.2
Alternatief Duurzame mobiliteit
De uitgangspunten van het basisalternatief gelden ook in het alternatief Duurzame mobiliteit. Daarnaast is er gezocht naar maatregelen die ervoor zorgen dat naar, van en binnen het plangebied de mobiliteit optimaal duurzaam plaatsvindt. Het doel van de maatregelen is het autogebruik te verminderen. Hiermee wordt ook de invloed op de verkeersintensiteiten op omliggende wegen minder. Daarmee gaat de leefomgevingskwaliteit omhoog door minder ruimtebeslag, minder geluidshinder, minder ongevallen en minder uitstoot (voor zover auto’s in 2040 nog niet emissieloos zijn). De doelstelling is 10% of meer ‘modal shift’ ten opzichte van het basisalternatief (dus een totale modal shift van 15% inclusief de modal shift in het basisalternatief). Dit houdt in dat er een verschuiving van het autogebruik naar andere vervoerwijzen van 10% of meer is. Net als in het basisalternatief vindt de modal shift plaats binnen de mobiliteit die het gevolg is van het planvoornemen (dus niet de mobiliteit als gevolg van autonome ontwikkelingen). Andere vervoerwijzen zijn het openbaar vervoer en de fiets, maar ook deelmobiliteit. Om dit te stimuleren zijn in dit alternatief verschillende maatregelen opgenomen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
62/324
Concreet wordt het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd door naast de extra buslijn uit het basisalternatief ook een HOV-lijn (‘hoogwaardig openbaar vervoer’, snel stads- en streekvervoer) te realiseren op de route Gouda – Vijfde Dorp – Zoetermeer en Gouda – Vijfde Dorp – Rotterdam. HOV heeft onder andere als kwaliteitsaspect een hoge frequentie van minimaal 6 keer per uur. Daarnaast wordt er een OV-hub/treinstation gerealiseerd ter hoogte van bedrijventerrein Doelwijk (‘Zoekgebied treinstation’ in figuur 5.3) en tevens langs de spoorlijn naar Rotterdam (station ‘Moordrecht’). Naast het openbaar vervoer wordt ook ingezet op extra voorzieningen voor fietsen. Hiervoor worden doorfietsroutes aangelegd naar OV-stations voor trein (zoals Gouda, Waddinxveen Triangel, Lansingerland, Nieuwerkerk a/d IJssel) en voor metro (Nesselande), en wordt aangesloten op de doorfietsroutes Gouda – Zoetermeer (F12) en Gouda – Rotterdam (F20). In dit alternatief wordt voornamelijk gestreefd naar het minder gebruiken van de auto als primaire vervoerwijze. Parkeervoorzieningen worden alleen aangelegd aan de rand, namelijk bij de Groene Slinger rondom het Vijfde Dorp.
Dit worden zogenoemde mobiliteitshubs, waar naast parkeren ook op openbaar vervoer gestapt kan worden, deelauto’s en -fietsen en oplaadpunten beschikbaar zijn en ‘pick up and return points’ voor pakketjes en goederen worden ingericht. Het centrumgebied en de woonwijken van het Vijfde Dorp worden ingericht als ‘shared spaces’, waardoor het als verblijfsruimte in plaats van als verkeersruimte geldt. De maximale snelheid voor de enkele auto die hier nog komt, wordt hier ook op aangepast (15 km/h in plaats van de gebruikelijke 30 km/h). De snelheid op de Groene Slinger wordt 30 km/h.
Figuur 5.3 | Globaal beeld Alternatief duurzame mobiliteit
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
63/324
5.4.3
Alternatief Circulair/duurzame energie
De uitgangspunten van het basisalternatief gelden ook in het alternatief Circulair/duurzame energie. Op het gebied van circulariteit en duurzame energie worden echter extra maatregelen aan dit alternatief toegevoegd. Zo wordt in dit alternatief in het gehele Vijfde Dorp uitgegaan van zoveel mogelijk houtbouw. Het uitgangspunt is dat er modulair (prefab 8) wordt gebouwd. Dit voorkomt onder andere veel vrachtwagenbewegingen tijdens de realisatiefase. Door gebouwen daarnaast modulair op te bouwen, is het in de toekomst makkelijker om andere functies in te passen zonder dat hele gebouwen daarvoor gesloopt moeten worden. Een verlengde hiervan is meervoudig ruimtegebruik en zo flexibel mogelijk bestemmen. Dit bespaart ruimte en voorkomt problemen op het moment dat er nieuwe inzichten ontstaan of andere gebruiksfuncties gewenst zijn. Dit kan bijvoorbeeld ook worden bereikt door minder in te zetten op eigen tuinen en juist meer op openbaar gebied (gedeelde buitenruimtes). Een andere maatregel om het aantal vrachtwagenbewegingen in de realisatiefase te beperken is het aanvoeren van zand via een pijpleiding. De aanvoer gebeurt in dat geval via schepen over de Hollandsche IJssel en vervolgens vanaf de Hollandsche IJssel met een pijpleiding naar het Middengebied. Het plangebied is als totaal op jaarbasis energieleverend.
Om hier aan bij te dragen wordt uitgegaan van minimaliseren van het energieverbruik en maximale energieopwekking op daken bij de woningen, zonnepanelen op land en wordt gekeken of het plaatsen van windturbines realistisch is.. Voor de levering van warmte wordt gebruik gemaakt van aquathermie. Energiefluctuaties worden opgevangen doordat er gebruik wordt gemaakt van verschillende vormen van opwekken en opslaan van energie. Dit voorkomt overbelasting op het elektriciteitsnet.
8 Prefab is de afkorting van prefabricated (vooraf gebouwd). De naam verwijst dus naar de manier
van bouwen. Een prefab woning komt in delen op het bouwterrein aan en wordt vervolgens op de uiteindelijke standplaats in elkaar gezet tot de uiteindelijke woning.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
64/324
Figuur 5.4 | Globaal beeld Alternatief circulair / duurzame energie
5.4.4
Alternatief Groen-blauw raamwerk
De uitgangspunten van het basisalternatief gelden ook in het alternatief Groenblauw raamwerk. Het groen-blauwe raamwerk wordt in dit alternatief verder uitgebreid en maximaal ingezet op natuurontwikkeling. Dit komt met name tot uiting in de onderwerpen biodiversiteit, waterkwaliteit en robuuste ecologische verbindingen. Daarnaast wordt gekeken naar extra mogelijkheden voor recreatief medegebruik. Dit betekent dat in dit alternatief het grondwaterpeil hoog wordt (bandbreedte van -5,30 en -5,80 NAP) en bijdraagt aan het verminderen van de invloed van kwel en aan ontwikkeling van zoveel mogelijk (natte) natuur. Met name in de woongebieden buiten de kreekrug wordt ingezet op wonen en werken in een nat landschap. Dat vraagt om innovatieve bouwmethodes (bijvoorbeeld op palen, drijvend of kruipruimte vrij, zie paragraaf 3.1.9. in het bijlagenrapport 4 Alternatievenbeschrijving). Uitgangspunt is dat er natuurinclusief wordt gebouwd.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
65/324
De groenzones rondom het Vijfde Dorp worden maximaal ingevuld voor natuurontwikkeling. Dit levert een dubbele ecologische verbindingszone op en een hogere biodiversiteit. Agrarische activiteiten dragen bij aan de natuurontwikkeling en creëren van biodiversiteit. Er wordt extra ingezet op een goede waterkwaliteit door in te zetten op zoveel mogelijk helofytenfilters (een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu) en natuurvriendelijke oevers. De Groene Waterparel wordt – met de huidige natuurontwikkeling als uitgangspunt – gebruikt om te kunnen wandelen.
Figuur 5.5 | Globaal beeld Alternatief groen-blauw raamwerk
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
66/324
6. Effectbeoordeling alternatieven
6.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat de effectbeoordeling van de alternatieven. Per thema wordt eerst kort ingegaan op het beoordelingskader dat bij de effectbeoordeling is gehanteerd. Daarna wordt bij elk thema per aspect eerst het effect van het basisalternatief beschreven en beoordeeld. Vervolgens wordt gekeken of dit basisalternatief in combinatie met de maatregelen die in de vier andere alternatieven zitten zou leiden tot een andere beoordeling. Voor de vier overige alternatieven wordt dus niet een complete effectbeschrijving gegeven, maar alleen een beschrijving van onderscheidende effecten ten opzichte van het basisalternatief (zie voor een nadere toelichting paragraaf 3.2). Aan het einde van elk thema worden de resultaten en conclusies samengevat en worden eventuele maatregelen beschreven. Voor de meeste thema’s is een apart deelrapport opgesteld. Daarin is een uitgebreidere analyse opgenomen. Per thema wordt daar naar verwezen indien dat van toepassing is. Wettelijk kader De effectbeoordeling is uitgevoerd aan de hand van de vigerende wetgeving. De effectbeoordeling van de alternatieven in dit hoofdstuk heeft namelijk plaatsgevonden op het moment dat de Omgevingswet nog niet van kracht was. In voorliggend hoofdstuk is het vigerende wettelijke kader het uitgangspunt.
In paragraaf 6.15 is in een tabel per thema aangegeven of er onder de Omgevingswet andere normen en/of rekenmethodes komen en wat dat kan betekenen voor de conclusies.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
67/324
6.2 Mobiliteit 6.2.1
Beoordelingskader
Voor het thema mobiliteit worden de volgende aspecten onderzocht: • Bereikbaarheid voor wegverkeer • OV en fiets • Verkeersveiligheid • Duurzame mobiliteit Deze aspecten zijn inhoudelijk zodanig verschillend, dat ze om een ander beoordelingskader vragen. Hieronder wordt per aspect beschreven welk beoordelingskader is gehanteerd. Bereikbaarheid voor wegverkeer Voor het aspect bereikbaarheid wordt zowel gekeken naar de bereikbaarheid van buitenaf als naar de interne bereikbaarheid. Voor de bereikbaarheid van buitenaf wordt gekeken naar de afwikkeling van bestaande wegen en kruispunten. De interne bereikbaarheid heeft betrekking op de parkeermogelijkheden in het gebied, de fijnmazigheid van het interne wegennet en de afstand tot voorzieningen. De onderdelen worden in samenhang met elkaar beoordeeld. ++ Knelpunten die in de referentiesituatie op het omliggende wegennet zullen ontstaan tussen nu en 2040, worden opgelost en de autobereikbaarheid binnen het plangebied is zeer goed. + Verkeer op het omliggende wegennet wordt duidelijk sneller afgewikkeld t.o.v. de referentiesituatie. De doorstroming verbetert: de trajectreistijden worden korter. De bereikbaarheid binnen het plangebied is goed. 0/+ Verkeer op het omliggend wegennet wordt iets sneller afgewikkeld t.o.v. referentiesituatie. De interne bereikbaarheid is goed. 0 De bereikbaarheid wijzigt nauwelijks t.o.v.
de referentiesituatie. 0/Op het omliggende wegennet nemen de vertragingen toe. Binnen het plangebied is de bereikbaarheid goed. Op het omliggende wegennet nemen de vertragingen sterk toe. Binnen het plangebied is de bereikbaarheid goed. -Op het omliggende wegennet nemen de vertragingen sterk toe en ook binnen het plangebied neemt de kwaliteit van de doorstroming (daardoor) significant af. Een aspect dat aanvullend op deze beoordeling genoemd zal worden, is dat een verminderde autobereikbaarheid binnen het plangebied deels ook als ontmoediging werkt voor autoverplaatsingen naar buiten, wat dan juist weer gunstig is voor de bereikbaarheid in het omliggende gebied. Dit is echter niet meegenomen in de effectbeoordeling. OV en fiets ++ Het plan kent veel voorzieningen voor OV en fiets, heeft een grote fijnmazigheid en alle delen van het plangebied zijn goed en veilig bereikbaar. Bovendien worden voorzieningen vroegtijdig gerealiseerd. + Het plan kent veel voorzieningen voor OV en fiets en de meeste delen van het plangebied zijn goed en veilig bereikbaar.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
68/324
0/+ 0 0/--
Het plan kent voorzieningen voor OV en fiets, maar slechts een klein deel van het plangebied wordt bediend door OV. Er verandert weinig t.o.v. de referentiesituatie. / / /
Opmerking: vooral voor OV en fiets gaat het ook om de voorzieningen en mogelijkheden op de locaties van herkomst / bestemming buiten het plangebied. Die zijn namelijk onderdeel van de verplaatsing en de kwaliteit en aantrekkelijkheid ervan. Dit is een belangrijk aspect in het verleiden tot een gunstige modal split. Omdat dit buiten het plangebied en de scope van de ontwikkeling valt, is dat niet meegenomen in de effectbeoordeling. Maatregelen op dit gebied kunnen echter bij de verdere uitwerking van het planvoornemen wel worden meegenomen. Verkeersveiligheid ++ De nieuw ontworpen onderdelen van de infrastructuur zijn cf. richtlijnen ingericht; binnen de Slinger en in de Watertuinen wordt het Vijfde Dorp zeer autoluw. Op het omliggende wegennet is het fietsnetwerk vrijliggend/gescheiden/ongelijkvloers van de auto’s. + De nieuw ontworpen onderdelen van de infrastructuur zijn cf. richtlijnen ingericht; binnen de Slinger wordt het Vijfde Dorp autoluw en fietsvriendelijk. In de omgeving van het plangebied worden kruispunten veiliger ingericht, al dan niet met een scheiding van verkeersstromen. 0/+ De nieuw ontworpen onderdelen van de infrastructuur zijn cf. richtlijnen ingericht; binnen de Slinger is het Vijfde Dorp autoluw. Kruispunten worden veiliger, al dan niet door verkeersstromen fysiek te scheiden. 0 De nieuw ontworpen onderdelen van de infrastructuur zijn cf.
richtlijnen ingericht, niet per se autoluw binnen de Slinger. Er verandert op het omliggende wegennet weinig t.o.v. de referentiesituatie. 0/De nieuw ontworpen onderdelen van de infrastructuur zijn cf. richtlijnen ingericht, niet per se autoluw binnen de Slinger. Kruispunten in de omgeving worden niet aangepast en daardoor in principe onveiliger vanwege de toename van verkeer. -/ Duurzame mobiliteit ++ De nieuw gegenereerde mobiliteit is maximaal duurzaam (actieve, green, shared en excentrisch parkeren) + Er zijn veel mogelijkheden voor duurzame mobiliteit (deelmobiliteit, elektrisch rijden). 0/+ Er zijn beperkte mogelijkheden voor duurzame mobiliteit (deelmobiliteit, elektrisch rijden en excentrisch parkeren). 0 Er verandert weinig t.o.v. de referentiesituatie. 0// / -/ Studiegebied Voor mobiliteit is het studiegebied groter dan het plangebied. De omvang van het studiegebied wordt bepaald door het wegennet waarop veranderingen ontstaan als gevolg van toe- of afnames van verkeer. Het verkeersmodel dat is gebruikt voor dit onderzoek omvat het wegennet van de regio Midden-Holland
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
69/324
en het verdere wegennet van de zuidvleugel van de Randstad, zij het globaler naarmate de afstand tot Midden-Holland groter is. Figuur 6.1 bevat de uitsnede uit het wegennet waar het grootste deel van de effecten van het plan zullen optreden.
Figuur 6.1 | Omvang studiegebied op basis van wegennet
Referentiesituatie De effecten van de alternatieven worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Een uitgebreide beschrijving daarvan is opgenomen in bijlage 3 Foto van de Leefomgeving. In de referentiesituatie is sprake van algemene groeiscenario’s voor economie, van de realisatie van vastgestelde ruimtelijke ontwikkelingen (woningbouw, bedrijventerreinen) en van infrastructurele wijzigingen. Wat betreft dit laatste is de verbreding van de A20 tussen Nieuwerkerk a/d IJssel een belangrijke. De belangrijkste kenmerken voor het thema mobiliteit zijn: • In de referentiesituatie is sprake van een hoge kruispuntbelasting op 12 van de 16 kruispunten. Op enkele trajecten op het onderliggend wegennet en op de A12 en A20 ontstaat tevens een capaciteitsprobleem (verhouding verkeersintensiteit / capaciteit is dan hoger dan 0,85). Dit leidt in de referentiesituatie in zowel de ochtendspits (vooral ten noorden van de A12 en ten zuiden van de A20) als de avondspits (o.a. bij de enkelstrooks spooronderdoorgang aan de Bredeweg) tot wachtrijen. • In het plangebied en omliggend buitengebied is de verkeersintensiteit laag. • In het plangebied is geen openbaar vervoer beschikbaar. Rondom het plangebied zijn bushaltes aanwezig van twee buslijnen. • Het plangebied wordt doorkruist door enkele fietsnetwerken.
De betreffende wegen zijn echter smal en fietsverkeer is meestal niet gescheiden van overig wegverkeer, waaronder ook vracht- en landbouwverkeer.
6.2.2
Effectbeoordeling Bereikbaarheid wegverkeer
Basisalternatief In het basisalternatief is sprake van woningbouwontwikkeling (met winkels en andere voorzieningen) en twee bedrijventerreinen. De mobiliteit die deze ontwikkelingen met zich meebrengen, leidt in en om het plangebied tot een toename van mobiliteit ten opzichte van de referentiesituatie. In het basisalternatief zijn verschillende maatregelen meegenomen die moeten leiden
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
70/324
tot een modal shift van 5% in vergelijking met dezelfde ontwikkeling zónder deze maatregelen. Desondanks blijkt uit de verkeersberekeningen dat de kruispuntbelasting op verschillende kruispunten omhoog gaat in vergelijking met de referentiesituatie. Dit geldt ook op een aantal wegvakken voor de verhouding tussen verkeersintensiteit en capaciteit, de I/C-waarde9. Dat betekent dat op verschillende trajecten in met name de ochtend- en/of avondspits wachtrijen en files ontstaan. De verslechtering van de bereikbaarheid voor wegverkeer ontstaat vooral op de omliggende wegen A12 en A20 en op de N219 bij de aansluitingen op de A12 en A20 (zie ook figuur 6.2 en 6.3). Ook op de wegen door de bedrijventerreinen is sprake van extra drukte en wachtrijen. Dit is enerzijds het gevolg van de toename aan (vracht)verkeer als gevolg van de nieuwe bedrijventerreinen. Dit extra verkeer wordt nu afgehandeld via de bestaande infrastructuur van de bestaande bedrijventerreinen, waardoor daar de verkeersdruk toeneemt. Anderzijds blijkt uit een analyse van het verkeersmodel dat zowel in Doelwijk als in Gouwepark ook verkeer uit het Vijfde Dorp zorgt voor een verkeerstoename. Zowel over de Bredeweg (richting Doelwijk) als over de Zuidelijke Dwarsweg richting de Overslagweg (Gouwepark) ontstaan routes die door autoverkeer uit het Vijfde Dorp worden gebruikt.
Gezien de beoogde functie van de Bredeweg en Zuidelijke Dwarsweg (fietsroute), moeten deze twee wegen in het verkeersmodel worden afgeschaald. Gevolg daarvan zal zijn dat het verkeer dat in het model nu via deze wegen van en naar het Vijfde Dorp rijdt, via een van de andere ontsluitingsroutes zal rijden. Daar zal de verkeersintensiteit daardoor nog verder toenemen en zal de overbelasting van enkele wegvakken groter worden. Enige uitzondering is het wegvak van de N219 tussen Knibbelweg en Zuidplasweg. Hier laten de berekeningen een verbetering zien, een afname van verkeer. Interpretatie voor deze afname is dat met het extra kruispunt de N219 minder aantrekkelijk wordt als route tussen A12 en A20. Dit verkeer is onderdeel van de toename op de Moordrechtboog. In paragraaf 4.2.1 van het Deelrapport Mobiliteit zijn tabellen opgenomen met belasting van alle kruispunten en wegvakken die in het onderzoek zijn meegenomen. Onderstaande figuren geven de kruispunten en wegvakken weer met de hoogste belasting.
9 I/C-waarde geeft de verhouding weer tussen de verkeersintensiteit op een weg en de capaciteit
van die weg. Wanneer die een verhouding heeft hoger dan 0,85 ontstaan er op drukke momenten (in de ochtend en/of avondspits) opstoppingen/congestie. Bij een I/C-waarde groter dan 1,0 is sprake van overbelasting.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
71/324
Figuur 6.2. | Kaartbeeld Noordelijk deel: kruispunt- en wegvakbelasting voor 2023, Referentie 2040 en de Alternatieven 2040 (bron cijfers: RHDHV).
Figuur 6.3. | Kaartbeeld Zuidelijk deel: kruispunt- en wegvakbelasting voor 2023, Referentie 2040 en de Alternatieven 2040 (bron cijfers: RHDHV).
De bereikbaarheid op de wegen in het plangebied is goed. Dit komt doordat de nieuw aan te leggen infrastructuur conform richtlijnen met voldoende capaciteit ontworpen wordt, doordat men met de auto door het hele Vijfde Dorp kan komen en doordat parkeren volgens gangbare wijze wordt ingevuld.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
72/324
Samenvattend wordt geconcludeerd dat, ondanks de maatregelen die moeten leiden tot een modal shift van 5%, de verkeersintensiteiten toenemen ten opzichte van de referentiesituatie. Verkeersproblemen die in de autonome ontwikkeling reeds ontstaan worden daardoor versterkt. Om die reden wordt het basisalternatief als negatief beoordeeld (effectbeoordeling: -). Alternatieven In tabel 6.1 is weergegeven of een alternatief voor het aspect Bereikbaarheid voor wegverkeer leidt tot een andere beoordeling. De kolom ‘Basisalternatief’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de kolommen daarna zijn de alternatieven naast elkaar gezet. Met roze is aangegeven welke alternatieven tot een andere beoordeling leiden. Geen verkleuring betekent geen wijzigingen ten opzichte van het basisalternatief. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht.
Aspect:
Basisalternatief
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Tabel 6.1 Beoordeling alternatieven (roze: beoordeling alternatief is anders dan het basisalternatief). Thema: Mobiliteit
Bereikbaarheid voor wegverkeer
-
-
-
-
-
Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ Dit alternatief leidt niet tot verandering in verkeersbewegingen. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief. Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’ In dit alternatief zijn extra maatregelen opgenomen om te komen tot een grotere modal shift (15% in plaats van 5%). Desondanks blijkt uit de verkeersberekening dat dit niet tot een significante vermindering van de verkeersproblematiek leidt. Rijtijden zullen in vergelijking met het basisalternatief slechts beperkt afnemen. En verkeersproblemen die ontstaan in de autonome situatie (dus wanneer de ontwikkeling van het Middengebied niet wordt uitgevoerd) zullen met realisatie van de ontwikkelingen in het Middengebied op basis van dit alternatief Duurzame mobiliteit verder verslechteren. De bereikbaarheid in het plangebied wordt in dit alternatief minder goed. Dit is een (bedoeld) gevolg van de maatregelen in dit alternatief, welke moeten leiden tot het ontmoedigen van autogebruik. Omdat de verkeersproblemen in dit alternatief niet significant afnemen en de bereikbaarheid binnen het plangebied juist weer wat afneemt, scoort ook dit alternatief per saldo negatief.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
73/324
Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ Dit alternatief leidt niet tot verandering in verkeersbewegingen. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief. Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’ Dit alternatief leidt niet tot verandering in verkeersbewegingen. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief.
6.2.3
Effectbeoordeling OV en fiets
Basisalternatief Bij de inrichting van het Middengebied wordt aandacht besteed aan een goede en veilige infrastructuur voor fiets en OV voor de verplaatsingen binnen het gebied en naar herkomsten en bestemmingen buiten het gebied. Als gevolg daarvan verbetert de kwaliteit van het OV (hogere frequenties) en de fietsvoorzieningen (beter dekkend en fijnmaziger netwerk), ook voor het omliggende gebied. Wel is het van belang dat voorzieningen voor OV en fietsers vanaf het begin aanwezig zijn (‘eerst bewegen, dan bouwen’). Dat maakt het Vijfde Dorp aantrekkelijker voor bewoners die een lager autogebruik prefereren en het voorkomt dat nieuwe bewoners gedwongen worden de eerste tijd de auto te gebruiken en dat voor een deel ook later blijven doen. Verhuizen (naast nieuwe baan, kinderen etc.) is namelijk een van de ‘life changing events’ waarop mensen hun mobiliteitsgedrag opnieuw tegen het licht houden en bepalen. Die kans moet benut worden. Geconcludeerd wordt dat het basisalternatief een positief effect heeft op zowel het OV als het fietsnetwerk (effectbeoordeling: +). Alternatieven In tabel 6.2 is weergegeven of een alternatief voor het aspect OV en fiets leidt tot een andere beoordeling. De kolom ‘Basisalternatief’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de kolommen daarna zijn de alternatieven naast elkaar gezet.
Met roze is aangegeven welke alternatieven tot een andere beoordeling leiden. Geen verkleuring betekent geen wijzigingen ten opzichte van het basisalternatief. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht.
Aspect:
Basisalternatief
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Tabel 6.2 Beoordeling alternatieven (roze: beoordeling alternatief is anders dan het basisalternatief). Thema: Mobiliteit
OV en fiets
+
+
++
+
+
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
74/324
Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ Dit alternatief leidt niet tot veranderingen die van invloed zijn op OV of fiets. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief. Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’ In dit alternatief is nog sterker ingezet op het bereiken van een groter aandeel duurzame vervoersmiddelen in het totale aantal verplaatsingen. Het gaat bijvoorbeeld om het sterker inzetten op een verdere intensivering van het OV en het fietsnetwerk/doorfietsroutes en de voetgangersvoorzieningen, gecombineerd in hubs en elders. Dit werkt in dit alternatief doordat wijken autoloos worden gemaakt en de OV-voorzieningen van hoogwaardige kwaliteit zijn (HOV) en worden aangesloten op extra aan te leggen OV-hubs/stations. Met deze maatregelen wordt optimaal invulling gegeven aan OV en fiets (effectbeoordeling ++). Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ Dit alternatief leidt niet tot veranderingen die van invloed zijn op OV of fiets. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief. Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’ Dit alternatief leidt niet tot veranderingen die van invloed zijn op OV of fiets. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief.
6.2.4
Effectbeoordeling Verkeersveiligheid
Basisalternatief De ontwikkeling van het Middengebied leidt tot extra mobiliteit en daarmee extra verkeer op de wegen in en rondom het plangebied. Deze toename leidt statistisch gezien tot een toename van het te verwachten aantal ongevallen 10. Doordat de ontsluitingswegen en het onderliggend wegennet in het Vijfde Dorp nieuw worden aangelegd, kan hier wel optimaal rekening worden gehouden met verkeersveiligheid. Fietsers kunnen zoveel mogelijk gescheiden worden gehouden van gemotoriseerd verkeer. De snelheid op de ontsluitingswegen is 50 km/h, de wegen binnen de bebouwde kom hebben een maximumsnelheid van 30 km/h. Dat maakt de kans op en de impact van ongevallen kleiner. In het basisalternatief vindt kruising van de N219 voor fietsers ongelijkvloers plaats. Kruising van bijvoorbeeld de Groene Slinger gebeurt nog wel gelijkvloers. Door het scheiden van dit gemotoriseerde verkeer van fietsers wordt dit in ruime mate gecompenseerd. Met name de smalle polderwegen in het plangebied zijn echter nog wel een aandachtspunt: ook bij (naar verwachting) een gelijkblijvende hoeveelheid gemotoriseerd verkeer is hier een toename van fietsers. Op deze polderwegen rijdt ook vrachtverkeer en landbouwvoertuigen. In de woonwijken zorgt de inrichting, waarbij auto ondergeschikt is, voor een verkeersveilige situatie.
Overall wordt geconcludeerd dat het basisalternatief een positief effect heeft op de verkeersveiligheid van bestaande wegen en dat de verkeersveiligheid op nieuwe wegen goed geborgd kan worden (effectbeoordeling: +).
10 Hiervoor hanteren verkeersveiligheidsdeskundigen empirische kentallen voor het aantal
ongevallen (per type) per miljoen voertuigkilometer.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
75/324
Alternatieven In tabel 6.3 is weergegeven of een alternatief voor het aspect Verkeersveiligheid leidt tot een andere beoordeling. De kolom ‘Basisalternatief’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de kolommen daarna zijn de alternatieven naast elkaar gezet. Met roze is aangegeven welke alternatieven tot een andere beoordeling leiden. Geen verkleuring betekent geen wijzigingen ten opzichte van het basisalternatief. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht.
Aspect:
Basisalternatief
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Tabel 6.3 Beoordeling alternatieven (roze: beoordeling alternatief is anders dan het basisalternatief). Thema: Mobiliteit
Verkeersveiligheid
+
+
++
+
+
Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ Dit alternatief leidt niet tot veranderingen die van invloed zijn op verkeersveiligheid. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief. Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’ Hoewel ook in dit alternatief het verkeer toeneemt, worden de wijken in het Vijfde Dorp vrijwel autoloos gemaakt. De snelheid binnen de bebouwde kom wordt 30 km per uur en op woonerven 15 km per uur. Verder wordt ook voorzien in ongelijkvloerse kruisingen van de Groene Slinger. Daarmee geeft dit alternatief nog sterker invulling aan verkeersveiligheid. Dit wordt als sterk positief beoordeeld (effectbeoordeling: ++). Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ Dit alternatief leidt in de gebruiksfase niet tot veranderingen die van invloed zijn op verkeersveiligheid. In de realisatiefase zullen in dit alternatief minder vrachtwagenbewegingen van en naar het plangebied ontstaan in vergelijking met het basisalternatief. Dit komt doordat zand in de realisatiefase naar het gebied wordt getransporteerd via pijpleidingen. Dit kan in de realisatiefase lokaal voor een betere verkeersveiligheid zorgen. Omdat dit effect tijdelijk is, heeft dat niet tot een andere beoordeling geleid in vergelijking met het basisalternatief.
Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’ Dit alternatief leidt niet tot veranderingen die van invloed zijn op verkeersveiligheid. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
76/324
6.2.5
Effectbeoordeling Duurzame mobiliteit
Basisalternatief In het basisalternatief is sprake van een toename van mobiliteit in het plangebied en daarbuiten, met impact op energiegebruik, ruimtegebruik, gezondheidseffecten en hinder. Om deze impact te beperken zijn in het basisalternatief reeds enkele maatregelen opgenomen. Deze maatregelen moeten leiden tot het terugdringen van het aandeel autoverkeer ten opzichte van reguliere (auto)verkeersproductie. Dat is gunstig, want het aandeel van duurzame mobiliteitsvormen neemt daardoor toe: voornamelijk fietsen en OV en combinaties, waaronder ook deelmobiliteit (fietsen, auto’s). Elektrisch rijden wordt gestimuleerd door te voorzien in voldoende laadpalen. Met deze maatregelen wordt een positief effect verwacht op het gebied van duurzame mobiliteit in vergelijking met de meer ‘reguliere’ organisatie van mobiliteit (effectbeoordeling: +). Alternatieven In tabel 6.4 is weergegeven of een alternatief voor het aspect Duurzame mobiliteit leidt tot een andere beoordeling. De kolom ‘Basisalternatief’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de kolommen daarna zijn de alternatieven naast elkaar gezet. Met roze is aangegeven welke alternatieven tot een andere beoordeling leiden. Geen verkleuring betekent geen wijzigingen ten opzichte van het basisalternatief. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht.
Aspect:
Basisalternatief
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Tabel 6.4 Beoordeling alternatieven (roze: beoordeling alternatief is anders dan het basisalternatief). Thema: Mobiliteit
Duurzame mobiliteit
+
+
++
+
+
Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ Dit alternatief leidt niet tot een andere invulling van duurzame mobiliteit. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief. Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’ Het alternatief Duurzame Mobiliteit zet maximaal in op een duurzame invulling van de door het plan nieuw gegenereerde mobiliteit: binnen het Vijfde Dorp is er vrijwel geen autoverkeer, het is tot een minimum beperkt, en de weerslag op (het reduceren van) de uitgaande en binnenkomende autoritten is maximaal. Bij het aspect OV en fiets is geschetst hoe met de kwaliteitsverbetering van duurzame mobiliteitsvormen de vervoerwijzekeuze in duurzame richting beïnvloed wordt. Dit alternatief wordt daarom sterk positief beoordeeld (effectbeoordeling: ++).
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
77/324
Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ Dit alternatief leidt niet tot een andere invulling van duurzame mobiliteit. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief. Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’ Dit alternatief leidt niet tot een andere invulling van duurzame mobiliteit. Daarom verschillen de effecten van dit alternatief niet ten opzichte van het basisalternatief.
6.2.6
Conclusie effectbeoordeling alternatieven Mobiliteit
Aspect:
Basisalternatief
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Tabel 6.5 Beoordeling alternatieven (roze: beoordeling alternatief is anders dan het basisalternatief). Thema: Mobiliteit
Bereikbaarheid voor wegverkeer
-
-
-
-
-
OV en fiets
+
+
++
+
+
Verkeersveiligheid
+
+
++
+
+
Duurzame mobiliteit
+
+
++
+
+
Bereikbaarheid voor wegverkeer Het basisalternatief leidt tot een verslechtering van de bereikbaarheid voor wegverkeer voor een aantal wegen rondom het plangebied. Het wegennet, dat in de autonome situatie op enkele wegvakken reeds vol raakt, raakt als gevolg van de ontwikkeling van het Middengebied nog voller. In het plangebied zelf is de bereikbaarheid goed. Het alternatief Duurzame mobiliteit leidt tot beperkt minder extra autoverkeersbewegingen in vergelijking met het basisalternatief, maar de knelpunten op het wegennet rondom het plangebied worden ook in dit alternatief zwaarder dan in de referentie. Dus: knelpunten die ontstaan als deze ontwikkeling niet doorgaat, worden door de ontwikkeling van het alternatief Duurzame mobiliteit – ondanks de extra maatregelen in dit alternatief – groter. Naast het beperken van het autogebruik in het Middengebied, vraagt dit om extra maatregelen (zie verder onder 6.2.7). Daardoor scoort dit alternatief gelijk aan het basisalternatief. De andere alternatieven onderscheiden zich voor dit aspect niet van het basisalternatief. OV en fiets Het basisalternatief leidt tot een verbetering van de kwaliteit van het OV (o.a. frequentie) en het fietsnetwerk (uitgebreider en fijnmaziger) in en rondom het plangebied. Dit effect wordt extra versterkt in het alternatief Duurzame mobiliteit, waardoor dit beter scoort dan het basisalternatief.
De andere alternatieven onderscheiden zich voor dit aspect niet van het basisalternatief.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
78/324
Verkeersveiligheid In het basisalternatief kan bij de aanleg van de nieuwe wegen goed rekening worden gehouden met verkeersveiligheid. Door fietsverkeer te scheiden van wegverkeer verbetert ook de situatie op bestaande wegen. Het alternatief Duurzame mobiliteit zorgt door extra maatregelen (autoloze wijken, lagere snelheden, ongelijkvloers kruisen Groene Slinger) voor een extra verbetering. Daardoor scoort dit alternatief positiever dan het basisalternatief. De andere alternatieven onderscheiden zich voor dit aspect niet van het basisalternatief. Duurzame mobiliteit Het basisalternatief kent reeds een aantal maatregelen die positief bijdragen aan een duurzamere mobiliteit. Het alternatief Duurzame mobiliteit geeft hier in sterkere mate invulling aan, waardoor dat alternatief positiever is beoordeeld. De andere alternatieven onderscheiden zich voor dit aspect niet van het basisalternatief. Conclusie alternatieven Onderscheidende elementen die van invloed kunnen zijn op het samenstellen van het voorkeursalternatief zijn: • De maatregelen die leiden tot een modal shift van 15% (HOV, extra fietsvoorzieningen, mobiliteitshubs, autoloze wijken OV-hubs/stations), zorgen met name in het Vijfde Dorp voor een verbetering van OV en fietsvoorzieningen, verkeersveiligheid en duurzame mobiliteit. De maatregelen hebben slechts beperkt effect op de autobereikbaarheid buiten het plangebied.
De autonome bereikbaarheidsproblemen buiten het plangebied worden in de alternatieven vooral groter. • Het autoluw/-loos maken van het Vijfde Dorp en het realiseren van ongelijkvloerse kruisingen bij de Groene Slinger is positief voor de verkeersveiligheid.
6.2.7
Maatregelen
In zowel het basisalternatief als het alternatief Duurzame mobiliteit zijn reeds maatregelen opgenomen die positief bijdragen aan de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en OV-, fiets- en duurzame mobiliteit. De autobereikbaarheid buiten het plangebied blijft echter een aandachtspunt. Om die te verbeteren zijn extra maatregelen nodig. Daarbij kan gedacht worden aan: • Extra (auto)vraagreducerende maatregelen in het Vijfde Dorp. Kanttekening daarbij is dat het de verwachting is dat het nemen van alleen deze maatregelen nog steeds niet leidt tot een oplossing van de knelpunten. Er is meer nodig. • Beperken van de verkeersproductie in omliggende kernen en/of bredere regio. Daarvoor zouden verschillende maatregelen uit het alternatief Duurzame mobiliteit ook doorgevoerd kunnen worden in de omliggende kernen/regio. In dat geval beïnvloed je de modal split in een veel groter gebied en daarmee voor een veel groter aantal verplaatsingen. • Het aanpassen van de infrastructuur. Denk daarbij aan vergroting van de capaciteit op de uiteinden van de N219 en vervolgens ook op de snelwegen. Samenhang is daarbij belangrijk, om te voorkomen dat bijvoorbeeld alleen maar ‘de kop van de file opschuift’. Nadere netwerkanalyse en -berekeningen zijn dan nodig.
• Het inzetten op ruimhartig realiseren van ongelijkvloerse kruisingen voor fiets met autoverkeer en optimale (door)fietsroutes, om het gebruik van de fiets maximaal te stimuleren. • Het realiseren, specifiek voor het HOV, van een vrije busbaan/-strook waarmee files omzeild worden. Ook buiten het plangebied. Zorg in ieder
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
79/324
•
geval voor eigen opstelstroken bij kruispunten en zorg ervoor dat als kruispunten rond de N219/A12 worden aangepast, dat dit primair is gericht op een vlotte passage van het HOV. Het in overeenstemming brengen van de Bredeweg en de Zuidelijke Dwarsweg richting de Overslagweg (Gouwepark) met het planvoornemen, zodat ze de juiste functie krijgen. Voor een beter beeld van de verkeersverdeling moeten de verkeersmodelberekeningen (in ieder geval voor het VKA) worden aangepast. De manier waarop deze wegen in de berekeningen voor deze alternatieven zitten, leidt ertoe dat deze wegen gaan functioneren als extra ontsluitingswegen. Dit is niet wenselijk gezien de extra druk die dat oplevert rondom de bestaande bedrijventerreinen en de beoogde functie van de Bredeweg en de Zuidelijke Dwarsweg (fietsroutes).
6.3 Geluid 6.3.1
Beoordelingskader
Voor het thema geluid worden de volgende aspecten onderzocht: • Wegverkeerslawaai • Industrielawaai • Railverkeerslawaai • Cumulatieve geluidbelasting Deze aspecten zijn inhoudelijk zodanig verschillend, dat ze om een ander beoordelingskader vragen. Hieronder wordt per aspect beschreven welk beoordelingskader is gehanteerd. In alle gevallen geldt dat toe- en afnames worden beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie 2040. Detailniveau onderzoek Voor het onderzoek naar de effecten van de verschillende alternatieven, zoals weergegeven in deze paragraaf, is gebruik gemaakt van contourenkaarten. Daarmee is het globale effect op bestaande woningen in beeld gebracht en het onderscheid daarin tussen alternatieven. Voor het uiteindelijke VKA zal een berekening op gevelniveau worden uitgevoerd voor de bestaande woningen (zie hoofdstuk 8).
Wegverkeerslawaai ++ / + Significante afname geluidbelast oppervlak 11 met een geluidbelasting van >50 dB(A) Lden als gevolg van wegverkeer. 0/+ Beperkte afname geluidbelast oppervlak met een geluidbelasting van >50 dB(A) Lden als gevolg van wegverkeer. 0 Geluidbelasting wijzigt nauwelijks t.o.v. referentiesituatie. 0/Beperkte toename geluidbelast oppervlak met een geluidbelasting van >50 dB(A) Lden als gevolg van wegverkeer. Significante toename geluidbelast oppervlak met een geluidbelasting van >50 dB(A) Lden als gevolg van wegverkeer. -Significante toename geluidbelast oppervlak met een geluidbelasting van >63 dB(A) Lden als gevolg van wegverkeer.