Bijlage 7 Bijlage 3 MER Middengebied Zuidplaspolder A24.001855
Tekst van het document
Daarbij is getoetst of het MER voldoende informatie geeft over de milieueffecten van het planvoornemen om het bestemmingsplan vast te kunnen stellen. Stap 8: ontwerpbestemmingsplan en vaststelling bestemmingsplan Op basis van de ingediende zienswijzen en het advies van de Cie-m.e.r. wordt het bestemmingsplan en het MER indien nodig aangepast/aangevuld. Nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen wordt het vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
26/324
Stap 9: Evaluatie milieueffecten na uitvoering Het bevoegd gezag evalueert na realisatie van het voornemen de werkelijk optredende milieugevolgen zoals die beschreven zijn in het MER. Het bevoegd gezag neemt zo nodig aanvullende maatregelen om de gevolgen voor het milieu te beperken. Voor een aantal onderwerpen wordt een monitoringsprogramma opgezet.
Figuur 1.4 | Stappenplan m.e.r.-procedure en bestemmingsplanprocedure
1.2.3
Te nemen besluiten
De m.e.r.-procedure wordt doorlopen voor het besluit over het bestemmingsplan (zie paragraaf 1.4 over het bestemmingsplan) door de gemeente Zuidplas. Zoals in kader 1.2 beschreven, heeft de provincie ZuidHolland parallel aan het eerste deel van de procedure van voorliggend MER haar omgevingsbeleid gewijzigd (vaststelling door Provinciale Staten op 12 oktober 2022). Daarmee heeft de provincie ervoor gezorgd dat het bestemmingsplan dat de gemeente voor het Middengebied vast gaat stellen, past binnen het omgevingsbeleid van de provincie. In kader 1.2 is beschreven hoe het MER dat door de provincie is opgesteld zich verhoudt tot voorliggend MER. Bij de verdere doorontwikkeling na het vaststellen van het bestemmingsplan zal naar verwachting de Omgevingswet van toepassing zijn. Voor de uitvoering van de plannen is een verdere uitwerking van het plan en een groot aantal vergunningen nodig, van diverse bevoegde gezagen. Hieronder zijn belangrijke vergunningen genoemd (de lijst is niet uitputtend bedoeld). In deze vergunningenprocedures zal meer in detail worden gekeken naar mogelijke milieueffecten.
Naast de vergunningen zal voor de uitwerking van de waterhuishouding een waterhuishoudkundig plan worden opgesteld (Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard) en zal voor het wijzigen van de peilen een peilbesluit nodig zijn (beiden Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard).
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
27/324
Tabel 1.1 | Nog te nemen besluiten Activiteit Ontgrondingen Grondwateronttrekkingen Saneren ernstige bodemverontreiniging Effecten op beschermde soorten Aanpassen waterhuishouding, verleggen waterkering Hogere waarden geluid Bouwen gebouwen, bruggen, e.d. Mogelijk kruisen van een transportleiding voor zand met infrastructuur (snelweg, spoorweg)
Aanpassingen aan bestaande wegen
Vergunning (huidige wetgeving) Ontgrondingsvergunning Grondwateronttrekkingsvergunning Goedkeuring saneringsplan
Bevoegd gezag Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland
Ontheffing Wet natuurbescherming Watervergunning
Provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Gemeente Zuidplas Gemeente Zuidplas
Wet geluidhinder Omgevingsvergunning onderdeel bouwen Diverse vergunningen, zoals WBRvergunning (rijkswegen), vergunning/melding Spoorwegwet (spoorwegen), vergunning Waterwet, omgevingsvergunning strijdig gebruik / bouwen Verkeersbesluit
Diverse, o.a. Ministerie van infrastructuur en waterstaat, Hoogheemraadschap, Gemeenten Wegbeheerder
1.3 Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Om de ontwikkeling van het Middengebied Zuidplaspolder planologisch mogelijk te maken worden de geldende bestemmingsplannen aangepast. Binnen de reguliere mogelijkheden van een bestemmingsplan kunnen niet alle wensen en ambities voor het Middengebied Zuidplaspolder op een goede manier geborgd worden. De Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) biedt hier binnen het huidige wettelijke kader meer mogelijkheden voor. Het plangebied is daarom aangemeld en in het kader van de 17e tranche van de Regeling uitvoering Chw aangewezen als innovatief experiment. Daarmee kan voor het Middengebied gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van artikel 7c (verbrede reikwijdte), artikel 7w (planschade), artikel 7ad (sociale koopwoningen) en artikel 7ah (kostenverhaal) van het Besluit uitvoering Crisisen herstelwet. Met het oog op de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet, kiest de gemeente voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (BPVR). Met een BPVR maakt de Crisis- en herstelwet (Chw) het mogelijk om – vooruitlopend op de inwerkingtreding daarvan – al meer te werken in de geest van de Omgevingswet. Het Chw-bestemmingsplan kijkt verder dan alleen het bereiken van een goede ruimtelijke ordening, een veilige en gezonde fysieke leefomgeving staat centraal.
Het bestemmingsplan wordt onder het huidige juridisch-planologische regime van de Wet ruimtelijke ordening in procedure gebracht en vastgesteld. Wel wordt het plan al deels in lijn met de Omgevingswet opgesteld. Dit vertaalt zich onder andere in de volgende uitgangspunten: • De terminologie sluit al deels aan bij de Omgevingswet. • Uitnodigingsplanologie staat centraal; globaliteit en flexibiliteit zijn kernwoorden die van toepassing zijn op dit project. • Het Chw-bestemmingsplan is niet alleen gericht op een ‘goede ruimtelijke ordening’ maar op de gehele fysieke leefomgeving.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
28/324
• De regels van het Chw-bestemmingsplan borgen dat de ambities en doelen behaald worden, maar leggen geen specifieke stedenbouwkundige invulling vast. • Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Voor dit plan is al sinds de fase van het Masterplan aandacht voor de dialoog met de omgeving en deze omgevingsdialoog wordt voortgezet. Gelet op de uitgebreide omgevingsdialoog die al plaatsvindt is gekozen om geen voorontwerp Chw-bestemmingsplan op te stellen, maar direct een ontwerp Chw-bestemmingsplan. • Het Chw-bestemmingsplan heeft een planperiode van 20 jaar. De gemeente heeft hiervoor gekozen om te kunnen ontwikkelen met uitnodigingsplanologie voor corporaties, ontwikkelaars en particulieren en om in het kader van de Omgevingswet te experimenteren met een bredere reikwijdte van bestemmingsplannen. Het Chw-bestemmingsplan schrijft geen gedetailleerd eindbeeld voor, maar een kader voor ontwikkelingen met flexibiliteit voor de exacte uitwerking.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 1 is toegelicht waarom dit milieueffectrapport is opgesteld en welke procedure wordt doorlopen. De locatie van het voornemen en het beleidskader waarmee rekening gehouden moet worden is beschreven in hoofdstuk 2. In dit hoofdstuk is het belangrijkste beleid beschreven. Een uitgebreidere beschrijving van wet- en regelgeving en relevant beleid op landelijk en provinciaal niveau is opgenomen in bijlage 2 van het MER. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksmethodiek. Daarbij wordt ook ingegaan op het verschil tussen het plangebied en het onderzoeksgebied en aan de hand van welke thema’s en aspecten in dit MER de effecten worden onderzocht. De effecten worden onderzocht ten opzichte van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen (zonder invloed van het planvoornemen) in het plangebied (de referentiesituatie). In bijlage 3 van dit MER is hiervan een uitgebreide beschrijving opgenomen, de zogenaamde ‘Foto van de leefomgeving’. Hoofdstuk 4 geeft een samenvatting van de belangrijkste punten. In hoofdstuk 5 wordt het planvoornemen beschreven. Dit is in het MER opgenomen in het basisalternatief. Daarnaast worden vier andere alternatieven onderzocht. Deze worden in hoofdstuk 5 op hoofdlijnen beschreven. In bijlage 4 van dit MER is een uitgebreidere beschrijving van de alternatieven opgenomen, waarbij sommige keuzes ook zijn toegelicht.
Tot slot is in bijlage 5 uitgebreid ingegaan op de ambities van de gemeente en de manier waarop het planvoornemen en de onderzochte alternatieven daar invulling aan geven. De effecten van de alternatieven zijn per thema beschreven in hoofdstuk 6. Op basis van deze alternatievenvergelijking zijn adviezen gegeven voor een voorkeursalternatief (VKA). De adviezen zijn samengevat in hoofdstuk 7. Vervolgens is door het College van B&W een voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld. Hoe dit VKA is opgebouwd en welke keuzes daarbij zijn gemaakt is ook beschreven in hoofdstuk 7. Omdat het VKA mogelijk andere effecten heeft dan in hoofdstuk 6 beschreven, worden in hoofdstuk 8 de effecten van het VKA kort op een rij gezet. Daarnaast wordt in dat hoofdstuk ook de doelbereiking van de gemeentelijke ambities van het VKA beschreven. De effecten van de realisatiefase zijn in hoofdstuk 9 apart beschreven, zodat hiervan een compleet beeld wordt gegeven. Tot slot wordt in hoofdstuk 10 de conclusie van dit MER
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
29/324
samengevat, wordt aangegeven welke leemten in kennis zijn geconstateerd en wordt aandacht besteed aan monitoring van de milieueffecten. Bij het MER zitten de volgende bijlagen: 1. Toetsing bouwstenen uit provinciaal MER en aanvulling daarop 2. Wet- en regelgeving en beleidskader 3. Foto van de Leefomgeving 4. Alternatievenbeschrijving 5. Ambities Verder zitten er de volgende deelrapporten bij het MER • Water, bodem en klimaat • Mobiliteit • Akoestiek • Luchtkwaliteit • Stikstofdepositie • Natuur • Duurzaamheid • Externe veiligheid • Wonen en werken • Archeologie, cultuurhistorie en landschap In het figuur op de volgende pagina zijn de rapporten en bijlagen schematisch weergegeven.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
30/324
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
31/324
2. Locatiekeuze, beleidskader en ambities 2.1 Locatiekeuze Middengebied als potentiële ontwikkellocatie: van 2004 tot 2022 De Zuidplaspolder is al in 2004 door Rijk en provincie aangewezen als potentiële ontwikkellocatie voor grootschalige woningbouw. Dit werd beschreven in de Nota Ruimte van het Rijk als een kansrijke locatie wegens de ligging tussen grote steden als Rotterdam en Gouda. Ook de ligging tussen Rijkswegen (wel met de noodzakelijke aanpassingen zoals de Moordrechtboog) en de nabijheid van het spoor bood kansen. Verder was er in de Zuidplaspolder relatief veel ruimte in het ‘centrum van de Randstad’, aan de flank van de Zuidvleugel. Met deze indicatie kwam het plan voor de realisatie van 15.000 tot 30.000 woningen (inclusief uitbreiding van bestaande kernen) in combinatie met bedrijventerreinen en de ontwikkeling van glastuinbouw. De provincie ZuidHolland en de gemeenten Rotterdam, Gouda, Waddinxveen alsmede de gemeenten Zevenhuizen-Moerkapelle, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel (welke sinds 2010 gezamenlijk de gemeente Zuidplas zijn) richtten de Grondbank RZG Zuidplas2 op. Tussen 2004 en 2011 kocht deze grondbank ongeveer 300 hectare aan grond in het Middengebied op. In 2006 werd het Intergemeentelijke Structuurplan Zuidplas opgesteld door de drie gemeenten die nu gemeente Zuidplas vormen en door de gemeenten Waddinxveen en Gouda.
In dit structuurplan werden de uitgangspunten geformuleerd voor de woningbouwontwikkeling. De gemeenten Rotterdam, Nieuwerkerk aan den IJssel, ZevenhuizenMoerkapelle, Moordrecht, Gouda, Waddinxveen en de provincie Zuid-Holland richtten in 2008 de Regionale Ontwikkelorganisatie Zuidplaspolder op om de financieel-economische uitvoerbaarheid van de plannen voor de Zuidplaspolder vast te stellen en om ervoor te zorgen dat de nieuwe weginfrastructuur en de natuur- en groenprojecten mede gefinancierd zouden worden uit de plannen voor woningbouw, bedrijventerreinen en nieuwe glastuinbouwgebieden. Aansluitend hierop zijn tussen 2008 en 2010 door de toenmalige gemeenten meerdere bestemmingsplannen opgesteld voor de Zuidplaspolder, met het oog op woningbouw, bedrijventerreinen en glastuinbouw. Voor het Middengebied van de Zuidplaspolder is de woonbestemming in deze bestemmingsplannen in augustus 2011 grotendeels vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak
2 Een regionaal samenwerkingsorgaan met daarin de gemeenten Gouda, Rotterdam, Waddinxveen
en Zuidplas en de provincie Zuid-Holland
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
32/324
van de Raad van State. Hierdoor en door de economische crisis, stagneerden de plannen voor woningbouw in het Middengebied. In 2014 is de Regionale Ontwikkelorganisatie Zuidplaspolder opgeheven. In samenhang hiermee is een vaststellingsovereenkomst (Afspraken provincie Zuid-Holland en gemeente Zuidplas over hoofdplanstructuur, 8 november 2013) gesloten tussen de provincie Zuid-Holland en de gemeente Zuidplas, waarbij een aantal taken en verantwoordelijkheden zijn geherdefinieerd. Als vervolg op de vaststellingsovereenkomst heeft de gemeente Zuidplas een bidboek opgesteld. In 2017 heeft de gemeente Zuidplas het bidboek ‘Integrale ontwikkeling Zuidplas’ overhandigd aan de provincie Zuid-Holland. Hierin is onder andere de toekomstige ontwikkeling van het Middengebied beschreven. Op basis van de uitgangspunten uit dit bidboek is de dialoog tussen de provincie, gemeente en de Grondbank RZG Zuidplas weer opgepakt over de ontwikkeling van het Middengebied. In juni 2019 stelde de gemeenteraad van Zuidplas de conceptontwikkelingsvisie voor het Middengebied open voor verrijking, versterking en verdieping vanuit bewoners, bedrijven, belanghebbenden en bestuurlijke partners.
De gemeente geeft in de concept-ontwikkelingsvisie aan te streven naar de ontwikkeling van een Vijfde Dorp in het Middengebied, gelegen in het landschap, binnen een robuust financieel kader en afgestemd met de deelnemers van de Grondbank RZG Zuidplas en de provincie Zuid-Holland. Sindsdien zijn deze partijen en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard in overleg geweest over de ontwikkeling van het Middengebied. In 2021 is het masterplan voor de ontwikkeling van het Middengebied door de gemeenteraad van Zuidplas vastgesteld. Tevens is op 1 juli 2021 de Bestuurlijke Ontwikkeling Middengebied (BOK) Zuidplaspolder ondertekend door de gemeente Zuidplas, de Grondbank RZG Zuidplas en de provincie ZuidHolland. In de overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de realisatie van 8.000 woningen, bedrijvigheid, voorzieningen, infrastructuur en groen. De tijdlijn zoals hierboven beschreven is schematisch weergegeven in figuur 2.1.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
33/324
Figuur 2.1 | Tijdlijn ontwikkeling Middengebied
Herziening provinciale omgevingsbeleid in 2022 Zoals in paragraaf 1.2.1 beschreven heeft de provincie Zuid-Holland tijdens het opstellen van voorliggend MER de procedure voor de herziening van haar omgevingsbeleid doorlopen, zodat de ontwikkeling van het Middengebied zoals opgenomen in de overeenkomst van 1 juli 2021 hier binnen past. Voor deze Herziening is begin 2022 een MER opgesteld (MER Herziening provinciaal omgevingsbeleid, Witteveen+Bos, maart 2022). In juli 2022 is er nog een aanvulling op dat MER opgesteld. De herziening is op 12 oktober 2022 door Provinciale Staten vastgesteld en op 1 november in werking getreden. In het Provinciale MER is primair onderzocht wat het verschil is in effecten tussen de ontwikkeling aan de zuidzijde van het Middengebied (het provinciale basisalternatief. In voorliggend gemeentelijk MER wordt ook gesproken van een
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
34/324
basisalternatief. Zie voor een toelichting op het verschil tussen het provinciale en het gemeentelijke basisalternatief kader 5.1 in paragraaf 5.3) en de ontwikkellocatie aan de noordzijde, zoals beoogd in de voorgenomen ontwikkeling. Het Provinciale MER heeft daarbij nieuwe inzichten op het gebied van mobiliteit, energie, duurzaamheid, klimaat, water en bodem meegenomen. In het algemeen wordt geconcludeerd dat de negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkter zijn dan als gevolg van het provinciale basisalternatief. Positieve effecten van het provinciale basisalternatief pakken in meerdere gevallen nog positiever uit in de voorgenomen ontwikkeling. Naast dat in de voorgenomen ontwikkeling meerdere actuele ontwikkelingen reeds een plek hebben gekregen, pakt ook de ligging van een deel van de nieuwe ontwikkellocatie op de kreekrug, die in het gebied van noord naar zuid is gesitueerd, voor een aantal beoordelingscriteria positief uit. In bijlagenrapport 1 bij voorliggend MER zijn de belangrijkste inzichten uit het provinciale MER opgenomen. Het Provinciale MER geeft daarnaast verschillende bouwstenen aan voor de in het ProjectMER van de gemeente Zuidplas te ontwikkelen alternatieven. In bijlagenrapport 1 van voorliggend MER is aangegeven op welke manier met deze bouwstenen is omgegaan en wat de belangrijkste inzichten in het MER waren.
Advies Commissie m.e.r.: onderbouwing locatiekeuze De Commissie m.e.r. heeft in haar advies voor de reikwijdte en detailniveau van het MER aangegeven dat een onderbouwing van de keuze van de laaggelegen locatie Zuidplaspolder als ontwikkellocatie in het licht van de actuele kennis over klimaatverandering essentiële informatie is voor het MER. Zoals hierboven beschreven heeft de provincie in 2022 de locatie van het Vijfde Dorp en de bedrijventerreinen bekrachtigd door het vaststellen van een herziening van het omgevingsbeleid. Daarmee heeft de afweging voor de locatie op provinciaal niveau plaatsgevonden. Om die reden is in dit MER de locatiekeuze niet opnieuw op regionaal niveau afgewogen. De actuele kennis over klimaatverandering is in dit MER daarom vooral ingezet bij de verdere invulling en uitwerking van de alternatieven en de beoordeling van de effecten.
2.2 Beleidskader In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de beleidsstukken waar de ontwikkeling van het Middengebied expliciet in benoemd wordt. In bijlage 2 is een tabel opgenomen met daarin de belangrijkste beleidskaders (wet-, regelgeving en beleid) waar verder bij de planvorming rekening mee gehouden moet worden. In het bijlagedocument wordt ook kort ingegaan op de relevante convenanten die de gemeente Zuidplas mede heeft ondertekend (Convenant Klimaatadaptief Bouwen en Schone Lucht Akkoord). In de vorige paragraaf is beschreven hoe de ontwikkeling van het Middengebied reeds sinds 2004 is opgenomen in Rijks- en provinciaal beleid. Op dit moment is de ontwikkeling opgenomen in drie beleidsdocumenten. Dit vormt het vigerende beleid op basis waarvan de planontwikkeling plaatsvindt. Dit beleidskader wordt hieronder samengevat. Woonvisie 2025 - Dorps wonen in Zuidplas Deze woonvisie van de gemeente Zuidplas beschrijft waarom de Zuidplas een aantrekkelijke woongemeente is en voor wie. Ook gaat het in op de ambities die de gemeente heeft op het vlak van wonen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
35/324
De woonvisie gaat uit van een integrale benadering van de vraagstukken die van invloed zijn op de woningmarkt en woonomgeving. Binnen de visie kent de gemeente verschillende keuzes waar het op wil focussen: • Sociale huursector op peil; • Identiteit vasthouden; • Langer thuis wonen; • Duurzaam wonen en leven; • Innovatieve woonvormen. Om de visie te realiseren heeft de gemeente drie speerpunten verwoord: 1. Een divers en betaalbaar woningaanbod voor alle doelgroepen; 2. Duurzaam wonen; 3. Experimenten in wonen en ontmoeten. Binnen deze doelen stelt de gemeente dat tot het jaar 2030 in totaal 3.240 woningen toegevoegd dienen te worden aan de bestaande woningvoorraad. De focus ligt hierbij op het realiseren van een meer divers woningaanbod en een duurzaam woningaanbod. Van deze woningen is er een behoefte aan 63% koopwoningen, 30% sociale huurwoningen en 7% middenhuurwoningen. Zuidplas bouwt volop nieuwe woningen om bij te dragen aan de woningbouwopgave in de provincie Zuid-Holland. Uit de Woonvisie blijkt dat de vraag naar diverse woningtypen toeneemt. In de woonvisie staan uitgangspunten voor de omvang van de diverse woon- en prijssegmenten die in Zuidplas nodig zijn. In de woonvisie staat geen woningverdeling per dorp. Nieuwbouwontwikkeling is maatwerk en daarom komen er randvoorwaarden voor elk nieuwbouwproject.
Daarin wordt op basis van de locatie (het Vijfde Dorp), de marktomstandigheden en de grootte van het project aangegeven hoeveel woningen van welk type, prijsklasse, eigendomsverhoudingen (huur of koop) en kwaliteitsniveau gewenst zijn. Planspecifiek Tijdens de beoogde ontwikkeling van het Middengebied dient rekening te worden gehouden met de woonvisie. De beoogde ontwikkeling en de uitwerking daarvan in het Masterplan is gebaseerd op de verschillende keuzes en speerpunten waar de gemeente in de Woonvisie op wil focussen. De Woonvisie is de basis geweest voor de afspraken die zijn vastgesteld in de Bestuurlijke overeenkomst voor het Middengebied uit 2021. Structuurvisie Zuidplas 2030 In de structuurvisie wordt een aantal uitgangspunten voor de toekomst benoemd: • Bouwen aan Zuidplas vanuit de dorpse identiteit; • Verstandig omgaan met onzekerheid in ruimtelijke opgaven; • Benut sterkten en kansen bij ruimtelijke opgaven; • Positie Zuidplas in omgeving. Binnen het thema wonen omschrijft de structuurvisie dat Zuidplas tot 2030 hoofdzakelijk woningen realiseert bij de vier dorpen. In de komende decennia zal de gemeente Zuidplas fungeren als een groeigemeente en dient het woningaanbod aan te sluiten op de woonbehoefte van de consument. De
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
36/324
structuurvisie geeft nadrukkelijk aan dat na 2025 de ontwikkeling van het bouwen in het middengebied van de Zuidplaspolder mogelijk is. Voor het thema ‘werken’ wil de gemeente focussen op werkgebieden die onlosmakelijk verbonden zijn met leefgemeenschappen. Sterk functionerende werkgebieden bieden werkgelegenheid, ook voor eigen inwoners. Zuidplas wil de trend vasthouden dat de lokale economie sneller groeit dan die in de regio. Daarom biedt de gemeente een goed vestigingsklimaat voor ondernemers, mede geholpen door de geografische ligging te midden van steden en de nabijheid van twee autosnelwegen. Voor het thema ‘groen en recreatie’ ontwikkelt Zuidplas een aantrekkelijk buitengebied dat bestaat uit agrarisch landschap en groen- en recreatiegebied. De steden om Zuidplas heen kenmerken zich door een groot aanbod van commerciële indoor- en vrijetijdsactiviteiten. De gemeente onderscheidt zich hiervan door te kiezen voor rust, groen en kleinschaligheid. Ideaal voor ontspanning en onthaasting van eigen inwoners en recreanten van elders. Binnen het thema ‘verkeer en infrastructuur’ wil Zuidplas in 2030 een goed bereikbare gemeente zijn voor auto, openbaar vervoer en fiets. Dit heeft zowel betrekking op de onderlinge verbindingen tussen woon-, werk- en recreatiegebieden binnen de gemeente als op de verbindingen met de omliggende steden.
Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan op de structuurvisie Zuidplas 2030. De beoogde ontwikkeling is de ontwikkeling van het bouwen van een Vijfde Dorp en twee bedrijventerreinen. Bovendien draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de werkgelegenheid in de regio, wordt er voldoende groen en recreatie ontwikkeld en wordt er ook rekening gehouden met de infrastructuur en bereikbaarheid van de gemeente. De structuurvisie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Omgevingsvisie Zuidplas (2021) In de Omgevingsvisie Zuidplas (vastgesteld op 1 juni 2021) staan de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Deze omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Zuidplas, zoals hiervoor beschreven. De Structuurvisie is nog beschreven omdat deze de basis is geweest waarop het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder is gebaseerd. Deze ontwikkeling is vervolgens als uitgangspunt meegenomen in de Omgevingsvisie Zuidplas. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. De omgevingsvisie is uitgewerkt in een visie per dorp.
Hierin is aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet per dorp. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
37/324
Planspecifiek: In het vaststellingsbesluit van de Omgevingsvisie is vermeld dat voor het Vijfde Dorp en de (uitbreiding van de) Gouweknoop de Structuurvisie Zuidplas 2030 blijft gelden. Qua proces is gekozen om besluitvorming van de omgevingsvisie niet afhankelijk te maken van besluitvorming over het Masterplan. De besluitvorming over de vaststelling van het Masterplan heeft op 19 mei 2021 plaats gevonden na de ter inzagelegging van de ontwerp omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zijn de plannen voor het Vijfde Dorp en Gouweknoop globaal beschreven met het oog op de verdere uitwerking van de plannen in het Masterplan. Dit Masterplan wordt in een volgende herziening van de omgevingsvisie verwerkt. Dit laat evenwel onverlet dat de plannen zoals neergelegd in de Structuurvisie Zuidplas 2030 ten aanzien van het Vijfde Dorp en Gouweknoop onverkort blijven gelden. De ontwikkeling van het Middengebied is in de omgevingsvisie dus als uitgangspunt meegenomen. Zo wordt het Vijfde Dorp beschreven in paragraaf 4.7 van de Omgevingsvisie en is het Middengebied duidelijk aangeduid op de Visiekaart. De ontwikkeling past daarmee binnen de doelen en ambities van de Omgevingsvisie Zuidplas. Er wordt ingezet op het uitbreiden van de bestaande woningvoorraad. Dit gebeurt zoveel mogelijk duurzaam en klimaatadaptief. Ook wordt rekening gehouden met een gezonde en veilige leefomgeving.
Zo wordt er voldoende recreatie gelegenheid gerealiseerd. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Regionale agenda wonen (2019) In 2019 is de Regionale Agenda Wonen (RAW) vastgesteld door de regio Midden-Holland. Ten aanzien van de programmering en de te realiseren woonmilieus sluit het Middengebied niet alleen aan op de woonvisie van de gemeente Zuidplas, maar ook op de RAW. Op onderdelen wijkt de RAW licht af. Het betreft bijvoorbeeld de concrete aantallen te realiseren sociale huurwoningen tot 2030. E.e.a. is verklaarbaar door verschillende gehanteerde onderzoeken en prognoseperioden. Regionaal is de ambitie om ten minste 10% van de geplande nieuwbouw te realiseren in het middeldure huursegment (tot € 900 prijspeil 2020). Dat is iets hoger dan in de woonvisie van de gemeente Zuidplas (ca. 7%). Dit is verklaarbaar doordat bijvoorbeeld de markt voor middeldure huur in Gouda wat hoger wordt ingeschat. Door de verschillen in de woningvoorraad per gemeente is er geen regionale ambitie geformuleerd. Bij de afstemming van de woningbouwprogramma’s in de regio is dit wel een aandachtspunt. De RAW gaat uit van een herbevestiging van de bestaande bestuurlijke afspraken met de provincie Zuid-Holland over de bovenregionale woonbehoefte. Midden-Holland heeft al sinds 2004 een taakstelling waar het gaat om de (boven)regionale woonbehoefte.
Deze is in 2006 vastgelegd in het Intergemeentelijk Structuurplan (ISP) Zuidplaspolder waarin naast andere ruimtelijke ontwikkelingen ook de woningbouwbehoefte is vastgelegd. Sinds het uitbrengen van de provinciale Trendraming medio 2019 hanteert de provincie voor Midden-Holland een totale woningbehoefte van ca. 16.500 woningen tot 2030. Dit is inclusief 30% overprogrammering zoals de provincie dat voor Midden-Holland heeft becijferd. Deze behoefte begrenst getalsmatig het provinciale toetsingskader voor de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland (RPW MH).
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
38/324
Planspecifiek Met de regio Midden-Holland zijn ook specifieke afspraken gemaakt over de woningaantallen in het Middengebied. Dit is niet opgenomen in de RAW, maar verankerd in de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder. De eerste 4.200 woningen in het Middengebied zijn opgenomen in de woningbouwprogrammering van de regio Midden-Holland voor de periode 2021-2030. Ten aanzien van de verankering van de resterende 3.800 woningen voor de periode 2031-2040 hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland in het provinciale Omgevingsprogramma vastgelegd dat deze voor zo ver mogelijk worden opgenomen binnen de toegestane woningvoorraadtoename van de regio Midden-Holland voor deze periode, en dat anders de resterende aantallen ten laste worden gebracht van de dan geldende toegestane provinciale woningvoorraadtoename. Brief Water en bodem sturend De eerste stap van het MER is het vergelijken van enkele alternatieven met elkaar. Het resultaat van de vergelijking van alternatieven is als tussenproduct voor advies neergelegd bij verschillende partijen (overige overheden, experts en Commissie voor de m.e.r.). Net nadat deze tussenversie van het MER aan deze partijen is voorgelegd, verscheen de brief “Water en bodem sturend” van de Staatsecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (25 november 2022).
Met deze brief beschrijft het kabinet hoe zij meer rekening gaat houden met water en bodem als sturende basis bij besluiten over de indeling van het land. In de brief worden zeven uitgangspunten genoemd en 33 structurerende keuzes gemaakt om water en bodem als sturend principe vorm te geven. In bijlage 2 Beleidskader bij dit MER is een analyse uitgevoerd van hoe het VKA voor het Middengebied zich verhoudt tot de uitgangspunten die in de brief worden beschreven en structurerende keuzes die in de brief worden gemaakt. Uit deze analyse blijkt dat het VKA grotendeels goed aansluit bij de uitgangspunten. Voor enkele onderdelen (niet afwentelen privaat naar publiek, laag 4 meerlaagsveiligheid, minder afdekken) is een nadere toelichting of onderbouwing aan het VKA toegevoegd, zodat het VKA ook expliciet invulling geeft aan die uitgangspunten. Niet alle structurerende keuzes die in de brief worden gemaakt zijn relevant voor de ontwikkeling van het Middengebied. De meeste wel relevante keuzes waren bij het onderzoek in dit MER reeds goed betrokken. Ten aanzien van het onderwerp drinkwatergebruik en het behandelen van in het gebied aanwezige bodemverontreiniging is nog wel nader onderzoek nodig om hier goed invulling aan te geven. Drinkwatergebruik kan worden gestuurd door technische maatregelen in woningen en door verandering van gedrag.
Beiden worden niet in het bestemmingsplan geregeld en zijn daarom geen onderdeel van het MER. Voor wat betreft de bodemverontreiniging is op basis van beschikbare informatie wel in beeld gebracht waar verontreinigingen verwacht worden. Nader onderzoek moet uitmaken hoe groot de verspreiding is en welk effect het planvoornemen op de verspreiding van deze verontreiniging kan hebben. Drinkwatergebruik en bodemverontreiniging zijn opgenomen in paragraaf 10.3 onder Leemten in kennis.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
39/324
3. Onderzoeksmethodiek 3.1 Inleiding Hoe een MER wordt opgesteld is afhankelijk van het plan of besluit waarvoor het als onderbouwing wordt gebruikt. Het bestemmingsplan voor het Middengebied wordt een globaal en flexibel plan waar dat kan en gedetailleerd waar dat nodig is. Dat betekent dat de voorgenomen ontwikkeling (woningbouw) in het plan zodanig wordt uitgewerkt en vastgelegd dat flexibel ingesprongen kan worden op wensen en ontwikkelingen in de toekomst. Hiervoor is gekozen omdat er sprake is van een lange ontwikkelperiode. Aansluitend op deze aanpak biedt de Crisis- en herstelwet (Chw) met bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte de mogelijkheid om een deel van het (detail)onderzoek pas in latere fasen uit te voeren, op het moment dat vergunningen voor concrete projecten worden aangevraagd. Tegelijkertijd heeft de gemeente ambities voor de kwaliteit van de leefomgeving en op het gebied van energie, klimaat en duurzaamheid. De hoofdkeuzes hiervoor zijn vastgelegd in het Masterplan Middengebied Zuidplas en het Stedenbouwkundige en Waterhuishoudkundige casco3. De ambities uit het Masterplan zijn verder uitgewerkt in het Opgaveplan toekomstbestendig Middengebied.
De keuze voor een globaal en flexibel bestemmingsplan – en dus nog geen uitgewerkt stedenbouwkundig plan – betekent dat er aanvankelijk nog geen volledige zekerheid is over de invulling en de kwaliteit van het gebied. Daarmee is het dé opgave voor het MER om inzicht te bieden in hoe en onder welke randvoorwaarden het plan ingevuld kan worden en hoe de invulling tegelijkertijd aan de ambities voor de kwaliteit van de leefomgeving kan voldoen. In paragraaf 3.3 is beschreven tot welke aanpak dit heeft geleid.
3.2 Plangebied en studiegebied In het MER is het te onderzoeken gebied aangeduid met twee termen: het plangebied en het studiegebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied ligt in de oksel van de A12 en de A20, tussen de kernen Nieuwerkerk aan den IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door het bedrijventerrein Doelwijk, de A12 en spoorlijn Gouda – Den Haag. De oostzijde van het plangebied wordt grotendeels begrensd door de A20. De zuid- en westzijde wordt begrensd door de N219. Zie figuur 1.2.
3 De casco’s betreffen concept stukken die nog niet bestuurlijk zijn vastgelegd, maar als vertrekpunt
gelden voor het MER.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
40/324
Naast het plangebied is er het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen mogelijk merkbaar zijn, het zogenaamde studiegebied. De grootte van dit gebied verschilt per omgevingsaspect en is afhankelijk van de aard, omvang en uitstraling van een omgevingseffect. Het studiegebied omvat dus het plangebied en een gebied waar de verschillende omgevingseffecten duidelijk merkbaar zijn. Per aspect is in het MER een studiegebied vastgesteld.
3.3 Opbouw effectbeoordeling Dit MER kent een aantal stappen waarin wordt onderzocht op welke manier het planvoornemen moet worden vastgelegd in het bestemmingsplan, waarbij recht wordt gedaan aan de beoogde flexibiliteit én aan de gemeentelijke ambities. Het MER doorloopt daarom de stappen zoals weergegeven in figuur 3.1.
Figuur 3.1 | Stappenplan MER Middengebied Zuidplaspolder
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
41/324
In de eerste stap wordt een beschrijving gegeven van de huidige en autonome toekomstige situatie (referentiesituatie). Dit geeft een beeld van wat de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving is in het plangebied. Daarnaast wordt per thema beschreven welke ambities de gemeente daarvoor heeft beschreven in haar verschillende beleidsstukken. Zowel de referentiesituatie (hoe staat het er op dit moment voor in het plangebied) als de ambities (hoe hoog is de ambitie) worden ‘gewaardeerd’. Daarvoor wordt een vierpuntschaal gebruikt met de volgende verdeling:
Waardering ambitieniveau Het ambitieniveau scoort een ‘0’ wanneer de gemeente voor dat thema geen hogere ambities heeft dan reeds wettelijk geregeld of vastgelegd in landelijke normen/richtlijnen. Voor veel thema’s geldt dat er een maximaal ambitieniveau mogelijk is, gebaseerd op de nu geldende best beschikbare techniek. Wanneer de gemeente dat niveau nastreeft, scoort het thema ambitieniveau ‘2’. Ligt het ambitieniveau hoger dan het wettelijk kader/landelijke normen/richtlijnen, maar streeft de gemeente niet het maximaal haalbare niveau na, dan wordt het ambitieniveau gewaardeerd met een score ‘1’. Waardering referentiesituatie De referentiesituatie in een plangebied kan slechter zijn dan wettelijk geregeld of vastgelegd in landelijke normen/richtlijnen. In dat geval wordt de referentiesituatie gewaardeerd met een ‘-1’. Wanneer het plangebied geen aandachtspunten kent, voldoet aan de wettelijke normen/richtlijnen, dan scoort dat thema een ‘0’. Wordt het thema gewaardeerd met een ‘1’, dan is de situatie op dit moment beter dan wettelijk voorgeschreven en voldoet het reeds aan het ambitieniveau ‘Ambitie +’ voor dat thema. Voldoet de referentiesituatie reeds aan het ambitieniveau ‘Ambitie ++’, dan scoort dat thema een ‘2’.
Geen strikte grenzen voor de waardering: doel is benoemen kansen en aandachtspunten Zoals uit de bovenstaande beschrijving blijkt, zijn er geen strikte grenzen waarboven of waaronder je overgaat van de ene waardering naar de andere. Of een ambitieniveau voldoet aan ‘Ambitie +’ of ‘Ambitie ++’ is geen wet van Meden en Perzen. De waardering wordt toegekend om een vergelijking te kunnen maken tussen de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving in en rond het plangebied en het ambitieniveau dat de gemeente nastreeft. Door deze met elkaar te vergelijken, wordt gekeken of er nu al
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
42/324
kansen of aandachtspunten in het plangebied aanwezig zijn. Deze kansen en aandachtspunten worden dan direct meegenomen bij het formuleren van de alternatieven. Het waarderen van de referentiesituatie en het ambitieniveau is voor ons dus geen doel op zich. Het moet een signaleringsfunctie hebben, zodat er aan het begin van het proces op aanwezige kansen en aandachtspunten gewezen wordt. Per thema wordt in bijlage 5 Ambities de waardering van de referentiesituatie en het ambitieniveau in een visualisatie weergegeven. Dit maakt eventuele verschillen snel zichtbaar.
Figuur 3.2 | Voorbeeld visualisatie waardering referentiesituatie en ambitieniveau. In dit voorbeeld is onder meer te zien dat de referentiesituatie voor wat betreft cultuurhistorische en landschappelijke waarden nog niet voldoen aan de ambities van de gemeente.
In hoofdstuk 5 wordt het basisalternatief van het planvoornemen beschreven. In de basis is dat het realiseren van het planvoornemen voor het Middengebied zoals beschreven in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder. Omdat er geen uitgewerkt stedenbouwkundig plan wordt gemaakt, zijn er op advies van de Commissie m.e.r. (zie verder paragraaf 5.1) voor verschillende onderwerpen nog keuzes te maken. Om deze keuzes te maken zijn vier alternatieven onderzocht. Deze alternatieven verkennen voor vier thema’s de ‘hoeken van het speelveld’. Dat betekent dat voor de vier thema’s wordt gezocht naar de maximale invulling in dit plangebied (waarbij het niet betekent dat alle gekozen maatregelen daadwerkelijk in het Middengebied uitgevoerd gaan worden). Ook de analyse van de kansen en aandachtspunten in stap 2 is daarbij betrokken. Dit leidt tot vijf alternatieven: • Basisalternatief; • Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’; • Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’; • Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’; • Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
43/324
Van de vijf alternatieven worden de effecten beschreven en beoordeeld. Deze effecten worden bepaald ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is de huidige situatie inclusief de autonome ontwikkeling. Autonome ontwikkelingen zijn ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen waarover al een besluit is genomen en die ook ontwikkeld worden als het Middengebied niet wordt gerealiseerd. Autonome ontwikkelingen worden per thema in hoofdstuk 4 beschreven. Het bestemmingsplan heeft een planperiode van circa 20 jaar. Het zichtjaar is in principe 2040. Indien voor specifieke omgevingsthema’s een ander jaar als referentiejaar wordt gehanteerd, wordt dit bij dat thema gemotiveerd aangegeven. Per milieuaspect is allereerst aangegeven welke effecten voor het betreffende aspect relevant zijn en welke beoordelingscriteria zijn gehanteerd. De beschreven effecten worden per omgevingsthema samengevat in een tabel, waarin de effecten in de vorm van een relatieve plus/min-beoordeling worden weergegeven ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de beoordeling van de milieueffecten zijn de volgende aanduidingen gehanteerd: ++ sterk positief effect + positief effect 0/+ beperkt positief effect 0 geen positief en geen negatief effect 0/beperkt negatief effect negatief effect -sterk negatief effect Niet voor alle aspecten zal een dergelijke uitgebreide schaal nodig of mogelijk zijn.
Daarom wordt per aspect beschreven welke schaal daarvoor is gehanteerd en hoe deze is opgebouwd (maatwerk per onderdeel). De effecten worden in deze stap veelal bepaald op basis van bestaande informatie en kwalitatieve analyses. Het doel is vooral om de relevante onderscheidende elementen tussen de alternatieven in beeld te krijgen. In paragraaf 3.4 is aangegeven wat per onderzocht milieuaspect het detailniveau is van de effectbeoordeling in deze stap. Referentiesituatie: altijd ’0’ Om kansen en aandachtspunten te signaleren is in stap 1 de referentiesituatie gewaardeerd met een cijfer van -1 tot 2. Om de effecten van het planvoornemen te kunnen bepalen ten opzichte van de referentiesituatie, is de referentiesituatie in stap 3 (en 5) altijd het 0-punt. Een effect is namelijk ten opzichte van deze referentiesituatie neutraal, positief of negatief. Voorbeeld: wanneer de waterkwaliteit in de referentiesituatie slecht is, dan scoort dat bij de waardering van de referentiesituatie een -1. Het effect van een
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
44/324
alternatief kan ten opzichte van dit ‘vertrekpunt’ beperkt positief zijn (0/+). Ondanks dat dit alternatief tot een beperkte verbetering leidt, kan de waterkwaliteit nog steeds niet voldoen aan de vigerende wet- en regelgeving. In de eindwaardering scoort dit aspect daarmee dus nog steeds -1. Beoordeling alternatieven ‘hoeken van het speelveld’ In dit MER worden in eerste instantie de effecten van het basisalternatief beoordeeld. Vervolgens wordt ingegaan op de onderscheidende verschillen van de overige vier alternatieven ten opzichte van het basisalternatief. Daarbij is elke keer de vraag: verandert de beoordeling van het basisalternatief wanneer de maximale maatregelen uit één van de overige vier alternatieven wordt toegepast. Dit wordt als volgt in een tabel weergegeven:
Figuur 3.3 | Voorbeeld beoordeling basisalternatief en alternatieven ‘hoeken van het speelveld’
Op basis van de effectanalyse van de vijf alternatieven wordt een Voorkeursalternatief (VKA) samengesteld. Dit VKA bestaat uit een combinatie van onderdelen/maatregelen uit de verschillende alternatieven. In hoofdstuk 7 worden de keuzes die daarbij zijn gemaakt onderbouwd. Sommige onderdelen/maatregelen zijn nodig om negatieve effecten te voorkomen/beperken. Andere onderdelen/maatregelen zijn facultatief, ter verbetering van het basisalternatief.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
45/324
Hoofdstuk 7 maakt inzichtelijk welke keuzes zijn gemaakt en uit welke onderdelen het VKA uiteindelijk bestaat. Het VKA is het alternatief dat uiteindelijk in het bestemmingsplan wordt vastgelegd.
Het samenvoegen/combineren van meerdere onderdelen/maatregelen in het VKA kan leiden tot andere effecten dan reeds in hoofdstuk 6 in beeld gebracht. Daarom worden de effecten van het VKA in hoofdstuk 8 op een rijtje gezet. De focus zal daarbij liggen op effecten die onderscheidend zijn ten opzichte van het basisalternatief. Voor een aantal milieuaspecten is in stap 3 bij de effectbeoordeling van de vijf alternatieven gebruik gemaakt van bestaande informatie of een kwalitatieve analyse. Daar waar nodig, wordt in stap 5 voor een aantal milieuaspecten een aanvullende kwantitatieve beoordeling uitgevoerd. In paragraaf 3.4 is aangegeven wat per onderzocht milieuaspect het detailniveau is van de effectbeoordeling in deze stap. In hoofdstuk 9 wordt expliciet stilgestaan bij de effecten die in de realisatiefase verwacht kunnen worden.
Van het VKA wordt bepaald hoe deze zich verhoudt tot de ambities van de gemeente. In bijlage 5 Ambities is een waardering opgenomen van de referentiesituatie met een score van -1 tot 2. Bekeken wordt hoe de score van de referentiesituatie verandert als gevolg van het planvoornemen zoals beschreven in het VKA. Dit gebeurt op basis van een kwalitatieve vergelijking met de waardering van de referentiesituatie en het ambitieniveau.
Uit zowel de effectbeoordeling (stap 3 en 5) als de vergelijking met het ambitieniveau (stap 6) kan naar voren komen dat er maatregelen nodig of wenselijk zijn. Dit kan zijn om bepaalde effecten te voorkomen/beperken of om bepaalde ambities te kunnen halen/borgen. Deze maatregelen worden op een rijtje gezet en er wordt aangegeven op welke manier deze maatregelen worden geborgd (bijvoorbeeld via regels in het bestemmingsplan of via monitoring). Er wordt tevens een voorzet gedaan voor een monitorings- en evaluatieprogramma.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
46/324
3.4 Beoordelingskader Het MER onderzoekt de effecten van het planvoornemen in het Middengebied op de fysieke leefomgeving. Onderstaande tabel toont een overzicht van onderzochte omgevingsthema’s en aspecten. In hoofdstuk 6 is per aspect beschreven welke criteria zijn gehanteerd en hoe de beoordeling per criterium plaatsvindt. De onderzochte thema’s en aspecten zijn gebaseerd op de NRD (tabel 4.1) en het advies van de Commissie m.e.r. Het beoordelingskader wijkt af van het beoordelingskader zoals dat in de Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) was opgenomen. Het betreft de volgende afwijkingen: • Bij het thema ‘Werken’ is als naar aanleiding van zienswijzen op de NRD het aspect ‘behoud ondernemers’ toegevoegd. •
Het thema ‘Verkeer en vervoer’ heeft nu de naam ‘Mobiliteit’ gekregen. In dit thema is op basis van het advies van de Commissie m.e.r. het aspect ‘duurzame mobiliteit‘ toegevoegd.
•
Bij het thema ‘Geluid’ is op basis van het advies van de Commissie m.e.r. het aspect ‘railverkeer’ toegevoegd, zodat dit meegenomen kan worden bij de beoordeling van de leefkwaliteit van het Vijfde Dorp. Daarnaast wordt op basis van reacties bij een informatieavond ook gekeken naar vliegverkeer.
•
Omdat op het moment van opstellen van het MER getoetst is aan de dan vigerende wetgeving, is ‘Omgevingsveiligheid’ in het MER ‘Externe veiligheid’ genoemd. De aspecten die daaronder zijn meegenomen zijn het ‘plaatsgebonden risico’ en het ‘groepsrisico’. In het aparte deelrapport Externe veiligheid is ook een doorkijk gegeven naar de ‘aandachtsgebieden’, zoals die onder de Omgevingswet gaan gelden.
•
Om het thema ‘Water’ in dit waterhuishoudkundig complexe gebied beter te kunnen beschrijven en beoordelen, is dit thema onderverdeeld naar meer aspecten (Oppervlaktewaterkwantiteit, Oppervlaktewaterkwaliteit, Grondwaterkwantiteit, Grondwaterkwaliteit, Waterveiligheid, Waterafvoer).
•
Bij het thema ‘Natuur’ is naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. het aspect ‘stedelijk groen’ vervangen door ‘biodiversiteit’.
•
Afvalinzameling is niet als apart aspect meegenomen. Dit maakt onderdeel van het aspect ‘Circulariteit’.
•
Het thema ‘Klimaat’ is toegevoegd om ook aandacht te kunnen besteden aan het aspect ‘klimaatadaptatie’.
Zoals beschreven in paragraaf 3.3 is de effectanalyse in twee stappen uitgevoerd: eerst de effecten van de vijf alternatieven (stap 3), vervolgens de effecten van het Voorkeursalternatief (VKA) (stap 5). Voor veel aspecten heeft de effectbeoordeling in beide stappen op gelijke wijze plaatsgevonden. Voor enkele aspecten is in stap 3 gebruik gemaakt van een kwalitatieve analyse op basis van bestaande informatie en/of expert judgement. Op basis daarvan zijn de onderscheidende elementen uit de vijf alternatieven in beeld gebracht. Pas in stap 5 zijn op basis van het samengestelde VKA voor die aspecten aanvullende onderzoeken uitgevoerd in de vorm van berekeningen of veldonderzoek. Daar waar dat van toepassing is, is dat in onderstaande tabel aangegeven (en roze gemarkeerd).
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
47/324
Tabel 3.1 | Omgevingsthema’s en aspecten Omgevingsthema Mobiliteit
Geluid
Luchtkwaliteit
Gezondheid Externe veiligheid Archeologie, cultuurhistorie en landschap Bodem Water
Natuur
Duurzaamheid
Klimaat Wonen
Werken
Aspecten4 Bereikbaarheid voor wegverkeer Bereikbaarheid OV en fiets Verkeersveiligheid Duurzame mobiliteit Wegverkeerslawaai Industrielawaai Cumulatieve geluidbelasting Railverkeerslawaai Concentratie fijnstof en stikstofdioxide Geurhinder Gezondheidsbescherming Gezondheidsbevordering Plaatsgebonden risico Groepsrisico Archeologische waarden Cultuurhistorische waarden Landschappelijke waarden Bodemkwaliteit Bodembeweging Oppervlaktewaterkwantiteit Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwaterkwantiteit Grondwaterkwaliteit Waterveiligheid Waterafvoer Beschermde gebieden (waaronder stikstofdepositie) Beschermde en bedreigde soorten Totstandkoming robuuste ecologische verbinding Biodiversiteit Klimaatmitigatie Circulariteit Klimaatadaptatie/scenario’s Woningbouwprogramma Ruimtelijke kwaliteit woonomgeving Werkgelegenheid Bedrijven en milieuzonering Behoud ondernemers
Beoordeling stap 3 (vijf alternatieven) Kwalitatief / kwantitatief (o.b.v. statisch model en dynamisch model) Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Beoordeling stap 5 (VKA)
Kwalitatief / kwantitatief (o.b.v. contourenkaarten)
Kwalitatief / kwantitatief (o.b.v. contourenkaarten + gevelbelasting)
Kwalitatief / kwantitatief (o.b.v. rekenpunten langs de wegen) Kwalitatief Kwalitatief / kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief (o.b.v. beschikbare informatie) Kwalitatief Kwalitatief
Kwantitatief (o.b.v. rekenmodel)
Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief / kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief / kwantitatief
Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief / kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
4 In hoofdstuk 6 worden de aspecten kort toegelicht, mede a.d.h.v. een beoordelingskader.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
48/324
3.5 Mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen Voor elk omgevingsthema is geanalyseerd of er maatregelen noodzakelijk en/of wenselijk zijn om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen. Mitigerende en compenserende maatregelen 5 zijn verplicht in het geval als gevolg van het planvoornemen niet aan de norm kan worden voldaan of als de basiskwaliteit niet gegarandeerd kan worden. Wanneer mitigatie van negatieve effecten niet volstaat of mogelijk is, is het nodig om compenserende maatregelen toe te passen. Optimaliserende maatregelen kunnen daarbovenop zorgen dat de ambities die de gemeente beoogt sneller gehaald worden. In hoofdstuk 10 wordt ingegaan op de monitoring van belangrijke effecten die in dit MER naar voren komen, van ambities die de gemeente wil halen en de mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen die daarvoor zijn benoemd.
5 Mitigerende maatregelen zorgen voor beperking of voorkomen van effecten. Indien effecten niet of
niet geheel voorkomen kunnen worden, kunnen compenserende maatregelen worden getroffen. Compenseren is het creëren van nieuwe waarden die gelijk zijn aan de waarden die verloren (dreigen te) gaan.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
49/324
4. Huidige situatie en autonome ontwikkeling: beschrijving en waardering
4.1 Inleiding De huidige situatie is de feitelijke situatie zoals het nu is. De referentiesituatie is de huidige situatie aangevuld met de nu bekende autonome ontwikkelingen (ontwikkelingen die er ook zijn als het plan niet doorgaat). De effecten van het voornemen worden vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie is in bijlage 3 Foto van de Leefomgeving uitgebreid beschreven. De referentiesituatie is beschreven voor alle thema’s en aspecten waarvoor de effecten van de ontwikkeling van het Middengebied worden bepaald. In bijlage 5 Ambities is vervolgens voor elk aspect samengevat welke ambities en doelen er vanuit de gemeente zijn. Dit zijn ambities/doelen die de gemeente heeft opgenomen in beleidsstukken. Op basis daarvan is de referentiesituatie van de fysieke leefomgeving voor alle beoordelingscriteria getoetst en gewaardeerd: hoe verhoudt de referentiesituatie zich tot de ambities en doelen van de gemeente? Ditzelfde is later gedaan voor de alternatieven. De resultaten hiervan zijn ook in bijlage 5 opgenomen. In dit hoofdstuk worden de resultaten van de toetsing in de Foto van de Leefomgeving samengevat weergegeven. In paragraaf 4.2 zijn de belangrijkste kansen en aandachtspunten samengevat beschreven. Deze zijn vervolgens in hoofdstuk 5 meegenomen bij het samenstellen van de in dit MER te onderzoeken alternatieven.
In hoofdstuk 6 is daarnaast in de subparagraaf ‘beoordelingskader’ bij elk aspect puntsgewijs aangegeven wat de belangrijkste elementen zijn in de referentiesituatie.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
50/324
4.2 Samenvatting referentiesituatie en ambities Deze paragraaf vat de gesignaleerde kansen en aandachtspunten samen. Hiervan kan vervolgens overwogen worden of deze leiden tot een uitgangspunt bij het vormen van de alternatieven voor het planvoornemen, zoals dat in hoofdstuk 5 wordt beschreven en waarvan de effecten in hoofdstuk 6 worden beschreven. De volgende kansen worden gesignaleerd: • Het gebied De Groene Waterparel heeft een hoge ecologische waarde als gevolg van het specifieke watersysteem in combinatie met katteklei in de ondergrond. •
Het plangebied kent enkele zichtbare archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog. Dit biedt bij behoud kansen om de geschiedenis te laten zien en de belevingswaarde van de omgeving te verhogen.
•
Uit bodemonderzoek blijkt dat op de kreekrug de bodemgesteldheid in termen van zettingsgevoeligheid beter is dan in het omliggende gebied.
•
De ontwikkeling van de ecologische verbindingszone (EVZ) biedt – naast kansen voor ecologie – kansen om de kwaliteit van het landschap te verbeteren.
•
De grootte van het plangebied in combinatie met de openheid biedt kansen voor het opwekken van duurzame energie voor de voorgenomen ontwikkelingen en mogelijk voor de gemeente/regio.
•
De ontwikkeling van doorfietsroutes rondom het plangebied biedt kansen om het gebruik van fiets te bevorderen.
•
De nabijheid van het spoor biedt kansen om het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren. Dit kan door snelle verbindingen te realiseren met bestaande stations of door in de buurt van het plangebied een nieuw station te realiseren.
De volgende aandachtspunten worden gesignaleerd: • In het plangebied liggen momenteel bedrijven met een hindercirkel (geur). Om het planvoornemen uit te kunnen voeren moet één van deze bedrijven uit het plangebied worden verplaatst. •
Rondom het plangebied worden in de huidige situatie reeds knelpunten ervaren op het gebied van bereikbaarheid. Verschillende kruispunten kennen een (te) hoge belasting en ook de belasting (I/C-waarde) van veel wegen is (te) hoog.
•
Het plangebied is momenteel slecht bereikbaar met openbaar vervoer.
•
In het plangebied zijn weinig (gescheiden) wandel- en fietspaden aanwezig.
•
In het gebied liggen verschillende risicobronnen. Met name de buisleidingenstraat ligt dwars door het gebied heen. Hier moet met kwetsbare objecten voldoende afstand van worden gehouden.
•
Als gevolg van verdergaande bodemdaling komt het huidige agrarische grondgebruik in het gedrang en kan het huidige landschap negatief worden beïnvloed.
•
Op enkele plekken is bodemonderzoek nodig om te bepalen of er sprake is van bodemverontreiniging.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
51/324
•
De grond- en oppervlaktewaterkwaliteit in het gebied is slecht als gevolg van de aanvoer van zilt en nutriëntrijk kwelwater, in combinatie met afstroming van de landbouwpercelen.
•
Op de lagere percelen in het plangebied is de verwachting dat wateroverlast zal toenemen als gevolg van toenemende kwel en toenemende piekbuien.
•
Het huidige waterafvoersysteem is complex en brengt hoge beheerskosten met zich mee.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
52/324
5. Planvoornemen en alternatieven
5.1 Inleiding In de eerste stap van de m.e.r.-procedure is een Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) gepubliceerd. Hierin is aangegeven op welke manier de gemeente van plan was het MER op te stellen. Deze NRD heeft in de zomer van 2021 ter inzage gelegen. Het was voor iedereen mogelijk om een zienswijze in te dienen op de NRD. Daarnaast heeft gemeente Zuidplas de Commissie m.e.r. gevraagd om een advies te geven over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. In oktober 2021 heeft de Commissie haar advies gepubliceerd (https://commissiemer.nl/adviezen/3588). In dit advies heeft de Commissie aangegeven wat volgens haar essentiële informatie is die in het MER moet staan om het milieubelang goed te kunnen meewegen in de besluitvorming over het bestemmingsplan. Een van de elementen waarvan de Commissie vindt dat die in het MER uitgewerkt moet worden, is het onderzoeken van verschillende alternatieven. De Commissie heeft hiervoor een voorstel gedaan. In haar advies stelt de Commissie voor om vier onderscheidende alternatieven uit te werken voor de ambities voor • klimaatrobuustheid; • het water-natuur-raamwerk; • duurzame mobiliteit; • circulariteit / duurzame energie. Doel van deze vier alternatieven is dat voor het betreffende thema wordt gezocht naar de ‘hoeken van het speelveld’.
Dat houdt in dat elk alternatief kijkt naar wat er maximaal mogelijk is in het plangebied voor het thema van dat alternatief. Ook wordt hier gekeken naar de potentiële effecten van elke uiterste hoek van het speelveld. Om te komen tot een maximale invulling op
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023
Versie: D0
53/324
themaniveau, is gezocht naar uiterste maatregelen die daaraan kunnen bijdragen. Dit betekent echter niet dat deze maatregelen ook daadwerkelijk in het Middengebied uitgevoerd gaan worden. Het onderzoek naar deze uiterste maatregelen (hoeken van het speelveld) kan worden gezien als een zoektocht naar wat maximaal in het gebied gedaan kan worden en wat daarvan de effecten zullen zijn. In het Voorkeursalternatief (VKA) worden uiteindelijk maatregelen gekozen vanuit de verschillende alternatieven. Dit keuzeproces baseert zich op meerdere factoren dan alleen de potentiële effecten. Zo kan een maatregel, naast de effecten die optreden, ook botsen met een andere maatregel. Daarnaast kunnen er praktische redenen zijn waarom een maatregel niet mogelijk blijkt te zijn. Tevens worden er bestuurlijke afwegingen gemaakt. Het MER geeft input voor het maken van deze keuzes richting het VKA. Op basis van de beschrijvingen omtrent de effecten van het basisalternatief en de vier uiterste alternatieven, zal een VKA worden vastgesteld door het College van B&W. Het VKA is het plan zoals dat in het bestemmingsplan wordt opgenomen. In onderstaande paragrafen worden de alternatieven kort toegelicht. Een uitgebreide uitwerking van de alternatieven is opgenomen in bijlage 4 Alternatieven van het MER.
5.2 Samenvatting alternatieven In onderstaande tabel is samengevat weergegeven welke elementen worden meegenomen in de verschillende alternatieven. In de linker kolom zijn de onderscheidende thema’s weergegeven. Vervolgens is in kolom 2 aangegeven wat daarvoor in het basisalternatief is opgenomen. In de vier kolommen daarna is alleen iets opgenomen wanneer één van de alternatieven daar een onderscheidend, ander uitgangspunt voor heeft gehanteerd. Op deze manier is in een overzicht te zien hoe de alternatieven zich hoofdzakelijk van elkaar onderscheiden. In de volgende paragrafen worden de alternatieven op hoofdlijnen beschreven. In bijlage 4 Alternatievenbeschrijving is een uitgebreidere beschrijving opgenomen waarin ook alle elementen worden beschreven en keuzes worden toegelicht.