Bijlage 7 Bestemmingsplan ’s-Gravenweg 318-334– bijlagen A25.000396
Tekst van het document
Bestemmingsplan (Bijlagen bij de toelichting)
’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk aan den IJssel Gemeente Zuidplas
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.1892.BpsGravenwegNwk-Va01
Datum:
24 januari 2025
Kenmerk Buro SRO:
SR210396
Opdrachtgever:
Gemeente Zuidplas
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
2
Inhoudsopgave Bijlage 1. AERIUS-berekening 's-Gravenweg 318 tm 334 20-12-2024 Bijlage 1a. AERIUS_Bijlage_Bouwfase (19-12-2024) Bijlage 1b. AERIUS_Bijlage_Gebruiksfase (19-12-2024) Bijlage 2. Verkeerstoets bouwplan 's-Gravenweg 318-334 15-10-2023 Bijlage 3. Second opinion verkeersonderzoek 's Gravenweg 318-334 22-01-2025 Bijlage 4. Mogelijkheden directe ontsluiting bedrijventerrein Nieuwerkerk aan den IJssel op N219 Bijlage 5. M.e.r. beoordelingsbesluit
Bijlage 1. AERIUS-berekening 's-Gravenweg 318 tm 334 20-12-2024
Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming ’s-Gravenweg 318 t/m 334, Nieuwerkerk aan den IJssel Gemeente Zuidplas
1
Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming ’s-Gravenweg 318 t/m 334, Nieuwerkerk aan den IJssel 20 december 2024 SR210396
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Gemeente Zuidplas
Gegevens Buro SRO: Telefoon: E-mail: Internet:
’t Goylaan 11 3525 AA te Utrecht 030-2479198 utrecht@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................... 4
1.1
Aanleiding ...................................................................................................................................... 4
1.2
Projectbeschrijving ........................................................................................................................ 4
1.3
Wettelijk kader .............................................................................................................................. 5
1.4
Leeswijzer ...................................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 2
Verkeers- en ruimtelijke gegevens ............................................................................. 6
2.1
Ruimtelijke gegevens ..................................................................................................................... 6
2.2
Gebruiksfase .................................................................................................................................. 7
2.3
Bouwfase ....................................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 3
Berekeningen en resultaten gebruiksfase ..................................................................10
3.1
Berekening gebruiksfase .............................................................................................................. 10
3.2
Berekening bouwfase .................................................................................................................. 11
Hoofdstuk 4
Samenvatting en conclusies ......................................................................................12
3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De onderzoekslocatie ten westen van de percelen aan de ’s-Gravenweg 318 t/m 334 in Nieuwerkerk aan den IJssel maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein IJsselpoint en betreft op dit moment een onbebouwd perceel dat gebruik wordt voor diverse vormen van opslag. Het voornemen is om deze gronden te herontwikkelen en ter plaatse 73 garageboxen/opslagunits met bijbehorende voorzieningen te realiseren. Het voorgenomen plan gaat gepaard met de uitstoot van stikstof in de bouw- en gebruiksfase. Derhalve moet in beeld gebracht worden wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de intandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In voorliggende rapportage worden de mogelijke effecten in beeld gebracht. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Boezems Kinderdijk’ bevindt zich op ca. 9,0 km van de onderzoekslocatie.
1.2
Projectbeschrijving
Initiatiefnemer is voornemens de onbebouwde gronden ten noordwesten van de percelen aan de ’sGravenweg 318 t/m 334 in Nieuwerkerk aan den IJssel te herontwikkelen ten behoeve van 73 garageboxen/opslagunits met een maximale bouwhoogte van 3,5 m. De garageboxen/opslagunits hebben een afwisselde omvang van minimaal 18 m2 en maximaal 24 m2. Verder wordt er 1 toiletruimte en 1 technische ruimte gerealiseerd. Op onderstaande afbeelding is een plattegrond van de beoogde situatie weergegeven.
Beoogde situatietekening (bron: Bouwkundig adviesburo Voorthuyzen d.d. 25 mei 2023)
4
1.3
Wettelijk kader
In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één van die mogelijk negatieve effecten. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Het rekeninstrument AERIUS was één van de pijlers van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS maakt onderdeel uit van de Crisis- en herstelwet (Chw). Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State uitspraak gedaan omtrent het PAS. Het PAS mag niet meer gebruikt worden als basis voor toestemming voor ‘activiteiten’. Hiermee is het PAS buiten werking gesteld. Het systeem van het PAS was erop gebaseerd dat vooruitlopend op toekomstige positieve ontwikkelingen voor beschermde natuurgebieden toestemming gegeven kan worden voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden door stikstofuitstoot.
Die toestemming ‘vooraf’, zoals het PAS mogelijk maakte, mag niet meer, aldus de RvS. Projecten en of activiteiten dienen, in afwachting van een nieuwe PAS, zelfstandig beoordeeld te worden op grond van de Wet natuurbescherming. In de uitspraak van 29 mei 2019 is ook specifiek ingegaan op de AERIUS Calculator. In rechtsoverweging 39.3 is bepaald dat AERIUS nog wel gebruikt kan worden voor de effectbepaling op grotere (meer dan 50 meter) afstand. Voor berekeningen op kortere afstand wordt een tweede berekening met een ander rekenpakket aanbevolen. De onnauwkeurigheid van AERIUS zat voornamelijk in emissie berekeningen bij agrarische bedrijven waar het emissiepunt zich op enige hoogte bevond. In de AERIUS-module (AERIUS 2021) van januari 2022 zijn de bezwaren van de Afdeling bestuursrechtspraak zoals verwoord in de uitspraak van 29 mei 2019 weggenomen. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022, waarbij de ‘bouwvrijstelling’ is komen te vervallen, dient nu ook de aanleg-/bouwfase berekend te worden. Hierbij dient gebruik gemaakt te worden van de meest recente versie van de AERIUS Calculator, versie 2024 v2.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de verkeers- en ruimtelijke gegevens beschreven. De uitgevoerde berekeningen en resultaten worden beschreven in hoofdstuk 3. Ten slotte wordt in hoofdstuk 4 de conclusie getrokken.
5
Hoofdstuk 2 2.1
Verkeers- en ruimtelijke gegevens
Ruimtelijke gegevens
Bij een stikstofdepositieberekening wordt er rekening gehouden met de Natura 2000-gebieden binnen een straal die relevant is voor de omvang van het plan. Binnen een straal van 15 km zijn drie Natura 2000gebieden aanwezig. Natura 2000-gebied ‘Boezems Kinderdijk’ bevindt zich op een afstand van ca. 9,0 km van de onderzoekslocatie. Natura 2000-gebieden ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ en ‘Donkse Laagten’ bevinden zich op een afstand van respectievelijk ca. 10,0 km en 12,0 km van de onderzoekslocatie. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven.
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden, plangebied rood omkaderd (bron: Atlas Leefomgeving)
6
2.2
Gebruiksfase
De realisatie van ca. 73 garageboxen/opslagunits neemt in de gebruiksfase verkeersbewegingen met zich mee. Er wordt in totaal ca. 1.572 m2 aan garageboxen gerealiseerd. In het kader van het bestemmingsplan is door Mobycon een second opinion voor het verkeersonderzoek uitgevoerd waarbij de verkeersgeneratie opnieuw is berekend. Voor de berekening van de totale verkeersgeneratie hebben zij gebruik gemaakt van de CROW publicatie 744 “Parkeerkencijfers 2024”. Voor de garageboxen kan de categorie ‘Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’ worden gevolgd. Uitgegaan wordt van de maximale norm van een ‘matig stedelijk’-woonmilieu in de ‘schil centrum’. Functie Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
Aantal m² bvo 1.572 m²
Verkeersgeneratie per 100 m² 5.0
Totale maximale verkeersgeneratie 78,6
De beoogde ontwikkeling zorgt voor een toename van maximaal 79 verkeersbewegingen per etmaal. Uitgegaan wordt dat 50% van het verkeer in zuidelijke richting via de ’s-Gravenweg in de richting van de Kerklaan rijdt. Voor de resterende 50% wordt er vanuit gegaan dat het verkeer in noordelijke richting via de ’s-Gravenweg in de richting van Groenendijk rijdt. Naar verwachting gaat het verkeer hier op in het heersende verkeersbeeld. Verder wordt uitgegaan dat 20% van de verkeersgeneratie valt onder de categorie ‘middelzwaar vrachtverkeer’. Dat zijn in totaal 15,8 verkeersbewegingen middelzwaar vrachtverkeer per etmaal en 63,2 verkeersbewegingen licht verkeer per etmaal. De beoogde garageboxen/opslagunits worden zonder gasaansluiting uitgevoerd waardoor deze niet meegenomen worden in de AERIUS-berekening.
2.3
Bouwfase
Naast het toekomstig gebruik (gebruiksfase) is ook de stikstofuitstoot tijdens de bouwfase van het project van belang. Bij de bouw zijn gedurende enige tijd voertuigen en mobiele werktuigen aanwezig en is sprake van voertuigbewegingen van werklieden en materialen van en naar de bouwplaats. De startdatum van de bouw is nog niet bekend, daarom is als worstcase scenario de berekening volledig voor het rekenjaar 2025 uitgevoerd. Mobiele werktuigen De voertuigen en mobiele voertuigen die aangedreven worden door een verbrandingsmotor veroorzaken een toename van de stikstofemissie. De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Ten behoeve van de berekening van de emissies NOx door mobiele werktuigen dient de gebruiker per stageklasse het brandstofverbruik aan te geven (liter brandstof per jaar), het aantal draaiuren en (bij aanwezigheid van een SCR) het AdBlue-verbruik. Het brandstofverbruik is berekend met de formule uit Ligterink et al 2021. Met behulp van de navolgende formule is het mogelijk het brandstofverbruik per uur te berekenen: B =0.095* Pmax +0.54. Hier is B het brandstofgebruik per uur en Pmax het maximale vermogen van het werktuig [kW]. Voor Stage IV en V werktuigen, waarmee gerekend is, kan uit worden gegaan van het normale AdBlue-verbruik dat door TNO is gegeven.
Dit is 6% van het brandstofverbruik (Ligterink et al 20211). 1
Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305.
7
Het dieselverbruik is conform het TNO rapport R12305 bepaald. TNO houdt rekening met de aandrijfconfiguratie (vaste as, transmissie, hydrauliek), de stand-by tijd bij de soort inzet (wisselend en constant) en de verliezen. TNO gaat voor werktuigen met een wisselende inzet uit van een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35% (zie onderstaande tabel).
Voor werktuigen met een constante inzet is 35% een onderschatting en wordt uitgegaan uit van een gemiddelde motorbelasting van (37,0+45,6+47,3)/3= 43,3%. Voor het voorliggende plan wordt er uitgegaan van een wisselende inzet en wordt er derhalve gerekend met een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35%. Er zijn door de initiatiefnemer gegevens aangeleverd van de te gebruiken mobiele werktuigen, deze zijn ook gebruikt voor de berekening. De onderstaande tabel toont de mobiele werktuigen die gebruikt zullen worden in de sloop-, aanleg- en bouwfase.
STAGE-klasse
Bouwjaar
Vermogen (KW)
Brandstofverbruik totaal
Draaiuren/j
AdBlue verbruik (l/j)
Shovel-trekker met kipper
Stage-IV
2015
200
981
50
59
Rupskraan
Stage-IV
2015
200
2973
150
178
Heistelling
Stage-IV
2015
230
2271
100
136
Mobiele kraan (50 ton)
Stage-IV
2015
125
3116
250
187
Triplaat
Stage-IV
2015
10
97
60
n.v.t.
Bestratingsmachine
Stage-IV
2015
20
149
60
n.v.t.
Betonpomp
Stage-IV
2015
150
1485
100
89
Graafmachine
Stage-IV
2015
120
1816
150
109
Werktuig
De beoogde garageboxen worden prefab aangevoerd waardoor de bouwfase op locatie beperkt is, de garageboxen worden elders grotendeels gebouwd naar de planlocatie getransporteerd. Nadat het terrein bouwrijp is gemaakt, worden de garageboxen op de locatie slechts gemonteerd. Daarna wordt het terrein verder ingericht. Verkeersgeneratie Het vervoer van materialen en personeel zal zo energieneutraal mogelijk gebeuren. Voor het vervoer van personeel en materiaal zijn eveneens gegevens aangeleverd door de initiatiefnemer. De bouwfase duurt in totaal maximaal 1 jaar. In totaal is uitgegaan van 4.000 voertuigbewegingen licht verkeer, 0 voertuigbewegingen van middelzwaar vrachtverkeer en 1.500 voertuigbewegingen in zwaar vrachtverkeer per jaar. Naar verwachting is er sprake van twee routes die het verkeer van en naar het plangebied aflegt. Uitgegaan wordt dat 50% van het verkeer in zuidelijke richting via de ’s-Gravenweg in de richting van de Kerklaan rijdt. Voor de resterende 50% wordt er vanuit gegaan dat het verkeer in
8
noordelijke richting via de ’s-Gravenweg in de richting van Groenendijk rijdt. Naar verwachting gaat het verkeer hier op in het heersende verkeersbeeld. Koude starts verkeer Als de motor van een voertuig 2 uur of langer niet heeft gedraaid, is de motor afgekoeld en is er sprake van extra emissies door deze koude start. In de AERIUS Calculator moet de emissie van voertuigen met een koude start als een aparte bron worden gemodelleerd. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen hoeveel koude starts er per uur, etmaal, maand of jaar plaatsvinden. Bij deze berekening wordt aangenomen dat al het licht verkeer in de aanlegfase met een koude start wegrijdt. Dit komt overeen met de helft van de totale verkeersgeneratie. Dit kan worden beschouwd als een worst-case benadering, aangezien het voor de hand ligt dat niet al het verkeer met een koude motor (> 2 uur niet-draaiende motor) zal starten of een deel van het verkeer (vrijwel) direct wegrijdt. De onderstaande tabel toont het aantal koude starts per jaar. Aantal koude starts Licht verkeer
2.000
per jaar
Stationair draaien Met betrekking tot het laden en lossen zal er op de planlocatie zwaar vrachtverkeer aanwezig zijn dat stationair draait. Gedurende de periode dat het zwaar vrachtverkeer op de planlocatie aanwezig is zal er sprake zijn van stikstofuitstoot. De uitstoot die ontstaat tijdens het stationair draaien kan berekend worden met de kencijfers beschreven in bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024’. In de bijlage zijn kencijfers opgenomen voor de NOx en NH3 uitstoot. De uitstoot dient handmatig in AERIUS ingevoerd te worden. De gemiddelde laad/lostijd per vracht is ingeschat op circa 15 minuten. Voor het rekenjaar 2025 geldt voor ‘Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers’ een uitstoot van 0,9 NH3 g/uur en 92,49 NOx g/uur. Uitgaande van 1.500 vrachten is er in totaal sprake van ca. 187,5 stationaire draaiuren. De onderstaande tabel toont de totale uitstoot van het stationair draaien voor NOx en NH3. Type Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers 2025
Aantal draaiuren 187,5
9
NOx uitstoot kg/j 17,3
NH3 uitstoot kg/j 0,2
Hoofdstuk 3
Berekeningen en resultaten gebruiksfase
De berekeningen zijn verricht met het web-based programma AERIUS 2024 op 19 december 2024. Onderstaand zijn de berekeningen van de gebruiks- en de bouwfase weergegeven.
3.1
Berekening gebruiksfase
Voor de gebruiksfase is enkel uitgegaan van de verkeersgeneratie van het plangebied. Aangezien de boxen/units gasloos gerealiseerd worden, zal er geen sprake van uitstoot zijn van deze boxen. Er is sprake van twee bronnen, namelijk de verkeersgeneratie van het plangebied richting het noorden en zuiden. De navolgende afbeelding toont de verschillende bronnen waarmee gerekend is.
Ingevoerde bronnen (bron: AERIUS Calculator)
In de gebruiksfase is enkel sprake van de uitstoot als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied. Resultaten Uit de berekening volgt dat de totale uitstoot voor NOx 62,9 kg/j en voor NH3 1,4 kg/j bedraagt. Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat er in dit geval geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op omliggende Natura 2000-gebieden. Voor nadere informatie over de invoer en de rekenresultaten wordt verwezen naar de pdf-uitvoer van de AERIUS Calculator; deze is als separate bijlage beschikbaar.
10
3.2
Berekening bouwfase
Met behulp van de AERIUS-calculator is de uitstoot op de Natura-2000 gebieden van de aanlegfase berekend. De aanleg vindt naar verwachting plaats in 2025. Derhalve is bij de stikstofberekening uitgegaan van het rekenjaar 2025. De navolgende afbeelding toont de ingevoerde bronnen.
Ingevoerde bronnen (bron: AERIUS Calculator)
De totale stikstofemissie is berekend aan de hand van de stikstof die plaatsvindt als gevolg van de te gebruiken mobiele werktuigen, de uitstoot als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied en de uitstoot als gevolg van het stationair draaien van het zwaar vrachtverkeer op het terrein. Resultaten
Uit de berekening volgt dat er in totaal sprake is van een uitstoot van 100,0 kg/j voor NOx en 3,4 kg/j voor NH3. Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat er in de aanlegfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op Natura 2000-gebieden. Voor nadere informatie over de invoer en de rekenresultaten wordt verwezen naar de pdf-uitvoer van de AERIUS Calculator; deze is als separate bijlage beschikbaar.
11
Hoofdstuk 4
Samenvatting en conclusies
Voor de beoogde ontwikkeling is ten behoeve van de Wet natuurbescherming een AERIUS-berekening voor de gebruiksfase en de bouwfase uitgevoerd, gebruik makend van AERIUS Calculator versie 2024 (uitgevoerd 19 december 2024). De onderzoekslocatie ten westen van de percelen aan de ’s-Gravenweg 318 t/m 334 in Nieuwerkerk aan den IJssel maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein IJsselpoint en betreft op dit moment een onbebouwd perceel. Het voornemen is de onbebouwde gronden te herontwikkelen en ter plaatse 73 garageboxen/opslagunits met bijbehorende voorzieningen te realiseren. Bij de gebruiksfase is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 63,3 voertuigbewegingen per etmaal aan licht verkeer en 15,8 voertuigbewegingen aan middelzwaar vrachtverkeer over twee lijnbronnen vanaf het plangebied. Omdat de garageboxen/opslagunits gasloos worden uitgevoerd, zijn deze niet meegenomen in de berekening. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er in totaal sprake is van een NOxemissie van 62,9 kg/j en een NH3-emissie van 1,4 kg/j. Voor de Natura 2000-gebieden geldt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Voor de bouwfase is een berekening uitgevoerd met de uitstoot van de mobiele werktuigen, de voertuigbewegingen en het stationair draaien dat tijdens de bouw plaatsvindt.
Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er in totaal sprake is van een NOx-emissie van 100,0 kg en een NH3-emissie van 3,4 kg. Er zijn voor de bouwfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op de nabijgelegen Natura 2000gebieden. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Daarmee is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Met het oog op de Wet natuurbescherming is het plan uitvoerbaar.
12
13
Bijlage 1a. AERIUS_Bijlage_Bouwfase (19-12-2024)
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Buro SRO 's-Gravenweg, 1111AA Nieuwerkerk aan den IJssel 's-Gravenweg Bouwfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RoCeFucWruB4 19 december 2024, 08:40 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Bouwfase - Beoogd Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RoCeFucWruB4 (19 december 2024)
2025 -
3,4 kg/j
100,0 kg/j
2/8
Projectberekening
Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Consumenten mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen 4 Anders... | Anders... | Stationair draaien 5 Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Verkeersnetwerk
RoCeFucWruB4 (19 december 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3,0 kg/j 0,2 kg/j 89,0 g/j 74,1 g/j
78,0 kg/j 17,3 kg/j 0,5 kg/j 4,1 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RoCeFucWruB4 (19 december 2024)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RoCeFucWruB4 (19 december 2024)
5/8
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
Naam
Coördinaat
2
Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein (10 km) Boezems Kinderdijk (8 km)
3
Donkse Laagten (12 km)
X:111253 Y:447632 X:103520 Y:433663 X:110430 Y:432847
1
RoCeFucWruB4 (19 december 2024)
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/8
Projectberekening
Bouwfase, Rekenjaar 2025 1
Mobiele werktuigen | Consumenten mobiele werktuigen
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen X:102581,41 Y:442336,86 0,57 ha Stageklasse
NOₓ NH₃
78,0 kg/j 3,0 kg/j
Brandstofverbruik
Draaiuren AdBlue verbruik
50 u/j
Graafmachine
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Shovel/Trekker met kipper
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
981 l/j
Heistelling
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
2271 l/j
100 u/j 136 l/j
Rupskraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
2973 l/j
150 u/j 178 l/j
Betonpomp
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1485 l/j
100 u/j 89 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 12,9 kg/j NH₃ 0,5 kg/j NOₓ 17,0 kg/j NH₃ 0,7 kg/j NOₓ 8,6 kg/j
Trilplaat
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
97 l/j
60 u/j
NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 2,2 kg/j
Bestratingsmachine
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
149 l/j
60 u/j
NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 3,3 kg/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
3116 l/j
250 u/j 187 l/j
NH₃ 1,1 g/j NOₓ 18,1 kg/j NH₃ 0,7 kg/j
Mobiele kraan
1816 l/j
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer noord Locatie X:102748,97 Y:442275,22 Lengte 390,03 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RoCeFucWruB4 (19 december 2024)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
150 u/j 109 l/j
Stof Emissie
59 l/j
NOₓ
10,5 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 5,5 kg/j
Links Rechts NOₓ 1,6 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,4 kg/j Hoogte - - NH₃ 29,1 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
2.000,0 /jaar 0,0 /jaar 750,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer zuid Locatie X:102689,53 Y:442193,95 Lengte 603,94 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
4
Anders... | Anders...
5
Verkeer | Koude start: overig
Naam Stationair draaien Uittreedhoogte Locatie X:102582,03 Warmteinhoud Y:442280,63 Lengte 317,10 m Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie Naam Locatie Lengte
Type voertuig
Koude starts X:102582,03 Y:442280,63 317,09 m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
0,0 m 0,000 MW
Links Rechts NOₓ 2,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 45,0 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
2.000,0 /jaar 0,0 /jaar 750,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
17,3 kg/j 0,2 kg/j
NOₓ NH₃
0,5 kg/j 89,0 g/j
Koude starts
2.000,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RoCeFucWruB4 (19 december 2024)
8/8
Bijlage 1b. AERIUS_Bijlage_Gebruiksfase (19-12-2024)
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Buro SRO 's-Gravenweg, 1111AA Nieuwerkerk aan den IJssel 's-Gravenweg Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RkC29f6FHnEg 19 december 2024, 08:40 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RkC29f6FHnEg (19 december 2024)
2026 -
1,4 kg/j
62,9 kg/j
2/8
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 3
Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Verkeersnetwerk
RkC29f6FHnEg (19 december 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,1 kg/j 0,3 kg/j
55,9 kg/j 7,1 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RkC29f6FHnEg (19 december 2024)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RkC29f6FHnEg (19 december 2024)
5/8
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
Naam
Coördinaat
2
Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein (10 km) Boezems Kinderdijk (8 km)
3
Donkse Laagten (12 km)
X:111253 Y:447632 X:103520 Y:433663 X:110430 Y:432847
1
RkC29f6FHnEg (19 december 2024)
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/8
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2026
1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 1 Locatie X:102759,49 Y:442277 Lengte 360,60 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 2 Locatie X:102680,95 Y:442182,5 Lengte 576,33 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Naam Locatie Lengte
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Type voertuig
Koude starts X:102582,03 Y:442280,63 317,09 m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Links Rechts NOₓ 2,7 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
31,6 /etmaal 7,9 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 4,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,9 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
31,6 /etmaal 7,9 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
55,9 kg/j 1,1 kg/j
Koude starts
31,6 /etmaal 7,9 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van RkC29f6FHnEg (19 december 2024)
7/8
Projectberekening
AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RkC29f6FHnEg (19 december 2024)
8/8
Bijlage 2. Verkeerstoets bouwplan 's-Gravenweg 318-334 15-10-2023
Opdrachtgever
Buro SRO
Datum
15 oktober 2023
Auteur
Danny van Beusekom
Kenmerk
015193.20230908.N1.03
Pagina
1/11
Verkeerstoets bouwplan ’s-Gravenweg 318 – 334 1.
Inleiding
Buro SRO B.V. bereidt een bestemmingsplan voor in de gemeente Zuidplas, welke een initiatief voor opslagunits op het perceel ´s-Gravenweg achter 318 t/m 334 in Nieuwerkerk aan den IJssel (zie figuur 1.1) mogelijk maakt. De opslagunits worden aan derden worden verhuurd.
Figuur 1.1: Situatie, plattegrond en aanzichten plaatsen garageboxen
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland
Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
Nederland
Nederland
www.goudappel.nl
IBAN NL09 INGB 0001 2746 32
3801 7479
Het bestemmingsplan maakt het mogelijk 73 garageboxen/opslagunits (totaal 1.572 m² bvo) te realiseren. Ten behoeve van de planontwikkeling is inzicht nodig in het effect van de uitbreiding op de verkeersveiligheid op de ‘s-Gravenweg, omdat al het gemotoriseerde verkeer via deze weg afgewikkeld moet worden. Buro SRO B.V. heeft Goudappel B.V. opdracht gegeven voor het opstellen voor een verkeerskundige analyse. Het onderzoek gaat in op: • het huidig gebruik van de weg (hoofdstuk 2); •
verkennen van de verkeersveilige capaciteit van de ‘s-Gravenweg is (hoofdstuk 3);
•
inzichtelijk maken wat de verwachting is van de toename van verkeersbewegingen veroorzaakt door de beoogde ontwikkeling (hoofdstuk 4);
•
toets of er na de planontwikkeling sprake is van een acceptabele/verkeersveilige verkeersdruk op de ’s-Gravenweg (hoofdstuk 5).
De projectlocatie is weergegeven in figuur 1.2.
Figuur 1.2: Projectlocatie (ondergrond: Openstreetmap)
2
2.
Huidig gebruik van de ‘s-Gravenweg
Er is een telling uitgevoerd in de periode 24 september t/m 8 oktober 2022. Hieruit blijkt dat in totaal 1.558 motorvoertuigen per werkdag gebruik maken van de ’s-Gravenweg tussen de Kerklaan en De Vijf Boeken. In deze studie is gerekend met deze verkeersintensiteiten per etmaal.
3.
Bepalen van de verkeersveilige wegvakcapaciteit
3.1
Inleiding Wegenscan (toelichting op de methodiek)
De Wegenscan is een tool van Goudappel en wordt ingezet voor het toetsen van wegvakken aan verkeersintensiteiten. De tool geeft een goed gevoel bij passende intensiteiten voor een bepaald wegvak. De uitvoer van de Wegenscan is gericht op de relatie tussen de functie, de vormgeving en het gebruik van een wegvak. Hiermee wordt invulling gegeven aan de complete driehoek met de principes uit het Duurzaam Veilig beleid (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1: Principes Duurzaam Veilig beleid
De uitvoer bestaat daarmee uit de volgende onderdelen: •
toets relatie functie – gebruik;
•
toets relatie functie – vormgeving;
3
•
toets relatie vormgeving – gebruik.
Onder onderstaande kopjes wordt de invulling van deze drie onderdelen verder toegelicht. Toets relatie functie – gebruik De beoordeling van de relatie tussen functie en gebruik is gebaseerd op de (beoogde) functie van de weg (bijvoorbeeld een erftoegangsweg) en het gebruik (de verkeersintensiteit). Per wegcategorie zijn passende intervallen van de verkeersintensiteit bekend uit de richtlijnen (zie figuur 3.2). Zo geldt bijvoorbeeld voor woonerven een maximale gewenste intensiteit van 1.000 mvt/etmaal en voor erftoegangswegen met een snelheid van 30 km/h een maximale intensiteit van 4.000 – 6.000 mvt/etmaal.
Figuur 3.2: Intensiteitsgrenzen
Toets relatie functie – vormgeving Per wegfunctie gelden er voorkeurskenmerken voor de vormgeving uit de richtlijnen, zie onderstaande tabel 3.1 voor een aantal voorbeelden voor een erftoegangsweg (30 km/h), een gebiedsontsluitingsweg (30 km/h) en een gebiedsontsluitingsweg (50 km/h).
4
In de invoer wordt gevraagd naar de functie van de weg en de huidige vormgeving van de weg. Samen met de voorkeurskenmerken uit de richtlijnen kunnen we daarmee een kwalitatieve beoordeling maken van de relatie tussen functie en vormgeving.
Tabel 3.1: Essentiële herkenbaarheidskenmerken
Toets relatie vormgeving – gebruik Op basis van de huidige vormgeving van de weg beoordelen we welke verkeersintensiteit toelaatbaar is. Bijvoorbeeld wat een toelaatbare intensiteit is gezien de fietsvoorzieningen of gezien de breedte van de weg, zonder een specifieke functie van de weg mee te nemen. Dit komt overeen met de uitvoer van de Wegenscan. De achterliggende rekenmethoden zijn gebaseerd op landelijke (ontwerp-)richtlijnen van onder meer CROW.
3.2
Invoer Wegenscan ’s-Gravenweg
De invoer van de Wegenscan is weergegeven in figuur 3.3. Belangrijke wegkenmerken zijn: •
De breedte van de weg is 5,4 meter.
•
De functie van de ’s-Gravenweg is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 30 km/h.
•
De weg heeft een belangrijke functie voor de fiets.
•
Voetgangers hebben niet de beschikking over een trottoir. Zij moeten gebruik maken van de rijbaan.
•
Incidenteel wordt op de rijbaan geparkeerd.
5
functie
vormgeving
wegtype erftoegangsweg
rijbaanbreedte (m) 5,4
ligging dorp
fietsvoorzieningen gemengd
Schaalniveau buurtontsluiting
voetgangersvoorzieningen op rijbaan
gewenste oversteekkwaliteit? goed
parkeervakken zijde 1 geen
parkeerwisselingen beperkt
schrikruimte tot parkeren 1 (m) 0
sociale interactie van belang sterk
parkeervakken zijde 2 geen schrikruimte tot parkeren 2 (m) 0
gebruik intensiteit autoverkeer (mvt/etm) 1558
oversteek fiets geen voorziening
aandeel vrachtverkeer (%) 8
oversteek voet geen voorziening
aantal bussen <2 per uur
dichtheid zijstraten 1 tot 4 per 500 m
intensiteit fietsverkeer (etmaal) 500
aantal takken kruispunt 3
intensteit voetgangers Middel
vormgeving kruispunt gelijkwaardig
intensiteit oversteek fiets Middel
ondergrond (bermschade) veen/klei
intensiteit oversteek voetgangers Middel
rijrichtingscheiding geen
intensiteit drukste zijweg(mvt/etm) 1400
banden en zijmarkering geen
snelheid (v85) (km/u) 40
bushaltes geen
eenrichtingverkeer tweerichtingverkeer parkeren op de rijbaan incidenteel
verharding asfalt breedte fietsvoorziening per richting(m) 0
spelen op straat uitgangspunt?
breedte loopvoorziening per richting (m) 0
Figuur 3.3: Invoer Wegenscan ‘s-Gravenweg
3.3
Uitvoer Wegenscan
De uitvoer van de Wegenscan is weergegeven in figuur 3.4.
INTENSITEITSGRENZEN Intensiteit
1558
restruimte
in %
functie
6000
4442
> 100%
fietsvoorziening
5300
3742
> 100%
voetgangervoorziening
2500
942
60%
breedte
3800
2242
> 100%
oversteek voetganger
6000
4442
> 100%
oversteek fietser
7700
aansluiting auto
9900
parkeren
3800
bushaltes
99999
sociale interactie
2000
442
28%
bermschade
1600
42
3%
Max. toelaatbaar
1600
> 100% > 100% 2242
> 100% > 100%
500
1558
2500
Figuur 3.4: Uitvoer Wegenscan ‘s-Gravenweg
6
Figuur 3.4 laat zien dat de maatgevende criteria voor deze weg zijn: •
‘bermschade’: omdat de weg geen verstevigde berm heeft (met bijbehorende acceptabele wegvakcapaciteit van 1.600 motorvoertuigbewegingen per etmaal);
•
‘sociale interactie’: omdat aan weerszijde van de weg huizen liggen ((met bijbehorende acceptabele wegvakcapaciteit van 2.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal);
•
‘voetgangers’: omdat de weg geen trottoir heeft (met bijbehorende acceptabele wegvakcapaciteit van 2.500 motorvoertuigbewegingen per etmaal);
•
‘breedte’: omdat de weg een beperkte breedte heeft (met bijbehorende acceptabele wegvakcapaciteit van 3.800 motorvoertuigbewegingen per etmaal).
De ‘bermschade’ is het maatgevende criterium met een acceptabele wegvakcapaciteit van 1.600 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Uit figuur 3.3 en 3.4 blijkt dat de huidige verkeersintensiteit (1.558 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal) onder de verkeersveilige wegvakcapaciteit blijft. Er is daarmee sprake van een acceptabele verkeerssituatie. De 1.600 motorvoertuigbewegingen is een richtlijn voor de ’s-Gravenweg. Het is geen strikte grens. Normaal wordt voor wegen met een erftoegangswegfunctie uitgegaan 6.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Gegeven de omgevingskenmerken wordt dus uitgegaan van een bijstelling naar beneden.
4.
Prognose van de verkeersgeneratie
4.1
De beoogde ontwikkeling
De beoogde garageboxen/opslagunits worden gerealiseerd ten behoeve van particulieren, die op zoek zijn naar (tijdelijke) hobbymatige opslagruimte of huisraad. Verder is er sprake van een toenemend aantal ZZP'ers en bedrijven die behoefte hebben aan kleine opslagruimte. De garageboxen grenzen niet aan een woonwijk, dus zullen niet gebruikt worden voor het stallen van auto’s voor dagelijks gebruik, maar wel Oldtimers, bootjes, motoren, racefietsen e.d.
4.2
Verkeersgeneratie
Nieuwe functies genereren een bepaalde hoeveelheid nieuwe verkeersbewegingen. De verkeersgeneratie (optelling van het aankomende en vertrekkende verkeer) van de ontwikkeling worden doorgaans getoetst met behulp van de CROW-publicatie 381 (‘Toekomstbestendig parkeren’).
7
Voor de prognose van de verkeersgeneratie zijn de volgende aspecten van belang: •
de stedelijkheidsgraad van de betreffende gemeente of kern;
•
de ligging ten opzichte van de kern/het centrum van de kern;
•
het verwachte autogebruik.
Nieuwerkerk aan den IJssel maakt onderdeel uit van de gemeente Zuidplas, welke volgens CBS-statistieken qua stedelijkheid valt in de categorie ‘matig stedelijk’. De projectlocatie ligt binnen de bebouwde kom (gebied: rest bebouwde kom). De gemeente Zuidplas heeft in vergelijking met alle andere Nederlandse gemeente met dezelfde stedelijkheidsgraad (‘niet stedelijk’) een personenautobezit per huishouden welke iets lager ligt (respectievelijk 1,19 versus 1,22 personenauto’s per woning). Desondanks is rekening gehouden met het gemiddelde verkeersgeneratiekencijfer binnen de range ‘minimum – maximum verkeersgeneratiekencijfer’ van CROW. De prognose is daarom als volgt opgesteld: •
de verkeersgeneratiekencijfers voor ‘matig stedelijk’ vormen het uitgangspunt;
•
voorts wordt gekeken naar de gemiddelde verkeersgeneratiekencijfers behorende bij het gebied ‘rest van de bebouwde kom’;
•
de verkeersgeneratie is standaard weergegeven voor een weekdag, de werkdag wordt bepaald door het verkeersgeneratiekencijfer te vermenigvuldigen met 1,33 (bedrijfsruimte), conform CROW publicatie 381.
De verkeersprognose is weergegeven in tabel 4.1.
bedrijfsruimte (opslag)
aantal
kengetal
1.572 m²
6,4
werkdag per 100 m² bvo
101
Tabel 4.1: Verkeersprognose motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal
Op dit moment zijn er 18 garageboxen aanwezig. Deze boxen zijn nu allemaal in gebruik bij MKB bedrijven. Het gemiddeld aantal bezoekers per etmaal ligt voor deze 18 garageboxen op 3 bezoekers per dag (blijkt uit informatie van de intiatiefnemer). Dit komt neer op maximaal 6 motorbewegingen (ervan uitgaande dat iedereen met de auto komt). Bij 73 garageboxen komt dit neer op 25 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit is beduidend lager dan de prognose op basis van (algemene) CROW kencijfers (zie tabel 4.1).
8
De extra verkeersgeneratie per werkdagetmaal voor de ontwikkeling ligt tussen 25 en 101 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De verwachting is dat deze verkeersdruk zich verdeelt over de noordelijke en zuidelijke rijrichting. referentiesituatie
toename
plansituatie
’s-Gravenweg noord
1.558
+13 tot +56
1.571-1.614
’s-Gravenweg zuid
1.558
+13 tot +56
1.571-1.614
Tabel 4.2: Verkeersdruk ‘s-Gravenweg (motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal)
Er is een verkeerstelling uitgevoerd in de periode 24 september t/m 8 oktober 2022. Een verkeerstelling geeft een inzicht in de actuele verkeersdruk, waarbij rekening gehouden moet worden met specifieke omstandigheden waarin de verkeerstelling heeft plaatsgevonden (de periode september geldt in het algemeen als een representatieve maand om verkeerstellingen uit te voeren). In de telling ligt de gemiddelde verkeersdruk op een werkdag op 1.558 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In de planvariant neemt dit toe tot 1.571 – 1.614 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit past nog steeds binnen de globaal bepaalde capaciteit met behulp van de Wegenscan van 1.600 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De grens van 1.600 is een globale richtlijn. Bij een kleine overschrijding, wat hier het geval is, is er nog steeds sprake van een acceptabele verkeerssituatie.
5.
Conclusie
Buro SRO B.V. bereidt een bestemmingsplan voor in de gemeente Zuidplas, met een initiatief voor 73 garageboxen/opslagunits op het perceel ´s-Gravenweg achter 318 t/m 334 in Nieuwerkerk aan den IJssel, die aan derden worden verhuurd. Uit deze studie is gebleken dat zowel op de ‘s-Gravenweg sprake is van een acceptabele verkeersdruk in zowel de referentie- als plansituatie.
9
Bijlage 1: Fotorapportage
Figuur B1.1: ‘s-Gravenweg
10
Figuur B1.2: ‘s-Gravenweg
11
Bijlage 3. Second opinion verkeersonderzoek 's Gravenweg 318-334 22-012025
RAPPORT
In opdracht van: Gemeente Zuidplas Projectnummer: M08597-R-E3 Datum: 22 januari 2025
Second opinion verkeersonderzoek ’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk aan den IJssel
Second opinion verkeersonderzoek ’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk a/d IJssel
1.
INLEIDING
3
1.1
Aanleiding en vraag
3
1.2
Leeswijzer
3
2.
INVENTARISATIE HUIDIGE SITUATIE
4
2.1
Onderzoeksgebied
4
2.2
Verkeersgegevens
4
2.3
Beleidsinventarisatie
5
2.4
Maximaal acceptabele intensiteit ‘s-Gravenweg
6
2.5
Beantwoording deelvraag 1
8
3.
IN KAART BRENGEN TOEKOMSTIGE SITUATIE
10
3.1
Ruimtelijk programma
10
3.2
Uitgangspunten verkeersaantrekkende werking
10
3.3
Berekening verkeersaantrekkende werking
12
3.4
Beantwoording deelvragen 2 en 3
13
4.
OPLOSSINGSRICHTINGEN ’S-GRAVENWEG
15
4.1
Uitgangspunten
15
4.2
Maatregelen
16
4.3
Beantwoording deelvraag 4
17
5.
CONCLUSIE
18
6.
BIJLAGE: ONDERBOUWING VERKEERSAANTREKKENDE WERKING TE VERVALLEN SITUATIE
20
Colofon Johan Eggink
Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.
Pagina 2 van 21
Second opinion verkeersonderzoek ’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk a/d IJssel
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en vraag Aan de ’s-Gravenweg 318-334 in Nieuwerkerk aan den IJssel is een bestemmingsplan voor ontwikkeling van stallingsunits in procedure gebracht. Er zijn zienswijzen binnengekomen op de verkeerssituatie. Het aspect verkeer is in een onderzoek door Goudappel onderbouwd. De gemeente Zuidplas heeft Mobycon gevraagd om een second opinion over dit verkeersonderzoek uit te voeren, waarbij het aspect verkeer omtrent de toekomstige situatie nader beschouwd wordt. We gaan specifiek in op de door de gemeente aangegeven vragen die in de second opinion aan de orde moeten komen: 1. In hoeverre is de maximale intensiteit van de ’s-Gravenweg te bepalen (hoe hard is een grens, kloppen de argumenten, e.d.)? 2. Wat zijn de te hanteren kengetallen en ervaringscijfers van soortgelijke functies om de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling te bepalen? 3. Wat is de verkeersaantrekkende werking van de huidige functie op de locatie, wat komt er bij en zijn er nog andere ontwikkelingen op de ’s-Gravenweg waarmee rekening moet worden gehouden? 4. In het geval de ’s-Gravenweg te druk wordt, welke eenvoudige maatregelen zijn te duiden waardoor de capaciteit vergroot kan worden en welke overige suggesties? Figuur 1 laat de locatie van de ontwikkeling binnen Nieuwerkerk aan den IJssel zien.
Figuur 1: Locatie ontwikkeling binnen Nieuwerkerk a/d IJssel (blauw)
1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de context en kenmerken van de ontwikkeling, de beleidsmatige kaders en de ontvangen informatie. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijk programma en de berekening van de verkeersaantrekkende werking voor zowel de nieuwe als te verdwijnen situatie, om zo te komen tot de verandering in verkeer. In hoofdstuk 4 benoemen we maatregelen die kunnen worden genomen voor de ’sGravenweg. Hoofdstuk 5 biedt een conclusie waarin we de vragen van de gemeente beantwoorden.
Pagina 3 van 21
Second opinion verkeersonderzoek ’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk a/d IJssel
2. INVENTARISATIE HUIDIGE SITUATIE In dit hoofdstuk gaan we in op het onderzoeksgebied, de verkeersgegevens en de beleidsmatige kaders.
2.1 Onderzoeksgebied De voorgenomen ontwikkeling van de stallingsunits is gelegen aan de ’s-Gravenweg 318-334 in Nieuwerkerk aan den IJssel. Het onderzoeksgebied beperkt zich tot de ’s-Gravenweg.
2.2 Verkeersgegevens Om de toekomstige situatie van de ’s-Gravenweg qua verkeerssituatie te kunnen beoordelen, kijken we naar het jaar 2035, om zo minimaal 10 jaar vooruit te kijken. We gebruiken daarvoor in de basis verkeersgegevens. Er zijn verkeersmodelgegevens aanwezig vanuit de notitie van Goudappel, maar de gemeente heeft tussen 12 en 27 mei 2024 ook nieuwe verkeerstellingen uitgevoerd. Aangezien de ’s-Gravenweg een erftoegangsweg met maximumsnelheid van 30 kilometer per uur is (vanaf hierna ETW30 genoemd), is een verkeersmodelprognose voor deze weg onvoldoende betrouwbaar en representatief, omdat een verkeersmodel voor de hoofdwegenstructuur geschikt is. We hanteren daarom de verkeerstelling voor de beoordeling van de ’s-Gravenweg. Tussen 12 en 27 mei 2024 zijn op twee locaties op de ’s-Gravenweg verkeerstellingen uitgevoerd: • tussen De Vijf Boeken en Molenweteringpad (blauw in Figuur 2); • tussen Molenweteringpad en Kortlandstraat (paars in Figuur 2).
Figuur 2: Locaties tellingen 2024
Pagina 4 van 21
Second opinion verkeersonderzoek ’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk a/d IJssel
We hebben de gemiddelde werkdagetmaalintensiteit vanuit deze tellingen gebruikt. Daarbij hebben we de telresultaten van donderdag 16 mei 2024 buiten beschouwing gelaten. Op deze dag was er een afsluiting op de A20, waardoor verkeer via onder andere deze route ging sluipen. Alle resultaten zijn te vinden in een separate bijlage bij deze rapportage. Op het deel van de ’s-Gravenweg tussen De Vijf Boeken en Molenweteringpad bedroeg de gemiddelde werkdagetmaalintensiteit 1.776 motorvoertuigbewegingen voor beide richtingen gezamenlijk. Op het deel tussen het Molenweteringpad en Kortlandstraat was dit gemiddeld 1.714 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal voor beide richtingen gezamenlijk. Met een autonome groei van 1% per jaar, zal naar verwachting de intensiteit in 2035 zijn opgelopen naar 1.912 tot 1.981 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Verder zijn in dezelfde periode gemiddeld 607 fietsers per werkdagetmaal in beide richtingen gezamenlijk geteld, zowel op het deel tussen De Vijf Boeken en Molenweteringpad als tussen Molenweteringpad en Kortlandstraat.
2.3 Beleidsinventarisatie In deze paragraaf gaan we in op het relevante verkeersbeleid voor dit onderzoek. 2.3.1
Mobiliteitsvisie 2015
In de Mobiliteitsvisie 2015 is geen informatie opgenomen die relevant is voor dit onderzoek. Wel gaat de gemeente de Mobiliteitsvisie actualiseren. Vanzelfsprekend kunnen we hier nog geen rekening mee houden. 2.3.2
Wegencategoriseringsplan 2014
Volgens het Wegencategoriseringsplan 2014 is de ’s-Gravenweg een ETW30. De gemeente heeft het voornemen om het Wegencategoriseringsplan te actualiseren. Vanzelfsprekend kunnen we ook hier nog geen rekening mee houden. 2.3.3
Concept Fietsroutenetwerk Zuidplas 2024
De gemeente Zuidplas werkt aan een ‘Fietsroutenetwerk Zuidplas’. Daarbij wordt voor het gehele wegennetwerk binnen de gemeentegrenzen aangegeven hoe het fietsnetwerk naar wens in de toekomst ingericht zal zijn. Dit zal een richtlijn zijn, omdat in de praktijk maatwerk nodig zal zijn, maar waarbij wel de gedachte vanuit de richtlijn zoveel mogelijk wordt gevolgd. Momenteel is de conceptversie gereed. In de conceptversie wordt de ’s-Gravenweg aangeduid als hoofdfietsroute. Volgens het concept ‘Fietsroutenetwerk Zuidplas’ hebben hoofdfietsroutes voornamelijk een ontsluitende functie en een intensiteit van 500 of meer fietsers per etmaal, of hebben de potentie om tot dit niveau te groeien. Uit de recente verkeerstelling (zie paragraaf 2.2) blijkt dat er gemiddeld 607 fietsers per werkdagetmaal in beide richtingen gezamenlijk fietsen. Het CROW geeft ook aan dat deze intensiteit passend is bij een hoofdfietsroute1. Bij een intensiteit lager dan 2.000 motorvoertuigbewegingen is het toepassen van gemengd verkeer of een fietsstraat het meest passend. Er is inderdaad sprake van een intensiteit van lager dan dit, maar ligt in 2035 wel tegen deze grens aan.
1 CROW, ‘Ontwerpwijzer fietsverkeer’, tabel 5-2 (2016)
Pagina 5 van 21
Second opinion verkeersonderzoek ’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk a/d IJssel
In het concept ‘Fietsroutenetwerk Zuidplas’ worden ook kwaliteitseisen (nog in conceptvorm) gesteld aan hoofdfietsroutes. We citeren enkele concepteisen die verband houden met de door de gemeente gestelde vragen aan Mobycon: • “Bij voorkeur vrijliggende fietspaden toepassen. Fietsstraten zijn eventueel ook een optie; • Een vrijliggend fietspad in één richting heeft een breedte van min. 2,5 meter. Voor korte afstanden is een breedte van 2,0 meter toegestaan; • Een vrijliggend fietspad in twee richtingen heeft een breedte van 3,5 meter. Voor korte afstanden is een breedte van 3,0 meter toegestaan; • Als de route over een weg loopt waar ook gemengd wordt met autoverkeer, wordt de straat vormgegeven als fietsstraat (conform ASVV 14.2.3 of 14.2.4); • Indien een fietsstraat niet mogelijk is, vervolgt de route over een fietsstrook van 1,7 meter en wordt voorzien van schrikstroken of in elke richting fietssuggestiestroken van min. 2 meter; • Menging van fietsverkeer met voetgangers binnen de bebouwde kom vermijden.“ Zoals de ’s-Gravenweg tussen de Kerklaan en Groenendijk momenteel is ingericht, wordt aan geen van deze concept-kwaliteitseisen voldaan. Er is ook niet de ruimte om aan al deze concepteisen te voldoen, waardoor duidelijk is dat op de ’s-Gravenweg maatwerk nodig is.
2.4 Maximaal acceptabele intensiteit ‘s-Gravenweg Momenteel werkt de gemeente aan een reconstructie van een deel van de ‘s-Gravenweg. Het voornemen van de gemeente is dat het deel tussen de gemeentegrens met Capelle aan den IJssel en de rotonde met de N219 (ter hoogte van de Burgemeester Van de Lindelaan) wordt heringericht naar fietsstraat. Het deel tussen de rotonde met de N219 (ter hoogte van de Burgemeester Van de Lindelaan) en de Kerklaan gaat aangepakt worden. Voor dit deel wordt nog nagedacht over een goede, veilige inrichting met aandacht voor alle weggebruikers. Voor dit onderzoek is het deel ten noorden van de Kerklaan relevant. Voor dat deel zijn er nog geen geplande reconstructies. We gaan daarom uit van een maximaal acceptabele intensiteit die passend is bij de huidige weginrichting, ondanks dat de huidige weginrichting niet passend is bij de functie als hoofdfietsroute, gezien niet aan de kwaliteitseisen van het concept ‘Fietsroutenetwerk Zuidplas’ wordt voldaan. Specifiek heeft de gemeente gevraagd: ‘In hoeverre is de maximale capaciteit van de ’s-Gravenweg te bepalen, hoe hard is een grens, kloppen de argumenten, e.d.?’. De term ‘capaciteit’ is echter niet op zijn plaats voor de ’s-Gravenweg, omdat deze term zich richt op verkeersafwikkeling en daardoor van toepassing is op gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen.
De ’s-Gravenweg is een erftoegangsweg, met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, waardoor de verblijfsfunctie (aanwezigheid van uitritten, oversteekbaarheid en het mengen van fietsverkeer) leidend is. Verkeerskundig wordt daarom in deze situatie van een ‘maximaal acceptabele intensiteit’ gesproken. Goudappel is op basis van de door hun ontwikkelde Wegenscan (die is gebaseerd op expert judgement) uitgegaan van een maximaal acceptabele intensiteit van 1.600 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Deze waarde is bepaald op basis van de functie, het gebruik en de weginrichting. Ook wij geven ons oordeel over een passende maximaal acceptabele intensiteit voor de ’s-Gravenweg. De ’s-Gravenweg is momenteel niet ingericht conform één van de wegcategorieën van Duurzaam Veilig. Daarmee is een acceptabele intensiteit van de ’s-Gravenweg niet als harde grens te geven, maar wel binnen een bepaalde marge. Belangrijke argumenten om een bepaalde weginrichting op af te stemmen, zijn de ligging (binnen of buiten de bebouwde kom) en in hoeverre sprake is van verkeersfunctie of verblijfsfunctie.
Pagina 6 van 21
Second opinion verkeersonderzoek ’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk a/d IJssel
Vanwege de vele erfaansluitingen langs de weg, zien we voor de ’s-Gravenweg de verblijfsfunctie als meer maatgevend dan de verkeersfunctie, waarmee de weg binnen de categorie ETW30 gezien kan worden als soort woonstraat. Figuur 3 geeft aan welke wegcategorieën daar bij horen. Een woonstraat is namelijk zelf geen wegcategorie, maar is een term om een relatief smalle weg aan te geven met veel gebouwen (meestal woningen) en een relatief lage verkeersintensiteit. Doordat zich ook bedrijvigheid aan de weg bevindt, is het feitelijk geen woonstraat, maar heeft het kenmerken die hierbij passen.
Figuur 3: Wegcategorieën naar ligging en functie
In dit geval is de ’s-Gravenweg qua functie geen fietsstraat op dit deel, en ook niet ingericht als fietsstraat. Daardoor blijven het woonerf en de ETW30 (als woonstraat) over. Qua functie is de weg een ETW30 en ook qua wegbreedte wordt voldaan aan een ETW30 (op de meeste punten rond 5,70 meter met hier en daar versmallingen naar 5,50 meter of verbredingen naar 6,00 meter). Echter, er is geen trottoir aanwezig, wat een duidelijk kenmerk is van een woonerf. Bij een woonerf staat de verblijfsfunctie nog meer centraal dan bij een ETW30. Voor een woonerf geldt een maximaal acceptabele intensiteit van 1.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Daarmee kan andersom worden beredeneerd dat wanneer de intensiteit van een weg hoger is dan 1.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal, er voor de veiligheid en leefbaarheid van voetgangers een trottoir aanwezig zou moeten zijn. Dat de intensiteit inderdaad hoger is dan 1.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal zonder aanwezigheid van een trottoir, weegt zwaar mee in onze beoordeling. Tegelijkertijd heeft de ’s-Gravenweg ook een (beperkte) verkeersfunctie, omdat het een van de mogelijke doorgaande routes is tussen Nieuwerkerk aan den IJssel en Moordrecht, en doordat er bedrijven langs de weg zijn gesitueerd die vrachtwagens gebruiken.
Vrachtverkeer heeft over het algemeen geen verband met de maximaal acceptabele intensiteit, omdat bij een weg met voornamelijk verblijfsfunctie de zwaarte en grootte van het verkeer geen rol speelt, maar het aantal voertuigbewegingen, met name in de leefbaarheid van de straat. Echter, doordat de ’s-Gravenweg niet overal een trottoir heeft, er geparkeerde auto’s langs de weg staan, voetgangers die oversteken daardoor slechter zichtbaar zijn, en door de langere remweg van vrachtverkeer, wordt de verkeersveiligheid aangetast. Daarmee speelt het vrachtverkeer geen directe rol in de bepaling van de maximaal acceptabele intensiteit, maar indirect wel, omdat de veiligheid en leefbaarheid van voetgangers en ook fietsers hier een grote rol spelen. Qua vormgeving (wat ons betreft bepalender bij het vaststellen van een maximaal acceptabele intensiteit) is het lastig om een passende maximaal acceptabele intensiteit te bepalen, omdat de weg zowel kenmerken van een ETW30 als een woonerf heeft.
Pagina 7 van 21
Second opinion verkeersonderzoek ’s-Gravenweg 318-334 Nieuwerkerk a/d IJssel
We kijken daarom ook naar het gebruik, specifieker: de verhoudingen in gebruik tussen de verschillende weggebruikers. Uit de verkeerstelling bleek dat er gemiddeld 1.774 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal voor beide richtingen gezamenlijk rijden en gemiddeld 607 fietsers per werkdagetmaal in beide richtingen gezamenlijk fietsen. Op basis van die verhouding is volgens het CROW een maximaal acceptabele intensiteit van 4.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal passend, enkel op basis van het gebruik1. Op basis van het Handboek Verkeersveiligheid van het CROW kan een maximaal acceptabele intensiteit van 2.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal worden betoogd, namelijk op basis van de – al eerder benoemde – kenmerken als woonstraat2. Er kan dus redelijkerwijs gesteld worden dat een maximaal acceptabele intensiteit ergens tussen 1.000 en 4.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal passend is, of zelfs tussen 1.000 en 2.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Wat ons betreft weegt daarbij het aspect dat er geen trottoir aanwezig is zwaar mee, omdat ETW30-wegen zonder trottoir niet aan te bevelen zijn3.
Dat er ook parkeren op de straat plaatsvindt, waardoor voetgangers bij het voorbijgaan van geparkeerde auto’s mogelijk niet goed zichtbaar zijn, en er volgens de verkeerstelling 6% tot 8% vrachtverkeer middelzwaar en zwaar verkeer via de ’sGravenweg rijdt, doet ons neigen naar een waarde tussen de bandbreedte van 1.000 en 2.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De waarde die Goudappel heeft gehanteerd (1.600 motorvoertuigbewegingen per etmaal) is dus een logische en reële waarde. Vast blijft staan dat een vaste waarde hanteren hier niet passend is, omdat de weg niet voldoet aan de inrichtingskenmerken van één van de wegcategorieën van Duurzaam Veilig. Ook Goudappel benoemt terecht dat hun gehanteerde 1.600 motorvoertuigbewegingen per etmaal geen harde grens is, en dat een lichte overschrijding van enkele motorvoertuigbewegingen geen knelpunt veroorzaakt. Toch zijn we het met Goudappel eens dat daarmee een grens gehanteerd kan worden van om en nabij de 1.600 motorvoertuigbewegingen per etmaal.