Bijlage 7 Beantwoording raadsvragen gesteld tijden cie RP 8-1-2020 A20.001348
Tekst van het document
156 200 176 170 159 155
68 60 74 74 74 74
266 266 266 266 266 266
239,4 239,4 239,4 239,4 239,4 239,4
224 260 250 244 233 229
15 -21 -11 -5 6 10
84,21% 97,74% 93,98% 91,73% 87,59% 86,09%
186 204 192 179 187 184 172
48 48 48 48 48 48 48
266 266 266 266 266 266 266
239,4 239,4 239,4 239,4 239,4 239,4 239,4
234 252 240 227 235 232 220
5 -13 -1 12 4 7 19
87,97% 94,74% 90,23% 85,34% 88,35% 87,22% 82,71%
Gegevens van Datacount in juni 2020 KOLOM Toelichting
A
B
de gemeten bezetting de resterende, in het per tijdstip openbaar gebied op te lossen parkeerbehoefte van het project DTG
C
D
de aanwezige parkeercapaciteit in het onderzoeksgebied
de maximaal beschikbare parkeercapaciteit (90% van kolom C)
= kolom C 90%
Datum
E
F
G
de maximale bezetting het overschot/tekort de bezettingsgraad van de aan parkeerplaat- sen van alle in de parkeercapaciteit in als ook de nog omgeving aanwehet onderzoeks-gebied resterende parkeerzige parkeerplaatincuisef behoefte van het sen als daar de nog parkeerbehoefte DTG project DTG in de resterende omgeving wordt parkeerbehoefte van opgelost en de het project DTG bezetting max. 90% wordt opgelost mag zijn
x = kolom A + kolom B
= kolom D -/- kolom = kolom E / kolom E C
DTG
donderdag 4 juni 2020 10:00-11:00 17:00-18:00 18:00-19:00 19:00-20:00 20:00-21:00 21:00-22:00 0:00-1:00 vrijdag 5 juni 2020 0:00-1:00 17:00-18:00 18:00-19:00 19:00-20:00 20:00-21:00 21:00-22:00 zaterdag 6 juni 2020 10:00-11:00 11:00-12:00 12:00-13:00 13:00-14:00 14:00-15:00 15:00-16:00 16:00-17:00
167 177 167 176 167 154 153
68 60 65 65 65 65 68
266 266 266 266 266 266 266
239,40 239,40 239,40 239,40 239,40 239,40 239,40
235 237 232 241 232 219 221
4 2 7 -2 7 20 18
88% 89% 87% 91% 87% 82% 83%
176 169 165 150 150
60 74 74 74 74
266 266 266 266 266
239,40 239,40 239,40 239,40 239,40
236 243 239 224 224
3 -4 0 15 15
89% 91% 90% 84% 84%
194 191 192 186 189 198 189
48 48 48 48 48 48 48
266 266 266 266 266 266 266
239,40 239,40 239,40 239,40 239,40 239,40 239,40
242 239 240 234 237 246 237
-3 0 -1 5 2 -7 2
91% 90% 90% 88% 89% 92% 89%
Gegevens van Datacount in maart 2020 (Aankondiging Coronamaatregelen op donderdag 12 maart) KOLOM Toelichting
Datum donderdag 5 maart 2020 10:00-11:00 17:00-18:00 18:00-19:00 19:00-20:00 20:00-21:00 21:00-22:00 zondag 8 maart 2020 11:00-12:00 14:00-16:00 17:00-18:00 maandag 9 maart 2020 10:00-11:00 14:00-16:00 19:00-20:00 dinsdag 10 maart 2020 10:00-11:00 14:00-16:00 19:00-20:00 woensdag 11 maart 2020 10:00-11:00 14:00-16:00 19:00-20:00 donderdag 12 maart 2020 10:00-11:00 17:00-18:00 18:00-19:00 19:00-20:00 20:00-21:00 21:00-22:00 0:00-1:00 vrijdag 13 maart 2020 0:00-1:00 17:00-18:00 18:00-19:00 19:00-20:00 20:00-21:00 21:00-22:00 zaterdag 14 maart 2020 10:00-11:00 11:00-12:00 12:00-13:00 13:00-14:00 14:00-15:00 15:00-16:00 16:00-17:00
A
B
de gemeten bezetting de resterende, in het per tijdstip openbaar gebied op te lossen parkeerbehoefte van het project DTG
C
D
de aanwezige parkeercapaciteit in het onderzoeksgebied
de maximaal beschikbare parkeercapaciteit (90% van kolom C)
= kolom C 90%
E
F
G
de maximale bezetting het overschot/tekort de bezettingsgraad van de aan parkeerplaat- sen van alle in de parkeercapaciteit in als ook de nog omgeving aanwehet onderzoeksresterende parkeerzige parkeerplaatgebied incuisef behoefte van het sen als daar de nog parkeerbehoefte DTG project DTG in de resterende omgeving wordt parkeerbehoefte van opgelost en de het project DTG bezetting max. 90% wordt opgelost mag zijn
x
= kolom A + kolom = kolom D -/- kolom = kolom E / kolom B E C
152 172 165 162 155 150
68 60 65 65 65 65
266 266 266 266 266 266
239 239 239 239 239 239
220 232 230 227 220 215
19 7 9 12 19 24
83% 87,22% 86,47% 85,34% 82,71% 80,83%
143
57
266
239
200
39
75,19%
155
60
266
239
215
24
80,83%
174
60
266
239
234
5
87,97%
180
60
266
239
240
-1
90,23%
180 175 191 174 169 159
68 60 65 65 65 65
266 266 266 266 266 266
239 239 239 239 239 239
248 235 256 239 234 224
-9 4 -17 0 5 15
93,23% 88,35% 96,24% 89,85% 87,97% 84,21%
106 189 197 170 169 159
68 60 74 74 74 74
266 266 266 266 266 266
239 239 239 239 239 239
174 249 271 244 243 233
65 -10 -32 -5 -4 6
65,41% 93,61% 101,88% 91,73% 91,35% 87,59%
223 208 184 196 188 168 165
48 48 48 48 48 48 48
266 266 266 266 266 266 266
239 239 239 239 239 239 239
271 256 232 244 236 216 213
-32 -17 7 -5 3 23 26
101,88% 96,24% 87,22% 91,73% 88,72% 81,20% 80,08%
Gegevens van Trajan in maart 2019 KOLOM Toelichting
A
B
de gemeten bezetting de resterende, in het per tijdstip openbaar gebied op te lossen parkeerbehoefte van het project DTG
C
D
E
de aanwezige parkeercapaciteit in het onderzoeksgebied
de maximaal beschikbare parkeercapaciteit (90% van kolom C)
de maximale bezetting van de parkeercapaciteit in het onderzoeksgebied incuisef parkeerbehoefte DTG
= kolom C 90%
Datum
x
F
G
het overschot/tekort de bezettingsgraad aan parkeerplaat- sen van alle in de als ook de nog omgeving aanweresterende parkeer- zige parkeerplaatbehoefte van het sen als daar de nog project DTG in de resterende omgeving wordt parkeerbehoefte van opgelost en de het project DTG bezetting max. 90% wordt opgelost mag zijn
= kolom A + kolom = kolom D -/- kolom = kolom E / kolom B E C
zaterdag 16 maart 2019 11:00-12:00
183
48
266
239
231
8
87%
14:00-15:00 15:00-16:00
189 169
48 48
266 266
239 239
237 217
2 22
89% 82%
Gegevens van Trajan in mei/juni 2018 KOLOM Toelichting
A
B
de gemeten bezetting de resterende, in het per tijdstip openbaar gebied op te lossen parkeerbehoefte van het project DTG
C
D
E
de aanwezige parkeercapaciteit in het onderzoeksgebied
de maximaal beschikbare parkeercapaciteit (90% van kolom C)
de maximale bezetting van de parkeercapaciteit in het onderzoeksgebied incuisef parkeerbehoefte DTG
= kolom C 90%
Datum
x
F
G
het overschot/tekort de bezettingsgraad aan parkeerplaat- sen van alle in de als ook de nog omgeving aanweresterende parkeer- zige parkeerplaatbehoefte van het sen als daar de nog project DTG in de resterende omgeving wordt parkeerbehoefte van opgelost en de het project DTG bezetting max. 90% wordt opgelost mag zijn
= kolom A + kolom = kolom D -/- kolom = kolom E / kolom B E C
donderdag 31 mei 2018 10:00-11:00
130
68
266
239
198
41
74%
19:00-20:00
148
65
266
239
213
26
80%
176
48
266
239
224
15
84%
Zaterdag 1 juni 2018 11:00-12:00
Bijlage 4 – Extra parkeerplaatsen Dorrestein In onderstaande afbeeldingen zijn de in totaal 2 extra te realiseren parkeerplaatsen weergegeven aan de Dorrestein )bron: Gemeente Zuidplas)
Afbeelding B4.1 2 extra parkeerplaatsen – bovenaanzicht
Afbeelding B4.2 2 extra parkeerplaatsen – zijaanzicht
Pagina 9 van 9
Bijlage 4 Overzicht bestaande situatie (voormalige Rabobank) en nieuwe situatie De Twee Gebroeders Bestaande situatie
Nieuwe situatie
Bestaande situatie ingezoomd: Nieuwe situatie Ingezoomd:
= contouren nieuwe gebouw De Twee Gebroeders
Bijlage 5 Overzicht eigendomssituatie De Twee gebroeders Bestaande situatie: Rood gearceerd is gemeentelijk eigendom
Nieuwe situatie – oranje gearceerd (= contouren gebouw) wordt eigendom J-A-DR (Stebru)
Bijlage 6
NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN EN WIJZIGING Bestemmingsplan en omgevingsvergunning ″De Twee Gebroeders”, Nieuwerkerk aan den IJssel
GEMEENTE ZUIDPLAS 4 november 2020
Inhoud 1. INLEIDING ..................................................................................................................................................................................................................................... 5 2.
NOTA VAN BEANTWOORDING ................................................................................................................................................................................................. 6
2.1 Reacties ingediende zienswijzen.................................................................................................................................................................................................. 6 R1 – Particulier .................................................................................................................................................................................................................................. 6 R2 – Particulier ................................................................................................................................................................................................................................ 10 R3 – Particulier ................................................................................................................................................................................................................................ 14 R4 – Univé rechtshulp namens een particulier ...............................................................................................................................................................................
15 R5 – Univé rechtshulp namens een particulier ............................................................................................................................................................................... 21 R6 – Particulier ................................................................................................................................................................................................................................ 25 R7 – Particulier ................................................................................................................................................................................................................................ 26 R8 – Particulier ................................................................................................................................................................................................................................ 27 R9 – Particulier ................................................................................................................................................................................................................................
28 R10 – Stichting Achmea Rechtsbijstand namens een particulier .................................................................................................................................................... 28 R10 - Zienswijze gericht op de omgevingsvergunning .................................................................................................................................................................... 34 R11– Stichting Achmea Rechtsbijstand namens een particulier ..................................................................................................................................................... 38 R11 - Zienswijze gericht op de omgevingsvergunning .................................................................................................................................................................... 42 R12– Moree Gelderblom advocaten namens een particulier ......................................................................................................................................................... 45 R12 - Zienswijze gericht op de omgevingsvergunning ....................................................................................................................................................................
46 R13 - initiatiefgroep ......................................................................................................................................................................................................................... 49 R13 - Zienswijze gericht op de omgevingsvergunning .................................................................................................................................................................... 59 R14 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 66 2
R15 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 69 R16 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 71 R17 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 73 R18 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 74 R19 – Particulier ..............................................................................................................................................................................................................................
75 R20 – SRK rechtsbijstand namens een particulier ........................................................................................................................................................................... 77 R21 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 80 R21 - Zienswijze gericht op de omgevingsvergunning .................................................................................................................................................................... 82 R22 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 86 R23 – Particulier ..............................................................................................................................................................................................................................
87 R24 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 88 R25 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 89 R26 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 90 R27 – Dentons Europe LLP namens Plus supermarkt...................................................................................................................................................................... 91 R28 – Particulier ..............................................................................................................................................................................................................................
94 R29 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 95 R30 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 95 R31 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 96 R32 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 98 R33 – Particulier .............................................................................................................................................................................................................................. 99 3.
NOTA VAN WIJZIGING ........................................................................................................................................................................................................... 100
4.
Bijlagen .................................................................................................................................................................................................................................. 105 3
Memo’s...................................................................................................................................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
4
1. INLEIDING Formele vereisten Ten aanzien van de ingediende zienswijzen wordt in artikel 3:16 lid 3, juncto 6:9 (en 6:10) Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald welke zienswijzen tijdig zijn ingediend. Artikel 6:9 Awb regelt, dat een bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Deze regels over bezwaar/ en beroepschriften zijn van overeenkomstige toepassing op zienswijzen.
In het kader van de vaststellingsprocedure hebben het ontwerp van het bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning “De Twee Gebroeders”, Nieuwerkerk aan den IJssel, vanaf donderdag 19 september 2019 tot en met woensdag 30 oktober 2019 ter inzage gelegen in het raadhuis, via www.ruimtelijkeplannen.nl (alleen bestemmingsplan), via de website van de gemeente Zuidplas en de website van de Omgevingsdienst Midden-Holland. Gedurende deze inzageperiode kon een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen indienen. Deze Nota bevat de samenvattingen van de op het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning ‘De Twee Gebroeders’, Nieuwerkerk aan den IJssel, ingediende zienswijzen en de reacties op die zienswijzen. In hoofdstuk 2 is de inhoud van de zienswijzen en de reactie van gemeentewege hierop opgenomen.
Tegen het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning zijn 33 zienswijzen ingediend. Ontvankelijk De zienswijzen met de nummers R1 tot en met R33 zijn voor het einde van de ter inzage termijn binnengekomen en zijn daardoor tijdig ingediend en derhalve ontvankelijk. Zienswijze R34 is op 20 november 2019 ontvangen en daarmee buiten de termijn binnengekomen en is daarmee niet ontvankelijk. Zienswijze R34 is ingediend door de winkeliers waarbij ook de supermarkt Plus medeondertekenaar is. De supermarkt Plus heeft zelf wel een tijdige zienswijze ingediend (R27) en voor de beantwoording daarvan wordt verwezen naar R27.
Per reclamant zijn opgenomen - Nummer zienswijze van de reclamant - Datum van indiening en datum van ontvangst - Samenvatting van de zienswijze (om de zienswijze te kunnen onderscheiden heeft elke (deel)reactie een nummer gekregen) - Reactie van gemeentewege - Conclusie waarin per zienswijze is aangegeven of deze leidt tot wijziging van het bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning. Onderdelen van de ingediende zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd, zijn wel bij de beoordeling betrokken. De zienswijzen zijn dus geheel beoordeeld.
5
2. NOTA VAN BEANTWOORDING 2.1 Reacties ingediende zienswijzen Nummer R1 – Particulier 1.
Nummer gemeente E19.003665
VERKORTE WEERGAVE REACTIE
In de huidige situatie kijk ik over het gebouw van de Rabobank heen. In de nieuwe situatie wordt het pand echter hoger, waardoor mijn vrije uitzicht wordt belemmerd. Dit geldt ook voor de open lichtinval, zonneschijn, die dan beduidend minder zal worden. Ook vervalt hiermee mijn privacy, omdat er op korte afstand appartementen gerealiseerd worden waardoor ik inkijk zal krijgen.
Datum indiening 9 oktober 2019
Datum binnenkomst gemeente 10 oktober 2019
REACTIE VAN GEMEENTE
Dorrestein is een typische wederopbouw wijk waar de stempelverkaveling nog grotendeels intact is. De invulling van deze stempels kenmerkt zich door bouwblokken variërend in hoogte en type. De invulling bestaat overwegend uit rijwoningen van twee lagen plus kap. Aan de Jan Anne Beijerinkstraat, een belangrijke ader door de wijk, zijn gebouwen te vinden met meer massa en hoogte zoals Zorgcomplex Meander, Winkelcentrum Dorrestein en een aantal wederopbouw appartementen van 3 tot 4 lagen hoog. Het winkelcentrum vormt echter het hart van de wijk wat af te lezen is aan de hoogte van in totaal 6 lagen en de grote footprint ervan. Aan deze ader ligt ook de locatie van de voormalige Rabobank. Deze locatie heeft lange tijd geen functie vervuld. Vanuit de zoektocht naar mogelijkheden om aan deze locatie een passende invulling te kunnen geven, is er bij het ontwerp voor De Twee Gebroeders rekening gehouden met de opbouw, hoogtes, en vormentaal in de wijk en de directe omgeving. Omdat het Winkelcentrum Dorrestein het hart van de wijk vormt en direct naast de te ontwikkelen locatie ligt, moet dit ook wat hoogte en massa betreft tot uiting blijven komen. Uitgangspunt daarin is dat de nieuwbouw lager moet zijn dan de bouwhoogte van het winkelcentrum. Hier is aan voldaan. De verschijningsvorm van het nieuwe gebouw draagt bij aan de herkenbare wederopbouw identiteit van Dorrestein.
De invulling van de voormalige locatie Dorrestein heeft een typische stempelverkaveling. Het gebouw heeft een gedrukte plint met afwijkende functie, een flauwe kap, relatief gesloten kopgevels en transparante voorgevels. De verschijningsvorm sluit goed aan bij de wijk en de massa is afgestemd op de bestaande omgeving, waardoor het plan aan alle stedenbouwkundige voorwaarden voldoet. Bij de planvorming is derhalve rekening gehouden met hoe het beoogde gebouw in de bestaande omgeving past. Er zijn destijds voor dit plan ook stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld. Deze stedenbouwkundige randvoorwaarden worden toegevoegd aan het bestemmingsplan (dit document wordt als bijlage 9 bij het bestemmingsplan gevoegd). In de huidige situatie staan er niet of nauwelijks bomen in de openbare ruimte rondom de voormalige Rabobank. In het meest recente inrichtingsplan dat er is voor de herontwikkeling van deze locatie, is er veel aandacht besteed aan het toepassen van het groen. Het aantal bomen in de openbare ruimte rondom de locatie neemt aanzienlijk toe. Zo worden er aan de J.A. Beijerinkstraat 4 bomen gerealiseerd en aan de Dorrestein zijde komen in de toekomstige situatie 5 bomen. De nieuwe boomstructuur levert in kwaliteit, massaliteit (kroonprojectie bomen) en wateropname een grotere bijdrage aan klimaat adaptatie (hittestress etc.) dan de bestaande lage groenvakken met heesters.
6
De J.A. Beijerinkstraat zal door het nieuwe inrichtingsplan in plaats van dwarsparkeerplaatsen een andere indeling krijgen. Ter plaatse van de oude entree van de Rabobank, worden er langsparkeerplaatsen gerealiseerd waardoor er meer ruimte ontstaat voor groen en de beleving van de straat. De kwaliteit van deze straat wordt daardoor verbeterd. Ook is in het plan rekening gehouden met de unieke uitstraling van de Prins Alexanderpad. De structuur en indeling van de bomen blijft gelijk. Ter plaatse van de Van der Meulenpad zal vanwege de bereikbaarheid van de parkeerplaatsen ruimte gemaakt worden. Gezien de vragen in de zienswijzen is er opnieuw gekeken naar het inrichtingsplan. Daarom is er gekozen om rondom het gebouw extra lage begroeiing aan te planten zodat de mogelijke ruimtes voor groen benut wordt (zie memo 3 bij het bestemmingsplan). Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat er geen recht is op blijvend vrij uitzicht. Hiervoor kan onder andere worden verwezen naar de uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:242. Dat geldt te meer in een stedelijke omgeving, waarin ook voorheen al was voorzien in een bouwvlak. Het enkele feit dat reclamant aan uitzicht inboet, maakt dus niet dat het plan geen doorgang kan vinden.
Na afweging van alle belangen is de conclusie dat de belangen die gediend zijn met de beoogde ontwikkeling zwaarder wegen dan de belangen van reclamant en aan de belangen van bezwaarmaker geen onevenredige afbreuk wordt gedaan. Er is een bezonningstudie uitgevoerd (bijlage 8 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Er zijn geen wettelijke normen en eisen met betrekking tot de bezonning. Dat neemt niet weg dat in het kader van een bestemmingsplan een afweging dient plaats te vinden van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen, waaronder het belang van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (ABRS 4 maart 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH4613, r.o. 2.7.3). Bij deze belangenafweging hoeft echter geen doorslaggevende betekenis toe te worden gekend aan het antwoord op de vraag of wordt voldaan aan bepaalde door TNO opgestelde normen voor bezonning, maar is de uitkomst van deze belangenafweging afhankelijk van de omstandigheden van het geval (ABRS 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2204, r.o. 5.1). In dit geval is getoetst aan de lichte TNO-norm. De lichte TNO-norm is een gebruikelijke methode om de bezonning van woningen in een stedelijk gebied te beoordelen. In een stedelijke omgeving kunnen minder hoge eisen aan de bezonning worden gesteld en moet er mee rekening worden gehouden dat bebouwing van invloed kan zijn op de bezonning.
Om die reden is de lichte TNO-norm toegepast in plaats van de ‘strengere’ zware TNO-norm. Er wordt voldaan aan de lichte TNO-norm als de zon minimaal 2 uur per dag op het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van de woonkamer valt, gedurende de periode 19 februari t/m 21 oktober. Uit deze bezonningsstudie blijkt dat de bezonning voor de omliggende gebouwen, waarbij rekening is gehouden met hetgeen wat het nieuwe bestemmingsplan planologisch maximaal mogelijk maakt, voldoet aan de lichte TNOnorm (met als enige uitzondering op 19 februari voor gebouw 2). Echter voldoet het ontwerp van het bouwplan wél volledig aan de lichte TNO-norm. Om beide situaties passend te maken, wordt de verbeelding van het bestemmingsplan aangepast aan de maatvoering van het ontwerp. Dit betekent dat met dit nieuwe bestemmingsplan geen onaanvaardbare inbreuk ontstaat op het woon- en leefklimaat van reclamant. De verbeelding van het bestemmingsplan wordt aangepast op de ontwerp-omgevingsvergunning. Dit betekent o.a. dat de bouwhoogte verlaagd wordt van 16 naar 14 meter. In verband hiermee is op 9 december 2019 een nadere bezonningsstudie uitgevoerd. De conclusie van dit onderzoek luidt als volgt.
7
‘De optredende effecten op de bezonning op de omliggende woningen van het nieuwe ontwerp kunnen worden getoetst aan de hand van de lichte TNO-normen voor bezonning. De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam. De bezonningsuren van de omliggende woningen voldoen aan deze norm. De daglichttoetreding van de omliggende woningen wordt niet verminderd indien er schaduwwerking optreed[t] op omliggende panden door het nieuwbouwplan. De daglichttoetreding en schaduwwerking hebben geen relatie tot elkaar. Een woning ontvangt immers wel daglicht op het moment dat deze schaduw ontvangt. Gelet op de omvang en hoogte van de toekomstige bebouwing in combinatie met de afstand van die bebouwing tot de omliggende woningen zal er geen sprake zijn van een onaanvaardbare beperking van de lichtinval bij deze omliggende woningen in vergelijking tot de bestaande situatie en is een voldoende daglichttoetreding gewaarborgd.’ Bij bovenstaande nemen wij (wellicht ten overvloede) in aanmerking dat in een stedelijke omgeving andere eisen mogen worden gesteld aan lichtinval en bezonning dan in een minder bebouwde omgeving (ABRS 2 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3328). Alle belangen afwegende zijn wij van oordeel dat voldaan wordt aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
In het kader van artikel 3.1 Wro spelen privaatrechtelijke aspecten in beginsel geen rol, aangezien deze in beginsel zijn voorbehouden aan de burgerlijke rechter. Dit kan echter anders zijn indien sprake is van een zogenoemde evidente privaatrechtelijke belemmering. In dit geval is dan het burgerlijk recht onder meer artikel 5:50, eerste lid, BW van belang. Op grond van dit artikellid is het, tenzij de eigenaar van het naburige erf daartoe toestemming heeft gegeven, niet geoorloofd om binnen twee meter van de grenslijn van dit erf vensters of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover deze uitzicht geven op dit erf. Aangezien de afstand tussen de woning van reclamant en het toekomstige gebouw ruim 17 meter is (inclusief uitstekende balkons), is hier geen sprake van een evident privaatrechtelijke belemmering. Dit neemt niet weg dat reclamant als gevolg van de beoogde bebouwing minder privacy kan ervaren. De inbreuk op de privacy achten wij evenwel, gezien de afstand tussen de woning van reclamant en het beoogde gebouw, aanvaardbaar en niet onevenredig in verhouding tot de met het bouwplan te dienen doelen. Gelet op de afstand tussen de twee gebouwen, is ook sprake van voldoende daglichttoetreding in de woning van bezwaarmaker.
2.
Door een vermeerdering van het aantal inwoners rondom het project, wordt de parkeergelegenheid voor de huidige aantal inwoners, en bezoekers van de winkels c.q. horeca minder. Ook de bezoekers van het toekomstige zorgcentrum zullen vele parkeerplaatsen gaan innemen. Er is steekproefsgewijs een toetsing gedaan maar de ervaring wijst uit dat regelmatig de parkeerplekken rondom het gebouw van de Rabobank bezet zijn en ik mijn auto niet in de nabije omgeving van mijn woning kwijt kan. Dit parkeerprobleem wordt mijn inziens alleen maar groter.
Om ontwikkelingen mogelijk te maken, ontkomt men er niet aan dat inkijkmogelijkheden toe kunnen nemen. Echter is de gemeente van mening dat dit marginaal is, aangezien in de huidige situatie al inkijkmogelijkheden zijn en een bepaalde mate van inkijk gebruikelijk is een bebouwde omgeving zoals Nieuwerkerk aan den IJssel. Uitgangspunt is dat parkeren bij nieuwe ontwikkelingen in beginsel op eigen terrein plaatsvindt. Het oplossen van de parkeerbehoefte als gevolg van het onderhavige plan op de projectlocatie is ruimtelijk niet inpasbaar, althans leidt in dat geval tot onevenredige kosten. Daarom is gezocht naar een alternatieve oplossing. Op 27 november 2019 heeft de raad de Nota Parkeernormen 2019 vastgesteld. In het onderhavige geval is het overgangsrecht van toepassing (artikel 2.2 van de nieuwe parkeernota). Het parkeerrapport van De Twee Gebroeders is gebaseerd op de Parkeernota Zuidplas 2013, omdat de bouwplannen reeds zijn afgestemd op dit beleid en er contractuele afspraken zijn over het parkeren tussen de gemeente en de initiatiefnemer.
8
Op grond van het vigerend parkeerbeleid kan van de parkeernormen geheel of gedeeltelijk worden afgeweken, indien het resultaat van de parkeerbalans een overschot aan beschikbare parkeerplaatsen is. In de nieuwe situatie worden 12 nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan heeft SPARK B.V. een parkeerdrukonderzoek en een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Mede naar aanleiding van ingediende zienswijzen is nader onderzoek gedaan door SPARK B.V. Deze onderzoeken zijn als bijlage gevoegd bij het bestemmingsplan (bijlagen 6 en 7). Bij het onderzoek is uitgegaan van het gemeentelijke parkeerbeleid met daarbij als ‘vuistregel’ een acceptabele (maximale) loopafstand van 100 meter. Op donderdag 31 mei 2018, zaterdag 2 juni 2018 en zaterdag 16 maart 2019 zijn door onderzoeksbureau Trajan capaciteits- en parkeerdrukmetingen uitgevoerd in de directe omgeving van de projectlocatie. Het is belangrijk om te meten op een moment waarop er zo weinig mogelijk verstorende factoren zijn: evenementen, vakanties, weersomstandigheden, en dergelijke. Als een meting wordt uitgevoerd op een moment met zo weinig mogelijk verstorende factoren is de representativiteit hoog: werkenden zijn op normale tijden thuis, er is weinig bandbreedte in het aantal bezoekers op een koopavond, etc.
De momenten die zijn gemeten, zijn vastgelegd in het CROW als maatgevende momenten. Uitschieters of vreemde uitkomsten zijn niet waargenomen. De uitkomsten voldoen aan de normale bandbreedten en verwachtingspatronen. Het feit dat de verschillende uitgevoerde zaterdagochtendmetingen slechts 2 procent van elkaar verschillen toont mede aan dat dit het geval is geweest. De metingen hebben plaatsgevonden buiten de schoolvakanties en zijn gelet op het voorgaande representatief. Op verzoek van de commissie Ruimtelijke Plannen zijn er nieuwe parkeeronderzoeken uitgevoerd. Dit is gebeurd in januari, maart, juni en september 2020. Hiervan is het grootste deel niet representatief. De onderzoeken in juni en september vielen midden in de corona-crisis en zijn daarom niet representatief. Het onderzoek van maart viel voor een deel binnen de corona-crisis en is daarom ook niet representatief. Het deel van het onderzoek in maart dat buiten de corona-crisis viel, dus voor 12 maart 2020 (voor de toespraak van de minister president), is wel meegenomen in de beoordeling. Voor wat betreft het onderzoek van januari hebben de Initiatiefgroep en een vertegenwoordiging van de Plus en winkeliers Dorrestein in het overleg van 22 januari 2020 aan de Gemeente Zuidplas aangegeven dat men een parkeerdrukmeting in januari niet als representatief beschouwt.
Dit zou volgens de Initiatiefgroep en de vertegenwoordiging van de Plus en winkeliers Dorrestein ook blijken uit de omzetcijfers van de winkeliers. Het onderzoek uit januari is daarom op hun verzoek buiten beschouwing gelaten. In bijlage 15 zijn de aanvullende onderzoeken nader verklaard.
3.
Mede door de hoogte van het gebouw en de bovengenoemde ongemakken die hier uit voortkomen vrees ik voor waardevermindering van mijn woning.
Uit het parkeeronderzoek blijkt dat er op de maatgevende momenten voldoende parkeerplaatsen in de omgeving beschikbaar zijn inclusief de parkeerbehoefte die voortkomt uit de toekomstige ontwikkeling bij het scenario huurwoningen. Bij het scenario koopwoningen is dat niet het geval. Daarom wordt in de regels vastgelegd dat er alleen huurwoningen worden toegestaan. Koopwoningen zijn alleen toegestaan als is aangetoond dat kan worden voldaan aan de in de toepasselijke 'Nota parkeernormen 2019' dan wel diens rechtsopvolger(s), gestelde voorwaarden. Met deze aanpassing kan er geconcludeerd worden dat hiermee wordt voldaan aan de Beleidsnota Parkeernormen Zuidplas. Alle belangen afwegende wordt eventuele planschade niet zodanig geacht dat dit ertoe zou moeten leiden dat het project niet kan worden uitgevoerd. Voor eventuele tegemoetkoming in planschade bestaat bovendien een afzonderlijke procedure met eigen rechtsbeschermingsmogelijkheden. Indien reclamanten van mening zijn dat
9
hun onroerende zaak minder waard wordt als gevolg van de planologische wijziging, dan kunnen zij ingevolge artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek tot een tegemoetkoming in planschade indienen. De planschadeprocedure staat los van de bestemmingsplanprocedure. Nadere informatie omtrent de planschadeprocedure is te vinden op de site van de gemeente, onder de button [in Zuidplas/bouwen/planschade]. 1. 2. 3.
De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
CONCLUSIE
Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn:
Regels : In de regels is vastgelegd dat alleen huurwoningen worden toegestaan. Toelichting: Aan de toelichting is bijlage 9 “stedenbouwkundige randvoorwaarden” toegevoegd.Bijlage 8 “bezonningsstudie” en bijlage 6 “parkeeronderzoek” van de toelichting zijn aangepast. Bijlage 15 is toegevoegd. Verbeelding: De verbeelding is aangepast op het werkelijk bouwplan.
Nummer R2 – Particulier 1.
2.
Nummer gemeente E19.003666
VERKORTE WEERGAVE REACTIE
Het huidige gebouw bestaat uit 2 lagen, terwijl het nieuwe gebouw zal bestaan uit 4 lagen. Dus 2 keer zo hoog. Bovendien zijn de buitenmaten aanzienlijk meer. T.o.v. het bestaande gebouw wordt het dus een hele kolos en zoals het ontwerp nu staat, wordt in veel tuinen aan het Prins Alexanderpad veel zon weggenomen en bovendien de privacy van ons en diverse aanwonenden verdwenen. Het plan zoals nu voorligt, heeft dus een grote impact op de omwonenden. Door de 42 appartementen moeten een nieuwe parkeergelegenheid worden gecreëerd. Hierin wordt voorzien middels nieuwe parkeergelegenheid aan het Burgemeester Van De Meulenpad. Dit is onwenselijk. Dit betekent voor de bewoners van de aangrenzende tuinen heel veel uitlaatgassen en extra fijn stof, terwijl dit gebied al een te hoge concentratie heeft gemeten. Bovendien betekent dit een hinderlijke geluidsoverlast. Ook gebruikt veel schooljeugd dit pad onderweg naar school dan wel naar huis. Om in de nauwe ingang parkeerplaatsen te creëren is dus om meerdere redenen onwenselijk. Ik woon ruim 10 jaar en de gedane meting van de parkeerplaatsen is wel heel optimistisch.
Datum indiening 7 oktober 2019 Zie beantwoording bij R1.1
Datum binnenkomst gemeente 10 oktober 2019
REACTIE VAN GEMEENTE
Zie beantwoording bij R1.2 inzake het onderdeel parkeren. Vanuit de wetgeving worden nieuw te bouwen geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen beschermd tegen geluid van het wegverkeer, het spoor en industrie. Het bestemmingsplan maakt nieuwe woningen en een gezondheidscentrum mogelijk. Omdat dit nieuwe geluidsgevoelige functies zijn in het kader van de Wet geluidhinder is hiervoor dan ook akoestisch onderzoek uitgevoerd. Voor bestaande woningen bestaat geen toetsingskader vanuit de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting op deze woningen wordt alleen bepaald wanneer een nieuwe weg wordt aangelegd of wanneer sprake is van aanpassingen aan een bestaande weg. In dit plan is hier geen sprake van. Bovendien wordt bij het akoestisch onderzoek uitgegaan van een toekomstige prognose van de verkeersbelasting (nu tot 2030). Dit zijn vastgestelde rekenmethodes om geluidsbelasting van wegverkeerslawaai óók in de toekomst mee te kunnen nemen in de beoordeling voor aanvaardbaarheid van nieuwe woningen in het plangebied. Deze afweging heeft voor de bestaande woningen in het verleden reeds plaatsgevonden. De Wet geluidhinder (of andere regelgeving) voorziet niet in een nieuwe toetsing voor bestaande
10
woningen, ondanks het feit dat wij ons voor kunnen stellen dat de indieners hinder ondervinden van het huidige wegverkeerslawaai. Dit neemt niet weg dat beoordeeld is of ter plaatse van de bestaande woningen als gevolg van het bestemmingsplan sprake is van een goede ruimtelijke ordening c.q. een goed woon- en leefklimaat. De bevindingen van dit onderzoek zijn vastgelegd in een akoestisch rapport van 10 december 2019 (zie bijlage 13). De conclusie van dit rapport luidt als volgt. ‘Op grond van de berekende geluidsniveaus, rekening houdend met de aanwezige geluidwering van deze woningen en de gebruikelijk te hanteren binnenwaarden die niet worden overschreden kan worden gesteld dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.’ Gelet op het verrichte onderzoek zijn wij van oordeel dat geen sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat als gevolg van dit bestemmingsplan. Daarbij nemen wij in aanmerking dat sprake is van een stedelijk gebied, waarbij een zekere mate van hinder onderdeel is van de leefomgeving. In paragraaf 4.7 van de toelichting van het bestemmingsplan is het aspect luchtkwaliteit onderzocht. Het plan blijft onder de 3%-norm volgend uit het Besluit NIBM en de bijbehorende ministeriële Regeling NIBM. De definitie van 'niet in betekenende mate' is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (μg/m3).
Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling niet in betekenende waarde uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: • woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; • kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. In onderhavig geval is sprake van ontwikkeling van woningen en een gezondheidscentrum. Mede naar aanleiding van ingediende zienswijzen is besloten de functie ‘maatschappelijke dienstverlening’ te schrappen in de bestemming ‘Gemengde doeleinden’ (artikel 3 van het bestemmingsplan). Tevens is besloten de wijzigingsbevoegdheid te schrappen. Er is een stikstofberekening gemaakt door Peutz (deze wordt als bijlage 11 bij het bestemmingsplan gevoegd). Naar aanleiding van de PAS-uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is door Peutz nader onderzoek gedaan. De uitkomsten daarvan zijn vastgelegd in een rapport van 5 december 2019 (zie eveneens bijlage 11). Uit dit onderzoek volgt dat de stikstofemissie in de Natura 2000-gebieden voor de referentiesituatie lager is in de gebruiksfase dan in de aanleg- en bouwfase.
Tevens volgt uit het aanvullende onderzoek dat er geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie ter plaatse van voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de aanleg en het gebruik van de beoogde ontwikkeling. Hiermee vormt stikstofdepositie in het kader van de Wet natuurbescherming geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
11
3.
4.
Zoals aangegeven betekent 4 woonlagen dat voor veel uren per dag de zon is weggenomen. Door de ligging van de tuin hebben we al niet zoveel zonuren. Zoals Stebru heeft laten berekenen, betekent het dat wij in een groot deel van het jaar iets meer dan 2 uur zon in de tuin overhebben. Dat vind ik onacceptabel.
Zie beantwoording bij onderdeel R1.1
Nu kunnen de kinderen probleemloos in het Prins Alexanderpad spelen. Door de sterk toegenomen verkeersaanbod betekent het dat dit een stuk gevaarlijker is geworden.
Mede naar aanleiding van ingediende zienswijzen heeft Mobycon nader verkeersonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in een memo van 5 december 2019. De conclusie van dit memo luidt als volgt. ‘Uit dit memo blijkt dat op geen enkel wegvak sprake is van een doorstromingsknelpunt na de realisatie van de ontwikkeling. Daarmee concluderen we dat de toekomstige situatie door de realisatie van de zorgplint en woningen in Nieuwerkerk aan den IJssel acceptabel en verkeersveilig is. Indien verkeersdeelnemers zich niet aan de verkeersregels houden kan handhavend worden opgetreden. De huidige bestemming van het Prins Alexanderpad is verkeer en in de nieuwe situatie blijft deze bestemming verkeer. Alleen de inrichting wijzigt enigszins, wat uitvoering is van hetgeen is toegestaan in het huidige bestemmingplan en het nieuwe bestemmingsplan. Het Prins Alexanderpad maakt onderdeel uit van een 30 km/h gebied en is zodanig ingericht dat menging van verschillende verkeersdeelnemers op een veilige manier mogelijk is.
5.
Ik heb ons huis 10 jaar geleden gekocht toen er nog een Rabo was en geen sprake was van een nieuwbouwflat 2x zo hoog als de bestaande bouw. Ik voorzie dat de waarde maar ook mijn woongenot met dit nieuwe plan fors afneemt. Ik verzoek u dan ook rekening te houden met de belangen van uw bewoners.
Zie de beantwoording bij R1.3
6.
Er is voorzien dat er ook geheid moet worden. Kunt u de bewoners garanderen dat alle eventuele schade door het heien en de enorme bouwkraan zonder vertraging en jarenlange procedures worden vergoed? In veel gevallen wordt aansprakelijkheid beperkt door gebruikmaking van een relatief lege project BV.
De gemeenteraad is van mening dat (de aansprakelijkheid als gevolg van) uitvoeringswerkzaamheden niet vastgelegd moeten en kunnen worden in regels bij het bestemmingsplan, nu dit niet ziet op de ruimtelijke ordening, maar een uitvoeringsaspect is. De aannemer dient schade te voorkomen. In beginsel geldt dat de aannemer de schade die wordt geleden dient te vergoeden en moet voorkomen dat er schade wordt veroorzaakt. Aan een omgevingsvergunning kunnen in dat kader voorschriften worden verbonden. Daarnaast bevat het Bouwbesluit 2012 regels die van toepassing zijn in de uitvoeringsfase, waaronder regels met betrekking tot de bouwveiligheid. Voordat de bouwwerkzaamheden plaatsvinden, wordt er een gecertificeerd expertise bureau ingeschakeld door de aannemer om de risico’s ten aanzien van de (bouw)werkzaamheden, voor de omgeving in beeld te brengen. Daarop wordt een ‘plan van aanpak monitoring’ gemaakt, welke over het algemeen bestaat uit een buitenopname van de openbare ruimte en een binnen- en buitenopname van de belendende panden binnen een bepaalde straal van de werkzaamheden. Gedurende de bouwwerkzaamheden worden omwonenden en
12
geïnteresseerden door de bouwer voortdurend op de hoogte gehouden van de werkzaamheden middels informatiebulletins waar mensen zich voor in kunnen schrijven. Tevens worden bij deze nota documenten gevoegd met een voorlopig logistiek plan en bouwplaatsinrichting en een document waarin de bouwer garandeert binnen de wettelijke kaders te gaan bouwen (memo 5). Stebru is een gerenommeerd bouwbedrijf. Wij zien in redelijkheid geen aanleiding op voorhand te veronderstellen dat sprake is van een onaanvaardbaar risico bij de realisatie van het plan. Het opstellen van een bouwveiligheidsplan wordt als voorwaarde in de omgevingsvergunning opgenomen. 7
8
Het plan voorziet ook in het verplaatsen van een aantal bomen. Toen een paar jaar geleden een van de buren verzocht om een boom te verplaatsen, ivm makkelijker parkeren op eigen erf, is dit door de gemeente afgewezen. Het zou vreemd en van een grote willekeur getuigen als het verzoek wel wordt gehonoreerd als een projectontwikkelaar dit vraagt, maar een eigen bewoner niet. Als de plannen ongewijzigd doorgaan, is dit een aanmerkelijke verslechtering van het woongenoot en leefomgeving van de direct omwonenden. Alternatief: een veel kleiner en lager gebouw.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Het verplaatsen van de bomen is noodzakelijk om de benodigde parkeerplaatsen te kunnen realiseren. Er is geen sprake van willekeur. De in het verleden gemaakte afweging om de bomen, t.b.v. parkeren op eigen erf, niet te verplaatsen speelt geen rol in de ruimtelijke afweging van het planologisch mogelijk maken van het appartementengebouw “De Twee Gebroeders”. Realisatie van het bouwplan draagt bij aan een versterking van het woon- en leefklimaat van het gebied, omdat bestaande leegstand hiermee wordt opgelost. Een veel kleiner en lager gebouw draagt minder bij aan de oplossing van de grote vraag naar woningen en een gezondheidscentrum en vergroot het risico dat het plan financieel economisch niet haalbaar is. Wij erkennen dat omwonenden mogelijk een verminderde privacy of woon- en leefgenot zouden kunnen ervaren als gevolg van het plan, maar zijn na afweging van alle belangen van oordeel dat de gevolgen voor omwonenden niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Het plan draagt bij aan de doelstellingen genoemd in de Woonvisie, Structuurvisie Zuidplas 2030 en de grote vraag naar woningen.
CONCLUSIE
Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn:
Toelichting: bijlage 9 “stedenbouwkundige randvoorwaarden”, bijlage 10 “verkeersonderzoek” en bijlage 11 “stikstofdepositie” zijn toegevoegd. Bijlage 8 “bezonningsstudie”, bijlage 6 “parkeeronderzoek” en bijlage 13 “akoestisch onderzoek” zijn aangepast. Bijlage 15 is toegevoegd. Regels: De functie “maatschappelijke dienstverlening” is uit artikel 3 van de regels van het bestemmingsplan. Ook is de wijzigingsbevoegdheid naar kantoren uit de regels van het bestemmingsplan gehaald. In de regels is vastgelegd dat alleen huurwoningen worden toegestaan Verbeelding: De verbeelding is aangepast op het werkelijk bouwplan.
13
Nummer R3 – Particulier 1.
2.
Nummer gemeente E19.003667
VERKORTE WEERGAVE REACTIE
Parkeergelegenheid. Te weinig. Het lijkt goed berekend, maar bezoekers zorgcentrum, visites, bezoekers winkels, bewoners, het gaat problemen geven. enorm gebouw. Te hoog. Voor woningen rondom, minder zon en licht, aankijken tegen muur, inkijk, uitzicht kwijt
Datum indiening 7 oktober 2019
Datum binnenkomst gemeente 10 oktober 2019
REACTIE VAN GEMEENTE
Zie voor de beantwoording van het aspect parkeren R1.2
Zie beantwoording bij R1.1
3.
Er wonen veel kleine kinderen op het Alexanderpad. Hoe is het met de veiligheid van buiten spelen, met betrekking tot verkeer en speelruimte.
Zie voor de beantwoording van het aspect verkeersveiligheid bij R2.4
4.
De groenvoorziening. Veel straat en steen. Er zou meer groen in het plan opgenomen moeten worden. Aanvullend hierop, het gebouw komt te dicht op de appartementen Dorrestein, wat de ruimtelijke sfeer van onze wijk niet ten goede komt.
Zie de beantwoording bij R1.1
1. 2. 3. 4.
De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
CONCLUSIE
Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn:
Toelichting: bijlage 9 “stedenbouwkundige randvoorwaarden” en bijlage 10 “verkeersonderzoek” zijn toegevoegd. Bijlage 8 “bezonningsstudie” en bijlage 6 “parkeeronderzoek” zijn aangepast. Bijlage 15 is toegevoegd. Regels: In de regels is vastgelegd dat alleen huurwoningen worden toegestaan Verbeelding: De verbeelding is aangepast op het werkelijk bouwplan.
Nummer
Nummer gemeente
Datum indiening
14
Datum binnenkomst gemeente
R4 – Univé rechtshulp namens een particulier 1.
2
3.
E19.003475
VERKORTE WEERGAVE REACTIE
Cliënten vrezen er voor dat de voorgestane bouw zal leiden tot een ernstige vermindering van het woon- en leefgenot. Zij menen dat hiervoor te weinig aandacht is geweest binnen de ruimtelijke onderbouwing en stellen dat alleen daarom al sprake is van een onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd besluit. Cliënten wijzen hier specifiek op de ernstige vermindering van zonlicht, het afnemen van de privacy en het ontstaan van verkeer- en parkeeroverlast. In het navolgende zal dit nader worden uitgewerkt.
Het bestemmingsplan biedt meer mogelijkheden dan noodzakelijk en ruimtelijk gewenst is. Het planologische kader is ruimer dan het bouwplan waar de vergunning voor verleend gaat worden. In de onderbouwing wordt uitgegaan van 42 appartementen, terwijl het bestemmingsplan er 56 toelaat. Met parkeren moet rekening gehouden worden met 56 appartementen en niet 42. Verder mag er geen rekening gehouden worden met het soort appartementen, omdat het bestemmingsplan geen onderscheid maakt tussen huur, koop en prijsklasse. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de bezonningsstudie. Die gaat uit van het bouwplan terwijl het bestemmingsplan ruimtelijk beschouwd meer mogelijkheden biedt door opname van een groter bouwvlak en een hogere maximale bouwhoogte. Dit maakt dat de ruimtelijke onderbouwing op dit moment niet kan dienen als zorgvuldige onderbouwing van het ter inzage liggende ontwerpbestemmingsplan.
Het plan is te massaal, 4 bouwlagen met op de hoeken vier massale koppen met balkons waarbij het gebouw aan de voorzijde doorloopt tot aan vrijwel de huidige parkeerplaatsen. Dit plan doet afbreuk aan hun woon- en leefomgeving. Eerst was er een bescheiden bankgebouw, waar het rustig was en waar in het weekend geen activiteiten waren, wonen zij straks naast een gezondheidscentrum met veel meer activiteiten en met heel veel woningen er boven. Deze woningen hebben bovendien
17 oktober 2019
REACTIE VAN GEMEENTE
18 oktober 2019
Wij erkennen dat omwonenden mogelijk een verminderde privacy of woon- een leefgenot zouden kunnen ervaren als gevolg van het plan, maar zijn van mening dat de gevolgen voor omwonenden niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Het plan draagt bij aan de doelstellingen genoemd in de Woonvisie, Structuurvisie Zuidplas 2030 en de grote vraag naar woningen. Wat betreft het parkeren en zonlicht verwijzen wij naar eerdere beantwoording hierop in R1 en R2. De gemeente is van mening dat vanuit stedenbouwkundige oogpunten het gebouw op de juiste locatie wordt gevestigd. Daarnaast is deze centrumlocatie geschikt voor het gezondheidscentrum en appartementen vanwege de aanwezigheid van de naastgelegen voorzieningen van het winkelcentrum Dorrestein. De ontwikkeling komt de ruimtelijke kwaliteit en sfeer in de wijk ten goede, aangezien er nu een leegstaand kantoorpand op de locatie gevestigd is. Door de levendige plint en verschillende entreezones zal de beleving van het openbaar gebied sterk worden verbeterd. Ook is er rekening gehouden met de entree van de gezondheidscentrum, die gericht is naar de entree van het winkelcentrum. Dit biedt voor burgers een logische route. De procedure van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning worden met de coördinatieregeling uitgevoerd.
Het planologische kader kan ruimer zijn dan de omgevingsvergunning die eventueel verleend gaat worden. Het is vaste jurisprudentie dat de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan bestemmingen moet aanwijzen en regels moet geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen (ABRS 27 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4009). De verbeelding wordt aangepast op het werkelijke bouwplan. Het bestemmingsplan laat inderdaad meer appartementen toe dan er naar verwachting gebouwd gaan worden. Het bestemmingsplan zal daarom aangepast worden op dit onderdeel. In de regels wordt 56 appartementen aangepast naar 42 appartementen. Het bestemmingsplan maakt inderdaad geen onderscheid in koop, huur en prijsklasse Er wordt daarom in de regels vastgelegd dat alleen huurwoningen zijn toegestaan. Er wordt ook een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor koopwoningen opgenomen met de voorwaarde dat er moet worden voldaan aan het dan geldende parkeernormenbeleid.. Er is door SPARK B.V. aanvullend parkeeronderzoek gedaan waarbij is uitgegaan van de maximaal planologische variant met huurwoningen . De parkeeronderzoeken zijn bijgevoegd als bijlage 6 en 7. Zie verder de beantwoording bij onderdeel R1.2. Zie voor de beantwoording van het aspect bezonning R1.1.
Zie voor de beantwoording inzake de woon- en leefomgeving R.1.1 Zie voor de beantwoording van het aspect geluid als gevolg van verkeer en parkeren R2.2 Het geluid afkomstig van bewoners hoeft niet getoetst te worden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Er is immers geen sprake van een inrichting. Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening is hier geen
15
directe inkijk in het woning en tuin. Dat leidt tot het volledig verdwijnen van privacy, wat niet meegenomen is in de besluitvorming. Deze appartementen zijn zeer dichtbij en hoog, waardoor cliënten ook geluidsoverlast zullen ervaren. Ook dit aspect heeft geen aandacht gekregen.
4.
5.
Het Van der Meulenpad wordt een rijweg met parkeerplaatsen. Hieronder ziet u een foto van het voetpad dat pal naast de buitenmuur van de buren van cliënten op nummer 29 ligt, het Burgemeester van der Meulenpad. Op dit voetpad ontsluit de brandgang die de achtertuin van cliënten ontsluit. Cliënten wijzen er op dat op grond van uw plannen dit voetpad wordt gewijzigd in openbare weg waaraan in totaal 18 parkeerplaatsen zullen komen te liggen. Cliënten stellen vast dat hierdoor een onveilige situatie ontstaat doordat de brandgang dan ontsluit op een doorgaande weg die onoverzichtelijk is door de aanwezige parkeerplaatsen. Een zeer ongewenste en gevaarlijke situatie voor onder andere fietsende, schoolgaande kinderen. Bovendien heeft dit negatieve gevolgen heeft voor de woon- en leefomgeving doordat er een toename is van geluidsoverlast, stankoverlast en er extra vervuiling door fijnstof, hetgeen weer schadelijk is voor de gezondheid.
Het nu al aanwezige tekort aan parkeerplaatsen groeit. De J.A. Beijerinkstraat is voor een plaats als Nieuwerkerk aan de IJssel nu al aan te merken als een drukke straat. Regionale bussen gaan door de straat, de bevoorrading van de vrachtauto's voor de winkelcentra komen door deze straat en de parkeerdruk is nu al enorm door de nabijheid van winkelcentrum Dorrestein en te weinig parkeerplaatsen in de Kleine Vinkstraat en Alexanderlaan. Cliënten kunnen in de avond regelmatig de auto niet voor de deur kwijt. Er zijn aan de zijde van cliënten parkeerhavens voor de woningen. Tussen die havens worden nu vaak auto's geparkeerd terwijl dit formeel geen parkeerplaatsen zijn. Er is in de huidige situatie dus reeds een parkeerprobleem. Bovendien worden de laatste jaren met regelmaat spiegels van geparkeerde auto's geraakt omdat het simpelweg te druk is in dit deel van de Beijerinkstraat. In het ontwerpbestemmingsplan is, zoals hiervoor aangegeven, het Burgemeester van der Meulenpad gewijzigd van een voetpad naar een rijweg om zo tegen de zijgevel van het gezondheidscentrum, 18 parkeerplaatsen bereikbaar te
toetsingskader voorhanden. Immers worden woningen (en geen bedrijven) nabij woningen gerealiseerd. Het is niet uit te sluiten dat er een keer rumoer is op een galerij. Echter een galerij is een verkeersruimte waar mensen in algemene zin slechts kort verblijven. Bij een balkon is het verblijf langduriger, maar hierbij geldt hetzelfde als bij aangrenzende tuinen. Als een buur zich niet netjes gedraagt, kan overlast optreden. Niettemin zijn wij van oordeel dat op voorhand geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Daarbij nemen wij in aanmerking dat sprake is van stedelijk gebied, waarbij een zekere mate van hinder onderdeel is van de leefomgeving. Bij overlast is artikel 37 van Boek 5 BW van toepassing. Wanneer er mogelijk sprake is van onrechtmatige hinder, zal op dit artikel een beroep kunnen worden gedaan. Het artikel bepaalt namelijk: ‘De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun. Alles afwegende zijn wij van oordeel dat het plan in overeenstemming is met de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
De huidige bestemming van het Burgemeester van der Meulenpad is verkeer en in de nieuwe situatie blijft deze bestemming verkeer. Alleen de inrichting wijzigt enigszins, wat uitvoering is van hetgeen is toegestaan in het huidige bestemmingsplan en het nieuwe bestemmingsplan. Het Burgemeester van der Meulenpad maakt onderdeel uit van een 30 km/h gebied en is zodanig ingericht dat menging van verschillende verkeersdeelnemers op een veilige manier mogelijk is. Het Burgemeester Van der Meulenpad verandert niet van een voetpad in een openbare weg. Het pad heeft thans een erfachtige inrichting met een afsluiting voor doorgaand autoverkeer ter hoogte van de brandgang achter de woningen Prins Alexanderpad 2-10 en J.A. Beijerinkstraat 23-29. Het pad is niet aangeduid als voetpad en is openbaar toegankelijk waarmee het ook een openbare weg is. Het pad is derhalve al een openbare weg. Zie voor de beantwoording van het aspect geluid R2.2 Zie voor de beantwoording inzake fijnstof R2.2 Zie voor de beantwoording van het aspect verkeer R2.4 Zie beantwoording R1.2 en onder 4. Bij de voorbereiding van het plan is onderzoek gedaan naar de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid. Mede op basis van dat onderzoek zijn wij van oordeel dat het plan niet leidt tot onevenredige verkeers- en/of parkeeroverlast.