Bijlage 6 Herstelbesluit Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1–Waterstructuurplan A24.002081
Tekst van het document
Deels uit de Ringvaart
bos bedrijventerreinen
ringvaart
regulier: gemaal Zuidplas bij calamiteiten: via Vijfde tocht naar gemaal Abraham Kroes (zoals huidige situatie)
Afbeelding 6.2 Waterstandsvariatie
Relatie met ontwatering In bovenstaande afbeelding is de peilfluctuatie schematisch weergegeven, inclusief het droogvallen van delen van het watersysteem (links). Behalve dat het watersysteem zorgt voor waterberging heeft het ook een
63 | 68
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03
functie voor de ontwatering (beheersing van grondwaterstanden). Daarvoor is het gunstig dat een vertakt watersysteem bestaat met droogvallende greppels en sloten. Deze dragen bij aan de ontwatering. In een later stadium zal de ontwatering verder uitgewerkt moeten worden. Dan kan het nodig blijken om via cunetdrainage de grondwaterstanden te beheersen voor delen van het plangebied die verder van het watersysteem afliggen. Koning Willem I Bos en bedrijventerreinen Het advies is om het huidige waterpeil te hanteren, en waar mogelijk te verhogen. Een verhoging van het waterpeil komt ten goede aan het GEP in dit gebied. Hierbij zijn de uitgangspunten dat het maaiveld in dit gebied niet wordt opgehoogd, en er rekening moet worden gehouden met de belangrijkste infrastructuur die hier aanwezig is. De definitieve inrichting van dit gebied (welk type bos) is nog niet duidelijk. De optimalisatie van het watersysteem worden gezamenlijk uitgewerkt met de verdere ruimtelijke uitwerking van dit gebied. In hydrologisch afgesloten delen van het bosgebied zijn kansen om variantie in waterpeilen toe te staan om ook dit deel klimaatrobuust in te richten. Voor de bedrijventerreinen wordt aangesloten op de bestaande waterpeilen met uitzondering van de uitbreiding van het Gouwe Park (Gouwe Park II).
Hier zal worden een geringe peilverlaging worden toegepast om aan te sluiten op het bestaande bedrijventerrein.
6.3
Discussie
Hoewel met dit onderzoek een goed inzicht is verkregen in mogelijke effecten, zijn er ook een aantal zaken waarover een meer nauwkeurig beeld gevormd kan worden als er meer gegevens beschikbaar zijn. De onzekerheden zijn als volgt: - de nutriëntenbelasting van de kwel en de kwelflux. Zowel de hoeveelheden kwel als de kwaliteit zijn nu ingeschat. Door metingen van de kwaliteit en bij de systeemanalyse nader in te zoomen op de geohydrologie kan in de nadere uitwerking een betere inschatting worden gemaakt; - de afvoer van het noordwestelijk gebied. Het is op dit moment niet mogelijk de exacte afvoerflux in te schatten op basis van de gegevens die beschikbaar zijn. De afvoerflux is in het onderzoek overschat, waar de kwaliteit gedeeltelijk is onderschat. Een debietmeting en kwaliteitsmeting van de inlaat in de Vierde Tocht op de plangrens, helpt om de resultaten te valideren. Echter, is de verwachting dat de strekking van de uitkomsten niet anders zijn; - de invloed van bestaande bodems op de belasting via uitspoeling is gebaseerd op landelijke kentallen. Per situatie kunnen echter verschillen optreden afhankelijk van de bodemsamenstelling en (historisch) grondgebruik. Dit werkt ook in de toekomst door naar de waterkwaliteit.
Beter inzicht hierin is nodig om de belasting door uitspoeling nauwkeuriger mee te nemen, te bepalen of maatregelen gewenst zijn en welke maatregelen dan nodig zijn maatregelen; - afwenteling naar Derde Tocht, extra nutriëntenbelasting. Het effect van de extra nutriëntenbelasting is niet bekeken in dit onderzoek. Het advies is om de Derde Tocht te isoleren van de aangrenzende gebieden om verspreiding van de nutriëntenbelasting te voorkomen.
6.4
Routekaart naar het toekomstig watersysteem
Watersysteemanalyse Voor de verdere uitwerking van de waterhuishouding wordt aanbevolen om het volgende te onderzoeken: - kwelonderzoek. Het advies is om de kwelhoogte en kwaliteit van de kwel nader te onderzoeken. De peilbuisonderzoeken zijn reeds uitgezet. Het advies is om de komende jaren continu te meten om goed inzicht te krijgen in het verloop en de fluctuatie in de kwel en kwaliteit. Met deze inzichten kan worden bekeken in hoeverre de kwelflux bijdraagt aan de externe nutriëntenbelasting in het plangebied; - voor de delen die niet opgehoogd worden: onderzoek naar de uitspoeling van onverhard gebied en de invloed daarvan op de waterkwaliteit; - nadere uitwerking van dit waterstructuurplan in een watersysteemanalyse om inzicht in de werking van het toekomstige systeem te verbeteren en daarmee in de toekomst waterhuishoudkundige maatregelen
64 | 68
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03
-
-
(zowel kwantiteit als kwaliteit) beter te kunnen afwegen. In deze watersysteemanalyse worden ook andere relevante Ecologische Sleutel factoren meegenomen. In de watersysteemanalyse is de waterkwaliteit nadrukkelijk een aandachtspunt. Door ingrepen in het watersysteem veranderen grondwaterstromingspatronen en stijghoogten. Dit zal gevolgen hebben voor het optreden van kwel in en rond het plangebied; in zicht verkrijgen in de benodigde verwerving van gronden voor verbreding Derde Tocht en de mogelijkheid daarvoor; afstemming over de inpassing van de buisleidingstraat in de inrichtingsplannen rondom de Vierde Tocht, met de leidingbeheerders ter plaatse van de buisleidingenstraat (zoals Gasunie) en de beheerders van de buisleidingenstraat zelf; het effect van het verkleinen van het huidige afvoergebied op afvoergemaal Bierhoogt op de benodigde afvoercapaciteit voor de incidentele afvoer vanuit het noordwestelijk gebied; HHSK is van plan in de tweede helft van 2023 een watersysteemanalyse voor de gehele Zuidplaspolder uit te voeren. Aanbevolen wordt om daarin niet alleen naar de huidige situatie te kijken maar ook het effect van ruimtelijke ontwikkelingen op korte en langere termijn mee te nemen. Er is een trend naar een meer zelfvoorzienende en robuuste watersysteem.
Door deze aanvullende slag wordt duidelijk op welke wijze ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het oplossen van de huidige knelpunten in het waterbeheer. Het waterstructuurplan voor het Middengebied geeft al aan welke bijdrage dit project levert aan een robuuster watersysteem. De watersysteemanalyse voor de gehele polder kan ook de basis zijn voor een verfijnde watersysteemanalyse voor het Middengebied waarin dan direct de interacties met andere delen van de polder worden meegenomen. Deze systeemanalyse toetst het voorliggende structuurplan en zal mogelijk input zijn voor project overstijgende maatregelen.
Nadere uitwerking De hiervoor genoemde onderzoeken vormen de basis voor op te stellen inrichtingsplannen voor het gebied, inclusief ontwerp van de waterhuishouding. Specifiek voor het Koning Willem I Bos geldt dat inzicht in het type bos en de gebruiksintensiteit (betreedbaarheid) nodig zijn om de waterhuishouding uit te werken. Deze informatie is namelijk van belang in verband met de te realiseren drooglegging en ontwatering. Daarnaast is inzicht in de fasering nodig om te weten op welk moment welke waterhuishoudkundige voorzieningen nodig zijn. Met deze planning kan worden gezorgd voor tijdige start van de voorbereiding. Fasering Gezien de fasering van de nieuwbouwlocatie (fase 1, zie ook hoofdstuk 5 en afbeelding 5.2) en de huidige gebruiksfuncties van percelen is het advies om niet te wachten totdat het mogelijk is in één keer de eindsituatie te realiseren, maar in stappen te komen tot de gewenste eindsituatie van het watersysteem. Hierbij is het uitgangspunt dat in iedere fase het watersysteem klimaatrobuust is. De eerste stap is fase 1 van de gebiedsontwikkeling. Dit is weergegeven in bijlage V en aangegeven met onderdeel fase 1. Het waterpeil in de Vierde Tocht wordt in deze fase nog niet opgehoogd, en het gemaal niet verplaatst. Het peil van het te ontwikkelen gebied in fase 1 ter plaatse van de Watertuinen en het Dorp wordt wel opgehoogd.
Het advies is om een ringsloot aan te leggen langs de randweg om het te ontwikkelen gebied af te wateren via de Vierde Tocht achter het huidige gemaal. Wanneer de gebiedsontwikkeling is gevorderd komt het tijdstip om het waterpeil in de Vierde Tocht te verhogen, waarbij het Dorp en de Watertuinen afwatert op de Vierde Tocht aan de oostgrens van het plangebied. Op dat moment zullen ook: - het gemaal verplaatst moeten zijn; - de nieuwe afvoerroute voor de afwatering van het westelijk agrarisch gebied gereed moeten zijn.
65 | 68
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03
7 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN Conclusie In dit waterstructuurplan is een analyse gemaakt over de bepalende ontwerpkeuzes voor de waterstructuur. Verschillende varianten zijn onderzocht voor de hoogte van het waterpeil en de afvoerroute van het noordwestelijk gebied. De varianten zijn een weergave van enerzijds de voorkeuren vanuit de gemeente Zuidplas en anderzijds de voorkeuren vanuit het hoogheemraadschap HHSK. Uit de uitwerking van dit waterstructuurplan blijkt dat de gebiedsontwikkeling kan zorgen voor de instelling van een robuuster watersysteem. Concreet blijkt dit uit de volgende punten: - de geplande ophogingen in het gebied zorgen dat de gemaakte afspraken over waterveiligheid worden behaald (afspraak: minimaal vloerpeil is NAP -4,45 m); - de ophoging maakt het tevens mogelijk waterstanden te verhogen en daarmee de kwel terug te dringen; - het terugdringen van de kwel biedt ook de mogelijkheid de waterkwaliteit in het gebied te verbeteren (en de goede waterkwaliteit in Groene Waterparel te behouden); - in de plannen wordt het aantal peilgebieden sterk teruggebracht en daarmee wordt de ongewenste versnippering van het watersysteem opgeheven; - door invoering van een flexibel peilbeheer neemt de afhankelijkheid van inlaat water af.
Dit draagt bij aan een robuust en veerkrachtig watersysteem; - in de plannen is rekening gehouden met inpassing van bestaande bebouwing en infrastructuur; - door de plannen wordt het gebied dat op gemaal Bierhoogt afwatert verkleind. Daarmee wordt dit gemaal ontlast; - tenslotte is bij toetsing van de plannen op structuurplanniveau gebleken dat het Middengebied (Dorp en De Watertuinen en het Energielandschap) kunnen voorzien in de benodigde waterberging (200 mm) gedurende een situatie met een maalstop van 48 uur. Daarmee biedt de gebiedsontwikkeling de kans om een versnipperd en kwetsbaar watersysteem om te vormen naar een klimaatrobuust en toekomstgericht watersysteem. De varianten voor de afvoerroute van het westelijk agrarisch gebied en de hoogte van de waterpeilen in het Energielandschap, de Vierde Tocht en de Watertuinen en het Dorp, zijn met elkaar vergeleken. De varianten zijn beoordeeld op de factoren: waterkwaliteit, waterkwantiteit, inpassing bestaande infrastructuur en bebouwing, flexibiliteit, toekomstrobuustheid, fasering en financiële haalbaarheid. Op basis van deze elementen is een advies tot stand gekomen voor de wenselijke waterstructuur voor het Vijfde Dorp.
Op basis van dit onderzoek is het advies voor de waterstructuur (eindsituatie): - het waterpeil te verhogen naar een streefwaterpeil van NAP -6,10/-5,60 m ter plaatse van de Watertuinen en het Kreekdorp; - het waterpeil te verhogen in de Vierde Tocht en het Energielandschap naar NAP -6,45/-5,95 m, om rekening te houden met de buisleidingenstraat; - invoeren van flexibel peilbeheer in de te ontwikkelen gebied (Kreekdorp, Watertuinen, Energielandschap) Daarbij zoveel mogelijk inzetten op een peilfluctuatie van 50 cm en waar in de uitwerking blijkt dat dit niet mogelijk is, minimaal een peilfluctuatie van 30 cm te hanteren; - de afvoer vanuit het noordwestelijk gebied om het Kreekdorp heen te leiden gedeeltelijk langs de Watertuinen en het Kreekdorp, en via de Derde Tocht geïsoleerd af te voeren naar het gemaal Abraham Kroes; Indien in de uitwerking blijkt dat dit niet mogelijk is, kan afvoer op de Vierde Tocht worden
66 | 68
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03
-
overwogen. Voor de waterkwaliteit in de Vierde Tocht en het Energielandschap wordt dan aanbevolen de afvoer vanuit Kreekdorp en Watertuinen aan de zuidoostzijde aan te sluiten op de Vierde Tocht; het waterpeil in delen (makkelijk te isoleren) van het Koning Willem I Bos waar mogelijk te verhogen en daar dan ook een flexibel peilbeheer in te stellen. Dit is afhankelijk van de drooglegging (zonder op te hogen) en de inpassing van de bestaande infrastructuur.
Het advies is om stapsgewijs te komen tot de eindsituatie. Dit maakt het ook mogelijk om de eindsituatie te herijken op een later tijdstip, als meer gegevens beschikbaar zijn: - over de mogelijkheden tot werving van benodigde gronden voor aanpassingen buiten de eigendomssituatie; - de nutriëntenbelasting van de kwel. De ontwerpkeuzes voor het waterpeil en de afvoerroute (in fasering) vormen de basis voor de integrale uitwerking van het waterhuishoudingsplan. Advies vervolgacties en onderzoek Het advies is om de volgende vervolgacties en onderzoeken uit te voeren: - afstemming met beheerders van de buisleidingenstraat om vast te leggen wat er exact mogelijk is bij het aanpassen van waterpeilen langs de buisleidingenstraat en welke aanpassingen eventueel nodig zijn om de voorgestelde waterpeilen van NAP -6,45/-5,95 m hier in te stellen; - onderzoek naar de kwaliteit van het diepe grondwater in de peilbuizen van de grondwatermonitoring dat in gang is gezet door de gemeente Zuidplas; - tot nu toe is alleen productiviteit/belasting van het watersysteem meegenomen. Aanbevolen wordt om bij de ruimtelijke inrichting rekening te houden met alle relevante ecologische sleutelfactoren.
Dit geldt zowel voor de nadere uitwerking in de watersysteemanalyse als het opstellen van inrichtings- en beheerplannen; - opstellen van een diepgaande watersysteemanalyse, zoals in gepland door HHSK, waarin alle toekomstige gebiedsontwikkelingen en de afname van de belasting van gemaal Bierhoogt zijn meegenomen om daarmee meer in detail uitspraken te doen over het hydrologisch functioneren en de waterkwaliteit van het toekomstig watersysteem en dit waterstructuurplan daarmee meer in detail in te vullen; - in de uitwerking van de plannen van de eerste deelgebieden de ambitie formuleren om flexibel peilbeheer met 50 cm variatie toe te passen en in het ontwerp te onderzoeken in hoeverre dit ingepast kan worden; - bij de afstroming van hemelwater waar mogelijk filtering (wadi, bermfiltratie) mee te nemen ondanks dat er geen harde getallen zijn om het effect daarvan op de waterkwaliteit te onderbouwen; - in de toekomst ook de samenhang met de omgeving mee te nemen, onder andere door het effect van de extra nutriëntenbelasting op de Groene Schakel en/of de Derde Tocht te onderzoeken bij omleiding van de afvoer uit het noordwestelijk gebied.
67 | 68
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03
8 REFERENTIES 1
KuiperCompagnons en Gemeente Zuidplas, 2021. Masterplan Middengebied Zuidplaspolder: Een nieuw Dorp in een vernieuwend landschap. 2 Witteveen+Bos 2022, Advisering water en bodem voor het stedenbouwkundig casco Middengebied Zuidplaspolder - 127814/22-002.407. 3 Gemeente Zuidplas 2023, Waterhuishoudkundige inrichting Middengebied met Koning Willem I Bos Casco-plan, d.d. 30 maart 2023. 4 Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard 2023, Memo ruimtelijke ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (het Vijfde Dorp e.o.): uitgangspunten en redeneerlijnen, d.d. 04 mei 2023. 5 STOWA, 2023. Ecologische sleutelfactoren voor stromende wateren. Geraadpleegd via https://www.stowa.nl/onderwerpen/waterkwaliteit/ecologische-krw-doelen/stromend-water-esf op 21 juni 2023. 6 Ministerie Infrastructuur en Waterstaat, 2022, Kamerbrief ‘Water en Bodem sturend’. 7 Artikel Dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’. Geraadpleegd via https://www.gasunie.nl/omgevingsloket/voor-de-overheid/ruimtelijke-ordening/gasleiding op 6 juli 2023. 8 Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard en Royal HaskoningDHV, Factsheet waterlichaam Zuidplaspolder Zuid. 9 Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard, 2023. Waterkwaliteit Vijfde Dorp en noodzaak omleggen Vierde Tocht - interne memo 2023.05902. 10 Diggelen, van J.M.H. et al, 2020.
Uniek verschijnsel in de Groene Waterparel: Katteklei in de bodem leidt tot vegetaties van Oeverkruid-klasse in boerensloten.
68 | 68
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03
Bijlage(n)
I BIJLAGE: HUIDIG WATERSYSTEEM EN PRAKTIJKPEILEN
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Bijlage I | Concept 03
II BIJLAGE: BUISLEIDINGENSTRAAT
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Bijlage II | Concept 03
III BIJLAGE: AANVULLENDE ANALYSES WATER- EN STOFFENBALANS
Afbeelding III.1 Externe nutriëntenbelasting Vijfde Dorp met betere kwaliteit afstromend hemelwater
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Bijlage III | Concept 03
Afbeelding III.2 Externe nutriëntenbelasting Energielandschap met betere kwaliteit afstromend hemelwater (variant 1)
Afbeelding III.3 Externe nutriëntenbelasting Energielandschap met betere kwaliteit afstromend hemelwater (variant 2)
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Bijlage III | Concept 03
IV BIJLAGE: FACTSHEETS GEP HUIDIGE SITUATIE ZUIDPLASPOLDER
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Bijlage IV | Concept 03
V BIJLAGE: SCHETSONTWERP WATERSYSTEEM MET DOORSNEDES
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Bijlage V | Concept 03
VI BIJLAGE: ADVIES WATERSTRUCTUUR (AFBEELDING VI.1)
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Bijlage VI | Concept 03
Afbeelding VI.1
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Bijlage VI | Concept 03
Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Bijlage VI | Concept 03
www.witteveenbos.com