CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Herstelbesluit Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1–Waterstructuurplan A24.002081

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Herstelbesluit Bestemmingsplan Middengebied21.003 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Waterstructuurplan Middengebied Zuidplaspolder Waterstructuurplan Middengebied Zuidplaspolder

Gemeente Zuidplas 21 september 2023

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur Voorzitter werksessies

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Waterstructuurplan Middengebied Zuidplaspolder Gemeente Zuidplas

Waterstructuurplan Middengebied Zuidplaspolder Definitief 03 21 september 2023 136828/23-015.003

136828 Ir. J.D. Klein Ing. M.T. Marshall Mtech Ir. T.H. van Wee

K. van Lienden MSc, I.A.J. Nederlof MSc Ir. J.D. Klein, J.J. Mandemakers MSc Ir. J.D. Klein

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Koningin Julianaplein 10, 12e etage Postbus 85948 2508 CP Den Haag +31 (0)70 370 07 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Afbeelding voorpagina: KuiperCompagnons, 2021 [ref. 1]

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING

5

1

INLEIDING

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Op weg naar een beter watersysteem

9

1.3

Doel en scope waterstructuurplan

10

1.4

Leeswijzer

14

2

METHODE VARIANTENSTUDIE WATERSTRUCTUUR

16

2.1

Aanpak

16

2.2

De varianten

18

2.3

Analyse

24

2.4

Gehanteerde uitgangspunten

26

2.4.1

Varianten

26

2.5

Invoerparameters

28

3

RESULTATEN VARIANTENSTUDIE

32

3.1

Water- en stoffenbalans

32

3.1.1 3.1.2 3.1.3

32 41 46

3.2

Waterkwantiteit Waterkwaliteit - fosfor Waterkwaliteit - chloride

Beoordelingsmatrix

47

3.2.1

51

Vergelijking varianten

4

TOETSING WATERBERGING (OP STRUCTUURPLAN NIVEAU)

55

5

VOORUITBLIK FASERING

57

6

ADVIES WATERSTRUCTUUR

60

6.1

Eindbeeld

60

6.2

Waterpeilen

61

6.3

Discussie

64

6.4

Routekaart naar het toekomstig watersysteem

64

7

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

66

8

REFERENTIES

68

Laatste pagina

68

Bijlage(n)

Aantal pagina's

I

Huidig watersysteem en praktijkpeilen

1

II

Buisleidingenstraat

1

III

Aanvullende analyses water- en stoffenbalans

2

IV

Factsheets GEP huidige situatie Zuidplaspolder

3

V

Schetsontwerp watersysteem met doorsnedes

6

VI

Advies waterstructuur (afbeelding VI.1)

1

SAMENVATTING Waterstructuurplan Middengebied Zuidplaspolder Voor de uitwerking van de plannen voor het Middengebied Zuidplaspolder is een Waterstructuurplan opgesteld. Dit waterstructuurplan met afweging van verschillende varianten is opgesteld ten behoeve van de MER en het bestemmingsplan. Complexe opgave Het ontwerpen van een toekomstgericht en robuust watersysteem is de opgave voor het opstellen van de waterstructuur voor het Middengebied Zuidplaspolder en met name het Vijfde Dorp daarbinnen. De opgave is complex. Dit heeft te maken met meerdere factoren, waaronder: - het huidige watersysteem is erg complex door het versnipperde watersysteem met een groot aantal peilvakken (meer dan 50) en een grote hoeveelheid kunstwerken die de peilvakken aan elkaar verbindt; - de geografische eigenschappen van het gebied.

Het Middengebied heeft de laagste maaiveldniveaus in de Zuidplaspolder; - door het lage waterpeil in de huidige watergangen treedt er nutriëntrijke kwel op, met nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit; - de aanwezigheid van ‘de Groene waterparel’ met bijzondere ecologische eigenschappen; - de aanwezigheid van een buisleidingenstraat, deze schept randvoorwaarden voor de inrichting van de 4e tocht; - de omvang van het planvoornemen met 8.000 woningen en diverse andere functies (energieproductie en -transport, agrarisch, bedrijvigheid, natuur) die in het gebied een plaats moeten krijgen; - klimaatverandering. Een grote hoeveelheid woningen bouw je voor de lange termijn. Dit betekent dat er ook rekening moet worden gehouden met veranderende omstandigheden op de lange termijn, zoals toenemende droogte, wateroverlast en mogelijk overstromingen. Gebiedsontwikkeling als kans Hoewel het een complexe opgave is om het huidige watersysteem te transformeren naar een toekomstbestendig watersysteem, biedt de gebiedsontwikkeling juist een grote kans om dit mogelijk te maken. Indien er geen ingrepen worden gedaan in het huidige watersysteem, brengt het veranderend klimaat nadelige gevolgen met zich mee voor het Middengebied, met verhoogde waterveiligheid risico’s, wateroverlast, en schade door droogte.

De kans die de gebiedsontwikkeling met zich mee brengt om het watersysteem robuust te maken, wordt dan ook met beide handen aangegrepen door de gemeente Zuidplas en het hoogheemraadschap.

5 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Definitief 03

Afbeelding 1 Middengebied

Bij de uitwerking en vergelijking van de varianten is gekeken naar aspecten als waterkwaliteit, terugdringen van kwel, het aanleggen van een robuuster watersysteem met minder peilvakken, voldoende waterberging, behoefte aan waterinlaat en de inpassing van het watersysteem bij bestaande infrastructuur (onder andere wegen en de buisleidingenstraat) en bebouwing. Voorkeursvariant waterstructuur Uit de uitwerking en vergelijking van de varianten blijkt dat de doelstellingen met betrekking tot waterkwaliteit, terugdringen van de kwel, reduceren van het aantal peilvakken en het realiseren van voldoende waterberging - ook bij een tijdelijke maalstop - kunnen worden gerealiseerd. De voorkeursvariant is weergegeven in afbeelding 2.

Op basis van dit onderzoek is het advies voor de waterstructuur (eindsituatie): - het waterpeil te verhogen naar een flexibel streefwaterpeil tussen NAP -6,10 m en NAP -5,60 m ter plaatse van de Watertuinen en het Kreekdorp; - het waterpeil te verhogen in de Vierde Tocht en het Energielandschap naar NAP -6,45/-5,95 m, om rekening te houden met de buisleidingenstraat; - invoeren van flexibel peilbeheer in de te ontwikkelen gebied (Kreekdorp, Watertuinen, Energielandschap) Daarbij zoveel mogelijk inzetten op een peilfluctuatie van 50 cm en waar in de uitwerking blijkt dat dit niet mogelijk is, minimaal een peilfluctuatie van 30 cm te hanteren; - de afvoer vanuit het noordwestelijk gebied om het Kreekdorp heen te leiden gedeeltelijk langs de Watertuinen en het Kreekdorp, en via de Derde Tocht geïsoleerd af te voeren naar het gemaal Abraham Kroes; Indien in de uitwerking blijkt dat dit niet mogelijk is, kan afvoer op de Vierde Tocht worden overwogen. Voor de waterkwaliteit in de Vierde Tocht en het Energielandschap wordt dan aanbevolen de afvoer vanuit Kreekdorp en Watertuinen aan de zuidoostzijde aan te sluiten op de Vierde Tocht; - het waterpeil in delen (makkelijk te isoleren) van het Koning Willem I Bos waar mogelijk te verhogen en daar dan ook een flexibel peilbeheer in te stellen.

Dit is afhankelijk van de drooglegging (zonder op te hogen) en de inpassing van de bestaande infrastructuur.

6 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Definitief 03

Deze waterstructuur kan pas worden gerealiseerd nadat een groot deel van het Kreekdorp en de Watertuinen zijn gerealiseerd en het grondgebruik in het grootste deel van het gebied is gewijzigd. Voor de eerste periode wordt aanbevolen om het waterpeil in de Vierde Tocht te handhaven maar bij de eerst te ontwikkelen delen wel direct de toekomstige waterpeilen in te stellen. Op de locaties waar deze gebieden afwateren op de Vierde Tocht zal dan een stuw nodig zijn.

Afbeelding 2 Eindsituatie waterhuishouding (voorkeursvariant)

Advies vervolgacties Het waterstructuurplan is een stap in de uitwerking van de waterhuishouding van het Middengebied. In de uitwerking van dit waterstructuurplan was het nodig om op verschillende punten aannames te doen. Voor een vervolguitwerking van de waterhuishouding wordt daarom aanvullend onderzoek en verdere detaillering van de waterhuishouding aanbevolen: - afstemming met beheerders van de buisleidingenstraat om vast te leggen wat er exact mogelijk is bij het aanpassen van waterpeilen langs de buisleidingenstraat en welke aanpassingen eventueel nodig zijn om de voorgestelde waterpeilen van NAP -6,45/-5,95 m hier in te stellen; - onderzoek naar de kwaliteit van het diepe grondwater in de peilbuizen van de grondwatermonitoring dat in gang is gezet door de gemeente Zuidplas; - bij de uitwerking van de ruimtelijke inrichting rekening te houden met alle relevante ecologische sleutelfactoren. Dit geldt zowel voor de nadere uitwerking in de watersysteemanalyse als het opstellen van inrichtings- en beheerplannen; - opstellen van een diepgaande watersysteemanalyse, zoals in gepland door HHSK, waarin alle toekomstige gebiedsontwikkelingen en de afname van de belasting van gemaal Bierhoogt zijn meegenomen om daarmee meer in detail uitspraken te doen over het hydrologisch functioneren en de

7 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Definitief 03

-

-

waterkwaliteit van het toekomstig watersysteem en dit waterstructuurplan daarmee meer in detail in te vullen; in de uitwerking van de plannen van de eerste deelgebieden de ambitie formuleren om flexibel peilbeheer met 50 cm variatie toe te passen en in het ontwerp te onderzoeken in hoeverre dit ingepast kan worden; bij de afstroming van hemelwater waar mogelijk filtering (wadi, bermfiltratie) mee te nemen ondanks dat er geen harde getallen zijn om het effect daarvan op de waterkwaliteit te onderbouwen; in de toekomst ook de samenhang met de omgeving mee te nemen, onder andere door het effect van de extra nutriëntenbelasting op de Groene Schakel of de Derde Tocht te onderzoeken bij omleiding van de afvoer uit het noordwestelijk gebied.

8 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Definitief 03

1 INLEIDING

1.1

Aanleiding

Gebiedsontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder De gemeente Zuidplas is bezig met de gebiedsontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder. De opgave bestaat uit de bouw van 8.000 woningen in de Zuidplas. Dit betekent een transitie van het huidige polderlandschap naar een nieuw dorp in een vernieuwend landschap. Bouwen in een diepe polder is een uitdaging voor het watersysteem maar biedt tevens de kans dit gebied robuust en toekomstgericht in te richten. In het Masterplan [ref. 1] wordt de ambitie dan ook uitgesproken om een klimaatadaptief dorp te realiseren. Het watersysteem speelt daarin een grote rol. Voor het watersysteem betekent dit een watersysteem dat veilig, veerkrachtig, schoon en natuurlijk is. Aandachtspunten zijn onder andere het robuust maken van de peilgebieden (minder peilgebieden), de waterkwaliteit in de watergangen en zorg te dragen voor voldoende waterberging (watercompensatie). Proces Om te komen tot een klimaatadaptief dorp, is de gemeente Zuidplas in nauwe afstemming met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), de hoeken van het speelveld aan het onderzoeken. Zowel de gemeente Zuidplas als HHSK hebben een aantal aandachtspunten om invulling te geven aan een klimaatadaptief dorp (zie ook [ref. 3] en [ref. 4]).

De grote opgave is hoe het watersysteem in te richten zodat deze klimaatrobuust is en tegelijkertijd past binnen de technische, maatschappelijke en financiële mogelijkheden van de woningbouwopgave in de Zuidplaspolder. Er hebben reeds diverse analyses plaatsgevonden. Op basis van het Masterplan is er een stedenbouwkundig casco bodem en water opgesteld [ref. 2]. De resultaten dienen als input voor de te beschouwen alternatieven in het MER en voor het bestemmingsplan. De volgende stap is het vaststellen van het bestemmingsplan. Daarvoor moet een waterhuishoudingsplan worden uitgewerkt. Dit gebeurt in twee stappen. Eerst wordt een waterstructuurplan voor het totale plangebied opgesteld. Deze dient als basis voor de ruimtelijke keuzes in het bestemmingsplan. De volgende stap is een nadere detaillering en uitwerking van het waterstructuurplan naar een integraal waterhuishoudingsplan voor gebiedsontwikkeling Middengebied Zuidplas. Tegelijkertijd is HHSK van plan om in de tweede helft van 2023te starten met een watersysteemanalyse voor de hele Zuidplaspolder.

1.2

Op weg naar een beter watersysteem

Complexe opgave Het ontwerpen van een toekomstgericht en robuust watersysteem is de opgave voor het opstellen van de waterstructuur voor het Vijfde Dorp. De opgave is echter complex. Dit heeft te maken met meerdere factoren, waaronder: - het huidige watersysteem is erg complex door het versnipperde watersysteem met een groot aantal peilvakken (meer dan 50) en een grote hoeveelheid kunstwerken die de peilvakken aan elkaar verbindt; - de geografische eigenschappen van het gebied. Het Middengebied heeft de laagste maaiveldniveaus in de Zuidplaspolder;

9 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

-

door het lage waterpeil in de huidige watergangen treedt er nutriëntrijke en ijzerrijke kwel op, met nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit; de aanwezigheid van ‘de Groene waterparel’ met bijzondere ecologische eigenschappen; de omvang van het planvoornemen met 8.000 woningen en diverse andere functies (energieproductie en -transport, agrarisch, bedrijvigheid, natuur) die in het gebied een plaats moeten krijgen; klimaatverandering. Een grote hoeveelheid woningen bouw je voor de lange termijn. Dit betekent dat er ook rekening moet worden gehouden met veranderende omstandigheden op de lange termijn, zoals toenemende droogte, wateroverlast en mogelijk overstromingen.

Gebiedsontwikkeling als kans Hoewel het een complexe opgave is om het huidige watersysteem te transformeren naar een toekomstbestendig watersysteem, biedt de gebiedsontwikkeling juist een grote kans om dit mogelijk te maken. Indien er geen ingrepen worden gedaan in het huidige watersysteem, brengt het veranderend klimaat nadelige gevolgen met zich mee voor het Middengebied, met verhoogde waterveiligheid risico’s, wateroverlast, en schade door droogte. De kans die de gebiedsontwikkeling met zich mee brengt om het watersysteem robuust te maken, wordt dan ook met beide handen aangegrepen door de gemeente Zuidplas en het hoogheemraadschap. Naar een beter watersysteem In het voortraject zijn al substantiële keuzes gemaakt met betrekking tot het watersysteem waardoor het watersysteem beter wordt dan wanneer er geen wijzigingen zouden worden gedaan aan het huidige watersysteem. Zo hebben er diverse onderzoeken plaatsgevonden naar het overstromingsrisico van het Middengebied Zuidplas. Hier is een minimaal te hanteren vloerpeil uit voortgekomen om de overstromingsrisico’s op de korte en lange termijn te beperken. Ook is het uitgangspunt om de grote hoeveelheid peilvakken drastisch te verminderen naar enkele peilvakken, wat de robuustheid van de polder bevorderd.

Ten slotte maakt de gebiedsontwikkeling het ook mogelijk om het waterpeil te verhogen, wat op korte en lange termijn de waterkwaliteit ten goede komt. Hoe hier invulling aan te geven komt aan bod in dit waterstructuurplan.

1.3

Doel en scope waterstructuurplan

Dit rapport bevat het advies voor de eerste stap van het waterhuishoudingsplan: het waterstructuurplan. Doelstelling De doelstelling van het waterstructuurplan is om te komen tot een waterstructuur met de bepalende ontwerpkeuzes voor een klimaatrobuust en tegelijkertijd haalbare inrichting van het Middengebied Zuidplas (ook wel Vijfde Dorp genoemd). De ontwerpkeuzes vormen de basis voor de integrale uitwerking van het waterhuishoudingsplan. Vastgestelde basisprincipes voor het toekomstig watersysteem In dit casco-plan zijn de volgende water gerelateerde basisprincipes vastgesteld: - waterveiligheid: de bouwniveaus zijn zodanig gekozen dat bij overstromingen vanuit externe systemen (Gouwe, Hollandse IJssel, Ringvaart) de veiligheid van inwoners is gegarandeerd; - droge voeten: de te onderscheiden gebieden hebben voldoende (interne) waterberging tegen het licht van NBW-normering inclusief klimaateffect 2070/2100. Peilstijgingen worden in het watersysteem opgevangen. De bestaande bebouwing en infrastructuur binnen het ontwikkelgebied behouden in beginsel de huidige drooglegging, afwatering en waar van toepassing de wateraanvoer. Per locatie wordt bepaald of aansluiting bij grotere peilvakken kan plaatsvinden.

In de diverse bouwfaseringen (bouwperiode van circa twintig jaren) wordt telkens beoordeeld of bestaande belangen kunnen worden opgenomen in de grotere watersystemen; - eigen broek ophouden: het watersysteem is dermate robuust dat het watersysteem buiten de ontwikkeling Vijfde Dorp niet extra wordt belast. Dus geen extra belasting, maar juist minder belasting van (hoofd)watergangen en de hoofdgemalen Zuidplas en Abraham Kroes; - natuurlijke veerkracht: het watersysteem anticipeert op neerslagoverschot en neerslagtekort door royale peilfluctuaties te accepteren. Dit levert ook een bijdrage aan de ontwikkeling van natuurvriendelijke

10 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

-

-

-

oevers, waterkwaliteit en biodiversiteit. De woongebieden hebben in aanvulling op en in plaats van regenwaterafvoerbuizen een haarvatensysteem van groene regenwaterafvoerstructuren. Deze vertraging in afvoer (met enige sponswerking in zomermaanden) geeft minder hydraulische belasting van het oppervlaktewatersysteem; goede waterkwaliteit: een gebiedstransformatie van het huidige systeem dat wordt gedomineerd door landbouwactiviteiten en voedselrijke kwel naar een meer regenwater gedomineerd systeem. Het plan voor met name het deel met als primaire functie ‘Wonen’ is een goede waterkwaliteit (biologisch en fysisch-chemisch). Daartoe wordt het waterpeil zodanig hoog ingesteld dat de huidige kwel vanuit het eerste watervoerend pakket wordt weggedrukt. Deze kwel is namelijk voedselrijk. Tezamen met het hoge ijzergehalte leidt dit thans tot overwegend matige waterkwaliteit (weinig zuurstof, beperkte doorzicht); robuustheid waterbeheersing: het aantal peilvakken/gebieden wordt drastisch verminderd. In de huidige situatie bestaat het bruto plangebied uit tientallen peilvakken met apart peilbeheer en dito wateraanvoer.

De gebiedsontwikkeling leidt tot het samenvoegen van peilvakken naar grotere peilgebieden en aanzienlijk minder peilregulerende kunstwerken; anticiperen op maalstop/calamiteit: het plan voorziet in extra waterberging (piekberging) binnen het ontwikkelgebied om te anticiperen op een situatie waarbij een maalstop geldt voor afvoer naar de Hollandse IJssel. Een dergelijke situatie kan zich voordoen als de stormvloedkering bij Krimpen a/d IJssel is gesloten en er 48 uur geen afvoer mag plaatsvinden.

Haalbaarheid De uitdaging van het waterstructuurplan is om de waterhuishouding uit te werken volgens bovenstaande kaders en tegelijkertijd haalbaar is. Voor de haalbaarheid zijn verschillende aspecten belangrijk: - financiële haalbaarheid: past de uitwerking binnen de grondexploitatie van de gebiedsontwikkeling en indien dit niet het geval is: is financiering op alternatieve wijze mogelijk? - impact van de wijzigingen op functies in de omgeving waarbij huidige bebouwing, agrarisch landgebruik en infrastructuur (wegen, Buisleidingenstraat) de belangrijkste zijn; - inpassing van gebieden waar de functie niet of nog niet verandert zoals bestaande lintbebouwing en delen van het agrarisch gebied (gebieden met conservering bestaande bestemmingen); - de tijdsplanning. De benodigde aanpassingen in het watersysteem mogen niet leiden tot vertraging in de gebiedsontwikkeling. Scope Waterstructuurplan Het plan voor het Vijfde Dorp kent verschillende deelgebieden met ieder zijn eigen karakter en ruimtelijke invulling (zie ook het Masterplan [ref. 1]). De deelgebieden die van belang zijn voor deze fase van de waterhuishouding zijn weergegeven in afbeelding 1.1 en tabel 1.1.

Tabel 1.1 Deelgebieden Middengebied Deelgebied

Primaire ruimtelijke functies/invulling

Toelichting

Kreekrugdorp (afgekort als ‘het Dorp’)

bebouwd gebied

focus waterstructuurplan

Watertuinen

bebouwd gebied met substantieel meer wateroppervlak dan in het Kreekrugdorp

focus waterstructuurplan

Energielandschap

energie (productie en transport), waterberging

focus waterstructuurplan

Groene Waterparel

polderlandschap met bijzonder goede waterkwaliteit en bijbehorende biodiversiteit

focus waterstructuurplan

Groene Schakel

buitengebied/ecologische zone

invulling in latere fase - buiten scope huidig waterstructuurplan

Bedrijventerreinen: Gouwepark II en Doelwijk II

bedrijventerrein

separate toelichting in waterstructuurplan

Koning Willem I Bos

bos, wonen, energie

separate toelichting in waterstructuurplan

11 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Afbeelding 1.1 Plangebied ontwikkeling Middengebied (bron: gemeente Zuidplas/A. de Wit)

Daarnaast zijn er diverse grote watergangen in het Middengebied Zuidplas aanwezig die een belangrijke afvoerende functie hebben in het watersysteem. Dit zijn de Vierde, Derde en Tweede Tocht. De huidige situatie van het watersysteem is in detail toegelicht in het stedenbouwkundig casco bodem en water [ref. 2]. Bepalende ontwerpkeuzes hoofdwaterstructuur Voor de waterstructuurkeuzes richten we ons in deze fase hoofdzakelijk op twee grote ontwerpkeuzes die invloed hebben op de mate van klimaatrobuustheid en waterkwaliteit in het Middengebied Zuidplas: - waterpeil in het Dorp, de Watertuinen en het Energielandschap; - afvoerroute van het gebied ten noorden van de A12, bestaande uit glastuinbouw, bedrijventerrein, wonen en agrarisch gebied (zie toelichting afvoer noordwestelijk gebied tekst box 1). Het waterpeil en de afvoerroute zijn bepalende ontwerpkeuzes omdat: - de hoogte van het waterpeil invloed heeft op de nutriëntrijke kwel, en daarmee op de waterkwaliteit; - de hoogte van het waterpeil invloed heeft op de waterkwantiteit: namelijk de benodigde aanvoer en de waterbergingscapaciteit; - de afvoer van het noordwestelijk gebied watert af door een nutriëntrijk gebied met afvoer van landbouw en glastuinbouw en stedelijk gebied. De veronderstelling is dat dit water belastend is voor de waterkwaliteit.

De vraag is in hoeverre dit effect heeft op de waterkwaliteit in het Middengebied Zuidplas; - er kan worden gestuurd in hoe het water afwatert en/of opgepompt moet worden. Hiermee kan met het oog op duurzaamheid rekening worden gehouden met het energieverbruik van het waterbeheer.

12 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Tekst box 1 Toelichting afvoer westelijk agrarisch gebied

Afvoer noordwestelijk gebied In de huidige situatie heeft de Vierde Tocht de functie als ‘noodafvoer’ van piekafvoer vanuit het gebied ten noordwesten van het Middengebied Zuidplas. Dit gebied kent als functies landbouw, glastuinbouw, wonen en bedrijventerrein. De afvoergebieden van het noordwestelijk gebied zijn weergegeven in afbeelding 1.2. In de huidige situatie voert het gebied weergegeven in donkerblauw af op gemaal Bierhoogt. Gedurende dagen met 15 mm neerslag of meer wordt het gemaal de Vierde Tocht ingeschakeld om het water te verwerken. Het oppervlak van dit gebied is circa 690 ha. In nog extremere situaties wordt ook water van de noordzijde van de Zuidplaspolder, omgeving Waddinxveen, afgevoerd richting de Vierde Tocht. Dit gebeurt in situaties waarin het gemaal Zuidplas onvoldoende capaciteit heeft. In afbeelding 1.2 is dit het lichtblauwe gebied, het afvoergebied van stuw Vierde Tocht (KST-157). Het oppervlak hiervan is circa 170 ha. Het is belangrijk voor de waterrobuustheid van de Zuidplaspolder dat deze afvoerfunctie op gepaste wijze wordt ingevuld in de waterstructuur. Hierbij moet rekening worden gehouden dat extreme situaties door klimaatverandering frequenter zullen optreden. Dat wil zeggen, rekening houden met de waterkwaliteit en voldoende afvoercapaciteit.

Aan de andere kant is het hierbij ook van belang te realiseren dat bij de ontwikkeling van de woningbouw circa 300 ha wordt afgekoppeld van het bemalingsgebied Bierhoogt. Dit water stroomt straks onder vrij verval richting het gemaal Abraham Kroes. Het gebied dat op gemaal Bierhoogt afwatert wordt in de toekomst dus kleiner Opmerking bij modelmatige benadering in de watersysteemanalyse De analyse van de afvoer uit het noordwestelijke gebied behoeft nadere toelichting over de inschatting van de afvoer en de waterkwaliteit. In de beschouwing van het watersysteem is de afvoer over stuw KST-157 als indicatie voor de afvoer gebruikt. Uit nadere analyse van het watersysteem blijkt dat dit een overschatting geeft, echter is de inschatting dat dit wel een goede indicatie geeft voor de orde grootte van afvoer- en belastinghoeveelheden. In de analyse zou het direct gebruiken van de huidige afvoeren van het gemaal Vierde Tocht leiden tot een dubbeltelling in de nutriëntenbelasting en dus een minder goede indicatie geven van de afvoer en belasting. Wat betreft de indicatie voor de waterkwaliteit geldt het volgende. In het gebied waar onder invloed van kwel de slechtste waterkwaliteit wordt verwacht, zijn geen metingen beschikbaar. De nu aangehouden gegevens geven daarom voor de waterkwaliteit een te positief beeld.

De totale vracht (debiet X concentratie) wordt gecorrigeerd door de grotere hoeveelheden water die zijn aangehouden. Een opgave voor de uit te voeren watersysteemanalyse in de volgende fase, is om deze component met de opgedane kennis beter in beeld te brengen.

13 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Afbeelding 1.2 Afvoergebieden noordwestelijk gebied - huidige situatie

Bedrijventerreinen In het waterstructuurplan wordt ook de toekomstige waterhuishouding van de te realiseren bedrijventerreinen meegenomen en het Koning Willem I Bos. De bedrijventerreinen zijn gelegen aan de oost- en noordoostzijde van het plangebied. Dit zijn Doelwijk II en Gouwe Park II. De beoogde veranderingen van de waterhuishouding in deze gebieden zijn op dit moment echter minder essentieel voor de voortgang van de planvorming.

1.4

Leeswijzer

Dit rapport is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen de gemeente Zuidplas, HHSK en Witteveen+Bos. Voorliggend structuurplan is de basis voor de verdere uitwerking van het watersysteem. In hoofdstuk 2 wordt de methode beschreven die is toegepast om inzicht te krijgen in de invloed van het waterpeil en de afvoerroute op het watersysteem en de afweging bij de keuzes die moeten worden gemaakt (welke afwegingscriteria worden toegepast?). Ook de verschillende varianten zijn hierin beschreven. De vergelijking van de varianten is opgenomen in hoofdstuk 3. De verdeling in de oppervlaktes water, verhard en onverhard terrein verschilt niet of nauwelijks tussen de varianten. De toetsing op beschikbare waterberging is daarom niet onderscheidend. In hoofdstuk 4 is een toetsing van de beschikbare waterberging op structuurplan niveau uitgevoerd. De ontwikkeling van het gebied zal een langere periode in beslag nemen. Met de informatie die nu bekend is, is in hoofdstuk 5 een eerste aanzet van de fasering opgenomen.

14 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

In hoofdstuk 6 is het advies toegelicht voor de waterstructuur van het toekomstig watersysteem. Dit betreft de advisering voor zowel de eindsituatie van het watersysteem, als de weg er naar toe. De conclusies en aanbevelingen van het waterstructuurplan zijn opgenomen in hoofdstuk 7.

15 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

2 METHODE VARIANTENSTUDIE WATERSTRUCTUUR

2.1

Aanpak

Het vertrekpunt De ontwikkeling van het Vijfde Dorp vraagt vanwege de waterhuishoudkundige situatie en de lage ligging een zorgvuldige planvorming. Door de lage ligging, nabij het laagste punt van Nederland zijn de veiligheid tegen overstroming en de kwel en de gevolgen daarvan voor de waterkwaliteit specifieke aandachtspunten. Daar bovenop komt het complexe watersysteem van de Zuidplaspolder met een groot aantal peilvakken en verschillende systemen voor de aan- en afvoer van water. Door deze situatie is woningbouw in de Zuidplaspolder regelmatig onderwerp in de landelijk media. De gemeente Zuidplas en HHSK herkennen de uitdagingen zoals beschreven in hoofdstuk 1 en de aandacht deze gebiedsontwikkeling heeft. Zowel de gemeente Zuidplas als het HHSK onderschrijven dat het Middengebied Zuidplas in de toekomst een klimaatbestendige inrichting moet krijgen met een gezond watersysteem. Dit betekent dat voor aspecten als waterveiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en gevoeligheid voor verdroging een grote vooruitgang ten opzichte van de huidige situatie moet worden bereikt. Daarmee wordt aangesloten op de principes ‘Water en bodem sturend’ zoals omgeschreven in de kamerbrief van 25 november 2022 [ref. 6].

Cruciale elementen in de plannen zijn: - het ophogen van de nieuw te bebouwen delen en kritische infrastructuur om de kwetsbaarheid bij overstroming te verminderen; Hiervoor is in het kader van waterveiligheid een vloerpeil voor de woningen van NAP -4,45 m overeengekomen; - het ophogen van terreinen maakt het tevens mogelijk om waterpeilen te verhogen. Dit is essentieel omdat voedselrijke kwel nu in grote delen van het plangebied leidt tot een slechte waterkwaliteit. Door de waterpeil verhoging wordt de kwel teruggedrongen en zijn er kansen voor een betere waterkwaliteit; - een robuust watersysteem met voldoende waterberging ook tijdens een eventuele maalstop. De waterberging wordt gevonden in een ruim bemeten watersysteem, droogvallende waterelementen zoals greppels en wadi’s en in extreme gevallen waterberging op laaggelegen groengebieden; - overstappen van een strak waterpeilbeheer naar een flexibel peilbeheer waardoor het gebied zijn eigen broek kan ophouden en in droge perioden minder afhankelijk is van waterinlaat; - vereenvoudigen en robuuster maken water het watersysteem door het aantal peilgebieden sterk terug te brengen; - de goede waterkwaliteit en ecologische kwaliteit in de Groene Waterparel blijven behouden of worden zo mogelijk verbeterd. Door deze elementen op te nemen wordt invulling gegeven aan de basisprincipes die in hoofdstuk 1 zijn verwoord.

Groene waterparel Waar een groot deel van de huidige situatie in het Middengebied Zuidplas een matige tot slechte waterkwaliteit kent, staat een deel van het plangebied bekend om de bijzonder goede waterkwaliteit: De Groene Waterparel. Dit gebied kent bijzondere inheemse soorten zoals vlottende bies en knolrus. Dit hangt samen met de specifieke omstandigheden in het gebied: namelijk de aanwezigheid van katteklei in de bodem. In [ref. 10] is het unieke karakter van de Groene Waterparel nader toegelicht.

16 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Het waterpeil in de Groene Waterparel hier over het algemeen hoger dan de rest van de peilgebieden in het plangebied. Het waterpeil varieert hier tussen de NAP -5,87 m en NAP -6,48 m. Het schone water in de waterparel is momenteel niet verbonden met het water in de rest van het plangebied. Alleen voor peilhandhaving wordt water ingelaten. Zo wordt momenteel het water met goede waterkwaliteit zo min mogelijk gemengd met het water van mindere waterkwaliteit. Het uitgangspunt voor de waterstructuur in het Vijfde Dorp is dat de hoge waterkwaliteit en daarmee de bijzondere biodiversiteit in de Groene Waterparel behouden blijft. Een gedetailleerde toelichting over de Groene Waterparel en wensen voor het waterstructuurplan met betrekking tot de Groene Waterparel vanuit het Hoogheemraadschap is weergegeven in [ref. 4] hoofdstuk 5.

Visie en wensen gemeente en Hoogheemraadschap De waterstructuur uit het Cascoplan moet nu verder worden uitgewerkt. Zowel de gemeente Zuidplas als het hoogheemraadschap hebben een visie voor deze uitwerking, zie [ref. 3] en [ref. 4]. In dit waterstructuurplan worden deze varianten verder uitgewerkt en vervolgens vergeleken. De achtergrond van deze varianten en de uitwerking is verder toegelicht in paragraaf 2.3. Wat vergelijken we? De visie en functionele wensen voor het watersysteem vanuit zowel de gemeente als het hoogheemraadschap hebben geleid tot ontwikkeling van varianten voor de waterhuishouding die mogelijk verschillende invloed hebben op de waterkwaliteit, robuustheid en haalbaarheid van het watersysteem. Om het effect op de waterkwaliteit, de robuustheid en de haalbaarheid van de ontwerpkeuzes inzichtelijk te maken vergelijken we verschillende varianten, onder andere met behulp van een water- en stoffenbalans. De water- en stoffenbalans geeft een indicatie van de toekomstige waterkwaliteit en de waterkwantiteit in het Vijfde Dorp. De water- en stoffenbalans wordt nader toegelicht in paragraaf 2.3. Bij deze analyse ligt de focus op het Energielandschap, de Watertuinen, het Dorp en de Groene Waterparel. Op hoofdlijnen hanteren we in de analyse de volgende uitgangspunten: 1 we vergelijken de varianten ten opzichte van elkaar.

We focussen op de onderscheidende effecten/aspecten tussen de varianten waarbij wel de veranderingen/verbeteringen ten opzichte van de huidige situatie inzichtelijk worden gemaakt; 2 de referentiesituatie waarvoor we de varianten vergelijken is de eindsituatie van de ontwikkeling van het Vijfde Dorp, rekening houdend met klimaatscenario 2085. De water- en stoffenbalans is geijkt op het klimaatscenario 2085 WL Upper H (het meest extreme neerslagscenario); 3 voor de hoeveelheid waterberging geldt als aanvullend uitgangspunt dat een maalstop van 48 uur overbrugt moet kunnen worden. Concreet betekent dit dat 200 mm berging aanwezig moet zijn; 4 de uitkomsten van de water- en stoffenbalans vormen de basis voor de beoordeling van de varianten op de waterkwaliteit1 en de waterkwantiteit; 5 de varianten worden getoetst op waterkwaliteit, klimaatrobuustheid en haalbaarheid door middel van onderstaande beoordelingscriteria. Voor de toetsing van de waterkwaliteit geldt een Goed Ecologisch Potentieel2 (GEP) als basis. Deze mag in ieder geval niet verslechteren en het streven is een watersysteem

1

Voor de waterkwaliteit focussen we in deze fase van de waterhuishouding met name op de primaire Ecologische sleutelfactor 1: ESF1 productiviteit water, waarbij het gaat om de hoeveelheid voedingsstoffen in het watersysteem (zie ook Ecologische Sleutelfactoren, Stowa). De overige primaire Ecologische Sleutelfactoren zijn niet onderscheidend in de te onderzoeken varianten op waterstructuurniveau, maar zijn vooral gerelateerd aan inrichting en beheer waterstructuur. In de volgende fase waarbij het meer gaat over de nadere ruimtelijke inrichting van het Vijfde Dorp en de waterhuishouding komen andere primaire Ecologische sleutelfactor het Lichtklimaat (ESF2) aan bod.

2

Het Goed Ecologisch Potentieel (GEP) is een ecologische norm voor kunstmatige en sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen. Deze norm is afgeleid van de milieukwaliteitseisen voor een goede ecologische toestand voor het meest gelijkende natuurlijke waterlichaam. Bij het goed ecologisch potentieel is rekening is gehouden met de onomkeerbare hydromorfologische ingrepen die in deze waterlichamen zijn gedaan. Het GEP voor de regionale wateren is afgeleid de regionale waterplannen van de provincies. De huidige GEP van de Zuidplaspolder Zuid is weergegeven in referentie 8.

17 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

met helder water. De invulling van de GEP zal voor het gebied in een later stadium nog exact gedefinieerd worden. Beoordelingscriteria Onderstaande tabel geeft de beoordelingscriteria die worden gebruikt om de varianten te toetsen en te vergelijken.

Tabel 2.1 Beoordelingsthema’s en criteria Thema

Criterium

1. waterkwaliteit

a. Fosfor – Toetsing aan de kritische belasting die hoort bij een helder watersysteem, rekening houdend met de inrichting zoals natuurvriendelijke oevers b. Kwel - Kwel vormt geen belemmering voor het bereiken van het Goed Ecologisch Potentieel (GEP)) c. Mate waarin het watersysteem wordt belast met microverontreinigingen van buiten het plangebied

2. waterkwantiteit

a. Aanvoer vanwege watertekort - ‘Droogte aanvoer’ - komt slechts enkele keren per jaar voor en deze leidt niet tot een verslechtering van de waterkwaliteit b. Afvoer - Er hoeft zo min mogelijk water via een gemaal afgevoerd te worden. c. Kunstwerken - Kunstwerken die een belemmering vormen voor realisatie van de plannen worden vervangen en/of aangepast om de oplossingsrichting te realiseren

3. obstakels/conflicten

a. Buisleidingenstraat - Het watersysteem past binnen de criteria van de Buisleidingenstraat (zie ligging buisleidingenstraat bijlage II) b. Eigendomssituatie - De oplossingsrichtingen van het watersysteem vallen binnen de projectgrenzen of openbaar gebied en kunnen door medewerking/bijdrage van belanghebbenden worden uitgevoerd

4. inpassing bestaande bebouwing en infra 5. toekomstbestendig

a. De huidige lintbebouwing en infrastructuur kan op korte termijn (twintig jaar) worden ingepast en indien van toepassing op termijn gefaseerd (in overeenstemming met bewoners) worden aangepast aan de nieuwe situatie a. Klimaatrobuust in elke fase: waterberging - Het stedelijk gebied bevat voldoende waterberging om te voldoen aan de eisen van het hoogheemraadschap (200 mm waterberging) droogte - Het watersysteem is zodanig ingericht dat negatieve effecten op de beleefbaarheid en ecologie beperkt wordt bij verwachte toenemende droogte b. Flexibiliteit - In het watersysteem is zodanig ingericht dat het kan worden aangepast om veranderingen op de middellange termijn (2050) op te lossen

6. fasering nieuwbouwlocatie

a. De oplossingsrichtingen zijn naar verwachting te realiseren binnen de fasering van de ontwikkeling

b. De ontwikkeling heeft in elke fase een klimaatrobuust watersysteem 7. financiële haalbaarheid

2.2

a. De oplossingsrichtingen voor het watersysteem passen binnen de financiële haalbaarheid van het project

De varianten

In de onderstaande afbeeldingen zijn de basis varianten afgebeeld die worden vergeleken in de variantenstudie. Variant 1 In variant 1 wordt de nieuwe waterstructuur gerealiseerd binnen het plangebied van het bestemmingsplan. In het Kreekdorp en de Watertuinen wordt het waterpeil fors verhoogd om de kwel tegen te gaan (waterstand rond NAP -5,8 m). Dit peil sluit aan op de maaiveldverhoging die nodig is vanwege de

18 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

waterkwaliteit. Het overtollige water uit dit gebied stroomt via het Energielandschap en vervolgens de Vierde Tocht naar gemaal Abraham Kroes. In geval van extreme neerslag of een maalstop kan een deel van de waterberging voor het bebouwde gebied in het Energielandschap en de lage zones langs de Vierde Tocht plaatsvinden. Het Energielandschap en de Vierde Tocht kunnen ook als calamiteitenberging worden ingezet om een deel van het water uit het bebouwde gebied te bergen. Voor het Energielandschap en de Vierde Tocht wordt de waterstand maximaal verhoogd binnen de marges die bestaande maaiveldhoogtes bieden. De bereikbaarheid van de infrastructuur in de Buisleidingenstraat is daarin een belangrijke randvoorwaarden. De waterstand wordt hier circa NAP -6,4 m. Hiermee kan het bestaande gemaal in de Vierde Tocht vervallen. Bij dit waterpeil wordt de kwel wel teruggedrongen omdat het waterpeil circa 0,5 m hoger wordt ingesteld maar blijft kwel optreden. In de huidige situatie wordt de Vierde Tocht incidenteel, tijdens natte situaties, gebruikt voor afvoer uit het noordwestelijk gebied (zie ook tekstbox 1). Om deze afvoer in de toekomst ook mogelijk te maken wordt nabij de N219 aan de noordwestkant van de Vierde Tocht een nieuw gemaal gebouwd.

Afbeelding 2.1 Waterhuishouding variant 1 - Afvoer via de Vierde Tocht

Deze variant leidt tot een forse verbetering van de robuustheid van het watersysteem ten opzichte van de huidige situatie. Een belangrijk voordeel is dat alle ingrepen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan plaatsvinden. Dit betekent dat er minder risico’s zijn op vertraging in planprocedures en het verwerven van de benodigde gronden. Echter op sommige punten worden concessies gedaan ten aanzien van de doelstellingen van een robuust watersysteem: - het robuuste watersysteem van het bebouwde gebied wordt doorsneden door de Vierde Tocht met een lager waterpeil. Dit betekent dat het robuuste watersysteem van het Kreekdorp en de Watertuinen wordt opgesplitst in twee peilgebieden; - daarmee samenhangend blijft de Vierde Tocht een watergang met kwel (maar wel fors minder dan in de huidige situatie het geval is);

19 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

-

de incidentele waterafvoer vanuit het westelijk agrarisch gebied zorgt voor aanvoer van voedselrijk water met ook microverontreinigingen zoals bestrijdingsmiddelen (zie ook [ref. 9]). Dit heeft een negatieve impact op de waterkwaliteit.

Varianten 2A, 2B en 2C HHSK heeft een alternatief voorgesteld waarbij het Kreekdorp en de Watertuinen een aaneengesloten watersysteem krijgen waarin de Vierde Tocht is opgenomen. Het water uit het westelijke agrarische gebied wordt aan de zuidwestkant omgeleid. In het basisplan is hiervoor een waterverbinding door de Groene Schakel opgenomen. Nadeel hiervan is dat de plannen voor de uitwerking van dit gebied nog niet concreet zijn en de percelen in particulier eigendom zijn. Dit maakt (tijdige) realisatie moeizaam en daarmee een risico voor de planning. Daarom zijn twee alternatieven ontwikkeld: - afvoerroute via de bestaande Derde Tocht. Probleem hierbij is dat het eerste, westelijke deel veel krappe duikers kent en dat er nauwelijks ruimte is voor verbreding van de watergang; - met een nieuwe watergang tussen de bestaande bebouwing en het Dorp/Watertuinen die vervolgens later aansluit op de Derde Tocht. Hiermee worden de grootste knelpunten voor verruiming van de Derde Tocht vermeden. In onderstaande tekening zijn deze (sub)varianten weergegeven.

Afbeelding 2.2 Waterhuishouding variant 2A - Afvoer gedeeltelijk langs de Watertuinen/Dorp

20 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Afbeelding 2.3 Waterhuishouding variant 2B - Afvoer via de Derde Tocht

21 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Afbeelding 2.4 Waterhuishouding variant 2C - Afvoer via 2½ Tocht

We onderscheiden in totaal dus vier varianten. Waarbij de onderscheidende factor tussen varianten met aanduiding ‘1’ en ‘2’ het waterpeil is in de peilvakken en de manier waarop het noordwestelijk gebied wordt afgevoerd: - variant 1 - Vierde Tocht; - variant 2A - Gedeeltelijk langs Watertuinen/Dorp; - variant 2B - Derde Tocht; - variant 2C - Nieuwe 2½ Tocht. De kenmerken per variant zijn hieronder specifiek weergegeven. In de basisvarianten zijn de waterpeilen weergegeven op basis van een flexibel peilbeheer van 30 cm. In de gevoeligheidsanalyse van de water- en stoffenbalans wordt het effect van een flexibel peil van 50 cm getoetst voor de varianten. Variant 1 - Vierde Tocht - de incidentele piekafvoer vanuit het noordwestelijk gebied gaat via de Vierde Tocht naar gemaal Abraham Kroes; - afvoer Dorp + Watertuinen gaat via het Energielandschap naar de Vierde Tocht naar gemaal Abraham Kroes; - bandbreedte streefwaterpeil op basis van 30 cm flexibel peilbeheer [NAP m]: · Dorp + Watertuinen NAP -5,65/-5,95 m; · Vierde Tocht NAP -6,10/-6,40 m; · Energielandschap NAP -6,10/-6,40 m.

22 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Variant 2A - Gedeeltelijk langs Watertuinen/Dorp - de incidentele piekafvoer vanuit het noordwestelijk gebied gaat langs het Dorp en sluit vervolgens aan op de Derde Tocht. Via deze route stroomt het water naar gemaal Abraham Kroes; - afvoer Dorp + Watertuinen gaat via de Vierde Tocht naar gemaal Abraham Kroes; - bandbreedte streefwaterpeil op basis van 30 cm flexibel peilbeheer [NAP m]: · Dorp + Watertuinen NAP -5,60/-5,90 m; · Vierde Tocht NAP -5,60/-5,90 m; · Energielandschap NAP -6,25/-6,55 m. Variant 2B - Derde Tocht - de incidentele piekafvoer vanuit het noordwestelijk gebied gaat via de Derde Tocht naar gemaal Abraham Kroes; Voor een deel van de Derde Tocht (langs de Knibbelweg; over circa 700 m lengte alleen aan de zuidwestkant) moet de waterstad daarvoor verlaagd worden naar het peil van het zuidoostelijke deel van de Derde Tocht (verlaging van NAP -6,24 m naar NAP -6,62 m); - afvoer Dorp + Watertuinen gaat via de Vierde Tocht naar gemaal Abraham Kroes; - bandbreedte streefwaterpeil op basis van 30 cm flexibel peilbeheer [NAP m]: · Dorp + Watertuinen NAP -5,60/-5,90 m; · Vierde Tocht NAP -5,60/-5,90 m; · Energielandschap.

Variant 2C - 2½ Tocht - de incidentele piekafvoer vanuit het noordwestelijk gebied gaat via de tweede en een nieuwe tocht (½) naar gemaal Abraham Kroes; - afvoer Dorp + Watertuinen gaat via de Vierde Tocht naar gemaal Abraham Kroes; - bandbreedte streefwaterpeil op basis van 30 cm flexibel peilbeheer [NAP m]: · Dorp + Watertuinen NAP -5,60/-5,90 m; · Vierde Tocht NAP -5,60/-5,90 m; · Energielandschap NAP -6,25/-6,55 m. Bedrijventerreinen en Koning Willem I Bos Bij bovenstaande varianten ligt de focus op het Energielandschap, de Watertuinen, het Dorp en de Groene Waterparel. Echter, beslaat dit niet de gehele gebiedsontwikkeling. Er worden ook bedrijventerreinen en het Koning Willem I Bos gerealiseerd (zie afbeelding 2.1). De ambitie voor dit gebied is in lijn met de ambitie voor het Dorp, een waterrobuust systeem aanleggen en kansen aangrijpen om het huidige watersysteem te verbeteren indien mogelijk. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten/wensen belangrijk (zie ook visie gemeente [ref. 3] en visie hoogheemraadschap [ref. 4]): - er is veel infrastructuur aanwezig: een provinciale weg, een Rijksweg, twee spoorlijnen en lokale wegen, buisleidingen van Gasunie, Defensie Pijpleiding Organisatie-leiding en BAL-leiding Dunea (leiding met rauw water vanuit de Lek). Deze moeten worden ingepast in de nieuwe waterstructuur [ref.

3]; - huidige woningen moeten worden ingepast in de nieuwe waterhuishouding [ref. 3]; - de gebiedsontwikkeling is een kans om ter plaatse van sommige delen het waterpeil te isoleren en op te hogen, om de waterkwaliteit te verbeteren [ref. 3 en 4]; - het hogheemraadschap voorziet een kans om het peilvak Zuidplas robuuster te maken, door de peilafwijking (hoger peil dan het peil in peilvak Zuidplas) ter plaatse van Gouwe Park II op te heffen [ref. 4]; - de afvoer die in de huidige situatie via gemaal Zuidplas wordt afgevoerd, heeft een back-up afvoer via de Vijfde Tocht. Dit back-up systeem moet in de nieuwe situatie behouden blijven. De keuze van het exacte waterpeil is afhankelijk van de inrichtingswensen van de bosgebieden. Aan een broekbos waar hoge natuurwaarden worden nagestreefd, worden andere eisen gesteld dan aan een bosgebied met intensieve recreatie. In het eerste geval zijn hogere waterpeilen en wellicht een grote peilvariatie gewenst en in het tweede geval is juist een grotere drooglegging nodig. Op dit moment zijn de inrichtingswensen nog niet bekend. Naar verwachting zullen de bosgebieden een mix van functies krijgen.

23 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Voor de bedrijventerreinen wordt aangesloten op de huidige waterpeilen met uitzondering van de uitbreiding van Gouwepark. Hier wordt aangesloten op het waterpeil in het bestaande bedrijventerrein en daarmee wordt een geringe peilverlaging doorgevoerd.

Afbeelding 2.5 Waterstructuur Koning Willem I Bos en bedrijventerreinen

2.3

Analyse

Waterbalans Voor de analyse van de varianten is gebruik gemaakt van een water- en stoffenbalans voor het watersysteem van de Watertuinen, het Dorp, het Energielandschap en de Groene Waterparel. De waterbalans geeft steeds aan hoeveel water een watersysteem in- en uitstroomt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: - directe neerslag op het waterlichaam; - afstromend water van onverhard terrein waarbij het neerslagoverschot van onverhard terrein tot afvoer komt; - afstromend hemelwater van verhardingen als wegen en daken; - uitspoeling van het grondwater naar het oppervlaktewater; - kwel vanuit het diepere watervoerende zandpakket. Kwel treedt alleen op als de stijghoogte van het diepe grondwater hoger is dan de oppervlaktewaterstand (en in de percelen hoger dan de freatische grondwaterstand); - inlaat benodigd om het waterpeil in droge perioden op peil te houden. In dit geval wordt uitgegaan van flexibel peilbeheer. Water wordt pas ingelaten wanneer de waterstand de onderkant van de bandbreedte heeft bereikt; - indien van toepassing: toestroming vanaf aangrenzende peilgebieden. Dit kan onder vrij verval (stuw) of via een gemaal.

24 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

De uitlaat in de waterbalans bestaat uit: - verdamping van het land (referentiegewasverdamping) en open water; - intrek van het oppervlaktewater naar het grondwater in de percelen (in droge perioden met lage grondwaterstanden); - inzijging naar het diepe grondwater indien de oppervlaktewaterstand hoger is dan de stijghoogte van het diepe grondwater; - uitlaat: wanneer de maximale waterstand binnen de bandbreedte van het flexibel peil is bereikt, wordt water uitgelaten. Voor de water- en stoffenbalans wordt gewerkt met een aangepaste versie van de waterbalanstool van STOWA (Tanis, Schep, & van Dijk, 2018). Stoffenbalans en fosforbelasting Nadat de waterbalans is opgesteld wordt daaraan een stoffenbalans gekoppeld. Hiervoor wordt aan elke waterstroom een concentratie gekoppeld (in dit geval voor fosfor, P en chloride). Hiermee is enerzijds de Pbelasting van ieder peilgebied berekend (uitgedrukt in mg P/m2 water/dag) en anderzijds op basis van de ‘mengverhouding’ van alle bronnen de gemiddelde P-concentratie. NB: Bij de berekening van de mengconcentratie wordt geen rekening gehouden met waterkwaliteitsprocessen zoals retentie (opname van fosfor in het voedselweb of in de waterbodem) of nalevering (van P uit de waterbodem).

Daarnaast is ook een stoffenbalans voor chloride opgesteld om te de waterbalans op hoofdlijnen te toetsen en een indruk te geven van het optreden van brak water. De P-belasting is vervolgens getoetst aan de kritische belasting. De kritische belasting is de waarde waaronder nog een helder watersysteem met een diverse onderwatervegetatie te verwachten is en waarboven een troebel watersysteem met veel kroos of algen wordt verwacht. De kritische belasting is berekend in het simulatiemodel van het aquatische ecosysteem in sloten, PCDitch. Belangrijke invoerparameters in dit model zijn de kenmerken van het watersysteem zoals de bodemtype, de gemiddelde waterdiepte en de mate van doorstroming.

25 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Ecologische sleutelfactoren Voor stilstaande wateren zijn negen sleutelfactoren opgesteld, die helpen om het watersysteem te begrijpen. Het zijn de bepalende factoren voor een goed functionerend watersysteem. De basis wordt gevormd door de factoren die bepalen of het ‘ecologisch huis’ op orde is. De aanvullende voorwaarden geven aan of soorten er kunnen komen en er ook kunnen blijven. Op het niveau van het waterstructuurplan is vooral de productiviteit (ESF1) van het water onderscheidend. Bij de nadere uitwerking in profielen van watergangen, ontwerp van kunstwerken en beheer van het watersysteem zijn ook lichtklimaat, productiviteit van de bodem, habitatgeschikheid, verspreiding(smogelijkheden) en verwijdering van belang. Voor meer informatie: stowa.nl

2.4

Gehanteerde uitgangspunten

2.4.1

Varianten

De effecten van de fosforbelasting op de waterkwaliteit zijn met behulp van waterbalansen en PCDitch berekend voor twee hoofdscenario’s. De eerder weergegeven varianten zijn daarvoor vertaald naar blokkenschema’s welke hieronder zijn weergegeven (afbeelding 2.3 en afbeelding 2.4). Voor variant 1 zijn twee bronnen van het inlaatwater voor de Groene Waterparel berekend: (1a) uit de Watertuinen en het Dorp en (1b) uit de Vierde Tocht komen (1b). Voor varianten 2A, 2B, en 2C wordt het water uit het noordwestelijk gebied en het Energielandschap via verschillende tochten afgevoerd. De afvoer via de tochten komt niet meer in de relevante peilgebieden terecht, waardoor de waterbalansen voor alle subscenario’s 2A, 2B, en 2C hetzelfde zijn. Daarom wordt in dit rapport de resultaten van de waterbalans voor de subscenario’s één keer weergegeven en in de tekst aangeduid als zijnde varianten 2A-B-C. Variant 1 Een schematisch overzicht van de verschillende hoofdpeilgebieden en de stromingen tussen de peilgebieden voor variant 1 is weergegeven in afbeelding 2.3. De rode pijlen geven aan waar water wordt ingelaten voor peilbeheer van het ontvangende peilgebied (watertekort). Dit is een indicatieve weergave van de gebieden waar het water doorheen stroomt. In de Zuidplaspolder bestaat een afzonderlijk stelsel van watergangen voor de wateraanvoer.

Daarom zijn de aanvoeren gestippeld weergegeven in de gebieden die zij passeren. De blauwe peilen geven aan waar het water heen stroomt in geval van een wateroverschot. De gestippelde rode pijlen met bijschrift a of b geven aan dat aan de watervraag van de Groene Waterparel kon worden voldaan door water in te laten uit a) de Watertuinen en het Dorp of b) de Vierde Tocht. Van de gestippelde blokken zijn geen waterbalansen opgesteld.

26 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Afbeelding 2.6 Variant 1 - stroomschema voor water- en stoffenbalans met in- en uitlaten (rood: inlaat/aanvoer; blauw: afvoer)

Varianten 2-A-B-C Een schematisch overzicht van de verschillende hoofdpeilgebieden en de stromingen tussen de peilgebieden voor varianten 2-A-B-C. De rode pijlen geven aan waar water wordt ingelaten voor peilbeheer van het ontvangende peilgebied (watertekort). De blauwe peilen geven aan waar het water heen stroomt in geval van een wateroverschot. De watervraag van de Groene Waterparel kan worden voldaan door water in te laten uit het Kreekdorp,de watergang achter het Dorp, de Derde Tocht, via de Groene Schakel of de 2.5e tocht.

Afbeelding 2.7 Variant 2A, 2B en 2C - stroomschema voor water- en stoffenbalans met in- en uitlaten

27 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

2.5

Invoerparameters

De water- en stoffenbalans is doorgerekend op basis van verschillende invoerparameters voor de geometrie van het gebied, inkomende en uitgaande waterstromen, en waterkwaliteit van het inkomende water. In deze paragraaf worden de verschillende invoerparameters en keuzes daarin beschreven. Oppervlakteverdeling Als eerste is de inrichting van het gebied bepalend om de in- en uitstromende hoeveelheden water te bepalen. Het gaat dan om het totale oppervlak van het peilgebied en de verdeling van dit oppervlak tussen onverhard, verhard en open water. Deze verdeling bepaalt in belangrijke mate de waterbalans omdat hieruit wordt afgeleid via welke weg neerslag het open water bereikt, en wat de verblijftijd is. Op basis van de meest recente stedenbouwkundige plannen is uitgegaan van de verdeling in tabel 2.2 en tabel 2.3.

Tabel 2.2 Oppervlakte verdeling, waarin de percentages open water, verhard en onverhard per peilgebied zijn weergeven, zoals gebruikt in de waterbalans Peilvak

Totale oppervlakte [m2]

Open water [%]

Verhard [%]

Onverhard [%]

2.944.878

13

47

40

Energielandschap

682.892

9

40

52

Vierde Tocht

226.781

29

14

58

Groene waterparel

1.488.063

8

2

90

Groene Schakel

2.753.587

7

8

85

Dorp en Watertuinen

Tabel 2.3 Oppervlakte verdeling waarin de oppervlaktes open water, verhard, en onverhard in m2 zijn weergeven, zoals gebruikt in de waterbalans Totale oppervlakte [m2]

Water [m2]

Verhard [m2]

Onverhard [m2]

2.944.878

387.940

1.383.740

1.173.198

Energielandschap

682.892

58.100

271.539

353.253

Vierde Tocht

226.781

65.215

31.025

130.541

Groene waterparel

1.488.063

124.173

26.491

1.337.399

Groene Schakel

2.753.587

186.756

223.732

2.343.099

Peilvak

Dorp en Watertuinen

Flexibel peil Om de benodigde inlaat voor peilbeheer te beperken, is er gerekend met een flexibel peil. Er is gerekend met een flexibel peil van 30 cm (+ en - 15 cm ten opzichte van het streefpeil) en met een flexibel peil van 50 cm (+ en - 25 cm ten opzichte van het streefpeil). Dit is gedaan voor alle peilgebieden, behalve de Groene Waterparel, waar een flexibel peil van 10 cm (+ en - 5 cm) is aangehouden. Neerslag en verdampingsgegevens Voor de neerslag- en verdampingsgegevens is uitgegaan van de KNMI-data van meetstation Rotterdam. De meetreeks van het jaar 2000 - 2021 is gebruikt als referentiereeks. Deze meetreeks is omgerekend naar klimaatscenario 2085 WL Upper en is vervolgens als invoer voor de waterbalans gebruikt. Voor verdamping van land wordt in de waterbalans de referentiegewasverdamping gebruikt, voor het open water wordt dit omgerekend naar openwater verdamping, middels een maandelijkse omrekenfactor, gebaseerd op literatuur (Hooghart & Lablans, 1988).

28 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Afstroming Wanneer er veel regen in het gebied valt, kan niet alles verdampen of door de bovengrond worden opgenomen. Het water dat overblijft watert oppervlakkig af naar het oppervlaktewater. Er wordt in de waterbalans onderscheid gemaakt tussen water dat afstroomt van verhard en van onverhard oppervlak. Voor onverhard terrein wordt daarvoor een afzonderlijke waterbalans voor de bodem bijgehouden. Voor het verhard terrein wordt gerekend met 2 mm berging op verhard oppervlak, daarboven komt de neerslag tot afvoer richting het watersysteem. Uitspoeling en intrek Uitspoeling vindt vooral plaats in natte periodes, wanneer er grondwater naar het oppervlaktewater uitstroomt. Intrek vindt vooral plaats in droge periodes, wanneer er oppervlaktewater het grondwater aanvult. Hiervoor wordt een uitspoelfractie van 0,08 1/dag gebruikt en een 0,02 1/dag. Kwel en wegzijging Voor berekening van de kwel is uitgegaan van het verschil tussen de waterstanden en de stijghoogte van het diepe grondwater. Voor de stijghoogte is uitgegaan van NAP -5,9 m op basis van metingen uit 2021/2022 (zie ook [ref. 2]). Voor de weerstanden van de deklaag is uitgegaan van: - droge gebieden 1.000 dagen; - watergang/waterbodem 500 dagen; - waterbodem Vierde Tocht 200 dagen (lagere waarde omdat hier wellen zijn); - waterbodem Watertuinen + Dorp 1.000 dagen, omdat dit met zand is opgehoogd.

Er zijn constante waarden voor het zomer- en winterhalfjaar gehanteerd. De waarden voor het zomerhalfjaar zijn berekend bij het minimumpeil, de waarden voor het winterhalfjaar zijn berekend bij het maximumpeil. In het energielandschap is zowel in de zomer als in de winter gerekend met het winterpeil, omdat het peil in dit peilgebied slechts beperkt uitzakt. Afvoer noordwestelijk gebied In zeer natte periodes komt het voor dat er water uit het noordwestelijk gebied het projectgebied wordt ingelaten. Dit is ook toegelicht in hoofdstuk 1.3 tekst box 1. De aangenomen afvoer is gemiddeld 803 m3/dag in de zomer en 1.061 m3/dag in de winter. Deze waarden zijn gebaseerd op metingen bij stuw KST-157 net ten noorden van de A12. Deze locatie is in overleg met HHSK bepaald maar geeft geen volledig representatief beeld maar wel een indruk van de hoeveelheden. Gebruik van gegevens van het gemaal Vierde Tocht zou ook geen 100 % representatief beeld geven omdat dit tot dubbeltelling leidt van afvoeren belastinghoeveelheden. In de waterbalans is uitgegaan van een dagelijkse, constante instroming op basis van de gemiddelde debieten voor het zomer- en winter halfjaar. Dit geeft geen volledig representatief beeld omdat de afvoer in werkelijkheid in enkele pieken per jaar komt (vijf tot zes maal) en er de rest van het jaar geen afvoer is vanuit het noordwestelijk gebied het plangebied in.

Voor de eerste grove benadering in dit waterstructuurplan wordt dit als voldoende gezien omdat bij toetsing aan de kritische belasting ook wordt uitgegaan van jaargemiddelden. Inlaat Wanneer het peil onder het minimumpeil zakt, moet er water worden ingelaten. Waar dit water voor de verschillende peilgebieden vandaan komt, kan worden afgelezen uit tabel 2.4. De hoeveelheid water die nodig is om het water aan te vullen tot het minimumpeil wordt door de waterbalans berekend.

29 | 68

Witteveen+Bos | 136828/23-015.003 | Concept 03

Waterkwaliteitsgegevens De waterkwaliteit van het water dat wordt ingelaten is een belangrijke parameter voor de nutriëntenbelasting. Voor de verschillende ingaande bronnen zijn de gehanteerde fosforconcentraties weergeven in tabel 2.4. Voor de peilgebieden die in de waterbalans aan elkaar gekoppeld zijn en water uitwisselen, is de P-concentratie gebaseerd op de mengconcentratie van het brongebied. In de tabel zijn de websites opgenomen waar de gebruikte meetgegevens van HHSK kunnen worden geraadpleegd. Een algemeen beeld van de waterkwaliteit voor de Zuidplaspolder (zuidelijk deel) is gegeven in de factsheets die HHSK voor het waterlichaam Zuidplaspolder Zuid heeft gepubliceerd (zie bijlage IV). Hieruit blijkt dat het gebied opgaven kent.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16164858/1