Bijlage 6 F 751 - Voorlopige Jaarstukken 2023 Veiligheidsregio Hollands Midden E24.002345
Tekst van het document
Bergambacht, medegebruik RAV Hollands Midden De VRHM en de RAV Hollands Midden hebben in 2022 besloten om de ambulancepost onder te brengen in de brandweerkazerne van Bergambacht. Hiervoor was een interne verbouwing noodzakelijk. Deze is medio 2023 afgerond en vervolgens heeft de inhuizing plaatsgevonden. Met de komst van de ambulancedienst is de kazerne welke deels leeg stond ook efficiënter in gebruik. Driebruggen, nieuwbouw De gemeente heeft een bestemmingsplanwijziging voorgesteld voor het gebied waarbinnen de nieuwe kazerne beoogd is. Op dit voorstel zijn bezwaren ingediend die bij de Raad van State in behandeling zijn. De doorlooptijd van die procedure is onzeker en de VRHM heeft de huur van de huidige kazerne opgezegd per 31-12-2024. Daarom is de VRHM tot aan de aanbestedingsfase doorgegaan met de voorbereidingen voor de nieuwbouw. De realisatie van de nieuwbouw is nog steeds beoogd voor 2024, maar mogelijk zal een overbrugging nodig zijn van de huidige locatie naar de oplevering van de nieuwe kazerne. Leiden, Rooseveltstraat 4a De interne verbouwing van het kantoor is medio 2023 opgeleverd. Wel zijn er nog veel restwerkzaamheden. Daarnaast moet er nog veel installatietechnisch- en gevelwerk verricht worden. omdat de verbouwing vooral de indeling betrof. Noordwijk, verbouwing De gemeente heeft voorbereidingen getroffen om het gebouw ingrijpend te renoveren.
Dit heeft ook gevolgen voor de brandweerkazerne, dat onderdeel uitmaakt van het gebouw. Het gebouw wordt in fasen gerenoveerd en naar verwachting wordt de brandweerkazerne in 2024 verbouwd. Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 28
Schoonhoven, nieuwbouw De gemeente heeft enkele jaren geleden een voorstel gedaan om de kazerne op een andere locatie te huisvesten. Afgelopen jaar werd de VRHM benaderd door een projectontwikkelaar die een kantoorpand wilde realiseren, waar de kazerne onderdeel van kon uitmaken. Na afweging van deze optie heeft het DT besloten geen gebruikt te maken van dit aanbod. Er zal een nieuwe beschouwing worden gedaan op alternatieve scenario’s. Waddinxveen, nieuwbouw Oorspronkelijk beoogde VRHM om de kazerne en het ROB op de huidige locatie integraal, in samenwerking met de gemeente, her te ontwikkelen. De gemeente heeft echter op de locatie woningbouw voorzien. Hierover is strategisch overleg gevoerd tussen VRHM en de gemeente. Het resultaat hiervan is dat voor de kazerne een nieuwe locatie beschikbaar is gesteld. Voor het ROB is een alternatieve locatie in overweging gegeven. Omdat de ontwikkeling van een nieuwe kazerne enkele jaren zal duren, is de huidige kazerne een kleine opknapbeurt gegeven in 2023. Zwammerdam, nieuwbouw MFA In afwachting van een uitspraak in de bezwaarprocedure die omwonenden zijn gestart, zijn de voorbereidingen voor de nieuwbouw van de Multifunctionele Accommodatie (MFA), waar de kazerne onderdeel van uitmaakt, door zowel de VRHM als de gemeente zover mogelijk afgerond. De gemeente heeft voor de nieuwbouw een aangepaste kostenraming opgesteld.
De toename van de kosten ten opzichte van de initiële kostenraming is aanzienlijk. De VRHM zal in 2024 besluiten in hoeverre deze investering verantwoord is. Koop versus huur Met de gemeente Kaag en Braassem vindt overleg plaats om de kazernes Roelofarendsveen en Woubrugge te verkopen aan de VRHM. Besluitvorming over deze overdracht vindt plaats in 2024 Vervoersmiddelen In 2023 heeft de clusterleiding van Brandweerzorg de eerste drie elektrische dienstvoertuigen in gebruik genomen. Hiermee is een start gemaakt in het verduurzamen van het wagenpark van nietrepressieve dienstvoertuigen. Aanpassingen ten behoeve van nieuw materieel In tal van kazernes zijn aanpassingen aangebracht (compressoren, elektrische voedingen, koeldrogers, rookgasafzuiging) vanwege de aanschaf en levering van nieuw materieel (bv tankautospuiten). In de komende jaren zullen meerdere van dit soort aanpassingen worden aangebracht. Meerjarenonderhoudsplan In 2023 heeft de inspectie van de gebouwen op basis van de BOEI-methode plaatsgevonden. Op basis hiervan is eind 2023 een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgeleverd voor zowel de huur als de eigendomskazernes. Bij deze inspectie zijn de kazernes Leiden-Noord, Leiden-Zuid en Stolwijk niet meegenomen, aangezien deze nieuw opgeleverd zijn. In 2024 zal inbedding in de organisatie plaatsvinden en gestart worden met de uitvoering van het MJOP.
GebouwBeheersSysteem (GBS) In 2023 is dit systeem, wat al wel aanwezig was in 15 gebouwen, weer operationeel gemaakt. Het biedt de mogelijkheid om op afstand de werking van de installaties te monitoren. Een externe partij houdt zicht op de data en kan waar nodig bijsturen.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 29
Wagenpark In 2023 zijn er goede resultaten bereikt rondom het grootschalige materiële vervangingstraject. 27 van de 45 nieuwe tankautospuiten zijn geleverd. Voor een aantal van deze voertuigen volgt nog een implementatietraject. Verder hebben 12 tankautospuiten die al langer in gebruik zijn een ‘midlife’ update gehad. Hiermee zijn deze volledige voorzien van de nieuwste tactieken en technieken op het gebied van brandbestrijding. In totaal worden er 8 nieuwe autoladders aangeschaft, momenteel zijn er 6 van geleverd. Ook zijn er nog aanvullend 7 nieuwe Watertransportsysteem (WTS) voertuigen besteld. Deze worden de komende jaren geleverd. In 2023 is tevens een start gemaakt met de vervanging van de Hulpverleningsvoertuigen. Persoonlijke functionele uitrusting De aanbesteding voor de nieuwe bluskleding is in 2022 succesvol afgerond. Deze kleding is in 2023 geleverd en gedistribueerd. Tevens is de nieuwe werkkleding, het zogeheten Operationeel Uniform, eind 2023 geleverd voor de kantoormedewerkers, piketfunctionarissen en collega’s van de OD24. De vrijwilligers ontvangen eind 2024 de nieuwe werkkleding.
Financieel
Onderhoudslasten (x € 1.000) Gebouwen Vervoermiddelen Persoonlijke functionele uitrusting Totaal
2021
2022
Begroting 2023
Realisatie 2023
676
739
885
708
827
1.013
855
1.016
162
226
257
253
1.665
1.977
1.997
1.978
De totale onderhoudslasten bedragen € 2,0 mln. en zijn per saldo in lijn met de begroting. De realisatie van de onderhoudslasten voor de gebouwen is € 177.000 lager. Oorzaak is voornamelijk dat ook in 2023 geen dotatie aan de voorziening groot onderhoud heeft plaatsgevonden. In het 3e kwartaal 2023 is gestart met het opstellen en goed onderbouwen van het meerjarenonderhoudsplan maar dit was eind 2023 nog niet afgerond. De realisatie van de onderhoudslasten voor de vervoermiddel is € 161.000 hoger dan begroot, maar wel in lijn met 2022.
4.3 Paragraaf financiering (artikel 13 BBV) 4.3.1 Risicobeheer van de financieringsportefeuille Het risicobeheer is opgenomen onder de treasury functie. De doelstelling van de treasury functie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s. • Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie. • Het minimaliseren van de rentekosten. Het Treasury statuut vormt het kader voor het uitvoeren van de treasury functie onder de volgende voorwaarden: Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 30
• • • • •
•
Gelden worden alleen uitgezet bij het Ministerie van Financiën in verband met de heersende Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden; Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee of meerdere financiële instellingen. Er wordt geen gebruik gemaakt van derivaten. De VRHM verstrekt zelf geen geldleningen. Met het oog op de voorgenomen nieuwe investeringen zal op basis van de liquiditeitsplanning worden beoordeeld tot welk bedrag aanvullende geldleningen benodigd zijn. Bij aanschaf van duurzame goederen worden de aangegane geldleningen qua looptijd zoveel mogelijk afgestemd op de economische levensduur van die activa. Het enkel voor beleggingsdoeleinden kopen van aandelen is in de verordening uitgesloten, behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak. Aandelen zullen nooit worden gekocht zonder voorafgaand advies van het DB. De VRHM is te typeren als een geld vragende instelling en treedt niet als partij op om eventueel tijdelijk overtollige middelen om te zetten in beleggingsproducten.
De VRHM houdt zich aan de in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden vermelde normen ten aanzien van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Binnen de taken van der VRHM is geen sprake van grondexploitatie.
4.3.2 Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. Een gemeenschappelijke regeling mag twee kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2023 weergegeven: Kasgeldlimiet 2023 (bedragen x € 1.000) Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Gemiddeld netto Ruimte of vlottende schuld Kasgeldlimiet Overschrijding 6.601 -3.448 -22.404 -3.997
5.020 5.020 5.020 5.020
1.581 -8.468 -27.424 -9.017
In het 4e kwartaal 2022 is een overschrijding ontstaan door het aantrekken van een kasgeldlening. Deze overschrijding was in het eerste kwartaal 2023 nog steeds aanwezig. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden.
4.3.3 Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de renterisiconorm in 2023 weergegeven:
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 31
Renterisiconorm
2023
2022
61.220
59.358
20%
20%
Renterisiconorm
12.244
11.872
Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen)
-2.106
-1.955
Ruimte onder renterisiconorm
10.138
9.917
(bedragen x € 1.000) Begrotingstotaal (primitief) Wettelijk percentage
Uit bovenstaand tabel blijkt dat het bedrag aan langlopende leningen, waarover de VRHM een renterisico loopt, ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO) blijft. 4.3.4 Financiering De ontwikkeling van de leningenportefeuille is in onderstaande tabel gegeven: Ontwikkeling leningenportefeuille
2023
(bedragen x € 1.000) Stand per 1 januari 2023
48.082
Nieuwe leningen
52.000
Reguliere aflossingen
-36.936
Vervroegde aflossingen stand per 31 december 2023
63.146
Het aantrekken van de 2 langlopende leningen voor totaal € 35 miljoen was noodzakelijk voor het financieren van de aanschaf van veel brandweermaterieel (o.a. 45 tankautospuiten, 8 autoladders, 7 Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 32
Water Transport Systemen 500), de nieuwbouw van de brandweerkazerne aan de Schipholweg in Leiden en de verbouwing van het (Hoofd)kantoor Leiden Zuid.
4.3.5 Rentemethodiek en renteresultaat Voor de toerekening van de rentelasten maakt de VRHM gebruik van de rente-omslag-methode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen. Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten aan de hand van de stand van de investeringen toegerekend aan de prestaties. De achterliggende gedachte is hierbij dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Bij de gehanteerde rentesystematiek wordt de betaalde rente omgeslagen over het totaal aan activa. Voor 2023 bedraagt dit 1,07%. Dit percentage wordt de omslagrente genoemd. Omslagrente
2023
(bedragen x € 1.000) Aan taakvelden toe te rekenen rente
483
Waarde vaste activa per 31 december 2022
44.973
Gemiddelde rente
1,07%
Keuze voor de omslagrente
1,07%
Hieronder een overzicht van het renteresultaat:
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 33
Renteresultaat
2023
(bedragen x € 1.000) De externe rentelasten
750
De externe rentebaten
-267
Saldo rentelasten en rentebaten
483
Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
483
Rente over het eigen vermogen Rente over voorzieningen Rente over het eigen vermogen en voorzieningen
-
0 0 0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
483
Aan taakvelden toegerekende rente
-483
Renteresultaat op het taakveld Treasury
0
4.3.6 Schatkistbankieren Op grond van de wet Verplicht schatkistbankieren houdt VRHM haar overtollige middelen gedurende het jaar aan bij de schatkist. Het gemiddelde saldo van de overtollige middelen van een kwartaal mag het drempelbedrag niet overschrijden. Dat is in 2023 niet gebeurd. Het drempelbedrag voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner dan of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal. Waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Berekening drempelbedrag (bedragen x € 1.000)
2023
Begrotingstotaal verslagjaar
61.220
Drempelbedrag VRHM
1.224
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 34
Berekening (bedragen x € 1.000) 2023
Drempelbedrag
1.224 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
286
300
300
300
Ruimte onder het drempelbedrag
938
924
924
924
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 2023 (bedragen x € 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
25.763
27.303
27.611
27.608
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
286
300
300
300
4. 3.7 Overig Complexe financiële producten De VRHM maakt geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten. Geldstromenbeheer De betalingen van de gemeente vinden zo veel mogelijk via de BNG plaats. Met de BNG is daartoe een ruime kredietfaciliteit van € 2 miljoen overeengekomen.
4.4 Paragraaf verbonden partijen (artikel 15 BBV lid 2 BBV) 4.4.1 Openbaar belang dat behartigd wordt De Veiligheidsregio behartigt, op grond van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling, de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: • De brandweerzorg. Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 35
• • • •
Het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer. De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. De multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. De samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding.
Gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal
Aantal stemmen
Inwonerbijdrage Percentage 2023 Percentage 6 12% 6.918.498 13% 2 4% 2.363.350 4% 4 8% 4.976.815 9% 2 4% 1.286.112 2% 2 4% 1.854.149 3% 4 8% 3.759.775 7% 3 6% 3.577.285 7% 6 12% 10.833.266 20% 2 4% 1.785.779 3% 2 4% 1.528.076 3% 2 4% 1.690.437 3% 3 6% 3.140.716 6% 2 4% 1.420.898 3% 2 4% 2.121.866 4% 2 4% 1.465.207 3% 2 4% 1.606.909 3% 1 2% 707.403 1% 3 6% 2.548.453 5% 50 100% 53.584.994 100%
Conform Artikel 51 van de Gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRHM geldend per 1 januari 2014 staan gemeenten garant voor exploitatie- en begrotingstekorten van de VRHM.
Artikel 51 Waarborg/Garantstelling 1. 2.
3.
De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet. De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant voor de Veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.
4.4.2 Omvang van het vermogen x € 1.000
Eigen vermogen 31/12/2022 Eigen vermogen 31/12/2023
€ 5.724 € 6.422 Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 36
Vreemd vermogen 31/12/2022 Vreemd vermogen 31/12/2023
€ 68.319 € 79.579
4.4.3 Omvang van het financiële resultaat 2023 x € 1.000
Resultaat 2023
4.5
€ 935
positief
Paragraaf bedrijfsvoering (artikel 14 BBV)
De beleidsverantwoording is opgenomen onder ‘Programmataak Bedrijfsvoering’ (blz. 21). Dit is conform de indeling van de programmabegroting 2023. Duurzaamheidsrapportage Grote ondernemingen moeten vanaf 2025 verplicht rapporteren over hun duurbaarheidsprestaties volgens de regels van de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive). Deze CSRD is een rapportageplicht op het vlak van ESG (Environmetal, Social en Governance). Ondanks dat de VRHM benoemd wordt als grote organisatie is dit nu echter nog niet van toepassing. De reden is dat wij geen BV of NV zijn maar een overheidsorganisatie (gemeenschappelijke regeling) echter de verwachting is dat binnen afzienbare tijd deze toepassingskring verruimd wordt. Het advies is dan ook om hiermee aan de slag te gaan. Onze eerste aanzet op dit gebied was de oprichting van ons zogeheten “Greenteam” een samenwerking van enthousiaste medewerkers vanuit vele geledingen van de VRHM. Dit Greenteam heeft diverse acties, gestimuleerd door de Directeur Bedrijfsvoering ondernomen. Hierbij een korte weergave van de huidige stand van zaken: a. We zijn gestart met het vaststellen van de CO2 Footprint.; onder begeleiding van een extern gespecialiseerd adviesbureau is onderzocht in welke mate CO2 wordt “uitgestoten”.
In hoofdzaak betreft het de uitstoot als gevolg van de op normale dieselbrandstof rijdende voertuigen, zijnde 51% en het gasverbruik, zijnde 45% en in mindere mate onze dienstreizen en het Electra gebruik - in onze gebouwen. b. Vervolgens is het CO2-reductieplan opgesteld en behandeld in ons Directieteam met als gevolg dat er is besloten dat wij ons laten certificeren, op trede 3 van de CO2 prestatieladder.
c. Het CO2-reductieplan is onderdeel van het handboek CO2 -prestatieladder. Hierin zijn de onderwerpen beschreven: Beschrijving organisatie en organisatiegrens Inventarisatie emissies en energie CO2 voetafdruk 2022 Doelstellingen Reductie maatregelen Monitoring en Managementsysteem Taken, verantwoordelijkheden en planning
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 37
d. Ten einde dit programma te implementeren is de vacature programmanager Duurzaamheid opengesteld. In de functieomschrijving zijn de volgende elementen opgenomen. Strategische planning Stakeholdersbetrokkenheid Budgetbeheer Compliance Onderzoek en innovatie
Continuïteit Er zijn geen continuïteitsrisico’s (van materieel belang), zijnde gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen ontstaan, over de mogelijkheid van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden om haar continuïteit te handhaven’. Deze continuïteitsveronderstelling is gebaseerd op: ➢ Wet gemeenschappelijke regelingen. Het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam stelt de begroting en de bijdrage van de deelnemende gemeenten vast; ➢ Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Een bij Wet veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio treffen een gemeenschappelijke regeling, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio. Artikel 51 (Waarborg / Garantstelling) van de gemeenschappelijke regeling VRHM bepaalt dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen; ➢ Een structureel en reëel sluitende begroting.
De VRHM heeft een sluitende Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027; ➢ De VRHM heeft voldoende middelen en financiering om de wettelijke taken van het Jaarplan 2024 (‘voorzienbare’ toekomst) in continuïteit te kunnen vervullen; ➢ Het huidige weerstandsvermogen duidt op ‘voldoende’ weerstandsvermogen, conform de normtabel die NARIS hanteert (en is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente); ➢ Provincie Zuid-Holland: Financieel Toezicht gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Met het toezicht wordt beoogd een gezonde financiële situatie bij gemeenten en gemeenschappelijke regelingen te bevorderen. De VRHM staat onder repressief toezicht.
Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (hierna: Woo) wil een transparante en actief openbaar makende overheid. In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Woo wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Hiermee wordt een impuls gegeven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De VRHM maakt op dit moment de belangrijkste verslagen en verantwoordingsrapportages (w.o. de Programmabegroting en het Jaarverslag) al actief openbaar. Verder is binnen de organisatie het proces van ontvangst, beoordeling en verwerking van een aanvraag tot openbaarmaking uitgewerkt en belegd. De website wordt aangevuld met een WOO formulier. De VRHM zal in de komende periode in samenspraak met het Bestuur nagaan of meerdere documenten en/ of rapportages actief openbaar gemaakt zullen worden.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 38
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 39
Jaarrekening 2023
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 40
Balans per 31 december 2023 Activa
31-12-2023
31-12-2022
(x € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut Totaal Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal
63.397
44.973 63.397
8.417
Totaal vaste activa
44.973
8.768 8.417
8.768
71.814
53.741
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Totaal Liquide middelen - Kassaldi - Banksaldi Totaal Overlopende activa - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel a Europese overheidslichamen b Het Rijk c Overige Nederlandse overheidslichamen - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal Totaal vlottende activa
Totaal activa
853
247
9.275 12
9.712 88 10.140
1 348
10.047
1 346 349
179 2.428
347
941 8.126
1.059
840 3.666
9.908
14.155
20.302
85.969
74.043
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 41
Passiva
31-12-2023
31-12-2022
920 4.566 935
920 5.145 -341
(x € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen - Reserves a. Algemene reserve b. Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat Totaal Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Voorziening ter egalisatie van kosten Totaal Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van a. Binnenlandse banken en overige financiële instellingen b. Openbare lichamen Totaal
6.422
7.589 -
5.724
8.052 7.589
62.976 -
Totaal vaste passiva
8.052
30.082 62.976
30.082
76.987
43.858
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Kasgeldlening - Overige schulden Totaal Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren a. Voorschotten van het Rijk Totaal Totaal vlottende passiva
Totaal passiva
6.567
18.000 10.318 6.567
1.324
28.318
801
1.092
1.067 2.416
1.868
8.982
30.186
85.969
74.043
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 42
Overzicht van baten en lasten over 2023 Realisatie 2023
Verschil
Saldo
Saldo
Saldo
Programmabegroting 2023 Primair
Wijziging
-
BATEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID Gemeentelijke bijdrage
-53.584.994
-
-53.584.994
-53.283.266
-301.728
Rijksbijdrage (BDUR)
-6.539.838
-1.407.149
-7.946.987
-8.708.629
761.642
Overige bijdragen
-944.800
-
-944.800
-3.450.110
2.505.309
-
-
-
-14.546.489
14.546.489
-61.069.633
-1.407.149
-62.476.782
-79.988.494
17.511.712
Vergoeding kosten noodopvang vluchtelingen TOTAAL BATEN LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID Programmataken Meldkamer
1.164.227
-
1.164.227
1.202.348
-38.121
Brandweerzorg
29.904.051
-
29.904.051
32.802.549
-2.898.497
Risico- en Crisisbeheersing
572.731
5.585.400
845.800
6.431.200
5.858.469
Bevolkingszorg
608.044
-
608.044
667.621
-59.577
Totaal Programmataken
37.261.722
845.800
38.107.522
40.530.987
-2.423.464
Directie & Staf
2.977.310
561.349
3.538.659
1.997.162
1.541.497
Bedrijfsvoering
8.280.800
-
8.280.800
8.838.210
-557.410
11.258.110
561.349
11.819.459
10.835.372
984.087
12.699.800
-
12.699.800
13.290.607
-590.807
-
-
-
14.546.489
-14.546.489
Management en Ondersteuning
Totaal Management & Ondersteuning Overhead Kosten noodopvang vluchtelingen TOTAAL LASTEN
150.000
-
150.000
79.203.455
935.039
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
150.000
-
150.000
-785.039
935.039
Toevoegingen aan reserves
-
-
-
-
-
Onttrekkingen aan reserves
-150.000
-
-150.000
-150.000
-
-
-
-
-935.039
935.039
-
-
-
-
-
-
-935.039
935.039
Gerealiseerd resultaat na bestemming VPB Gerealiseerd resultaat van baten en lasten
Voorlopige jaarstukken 2023
-
Pagina 43
Het rekeningresultaat 2023 (vóór bestemming) bedraagt € 935 positief.
Toelichting verschil in baten De baten in 2023 bedroegen € 80,5 mln. ten opzichte van € 62,5 begroot, totaal € 18,0 mln. meer. Hiervan is € 14,5 mln. de vergoeding voor de kosten die de VRHM heeft gemaakt voor de crisisnoodopvanglocatie(s) COA (€ 8,9 mln.) en 1e opvang ontheemden Oekraïne (€ 5,7 mln.). Resteert € 3,5 mln. Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdragen, begroot op € 53,6 mln., zijn € 301.728 lager. Oorzaak is dat de in de gemeentelijke bijdrage van Gouda de vordering op Gouda ingevolgde FLO via de balans wordt verwerkt en niet meer via de V&W-rekening. Deze waren in de begroting 2023 nog niet via de balans Verwerkt. Rijksbijdrage BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) De beschikking bedraagt uiteindelijk € 253.000 meer dan als verwachte bijdrage voor 2023 in de beschikking voor 2022 (december 2021) was aangegeven. De toekenning van de loon- en prijsbijstelling over de BDuR 2023 bedraagt € 559.000. Overige baten De overige baten bedragen € 1,0 mln. meer dan begroot, met name veroorzaakt door boekwinst op verkoop van activa (tankautospuiten) ad € 517.000 en rente uit deposito ad € 267.000. Vergoeding coördinatiekosten (COA) VRHM heeft in 2023 asielzoekers opgevangen in het kader van de crisisnoodopvang (CNO). De door de VRHM gemaakte kosten zijn in rekening gebracht bij het Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA).
Conform afspraak met veiligheidsregio’s en COA brengt ook de VRHM coördinatiekosten bij het COA in rekening op basis van het overheadpercentage (voor de VRHM 20,8%) als opgenomen in de Programmabegroting 2023. Toelichting verschil in lasten De totale lasten bedragen € 79,2 mln. en liggen € 16,6 mln. hoger dan de programmabegroting 2023. Dit komt met name door: - De verantwoording van de voorgefinancierde lasten voor de vluchtelingennoodopvang ad € 14,5 mln.; - Hogere overheadkosten, hogere uitgaven bij de Programma’s Bedrijfsvoering en Brandweerzorg en de kosten voor de vorming van de voorziening personeel. De hogere uitgaven op de 2 programma’s zijn voornamelijk het gevolg van de financiële wijzigingen in de nieuwe CAO met als ingangsdatum 2 januari 2023. Onvoorziene lasten In 2023 bedroegen de incidentele lasten (exclusief de voorgefinancierde lasten voor de vluchtelingennoodopvang) ca € 0,2 mln. -
Voorziening personeel In 2023 is op basis van vaststellingsovereenkomsten met (voormalig) medewerkers € 207.000 gedoteerd aan de voorziening personeel. Uitbetaling vindt plaats in 2024.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 44
Overheadkosten De totale overheadkosten bedragen € 13,3 mln. en liggen € 591.000 hoger dan begroot. Zie voor de toelichting op de overheadkosten pagina 21.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 45
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1. 2.
3.
4.
5.
6. 7.
8. 9. 10.
De jaarrekening is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Indien er sprake is van (eenmalige) effecten van grote omvang dient een verplichting opgenomen te worden.
Materiële vaste activa: Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in het jaar dat volgt op het jaar waarin de investering is afgerond/ verworven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren: Soort activum Jaren Gronden en terreinen Gebouwen 5-40 Vervoermiddelen 5-15 Overige bedrijfsmiddelen 5-20 Voor het bepalen van de afschrijvingstermijnen is het bepaalde in artikel 9.5 lid 9 Waarderen en afschrijven van vaste activa van het Financieel Statuut VRHM van toepassing. De minimale activeringsgrens is € 25.000 voor aangeschafte (groep) activa vanaf 1 januari 2017. Investeringen in software betreft veelal een SaaS-oplossing en worden daarom niet geactiveerd en afgeschreven. Financiële vaste activa: Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht.
Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of één jaar of langer worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Na wijziging van het BBV op 10 juli 2007 omvatten de overlopende passiva ook de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede voorschotbedragen voor overdrachten met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren en waarvoor bij niet-besteden een terugbetalingsverplichting bestaat.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 46
Toelichting op de balans per 31 december 2023 Vaste activa Materiële vaste activa
Investe- Desinve- Afschrijvingen Afschrijvingen steringen steringen desinvesteringen
Materiële vaste activa
Saldo
(bedragen x € 1.000)
31-12-2022
Saldo 31-12-2023
Gronden en terreinen
1.932
15
-
-
-
1.947
Gebouwen
25.338
459
-289
289
-1.023
24.774
Vervoermiddelen
12.959
12.598
-1.498
1.498
-1.601
23.956
Overige materiële vaste activa
4.744
7.602
-920
897
-545
11.778
-
942
-
-
44.973
21.616
-2.707
2.684
ICT-middelen Totaal
942 -3.169
63.397
De VRHM heeft alleen vaste activa met economisch nut in eigendom. De materiële vaste activa bedragen per 31-12-2023 € 63.397.000 en bestaan voornamelijk uit gebouwen en vervoersmiddelen. De toename in 2023 van € 18.424.000 komt door de investeringen in gebouwen, vervoermiddelen, overige materiele vaste activa en ICT-middelen en de desinvesteringen van gebouwen, overige materiele vaste activa en vervoermiddelen. De investeringen en desinvesteringen worden hieronder weergegeven.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 47
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 48
Financiële vaste activa Financiële vaste activa (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122022
Ontvangst
Saldo 31-122023
Vordering gemeente Gouda
8.768
-351
8.417
Totaal
8.768
-351
8.417
De financiële vaste activa bedraagt per 31-12-2023 € 8.417.000. De afname in 2023 van € 351.000 wordt veroorzaakt door de jaarlijkse ontvangst van de gemeente Gouda. De VRHM ontvangt jaarlijks een vast bedrag van € 351.000 voor de afkoop van de FLO-rechten van voormalig Goudse medewerkers die bij de regionalisatie in dienst zijn gekomen van de VRHM. Bij de start van de VRHM is met de gemeente Gouda afgesproken dat de gemeente Gouda jaarlijks een vaste vergoeding betaalt voor de FLO-rechten van hun oud-medewerkers. De nominale waarde van deze vordering staat op de balans als langlopende vordering (financieel vast actief) en loopt af in 2047. Tegenover deze langlopende vordering staan de FLO-verplichtingen aan de medewerkers. Deze zijn opgenomen in de voorziening FLO-Gouda. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122023
Saldo 31-122022
Vorderingen op openbare lichamen 853
247
Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
9.275 12
9.712 88
Totaal
10.140
10.047
De vlottende activa bedragen per 31 december 2023 € 10.140.000 en bestaan voornamelijk uit Uitzettingen ’s Rijks schatkist (€ 9.275.000). De toename van het totale saldo met € 93.000 komt door de toename van de Vorderingen op openbare lichamen met € 606.000, de afname van het saldo van de uitzettingen in ’s Rijks Schatkist met € 437.000 en de afname van de overige vorderingen met € 76.000 De uitzettingen in ’s Rijks Schatkist betreffen de liquide middelen die conform de regeling Schatkistbankieren decentrale overheden binnen ’s Rijks Schatkist dienen te worden aangehouden. Hiermee voldoet de VRHM aan de drempelwaarde voor het aanhouden van gelden buiten ’s Rijks
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 49
Schatkist. Voor het overzicht van de berekening van de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren wordt verwezen naar paragraaf 4.3 Financiering. Het saldo van de vorderingen op openbare lichamen bestaat voornamelijk uit facturen voor detacheringen en subsidies..
Liquide middelen Liquide middelen (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122022
Saldo 31-122022
Kassaldi
1
1
Banksaldi
348
346
Totaal
349
347
De totale liquide middelen bedragen per 31-12-2023 € 349.000 en bestaan voornamelijk uit banksaldi. De banksaldi zijn in lijn met 2022. Het per ultimo 2023 aangehouden saldo aan liquide middelen blijft binnen de normering van de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’. Overlopende activa Overlopende activa (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122023
Saldo 31-122022
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel a Europese overheidslichamen 179
941
c Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
2.428
8.126
1.059
840
Totaal
3.666
9.907
b Het Rijk
De overlopende activa bedragen per 31 december 2023 € 3.666.000 en zijn met € 6.241.000 afgenomen. Deze afname wordt grotendeels veroorzaakt doordat de voorfinanciering van de kosten Noodopvang vluchtelingen in 2023 is afgerekend.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 50
Nog te ontvangen, vooruitbetaald Noodopvang Vluchtelingen (bedragen x € 1.000)
Vooruitbetaald Vluchtelingen COA Vooruitbetaald Vluchtelingen Oekraïne Totaal
Saldo 31-122023
Saldo 31-122022
2.428
8.126
179
941
2.607
9.067
In totaliteit zijn de volgende bedragen vooruitbetaald vanwege de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen. Dit zijn de kosten die zijn gemaakt voor CNO (COA) en voor een deel voor de GOO (Ministerie van J&V). Voor de CNO betreft dit zowel betalingen aan leveranciers als overheadkosten. Het saldo van de vooruitbetaalde bedragen bij Het Rijk van € 179.000 betreffen de kosten die zijn gemaakt voor de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen voor de GOO (Oekraïne). Deze kosten worden middels een SiSa-verantwoording in rekening gebracht bij het Ministerie van Justitie & Veiligheid. Het saldo van de vooruitbetaalde bedragen bij Overige Nederlandse overheidslichamen van € 2.428.000 betreffen de kosten die zijn gemaakt voor de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen voor de CNO. Deze kosten worden middels een declaratie in rekening gebracht bij het Centraal Opvang Asielzoekers (COA).
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 51
Vooruitbetaald ten laste van volgende begrotingsjaren Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen ten laste van volgende begrotingsjaren komen (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122023
Saldo 31-122022
Nog te ontvangen bedragen
428
260
Vooruitbetaalde bedragen Overige
630 1
577 3
1.059
840
Totaal
Het totaal van de ‘vooruitbetaalde bedragen’ bedraagt per 31-12-2023 € 630.000 en bestaat hoofdzakelijk uit vooruitbetaalde licentie- en onderhoudskosten van doorlopende contracten. Het totaal van de ‘nog te ontvangen bedragen’ bedraagt per 31-12-2023 € 428.000. Dit saldo bestaat grotendeels uit de nog te factureren bedragen; RAV afhijsingen; detacheringskosten en projectkosten Leiden Noord.
Vaste passiva Eigen vermogen Eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122023
Reserves Gerealiseerd resultaat Totaal
Saldo 31-122022
5.486
6.065
935
-341
6.422
5.724
Het eigen vermogen (inclusief het gerealiseerd resultaat 2023) bedraagt per 31-12-2023 € 6.421.000 en bestaat voornamelijk uit de reserves.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 52
Reserves Reserves (bedragen x € 1.000)
Saldo Saldo 31-12-2023 31-12-2022 920
920
Bestemmingsreserves
4.566
5.145
Totaal
5.486
6.065
Algemene reserve
Het totaalbedrag aan Reserves bedraagt per 31-12-2023 € 5.486.000. Deze worden hieronder verder uitgesplitst. Algemene reserve
Saldo
Dotatie
(bedragen x € 1.000)
31-12-2022
Ont-
Saldo
trekking 31-12-2023
Algemene reserve
920
-
-
920
Totaal
920
-
-
920
In 2023 hebben er, conform de resultaatbestemming 2022, geen mutaties in de Algemene reserve plaatsgevonden. Bestemmingsreserves
Saldo
(bedragen x € 1.000)
Resultaat
Toe-
bestemming voegingen
Onttrekking
Vermin-
Saldo
dering ivm afschrijving
31-12-2022
op activa
31-12-2023
Samenwerken loont
419
-
-
-
-
419
Flankerend beleid
627
-
-
(195)
-
432
Multiteam/netcentrisch werken/LCMS
37
-
-
-
-
37
Resterende exploitatielasten MK HM
1.755
-
-
-
(150)
1.605
FLO Gouda
725
-
-
(146)
-
579
FLO overgangsrecht 2018
125
-
-
-
-
125
Ontwikkel en Innovatiebudget
387
-
-
-
-
387
Groot Onderhoud
890
-
-
(88)
-
802
2e Loopbaanbeleid
180
-
-
-
-
180
5.145
-
-
(429)
(150)
4.566
Totaal
Het saldo van de bestemmingsreserves bedraagt per 31-12-2023 € 4.566.000 en is in 2023 met € 579.000 afgenomen. De mutaties in 2023 hebben enkel betrekking op onttrekkingen aan de reserves. Deze worden hieronder verder toegelicht. Samenwerken loont Doel van de reserve: Ter dekking van de incidentele kosten voor multi-beleidsvoornemens.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 53
Mutaties 2023
Begroot
Realisatie
Overige mutatie
-
-
Verschil -
Toelichting mutaties 2023: In 2023 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.
Flankerend beleid Doel van de reserve: Het opvangen van financiële negatieve gevolgen van organisatieontwikkeling voor de medewerkers. Voorbeelden zijn bijscholing, herplaatsingen, outplacement, vervroegde uittredingsmogelijkheden o in uiterste gevallen het treffen van stimuleringsmaatregelen bij vertrek. Mutaties 2023:
Begroot
Realisatie
Overige mutatie
-
-195
Verschil 195
Toelichting mutaties 2022: Conform de winstbestemming 2022 heeft een onttrekking van € 194.651 aan de Reserve Flankerend Beleid plaatsgevonden t.b.v. RVU-betalingen en afkoop centralisten
Multiteam/netcentrisch werken/LCMS Doel van de reserve: Oorspronkelijk was deze reserve ter dekking van de migratiekosten van het MultiTeam-systeem naar LCMS, nu is de reserve ter dekking van de incidentele (door) ontwikkelkosten van LCMS.
Mutaties 2023:
Begroot
Realisatie
Overige mutatie
-
-
Verschil -
Toelichting mutaties 2023: In 2023 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 54
FLO Gouda Doel van de reserve: De reserve dient ter egalisatie van de verschillen inde balansposten Financiële vaste activa FLO Gouda en Voorziening FLO Gouda, in het kader van het FLO-overgangsrecht voor de medewerkers in dienst van de gemeente Gouda ten tijde van het instellen van het FLOovergangsrecht. De verschillen kunnen onder andere ontstaan door collega’s die uit dienst gaan, veranderende (fiscale) wet- en regelgeving, stelselwijzigingen of wijzigingen in gehanteerde rekenrentes. Mutaties 2023: Onttrekking
Begroot
Realisatie
-
-146
Verschil 146
Toelichting mutaties 2023: Conform de winstbestemming 2022 heeft een onttrekking van € 146.000 aan de Reserve FLO plaatsgevonden ter grootte van de dotatie aan de Voorziening FLO
FLO overgangsrecht 2018 Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de Reparatie van het FLO-overgangsrecht 2018 (oudmedewerkers) Alpen aan den Rijn en Leiden. Het gaat hierbij om de baten (voor deelnemende gemeenten) en lasten (voor VRHM) over de jaren heen gelijkmatig te verdelen (egalisatiefunctie).
Mutaties 2023: Onttrekking
Begroot
Realisatie
-
-
Verschil -
Toelichting mutaties 2023: In 2023 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.
Ontwikkel en Innovatiebudget Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met het versnellen en versterken van het ontwikkelproces van de Veiligheidsregio Hollands Midden (bestedingsfunctie).
Mutaties 2023:
Begroot
Realisatie
Onttrekking
-
-
-
Dotatie
-
-
-
Voorlopige jaarstukken 2023
Verschil
Pagina 55
Toelichting mutaties 2023: In 2023 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.
Resterende exploitatielasten MK HM Doel van de reserve: Gedeeltelijke dekking van de resterende exploitatielasten van de oude GMK Hollands Midden.
Mutaties 2023: Onttrekking
Begroot
Realisatie
-150
-150
Verschil -
Toelichting mutaties 2023: De onttrekking is ter dekking van de kapitaallasten ivm de herbestemming van de Meldkamer.
Groot Onderhoud Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het MJOP (huisvesting).
Mutaties 2023: Onttrekking
Begroot
Realisatie
-
-88
Verschil -
Toelichting mutaties 2023: In 2023 is voor € 88.000 aan kosten voor groot onderhoud onttrokken aan de reserve groot onderhoud.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 56
2e Loopbaanbeleid Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid binnen de VRHM.
Mutaties 2023: Onttrekking
Begroot
Realisatie
-
-
Verschil -
Toelichting mutaties 2023: In 2022 is het voorgestelde bestemmingsresultaat van 2021 ad € 180.000 toegevoegd aan de nieuw te vormen reserve 2e loopbaanbeleid.
Voorzieningen Voor verplichtingen, verliezen en risico’s Voorzieningen (bedragen x € 1.000)
FLO
Saldo
Dotatie
Saldo
Vrijval
31-12-2022
7.054
31-12-2023
-
-843
6.211
Verlofsparen
748
423
-
1.171
(Schadeuitkering) personeel
250
207
-250
207
8.052
630
-1.093
7.589
Totaal
Het totaalbedrag van de voorzieningen bedraagt per 31-12-2023 € 7.589.000. Deze bestaat uit de voorziening FLO, voorziening verlofsparen en voorziening voor personeel. Voorziening FLO De voorziening FLO is in 2023 met € 843.000 afgenomen. In de berekening van 2023 is de indexering van eventuele CAO-verhogingen niet meegenomen. Dit volgens de Financiële Verordening van de VRHM. Na afkoop van het FLO-overgangsrecht door de gemeente Gouda, komen de lasten van deze regeling voor rekening van de Veiligheidsregio Hollands Midden. De omvang van de voorziening is bepaald op basis van de toekomstige verplichtingen. Het financieel risico voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van de gemeenten Alphen aan den Rijn en Leiden ligt niet bij de VRHM. Voor betreffende gemeenten is geen voorziening noodzakelijk in de jaarrekening van de VRHM. De jaarlijkse verplichtingen en bijdragen hiervan zijn in het overzicht van baten en lasten verantwoord. De voorziening is berekend op basis van het Principeakkoord Reparatie FLO-overgangsrecht brandweerpersoneel. De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 57
de bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR. De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij de berekening bekende Cao-loon. In dit geval is dit de Cao 2019-2020. In de berekening van de totale voorziening is geen rekening gehouden met de kans op het vervallen van rechten door natuurlijk verloop en het voortijdig uit dienst treden van het beroepsbrandweerpersoneel. Voorziening Verlofsparen De nieuwgevormde voorziening voor verlofsparen ad € 1.171.000 heeft betrekking op het totaal aantal uren dat voor alle medewerkers in 2023 is omgezet in spaarverlof. De berekening is gebaseerd op de werkelijke tarieven Met spaarverlof krijg je de mogelijkheid om uren opzij te zetten voor later. Het spaarverlof is onbeperkt geldig. Voorziening personeel In 2023 is € 250.000 onttrokken aan deze voorziening in verband met een civielrechtelijke aansprakelijkheidsaanstelling, die in het jaar 2022 in goed overleg was overeengekomen. De toevoeging van € 207.000 betreft de beëindiging van een aantal dienstverbanden, waarvan de uitbetalingen in 2024 hebben plaatsvinden.
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (bedragen x € 1.000)
Saldo Vermeer- Aflossing Saldo dering 31-12-2022 31-12-2023
Leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten Nederlandse Waterschapsbank
20.479 9.602
35.000 -
-1.766 -340
53.713 9.263
Totaal
30.082
35.000
-2.106
62.976
De stand van de onderhandse leningen per 31-12-2023 bedraagt € 62.976.000 en bestaat uit leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Het saldo is in 2023 met € 32.894.000 toegenomen. In 2023 zijn er twee nieuwe langlopende leningen afgesloten voor een totaalbedrag van € 35.000.000. De totale aflossing in 2023 bedraagt € 2.106.000. Voor een specificatie van de onderhandse leningen verwijzen wij naar paragraaf 4.3 Financiering. Rentelast 2023 De rentelast over de langlopende leningen bedraagt € 750.000 in 2023.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 58
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122023
Saldo 31-122022
Kasgeldlening
-
18.000
Overige schulden
6.567
10.318
Totaal
6.567
28.318
De netto-vlottende schulden bedragen per 31-12-2023 € 6.567.000 en zijn in 2023 met € 21.751.000 afgenomen. Deze afname komt voornamelijk door de aflossing van de Kasgeldlening begin 2023. Overige schulden De overige schulden bedragen per 31 december 2023 € 6.567.000 en zijn in 2023 met € 3.751.000 afgenomen. De overige schulden bestaan voornamelijk uit de nog te betalen crediteuren, loonheffing, omzetbelasting, vergoedingen vrijwilligers en salarisuitbetalingen via de 13e run. Overlopende passiva Overlopende passiva (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122023
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
Saldo 31-122022
1.324
801
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
1.092
1.067
Totaal
2.416
1.868
Het saldo van de overlopende passiva bedraagt € 2.416.000 en is toegenomen met € 548.000. De toename wordt grotendeels veroorzaakt door nog te betalen rente en nog te betalen kosten. Lasten die volgend boekjaar worden betaald De verplichtingen die in het jaar 2024 betaald gaan worden bedragen € 1.324.000. Deze lasten zijn ontvangen na balansdatum en zijn voor het boekjaar 2023 bestemd. Deze lasten worden in het jaar 2024 betaald, maar zijn opgenomen in het boekjaar 2023.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 59
Voorschotbedragen van overheidslichamen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Voorschotten van het Rijk (bedragen x € 1.000) Bijdrage Complete Lijn uitschakeling en inzet van de 25 kV Spanningstester (CLU+) SiSa CTB 2021 Totaal
Saldo
Saldo
31-12-2022
31-12-2023
Toevoeging
Aanwending
133 934
120 70
133 -
120 1.004
1.067
190
133
1.124
De voorschotten van het Rijk bedragen per 31 december 2023 € 1.124.000 en zijn in 2023 met € 57.000 toegenomen. Deze toename komt door de afrekening en inzet Corona controletoegangsbewijzen (CTB) 2021 en de nog af te rekenen SiSa-bijdrage (CTB 2021) in 2024. Volgens de SiSa CTB verantwoordt de VRHM in de jaarrekening 2023 de ontvangen SiSa-bijdrage van het Ministerie J&V en de betaalde declaraties aan de gemeenten. De gemeenten hebben deze verantwoord in hun jaarrekening 2022. Echter, enkele gemeenten hebben hun verantwoording van de ontvangen vergoeding doorgeschoven naar de jaarrekening 2023. De VRHM heeft daardoor de eindverantwoording van de SiSa CTB in jaarrekening 2023 opgenomen. Zie voor de exacte berekening bijlage 3 Verantwoording CTB, GOO en CNO-onderbouwing
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 60
Niet in de balans opgenomen verplichtingen Huurcontracten van de kazernes De totale huurlasten van de kazernes bedragen in 2023 € 2,8 miljoen. De huurcontracten van de diverse kazernes zijn jaarlijks opzegbaar. Het huurcontract van de kazerne Driebruggen is, in verband met de geplande oplevering van de nieuw te bouwen kazerne, per 31-12-2024 opgezegd. De huurlasten van deze kazerne bedragen € 20.500 per jaar. Tankautospuiten Eind 2020 is het contract ter waarde van ca € 17,7 miljoen voor de levering van 45 nieuwe tankautospuiten getekend. In 2021 is er echter een discussie ontstaan met de leverancier over de al dan niet door te berekenen prijsindexatie. In 2022 is de aanvullende indexering contractueel vastgelegd. De totale contractwaarde bedraagt totaal (inclusief indexering) € 18,5 miljoen. In 2023 zijn er 18 vervangen en in gebruik genomen. De resterende 18 tankautospuiten kosten totaal € 7,5 miljoen. Autoladders Medio 2020 is het contract ter waarde van ca € 5,5 miljoen voor de levering en onderhoud van 7 nieuwe autoladders getekend. In 2021 is er echter een discussie ontstaan met de leverancier over de al dan niet door te berekenen prijsindexatie. In 2022 is de aanvullende indexering contractueel vastgelegd. De totale contractwaarde bedraagt totaal (inclusief indexering) € 5,7 miljoen.
In 2023 is het besluit genomen tot aanschaf van de 8ste autoladder en deze zal in 2025 worden geleverd. De 8ste autoladder kost € 1 miljoen, zodat de totale contractwaarde van de 8 autoladders uitkomt op € 6,6 miljoen. In 2023 zijn er 3 geleverd. De resterende 3 ladderwagens kosten in totaal € 2,6 miljoen. Water Transport Systeem (WTS) 500 Naast de 3 kazernes die al een WTS500 hebben, zijn er nog 7 nieuwe voertuigen besteld. Medio 2023 is de aanvulling op de bestaande overeenkomst uit 2020 overeengekomen. De 7 WTS-voertuigen kosten totaal € 3,3 miljoen. De eerste WTS-500 zal naar verwachting in 2025 worden geleverd.
Gebeurtenissen na balansdatum Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de exmedewerker in staat stelt om financieel de tijd te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. De regeling geldt binnen de VRHM vanaf 1 januari 2024. Op dit moment heeft 1 medewerker die voldoet aan de gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor de RVU in 2024 een schriftelijk verzoek ingediend.
Truckkartel Vrachtwagenfabrikanten profiteerden jarenlang van verboden prijsafspraken. In 2017 legde de Europese Commissie een boete op van meer dan 3 miljard euro aan de betrokkenen van de zogenoemde truckkartel. TVM verzekeringen heeft haar krachten gebundeld met ondernemersorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) en advocatenkantoor Hausfeld & Co bij de voorbereiding van een collectieve claim tegen deze vrachtwagenfabrikanten. De VRHM voert de zaak van het truckkartel namens gemeenten. Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 61
In december 2021 is het vorderingsverzoek ingediend. De vrachtwagenfabrikanten hebben zich niet tegen dit verzoek verzet. Op 16 februari 2022 heeft de rechtbank dit verzoek ingewilligd en besloten de vorderingen op te nemen. De rechtbank doet consequent zeer bemoedigende uitspraken ten gunste van de claimanten. Hoewel dit proces eventueel nog enkele jaren kan duren, zijn de recente ontwikkelingen zowel in Europa als met name- Nederland zeer positief. De rechtbank heeft bekend gemaakt dat zij in 2024 een beslissing neemt over de voorzetting van de procedure die relevant is voor de VRHM.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 62
Toelichting op het overzicht van baten en lasten over 2023 Algemeen Binnen de programmabegroting en –verantwoording van de VRHM worden vier programmataken onderscheiden met per programmataak één of meerdere beleidsproducten. Onderstaande tabellen geven per programmataak en onderdeel de begrote en de gerealiseerde cijfers voor 2023 aan, alsmede het verschil tussen begroting en realisatie. Begrotingsrechtmatigheid In een aantal taken is sprake van een overschrijding van de lasten ten opzichte van de begroting. Het totaal van de winst en verliesrekening laat een negatief saldo zien. Vennootschapsbelasting Naar verwachting heeft de VRHM geen prestaties die in aanmerking komen voor de VPB-plicht. In de hiernavolgende overzichten is derhalve geen post vennootschapsbelasting opgenomen.
Programmataak Meldkamer Meldkamer
Programmabegroting 2023 Primair
Wijziging
Saldo
Realisatie 2023
Verschil
Saldo
Saldo
BATEN Gemeentelijke bijdrage Overig bijdragen TOTAAL BATEN
-1.164.227
-
-1.164.227
-1.164.227
-
-
-
-
-30.000
30.000
-1.164.227
-
-1.164.227
-1.194.227
30.000
LASTEN Salarislasten
1.164.227
-
1.164.227
1.202.348
-38.121
TOTAAL LASTEN
1.164.227
-
1.164.227
1.202.348
-38.121
-
-
-
8.121
-8.121
Toevoegingen aan reserves
-
-
-
-
-
Onttrekkingen aan reserves
-
-
-
-
-
-
-
-
8.121
-8.121
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
Gerealiseerd resultaat na bestemming
Het (beperkte) negatieve resultaat (inclusief overhead) op de programmataak Meldkamer bedraagt inclusief de toegestane onttrekkingen uit reserves € 8.121. De overige bijdragen ad € 30.000 betreft de vanuit de Politie ontvangen vergoeding over 2023 voor de Caco (Calamiteitencoördinator). Deze bijdrage was niet begroot. Tegenover deze niet begrote bijdrage staat € 38.121 aan hogere salarislasten als gevolg van de financiële wijzigingen uit de nieuwe CAO met als ingangsdatum 2 januari 2023.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 63
Programmataak Risico – en Crisisbeheersing Risico- en Crisisbeheersing
Programmabegroting 2023 Primair
Wijziging
Saldo
Realisatie 2023
Verschil
Lasten
Saldo
BATEN Rijksbijdrage (BDUR)
-
-1.407.149
-1.407.149
-1.407.149
-0
Vergoeding kosten noodopvang vluchtelingen
-
-
-
-14.546.489
14.546.489
-
-1.407.149
-1.407.149
-15.953.638
14.546.489 -398.778
TOTAAL BATEN LASTEN Salarislasten
5.532.200
-
5.532.200
5.930.978
Opleiden en oefenen
242.700
-
242.700
245.160
-2.460
Overige lasten
474.100
845.800
1.319.900
404.692
915.208
-
-
-
14.546.489
-14.546.489
TOTAAL LASTEN
Kosten noodopvang vluchtelingen
6.249.000
845.800
7.094.800
21.127.319
-14.032.519
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
6.249.000
845.800
7.094.800
5.173.681
513.970
Toevoegingen aan reserves
-
-
-
-
-
Onttrekkingen aan reserves
-
-
-
-
-
6.249.000
845.800
7.094.800
5.173.681
513.970
Gerealiseerd resultaat na bestemming
Het positieve resultaat (inclusief overhead) op de programmataak Risico- Crisisbeheersing bedraagt € 513.970. Dit wordt per saldo veroorzaakt door hogere salarislasten en lagere overige lasten. De salarislasten liggen € 398.778 hoger als gevolg van de financiële wijzigingen uit de nieuwe CAO met als ingangsdatum 2 januari 2023. De belangrijkste wijzigingen zijn: • Een nominale verhoging van €100 bruto per 2 januari 2023 gevolgd door: • Een loonsverhoging van 5,5% per 2 januari 2023. • En een verhoging van de eindejaarsuitkering (EJU) van 1,58% waardoor een volledige dertiende maand ontstaat. De EJU maakt onderdeel uit van het IKB. • Voor de vrijwilligers is afgesproken dat de jaar- en uurvergoedingen stijgen met 9,3%. In de programmabegroting 2023 is een salaristoename van 3,7% begroot. Tevens zijn in 2023 extra lasten voor de verhoging van de voorziening voor verlofsparen verantwoord, terwijl deze niet waren begroot. De overige lasten liggen € 915.208 lager dan begroot. De voornaamste oorzaak is € 845.800 van het totaal aan ontvangen geld uit de extra Brede doeluitkering 2023 niet is besteed. De VRHM heeft ook in 2023 invulling gegeven aan de extra taak voor het tijdelijk opvangen van Oekraïners (GOO) en overige vluchtelingen (CNO). Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd onder de wettelijke taak van Risico- en crisisbeheersing.
Zowel de voorgefinancierde lasten voor de vluchtelingennoodopvang (€ 14,5 mln.) als de ontvangst vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het COA (€ 14,5 mln.) zijn op de programmataak Risico- en Crisisbeheersing verantwoord.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 64
Programmataak Bevolkingszorg Bevolkingszorg
Realisatie 2023
Verschil
Saldo
Lasten
Saldo
Programmabegroting 2023 Primair
Wijziging
BATEN Gemeentelijke bijdrage
-656.544
-
-656.544
-656.544
-
Rijksbijdrage (BDUR)
-66.500
-
-66.500
-66.000
-500
-723.044
-
-723.044
-722.544
-500 -179.665
TOTAAL BATEN LASTEN Salarislasten
321.900
-
321.900
501.565
Opleiden en oefenen
108.200
-
108.200
83.815
24.385
Overige lasten
245.744
-
245.744
134.883
110.861
TOTAAL LASTEN
675.844
-
675.844
720.263
-44.419
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
-47.200
-
-47.200
-2.281
-44.919
Toevoegingen aan reserves
-
-
-
-
-
Onttrekkingen aan reserves
-
-
-
-
-
-47.200
-
-47.200
-2.281
-44.919
Gerealiseerd resultaat na bestemming
Het negatieve resultaat (inclusief overhead) op de programmataak Bevolkingszorg bedraagt € 44.919 en wordt per saldo voornamelijk veroorzaakt door hogere salarislasten en de lagere overige lasten. De hogere salarislasten ad € 179.665 zijn voornamelijk het gevolg van de verantwoording van totaal € 112.000 voor aan diverse gemeenten betaalde piketvergoeding 2023. Deze lasten waren op ‘overige lasten’ begroot, zodat deze lasten € 110.861 lager zijn dan begroot. Daarnaast liggen de salarislasten hoger als gevolg van de financiële consequenties uit de nieuwe CAO per 2 januari 2023 (zie boven). In de Programmabegroting 2023 is een lagere salaristoename (3,7%) begroot.
Voorlopige jaarstukken 2023
Pagina 65
Programmataak Brandweerzorg Brandweerzorg
Programmabegroting 2023 Primair
Wijziging
Saldo
Realisatie 2023
Verschil
Lasten
Saldo
BATEN Gemeentelijke bijdrage
-
-
-
-
-
Rijksbijdrage (BDUR)
-50.000
-
-50.000
-112.816
62.816
Subsidies en overige bijdragen
-521.800
-
-521.800
-1.080.495
558.695
-571.800
-
-571.800
-1.193.311
621.511
Salarislasten
22.726.200
-
22.726.200
25.542.954
-2.816.754
Opleiden en oefenen
2.476.325
-
2.476.325
2.614.694
-138.369
Mobiliteit
4.527.226
-
4.527.226
4.888.610
-361.384
Personele Functionele Uitrusting
1.975.958
-
1.975.958
1.002.039
973.919
977.342
-
977.342
1.243.631
-266.289
TOTAAL BATEN LASTEN
Overige lasten TOTAAL LASTEN