Bijlage 4 Bestemmingsplan Verlengde Molengangenpad – toelichting A25.000206
Tekst van het document
bestemmingsplan
Verlengde Molengangenpad Gemeente Zuidplas
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.1892.BpRottedijk-Va01
Datum:
21 oktober 2024
Kenmerk Buro SRO:
SR200028
Opdrachtgever:
Recreatieschap Rottemeren
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
2
Inhoudsopgave hoofdstuk 1 Inleiding .................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 4 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 4 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 5 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 6
hoofdstuk 2 Het initiatief ........................................................................................................................... 7 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 7 2.2 Wat vooraf ging ................................................................................................................................................... 9 2.3 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 11 2.4 Verkeer .............................................................................................................................................................. 14
hoofdstuk 3 Beleidskader ........................................................................................................................ 18 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 18 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 19 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 23 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 24
hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten ........................................................................................... 26 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 26 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 27 4.3 Bedrijven en milieuzonering.............................................................................................................................. 27 4.4 Geluid ................................................................................................................................................................ 28 4.5 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 29 4.6 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 30 4.7 Ecologie .............................................................................................................................................................
30 4.8 Archeologie ....................................................................................................................................................... 32 4.9 Waterparagraaf ................................................................................................................................................. 34 4.10 Niet gesprongen explosieven .......................................................................................................................... 36
hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................. 38 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 38 5.2 Toelichting op de planregels ............................................................................................................................. 38 5.3 Bestemmingen .................................................................................................................................................. 38
hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................ 40 hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................... 41 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 41 7.2 Participatie ........................................................................................................................................................ 41 7.3 Vooroverleg ....................................................................................................................................................... 42 7.4 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 44 BIJLAGEN Bijlage 1. Verkeerskundig advies 21-07-2021 Bijlage 2. Vergelijking alternatieve tracés Verlengde Molengangenpad 27-10-2021 Bijlage 3. Quickscan Wnb Verlengde Molengangenpad 10-03-2022 Bijlage 4. Memo AERIUS-berekening Verlengde Molengangenpad 05-10-2024 Bijlage 4a. AERIUS_projectberekening_20241004095458_Rt5sqL2yzg6J_Aanlegfase Bijlage 5. Archeologisch Bureauonderzoek 25-01-2023 Bijlage 6. Nota van beantwoording
3
hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Recreatieschap Rottemeren is een samenwerkingsverband van de gemeenten Lansingerland, Rotterdam en Zuidplas. Het recreatieschap is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het recreatiegebied de Rottemeren. Onderdeel hiervan is een hoogwaardig recreatief fietspadennetwerk dat bijdraagt aan de beleving van het recreatiegebied de Rottemeren en daarnaast zorgdraagt voor het verbinden van het recreatiegebied Rottemeren met natuurgebieden in de omgeving zoals het Noord Aa, de Reeuwijkse Plassen en Bentwoud. In dit fietspadennetwerk missen nog enkele belangrijke verbindingen tussen de reeds aanwezige routes. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op zo'n ontbrekende schakel: het 'Verlengde Molengangenpad', een recreatieve fietsverbinding tussen de Rottemeren en het Bentwoud. Het gaat hierbij om het deel vanaf de Moerkapelse Zijde en de Hollevoeterbrug ten westen van Moerkapelle, via een bestaand deel van de Rottedijk en het verlengde daarvan naar het Bentwoudpad in het Bentwoud. Het tracé van het Verlengde Molengangenpad heeft een lengte van ca. 2 km en is grotendeels gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Tweemanspolder en polder De Wilde Veenen (herziening)', vastgesteld op 14 augustus 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Zuidplas.
Verder is een deel van het tracé gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Rottezoom', vastgesteld op 27 september 2012 door de gemeenteraad van de gemeente Lansingerland. Aan de noordzijde is het tracé gelegen binnen de beheersverordening 'Bentwoud, Benthuizen 2018', vastgesteld op 12 juli 2018 door de gemeenteraad van de gemeente Alphen aan den Rijn. Het initiatief past binnen de mogelijkheden van de laatstgenoemde beheersverordening, maar dat geldt niet voor de bestemmingsplannen van de gemeente Zuidplas en de gemeente Lansingerland. Voor die delen dienen dan ook nieuwe bestemmingsplannen opgesteld te worden. Qua regeling en toelichting is het grotendeels gelijk, maar er worden binnen de beide gemeentes (Zuidplas en Lansingerland) afzonderlijke procedures doorlopen, met eigen verbeeldingen en toegespitst op de gemeentelijke situatie. Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op het deel van het tracé dat binnen het grondgebied van de gemeente Zuidplas is gelegen. Het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel een nieuw en actueel planologisch-juridisch kader te bieden dat realisatie van een recreatieve fietsverbinding tussen de Rottemeren en het Bentwoud mogelijk maakt, waarbij de geldende bestemming wijzigt in een recreatieve bestemming.
1.2 Ligging plangebied Het tracé van de beoogde recreatieve fietsverbinding grenst aan de zuidzijde via de Rottedijk aan de Moerkapelse Zijde en de Hollevoeterbrug ten westen van Moerkapelle. Het tracé volgt het verloop van de Rottedijk in de richting van het recreatiegebied Bentwoud. Aan de noordzijde zal de recreatieve fietsverbinding vanaf de Oostkade aantakken op het Bentwoudpad. Op de navolgende afbeelding is de ligging globaal weergegeven van het gehele tracé (gemeenten Lansingerland en Zuidplas).
4
Globale ligging plangebied (bron: Google Maps)
1.3 Geldend bestemmingsplan De volgende afbeelding toont een fragment van de geldende regelingen ter plaatse van het gehele tracé (gemeenten Lansingerland en Zuidplas).
Uitsnede geldende bestemmingsplannen met o.a. 'Tweemanspolder en polder De Wilde Veenen (herziening)' en 'Rottezoom' - plangebied rode lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
5
Het deel van het tracé dat is gelegen binnen de grens van de gemeente Zuidplas valt binnen het geldende bestemmingsplan 'Tweemanspolder en polder De Wilde Veenen (herziening)', vastgesteld op 14 augustus 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Zuidplas. Het deel van het tracé dat is gelegen binnen de grens van de gemeente Lansingerland valt binnen het geldende bestemmingsplan 'Rottezoom', vastgesteld op 27 september 2012. De beoogde recreatieve fietsverbinding past niet binnen de mogelijkheden van de hierboven genoemde bestemmingsplannen, derhalve dienen nieuwe bestemmingsplannen opgesteld te worden. Voor beide gemeenten zullen afzonderlijke procedures worden doorlopen. Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op het deel van het tracé dat binnen het grondgebied van de gemeente Zuidplas is gelegen. Het deel van het tracé dat is gelegen binnen de grens van de gemeente Zuidplas valt binnen het geldende bestemmingsplan 'Tweemanspolder en polder De Wilde Veenen (herziening)'. Voorts gelden de bestemmingsplannen 'Parapluherziening Archeologie' (vastgesteld op 6 maart 2018)m, waarin de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' hebben en 'Parapluherzieningen Parkeren' (vastgesteld op 24 april 2018'). De gronden op de planlocatie hebben deels de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' en deels de bestemming 'Agrarisch'.
Doordat een fietsverbinding niet passend is binnen de bestemming 'Agrarisch' is de beoogde ontwikkeling in strijd met het geldende bestemmingsplan. Het beoogde pad past op diverse plaatsen binnen de geldende verkeersbestemming maar op enkele onderdelen net niet. Er is er voor gekozen om het gehele tracé mee te nemen in een nieuw bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een algemene beschrijving van het plan weergegeven. De huidige ruimtelijke en functionele structuur van het gebied en de eventuele verschillen tussen het geldende planologische regime en de toekomstige manier van bestemmen wordt beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 komen alle voor het bestemmingsplan relevante milieu- en overige aspecten aan de orde, waarna het geheel wordt vertaald in een juridische bestemmingsregeling die in hoofdstuk 5 wordt toegelicht. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid en hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van de overlegmomenten zijn opgenomen.
6
hoofdstuk 2 Het initiatief 2.1 Huidige situatie Het recreatiegebied Rottemeren is een landschapspark met de rivier de Rotte en verschillende polders als de belangrijkste ruggengraat. Het plangebied is gelegen aan de noordkant van het recreatiegebied Rottemeren, in de polder 'De Wilde Veenen', langs de oorsprong van de Rotte. Kenmerkend voor De Wilde Veenen is de openheid van polder en de verkaveling van de droogmakerijen. De Wilde Veenen is op dit moment voornamelijk als agrarisch gebied in gebruik, met als secundaire functie het recreatief gebruik. Doordat de oorsprong van de Rotte is gelegen in de polder De Wilde Veenen heeft het gebied de potentie te ontwikkelen tot een meer recreatief gebied. Langs de Rotte is de doodlopende weg de Rottedijk gelegen. Hierdoor is de oorsprong van de Rotte slechts beperkt beleefbaar en blijft het recreatieve gebruik achter.
Overzicht Lange afstandfietsroutes (witte lijnen) en ANWB-knooppuntenroute (gele lijnen) (bron: Urban Synergy)
Door het ontbreken van enkele schakels in het fiets- en wandelroutenetwerk is het recreatiegebied Rottemeren niet optimaal bereikbaar en beleefbaar. Tevens zijn er weinig verbindingen met aangrenzende natuurgebieden. Noordelijk van het plangebied is het natuurgebied Bentwoud gelegen. Bentwoud vormt vervolgens de schakel naar de groenzone Reeuwijkse Plassen en vervolgens de Zoetermeerse Plas, De Plas en de Noord Aa. Door verbindingen aan te leggen tussen de verschillende deelgebieden worden bezoekers verleidt om ook aangrenzende natuurgebieden te bezoeken. De onderstaande afbeelding toont een analyse van de omgeving van het plangebied.
7
Omgevingsanalyse (bron: Urban Synergy)
Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van een fietsverbinding in de polder De Wilde Veenen. Het beoogde tracé verbindt het recreatiegebied Rottemeren met het natuurgebied Bentwoud. Vanaf de Moerkapelse Zijde en de Hollevoeterbrug volgt de fietsverbinding het tracé van de bestaande Rottedijk in noordelijke richting. In de huidige situatie betreft de Rottedijk een doodlopende weg voor auto- en fietsverkeer en is voornamelijk in gebruik voor bestemmingsverkeer. Aan de westzijde volgt de Rottedijk het veenriviertje de Rotte tot aan de oorsprong van de Rotte. Aan de oostzijde van de Rottedijk zijn verschillende karakteristieke molenstompen gelegen. De molenstompen zijn op dit moment als burgerwoning in gebruik. De afgetopte molen ‘De Oorsprong’ markeert het begin van de Rotte (hier bevindt zich ook een perceelsgedeelte van de gemeente Lansingerland dat in het bestemmingsplan van die gemeente is opgenomen) en gaat vervolgens, na nog een molenstomp, over in agrarisch grasland. De onderstaande afbeelding toont een impressie van de Rottedijk.
Impressie plangebied van het laatste deel van de huidige Rottedijk (bron: Google Streetview)
8
Het vervolgdeel van het tracé is op dit moment in gebruik als agrarisch grasland. Langs het resterende deel van het tracé is de paardenhouderij 'Stal Anna's Hoeve' gevestigd. Verder is aan de noordzijde de evenementenlocatie 'Land van Belofte' gelegen en de burgerwoning aan de Rottedijk 25. De laatst genoemde burgerwoning bevindt zich op het grondgebied van de gemeente Lansingerland. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan het nieuwe natuur- en recreatiegebied Bentwoud, gemeente Alphen aan den Rijn.
2.2 Wat vooraf ging Geruime tijd hebben gemeentes, recreatieschap en Provincie de ambitie uitgesproken om een nieuw fietspad tussen stedelijk gebied Rotterdam en Groene Hart/Bentwoud te realiseren, aansluitend op de bestaande Rottedijk. Zo wordt in het ‘Schapsplan Rottemeren 2030’ de verbinding Rotterdam – Bentwoud belangrijk gevonden als onderdeel van de beleving van de Rotte en het verbinden van het recreatiegebied Rottemeren met de andere recreatiegebieden in de omgeving zoals het Noord Aa, de Reeuwijkse Plassen en Bentwoud. Hierbij was aanvankelijk sprake was van een tracé oostelijk en westelijk van (het verlengde van) de Rotte. 2013- 2014 Het oostelijke tracé is al in 2014 door GoudappelCoffeng onder regie van de provincie onderzocht en als meest haalbare variant uit de bus gekomen. Uit het onderzoek is ook gebleken dat verkeersveiligheid bij de uitwerking van de route een aandachtspunt is, omdat verbreding op de route beperkt mogelijk is. 2014- 2016 De regie voor de realisatie van de route verschuift in 2014 van de provincie Zuid-Holland naar met name de gemeente Zuidplas. Onder deze regie is opnieuw een onderzoek uitgevoerd, waarbij vooral op basis van verkeersveiligheid en draagvlak toch een route langs de westzijde is voorgesteld.
Op basis hiervan is een intentieovereenkomst afgesloten met de schapspartijen voor een tracé dat deels westelijk en deels oostelijk zou lopen. 2017-2018 Hoewel over het westelijke tracé een intentieovereenkomst was gesloten, bleek uit nader onderzoek dat deze variant technisch niet of moeilijk haalbaar was en als gevolg daarvan ook financieel minder haalbaar: Het westelijke tracé is niet realiseerbaar vanwege de instabiliteit van de Rottedijk aan die zijde. De aanleg van een route over de westzijde zorgt bovendien voor technische problemen rondom het gemaal. Als gevolg hiervan is de aanleg van een fietspad over de westzijde ook financieel onaantrekkelijk. Er was voor deze variant daarom onvoldoende draagvlak bij het Hoogheemraadschap en de gemeente Lansingerland. Naar aanleiding hiervan heeft Staatsbosbeheer in opdracht van het Dagelijks Bestuur in 2018 een nadere beschouwing van beide voorkeurstracés uitgevoerd. 2018-2020 Het Dagelijks Bestuur van het Recreatieschap Rottemeren heeft op 19 november 2018 op basis van de uitgevoerde nadere beschouwing van de beide voorkeurstracés besloten om definitief een fietsroute langs de oostelijke variant te realiseren. Belangrijke aandachtspunten voor optimalisatie van dit tracé zit in verkeersveiligheid en een passende landschappelijke inpassing. Dit is bevestigd aan de omwonenden.
De oostelijke variant is verder uitgewerkt en in april 2019 is het voorlopig tracé gedeeld met omwonenden. Veel omwonenden/grondeigenaren hebben hun bedenkingen en aandachtspunten meegegeven. Op 7 juli 2020 is een ontwerp van het tracé gepresenteerd aan de omwonenden en grondeigenaren. Daarbij is ook aangeven wat er is gedaan met de opmerkingen en bedenkingen die tijdens de vorige bijeenkomst waren geuit. De avond verliep in een goede sfeer, ook al waren er kritische geluiden. 2021 De gemeenteraad van Zuidplas heeft op 9 februari 2021 de motie 'Tracékeuze Verlengde Molengangenpad' aangenomen. Met de motie heeft de raad het college van Zuidplas verzocht om bij het Recreatieschap Rottemeren haar zorgen kenbaar te maken over de verkeersveiligheid van de oostelijke route. Als onderdeel van deze motie verzocht de raad om onderzoek te doen naar de (verkeers)veiligheid van het tracé van het
9
concept Definitief Ontwerp en naar alternatieve tracés. Naar aanleiding daarvan is door Dickvanveen een onderzoek uitgevoerd naar de verkeersveiligheid (rapport d.d. 31 juli 2021, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 1). Tevens is door Urban Synergy een studie naar alternatieve tracés uitgevoerd (rapport d.d. 27 oktober 2021, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 2) en er is tussentijds op 29 juni 2021 een Informatiebijeenkomst gehouden over het onderzoek naar de alternatieve tracés. Op basis van de onderzoeksresultaten hebben het bestuur van het Recreatieschap en het college van B&W aangegeven om verder te gaan met het Definitief Ontwerp en het bestemmingsplanproces te hervatten. Dat ontwerp vormt de basis voor het voorliggende bestemmingsplan. Het proces wordt gelijktijdig door de gemeente Lansingerland doorlopen, voor de op het grondgebied van die gemeente geprojecteerde delen van het Verlengde Molengangenpad.
10
2.3 Toekomstige situatie Het voorgenomen plan betreft de realisatie van een recreatieve fietsverbinding, deels langs de Rotte, het zogenaamde Verlengde Molengangenpad. Het Verlengde Molengangenpad, met een lengte van ca. 2 km, is de laatste schakel in een recreatieve fietsverbinding tussen Rottemeren en het Bentwoud. De beoogde fietsverbinding maakt het verhaal van de Rotte beleefbaar: het levert een bijdrage aan de beleving van de Rotte en de omgeving. Zo komt het langs karakteristieke molenstompen en langs de Rotte en de oorsprong van de Rotte. Het recreatieve fietspad takt aan de zuidzijde aan op Moerkapelse Zijde en de Hollevoeterbrug en aan de noordzijde zal het fietspad via de Oostkade aantakken op het Bentwoudpad in het natuur- en recreatiegebied Bentwoud. De onderstaande afbeelding toont het tracé van de beoogde recreatieve fietsverbinding.
Situatietekening beoogde situatie (bron: Urban Synergy); rode stippellijn is het Verlengde Molengangenpad
11
Het tracé is door Urban Synergy, ontwerpbureau voor stedenbouw en landschap nader uitgewerkt in het 'Definitief Ontwerp Recreatief fietspad Verlengde Molengangenpad (25 april 2022), in samenwerking met het Recreatieschap Rottemeren. Zuidelijk deel Het zuidelijke deel van het tracé, ter plaatse van de bestaande Rottedijk, is net als in de huidige situatie ook toegankelijk voor aanwonenden, dat wordt gezien als 'bestemmingsverkeer'. Deze weg wordt heringericht als erftoegangsweg type II, met een maximumsnelheid 30 km/u. Deze snelheidslimiet is gelijk aan de huidige situatie. Hierbij is bijna overal een verbreding naar een wegbreedte van 3,5 meter mogelijk. Voorgesteld wordt om dit gedeelte aan te duiden als 'fietsstraat', ook al wordt de ideale wegbreedte van 3,8 meter niet behaald. De weg wordt daarmee veiliger en prettiger in gebruik voor fietser en voetganger. De wegbreedte en de onaantrekkelijkheid om in te halen, functioneert hiermee voldoende als snelheidsremmer. Het aanbrengen van een fietspad-wegmarkering (asmarkering en doorgetrokken kantmarkering) zorgt voor herkenbaarheid. Onderstaande afbeelding toont een impressie van de beoogde situatie in het zuidelijke gedeelte van de recreatieve fietsverbinding.
Beoogde situatie ter plaatse van de bestaande Rottedijk (bron: Urban Synergy, juli 2021)
De onderstaande afbeelding toont een impressie van het meest zuidelijk deel van het tracé, waarbij aansluiting wordt gevonden op de brug en het fietspad Westland. Door gebruik te maken van lage bermbeplanting en doordat de wegen haaks op elkaar aansluiten ontstaat een overzichtelijke kruising.
12
Impressie beoogde situatie, zuidelijke punt van het plangebied (bron: Urban Synergy)
Noordelijke deel Voor wat betreft het noordelijke deel wordt de voor het autoverkeer doodlopende weg, ter hoogte van Rottedijk 16, verlengd in de vorm van een recreatieve fietsverbinding die wordt aangesloten op het Bentwoudpad in Bentwoud. Dit (noordelijke) deel van het tracé zal uitsluitend toegankelijk zijn voor fietsers en wandelaars. Onderstaande afbeelding toont een impressie van de beoogde situatie in het noordelijke gedeelte van de recreatieve fietsverbinding.
Beoogde situatie ter plaatse van het agrarisch gebied (bron: Urban Synergy)
Landschappelijke inpassing Met een goede landschappelijke inpassing kan de recreatieve fietser vanaf de Rottedijk de polder beleven. Belangrijk voor de landschappelijke inpassing van het fietspad is dat de waardevolle landschappelijke karakteristieken van de Rottedijk en haar directe omgeving behouden dan wel versterkt worden. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. 1. Voortborduren op het open en agrarisch karakter van het gebied De recreatieve fietsverbinding wordt zodanig aangelegd dat de openheid van de polder duidelijk zichtbaar blijft. Qua uitstraling, het gebruik van hekwerken en bruggen wordt rekening gehouden met het agrarisch
13
karakter van het gebied. Gedacht wordt aan een subtiel gebruik van hekwerk, natuurlijk bermen, taluds en oevers. 2. Dijken behouden als continu doorlopende leesbare elementen in het landschap Het beoogde recreatieve fietspad zal het verloop van de bestaande dijk zoveel mogelijk volgen, hierdoor blijft het oorspronkelijke dijkprofiel behouden. Waar mogelijk zal de bestaande Rottedijk verbreed worden, deze verbreding zal niet richting de bestaande woonerven worden gerealiseerd maar juist richting de Rotte. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van flauwe bochten ontstaat een overzichtelijke verkeerssituatie langs de bestaande woonerven en een openzicht over het polderlandschap. Dit komt tevens de verkeersveiligheid ten goede.
2.4 Verkeer Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur in en rondom het plangebied. De gemeenteraad van Zuidplas heeft in februari 2021 een motie aangenomen waarin zorgen werden geuit over de verkeersveiligheid van het Definitief Ontwerp d.d. 10-11-2020. Naar aanleiding daarvan heeft Recreatieschap Rottemeren twee vragen uitgezet: 1. 2.
Onderzoek of en hoe het opgestelde Definitief Ontwerp voor het Verlengde Molengangenpad toekomstbestendig en verkeersveilig kan worden aangelegd; Verken en vergelijk vier alternatieve routes tussen Moerkapelse Zijde en het noordelijk einde van de bestaande weg Rottedijk.
2.4.1 Onderzoek verkeersveiligheid De eerste vraag is beantwoord door een verkeerskundig advies van Dickvanveen Verkeer Ontwerp Openbare Ruimte (rapportage 31 juli 2021, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 1), gebaseerd op het (concept) Definitieve Ontwerp Verlengde Molengangenpad (d.d. 10-11-2020. Daarin wordt met name ingegaan op de verkeersveiligheid van de toekomstige situatie. Het gedane onderzoek laat zien dat de voorgestelde route(s) verkeersveilig kunnen worden uitgevoerd. Daarbij is in het onderzoeksrapport aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om te voorkomen dat het pad aanleiding geeft tot onveilig en ongewenst gebruik. Het nemen van die maatregelen is ook mogelijk, omdat er alternatieve routes bij Kruisweg en door Moerkapelle zijn. Met een aantal aanpassingen en het toevoegen van extra bebording hiervoor kan het tracé voor het Definitief Ontwerp (DO) geoptimaliseerd worden. De aanbevelingen voor de optimalisatie zien op de voorgestelde route van het DO, maar ook op maatregelen met betrekking de verbreding van een toegangsroute – het Westland - naar het verlengde Molengangpad. Die route ligt weliswaar net buiten het gebied, maar kan door verbreding naar 3,5 m ook veiliger worden gemaakt.
Er wordt voorgesteld om een fietsroute aan te leggen van 3,5 m breed – een zogenaamde veilige wegcategorie erftoegangsweg type II – ofwel fietsstraat - waarbij de fietser ook op het bestaande tracé als de belangrijkste gebruiker zal gaan gelden. Op het bestaande deel (Rottedijk) is verbreding naar die 3,5 meter nagenoeg overal mogelijk. Hierbij zijn de volgende 12 aanbevelingen gedaan: 1.
2.
3.
4.
de verkeersfunctie en de gemotoriseerde verkeersintensiteit op het gedeelte tussen Moerkapelse Zijde en de 1e molenstomp (Rottedijk 16) met 30-40 motorvoertuigen per dag dermate laag is, dat de fietser in de toekomstige situatie duidelijk de geprioriteerde weggebruiker zal zijn. de huidige snelheidslimiet van 30 km/u passend is bij de duurzaam veilige wegcategorie (erftoegangsweg type II), haar huidige (en toekomstige) inrichtingsvorm en het te verwachten verkeersgebruik (mengen van fietser en auto). Deze 30 km/u is de laagste snelheid die wettelijk mogelijk is op routes buiten de bebouwde kom. Wel ontbreken er in de bestaande situatie verschillende 30 km/u borden. het beoogde ontwerp (op enkele puntvernauwingen na) qua wegbreedtes voldoet aan de richtlijnen van het CROW voor een erftoegangsweg type 2 dankzij het op veel punten verbreden van de dijk tot 3,50 m., aangevuld met de passeermogelijkheden bij inritten en passeerhavens. inhalen van fietsers door auto’s op de route niet tot nauwelijks mogelijk is, waardoor frustratie bij automobilisten een risico vormt. Dit kan worden gemitigeerd door de aanwijzing en inrichting van
14
de route als fietsstraat op het gedeelte waar de het fietsverkeer de ruimte deelt met gemotoriseerd verkeer. 5. wanneer de aanbeveling om de weg als fietsstraat in te richten opgevolgd wordt, deze idealiter over de hele lengte idealiter 3,80 meter zou moeten zijn. Deze breedte is niet beschikbaar; de breedte van 3,50 m. (die als erftoegangsweg reeds voldeed) is het maximale. Een grotere breedte kan echter ook leiden tot hogere rijsnelheden voor de auto dan in de bestaande situatie. 6. voetgangers bij de grotere verkeerstromen (fiets) meer in conflict kunnen komen met fietsers (vooral snelle fietsers in fietspelotons), maar dat een inrichting als fietsstraat voor verlichting kan zorgen, dankzij een lagere rijsnelheid en kantmarkering. Bovendien kan onderzocht worden of een alternatief voetpad (westelijke zijde van de Rotte) mogelijk is. 7. de route op het oostwest gelegen gedeelte (tussen Westland en de fietsbrug) een grotere fietsverkeersfunctie heeft (want ook utilitair en recreatief fietsverkeer tussen Moerkapelle en het westen), maar dat de huidige wegbreedte op dat gedeelte met 3.2 m. het smalst is. Alhoewel dit wegvak buiten de projectgrens van het Definitief Ontwerp valt, wordt geadviseerd dit gedeelte te verbreden tot minimaal 3,50 m. 8.
op het fietspad Verlengde Molengangenpad de breedte voldoende is voor tweerichtingsverkeer fiets en voor het inhalen van voetgangers, maar de snelheidsverschillen tussen de doelgroepen tot conflicten kunnen leiden. Een gedragsmaatregel in de vorm van bebording kan hier enig soelaas bieden. 9. er naast deze nieuwe recreatieve fietsroute alternatieven beschikbaar zijn voor snelle fietsers. Hierdoor is het acceptabel om van snelle fietsers op deze route te vragen zich aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door een bord ‘racefietser te gast’. 10. de keermogelijkheid na de 1e Molenstomp (Rottedijk 16) door middel van een insteekhaven qua ontwerp minder veilig is dan de huidige keerlus. 11. de horizontale aanlanding bij de kruising Oostkade met 2 meter kort is waardoor fietsers van rechts slecht zichtbaar zijn voor verkeer op de Oostkade. Een langere rechtstand vergroot de zichtbaarheid en daarmee de veiligheid. 12. in het definitief ontwerp van kruising van het Verlengde Molengangenpad met het Bentwoudpad het Bentwoudpad voorrang heeft ten opzichte van het Verlengde Molengangenpad, terwijl dit gelijkwaardige fietsroutes zijn. Door hier een ruime, gelijkwaardige kruising van te maken sluit het ontwerp aan bij het te verwachten verkeersgedrag en de geldende verkeerskundige richtlijnen.
Algeheel is de conclusie dat de het huidige tracé voor het Definitieve Ontwerp verkeersveilig kan worden gerealiseerd, met de bovengenoemde aanbevelingen.
2.4.2 Alternatievenstudie De tweede vraag is beantwoord door Urban Synergy (rapportage 'Vergelijking alternatieve tracés Verlengde Molengangenpad' d.d. 27 oktober 2021, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 2) door middel van een vergelijking van alternatieve tracés voor het Verlengde Molengangenpad. Er zijn vier verschillende tracés en een tussenvariant met elkaar vergeleken: het DO-tracé, drie varianten aan de westzijde van de Rotte en een variant nog verder aan de oostzijde van de Rotte. De niet eerder onderzochte extra variant aan de oostzijde is toegevoegd, omdat een route daar vanuit het oogpunt van de gewenste veiligheid eveneens als logisch alternatief werd gezien. Een route dwars door de polder Rottezoom is niet onderzocht, aangezien deze op basis van de ambities voor het agrarisch gebruik niet in het definitief Ontwikkelplan voor Landschapspark de Rotte is opgenomen.
15
Overzichtskaart vergeleken tracés (bron: Urban Synergy, 21 oktober 2021)
De routes zijn op inhoud en op draagvlak gewogen. De inhoudelijke wegingsfactoren sluiten aan bij wetgeving, beleid en bij technische en juridisch planologische factoren. De algemene conclusie van het onderzoek is dat twee varianten aan de westzijde (alternatief 1a en 1b) vanuit veiligheid rondom het gemaal uiteindelijk na afstemming met het Hoogheemraadschap als niet gewenst zijn gezien en daarmee – ongeacht de andere wegingen – als 'no go' zijn bestempeld. Uit de rapportage blijkt dat als de mening van alle partijen even zwaar meeweegt, het Definitief Ontwerp de voorkeur heeft boven Alternatief 2 en Alternatief 3. Hierbij heeft b&w van de gemeente Zuidplas het volgende overwogen:
•
De realisatie van deze fietsverbinding voorziet in een maatschappelijke behoefte aan regionale fietsverbindingen en past binnen de diverse beleidsplannen van zowel Recreatieschap, provincie als gemeente. De wegingspunten voor de verschillende routes sluiten aan bij randvoorwaarden uit kader voor de Rottemeren en het Ontwikkelplan op het vlak van cultuurhistorie, landschappelijke aantrekkelijkheid en toegankelijkheid.
• •
Het Definitief Ontwerp stelt ook maatregelen voor verbetering van de bestaande infrastructuur. Door gebruik te maken van bestaande infrastructuur blijven de maatschappelijke kosten voor de aanleg van deze fietsverbinding binnen de perken.
•
De nadelige gevolgen voor de omgeving van het Definitief Ontwerp voor het agrarisch gebied of de omwonenden is beperkter dan alle andere onderzochte alternatieven.
•
Het is sinds de verkenningsfase van dit project (2014) bekend, dat de realisatie van deze fietsverbinding geen draagvlak heeft bij de direct omwonenden. Ook met deze onderzoeken is dat bevestigd. Geen van de onderzochte alternatieven kan op draagvlak rekenen bij de direct omwonenden.
16
•
Door deze fietsverbinding aan te leggen, zal er voor de direct omwonenden meer reuring ontstaan dat men als ‘hinder’ kan ervaren. Het recreatieschap herkent dit. Het komt voor bij meerdere ontwikkelingen in het schapsgebied. Het recreatieschap wil precedentwerking elders voorkomen.
2.4.3 Conclusie Het college van de gemeente Zuidplas geeft in haar raadsinformatienota aan de raad (23 december 2021) aan dat de motie is afgedaan. Het college geeft in reactie op het besluit van het recreatieschap aan dat zij voort kunnen gaan met het Definitief Ontwerp en dat de bestemmingsplanprocedure kan worden hervat.
17
hoofdstuk 3 Beleidskader
3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Planspecifiek Onderhavig initiatief past binnen de derde en vierde prioriteit, waarmee het initiatief passend is binnen de intenties van dit rijksbeleid. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 13 nationale belangen opgenomen die in de SVIR zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Planspecifiek Het plan valt niet binnen één van de projecten aangewezen in het Barro.
Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan.
18
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:
•
het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;
• •
de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht; het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur;
• • • •
de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie;
2.
Ambities en sturing
de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.
De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:
• • • • • •
naar een klimaatbestendige delta;
3.
Omgevingskwaliteit
naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:
•
een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;
•
een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit;
•
een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.
19
4.
Beleidskeuzes
De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Planspecifiek De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze: 'Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Onderstaand wordt de beleidskeuze nader toegelicht. Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart. Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Onderstaand zullen de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven.
Laag van de ondergrond De planlocatie is gelegen binnen de kaartlaag 'Bijzonder reliëf en aardkundige waarden'. Zuid-Holland is, uitgezonderd de duinen en de dijken, relatief plat. Binnen dit platte land is nog een aantal bijzondere, natuurlijke hoogteverschillen te vinden. Het betreft strandwallen in de kustzone, oude stroomruggen, kreken en geulafzettingen, rivierduinen met donken en oude bovenlanden met restveen. Vanwege de hogere ligging waren deze plekken aantrekkelijk voor (pre)historische bewoning. Het zijn vaak plekken van grote archeologische en aardkundige waarde. Behoud van dit reliëf houdt de leesbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het gebied in stand. Richtpunten voor ontwikkelingen binnen deze gebieden zijn dat ontwikkelingen de onregelmatige patronen en het reliëf van het landschap herkenbaar en in stand houden. Met de beoogde ontwikkeling van een recreatieve fietsverbinding wordt rekening gehouden met de patronen en het reliëf in het landschap door het verloop van de Rottedijk te volgen. De recreatieve fietsverbinding levert tevens een bijdrage aan de beleving en de herkenbaarheid van de polder Wilde Veenen. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied bevindt zich in het 'Droogmakerij (klei)'. Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen.
Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. Richtpunten voor het droogmakerijlandschap zijn:
•
De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land.
•
Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders.
•
Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten.
De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op de herkenbaarheid van het gebied doordat omliggende sloten intact blijven. Met het voorgenomen plan wordt een bijdrage geleverd aan de beleefbaarheid van het landschap en de droogmakerijen.
20
Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. De ruimtelijke kwaliteit wordt niet aangetast. De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie en is in lijn met de provinciale ambities.
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de meest recente versie van de Omgevingsverordening op 1 april 2023 in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsverordening. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 lid 5 van Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.
b.
c.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.
Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen (sub a), omdat de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en past bij de aard en schaal van het gebied. Met de beoogde recreatieve fietsverbinding wordt rekening gehouden met een landschappelijk inpassing (zie toelichting paragraaf 2.3) in de omgeving en wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van de bestaande gebiedsidentiteit. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart zijn in toelichting paragraaf 3.2.1 toegelicht. Hieruit blijkt dat het beoogde plan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart voldoet. Cultureel erfgoed In artikel 6.25 is een bepaling opgenomen met betrekking tot de bescherming van molenbiotopen van traditionele windmolens. Hierbij dienen de vrije windvang en het zicht op de molen in voldoende mate te worden gegarandeerd. Binnen het plangebied komt een dergelijke molen voor (Rottedijk 16), waardoor hiervoor een regeling is opgenomen, afgestemd op de gemeentelijke standaard. Beschermingscategorie 3 Buitengebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waarvoor beschermingscategorie 3 geldt. In artikel 6.9a van de omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een locatie in het buitengebied in een ruimtelijke ontwikkeling kan voorzien, mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig worden aangetast.
In de motivering moeten de volgende kwaliteiten betrokken worden: a. b.
de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen;
21
c. d.
het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.
Het voorliggende plan voorziet enkel in de verlenging van een fietspad. De openheid van het landschap, relatie tussen stad en land, het groene karakter en de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap worden hierdoor niet aangetast. Het voorliggende plan voorziet enkel in de aanleg van een fietspad waarbij er geen elementen worden toegevoegd aan het landschap die mogelijk ongewenst zijn. Er is reeds gekeken naar alternatieve routes voor het fietspad, maar deze bleken niet toereikend. Er kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in lijn is met artikel 6.9a van de omgevingsverordening. Beschermingscategorie 2 Groene buffers Het plangebied is gelegen binnen een groene buffer, waarvoor beschermingscategorie 2 geldt. In artikel 6.9d van de omgevingsverordening is opgenomen dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen een groene buffer mogelijk is mits dit geen grootschalige ontwikkeling inhoud en de bufferfunctie van het gebied niet onevenredig verstoord wordt. In de motivering moeten de volgende kwaliteiten betrokken worden: 1. 2. 3. 4.
de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.
De functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting wordt door het voorliggende plan niet aangetast. Het voorziet enkel in het verbeteren van de huidige recreatieve invulling aan het gebied. Hierdoor onttrekt het voorliggende plan de nabij gelegen stedelijke omgeving niet van zijn identiteit. Hiernaast blijft de huidige bescherming tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling in stand doordat een fietspad geen aanleiding biedt om een grootschalige stedelijke ontwikkeling te realiseren. Ten slotte versterkt de aanleg van het fietspad de recreatieve waarde van het gebied door het aanbrengen van de ontbrekende schakel aan fietsroutes. Er kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in lijn is met artikel 6.9d van de omgevingsverordening. Risico's van klimaatverandering In artikel 6.27a van de Omgevingsverordening is opgenomen dat rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. b. c. d.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte.
- Wateroverlast Uit de Klimaatatlas van de provincie Zuid-Holland blijkt dat op de beoogde locatie van het fietspad kans is van overlast bij extreme neerslag. Geacht wordt dat de neerslag die er valt zal infiltreren in de bodem en de afwateren in de omliggende watergangen. Specifieke maatregelen met betrekking tot wateroverlast worden daarom niet nodig geacht. - Overstroming Uit raadpleging van de overstromingskaart van de Klimaatatlas van Zuid-Holland blijkt dat er ter plaatse van het plangebied een kleine overstromingskans van toepassing is. Voor de regionale waterkeringen geldt een overstromingsbeeld van maximaal 1,5 m. Specifieke maatregelen met betrekking tot overstroming worden daarom niet nodig geacht. - Hitte Door de grote hoeveelheid groen en water in de omgeving is er van hitte geen sprake.
22
- Droogte In het plangebied is, op basis van de Klimaatatlas, droogte geen probleem. Specifieke maatregelen met betrekking tot droogte worden niet nodig geacht. Conclusie Gezien het voorgaande dient er geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit de Omgevingsverordening.
3.3 Regionaal beleid Recreatieschap Rottemeren is een samenwerkingsverband van de gemeenten Lansingerland, Rotterdam en Zuidplas. Het recreatieschap behartigt de belangen van de openluchtrecreatie en van natuurbescherming in het recreatiegebied Rottemeren. Deelgebieden zijn het Hoge Bergse Bos, het Lage Bergse Bos, de Bleiswijkse Zoom, de Bleiswijkse Fles, het Nessebos, de Eendragtspolder, de Zevenhuizerplas en de Zevenhuizer Zoom. Het recreatieschap is eigenaar en verantwoordelijk voor het beheer over deze gebieden. Het schapsbestuur voert de regie. 3.3.1 Ontwikkelplan landschapspark de Rotte In 2018 is voor de Rottemeren de notitie 'Ruimte voor een groenblauwe toekomst' opgesteld en voorjaar 2019 vastgesteld door de gemeenteraden van de gemeente Lansingerland, Rotterdam en Zuidplas. Hierin is voor de komende 30 à 40 jaar het kader en de koers aan voor het recreatief landschapspark Rottemeren aangegeven. Het Recreatieschap Rottemeren heeft de ambities de afgelopen anderhalf jaar uitgewerkt in een ontwikkelplan voor de komende tien jaar. Het Ontwikkelplan landschapspark de Rotte is door het algemeen Bestuur van het Recreatieschap Rottemeren vastgesteld op 17 mei 2020. In het ontwikkelplan heeft het recreatieschap de gewenste ontwikkelingen in het gebied voor de komende tien jaar uitgewerkt en op welke manier het recreatieschap dit samen met andere organisaties wil realiseren.
Zodat het gebied inspeelt op grote veranderingen zoals toenemende drukte in het gebied door woningbouw in de omgeving en klimaatverandering. Ook het vergroten van natuurwaarden en biodiversiteit en de functie die het gebied vervult voor maatschappelijke programma’s, zoals gezondheid, jeugdeducatie en zinvol werk voor kwetsbare groepen, zijn in het plan uitgewerkt. Planspecifiek Het recreatieschap Rottemeren streeft naar een sterk landschappelijk raamwerk met de Rotte als blauwe ruggengraat, en groene ribben van lanen, dijken en tochten haaks daarop. Het recreatiegebied Rottemeren wordt gezien als een centrale schakel in de groenblauwe structuur van de stedelijke regio, waarbij wordt ingezet op het verbeteren van verbindingen met andere natuur- en recreatiegebieden in de regio. Onderdeel hiervan is het netwerk van regionale fiets- en wandelpaden. Met het voorgenomen plan, de realisatie van het Verlengde Molengangenpad, wordt een recreatieve fietsverbinding gerealiseerd tussen het recreatiegebied Rottemeren en Bentwoud. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de beleving van de Rotte en de omgeving. Tevens wordt invulling gegevens aan een ontbrekende schakel in het bestaande netwerk van regionale fiets- en wandelpaden. Conclusie Het voorgenomen plan is in lijn met het beleid van recreatieschap Rottemeren.
23
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Zuidplas De gemeenteraad van de gemeente Zuidplas heeft op 13 juli 2021 de 'Omgevingsvisie Zuidplas' vastgesteld. In de omgevingsvisie staan de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. In de omgevingsvisie staan de volgende ambities centraal:
•
Aantrekkelijk Zuidplas: Ingezet wordt op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen. Daarnaast wordt ingezet op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als dorpen in Zuidplas uit willen breiden kan dat, maar alleen als een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen.
•
Duurzaam Zuidplas: Nieuwe ontwikkelingen zijn zoveel mogelijk energieneutraal. Voor bestaande gebouwen wordt ook hierop ingezet, hoewel dit niet overal haalbaar zal zijn. Naast de energiedoelstellingen wordt gewerkt aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft daarbij nadrukkelijk aandacht.
•
Ondernemend Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een aantrekkelijk gemeente zijn voor ondernemers en ervoor zorgen dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en belangrijke speler in de regio.
•
Gezond Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving én met aandacht voor de gezondheid van onze inwoners.
De omgevingsvisie is uitgewerkt in een visie per dorp. Hierin is aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet per dorp. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling van een recreatieve fietsverbinding vindt plaats binnen een gebied dat op de visiekaart is aangeduid als 'recreatiegebieden en verdere versterking'. Daarnaast is het gebied aangeduid als 'Rottemeren | Hollandsche IJssel | Hitland | Groene Zoom | Groenblauwe zone'. Door de realisatie van langzaam verkeersverbindingen tussen de groen- en recreatiegebieden ontstaat een grootschalig en fijnmazig recreatief fiets- en wandelnetwerk binnen Zuidplas, met uitlopers naar buurgemeenten. Dit sluit aan bij de ambitie vanuit de gemeente om te komen tot vele vormen en alternatieven van langzaam verkeersverbindingen, vanuit de gedachte dat iedereen moet kunnen meedoen. Dit versterkt tevens de recreatieve mogelijkheden in de recreatieve gebieden binnen de gemeente. Verder zet Zuidplas in op de ontwikkeling van groene en blauwe recreatieve routes zoals de realisatie van de ontbrekende schakel tussen de Rottemeren en het Bentwoud. Voorliggend bestemmingsplan geeft invulling aan de ambities uit de Omgevingsvisie en is derhalve in lijn met het gemeentelijk beleid.
3.4.2 Mobiliteitsvisie Zuidplas De Mobiliteitsvisie Zuidplas 'Zuidplas nu en in de toekomst' is op 12 mei 2015 vastgesteld door de raad van de gemeente Zuidplas. De mobiliteitsvisie beschrijft het beleid op het gebied van verkeer en vervoer op de langere termijn voor de gemeente Zuidplas. De visie van de gemeente Zuidplas op mobiliteit is op hoofdlijnen als volgt:
•
Zuidplas wil een goed bereikbare gemeente zijn, voor auto, fiets en openbaar vervoer. Goede bereikbaarheid is een voorwaarde voor economische activiteit, vitaliteit en ontplooiing.
24
•
De auto blijft een belangrijke rol vervullen en daarom worden knelpunten in de autobereikbaarheid opgelost. Door de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen in en rond Zuidplas zal de automobiliteit de komende periode verder groeien, wat leidt tot opgaven in de doorstroming en bereikbaarheid.
• •
In veel situaties zijn OV en fiets goede alternatieven voor de auto.
•
Zuidplas stimuleert fietsgebruik. De fiets is op kortere afstanden een heel goed alternatief voor de auto, mits goed gefaciliteerd. Met de opkomst van de e-bike nemen voor fietsers acceptabele reisafstanden toe.
•
In 2030 is het wegennet van Zuidplas gecategoriseerd en ingericht volgens de principes van Duurzaam Veilig. Daarnaast werkt Zuidplas aan verbetering van de verkeersveiligheid door middel van gedragsbeïnvloeding.
•
Voetgangers en kwetsbare verkeerdeelnemers als scootmobielen hebben een plaats in het beleid en de openbare ruimte wordt ingericht rekening houdend met deze groepen.
OV is belangrijk als basisvoorziening. Alle dorpen moeten verbonden zijn met omliggende bestemmingen. Realisme is daarbij wel op z’n plek: gezien de omvang van de dorpen en zwaarte van vervoersstromen zijn de mogelijkheden van omvangrijker OV beperkt. Daar waar dit kansrijk is, kiezen we er wel voor het gebruik van het OV te stimuleren.
Planspecifiek In de mobiliteitsvisie wordt aangegeven dat er sprake is van een aantal ontbrekende schakels in het recreatieve fietsnetwerk, waaronder de verbinding Moerkapelle - Bentwoud via de Rottedijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt invulling aan streven om ter plaatse van ontbrekende schakels te voorzien in recreatieve fietsschakels. Geconcludeerd wordt dat beoogde ontwikkeling in lijn is met de mobiliteitsvisie van de gemeente Zuidplas. 3.4.3 Welstandsnota/Omgevingsbeleid De welstandsnota is, kort gezegd, het beleidsdocument dat moet voorzien in de criteria die burgemeester en wethouders hanteren bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning op welstandsvereisten. Middels de Welstandsnota Zuidplas 2015 geeft de gemeente Zuidplas aan hoe de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd. De gemeente hanteert het principe 'welstandsvrij, tenzij...'. Dat betekent dat de gemeente in principe welstandsvrij is. Uitzondering daarop zijn kwetsbare gebieden. Met de invoering van de Omgevingswet verdwijnt de term welstand. Daarom heeft de gemeente Zuidplas als opvolger de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas 2022 in de maak. Hierin wordt aangegeven hoe de gemeente Zuidplas met omgevingskwaliteit om wil gaan. Er worden 4 regieniveaus onderscheiden: minimaal (ca. gelijk aan welstandsvrij), basisregie, maatwerkregie (ca. gelijk aan zwaar regime) en eigen regie (ca.
gelijk aan beeldkwaliteitplan). Planspecifiek Uit het raadplegen van de welstandskaart van de gemeente Zuidplas blijkt dat de planlocatie in een gebied ligt met het welstandsniveau 'zwaar'. In de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas (NOZ) valt de onderhavige locatie onder het regieniveau ‘maatwerk’. Voor deze situaties wordt advies gevraagd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.