CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost’, Regels A23.000461

Gemeenteraad 6 juni 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan 'Knibbelweg-Oost'13.394 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Knibbelweg-Oost Regels (vast te stellen)

Kenmerk R065442aa.213GX8X.jwi Versie 06_001_VAST_TE_STELLEN Datum 17 mei 2023

Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegin | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Inleidende regels ......................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen ...................................................................................................................... 3 Artikel 2 Wijze van meten .......................................................................................................... 12 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels .................................................................................................. 13 Artikel 3 Agrarisch - Glastuinbouw ............................................................................................ 13 Artikel 4 Bedrijventerrein ........................................................................................................... 16 Artikel 5 Bedrijventerrein – Logistiek ......................................................................................... 18 Artikel 6 Groen .......................................................................................................................... 22 Artikel 7 Tuin ............................................................................................................................. 24 Artikel 8 Verkeer ........................................................................................................................

26 Artikel 9 Wonen ......................................................................................................................... 28 Hoofdstuk 3 Algemene regels ....................................................................................................... 31 Artikel 10 Anti-dubbeltelregel .................................................................................................... 31 Artikel 11 Algemene bouwregels ............................................................................................... 31 Artikel 12 Algemene gebruiksregels .......................................................................................... 34 Artikel 13 Algemene aanduidingsregels .................................................................................... 34 Artikel 14 Algemene afwijkingsregels ........................................................................................ 35 Artikel 15 Algemene wijzigingsregels ........................................................................................ 37 Artikel 16 Nadere eisen ............................................................................................................. 39 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels .........................................................................................

40 Artikel 17 Overgangsrecht ......................................................................................................... 40 Artikel 18 Slotregel .................................................................................................................... 40 Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V

Staat van bedrijfsactiviteiten Staat van bedrijfsactiviteiten Logistiek Nota parkeernormen Regeling stikstof Beeldkwaliteitsplan

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

2

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Knibbelweg-Oost' van de gemeente Zuidplas; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1892.BPKnibbelwegOost-Va01 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanbouw: een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aaneengebouwde woning: een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen; 1.7 aan-huis-verbonden bedrijf: beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, in ten hoogste categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage I; 1.8 aan-huis-verbonden beroep: het verlenen van diensten op

administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch gebied, die door hun beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en de bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.9 achtergevel: een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

3

1.10 achtergevelbouwgrens: de op de plankaart als zodanig aangegeven lijn aan de van de weg gekeerde zijde van het perceel, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen; 4 Regels (ontwerp); 1.11 afvalverzamelingspunt een bouwwerk of container, al dan niet ondergronds, welke dient voor de inzameling van afval alsmede goederen die na bewerking voor wedergebruik in aanmerking komen; 1.12 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat geheel of overwegend gericht is op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen 1.13 agrarisch bedrijfsgebouw: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf; 1.14 agrarisch bouwvlak: een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan bebouwing met een hoofdgebouw of bij elkaar behorende gebouwen ten behoeve van een agrarisch bedrijf is toegestaan; 1.15 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.16 bebouwingspercentage het in procenten uitgedrukte deel van een bestemmingsvlak, bouwperceel dan wel bouwvlak dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.17 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, met inbegrip van een eventueel in dat gebouw ingebouwde bedrijfswoning; 1.18 bedrijfsvloeroppervlak: de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de

daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten; 1.19 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of bij een terrein, slechts bestemd voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk is; 1.20 bestaand: a. bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel mag worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (of de Woningwet); b. gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan met de daarbij behorende gebruiksregels;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

4

1.21 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.22 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.23 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.24 Bevi-inrichting: bedrijven zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.25 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.26 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.27 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.28 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.29 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.30 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.31 bruto vloeroppervlak: bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580; 1.32 buitenopslag/ open opslag: het opslaan of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere

materialen op de onbebouwde gronden van de bedrijfspercelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur, en dergelijke; 1.33 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

5

1.34 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.35 dienstverlening: het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met of zonder rechtstreeks contact met het publiek dat al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen; 1.36 dove gevel: een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering - conform NEN 5077 - die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB (ingeval van verkeerslawaai) en 35 dB (ingeval van industrielawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzonderingen te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.37 e-commerce een vorm van bedrijfsvoering waarbij het bedrijf uitsluitend goederen aan particulieren verhandelt door middel van contact met die particulieren, dat uitsluitend verloopt via e-mail, fax, internet, post of telefoon, waardoor geen handelswaren op het

bedrijf worden aangeprezen en geen klanten op het bedrijf worden ontvangen en waarbij het bedrijfspand en/of woning geen uitstraling heeft van een winkelpand, geen toonbank heeft en de goederen niet uitstalt ten verkoop en daarmee een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de bedrijvenfunctie (aan huis), zijnde een magazijn en/of de opslag van goederen; 1.38 ecovoorziening: een civieltechnische installatie of installatie in/of onder de infrastructuur die een functie ten behoeve van de natuur vervult; 1.39 energievoorziening: voorzieningen ten aanzien van transport van CO 2 (OCAP), warmte geothermie, hogere temperatuuropslag (HTO), koude- en warmteopslag (KWO's), ondergrondse wateropslag (Aquifer), warmtekrachtkoppeling (WKK), collectieve energieopwekking etc., alsmede voorzieningen ten aanzien van inzameling en verwijdering van afval; 1.40 erf: bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt; 1.41 erker: een uitbouw in één bouwlaag aan de voor- en/of zijgevel van een woning; 1.42 extensieve recreatie:

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

6

die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen; 1.43 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.44 geluidsbelasting de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, een spoorweg of een weg, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.45 geluidsgevoelige functies ruimten binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer worden gebruikt of voor een zodanig gebruik zijn bestemd, alsmede een keuken van een woning met een vloeroppervlak van niet minder dan 11 m2 en andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.46 geluidsgevoelige gebouwen gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.47 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.48 gesloten kas: een kassysteem, waarbij 's-zomers bij kaskoeling vrijkomende warmte, in de winter gebruikt wordt voor kasverwarming.

Door het sluiten van de kas wordt meer condenswater opgevangen dat gebruikt kan worden bij de gietwaterbereiding; 1.49 gietwaterbassin: een waterbak voor de opslag van gietwater ten behoeve van agrarische activiteiten; 1.50 glastuinbouwbedrijf: een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarisch bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van tuinbouwgewassen en/of de teelt van siergewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; of instellingen, die deze goederen in een door hen gedreven onderneming aanwenden; 1.51 grootschalig bedrijf of grootschalige bedrijfsmatige activiteiten bedrijven met een kavel groter dan 3 ha; 1.52 half-vrijstaande woning: een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen; 1.53 hogere grenswaarde:

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

7

een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.54 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.55 kantoor: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd voor het verlenen van diensten en/of het uitvoeren c.q.

verrichten van handelingen, die een administratief karakter hebben dan wel handelingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven, al dan niet in rechtstreekse aanraking met het publiek; 1.56 kap: de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm dan wel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°; 1.57 kassen: bouwwerken van glas of ander lichtdoorlatend materiaal (ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering) met een hoogte van 1,5 meter of meer, trek-, schaduw- en gaaskassen daaronder begrepen, uitgezonderd boog- en tunnelkassen; 1.58 kleinschalig bedrijf of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedrijven met een kavel kleiner dan 3 ha; 1.59 kunstobject: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten; 1.60 kunstwerk: bouwwerken ten behoeve van weg- en waterbouw; 1.61 KWO: Koude-warmteopslag; een methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem; 1.62 logistiek: Bedrijvigheid in de SBI-categorieën 52102, 52109 zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten Logistiek zoals opgenomen in Bijlage II. 1.63 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-.

water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen; 1.64 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

8

1.65 ondergeschikt bouwdeel: een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak; 1.66 onderkomen: een al dan niet als bouwwerk aan te merken tent, tentwagen, kampeerauto, trekkershut, (sta)caravan of hiermee gelijk te stellen middel, dat bestemd is voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.67 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.68 overkapping: een bouwwerk met een open constructie met maximaal één gesloten wand; 1.69 parkeervoorzieningen: elk al dan niet overdekte c.q. ondergrondse stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer: a. openbare parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel openbaar toegankelijk zijn; b.

particuliere parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel niet openbaar toegankelijk zijn, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen op eigen terrein, voor eigen werknemers; 1.70 peil: voor hoofdgebouwen: het bouwkundig peil dat maximaal 0,1 m 1 boven of onder de wegkruin van de voorliggende weg ligt; voor bijbehorende bouwwerken (aan-/uitbouwen): de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil; 1.71 perceelsgrens: een lijn die een bouwperceel van een ander bouwperceel, ander terrein of van de openbare weg scheidt; 1.72 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.73 recreatief medegebruik: vormen van recreatie (zoals wandelen en fietsen) waarvoor geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk is, doch in hoofdzaak kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

9

1.74 reclame-object: bouwwerk of werk opgericht en/of in stand gehouden met het doel te functioneren als of als drager van reclame-uitingen; 1.75 risicovolle inrichtingen: inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid; 1.76 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.77 Staat van bedrijfsactiviteiten en Staat van bedrijfsactiviteiten Logistiek de staten van bedrijfsactiviteiten in bijlagen I resp. II van deze regels; 1.78 uitbouw: een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

Functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.79 verkoopvloeroppervlak: de totale vloeroppervlakte van overdekte verkoopruimten, die bedoeld zijn voor het publiek en die direct samenhangen met de winkelverkoop; 1.80 vloerpeil: de hoogte van de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw weergegeven ten opzicht van het Normaal Amsterdams Peil (NAP); 1.81 voorgevel: de gevel van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.82 voorgevelbouwgrens: de op de plankaart als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen; 1.83 voorgevellijn: de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; bij een hoekperceel wordt de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel, die naar de weg of openbaar groen is gekeerd ook beschouwd als voorgevellijn; 1.84 voorkeursgrenswaarde de maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of Besluit geluidhinder;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

10

1.85 voorziening van openbaar nut: voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.86 vrijstaande woning: Een vrijstaande woning heeft minimaal aan drie zijden een privé-buitenruimte, die bovendien langs twee van de gevels gemiddeld ten minste 2,5 meter breed is (eventueel bebouwd met een schuur of garage); 1.87 wonen: het houden van verblijf of het gehuisvest zijn in een woning; 1.88 woning: een complex van ruimten, uitsluitend voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding; 1.89 woning/wooneenheid: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling geschikt, bestemd en bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.90 zeer kwetsbare groepen: doelgroepen met een permanente functionele beperking. Concreet groepen van personen die door geestelijke of lichamelijke beperkingen of door zeer jonge leeftijd of door detentie niet in staat zijn om zichzelf zonder daadwerkelijke hulp van buitenaf binnen korte tijd in veiligheid te brengen (vluchten) of bescherming te zoeken tegen de nadelige effecten van een calamiteit (schuilen). Voorbeelden van functies bedoeld voor deze doelgroepen zijn: basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen, opvang gehandicapten, penitentiaire inrichtingen, enz.

1.91 zijgevel: een gevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw die voor- en achtergevel met elkaar verbindt.

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

11

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is; 2.2 bebouwingspercentage: het deel van het bouwblok uitgedrukt in procenten dat gebouwd mag worden; 2.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer (exclusief isolatiemateriaal), de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.7 de breedte van een gebouw: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren; 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein

ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 de horizontale bouwdiepte van een gebouw: een lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg toegekeerde gevel; 2.10 de verticale bouwdiepte van een gebouw: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

12

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch - Glastuinbouw 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. glastuinbouwbedrijven met de daarbij behorende kassen, teeltgebouwen, klimaathallen, warenhuizen of andere opstallen van glas, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen, warmteopslagtanks en andere watervoorzieningen; alsmede ook voor: b. niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van de bedrijven met een oppervlak van maximaal 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak, met een oppervlakte van maximaal 3.000 m2 per bedrijf; c. productiegebonden detailhandel, met een omvang van maximaal 10% van de oppervlakte van het perceel; d. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder een collectief gietwatersysteem, voorzieningen ten aanzien van koude-warmteopslag (KWO) en opslag van water in de bodem en overige waterberging en gietwatervoorzieningen; e. ondergrondse leidingenstrook; f. groenvoorzieningen; g. ontsluitingswegen (bedrijfsstraten), in- en uitritten, calamiteitenroute; h. parkeervoorzieningen; i. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; j. voorzieningen van algemeen nut behorende bij de bedrijven als bedoeld in sub a; k. energievoorzieningen, voorzieningen ten aanzien van KWO’s, alsmede voorzieningen voor inzameling en verwijdering van afval; l.

ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – calamiteitenontsluiting’ uitsluitend voor een ontsluitingsroute ten behoeve van calamiteitenverkeer, al dan niet gecombineerd met een voet- en fietspad. met de daarbij behorende; m. gebouwen en bouwwerken; n. verhardingen; o. bermen, bermsloten en greppels; p. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overig groen; q. werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 3.2.1 tot en met 3.2.4; a. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen op de plankaart; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met inachtneming van de overige bepalingen uit artikel 3.2 tot en met 3.5;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

13

3.2.2 Bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen kassen a. bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen kassen, moeten worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen kassen, bedraagt ten hoogste de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte, met dien verstande dat de bouwhoogte van kantoorgedeelten ten hoogste 12 meter mag bedragen; c. de afstand van bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen kassen, tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 meter; e. de oppervlakte van overige bebouwing in verhouding tot het bebouwing ten behoeve van het kweekoppervlak (kassen, kweek onder kunstlicht etc.) bedraagt maximaal 15%; 3.2.3 Voorwaardelijke verplichting groene inpassing Het bouwen van kassen in de bestemming Agrarisch – Glastuinbouw is uitsluitend toegestaan indien het college van burgemeester en wethouders goedkeuring heeft gegeven aan het inrichtingsplan die de groene inpassing vastlegt voor de gronden in de aangrenzende bestemming Groen in de lintzone langs de Knibbelweg.

Het inrichtingsplan moet gebaseerd zijn op het stedenbouwkundig plan (Bijlage II bij de toelichting) en is geschikt om het verlies aan leef/fourageergebied voor de Steenuil te compenseren. 3.2.4 Voorwaardelijke verplichting calamiteitenroute Het in gebruik nemen van bebouwing zoals genoemd in artikel 3.2.1 en 3.2.2 is uitsluitend toegestaan indien de calamiteitenroute is gerealiseerd conform het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage V van deze regels. De calamiteitenroute moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de erftoegangswegen binnen het plangebied moeten minimaal 4,5 meter breed zijn en een vrije hoogte van 4,2 meter hebben. b. de wegen (inclusief bruggen) moeten een asbelasting van 100 kN aan kunnen (conform NEN 1008, klasse 30); c. de bochtstralen van de wegen binnen het plangebied moeten voldoen aan een minimale afmeting van 10 meter voor de buitenbochtstraal in combinatie met een minimale binnenbochtstraal van 5,5 meter (of gelijk aan de buitenbochtstraal verminderd met 4,5 meter). In verband met de afmetingen van de voertuigen is voor de te maken bochtstraal voor voertuigen van de brandweer overal een vrije doorrijdbreedte van 3,5 meter noodzakelijk. 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen mogen alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter; c. de hoogte van warmteopslagtanks, warmtebuffers en installaties ten behoeve van de energievoorziening bedraagt maximaal 15 meter; d. de hoogte van schoorstenen bedraagt maximaal 20 meter; e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

14

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van maatvoering en inrichting (waaronder begrepen lichtafscherming) indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken b. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de directe omgeving; c. de milieukwaliteit. 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afstand tot de perceelgrens Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2, sub c ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen kassen tot op de perceelgrens, met dien verstande dat: 1. de gebouwen ter plaatse nodig zijn uit een oogpunt van optimale bedrijfsvoering; 2. er sprake moet zijn van de bouw van een bedrijfsgebouw, waaronder begrepen kassen als collectieve voorziening; 3. de omgevingsvergunning slechts wordt verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken. 3.4.2 Bouwhoogte Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2, sub b ten behoeve van het toestaan van een bouwhoogte van 15 meter voor bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen kassen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkingsmogelijkheid’.

3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. gebruik van gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – stikstof’ in strijd met de stikstofregels zoals opgenomen in artikel 13.4; b. andere bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten dan bedoeld in lid 3.1, sub a; c. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; d. woondoeleinden; e. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen; h. seksinrichtingen; i. de opslag en verkoop van vuurwerk; j. caravanstalling.

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

15

Artikel 4 Bedrijventerrein 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijventerrein’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kleinschalige bedrijven en/of het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 tot en met 3.2 van de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’ zoals opgenomen in Bijlage I; alsmede voor; b. niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van de bedrijven met een oppervlak van maximaal 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak met een maximum van 3.000 m²; c. ondergeschikte productiegebonden detailhandel en e-commerce; d. groenvoorzieningen; e. ontsluitingswegen (bedrijfsstraten), in- en uitritten; f. parkeer- en laad- en losvoorzieningen; g. kunstobjecten; h. ondergrondse leidingenstrook; i. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder een collectief gietwatersysteem, en overige waterberging en gietwatervoorzieningen; k. voorzieningen van algemeen nut behorende bij de bedrijven als bedoeld in sub a; l. energievoorzieningen, voorzieningen ten aanzien van koude-warmteopslag (KWO) en opslag van water in de bodem, alsmede voorzieningen voor inzameling en verwijdering van afval; met de daarbij behorende; m. gebouwen en bouwwerken; n. verhardingen; o. bermen, bermsloten en greppels; p.

werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming; met uitzondering van: q. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de bepalingen onder 4.2.1 tot en met 4.2.3; a. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen zoals opgenomen op de verbeelding; b. per bouwperceel mag maximaal 80% worden bebouwd; c. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan; d. buiten het bouwvlak mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van kleinschalige gebouwen van algemeen nut, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt; 2. het oppervlak per voorziening maximaal 10 m² bedraagt.

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

16

e. voor het bouwen van bebouwing en het indelen van de bouwpercelen (bijvoorbeeld de breedte van de kavels) moet voldaan worden aan de regels die zijn opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan (bijlage V bij deze regels).

4.2.2 Bedrijfsgebouwen a. de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; b. de afstand van bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 meter. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen mogen alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter; c. de hoogte van tanks en installaties ten behoeve van energie- of watervoorziening bedraagt maximaal 15 meter; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter. 4.2.4 Voorwaardelijke verplichting calamiteitenroute Het in gebruik nemen van bebouwing zoals genoemd in artikel 4.2.1 t/m 4.2.3 is uitsluitend toegestaan indien de calamiteitenroute is gerealiseerd conform het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage V van deze regels. De calamiteitenroute moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a.

de erftoegangswegen binnen het plangebied moeten minimaal 4,5 meter breed zijn en een vrije hoogte van 4,2 meter hebben. b. de wegen (inclusief bruggen) moeten een asbelasting van 100 kN aan kunnen (conform NEN 1008, klasse 30); c. de bochtstralen van de wegen binnen het plangebied moeten voldoen aan een minimale afmeting van 10 meter voor de buitenbochtstraal in combinatie met een minimale binnenbochtstraal van 5,5 meter (of gelijk aan de buitenbochtstraal verminderd met 4,5 meter). In verband met de afmetingen van de voertuigen is voor de te maken bochtstraal voor voertuigen van de brandweer overal een vrije doorrijdbreedte van 3,5 meter noodzakelijk. 4.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 sub b ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen tot op de perceelgrens, met dien verstande dat: a. er sprake moet zijn van de bouw van een bedrijfsgebouw als collectieve voorziening; b. de omgevingsvergunning slechts wordt verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; c. de gebouwen ter plaatse nodig te zijn uit een oogpunt van optimale bedrijfsvoering.

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

17

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. de uitoefening van enige tak van handel, bedrijf of dienstverlening anders dan volgens het bepaalde in lid 4.1, sub is toegestaan; b. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; c. risicovolle inrichtingen of propaantanks; d. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg; e. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen; f. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; h. seksinrichtingen; i. de opslag en verkoop van vuurwerk. 4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Afwijken van de toegestane milieucategorie Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 ten behoeve van: a.

de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in een hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1 onder a, indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1 onder a; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die, hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1 onder a maar niet in de 'Staat van bedrijfsactiviteiten' worden genoemd; Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp, gevaar, de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.

Artikel 5 Bedrijventerrein – Logistiek 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijventerrein – Logistiek’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van grootschalige bedrijfsactiviteiten gericht op logistiek, transport en distributie tot en met categorie 3.2 van de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten Logistiek’ zoals opgenomen in Bijlage II, met een minimale perceelsgrootte van 30.000 m2; alsmede voor; b. niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van de bedrijven met een oppervlak van maximaal 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak met een maximum oppervlak van 3.000 m²; c. ondergeschikte productiegebonden detailhandel en e-commerce; d. groenvoorzieningen; e. ontsluitingswegen (bedrijfsstraten), in- en uitritten;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

18

f. g. h. i. j. k. l.

parkeer- en laad- en losvoorzieningen; kunstobjecten; ondergrondse leidingenstrook; watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder een collectief gietwatersysteem, en overige waterberging en gietwatervoorzieningen; voorzieningen van algemeen nut behorende bij de bedrijven als bedoeld in sub a; energievoorzieningen, voorzieningen ten aanzien van koude-warmteopslag (KWO) en opslag van water in de bodem, alsmede voorzieningen voor inzameling en verwijdering van afval;

met de daarbij behorende; m. gebouwen en bouwwerken; n. verhardingen; o. bermen, bermsloten en greppels; p. werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming; met uitzondering van: q. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 5.2.1 tot en met 5.2.4; a. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen zoals opgenomen op de verbeelding; b. per bouwperceel mag maximaal 80% worden bebouwd; c. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan; 5.2.2 Bedrijfsgebouwen a. de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; b. de afstand van bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 meter. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde a.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen mogen alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter; c. de hoogte van tanks en installaties ten behoeve van energie- of watervoorziening bedraagt maximaal 15 meter; d. de hoogte van wateropslagvoorzieningen bedraagt maximaal 10 meter; e. de hoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 8 m; f. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

19

5.2.4 Voorwaardelijke verplichting calamiteitenroute Het in gebruik nemen van bebouwing zoals genoemd in artikel 5.2.1 t/m 5.2.3 is uitsluitend toegestaan indien de calamiteitenroute is gerealiseerd conform het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage V van deze regels. De calamiteitenroute moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de erftoegangswegen binnen het plangebied moeten minimaal 4,5 meter breed zijn en een vrije hoogte van 4,2 meter hebben. b. de wegen (inclusief bruggen) moeten een asbelasting van 100 kN aan kunnen (conform NEN 1008, klasse 30); c. de bochtstralen van de wegen binnen het plangebied moeten voldoen aan een minimale afmeting van 10 meter voor de buitenbochtstraal in combinatie met een minimale binnenbochtstraal van 5,5 meter (of gelijk aan de buitenbochtstraal verminderd met 4,5 meter). In verband met de afmetingen van de voertuigen is voor de te maken bochtstraal voor voertuigen van de brandweer overal een vrije doorrijdbreedte van 3,5 meter noodzakelijk. 5.2.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van maatvoeringeisen en inrichting (waaronder begrepen lichtafscherming) indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de directe omgeving; c.

de milieukwaliteit. 5.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub b ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen tot op de perceelgrens, met dien verstande dat: a. er sprake moet zijn van de bouw van een bedrijfsgebouw als collectieve voorziening; b. de omgevingsvergunning slechts wordt verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; c. de gebouwen ter plaatse nodig te zijn uit een oogpunt van optimale bedrijfsvoering. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. gebruik van gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – stikstof’ in afwijking met de stikstofregels zoals opgenomen in artikel 13.4; b. de uitoefening van enige tak van handel, bedrijf (waaronder begrepen een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks) of dienstverlening anders dan volgens het bepaalde in lid 5.1, sub is toegestaan; c. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; d. risicovolle inrichtingen; e. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg; f. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

20

g. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; h. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; i. seksinrichtingen; j. de opslag en verkoop van vuurwerk. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Buitenopslag Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4.1, sub f ten behoeve van buitenopslag, met dien verstande dat dit hoogwaardig ingepast wordt (stedenbouwkundige toetsing door de gemeente). 5.6 Wijzigingsbevoegdheid voor risicovolle inrichtingen Burgemeester en wethouders kunnen het plan ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein - Logistiek' zodanig wijzigen dat Bevi-inrichtingen, zoals ammoniakkoeling of de opslag van gevaarlijke stoffen in verpakkingen, zijn toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a.

de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico of – indien van toepassing – de afstand, zoals bedoeld in artikel 5 lid 3 van het Bevi jo artikel 2 lid 1 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen, is gelegen binnen het bouwperceel van de Bevi-inrichting; b. in de toelichting bij het wijzigingsbesluit dient een verantwoording te worden gegeven van het groepsrisico in het invloedsgebied van de inrichting.

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

21

Artikel 6 Groen 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. voet-, fiets- en ruiterpaden; c. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen, taluds en waterpartijen; d. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; e. ondergrondse afvalinzamelingpunten; f. objecten van beeldende kunst; g. speelplaatsen, speelvoorzieningen en speeltoestellen; h. bruggen en overige kunstwerken; i. dijken en taluds; j. hondenuitlaatplaatsen; k. in- en uitritten; l. gietwatervoorzieningen en voorzieningen voor waterzuivering en infiltratie; m. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen; n. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – calamiteitenontsluiting’ uitsluitend voor een ontsluitingsroute ten behoeve van calamiteitenverkeer, al dan niet gecombineerd met een voet- en fietspad; alsmede ook voor: o. de landschappelijke inpassing van infrastructuur; p. ontsluitingen en routes ten behoeve van calamiteitenverkeer; met de daarbij behorende: q. bermen, bermsloten en greppels; r. (boom)beplanting en overig groen; s. verhardingen; t. dammen en/of duikers; u. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; v.

bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 6.3.1 tot en met 6.3.3; b. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen. 6.3.2 Gebouwen a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; c. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 50 m².

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

22

6.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen (licht)masten, informatieborden, wegwijzers, verkeersteken, schakelkasten, (beeldende) kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen en damwanden; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: 1. maximaal 8 meter voor (licht)masten, wegwijzers, verkeerstekens, kunstwerken en overige infrastructurele voorzieningen; 2. maximaal 10 meter voor (beeldende) kunstobjecten; 3. maximaal 6 meter voor geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen; 4. maximaal 5 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.4 Gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen; d. een jongerenontmoetingsplaats; e. woondoeleinden; f.

het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens; g. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

23

Artikel 7 Tuin 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuin, gazon of open terrein; alsmede ook voor: b. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. toegangspaden, in- en uitritten; f. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: g. beplanting en overig groen; h. kunstwerken; i. bouwwerken en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming; j. kassen, ter plaatse van de functie aanduiding ‘kas’. 7.3 Bouwregels 7.3.1 Algemeen a. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 7.3.1 tot en met 7.3.3; b. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen. 7.3.2 Gebouwen a. op de gronden zijn uitsluitend erkers toegestaan aan hoofdgebouwen die zijn gelegen in een naastgelegen bestemming; b. de breedte van een erker bedraagt ten hoogste 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw, met een maximum van 3,50 meter; c. de bouwhoogte van een erker bedraagt maximaal het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; d. de diepte van de erker bedraagt maximaal 1,50 meter; e.

een erker moet ten minste 2 meter uit de zijdelingse perceelsgrens worden gesitueerd, tenzij de erker aansluit op een erker van de aansluitende woning (in gevallen waar sprake is van dubbele of rijwoningen). 7.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn mag niet meer bedragen dan 2 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 1 meter. 7.4 Gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

24

b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen; d. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens; e. seksinrichtingen; f. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden). g. het gebruiken van een gebouw of bouwwerk als mantelzorgwoning binnen 30 m van de bestemming Agrarisch - Glastuinbouw

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

25

Artikel 8 Verkeer 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden; b. in- en uitritten; c. voet- en fietspaden; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder een collectief gietwatersysteem, en overige waterberging en gietwatervoorzieningen; h. voorzieningen van algemeen nut; i. kunstobjecten; j. geluidwerende voorzieningen en geluidsreducerende maatregelen; k. (ondergrondse) afvalverzamelingspunten; l. overige infrastructurele voorzieningen; m. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – calamiteitenontsluiting’ uitsluitend voor een ontsluitingsroute ten behoeve van calamiteitenverkeer, al dan niet gecombineerd met een voet- en fietspad. met de daarbij behorende: n. verhardingen; o. bermen, bermsloten en greppels; p. beplanting en overig groen; q. straatmeubilair; r. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; s. werken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van geleiding, beveiliging, signalering en regeling van het verkeer; t. bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken en infiltratievoorzieningen; u.

overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan van de bestemming. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen a. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 8.2.1 tot en met 8.2.3; b. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen. 8.2.2 Gebouwen a. op of in deze gronden mogen voor het overige uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de bouwhoogte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 3 meter; c. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 25 m². 8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen lichtmasten, informatieborden,

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

26

wegwijzers, verkeerstekens en –regelinstallaties, schakelkasten, straatmeubilair, kunstwerken en (beeldende) kunstobjecten; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: 1. maximaal 15 meter voor verkeerstechnische uitrusting, kunstwerken en overige infrastructurele voorzieningen; 2. maximaal 10 meter voor (beeldende) kunstobjecten; 3. maximaal 8 meter voor geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen; 4. maximaal 6 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen; d. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens; e. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden); f. woondoeleinden.

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

27

Artikel 9 Wonen 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep; alsmede voor: b. parkeervoorzieningen; c. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; d. waterhuishoudkundige voorzieningen; e. duikers en/of dammen; met de daarbijbehorende: f. hoofdgebouwen; g. aan- en uitbouwen; h. bijgebouwen; i. tuinen, gazons en erven; j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; k. werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen a. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 9.2.1 tot en met 9.2.4; b. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen. 9.2.2 Woningen a. per bouwperceel is maximaal één woning toegestaan; b. de inhoud van de woning bedraagt maximaal 750 m³, exclusief ondergrondse bouwlaag en aan- en uitbouwen; c. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; d. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 1 meter uit de naar de weg gekeerde bouwgrens; e. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt: 1.

bij vrijstaande woningen minimaal 5 meter aan beide zijden; 2. bij halfvrijstaande woningen 5 meter aan één zijde; f. de goothoogte van de woning bedraagt maximaal 7 meter; g. de bouwhoogte van de woning bedraagt maximaal 10 meter. 9.2.3 Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. de bouwwerken mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd; b. met inachtneming van het bepaalde in sub a dienen de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand uit de voorgevellijn van het hoofdgebouw; c. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter; d. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter;

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 17 mei 2023

28

e. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter; f. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 70 m² per woning. 9.2.4 Bouwwerken (geen gebouwen en geen overkappingen zijnde) a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal bedraagt maximaal 3 meter. 9.2.5 Voorwaardelijke verplichting Beeldkwaliteitsplan Voor het bouwen van woningen, aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en overige bouwwerken moet voldaan worden aan het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage V van deze regels. 9.3 Gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft; b. het gebruik van delen van de woning en bijgebouwen als (extra) zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; c. seksinrichtingen; d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12790578/1