Bijlage 3 Kadernota Veiligheidsregio Hollands Midden 2024 F 428 E23.003293
Tekst van het document
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 41
Voor de beroepsbrandweerkazernes is bestuurlijk afgesproken dat voorzien moet worden in een Operationele Basis Sterkte (OBS) per kazerne per 24-uursdienst van 8 fte. Gelet op bovenstaande ontwikkelingen is het lastig om de continuïteit van het rooster (paraatheid) te waarborgen. Om dit te kunnen is een formatie-uitbreiding nodig van 7 fte (€440.300). Daarnaast zorgt de jaarlijkse instroom van nieuwe, jonge beroepsbrandweermensen ervoor dat de gemiddelde leeftijd van de formatie een stuk lager is komen te liggen. Dit heeft als gevolg dat veel nieuwe collega’s binnen afzienbare tijd gebruik maken van onder andere de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (Wet WIEG). Gelet op de afgesproken OBS betekent dit een formatie-uitbreiding met 1 fte (€ 62.900). Overigens wordt nu landelijk onderzocht of het tweede loopbaanbeleid (maximaal 20 jaar in een bezwarende functie) moet worden voorgezet. Naar verwachting vindt de besluitvorming hierover binnen een aantal jaren plaats. Totdat er een besluit is mogen beroepsbrandweermensen, die vallen binnen het tweede loopbaanbeleid, langer dan 20 jaar blijven. Zodra er een definitief landelijk besluit is genomen over de al dan niet voorzetting van het tweede loopbaanbeleid, zal de benodigde formatie van de 24-uursdienst opnieuw beschouwd worden.
De extra, onvermijdelijke uitgaven voor in continuïteit kunnen borgen van de OBS bedragen € 503.200 per jaar. Het niet financieren van deze kosten betekent dat er geen stabiel rooster is en dat er sprake zal zijn van structureel overwerken. Dit is geen wenselijke situatie. Zowel niet vanuit goed werkgeverschap, als vanuit de strenge arbeidstijdenregelgeving. Uiteindelijk zal er sprake zijn van een negatief effect op de OBS en kunnen voertuigen of specialismen buitendienst gezet moeten worden. Dit zal gezien de locatie van de beroepskazernes een effect hebben op de slagkracht van de brandweer in de stedelijke gebieden, maar ook in overige delen van de regio omdat het specialisme vanuit deze kazernes wordt uitgevoerd (bijv. redvoertuig, waterongevallen, specialistische hulpverlening, ongevallen gevaarlijke stoffen). Taakdifferentiatie (PM) De landelijk invoering van taakdifferentiatie is uitgesteld, nu de wettelijke rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid en het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps wordt verscherpt. De komende jaren wordt gewerkt aan een landelijk implementatieplan. Voor de dekking van de financiële consequenties hiervan (voor VRHM € 350.000 per jaar) wordt een beroep gedaan op de systeemverantwoordelijke, de minister van Justitie en Veiligheid.
Gelet op dit tijdshorizon en de vele onduidelijkheden, wordt deze mogelijke toekomstige investering als een PM-post ingebracht. Zodra er meer duidelijkheid is over het voorstel en de financiering zal dit afzonderlijk worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 42
2.8 Programmataak Bedrijfsvoering 2.8.1 Wat doen we al De uitvoering van onze wettelijke taken als Veiligheidsregio kan niet zonder de ondersteuning vanuit de sector Bedrijfsvoering. Gelet op de veiligheidsregio-taakuitvoering door verschillende organisaties, is deze paragraaf alleen van toepassing op de organisatie en medewerkers van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. De sector Bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor het ondersteunen van de andere processen binnen de organisatie. De sector heeft een belangrijke adviserende, ondersteunende en ontwikkelende rol in het kader van integraal management richting onze leidinggevenden, de managementteams en het directieteam. Binnen de sector zijn de volgende taken/bedrijfsprocessen ondergebracht: • • • • • •
Personeel en organisatie. Dit gaat over het ontwikkelen en beheren van personeel en organisatiebeleid en –instrumenten en het beheren en voeren van de personeels- en salarisadministratie. Financiën. Dit gaat over het beheren en voeren van de financiële administratie en controleren en rapporteren van alle financiële gegevens, processen en transacties). Informatiemanagement. Dit gaat over het ontwerpen en onderhouden van informatiearchitectuur, ondersteunen van gegevensgebruik, het leveren van informatievoorzieningsdiensten, en ondersteunen van het ICT-gebruik en de ICT-projecten. Inkoop- en contractmanagement. Het specificeren, selecteren, contracteren, bestellen en bewaken van de levering van een product of dienst waar uiteindelijk een externe factuur tegenover staat. Communicatie. Dit gat over het coördineren en uitvoeren van de interne en externe communicatie ten behoeve van de corporate communicatie. Facilitaire zaken. Dit gaat over het intern verlenen van diensten, ter beschikking stellen, plannen, investeren in en onderhouden van de huisvestingsfaciliteiten die nodig zijn voor de ondersteuning van de VRHM-activiteiten.
2.8.2 Wat gaan we oppakken Wij tonen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid De samenleving maakt werk van thema’s als verduurzaming, sociale veiligheid, gezondheid, diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie. Als (overheids)organisatie is het onze verantwoordelijkheid om hier mede invulling aan te geven en dat willen we ook. Daarnaast draagt het bij aan het zijn van een moderne en aantrekkelijke werkgever. Gezien de huidige arbeidsmarkt en de grote opgaven waar de veiligheidsregio voor staat is het van belang dat we nieuw talent weten aan te trekken om ons hierbij te helpen. De huidige organisatie is een betrouwbare, maar traditionele uitvoeringsorganisatie. Om een omslag te kunnen maken zijn alle talenten en kwaliteiten in de samenleving nodig. In de vorige beleidsperiode is gestart met het verkennen van de mogelijkheden om de organisatie te verduurzamen. De eerste activiteiten zijn daaropvolgend ontplooid en de komende jaren zal duurzaamheid als thema verder worden toegepast binnen alle sectoren en hun taken.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 43
Om de organisatie hierin te ondersteunen, zal Bedrijfsvoering duurzaamheid als standaardoverweging opnemen binnen het verwervingsproces. Daarmee zetten we als organisatie echt een stap in de verduurzaming van onze middelen en diensten. Daarnaast willen we vol inzetten op het verduurzamen van onze gebouwen, onder andere door het toepassen van energiebesparende maatregelen. Bovendien passen we wanneer er spraken is van nieuwebouw of renovatie hedendaagse duurzaamheidseisen toe. Op deze manier dragen we als organisatie bij aan het verminderen van onze uitstoot. Tot slot is wordt er ook geïnvesteerd in de bewustwording bij de medewerkers over verduurzaming. Onze organisatie draait op en om mensen. De gezondheid (zowel fysiek als mentaal) en de vitaliteit van onze medewerkers en het meebewegen met hun levenscyclus is belangrijk voor het behoud van een gezond personeelsbestand en daarmee voor de continuïteit. De medewerkers met een operationele functie moeten hun werk nadrukkelijk veilig kunnen doen en mentaal weerbaar zijn voor de (nieuwe) uitdagingen van het werk. Het kunnen bieden van een veilige en gezonde werkomgeving vraagt om extra investeringen. Er zal door de afdeling POC een leeftijdsbewust, maatschappelijk verantwoord beleid worden opgesteld. Dit betekent bijvoorbeeld dat er goede doorstroommogelijkheden zijn voor repressief personeel.
Daarnaast zal een vitaliteitsprogramma worden ontwikkeld. Door het beschikbaar stellen van coaching en het aanbieden van de juiste arbeidsomstandigheden en -voorwaarden wil de organisatie een goede werksfeer creëren en een gezonde levensstijl stimuleren. Als medewerkers zowel lichamelijk als geestelijk gezond en gelukkig zijn, vergroot dat de continuïteit en productiviteit. We streven naar een meer diverse en inclusieve organisatie. De afdeling personeel en organisatie zal voor deze cultuurverandering een organisatie breed programma ontwikkelen, met duidelijke kernwaarden. Dit programma, genaamd Diversiteit, Inclusie en Gelijkheid (DIG), omvat themabijeenkomsten, groepstrainingen, een toolkit voor inclusief werven en selecteren, communicatie-uitingen, netwerkgroepen voor specifieke doelgroepen.
Wij werken aan een wendbare organisatie en omarmen nieuwe werkwijzen Opgave 1, 2 en 3 zijn het gevolg van veranderingen in de samenleving. Invulling geven aan deze opgaven verlangt een grote inspanning van de VRHM. Deze opgaven zijn anders en complexer. Dit vraagt van de organisatie om continu op meerdere borden te schaken. Het betekent dat de organisatie wendbaarder moet worden en ook met nieuwe werkwijzen moet gaan werken. Het gaat niet om te veranderen om het veranderen, maar om te anticiperen op ontwikkelingen en te verbeteren. Dit vraag om investeringen binnen alle geledingen van de organisatie, op zowel kwaliteit als capaciteit. De formatie moet zowel kwantitatief als kwalitatief op orde zijn en passen bij de opgaven. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor het leiderschap en het investeren in het lerend vermogen, lef om te experimenteren en inzicht hebben in zowel proces als resultaat. Het leiderschapsprogramma, dat sinds 2018 bestaat om het leidinggevende kader te ondersteunen, wordt verbreed naar alle lagen van de organisatie als ontwikkelprogramma. Het doel is om de onderlinge verbindingen te versterken, leren en presteren te vergroten, de medewerker zich meer verantwoordelijk te laten voelen en de organisatie flexibeler te laten zijn om mee te bewegen met de omgeving.
Complexere opgaven vragen om meer samenwerking tussen de verschillende afdelingen van de organisatie. Dit vindt veelal plaats op projectbasis. Daarom zal Bedrijfsvoering een eenduidige projectstructuur invoeren en medewerkers opleiden om invulling te geven aan de verschillen rollen binnen
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 44
deze structuur. Om deze projecten soepel te laten verlopen, moet de organisatie deze in voldoende mate ondersteunen en aansturen. Daarom zal aandacht worden besteed aan het verbeteren van het opdrachtgeverschap en eigenaarschap. Daarnaast werkt de organisatie steeds meer informatie gestuurd zoals ook terug te zien is in de opgaven en doelstellingen. Doorontwikkeling van data-technologie, in data- en informatie-expertise en in informatievaardigheden van alle medewerkers is noodzakelijk. Ook de informatie-omgeving wordt flexibeler ingericht om voor te bereiden om een onvoorspelbare toekomst. Dit maakt dat de organisatie in volle breedte wendbaarder wordt, van gerichter inzetbaarheid bij repressief optreden tot het vroege herkennen van risico’s voor de samenleving. Alle hiervoor genoemde opgaven en doelen brengen veel veranderingen en complexe opgaven voor de gehele organisatie met zich mee. En zoals eerder gezegd draait onze organisatie op en om mensen. Daarom is het belangrijk dat VRHM zich op dat gebied verstevigd; beginnend met het evalueren van de staande organisatie en het daarop baseren van een strategisch personeelsplan. Voor de nieuwe taken binnen de organisatie, zoals het duurzaam maken van huisvesting en het beheren van het groeiende aantal eigendomslocaties is extra formatie nodig.
2.8.3 Risico’s De beleidsplanperiode RBP 2020-2023 werd gekenmerkt door de coronapandemie, de vluchtelingenstroom uit Oekraïne en de crisisnoodopvang van asielzoekers. Deze crises hebben een groot beslag gelegd op de capaciteiten van de organisatie en medewerkers, ook bij Bedrijfsvoering. Als gevolg daarvan is op enkele doelstellingen uit het beleidsplan beperkt voortgang geboekt. De activiteiten lopen daarom door in het eerste jaar van de nieuwe beleidsplanperiode 2024-2027. Het is een risico hoe de beschikbare capaciteit wordt verdeeld tussen de vertraagde activiteiten en de opgaven in het nieuwe beleidsplan. Onze organisatie presteert dankzij de dagelijkse inzet van gedreven en deskundige medewerkers. De krapte op de arbeidsmarkt heeft al impact gehad, waardoor vacatures langer open stonden dan voorheen het geval was. Doordat de formatie niet altijd ruim in z’n jas zit, heeft elke uitstroom snel gevolgen voor de doorlooptijd van activiteiten. Uitstroom is moeilijk te plannen en daarom is het des te belangrijker om aantrekkelijk werkgeverschap te versterken, om de risico’s te beperken. Niet alleen mensen zijn schaars, maar ook de middelen: van computerchips tot energie tot bouwmaterialen. Op alle vlakken is de beschikbaarheid in de markt erg laag geworden, waardoor de kosten die de VRHM maakt sterk stijgen.
Het risico is dat door de financiële kaders uiteindelijk keuzes moeten worden gemaakt en niet elke doelstelling behaald kan worden.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 45
2.8.4 Raming van de baten en lasten Bedrijfsvoering Begroting (in €) Meerjarenramingen
Bedrijfsvoering Realisatie Begroting (bedragen x € 1.000,00)
2022
2023
2024
16.373
15.203
17.031
6.869
5.164
5.798
6.766
6.332
6.926
210
171
168
1.738
2.253
2.501
790
1.284
1.637
16.373
15.203
17.031
16.373
15.203
17.031
2025/2027 17.030
Exploitatielasten Salarislasten
5.798
Huisvesting
6.926
Mobiliteit
168
Informatiemanagement & ICT
2.501
Overige lasten
1.637
Geraamde saldo baten en lasten
17.030
Onttrekking reserves Storting reserves Geraamde resultaat
17.030
Toelichting noodzakelijke uitbreiding financieel kader. Informatieveiligheid BIO/VIV (€ 100.000) Net als andere overheidsorganisaties investeert de veiligheidsregio in haar informatieveiligheid. De veiligheidsregio neemt deel aan het landelijke Versnellingsplan Informatieveiligheid (VIV), zoals vastgesteld door het Veiligheidsberaad. De doelstelling is om te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit is het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen. De veiligheidsregio heeft flinke stappen gezet rondom de invoering van de BIO. Het behaald informatieveiligheid-niveau moet vastgehouden worden en verdere stappen moeten genomen worden om de informatieveiligheid te blijven monitoren en aan te scherpen. Het landelijke Versnellingsprogramma Informatieveiligheid gaat komend jaar fase 2 in waarbij aanvullende maatregelen gevraagd worden. Zowel de interne bedrijfscontinuïteit (vasthouden BIO niveau) als het landelijke programma vraagt structureel extra capaciteit (€70.000; coördinator informatieveiligheid) en maatregelen (€30.000).
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 46
De deelname en implementatie is bestuurlijk vastgesteld (Veiligheidsberaad 11 juni 2021 Versnellingsplan informatieveiligheid). Gezien de incidentele onder uitputting van de begroting in de afgelopen jaren was het niet direct noodzakelijk om over te gaan tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Nu deze onder uitputting niet meer beschikbaar is, is een hogere gemeentelijke bijdrage onvermijdelijk. Informatieveiligheid SOC-CERT (€ 200.000) Bij het vorige onderwerp gaat het om de verrekening van de structureel hogere kosten voor informatieveiligheid in de afgelopen jaren. Bij dit onderwerp gaat het om nieuwe onvermijdelijke uitgaven als gevolg van het feit dat de veiligheidsregio’s verplicht onderdeel worden van de landelijke vitale infrastructuur, als het gaat om informatieveiligheid. Een onderdeel van het landelijke Versnellingsprogramma Informatieveiligheid fase 2 is dat de veiligheidsregio’s en NIPV gezamenlijk werken aan de realisatie van een sectoraal Computer Emergency Response Team (CERT) en een Security Operations Center (SOC). Dit is nodig om te voldoen aan landelijke en wettelijke vereisten voor een vitale infrastructuur op vlak van informatieveiligheid. SOC en CERT worden een structurele oplossing onder een nieuw te vormen programma Cyberweerbaarheid. Dit vergt een structurele investering van elke Veiligheidsregio.
Het gaat dan om de kosten voor een collectieve dienstverlening van een externe partij (€ 100.000) en uitbreiding van de interne capaciteit van de Veiligheidsregio (€ 100.000). Een belangrijk voordeel van het collectief is dat de veiligheidsregio’s samen een OKTT-status bereiken. Deze status is van belang om informatie te verkrijgen omtrent dreigingen en incidenten die het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) vanuit zijn wettelijke grondslag enkel deelt met een samenwerkingsverband dat Objectief Kenbaar Tot Taak (OKTT) heeft andere organisaties (of het publiek) te informeren (landelijk dekkend stelsel). De extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 200.000 per jaar. Het niet financieren van deze kosten betekent een grote inperking van de informatiepositie van de Veiligheidsregio en een groot veiligheidsrisico. Niet deelnemen aan de landelijke samenwerking betekent dat de Veiligheidsregio een eigen SOC en CERT moet opzetten, tegen hogere kosten (geen collectiviteit schaalvoordeel en kwaliteit). Verhoogde huisvestingskosten door koop kazernes (€ 110.000) In de afgelopen jaren is bij nieuwbouw of grote verbouwingen van kazernes het eigendom van de kazernes steeds vaker door gemeenten overgedragen aan de veiligheidsregio.
Voor de veiligheidsregio leidt deze overdracht wel tot structurele meerkosten (hogere kapitaalslasten), omdat de afschrijvingen na nieuw- en verbouw hoger zijn dan de oorspronkelijke huurkosten. In de afgelopen jaren zijn de volgende kazerne gebouwd of ingrijpend verbouwd, en is het eigendom door de betreffende gemeente overgedragen aan de veiligheidsregio (na afzonderlijke besluitvorming door colleges en algemeen bestuur veiligheidsregio): Nieuwerbrug (2018), Stolwijk (nieuwbouw in 2022), Leimuiden (verbouw in 2021), Bodegraven (nieuwbouw in 2020), Leiden-Noord (nieuwbouw in 2021/2022), Leiden-Zuid (verbouwing in 2022/2023). Ook is een aantal kazernes door gemeenten niet teruggekocht van de veiligheidsregio (conform bestuurlijke besluitvorming hierover), na afloop van de btw-constructie (ingesteld na de regionalisering voor nieuwbouwkazernes, in het voordeel van de betreffende gemeenten). Het gaat hierbij om de kazernes in Bergambacht, Krimpen aan den Lek, Lekkerkerk, Haastrecht, Zevenhuizen, Benthuizen, Hazerswoude, Koudekerk ad Rijn, Rijpwetering en Aarlanderveen. Deze btw-constructie is afgeschaft. Gezien de incidentele onderuitputting van de begroting in de afgelopen jaren was het niet direct noodzakelijk om over te gaan tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Nu deze onderuitputting niet meer beschikbaar is, is een hogere gemeentelijke bijdrage onvermijdelijk.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 47
Beheer en onderhoud kazernes (€ 270.600) Bij bovenstaand onderwerp gaat het om de verrekening van de structureel hogere kapitaalslasten door eigendomsverkrijging van gemeentelijke brandweerkazernes in de afgelopen jaren. Bij dit onderwerp gaat het om het kunnen onderhouden van de (eigendoms)kazernes conform vastgestelde normeringen vraagt capaciteit, kennis en financiële middelen in de komende jaren. Ook om te kunnen voldoen aan de verduurzamingseisen. Het huidige onderhoudsbudget is daartoe ontoereikend. Het uitvoeren en begeleiden van het beheer en onderhoud van de kazernes (steeds meer in eigendom) vraagt meer kennis en capaciteit evenals de begeleiding van nieuw- en verbouw van kazernes. De Veiligheidsregio heeft een externe quick scan laten uitvoeren naar het onderhoudsniveau van de bouw- en installatiedelen van de alle kazernes (huur en eigendom). Hieruit blijkt dat er afgelopen jaren een achterstand is in het onderhoud, dit heeft een directe relatie met onderbezetting en de financiële beperking van het onderhoudsbudget. Afgelopen jaren is de verantwoording naar gebruikers en derden verder toegenomen (NEN3140, energie, CO2-reductie, tekeningenbeheer). Informatie moet geborgd en opvraagbaar zijn. Dit vraagt capaciteit en kennis van wet- en regelgeving. De extra onderhoudskosten zijn geraamd op € 100.600 per jaar.
Dit zal toenemen als in de toekomst meer kazernes in eigendom worden genomen. De toegenomen planmatige (meerjarig)onderhoudskosten zullen dan ook voor rekening van de Veiligheidsregio komen. De panden zullen onderhouden moeten worden op minimaal conditieniveau 3 (NEN 2767, plaatselijk zichtbare veroudering, functie niet in gevaar). Conditieniveau 4 kan de inzetbaarheid schaden en is daarmee geen optie. Binnen de huidige begroting en formatie is geen ruimte voor de structurele kosten van onderhoud en fte. De extra benodigde capaciteit is geraamd op 2 fte (kosten € 170.000 per jaar). Het niet uitvoeren of verder temporiseren van de benodigde onderhoudsactiviteiten betekent dat de onderhoudsconditie van de kazernes verder daalt en dit leidt op termijn tot hogere onderhoudskosten en functieverlies van de panden, verder zal het niet bijdragen aan de motivatie van de brandweervrijwilligers.
In de komende beleidsplanperiode is bovendien mogelijk sprake van nieuwbouw of verbouw van de kazernes in Driebruggen (nieuwbouw), Roelofarendsveen (koop), Woubrugge (koop en verbouw), Zwammerdam (nieuwbouw), Schoonhoven (koop of nieuwbouw), Waddinxveen en regionaal oefencentrum (nieuwbouw), Nieuwveen (mogelijk nieuwbouw) en Noordwijk (verbouw Het niet kunnen beschikken over voldoende capaciteit betekent dat de begeleiding van nieuw- en verbouw niet of sterk verminderd plaatsvindt en zal leiden tot (verdere) vertraging van deze trajecten. De totale extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 270.600 per jaar. Verduurzaming (€ 200.000) De Veiligheidsregio wil een duurzame organisatie zijn. Om aan de wettelijke verplichtingen (o.a. vermindering met 49% van de CO2-uitstoot in 2030) te kunnen voldoen (op het gebied van huisvesting, mobiliteit en inkoop) en om binnen de organisatie hierop initiatieven te ontwikkelen, ook bij nieuwbouw en verbouw van kazernes, is extra ontwikkel- en beheercapaciteit en kennis nodig. De Veiligheidsregio heeft een voorzichtige aanvang gemaakt met de verduurzamingsopgave (Greenteam), maar beschikt over te weinig capaciteit en kennis om structureel hierin te investeren, naast de reguliere werkzaamheden. Het gaat hierbij om de verduurzaming van de kazernes, het voertuigenpark, het inkooptraject, het incidentbestrijdingsproces (o.a.
gebruik blusschuim) en een cultuurverandering bij het gebruik hiervan. Dit vraagt inzet van extra kennis en capaciteit (1 fte; € 100.000), alsmede aanvullende middelen voor het ondersteunen van initiatieven op het gebied van verduurzaming (€ 50.000). Voor aanvullende verduurzamingsmaatregelen op de eigendomskazernes, buiten het reguliere onderhoud om, is een extra jaarlijkse investering van € 50.000 nodig. Voor de verduurzaming van de huurkazernes wordt een grotere inspanning gevraagd van de verhuurders i.c. de gemeenten. De Veiligheidsregio zal hierbij haar bijdrage leveren in de nodige in- en externe afstemmingen en overleggen.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 48
De extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 200.000 per jaar. Rechtmatigheidsverantwoording (€ 150.000) Vanaf het verslagjaar 2023 is de veiligheidsregio wettelijk verplicht (Wet versterking decentrale rekenkamers) een eigen rechtmatigheidsverantwoording op te stellen, die opgenomen moet worden in jaarrekening. Nu verstrekt de externe accountant een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening van de veiligheidsregio. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording wijzigt dit. Het dagelijks bestuur geeft dan een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. Binnen de huidige organisatie is voor deze nieuwe wettelijke taak geen structurele capaciteit en kennis beschikbaar om het systeem van rechtmatigheidsverantwoording op te zetten en uit te voeren. De extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 150.000 per jaar.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 49
2.9 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit drie hoofdcomponenten; Gemeentelijke bijdragen, Rijksbijdrage (BDur) en Overige baten. Algemene dekkingsmiddelen
2023
Begroting (in €) 2024
2025
2026
2027
58.360
61.532
68.514
69.004
69.310
69.310
Gemeentelijke bijdrage
51.581
53.585
60.028
60.028
60.028
60.028
Rijksbijdrage (BDUR)
6.779
7.947
8.486
8.976
9.282
9.282
Overige baten
2.806
945
1.000
1.000
1.000
1.000
TOTAAL
61.166
62.477
69.514
70.004
70.310
70.310
(bedragen in € 1.000,-)
Bijdragen
Realisatie
Begroting
2022
Meerjarenramingen
De stijging van de gemeentelijke bijdrage van 7.32% is op advies van de Werkgroep Financiële Kaderstelling op grond van de voorgestelde indexatiesystematiek in de Begroting Uitgangspunten. De Rijksbijdrage in de vorm van de Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDur) is voor deze begroting geactualiseerd op basis van de decemberbrief 2022 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 50
2.9.1 Gemeentelijke bijdragen Begroting (in €) Meerjarenramingen
Realisatie
Begroting
2022
2023
2024
2025/2027
Brandweer & Risicobeheersing
49.818
51.764
58.074
58.074
Bevolkingszorg
636
657
705
705
Meldkamer
1.127
1.164
1.249
1.249
51.581
53.585
60.028
60.028
Gemeentelijke bijdrage (bedragen x € 1.000,00)
Gemeentelijke bijdrage
De stijging van de gemeentelijke bijdrage van 7.32% is op advies van de Werkgroep Financiële Kaderstelling op grond van de voorgestelde indexatiesystematiek in de Begroting Uitgangspunten. Exogene financiële factoren hebben evenals in het voorgaande begrotingsjaar geen effect op de gemeentelijk bijdrage. De subsidiering van Slachtofferhulp Nederland wordt via de Veiligheidsregio Hollands Midden middels de gemeentelijke bijdrage geheven bij de deelnemende gemeenten en vervolgens doorgestort naar Slachtofferhulp Nederland. Voor de bijdrage aan Slachtofferhulp Nederland is in het Algemeen Bestuur van 14 juni 2021 een afwijkende indexatie systematiek vastgesteld. De afwijkende indexatie voor Slachtofferhulp Nederland is separaat in bijlage 5.5 per gemeente vermeld.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 51
Verdeelsleutels
Bijdrage 2023 volgens Begroting 2023
Gemeente
aantal inwoners 1-1-2022
%-verdeling 2023 obv Sept circ '22
Brandweer -en Crisisbeheersing
Meldkamer Hollands Midden
Alphen aan den Rijn
112.926
12,9%
6.666.200
Bodegraven-Reeuwijk
35.752
4,4%
Gouda
74.095
Hillegom
Geïndexeerde bijdrage 2024
Bevolkingszorg
Totaal bijdrage obv Programma begroting 2023
Index: 7,32 %
Brandweer en Risicobeheersing
Onvermijdelijke extra uitgave
Brandweer en Risicobeheersing +extra uitgave
Meldkamer Hollands Midden
Bevolkingszorg
Totaal geïndexeerde bijdrage 2024
161.416
90.882
6.918.498
506.435
7.154.166
324.881
7.484.603
171.900
96.939
7.753.443
2.285.189
50.013
28.148
2.363.350
172.997
2.452.465
110.137
2.537.331
54.423
30.690
2.622.445
9,1%
4.811.016
105.927
59.871
4.976.814
364.303
5.163.182
234.552
5.403.607
112.790
63.606
5.580.003
22.312
2,4%
1.237.056
31.269
17.787
1.286.112
94.143
1.327.608
62.416
1.437.937
33.964
19.153
1.491.054
Kaag en Braassem
27.895
3,5%
1.793.115
39.026
22.007
1.854.149
135.724
1.924.371
85.330
1.965.821
42.463
23.946
2.032.230
Katwijk
66.032
6,9%
3.610.260
95.667
53.847
3.759.774
275.215
3.874.531
176.340
4.062.521
100.516
56.684
4.219.720
Krimpenerwaard
57.062
6,4%
3.449.455
81.767
46.063
3.577.285
261.857
3.701.955
158.464
3.650.685
86.861
48.984
3.786.530
Leiden
125.074
20,7%
10.546.600
183.479
103.186
10.833.266
792.995
11.318.612
508.152
11.706.799
190.391
107.372
12.004.559
Leiderdorp
27.464
3,2%
1.722.824
40.318
22.637
1.785.779
130.719
1.848.935
86.617
1.995.487
41.807
23.576
2.060.869
Lisse
23.015
2,8%
1.475.330
33.790
18.956
1.528.076
111.855
1.583.324
69.271
1.595.866
35.035
19.757
1.650.657
Nieuwkoop
29.304
3,1%
1.625.924
41.221
23.292
1.690.436
123.740
1.744.941
77.641
1.788.695
44.607
25.156
1.858.459
Noordwijk
44.365
5,8%
3.043.162
62.353
35.201
3.140.716
229.900
3.265.921
143.541
3.306.906
67.533
38.085
3.412.524
Oegstgeest
25.499
2,7%
1.366.318
34.882
19.699
1.420.898
104.010
1.466.332
71.013
1.636.002
38.815
21.889
1.696.706
Teylingen
37.942
4,0%
2.038.478
53.271
30.117
2.121.866
155.321
2.187.694
102.789
2.368.058
57.756
32.571
2.458.386
Voorschoten
25.627
2,6%
1.406.528
37.555
21.124
1.465.207
107.253
1.509.486
73.399
1.690.972
39.010
21.999
1.751.981
Waddinxveen
31.342
3,3%
1.546.235
38.531
22.143
1.606.909
117.626
1.659.419
81.315
1.873.332
47.709
26.905
1.947.947
Zoeterwoude
9.302
1,4%
688.026
12.397
6.981
707.403
51.782
738.389
28.292
651.783
14.159
7.985
673.927
Zuidplas
45.794
5,0%
2.452.507
61.344
34.602
2.548.453
186.547
2.632.030
126.650
2.917.756
69.710
39.311
3.026.776
Eindtotaal
820.802
100%
51.764.222
1.164.227
656.540
53.584.989
3.922.422
55.553.361
2.520.800
58.074.161
1.249.449
704.603
60.028.216
De bovenstaande tabel is de verantwoording van de geïndexeerde gemeentelijke bijdrage per gemeente voor het begrotingjaar 2023. De meerjarige gemeentelijke bijdrage is verantwoord in bijlage 5.1. De afdracht vanuit de gemeentelijke bijdrage aan Slachtofferhulp Nederland voor € 200.625 staat vermeld in bijlage 5.5.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 52
2.9.2 Rijksbijdragen De Rijksbijdrage vanuit de Brede Doeluitkering rampenbestrijding kent een eigen prijs- en looncompensatie systematiek welke gebaseerd is op de decemberbrief van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Rijksbijdrage (BDUR)
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
Meerjarenramingen
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Meldkamer
-
-
-
-
-
-
Risico -en Crisisbeheersing
-
1.407
1.744
2.539
2.539
66
66
6.677
6.677
9.282
9.282
(bedragen x € 1.000,00)
2.233 Bevolkingszorg
-
67
66
Brandweerzorg
6.779
6.473
6.677
66 6.677 Rijksbijdrage (BDUR)
6.779
7.947
8.486 8.976
De Brede Doeluitkering rampenbestrijding bedraagt € 6.489.838, de financiële bijdrage aan de programmataak Bevolkingszorg van € 66.500 is in lijn gebracht met de salarislasten van de coördinerend functionaris Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing. Het resterende bedrag van € 6.423.338 is ten gunste van de Brandweerzorg begroot. De Rijks uitkering BDuR wordt structureel verhoogd met 1,4 miljoen in 2023 en deze verhoging loopt op to t 2,4 miljoen in 2026. Het Rijk geeft hiermee een belangrijke impuls aan het toekomst gericht verder professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de informatiepositie van de veiligheidsregio. De Rijksbijdrage bestaat naast de Brede Doeluitkering rampenbestrijding tevens uit een begrote USAR-bijdrage van € 50.000 ten behoeve van de programmataak Brandweerzorg.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 53
2.9.3 Overige bijdragen Subsidies en Overige baten (bedragen x € 1.000,00)
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
Meerjarenramingen
2022
2023
2024
2025/2027
-125
-125
-
-
-
-89
-
-
963 1.754
572 373
-551
-551
-324
-324
-
-
2.806
945
-1.000
-1.000
Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Directie & staf Bedrijfsvoering Subsidies en Overige bijdragen
De Overige bijdragen voor deze Programmabegroting 2024 bestaat uit onderstaande componenten: Brandweerzorg: De overige baten bestaan diverse bijdrage o.a. Bijdrage 25Kv Complete Lijn Uitschakeling voor een bedrag van € 342.000, Bijdrage Hoogteassistentie € 99.000 alsmede de begrote opbrengsten van het ROB voor € 50.000 Directie & Staf: De begrote baten hebben betrekking op diverse bijdragen o.a. bijdrage van derden voor € 74.000, verwachte uitkeringen op werknemersverzekeringen van € 100.000 en opbrengsten als gevolg van de detachering van eigen personeel voor € 150.000.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 54
2.10 Kosten van de overhead De Overhead van het programmaplan Fysiek Veiligheid bedraagt in totaal € 14.07.800,-. Realisatie 2022 48.277
Begroting 2023 48.520
Begroting in € 2024 55.590
2025 55.590
Meerjarenramingen 2026 55.590
2027 55.590
1.312 5.891 645 29.867
1.164 5.585 608 29.904
1.415 7.377 631 32.973
1.415 7.377 631 32.973
1.415 7.377 631 32.973
1.415 7.377 631 32.973
2.447 8.114
2.977 8.281
4.345 8.850
4.345 8.850
4.345 8.850
4.345 8.850
Overhead
13.446
12.700
14.075
14.075
14.075
14.075
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Gemeentelijke bijdrage Meldkamer Bevolkingszorg Brandweerzorg Risico -en Crisisbeheersing Rijksbijdrage (BDUR) Meldkamer Bevolkingszorg Brandweerzorg Risico -en Crisisbeheersing Overige bijdragen Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Directie & Staf Bedrijfsvoering
-61.167 -51.581 -1.127 -636 -49.819 -6.779
-61.070 -53.585 -1.164 -657 -51.764
-69.515 -60.028 -1.249 -705 -58.074 -8.487 -66 -6.678 -1.744 -1.000 -125 -551 -324 -
-69.515 -60.028 -1.249 -705 -58.074 -8.976 -66 -6.677 -2.233 -1.000 -125 -551 -324 -
-69.515 -60.028 -1.249 -705 -58.074 -9.282 -66 -6.677 -2.539 -1.000 -125 -551 -324 -
-69.515 -60.028 -1.249 -705 -58.074 -9.282 -66 -6.677 -2.539 -1.000 -125 -551 -324 -
150 -150 0
150 -150 0
150 -150 0
150 -150 0
Wat gaat het kosten (Overhead apart vermeld)? (bedragen x € 1.000,00)
LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID Programmataken Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Management & Ondersteuning Directie & Staf Bedrijfsvoering
Heffing Vpb Onvoorzien Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan de reserves Onttrekking aan de reserves Geraamde resultaat
-2.806
-6.540 -67 -6.473 -1.407,0 -945 -945 -
556
150
-150 406
-150 0
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 55
De definitie van overhead omvat naast alle loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies, tevens de aan de PIOFACH-systemen gerelateerde ICT-kosten, PIOFACH gerelateerde huisvestingskosten, de uitbestedingskosten bedrijfsvoering en naar rato de rentekosten die niet zijn toe te delen aan de taakvelden in het primaire proces. Dat betekent dat tot de bijbehorende kosten van onderstaande onderdelen tot de overhead worden gerekend en in dit overzicht moeten worden opgenomen: Brandweerzorg, Risico- en Crisisbeheersing: ■ Managementondersteuning primair proces Directie & Staf: ■ Juridische zaken ■ Bestuurszaken en bestuursondersteuning Bedrijfsvoering: ■ Financiën, toezicht en controle organisatie ■ Personeel en organisatie ■ Inkoop ■ Interne en externe communicatie ■ Informatievoorziening en automatisering PIOFACH ■ Facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging) ■ Documentaire informatievoorziening (DIV) De verdeling van de overhead naar programmataak wordt in onderstaande vermeld Overhead naar Programma taak
Realisatie
Begroting
Begroting
Meerjarenramingen
(bedragen in € 1.000,-)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Brandweerzorg
2.328
2.779
2.880
2.880
2.880
2.880
Risico -en Crisisbeheersing
627
664
647
647
647
647
Bevolkingszorg
95
68
106
106
106
106
-
-
-
-
-
-
Directie & staf
2.138
2.268
2.261
2.261
2.261
2.261
Bedrijfsvoering TOTAAL
8.259
6.922
8.181
8.181
8.181
8.181
13.446
12.700
14.075
14.075
14.075
14.075
Overhead percentage
22,7%
20,8%
20,2%
20,2%
20,2%
20,2%
Meldkamer
Het procentuele aandeel van Overhead in relatie tot de totale lasten daalt ten opzichte van de programmabegroting 2023 met 0,6% naar een niveau van 20,2% tot en met 2026.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 56
2.11 Heffing van de vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 is de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsorganisaties ingevoerd. Overheidsorganisaties zijn belastingplichtig voor zover er sprake is van een onderneming. Het effect is in de afgelopen jaren met ondersteuning van fiscaal specialisten in landelijke netwerkgroepen voor veiligheidsregio’s in kaart gebracht en afgestemd met de belastingdienst. Daaruit blijkt de VRHM op basis van de gegevens over 2016 niet als Vennootschapsbelasting plichtig wordt aangemerkt. Jaarlijks wordt onderzocht of er additionele activiteiten zijn verricht in het boekjaar die eventueel wel Vpb-plichtig zijn. Tot op heden is dat niet het geval.
2.12 Onvoorzien De Programmabegroting 2023 kent geen separate begrotingspost Onvoorzien
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 57
3 Paragrafen 3.1 Lokale heffingen Deze paragraaf is binnen de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden niet van toepassing in verband met de rechtstreekse bijdrage van de deelnemende gemeenten.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De risico’s die van invloed zijn op de bedrijfsvoering van de VRHM wensen wij beheersbaar te maken. Door inzicht in deze risico’s kan de organisatie in staat worden gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodanig dat de huidige risico’s en de toekomstige risico’s in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. De Veiligheidsdirectie van VRHM en het directieteam van Brandweer Hollands Midden staan voor de huidige beleidsplanperiode (VRHM 2024-2027) opnieuw voor de uitdaging om een goed beeld te vormen over de mate waarin VRHM de risico’s op het gebied van de interne beheersing van de organisatie onder controle heeft. Dit is ook een doelstelling van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027.
3.2.1 Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Algemene Reserve (bedragen x € 1.000,00)
Begroting 01-01- Dota 2023 tie
Onttrek king
Algemene Reserve
920
-
-
Totaal Algemene Reserve
920
-
-
Begroting Realis atie
-
31-122023
Meerjarenramingen
01-01- Dotat Onttrek 2024 ie king
31-122024
01-012025
+/ -
31-122025
01-012026
+/ -
31-122026
01-01- + / 2027 -
31-122027
920
920
-
-
920
920
-
920
920
-
920
920
-
920
920
920
-
-
920
920
-
920
920
-
920
920
-
920
De Algemene reserve wordt aangehouden ter dekking van specifieke risico’s en als buffer voor kleine financiële tekorten. Op grond van risicoinventarisatie is de “Nota Reserves 2020 -2023”door het Algemeen Bestuur vastgesteld.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 58
3.2.2 Inventarisatie van de risico’s Uit de inventarisatie zijn in totaal 3 risico’s in beeld gebracht, deze risico’s worden gaan zien als een potentieel substantieel risico. • Meerkosten die samenhangen met de taken van de veiligheidsregio (financieel risico ingeschat op € 400.000) •
Cyber- en digitale verstoringen (financieel risico ingeschat op € 0,25 - € 0,5 mln.) Een van de hedendaagse nieuwe risico’s wordt gevormd door cyber en digitale verstoringen. Tussen 2017-2021 hebben zich diverse cyberaanvallen en digitale verstoringen voorgedaan in Nederland. De afhankelijkheid van digitale systemen is zó groot geworden dat aantasting van deze systemen kan leiden tot een ontwrichting van de organisatie. Cyber-verstoringen hebben een forse impact op getroffen organisaties. Andere expertise is nodig, de dynamiek is anders in vergelijking met klassieke (niet-digitale) incidenten.
•
Eigen risico onverzekerbare aanspraken (personele) ongevallenverzekeringen (financieel risico ingeschat op € 0,5 - 1 mln.) Veiligheidsregio’s worden in toenemende mate geconfronteerd met beperkte verzekerbaarheid, dekking en sterk gestegen premies van ongevallenverzekeringen. Daarnaast is gebleken dat veiligheidsregio’s een aantal zaken niet verzekerd hebben, die sterk samenhangen met de werkzaamheden van met name het repressief personeel. Hierdoor sluiten de verwachtingen en de afhandeling van claims niet altijd op elkaar aan. De verzekering is immers vooral een afdekking van het risico van de werkgever in plaats van de aanspraak van de medewerker. Veiligheidsregio’s kunnen daarbij dus geconfronteerd worden met financiering van niet verzekerbare aanspraken indien wordt uitgegaan van de werkelijke schade (m.n. bij overlijden en blijvende invaliditeit), waarbij het inkomen van de benadeelde het uitgangspunt (‘Goedwerkgeverschap na dienstongevallen’) vormt. Landelijk heeft dit bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van ‘verzekeringsdenken naar risicodenken’. Ook is de stap van ‘verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken’: niet de verzekering, maar de aanspraak dient leidend te zijn voor de medewerker.
Om invulling te geven aan deze uitdagingen is de RCDV (Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s) het Project ‘Risicomanagement & Verzekeringen’ gestart.
Voor de verzekerbare aanspraken is het de bedoeling om één collectieve ongevallenverzekering in te kopen. Voor wat betreft de onverzekerbare aanspraken wordt gekeken naar de mogelijkheid om deze in gezamenlijkheid te gaan dragen. Hiervoor zou een fonds kunnen worden opgericht, waaruit de onverzekerbare risico’s kunnen worden betaald.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 59
3.2.3 Beleid omtrent weerstandscapaciteit en de risico’s Weerstandscapaciteit
Realisatie 2022
2023
Begroting (in €) 2024
920 5.145 -
920 5.145 -
920 4.886 -
920 4.629 -
920 4.480 -
920 4.330 -
920
920
920
920
920
920
Voorlopig Begroting 2022 2023 1,00 1,00
Begroting 2024 1,00
Begroting (alle bedragen x € 1.000,00)
Algemene Reserve Bestemmingsreserves Stille reserves Te bestemmen resultaat Onvoorzien Totaal Weerstandscapaciteit (1+4+5) Ratio Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen
(1) (2) (3) (4) (5)
Meerjarenramingen 2025
2026
2027
Meerjarenramingen 2025 2026
2027
1,00
1,00
1,00
Het weerstandsvermogen (artikel 11 BBV) is de relatie tussen: De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover VRHM beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De beschikbare weerstandscapaciteit van Veiligheidsregio Hollands Midden bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken. Deze bestaat uit de Algemene Reserve. Per ultimo 2021 bedroeg de Algemene Reserve € 920.000. Voorgesteld wordt deze stand voor de periode 2021-2023 als benodigde weerstandsvermogen, dus omvang van de Algemene Reserve, vast te stellen. Om te bepalen of de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds, en anderzijds de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit.
De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen: Huidige weerstandsvermogen Beschikbare weerstandcapaciteit = € 920.000 -------------------------------------------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit = € 920.000
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
= 1,00
Pagina 60
Waardering A B C D E F
Weerstandvermogen Ratio > 2.0 > 1.4 < 2.0 > 1.0 < 1.4 > 0.8 < 1.0 > 0.6 < 0.8 < 0.6
Betekenis Ui ts tekend Rui m vol doende Vol doende Ma ti g Onvol doende Rui m Onvol doende
Waarderingstabel weerstandsvermogen (tabel ontwikkeld door NARIS/Universiteit Twente
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 61
Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves (bedragen x € 1.000,00)
01-012023
Begroting 2023 Dotat Onttrekking ie
31-122023
01-012024
Begroting 2024( in €) Dotatie Onttrekki ng
Meerjarenramingen 01-01+ / - 31-12-2026 2026
31-122024
01-01-2025
+/-
31-12-2025
-
-
95
01-012027
+/-
31-122027
Storting in reserve -
-
-
-
-
-
-
-
-
419
-
-108
311
311
-
-108
203
203
108
37
-
-
37
37
-
-
37
37
-
627
-
-
627
627
-
-
627
627
1.755
-
-150
1.605
1.605
-
-150
1.455
1.455
150
725
-
-
725
725
-
-
725
725
125
-
-
125
125
-
-
125
387
-
-
387
387
-
-
890
-
-
890
890
-
180
-
-
180
180
5.145
-
-258
4.887
4.886
-
-
-
-
203
108
95
203
-
203
37
37
-
37
37
-
37
627
627
627
627
1.305
1.155
1.155
150
627
1.305
150
1.005
-
725
725
-
725
725
-
725
125
-
125
125
-
125
125
-
125
387
387
-
387
387
-
387
387
-
387
-
890
890
-
890
890
-
890
890
-
890
-
-
180
180
-
180
180
-
180
180
-
180
-
-258
4.628
4.629
258
4.371
4.479
258
4.221
4.329
150
4.179
Samenwerken loont Multiteam/LCMS Flankerend beleid Reserve meldkamer Hollands Midden Reserve FLO Gouda Reserve FLO overgangsrecht Ontwikkel en Innovatiebudget Groot onderhoud 2e loopbaanbeleid
Totaal bestemmingsreserves
De bestemmingsreserves zijn opgebouwd ter financiële dekking van projecten en incidentele lasten. Op basis van de “Nota Reserves 2021 – 2023” is nader door het Algemeen Bestuur besloten welke onttrekking en dotaties de komende jaren zullen worden verricht.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 62
Voorzieningen Voorzieningen
Begroting 01-01- Dota Onttre 2023 tie kking
(bedragen x € 1.000,00)
31-122023
Begroting (in €) 01-01- Dot Onttre 2024 atie kking
31-122024
01-01- + / 2025 -
Meerjarenramingen 31-1201-01- + / 31-122025 2026 2026
01-01- + / 2027 -
31-122027
Schade-uitkering personeel -
250
-
-
745
-
250
250
-
-
745
745
-
-
250
250
-
250
250
-
250
250
-
250
745
745
745
745
745
6.183
6.183
5.596
5.596
56 7
745
6.723
58 8
745
6.723
54 0
7.718
7.718
7.178
7.178
6.591
6.591
Verlofsparen Functioneel Leeftijd Ontslag (FLO) reparatie
-
7.468
-
193
7.468
995
193
Totaal voorzieningen
7.275
7.275
-
552
8.270
8.270
-
552
-
-
54 0
58 8
56 7
5.029
6.024
Voorziening FLO De voorziening FLO is in 2022 met € 561.000 toegenomen, voornamelijk als gevolg van de te verwachten salarisstijgingen. Bij de berekening van de voorziening zijn de salarisstijgingen uit het op 14 april 2023 definitief bekrachtigde Principeakkoord Cao Veiligheidsregio’s meegenomen. Na afkoop van het FLO-overgangsrecht door de gemeente Gouda, komen de lasten van deze regeling voor rekening van de Veiligheidsregio Hollands Midden. De omvang van de voorziening is bepaald op basis van de toekomstige verplichtingen. Het financieel risico voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van de gemeenten Alphen aan den Rijn en Leiden ligt niet bij de VRHM. Voor betreffende gemeenten is geen voorziening noodzakelijk in de jaarrekening van de VRHM. De jaarlijkse verplichtingen en bijdragen hiervan zijn in het overzicht van baten en lasten verantwoord. De voorziening is berekend op basis van het Principeakkoord Reparatie FLO-overgangsrecht brandweerpersoneel. De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op Voorlopige Jaarstukken 2022 VRHM dd20042023 Pagina 59 de bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR. De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij de berekening bekende Cao-loon. In dit geval is dit de Cao 2019-2020.
In de berekening van de totale voorziening is geen rekening gehouden met de kans op het vervallen van rechten door natuurlijk verloop en het voortijdig uit dienst treden van het beroepsbrandweerpersoneel. Voorziening Verlofsparen De nieuwgevormde voorziening voor verlofsparen ad € 745.000 heeft betrekking op het totaal aantal uren dat voor alle medewerkers in 2022 is omgezet in spaarverlof. Met spaarverlof krijg je de mogelijkheid om uren opzij te zetten voor later. Het spaarverlof is onbeperkt geldig.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 63
Voorziening Schade-uitkering personeel In 2022 is €250.000 gedoteerd aan de nieuw te vormen voorziening schade-uitkering personeel. In 2022 is met een voormalig personeelslid een vaststellingsovereenkomst afgesloten vanwege schade aan de gezondheid van het voormalig personeelslid. 3.2.4 Kengetallen Kengetallen financiële positie
Netto schuldquote Netto Schuldquote (gecorrigeerd) Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
2024
28,96% 59,76%
44,10% 44,10%
39,30% 39,30%
-35,03% 35,03%
30,82% 30,82%
-41,46% 41,46%
6,75% 1,26%
5,40% -0,25%
5,44% 0,00%
5,69% 0,00%
5,97% 0,00%
5,92% 0,00%
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Meerjarenramingen 2025 2026
Pagina 64
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Beleidskader Meerjaren investerings Plan (MJIP) De VRHM is sterk afhankelijk van de inzet van haar huisvesting en materieel. Het is noodzakelijk om het risico van uitval te beperken door garanties en zekerheden in te bouwen. Eén van de zekerheden ontlenen wij aan het meerjarig in beeld brengen van onze investeringen. 2024
2025
2026
2027
MEERJAREN INVESTERINGPLAN
14.745.000
9.599.000
1.500.000
7.579.000
Nieuwbouw
7.200.000
4.075.000
1.500.000
1.500.000
Wagenpark (voertuigen)
6.003.000
700.000
-
4.749.000
Wagenpark (bepakking)
570.000
50.000
-
965.000
Persoonlijke Functionele Uitrusting (Ademlucht)
822.000
3.342.000
-
-
Overig Brandweerzorg
-
-
-
85.000
Persoonlijke Functionele Uitrusting (Communicatie)
-
1.432.000
-
280.000
150.000
-
-
-
ICT
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 65
3.4 Financiering
3.4.1 Algemeen De paragraaf Financiering geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en hoe rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop VRHM inhoud geeft aan het Financieel Statuut. De doelstelling van de treasury functie is als volgt geformuleerd: ■ Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s; ■ Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie; ■ Het minimaliseren van de rentekosten en het maximaliseren van de renteopbrengsten. Het Financieel Statuut vormt het kader voor het uitvoeren van de treasury functie onder de voorwaarden: ■ Geld op de rekening courant wordt per dag afgeroomd en uitgezet bij het Ministerie van Financiën op grond van de Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden; ■ Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij meerdere financiële instellingen.
3.4.2 Kasgeldlimiet en Renterisiconorm Kasgeldlimiet Het renterisico van schulden (rentetypische looptijd korter dan 1 jaar) wordt uitgedrukt middels de bepaling van de kasgeldlimiet. De beperking van het risico wordt door de wetgever bepaald door het stellen van een maximum van 8,2% van het begrotingstotaal per 1 januari van het dienstjaar waarin kort geleend mag worden. De korte rente kan namelijk grote afwijkingen hebben binnen een jaar. In de onderstaande tabel is de limiet voor VRHM in meerjarig perspectief geplaatst. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000,00)
Omvang van de begroting per 01-01 Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Toegestane kasgeldlimiet in €
Resultaat
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
61.220
69.665
8,20%
8,20%
61.355 8,20%
Meerjarenramingen x € 1.000,2025
2026
2027
70.154
70.460
70.460
8,20%
8,20%
8,20%
5.753
5.778
5.778
5.713 5.031
5.020
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 66
Renterisiconorm Het renterisico aangaande de renterisiconorm heeft betrekking op de contractuele renteherzieningen en de aflossingen op de vaste schuld (looptijd vanaf 1 jaar). Uit de tabel blijkt dat wij binnen de wettelijk vastgestelde renterisiconorm (20%) blijven. Dit monitoren wij blijvend. Indien overschrijding dreigt, faseren wij de investeringen. De komende jaren is er voldoende ruimte om de nieuwe en bestaande langlopende leningen af te lossen. Renterisiconorm
Meerjarenramingen x € 1.000,-
Voorlopig
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Exploitatiebegroting 01-01 Renterisiconorm % Renterisiconorm in €
61.355 20% 12.271
61.220 20% 12.244
69.665 20% 13.933
70.154 20% 14.031
70.460 20% 14.092
70.460 20% 14.092
Renteherzieningen Aflossingen bestaande leningen Aflossingen Meerjaren Investering Plan
-1.955 -1.955
20.106 463 20.569
1.544 1.101 2.645
1.553 1.526 3.079
1.563 2.064 3.627
1.348 2.601 3.949
14.226
-8.325
11.288
10.951
10.465
10.143
(bedragen x € 1.000,00)
Renterisico Ruimte onder de renterisiconorm
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 67
Stand der leningen en financieringspositie De leningenportefeuille dient ter financiering van de investeringen op het gebied van huisvesting (nieuwbouw en renovatie) en vervanging van het wagenpark (vervanging) die tot en met 2025 fors te worden uitgebreid. Meerjarenramingen x € 1.000,-
Voorlopig
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
25.036 -1.955 23.081
23.081 -20.106 2.976
2.976 -1.544 1.432
1.432 -1.432 0
0 0
0 0
Meerjaren Investering Plan (bedragen x € 1.000,00) Stand per 1 januari Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen Stand per 31 december
25.000 25.000
25.000 18.500 -463 43.037
43.037 7.000 -1.101 48.936
48.936 10.000 -1.526 57.410
57.410 11.500 -2.064 66.847
66.847 10.000 -2.601 74.246
Totaal overzicht geldleningen (bedragen x € 1.000,00) Stand per 1 januari Te betalen aflossingen Aan te trekken leningen Stand per 31 december
25.036 -2 25.000 50.034
48.081 -20.569 18.500 46.013
46.013 -2.645 7.000 50.368
50.368 -2.958 10.000 57.410
57.410 -2.064 11.500 66.847
66.847 -2.601 10.000 74.246
Rente Bestaande leningen Gemiddelde rente% bestaande leningen Gemiddeld rente% Meerjaren Investering Plan
0,62% 0,00%
0,28% 0,21%
0,33% 0,37%
0,30% 0,38%
0,28% 0,39%
0,26% 0,42%
Stand van de geldleningen Leningenportefeuille per 01-01 (bedragen x € 1000,00) Bestaande leningen Stand per 1 januari Te betalen aflossingen Stand per 31 december
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 68
3.4.3 Rentetoerekening De VRHM heeft alleen rentelasten en deze worden voor volledig toegerekend aan de programmataken. Het is duidelijk zichtbaar dat de komende jaren de druk op de begroting agv de rentekosten toeneemt. Gezien de laatste leningen die een verhoogd rentepercentage weergeven, is de verwachting dat de rente druk de komende jaren zal toenemen. Rentetoerekening
Meerjarenramingen x € 1.000,-
Voorlopig
Begroting
Begroting
(bedragen x € 1.000,00)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Externe rente lasten Externe rentebaten Saldo rentelasten en rente baten
254 254
1.159 1.159
513 513
663 663
813 813
963 963
Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0 254
1.159 1.159
513 513
663 663
813 813
963 963
-
-
-
-
-
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
254
1.159
513
663
813
963
Aan taakvelden toegerekende rente
-254
-1.159
-513
-663
-813
-963
-
-
-
-
-
-
Rente over Eigen vermogen Rente over Voorzieningen Rente over het Eigen vermogen en Voorzieningen
Renteresultaat op het taakveld Treasury
3.5 Bedrijfsvoering Zie paragraaf 2.1. ‘Programmaplan Fysieke Veiligheid’ waarin een nader uiteenzetting wordt gegeven van de doelen en prestaties die de VRHM binnen de primaire processen wil realiseren en paragraaf 2.8
3.6 Verbonden partijen Aan de Veiligheidsregio Hollands Midden zijn geen partijen verbonden die vallen binnen de gestelde definities van bestuurlijk én financieel genoemde belangen zoals verwoord in de “Notitie Verbonden partijen” van de Commissie BBV.
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 69
4 Financiele begroting (raming van de baten en lasten Programmaplan Fysieke Veiligheid Overzicht van baten en lasten Onderstaand het financiële overzicht van het Programmaplan Fysieke Veiligheid. Het overzicht geeft een totaal inzicht in de baten en lasten van het Programmaplan Fysieke Veiligheid inclusief Overhead, verdeelt naar de verschillende programmataken:
4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting Realisatie
Begroting
Begroting in €
(bedragen x € 1.000,00)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID Programmataken Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Management & Ondersteuning Directie & Staf Bedrijfsvoering
48.277
48.520
55.590
54.662
54.662
54.662
1.312
1.164
1.415
1.415
1.415
1.415
5.891 645 29.867
5.585 608 29.904
7.377 631 32.973
7.134 631 32.973
7.134 631 32.973
7.134 631 32.973
2.447 8.114
2.977 8.281
4.345 8.850
4.345 8.164
4.345 8.164
4.345 8.164
Overhead
13.446
12.700
14.075
14.075
14.075
14.075
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
-61.167
-61.070
-69.515
-70.004
-70.310
-70.310
Wat gaat het kosten (Overhead apart vermeld)?
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Meerjarenramingen
Pagina 70
Gemeentelijke bijdrage Meldkamer Bevolkingszorg Brandweerzorg Risico -en Crisisbeheersing
-60.028 -1.249 -705 -58.074
-60.028 -1.249 -705 -58.074
-60.028 -1.249 -705 -58.074
-60.028 -1.249 -705 -58.074
-
-
-
-
-6.540 -67 -6.473
-8.487 -66 -6.678
-8.976 -66 -6.677
-9.282 -66 -6.677
-9.282 -66 -6.677
-1.407,0
-1.744
-2.233
-2.539
-2.539
-945 -
-1.000 -125
-1.000 -125
-1.000 -125
-1.000 -125
-945 -
-551 -324 -
-551 -324 -
-551 -324 -
-551 -324 -
-
-
-
-
-
-
556
150
150
-1.267
-1.573
-1.573
-
-
-
-
-150 0
-258 1.525
-258 1.831
-258 1.831
-51.581 -1.127 -636 -49.819 -
Rijksbijdrage (BDUR) Meldkamer Bevolkingszorg Brandweerzorg Risico -en Crisisbeheersing
-6.779
Overige bijdragen Meldkamer Risico -en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Directie & Staf Bedrijfsvoering
-2.806
Heffing Vpb Onvoorzien Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan de reserves Onttrekking aan de reserves Geraamde resultaat
-53.585 -1.164 -657 -51.764
-150 406
-150 0
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 71
Toelichting De Veiligheidsregio Hollands Midden maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen gebruik van de bedragen die gemeenten krijgen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding. Het absolute niveau wordt, met een correctie voor gemeentelijke rampenbestrijding1, binnen de VRHM de ‘Cebeon-norm’ genoemd. De gemeentelijke bijdrage aan de Veiligheidsregio wordt bepaald aan de hand van ijkpuntscores op basis van het lokaal risicoprofiel ten behoeve van het taakgebied OOV, onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding. Op basis van deze scores ontvangen gemeenten naar verhouding middelen uit het gemeentefonds voor OOV. Die verhouding (niet de absolute bedragen) wordt gebruikt om te bepalen welk deel van de regionale kosten een gemeente moet dragen. Ook voor het begrotingsjaar 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 zijn de bestuurlijke uitgangspunten (AB 31 maart 2016, Kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019) bepalend. In de uitwerking van de begrotingen wordt dit als volgt toegepast: ▪ Basis van facturatie is het factuurbedrag T-1. ▪ Dit is ook de basis van indexering voor het jaar T. ▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor het programma Brandweer en Crisisbeheersing (taken brandweerzorg en risico- en crisisbeheersing, vanaf 2020 incl.
Veiligheidsbureau) vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire T-2. ▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor de programma’s Meldkamer Brandweer Hollands Midden (taak meldkamer) en Oranje Kolom (taak bevolkingszorg) vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken). ▪ Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na groot onderhoud gemeentefonds of herziening verdeelmodel van het gemeentefonds herijkt. Voor het opstellen van de ontwerp-Programmabegroting 2024 zijn de volgende financiële kaders toegepast: ➢
De Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2024. Jaarlijks opgesteld door de werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (WGFK). De toegekende prijsindexatie voor 2024 bedraagt 6,4% voor beloning werknemers en 9,0% voor netto materieel. Voor de VRHM betekent dit een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 7,32% t.o.v. 2023. De kaderstelling voor 2024 is bij brief d.d. 17 november 2022 aangeboden aan de Besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden en betreft samenvattend: 1. De indexering te baseren op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB) in de Septembercirculaire (t-2) van het nieuwe begrotingsjaar: Voor arbeid:
1 Het gemeentefonds omvat uitkeringsformules per ‘cluster’ (taakgebieden). Binnen het taakgebied Orde en Veiligheid (O&V) wordt onderscheid gemaakt tussen het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding en Overige Orde en Veiligheid (OOV). OOV betreft de taken in de sfeer van handhaving, toezicht en preventie (stads- en dorpswachten, criminaliteitspreventie, cameratoezicht, APV-handhaving, bijzondere wetten), beleids- en planvorming integrale veiligheid (beleidsformulering, regie veiligheidsprojecten), HALT-bureaus, veiligheidshuizen, dierenbescherming, opsporing en ruiming explosieven en overige beschermende maatregelen (zoals reddingswezen, strandbewaking, lijkschouwing).
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 72
• • •
de Prijs overheidsconsumptie werknemers beloning werknemers 2024: 3,9%; correctie T-2: +1,7%, correctie T-1: +0,8%, netto correctie: +2.5%; de toegestane prijsindexatie voor 2023 bedraagt daarmee 6,4% voor beloning werknemers. Voor materieel: • de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2024: 2,4%; • correctie T-2: +2,2%, correctie T-1: 4,4%, netto correctie: +6.6%; • de toegestane prijsindexatie voor 2023 bedraagt daarmee 2,5% voor netto materieel. 2. In de systematiek van de WGFK wordt de indexering voor 2024 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2022 en 2023. De indexering voor 2024 wordt vastgesteld op basis van de indices uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van 2022 (de grondslag voor de septembercirculaire 2022). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2024 bijna twee jaar van tevoren wordt bepaald. In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden. De inzichten uit de septembercirculaire 2022 met betrekking tot 2022 en 2023 wordt gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2024. Conform de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor 2024 betekent dit voor de VHRM een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 7,32% t.o.v. 2023.
beloning werknemers netto materieel Index VRHM 2023
FKGR 6,4% 9,0%
aandeel in lasten 64,5% 35,5%
Index VRHM 2024 4,13% 3,20% 7,32%
Bovenstaande verhouding is gebaseerd op de economische kostencategorieën in de Programmabegroting VRHM 2023 voor 2024:
PB2024 en MJR 2025 tm 2027 V1.0
Pagina 73
PB2023 MJR 2024
Ec. Cat.
Arbeid Salarissen en sociale lasten 34.559.324
1.1
Materieel Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goeden en diensten Inkomendoverdrachten
2.366.083 16.767.886 -80.000
3.2 3.5.1 3.8 4.3.x
Totaal
53.613.293
Verhouding Arbeid Materieel
bedragen procenten 34.559.324 64,5% 19.053.969 35,5%