Bijlage 3 Handreiking zorgplicht Milieu voor kunstgrasvelden, nov.24 A25.000492
Tekst van het document
7.3
Maatregelen ter invulling van de zorgplicht
Maatregelen De belangrijkste maatregelen om algen en gladheid van kunstgrasvelden te voorkomen en te beheersen kunnen preventief genomen worden. In hoofdstuk 4 van het BSNC-rapport Gladheid kunstgras: oorzaak en oplossingen (ref.14) zijn hiervoor tips opgenomen die bij de aanleg en inrichting van nieuwe kunstgrasvelden en onderhoud van bestaande kunstgrasvelden kunnen worden opgevolgd. Indien toch middelen nodig zijn voor het bestrijden van algen op kunstgrasvelden, pas dan alleen toegelaten middelen toe conform het gebruiksvoorschrift. Voorkom bij reiniging van kunstgrasvelden met heet water of hoge druk, waarbij slijpsel van kunstgrasvezels in het milieu terecht komt. Er zijn ook bedrijven die experimenteren met toepassing van UV voor het bestrijden van algen. Indien dit een effectieve methode blijkt te zijn, is op termijn mogelijk een alternatieve milieuvriendelijke methode voor de bestrijding van algen voorhanden.
Informatieverstrekking en gebruik biociden Vanwege de onduidelijkheid in de praktijk over toelatingen en het gebruik van algenbestrijdingsmiddelen werkt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan een project met betrekking tot het juiste gebruik van en informatieverstrekking over biociden. De ILT is hier eind 2019 mee gestart. Het is nog niet bekend wanneer de resultaten van dit onderzoek worden gepubliceerd. Ten aanzien van informatieverstrekking is het enerzijds belangrijk dat producenten van middelen de verantwoordelijkheid nemen om duidelijk te communiceren over de toepassingen van het product dat zij aanbieden. Anderzijds hebben gebruikers van producten ook de plicht producenten actief te vragen naar de specifieke productinformatie.
28
Handreiking zorgplicht milieu voor kunstgrasvelden
8
Referenties
1. Microplastics uit infill kunstgrasvelden, verspreiding van infill en indicatieve massabalans, in opdracht van BSNC, rapport Sweco en SGS INTRON, 11 mei 2017. 2. Milieu- en gezondheidsaspecten van infillrubber, INTRON rapport A833860/R2006031, 9 februari 2007. 3. Vervolgonderzoek milieuaspecten infillrubber, INTRON rapport A924220/R20070368, 1 april 2008. 4. Adsorptie van zink uit infillrubber aan onderlagen INTRON rapport A845090/R20090029, 31 maart 2009. 5. Verificatie in de praktijk van de uitloging van zink uit rubbergranulaat van gemalen autobanden in kunstgrassystemen, SGS INTRON rapport A865780/R20130046, 3 mei 2013. 6. Verkenning milieueffecten rubbergranulaat bij kunstgrasvelden, RIVM, 3 juli 2018. 7. Maatregelen bij stof- en kwartsblootstelling tijdens de aanleg van kunstgrasvelden, BSNC, maart 2013. 8. Vervolgonderzoek stof en kwartsblootstelling tijdens de aanleg van kunstgrasvelden, BSNC, februari 2013. 9. Handreiking renovatie en ombouw kunstgrasvelden, BSNC, februari 2023. 10. Restricting the use of intentionally added microplastics to consumer or professional use products of any kind. ECHA, 11. Gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor onderhoud kunstgrasvelden en verkenning verspreiding naar grond- en oppervlaktewater, STOWA 2017-30, maart 2018 12.
Een schone kunstgrasmat is de basis, Fieldmanager 3/2020 https://fieldmanager.nl/upload/artikelen/fm320eenschonekunstgrasmat.pdf 13. Leidraad voor de bepaling van de grens tussen reinigingsmiddelen en desinfecteermiddelen biociden, ILT 2017 https://www.ilent.nl/documenten/leefomgeving-en-wonen/stoffen-enproducten/biociden/publicaties/leidraad-voor-de-bepaling-van-de-grens-tussen-reinigingsmiddelen-endesinfecteermiddelen-biociden 14. Gladheid kunstgras: oorzaak en oplossingen, R. van der Weide en K. Beelen, Wageningen, ISBN 15. Verordening 2021/1199 betreffende PAK’s in granulaat voor gebruik als infillmateriaal (21 juli 2021) 16. SGS INTRON rapport A121220/R20231312, Onderzoek effectiviteit zorgplichtmaatregelen, juni 2024. 17. NPR-CEN/TR 17519:2020, Oppervlakken voor sport terreinen – kunstgras sportfaciliteiten – richtlijn om de vervuiling van infill materiaal naar de omgeving te minimaliseren 18. Verordening (EU) 2023/2055 tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 inzake REACH 19. Afwegingskader redelijkerwijs – bodemzorgplicht definitief 25 november 2021 https://iplo.nl/publish/pages/170357/afwegingskader-redelijkerwijs-bodemzorgplicht.pdf 20. Brief Senternovem DUA0540671 [31 mei 2005]
Handreiking zorgplicht milieu voor kunstgrasvelden
29
Bijlage A OVERZICHT MATERIALEN EN TYPEN MILIEUVERKLARING BODEMKWALITEIT Tabel 1. Materialen in de toplaag
Materiaal
30
Bbk van toepassing
Bewijsmiddel Bbk
Polypropyleen (vezel)
Nee
Nvt
Polyethyleen (vezel)
Nee
Nvt
Backing, tuftdoek (PE, latex, PU) Nee
Nvt
Geovlies
Nee
Nvt
Schuim of foamlaag
Nee
Nvt
E-layer / Et-decke
Nee
Nvt
SBR infillrubber
Nee
Nvt
EPDM infillrubber
Ja
Partijkeuring
TPE infillrubber
Ja
FEV / partijkeuring
Kurk
Nee
Geofill
Nee
Nvt
Zand
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9313/9321)/ partijkeuring
Handreiking zorgplicht milieu voor kunstgrasvelden
Opmerking
Tabel 2. Materialen in de fundering
Materiaal
Bbk van toepassing
Bewijsmiddel Bbk
Lava
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9317) / partijkeuring
RST (mengsel menggranulaat en infillzand)
Ja
Partijkeuring
Menggranulaat
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 2506-2)
Zand (funderings-drainagezand) Ja
Opmerking
puingranulaat (metselwerk en beton)
NL-BSB certificaat (BRL 9313/9321) / partijkeuring
E-bodemas (ketelzand/ granulight/ steagran)
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9302-2) / partijkeuring
Kleikorrels
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9315) / partijkeuring
Flugsand of vulkaanbims
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9317) / partijkeuring
Grauwacke
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9324) / partijkeuring
KV-slak
Ja
Partijkeuring
granulight en steagran zijn merknamen
Vulkanische oorsprong, ook Bims of Pumice genoemd
Kolenvergassingsslak (KV-slak) wordt in NL niet meer geproduceerd.
Steengranulaat
Schuimbeton
Ja
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9345)/ partijkeuring
Gebroken slak uit
FEV/ partijkeuring
Eventuele uitloging van
productie van metalen
water met hoge pH tegengaan Asfalt/open asfalt
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9320) / partijkeuring
Ook asfaltbeton genoemd
Handreiking zorgplicht milieu voor kunstgrasvelden
31
OVERZICHT MATERIALEN EN BEWIJSMIDDELEN BBK Tabel 3. Materialen in de onderbouw Materiaal
Bbk van toepassing
Bewijsmiddel Bbk
Opmerking ook drainzand genoemd
Zand
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9313/9321) / partijkeuring
Funderingszand (uit puingranulaat)
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 2506-2) / partijkeuring
Stabilisatielaag
Ja
Partijkeuring
Tabel 4. Drainagesysteem
Materiaal
32
Bbk van toepassing
Bewijsmiddel Bbk
Polyvinylchloride (PVC)
Nee
Nvt
Polyethyleen (PE)
Nee
Nvt
Handreiking zorgplicht milieu voor kunstgrasvelden
Opmerking
Bijlage B BEREKENING VAN MINIMALE ZINKADSORPTIECOËFFICIENT De adsorptie van zink aan de onderlaagmaterialen wordt bepaald door de zinkadsorptiecoëfficiënt, Kd. Dit wordt gemeten met een adsorptieproef. Hierbij meet men bij een pH = 6,5 de adsorptie van zink aan het onderlaagmateriaal gedurende 6 uur bij een vloeistof/vast stof verhouding L/S = 100. De pH is maximaal 6,5, omdat door rottende bladeren op het veld er sprake kan zijn van een lichte verzuring. Ook als de natuurlijke pH van het onderlaagmateriaal hoger is, zoals bijvoorbeeld bij gebruik van Granulight als onderlaagmateriaal. Voor een standaard opbouw van een kunstgras systeem met een onderlaag van 40 cm is de volgende eis vastgesteld: Kd (onderlaag) ≥ 50 l/kg. Bij een dunnere onderlaag of bij een combinatie van onderlagen, waarbij één van de lagen niet aan de bovenstaande eis voldoet, kan men door berekening vaststellen of men aan de eis voldoet. Met behulp van de Kd kan men de retardatiefactor voor zink in een onderlaag berekenen: R = 1 + Kd * ρ / Waarin:
R is de retardatiefactor ρ is de dichtheid van de onderlaag, in kg/dm3 is het porievolume in de laag
De retardatiefactor geeft de mate aan waarin het zink later uit de laag komt dan het drainagewater zelf. De doorbraak van het water zelf bepaalt men door het porievolume, θ, van de onderlaag. Wanneer het porievolume gevuld is, dan vindt de doorbraak van het water plaats. In een zandlaag rekenen we met een porievolume, = 0,35. De doorbraaktijd van het water is: Tw = D * / Iw Waarin:
Tw is de doorbraaktijd van water D is de laagdikte van de onderbouw, in mm is het porievolume in de laag Iw is de netto infiltratie van regenwater in de grond (neerslag per jaar minus de verdamping), in mm/jaar
De doorbraaktijd TZn van het zink moet minimaal 50 jaar zijn. De doorbraaktijd van zink TZn berekent men dus door: TZn = Tw * R De te hanteren eis voor de doorbraaktijd van zink is: TZn >50 jaar. In de praktijk zal het opgeloste zink niet als een front door de laag diffunderen, maar zal er dispersie in de laag optreden. Hierdoor loogt een deel van het zink met een lage concentratie iets eerder uit en zal een deel van het zink nog meer vertraagd uitlogen. Op het moment van de berekende doorslagtijd zijn de hoogste concentraties aanwezig. In de praktijk zullen eerder imperfecties in de systeemopbouw (waterdoorlatende scheuren en inde onderlaag, kanaalvorming) kunnen leiden tot een eerdere doorbraak dan hierboven is berekend. Hiermee is in de eis rekening gehouden, omdat de voorziene gebruikstijd van het kunstgrassysteem (tot renovatie) aanmerkelijk korter is dan 50 jaar. Er zit dus een zekerheidsfactor op de genoemde eis. Handreiking zorgplicht milieu voor kunstgrasvelden
33
Woudenbergseweg 56-58 Gebouw #11 3707 HX Zeist T 06 2252 8523 E info@bsnc.nl I www.bsnc.nl