CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 29 Bijlage 26 Nota van Beantwoording (en Wijzigingen) A24.000193

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 141.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Dit mede omdat hij brede landbouwmachines in gebruik heeft die bijvoorbeeld bij kruisen van fietsverbindingen tot gevaarlijke situaties kunnen leiden. Nu is er in de ochtendspits al vertraging van en naar Zevenhuizen vanwege filevorming op de N219.

Mocht de uiteindelijke inrichting van de EVZ leiden tot schade aan panden of voor bedrijfsvoering, dan kan in het kader van de omgevingsvergunning nadeelcompensatie worden aangevraagd*. Uitgangspunt is echter dat de inrichting van de EVZ niet tot hinder of beperkingen leidt voor omliggend bestaand gebruik. *Onder de Omgevingswet is de term planschade vervangen door de term nadeelcompensatie. Schade als gevolg van het vaststellen van het bestemmingsplan valt onder de planschaderegeling. Schade als gevolg van verleende omgevingsvergunningen valt onder de nadeelcompensatieregeling omdat deze omgevingsvergunningen allemaal na invoering van de Omgevingswet aangevraagd en verleend zullen worden. De onderzoeken voor het bestemmingsplan en bijbehorende MER zijn uitgevoerd op een bijpassend detailniveau. Daarmee is voldoende inzicht gegeven in de te verwachten effecten van de ontwikkeling en de mogelijkheid om die effecten weg te nemen of te beperken. Hierbij is ook aandacht besteed aan de effecten van waterpeilverhoging. Waterpeilverhoging wordt overigens alleen voorzien in delen van het gebied van bestemmingsplan 1. Uit het MER blijkt dat een waterpeilverhoging in bestemmingsplan 1 geen significant effect heeft op de gebieden (en het huidige agrarische gebruik) in bestemmingsplan 2.

Dit geldt dus ook ter plaatse van de eigendommen van reclamant, gelegen buiten de contouren van het Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1. De verkeerseffecten op het regionaal wegennet (waaronder N219 en de aansluitingen op de snelwegen) zijn in het bestemmingsplan en onderliggend MER onderzocht. In het vervolg zullen per ontwikkelfase deelplannen worden opgesteld, daarin zullen verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid ook binnen het bestemmingsplangebied nadrukkelijk onderbouwd worden. De gemeente zal tevens een plan voor bereikbaarheid en verkeersveiligheid opstellen om de bereikbaarheid van bestaande woningen en bedrijfsgebouwen te garanderen tijdens de bouw, conform afspraken die hierover zijn vastgelegd in de Deelovereenkomst Mobiliteit (2023). Dit kan wel betekenen dat er bepaalde omrijdroutes ingesteld moeten worden. Er zijn dus op basis van de Deelovereenkomst Mobiliteit (2023) garanties omtrent de bereikbaarheid en verkeersveiligheid.

61

nee

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

6

7

8

Aantasting cultuurhistorische waarden Reclamant wijst op het verlies van het karakter van het open buitengebied en het verdwijnen van de agrarische gemeenschap. Het merendeel van alle inwoners kent elkaar al generaties lang. Het open landschap verdwijnt met de cultuurhistorische kenmerken die zeer waardevol zijn. Er ontbreekt een visie en perspectief wat daarvoor terugkomt. De leefkwaliteit gaat verloren. Door verdichting nemen wegen toe, en ook lucht- en geluidsoverlast met mogelijke schade aan flora en fauna. De verwachting is dat hierdoor voorkomende beschermde dier- en plantensoorten gaan verdwijnen met toestemming van de provincie.

Financiële uitvoerbaarheid onvoldoende verzekerd Reclamant voorziet ernstige financieel tekorten. Onduidelijk is of de woningen daadwerkelijk voor de huidige woningzoekenden zullen worden gebouwd en of de diverse huisvestingsmogelijkheden beschikbaar zijn. Omdat bij de huidige opzet de financiële uitvoerbaarheid onvoldoende verzekerd is, moet worden afgezien van het plan.

Omgevingsdialoog geen participatie Naar mening van reclamant is de lokale gemeenschap onvoldoende betrokken bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan en is daar zeer

De Zuidplaspolder kent een dynamisch landschap dat door de geschiedenis heen meerder metamorfoses heeft ondergaan en vormen van gebruik heeft gekend. Van veenmoeras en turfwinning naar weidegrond en veeteelt. Nadat de polder in de 19e eeuw was drooggelegd werd het gebied getransformeerd tot een agrarisch productielandschap. De laatste zichtbare transformatie is de toevoeging van kassen ten behoeve van glastuinbouw geweest, veelal omdat andere vormen van gebruik niet rendabel bleken te zijn. Met de bouw van het dorp is er een volgende transformatie voorzien waarbij de polder (mede) plek gaat bieden aan een andere vorm van gebruik namelijk wonen om te kunnen voorzien in een bovenregionale woonbehoefte. Daarmee verdwijnt voor een deel het landschap en verandert dan ook het karakter ervan.

nee

De biodiversiteit wordt echter verrijkt met de toevoeging van een aantal type landschappen, waaronder veel natuurvriendelijke oevers en een aantal grotere groengebieden en groenverbindingen. De biodiversiteit zal ook goed gedijen bij het verbeteren van het watersysteem, waardoor de waterkwaliteit in het gebied kan toenemen. De linten en de woningen die hier aan zijn gelegen, en die worden gezien als identiteitsdragers van het gebied, zijn bijvoorbeeld opgenomen in de planuitwerkingen. De ligging van de kreekrug, nu niet heel goed zichtbaar maar wel onderdeel van de geschiedenis van het landschap en identiteit van de polder, wordt met deze ontwikkeling goed zichtbaar. De gemeenteraad heeft een grondexploitatie voor de eerste fase van de ontwikkeling van het Middengebied vastgesteld, waarbij sprake is van een negatief resultaat van circa 6 miljoen euro. De gemeenteraad heeft bij eerdere besluitvorming al middelen gereserveerd voor de ontwikkeling van het Middengebied en zet deze middelen in ter dekking van het negatieve resultaat van de grondexploitatie. Er is sprake van grote vraag naar woningen en locaties voor bedrijventerreinen. Voor de ontwikkeling van het totale plangebied voorziet de gemeente binnen de planregels, de verbeelding en de looptijd van het bestemmingsplan voldoende mogelijkheden en ruimte voor een uitvoerbare ontwikkeling.

De gemeente is van mening dat de verschillende persoonlijke gesprekken, gecombineerd met de door gemeente georganiseerde informatie- en participatiebijeenkomsten sinds 2017 en de periode van ter

62

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

bezorgd over. Het is belangrijk dat er voldoende ruimte is voor participatie met voldoende afweging van belangen. Reclamant begrijpt dat woningbouw en gepaard zijnde veranderingen noodzakelijk zijn maar heeft grote zorgen en dringt erop aan dat deze serieus genomen worden voordat verdere stappen worden ondernomen.

9

Onzorgvuldig bestuur Reclamant wordt op onbehoorlijke wijze buiten spel gezet door de handelswijze van de gemeente. Het steekt reclamant dat inwoners van het gebied alle gevolgen hebben te dulden. In de informatiebijeenkomsten wordt op alle zorgen en bezwaren gereageerd dat men nu eenmaal voorrang geeft aan de woningbouwplannen. De gemeente zet zich te ver op afstand. Een gesprek over bedrijfsverplaatsing wordt niet of nauwelijks gevoerd. Het contact verloopt traag en biedt geen perspectief. Reclamant doet een dringend beroep af te zien van het vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan.

inzagelegging van dit bestemmingsplan voldoende is voor een weging van alle belangen. Een beknopte weergave hiervan is gegeven in de toelichting van het bestemmingsplan. In deze integrale afweging betrekt de gemeente tevens onderzoeksuitkomsten, (overkoepeld) beleid, en vigerende wet- en regelgeving. Verder zijn er in het vervolgproces ook informatie- en participatiemogelijkheden voorzien over stedenbouwkundige uitwerkingen op basis van het bestemmingsplan. Het college van B&W heeft afgelopen september hierover een raadsinformatienota gepubliceerd: https://zuidplas.raadsinformatie.nl/document/13246979/1#search=%22z23 002509%22. Hierbij zal, aan de hand van het Kader Participatie (2021), bekeken worden welke vorm van participatie gekozen zal worden. De gemeente is zich ervan bewust dat het bestemmingsplan gevolgen heeft en/of kan hebben voor woningen en bedrijven in of in de nabijheid van het bestemmingsplan. De gemeente betracht daarom ook uiterste zorgvuldigheid bij de planontwikkeling. Er zijn met reclamant verschillende persoonlijke gesprekken gevoerd onder meer over het bedrijfsperspectief. Dit heeft nog niet geleid tot overeenstemming. De gesprekken zullen daarom ook vervolg krijgen. De gemeente herkent zich daarom niet in de stelling dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur.

Bij het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (2021), de Nota van Uitgangspunten (2023) en dit bestemmingsplan heeft er een uitgebreid participatieproces op verschillende thema's plaats gevonden. Daarbij hebben huidige bewoners van het Middengebied en inwoners van de rest van de gemeente, en andere belanghebbenden en belangstellenden, op- en aanmerkingen mee kunnen geven. Daarnaast kan er door middel van deze zienswijzeprocedure officieel gereageerd worden op het bestemmingsplan. Hiermee kan iedereen een zienswijze meegeven waar inhoudelijk een reactie op komt. De gemeente maakt hierbij een integrale afweging tussen alle aanwezige belangen, onderzoeksuitkomsten, (overkoepelend) beleid, en vigerende wet- en regelgeving. Het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (2021) en de daarop gebaseerde Nota van Uitgangspunten (2023) zijn tevens vastgesteld door de gemeenteraad, waardoor er een voldoende legitieme basis is voor de ontwikkeling van dit plan.

63

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

Voor het bestemmingsplan heeft de gemeente een m.e.r.-procedure doorlopen en diverse andere onderzoeken uitgevoerd. Daarnaast heeft de provincie de ontwikkeling vastgelegd in haar omgevingsbeleid. Hiervoor is een zorgvuldige procedure doorlopen, waarvoor (net als de gemeente heeft gedaan) een MER is opgesteld en twee mogelijkheden voor het indienen van zienswijzen zijn geweest. CONCLUSIE Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nummer R21 – Reclamant 21

Nummer gemeente Corsanummer E23.005482 / I23.003574 / I23.003781 / E23.005975 VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

Concreet initiatief reclamant ten onrechte niet in aanmerking gekomen In het voorjaar en de zomer van 2023 hebben reclamant en adviseurs herhaaldelijk overleg gevoerd over een landgoedinitiatief. Dit initiatief, dat voor de terinzagelegging van het ontwerpplan bekend was, is niet meegenomen. Volgens rechtspraak bent u verplicht om particuliere initiatieven op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen mee te nemen, mits ze voldoende concreet en tijdig kenbaar zijn gemaakt. Het schetsplan dat op 21 augustus 2023 aan de omgevingsmanager is toegezonden, voldoet aan deze eisen. Het schetsplan voor het landgoed is concreet en tijdig kenbaar gemaakt, waardoor de ruimtelijke haalbaarheid ervan beoordeeld kan worden. Ondanks dat de omgevingsmanager aangaf dat het plan niet volledig akkoord is, rechtvaardigt dit niet het negeren van het schetsplan. Het college erkent dat het schetsplan woningen dichter bij het geplande tracé van de Nieuwe Dwarsweg plaatst, waarvoor hogere geluidswaarden nodig zijn. Aangezien de locatie en indeling van de woningen deels afhankelijk zijn van de aanwezige verkeersstromen, moet het initiatief in overweging worden genomen. Dit is ten onrechte niet gebeurd en dient zorgvuldig te worden herzien.

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023 – 3 november 2023 REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente Wijziging bestemmingsplan ja/nee Het initiatief van reclamant behoort tot het gebied van het tweede nee bestemmingsplan dat de gemeente opstelt voor het Middengebied. De gesprekken over de haalbaarheid van het initiatief lopen nog tussen gemeente, reclamant en de Provincie. Het initiatief was nog onvoldoende uitgewerkt en kon nog niet op overeenstemming rekenen van de gemeente, de Provincie en reclamant zelf. Ook ontbreken een goede ruimtelijke onderbouwing en de benodigde onderzoeken om de haalbaarheid van het plan aan te tonen. De gemeente heeft bewust gekozen om het woningbouwgebied inclusief de bedrijventerreinen, energielandschap en bos te splitsen van het gebied van de Groene Schakel waarbinnen de percelen van reclamant zich bevinden. Voor de algemene beantwoording verwijst de gemeente ook naar paragraaf 1.4 van deze Nota van Beantwoording (en wijziging).

64

Datum indiening 16 oktober 2023 – 1 november 2023

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

2

3

Verlegging tracé Nieuwe Dwarsweg Reclamanten hebben voorgesteld om het tracé voor de Nieuwe Dwarsweg zuidoostelijk te verplaatsen, zoals vermeld in hun e-mail aan de omgevingsmanager van 15 juli 2023. Dit voorstel, dat minimale veranderingen in het verkeersplan veroorzaakt en niet tot een toename van verkeersstromen leidt is niet onderzocht. Het voorstel van reclamanten om het tracé van de Nieuwe Dwarsweg zuidoostelijk te verplaatsen heeft vanuit akoestisch oogpunt een positieve impact op bestaande en nieuwe woningen. Dit voorstel creëert een ruimere afstand van ongeveer 80 meter tussen het nieuwe tracé en de omliggende woningen. Reclamanten verzoeken dit voorstel bij de vaststelling van het bestemmingsplan in overweging te nemen. Het zou nog beter zijn om de woning aan de 2e Tochtweg (geen eigendom van reclamant) te saneren of te verplaatsen. Reclamanten hebben de eigenaren voorgesteld om gezamenlijk op te trekken en eventueel een vervangende woning op het landgoed te bouwen. Reclamanten verzoeken de gemeente om het initiatief voor deze variant te nemen en dit op te nemen in het vastgestelde bestemmingsplan, mogelijk via een wijzigingsbevoegdheid. Het landgoed biedt niet alleen ruimtelijke voordelen, maar is ook esthetisch aantrekkelijker dan het voorgestelde tracé voor de Nieuwe Dwarsweg.

Het schetsplan toont hoe de nieuwe weg naadloos wordt geïntegreerd in het landgoedontwerp. Omdat de bomen eerder worden geplant dan de aanleg van de weg plaatsvindt, zal de beplanting tegen die tijd al bijna volgroeid zijn, wat zorgt voor een landschappelijk volwaardige integratie. Geluidsbelasting woning 2e Tochtweg en verkeersbewegingen Uit de toelichting op het ontwerpplan blijkt dat een hogere geluidbelasting moet worden toegestaan voor zowel de woning van reclamant aan de 2e Tochtweg als de woning 2e Tochtweg, met een hogere waarde van 50 dB na aftrek van 2 dB vanwege SMA 0/5. Reclamanten hebben bezwaar gemaakt tegen dit ontwerpbesluit hogere waarden, en aangezien het bestemmingsplan hier direct van afhankelijk is, moet hun zienswijze tegen het ontwerpbesluit ook hier als herhaald en ingelast worden beschouwd. In de zienswijze tegen het ontwerpbesluit hogere waarden hebben Reclamanten betoogd dat de vastgestelde geluidwaarde van 50 dB gebrekkig is onderbouwd. Het is onduidelijk op welke basis de

De gemeente heeft het tracé van de nieuwe ontsluitingsweg, ook wel de Nieuwe Dwarsweg genoemd, zorgvuldig afgewogen en alternatieven onderzocht. Hierbij is gebleken dat het nu gekozen tracé het beste tracé is. De ligging van deze weg wordt medebepaald door de benodigde afstand tot bestaande kruisingen op de N219, de verkeersveiligheid en de landschappelijke en ruimtelijke inpassing. Ook heeft de gemeente gekeken naar bestaande opstallen en het zo min mogelijk slopen van opstallen van verschillende eigenaren. Tevens is gekeken naar de grondposities in het gebied. Het verplaatsen van de weg op grotere afstand van de gronden van deze reclamant zorgt voor het toenemen van hinder bij andere perceel- of grondeigenaren.

nee

De schetsplannen van de reclamant die tot nu toe bij de gemeente bekend zijn laten geen integratie van het nieuwe wegtracé zien. Het verzoek om een woning aan de 2e Tochtweg te saneren of te verplaatsen is een verzoek met een ruimtelijke impact. Een dergelijk verzoek zal goed onderzocht en onderbouwd moeten worden. Omdat deze gronden volledig binnen het tweede bestemmingsplan vallen is het niet mogelijk om in dit bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid op te nemen voor en nog uit te werken initiatief. Als dit de wens is van reclamant en eigenaar van de woning dan kan dit in de planontwikkeling voor het landgoed worden meegenomen.

De verkeersintensiteit op de Nieuwe Dwarsweg, is bepaald op basis van verkeersmodel waarin de ontwikkeling van het plangebied is meegenomen. De Nieuwe Dwarsweg is een van de drie ontsluitingswegen van het plangebied. Dit is verantwoord in het bestemmingsplan en onderliggend MER inclusief het Deelrapport Mobiliteit. Reclamant spreekt over eventuele extra woningen en maatschappelijke voorzieningen. Dit is nu niet aan de orde. Uitgangspunt is de ontwikkeling zoals deze nu in het bestemmingsplan is vastgelegd en mogelijk is gemaakt in het provinciale omgevingsbeleid. Als er sprake is van extra ontwikkelopgaven zullen nieuwe berekeningen worden uitgevoerd om aan te tonen of er mogelijk aanvullende maatregelen nodig zijn. Ook zal de

65

ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

verkeersintensiteit van 9.200 motorvoertuigen op de Nieuwe Dwarsweg is gebaseerd en hoe het verkeer verdeeld wordt bij eventuele extra woningen en maatschappelijke voorzieningen. Bovendien blijft onzeker of het ontwerpbestemmingsplan de beoogde 6.000 m 2 detailhandel hanteert, gezien de afwijkingsbevoegdheid. Het ontwerpbestemmingsplan mist een degelijke onderbouwing van de akoestische situatie en voldoet niet aan artikel 3:2 van de Awb. Het gebrek aan transparantie over de berekening van de verkeersbewegingen op de Nieuwe Dwarsweg maakt het onduidelijk of het realiseren van een gebiedsontsluitingsweg nabij de woning van reclamant haalbaar is. Het Deelrapport mobiliteit houdt geen rekening met de geplande afsluiting van de Zuidelijke Dwarsweg op de N219. Hierdoor wordt een toename van verkeer op de 2e Tochtweg verwacht, wat niet is meegenomen in de berekeningen. Hierdoor is het onduidelijk of het geluidsniveau voor de (voor)gevel van reclamant niet hoger zal zijn dan 58 dB. Appellant geeft aan dat de tuin op geringe afstand ligt van toekomstige ontsluitingsweg en is van mening dat onderzoek moet worden uitgevoerd of sprake is van een akoestisch aanvaardbare situatie.

In de zienswijze tegen het ontwerpbesluit hogere waarden is aangegeven dat het niet is aangetoond dat de verleende hogere geluidswaarden zorgen voor een acceptabel woon- en leefklimaat in de woning van 2e Tochtweg, omdat benodigd onderzoek ontbreekt. Het ontwerpbesluit eist akoestisch onderzoek voor bestaande woningen aan de 2e Tochtweg, met voorwaarden voor naleving van de binnenwaarde van 33 dB en uitvoering van maatregelen voor de GOW zuidwest. Deze voorwaarden ontbreken echter in de planregels van het ontwerpbestemmingsplan, wat wijst op een onzorgvuldige voorbereiding.

4

Verder gaat het ontwerpbesluit hogere waarden uit van toepassing van stil wegdek op de nieuwe ontsluitingsweg. Reclamant vindt in de regels geen borging van deze maatregel. Verkaveling rechtsonzeker In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt een stedenbouwkundige verkaveling. Wel is het plangebied opgedeeld in verschillende deelgebieden. Vijf van deze deelgebieden hebben de aanduiding 'Specifieke vorm van woongebied — 1'. De overige deelgebieden hebben de aanduiding 'Specifieke vorm van woongebied — 2'. In de

gemeente in gesprek moeten gaan met de provincie over het aanpassen van de uitgangspunten van het omgevingsbeleid. In het Deelrapport Mobiliteit wordt wel rekening gehouden met de geplande afsluiting van de Zuidelijke Dwarsweg voor doorgaand verkeer, zodat er geen sluiproute voor verkeer door het plangebied ontstaat. Voor bestemmingsverkeer blijft de Zuidelijke Dwarsweg bereikbaar. De exacte locatie waar de ´knip´ in de weg gerealiseerd wordt, en hoe die eruit komt te zien, is punt van nader onderzoek. De gemeente past de bestemming op delen van de Zuidelijke Dwarsweg aan om de knip mogelijk te maken en te voorkomen dat in de uiteindelijke situatie verkeer vanuit het dorp over deze weg zal gaan rijden. Bestemmingsverkeer en langzaam verkeer blijven uiteraard wel mogelijk. In de huidige situatie rijden er op de 2e Tochtweg ongeveer 80 motorvoertuigen per etmaal, dit veroorzaakt een geluidbelasting van ongeveer 36 dB. In de toekomstige situatie verwachten we dat het verkeer toeneemt tot bijna 400 motorvoertuigen per etmaal, de geluidbelasting stijgt daarmee tot 43 dB. In de toekomstige situatie ligt de geluidbelasting ten gevolge van de 2e Tochtweg nog ruim onder de voorkeursgrenswaarde en daarmee niet relevant te noemen en kan buiten beschouwing gelaten worden voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat.

De afweging of er in de toekomstige situatie nog steeds sprake is van een aanvaardbare situatie is met de juiste en voldoende gegevens uitgevoerd. In de planregels zullen de maatregelen voor de toepassing van stil asfalt of een vergelijkbare oplossing worden geborgd. De voorwaarden ten aanzien van de binnenwaarde zitten in het hogere waarden besluit en worden geborgd in de planregels. Alhoewel op de verbeelding de aanduiding ‘Specifieke vorm van woongebied – 1’ op meerdere locaties terugkomt, wordt hiermee gedoeld op in totaal 1.500 woningen binnen de gehele aanduiding. Zodra dus 1.500 woningen zijn gebouwd binnen de gehele aanduiding ‘Specifieke vorm van woongebied – 1’ is het bouwen van gebouwen binnen de aanduiding ‘Specifieke vorm van woongebied 2’ toegestaan. De

66

ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

planregels is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van woongebied — 2' het bouwen van gebouwen is toegestaan als minimaal 1.500 woningen ter plaatse van de `Specifieke vorm van woongebied — 1' gerealiseerd of in aanbouw zijn. Niet duidelijk is echter of hiermee wordt gedoeld op 1.500 woningen per aanduidingsvlak dan wel of gedoeld wordt op 1.500 woningen in alle vijf aanduidingsvlakken 'Specifieke vorm van woongebied — 1' gezamenlijk.

gemeente begrijpt dat dit onduidelijk kan zijn. De planregeling zal op dit punt verduidelijkt worden.

CONCLUSIE Deze reactie leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan. Nummer R22 – Reclamant 22

Nummer gemeente Corsanummer I23.003575/ E23.005994/ I23.003782 VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

2

3

Zuidelijke Dwarsweg: functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ ontbreekt Reclamant benoemt het ontbreken van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ op de locatie Zuidelijke Dwarsweg. Reclamant vindt dat het wegbestemmen van de intensieve veehouderij op perceel Zuidelijke Dwarsweg niet is gemotiveerd in het bestemmingsplan. Reclamant vraagt om een 'intensieve veehouderij'aanduiding of een 'Bedrijventerrein'-bestemming met verplaatsingsmogelijkheid elders, omdat het perceel te klein is voor agrarisch gebruik. Zuidelijke Dwarsweg: bouwvlak ten onrechte verkleind Het ontwerpbestemmingsplan 'Middengebied Zuidplaspolder 1' verkleint het bouwvlak voor perceel zonder redelijke rechtvaardiging, wat de bouwmogelijkheden van reclamant onnodig beperkt. Reclamant vraagt om het oorspronkelijke bouwvlak uit het geldende plan 'Herziening Zuidplaspolder 2' ongewijzigd te behouden in het nieuwe plan. Zuidelijke Dwarsweg: afwijkingsmogelijkheid stikstofdepositie, diercategorieën en dieraantallen ontbreekt Het geldende bestemmingsplan 'Herziening Zuidplaspolder 2' staat toe dat perceel D 3110 gebruikt wordt voor intensieve veehouderij, maar beperkt de stikstofdepositie tot het niveau van het bestaande legale

Datum indiening 16 oktober 2023 – 1 november 2023

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023 – 3 november 2023 REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente Wijziging bestemmingsplan ja/nee Bij het opstellen van de verbeelding bij het bestemmingsplan is de ja aanduiding ‘intensieve veehouderij’ onbedoeld weggevallen. De gemeente zal deze aanduiding weer toevoegen, zodat intensieve veehouderij weer is toegestaan.

De gemeente zal het bouwvlak uit het geldende plan Herziening Zuidplaspolder 2 opnemen.

ja

De afwijkingsbevoegdheid wordt toegevoegd zodat dieraantallen kunnen wijzigen, mits geen sprake is van toename van stikstofdepositie.

ja

67

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

4

5

gebruik volgens bijlage 2 van de regels, om een toename van stikstofdepositie te voorkomen. Het bestemmingsplan 'Herziening Zuidplaspolder 2' bevat een afwijkingsbevoegdheid voor wijzigingen in diercategorieën en aantallen, maar deze mogelijkheid ontbreekt in het ontwerpbestemmingsplan 'Middengebied Zuidplaspolder 1'. Er moet een vergelijkbare binnenplanse afwijkingsbevoegdheid worden toegevoegd aan artikel 5.3.2 van de planregels van het ontwerpplan. De 'bestaande stikstofdepositie' wordt gedefinieerd door de dieraantallen en diercategorieën in bijlage 3 van het ontwerpplan. Het ontbreken van de mogelijkheid om deze aantallen en categorieën te wijzigen, belemmert Reclamant om intern te salderen, wat het bedrijf onterecht beperkt. Zuidelijke Dwarsweg: geurcontour ten onrechte niet in verbeelding ontwerpplan opgenomen Het ontwerpbestemmingsplan bevat geurcontouren (2 OU/m 3 en 8 OU/m3) in de plantoelichting, maar deze zijn niet opgenomen op de verbeelding. Hierdoor is niet gegarandeerd dat geurgevoelige functies buiten deze contouren worden gerealiseerd. Reclamant verzoekt om toevoeging van een geurcontour op de verbeelding, met een bijbehorende regel die het realiseren van geurgevoelige functies binnen deze contour verbiedt, om hinder voor de cliënt te voorkomen. De geurcontouren in de plantoelichting zijn gebaseerd op het MER, dat verwijst naar een ODMH-onderzoek uit 2021.

Reclamant vraagt om duidelijkheid over het specifieke geuronderzoek dat als basis dient voor het ontwerpbestemmingsplan.

Zuidelijke Dwarsweg: ten onrechte geen rekening gehouden met concreet initiatief reclamant Het ontwerpbestemmingsplan is opgesteld zonder rekening te houden met de concrete plannen van reclamant voor modernisering en uitbreiding van de varkenshouderij. Het plan omvat sloop van de bestaande stal en de bouw van een nieuwe stal op dezelfde locatie, met een toename van 1.244 vleesvarkens. Volgens vaste rechtspraak moet bij de vaststelling van het bestemmingsplan rekening worden gehouden met zulke concrete particuliere initiatieven, op voorwaarde dat deze initiatieven tijdig en concreet zijn gepresenteerd.

Het bestemmingsplan maakt binnen de geurzone die in de plantoelichting is aangegeven, geen nieuwe geurgevoelige functies toe binnen de bestemmingen die in deze geurzone zouden vallen. Daarmee zou het opnemen van een geurzone dubbelop zijn. Zo wordt reeds hinder voor de reclamant voorkomen.

ja

De gemeente heeft in artikel 30.1.1 aanvullende regels opgenomen. Met deze regels wordt geregeld dat bij de realisatie van dat deel van het plangebied onderzocht moet worden of er sprake is van een toelaatbaar geurniveau. Aan de andere kant zorgt de aanduiding ervoor dat de realisatie van woningen geen belemmering oplevert voor de huidige activiteiten van omliggende bedrijven. Reclamant kan het ODMH-onderzoek middels volgende link downloaden: https://zuidplas.raadsinformatie.nl/document/10041772/1/Bijlage+1_12+O DMH+Milieuonderzoek+Middengebied_Z21_000185. Reclamant heeft tijdig zijn voornemen kenbaar gemaakt, echter de aard en omvang van de eerdere plannen en door het ontbreken van de stukken om de haalbaarheid voldoende te kunnen toetsen kon het initiatief niet meegenomen worden in het bestemmingsplan. De gemeente heeft in juni 2023 aan reclamant gevraagd om aanvulling van de stukken. Het aangepaste initiatief inclusief ruimtelijke onderbouwing dat reclamant in september 2023 heeft ingediend kwam na de start van de terinzagelegging en kon door de gemeente op dat moment niet meer meegenomen worden. De milieukundige toets en haalbaarheid van het plan zijn door de gemeente en de ODMH opgepakt en het nu ingediende initiatief kan nog niet rekenen op instemming van de gemeente.

68

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

6

Het ingediende ontwerp voor modernisering en uitbreiding van de varkenshouderij is concreet en tijdig kenbaar gemaakt, waardoor de ruimtelijke aanvaardbaarheid ervan kan worden beoordeeld. Het initiatief is echter niet meegenomen bij de terinzagelegging van het ontwerpplan, hoewel het ontbreken van een formele vergunningsaanvraag dit niet rechtvaardigt volgens de rechtspraak van de Afdeling. Het gewijzigde ontwerp en de ruimtelijke onderbouwing zijn op 26 september 2023 ingediend, terwijl de terinzagelegging van het ontwerpplan al op 6 september 2023 plaatsvond. Desondanks is er al geruime tijd voor die datum overleg geweest tussen reclamant, haar adviseur en de gemeente over de uitbreidingsplannen. Het ontwerp dat op 26 september 2023 is ingediend, is een lichte wijziging van het ontwerp dat al op 12 april 2023 aan de gemeente was verzonden. De gemeente heeft zelf verzocht om aanpassingen aan het stalontwerp vanwege het voornemen om de Zuidelijke Dwarsweg als doorfietsroute in te richten. Daarom moet dit concrete initiatief van reclamant alsnog worden meegenomen in het bestemmingsplan en het plan dienovereenkomstig worden aangepast. Zoals u kunt lezen in de ruimtelijke onderbouwing, leidt de uitbreiding tot een toename van het bebouwingspercentage tot 38%. Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in een maximum bebouwingspercentage van 30%.

Om het ontwerpbestemmingsplan in overeenstemming te brengen met het ruimtelijke initiatief van cliënte, verzoek ik u ofwel het maximum bebouwingspercentage te verhogen, ofwel het bouwvlak te vergroten, dan wel een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid aan de planregels toe te voegen waarmee een vergroting van het bouwvlak respectievelijk een verhoging van het bebouwingspercentage mogelijk kan worden gemaakt. Zuidelijke Dwarsweg: voorkomen te hoge verkeersintensiteiten op Zuidelijke Dwarsweg NO onvoldoende gewaarborgd Het ontwerpbestemmingsplan is gebaseerd op onvoldoende verkeersonderzoek. In het Milieueffectrapport (MER) zijn verschillende verkeersscenario's geschetst, waarbij het belangrijkste verschil tussen de scenario's ligt in het verminderen van aantrekkelijkheid voor autoverkeer op bepaalde wegen. Het MER benadrukt de noodzaak van verkeersmaatregelen om deze verminderde aantrekkelijkheid te realiseren, maar geeft geen specifieke details over deze maatregelen. Ondanks het streven om de Zuidelijke Dwarsweg NO onaantrekkelijk te maken voor autoverkeer, ontbreekt in het ontwerpbestemmingsplan een

In een recente uitspraak van de Raad van State (4 oktober 2023) is geconcludeerd dat de Rav-emissiefactoren die worden gehanteerd voor emissiearme stalsystemen onvoldoende zekerheid geven dat significante gevolgen voor natuurgebieden zijn uitgesloten. Door deze onzekerheid kan bij emissiearme stalsystemen niet worden gesaldeerd. In een vergunningprocedure moet overwogen worden of er echt geen significante gevolgen zijn en of er eventueel aan de vergunning mitigerende maatregelen moeten c.q. kunnen worden verbonden. Deze beoordeling is nog niet afgerond. Nu nog niet kan worden aangetoond dat er sprake is van voldoen aan de stikstofregels kan het voornemen van reclamant niet opgenomen worden in het vast te stellen bestemmingsplan. Er is nog geen sprake van een aantoonbare goede ruimtelijke ordening. Voor nieuwe plannen die nog niet in het bestemmingsplan kunnen worden opgenomen geldt niet dat ze daarmee niet realiseerbaar zijn. Deze kunnen middels een losse procedure vergund worden.

De Zuidelijke Dwarsweg NO (Noord Oost) zal voor doorgaand verkeer onaantrekkelijk (of onmogelijk) worden gemaakt, echter zal de bereikbaarheid voor de bestaande woningen en bedrijven altijd gewaarborgd blijven. De ontsluiting van het bedrijventerrein wordt afgewikkeld via het bestaande bedrijventerrein Doelwijk I en de N457. De wijze waarop de verkeersmaatregelen worden uitgevoerd is onderdeel van nadere uitwerking in de volgende fase. In het bestemmingsplan zal de Zuidelijke Dwarsweg een andere bestemming krijgen, waarin het primaat ligt bij langzaam verkeer en bestemmingsverkeer. Doel daarvan is om te komen tot een verminderde verkeersintensiteit op de Zuidelijke Dwarsweg. Het verkeer vanuit het

69

ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

7

juridische garantie (zoals een voorwaardelijke verplichting) om dit te realiseren. Dit gebrek aan bindende waarborgen leidt tot strijdigheid met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en schendt het rechtszekerheidsbeginsel voor reclamant op de locatie Zuidelijke Dwarsweg, die zich in het noordoostelijke deel van de Zuidelijke Dwarsweg bevindt. Een garantie voor verminderde verkeersintensiteit op de smalle Zuidelijke Dwarsweg NO is cruciaal om gevaarlijke situaties te voorkomen en de bedrijfsvoering van reclamant op locatie Zuidelijke Dwarswegte waarborgen, waar regelmatig zwaar vrachtverkeer aanwezig is. Het ontwerpbestemmingsplan moet duidelijk aangeven welke verkeersmaatregelen zullen worden genomen op de Zuidelijke Dwarsweg NO. Deze maatregelen mogen echter niet onevenredig de bereikbaarheid van de bedrijfslocatie van reclamant belemmeren. Het Milieueffectrapport (MER) vermeldt een verdubbeling van de verkeersintensiteit op de Overslagweg in Doelwijk I door het nieuwe bedrijventerrein Doelwijk II. Doelwijk II wordt ontsloten via een nieuwe verbinding tussen de Zuidelijke Dwarsweg en de Overslagweg. Deze verbinding is echter niet gegarandeerd in het ontwerpbestemmingsplan, wat kan leiden tot hoge verkeersintensiteiten op de Zuidelijke Dwarsweg NO, vooral bij Zuidelijke Dwarsweg, als de verbindingsweg niet wordt gerealiseerd.

Het ontwerpbestemmingsplan voldoet op dit punt niet aan een goede ruimtelijke ordening en kan gevaarlijke verkeerssituaties veroorzaken als de verbindingsweg niet wordt aangelegd. Reclamant vraagt om de aanleg en locatie van de verbindingsweg tussen de Overslagweg en de Zuidelijke Dwarsweg toe te voegen aan het (ontwerp)bestemmingsplan en te zorgen voor een garantie via een voorwaardelijke verplichting. Het feit dat de weg buiten het plangebied valt, is geen reden om dit niet op te nemen, gezien de vergelijkbare situatie met de Nieuwe Dwarsweg aan de zuidkant van het plangebied. De samenhang met de ruimtelijke aanvaardbaarheid van Doelwijk II rechtvaardigt de opname van deze weg in het plan. Zuidelijke Dwarsweg NO en Doelwijk II: Ondeugdelijk verkeersonderzoek Het MER geeft aan dat het verminderen van de aantrekkelijkheid van de Zuidelijke Dwarsweg NO voor autoverkeer leidt tot een afname van 3.070 verkeersbewegingen in 2040 vergeleken met het basisalternatief. De gebruikte invoergegevens voor deze berekening worden echter niet vermeld in het MER, waardoor het niet mogelijk is om de juistheid van

plangebied zal via een van de drie ontsluitingswegen het gebied verlaten. In het begin is het gebruik voor bouwverkeer niet uitgesloten. De gemeente Waddinxveen heeft toegezegd medewerking te verlenen aan een aanpassing van de ontsluiting ten behoeve van een goede afwikkeling van het verkeer van het bedrijventerrein Doelwijk II via Doelwijk 1 en de N457. Gemeente Zuidplas en gemeente Waddinxveen zullen in samenwerking de maatregelen onderzoeken die bij de bestaande infrastructuur hiervoor nodig zijn.

In het MER is het Basisalternatief doorgerekend zonder ´knip´ in de Zuidelijke Dwarsweg. Daarmee wordt een ‘worst case’ beeld geschetst. Het voorkeursalternatief (VKA) – dat is verwerkt in het bestemmingsplan – gaat wel uit van een knip in de Zuidelijke Dwarsweg. De doorrekening van het voorkeursalternatief is in de betreffende documenten gerapporteerd.

70

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

deze gegevens te controleren. Het ontwerpbestemmingsplan en het mobiliteitsrapport zijn daarom onzorgvuldig voorbereid, omdat de berekening van de verkeersintensiteiten niet transparant en controleerbaar is. Doordat Doelwijk II alleen via de Zuidelijke Dwarsweg NO toegankelijk is, zal een groot deel van het verkeer van en naar Doelwijk II deze weg gebruiken. Ook verkeer van en naar het Vijfde Dorp zal waarschijnlijk de Zuidelijke Dwarsweg NO gebruiken. Het is echter onduidelijk hoeveel verkeer van deze functies bijdraagt aan de totale verkeersintensiteiten op de Zuidelijke Dwarsweg NO (4.560, 4.000 en 1.490) omdat het verkeersonderzoek hierover geen duidelijkheid biedt.

8

3e Tochtweg: bestemming ‘Woongebied’ onvoldoende rechtszeker Het ontwerpbestemmingsplan wijst de gronden van reclamant aan de 3e Tochtweg als 'Woongebied' aan, waardoor het bedrijf van reclamant wordt wegbestemd. Dit is alleen toegestaan als nieuwe planologische inzichten dit rechtvaardigen en het belang van de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. Het ontwerpbestemmingsplan maakt echter niet aannemelijk dat het bedrijf van reclamant binnen de planperiode zal worden beëindigd. Hierdoor ontstaat een langdurige rechtsonzekere situatie voor reclamant, wat haar bedrijfsactiviteiten belemmert en investeringen en financiering bemoeilijkt. Reclamant verzoekt om een bestemming 'Woongebied — Agrarisch voorlopig' toe te kennen met een voorlopige agrarische bestemming tot 1 januari 2033, of om in overleg te treden voor verplaatsing van het bedrijf naar een andere locatie.

Doelwijk II zal ontsloten worden via Doelwijk I (zie punt 6 in deze reactie) en zal niet via de Zuidelijke Dwarsweg ontsluiten. Wat betreft het vermelden van de gebruikte invoergegevens: deze zitten in de verkeersmodellen verwerkt en de vermelding bestaat uit verwijzing naar de technische rapportage van het instrumentarium. In het MER is beschreven welke uitgangspunten gehanteerd en afwegingen gemaakt zijn voor de berekeningen. De analyses zijn gericht op het in beeld brengen van de effecten van het plan ten opzichte van de Referentiesituatie en ten opzichte van andere alternatieven en ten behoeve van de keuze voor een VoorkeursAlternatief (VKA). Bij de later uitgevoerde berekeningen voor het VKA is een andere referentie gebruikt, namelijk met andere ontwikkelingen van het aantal woningen in Nieuwerkerk a/d IJssel. Omdat deze ontwikkeling buiten het planvoornemen voor het middengebied valt, zijn deze woningaantal zowel in de plansituatie als in de referentiesituatie aangepast. Het vergelijken van de BA-cijfers met de VKA-cijfers is daarmee methodisch niet correct. Op de verkeersintensiteit van de Zuidelijke Dwarsweg NO heeft de aanpassing van het aantal woningen in Nieuwerkerk-Noord echter beperkt effect. Het door reclamant bedoelde verschil is dus niet precies 3.070, maar zal daar wel in de buurt liggen.

Een reductie van ongeveer 3.000 motorvoertuigen per etmaal moet dus bereikt worden met verkeersreducerende maatregelen, die (zoals onder 6 aangegeven), onderwerp zijn van nadere uitwerking in de volgende fase. De gemeente begrijpt de zorgen van de reclamant over het continueren van de huidige agrarische bedrijfsvoering. De locatie is echter in verschillende beleidsstukken door het Rijk, Provincie en gemeente aangewezen als toekomstige (grootschalige) woningbouwlocatie. Zo is het nieuwe dorp opgenomen in het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening van de provincie en is de locatie onderdeel van de ‘Regionale realisatieagenda Wonen’, de woondeal die gesloten is tussen het Rijk, Provincie, regio en gemeenten. Daarmee is zeker sprake van nieuwe planologische inzichten die de ontwikkeling van de woningen rechtvaardigen. Ook is er sprake van een zwaarwegend belang van de beoogde nieuwe bestemming, namelijk bijdragen aan het woningtekort in de provincie, de regio Midden-Holland en in de gemeente Zuidplas. Het bedrijf zal vallen onder het overgangsrecht. Daarmee mag de huidige bedrijfsvoering worden voortgezet, maar moet bij nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de bestemming ‘Woongebied’. De huidige

71

ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’ bedrijfswoning zal als ‘Wonen’ bestemd worden. De gemeente gaat met reclamant verder in gesprek over verwerving van de gronden.

CONCLUSIE Deze reactie leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nummer R23 – Reclamant 23 1

Nummer gemeente Corsanummer E23.005477

Datum indiening 17 oktober 2023

Zie voor beantwoording R12

Nummer

Nummer gemeente

Datum indiening

R24 – Reclamant 24, tevens R26, R27 en Corsanummer E23.005478 R83 VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

Datum binnenkomst gemeente 18 oktober 2023

Ontwerpbesluit Hogere grenswaarde voor adres 1e Tochtweg Uit de brief (ontwerpbesluit Hogere grenswaarde) voor de woning van reclamant op 1e Tochtweg heeft het geluidsbelasting van 49 dB zodat nu al niet aan de toegestane waarde wordt voldaan. Om aan de hogere waarden te voldoen wordt de geldige norm aangepast van 48 dB naar 63 dB. De wettelijke maximale grenswaarde buiten de bebouwde kom is 58 dB. Er wordt dus buiten het toegestane gegaan. In de MER Deelrapport akoestiekstaat de analyse van de geluidscontouren van de cumulatieve geluidsbelasting. Daar ligt de woning van reclamant (1e Tochtweg) en andere bestaande

18 oktober 2023 REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

De formulering dat de N219 niet relevant is, is onhandig gekozen. Wat hiermee bedoeld wordt, is dat de N219 in het kader van de Wet geluidhinder niet betrokken hoeft te worden bij het bepalen van de hogere waarden. Voor het bestemmingsplan is de Wet geluidhinder het toetsingskader. Deze wet schrijft voor dat alleen getoetst moet worden als er sprake is van een nieuwe weg of van een fysieke wijziging van een weg. De N219 wordt in dit bestemmingsplan niet aangepast. Daarom is in dit onderzoek alleen gekeken naar de geluidbelasting als gevolg van de nieuwe ontsluitingsweg. De exacte wijze van aansluiting van de gebiedsontsluitingsweg zuidwest op de N219 is geen onderdeel van dit bestemmingsplan.

72

Datum binnenkomst gemeente 18 oktober 2023

Wijziging bestemmingsplan ja/nee nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

woningen op de 1e tochtweg in de donkeroranje zone van 65 tot 70 dB en daar komt het verkeer van de ontsluitingsweg nog bij. In deze berekening komt dit ver boven de maximale ontheffingsnorm van 58 dB, waar nu onterecht ontheffing tot 63 dB wordt aangevraagd. In het geluidsrapport bij het bestemmingsplan is het effect op geluid door toename verkeer op de N219 voor bestaande bebouwing op de 1e Tochtweg onvoldoende meegenomen. Daarbij ontbreken de rekenresultaten en de aan te vragen hogere waarden (BP-geluid bijlage 2) die wel aanwezig dienen te zijn. De data die wel aanwezig zijn kan niet kloppen. Het verkeer vanaf de 2e Tochtweg is vele malen minder dan het verkeer van de N219 ter hoogte van de 1e Tochtweg. Als het geluid van het verkeer van de ontsluitingsweg hierbij komt, kan dit met bijna 3x zoveel auto’s niet tot dezelfde geluidswaardes leiden. Dit vermoeden wordt bevestigd in de brief aan reclamant, ontsluiting nieuwe dorp op N219 middels GOW zuidwest staat dat in de berekening van het geluidsniveau van betreffende woning ‘overige wegen niet relevant zijn voor deze woning’. De N219 acht reclamant juist zeer relevant voor de berekening of aan de geluidsnormen wordt voldaan. Dit laat zien dat het geluid van de N219 niet of in ieder geval onvoldoende is meegenomen.

In deze geluidsanalyse voor de 1e Tochtweg waarmee de woning van reclamant maar ook de overige woningen boven de normen komen en laat zien dat het effect zwaar wordt onderschat. Bovendien zijn de waarden op basis van het bestemmingsplan voor het geluid van 50 dB vele malen lager dat het MER Geluid. Verschillen van respectievelijk ca 50 dB in het onderzoek Bp Geluid versus ca 70 dB in MER Geluid (figuur 3) en de volledig onafhankelijke geluidskaart van RIVM (figuur 1) zijn wel een heel groot en bepalend. Dit roept grote twijfels op over de correctheid en betrouwbaarheid van met name BP Geluid, waar het bestemmingsplan op is gebaseerd.

Op een later moment zal dit uitgewerkt en aanvullend in beeld gebracht worden en wordt een separate procedure gevolgd. Omdat in het kader van de Wet geluidhinder het effect van wegen los van elkaar wordt onderzocht, komen er lagere geluidniveaus naar voren dan in het cumulatieve onderzoek van het MER of dan in de Atlas van de leefomgeving opgenomen (ook dat zijn cumulatieve geluidniveaus). Dit wordt versterkt door wettelijke aftrek die bij de toetsing gehanteerd mag worden, maar die bij de cumulatieve effecten in het MER niet is meegenomen. Dit cumulatieve niveau is, zoals reeds eerder aangegeven, wel in beeld gebracht en betrokken in de besluitvorming over dit bestemmingsplan. In het MER zijn cumulatieve effecten in beeld gebracht. Dat houdt in dat de effecten van alle wegen gezamenlijk in beeld zijn gebracht. Daarin is ook de N219 meegenomen. Dit leidt tot samengestelde geluidcontouren van het effect van de nieuwe ontsluitingswegen én de provinciale en rijkswegen. Deze cumulatieve effecten zijn beschreven in het deelrapport Geluid bij het MER. Voor de woning van reclamant komt daaruit naar voren dat de geluidbelasting toeneemt met 1 dB ten opzichte van de huidige situatie als gevolg van het cumulatieve effect (dus de optelsom van geluidemissie als gevolg van de N219, de Nieuwe Dwarsweg en de A20) van het wegeverkeer.

Een toename van 1 dB is voor het menselijk oor niet waarneembaar. Op basis van de berekende geluidbelasting van de verkeerintensiteit op de Nieuwe Dwarsweg is de toetsing aan wettelijke normen uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek voor het bestemmingsplan blijkt dat ter plaatse van vijf bestaande woningen de voorkeursgrenswaarde als gevolg van deze weg wordt overschreden. Dit heeft voor deze woningen geleid tot het vaststellen van hogere waarden in het hogere waardenbesluit. Via het hogere waardenbesluit worden voor de Nieuwe Dwarsweg hogere waarden vastgesteld op bestaande woningen van respectievelijk 49, 50, 51 en (2x) 52 dB. Dit is ruim onder de maximale grenswaarde van 58 dB voor buitenstedelijke woningen.

73

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

In het akoestisch onderzoek en het ontwerpbesluit hogere waarden staat per abuis 63 dB genoemd als maximale grenswaarde in een buitenstedelijke situatie. Dit zal in het onderzoek en het besluit worden gecorrigeerd. Dit heeft echter geen consequenties op de conclusies en aan te vragen hogere waarden. Er wordt ook geen ontheffing tot 63 dB aangevraagd, er worden voor twee woningen langs de 1e Tochtweg hogere waarden aangevraagd van 49 en 52 dB. Dat in het kader van het bestemmingsplan niet getoetst hoeft te worden aan de N219, betekent niet dat deze niet is betrokken in de besluitvorming over dit bestemmingsplan. Zoals aangegeven is in het MER wel gekeken naar de effecten van o.a. de verkeerstoename op de N219. Het effect dat daar ontstaat is afgewogen tegen het belang van de ontwikkeling van voldoende nieuwe woningen. In het licht van het luchtkwaliteit en geluidbelasting aanvaardbaar. Reclamant geeft verder aan dat er verschillen zitten in de berekende geluidniveaus tussen de verschillende onderzoeken. Omdat in het kader van de Wet geluidhinder het effect van wegen los van elkaar wordt onderzocht, komen er lagere geluidniveaus naar voren dan in het cumulatieve onderzoek van het MER of dan in de kaarten van het RIVM opgenomen (ook dat zijn cumulatieve geluidniveaus).

Dit wordt versterkt door wettelijke aftrek die bij de toetsing gehanteerd mag worden, maar die bij de cumulatieve effecten in het MER niet is meegenomen. Dit cumulatieve niveau is, zoals reeds eerder aangegeven, wel meegenomen in de besluitvorming over dit bestemmingsplan.

2

Gezondheid en overlast A. Uit de Milieu Effect Rapportage blijkt dat de verkeersdrukte op de N219 ter hoogte van de 1e Tochtweg sterk zal toenemen en dat omliggende wegen al geen restcapaciteit meer hebben.

Reclamant geeft aan dat er bijlagen ontbreken bij het akoestisch onderzoek (Bijlage 10 van het ontwerpbestemmingsplan). De gezochte gegevens zitten wel in de bijlage en zijn terug te vinden op bladzijde 291 en 292 van het document. A. Uit het onderzoek voor het bestemmingsplan en MER blijkt inderdaad dat er een toename ontstaat van verkeersbewegingen. Om deze toename zo veel mogelijk te beperken, worden er verschillende mobiliteitsmaatregelen getroffen. Deze maatregelen zijn ook vastgelegd in bestuurlijke afspraken met onder andere de

74

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

B. Het Middengebied moet een gezonde leefomgeving worden, maar dit mag niet ten koste gaan van de lokale bevolking. Bewoners langs de 1e Tochtweg zullen veel overlast ervaren door de uitbreiding van woonwijken en industriegebieden. Een nieuwe ontsluitingsweg op de N219 zal de overlast vergroten. C. Het voorgestelde stille asfalt is te zacht en zal juist meer fijnstof veroorzaken. D. De MER bijlage Geluid is summier en vermeldt de woningen aan de 1e Tochtweg nauwelijks. Het onderzoek laat niet zien dat het verkeersgeluid van de (gemeenteweg) 1e Tochtweg zelf is meegerekend. Deze werkt cumulerend op de N219 en de nieuwe ontsluitingsweg. Ook is onduidelijk wanneer de gebruikte verkeersmetingen precies zijn gedaan. E. De gezondheidseffecten, vooral wat betreft verkeerslawaai en fijnstof, worden onderschat. Het risico op ernstige gezondheidsproblemen neemt toe, wat zorgelijk is gezien het aantal kankerpatiënten en mensen met gezondheidsklachten in de buurt van de N219/Zuidelijke Dwarsweg. De luchtkwaliteit verslechtert volgens de MER. Gezondheid verdient meer aandacht van beleidsmakers en overheden.

Provincie (Deelovereenkomst Mobiliteit). De verkeerstoename die na het realiseren van deze maatregelen ontstaat, en de congestie (opstopping / file) die dat in de spitsen tot gevolg heeft (omdat de capaciteit van de wegen op die momenten dichter benaderd- of op een enkel punt overschreden wordt), is afgewogen tegen het landelijke, provinciale en regionale belang van de ontwikkeling van voldoende nieuwe woningen om aan het (grote) woningtekort te voldoen. Er moeten in Nederland ruim 961.000 nieuwe woningen worden gebouwd in 2030, waarvan nu nog ongeveer 150.000 nieuwe woningen in Zuid-Holland. Naast de afweging over het maatschappelijke belang is gekeken naar het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen. De afweging is dat de cumulatieve effecten dusdanig zijn dat er nog steeds een goed woon- en leefklimaat is voor de bestaande woningen omdat er maar een beperkte hogere waarde aangevraagd hoeft te worden. B. Het realiseren van 8.000 woningen, bedrijventerreinen en alle daarvoor benodigde voorzieningen (waaronder nieuwe ontsluitingswegen) zal op elke locatie leiden tot verandering van de leefomgevingskwaliteit. Dat betekent dat waar deze ontwikkeling ook plaats zal vinden, er altijd bestaande gebruikers/bewoners hinder van zullen ondervinden.

Bij het vaststellen van het bestemmingsplan moet worden afgewogen of deze hinder past binnen de wettelijke kaders en of de hinder acceptabel is, mede bezien vanuit het maatschappelijk belang van de voorgenomen ontwikkeling en het borgen van een goede ruimtelijke ordening. In het MER is onderzocht wat het effect is van de ontwikkeling van het Middengebied voor bestaande bewoners. Op basis van de effecten die daarin zijn beschreven, is beoordeeld dat de effecten niet onacceptabel zijn en dat met mitigerende maatregelen de belangrijkste negatieve effecten weg te nemen zijn of voldoende te verminderen zijn. In alle gevallen zal worden voldaan aan de wettelijke kaders. C. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar het effect van stil asfalt op de fijnstofconcentratie in de praktijk. Het beeld dat uit het

75

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

weinige onderzoek naar voren komt, is dat ZOAB (Zeer Open Asfaltbeton; het wegdektype dat wordt gebruikt om tot minder geluidemissie te komen) uiteindelijk leidt tot minder emissie van fijnstof naar de omgeving. Dit komt vooral door de grotere poriën van ZOAB waarin fijnstof wordt opgeslagen (Bron: M+P – raadgevende adviseurs; Poreus asfalt als maatregel tegen de emissies van microplastics). Dit beeld is echter gebaseerd op oudere onderzoeken, op aannamen en modelberekeningen en nog weinig op praktijkonderzoek. Het is daarom niet mogelijk om een eenduidig antwoord te geven op de vraag of ZOAB beter of slechter is voor de luchtkwaliteit dan dicht asfalt. Wel is duidelijk dat ZOAB tot minder geluidemissie leidt. Omdat daarnaast in het bestemmingsplangebied ruimschoots wordt voldaan aan de landelijke grenswaarden voor fijnstof, is het toepassen van ZOAB op sommige plekken een goede maatregel. Dit is geborgd in de planregels. D. Het onderzoek voor het MER is uitgevoerd op gebiedsniveau, waarbij (mede in het kader van een goede ruimtelijke ordening) ook cumulatieve effecten zijn meegenomen (dus inclusief de N219). In het onderzoek voor het MER is niet op woningniveau gekeken naar de geluidbelasting. Dit is wel gedaan in het kader van het bestemmingsplan, waarbij getoetst is aan de Wet geluidhinder.

Het systeem van de Wet geluidhinder is zo opgezet dat er per weg getoetst wordt aan de normen. De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de nieuwe ontsluitingsweg wordt daarom apart getoetst van de geluidbelasting op andere wegen zoals de N219. De aan te vragen hogere waarde betreft dus enkel ten gevolge van de Nieuwe Dwarsweg.

3

A. De Hartlijn die op de N219 aansluit, doorkruist een waardevol landelijk gebied. Dit bedreigt niet alleen flora en fauna, maar ook het karakter van het beoogde nieuwe dorp. Bewoners verliezen

E. Gezondheid heeft grote aandacht van de gemeente. Mede om die reden is het MER met bijbehorende onderzoeken opgesteld. De onderzoeken die zijn uitgevoerd, zijn gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast zijn ze uitgevoerd door ter zake kundige experts. Uit de onderzoeken blijkt niet dat er onaanvaardbare risico’s ontstaan voor de gezondheid. A. Voor het bestemmingsplan en het MER is een natuuronderzoek uitgevoerd (bureauonderzoek aangevuld met een veldbezoek). Daaruit komt naar voren dat het betreffende gebied op dit moment

76

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

waarde in hun "achtertuin", en zeldzame dieren zoals ooievaars en ijsvogels worden bedreigd. B. Reclamant vreest ook hinder van overlastgevende motorrijders en automobilisten.

een relatief lage natuurwaarde heeft. Het effect als gevolg van de nieuwe ontsluitingsweg (Nieuwe Dwarsweg) wordt daarom als beperkt ingeschat. De geplande ontwikkeling van de ecologische verbindingszone (EVZ) in dit gebied zal leiden tot een toename van het aantal soorten flora en fauna. Voordat de weg wordt aangelegd, wordt nader veldonderzoek uitgevoerd. Daarmee zal concreter worden geïnventariseerd welke soorten er op dat moment voorkomen en ontstaat een actueel beeld. Bij de aanleg van de nieuwe ontsluitingsweg (Nieuwe Dwarsweg) wordt rekening gehouden met deze soorten, maar ook met de soorten die bij de EVZ verwacht kunnen worden. B.

4

5

Geschiedenis en toekomst Diverse woningen, waaronder de mijne, overschrijden de voorkeursgrenswaarde van 48dB. Het voornemen om nog hogere waarden vast te stellen roept vragen op over legitimiteit. Het verhogen van normen brengt toekomstige risico's met zich mee. Vergelijkbare situaties elders tonen zichtbare gevolgen aan. Dit patroon van korte-termijn beslissingen heeft geleid tot volksgezondheidsproblemen. Het bewustzijn over deze verbanden groeit en volksgezondheid krijgt nu terecht prioriteit.

Alternatief Het Alternatief Duurzame Mobiliteit wordt als oplossing voorgesteld, maar de MER erkent de uitdaging en de beperkingen van de huidige modellen. Het Middengebied is te ver om te fietsen

De nieuwe ontsluitingswegen zullen conform CROW-richtlijnen worden ontworpen. Uitgangspunt is dat de functie van de weg (ontsluiting), de inrichting van de weg en het gebruik (verkeersintensiteiten) en rijsnelheid goed op elkaar worden afgestemd. Daarbinnen wordt ook rijgedrag meegenomen, omdat dit medebepalend is voor de veiligheid van een weg. De hinder die je kunt verwachten als gevolg van deze weg is meegenomen in de onderzoeken voor het bestemmingsplan en het MER. Op basis daarvan wordt geen onaanvaardbare hinder verwacht. Welke geluidbelasting is toegestaan, is in Nederland vastgelegd in verschillende wet- en regelgeving. De gemeente heeft voor het bestemmingsplan uitgebreid getoetst of daaraan wordt voldaan. Bij alle woningen wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Om een hogere waarde vast te stellen, moet eerst worden onderzocht of er andere maatregelen zijn die een hogere geluidbelasting kunnen voorkomen. Dat blijkt in dit geval niet (in voldoende mate) het geval te zijn. Ook vindt er een afweging plaats of een hogere geluidwaarde acceptabel is gezien de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente heeft besloten dat een hogere geluidswaarde (zie onder punt 1) acceptabel is. Uit het onderzoek voor het bestemmingsplan en MER blijkt inderdaad dat er een toename ontstaat van verkeersbewegingen.

Om deze toename zo veel mogelijk te beperken, worden er verschillende mobiliteitsmaatregelen getroffen. Deze maatregelen

77

nee

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

en een treinverbinding is niet haalbaar. De N219 is al te vol, en de voorgestelde verbreding van de A20 lost de problemen niet op volgens de MER. Een alternatieve ontsluitingsweg, zoals de Moordrechtboog, blijft onderbenut. Een groene aanrijdroute met bomen en doorkijkjes langs de A20 kan een beter alternatief zijn, waarbij bestaande gebouwen een nieuwe bestemming kunnen krijgen. Het creëren van zo'n levendige omgeving, vergelijkbaar met andere gemeenten, zou moeten worden overwogen en doorgerekend, met aandacht voor de bewoners langs de N219.

zijn ook vastgelegd in bestuurlijke afspraken met onder andere de Provincie (Deelovereenkomst Mobiliteit). De verkeerstoename die na het treffen van deze maatregelen ontstaat, en de congestie (opstopping / file) die dat in de spitsen op enkele plekken tot gevolg heeft (omdat de capaciteit van de wegen op die momenten dichter benaderd of overschreden wordt), is afgewogen tegen het landelijke, provinciale en regionale belang van de ontwikkeling van voldoende nieuwe woningen en het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen. De gemeente onderzoekt de ontwikkeling van een gemeentelijk fietsroutenetwerk, waarbinnen directe verbindingen vanuit het plangebied naar belangrijke bestemmingen binnen en buiten de gemeente zijn voorzien. In de ontwikkeling van het plangebied geldt het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, MaaS, Privéauto) tevens als uitgangspunt. Voor de ruimtelijke ontwikkeling wordt dit principe als voorkeursvolgorde voor de gebiedsinrichting toegepast. Dit betekent ook binnen het dorp directe fietsverbindingen. De Zuidelijke Dwarsweg is ook beoogd als belangrijke fietsroute dwars door het plangebied. Daarnaast wordt beoogd om vanuit het bestemmingsplangebied een aansluiting te realiseren naar de doorfietsroute langs het spoor (Rotterdam – Gouda).

Met de e-bike (en andere vormen van fietsmobiliteit) zijn de afstanden naar omliggende kernen en (H)OVpunten goed te fietsen, ook op de reeds aanwezige fietsinfrastructuur in de gemeente. Goede fietsverbindingen naar metrostation Nesselande, treinstations Waddinxveen Triangel, Gouda en Nieuwerkerk aan den IJssel maken daarbij onderdeel uit van het beoogde fietsroutenetwerk. Maatregelen voor nieuwe fietsinfrastructuur buiten het plangebied maken geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Planologische verankering hiervan volgt op de nadere uitwerking van het gemeentelijk fietsnetwerk alsmede de Ambitieroute fiets. In de Deelovereenkomst Mobiliteit (2023) is vastgelegd dat partijen zich inzetten om een nieuw treinstation en/of (H)OV-hub te realiseren. Momenteel wordt hiervoor een haalbaarheidsonderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14084323/1