CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 29 Bijlage 26 Nota van Beantwoording (en Wijzigingen) A24.000193

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 141.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

40

Wijziging bestemmingsplan ja/nee nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

waterhuishouding. Hierdoor is het niet toekomstbestendig. Een gezonde en sterke dorpse ontwikkeling is niet logisch in een open polder. Om de voorzieningen en infrastructuur in de bestaande dorpen op een goed niveau te houden/brengen, is het verstandiger hierlangs in- of uit te breiden.

2

Beleidskeuzes maken op basis van afwegingsprincipes Beleidskeuzes moeten op grond van Novi gemaakt worden op basis van 3 afwegingsprincipes: ‘combineren boven enkelvoudig’, ‘kenmerken & identiteit’ en ‘voorkom afwentelen’. Reclamant vraagt zich af hoe de principes zijn toegepast. Door in een ‘leeg’ gebied te ontwikkelen is niet gekozen om te combineren. Als identiteit is gekozen voor ontwikkelen op een kreekrug in de ondergrond, wat niet zichtbaar is of ervaren wordt. Er is voorbijgegaan aan de kenmerkende polderverkaveling met een redelijk hoge historisch landschappelijk waarde (Cultuurhistorische atlas van Zuid-Holland). Door niet eerst te kijken of er binnen de huidige bebouwingscontouren een mogelijkheid is om de woningbouwopgave te realiseren is niet voorkomen om het bouwen in open gebied af te wentelen.

omgeving en hoe er een klimaatbestendig nieuw dorp kan worden gerealiseerd. In het bestemmingsplan is bijvoorbeeld in paragraaf 4.12 ingegaan op hoe bij de plannen rekening is gehouden met de klimaatverandering (hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen) en wordt in paragraaf 4.8 ingegaan op de bodemdaling. Uit deze paragrafen blijkt dat met de maatregelen die onderdeel uitmaken van het planvoornemen voldoende rekening wordt gehouden met deze aspecten en gevolgen. Bij de ontwikkeling van het Middengebied is daarmee sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling. Per afwegingsprincipe als door reclamant benoemd wordt een toelichting gegeven. 1. Combinaties van functies gaan vóór enkelvoudige functies: De Zuidplaspolder is onderdeel van de Zuidelijke Randstad, waar een groot aantal belangrijke opgaven spelen. Onder andere woningnood, klimaatverandering, energietransitie en bodemdaling vragen om een toekomstbestendige oplossing. In het Middengebied worden al deze opgaven meegenomen en gecombineerd om een toekomstbestendig dorps woon- en leefklimaat te realiseren. Daarnaast worden er binnen het plangebied verschillende functies gemengd. Voorbeelden zijn wonen met zonne-energie op de daken, natuur en wonen in de buitenplaatsen, maar ook natuur en landbouw in de Groene Schakel dat in het tweede bestemmingsplan voor het Middengebied terug zal komen.

De combinatie van functies is daarmee een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling. 2. Kenmerken en identiteit: Bij de ontwikkeling van het Middengebied is uitvoerig gekeken naar de kenmerken en identiteit van het Middengebied en naar manieren om deze landschappelijke kwaliteiten terug te laten komen in het plangebied. Het overwegend bebouwde deel van het plangebied wordt omarmt door landschap. De Groene Schakel zal bijvoorbeeld, in tegenstelling tot het overwegende bebouwde deel van het plangebied, de komende jaren geleidelijk transformeren, waarbij er naast (extensief) agrarisch gebruik ook meer ruimte komt voor water, natuur, energie en recreatie. Daarbij wordt een robuuste landschappelijke buffer behouden tussen de verschillende kernen in en rond de Zuidplaspolder. De bestaande ruimtelijke/landschappelijke opzet van het Middengebied brengt daarbij samenhang en herkenbaarheid voor het gehele Middengebied omdat kenmerkende structuren hiervan zijn ingepast en/of richtinggevend zijn

41

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

geweest voor verdere planuitwerkingen. Zo worden bestaande ontginningslijnen als tochten en polderlinten, structuren in noordwestzuidoost richting, en bijbehorende groen omzoomde erven en lintwoningen behouden. In paragraaf 3.2.2 van de toelichting bij het bestemmingsplan is nader ingegaan op de landschappelijke inpassing en kwaliteiten/waarden van het gebied.

3

Openheid en verdichting in de Randstad Uitgangspunt voor Nieuwerkerk is om niet vast te groeien aan Capelle, Rotterdam, Waddinxveen of Gouda. De voorgenomen bouw van het Vijfde Dorp kan leiden tot het volbouwen van het hele poldergebied tussen A20, N219, en A12. Dat kunt u de bewoners van de dorpskernen van Zuidplas niet aandoen. Hoe kan de leefbaarheid (o.a. lucht, ruimte, horizon) van de huidige inwoners worden gegarandeerd?

3. Afwentelen voorkomen: Voor de ontwikkeling van het Middengebied is een zogenoemde Laddertoets uitgevoerd. Hierin is bekeken of het bouwplan niet binnen het bestaand stedelijk gebied kon worden gerealiseerd. Uit deze analyse blijkt dat de mogelijke alternatieve locaties geen alternatief bieden voor de ontwikkeling in de Zuidplaspolder, omdat de locaties onvoldoende ruimte bieden om het geplande woningbouwprogramma (8.000 woningen) in een dorps woonmilieu te realiseren, niet dezelfde omgevingskwaliteiten bieden als de Zuidplaspolder en voorzien in woningen die gesloopt of te slopen aanbod vervangen. Daarmee is het derde afwegingsprincipe meegenomen bij de ontwikkeling. De uitgebreidere onderbouwing uit de Laddertoets is te vinden in bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Ten grondslag aan de ontwikkeling van het Middengebied ligt het ‘Masterplan Middengebied Zuidplaspolder’ uit 2021. Eén van de uitgangspunten binnen dit Masterplan is het nastreven van een dorps- en landelijk woonmilieu. Hiermee wordt bedoeld dat het nieuwe dorp een kleinschalige, groene leefomgeving biedt, met een aantrekkelijk en rijk polderlandschap daaromheen. Om dit te realiseren heeft de gemeente besloten twee bestemmingsplannen op te stellen. Het gaat hier om het bestemmingsplan dat toeziet op onder andere de ontwikkeling van 8.000 woningen en de twee bedrijventerreinen.

Daarnaast is een conserverend bestemmingsplan in voorbereiding, waarbij wordt ingezet op het behouden van bestaande functies en het behoud van een groene buffer/zonering tussen het nieuwe dorp en de bestaande dorpen. In het tweede bestemmingsplan wordt dus ingezet op het conserverend bestemmen en het behouden van het omliggende polderlandschap. Zo blijft het dorpse karakter van het gebied en de leefbaarheid gegarandeerd.

42

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

4

Goede Alternatieven Voorgesteld wordt om te bouwen tussen Westringdijk en de 1e Tochtweg. Dit heeft als voordeel dat de verouderde glastuinbouw verwijderd kan worden dat de bestaande infrastructuur (wegen, leidingen) hiervoor gebruikt kan worden. Dit is ook meer voor de hand liggend en is een duurzamer oplossing.

Het alternatief, bouwen in Nieuwerkerk-Noord is met het vaststellen van de Herziening Omgevingsbeleid Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder van de Provincie Zuid-Holland op dit moment niet meer aan de orde. De genoemde locatie staat inmiddels niet meer op de kaart voor grote buitenstedelijke woningbouwlocaties. De gemeente mag dit gebied op dit moment niet gebruiken voor (grootschalige) woningbouwontwikkeling. Voor een nadere beantwoording verwijzen we ook naar de beantwoording bij R54.

nee

Ten aanzien van een mogelijke ontwikkeling van Nieuwerkerk-Noord en de verkeersontsluiting van dit gebied is eerder wel een eerste verkenning gedaan. De ontsluiting - bij een ontwikkeling tot woongebied - is een complex vraagstuk. Ook hiervoor is een nieuwe ontsluitingsweg op de N219 nodig. De gemeente ziet gelet op bovenstaande de alternatieve locatie niet als een volwaardig alternatief voor de woningbouwopgave. CONCLUSIE Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nummer R9 – Reclamant 9

Nummer gemeente Corsanummer E23.005461 en I23.003581

Datum indiening 17 oktober 2023

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

43

Wijziging bestemmingsplan ja/nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

1

Agrarische bedrijf staat niet meer op de kaart Ons agrarisch bedrijf, gelegen aan de Bredeweg te Zevenhuizen, staat niet meer als agrarisch bedrijf aangegeven in het concept bestemmingsplan. Wij gebruiken de opstallen nog altijd als stalling voor onze dieren. Ik heb een overeenkomst met de eigenaar van het huidige Zonnepark aan de Bredeweg en onderhoud het grasland onder de zonnepanelen met mijn schapen.

2

Voortzetting agrarische bedrijf gedurende aanwezigheid zonnepark Mijn schapen moet ik wel kunnen huisvesten aan de Bredeweg om dit onderhoud te kunnen blijven doen. Het zonnepark zal nog 10 tot 15 jaar blijven bestaan en ik wil mijn bedrijfsactiviteiten ook voortzetten binnen de huidige agrarische bestemming

Het klopt dat agrarische bedrijf van reclamant niet meer als agrarische bedrijf in het bestemmingsplan staat. De gronden (inclusief de gronden van het huidige zonnepark) zullen op termijn ruimte gaan bieden aan het nieuwe woongebied. Gedurende de overgangsperiode mogen de gronden en opstallen nog gebruikt worden als agrarisch bedrijf. De overeenkomst met de huidige eigenaar van het zonnepark kan gedurende de looptijd van het zonnepark blijven doorlopen. Daarna zullen die gronden overgaan naar de gemeente voor de ontwikkeling van het plangebied en is onderhoud van het grasland niet meer nodig.

nee

Ook het zonnepark zal op termijn verdwijnen ten behoeve van de woningbouw. Voor het zonnepark is een tijdelijke vergunning verleend tot 20 juni 2042. Gedurende de overgangsperiode kan de reclamant de genoemde agrarische activiteiten blijven voortzetten.

nee

CONCLUSIE Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Nummer R10 – Reclamant 10

Nummer gemeente Corsanummer E23.005462

Datum indiening 15 oktober 2023

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

Bestemming ‘Woongebied’ in plaats van ‘Wonen’ Reclamanten verzoeken voor hun perceel de bestemming ‘Wonen‘ en verwijdering van de bestemming ‘Woongebied’. In voorgaande gesprekken heeft de gemeente reclamanten meerdere keren toegezegd dat hun woning behouden zou blijven. Bestaande woningen aan de overzijde van de weg hebben ook de bestemming ‘Wonen’.

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

De bestemming wonen is onbedoeld niet opgenomen voor de bestaande woning. De gemeente zal de bestemming ‘Wonen’ opnemen voor de woning van reclamant. In aanvulling op bovenstaande zienswijze en zienswijze R52 zijn de bestaande woningen in het plangebied voorzien van de bestemming ‘Wonen’.

44

Wijziging bestemmingsplan ja/nee ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

2

Veranderen woongenot Door aanpassing van het bestemmingsplan om het perceel van reclamanten, verdwijnt hun woongenot. Ze hebben bewust gekozen voor de landelijke omgeving met vrij uitzicht over de weilanden, het vermijden van de drukte in het centrum en gemoedelijke omgang met de buren. Verzocht wordt het bestemmingsplan zo aan te passen dat er geen verandering van woongenot voor reclamanten is.

De gemeente realiseert zich dat de omgeving verandert van een landelijke omgeving naar een dorps karakter en dat dit als ingrijpend wordt ervaren. In de bouwplannen zal rekening gehouden worden met de bestaande situatie zoals vrij zicht en lichtinval door bij de uitwerking van de deelgebieden afstand en positionering van bebouwing tot de bestaande bebouwing aan te houden. Onderdeel van deze deeluitwerkingen is een beoordeling van onder meer het woon- en leefklimaat van aangrenzende percelen.

ja

Naar aanleiding van (onder meer) deze zienswijze is opnieuw gekeken naar de mate van flexibiliteit, met name in relatie tot de bestaande functies in het gebied die blijven bestaan. Dat heeft geleid tot een aanpassing in het bestemmingsplan, waarbij: 1. in de bestemming ‘Woongebied’ beperkingen zijn opgenomen voor de bouwmogelijkheden nabij bestaande woningen. Dit betreft: hoogtebeperking tot maximaal 3 bouwlagen in een zone van 50 meter van de bestemming ‘Wonen’ en hiervoor tevens een afstand aan te houden van 175 meter vanaf de wegas van de linten langs de Middelweg, Bredeweg en 3e Tochtweg/Knibbelweg geen gebouwen toegestaan in een zone van 5 meter van de bestemming ‘Wonen’; en een voorwaarde is toegevoegd dat in het kader van de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een gebouw advies wordt gevraagd aan een door het college van B&W in te stellen Supervisor, die ook beoordeelt of er sprake is van een samenhangend en passende stedenbouwkundige opzet. De bestemming ‘Wonen’ is gegeven aan de bestaande woonbebouwing in het gebied. Met bovenstaande aanpassing wordt gestreefd naar een voldoende afstand tot bestaande functies en een geleidelijke overgang van bestaande bebouwing naar het nieuw te ontwikkelen dorp. 3

Vrees voor schade aan woning vanwege ontwikkeling Het huis van reclamanten is niet onderheid. Ze verwachten dat door de bouw van de geplande woningen schade aan de fundering veroorzaakt wordt met verzakking tot gevolg. Het grondwaterpeil zal veranderen, wat

De gemeente is zich bewust van de kwetsbaarheid van bestaande eigendommen in het gebied. Voorafgaand aan de aanvang van werkzaamheden wordt er daarom zorgvuldig opname gedaan van de panden teneinde allereerst en zo mogelijk maatregelen te nemen ter voorkoming van overlast en schade. Of dit nodig is en kan, en of het maatregelen betreft aan de woning of aan de uitvoeringswijze van

45

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

invloed heeft op de fundering. Graag horen reclamanten hoe de gemeente dit gaat voorkomen.

werkzaamheden, hangt af van de lokale situatie. Vervolgens wordt er per perceel en pand ten tijde van de uitvoering een monitoring uitgevoerd op diverse aspecten zoals trillingen en wateroverlast zodat er bij herleidbare schade ten gevolge van de werkzaamheden herstel of vergoeding plaats kan vinden. Ten aanzien van mogelijke waardedaling van de woning bestaat de mogelijkheid om een verzoek tot tegemoetkoming in planschade* in te dienen. *Onder de Omgevingswet is de term planschade vervangen door de term nadeelcompensatie. Schade als gevolg van het vaststellen van het bestemmingsplan valt onder de planschaderegeling. Schade als gevolg van verleende omgevingsvergunningen valt onder de nadeelcompensatieregeling omdat deze omgevingsvergunningen allemaal na invoering van de Omgevingswet aangevraagd en verleend zullen worden. CONCLUSIE

Deze reactie leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nummer R11 – Reclamant 11

Nummer gemeente Corsanummer E23.005464

Datum indiening 16 oktober 2023

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

Stagnatie bedrijfsontwikkeling De huidige bestemmingswijzigingen maken het voor reclamant moeilijk om zijn bedrijfsvoering op zowel korte als lange termijn te optimaliseren. Vervangende locaties voor verplaatsing van het bedrijf zijn niet beschikbaar, en er wordt gevraagd om duidelijkheid over schadeloosstelling minimaal 3 jaar voor de verplaatsing.

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

Met reclamant wordt gesproken over de aankoop van de eigendommen door de gemeente. Op basis van deze gesprekken komt er meer duidelijkheid over eventuele bedrijfsverplaatsing of bedrijfsbeëindiging.

46

Wijziging bestemmingsplan ja/nee nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

2

Bereikbaarheid Reclamant maakt gebruik van groot en zwaar transport en maakt zich zorgen over de bereikbaarheid van zijn bedrijf en woning tijdens de uitvoering van het plan. Er wordt gevraagd om concrete toezeggingen en garanties met betrekking tot bereikbaarheid en verkeersveiligheid.

3

Financiële haalbaarheid plan Er zijn zorgen en vraagtekens over de financiële haalbaarheid van het omvangrijke plan en de lange doorlooptijd voor uitvoering. De reclamant vraagt om financiële zekerheden en garanties voor de uitvoering van het totale plan.

4

Beperking inhoud woning De reclamant verzoekt om het schrappen van de maximale inhoudsbeperking voor de woning. De huidige inhoud van de woning overschrijdt deze beperking al ruimschoots. Daarnaast wordt verzocht om het bouwvlak te vergroten om meer flexibiliteit te bieden bij de realisatie van een andersoortige woning. Tevens wordt gevraagd om de mogelijkheid om een dubbele garage en een schuur op het perceel te bouwen, en de bestaande zonnepanelen te kunnen verplaatsen.

De gemeente zal een plan voor bereikbaarheid en verkeersveiligheid opstellen om de bereikbaarheid van bestaande woningen en bedrijfsgebouwen te garanderen tijdens de bouw, conform afspraken die hierover zijn vastgelegd in de Deelovereenkomst Mobiliteit (2023). Dit kan wel betekenen dat er bepaalde omrijdroutes ingesteld moeten worden. Er zijn dus op basis van de Deelovereenkomst Mobiliteit (2023) garanties omtrent de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. De gemeenteraad heeft een grondexploitatie voor de eerste fase van de ontwikkeling van het Middengebied vastgesteld, waarbij sprake is van een negatief resultaat van circa 6 miljoen euro. De gemeenteraad heeft bij eerdere besluitvorming al middelen gereserveerd voor de ontwikkeling van het Middengebied en zet deze middelen in ter dekking van het negatieve resultaat van de grondexploitatie. Er is sprake van grote vraag naar woningen en locaties voor bedrijventerreinen. Voor de ontwikkeling van het totale plangebied voorziet de gemeente binnen de planregels, de verbeelding en de looptijd van het bestemmingsplan voldoende mogelijkheden en ruimte voor een uitvoerbare ontwikkeling. De gemeente hanteert een standaard inhoudsmaat van 750 m3. Huidige woningen die groter zijn dan de bestaande inhoudsmaat mogen conform de huidige inhoudsmaat teruggebouwd worden.

De huidige inhoudsmaat is voldoende flexibel om te komen tot eventuele herontwikkeling. Voor de bouw van aan- en bijgebouwen op het erf gelden de bestaande regels. Mocht reclamant dit wensen dan kan hiervoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Hiervoor hoeft het bestemmingsplan niet aangepast te worden.

nee

nee

nee

CONCLUSIE Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nummer R12 – Reclamant 12 Tevens R13, R14, R15, R16, R17, R18, R19, R23, R28, R29, R30, R31, R33, R34, R35, R38, R45, R46, R47, R48, R49, R50, R51, R56, R60, R62, R65, R66, R70, R71,

Nummer gemeente Corsanummer E23.005465

Datum indiening 17 oktober 2023

47

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

R72, R73, R74, R79, R80, R84, R85, R86, R87, R88 VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

Geluid A. Op zowel de geluidskaart van RIVM als in het deelrapport Geluid bij het Milieueffectrapport is reeds in de huidige situatie een forse overschrijding te zien van de hoogst toelaatbare geluidsniveaus van 48 dB, tot zelfs ruim boven de maximale ontheffingsnorm voor buitenstedelijk gebied van 58 dB. In het voorkeursalternatief neemt het aantal woningen langs de 1e Tochtweg in gebied met hoge geluidniveaus toe. Het is echter twijfelachtig of in de nieuwe situatie de toename in verkeer op de N219 wel volledig is meegenomen in de berekeningen. Het geluid van verkeer van de nieuwe ontsluitingsweg blijkt aanzienlijk en deze komen er op de N219 immers bij. B. Uit de berekening blijkt dat het geluidsniveau op de 1e Tochtweg zeer ver boven de wettelijke norm ligt voor buitenstedelijk van 48 dB van de Wet Geluidshinder en zelfs boven de maximale ontheffingsnorm van 58 dB, waar nu voor een paar woningen ontheffing tot 63 dB wordt aangevraagd. De woningen aan de 1e Tochtweg vallen trouwens buiten de bebouwde kom en daarmee buiten stedelijk gebied, dus in het geluidsonderzoek is onterecht uitgegaan van de hogere norm van binnenstedelijk gebied (art 83 Wgh). Dit dient te worden aangepast. In BP geluid ontbreken de rekenresultaten (BP geluid bijlage 1) en de aan te vragen hogere waarden (BP geluid bijlage 2) van de 1e Tochtweg, welke wel aanwezig dienen te zijn. C.

Gezien het feit dat elke verhoging van 3 dB overeenkomt met een verdubbeling van het geluidsniveau, wordt hiermee een aanzienlijke en wettelijk onacceptabele verergering van de geluidsoverlast verwacht.

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

A. Er zijn voor het bestemmingsplan twee verschillende onderzoeken uitgevoerd. In het kader van het MER zijn onderzoeken uitgevoerd waarin in brede zin de effecten van het planvoornemen in beeld zijn gebracht. Daarnaast zijn voor het bestemmingsplan specifieke onderzoeken uitgevoerd die uitgaan van de wet- en regelgeving, zoals opgenomen in de Wet geluidhinder. Voor het MER is gekeken naar zogenaamde cumulatieve effecten van verkeer. Dat houdt in dat de effecten van alle wegen gezamenlijk in beeld zijn gebracht. Daarin is ook de N219 meegenomen. Dit leidt tot samengestelde geluidcontouren van het effect van de nieuwe ontsluitingswegen én de provinciale en rijkswegen. Deze cumulatieve effecten zijn beschreven in het deelrapport Geluid bij het MER. Hieruit komt naar voren dat er ten opzichte van de huidige situatie langs de Eerste Tochtweg een toename van 0 - 1 dB ontstaat als gevolg van het cumulatieve effect (dus de optelsom van geluidemissie als gevolg van de N219, de Nieuwe Dwarsweg en de A20) van het wegverkeer. Een toename van 1 dB is voor het menselijk oor niet of nauwelijks waarneembaar. Voor het bestemmingsplan moet worden getoetst op grond van de Wet geluidhinder. Deze wet schrijft voor dat alleen getoetst moet worden als er sprake is van een nieuwe weg of van een fysieke wijziging van een weg. De N219 wordt in dit bestemmingsplan niet aangepast.

Daarom is in dit onderzoek alleen gekeken naar de geluidbelasting als gevolg van de nieuwe ontsluitingswegen. Op basis van die geluidbelasting is de toetsing aan wettelijke normen uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek voor het bestemmingsplan blijkt dat ter plaatse van vijf woningen, twee langs de eerste tochtweg en drie langs de tweede tochtweg, de voorkeursgrenswaarde als gevolg van de Nieuwe Dwarsweg wordt overschreden. Dit heeft voor deze woningen geleid tot het vaststellen van hogere waarden in het hogere waardenbesluit. Via het hogere waardenbesluit worden voor de gebiedsontsluitingsweg Zuid-West hogere waarden vastgesteld op bestaande woningen van respectievelijk 49, 50, 51 en (2x) 52 dB. Dit is ruim onder de maximale grenswaarde van 58 dB voor buitenstedelijke woningen. In het akoestisch onderzoek en het ontwerpbesluit hogere waarden staat per abuis 63 dB genoemd als maximale grenswaarde in een buitenstedelijke situatie. Dit

48

Wijziging bestemmingspl an ja/nee ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

D. In het geluidrapport bij het bestemmingsplan is het effect op geluid van de toename van verkeer op de N219 op bestaande bebouwing van de 1e Tochtweg zeker onvoldoende meegenomen. Indiener vermoedt dat de N219 onvolledig is meegenomen in de berekeningen. Dit vermoeden wordt versterkt door de brief die is verstuurd over de ontheffingsaanvraag hogere waarde. Daarin staat vermeld dat in de berekening van het geluidsniveau van betreffende woning ‘overige wegen niet relevant zijn voor deze woning’. E. Als gevolg van het onvoldoende meenemen van de N219 in de berekeningen, is het aantal woningen dat boven de normen komen zwaar onderschat. Aan de 1e Tochtweg staan circa 70 woningen, terwijl maar voor 2 woningen een hogere waarde wordt aangevraagd. Dit is een zwaarwegend gebrek in het onderzoek en onderbouwing en dient te worden gecorrigeerd. F. Bovendien zijn de waarden in het geluidonderzoek voor het bestemmingsplan met circa 50 dB vele malen lager dan dat van het geluidonderzoek voor het MER en de geluidskaart van RIVM met ca 70 dB. Verschillen van ca 20 dB zijn wel zeer groot en bepalend. In het MER Mobiliteit staat bovendien dat effecten op het omliggende wegennet sterker negatief zullen uitpakken dan deze modelcijfers laten zien. Probleemversterkende aanpassingen moeten nog worden doorgevoerd, die o.a.

leiden tot (citaat): “zwaardere belasting van het wegvak N219 bij A20 dan in gepresenteerde cijfers”. Dit roept grote twijfels op over de correctheid en betrouwbaarheid van de berekende geluidsniveaus waar het bestemmingsplan nu op is gebaseerd. G. In het bestemmingsplan wordt stil asfalt genoemd als middel om geluidshinder iets te verlagen, maar bij kruispunten kan dit asfalt niet worden toegepast vanwege hogere slijtage. Eerdere aanvragen voor stil asfalt op de N219 ter hoogte van de 1e Tochtweg bij de Provincie Zuid-Holland door het Comité (Comité Veiligheid, Milieu en Verkeer N219 1e Tochtweg) zijn afgewezen om die reden van snelle slijtage. Geluidswallen zijn eerder al afgewezen vanwege hoge kosten en ruimtegebrek

zal in het onderzoek en het besluit worden gecorrigeerd. Dit heeft echter geen consequenties voor de conclusies en de hogere waarden. Er wordt ook geen ontheffing tot 63 dB aangevraagd, er worden voor twee woningen langs de Eerste Tochtweg hogere waarden aangevraagd van 49 en 52 dB. Dat in het kader van het bestemmingsplan niet getoetst hoeft te worden aan de N219, betekent niet dat deze niet is meegenomen in de besluitvorming over dit bestemmingsplan. Zoals aangegeven is in het MER wel gekeken naar de effecten van de verkeerstoename op de N219. Daaruit komt naar voren dat op de meeste plekken sprake is van een toename van de geluidbelasting (zoals hiervoor aangegeven tussen de 0 en 1 dB). Het effect dat daar ontstaat is afgewogen tegen het landelijke, provinciale en regionale belang van de ontwikkeling van voldoende nieuwe woningen om aan het (grote) woningtekort te voldoen. Er moeten in Nederland ruim 961.000 nieuwe woningen worden gebouwd in 2030, waarvan nu nog ongeveer 150.000 nieuwe woningen in Zuid-Holland. In het licht van het maatschappelijk belang acht de gemeente de geluidbelasting aanvaardbaar. B. Zie ook het antwoord onder A. In het toetsingskader zijn de normen voor bestaande woningen langs een nieuwe weg niet opgenomen. Dit wordt toegevoegd aan het hogere waarden besluit.

En tevens past de gemeente de waarde voor de maximale ontheffing aan in het akoestisch onderzoek bij het bestemmingsplan. Dit heeft echter geen consequenties op de conclusies en aan te vragen hogere waarden. Er wordt ook geen ontheffing tot 63 dB aangevraagd, er worden voor twee woningen langs de Eerste Tochtweg hogere waarden aangevraagd van 49 en 52 dB. Reclamant geeft aan dat er bijlagen ontbreken bij het akoestisch onderzoek (Bijlage 10 van het ontwerpbestemmingsplan). De gezochte gegevens zitten wel in de bijlage en wel op bladzijde 291 en 292 van het document zoals het ter inzage lag bij het ontwerp bestemmingsplan. C. Het systeem van de Wet geluidhinder is zo opgezet dat er per weg getoetst wordt aan de normen. De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de nieuwe ontsluitingsweg wordt daarom apart getoetst van de geluidbelasting op andere wegen zoals de N219. De aan te vragen hogere waarde betreft dus enkel geluidniveaus ten gevolge van de nieuwe ontsluitingsweg. De cumulatieve geluidbelasting – waarin ook de N219 is meegenomen – is onderzocht in het MER. Zie ook antwoord onder A. Deze cumulatieve effecten zijn afgewogen tegen het landelijke, provinciale en regionale belang van de ontwikkeling van

49

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

(de 1e Tochtweg ligt met een middenberm van 1m tegen de N219 aan). Er zijn afgelopen jaren aan de 1e Tochtweg al regelmatig aanpassingen aan woningen gedaan om de geluidsniveaus binnen in de woning te verlagen, al dan niet met steun van de gemeente, maar die mogelijkheden voor verlaging zijn inmiddels grotendeels uitgeput. H. In deelrapport Mobiliteit (p.44) staat het getelde motorvoertuigen per etmaal voor de N219 bij A20 (bij de 1e Tochtweg). Dat gaat van 21.720 huidig naar 23.740 in 2040. Als groei t.o.v. huidig staat daarbij -5%. Dat is incorrect en getuigt van slordigheden in het onderzoek. Ook zijn de aantallen van N219 bij A20 en N219 Midden in sommige tabellen verwisseld.

voldoende nieuwe woningen om aan het (grote) woningtekort te voldoen. Er moeten in Nederland ruim 961.000 nieuwe woningen worden gebouwd in 2030, waarvan nu nog ongeveer 150.000 nieuwe woningen in Zuid-Holland. Naast de afweging over het maatschappelijke belang is gekeken naar het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen. De hogere waarden vallen ruim onder de maximale grenswaarde van 58 dB voor buitenstedelijke woningen. De afweging is dat de cumulatieve effecten relatief beperkt zijn (zie ook onder A) en er nog steeds een voldoende kwalitatieve woon- en leefomgeving is voor de bestaande woningen. .

I. Betreffende tellingen voor de N219 zijn bovendien uitgevoerd in juni 2022. Dat is niet representatief aangezien in de zomer meer mensen de fiets nemen i.p.v. de auto en mogelijk en deel van de testperiode in de zomervakantie lag die 9 juli 2022 al begon. Wederom een onderschatting.

D. De formulering dat de N219 niet relevant is, is onhandig gekozen. Wat hiermee bedoeld wordt, is dat de N219 in het kader van de Wet geluidhinder niet betrokken hoeft te worden bij het bepalen van de hogere waarden. Voor het bestemmingsplan is de Wet geluidhinder het toetsingskader. Deze wet schrijft voor dat alleen getoetst moet worden als er sprake is van een nieuwe weg of van een fysieke wijziging van een weg. De N219 wordt in dit bestemmingsplan niet aangepast. Daarom is in dit onderzoek alleen gekeken naar de geluidbelasting als gevolg van de nieuwe ontsluitingsweg. De exacte wijze van aansluiting van de gebiedsontsluitingsweg zuidwest op de N219 is geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Op een later moment zal dit uitgewerkt en aanvullend in beeld gebracht worden en wordt een separate procedure gevolgd

J. Er wordt in het bestemmingsplan geconcludeerd dat “het bevoegd gezag dient te oordelen over de indirecte geluidhinder welke optreedt bij omliggende woningen als gevolg van de verkeerstoename op bestaande wegen”. Om bij de Raad van State goedkeuring te krijgen zal echter wel moeten worden voldaan aan o.a. de Wet Geluidshinder. Dat is voor de woningen aan de 1e Tochtweg niet aangetoond.

Omdat in het kader van de Wet geluidhinder het effect van wegen los van elkaar wordt onderzocht, komen er lagere geluidniveaus naar voren dan in het cumulatieve onderzoek van het MER of dan in de Atlas van de leefomgeving opgenomen (ook dat zijn cumulatieve geluidniveaus). Dit wordt extra versterkt door wettelijke aftrek die bij de toetsing gehanteerd mag worden, maar die bij de cumulatieve effecten in het MER niet is meegenomen. Dit cumulatieve niveau is, zoals reeds eerder aangegeven, wel betrokken bij de besluitvorming over dit bestemmingsplan. E. Zoals onder A t/m D is toegelicht wordt de geluidbelasting aan de normen van de Wet geluidhinder getoetst per weg en is de N219 geen onderdeel van dit bestemmingsplan. In het MER zijn de effecten op de geluidbelasting voor een groter gebied en op een groter abstractieniveau in beeld gebracht. De N219 is daarin wel meegenomen. Zoals onder A t/m D ook reeds aangegeven is de (geluids)toename ten gevolge van de N219 beperkt tot maximaal 1 dB, dit acht de gemeente een voldoende kwalitatieve woon- en leefomgeving. De ondervonden hinder van de N219 bij de omwonenden is bekend bij de Provincie. De gemeente treedt in overleg met de Provincie om te onderzoeken wat er mogelijk is

50

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

om de hinder voor de omwonenden te verminderen. Dit gebeurt los van de ontwikkeling van het Middengebied. F. De door reclamant genoemde verwijzing naar de relatie tussen de verkeersberekeningen en de (sterkere) verkeerseffecten heeft betrekking op de berekeningen die gedaan zijn voor het Basisalternatief in het MER. Bij de totstandkoming van het uiteindelijke MER en het bestemmingsplan in verschillende stadia gewerkt is met steeds beter passende verkeersberekeningen, zowel voor de referentiesituatie als voor de beoogde situatie. In het MER-deelrapport Mobiliteit is daarbij genoemd dat die discrepantie voor de berekeningen voor het Voorkeursalternatief (VKA) weggenomen is. Het bestemmingsplan is gebaseerd op het VKA uit het MER en de daarbij horende berekeningen. G. De ondervonden hinder van de N219 bij de omwonenden is bekend bij de Provincie. De gemeente treedt in overleg met de Provincie om te onderzoeken wat er mogelijk is om de hinder voor de omwonenden te verminderen. Dit gebeurt los van de ontwikkeling van het Middengebied. H. Dat is correct opgemerkt door reclamant. De juiste telcijfers in tabel 3.4 op pagina 44 (en ook in tabel 3.1 op pagina 34) moeten zijn: 9 N219 bij A20

24.590

10 N219 Midden 21.720 In de Bijlage Etmaalintensiteiten autoverkeer staan deze correcte cijfers. Deze fout zit alleen in de tabellen in het rapport, niet in het achterliggende onderzoek en de conclusies. De juiste tabellen zijn verwerkt in het rapport I. De berekeningen in het MER die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan zijn niet op basis van de uitgevoerde tellingen, maar op basis van het verkeersmodel. In relatie tot deze berekeningen zijn de uitgevoerde tellingen illustratief/indicatief en de tellingen dienen vooral om een uitgangssituatie vast te leggen ten behoeve van de monitoring van de verkeerssituatie die tijdens de ontwikkeling van het Middengebied zal plaatsvinden. De tellingen zijn uitgevoerd in najaar 2022, maar inmiddels ook in het voorjaar 2023. Deze zullen in principe jaarlijks worden herhaald.

51

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

J. Zoals onder A beschreven is er verschil tussen de afweging van effecten in het MER en de wettelijke toetsing in het bestemmingsplan. Daar waar nodig is voor het bestemmingsplan getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. De indirecte hinder van de N219 hoeft in dat kader niet getoetst te worden. 2

Gezondheid A. De toename van verkeer op de N219 leidt tot een verslechtering van de gezondheid. De MER bijlage Geluid (figuur 4-4) geeft aan dat de milieugezondheidskwaliteit (GES score voor geluid) aan de 1e Tochtweg tussen de 6 (onvoldoende) tot 8 (zeer onvoldoende) is en door de ontsluitingsweg verder wordt verslechterd. Ook hier lijkt het verkeer op de N219 niet volledig meegeteld voor de bestaande woningen aan de 1e Tochtweg. Gevraagd wordt dit aan te passen. B. De WHO noemt dat geluidswaarden boven de 45 dB al ernstige hinder oplevert en slaapverstoring geeft.

3

Luchtkwaliteit A. Uit het MER deelrapport luchtkwaliteit blijkt dat het plan ook leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit in het plangebied en de ontsluitende wegen. Het lijkt erop dat in de MER luchtkwaliteit wederom het bestaande verkeer van de N219 niet in de berekeningen van de maximale waarden is meegenomen voor de 1e Tochtweg. B. Wat betreft fijnstof zijn de inzichten over die gezondheidseffecten de laatste tijd sterk gegroeid en het blijkt veel schadelijker dan gedacht. De Wereldgezondheidsorganisatie spreekt van ‘de stille moordenaar’. Met het extra verkeer door de ontsluitingsweg zal de nu al slechte luchtkwaliteit nog meer geschaad worden

A. Er zijn voor het bestemmingsplan twee verschillende onderzoeken uitgevoerd. In het kader van het MER zijn onderzoeken uitgevoerd waarin in brede zin de effecten van het planvoornemen in beeld zijn gebracht. Daarnaast zijn voor het bestemmingsplan zelf onderzoeken uitgevoerd die uitgaan van de wet- en regelgeving.

nee

De analyse die is gemaakt over de milieugezondheidskwaliteit in het MER is gedaan om gezondheid op een goede manier mee te kunnen nemen in de besluitvorming. In de effectonderzoeken over gezondheid is ook de verkeerstoename op de N219 meegenomen. Het effect dat ontstaat is afgewogen tegen het landelijke, provinciale en regionale belang van de ontwikkeling van voldoende nieuwe woningen om aan het (grote) woningtekort te voldoen. Er moeten in Nederland ruim 961.000 nieuwe woningen worden gebouwd in 2030, waarvan nu nog ongeveer 150.000 nieuwe woningen in Zuid-Holland. In het licht van het maatschappelijk belang acht de gemeente het ontstane effect aanvaardbaar. Bovendien blijft de geluidbelasting binnen de wettelijke grenswaarden en is aanvaardbaar. Hiermee blijft een voldoende kwalitatief woon- en leefklimaat aanwezig B. Het klopt dat de WHO-waarden strenger zijn dan de wettelijke normen. Dat heeft vooralsnog niet geleid tot aanpassing van de normen. A. Uit het onderzoek voor het bestemmingsplan en MER blijkt inderdaad dat er een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit ontstaat. Ook in de toekomstige situatie met meer verkeer op de N219 wordt echter voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. Daarmee is weliswaar sprake van een verslechtering die wel aanvaardbaar wordt geacht. Voor de vraag over de N219 verwijzen we naar de beantwoording onder punt 1. B.

Wat voor de luchtkwaliteit in het algemeen geldt (zie onder A), geldt ook voor fijnstof. De effecten op fijnstof zijn onderzocht in het deelrapport luchtkwaliteit van het MER en de effecten zijn afgewogen tegen het maatschappelijk belang. Ook voor wat betreft fijnstof geldt dat wordt voldaan aan de wettelijke normen.

52

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’ met verdere verhoging van gezondheidsrisico’s voor bewoners van de 1e Tochtweg tot gevolg.

4

Verkeersveiligheid Er gebeuren veel ongelukken door onveilige situaties op zowel de N219 als ook de 1e Tochtweg. De MER Mobiliteit bevestigt dat de N219 in de top staat van wegen met de meeste ongelukken en dat de verkeersveiligheid door een toename van verkeer zal verslechteren. Sinds maart 2021 ligt er een officiële klacht namens de bewoners van de 1e Tochtweg bij Gedeputeerde Staten vanwege de verslechterende verkeersveiligheid en geluid door toenemende drukte op de N219, maar dat heeft niets opgelost. In januari 2021 is een vragenlijst onder bewoners van de 1e Tochtweg uitgezet met de volgende conclusies:  1 op de 5 bewoners was afgelopen 5 jaar betrokken bij een ongeluk met letsel. De verkeersveiligheid van met name wandelaars, sporters, fietsers en schoolgaande kinderen (ook veel vanuit Nesselande) wordt als zeer onveilig ervaren door bewoners. Door tegenlicht van de N219 zien automobilisten op de 1e Tochtweg de kwetsbare weggebruikers niet en zijzelf horen door het verkeerslawaai de auto’s op hun weggedeelte niet aankomen. Een zeer gevaarlijke situatie.  Er wordt veel geluidsoverlast ervaren, tot zeer veel bij de drukke kruispunten. Wettelijke geluidsnormen worden hier bij de huidige verkeersdrukte al overschreden.

De Provincie heeft in 2021/2022 een belevingsonderzoek (verkeer en geluid) naar de 1e Tochtweg en N219 uitgevoerd naar aanleiding van toen al ervaren problemen door bewoners. De Provincie is wegbeheerder voor beide wegen. De bewoners en gemeente Zuidplas waren destijds bij dit onderzoek betrokken. De gemeente treedt nader in overleg met de Provincie om te onderzoeken wat er mogelijk is om de hinder voor de omwonenden te verminderen. Dit gebeurt los van de ontwikkeling van het Middengebied. Ten behoeve van het MER zijn verkeersberekeningen uitgevoerd en zijn de verkeerseffecten in beeld gebracht. Er is daarbij rekening gehouden met een nieuwe ontsluitingsweg vanuit het nieuwe dorp naar de N219 en het afsluiten van de Zuidelijke Dwarsweg als doorgaande route door het Middengebied. Er zijn infrastructurele maatregelen nodig om te komen tot een acceptabele verkeersafwikkeling op de N219; waaronder de aanpassing van de rotonde bij de op- en afritten van de A20 tot een kruising met verkeerslichten. Afspraken over aanpassingen aan de N219 en de kruisingen daar zijn vastgelegd in de Deelovereenkomst Mobiliteit.

Deze problemen zijn de laatste jaren alleen maar toegenomen. Door de toenemende drukte door de ontsluiting van het Vijfde Dorp zal dit waarschijnlijk verder toenemen. De zorgen over verkeersveiligheid op de N219 en de 1e Tochtweg worden in het bestemmingsplan onvoldoende weggenomen.

53

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

5

Alternatieven A. Het Alternatief Duurzame Mobiliteit is een mooi streven, maar dit zal waarschijnlijk onvoldoende gaan werken in de realiteit. Het wordt door de gemeente als oplossing genoemd, maar de MER noemt het sowieso een ‘stevige uitdaging’ en geeft aan dat het niet goed te onderzoeken is met de huidige modellen. Het Middengebied wordt in de MER een gebied genoemd dat vooral aantrekkelijk is voor de auto vanwege de afstanden die te ver zijn om te fietsen. Een treinverbinding is voorlopig niet haalbaar en de bussen zullen in dezelfde files staan als wij allemaal. B. In alle alternatieven is de ontsluitingsroute via de N219 ter hoogte van de 1e Tochtweg. Indiener zou graag de volgende alternatieve ontsluitingsmogelijkheden doorberekend zien:  Ontsluiting via de Moordrechtboog in plaats van de N219 ter hoogte van de 1e Tochtweg. De Moordrechtboog heeft nog veel onbenutte capaciteit. Eerder is genoemd dat de ontsluiting van het Vijfde Dorp op de Moordrechtboog onvoldoende is in verband met oriëntatie van toekomstige bewoners richting Rotterdam. Dat pleit er alleen maar extra voor om dit verkeer niet op de N219 te laten ontsluiten. Bovendien mag de mogelijke persoonlijke voorkeur van de nieuwe bewoners voor Rotterdam boven Gouda geen reden zijn om de gezondheid van de huidige bewoners maar op het spel te zetten.

 Een zuidelijke ontsluiting van het Vijfde Dorp via Parallelweg Noord.  Het omleggen van de N219, conform eerdere plannen (Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas, 2007). In het participatiedocument staat dat dit moeilijk inpasbaar is en te duur. Maar het probleem wordt alleen maar groter en kan nooit makkelijker en goedkoper opgelost worden dan nu.

A. Het Alternatief Duurzame Mobiliteit is in het MER onderzocht als de zogenoemde 'hoek van het speelveld’: inzet op maximale duurzame mobiliteit. De opmerkingen van reclamant bij de haalbaarheid van het Alternatief Duurzame Mobiliteit wordt onderkend door de gemeente, daarom wordt ingezet op het Voorkeursalternatief (VKA) met een relatief lagere inzet op duurzame mobiliteit met de ambitie om aanvullend zoveel mogelijk duurzame mobiliteit te realiseren. Daarmee verwoordt het VKA – dat in het bestemmingsplan is verwerkt – een reëel alternatief ten aanzien van duurzame mobiliteit. Hiermee zorgen we er ook voor dat er geen onderschatting is van de gevolgen voor de omgeving. B. Er is sprake van drie ontsluitingswegen van het bestemmingsplangebied, namelijk de bestaande Middelweg, een ´Nieuwe Knibbelweg´ die aansluit op de aansluiting van het nieuwe bedrijventerrein Knibbelweg-Oost op de N219, en de ‘Nieuwe Dwarsweg’ op de N219 ter hoogte van de 1e Tochtweg. De ontsluitingsroute via de Middelweg sluit aan op de N457-Moordrechtboog, bij de A20-afrit Moordrecht. Het voorstel van reclamant om dit alternatief te onderzoeken is daarmee al onderzocht. De gemeente bevestigt ook de opmerking dat de N457Moordrechtboog nog capaciteit over heeft.

Als ontsluitingsroute voor het plangebied, is de N457-Moordrechtboog met name van invloed voor verkeersbewegingen van/naar Utrecht en Gouda, en heeft het beperkte invloed op de verkeersbewegingen op de N219. In de studie van Rijkswaterstaat naar de verbreding van de A20 en de aansluiting Moordrecht worden ook de mogelijkheden onderzocht om de N457-Moordrechtboog beter te laten functioneren, waardoor de N219 ontlast zou kunnen worden. De Parallelweg Noord is in zijn huidige vormgeving ongeschikt als ontsluitingsroute. Deze weg moet dan opgewaardeerd worden tot een ontsluitingsweg met een grote verwerkingscapaciteit. Met het voorgestelde tracé ontstaat een indirecte omrijroute en zou ook aanpassing van aansluitende polderwegen (bijvoorbeeld 2e en 3e Tochtweg) nodig zijn. Tot slot geldt dat de huidige aansluiting van de Parallelweg Noord dicht op de op- en afrit van de A20 ligt en in de directe invloedssfeer van deze kruising. In de huidige situatie leidt dit al tot problemen in de verkeersafwikkeling en daarmee tot onveilige verkeerssituaties. Een alternatief voor dit laatste zou dan nog kunnen zijn om de route via de Parallelweg Noord terug te buigen tussen de 2e Tochtweg en de N219, zodat een aansluiting op enige afstand van de bestaande aansluiting Noordelijke Parallelweg kan komen te liggen.

Deze locatie van aansluiten komt echter sterk richting de nu voorziene aansluiting te liggen, waarmee de waarde van deze alternatieve verbinding ten opzichte van de voorgestane ontsluiting komt te vervallen.

54

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

Het omleggen van de N219 is eerder in het kader van de ontwikkeling van het Middengebied onderzocht. In de eerdere onderzoeken van RHDHV uit 2020 werd dit de ´omklap A20 - N219´ genoemd. De ruimtelijke impact van deze maatregel is groot: een nieuwe weg doorsnijdt de Groene Schakel volledig, waardoor de landschappelijke waarde van dit gebied volledig verloren gaat. Daarnaast zouden er waarschijnlijk woningen en andere opstallen geamoveerd moeten worden om ruimte te maken voor deze weg. Vanwege de beperkt toegevoegde verkeerskundige waarde van dit alternatief, de grote ruimtelijke impact en daarnaast de voorziene kosten is eerder de keuze gemaakt om dit alternatief niet verder te onderzoeken. In het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (2021), de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (2021) en de onderzochte alternatieven in het MER is uitgegaan van de gekozen ontsluitingsweg op de N219. Het Intergemeentelijk Structuurplan (ISP) dateert uit 2007 en is niet meer het kader waarbinnen de gemeente haar plannen ontwikkelt. Inmiddels hebben er diverse ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen plaatsgevonden, waaronder de realisatie van de Moordrechtboog. Een omlegging van de N219 komt daarmee in een ander afwegingskader te staan dan destijds in 2007.

Voor het bestemmingsplan en het MER is een natuuronderzoek uitgevoerd (bureauonderzoek aangevuld met een veldbezoek). Daaruit komt naar voren dat het betreffende gebied op dit moment een relatief lage natuurwaarde heeft. Het effect als gevolg van de nieuwe ontsluitingsweg Nieuwe Dwarsweg wordt daarom als beperkt ingeschat. De geplande ontwikkeling van de ecologische verbindingszone (EVZ) in dit gebied zal leiden tot een toename van het aantal soorten flora en fauna. Voordat de weg wordt aangelegd, wordt nader veldonderzoek uitgevoerd. Daarmee zal concreter worden geïnventariseerd welke soorten er op dat moment voorkomen en ontstaat een actueel beeld. Bij de aanleg van de Nieuwe Dwarsweg wordt rekening gehouden met deze soorten, maar ook met de soorten die bij de EVZ verwacht kunnen worden. Eventuele maatregelen zullen volgen uit dit onderzoek. -

6

Aanwezige soorten flora en fauna Volgens indiener is in de groene zone tussen de 1e en 2e Tochtweg flora en fauna aanwezig die gevolgen ondervindt van de doorkruising van de nieuwe ontsluitingsweg. Het is nu een groene zone waar weidevogels, hazen, vossen, egels, fazanten, blauwe reigers, knobbelzwanen en zelfs de, volgens de IUCN-criteria zeldzame (zz), ooievaars, zilverreigers, lepelaars en ijsvogels hun domicilie gekozen hebben (op basis van regelmatige observaties door bewoners)). Trekvogels zullen geen (voor Randstadbegrippen relatief) flink stuk open ruimte meer vinden met deze doorkruising.

Overigens hebben de genoemde zeldzame soorten volgens het SOVON (Stichting Ornithologisch Veldonderzoek Nederland) een gunstige Staat van Instandhouding. Dit houdt in dat de populatie van voldoende grote is om in stand te blijven. Verder blijft in de omgeving van het plangebied voldoende alternatief leefgebied over. Tevens wordt in een deel van het plangebied natuur ontwikkeld, waarmee voor de soorten geschikt leefgebied ontstaat.

55

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

7

Conclusie A. Indiener verzoekt de voorgestelde zuidwestelijke ontsluiting van het Vijfde Dorp op de N219 ter hoogte van de 1e Tochtweg af te keuren en genoemde alternatieven te overwegen. Dat betekent een cumulatie van het effect van het doorgaande verkeer op de N219 (die nu voor cruciale berekeningen lijkt te ontbreken), het aanvullende verkeer dat vanaf en naar het Vijfde Dorp komt en via de zuidwestelijke ontsluitingsweg de N219 op gaat, het geluid van verkeer op de 1e Tochtweg zelf en overige factoren die van invloed zijn. De bepaling of aan de normen wordt voldaan kan immers alleen op basis van het totale verkeer nabij de woning worden bepaald. Voor de bestaande woningen aan de 1e Tochtweg wordt niet aan de normen voldaan.

Voor de beantwoording van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording bij punt 1 tot en met 6.

B. De berekeningen van de geluidniveaus, fijnstof en stikstof opnieuw uit te voeren voor de bestaande woningen aan de 1e Tochtweg, maar dan met correcte cijfers. C. De ontheffing hogere waarden af te keuren. Deze is gebaseerd op fors onderschatte geluidsniveaus voor de woningen aan de 1e Tochtweg waar de normen nu al worden overschreden. Bovendien wordt daar ontheffing gevraagd tot een waarde boven de wettelijk maximale ontheffingsnorm voor buitenstedelijk gebied. D. De voornaamste zorg van reclamant is behoud van een gezonde, veilige leefomgeving voor zowel huidige als toekomstige bewoners. Door nu slimme, toekomstbestendige keuzes te maken, waarbij het Vijfde Dorp níet wordt ontsloten op de N219 ter hoogte van de 1e Tochtweg, kan de ramp van de enorme toename aan verkeer op de N219 bespaard blijven. CONCLUSIE Deze reactie leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan.

56

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

Nummer R13 – Reclamant 13 1 Zie voor beantwoording R12

Nummer gemeente Corsanummer E23.005466

Datum indiening 17 oktober 2023

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

Nummer R14 – Reclamant 14

Nummer gemeente Corsanummer E23.005467

Datum indiening 17 oktober 2023

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

Nummer gemeente Corsanummer E23.005468

Datum indiening 17 oktober 2023

Datum binnenkomst gemeente 17oktober 2023

Nummer gemeente Corsanummer E23.005469

Datum indiening 17 oktober 2023

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

Nummer gemeente Corsanummer E23.005471

Datum indiening 17 oktober 2023

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

Nummer gemeente Corsanummer E23.005472

Datum indiening 17 oktober 2023

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

1

Zie voor beantwoording R12

Nummer R15 – Reclamant 15 1

Zie voor beantwoording R12

Nummer R16 – Reclamant 16 1

Zie voor beantwoording R12

Nummer R17 – Reclamant 17 1

Zie voor beantwoording R12

Nummer R18 – Reclamant 18 1

Zie voor beantwoording R12

57

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

Nummer R19 – Reclamant 19 1

Nummer gemeente Corsanummer E23.005473

Datum indiening 17 oktober 2023

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

Nummer gemeente Corsanummer E23.005471 en I23.003573

Datum indiening 16 oktober 2023

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

Zie voor beantwoording R12

Nummer R20 – Reclamant 20

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

2

Wegbestemmen van het melkveebedrijf Reclamant exploiteert een melkveebedrijf met woning en bedrijfspanden aan de 2e Tochtweg (huiskavel). Op het achterste deel van de kavel is woningbouw gepland, op een deel komt een nieuw aan te leggen rondweg en over de hele breedte van de kavel wordt een ecologische zone ontwikkeld. Hierdoor wordt een groot deel van het agrarisch gebruik van de gronden wegbestemd (ca 5 ha van de 22 ha van de gronden van de huiskavel). Het voortbestaan van het bedrijf wordt rechtstreeks door het ontwerp getroffen, omdat het daardoor niet meer levensvatbaar is. Reclamant heeft een toekomstbestendig bedrijf met een lange termijnvisie. Er zijn gesprekken met de gemeente gevoerd. Op geen enkele wijze wordt ingegaan op de belangen van reclamant. Terwijl het bedrijf er al 3 generaties zit, wordt rigoureus en eenzijdig de voorrang gegeven aan woningbouw en ecologie. In strijd met vereiste zorgvuldigheid / goede toedeling van functies aan locaties Het plan is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (evenredigheid, motivering en zorgvuldigheid), een goede ruimtelijke ordening en goede toedeling van functies aan locaties. Het is onbehoorlijk bestuur om de kosten voor woningbouw af te wentelen op een individueel bedrijf.

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

De gemeente zal de gesprekken met reclamant voortzetten om nader te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om de plannen van reclamant en de plannen van de gemeente, in een aangepaste vorm, te kunnen realiseren. De gemeente heeft in het bestemmingsplan keuzes gemaakt die ertoe lijden dat het huiskavel van reclamant afneemt in omvang. De gemeente is zich daarvan bewust en heeft daarom het initiatief genomen om bedrijfsverplaatsing te verkennen en een alternatief voorstel gedaan. Dit is nog onderwerp van gesprek en leidt daarom in dit bestemmingsplan niet tot een aanpassing.

De gemeente is zich ervan bewust dat het bestemmingsplan gevolgen heeft en/of kan hebben voor woningen en bedrijven in of in de nabijheid van het bestemmingsplan. De gemeente betracht daarom ook uiterste zorgvuldigheid bij de planontwikkeling. De gemeente herkent zich daarom niet in de stelling dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Bij het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (2021), de Nota van Uitgangspunten (2023) en dit bestemmingsplan heeft er een uitgebreid

58

Wijziging bestemmingsplan ja/nee nee

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

Op basis van jurisprudentie dient de gemeente eerst een oplossing voor een getroffen bedrijf te regelen waarna dan pas de planvorming doorgezet kan worden. Het ontwerp zal door de beperkingen leiden tot vermogenswaarde voor reclamant. Door de gemeente is aangegeven dat ze de grond wil aankopen en desnoods onteigenen wat onaanvaardbaar is. Het belang van reclamant bij voortzetting van het agrarisch bedrijf is nergens afgewogen. Het ontwerp heeft alleen als doel om woningbouw te faciliteren en bestemmingen die dit in de weg staan op te heffen. Een overgangstermijn en uitkoopregeling voor bestaande eigenaren en gebruikers ontbreekt in het ontwerp. Er is geen gedegen onderzoek naar de gevolgen ervan gedaan. Op zijn minst had men zich moeten laten informeren door een agrarische adviescommissie.

participatieproces op verschillende thema's plaats gevonden. Daarbij hebben huidige bewoners en inwoners van de gemeente, en andere belanghebbenden en belangstellenden, op- en aanmerkingen mee kunnen geven. Daarnaast kon er door middel van deze zienswijzeprocedure officieel gereageerd worden op het bestemmingsplan. Hiermee kan iedereen een zienswijze meegeven waar inhoudelijk een reactie op komt. De gemeente maakt hierbij een integrale afweging tussen alle aanwezige belangen, onderzoeksuitkomsten, (overkoepelend) beleid, en vigerende wet- en regelgeving. Het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (2021) en de daarop gebaseerde Nota van Uitgangspunten (2023) zijn tevens vastgesteld door de gemeenteraad, waardoor er een voldoende legitieme basis is voor de ontwikkeling van dit plan. Voor het bestemmingsplan heeft de gemeente voorts een m.e.r.procedure doorlopen en diverse andere onderzoeken uitgevoerd. Daarnaast heeft de provincie de ontwikkeling vastgelegd in haar omgevingsbeleid. Hiervoor is een zorgvuldige procedure doorlopen, waarvoor (net als de gemeente heeft gedaan) een MER is opgesteld en zijn er twee mogelijkheden voor het indienen van zienswijzen geweest. De gemeente begrijpt de zorgen van de reclamant over het continueren van de huidige bedrijfsvoering.

De locatie is echter in verschillende beleidsstukken door het Rijk, Provincie en gemeente aangewezen als toekomstige (grootschalige) woningbouwlocatie. Zo is het nieuwe dorp opgenomen in het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening van de Provincie en is de locatie onderdeel van de ‘Regionale realisatieagenda Wonen’, de woondeal die gesloten is tussen het Rijk, provincie, regio en gemeenten. Daarmee is zeker sprake van nieuwe planologische inzichten die de ontwikkeling van de woningen rechtvaardigen. Ook is er sprake van een zwaarwegend belang van de beoogde nieuwe bestemming, namelijk bijdragen aan het woningtekort in de provincie Zuid-Holland, de regio Midden-Holland en in de gemeente Zuidplas. Ten aanzien van de jurisprudentie geldt het volgende: De Raad van State stelt voorop dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van

59

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen. Bestaand legaal gebruik dient uit een oogpunt van rechtszekerheid in het algemeen dienovereenkomstig te worden bestemd. Dit uitgangspunt kan onder meer uitzondering vinden, indien het als zodanig bestemmen van bestaand legaal gebruik op basis van nieuwe inzichten niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. Hier voldoet het bestemmingsplan aan. Bij het Masterplan, de Nota van Uitgangspunten en dit bestemmingsplan is, naar mening van de gemeente, tevens voldoende gemotiveerd waarom er voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening en het evenwichtig toedelen van functies aan locaties.

3

Bedreigingen bedrijfsvoering door uitbreiding van ecologische zone. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is een kaart opgenomen van de geplande uitbreiding van de ecologische zone, gelegen op kavel van reclamant. De voorgenomen bestemmingswijziging houdt geen of onvoldoende rekening met milieueisen en landbouwaspecten die van belang zijn voor de bedrijfsvoering. Er zal sprake zijn van extra beperkingen zoals gebruik gewasbescherming en uitgestelde maaidata wat zal leiden tot opbrengstverlies.

Zoals gesteld onder punt 1 continueert de gemeente de gesprekken met reclamant en streeft de gemeente daarbij naar een minnelijke oplossing. Slechts in een uiterste situatie wordt overgaan tot een onteigening. De ecologische verbindingszone (verder EVZ) waar reclamant naar verwijst maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan waarvoor de zienswijze is ingediend. De EVZ wordt opgenomen in het bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 dat op 10 november 2023 ter inzage is gegaan voor een periode van zes weken. In het voorliggend Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 is er alleen een raakvlak tussen de nieuwe ontsluitingsweg "Nieuwe Dwarsweg" en de EVZ. Deze weg kruist de EVZ over een lengte van 120m. De EVZ is hier mogelijk door de functieaanduiding ‘ecologische verbindingszone’ De ligging van de EVZ is, zoals reclamant aangeeft, bepaald door de Provincie Zuid-Holland. Bij het bepalen van deze ligging is onder meer gekeken naar aanwezigheid van bedrijven en landbouw. De ligging is zo gekozen dat zo min mogelijk hinder ontstaat van (richting EVZ) en voor (vanuit de EVZ) bedrijven. De gemeente faciliteert, op grond van de instructieregels van de provinciale verordening, de EVZ door het tracé met bestemming ‘Natuur’ op te nemen in het Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2.

60

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

4

5

Bedreigingen bedrijfsvoering op aspecten water en bodem In de toelichting op het ontwerp wordt gesproken over het (fors) verhogen van de waterstand waardoor minder intensieve landbouw mogelijk is. Reclamant vindt dat de gevolgen hiervan voor hem onvoldoende onderzocht zijn. Naar zijn mening heeft dit gevolgen voor de draagkracht van de grond waardoor er later bemest en gemaaid moet worden en de koeien langer op stal moeten. Het land zal door de ingrepen in het gebied en veranderingen van stroomsnelheid in de afwatering in cruciale delen van het jaar niet geschikt meer zijn voor normaal agrarisch gebruik. Reclamant vreest dat er geen rendabel agrarisch gebruik meer mogelijk is. Het ontwerp mist duidelijkheid over de gevolgen van de inrichting van het gebied door de verandering van de waterhuishouding. Bedreiging bedrijfsvoering door verminderde bereikbaarheid De voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot verhoogde druk op het wegennet met congestie, (lucht) vervuiling en verkeersveiligheid tot gevolg. Doordat de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid niet voldoende is meegenomen in de deelplannen, is het ontwerp in strijd met de vereiste zorgvuldigheid en onvoldoende gemotiveerd. Een goede verkeersafwikkeling van de woningbouwplannen is nu onvoldoende verzekerd waardoor het bedrijf van reclamant verminderd bereikbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002806/1