CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 29 Bijlage 26 Nota van Beantwoording (en Wijzigingen) A24.000193

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 141.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Binnen dit gebied geldt niet de door reclamant gevraagde ‘ruimte-voorruimte' regeling welke uitgaat van het slopen van opstallen in ruil voor de bouw van een tweede woning. Voor elke nieuwe ontwikkeling geldt dat hiervoor aangetoond moet zijn dat hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een gedegen afweging. In het kader van de ontwikkeling van het bestemmingsplangebied zal nader bekeken worden hoe het woongebied ontwikkeld gaan worden.

nee

Te hoge bebouwing Het ontwerpbestemmingsplan maakt aansluitend aan het perceel van reclamant woningbouw tot maximaal 26 meter in 8 bouwlagen mogelijk (art. 16.5 onder b). Door te kiezen voor een globaal bestemmingsplan, zonder uitwerkingsregels, veroorzaakt dit rechtsonzekerheid voor reclamant. Bezwaar wordt gemaakt tegen de mogelijkheid voor een dergelijke hoge bebouwing aan de rand van het toekomstige woongebied. Dit is stedenbouwkundig misplaatst. Verzocht wordt om de bestemming woongebied –specifieke vorm van woongebied -2 voor zover gelegen ten zuiden van de Derde Tochtweg te veranderen in een woonbestemming tot maximaal 11 meter (art 15.2.2 onder h).

Momenteel wordt er gewerkt aan verdere stedenbouwkundige uitwerkingen. Daarbij wordt er specifieker bekeken waar gestapelde bouw het beste passend is. Gestapelde bouw bevindt zich met name in het centrum op de kreekrug. Deze uitwerking zorgt voor een nadere visie op de locatie van de gestapelde bouw welke opgenomen zal worden in het bestemmingsplan.

3

Voor de algemene beantwoording over nieuwe initiatieven verwijzen we ook graag naar paragraaf 1.4 en hoe de gemeente hier in de toekomst mee om wenst te gaan.

Naar aanleiding van (onder meer) deze zienswijze is opnieuw gekeken naar de mate van flexibiliteit, met name in relatie tot de bestaande functies in het gebied die blijven bestaan. Dat heeft geleid tot een aanpassing in het bestemmingsplan, waarbij: 1. in de bestemming ‘Woongebied’ beperkingen zijn opgenomen voor de bouwmogelijkheden nabij bestaande woningen. Dit betreft: hoogtebeperking tot maximaal 3 bouwlagen in een zone van 50 meter van de bestemming ‘Wonen’ en hiervoor tevens een afstand aan te houden van 175 meter vanaf de wegas van de linten langs de Middelweg, Bredeweg en 3e Tochtweg/Knibbelweg; geen gebouwen toegestaan in een zone van 5 meter van de bestemming ‘Wonen’; en 2. een voorwaarde is toegevoegd dat in het kader van de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een

21

ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

gebouw advies wordt gevraagd aan een door het college van B&W in te stellen Supervisor, die ook beoordeelt of er sprake is van een samenhangend en passende stedenbouwkundige opzet.

4

Tracé van de busverbinding Het ontwerp bestemmingsplan maakt direct ten oosten van het perceel van reclamant een vrij liggende busbaan mogelijk. De bestemming Woongebied maakt de aanleg van verkeer mogelijk zonder dat dit specifiek wordt gemaakt. Het woongenot vermindert wanneer naast de woning van reclamant de busbaan wordt gerealiseerd.

5

Nieuwe ontsluitingsweg Bij het basisalternatief voorziet het ontwerpbestemmingsplan in een nieuwe ontsluitingsweg (nieuwe dwarsweg) ten zuiden van het perceel van reclamant (Deelrapport Mobiliteit). De afstand is circa 60 meter met een snelheidsregime van 50 km/u. Door de aanleg van de ontsluitingsweg, inclusief vertakkingen neemt het woongenot van reclamant af. Dit heeft met name betrekking op geluidsoverlast en luchtkwaliteit van gemotoriseerd verkeer. Het effect van het plan op bestaande woningen zal leiden tot een toename van 2 dB of meer. Onduidelijk is waarom de gemeente geen afdoende maatregelen voorstelt om deze geluidstoename te niet te doen.

De aparte bestemming ‘Wonen’ is gegeven aan de bestaande woonbebouwing in het gebied. Met bovenstaande aanpassing wordt gestreefd naar een voldoende afstand tot bestaande functies en een geleidelijke overgang van bestaande bebouwing naar het nieuw te ontwikkelen dorp. De bestemming ‘Woongebied’ maakt inderdaad een verkeersfunctie mogelijk. Het betreft hier de zogenaamde Noordelijke Hartlijn gelegen binnen de bestemming ‘Woongebied’. Deze vrij liggende busbaan zal – met uitzondering van fietsverkeer en eventueel calamiteitenverkeer – niet door ander gemotoriseerd verkeer worden gebruikt. De hoeveelheid verkeer op de vrij liggende busbaan is beperkt tot de bussen waarvan de rijfrequentie nog nader bepaald dient te worden. Binnen het woongebied zijn daarnaast wegen met een beperkte snelheid, tot maximaal 30 km/u, mogelijk. In de woonbuurten zal een snelheid van 15 km/u worden aangehouden. Deze wegen acht de gemeente inpasbaar op korte afstand van de bestaande woningen. Het basisalternatief zoals beschreven in het MER en de deelrapporten is niet het planvoornemen zoals dat in het bestemmingsplan is vastgelegd. Op basis van het onderzoek in het MER heeft het College van B&W een Voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld op 31 januari 2023. Hierin heeft de nieuwe ontsluitingsweg buiten de bebouwde kom een snelheidsregime van 60 km/u en binnen de bebouwde kom van 30 km/u.

De Groene Slinger van het nieuwe dorp heeft een snelheidsregime van 30 km/u. In de woonbuurten zal een snelheid van 15 km/u worden aangehouden In het algemeen blijkt uit het onderzoek voor het bestemmingsplan en MER dat er in het plangebied inderdaad een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit en een hogere geluidbelasting ontstaat. De verslechtering van de luchtkwaliteit en de geluidbelasting die ontstaat, is afgewogen tegen het landelijke, provinciale en regionale belang van de ontwikkeling van voldoende nieuwe woningen om aan het (grote) woningtekort te voldoen. Er moeten in Nederland ruim 961.000 nieuwe woningen worden gebouwd in 2030, waarvan nu nog ongeveer 150.000 nieuwe woningen in Zuid-Holland. In het licht van het maatschappelijk belang acht de gemeente de ontstane luchtkwaliteit en geluidbelasting aanvaardbaar.

22

nee

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

Tevens wordt benadrukt dat, overal in het plangebied, aan de wettelijke normen wordt voldaan zodat sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat. De woning van reclamant staat vlak bij de toekomstige Groene Slinger (deze is gelegen achter de woning van reclamant), welke zoals aangegeven een snelheidsregime van 30 km/u heeft. Ook ter hoogte van de woning van reclamant heeft de ontsluitingsweg een snelheidsregime van 30 km/u. De bebouwde kom grens komt op ca. 100 meter van de woning te liggen. Daarmee ligt de overgang naar het hogere snelheidsregime verder van de woning dan reclamant aangeeft.

6

Planschadeclaim De geplande woonbestemming en de mogelijkheid van een busbaan naast het perceel van reclamant veroorzaakt waardevermindering van zijn woning. Daarvoor zal hij de gemeente aanspreken middels een later in te dienen planschadeclaim.

De aanleg van de Groene Slinger en de nieuwe ontsluitingsweg zal leiden tot veranderingen van de leefomgeving van reclamant. Door het toepassen van de lage snelheid ter hoogte van de woning is, de hoogte van de geluidbelasting van dien aard dat daar geen extra maatregelen voor nodig zijn. Ten aanzien van mogelijke waardedaling van de woning bestaat de mogelijkheid om een verzoek tot tegemoetkoming in planschade/nadeelcompensatie* in te dienen. *Onder de Omgevingswet is de term planschade vervangen door de term nadeelcompensatie. Schade als gevolg van het vaststellen van het bestemmingsplan valt onder de planschaderegeling. Schade als gevolg van verleende omgevingsvergunningen valt onder de nadeelcompensatieregeling omdat deze omgevingsvergunningen allemaal na invoering van de Omgevingswet aangevraagd en verleend zullen worden.

nee

CONCLUSIE Deze reactie leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nummer R3 – Reclamant 3

Nummer gemeente Corsanummer(s) I23.003252 en E23.005366

Datum indiening 3 oktober 2023

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

Datum binnenkomst gemeente 5 oktober 2023

REACTIE VAN GEMEENTE

23

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

Beantwoording gemeente

1

Ontwerpplan te algemeen en biedt onvoldoende inzicht Reclamant is van mening dat door de globale bestemmingen het ontwerpbestemmingsplan met verbrede reikwijdte, art 7c Besluit Chw, rechtsonzeker is. Het plan laat essentiële keuzes zoals afstanden, locaties en type bebouwing in het midden. Daarbij schept het, mede door de ruime afwegings- en afwijkingsruimte en pas later uit te voeren onderzoeken als geluid, verkeer, trillingen, grondgesteldheid, waterhuishouding, luchtkwaliteit, privacy onvoldoende ruimtelijk kader. De gestelde criteria laten te veel ruimte voor eigen interpretatie van het bevoegd gezag. Daarbij biedt de MER onvoldoende gedetailleerd inzicht in de gevolgen van de ontwikkeling voor de woningen van reclamant. Reclamant verwijst naar de uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2388 (Retailmarkt Belvedère). Het type bebouwing zoals hoogbouw tot maximaal 8 lagen en 35 meter kan nu in beginsel overal. Ook voor en achter de woning van reclamant. Pas bij de vergunningverlening wordt beoordeeld of een initiatief ruimtelijk aanvaardbaar is. Vooraf had moeten worden onderzocht waar de bebouwing vanuit een ruimtelijk oogpunt bezien, in ieder geval niet kan komen.

Reclamant is van mening dat ook bij een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte vast moet staan dat de gegeven bestemming in beginsel aanvaardbaar is. In de planregels had op zijn minst moeten worden aangegeven dat de voorziene bebouwing dient aan te sluiten bij de bebouwing in de directe omgeving.

Dit Chw bestemmingsplan is anders van opzet dan gebruikelijk is bij bestemmingsplannen in de gemeente Zuidplas. Hier is voor gekozen gelet op het type en de omvang van de ontwikkeling, de lange doorlooptijd voor de realisatie (circa 20 jaar) en de gewenste flexibiliteit om in te kunnen spelen op onvoorziene en toekomstige ontwikkelingen. De Crisis- en herstelwet (Chw) biedt daarvoor de mogelijkheid. Het behoort tot de beleidsruimte van de gemeenteraad om de mate van gedetailleerdheid van een plan te bepalen. De mate van flexibiliteit in de bestemmingsregeling wordt daarbij voor de specifieke situatie afgewogen. De gemeente acht in deze omgeving en met de waarborgen en voorwaarden die in het Chw bestemmingsplan zitten, de gekozen mate van flexibiliteit aanvaardbaar. Het bestemmingsplan geeft een helder (maximaal) ontwikkelprogramma aan, begrenst de bouwmogelijkheden en benoemt kaders en afwegingen die in het kader van vergunningverlening worden beoordeeld. Naar aanleiding van (onder meer) deze zienswijze is opnieuw gekeken naar de mate van flexibiliteit, met name in relatie tot de bestaande functies in het gebied die blijven bestaan. Dat heeft geleid tot een aanpassing in het bestemmingsplan, waarbij: 1. in de bestemming ‘Woongebied’ beperkingen zijn opgenomen voor de bouwmogelijkheden nabij bestaande woningen.

Dit betreft: hoogtebeperking tot maximaal 3 bouwlagen in een zone van 50 meter van de bestemming ‘Wonen’ en hiervoor tevens een afstand aan te houden van 175 meter vanaf de wegas van de linten langs de Middelweg, Bredeweg en 3e Tochtweg/Knibbelweg; geen gebouwen toegestaan in een zone van 5 meter van de bestemming ‘Wonen’; en 2. een voorwaarde is toegevoegd dat in het kader van de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een gebouw advies wordt gevraagd aan een door het college van B&W in te stellen Supervisor, die ook beoordeelt of er sprake is van een samenhangend en passende stedenbouwkundige opzet. De aparte bestemming ‘Wonen’ is gegeven aan de bestaande woonbebouwing in het gebied. Met bovenstaande aanpassing wordt gestreefd naar een voldoende afstand tot bestaande functies en een

24

Wijziging bestemmingsplan ja/nee ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

geleidelijke overgang van bestaande bebouwing naar het nieuw te ontwikkelen dorp.

2

3

Locatiekeuze Vanwege de hogere draagkracht is de grootste dichtheid aan nieuwbouwwoningen op de kreekrug voorzien, wat samenvalt met het centrum van de ontwikkeling met een gemiddelde woningdichtheid van 30 tot 50 woningen van toepassing is. In de toelichting op blz. 4 is gemotiveerd dat, hoewel het gebied beperkt hoger ligt dan het omliggende gebied, vanwege de meer kleiige bodemsamenstelling, het een steviger grondslag biedt dan het omliggende gebied met een meer veenachtige ondergrond. Reclamant betwijfelt dit. In het Middengebied zijn meerdere kreekruggen en het hele gebied bestaat grotendeels uit klei en diepliggende veenlagen. Er zijn ook geen duidelijke kaarten die exact aangeven waar kreekruggen liggen. De toelichting volstaat niet als onderbouwing voor de gekozen ligging van het centrum.

Vrees voor Grondwateroverlast door ophoging plangebied Er is onvoldoende duidelijkheid over de gevolgen van de nieuwe woonwijk voor het waterpeil van de omliggende bestaande lintbebouwing. Uit de stukken blijkt dat bij de bestaande woonlinten op kavelniveau nader onderzoek wordt uitgevoerd om het nieuwe waterpeil mogelijk te maken. Daar waar dat niet mogelijk blijkt, zal gezocht worden naar een alternatieve maatwerkoplossing. Uitgangspunt is de bestaande woningen te behouden. Indien nodig is het opvijzelen van woningen een mogelijkheid en wanneer uit waterhuiskundig oogpunt het niet anders

Voor de algemene beantwoording over het detailniveau en het betrekken van de omgeving verwijzen we ook naar paragraaf 1.2. Er is onderzoek gedaan naar de historie, geologie en bodemgesteldheid in het kader van het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (2021). De betreffende onderzoeken zijn bijgevoegd onder agendapunt 10 van de raadsvergadering van 19 mei 2021: https://zuidplas.raadsinformatie.nl/vergadering/862609#ai_6028462

nee

Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de het onderzoek blijkt dat de kreekrug qua hoogteligging en draagdracht het meest geschikt is voor de bouw van het nieuwe dorp en de ligging van het centrum. Het locatie onderzoek is gebaseerd op historische kennis en kaarten van kreekruggen en ondergrond. De hogere historische ligging heeft directe en indirecte invloed op de draagkracht van het gebied (minder ophoging benodigd en een hogere korrelspanning-historie in deze gebieden) Ook het onderzoek van Deltares (voorbelastingen middengebied Zuidplaspolder, 2020) en het Masterplan worden de locatie van de kreekrug, de onderliggende kleilaag en de aanwezigheid van een dikkere veenlaag (uitgebreid) in het zuiden omschreven. Er zijn daarin ook kaarten toegevoegd. De keuze voor de meest geschikte locatie in het gebied is dus zeker gebaseerd op historische kennis en kaarten van kreekruggen en ondergrond, van beschikbare geotechnische gegevens, en op hogere draagkracht. Daarnaast zullen deze ondergrondgegevens nog verder worden gedetailleerd met aanvullende (grond)onderzoeken in de (nabije) toekomst.(

Het standpunt van het Hoogheemraadschap is verwoord in de zienswijze die zij heeft ingediend. Deze is terug te vinden in de beantwoording O3. Er is onderzoek uitgevoerd naar de bodemgesteldheid van het gebied en daarmee is een eerste inzicht in de bodemrisico's, waaronder stabiliteit, van de beoogde gebiedsingrepen verkregen. Op basis van dit inzicht zijn de gerefereerde (ontwerp)uitgangspunten geformuleerd en vastgesteld. De gemeente zal in de uitwerking van de opgave detailonderzoek uitvoeren en hierbij wordt het genoemde risico op verschuivingen in de

25

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

4

kan, is het amoveren van de woning een optie. De gevolgen van de ophoging van het plangebied en de grondwaterstand bij de bestaande woningen zijn ongewis en fnuikend voor reclamant. Hij zou graag het standpunt van het Hoogheemraadschap van Schieland vernemen over de handhaving van de bestaande bebouwing en het risico op grondwateroverlast. Niet duidelijk is of onderzoek is gedaan naar het risico op grondverschuivingen, wat reclamant onaanvaardbaar acht en niet in overeenstemming tot een goede ruimtelijke ordening. Geluids- en verkeersoverlast A. De ontwikkeling met nieuwe ontsluitingswegen houdt een forse toename in van autoverkeer en mobiliteit. Het uitgangspunt van eerst bewegen dan bouwen, met zo veel mogelijk gebruik maken van de aanwezige infrastructuur wordt hier niet gevolgd. B. De keuze voor een nieuwe rond- en ontsluitingsweg, direct naast de woonkavel van reclamant is onnavolgbaar. Eerst was de Middelweg verkeersluw gemaakt maar nu de eerste ontsluitingsweg met een busverbinding. Reclamant vraagt zich af of ook het landbouwverkeer via deze weg wordt ontsloten en of dit is meegenomen in het verkeersonderzoek. C. In de toelichting staat dat bij bestaande woningen mogelijk sprake zal zijn van indirecte geluidshinder als gevolg van verkeerstoename.

Het staat voor reclamant vast dat er sprake zal zijn van ernstige geluidshinder zowel in het woonhuis als in de tuin en vraagt zich af of het optredende geluidsniveau ook in de tuin is beoordeeld. De toename van de geluidsdepositie op de gevel van de woning is groter dan 5 dB en daarmee in principe ontoelaatbaar. Niet duidelijk is of te nemen geluidreducerende maatregelen verplicht worden voorgeschreven in het bestemmingsplan, wat wel zou moeten. D. Er zijn parkeerhubs voorzien aan de zijkanten van het nieuwe dorp en men overweegt om naast de rondweg parkeergelegenheid te maken. Naar verwachting leidt dit tot cumulatieve overlast voor de bestaande bewoners.

bodem, de zogenaamde stabiliteit, uitdrukkelijk ook nader beschouwd. De gemeente maar ook iedere andere mogelijke initiatiefnemer is gehouden aan het zorgvuldigheidsbeginsel indien zij werkzaamheden in het gebied wenst te verrichten. Dit betekent dat in de gebiedsontwikkeling gedetailleerd ontwerpuitwerking wordt gegeven aan de bodemingrepen, zettingen en stabiliteit in het algemeen en in relatie tot de bestaande lintbebouwing en eigendommen in het bijzonder. A. Het uitgangspunt ‘Eerst bewegen, dan bouwen’, zoals vastgesteld in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (2021), houdt in dat er mobiliteitsmaatregelen worden getroffen voordat onaanvaardbaar verkeersoverlast ontstaat. Dit uitgangspunt wordt toegepast in de fasegewijze ontwikkeling van het bestemmingsplangebied. In de eerste fase van de ontwikkeling wordt uitgegaan van gebruik van de (bestaande) Middelweg en een nieuwe ontsluitingsweg richting N219/Knibbelweg-Oost (richting A12). Deze ontsluiting is op basis van verkeersonderzoek aanvaardbaar voor de ontwikkeling van 4.500 woningen. Daarnaast komt er een derde ontsluitingsweg en neemt de gemeente aanvullende mobiliteitsmaatregelen (conform de Deelovereenkomst Mobiliteit (2023)), zodat de situatie ook na 4.500 woningen (tot in totaal 8.000 woningen) aanvaardbaar blijft.

Verder is de gemeente in overleg met provincie Zuid-Holland om vanaf het begin openbaar vervoer te laten rijden. Ook wordt er ingezet om het fietsroutenetwerk te verbeteren en wordt er geïnvesteerd in het aanbieden van deelmobiliteit vanaf de eerste fase. De ambitie van de gemeente is om deze duurzame mobiliteitsmaatregelen stapsgewijs en vooruitlopend op de bouw van de woningen te realiseren. Het beoogde effect van de duurzame mobiliteitsmaatregelen is het dempen van de totale toename van autoverkeersbewegingen. Ten opzichte van de huidige situatie zullen de verkeerseffecten uiteraard alsnog toenemen. Dit blijkt ook uit het onderzoek voor het bestemmingsplan en MER. Deze effecten zijn afgewogen tegen het landelijke, provinciale en regionale belang van de ontwikkeling van

26

ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

voldoende nieuwe woningen om aan het (grote) woningtekort te voldoen. Er moeten in Nederland ruim 961.000 nieuwe woningen worden gebouwd in 2030, waarvan nu nog ongeveer 150.000 nieuwe woningen in ZuidHolland. In het licht van het maatschappelijk belang acht de gemeente de ontstane effecten aanvaardbaar. Tevens wordt benadrukt dat, overal in het plangebied, aan de wettelijke normen wordt voldaan zodat sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat. B. De Middelweg was voorheen een belangrijke provinciale ontsluitingsweg. De Middelweg verloor deze functie binnen het wegennet met de realisatie van de N457/Moordrechtboog en werd daarom afgewaardeerd. Ten behoeve van de ontwikkeling van het Middengebied zal de functie (en het belang) van de Middelweg weer toenemen. Uit verkeersonderzoek blijkt dat de Middelweg één van drie noodzakelijke hoofdontsluitingswegen is voor bestemmingsplangebied, gelet op een aanvaardbare verkeerssituatie. De Middelweg zal binnen de bebouwde kom een snelheidsregime van 30 km/u krijgen en daarop worden ingericht. De Middelweg zal in de toekomst ook geen doorgaande weg door het bestemmingsplangebied zijn: de Groene Slinger rond het dorp is het alternatief. Buiten de bebouwde kom is een inrichting van de Middelweg als gebiedsontsluitingsweg met een snelheidsregime van 60 km/u voorzien.

Dit past goed bij de (huidige en toekomstige) functie van de weg in relatie tot de aanwezige erf- en perceelaansluitingen. De weg blijft ook beschikbaar voor landbouwverkeer. De effecten van deze functiewijzigingen van de Middelweg is meegenomen in het MER en is meegewogen in de besluitvorming over het bestemmingsplan. In het vervolg zal een nadere uitwerking van het nieuwe profiel van de Middelweg worden opgesteld, waarbij sprake moet zijn van een verkeersveilige en geloofwaardige weginrichting voor alle weggebruikers. C. De geluidbelastingen zijn voor het bestemmingsplan beoordeeld ter plaatse van de gevel van de woningen in het gebied. In de wetgeving zijn woningen beschermd tegen een te hoge geluidbelasting. Buitenruimten

27

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

zijn niet meegenomen in de beoordeling omdat dit geen onderdeel is van de wetgeving. Voor een deel van de Middelweg zal een toename van het verkeer ontstaan als gevolg van de ontwikkeling van het bestemmingsplangebied. Ter hoogte van de woning van reclamant zal de Middelweg geen doorgaande weg worden. Dit deel van de Middelweg is alleen bedoeld voor bestemmingsverkeer (de woningen/bedrijven langs de Middelweg). Al het overige verkeer wordt over de Groene Slinger geleid. Daarnaast wordt het snelheidsregime op dit deel van de Middelweg verlaagd naar 30 km/u. Hierdoor zal de geluidbelasting ten gevolge van de Middelweg op dit deel van de weg juist afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Op een ander deel van de Middelweg is wel sprake van een toename van het verkeer (op het gedeelte richting de A20). Daar ontstaat een toename van het geluid van ongeveer 6 dB. Omdat dit meer dan 5 dB is, wordt op dat wegvak een bronmaatregel (een maatregel ter plaatse van de weg, waar de geluidemissie ontstaat) toegepast. Dit wordt, naar aanleiding van onder meer deze en andere zienswijzen, geborgd in de bestemmingsplanregels.

5

Klimaatneutraal / gezonde lucht A. Het is reclamant onduidelijk hoe het streven om de CO2-uitstoot zo laag mogelijk te houden wordt ingevuld. De doelstelling is om net zo veel energie op te wekken via zon en aquathermie als het dorp gebruikt. Reclamant vraagt zich af of er onderzoek is gedaan naar de gevolgen van aquathermie voor de bodemstructuur.

D. De Groene Slinger van het dorp heeft een belangrijke ontsluitende functie, met de daarbij behorende verkeersintensiteiten. De Groene Slinger zal, net zoals de rest van de bebouwde kom, met een snelheidsregime van 30 km/u worden ingericht. De exacte inrichting hiervan is een ontwerpopgave voor het vervolg. Het mogelijk realiseren van parkeerplaatsen langs de Groene Slinger zal niet leiden tot onaanvaardbare geluidsbelasting voor bewoners. De verkeersintensiteiten op deze weg worden door het toevoegen van parkeerplaatsen namelijk niet anders en de verkeersintensiteiten bepalen de geluidbelasting vanaf de weg. A. Er zijn verschillende manieren waarop wordt geprobeerd de CO2uitstoot zoveel mogelijk te beperken. De energievoorziening wordt zoveel mogelijk fossielvrij gemaakt. Nieuwbouwwoningen worden zonder gasaansluiting opgeleverd. Daarnaast draagt het plan bij aan het opwekken van fossielvrije energie (o.a. door middel van de zonnepanelen in het plan). Door zoveel mogelijk woningen/gebouwen modulair (prefab1) te bouwen kunnen veel transportbewegingen in de realisatiefase worden voorkomen. Ook de aanleg van een pijpleiding om in de realisatiefase

28

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

B. Uit het MER Deelrapport luchtkwaliteit blijkt dat het plan leidt tot een lichte verslechtering van de luchtkwaliteit in het plangebied. In de toelichting staat dat niet wordt voldaan aan de geactualiseerde advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2021 voor fijnstof en stikstofdioxide. Reclamant acht het een gemiste kans dat de raad kennelijk de nieuwe waarden naast zich neer legt. Nu de gemeente deelnemer is van het gesloten Schone Lucht Akkoord (SLA), waarin is afgesproken de gezondheidseffecten van luchtvervuiling door Nederlandse bronnen in 2030 met 50% te verminderen had een andere opstelling voor de hand gelegen

zand naar het gebied te transporteren, draagt bij aan het beperken van de transportbewegingen en daarmee de CO2-uitstoot in die fase. Ook het uitvoeren van woningen als houtbouw beperkt de CO2-uitstoot in vergelijking met traditionele bouw. Het beoogde systeem aquathermie is een gesloten systeem en zal derhalve geen invloed of gevolgen hebben voor de bodemstructuur. B. Uit het onderzoek voor het bestemmingsplan en MER blijkt inderdaad dat er een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit ontstaat. Het effect is afgewogen tegen het landelijke, provinciale en regionale belang van de ontwikkeling van voldoende nieuwe woningen om aan het (grote) woningtekort te voldoen. Er moeten in Nederland ruim 961.000 nieuwe woningen worden gebouwd in 2030, waarvan nu nog ongeveer 150.000 nieuwe woningen in Zuid-Holland. In het licht van het maatschappelijk belang acht de gemeente de ontstane luchtkwaliteit aanvaardbaar. Er wordt tevens voldaan aan de eisen uit de Wet milieubeheer en het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dat neemt niet weg dat de gemeente nog steeds staat achter de ondertekening van het Schone Lucht Akkoord (SLA). De gemeente streeft nog steeds naar een reductie van de emissies, zoals fijnstof en stikstofdioxide. Dit doet de gemeente door gezondheid en luchtkwaliteit mee te nemen in de diverse beleids- en uitvoeringsplannen waaraan gewerkt wordt.

Als onderdeel van het SLA zijn een hele set verplichte maatregelen benoemd, waar deelnemers mee aan de slag moeten. Daarnaast kunnen deelnemers aanvullende maatregelen benoemen. Veel van de verplichte maatregelen zijn door de gemeente in uitvoering genomen. Daarnaast worden er een aantal aanvullende maatregelen uitgewerkt. Voorbeelden zijn maatregelen om de huidige autoverkeersbeweging in de gemeente te verminderen, de emissie van bedrijven met grote emissies te verminderen en het verminderen van houtstook binnen de gemeente. Voor de ambities op dit gebied verwijst de gemeente ook naar de vastgestelde Nota van Uitgangspunten (2023). 1 Prefab is de afkorting van prefabricated (vooraf gebouwd). De naam

verwijst dus naar de manier van bouwen. Een prefab woning komt in

29

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

delen op het bouwterrein aan en wordt vervolgens op de uiteindelijke standplaats in elkaar gezet tot de uiteindelijke woning

6

Strijd met provinciaal beleid Op grond van het artikel 6.9 van de Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit. Bij de ontwikkeling van het Vijfde dorp wordt ingezet op een dorps en landelijk woonmilieu maar de voorgestane bebouwingsdichtheid van 50 woningen per hectare hoort veeleer thuis in een stedelijk plan. Reclamant concludeert dat de ruimtelijke opzet van het centrum niet past in het provinciaal beleid.

De provincie heeft op 12 oktober 2022 de Herziening Omgevingsbeleid Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder vastgesteld. Daarbij is het bestemmingsplangebied opgenomen op kaart 19 Grootschalige buitenstedelijke bouwlocaties. Hierbij moet de gemeente voldoen aan artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen.

nee

Artikel 6.10 geeft ook aan dat een plan voor een grootschalige ontwikkeling rekening houdt met een zo groot mogelijke dichtheid. Artikel 6.9, lid 3 geeft aan dat artikel 6.9 niet geldt voor aangewezen stedelijke ontwikkelingen. Een dergelijke buitenstedelijke bouwlocatie zorgt uiteraard voor een nieuwe gebiedsidentiteit. Met de provincie zijn tevens bestuurlijke afspraken gemaakt over de ontwikkeling van het bestemmingsplangebied waaronder de woningaantallen alsmede de gemiddelde woningdichtheden. Het plan is derhalve niet in strijd met het provinciale beleid. Voorts merkt de gemeente op dat de gemiddelde woningbouwdichtheid van het ‘Woongebied’ 30 per hectare is. Alleen in het centrum van het woongebied worden hogere dichtheden voorzien.

7

Belangenafweging Reclamant is van mening dat onvoldoende rekening wordt gehouden met zijn belangen en dat de raad ten onrechte de belangen niet heeft afgewogen of de toegestane bebouwing en maximale bouwhoogte ook daadwerkelijk overal ruimtelijk aanvaardbaar is. Het is daarbij de bevoegdheid van uw raad om de ruimtelijke ordening in de gemeente vast te stellen. Het voorliggende ontwerpplan gaat daaraan voorbij en legt te veel vrijheid bij het college. Het ontwerpplan getuigt van een onzorgvuldige en onevenwichtige afweging van belangen en strekt niet ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het ontwerp is in dit opzicht in strijd met de rechtszekerheid en is niet in overeenstemming met art 7c, eerste lid, onder a en b, van de criteria in het Besluit Chw.

Bij de beantwoording van punt 1 is aangegeven waarom er is gekozen voor een Chw bestemmingsplan. Daarnaast wordt in dit bestemmingsplan een goede afweging gemaakt met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit en vindt er altijd een zorgvuldige afweging van verschillende belangen plaats. Naar aanleiding van de verschillende zienswijzen is het bestemmingsplan ten aanzien van de bebouwing ook aangepast. In artikel 7c, eerste lid onder a en b van de Chw wordt beschreven dat, in aanvulling op artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, ook regels mogen worden gesteld ten behoeve van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het doelmatig

30

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

beheren, gebruiken en ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies.

8

Waardevermindering / uitkoop De woning van reclamant is uit 1903 en niet onderheid. Reclamant voorziet forse schade aan de woning door trillingen van de bouw- en aanlegwerkzaamheden, grondwater en verkeer dat over de nieuwe rondleiding rijdt. Tevens komen de voor de centrumfunctie beoogde woningen en de rondweg te dicht bij zijn perceel. Dit heeft gevolgen voor leefbaarheid en constructieve kwaliteit van de woning. Reclamant is van mening dat de nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning groter is en dat de raad hier een groter gewicht aan dient toe te kennen. Daarbij verwacht hij dat de plannen negatieve invloed zullen hebben voor de verkoopbaarheid van de woning. Wanneer de keus aan bewoners wordt gelaten om te worden uitgekocht of te worden verplaatst, zou reclamant willen worden uitgekocht door de gemeente. Niet uitgesloten is dat dit gunstiger uitpakt voor de gemeente.

In dit bestemmingsplan, samen met de onlangs vastgestelde Nota van Uitgangspunten (2023), is er een goede afweging gemaakt voor de invulling van dit gebied en hoe een veilige en gezonde leefomgeving gewaarborgd wordt. De gemeente is zich bewust van de kwetsbaarheid van bestaande eigendommen in het gebied. Voorafgaand aan de aanvang van werkzaamheden wordt er daarom zorgvuldig opname gedaan van de panden teneinde allereerst en zo mogelijk maatregelen te nemen ter voorkoming van overlast en schade. Of dit nodig is en kan, en of het maatregelen betreft aan de woning of aan de uitvoeringswijze van werkzaamheden, hangt af van de lokale situatie. Vervolgens wordt er per perceel en pand ten tijde van de uitvoering een monitoring uitgevoerd op diverse aspecten zoals trillingen en wateroverlast zodat er bij herleidbare schade ten gevolge van de werkzaamheden herstel of vergoeding plaats kan vinden.

nee

Ten aanzien van mogelijke waardedaling van de woning bestaat de mogelijkheid om een verzoek tot tegemoetkoming in planschade/nadeelcompensatie* in te dienen. *Onder de Omgevingswet is de term planschade vervangen door de term nadeelcompensatie. Schade als gevolg van het vaststellen van het bestemmingsplan valt onder de planschaderegeling. Schade als gevolg van verleende omgevingsvergunningen valt onder de nadeelcompensatieregeling omdat deze omgevingsvergunningen allemaal na invoering van de Omgevingswet aangevraagd en verleend zullen worden. CONCLUSIE

Deze reactie leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nummer

Nummer gemeente

Datum indiening

31

Datum binnenkomst gemeente

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’ R4 – Reclamant 4

Corsanummer E23.005417

11 oktober 2023

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

2

3

Bestemmingsplan in strijd met plan reclamant voor boerderij met maatschappelijke functie. Reclamant is van mening dat te weinig rekening is gehouden met hem, zijn bedrijf en zijn eigendommen. Sedert jaren is hij in gesprek met de gemeente voor behoud van de agrarische functie van zijn bedrijf met cultuurhistorische boerderij en uitbreiding naar een maatschappelijke/ openbare functie. Te denken valt aan een voedselbos, pluktuin, theehuis en bed & breakfast. Reclamant juicht toe dat in de nabijheid een bos wordt ontwikkeld maar niet dat dit verwatert door oneigenlijke functies als landgoederen en (met name) een sportpark. Reclamant wil als voedselbos een groen hoefijzer om de gebouwen, wat goed is voor reductie CO2 en Stikstof. Daarbij wil hij zonnepanelen op de wal rondom de bestaande paardenbak en vraagt hij om een kleinschalige manege en om logeren bij de boerderij mogelijk te maken. Uitruil gronden Reclamant wil dat het voornemen om op grote delen van zijn eigendom een sportpark te realiseren wordt geschrapt. In het geval het sportpark door moet gaan, is reclamant bereid zijn deel aan de gemeente ter beschikking te stellen wanneer hij daar eigendom en bijvoorbeeld planologische mogelijkheden voor terugkrijgt

Agrarische bestemming, functies uitbreiden Reclamant constateert dat B&W grote delen van zijn eigendom en andere door hem in gebruik zijnde gronden niet langer agrarisch wenst te bestemmen. Wanneer verkleining van het agrarisch gebied nodig is voor de door gemeente beoogde ontwikkeling is reclamant hiertegen. Van gronden die nu agrarisch zijn bestemd heeft reclamant slechts ongeveer de helft in eigendom. Het ontwerpplan bepaalt bij deze bestemming dat uitsluitend daar een grondgebonden bedrijfsmatige

11 oktober 2023

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

De precieze ligging van het sportpark zal nog met reclamant bij verdere uitwerking van het Koning Willem I bos worden afgestemd. De ligging van het sportpark, circa 2 ha groot, zal wel binnen de functieaanduiding ‘Sport’ van het bestemmingsplan worden gezocht. Voor elke nieuwe ontwikkeling geldt dat hiervoor aangetoond moet zijn dat hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een gedegen afweging. In het kader van de ontwikkeling van het plangebied zal nader bekeken worden hoe deze gronden ontwikkeld gaan worden.

Wijziging bestemmingsplan ja/nee nee

De gemeente heeft met reclamant gesprekken gevoerd en constateert dat de nu voorliggende plannen van reclamant qua schaal, functie en maat niet passen binnen de ontwikkeling van het plangebied.

De gemeente gaat de locatie en de omvang van de functieaanduiding ‘Sport’ niet aanpassen in het bestemmingsplan. De keuze voor deze aanduiding is het resultaat van een integrale afweging bij de planvorming en is vastgelegd in het Masterplan Middengebied en de Nota van Uitgangspunten (2023). De gemeente heeft voorts met reclamant gesprekken gevoerd over het planvoornemen. De gemeente zal deze gesprekken met reclamant verder voeren en zal hierbij ook de mogelijkheden van een grondruil in combinatie met eventuele plannen van reclamant onderzoeken. De gemeente zal, (onder meer) naar aanleiding van deze zienswijze, een wijzigingsbevoegdheid opnemen voor de bestemming ‘Agrarisch’ waarmee in de toekomst het gebruik kan veranderen naar een bestemming passend bij de omgeving. De gemeente is van mening dat daarmee voldoende perspectief kan worden geboden voor een andere functie op de locatie welke past bij de schaal en maat van het terrein.

32

nee

ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

4

agrarische onderneming mag worden geëxploiteerd. Reclamant ziet niet in hoe op een dergelijk klein terrein een dergelijke agrarische exploitatie mogelijk is. Door deze niet voorziene wijziging ervaart reclamant dat de met B&W gevoerde gesprekken zinloos zijn geweest. Wanneer een dergelijk klein terrein resteert, wenst reclamant naast de bedrijfsmatige agrarische functie ook een hobbymatige agrarische bestemming en een woonbestemming. De door reclamant eerdergenoemde gewenste groene hoefijzer kan dan tevens de functie krijgen van licht- en geluidwering vanaf het sportpark en de mogelijkheid de cultuurhistorische bebouwing in te passen in het landschap. Om dit binnen de agrarische bestemming mogelijk te maken zou dan ook bomenteelt moeten worden toegestaan. Nader gesprek gewenst. Reclamant is uiteraard bereid zijn zienswijze mondeling toe te lichten. Omdat naar zijn beleving, het ontwerpplan te weinig rekening houdt met de plannen die hij de afgelopen jaren heeft gepresenteerd, gaat hij ervan uit dat zo’n gesprek plaats zal vinden.

In het Masterplan was reeds sprake van de ontwikkeling van het bos en sportvoorzieningen op de gronden van reclamant. Daarmee was een wijziging in de bestemming te voorzien. Voor elke nieuwe ontwikkeling geldt dat hiervoor aangetoond moet zijn dat hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een gedegen afweging. In het kader van de ontwikkeling van het plangebied zal nader bekeken worden hoe deze gronden ontwikkeld gaan worden.

De gemeente zal de gesprekken met reclamant voortzetten om nader te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om de plannen de plannen van de gemeente en van reclamant, in een aangepaste vorm, te kunnen realiseren.

nee

Deze reactie leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nummer R5 – Reclamant 5

Nummer gemeente Corsanummer E23.005428

Datum indiening 12 oktober 2023

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

Verkeersveiligheid Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bereikbaarheid sportvoorzieningen, alsmede sportstimulering verzoek ik u om er zorg voor te dragen dat in een volgende fase van het bestemmingsplan de 2 ha sportvoorziening die is ingetekend in het ontwerpbestemmingsplan Chw bestemming Middengebied Zuidplaspolder goed bereikbaar is voor

Datum binnenkomst gemeente 12 oktober 2023

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

De gemeente zal in het vervolg nadere verkeerskundige uitwerkingen van het plan maken, waarin rekening wordt gehouden met verkeersveiligheid en bereikbaarheid, in lijn met de Deelovereenkomst Mobiliteit (2023). Conform het STOMP-principe dat gehanteerd wordt bij de ontwikkeling van het plangebied zet de gemeente hoog in op actieve vormen van mobiliteit (stappen en trappen).

33

Wijziging bestemmingsplan ja/nee nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

(jonge) kinderen op de fiets, vanuit het Vijfde Dorp zelf alsmede vanuit de andere 4 dorpskernen.

2

Veilige oversteekplaatsen (samenvatting) De sportvoorzieningen zijn ingetekend buiten de “Groene Slinger”. Het is zaak om rekening te houden met veilige oversteekplaatsen voor fietsers zodat niet de behoefte ontstaat om toch met de auto naar de sportvoorzieningen te gaan. Om er zorg voor te dragen dat het voor autoverkeer niet te veel hinder geeft valt te overwegen om hiervoor gebruik te maken van voetgangers-/fietstunnels en/of bruggen.

De gemeente onderzoekt tevens de realisatie van een gemeentebreed fietsroutenetwerk, waar ook het plangebied in wordt meegenomen. Dit met het oog op een goede verbinding van het plangebied met de andere vier dorpskernen in de gemeente en de kernen/bestemmingen daarbuiten. Reclamant noemt een goed aandachtspunt waar rekening mee gehouden wordt in de nadere uitwerking van de plannen. De gemeente neemt kennis van de meegegeven overweging ten aanzien van ongelijkvloerse kruisingen (tunnels of bruggen) voor voetgangers en fietsers.

nee

CONCLUSIE Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Nummer R6 – Reclamant 6

Nummer gemeente Corsanummer E23.005509

Datum indiening 18 oktober 2023

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

Ontsluiting De aansluiting op de snelwegen A12 en A20 en de N219 is een probleem. In de praktijk staan de snelwegen en de N219 elke morgen en middag vast.

Datum binnenkomst gemeente 19 oktober 2023

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

In de verkeersberekeningen die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan en MER is rekening gehouden met de autonome ontwikkeling van het verkeer. De autonome ontwikkeling is de verwachte toename van verkeersbewegingen zonder de ontwikkeling van het bestemmingsplangebied. De verkeersdruk op de N219 en (de aansluitingen op) de snelwegen A12 en A20 komen hierin naar voren. In de Deelovereenkomst Mobiliteit (2023) heeft de gemeente met andere overheden afspraken vastgelegd om op of nabij deze wegen maatregelen te realiseren, met oog op de toename van verkeersbewegingen door de ontwikkeling van het bestemmingsplangebied. Ook zet de gemeente zich in voor het optimaliseren van het huidige wegennet, om de algehele doorstroming op deze wegen te verbeteren. De gemeente zal de autonome ontwikkeling, als gevolg van alle ontwikkelingen in de hele regio, echter niet zelfstandig (kunnen) oplossen.

34

Wijziging bestemmingsplan ja/nee nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

2

Woningen per ha Het aantal woningen per ha wordt steeds verder opgeschroefd, dan verdwijnt het dorps karakter vanzelf in een stads karakter.

Voor een algemeen antwoord over de situatie rondom de N219 verwijzen we naar de algemene beantwoording. Dorpse kwaliteit wordt enerzijds bepaald door ruimtelijke uitstraling, en anderzijds door de sociaal-maatschappelijke beleving daarvan. De kwaliteiten die bijdragen aan de dorpse ervaring van het nieuwe dorp zijn dan ook stedenbouwkundig en sociologisch onderzocht en uitgewerkt. In deze uitwerking van wat het nieuwe dorp ‘dorps’ maakt heeft de gemeente onder andere een socioloog geraadpleegd.

nee

De keuze voor een nieuw dorp met dorpse kwaliteit heeft er mede toe geleid dat de woningbouwdichtheden en bouwhoogtes zijn gemaximeerd. Verder is gekeken naar vergelijkbare woningbouwdichtheden in dorpen in de omgeving.

3

Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt steeds verder naar beneden bijgesteld. Het gemiddelde autobezit van een gezin is 2 auto’s. Dit zou de norm moeten zijn. Reclamant verwacht een enorm parkeerprobleem als dit niet de norm gaat zijn. Daarbij zouden de meeste woningen een eigen parkeerplaats moeten krijgen. Dan kunnen de auto’s opladen via de zonnepanelen en tevens kunnen dienen als thuisbatterij.

Naast woningbouwdichtheid en hoogbouw, is beleving vanaf de straat bepalend of iets dorps oogt of niet. Deze dorpse kwaliteit wordt in het nieuwe dorp bereikt met afwisseling in gevelbeeld, beperking in straatlengtes en krommingen hierin, inrichting van de openbare ruimte en parkeren zoveel als mogelijk uit het straatbeeld. Daarnaast moeten de beoogde voorzieningen (commercieel en maatschappelijk) in het nieuwe dorp bijdragen aan gemeenschapszin en een sterk verenigingsleven. Uiteindelijk is de dorpse kwaliteit iets dat wordt beleefd door bewoners en gebruikers. De ambitie van de gemeente is om duurzaam mobiliteitsgedrag te stimuleren, met als gevolg dat bewoners van het nieuwe dorp minder auto’s bezitten en/of gebruiken. Dat betekent dat er voldoende alternatieven voor de auto aanwezig moeten zijn. Dit kan in de vorm van goede busverbindingen en doorfietsroutes. Pas als die voorzieningen er zijn, kan het aantal parkeerplaatsen naar beneden worden bijgesteld. Door van tevoren duidelijk te communiceren dat dit voor de gemeente een ambitie is en hoe hierop wordt ingezet, weten potentiële nieuwe bewoners wat ze kunnen verwachten. Door als uitgangspunt de ´Nota maatwerk parkeren Middengebied´ te hanteren, kan flexibel met het aantal parkeerplaatsen worden omgegaan.

Deze nota gaat in de basis uit van de Parkeernota Zuidplas 2019, wat de mogelijkheid biedt om in het begin uit te gaan van een hoog aantal parkeerplaatsen per woningen. Op basis van het voldoen aan specifieke

35

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

uitgangspunten en voorwaarden is een reductiepercentage op de daarin opgenomen parkeernormen mogelijk. Met andere woorden: wordt niet voldaan aan de uitgangspunten en voorwaarden, dan wordt er geen reductie toegepast.

4

Financiën Reclamant heeft gehoord over het verlies van 6 miljoen op de exploitatie en vraagt zich af waar het geld vandaan moet komen. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de burgers hiervoor opdraaien door een verhoging van de onroerendzaakbelasting.

5

8.000 woningen Als er dan toch 8.000 woningen gebouwd moeten worden verdeel deze dan over de 4 bestaande dorpen. Daar zijn de basisvoorzieningen al aanwezig.

Een andere maatregel om duurzame mobiliteit te stimuleren is het op enige afstand van de woning (80% van woningen op maximaal 200 meter) plaatsen van centrale parkeerhubs. Op deze parkeerhubs kan centraal worden voorzien in voldoende laadpalen. Of daarbij een combinatie met zonnepanelen en buurtbatterijen mogelijk zijn wordt nog nader onderzocht. De gemeenteraad heeft een grondexploitatie voor de eerste fase van de ontwikkeling van het bestemmingsplangebied vastgesteld, waarbij sprake is van een negatief resultaat van circa 6 miljoen euro. De gemeenteraad heeft bij eerdere besluitvorming al middelen gereserveerd voor de ontwikkeling van het Middengebied en zet deze middelen in ter dekking van het negatieve resultaat van de grondexploitatie. De onroerendezaakbelasting (OZB) wordt dan ook niet verhoogd om dit tekort te dekken. Uitbreiding aan de bestaande dorpen is onderzocht en kan niet in voldoende mate voorzien in de woningbouwopgave die nodig is binnen de gemeente en de bredere regio. Voorts is er met de vaststelling van het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (2021) de bestuurlijk-politieke afweging gemaakt om een nieuw dorp te realiseren met een passend (basis)voorzieningenniveau. CONCLUSIE

Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

36

nee

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

Nummer R7 – Reclamant 7

Nummer gemeente Corsanummer E23.005453 en I23.003576

Datum indiening 16 oktober 2023

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

Reclamant is bezorgd over de voorlopige bestemmingen die grote onzekerheid en beperkingen met zich meebrengen voor hun bedrijfsvoering. Ze vragen om ofwel het behoud van de huidige bestemming zonder latere wijziging in 2033 of om direct een definitieve bestemming vast te stellen zonder de voorlopige beperkingen. Ze willen voorkomen dat hun bedrijf in de komende tien jaar wordt belemmerd in ontwikkeling en groei door de beperkingen die het ontwerpbestemmingsplan oplegt.  Locatie 1: Omvat het erf, gebouwen en omliggende landerijen aan de Noord Ringdijk in Moordrecht. Het plan beperkt de agrarische bouwkavel voor een periode van tien jaar, wat de bedrijfsvoering ernstig beperkt.  Locatie 2: Betreft landerijen tussen de Rijksweg A20 en de Rijn Gouwespoorlijn. De bestemming is onduidelijk door een voorlopige aanduiding ('Bos-voorlopig 2') tot minstens 2033, wat zorgt voor onzekerheid over toekomstige activiteiten.  Locatie 3: Betreft landerijen tussen de Vijfde Tochtweg en de Rijn Gouwespoorlijn, met een enkelvoudige bestemming als bedrijventerrein.

Datum binnenkomst gemeente 16 oktober 2023

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente De gemeente begrijpt uw zorgen. Gelet op de behoefte aan bedrijventerrein, het provinciale beleid en de regionale programmering van bedrijventerreinen kiest de gemeente ervoor om de twee nieuwe bedrijventerreinen gefaseerd te ontwikkelen. Het onderzoek naar de behoefte aan bedrijventerreinen heeft uitgewezen dat er de benodigde marktruimte is. De behoefteraming van de provincie en de regio onderbouwen de kwantitatieve behoefte naar nieuwe bedrijventerreinen in de gemeente. Voorts zijn de bedrijventerreinen door de provincie opgenomen in het omgevingsbeleid, met de vaststelling van de Herziening Omgevingsbeleid Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder op 12 oktober 2022. Omdat dit Chw bestemmingsplan een planhorizon kent van circa 20 jaar, is ook het tweede bedrijventerrein al opgenomen in de planregeling. Hierdoor kan door de gemeente zo veel mogelijk duidelijkheid worden geven omtrent onze de plannen voor de langere termijn, in plaats van mogelijke verrassingen gaandeweg de planontwikkeling. Met de gekozen voorlopige bestemming is het een gegeven dat de bestemming op locatie 1 (Noord Ringdijk Moordrecht) wijzigt naar bedrijventerrein per 1 januari 2033. Die bestemmingswijziging vindt automatisch plaats, daar is geen nieuw besluit meer voor nodig.

De gekozen regeling biedt daarnaast ook voor de situatie tot 1 januari 2033 een adequate planologische regeling, waarmee het huidige gebruik kan worden voortgezet. De bestaande bedrijfsvoering wordt dan ook niet belemmerd. Als per 1 januari 2033 de wens bestaat om het bestaande gebruik nog door te laten gaan, kan het college van B&W daartoe besluiten. Dit mag tot uiterlijk 10 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. Voor locatie 1 is gekozen voor het handhaven van de voorlopige

37

Wijziging bestemmingsplan ja/nee ja

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

bestemming omdat hier voldoende zekerheid bestaat over de toekomstige invulling met de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Ook het bosgebied/energielandschap, waar locatie 2 ligt, wordt gefaseerd ontwikkeld. Omdat nog onduidelijk is welke energieopwek uiteindelijk benodigd is voor het nieuwe dorp zal de gemeente nauw gaan monitoren wat er na ontwikkeling van het eerste energielandschap benodigd is aan aanvullend energielandschap voor het totale dorp. Pas dan kan van locatie 2 bepaald worden of de gronden benodigd zijn voor de (gedeeltelijke) ontwikkeling een energielandschap of voor de ontwikkeling van het bos. De gemeente zal dan ook voor locatie 2 de huidige bestemming ‘Agrarisch met waarden’ terugbrengen. Een eventuele toekomstige ontwikkeling zal een eigen ruimtelijke procedure doorlopen door middel van een wijziging omgevingsplan of het doorlopen van een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA).

2

Bestemming Bedrijventerrein – Agrarisch voorlopig beperkt bedrijfsvoering Door de voorgestelde wijze van voorlopig bestemmen is de agrarische bouwkavel weg bestemd en zal het overgangsrecht van toepassing zijn op grond van art 34. Dit beperkt de bedrijfsvoering en ontwikkeling voor een periode van 10 jaar ernstig. Voor reclamanten is de voorgestelde wijze om op termijn tot een ander gebruik te komen een niet begaanbare weg. Verzocht wordt een keuze te maken tussen de huidige bestemming zonder wijziging in 2033 of het direct opnemen van de toekomstige bestemming. Dit om te voorkomen dat het bedrijf in de komende 10 jaar ten onder gaat.

Voor de gronden van locatie 3 is een ontwikkeling tot bedrijventerrein voorzien die al in de periode vóór 2033 gerealiseerd kan worden. De huidige bestemming is daar vervangen door een nieuwe bestemming die aansluit op de beoogde ontwikkeling. Het bestaande gebruik is ter plaatse dus ‘wegbestemd’ en valt daarmee onder het overgangsrecht zoals dat is opgenomen in artikel 35 van de regels van het bestemmingsplan Voor de gronden die zijn bestemd als ‘Bedrijventerrein – Agrarisch voorlopig’ wordt tot 1 januari 2033 de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ gehanteerd. Hier gelden dus ook de regels van deze bestemming. Vanaf 1 januari 2033 zal deze bestemming overgaan op ‘Bedrijventerrein’ en zullen de regels uit artikel 7 van toepassing zijn. Gelet op de behoefte aan bedrijventerrein, het provinciale beleid en de regionale programmering van bedrijventerreinen kiest de gemeente om de twee nieuwe bedrijventerreinen gefaseerd te ontwikkelen. Het onderzoek naar de behoefte aan bedrijventerreinen heeft uitgewezen dat er de benodigde marktruimte is. Omdat dit Chw bestemmingsplan een planhorizon kent van 20 jaar, is ook het tweede bedrijventerrein al opgenomen in de planregeling. Met de gekozen voorlopige bestemming is het een gegeven dat de

38

nee

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

3

Bestemming Bos- Voorlopig 2 beperkt bedrijfsvoering De bestemmingsplanmaker lijkt geen helder beeld te hebben van de gewenste activiteiten. In art. 20.3.1 staat wat onder BosEnergielandschap verstaan dient te worden, terwijl op de plankaart “Bos-voorlopig 2’ staat. Ook voor deze bestemming verwachten reclamanten langdurig in onzekerheid te blijven over wat en wanneer er qua gebruik in de komende planperiode gaat wijzigen. De ruimtelijke ordeningsstrategie lijkt op het samenvoegen van twee opvolgende bestemmingsplannen met in het laatste plan veel onzekerheden. Reclamanten zien dit niet als een goede ruimtelijke onderbouwing. Ook hier wordt verzocht geen voorlopige maar een definitieve bestemming op te leggen. Of pas een definitieve bestemming over een aantal jaar, wanneer wijziging van het gebruik binnen een redelijke termijn gewenst is.

4

Grondexploitatie en planschade Door de onzekerheid van de invulling na 10 jaar is het onmogelijk een grondexploitatie te maken of een oordeel te geven of een haalbare exploitatie mogelijk is. Dit geeft reclamanten onacceptabele risico’s en beperkingen voor de bedrijfsvoering. Hierdoor is het tijdig indienen van planschade, dat binnen vijf jaar na vaststelling van het plan dient plaats te vinden, niet te berekenen.

bestemming op de locatie wijzigt naar bedrijventerrein per 1 januari 2033. Die bestemmingswijziging vindt automatisch plaats, daar is geen nieuw besluit meer voor nodig. De gekozen regeling biedt daarnaast ook voor de situatie tot 1 januari 2033 een adequate planologische regeling, waarmee het huidige gebruik kan worden voortgezet. De bestaande bedrijfsvoering wordt dan ook niet belemmerd. Bij nieuwe investeringen of doorontwikkeling van het bedrijf is het dan ook raadzaam om rekening te houden met deze termijn. Als per 1 januari 2033 de wens bestaat om het bestaande gebruik nog door te laten gaan, kan de eigenaar hiertoe een aanvraag indienen. Het college van B&W kan daar dan toe besluiten, maar het gebruik kan niet langer doorgaan dan tot uiterlijk 10 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. Het bosgebied/energielandschap, met de bestemming ‘Bos Voorlopig 2’, wordt gefaseerd ontwikkeld. Omdat nog onduidelijk is welke energieopwek uiteindelijk benodigd is voor het nieuwe dorp zal de gemeente nauw gaan monitoren wat er na ontwikkeling van het eerste energielandschap benodigd is aan aanvullend energielandschap voor het totale dorp. Pas dan kan van de locatie bepaald worden of de gronden benodigd zijn voor de (gedeeltelijke) ontwikkeling een energielandschap of voor de ontwikkeling van het bos.

De gemeente zal dan ook voor deze locatie de huidige bestemming ‘Agrarisch met waarden’ terugbrengen. Een eventuele toekomstige ontwikkeling zal een eigen ruimtelijke procedure doorlopen door middel van een wijziging omgevingsplan of het doorlopen van een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA).

ja

nee Als omwonenden vinden dat zij schade lijden door de nieuwe ontwikkeling en de schade niet op een andere wijze is gecompenseerd, dan kunnen zij daarvoor een verzoek om planschade/nadeelcompensatie* indienen bij de gemeente. *Onder de Omgevingswet is de term planschade vervangen door de term nadeelcompensatie. Schade als gevolg van het vaststellen van het bestemmingsplan valt onder de planschaderegeling. Schade als gevolg van verleende omgevingsvergunningen valt onder de

39

Nota van Beantwoording (en wijziging) Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1’

nadeelcompensatieregeling omdat deze omgevingsvergunningen allemaal na invoering van de Omgevingswet aangevraagd en verleend zullen worden. 5

Plangebied beperken tot gebieden zonder voorlopige bestemming De bestemming Bedrijventerrein geeft een beter beeld over de gewenste ruimtelijke invulling voor de komende jaren dan de genoemde voorlopige bestemmingen. Verzocht wordt het bestemmingsplan te beperken tot die gebieden waar geen voorlopige bestemming voor is toebedacht. De voorlopige bestemmingen kunnen dan geschrapt worden of worden beperkt tot een bestemming die binnen afzienbare periode gerealiseerd gaat worden. Reclamanten hopen zo niet geconfronteerd te worden met de langdurige onzekerheid die het thans inzage gelegde plan met zich meebrengt.

Een ontwikkeling van deze omvang wordt over een langere planhorizon gerealiseerd. De Crisis- en herstelwet (Chw) biedt de mogelijkheid om een planregeling op te nemen om ontwikkelingen die de komende 20 jaar zijn voorzien, nu reeds te bestemmen. De fasering komt terug in de planregeling, waarbij voor de gronden met een voorlopige bestemming pas op middellange termijn (vanaf 1 januari 2033) een ontwikkeling is voorzien. Door deze gronden tijdelijk de bestemmen conform het huidige gebruik en per 1 januari 2033 conform de beoogde nieuwe bestemming, biedt de gemeente al vroegtijdig duidelijkheid over de bouw- en gebruiksmogelijkheden die er gelden en gaan ontstaan. Het niet meenemen van deze gronden in dit plan, terwijl er op grond van het gemeentelijke beleid wel een ontwikkeling is voorzien, leidt tot meer onzekerheid. De gemeente zal de bestemming van 1 locatie (Bos – Voorlopig 2) aanpassen naar de huidige agrarische bestemming. CONCLUSIE

ja

Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nummer R8 – Reclamant 8

Nummer gemeente Corsanummer E23.005460

Datum indiening 17 oktober 2023

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

1

Strijd met Novi prioriteiten en afwegingsprincipes De ontwikkeling van het Middengebied is in strijd met prioriteiten uit de Nationale Omgevingsvisie (Novi); ‘klimaatverandering’, ‘toekomstbestendig ontwikkelen’ en ‘sterke en gezonde stedelijke/dorpse ontwikkeling’. Door de klimaatverandering komen er, door te bouwen in de laagste polder van Nederland problemen door bodemdaling en

Datum binnenkomst gemeente 17 oktober 2023

REACTIE VAN GEMEENTE Beantwoording gemeente

De gemeente begrijpt de zorgen van reclamant ten aanzien van klimaatverandering, bodemdaling en waterhuishouding. Ondanks dat de locatie niet is benoemd in de NOVI zijn de thema's nadrukkelijk aandachtspunten van de gemeente bij de planvorming. Daarom is in de onderzoeken van het MER en het bestemmingsplan uitvoerig onderzocht wat de klimaatrisico’s zijn, wat de impact van de ontwikkeling is op de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002806/1