CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 26 Bijlage 23 MER Deelrapport Duurzaamheid A24.000190

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 131.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In het masterplan is nu niet genoeg ruimte in het energiepark voor een zonneweide van 57ha.

13/16

land om de energievraag te compenseren. Door een aanpassing van de energievraag van mobiliteit is de energie-productie op land bijgesteld. Totaal

07-07-2023

87 GWh/jaar

3 Toelichting op uitgangspunten voor de berekening Energie behoefte Woningen Voor de 2300 appartementen en 5700 eengezinswoningen is ingeschat wat de gebouwinstallaties aan energiegebruik hebben. Het gaat hierbij om het energiegebruik voor bijvoorbeeld de warmtepomp, de mechanische ventilatie en de verlichting. Daarnaast is het energiegebruik door huishoudelijke apparatuur ingeschat door middel van kentallen. Utiliteitsgebouwen Op basis van de gebruiksfunctie is gerekend met kentallen voor het energiegebruik per m2 beschikbaar oppervlak aan dak. Daarbij is rekening gehouden met gelaagde bouw. Mobiliteit Voor het opladen van auto’s is energie benodigd. In de berekening is een autobezit gehanteerd zoals die op dit moment in de gemeente gehanteerd wordt. Hiervoor is uitgegaan van 1,10 auto per huishouden. Dit is gebaseerd op de uitgangspunten van het VKA en de berekeningen uit het Mobiliteitsconcept voor het Middengebied. Infrastructuur Er is rekening gehouden met de energie behoefte van bijvoorbeeld gemalen en verlichting. Er is een inschatting gemaakt en gewerkt met kengetallen. Energie levering Zon op dak Er is uitgegaan van gemiddeld 3 panelen per dak voor de appartementen en gemiddeld 9 panelen per dak voor de grondgebonden woningen. Daarnaast is rekening gehouden met het dakoppervlak bij de bedrijven. Er is uitgegaan van een mix tussen oost-, west- en zuid opstelling.

Uitgangspunt bij de bedrijfsruimten is dat het bruto dakoppervlak de helft is van het gebruiksoppervlak (2 bouwlagen) en circa 80% van het bruto dakoppervlak beschikbaar voor PV-panelen (i.v.m. dakranden, installaties e.d.) beschikbaar is voor PV-panelen. Oriëntatie is mix van zuid, oost en west. Uitgangspunt bij de maatschappelijke functies gemiddeld 3 bouwlagen) en circa 60% van het bruto dakoppervlak. Zon op land Op dit moment is bij zonneparken een gemiddelde opbrengst van 1 MWp per hectare ofwel 1.000 MWh/ha haalbaar. Dit is een gebruikscijfer dat algemeen gehanteerd wordt. Daarbij is rekening gehouden met onderhoudspaden, trafo’s ed. Toelichting ruimtelijke inpassing zon op land (verschil berekening november 2022 t.o.v. april 2023) Op basis van bovenstaande berekeningen is voor energieneutraliteit 57 ha oppervlakte zonneveld benodigd. In de eerdere berekening (concept MER november 2022) was uitgegaan van 60 ha op basis van een totale energievraag

14/16

van 90 GWh. Het energielandschap heeft echter een maximale beschikbare oppervlakte van 35 ha. Indien rekening wordt gehouden met een landschappelijke inpassing, met onder andere een groene zone tussen de Watertuinen en het energielandschap, de nieuwe EVZ, de 4e tocht en de nieuwe Knibbelweg resteert er 32 ha voor de zonnepanelen binnen het energielandschap. Deze ruimtelijke inpassing wordt momenteel uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan.

07-07-2023

Dit betekent een opbrengst in het energielandschap, met een beschikbare oppervlakte van 32ha, van 32GWh/jr. Voor het invullen van energieneutraliteit conform het VKA betekent dit dat een extra oppervlakte voor zonnepanelen benodigd is van 57-32=25GWh/jr. Hiervoor is een oppervlakte benodigd van 25ha. In het VKA is het uitgangspunt dat dit in het zogeheten “Visje” wordt geplaatst, dat een oppervlakte heeft van in totaal 25ha. 4. Aanvullende opties Er zijn nog andere mogelijkheden voor invullen van de energiebalans. Deze opties zijn echter nog onzeker en daarom niet betrokken in het overzicht van de energiebalans. a. Innovaties: Indien aquathermie kan worden toegepast betekent dat dat de energie vraag door de warmtepomp wordt gereduceerd. Uitgaande van 8000 woningen betekent dat een reductie van maximaal 5GWh/jaar. Er is dan dus een energie vraag bij de woningen van 28GWh/jaar i.p.v. 33GWh/jaar. Nadere uitwerking van de businesscase voor aquathermie moet nog plaats vinden in samenwerking met Dunea. Vooralsnog wordt er daarom in de berekeningen geen rekening mee gehouden. Voor een electrolyzer voor de omzetting van stroom naar waterstof waarbij warmte vrijkomt lijkt het Middengebied een geschikte en interessante locatie. De warmte zou gebruikt kunnen worden voor woningen en/of bedrijven.

De electrolyzer kan normaal gesproken een substantiële hoeveelheid warmte opwekken op een relatief hoog temperatuurniveau. De warmteproductie is niet continu, dus moet worden toegepast in combinatie met een andere warmtebron (zoals de warmtepomp). Deze ontwikkeling staat nog aan het begin van een geschiktheidsafweging tussen meerdere locaties en is nog te onzeker om op dit moment rekening mee te houden in de energiebalans. b. Zonnepanelen op de parkeerplaatsen Een deel van de parkeerplaatsen in een deel van de hubs kunnen worden overkapt met zonnepanelen. Niet alle parkeerplaatsen zijn hiervoor beschikbaar. Rekening moet worden gehouden met een zorgvuldige dorpse en landschappelijke inpassing. Daarnaast zal door schaduwwerking van gebouwen de opbrengst van de panelen niet maximaal zijn. Een eerste voorzichtige inschatting leidt tot een maximum van in totaal circa 1,6 ha beschikbare parkeerplaats. Daarbij is de opbrengst ca 1,5 GWh/jr. Uitgangspunt hierbij is een opbrengst van 225 W/m2 en dat 50% van deze oppervlakte effectief benut kan worden voor panelen, dat wil zeggen zonder schaduwwerking. Gezien de onzekerheden wordt nog geen rekening gehouden met deze optie in de energiebalans. 5. Fasering Gevraagd is om inzicht te geven in de fasering van de energie balans in relatie tot de ontwikkeling. Onderstaand is aangegeven wat de energie behoefte en

15/16

energie vraag is bij 2000, 4000 en 8000 woningen. Daarbij is gerekend met een ontwikkeling van de utiliteitsgebouwen in een zelfde tempo. Dat is mogelijk in de praktijk zal dit afhangen van het ontwikkeltempo van voorzieningen.

07-07-2023

Tabel 7.3| Fasering in de vraag naar energie . Maatregelen

Energievraag VKA geactualieseerd 8000 woningen

Energievraag VKA bij Energie vraag 4000 2000 woningen* woningen*

lucht/water warmtepomp

8 GWh/jaar

17 GWh/jaar

33

3 GWh/jaar

5 GWh/jaar

10

10 GWh/jaar

20 GWh/jaar

40

Infrastructuur

1 GWh/jaar

2 GWh/jaar

4

Totaal

22 GWh/jaar

44 GWh/jaar

87 GWh/jr

Energievraag woningen Energievraag utiliteitsgebouwen Mobiliteit

5% modal shift

*gerekend na rato en gelijkblijvende woningmix, commerciële en maatschappelijke ruimten en mobiliteitsmix

Tabel 7.4| Maatregelen energie opwek van duurzame energie irt fasering.

Zon op het dak

Zon op land (energie landschap en visje A20)

Totaal

Maatregelen

Opwek

Energie opwek geactuliseerd VKA ”energieneutraal” 8000 woningen

Energie neutraal bij 2000 woningen

Energie neutraal bij 4000 woningen

zonnepanelen woningen, utiliteit, bedrijven

30 GWh/jaar

8 GWh/jaar

15 GWh/jaar

30 GWh/jaar

60 ha3 verdeeld over

57 GWh/jaar

15 GWh/jaar waarvan

29 GWh/jr waarvan

57 GWh/jr waarvan

-15 GWh/jaar - 0 GWh/jaar

-29 GWh/jaar - 0 GWh/jaar

- 32 GWh/jaar - 25 GWh/jaar

22 GWh/jaar

44 GWh/jaar

87 GWh/jaar

Energie landschap Visje

5. Conclusie fasering Uit de fasering blijkt dat in het Energielandschap voldoende energie kan worden opgewekt voor de helft van de woningen in het Middengebied. Daarna is de aanleg van zonnepark in het Visje noodzakelijk om te komen tot energieneutraliteit. Daarnaast geldt dat voor het bouwrijp maken van het Middengebied transport van zand voorzien is per pijpleiding. Ook hiervoor dient voldoende duurzame energie te worden opgewekt. Indien fossiele brandstoffen worden gebruikt is deze manier van aanleg namelijk niet duurzaam t.o.v. transport met vrachtauto (het alternatief voor zandtransport via pijplijn). Het is dus van belang om tijdig voldoende zonnepanelen te realiseren (voordat deze voor de woningen nodig zijn).

3

In het masterplan is in het energielandschap niet genoeg ruimte beschikbaar voor een zonneweide van 57 ha.

16/16

Energieverbruik woningen warmtegebruik

vrijstaand 2o1kap

Woningen

Aantal

Energievraag oppervlak

RV

Koeling

WTW

M2

KWh/M2*j

KWh/M2*j

verlichting

hulpenergie

apparatuur

KWh/M2*j

in GJ/m2 ruimte in GJ/m2 koeling in GJ/m2 tapw

rij hoek rij tussen COP tussen l-w COP tussen w-w 0,0558 0,03312 4,5 5,5 0,0144 0,0108 10 10 0,05292 0,05724 1,8 2,2

in GJ ruimte

15,30382 12,57419

2,789641434

4,11316726

Gebouwgeb. energievraag

Totale energievraag woningen

Totaal (ex hulp)

Netto (aftrek koude, ex hulp)

Inclusief koude

Inclusief koude

Netto (aftrek koude)

Netto (aftrek koude)

totaal

Elektravraag

KWh/woning*j

KWh/woning*j

GWh/jaar

TJ/jaar

GWh/jaar

TJ/jaar

KWh/woning*j KWh/woning*j GWh

bron: UMGO Whitepaper BENG: naar een bijna energieneutra al gebouwde omgeving, Isover

APP Sociaal EGW Sociaal

2/1-kap duur Vrijstaand duur Vrije kavels duur

1.107 738 369 760 40 400 600 200 560 280 240 120 347 347 1.200 400 294

TOTALEN

8.002

tussenwoning hoek

APP midden (tot 310k) APP midden (tot 375k) APP midden (tot 475k) EGW midden huur/Betaalbare koop

tussenwoning hoek tussenwoning hoek tussenwoning hoek tussenwoning hoek

EGW midden (tot 310k) EGW midden (tot 375k) EGW midden (tot 475k)

70 95 95 95 110 130 96 96 110 110 128 128 145 145 155 190 200

COP

niet gebouwgebonden

https://opend cf UMGO ata.cbs.nl/statl ine/#/CBS/nl/ dataset/81528 NED

9,54 9,20 15,54 9,54 9,54 9,54 9,20 15,54 9,20 15,54 9,20 15,54 9,20 15,54 20,86 17,42 17,42

7,99 3,00 4,04 7,99 7,99 7,99 3,00 4,04 3,00 4,04 3,00 4,04 3,00 4,04 2,14 6,83 6,83

12,35 15,90 14,69 12,35 12,35 12,35 15,90 14,69 15,90 14,69 15,90 14,69 15,90 14,69 13,51 12,70 12,70

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

5,18 5,70 5,67 5,18 5,18 5,18 5,70 5,67 5,70 5,67 5,70 5,67 5,70 5,67 3,93 3,21 3,21

13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60 13,60

2.091 2.670 3.255 2.838 3.286 3.883 2.698 3.289 3.091 3.769 3.597 4.386 4.075 4.968 5.659 7.022 7.392

973 2.100 2.488 1.320 1.529 1.807 2.122 2.514 2.431 2.881 2.829 3.352 3.205 3.798 4.997 4.425 4.658

2,31 1,97 1,20 2,16 0,13 1,55 1,62 0,66 1,73 1,06 0,86 0,53 1,41 1,72 6,79 2,81 2,17

8,33 7,09 4,32 7,76 0,47 5,59 5,83 2,37 6,23 3,80 3,11 1,89 5,09 6,21 24,45 10,11 7,82

1,08 1,55 0,92 1,00 0,06 0,72 1,27 0,50 1,36 0,81 0,68 0,40 1,11 1,32 6,00 1,77 1,37

3,88 5,58 3,31 3,61 0,22 2,60 4,58 1,81 4,90 2,90 2,44 1,45 4,00 4,74 21,59 6,37 4,93

31

110

22

79

2.200 2.400 2.400 2.200 2.200 2.200 3.380 3.380 3.380 3.380 3.380 3.380 3.380 3.380 3.670 4.400 4.400

Gebruikso pp.

Energievraag

Totale energievraag woningen

M2

RV

Koeling

KWh/M2*j

KWh/M2*j

WTW

verlichting

hulpenergie

apparatuur

KWh/M2*j

Elektravraag

Inclusief koude

Inclusief koude

Netto (aftrek koude)

Netto (aftrek koude)

totaal

GWh/jaar

TJ/jaar

GWh/jaar

TJ/jaar

KWh/woning*j GWh/jaar

UMGO

Commercieel Bedrijventerrein 461.776 Bedrijfsruimte (bebouwing: 35%) 161.622 Detailhandel 3.000 Horeca 2.000 Maatschappelijk Onderwijs PO 3.735 Onderwijs VO 1.365 Onderwijs Gymzaal PO 2.647 Onderwijs Gymzaal VO 14.001 Zorg Praktijkruimte 2.480 Zorg Apotheek 400 Maatschappelijke opvang en beschermd wonen 4.000 Behandel-/woonlocatie 720 Buurtkamer 504 Jongerencentrum 320 Huis van de Wijk 504 Dagbestedingslocatie 240 Sporthal 7.350 Voorzieningen wijk + stedelijk 3.600

COP

obv UMGO

1.665 2.309 2.306 2.259 2.616 3.092 2.333 2.330 2.673 2.670 3.110 3.107 3.524 3.519 3.492 4.143 4.361

6,63 6,13 3,06 6,18 0,38 4,45 5,04 1,68 5,39 2,69 2,69 1,34 4,40 4,40 15,09 5,97 4,62

22,26

80,13

netto warmte Totaal / koude TJ/jaar

GWh/j

https://opend cf UMGO ata.cbs.nl/statl ine/#/CBS/nl/ dataset/81528 NED

30,00 0,00 25,00

15,00 0,00 15,00

2,00 0,00 5,00

GWh/j

20,00 0,00 12,00

10,00 0,00 10,00

15,00 0,00 9,00

7,60 0,00 0,09

27,35 0,00 0,32

2,75 0,00 0,03

9,89 0,00 0,11

7,27 0,00 0,06

26,18 0,00 0,22

4,00 4,00 4,00

0,69 0,00 0,01

7,96 0,00 0,07

28,66 0,00 0,25

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 30,00 15,00 0,00 20,00 28,00 8,00 0,00 18,00 26,00 14,00 0,00 20,00 30,00 20,00 0,00 20,00 25,00 10,00 0,00 12,00 25,00 10,00 0,00 12,00 25,00 10,00 0,00 12,00 25,00 10,00 0,00 12,00 0,00 0,00 0,00 0,00 25,00 10,00 0,00 12,00 Blauw = geen UMGO-waarde bekend

0,00 0,00 0,00 0,00 10,00 5,00 11,00 10,00 10,00 10,00 10,00 10,00 0,00 10,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,11 0,01 0,16 0,04 0,02 0,01 0,02 0,01 0,00 0,13

0,00 0,00 0,00 0,00 0,40 0,05 0,58 0,13 0,06 0,04 0,06 0,03 0,00 0,45

0,00 0,00 0,00 0,00 0,04 0,01 0,05 0,01 0,01 0,00 0,01 0,00 0,00 0,05

0,00 0,00 0,00 0,00 0,13 0,03 0,17 0,03 0,03 0,02 0,03 0,01 0,00 0,19

0,00 0,00 0,00 0,00 0,07 0,01 0,12 0,02 0,01 0,01 0,01 0,01 0,00 0,08

0,00 0,00 0,00 0,00 0,27 0,03 0,45 0,08 0,04 0,03 0,04 0,02 0,00 0,29

4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,01 0,00 0,01 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,01

0,00 0,00 0,00 0,00 0,08 0,01 0,14 0,02 0,01 0,01 0,01 0,01 0,00 0,09

0,00 0,00 0,00 0,00 0,30 0,04 0,49 0,08 0,05 0,03 0,05 0,02 0,00 0,33

8,19

29,48

2,96

10,64

7,68

27,64

0,74

8,42

30,30

TOTALEN

Motorvoertuigen

Wegvoertuigen

Wegvoertuige n

Bedrijfsmotorv Bedrijfsmotorv Bedrijfsmotorv Bedrijfsmotorv Bedrijfsmotorv Bedrijfsmotorv Aanhangwagens en oertuigen oertuigen oertuigen oertuigen oertuigen oertuigen opleggers

Trekkers Huishoud Personena Bestelaut Vrachtaut voor Speciaal ens Totaal utos Totaal Totaal os os oplegger voertuig Bus Regio's Perioden aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal Zuidplas 2015 16.531 31.524 19.840 6.452 3.209 2.433 205 387 179 Zuidplas 2016 16.642 31.995 20.059 6.603 3.287 2.471 209 394 208 Zuidplas 2017 16.876 32.632 20.491 6.691 3.339 2.567 196 368 204 Zuidplas 2018 17.003 33.318 20.934 6.933 3.475 2.663 193 418 198 Zuidplas 2019 17.349 33.990 21.403 6.931 3.444 2.648 192 407 193 2020 35.290 22.200 7.060 3.498 2.715 176 414 191 Bron: RDW, CBS

NL NL NL NL NL NL

Totaal aantal 5 5 4 3 4 2

Motorvoertuigenpark; type, leeftijdsklasse, 1 januari aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal 2016 10.908.581 8.100.864 2.155.173 1.032.819 828.383 62.436 72.245 60.344 9.411 2017 11.076.215 8.222.974 2.197.250 1.058.767 852.632 62.155 74.218 59.940 9.822 2018 11.287.017 8.373.244 2.252.134 1.092.291 883.350 62.581 77.075 59.371 9.914 2019 11.495.837 8.530.584 2.299.373 1.126.630 914.766 62.963 80.078 59.106 9.717 2020 11.703.420 8.677.911 2.345.661 1.152.931 939.801 63.081 81.553 58.620 9.876 Bron: RDW, CBS

Aanhangwagens en opleggers

Voertuigen Voertuigen Aanhangwage met met ns en Wegvoertuige bromfietskent bromfietskent Voertuigen met opleggers n eken eken bromfietskenteken

Voertuigen met bromfietskenteken

Voertuigen met bromfietskent eken

Motorfiet Aanhangwagens Opleggers s Totaal Snorfiets Bromfiets Brommobiel Overig aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal aantal 3.243 2.827 416 2.091 3.141 1.424 1.682 22 13 3.316 2.902 414 2.072 3.261 1.558 1.668 26 9 3.352 2.940 412 2.088 3.362 1.688 1.635 26 13 3.458 2.995 463 2.102 3.349 1.729 1.583 27 10 3.487 3.010 477 2.122 3.534 1.927 1.570 25 12 3.562 3.061 501 2.245 3.785 2.142 1.605 28 10

aantal 1.122.354 1.138.483 1.159.843 1.172.743 1.192.730

aantal aantal 979.377 142.977 652.544 1.150.833 989.453 149.030 655.991 1.178.300 1.002.771 157.072 661.639 1.211.522 1.008.731 164.012 665.880 1.230.038 1.024.217 168.513 679.848 1.249.420

(mln) voertuig per huishouden ZP

2015 2016 2017 2018 2019

Ha bedrijventerrein Zuidplas Toevoeging middengebied

2015

extrapolatie Middengebied mln Kilometers in NL/jaar kilometers/voertuig*jaar (NL) Elektriciteitsverbruik/kilometer

1,906962676 1,922545367 1,933633562 1,959536552 1,959190731

8.002 2018 2018

Elektriciteitsgebruik (GWh)

1,200169 1,205324 1,21421 1,231194 1,233673

0,390297 0,396767 0,39648 0,407752 0,399504

0,19412 0,147178 0,012401 0,023411 0,010828 0,000302 0,197512 0,14848 0,012559 0,023675 0,012498 0,0003 0,197855 0,15211 0,011614 0,021806 0,012088 0,000237 0,204376 0,156619 0,011351 0,024584 0,011645 0,000176 0,198513 0,152631 0,011067 0,02346 0,011125 0,000231

0,19617688 0,199254897 0,198625267 0,203375875 0,200991412

0,190007 0,19595 0,199218 0,196965 0,203701

232,00 46,18

232,00 46,18

9.872

484

41

77

36

1

979

1.630

110.185 13.159 0,22

18.412 20.843 0,33

2.176 34.773 1,4

5.218 67.696 1,4

465 7.827 1,4

655 66.109 1,4

3.080 4.655 0,18

2.009 1.658 0,04

3,330928 1,986377 7,300422 0,390412 0,092108

debiet energiegebruik m3/minuutkWh/j 4,5 10000 30 50000 40 80000 90 140000 60 100000 850 1200000 3 10000 2 10000 totaal 1600000

GWh/j 0,01 0,05 0,08 0,14 0,1 1,2 0,01 0,01 1,6 status 2007

riolering en overig

1

0,820109 0,108118

Bron cijfers en tabellen Senternovem 2007

2,5 veilige aanname

Energiegebruik conv

0,12649 0,124504 0,123726 0,123625 0,122313

232,00 46,18

Infrastructuur (gemalen, verlichting)

Branduren per jaar Energiegebruik LED

0,025165 0,024877 0,024413 0,02723 0,027494

232,00 46,18

28,57921

13092 10 W 100 W 4000 872829 kWh 0,87 GWh

0,171012038 0,17437808 0,174211899 0,176145386 0,173497032

232,00 46,18

Op basis van ha bedrijventerrein Bronnen: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/80302ned/table?ts=1601452363650 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2016/47/totaal-afgelegde-kilometers-van-motor-en-bromfietsen https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70262NED/table?fromstatweb

Aantal armaturen Vermogen per armatuur

TJ

4,00

LED conventioneel

158488 m2 utiliteit

792 792

rekenwaarde 1 GWh

Weglengte Zuidplas 2019 Gemeentelijk Schatting middengebied obv huishoudens

8728293 kWh 8,73 GWh

123000 30750 267 123,1503

GWh

TJ

eenheden PV/woning potentieel privaat EGW (eenheden) 5695 9 potentieel privaar APP (eenheden) 2307,00 3 potentieel dak bedrijven (m2) 116622 potentieel dak ubouw (m2) 41866,00

15 2 11,64 1,00

52,59 Gemiddeld 9 pan 7,10 41,89 Aanname: 80% inzetbaar 3,62 Aanname: drie lagen gemiddeld, 80% inzetbaar

0

0,00

0,00

123000 m weglengte 10 m per armatuur 12300 armaturen

0,086141 0,093619 0,100024 0,101688 0,111073

0,101748231 0,100228338 0,096883148 0,093101217 0,090495129

0,001330833 0,001562312 0,001540649 0,001587955 0,001441005

Totaal GWh TJ 42,60767966 153,3876468

0,000786 0,000541 0,00077 0,000588 0,000692

Totaal

GWh/j

TJ

4

1,84 1,70 0,85 1,72 0,10 1,24 1,40 0,47 1,50 0,75 0,75 0,37 1,22 1,22 4,19 1,66 1,28

ELEKTRAGEBRUIK

totaal

NETTO warmte / koude GWh/j

TJ

Utiliteitsbouw De Nieuwe Zuidplaspolder

ELEKTRAGEBRUIK

totaal woningen

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

0,27 0,39 0,23 0,25 0,02 0,18 0,32 0,13 0,34 0,20 0,17 0,10 0,28 0,33 1,50 0,44 0,34

2,11 2,09 1,08 1,97 0,12 1,42 1,72 0,59 1,84 0,95 0,92 0,47 1,50 1,55 5,69 2,10 1,62

7,60 7,53 3,89 7,08 0,43 5,10 6,18 2,13 6,61 3,42 3,30 1,70 5,40 5,58 20,48 7,56 5,85

5,48

27,74

99,86

Project Datum Naam

Zuidplaspolder

2,102383 0,210238

2-5-2022 Thijs van Brakel

Analyse energiegebruik GWh Woningen let op: onderscheid concept maken! COP WP lucht lager Ubouw Motorvoertuigen Let op: gesprek over uitgangspunten Infra (gemalen, LED verlichting) Overig correctie COP TOTAAL in ha zonneveld

TJ 27,74 10,05 42,61 3,5

99,86 36,18 153,40 12,60

5,6 89,46

20,00 322,04

900 GWh/ha

zon op dak potentieel privaat EGW (eenheden) potentieel privaar APP (eenheden) potentieel dak bedrijven (m2) potentieel dak ubouw (m2)

PV/woning 5695 2307 116622 41866

Restant opbrengst 1 turbine MW aantal Wind Zonneparken nodig Solar parking Geluidsscherm

kWh/woning GWh TJ 2601 14,81 867 2,00 11,20 1,34

9 3

opbrenst totaal MWh

gemeente TJ 53,33 52,59 7,20 7,1 40,30 41,89 4,82 3,62 105,65 105,2

60,233

216,84

61,111

220,00

Opslag

Energiebalans variant Energievraag energievrager

basisvariant Energieopwek opwekker

energievraag GWH/jaar

TJ/jaar

Woningen Utiliteitsbouw mobiliteit Infrastructuur

33 10 43 4

120 36 153 13

zon op dak zonnepark wind

totaal

89

322

totaal

Netto opwekking

99,86

GWH/jaar TJ/jaar 29 61 0

106 220 0

90

326

1

4

ruimte 40

61,11 in ha zonneveld 611111 in m2 1 ha zonneveld =

1000 MWh

kan iets hoger

16819,06 1681,906

kWh 70000000 7000000

14000 1400

Project Datum Naam

Zuidplaspolder 4-6-2022 Eveline Stroink

Analyse energiegebruik GWh

TJ

Woningen let op: onderscheid concept maken! COP WP lucht lager Ubouw Motorvoertuigen Let op: gesprek over uitgangspunten Infra (gemalen, LED verlichting) Overig

27,74 10,05 42,61 3,5

99,86 36,18 153,40 12,60

TOTAAL

83,90

302,04

in ha zonneveld

99,86 4,261 10% mobiliteit

900 GWh/ha

zon op dak potentieel privaat EGW (eenheden) potentieel privaar APP (eenheden) potentieel dak bedrijven (m2) potentieel dak ubouw (m2)

PV/woning 5695 2307 116622 41866

Restant opbrengst 1 turbine MW aantal Wind Zonneparken nodig Solar parking Geluidsscherm

kWh/woning GWh TJ 2601 14,81 867 2,00 11,20 1,34

9 3

opbrenst totaal MWh

gemeente TJ 53,33 52,59 7,20 7,1 40,30 41,89 4,82 3,62 105,65 105,2

54,678

196,84

40,000

144,00

29,35

105,65

40,00 in ha zonneveld 400000 in m2 1 ha zonneveld =

1000 MWh

kan iets hoger

Opslag

Energiebalans variant Energievraag energievrager

basisvariant Energieopwek opwekker

energievraag GWH/jaar

TJ/jaar

Woningen Utiliteitsbouw mobiliteit Infrastructuur

28 10 43 4

100 36 153 13

zon op dak zonnepark wind

totaal

84

302

totaal

Netto opwekking

GWH/jaar TJ/jaar 29 40 0

106 144 0

69

250

-15

-52

ruimte 40

Een zonneweide van 40 ha betekent een tekort van 20GHW/jaar Aquathermie scheelt 5 GWH/jaar (vandaar -15) 10% minder mobiliteit scheelt 4 GWh/jaar Doel mobiliteitsalternatief: Uiteindelijk hebben de maatregelen tot doel om het aantal autokilometers met 10% of meer te verminderen ten opzichte van het basisalternatief.

Conclusie: windenergie is nodig, voor nog 11 GWh/jaar Vraag aan Joost: wat voor soort en hoeveelheid windmolens is dit?

Project Datum Naam

Zuidplaspolder 2-5-2022 Thijs van Brakel

Analyse energiegebruik GWh Woningen let op: onderscheid concept maken! COP WP lucht lager Ubouw Motorvoertuigen Let op: gesprek over uitgangspunten Infra (gemalen, LED verlichting) Overig correctie COP TOTAAL in ha zonneveld PV/woning

99,86 36,18 153,40 12,60

5,6 89,46

20,00 322,04

5695 2307 116622 41866

kWh/woning GWh TJ 2601 14,81 867 2,00 11,20 1,34

9 3

Restant Wind Zonneparken nodig Solar parking Geluidsscherm productie

61,8

99,86

gemeente TJ 53,33 52,59 7,20 7,1 40,30 41,89 4,82 3,62 105,65 105,2

222,48 0,00

-99,56

blauw groen raamwerk Energieopwek opwekker

energievraag GWH/jaar

TJ/jaar

GWH/jaar

TJ/jaar

Woningen Utiliteitsbouw mobiliteit Infrastructuur

33 10 43 4

120 36 153 13

zon op dak zonnepark wind

29 0 62

106 0 222

totaal

89

322

totaal

91

328

2

6

Netto opwekking

27,74 10,05 42,61 3,5

900 GWh/ha

zon op dak potentieel privaat EGW (eenheden) potentieel privaar APP (eenheden) potentieel dak bedrijven (m2) potentieel dak ubouw (m2)

Energiebalans variant Energievraag energievrager

TJ

opwekking 56,6 of 78,8 GJ

0,00 in ha zonneveld 0 in m2 1 ha zonneveld =

1000 MWh

kan iets hoger

Project Datum Naam

Zuidplaspolder 2-5-2022 Thijs van Brakel

Analyse energiegebruik GWh Woningen Ubouw Motorvoertuigen Infra

let op: onderscheid concept maken! COP WP lucht lager Let op: gesprek over uitgangspunten

Overig TOTAAL in ha zonneveld PV/woning

99,86 36,18 153,40 12,60

83,90

302,04

5695 2307 116622 41866

kWh/woning GWh TJ 2601 14,81 867 2,00 11,20 1,34

9 3

Restant Wind Zonneparken nodig Solar parking Geluidsscherm productie

61,8

99,86

gemeente TJ 53,33 52,59 7,20 7,1 40,30 41,89 4,82 3,62 105,65 105,2

222,48 0,00

-79,56

circulair en duurzame energie Energieopwek opwekker

energievraag GWH/jaar

TJ/jaar

GWH/jaar

TJ/jaar

Woningen Utiliteitsbouw mobiliteit Infrastructuur

28 10 43 4

100 36 153 13

zon op dak zonnepark wind

29 0 62

106 0 222

totaal

84

302

totaal

91

328

7

26

Netto opwekking

27,74 10,05 42,61 3,5

900 GWh/ha

zon op dak potentieel privaat EGW (eenheden) potentieel privaar APP (eenheden) potentieel dak bedrijven (m2) potentieel dak ubouw (m2)

Energiebalans variant Energievraag energievrager

TJ

opwekking 56,6 of 78,8 GJ

0,00 in ha zonneveld 0 in m2 1 ha zonneveld =

1000 MWh

kan iets hoger

Bijlage 2: Globale verkenning windturbines Middengebied Zuidplaspolder

Globale verkenning mogelijkheden voor plaatsing van windturbines in middengebied Zuidplaspolder Voor de globale verkenning van mogelijkheden voor opwek van duurzame elektriciteit met behulp van wind wordt in de basis uitgegaan van de volgende windturbine: -

5,6 MW turbine Maximale tiphoogte: 250 m Voorbeeld rotordiameter: 162 m Bijbehorende ashoogte: 169 m (= 250 - ½ x 162)

Ter illustratie, een turbine kan bijvoorbeeld zijn de Vestas V162 van 5,6 MW, deze heeft een rotordiameter van 162 m met een ashoogte van 166 m, wat een tiphoogte van 247 m geeft. Randvoorwaarden vanuit de omgevingskenmerken Twee locaties in het plangebied zijn onderzocht op mogelijkheden voor plaatsing van windturbines. Deze locaties lijken vanuit beleidsmatig oogpunt logisch vanuit de wens om het polder gebied zoveel mogelijk open te houden, aansluiting te zoeken bij bestaande infrastructuur (dit is ook uitgangspunt voor provincie en regio) en aan te sluiten bij bestaand zicht vanuit de polder op bestaande windenergiemolens die langs de A12 staan. Dit is in lijn met RES Midden-Holland, waarin koppeling aan infrastructuur als randvoorwaarde is gesteld voor zoekgebieden voor windenergie. Waar daarnaast rekening mee moet worden gehouden is afstand tot infrastructuur boven- en ondergronds (bijvoorbeeld: wegen, hoogspanningslijnen, gasleidingen, defensieleidingen), woningen en het geplande hoogspanningsstation. Er zijn richtlijnen voor het in acht nemen van een minimale afstand vanwege veiligheid en geluid. Het optreden van slagschaduw bij woningen speelt ook een rol, er dient mogelijk een automatische stilstandsvoorziening toegepast worden als er slagschaduw optreedt met bepaalde conditie (zie toelichting in de bijlage).

Wanneer een windturbine binnen een afstandscriterium geplaatst zou worden kan er afhankelijk van de situatie mitigerende maatregelen genomen worden, bijvoorbeeld afscherming van leidingen. Er zal in dit geval altijd met de betreffende netbeheerder / eigenaar leidingen, Rijkswaterstaat, Prorail, afgestemd moeten worden. Daarnaast kunnen laagvliegzones en beschermingsvlakken van luchthavens een rol spelen voor plaatsing van windturbines. In figuur 4 en 5 uit de bijlage zijn deze weergegeven. Een laagvliegzone ligt buiten de twee locaties in het plangebied en speelt geen rol. Het beschermingsvlak van Rotterdam Airport heeft wel overlap met de twee locaties in het plangebied (de oostelijke locatie slechts deels). Vanwege de hoogte van vliegtuigen voor het aanvliegen en opstijgen en voor het ondersteunende radarsysteem, kunnen er beperkingen zijn voor objecten met een bepaalde hoogte. Hiervoor geldt een standaard hoogtebeperking die voor de locaties op 150 meter neerkomt. Een grotere hoogte kan toegestaan worden, hiertoe dient een toetsingsonderzoek uitgevoerd worden (een aeronautische studie)1. Ook wanneer een windturbine onder de 150 m blijft, is een melding onvoldoende. Voor potentiële verstoring van radar (luchtverkeersleiding en/of defensie) zal een radartoets altijd noodzakelijk zijn.

De radartoetsingen van de civiele radars zijn onderdeel van de procedure die loopt via de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), TNO kan deze uitvoeren. De

1

De ILT of Defensie zal bij een aanvraag voor een verklaring van geen bezwaar de voorgenomen plaatsing van een object hoger dan 150 meter toetsen aan de vastgestelde vliegprocedures die noodzakelijk zijn voor de luchtzijdige bereikbaarheid van de luchthaven.

westelijke locatie ligt op 12,3 km van de rand van de start- en landingsbaan, de oostelijke op 14,5. De verwachting is dat acceptatie van een tiphoogte van 250 m haalbaar is2. Randvoorwaarden windmolens onderling Wat ook een rol speelt is potentiële interferentie met andere windturbines, hiertoe zijn indicatieve contouren bepaald. Wanneer binnen deze contour een andere turbine aanwezig is zal dit opbrengstderving geven. Hiervoor zal dan een vergoeding voor opbrengstderving gegeven moeten worden aan de eigenaar van de benadeelde turbine. Hiervoor kunnen berekeningen gemaakt worden om een beeld van de impact te geven. Risico op dijkdoorbraak Voor een situatie met eventuele dijkdoorbraak zal tenminste de transformator van de windturbine droog moeten blijven en op een verhoging of talud geplaatst moeten worden. Windturbine typen waarbij de transformator binnen de voet geplaatst is, zal in zijn geheel op een talud geplaatst moeten worden. Mogelijke plaatsingslocaties Bovenstaande randvoorwaarden en uitgangspunten zijn uitgewerkt in een kaart waarmee de plaatsingsmogelijkheid bepaald is (figuur 4 in de bijlage). In figuur 1 zijn de plaatsingslocaties weergegeven met de indicatieve Lden 47 geluidscontour, wanneer een woning binnen deze contour valt is deze rood gemarkeerd.

Op de westelijk locatie in het plan gebied kan een en op de oostelijke locatie kunnen twee windturbines met bovenstaande parameters en op basis van de randvoorwaarden geplaatst worden. Op de westelijke locatie kan ten westen van het netstation net geen tweede turbine buiten de restrictie gebieden geplaatst worden. Er kan met de eigenaren van de leidingen en de netbeheerders contact opgenomen worden om te onderzoeken onder welke voorwaarden en met welke mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld afscherming van leidingen) er wel een windturbine geplaatst zou kunnen worden. Deze locatie is als optionele extra windturbine gemarkeerd. Op de oostelijke locatie valt te zien dat er zuidelijk een woning dicht bij de spoorlijn net binnen de rand van de geluidscontour valt, hier zal nader naar gekeken moeten worden. Het plaatsen van een windturbine nabij het hoogspanningsstation kan een bewuste reden zijn vanwege de elektrische infrastructuur en beeldkwaliteit. Daarnaast geldt, maar dat is ook afhankelijk van de manier van aansluiten, hoe korter de afstand tot een station, hoe voordeliger de aanleg van een windturbine.

2

Om hoger dan een beperkingsgebied te bouwen kan middels een toetsingsproces een Verklaring Van Geen Bezwaar (VVGB) worden aangevraagd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Indien het obstakel de vliegprocedures beïnvloedt kan de expertise van de LVNL worden ingeschakeld om te bepalen of een doorkruising van een beschermingsvlak plaatsvindt.

Figuur 1: Locatiemogelijkheden voor windturbines met tiphoogte 250 m, met indicatieve Lden 47 geluidscontour. Energie opbrengst De te verwachtte opbrengst per jaar hangt af van de omgeving van de turbine, op de oostelijke locatie zal er invloed zijn door de “ruwheid” van het geplande Koning Willem I bos (de verhoogde infra van de Moordrechtboog heeft weinig invloed). De indicatieve geschatte opbrengst is (zie ook onderstaande figuur 3): -

Locatie energielandschap A12: 1x 20,2 GWh/jaar Locatie punt in kruising A12-A20: 2x 18,2 GWh/jaar Dit geeft 56,6 GWh/jaar totaal

Locatie windmolen

Opbrengst per windmolen afhankelijk van locatie en tiphoogte TenneT terrein / energielandschap A12

Tiphoogte Windmolen 150 m

200 m

250 m

5,2 GWh/jaar

11,8 GWh/jaar

20,2 GWh/jaar

10,7 GWh/jaar

18,2 GWh/jaar

Bos / kruising A12 – A20

Wanneer er wel een tweede turbine van hetzelfde type op de westelijke locatie geplaatst kan worden door boven genoemde mitigerende maatregelen, dan wordt de geschatte opbrengst: 2x 20,2 + 2x 18,2 = 76,8 GWh/jaar totaal

Variant windturbine met tiphoogte 200 m Wanneer voor een lagere turbine met een tiphoogte van bijvoorbeeld 200 meter wordt geopteerd kan er op de oostelijke locatie een derde turbine geplaatst worden. Dit is in figuur 2 weergegeven met indicatieve Lden 47 geluidscontour. Voor de westelijke locatie geldt ook voor deze tiphoogte hetzelfde als voor bovenstaande turbine en kan er net geen tweede turbine geplaatst worden. Op de oostelijke locatie valt te zien dat er enkele woningen net binnen de rand van de geluidscontour vallen, een woning zuidelijk en enkele noordelijk dichtbij de spoorlijn. Hier zal nader naar gekeken moeten worden. Uitgangspunt voor een windturbine met tiphoogte 200 m is: -

3,5 MW turbine (bijvoorbeeld Siemens Gamesa 3,465 MW) Maximale tiphoogte: 200 m Voorbeeld rotordiameter: 132 m Bijbehorende ashoogte: 134 m (= 200 - ½ x 132)

Figuur 2: Locatiemogelijkheden voor windturbines met tiphoogte 200 m, met indicatieve Lden 47 geluidscontour. Energie opbrengst variant windturbine met tiphoogte 200 m De te verwachtte opbrengst per jaar, eveneens rekening houdend met het bos in de oostelijke locatie, is (zie ook onderstaande figuur 3): -

Locatie energielandschap A12: 1x 11,8 GWh/jaar Locatie punt in kruising A12-A20: 3x 10,7 GWh/jaar Dit geeft 43,9 GWh/jaar totaal

Zoals eerder aangegeven, kan in overleg met eigenaren/netbeheerders met mitigerende maatregelen eventueel een tweede windturbine geplaatst worden. Wanneer er in dat geval wel een

tweede turbine van hetzelfde type op de westelijke locatie geplaatst kan worden, dan wordt de geschatte opbrengst: 2x 11,8 + 3x 10,7 = 55,7 GWh/jaar totaal Extra variant: extra windturbine met tiphoogte 150 m Voor een tweede windturbine op de westelijke locatie ten westen van het netstation kan net wel een tweede turbine buiten de restrictie gebieden geplaatst worden wanneer dit een windturbine met tiphoogte 150 m betreft (gelijk aan de bestaande molens ten noorden van A12). Uitgangspunt voor een windturbine met tiphoogte 150 m is: -

2,34 MW turbine (bijvoorbeeld Enercon E-103 EP2) Maximale tiphoogte: 150 m Voorbeeld rotordiameter: 103 m Bijbehorende ashoogte: 99 m (= 150 - ½ x 103)

De te verwachtte opbrengst per jaar voor deze windturbine op deze locatie is (zie figuur 3): 5,2 GWh/jaar Maximale opbrengst Door de combinatie van de drie hoogste windturbines met bovengenoemde extra kleine windturbine met tiphoogte 150m, wordt de te verwachtte opbrengst per jaar -

Locatie energielandschap A12: 1x 20,2 GWh/jaar + 1x 5,2 GWh/jaar Locatie punt in kruising A12-A20: 2x 18,2 GWh/jaar Dit geeft 61,8 GWh/jaar totaal

Dit zal de maximaal haalbare opbrengst zijn wanneer rekening gehouden wordt met de restrictie gebieden zonder mitigerende maatregelen toe te passen.

Figuur 3: Indicatieve opbrengst per basis turbine type per locatie. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er voor een optimale opbrengst in de zoeklocaties 3 grote (tiphoogte 250 m) en een kleinere (tiphoogte 150 m) windturbine geplaatst kan worden wat een geschatte opbrengst geeft van 61,8 GWh per jaar. Hierbij is uitgegaan van 2 grote molens in de kruising A20/A12 , 1 grote molen nabij het (zonne)energiepark ten oosten van het hoogspanningsstation en een kleinere molen ten westen van het hoogspanningsstation. Deze molen staat net buiten het plangebied. Hiermee wordt rekening gehouden met geldende restricties vanwege diverse aanwezige infrastructuur en geplande hoog/middenspanningsstation. Verder zal er vanwege het nabije Rotterdam Airport een toetsingsonderzoek gedaan moeten worden, dit geldt ook voor potentiële invloed op radar voor luchtvaart en defensie.

Bijlage – Achtergrond voor plaatsing van windturbines Infra en hoog/middenspanningsstations Gehanteerde afstanden die in acht genomen moet worden zijn gebaseerd op de primair beoogde windturbine parameters (tiphoogte, rotordiameter, ashoogte): -

-

-

90 meter t.o.v. rijks- en provinciale wegen, spoorwegen; 250 meter t.o.v. hoog/midden spanningsstations van TenneT en Stedin en Liander (voor deze afstand zal een specifieke risicocontour berekening gemaakt moeten worden om de specifiek passende afstand te bepalen); De ingetekende afstand tot de (ondergrondse) buisleidingen (Gasunie of Defensie) op basis van de norm door Gasunie gehanteerd, er bestaat een kans dat er een enigszins strengere norm gehanteerd kan worden wat een grotere afstand geeft. In de legenda wordt met kleine, normale en grote windturbine een windturbine met een tiphoogte van resp. 150 m, 200 m en 250 bedoeld; Indicatieve interferentie ovalen van de turbines zijn in de preferente windrichting.

Een uiteindelijk specifiek geselecteerde windturbine type kan enigszins andere afmetingen hebben en daardoor enige invloed op de afstanden hebben. Woningen Ten aanzien van woningen speelt een rol geluidsbelasting en kans op slagschaduw. Voor slagschaduw kan vaak een maatregel genomen voor belaste woningen met bijvoorbeeld een automaat die een turbine stilzet wanneer er een overlast gevende slagschaduw actief kan spelen. Voor geluidsbelasting wordt een speciale norm gehanteerd, de zgn. Lden 47: -

-

Een gewogen jaargemiddeld geluidsniveau op een bepaalde locatie. Het geluidsniveau wordt gemiddeld over de dag-, avond- en nachtperiode bepaald waarbij voor de avond en nacht respectievelijk +5 en +10 dB (decibel) bij de gemiddeldes worden opgeteld. De stillere periodes tellen daarmee zwaarder mee in het gemiddelde. Dagperiode: 07:00-19:00; avond: 19:00-23:00 en nacht: 23:00-07:00 Het gewogen gemiddelde windturbinegeluid mag niet hoger zijn dan 47 dB(A), gemeten op de gevel van de woning

Voor de beoogde windturbine locaties zijn indicatieve Lden 47 geluidscontouren weergegeven en woningen die binnen de contour vallen zijn rood gemarkeerd. Voor slagschaduw geldt dat in het Activiteitenbesluit grenzen aangegeven zijn aan de tijden dat slagschaduw op mag treden bij gevoelige objecten zoals woningen; volgens Artikel 3.12 moet een windturbine voorzien zijn van een automatische stilstandsvoorziening als er slagschaduw optreedt bij gevoelige objecten binnen een afstand van twaalf maal de rotordiameter voor gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag, mits het beslagen oppervlak ramen bevat.

Figuur 4: Locatiemogelijkheden voor windturbines met tiphoogte 250 m, met randvoorwaarden voor plaatsing.

Figuur 5: Locatiemogelijkheden voor windturbines met tiphoogte 200 m, met randvoorwaarden voor plaatsing.

25-08-2022

Uitdieping zand- en grondtransport Aanvullend op het deelrapport duurzaamheid. Ten behoeve van het ophogen van het Middengebied, wordt zand en grond getransporteerd naar het plangebied. Deze notitie verkent de mogelijkheden om de aanvoer van zand en grond zo duurzaam mogelijk uit te voeren. Ten tijde van het schrijven van deze notitie is de benodigde hoeveelheid zand en grond voor de verschillende alternatieven niet bekend. Daarom wordt een bandbreedte van 2,5 miljoen tot 5 miljoen kuub zand en grond aangehouden, gebaseerd op de bandbreedte aan waterpeilen en droogleggingen die op dit moment nog worden gehanteerd. Ook de verhouding tussen zand en grond is niet bekend, mede vanwege de onzekerheid in de hoeveelheid beschikbare grond. Daarom wordt in het vervolg van de notitie gesproken over zand, onder voorwaarde dat eventueel beide wordt toegepast. Binnen deze notitie worden twee soorten transporten met elkaar vergeleken: • •

Droogtransport per as, gebruik makende van reguliere vrachtwagens. Nattransport via buizen, door middel van een stalen buis en pompen.

Het zand wordt aangevoerd per schip naar locatie A, B of C (Figuur 1). Tot en met dit punt is het transport hetzelfde, onafhankelijk van het soort transport over land. De duurzaamheidsbeschouwing start daarom vanaf het gemiddelde van deze drie locaties. De afstand tot het doel, de ophooglocatie, is ongeveer 6,5 km. De werkzaamheden vinden plaats gedurende 10 jaar.

Figuur 1: Locaties (A, B, C) waar het zand wordt overgezet van schip naar het transport over land1.

1

Van Gelderen (gemeente Zuidplas) ZT01BSA40395 – Route zandtransport 2022-06-01.

1/6

1

Kwalitatieve vergelijking

25-08-2022

Een eerste grove beschouwing is gedaan op de voor de uitvoering relevante onderdelen (Tabel 1). Deze kwalitatieve vergelijking is volledig gebaseerd op de uiteenzetting in Van Gelderen (gemeente Zuidplas) ZT01BSA40395 – Route zandtransport 2022-06-01. Voor het droogtransport is berekend dat voor de aanvoer van 5 miljoen m3 zand, elke 2 minuten een vrachtwagen een rit naar de projectlocatie moet maken. Daardoor scoren de punten omtrent verkeer, onderhoud en omgeving erg laag. Daarentegen zijn vrachtwagens wel flexibeler om de afgestemde hoeveelheid direct op de plaats van ophoging te krijgen. Daarnaast is de verwachting dat transport via vrachtwagens €1-2 per m3 goedkoper is dan nat transport.

Tabel 1: Voordelige (+) en nadelige (-) aspecten van de verschillende transportmogelijkheden.

Flexibiliteit in aanvoer Intern transport Flexibiliteit in fasering Kosten Verkeerscongestie Overlast omgeving Onderhoud wegen Stikstofuitstoot Afstemming stakeholders Vergunningen en procedures Beschikbaarheid percelen

Droog transport ++ 0 ++ +

----0 0 +

Nat transport --++ ++ ++ ++ --

Dat wat nadelig is voor bij droogtransport is juist voordelig bij het nat transport. Daar tegenover staat dan wel dat het nat transport minder flexibel, duurder en procedureel complexer is. Daarnaast is het spoelwater reden tot aandacht in verband met verzilting.

2

Vergelijking op basis van MKI

Duurzaamheid binnen GWW wordt kwantificeerbaar gemaakt door middel van de MilieuKostenIndicator (MKI). De impact op het milieu wordt berekend voor verschillende factoren, bijvoorbeeld klimaatverandering en vermesting. Al deze factoren worden vervolgens uitgedrukt in één indicator: de MKI, uitgedrukt in euro’s. Hoe hoger de MKI waarde, hoe groter de impact voor het milieu. De twee transportsystemen worden aan de hand van de MKI waarde vergeleken.

2.1

Input droogtransport per as

De vrachtwagen staat centraal in het droogtransport per as. Vanwege de versimpelde benadering van dit systeem wordt enkel gekeken naar de afstand van het overslag station naar de ophooglocatie en terug. Andere onderdelen, zoals de weg, worden buiten beschouwing gelaten vanwege de grote onzekerheid en/of geringe bijdrage aan de MKI.

2/6

25-08-2022

Tabel 2: Uitgangspunten droogtransport systeem.

Uitgangspunten Afstand Gewicht zand en grond MKI EURO 6 MKI EURO 5 MKI EURO 4

13 km (retour) 1,6 m3 / ton 11,58 € / 1000tkm2 12,32 € / 1000tkm1 14,15 € / 1000tkm1

Tabel 3: MKI berekend op basis van transport per vrachtwagen.

Benodigde hoeveelheid zand

Verrekend naar ton

Verrekend naar tkm

MKI op basis van EURO6

MKI op basis van EURO 5

MKI op basis van EURO 4

[ton]

[tkm]

[€]

[€]

[€]

0

0

0

0

0

0

1.000.000

625.000

8.125.000

94.088

100.100

114.969

2.000.000

1.250.000

16.250.000

188.175

200.200

229.938

3.000.000

1.875.000

24.375.000

282.263

300.300

344.906

4.000.000

2.500.000

32.500.000

376.350

400.400

459.875

5.000.000

3.125.000

40.625.000

470.438

500.500

574.844

[m3]

2.2

Input nattransport via buizen

Het nattransport via buizen wordt in deze berekening versimpeld tot een systeem wat zich beperkt tot stalen buizen en elektriciteitsverbruik van de pompen. De uitgangspunten voor de input zijn afgeleid uit een project “zandwindmolen”. Hierbij heeft zandsuppletie plaatsgevonden door middel van windenergie, waardoor de aanleg CO2-neutraal gerealiseerd kon worden. De kengetallen en parameters uit dit project zijn als vergelijkbaar geacht voor het Middengebied (tabel 4).

2

DuboCalc versie 6.0, Database met publicatiedatum tot en met 18-07-2022.

3/6

Tabel 4: Parameters voor het ontwerp van de zandwindmolen.

25-08-2022

Tabel 5: Vergelijking parameters zandwindmolen en middengebied.

Afstand Formaat leiding Benodigd vermogen Theoretisch debiet zandtransport

Zandwindmolen 16 km Diameter: 450 mm Wanddikte: 15 mm 5 MW 2 M m3/jaar (50% werkbare tijd)

Middengebied 6,5 km idem 2 MW3 4 M m3/jaar (100% werkbare tijd)

Bij gebruik van in totaal 5 miljoen m3 zand moet het systeem 5/4= 1,25 jaar vol operationeel zijn. Deze 1,25 jaar, ook wel 10.950 uur, wordt dan over 10 jaar verspreid. Over die periode is 2MW * 10.950 uur = 21.900 MWh nodig, oftewel 21.900.000 kWh. Dit elektriciteitsverbruik wordt lineair geëxtrapoleerd naar de verschillende hoeveelheden benodigd zand (tabel 7). Voor de hoeveelheid staal is de berekening van tabel 6 gebruikt. Overigens is het belangrijk om aan te stippen dat geen rekening wordt gehouden met het direct hergebruikpotentieel van de buizen bij een lagere benodigde hoeveelheid zand. Ook bij maximaal (5 miljoen m3) gebruik zullen de buizen een tweede leven krijgen. Echter wordt uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij details die de MKI verlagen niet zijn meegenomen. Er is ten slotte ook niet nauw gekeken naar bijkomstigheden als overkluizingen of het verleggen van de buis, die de MKI zullen verhogen.

Tabel 6: Aanvullende uitgangspunten droogtransportsysteem.

Uitgangspunten Berekening massa stalen buis Input

Gewicht stalen buis Zwaar constructiestaal uit hergebruik Elektriciteit NLmix

3 4

( pi R2 - pi * R1^2^) * L * 7250 kg/m3 R1 = 0,45 m R2 = 0,465 m L = 6500 m Rho = 7850 kg/m3 2.198.999 kg 38,31 € / 1000 kg4 64,62 € / 1000 kWh4

5 MW * 6,5 / 16 = 5 * 0,4 = 2,03 MW (afgerond 2 MW). DuboCalc versie 6.0, Database met publicatiedatum tot en met 18-07-2022.

4/6

Tabel 7: MKI brekend op basis van elektriciteitsverbruik en staal.

Benodigde hoeveelheid zand

Benodigde hoeveelheid staal

[m3]

[kg]

25-08-2022

Benodigde hoeveelheid energie

MKI totaal op basis van energiemix

MKI totaal op basis van groene stroom

[kWh]

[€]

[€]

0

2.200.000

0

84.272

84.272

1.000.000

2.200.000

4.380.000

367.308

84.272

2.000.000

2.200.000

8.760.000

650.343

84.272

3.000.000

2.200.000

13.140.000

933.379

84.272

4.000.000

2.200.000

17.520.000

1.216.415

84.272

5.000.000

2.200.000

21.900.000

1.499.450

84.272

2.3

Resultaat

In Figuur 2 worden bovenstaande resultaten bij elkaar gebracht in één grafiek. Daaruit blijken twee dingen: • •

De milieu-impact van het regulier elektriciteitsgebruik overstijgt de milieuimpact van vrachtwagens. Het kiezen voor de duurzaamste optie is volledig afhankelijk van de keuze of er groene stroom wordt gebruikt om de pompen van elektriciteit te voorzien.

Deze uitkomst is wellicht verrassend, omdat elektriciteit intuïtief beter voor het milieu is dan diesel. Hydraulische aanvoering van zand is echter minder efficiënt vanwege de extra hoeveelheid water. Daarnaast is de MKI van elektriciteit relatief hoog. De CO2 uitstoot van een kWh is bijvoorbeeld volgens de gegevens van CO2emissiefactoren.nl de helft lager dan aangegeven in DuboCalc. Dat zou kunnen komen door de verouderde data van DuboCalc, daardoor krijgt elektriciteit een toelage van 30% als onzekerheidsmarge. Eventueel zou een database als Ecoinvent een betere (en eventueel lagere) uitkomst hebben voor de elektriciteitsmix. Bij een verdere uitwerking kan overwogen worden een licentie aan te vragen op deze database. Wanneer gebruik wordt gemaakt van grijze energie is de MKI van nattransport aanzienlijk hoger dan transport per as. Om de MKI van nattransport sterk te verlagen is gebruik van groene stroom noodzakelijk. Dat kan door middel van het inkopen van stroom bij een gecertificeerd groene leverancier. Een andere optie is om, zoals het alternatief circulair/duurzame energie voorstelt, het energielandschap voorlopend op de werkzaamheden te realiseren. Op die manier wek je ter compensatie parallel aan de aanlegfase de benodigde energie zelf op. Om te bepalen hoeveel zonnepanelen daarvoor nodig zijn is onderstaande grove berekening gemaakt.

5/6

MKI waarde uitgezet tegen de hoeveelheid zand en grond nodig voor ophoging

25-08-2022

2.000.000 1.800.000 1.600.000

Pijpleiding - NLmix Pijpleiding - groene stroom* MKI EURO 4

MKI [€]

1.400.000 1.200.000

MKI EURO 5 MKI EURO 6

1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0 0 miljoen 1 miljoen 2 miljoen 3 miljoen 4 miljoen 5 miljoen 6 miljoen m3 m3 m3 m3 m3 m3 m3

Figuur 2: Uitkomsten MKI berekeningen samengevat. * groene stroom dient geborgd te worden door een certificaat of door eigen opwek.

In het geval van 5 miljoen m3 zand, is 21.900 MWh nodig gedurende 10 jaar. Gemiddeld gezien zou je daarvoor jaarlijks 2.190 MWh moeten opwekken. Een zonneweide van ongeveer 2,3 hectare kan dit leveren. Dit is een nettobenadering, niet rekening houdende met piekmomenten waarop elektriciteit wordt gevraagd. Omdat de uitvoering niet evenredig verdeeld over die 10 jaar zal plaatsvinden, is het aan te raden hier een ruime marge in te nemen.

Tabel 8: Grove berekening voor het inschatten van het benodigde energielandschap voor het groen opwekken van elektriciteit voor het nattransport.

Aantal vollasturen per jaar Benodigd vermogen Vermogen zonnepaneel (opp. 1,7 m2) Benodigd aantal zonnepanelen Totaal oppervlak zonneweide7

9505 2.190 MW / 950 = 2,31 MWp 400 Wp6 2,31 MWp / 400 Wp = 5.763 2,3 hectare

5

Sterk afhankelijk van de situatie Degradatie van de zonnepanelen is hier niet in meegenomen. 7 Grove stelregel is dat voor de opwek van 1MWp ongeveer 1 hectare nodig is. Efficiëntie van de panelen en de hoeveelheid open ruimte voor biodiversiteit hebben hier invloed op. 6

6/6

Bijlage 3: Uitdieping zand- en grondtransport

25-08-2022

Uitdieping zand- en grondtransport Aanvullend op het deelrapport duurzaamheid. Ten behoeve van het ophogen van het Middengebied, wordt zand en grond getransporteerd naar het plangebied. Deze notitie verkent de mogelijkheden om de aanvoer van zand en grond zo duurzaam mogelijk uit te voeren. Ten tijde van het schrijven van deze notitie is de benodigde hoeveelheid zand en grond voor de verschillende alternatieven niet bekend. Daarom wordt een bandbreedte van 2,5 miljoen tot 5 miljoen kuub zand en grond aangehouden, gebaseerd op de bandbreedte aan waterpeilen en droogleggingen die op dit moment nog worden gehanteerd. Ook de verhouding tussen zand en grond is niet bekend, mede vanwege de onzekerheid in de hoeveelheid beschikbare grond. Daarom wordt in het vervolg van de notitie gesproken over zand, onder voorwaarde dat eventueel beide wordt toegepast. Binnen deze notitie worden twee soorten transporten met elkaar vergeleken: • •

Droogtransport per as, gebruik makende van reguliere vrachtwagens. Nattransport via buizen, door middel van een stalen buis en pompen.

Het zand wordt aangevoerd per schip naar locatie A, B of C (Figuur 1). Tot en met dit punt is het transport hetzelfde, onafhankelijk van het soort transport over land. De duurzaamheidsbeschouwing start daarom vanaf het gemiddelde van deze drie locaties. De afstand tot het doel, de ophooglocatie, is ongeveer 6,5 km. De werkzaamheden vinden plaats gedurende 10 jaar.

Figuur 1: Locaties (A, B, C) waar het zand wordt overgezet van schip naar het transport over land1.

1

Van Gelderen (gemeente Zuidplas) ZT01BSA40395 – Route zandtransport 2022-06-01.

1/6

1

Kwalitatieve vergelijking

25-08-2022

Een eerste grove beschouwing is gedaan op de voor de uitvoering relevante onderdelen (Tabel 1). Deze kwalitatieve vergelijking is volledig gebaseerd op de uiteenzetting in Van Gelderen (gemeente Zuidplas) ZT01BSA40395 – Route zandtransport 2022-06-01. Voor het droogtransport is berekend dat voor de aanvoer van 5 miljoen m3 zand, elke 2 minuten een vrachtwagen een rit naar de projectlocatie moet maken. Daardoor scoren de punten omtrent verkeer, onderhoud en omgeving erg laag. Daarentegen zijn vrachtwagens wel flexibeler om de afgestemde hoeveelheid direct op de plaats van ophoging te krijgen. Daarnaast is de verwachting dat transport via vrachtwagens €1-2 per m3 goedkoper is dan nat transport.

Tabel 1: Voordelige (+) en nadelige (-) aspecten van de verschillende transportmogelijkheden.

Flexibiliteit in aanvoer Intern transport Flexibiliteit in fasering Kosten Verkeerscongestie Overlast omgeving Onderhoud wegen Stikstofuitstoot Afstemming stakeholders Vergunningen en procedures Beschikbaarheid percelen

Droog transport ++ 0 ++ +

----0 0 +

Nat transport --++ ++ ++ ++ --

Dat wat nadelig is voor bij droogtransport is juist voordelig bij het nat transport. Daar tegenover staat dan wel dat het nat transport minder flexibel, duurder en procedureel complexer is. Daarnaast is het spoelwater reden tot aandacht in verband met verzilting.

2

Vergelijking op basis van MKI

Duurzaamheid binnen GWW wordt kwantificeerbaar gemaakt door middel van de MilieuKostenIndicator (MKI). De impact op het milieu wordt berekend voor verschillende factoren, bijvoorbeeld klimaatverandering en vermesting. Al deze factoren worden vervolgens uitgedrukt in één indicator: de MKI, uitgedrukt in euro’s. Hoe hoger de MKI waarde, hoe groter de impact voor het milieu. De twee transportsystemen worden aan de hand van de MKI waarde vergeleken.

2.1

Input droogtransport per as

De vrachtwagen staat centraal in het droogtransport per as. Vanwege de versimpelde benadering van dit systeem wordt enkel gekeken naar de afstand van het overslag station naar de ophooglocatie en terug. Andere onderdelen, zoals de weg, worden buiten beschouwing gelaten vanwege de grote onzekerheid en/of geringe bijdrage aan de MKI.

2/6

25-08-2022

Tabel 2: Uitgangspunten droogtransport systeem.

Uitgangspunten Afstand Gewicht zand en grond MKI EURO 6 MKI EURO 5 MKI EURO 4

13 km (retour) 1,6 m3 / ton 11,58 € / 1000tkm2 12,32 € / 1000tkm1 14,15 € / 1000tkm1

Tabel 3: MKI berekend op basis van transport per vrachtwagen.

Benodigde hoeveelheid zand

Verrekend naar ton

Verrekend naar tkm

MKI op basis van EURO6

MKI op basis van EURO 5

MKI op basis van EURO 4

[ton]

[tkm]

[€]

[€]

[€]

0

0

0

0

0

0

1.000.000

625.000

8.125.000

94.088

100.100

114.969

2.000.000

1.250.000

16.250.000

188.175

200.200

229.938

3.000.000

1.875.000

24.375.000

282.263

300.300

344.906

4.000.000

2.500.000

32.500.000

376.350

400.400

459.875

5.000.000

3.125.000

40.625.000

470.438

500.500

574.844

[m3]

2.2

Input nattransport via buizen

Het nattransport via buizen wordt in deze berekening versimpeld tot een systeem wat zich beperkt tot stalen buizen en elektriciteitsverbruik van de pompen. De uitgangspunten voor de input zijn afgeleid uit een project “zandwindmolen”. Hierbij heeft zandsuppletie plaatsgevonden door middel van windenergie, waardoor de aanleg CO2-neutraal gerealiseerd kon worden. De kengetallen en parameters uit dit project zijn als vergelijkbaar geacht voor het Middengebied (tabel 4).

2

DuboCalc versie 6.0, Database met publicatiedatum tot en met 18-07-2022.

3/6

Tabel 4: Parameters voor het ontwerp van de zandwindmolen.

25-08-2022

Tabel 5: Vergelijking parameters zandwindmolen en middengebied.

Afstand Formaat leiding Benodigd vermogen Theoretisch debiet zandtransport

Zandwindmolen 16 km Diameter: 450 mm Wanddikte: 15 mm 5 MW 2 M m3/jaar (50% werkbare tijd)

Middengebied 6,5 km idem 2 MW3 4 M m3/jaar (100% werkbare tijd)

Bij gebruik van in totaal 5 miljoen m3 zand moet het systeem 5/4= 1,25 jaar vol operationeel zijn. Deze 1,25 jaar, ook wel 10.950 uur, wordt dan over 10 jaar verspreid. Over die periode is 2MW * 10.950 uur = 21.900 MWh nodig, oftewel 21.900.000 kWh. Dit elektriciteitsverbruik wordt lineair geëxtrapoleerd naar de verschillende hoeveelheden benodigd zand (tabel 7). Voor de hoeveelheid staal is de berekening van tabel 6 gebruikt. Overigens is het belangrijk om aan te stippen dat geen rekening wordt gehouden met het direct hergebruikpotentieel van de buizen bij een lagere benodigde hoeveelheid zand. Ook bij maximaal (5 miljoen m3) gebruik zullen de buizen een tweede leven krijgen. Echter wordt uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij details die de MKI verlagen niet zijn meegenomen. Er is ten slotte ook niet nauw gekeken naar bijkomstigheden als overkluizingen of het verleggen van de buis, die de MKI zullen verhogen.

Tabel 6: Aanvullende uitgangspunten droogtransportsysteem.

Uitgangspunten Berekening massa stalen buis Input

Gewicht stalen buis Zwaar constructiestaal uit hergebruik Elektriciteit NLmix

3 4

( pi R2 - pi * R1^2^) * L * 7250 kg/m3 R1 = 0,45 m R2 = 0,465 m L = 6500 m Rho = 7850 kg/m3 2.198.999 kg 38,31 € / 1000 kg4 64,62 € / 1000 kWh4

5 MW * 6,5 / 16 = 5 * 0,4 = 2,03 MW (afgerond 2 MW). DuboCalc versie 6.0, Database met publicatiedatum tot en met 18-07-2022.

4/6

Tabel 7: MKI brekend op basis van elektriciteitsverbruik en staal.

Benodigde hoeveelheid zand

Benodigde hoeveelheid staal

[m3]

[kg]

25-08-2022

Benodigde hoeveelheid energie

MKI totaal op basis van energiemix

MKI totaal op basis van groene stroom

[kWh]

[€]

[€]

0

2.200.000

0

84.272

84.272

1.000.000

2.200.000

4.380.000

367.308

84.272

2.000.000

2.200.000

8.760.000

650.343

84.272

3.000.000

2.200.000

13.140.000

933.379

84.272

4.000.000

2.200.000

17.520.000

1.216.415

84.272

5.000.000

2.200.000

21.900.000

1.499.450

84.272

2.3

Resultaat

In Figuur 2 worden bovenstaande resultaten bij elkaar gebracht in één grafiek. Daaruit blijken twee dingen: • •

De milieu-impact van het regulier elektriciteitsgebruik overstijgt de milieuimpact van vrachtwagens. Het kiezen voor de duurzaamste optie is volledig afhankelijk van de keuze of er groene stroom wordt gebruikt om de pompen van elektriciteit te voorzien.

Deze uitkomst is wellicht verrassend, omdat elektriciteit intuïtief beter voor het milieu is dan diesel. Hydraulische aanvoering van zand is echter minder efficiënt vanwege de extra hoeveelheid water. Daarnaast is de MKI van elektriciteit relatief hoog. De CO2 uitstoot van een kWh is bijvoorbeeld volgens de gegevens van CO2emissiefactoren.nl de helft lager dan aangegeven in DuboCalc. Dat zou kunnen komen door de verouderde data van DuboCalc, daardoor krijgt elektriciteit een toelage van 30% als onzekerheidsmarge. Eventueel zou een database als Ecoinvent een betere (en eventueel lagere) uitkomst hebben voor de elektriciteitsmix. Bij een verdere uitwerking kan overwogen worden een licentie aan te vragen op deze database. Wanneer gebruik wordt gemaakt van grijze energie is de MKI van nattransport aanzienlijk hoger dan transport per as. Om de MKI van nattransport sterk te verlagen is gebruik van groene stroom noodzakelijk. Dat kan door middel van het inkopen van stroom bij een gecertificeerd groene leverancier. Een andere optie is om, zoals het alternatief circulair/duurzame energie voorstelt, het energielandschap voorlopend op de werkzaamheden te realiseren. Op die manier wek je ter compensatie parallel aan de aanlegfase de benodigde energie zelf op. Om te bepalen hoeveel zonnepanelen daarvoor nodig zijn is onderstaande grove berekening gemaakt.

5/6

MKI waarde uitgezet tegen de hoeveelheid zand en grond nodig voor ophoging

25-08-2022

2.000.000 1.800.000 1.600.000

Pijpleiding - NLmix Pijpleiding - groene stroom* MKI EURO 4

MKI [€]

1.400.000 1.200.000

MKI EURO 5 MKI EURO 6

1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0 0 miljoen 1 miljoen 2 miljoen 3 miljoen 4 miljoen 5 miljoen 6 miljoen m3 m3 m3 m3 m3 m3 m3

Figuur 2: Uitkomsten MKI berekeningen samengevat. * groene stroom dient geborgd te worden door een certificaat of door eigen opwek.

In het geval van 5 miljoen m3 zand, is 21.900 MWh nodig gedurende 10 jaar. Gemiddeld gezien zou je daarvoor jaarlijks 2.190 MWh moeten opwekken. Een zonneweide van ongeveer 2,3 hectare kan dit leveren. Dit is een nettobenadering, niet rekening houdende met piekmomenten waarop elektriciteit wordt gevraagd. Omdat de uitvoering niet evenredig verdeeld over die 10 jaar zal plaatsvinden, is het aan te raden hier een ruime marge in te nemen.

Tabel 8: Grove berekening voor het inschatten van het benodigde energielandschap voor het groen opwekken van elektriciteit voor het nattransport.

Aantal vollasturen per jaar Benodigd vermogen Vermogen zonnepaneel (opp. 1,7 m2) Benodigd aantal zonnepanelen Totaal oppervlak zonneweide7

9505 2.190 MW / 950 = 2,31 MWp 400 Wp6 2,31 MWp / 400 Wp = 5.763 2,3 hectare

5

Sterk afhankelijk van de situatie Degradatie van de zonnepanelen is hier niet in meegenomen. 7 Grove stelregel is dat voor de opwek van 1MWp ongeveer 1 hectare nodig is. Efficiëntie van de panelen en de hoeveelheid open ruimte voor biodiversiteit hebben hier invloed op. 6

6/6

Bijlage 4: Notitie houtbouw Zuidplaspolder

18-03-2022

Notitie

Versie: 1 Auteur: Ibrahim (Ibo) Selek Projectnummer: 51007971 Onderwerp: Houtbouw Klant: Gemeente Zuidplas Documentnummer M01

Verantwoording Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:

Zuidplaspolder Houtbouw 51007971 Gemeente Zuidplas 3588 1

Datum:

18-03-2022

Auteur: E-mailadres:

Ibrahim (Ibo) Selek Ibo.selek@sweco.nl

Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:

Ibrahim (Ibo) Selek

Sweco

Postbus 1364

Sweco Nederland B.V.

Ibrahim (Ibo) Selek

NL 8001 BJ Zwolle

Handelsregister 30129769

Senior Constructief Adviseur

Netherlands

Statutair gevestigd te: De Bilt

ibo.selek@sweco.nl

T +31 (0) 88 811 6600

M +31 6 30473772

www.sweco.nl 1/7

Inleiding Gemeente Zuidplas wil circa 8.000 woningen ontwikkelen in Zuidplaspolder. Daarnaast zijn er plannen voor circa 50 hectare bedrijventerrein, infrastructuur, natuur en water. Een enorme ontwikkeling waar ook de milieugevolgen van de ontwikkeling inzichtelijk in kaart gebracht dienen te worden in een milieueffectrapportage (MER). Deze notitie levert de nodige input voor het verder schrijven van de MER met oog voor toepassen van houtbouw voor deze enorme ontwikkeling.

18-03-2022 Versie: 1

Zuidplaspolder zit circa 6,76m-NAP. Eventuele zeespiegelstijgingen door klimaatveranderingen zullen een nadelig effect hebben op dit gebied. Hierdoor is het speciaal voor dit gebied van groot belang om te bouwen met minder vervuilende bouwmaterialen. Houtbouw is hierdoor onwijs geschikt voor deze locatie en voor de doelen van Zuidplapolder.

2/7

1

Voordelen houtbouw

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002808/1