Bijlage 22 Bijlage 19 MER Deelrapport Water Bodem Klimaat A24.000186
Tekst van het document
Rapportage water, bodem en klimaat MER Zuidplaspolder
Verantwoording Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant:
Rapportage water, bodem en klimaat MER Zuidplaspolder 51007971 Gemeente Zuidplas
Versie:
D0.0
Datum:
7 juli 2023
Auteur:
Nikéh Booister, Julia de Niet, Harm Nomden, Harrie Gielen, Adrie Otte, Arend van Woerden, Ayla Algoe Nikeh.booister@sweco.nl
E-mailadres: Gecontroleerd door: Paraaf gecontroleerd:
Alex Hekman
Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:
Laurens van der Schraaf
2/189
Inhoudsopgave
1. 1.1 1.2
Inleiding ................................................................................................................................................... 5 Aanleiding en doel ................................................................................................................................... 5 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 7
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Uitgangspunten ....................................................................................................................................... 9 Studiegebied............................................................................................................................................ 9 Kaders wet- en regelgeving, beleid en richtlijnen .................................................................................... 9 Beoordelingskader en ingreep-effectrelaties .........................................................................................12 Aannames en uitgangspunten ...............................................................................................................12 Methodiek ..............................................................................................................................................13
3.
Alternatieven ..........................................................................................................................................15
4. 4.1 4.2
Referentiesituatie...................................................................................................................................17 Huidige situatie ......................................................................................................................................17 Autonome ontwikkeling .........................................................................................................................39
5.
Functioneren systeem: ecohydrologische beschouwing .......................................................................47
6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Effectenbeoordeling water .....................................................................................................................57 Oppervlaktewaterkwantiteit ...................................................................................................................57 Water aan- en afvoer .............................................................................................................................71 Oppervlaktewaterkwaliteit .....................................................................................................................81 Grondwaterkwantiteit .............................................................................................................................92 Grondwaterkwaliteit .............................................................................................................................100
7. 7.1 7.2
Effectenbeoordeling bodem ................................................................................................................104 Bodembeweging ..................................................................................................................................104 Bodemkwaliteit (milieuhygiënisch onderzoek) ....................................................................................111
8. 8.1 8.2
Effectenbeoordeling klimaat ................................................................................................................115 Waterveiligheid ....................................................................................................................................115 Klimaatverandering: droogte en hittestress .........................................................................................126
9. 9.1
Conclusie, aanbevelingen en discussies voor vaststellen van het voorkeursalternatief.....................135 Onderbouwing voorstel voor het voorkeursalternatief (VKA) vanuit de thema’s water, bodem en klimaat .................................................................................................................................................135
10. Effectbeoordeling VKA ........................................................................................................................145 10.1 Inleiding ...............................................................................................................................................145 Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: sweco.projectId Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5305\51007971_zuidplaspolder_mer_bestemmingsplan\02_project\c_werkdocumenten\water \rapportage water\definitief versie d0.0\mer middengebied zuidplaspolder - deelrapport water bodem klimaat d0.0.docx
3/189
10.2 10.3 10.4 10.5
Effectbeoordeling VKA ........................................................................................................................145 Leemten in kennis ...............................................................................................................................157 Discussie .............................................................................................................................................161 Advies voor verdere detaillering en uitwerking plannen ......................................................................162
11.
Bibliografie ...........................................................................................................................................163
Bijlage I: Alternatieven tabel ..........................................................................................................................167 Bijlage II: Waterbalans ...................................................................................................................................173 Bijlage III: Eisen convenant klimaatadaptief bouwen ....................................................................................180 Bijlage IV: Modelberekening kweltoename en bufferzone Groene Waterparel Zuidplaspolder ....................183
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: sweco.projectId Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0 Document referentie: \\nlamsfs004\project\5305\51007971_zuidplaspolder_mer_bestemmingsplan\02_project\c_werkdocumenten\water \rapportage water\definitief versie d0.0\mer middengebied zuidplaspolder - deelrapport water bodem klimaat d0.0.docx
4/189
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.1.1
Bestemmingsplan en milieueffectrapportage Middengebied
De gemeente Zuidplas werkt aan de ontwikkeling van het Middengebied Zuidplaspolder. Het gaat om een integrale gebiedsontwikkeling waarin ruimte wordt geboden aan woningen, bedrijvigheid, (maatschappelijke) voorzieningen, infrastructuur en natuur. De kern van de ontwikkeling wordt gevormd door de realisatie van een nieuw dorp van 8.000 woningen. Tevens is een uitbreiding beoogd van de industrieterreinen Doelwijk en Gouwe Park. Het Middengebied ligt in de oksel van de A12 en de A20, tussen de kernen Nieuwerkerk a/d IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1-1 - Plangebied ontwikkeling Middengebied
Om de ontwikkeling van het Middengebied mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Het bestemmingsplan moet de planologische mogelijkheden bieden voor de ontwikkeling van het
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
5/189
Middengebied. Bij de ontwikkeling van het Middengebied zijn belangrijke (milieu)effecten niet op voorhand uit te sluiten. De gemeente Zuidplas heeft daarom besloten om bij het bestemmingsplan een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren. Als onderdeel van de m.e.r. wordt een Milieueffectrapport (MER) opgesteld.
1.1.2
Doel voorliggend rapport
In het MER worden de effecten van de ontwikkeling van het Middengebied beschreven. Dit gebeurt voor alle relevante thema’s die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving. Een van de thema’s waar in het MER aandacht aan wordt besteed is water, bodem en klimaat. Voorliggend rapport levert de input voor de effectbeschrijving en -beoordeling voor dit thema. Dit rapport heeft in het proces van het MER op twee momenten input geleverd: 1. Een effectanalyse voor vijf alternatieven met als doel input leveren voor het samenstellen van een voorkeursalternatief. 2. Effectanalyse van het voorkeursalternatief. 1. Vijf alternatieven In de eerste stap zijn de effecten onderzocht van vijf alternatieven: • Basisalternatief; • Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’; • Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’; • Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’; • Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’. De alternatieven worden uitgebreid beschreven in het bijlagendocument Bijlage 4 Alternatievenbeschrijving bij het MER. Het basisalternatief is de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (maart 2021), vastgesteld in de Bestuurlijke Overeenkomst voor de Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (juli 2021) en verder uitgewerkt in het Stedenbouwkundige Casco Middengebied Zuidplaspolder (januari 2022).
Dit basisalternatief bevat uitgangspunten voor het programma van de woningbouw, het bedrijventerrein en de voorzieningen. Verder zijn in het basisalternatief uitgangspunten en ambities beschreven voor de invulling van de thema’s • natuur/groen; • waterhuishouding; • klimaatadaptatie; • mobiliteit; • circulariteit en energie. In het basisalternatief zit als het ware het basis ambitieniveau van de gemeente voor het Middengebied. De vier overige alternatieven kennen in beginsel dezelfde uitgangspunten als het basisalternatief. Per alternatief is daar bovenop voor het betreffende thema een maximaal ambitieniveau uitgewerkt. Bijvoorbeeld: in het alternatief ‘maximaal klimaatrobuust’ is maximaal invulling gegeven aan maatregelen die er toe leiden dat de ontwikkeling van het Middengebied zo klimaatrobuust mogelijk is. Voor de overige thema’s is dit alternatief gelijk aan het basisalternatief. En zo is in het alternatief ‘duurzame mobiliteit’ maximaal invulling gegeven aan het thema duurzame mobiliteit.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
6/189
Voorliggend rapport levert input voor de effectanalyse van de vijf alternatieven voor het thema water, bodem en klimaat. Voorkeursalternatief Op basis van de effectanalyse van de vijf alternatieven is in het MER een Voorkeursalternatief (VKA) samengesteld. Dit VKA bestaat uit een combinatie van onderdelen/maatregelen uit de verschillende alternatieven. Daarnaast zijn ook zaken meegenomen die niet in het MER zijn meegenomen, maar wel van belang zijn in de keuzevorming. Denk bijvoorbeeld aan zaken als economische haalbaarheid, technische uitvoerbaarheid, risico’s, etc. De elementen waaruit het VKA bestaat zijn beschreven in Bijlage 4 Alternatievenbeschrijving van het MER. Voor dit VKA is vervolgens gekeken of die leidt tot andere effecten dan reeds in beeld gebracht bij de vijf bovengenoemde alternatieven. In voorliggend rapport worden de effecten van het VKA beschreven voor het thema water, bodem en klimaat.
1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten beschreven die zijn gehanteerd bij het onderzoek. Er wordt onder meer ingegaan op het studiegebied, de relevante kaders vanuit wet- en regelgeving en beleid, het beoordelingskader en de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd. De effecten van de planontwikkeling worden onderzocht ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie, eventueel aangevuld met de autonome ontwikkelingen. Een beschrijving van de voor voorliggend onderzoek relevante referentiesituatie is opgenomen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de effecten van de vijf alternatieven beschreven. In dat hoofdstuk wordt eerst stil gestaan bij de beoordelingscriteria die worden gehanteerd. Vervolgens wordt per criterium de effecten beschreven en beoordeeld. Het hoofdstuk eindigt met een samenvatting en een conclusie van de effecten en de onderscheidende verschillen tussen de alternatieven. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 in beeld gebracht wat de effecten zijn van het voorgestane voorkeursalternatief. Daarbij wordt ook aangegeven of er op dit moment nog sprake is van leemten in kennis. Dit deelrapport heeft drie bijlagen. In bijlage 1 is een tabel opgenomen waarin de voor dit deelrapport relevante onderdelen van de onderzochte alternatieven zijn samengevat en in sommige gevallen verder zijn uitgediept.
De tabel geeft inzicht in de gehanteerde peilen, watersysteem en maatregelen ten behoeve van o.a. waterberging, waterkwaliteit/-kwantiteit. Vervolgens is in bijlage 2 een waterbalans opgenomen. Op basis van deze waterbalans is ingeschat hoeveel kwel er is en hoeveel kwel er te verwachten valt in de verschillende alternatieven. Tot slot is in bijlage 4 een tabel opgenomen waarin is aangegeven op welke manier de eisen uit Convenant Klimaatadaptief Bouwen zijn meegenomen in dit onderzoek.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
7/189
MER herziening omgevingsbeleid Provincie Zuid-Holland Op het moment van opstellen van het MER voor het Middengebied is de provincie ZuidHolland bezig met een herziening van haar beleid, zodat de ontwikkeling van het Middengebied zoals opgenomen in de overeenkomst van 1 juni 2021 hier binnen past. De herziening moet eind 2022 worden vastgesteld. Voor de Herziening is begin 2022 een provinciaal MER opgesteld (MER Herziening provinciaal omgevingsbeleid, Witteveen+Bos, maart 2022). In juli 2022 is een aanvulling opgesteld naar aanleiding van het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. Bij het MER voor het Middengebied is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de resultaten van dit provinciaal MER. Daaruit beschikbare informatie is ook meegenomen in voorliggend deelrapport.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
8/189
2. Uitgangspunten 2.1 Studiegebied In het MER is het te onderzoeken gebied aangeduid met twee termen: het plangebied en het studiegebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied ligt in de oksel van de A12 en de A20, tussen de kernen Nieuwerkerk a/d IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de het bedrijventerrein Doelwijk, de A12 en spoorweg Gouda - Rotterdam. De oostzijde van het plangebied wordt grotendeels begrens door de A20. De zuid- en westzijde wordt begrensd door de N219, zie Figuur 1-1 (wit omlijnde gebied). Naast het plangebied is er het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen mogelijk merkbaar zijn, het zogenaamde studiegebied. Het studiegebied omvat dus het plangebied en een gebied waar de verschillende omgevingseffecten duidelijk merkbaar zijn. Voor de wateraspecten beslaat het studiegebied een iets ruimer gebied dan het plangebied. Waterlopen of waterlichamen stoppen niet bij de grens van het plangebied.
2.2 Kaders wet- en regelgeving, beleid en richtlijnen Voor dit deelrapport is zijn de volgende kaders gehanteerd: Nationaal en Europees beleid: - Waterwet: Deze nationale wet regelt het beheer van sloten, plassen en singels en grondwater, en verbetert de samenhang tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. - De Wet Bodembescherming (Wbb): Deze wet omvat regels om de bodem te beschermen. De Wbb stelt dat grondwater een onderdeel van de bodem is. De sanering van verontreinigde bodem en grondwater door middel van de Wbb geregeld. - Kaderrichtlijn Water (KRW): de Europese Unie heeft regels vastgesteld voor de kwaliteit van het water in alle EU-lidstaten in de KRW. Hierin staat beschreven dat landen water moeten beschermen en de kwaliteit van het water moeten verbeteren. Ook verplicht de wet de landen om bij het gebruik, onderhoud en schoonmaken zo min mogelijk water en energie te gebruiken. Doelen uit het KRW moeten in 2027 zijn bereikt. - Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW): in dit akkoord staat hoe, en binnen welke periode overheden omgaan met de grote wateropgaven voor Nederlands in de 21e eeuw, inclusief zeespiegelstijging, bodemdaling, klimaatverandering en verstedelijking.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
9/189
-
Het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn 2022-2027: De Nitraatrichtlijn is een Europese richtlijn voor de bescherming van water tegen verontreiniging me nitraten uit agrarische bronnen. Het Nederlandse actieprogramma Nitraatrichtlijn is de vertaling van deze richtlijn naar nationaal niveau. - De derogatiebeschikking: onder de Europese Nitraatrichtlijn is ook vastgelegd hoeveel, waar en wanneer mest mag worden ingezet voor agrarische doeleinden. Nederland heeft een ontheffing, de derogatiebeschikking, waarbij meer stikstof mag worden gebruikt dan normaliter toegestaan onder de richtlijn. - Uitvoeringsprogramma’s voor reducties van medicijnresten en andere chemische stoffen: Door toenemend medicijngebruik komen via het riool steeds meer medicijnresten in het oppervlaktewater terecht. Ook de aanwezigheid van andere schadelijke stoffen zoals zware metalen in water neemt toe. Daarom zijn op nationaal niveau verschillende uitvoeringsprogramma’s voor reducties van medicijnresten en andere chemische stoffen opgezet. Wetten zijn algemeen en daardoor nog niet uitvoerbaar. Hoe de regels die zijn uitgelegd in de wetten moet worden uitgevoerd staat beschreven in de uitwerkingen van die wetten, de zogenaamde besluiten en beleid. Hieronder een overzicht van besluiten die voortvloeien uit nationale wetten.
In de Nationale Adaptatie Strategie worden daarnaast de 6 meest urgente klimaatrisico’s geïdentificeerd. Drie van de klimaatrisico’s worden opgepakt in het ontwikkelen van een klimaatbestendig dorp: - Meer hittestress bij mensen door extreem weer; - Vaker uitval delen van vitale en kwetsbare functies door extreem weer; - Minder veerkracht van de natuur doorat de klimaatzones verschuiven; In het coalitieakkoord is opgenomen dat bodem en water sturend moet worden voor de ruimtelijke ordening. Dit om er voor te zorgen dat keuzes van nu geen negatieve invloed (afwentelen) hebben op toekomstige generaties of andere gebruikers. De eerste uitwerking hiervan is mei 2022 gepresenteerd in het Beleidsprogramma van I&W (MinI&W, 2022), in november 2022 volgde de kamerbrief water en bodem sturend met daarin 33 richtinggevende uitspraken. Voor alles achter de kering zijn de uitspraken uit het beleidsprogramma ter inspiratie meegenomen voor het alternatief Maximaal Klimaatrobuust. In welke mate keuzes wordt voldaan aan de richtinggevende uitspraken van de kamerbrief water en bodem sturend, is beschreven in een bijlage bij het MER: hoofdstuk 4 van bijlage 2 Beleidskader. Aanvullend op nationale wetten, richtlijnen en beleid is beleid op provinciaal en waterschapsniveau die op het thema water, bodem en klimaat van toepassing zijn. HHSK regelgeving: de keur en de legger.
o In de keur staan verlichtingen en onderhoudstaken met betrekking tot watergangen, dijken en andere objecten. De keur bestaat voornamelijk uit verboden, beschrijvingen van activiteiten die niet mogen op en rond het water. HHSK beleid: o Waterbeheerprogramma 2022-2027: In het Waterbeheerprogramma staan de belangrijkste doelen van het waterschap voor de komende jaren uitgelijnd. Het is een sturend document en er zijn geen juridische verplichtingen
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
10/189
-
-
-
-
-
aan verbonden. In het huidige waterbeheerprogramma zijn de volgende ambities opgenomen: ▪ Klimaatadaptatie: Een watervriendelijke leef- en werkomgeving die extreem weer goed kan verwerken; Alle nieuw- en verbouw is water- en klimaatbestendig; Regenwater verwerken zonder negatieve gevolgen; o Overstromingsrisico’s: Het verkleinen van het overstromingsrisico; o Watervoorziening en verzilting: Voldoende zoetwater, ondanks toenemende verzilting; o Bodemdaling in veenweidegebied: Zo weinig mogelijk bodemdaling in veenweidegebied; o Wateroverlast: schade door wateroverlast voorkomen o Grondwater en fundering: functies en grondwatersysteem in evenwicht Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012: Deze regeling stelt dat ter compensatie van verhardingstoename dient extra waterberging te worden aangelegd. De regelgeving is indirect meegenomen bij de inrichting van het watersysteem, waarbij is gecontroleerd dat genoeg waterberging wordt ingericht om te compenseren voor het extra verhard oppervlak. Waterwet: op basis van doorvertaling in het beleid van HHSK Waterverordening Zuid-Holland: Is indirect meegenomen in de analyse wateroverlast, waarbij verschillende neerslagscenario’s zijn meegenomen die effect hebben op het gebied.
Het uitgangspunt voor het Middengebied is echter dat het gebied zijn eigen broek op kan houden, dat gaat verder dan de NBW normen in de waterverordening. Dit is conform het convenant klimaatadaptief bouwen. Convenant klimaatadaptief bouwen: waarin uitgangspunten klimaatadaptief bouwen zijn opgenomen. Dit is geen formele wet- en regelgeving of beleid maar een overeenkomst waar de Gemeente Zuidplas als het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard zich aan hebben gecommitteerd. KRW: De doelen uit het KRW moeten in 2027 zijn bereikt. Het hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard maakt daarom iedere zes jaar plannen om de doelen te bereiken. De KRW doelstellingen en beoordeling zijn meegenomen in deze studie. De Wet Bodembescherming (Wbb) Besluit Bodemkwaliteit (BKK) In het Besluit bodemkwaliteit staan regels voor de toepassing van grond, baggerspecie en bouwstoffen en stelt kwaliteitseisen aan de uitvoering van bodemwerkzaamheden
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
11/189
2.3 Beoordelingskader en ingreepeffectrelaties Voor het MER is op basis van de NRD en het advies van de Commissie m.e.r. een beoordelingskader vastgesteld. Voor het aspect water, bodem en klimaat geldt het volgende beoordelingskader: Thema Bodem Water
Klimaat
Aspecten Bodemkwaliteit Bodembeweging Oppervlaktewaterkwantiteit Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwaterkwantiteit Grondwaterkwaliteit Waterveiligheid Waterafvoer Klimaatadaptatie: hitte en droogte
Hoe verhoudt het thema klimaatadaptatie zich tot andere klimaatrelevante onderwerpen zoals klimaatmitigatie en circulariteit? In het MER is onderscheid gemaakt tussen klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Bij maatregelen ter vermindering van klimaatverandering is er sprake van mitigatie. Dit draait om het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Bij maatregelen ter aanpassing aan klimaatverandering die desondanks toch optreedt, is er sprake van adaptatie. Hierbij gaat men uit van de effecten van klimaatverandering (droogte, hitte, wateroverlast) en bereidt zich daarop voor. Vanwege de grote overlap met de thema’s water en bodem wordt klimaatadaptatie meegenomen in voorliggend deelrapport Water, bodem en klimaat. Klimaatmitigatie wordt samen met het onderwerp circulariteit beschreven in Deelrapport Duurzaamheid.
2.4 Aannames en uitgangspunten In dit deelrapport zijn de volgende aannames en uitgangspunten gehanteerd: - De realisatie van het Vijfde Dorp en de rest van het Middengebied zal gefaseerd plaatsvinden. Om toch een beeld van verschillende alternatieven te geven zijn alle gebieden direct meegenomen in dit deelrapport en het MER. Twee gebieden zijn buiten beschouwing gelaten: o De Groene Waterparel bevat nu waardevolle natuur, dit gebied staat wel op alle plaatjes van het plangebied maar wordt in overleg met de Gemeente Zuidplas en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard niets aangepast in de alternatieven. Om deze reden is het gebied transparant weergegeven op kaarten. o Het ‘agrarisch’ gebied, een deel van het gebied aan het zuidwesten, naast de Groene Schakel wordt eveneens niet meegenomen in de aanpassingen. Dit gebied is daarom eveneens transparant gemaakt. - Autonome bodemdaling: In het rapport wordt uitgegaan van een autonome bodemdaling van 5mm/jaar. Dit is gestoeld op basis van
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
12/189
-
-
-
ervaringen bij op andere locaties (o.a. van actieve deelnemers van het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling waaronder gem. Woerden en Oudewater) met een vergelijkbare bodemopbouw (klei en veen) en zettingen die wij via bodemdalingkaart 2.0 constateren voor de voor de A20 en de spoorlijn Gouda-Den Haag en Gouda-Rotterdam die al geruime tijd geleden zijn aangelegd. Het watersysteem in het gebied is complex. Om primaire effecten te beoordelen is het niet altijd nodig en mogelijk dit watersysteem helemaal mee te nemen. We kennen het watersysteem en zullen de nodige nuancering aanbrengen in het voorkeursalternatief. Een verdiepende studie over de impact van de ontwikkeling op het watersysteem zal in een later stadium wenselijk zijn om detaillering aan te brengen in het watersysteem. In de verschillende analyses worden de meest recente KNMI klimaatscenario’s gehanteerd. De scenario’s staan omschreven in KNMI 2015, nieuwe inzichten zijn gegeven in klimaatsignaal 2021. Omdat die laatste geen scenario’s geeft kunnen gegevens niet altijd hier op gebaseerd worden. Waar mogelijk zijn de inzichten uit klimaatsignaal 2021 gebruikt. Alternatieven en verhogen peilen: Er is in de alternatieven gekozen voor het verhogen van peilen in het totale plangebied.
Later in het proces, op basis van de effectbeoordeling en voortschrijdend inzicht, is naar voren gekomen dat het verhogen van peilen niet zomaar in alle gebieden mogelijk is, zo zal de Groene Schakel veel later in het proces pas worden ontwikkeld. In het VKA is deze verdere en gefaseerde specificering verder uitgewerkt.
2.5 Methodiek Dit deelrapport omvat negen deelthema’s en een integrale beschouwing op het onderwerp ecohydrologie. Per deelthema wordt in de betreffende paragraaf beschreven op welke beoordelingscriteria zijn gebruikt voor de effectbeoordeling. De effectbeoordeling is per thema op de volgende manier uitgevoerd: 1. Oppervlaktewaterkwantiteit: aan de hand van een oppervlaktewaterbalans zijn met neerslagvolumes en bergingscurves de waterstanden en volumes uitgerekend. 2. Water aan- en afvoer: aan de hand van afvoervolumes, neerslag en verdamping en de mogelijkheden tot peilfluctuatie in de alternatieven is berekend of er voldoende aan- en afvoermogelijkheden zijn in het gebied. Daarnaast is het watersysteem versimpeld geanalyseerd en zijn nieuwe peilvakken ingetekend. 3. Oppervlaktewaterkwaliteit: Er is aan de hand van bestaande gegevens en onderzoeken en aanvullende gesprekken met het waterschappen een kwalitatieve analyse gemaakt van de waterkwaliteit. Belangrijke thema’s die zijn meegenomen zijn kwel, landbouw, stedelijk gebied en klimaatverandering. 4. Grondwaterkwantiteit: Aan de hand van een waterbalans is berekend wat de effecten zijn van het verhogen van peilen op kwel in de Zuidplaspolder en het plangebied. De resultaten van deze analyse zijn verwerkt in andere hoofdstukken waarvoor dit relevant is. 5.
Grondwaterkwaliteit: op basis van de resultaten van thema grondwaterkwantiteit zijn de effecten op de grondwaterkwaliteit
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
13/189
bepaald. Hierbij is rekening gehouden met afstromend/infiltrerend regenwater, het wel of niet toepassen van bodempassages, slechte kwelwaterkwaliteit. Er is een kwalitatieve analyse gemaakt van de effecten. Beoordeling ++
Voldoet aan extreme scenario’s zss (+2m) en neerslag en bovendien aanpasbaar aan verdere klimaatverandering (bijvoorbeeld 200 mm/48u)
+
Voldoet aan convenant KAB
0/+
Voldoet aan convenant KAB (in mindere mate)
0
Situatie verandert niet ten opzichte van referentie
0/- / - / - -
Voldoet niet aan beleid, geen mogelijkheden tot toekomstige aanpassing of situatie verslechtert t.o.v. referentie
6. Bodemkwaliteit: Aan de hand van de bekende bodemkwaliteitskaart is een kwalitatieve beschouwing gemaakt van de effecten van het planvoornemen op de bodemkwaliteit. 7. Waterveiligheid: HKV heeft in de eerste helft van 2022 nieuwe overstromingsberekeningen gemaakt. Aan de hand van deze berekeningen is een kwalitatieve analyse gemaakt van de effecten van deze berekeningen op de waterveiligheid. 8. Bodembeweging: Veenoxidatie, restzetting en effecten van de bebouwing op de omgeving zijn de meest relevante thema’s voor dit onderwerp. Er is aan de hand van bestaande kennis en expert judgement een kwalitatieve analyse gemaakt van de te verwachten effecten. 9. Klimaatverandering, droogte en hittestress: klimaatverandering is meegenomen onder verschillende thema’s, wateroverlast zit in oppervlaktewaterkwaliteit en ook waterveiligheid is apart meegenomen. Droogte en hitte zijn hier apart beschouwd. Het effect van droogte op het watersysteem en de omgeving zijn meegenomen aan de hand van het maken van verdampingsberekeningen. Het effect van hitte is meegenomen aan de hand van voorgestelde hoeveelheid schaduw, dit is een kwalitatieve analyse. 10. Ecohydrologie: Er is een kwalitatieve beschouwing gemaakt van de werking van watersysteemaspecten op de waterkwaliteit en ecohydrologie.
Voor het detailniveau van de studie geeft deze beschouwing eerste inzicht Op hoofdlijnen is de volgende methodiek gehanteerd in de beoordelingscriteria.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
14/189
3. Alternatieven Binnen de kaders van de al bekende informatie uit voorgaand onderzoek zijn alternatieven uitgewerkt conform het advies van de Commissie MER (CieMER, 2021). Er is veel onderzoek gedaan in het plangebied, deze onderzoeken zijn zo goed als mogelijk meegenomen in het bepalen van de alternatieven. Een uitgebreide toelichting van de alternatieven staat in Bijlage 4 Alternatievenbeschrijving van het MER. In bijlage I van dit rapport staat een samenvattende tabel met de belangrijkste uitgangspunten van alternatieven die van toepassing zijn op dit deelrapport. Er zijn twee onderwerpen die in dit rapport veelvuldig voorbij komen en die mogelijk op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Het gaat om de ‘drooglegging en ontwateringsdiepte’ en ‘bodemdaling’. Hieronder een korte toelichting op hoe wij daar in dit rapport mee zijn omgegaan. Figuur 3-1 laat het plangebied zien met verschillende deelgebieden zoals gehanteerd in dit rapport.
Figuur 3-1 Plangebied opgedeeld in deelgebieden
Drooglegging en ontwateringsdiepte In de alternatieven is rekening gehouden met voldoende drooglegging en ontwateringsdiepte om grondwateroverlast te voorkomen. Drooglegging is verschil tussen maaiveld en waterpeil. Naast drooglegging wordt ook vaak gekeken naar ontwateringsdiepte. Ontwateringsdiepte is het verschil tussen maaiveld en de grondwaterstand ter plaatse. Voor het berekenen van de ontwateringsdiepte is rekening gehouden met een opbolling van 0,1 m voor wegen en 0,2 m voor tuinen en woningen. Deze uitgangspunten komen voort uit ervaringen uit het verleden en logische waarden waarbij normaliter rekening gehouden wordt.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
15/189
Figuur 3-2 toelichting drooglegging en ontwateringsdiepte
Bodemdaling De beschreven vloerpeilen, wegpeilen en hoogte van tuinen in onderstaande alternatieven zijn peilen na restzetting. De totale bodemdaling in de toekomst bestaat uit autonome bodemdaling en restzetting van opgehoogde grond. De restzettingseis, gaat voor de basissituatie uit van 20 cm/30 jaar (gebaseerd op de uitgangspunten in Witteveen+Bos, 2022). In alternatief Maximaal Klimaatrobuust is de restzettingseis lager, hier wordt uit gegaan van 10 cm/ 60 jaar en wordt uitgegaan van alternatieve bouwmethodes en goede voorbelasting om verdere zetting te voorkomen. Deze restzettingseis komt voort uit de vervangingstermijn van de wegfundering. In gebieden met een stevige zandondergrond zou deze 60 jaar meekunnen. In het Handboek visuele inspectie van het CROW (3.4.4 Zetting) staat dat wanneer het hoogteverschil ten opzichte van de omgeving groter is dan 40 cm, deze moet worden beoordeeld als ‘ernstig’. Uitgaande van een restzettingseis van 10 cm/60 jaar in combinatie van een autonome bodemdaling van 5 mm/jaar is rehabilitatie van de weg en het riool pas na 60 jaar vereist. Hiermee wordt de levensduur van de weg en het riool gelijk getrokken met die van zandgronden. Hiermee wordt afwenteling voorkomen. De autonome bodemdaling is gebaseerd op ervaringen elders en analyse van de omgeving (zie ook hoofdstuk zettingen).
Bouwwijzen In het Masterplan worden verschillende bouwwijzen voorgesteld voor het gebied de Watertuinen. Zo worden drijvend wonen, wonen op terpen en wonen op palen genoemd. In de verschillende alternatieven zijn deze bouwwijzen toegevoegd. Voor drijvend wonen is een minimale diepte van 0,6m NAP nodig. Amfibisch bouwen is niet toegevoegd, de verwachting is dat in verband met ongelijkmatige zetting van de ondergrond, minimaal benodigde diepte (dieper dan drijvend wonen) om woning te laten drijven en peilfluctuatie dit naar verwachting geen haalbare optie is. Zie voor toelichting Veenetië studie (Gemeente Woerden, 2019). Overstromingsdiepten Bij het opstellen van de alternatieven is rekening gehouden met overstromingsresultaten van Deltares 2010 (Deltares, 2010). Parallel aan het opstellen van het MER is een aanvullend onderzoek uitgevoerd door HKV naar de overstromingsrisico’s (HKV, 2022). Het HKV rapport is voor afronding van het MER verwerkt in dit rapport.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
16/189
4. Referentiesituatie In dit hoofdstuk wordt een omschrijving gegeven van de referentiesituatie van het Middengebied. De verschillende onderwerpen onder de thema’s water, bodem en klimaat worden voor de huidige situatie en autonome ontwikkeling omschreven conform advies NRD.
4.1 Huidige situatie 4.1.1
Oppervlaktewatersysteem
Het plangebied is begrensd door grote snelwegen en een spoorlijn en is waterhuishoudkundig gezien onderdeel van de Zuidplaspolder. De waterhuishoudkundige hoofdstructuur van de Zuidplaspolder bestaat uit de Ringvaart, tochten en sloten die een stevige basis vormen voor nieuwe ontwikkelingen in het Middengebied. De Zuidplaspolder is een laag gelegen polder met daarin (buiten het plangebied gelegen) het laagste punt van Nederland. De hoofdstructuur van het watersysteem van de polder is al meer dan 100 jaar oud. Het systeem is gericht op een efficiënte afvoer van water naar de Hollandsche IJssel. De Zuidplaspolder is voor driekwart omsloten door de Ringvaart (boezem) met een ringdijk en de polder is ingedeeld door een rechtlijnig stelsel van tochten met lintbebouwing en sloten (Figuur 4-1). Binnen het watersysteem van de Zuidplaspolder spelen zeven tochten een centrale rol in de water aan- en afvoer. Van oorsprong wateren alle kavelsloten af naar deze tochten. De tochten zijn genummerd van zuidoost naar noordwest en worden in de centrale as verbonden door de Noordelijke en Zuidelijke Dwarsweg (Figuur 4-2). De Derde en Vierde tocht liggen midden in het te ontwikkelen plan voor het Vijfde Dorp. De Tweede tocht ligt zuidwestelijker in het plangebied en loopt voor een deel door de Groene Schakel. De Vijfde tocht loopt door het bedrijventerreinen in het noordoosten.
Tussen de tochten ligt grasland, gescheiden door sloten. In het oosten van het gebied bevind zich de Groene Waterparel, een klein waterrijk natuurgebied. Dit gebied heeft een hoge ecohydrologische waarde en is kwetsbaar voor veranderingen in waterpeil (zie verder paragraaf 4.1.9). Het huidige beheer is er dan ook op gericht dat de (eco)hydrologische omstandigheden in dit gebied niet verandert.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
17/189
Figuur 4-1 - Schematisch overzicht van het poldersysteem in de Zuidplaspolder (KuiperCompagnons, maart 2021)
Midden in de polder ligt het plangebied, zoals omschreven in hoofdstuk 2.1. Dit gebied wordt het Middengebied genoemd.
4.1.2
Water aan- en afvoer
Het polderwater in het gebied wordt via tochten afgevoerd en vervolgens via de Ringvaart naar het gemaal Abraham Kroes. Kavelsloten wateren af op de tochten in het gebied. De wateraanvoer is in figuur 4-3 aangegeven met een zwarte peil en de waterafvoer met rode peilen. De watergangen bij de Tweede en Derde Tocht worden gebruikt voor af- en aanvoer. Ten Zuidwesten van gemaal Vierde Tocht wordt water afgevoerd richting Zevenhuizen en naar de Tweede Tocht gevoerd. Vanuit de Tweede Tocht wordt water direct naar gemaal Abraham Kroes afgevoerd naar de Hollandse IJssel. Het water van de Derde Tocht (zuidwestelijk) van gemaal KGM-190 stroomt naar de Tweede Tocht op de plangrens. Noordoostelijk van gemaal KGM-190 stroomt het water via de Derde Tocht naar het zuiden naar de Tweede Tocht. De afvoercapaciteit van het gebied bedraagt 18 mm/dag. Bij calamiteiten (extreme neerslag) wordt via de Vierde Tocht het polderwater uit het plangebied direct naar de Hollandsche IJssel weggepompt via gemaal Abraham Kroes. Water stroomt dan langs de Groene Waterparel. Dit is onwenselijk gezien de specifieke natuurwaarden in het gebied en de huidige kwaliteit van het oppervlaktewater.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
18/189
In droge periodes wordt, ten behoeve van doorspoeling bij slechte waterkwaliteit, water aangevoerd vanuit de Ringvaart (Witteveen+Bos, 2022).
Figuur 4-2 - Overzicht polderstructuur Middengebied (Witteveen+Bos, 2022)
Figuur 4-3 - Poldergebied en stroomrichting in de tochten, Middengebied Zuidplaspolder (Witteveen+Bos, 2022)
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
19/189
Oppervlaktewaterpeilen In het huidige watersysteem zijn veel peilvakken met verschillende waterpeilen en heeft daarmee een versnipperd karakter (KuiperCompagnons, maart 2021). De vele peilvakken zijn ontstaan door gedifferentieerde maaivelddaling als gevolg van verschillen in de bodemopbouw en menselijk ingrijpen in het gebied. Om de maaivelddaling te volgen is het waterpeil in de loop van de tijd trapsgewijs verlaagd (geïndexeerd). Dit is gedaan om het land voldoende te ontwateren en landbouw mogelijk te maken. Om risico’s op funderingsschade van historische panden als gevolg van lage grondwaterstanden te voorkomen zijn soms kleine peilvakken ingericht met een aangepast peil, middels op- of onderbemalingen. HHSK heeft sinds 1973 geen waterpeilen meer geïndexeerd om bodemdaling te remmen. De waterpeilen conform het vigerend peilbesluit zijn weergegeven in Figuur 4-4. De (streef)waterpeilen variëren tussen -6,92 m en -5,87 m NAP (bovenpeil). HHSK heeft recent de praktijkpeilen in kaart gebracht, zie Figuur 4-5. Het praktijkpeil wijkt op diverse plekken af van het peilbesluit in verband met lokale omstandigheden. Binnen het plangebied varieert het praktijkpeil van NAP -7,45 m tot NAP -6,02m (exclusief Groene Waterparel). De praktijkpeilen zijn de meest recente gegevens en worden, waar beschikbaar, in overleg met HHSK in de MER-onderzoeken als uitgangspunt gebruikt.
Het is bekend dat ook de praktijkpeilen kunnen verschillen van de werkelijkheid. Waar geen praktijkpeilen bekend zijn, wordt in overleg met HHSK uitgegaan van het vigerend peilbesluit.
Figuur 4-4 - Vigerend peilbesluit (bron: HHSK beheerregister v.20-07-2021)
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
20/189
Figuur 4-5 - Praktijkpeilen (bron: HHSK beheerregister v.20-07-2021)
4.1.3
Bodembeweging
Bodembeweging wordt in het plangebied hoofdzakelijk veroorzaakt door twee processen: oxidatie van veen of zetting als gevolg van belasting van de bodem. Bij grote belastingen kunnen bodembewegingen ontstaan die bestaande bebouwing (gebouwen en infrastructuur) negatief kunnen beïnvloeden. Bodemdaling als gevolg van veenoxidatie (landelijk gebied) Jarenlang is er op de afname in drooglegging als gevolg van maaivelddaling gereageerd door het waterpeil hierop aan te passen en te verlagen, waardoor mede de veenoxidatie werd versneld. In 1973 is HHSK met het indexeren van peilen gestopt. Door de historische peilindexatie en de daaropvolgende bodemdaling is het reliëf versterkt en de voormalige Kreekrug, bestaande uit zavel en zand, beter zichtbaar geworden in het maaiveld. De delen met voornamelijk veen in de ondergrond dalen harder, de Kreekrug daalt minder snel. Veel veenoxidatie heeft in het verleden al plaatsgevonden, ook is er ontveend. Het plangebied kent daarom weinig plekken waar veen nog aan het oppervlak ligt (zie figuur 4-38).
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
21/189
Figuur 4-6 Bodemsoort aan maaiveld op basis van gegevens uit Dinoloket.
Bodemdaling als gevolg van zetting (stedelijk gebied) Zetting ontstaat wanneer slappe lagen (veen en klei) in de bodem belast wordt met extra gewicht. Er is een sterke variatie in de zettingsgevoeligheid van het gebied als gevolg van de gevarieerde samenstelling van de bodem in het plangebied: zoals zavel en zand ter plaatse van de Kreekrug en de omliggende gebieden met veel klei en op enkele plekken veen. De locatie van de hoger gelegen stevige Kreekrug is niet exact te bepalen, gezien de verschillen in bodemopbouw die zijn ontstaan door verschillende zijstromen en vertakkingen. In het rapport van Deltares (Deltares, 2020) is een studie verricht naar de bodemopbouw van de Zuidplaspolder en de zettingsgevoeligheid van de slappe lagen. Hierbij concludeert Deltares dat de ondergrond in het projectgebied zeer zettingsgevoelig is. In het onderstaande figuur (figuur 4-7) en bijbehorende Tabel 4-1 wordt inzicht gegeven in de dikte van de samendrukbare lagen in het plangebied. Tevens worden in tabel 4-1 de diktes weergegeven van respectievelijk de kleilaag en veenlaag tot aan de pleistocene zandlaag, de zettingsgevoelige lagen. Figuur 4-8 en 4-9 geven weer wat de dikte van de deklaag is over het gebied, hierop is te zien dat de zettingsgevoelige lagen nog meters dik zijn. Let op, het gaat hier om zettingsgevoeligheid, dus samendrukken van lagen en niet over het oxideren van veen.
Op de bodemdalingskaart staan panden geregistreerd, deze dalen nauwelijks, naar waarschijnlijkheid is dit zo doordat panden op palen staan en daardoor niet dalen. Om die reden is gekeken naar niet onderheide objecten, zoals de A20 en de spoorlijn Gouda-Den Haag en Gouda-Rotterdam die al geruime tijd geleden zijn aangelegd. Daling ligt hier rond de ca. 3-4 mm per jaar, met uitschieters tot ca. 10mm jaar. Doordat de gehele spoorlijn en snelweg zakken komt dit naar verwachting door autonome zetting. Mogelijk kan dit lokaal versterkt worden door ophoging door onderhoud. Zie figuur 4-10. In hoofdstuk 4.2.4 wordt ingegaan op toekomstige effecten van bodemdaling.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
22/189
Figuur 4-7 – Gebiedsindeling op basis van het bestaande grondonderzoek (Deltares, 2020)
Tabel 4-1 kenmerken gebiedsindeling behorende bij figuur 4-7 (Deltares 2020).
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
23/189
Figuur 4-8 Dikte kleilaag tot aan de pleistocene zandlaag op basis van Geotop
Figuur 4-9 Dikte veenlaag tot aan de pleistocene zandlaag op basis van Geotop
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
24/189
Figuur 4-10 voorbeeld daling van de spoorlijn tussen Utrecht en Den Haag ten noorden van het Middengebied ter hoogte van de Bredeweg. Ter indicatie is een oranje punt gepakt (veel voorkomend), in dit voorbeeld is de bodem de afgelopen ca. 5 jaar met gemiddeld 3,8mm/jaar gedaald, dat komt neer op bijna 2cm (SkyGeo, 2022). Groene punten zijn objecten die niet of nauwelijks dalen, dit komt veelal doordat objecten zijn onderheid.
4.1.4
Waterveiligheid
Door de lage ligging van de Zuidplaspolder is waterveiligheid een belangrijk onderwerp. De polder is gelegen langs de Hollandse IJssel, de Gouwe en de Ringvaart. Daarnaast is een overstroming vanuit de Rotte ook mogelijk. In een overstromingsanalyse uitgevoerd door HKV is geconcludeerd dat de overstroming vanuit de Hollandse IJssel (primaire kering) en de Gouwe (regionale kering) maatgevend zijn. Dat betekend dat hierbij de waterstanden en snelheid van de overstroming hoger zijn dan andere scenario’s en daarmee bepalend voor de waterveiligheidsopgave. De Hollandse IJssel staat in verbinding met de Nieuwe Waterweg maar kan worden afgesloten door de Hollandse IJsselkering. In de overstromingscenario’s is rekening gehouden met het scenario dat de Hollandse IJsselkering gesloten is en dat de Hollandse IJsselkering niet gesloten is. De kans op een overstroming vanuit de Hollandse IJssel is eens in de 10.000 jaar. De kans dat een persoon komt te overlijden door een dergelijke overstroming is eens in de 100.000 jaar. Bij de normering en daarmee bij dijkversterkingen is rekening gehouden met de toename van economische activiteit in het achterland. In deze normering kijkt men naar de situatie in 2050.
4.1.5
Klimaat: hitte en droogte
Hitte Het Middengebied is in de huidige situatie grotendeels onverhard en heeft weinig tot geen last van hittestress. Door het open karakter is er geen belemmering voor wind, waardoor warmte minder blijft hangen. Figuur 4-11 laat het stedelijk hitte-eiland effect zien, dat vooral optreedt in de dorpen rondom het
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
25/189
Middengebied. Figuur 4-12 geeft een hitte-kaart weer waarin de gevoelstemperatuur wordt weergegeven, welke is gebaseerd op type oppervlak en aanwezigheid van groen en bomen (Climate Adaptation Services, 2022). De figuren laten zien dat de temperaturen in het Middengebied relatief laag zijn in vergelijking met de omgeving.
Figuur 4-11 - Stedelijk hitte-eiland effect Middengebied (Climate Adaptation Services, 2022)
Figuur 4-12 - Gevoelstemperatuur Middengebied in huidige situatie (Climate Adaptation Services, 2022)
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
26/189
Droogte Droge periodes kunnen resulteren in onder andere lage waterstanden en toenemende bodemdaling. In het Middengebied worden in de huidige situatie de negatieve gevolgen van droogte voorkomen door water aan te voeren vanuit de Ringvaart (Witteveen+Bos, 2021). Dit water is gebiedsvreemd en van mindere kwaliteit en dit geeft beperkingen aan de hoeveelheid in te laten water. Daarnaast neemt de aanvoer van (slechte) kwel toe als waterstanden lager worden als gevolg van droogte. In hoofdstuk 4.1.8 wordt verder in gegaan op de gevolgen hiervan op de waterkwaliteit.
4.1.6
Grondwaterkwantiteit
Door hoger gelegen omliggende wateren heeft de diepe polder te maken met kweldruk, wat wordt versterkt doordat de Hollandse IJssel insnijdt in het watervoerend pakket. De kweldruk in de Zuidplaspolder is dusdanig hoog dat, in combinatie met een laag polderwaterpeil en een dunne instabiele deklaag, door opbarsten wellen zijn ontstaan. Volgens het Hoogheemraadschap zijn veel wellen al ontstaan bij het droogleggen van de polder (periode 1825-1840) (HHSK, 2021). Het oppervlaktewater in de polder wordt deels gevoed door diep grondwater. Het grondwater is doorgaans van slechte kwaliteit; ijzerrijk, zilt en met een laag zuurstofgehalte (zie ook waterkwaliteit). Om inzicht te krijgen in de omvang en druk van de kwel heeft de gemeente Zuidplaspolder zes peilbuizen laten plaatsen (Witteveen+Bos, 2022). Met deze peilbuizen is de stijghoogte van het eerste watervoerende pakket gedurende 13 maanden gemonitord in 2021. Uit de resultaten blijkt dat de stijghoogte van het eerste watervoerende pakket gemiddeld rond -6,0 m NAP ligt. De hoogst gemeten stijghoogte tot nu toe bedraagt NAP -5,81 m. In vrijwel alle peilgebieden ligt de stijghoogte in het eerste watervoerend pakket dus hoger dan het streefpeil. Tabel 4-2 Meetresultaten stijghoogtes in (m NAP). Meetperiode 24-6-2020 (bron: op basis van peilbuis tijdreeksen van Wareco) (Witteveen+Bos, 2022)
Om een indruk te krijgen van de kwelintensiteit is er voor het jaar 2021 een waterbalans opgesteld. De waterbalans wordt nader toegelicht in de aparte notitie “Waterbalans Zuidplaspolder” (zie bijlage II). In de waterbalans is de gemiddelde kwel voor de hele Zuidplaspolder (ook buiten het plangebied) berekend op basis van: - Neerslag en verdamping Bron: dagsommen van KNMI-stations Rotterdam en Cabauw (KNMI 2022);
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
27/189
-
-
-
-
Landgebruik en gewasfactoren Bron: Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland versie 6 (Universiteit Wageningen); Grondwaterstanden Bron: Dinoloket Bron validatie: metingen uitgevoerd door Wareco in opdracht van gemeente Zuidplas over 2021 Uitmaling (HHSK) Het debiet van twee gemalen is bekend: gemaal Zuidplas (KGM-128) en gemaal Abraham Kroes Zuidplaspolder (KGM-1A). Inlaat (HHSK) De hoeveelheid ingelaten water is niet bekend. Volgens HHSK zijn er minstens 60 inlaten in de polder. Voorlopig is hier een aanname in gedaan over de hoeveelheid ingelaten water in overleg met HHSK.
Op basis van de waterbalans worden de volgende gemiddelde kwelintensiteiten berekend: ➢ 0,5 à 1,0 mm/dag voor de periode april-september ➢ 2,0 mm/dag voor de periode oktober – maart.
Figuur 4-13: Berekende kwel over het jaar 2021
4.1.7
Grondwaterkwaliteit
Algemene grondwaterkwaliteit In plangebied is sprake van een situatie waarin kwelwater de grondwaterkwaliteit bepaalt. De bron van het kwelwater is zeewater. Deze kwel is doorgaans brak tot zout, zuurstofarm, ijzerrijk en nutriëntenrijk (met name fosfaat en stikstof). Dit resulteert in een slechte oppervlaktewaterkwaliteit en bruin water door oxidatie van ijzer (roest).
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
28/189
Milieu hygiënische grondwaterkwaliteit Voor de milieu hygiënische grondwaterkwaliteit en aanwezige verontreiniging, zie hoofdstuk 4.1.9.
4.1.8
Oppervlaktewaterkwaliteit
De waterkwaliteit in het Middengebied staat onder druk door zilte en nutriëntrijke kwel en afstroming van landbouwpercelen (KuiperCompagnons, maart 2021). Door hoger gelegen omliggende wateren en de Hollandse IJssel, die het watervoerend pakket doorsnijdt, heeft de polder te maken met kweldruk. De kweldruk in de Zuidplaspolder is dusdanig hoog, in combinatie met een laag waterpeil en een dunne instabiele deklaag, dat door opbarsten wellen zijn ontstaan (Witteveen+Bos, 2022). Daarnaast zijn in de sloten veel nutriënten aanwezig door agrarisch gebruik. Dit resulteert in een groot deel van het plangebied in een slechte waterkwaliteit. Herkomst nutriënten In Figuur 4-14 zijn de resultaten te zien van onderzoek naar de herkomst van nutriënten in de landbouwgebieden van Schieland. De Zuidplaspolder wordt hierin ook weergegeven (Zuidplas-noord en Zuidplas-zuid). Zowel stikstof als fosfaat zijn voor iets meer dan de helft afkomstig uit ‘natuurlijke’ bronnen. Een groot deel daarvan is afkomstig van nalevering uit de bodem (mineralisatie van de veenbodem en uitloging), maar ook kwel speelt een grote rol. De nutriënten van niet-natuurlijke oorsprong komen voornamelijk uit de glastuinbouw en actuele en historische bemesting. Voor zowel stikstof als fosfaat geldt dat er in de huidige situatie meer uit de glastuinbouw en bemesting komt dan uit kwel.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
29/189
Figuur 4-14 - Herkomst nutriënten in de periode 2000-2013 voor stikstof (boven) en fosfor (beneden). De zwarte punten geven het percentage aan achtergrondbelasting. De bronnen onder de punt zijn ‘natuurlijk’, de bronnen erboven zijn van humane oorsprong. Aangenomen is dat de inlaat voor de helft van natuurlijke oorsprong is en voor de helft van humane afkomst. Uit: Schipper et al., 2019.
Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese regeling die tot doel heeft dat in heel Europa de waterkwaliteit in orde is. Hiertoe hebben alle lidstaten zich verplicht in uiterlijk 2027 de waterkwaliteit op orde te hebben. De ecologische kwaliteit in zogenaamde KRW waterlichamen is hierbij leidend. In het plangebied ligt het KRW waterlichaam Zuidplaspolder-Zuid. Het waterschap meet op verschillende punten in het gebied de waterkwaliteit (zie Figuur 4-15). Op deze meetpunten wordt eens in de drie jaar maandelijks in de zomermaanden bemonsterd. Uit deze gegevens zijn de jaarlijkse zomergemiddelden berekend en vervolgens de gemiddelden van deze jaarlijkse zomergemiddelden. De resultaten zijn te zien in tabel 4-3. Het meetpunt S_604 ligt in het KRW waterlichaam Zuidplaspolder-Zuid. Dit waterlichaam is een laagveen vaart (M10). Hiervoor heeft het waterschap de KRW-doelen afgeleid (HHSK, 2021). Voor totaal-stikstof is dit 3,1 mg N/l en voor totaal-fosfor 0,19 mg P/l. De huidige concentraties zijn ruim hoger.
Figuur 4-15 - Ligging van de waterkwaliteitsmeetpunten
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
30/189
Tabel 4-3. Zomergemiddelde concentraties en beoordeling volgens de KRW methodiek.
Deelgebied M10 GEP M10 S_604 Akker GEP Akker S_628 Akker S_653 Weide GEP Weide S_656 Weide S_682 Weide S_607 Waterparel GEP Waterparel S_665 Waterparel S_674
tN <= 2,4 6,7 <= 8,0 3,9 5,5 <= 4,8 2,8 6,9 4,8 <= 2,3 2,8 1,8
tP <= 0,22 0,34 <= 0,50 0,54 0,28 <= 0,30 0,19 0,55 0,20 <= 0,09 0,10 0,03
Cl <= 300 267 <= 300 103 172 <= 300 160 187 139 <= 350 210 157
De nutriëntenconcentraties in het KRW-waterlichaam zijn te hoog vergeleken met de gewenste concentraties voor het KRW watertype M10 (zie tabel 4-3)
In de tabel staan de doelen aangegeven in de kolom GEP (Goed Ecologisch Potentieel). In het deelgebied Akker is op meetpunt S_628 de fosfaatconcentratie te hoog. Op meetpunt S_682 in het deelgebied Weide zijn zowel de stikstofconcentratie als de fosfaatconcentratie te hoog. In de Waterparel is op meetpunt S_665 de stikstofconcentratie te hoog.
Figuur 4-16 - Beoordeling ecologische toestand op de onderdelen biologie en algemeen fysische chemie voor het waterlichaam Zuidplaspolder Zuid (Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard, 2021).
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
31/189
In het waterlichaam Zuidplaspolder-Zuid is ook de biologie getoetst (Figuur 4-16). Op de maatlatten macrofauna, overige waterflora, vis en fytoplankton wordt “matig” gescoord. De oorzaak daarvan ligt waarschijnlijk in de (veel) te hoge nutriëntenconcentraties en niet-natuurlijke inrichting. De overige watergangen zijn geen KRW-waterlichaam. HHSK heeft voor de niet-KRW wateren normen afgeleid, zie Tabel 4-4. Voor deze wateren geldt een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting zoals bij KRWwaterlichamen. Deze doelen zijn nog in concept. Een deel van het plangebied valt onder het deelgebied Weide, een ander deel onder het deelgebied Akkerbouw. Ook voor de Waterparel zijn aparte doelen. Tabel 4-4. Voorgestelde doelen voor de niet-KRW wateren (HHSK, 2021) Deelgebied
Biologie (EKR)
Fosfaat (mg P/l)
Stikstof (mg N/l)
Chloride (mg/l)
Weidegebied
Planten: 0,40
0,30
4,8
300
Akkerbouwgebied
Planten: 0,35
0,50
8,0
300
Waterparel
Planten: 0,45
0,09
2,3
350
De Groene Waterparel De Groene Waterparel vormt een uitzondering binnen het systeem en staat juist bekend om de goede waterkwaliteit. De Waterparel ligt in een hoger peilvak waar ook katteklei aanwezig is (dit zijn zure, onvruchtbare bodems). Dit gebied kent bijzondere inheemse soorten zoals knolrus, vlottende bies, kleinste egelskop en naaldwaterbies. Op sommige graslanden is blauwgrasontwikkeling gaande. Dit alles komt door de bijzondere katteklei in de bodem in combinatie met de hydrologie en waterbeheer (van Diggelen, Verstijnen, Roelofs, & Smolders, 2020). Het waterpeil is hier ca -6,1 m NAP, het peil is dus nu hoger dan in omliggende peilvakken. Het schone water in de Waterparel staat niet in verbinding met het water in de rest van het plangebied. Alleen wanneer de ondergrens van het waterpeil (langdurig) wordt bereikt wordt water uit de Vierde tocht met gemaal Groene Waterparel naar de Groene Waterparel gepompt. Ten tijden van calamiteiten wordt water uit de Zuidplaspolder via de Vierde tocht langs de Groene Waterparel afgevoerd richting de Hollandse IJssel. Gemaal Groene Waterparel wordt dan uitgezet zodat het gebied niet rechtstreeks wordt beïnvloed door water uit het omliggende gebied. In de Groene Waterparel gelden de waterkwaliteitsdoelen zoals weergegeven in Tabel 4-4. De ecohydrologische situatie moet in stand blijven zodat de waterkwaliteit niet verslechtert.
4.1.9
Bodemkwaliteit (milieu hygiënisch onderzoek)
Vanuit het oogpunt van verspreidings-, gezondheids– en/of ecologische risico`s ten gevolge van bodemverontreiniging met chemische stoffen moet de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreinigingen in kaart worden gebracht. Deze verontreinigen kunnen onaanvaardbare risico’s met zich meebrengen in zowel de aanlegfase als de exploitatiefase. Bodemverontreinigingen omvat chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen en ten gevolge van menselijk handelen in de grond en/of het grondwater zijn terecht gekomen. De Wet bodembescherming (Wbb) geeft regels voor de bescherming en sanering van de bodem. In de Wbb is aangegeven wanneer sprake is van
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
32/189
bodemverontreiniging en wanneer deze zodanig is dat sanering met spoed nodig is. Tevens is in de Wbb aangegeven waar de saneringsdoelstelling aan moet voldoen mede afhankelijk van het (toekomstig) gebruik van de bodem. In het Besluit bodemkwaliteit (BKK) zijn regels opgenomen voor de toe te passen grond. De BKK waarborgt dat de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater als gevolg van de toe te passen grond voldoende wordt beschermd. Ten behoeve van de toepassing van grond is specifiek voor Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS), ook het Tijdelijk Handelingskader (THK) van toepassing. Te verwachten bodemkwaliteit-BKK (grond) Op basis van de bodemkwaliteitskaarten zijn de bovengrond (0,0 – 0,5 m -mv) en de ondergrond (0,5 – 2,0 m -mv) van het projectgebied gelegen in zone 12: Lintbebouwing zeekleipolders, zone 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen en zone 16: Buitengebied - zeekleipolders incl. rand geanalyseerd. Volgens de bodemkwaliteitskaart voldoet de bovengrond die vrijkomt bij ontgravingen overwegend aan de klasse ‘landbouw/natuur’ m.u.v. de wegen (aangegeven in oranje in Figuur 4-17). Deze voldoen aan de klasse ‘industrie’. Ter plaatste van de categorie ‘Industrie’ worden verhoogde gehalten aan zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) verwacht.
Volgens de bodemkwaliteitskaart voldoet de ondergrond die vrijkomt bij ontgravingen overwegend aan de klasse ‘landbouw/natuur’. De ondergrond ter plaatse van de wegen voldoet aan de kwaliteitsklassen ‘wonen’ (zie Figuur 4-18).