Bijlage 21 Bijlage 18 MER Deelrapport Archeologie cultuurhistorie en landschap A24.000185
Tekst van het document
4.2 Effectbeoordeling 4.2.1
Archeologische waarden
Basisalternatief Uit de archeologische beleidskaart (zie figuur 4.1) en de parapluherziening Archeologie van de gemeente Zuidplas blijkt dat op de plekken waar in het basisalternatief bebouwing is voorzien (het dorp en de twee nieuwe bedrijventerreinen) grotendeels sprake is van een waarde Archeologie 3. Onder het beleid van de gemeente Zuidplas betreft dit gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde. Ten tijde van het opstellen van de verwachtingswaardenkaart is daarmee ingeschat dat er in deze gebieden een trefkans bestaat dat archeologische resten in de diepere ondergrond aanwezig zijn. Voor plannen groter dan 1.000 m2 en ingrepen dieper dan 3 m onder het maaiveld, is daarom voorafgaand archeologisch onderzoek nodig. Bij de ontwikkeling van de woningen en het bedrijventerrein zal derhalve archeologisch onderzoek nodig zijn. Plaatselijk komt een waarde Archeologie 2 voor (hoge archeologische verwachtingswaarde). Dit gebied ligt deels binnen de bedrijventerreinuitbreiding Doelwijk II en deels binnen het Koning Willem I bos.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
30/53
Figuur 4.1 | Archeologische waardenkaart (bron: ODMH)
Het beleid vanuit de gemeente Zuidplas geeft hier een hoge verwachtingswaarde, waaraan strengere regels verbonden zijn. Archeologisch onderzoek is hier nodig, wanneer een plan groter is dan 100 m2 en ingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld nodig zijn. Binnen de ontwikkeling van het bedrijventerrein is hiervan sprake. Naast bouwactiviteiten kan ook de grondwaterstand van invloed zijn op het behoud van archeologische waarden in de ondergrond. Wanneer een grondwaterstand wordt verlaagd, kan dit tot gevolg hebben dat tot dan toe geconserveerde waarden door het droogvallen zullen vergaan. In het grootste deel van het plangebied is het in het basisalternatief de bedoeling dat de waterstand in het algemeen omhoog zal gaan. Het praktijk peil ligt in veel gevallen tussen de -6,24 en -7,45 (zie figuur 4.2). Dit risico treedt daardoor in die gebieden niet op. In een deel van het plangebied (zie rode cirkel in figuur 4.2) ligt het waterpeil nu echter hoger. In die gebieden is dan ook sprake van een waterstandsdaling en kan er dus een risico ontstaan dat geconserveerde waarden droog komen te liggen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
31/53
Figuur 4.2 | Praktijkpeilen (bron: HHSK beheerregister v.20-07-2021)
Tot slot kan het planten van bomen, struiken of bijvoorbeeld riet in de toekomst leiden tot aantasting van archeologische sporen in de ondergrond. Of er aantasting optreedt hangt af van de (boom)soort, van de groeiomstandigheden van de ondergrond en de bestaande verstoringsdiepte als gevolg van het huidige (veelal agrarische) gebruik. Hoe dieper de soort wortelt en hoe dikker de wortels worden, des te meer kans is er op aantasting van eventueel aanwezige vondstlagen/structuren. Het grootste risico hierop vindt plaats in het Koning Willem I bos. Deze ligt deels in gebied zonder archeologische verwachtingswaarde, deels in gebied met verwachtingswaarde 3, waar archeologische resten relatief ondiep aanwezig kunnen zijn, en een stuk in het gebied met waarde 2, waar archeologische resten minimaal 2,5 m -mv liggen. Gezien de hoge verwachtingswaarde ter plekke van de ontwikkelgebieden (wonen, bedrijventerrein, bosgebied) en het grote oppervlak aan ontwikkelingen (maximaal 325 ha wonen/voorzieningen en maximaal 47 ha bedrijventerrein) is het niet uitgesloten dat er op die plekken archeologische waarden in de ondergrond aanwezig zijn die bij uitvoering van de werkzaamheden worden aangetast. Archeologisch onderzoek is bij verdere uitwerking van de plannen nodig.
Vanwege de hoge verwachtingswaarde in relatie tot het grote oppervlak aan potentiële aantasting en de aanwezigheid van bekende resten uit de Tweede Wereldoorlog, wordt het basisalternatief sterk negatief beoordeeld (effectbeoordeling: - -). Tabel 4.1 Beoordeling basisalternatief Archeologie, cultuurhistorie en landschap Archeologische waarden
Basisalternatief --
Alternatieven In tabel 4.2 is weergegeven of een alternatief voor het aspect Archeologische waarden leidt tot een andere beoordeling. De kolom ‘Basisalternatief’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de kolommen daarna zijn de
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
32/53
alternatieven naast elkaar gezet. Met roze is aangegeven welke alternatieven tot een andere beoordeling leiden. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht.
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Archeologische waarden
Basisalternatief
Tabel 4.2 Beoordeling alternatieven (roze: beoordeling alternatief is anders dan het basisalternatief). Thema: Archeologie, cultuurhistorie en landschap
--
--
--
--
--
Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ In dit alternatief verandert niets aan de locatie en het oppervlak van potentieel verstorende activiteiten (woningbouw, bedrijventerrein en bos). Dit alternatief gaat uit van een hogere waterstand dan het basisalternatief. Ten opzichte van de referentiesituatie zal de waterstand daarom op alle plekken hoger worden. Verder zitten in dit alternatief geen maatregelen die van invloed zijn op eventueel aanwezige archeologische waarden. Om deze reden leidt het alternatief Maximaal klimaatrobuust niet tot een andere beoordeling dan het basisalternatief. Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’ In dit alternatief verandert niets aan de locatie en het oppervlak van potentieel verstorende activiteiten (woningbouw, bedrijventerrein en bos). Er zitten geen maatregelen in die leiden tot een groter of kleiner risico op aantasting van eventuele archeologische waarden. Dit alternatief leidt daarom niet tot een andere beoordeling dan het basisalternatief. Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ In dit alternatief verandert niets aan de locatie en het oppervlak van potentieel verstorende activiteiten (woningbouw, bedrijventerrein en bos). Dit alternatief leidt mogelijk tot beperkte extra bouwwerkzaamheden in het energielandschap (energieopslag en windenergie). Op deze plekken is de archeologische verwachtingswaarde echter beperkt.
Realisatie van windenergie in het zoekgebied tussen Doelwijk II en Gouweknoop II vindt wel plaats in gebied met verwachtingswaarde 3. In verhouding tot het oppervlak wonen, bedrijventerrein en bos verandert dit echter niets aan de effectbeoordeling. Er zitten verder geen maatregelen in die leiden tot een groter of kleiner risico op aantasting van eventuele archeologische waarden. Dit alternatief leidt daarom niet tot een andere beoordeling dan het basisalternatief. Alternatief ‘Groen-blauwe raamwerk’ In dit alternatief verandert niets aan de locatie en het oppervlak van potentieel verstorende activiteiten (woningbouw, bedrijventerrein en bos). Er zitten geen maatregelen in die leiden tot een groter of kleiner risico op aantasting van eventuele archeologische waarden. De grondwaterstand is in dit alternatief beperkt hoger. Per saldo leidt dit alternatief daarom niet tot een andere beoordeling dan het basisalternatief.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
33/53
4.2.2
Cultuurhistorische waarden
Basisalternatief Binnen het plangebied zijn twee rijksmonumenten aanwezig (zie figuur 4.3). In het zuidwesten ligt de boerderij “Geertruidahoeve”. In het oosten ligt de boerderijschuur “Huis de Merwede”. Deze rijksmonumenten liggen op de uiterste grenzen van het plangebied. De twee rijksmonumenten moeten behouden blijven. Ook de woningen langs de Middelweg die als ‘beeldbepalende panden’ op de gemeentelijke monumentenlijst staan, blijven in dit alternatief behouden. Verder ligt in het gebied ter hoogte van het Koning Willem I bos een militaire stelling uit de Tweede Wereldoorlog. Op enige afstand van het plangebied liggen meerdere molenbiotopen en ligt het kroonjuweel ‘Middengebied Krimpenerwaard’ (ten zuidoosten buiten het plangebied). De molenbiotopen liggen op relatief grote afstand van het plangebied (minimaal 800 meter ten opzichte van de plangrens). De planontwikkeling zal de molenbiotopen daarom niet aantasten. ‘Middengebied Krimpenerwaard’ wordt gekenmerkt door het watersysteem (landscheidingskaden, vaarten en vlieten) die het aanzicht van de copeverkaveling3 versterken. Bij toekomstige ontwikkelingen (structuren en elementen) moeten de ruimtelijke kenmerken van dit kroonjuweel behouden blijven. Het watersysteem kan van grotere afstand beïnvloed worden. ‘Middengebied Krimpenerwaard’ ligt op circa 1.500 meter van het plangebied.
Het basisalternatief verandert het watersysteem in het plangebied door aanzienlijke minder peilgebieden in te richten met in het algemeen een hogere waterstand dan in de referentiesituatie. Dit kan langs de randen van het plangebied mogelijk tot een beperkt effect leiden op het watersysteem als gevolg van een wijzigende situatie van kwel naar infiltratie (zie hiervoor ook paragraaf 6.11). Dit effect zal echter niet meer merkbaar zijn op een afstand van 1.500 meter, zeker gezien de ligging van de Hollandse IJssel daartussen. Er wordt dan ook niet verwacht dat er effecten optreden in het gebied ‘Middengebied Krimpenerwaard’. Buiten de als cultuurhistorisch waardevol aangewezen gebieden, kent het plangebied een verkavelingsstructuur die kenmerkend is voor de cultuurhistorie van het plangebied. Dit onderdeel wordt meegenomen onder landschap, als onderdeel van de ontstaansgeschiedenis en de manier waarop die in het huidige landschap nog herkenbaar is. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het planvoornemen geen effect heeft op in of rondom het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden (effectbeoordeling: 0). Tabel 4.3 Beoordeling basisalternatief Archeologie, cultuurhistorie en landschap Cultuurhistorische waarden
Basisalternatief 0
3 Het onontgonnen gebied werd volgens een vaste maatvoering door de grondeigenaren
uitgegeven, waarna deze gronden door een zogenaamde coper in kavels werden verdeeld onder kolonisten die de gebieden vervolgens ontgonnen. De grootte van een kavel bedroeg in beginsel ongeveer 1250 meter in lengte en 113 meter in breedte. Dit werd een hoevemaat genoemd. Het aantal hoeven verschilde per cope.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
34/53
Alternatieven In tabel 4.4 is weergegeven of een alternatief voor het aspect cultuurhistorische waarden leidt tot een andere beoordeling. De kolom ‘Basisalternatief’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de kolommen daarna zijn de alternatieven naast elkaar gezet. Met roze is aangegeven welke alternatieven tot een andere beoordeling leiden. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht.
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Cultuurhistorische waarden
Basisalternatief
Tabel 4.4 Beoordeling alternatieven (roze: beoordeling alternatief is anders dan het basisalternatief). Thema: Archeologie, cultuurhistorie en landschap
0
-
0
0
0
Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ In dit alternatief wordt gestreefd naar maximaal twee peilgebieden. Onderbemaling is als gevolg daarvan niet toegestaan. Ter plekke van de twee monumenten kan dat betekenen dat de grondwaterstand omhoog komt en dat er mogelijk wateroverlast ontstaat, die er voor zorgt dat de panden niet (op die plek) behouden kunnen worden. Of hier sprake van is moet indien van toepassing in een later stadium worden onderzocht door inmeting van vloerpeilen en praktijkpeilen. Vanwege dit potentiële effect wijzigt als gevolg van de maatregelen in het alternatief maximaal klimaatrobuust de beoordeling naar negatief (effectbeoordeling: -). Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’ In dit alternatief verandert ten opzichte van het basisalternatief niets wat van invloed is op de in of rondom het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit alternatief leidt daarom niet tot een andere beoordeling dan het basisalternatief. Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ In dit alternatief verandert ten opzichte van het basisalternatief niets wat van invloed is op de in of rondom het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit alternatief leidt daarom niet tot een andere beoordeling dan het basisalternatief.
Alternatief ‘Groen-blauwe raamwerk’ In dit alternatief verandert ten opzichte van het basisalternatief niets wat van invloed is op de in of rondom het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit alternatief leidt daarom niet tot een andere beoordeling dan het basisalternatief.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
35/53
4.2.3
Landschappelijke waarden
Basisalternatief Grondgebruik Op dit moment is het gebied voor het grootste deel in agrarisch gebruik, met vooral aan de zuidzijde ook glastuinbouw. De ontwikkeling van het Middengebied zorgt er voor dat een groot deel van het agrarisch gebruik uit het gebied verdwijnt. Dit gebeurt in ieder geval ter plaatse van het Vijfde Dorp, de bedrijventerreinen, het Koning Willem I bos en het energielandschap. In de zone van de Groene Schakel (tussen de Tweede en Derde Tocht) wordt een zone gecreëerd waar recreatie en natuurontwikkeling gecombineerd wordt met huidige grondgebruik. Daarbij is het idee dat bestaande en nieuwe ondernemers/agrariërs met nieuwe verdienmodellen (natte teelten, recreatief medegebruik) hier op aan sluiten. In de zone tussen de N219 (Eerste Tocht) en de Tweede Tocht is het uitgangspunt dat het bestaande grondgebruik (met relatief veel agrarisch gebruik en glastuinbouw) grotendeels gehandhaafd blijft (zie figuur 4.3).
Figuur 4.3 | In het donkergroene gebied tussen de N219 en Tweede Tocht blijft het bestaande grondgebruik gehandhaafd (Bron: Masterplan Middengebied Zuidplaspolder, maart 2021).
Het planvoornemen zorgt in grote mate voor het verdwijnen van het huidige karakteristieke (agrarische) grondgebruik door woningbouw. Vanuit dit perspectief wordt het agrarische landschap negatief beïnvloed. Kanttekening daarbij is dat het huidige agrarische grondgebruik in het gebied onder druk staat. De autonome ontwikkeling is door verdergaande klimatologische verandering en bodemdaling niet positief, wat kan resulteren in een verandering van agrarische bedrijvigheid naar alternatieve bedrijvigheid. Het autonoom voortzetten van het huidige agrarische grondgebruik zorgt er voor dat een verdergaande bodemdaling zal ontstaan, wat ook een landschappelijke impact heeft.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
36/53
Fysieke landschapskenmerken Door de ontwikkeling van het Middengebied veranderen de huidige fysieke landschapskenmerken. De openheid die nu in het Middengebied aanwezig is zal voor een groot deel verdwijnen door de ontwikkeling van het Vijfde Dorp en de realisatie van natuur met opgaande begroeiing (met name in Koning Willem I bos en in beperkte mate in de Groene Schakel, ter afscherming van bedrijven die daar gehandhaafd blijven), de bedrijventerreinen en het energielandschap. Het basisalternatief beïnvloedt dit landschapskenmerk daardoor in een groot deel van het plangebied negatief. Daar staat tegenover dat in de Groene Schakel de openheid lokaal juist wordt hersteld, door het verwijderen van twee grote kassen langs de Knibbelweg en de Derde Tocht. Het gebied wordt gekenmerkt door de historische verkaveling. Belangrijke landschappelijke lijnelementen zijn de Eerste Tocht (N219), Tweede Tocht/Bierhoogtweg, Derde Tocht/Knibbelweg, Vierde Tocht, Vijfde Tocht, Middelweg/Bredeweg en de Zuidelijke Dwarsweg. Allen zijn nu onderdeel van het wegennetwerk, behalve de Vierde Tocht, die nog als waterloop het gebied doorsnijdt. In het basisalternatief blijven al deze lijnelementen behouden en ze worden als belangrijke structuurdragers van de ontwikkeling beschouwd. Ook de bestaande lintbebouwing blijft nadrukkelijk behouden als kenmerkende lijnstructuur in het gebied.
In de gebieden waar de Groene Schakel, de Groene Waterparel, het energielandschap en het Koning Willem I bos komen, zal tevens de karakteristieke fijnere verkavelingsstructuur behouden blijven. Deze zal wel verdwijnen in een deel van het Vijfde Dorp en de bedrijventerreinen. In het deel van het Vijfde Dorp waar de Watertuinen (fase 2) zijn gepland zal de verkavelingsstructuur worden gevolgd, op de kreekrug (fase 1) zal de verkavelingsstructuur grotendeels verdwijnen. Vanuit dit perspectief wordt het landschap licht negatief beïnvloed. Tot slot ligt in een groot deel van het plangebied een aardkundig waardevol gebied (zie figuur 3.9 in paragraaf 3.1.3). Dit aardkundig waardevolle gebied markeert de kreekrug (ook wel inversierug genoemd) die in de droogmakerijen herkenbaar is. Deze kreekrug is een gebiedseigen kenmerk met landschapshistorische waarde dat wat vorm betreft in het plan wordt uitvergroot en meer zichtbaar wordt gemaakt. De contour van het Vijfde Dorp is gebaseerd op deze kreekrug en de stevigere bodem die hiervan het gevolg is. Binnen deze contour zal tevens een dichter woonmilieu ontstaan. De contour van het dorp verwijst dus naar dit stuk van de ontstaansgeschiedenis. Daarmee wordt het aardkundig waardevolle gebied geaccentueerd, wat als positief wordt beoordeeld. Samenvattend In het basisalternatief verandert het huidige grondgebruik sterk.
Hoewel dit grondgebruik in de autonome situatie vanwege het watersysteem en de veranderende klimatologische omstandigheden onder druk staat, wordt deze verandering vanuit landschappelijk perspectief als negatief beschouwd. De fysieke landschapskenmerken veranderen voor een groot deel, vooral doordat de kenmerkende openheid van het gebied verdwijnt. Bestaande structuren en het reliëf worden in het basisalternatief behouden (lijnstructuren van de tochten en wegen) of juist nadrukkelijker geaccentueerd (kreekrug ter hoogte van het Vijfde Dorp). Samengevat wordt als gevolg van het verdwijnen van het bestaande grondgebruik en de daarbij behorende openheid in een deel van het
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
37/53
plangebied, het effect op het landschap als gevolg van het basisalternatief als negatief beschouwd (effectbeoordeling: -). Tabel 4.5 Beoordeling basisalternatief Archeologie, cultuurhistorie en landschap Landschappelijke waarden
Basisalternatief -
Alternatieven In tabel 4.6 is weergegeven of een alternatief voor het aspect landschappelijke waarden leidt tot een andere beoordeling. De kolom ‘Basisalternatief’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de kolommen daarna zijn de alternatieven naast elkaar gezet. Met roze is aangegeven welke alternatieven tot een andere beoordeling leiden. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht.
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Landschappelijke waarden
Basisalternatief
Tabel 4.6 Beoordeling alternatieven (roze: beoordeling alternatief is anders dan het basisalternatief). Thema: Archeologie, cultuurhistorie en landschap
-
-
-
--
--
Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ Zowel op het gebied van grondgebruik als fysieke landschapskenmerken zal het alternatief ‘maximaal klimaatrobuust’ niet leiden tot andere effecten. Het huidige grondgebruik zal in de zelfde mate veranderen. Dit komt doordat de ligging van aantastende onderdelen van het basisalternatief (met name het Vijfde Dorp, de bedrijventerreinen en het Koning Willem I bos) in dit alternatief niet verandert. Ook de fysieke kenmerken zullen door de extra maatregelen niet meer of minder worden beïnvloed. Dit alternatief leidt daarom niet tot een andere beoordeling dan het basisalternatief. Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’ De ligging van aantastende onderdelen van het basisalternatief (met name het Vijfde Dorp, de bedrijventerreinen, energielandschap en het Koning Willem I bos) verandert in dit alternatief niet. Wel is in dit plan op twee plekken een treinstation voorzien. Deze kunnen op lokaal niveau impact hebben op het landschap. Het eerste treinstation ligt binnen het plangebied, ter hoogte van Doelwijk. Dit is een plek waar ook in het basisalternatief reeds veel verandert als gevolg van het Koning Willem I bos en het bedrijventerrein Doelwijk II. Het tweede treinstation ligt aan de oostzijde van de A20, op de spoorlijn Rotterdam – Gouda. Dit is buiten het plangebied.
De beoogde locatie ligt tussen de A20 en de N457 in en ligt daarmee tussen twee grondlichamen van wegen in. Daarmee is een station op deze plek goed in te passen zonder al te grote impact op het landschap. De fysieke kenmerken zullen door de extra maatregelen niet meer of minder worden beïnvloed. Dit alternatief leidt daarom niet tot een andere beoordeling dan het basisalternatief.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
38/53
Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ Een onderscheidende maatregel in dit alternatief is de realisatie van 3 á 4 windturbines. In dit alternatief zijn twee zoekgebieden opgenomen waar hier ruimte voor is (zie globale verkenning Sweco, bijlage 2 bij deelrapport Duurzaamheid). Beide zoekgebieden liggen op een plek waar in het basisalternatief reeds veel gebeurt (energielandschap en zoekgebied groenstructuur tussen de twee bedrijventerreinen in). In dit alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ wordt gezocht naar maximale mogelijkheden om energie op te wekken om daarmee energieleverend te kunnen zijn. Het is daarom een uitgangspunt dat de zonneweide in dit alternatief in combinatie met windenergie wordt aangelegd. Voor het grondgebruik verandert daarmee niets. De fysieke landschapskenmerken veranderen door de windturbines wel. De zoekgebieden liggen in een gebied met veel bestaande infrastructuur (spoorlijnen, snelwegen) en bedrijventerreinen, waarbij in de nabije omgeving reeds enkele windturbines staan (op bedrijventerrein Doelwijk, langs de A12). In de analyse is uitgegaan van windturbines met een maximale opbrengst. Deze turbines hebben een tiphoogte van 250 meter. Dat zal tot gevolg hebben dat de turbines vanuit omliggende kernen (o.a. Waddinxveen, Gouda, Zevenhuizen) te zien zijn. Daarmee treedt er een effect op buiten het plangebied.
Dit zorgt voor een sterk negatief effect (effectbeoordeling: - -). Alternatief ‘Groen-blauwe raamwerk’ Zowel op het gebied van grondgebruik als fysieke landschapskenmerken leidt het alternatief ‘Groen-blauwe raamwerk’ op de meeste plekken in het plangebied niet tot andere effecten. Het huidige grondgebruik zal in dezelfde mate veranderen, ondanks dat de focus daarbij meer ligt op een groenere inrichting. Dit komt doordat de ligging en omvang van aantastende onderdelen van het basisalternatief (met name het Vijfde Dorp, de bedrijventerreinen en het Koning Willem I bos) in dit alternatief niet verandert. Dat betekent dat in een groot deel van het plangebied de openheid dus ook in dit alternatief verdwijnt. Enige verschil is dat in dit alternatief het oppervlak zonnepanelen in het energielandschap vervalt (ca 60 ha bruto), doordat er 3 á 4 windturbines worden gerealiseerd. Omdat in dit alternatief het uitgangspunt is dat het planvoornemen energieneutraal is, kan worden volstaan met de windturbines in plaats van de zonneweide. In de plaats van de zonneweide kan natuur worden ontwikkeld. Dit biedt kansen om de openheid ter plekke van het energielandschap minder aan te tasten (afhankelijk van het type natuur dat hier in dat geval wordt ontwikkeld).
Op het totaalbeeld van de ontwikkeling van de andere genoemde aantastende onderdelen, zal dit echter niet leiden tot een significant ander (mindere) aantasting van de landschapskenmerken. In totaal zal nog steeds een bruto oppervlak van circa 500 ha veranderen als gevolg van het Vijfde Dorp (ca 325 ha bruto), bedrijventerreinen (ca 65 ha bruto) en Koning Willem I bos (ca 110 ha bruto). De fysieke kenmerken zullen door de 3 á 4 windturbines wel veranderen. De zoekgebieden liggen in een gebied met veel bestaande infrastructuur (spoorlijnen, snelwegen) en bedrijventerreinen, waarbij in de nabije omgeving reeds enkele windturbines staan (op bedrijventerrein Doelwijk, langs de A12). In de analyse is uitgegaan van windturbines met een maximale opbrengst. Deze turbines hebben een tiphoogte van 250 meter. Dat zal tot gevolg hebben dat de turbines vanuit omliggende kernen te zien zijn. Daarmee treedt er een effect op
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
39/53
buiten het plangebied. Dit zorgt voor een sterk negatief effect (effectbeoordeling: - -).
4.2.4
Conclusie en aanbevelingen voor VKA
Basisalternatief
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Tabel 4.7 Beoordeling alternatieven (oranje: beoordeling alternatief is anders dan het basisalternatief). Thema: Archeologie, cultuurhistorie en landschap
Archeologische waarden
--
--
--
--
--
Cultuurhistorische waarden
0
-
0
0
0
Landschappelijke waarden
-
-
-
--
--
Archeologie Het basisalternatief levert een sterk negatief effect op voor het aspect archeologische waarden. Dit heeft te maken met de hoge verwachtingswaarde in relatie tot het grote oppervlak aan potentiële aantasting als gevolg van de bouw van woningen, bedrijventerreinen en de aanleg van opgaande begroeiing. De verschillende alternatieven brengen geen maatregelen met zich mee die onderscheidend zijn op dit gebied. Sommige aanvullende maatregelen zullen leiden tot roering van de grond in gebieden met hoge verwachtingswaarden. Dit is in het basisalternatief echter al in zodanige mate een aandachtspunt, dat dit niet tot een onderscheidend effect zal leiden. Cultuurhistorie Het basisalternatief leidt niet tot effecten op in of rondom het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Alleen het alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ kan mogelijk tot een onderscheidend effect leiden. In dit alternatief is het uitgangspunt gehanteerd dat er geen onderbemaling plaats vindt. Dit leidt potentieel tot hogere grondwaterstanden ter plaatse van twee monumentale gebouwen in het plangebied. Dit zou er toe kunnen leiden dat deze gebouwen niet behouden kunnen blijven. Of hier sprake van is moet indien van toepassing in een later stadium worden onderzocht door inmeting van vloerpeilen en praktijkpeilen. Landschap Het basisalternatief leidt tot een negatief effect op het landschap.
Dit effect ontstaat met name door het verdwijnen van het huidige grondgebruik en het verdwijnen van de openheid in het gebied. Dit effect treedt in vergelijkbare mate op in de vier andere alternatieven. De alternatieven ‘Maximaal klimaatrobuust en ‘Duurzame mobiliteit’ kennen geen maatregelen die tot een onderscheidend ander effect leiden. Dat geldt wel voor de alternatieven ‘Circulariteit / duurzame energie’ en ‘Groen-blauw raamwerk’. Hierin worden windturbines gerealiseerd. Deze zullen in de wijdere omgeving zichtbaar zijn en leiden daardoor tot effecten buiten het plangebied. Daar staat tegenover dat als gevolg van de windturbines (een deel van) het energielandschap een andere toepassing zou
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
40/53
kunnen krijgen dan zonneweide. Dit kan op deze locatie tot een verbetering van de landschappelijke kwaliteit leiden. Conclusie alternatieven Onderscheidende elementen die van invloed kunnen zijn op het samenstellen van het voorkeursalternatief zijn: • Het niet toestaan van onderbemaling kan potentieel leiden tot aantasting van een van de twee in het gebied aanwezige monumentale panden. • Het toevoegen van windturbines leidt tot een effect buiten het plangebied. De turbines zullen in een wijdere omgeving zichtbaar zijn. • Het toevoegen van windturbines biedt kansen op de landschappelijke kwaliteit in het energielandschap te verbeteren.
4.2.5
Maatregelen
Om te borgen dat geen archeologische waarden worden aangetast is nader onderzoek nodig. Om dit te borgen moet in het omgevingsplan voor deze gebieden een aandachtsgebied worden opgenomen, waarin een beoordelingskader is opgenomen voor de uitvoering van archeologisch bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele bouwwerkzaamheden. Het effect op de monumentale panden zou binnen het alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ vermeden kunnen worden door voor deze twee locaties een uitzondering te maken op het uitgangspunt dat er geen onderbemaling mag plaatsvinden.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
41/53
5. Effectbeoordeling VKA 5.1 Inleiding In voorgaand hoofdstuk zijn de effecten beschreven van de alternatieven die in het MER Middengebied Zuidplaspolder zijn onderzocht. Op basis van de alternatievenvergelijking heeft het College van B&W een Voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld. Het VKA bestaat uit elementen uit alle vier de onderzochte alternatieven. Daarnaast is in de periode na het alternatievenonderzoek nieuwe informatie beschikbaar gekomen die van invloed is op de samenstelling van het VKA. Denk daarbij aan de kamerbrief van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat “Water en bodem sturend” (d.d. 25 november 2022 4) en de aanvullende eisen die aan het convenant klimaatadaptief bouwen zijn toegevoegd. Met de resultaten van het alternatievenonderzoek en de nieuwe informatie heeft het College van B&W op 31 januari 2023 het VKA vastgesteld. De elementen waaruit het VKA bestaat zijn beschreven in hoofdstuk 8 van Bijlage 4 van het MER (Alternatievenbeschrijving). In dit hoofdstuk worden in paragraaf 5.2 de effecten van het VKA beschreven. Paragraaf 5.3 vat de conclusies samen en geeft indien van toepassing aanbevelingen voor het vervolgtraject. Daarbij wordt waar mogelijk ook aangegeven of er nog extra maatregelen getroffen kunnen worden om effecten te voorkomen/beperken. In paragraaf 5.4 wordt beschreven of er nog relevante leemten in kennis zijn.
Om snel te kunnen zien op welke punten de effecten van het VKA afwijkt van de effecten van het basisalternatief, worden afwijkende effecten ten opzichte van het basisalternatief gemarkeerd weergegeven.
5.2 Effectbeoordeling VKA 5.2.1
Archeologische waarden
Voor het aspect archeologische waarden is voor het beoordelen van de effecten van het VKA gebruik gemaakt van hetzelfde beoordelingskader als beschreven in paragraaf 4.1. In het plangebied liggen geen archeologische monumenten. Uit de archeologische beleidskaart (zie figuur 5.1) en de parapluherziening Archeologie van de gemeente Zuidplas blijkt dat op de plekken waar in het VKA 4 In bijlage 4 bij het MER is in hoofdstuk 4 een analyse opgenomen van de manier waarop dit MER
aansluit bij deze brief
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
42/53
bebouwing is voorzien (het Vijfde Dorp en de twee nieuwe bedrijventerreinen) grotendeels sprake is van een waarde Archeologie 3. Onder het beleid van de gemeente Zuidplas betreft dit gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde. Ten tijde van het opstellen van de verwachtingswaardenkaart is daarmee ingeschat dat er in deze gebieden een trefkans bestaat dat archeologische resten in de diepere ondergrond aanwezig zijn. Voor plannen groter dan 1.000 m2 en ingrepen dieper dan 3 m onder het maaiveld, is daarom voorafgaand archeologisch onderzoek nodig. Bij de ontwikkeling van de woningen en het bedrijventerrein zal derhalve archeologisch onderzoek nodig zijn. Plaatselijk komt een waarde Archeologie 2 voor (hoge archeologische verwachtingswaarde). Dit gebied ligt deels binnen de bedrijventerreinuitbreiding Doelwijk II en deels binnen het Koning Willem I bos.
Figuur 5.1 | Archeologische waardenkaart (bron: ODMH)
Het beleid vanuit de gemeente Zuidplas geeft hier een hoge verwachtingswaarde, waaraan strengere regels verbonden zijn. Archeologisch onderzoek is hier nodig, wanneer een plan groter is dan 100 m2 en ingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld nodig zijn. Binnen de ontwikkeling van het bedrijventerrein is hiervan sprake. Naast bouwactiviteiten kan ook de grondwaterstand van invloed zijn op het behoud van archeologische waarden in de ondergrond. Wanneer een grondwaterstand wordt verlaagd, kan dit tot gevolg hebben dat tot dan toe geconserveerde waarden door het droogvallen zullen vergaan. In het grootste deel van het plangebied is het in het VKA de bedoeling dat de waterstand
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
43/53
omhoog zal gaan. In de andere delen van het plangebied (bedrijventerreinen, ‘Visje’ en KW1-bos) zal het waterpeil minimaal gelijk blijven met het huidige waterpeil. Het praktijkpeil ligt in veel gevallen tussen de -6,24 en -7,45 m NAP (zie figuur 5.2). Met een nieuw peil tussen -5,95 en -5,65 m NAP, treedt dit risico hier niet op. Slechts in een klein deel van het plangebied ligt het waterpeil beperkt hoger dan de ondergrens van het nieuwe peil (zie rode cirkel in figuur 5.2). In die gebieden is in droge periodes dan ook sprake van een beperkte waterstandsdaling en kan er dus een risico ontstaan dat geconserveerde waarden droog komen te liggen.
Figuur 5.2 | Praktijkpeilen (bron: HHSK beheerregister v.20-07-2021)
Tot slot kan het planten van bomen, struiken of bijvoorbeeld riet in de toekomst leiden tot aantasting van archeologische sporen in de ondergrond. Of er aantasting optreedt hangt af van de (boom)soort, van de groeiomstandigheden van de ondergrond en de bestaande verstoringsdiepte als gevolg van het huidige (veelal agrarische) gebruik. Hoe dieper de soort wortelt en hoe dikker de wortels worden, des te meer kans is er op aantasting van eventueel aanwezige vondstlagen/structuren. Het grootste risico hierop vindt plaats in het Koning Willem I bos. Deze ligt deels in gebied zonder archeologische verwachtingswaarde, deels in gebied met verwachtingswaarde, waar archeologische resten relatief ondiep aanwezig kunnen zijn, en een stuk in het gebied met waarde 2, waar archeologische resten minimaal 2,5 m -mv liggen. Gezien de hoge verwachtingswaarde ter plekke van de ontwikkelgebieden (wonen, bedrijventerrein, bosgebied) en het grote oppervlak aan ontwikkelingen (maximaal 325 ha wonen/voorzieningen en maximaal 47 ha bedrijventerrein) is het niet uitgesloten dat er op die plekken archeologische waarden in de ondergrond aanwezig zijn die bij uitvoering van de werkzaamheden worden
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
44/53
aangetast. Archeologisch onderzoek is bij verdere uitwerking van de plannen nodig. Vanwege de hoge verwachtingswaarde in relatie tot het grote oppervlak aan potentiële aantasting en de aanwezigheid van bekende resten uit de Tweede Wereldoorlog, wordt het VKA sterk negatief beoordeeld (effectbeoordeling: - -).
5.2.2
Cultuurhistorische waarden
Voor het aspect cultuurhistorische waarden is voor het beoordelen van de effecten van het VKA gebruik gemaakt van hetzelfde beoordelingskader als beschreven in paragraaf 4.1. Binnen het plangebied zijn twee rijksmonumenten aanwezig (zie figuur 5.3). In het zuidwesten ligt de boerderij “Geertruida-hoeve”. In het oosten ligt de boerderijschuur “Huis de Merwede”. Deze rijksmonumenten liggen op de uiterste grenzen van het plangebied. De twee rijksmonumenten moeten behouden blijven. Ook de woningen langs de Middelweg die als ‘beeldbepalende panden’ op de gemeentelijke monumentenlijst staan, blijven in het VKA in principe behouden. Alleen als dit vanuit waterhuishoudkundig oogpunt niet inpasbaar is, is amoveren van bestaande woningen een optie. Uitgangspunt is echter dat bestaande woningen worden behouden. Verder ligt in het gebied ter hoogte van het Koning Willem I bos een militaire stelling uit de Tweede Wereldoorlog.
Figuur 5.3. | Rijksmonumenten binnen het plangebied, aangeduid met een pijl
Op enige afstand van het plangebied liggen meerdere molenbiotopen en ligt het kroonjuweel ‘Middengebied Krimpenerwaard’ (ten zuidoosten buiten het plangebied). De molenbiotopen liggen op relatief grote afstand van het plangebied (minimaal 800 meter ten opzichte van de plangrens). De planontwikkeling zal de molenbiotopen daarom niet aantasten. ‘Middengebied Krimpenerwaard’ wordt gekenmerkt door het watersysteem (landscheidingskaden, vaarten en vlieten) die het aanzicht van de cope-
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
45/53
verkaveling5 versterken. Bij toekomstige ontwikkelingen (structuren en elementen) moeten de ruimtelijke kenmerken van dit kroonjuweel behouden blijven. Het watersysteem kan van grotere afstand beïnvloed worden. ‘Middengebied Krimpenerwaard’ ligt op circa 1.500 meter van het plangebied. Het VKA verandert het watersysteem in het plangebied door aanzienlijk minder peilgebieden in te richten met in het algemeen een hogere waterstand dan in de referentiesituatie. Dit kan langs de randen van het plangebied mogelijk tot een beperkt effect leiden op het watersysteem als gevolg van een wijzigende situatie van kwel naar infiltratie (zie hiervoor ook Deelrapport Water, bodem en klimaat). Dit effect zal echter niet meer merkbaar zijn op een afstand van 1.500 meter, zeker gezien de ligging van de Hollandse IJssel daartussen. Er wordt dan ook niet verwacht dat er effecten optreden in het gebied ‘Middengebied Krimpenerwaard’. Buiten de als cultuurhistorisch waardevol aangewezen gebieden, kent het plangebied een verkavelingsstructuur die kenmerkend is voor de cultuurhistorie van het plangebied. Dit onderdeel wordt meegenomen onder landschap, als onderdeel van de ontstaansgeschiedenis en de manier waarop die in het huidige landschap nog herkenbaar is.
Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het VKA geen effect heeft op in of rondom het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden (effectbeoordeling: 0).
5.2.3
Landschappelijke waarden
Voor het aspect landschappelijke waarden is voor het beoordelen van de effecten van het VKA gebruik gemaakt van hetzelfde beoordelingskader als beschreven in paragraaf 4.1. Grondgebruik Op dit moment is het gebied voor het grootste deel in agrarisch gebruik, met vooral aan de zuidzijde ook glastuinbouw. De ontwikkeling van het Middengebied zorgt er voor dat een groot deel van het agrarisch gebruik uit het gebied verdwijnt. Dit gebeurt in ieder geval ter plaatse van het Vijfde Dorp, de bedrijventerreinen, het Koning Willem I bos en het energielandschap. In de zone van de Groene Schakel (tussen de Tweede en Derde Tocht) wordt een zone gecreëerd waar recreatie en natuurontwikkeling gecombineerd wordt met het huidige grondgebruik. Daarbij is het idee dat bestaande en nieuwe ondernemers/agrariërs met nieuwe verdienmodellen (natte teelten, recreatief medegebruik) hier op aan sluiten. In de zone tussen de N219 (Eerste Tocht) en de Tweede Tocht is het uitgangspunt dat het bestaande grondgebruik (met relatief veel agrarisch gebruik en glastuinbouw) grotendeels gehandhaafd blijft (zie figuur 5.4).
5 Het onontgonnen gebied werd volgens een vaste maatvoering door de grondeigenaren
uitgegeven, waarna deze gronden door een zogenaamde coper in kavels werden verdeeld onder kolonisten die de gebieden vervolgens ontgonnen. De grootte van een kavel bedroeg in beginsel ongeveer 1250 meter in lengte en 113 meter in breedte. Dit werd een hoevemaat genoemd. Het aantal hoeven verschilde per cope.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
46/53
Figuur 5.4 | In het donkergroene gebied tussen de N219 en Tweede Tocht blijft het bestaande grondgebruik gehandhaafd (Bron: Masterplan Middengebied Zuidplaspolder, maart 2021).
Het VKA zorgt in grote mate voor het verdwijnen van het huidige karakteristieke (agrarische) grondgebruik door woningbouw. Vanuit dit perspectief wordt het agrarische landschap negatief beïnvloed. Kanttekening daarbij is dat het huidige agrarische grondgebruik in het gebied onder druk staat. De autonome ontwikkeling is door verdergaande klimatologische verandering en bodemdaling niet positief, wat kan resulteren in een verandering van agrarische bedrijvigheid naar alternatieve bedrijvigheid. Het autonoom voortzetten van het huidige agrarische grondgebruik zorgt er voor dat een verdergaande bodemdaling zal ontstaan, wat ook een landschappelijke impact heeft. Fysieke landschapskenmerken Door de ontwikkeling van het Middengebied veranderen de huidige fysieke landschapskenmerken. De openheid die nu in het Middengebied aanwezig is zal voor een groot deel verdwijnen door de ontwikkeling van het Vijfde Dorp en de realisatie van natuur met opgaande begroeiing (met name in Koning Willem I bos en in beperkte mate in de Groene Schakel, ter afscherming van bedrijven die daar gehandhaafd blijven), de bedrijventerreinen, het energielandschap en de zonneweide in het gebied tussen de nieuw te realiseren bedrijventerreinen. Het VKA beïnvloedt dit landschapskenmerk daardoor in een groot deel van het plangebied negatief.
Daar staat tegenover dat in de Groene Schakel de openheid lokaal juist wordt hersteld, door het verwijderen van twee grote kassen langs de Knibbelweg en de Derde Tocht. Het gebied wordt gekenmerkt door de historische verkaveling. Belangrijke landschappelijke lijnelementen zijn de Eerste Tocht (N219), Tweede Tocht/Bierhoogtweg, Derde Tocht/Knibbelweg, Vierde Tocht, Vijfde Tocht, Middelweg/Bredeweg en de Zuidelijke Dwarsweg. Allen zijn nu onderdeel van het wegennetwerk, behalve de Vierde Tocht, die nog als waterloop het gebied doorsnijdt. In het VKA blijven al deze lijnelementen behouden en ze worden als
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
47/53
belangrijke structuurdragers van de ontwikkeling beschouwd. Ook de bestaande lintbebouwing blijft nadrukkelijk behouden als kenmerkende lijnstructuur in het gebied. In de gebieden waar de Groene Schakel, de Groene Waterparel, het energielandschap en het Koning Willem I bos komen, zal tevens de karakteristieke fijnere verkavelingsstructuur behouden blijven. Deze zal wel verdwijnen in een deel van het Vijfde Dorp en de bedrijventerreinen. In het deel van het Vijfde Dorp waar de Watertuinen zijn gepland zal de verkavelingsstructuur worden gevolgd, op de kreekrug zal de verkavelingsstructuur grotendeels verdwijnen. Vanuit dit perspectief wordt het landschap licht negatief beïnvloed. Tot slot ligt in een groot deel van het plangebied een aardkundig waardevol gebied (zie bijlage 3 bij het MER Foto van de leefomgeving). Dit aardkundig waardevolle gebied markeert de kreekrug (ook wel inversierug genoemd) die in de droogmakerijen herkenbaar is. Deze kreekrug is een gebiedseigen kenmerk met landschapshistorische waarde dat wat vorm betreft in het plan wordt uitvergroot en meer zichtbaar wordt gemaakt. De contour van het Vijfde Dorp is gebaseerd op deze kreekrug en de stevigere bodem die hiervan het gevolg is. Binnen deze contour zal tevens een dichter woonmilieu ontstaan. De contour van het Vijfde Dorp verwijst dus naar dit stuk van de ontstaansgeschiedenis.
Daarmee wordt het aardkundig waardevolle gebied geaccentueerd, wat als positief wordt beoordeeld. Samenvattend In het VKA verandert het huidige grondgebruik sterk. Hoewel dit grondgebruik in de autonome situatie vanwege het watersysteem en de veranderende klimatologische omstandigheden onder druk staat, wordt deze verandering vanuit landschappelijk perspectief als negatief beschouwd. De fysieke landschapskenmerken veranderen voor een groot deel, vooral doordat de kenmerkende openheid van het gebied verdwijnt. Bestaande structuren en het reliëf worden in het VKA behouden (lijnstructuren van de tochten en wegen) of juist nadrukkelijker geaccentueerd (kreekrug ter hoogte van het Vijfde Dorp). Samengevat wordt als gevolg van het verdwijnen van het bestaande grondgebruik en de daarbij behorende openheid in een deel van het plangebied, het effect op het landschap als gevolg van het VKA als negatief beschouwd (effectbeoordeling: -).
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
48/53
5.3 Conclusies, aanbevelingen en maatregelen
Aspect:
Voorkeursalternatief (VKA)
Basisalternatief
Maximaal klimaatrobuust
Duurzame mobiliteit
Circulair/duurzame energie
Groen-blauw raamwerk
Tabel 5.1 Beoordeling VKA, afgezet tegen de beoordeling van de alternatieven in hoofdstuk 6. Thema: Wonen
Archeologische waarden
--
--
--
--
--
--
Cultuurhistorische waarden
0
0
-
0
0
0
Landschappelijke waarden
-
-
-
-
--
--
Archeologische waarden Het VKA levert een sterk negatief effect op voor het aspect archeologische waarden. Dit heeft te maken met de hoge verwachtingswaarde in relatie tot het grote oppervlak aan potentiële aantasting als gevolg van de bouw van woningen, bedrijventerreinen en de aanleg van opgaande begroeiing. Cultuurhistorische waarden Het VKA leidt niet tot effecten op in of rondom het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Landschappelijke waarden Het VKA leidt tot een negatief effect op het landschap. Dit effect ontstaat met name door het verdwijnen van het huidige grondgebruik en het verdwijnen van de openheid in het gebied. Maatregelen Om te borgen dat geen archeologische waarden worden aangetast is nader onderzoek nodig. Om dit te borgen moet in het bestemmingsplan voor deze gebieden een dubbelbestemming worden opgenomen, waarin regels zijn opgenomen over de uitvoering van archeologisch bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele bouwwerkzaamheden. Om te voorkomen dat het veranderen van het waterpeil een effect heeft op de monumentale panden, wordt voor deze twee locaties een uitzondering gemaakt op het uitgangspunt dat er geen onderbemaling mag plaatsvinden.
5.4 Leemten in kennis Er zijn voor de aspecten cultuurhistorische en landschappelijke waarden geen belangrijke leemten in kennis en/of informatie die een goede besluitvorming over het bestemmingsplan in de weg staan. Voor het aspect archeologische waarden ontbreekt informatie over de daadwerkelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de ondergrond. Om dit beter in beeld te brengen, is aanvullend onderzoek nodig. Dit onderzoek wordt uitgevoerd ten behoeve van
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
49/53
de verdere uitwerking van de plannen. Dit wordt geborgd middels een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’ in het bestemmingsplan.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
50/53
6. Referenties Atlas Leefomgeving. (sd). https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten. https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten (juni 2022). Kadaster. (sd). Tijdreis - meer dan 200 jaar topografie. https://www.topotijdreis.nl/ provincie Zuid-Holland. (2014, november). Gebiedsprofiel - BentwoudRottemeren-Zuidplas. https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/ruimte/gebiedsprofielen/#2b3ffbb2947f-1ca4-f92d-8a959686c7e7 Rijksdienst voor het Cultureel Ergoed. (sd). Monitor Landschap. https://www.monitorlandschap.nl/
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
51/53
Bijlage 1: Landschappelijk en archeologisch onderzoek, Zuidplas
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
52/53
Rapport Projectnummer: 51007971-002 Referentienummer: NL22-648800269-33668 Datum: 20-10-2022
Landschapsonderzoek Zuidplas Middenmeer te Zevenhuizen, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN
Sweco Kraanspoor 48 1033 SE AMSTERDAM
www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Leonie Ouwerkerk M +31 6 20 61 39 89
Verantwoording Titel
Subtitel
ISSN-nummer
Landschapsonderzoek Zuidplas Middenmeer te Zevenhuizen, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2468-4813
Projectnummer
51007971-002
Referentienummer
NL22-648800269-33668
Revisie
C2
Datum
20-10-2022
Auteur(s)
Leonie Ouwerkerk, senior KNA archeoloog (actornummer 92218907)
E-mailadres
Leonie.ouwerkerk@sweco.nl
Gecontroleerd door
Jeroen van Rooij KNA-archeoloog (actornummer 19995135)
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Jeroen van Rooij Teammanager
Paraaf goedgekeurd
Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1).
2 (30)
Administratieve gegevens Uitvoerder
Sweco Nederland B.V.
Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kadastrale gegevens x/y-centrumcoördinaat Opdrachtgever Onderzoeksmeldingsnummer Archis monumentnummer Archis waarnemingsnummer Oppervlakte plangebied Bevoegde overheid
Zuid-Holland Zuidplas Zevenhuizen, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel Zuidplas Middenmeer Div x: 102528 y: 446252 Gemeente Zuidplas Geen Ca. 1083 ha Namens de gemeente Gouda: Omgevingsdienst Midden-Holland, Dhr. Drs. C. Thanos, cthanos@odmh.nl. L. Ouwerkerk Oktober 2022 Sweco Nederland B.V., de Bilt
Projectmedewerker Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie
3 (30)
Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 5 1
Inleiding .................................................................................................................. 8
1.1
Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 8
1.2
Beleid ....................................................................................................................... 9
2
Landschappelijk onderzoek ............................................................................... 11
2.1
Afbakeningen plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik ......................... 11
2.1.1
Afbakening plan- en onderzoeksgebied ..............................................................................11
2.2
Aardwetenschappelijke kenmerken ....................................................................... 11
2.3
Historische situatie................................................................................................. 21
2.3.1
Historische situatie ..............................................................................................................21
2.4
Archeologische waarden ....................................................................................... 22
2.4.1
Archeologische Monumenten ..............................................................................................22
2.4.2
Archeologische vondstlocaties en onderzoeken .................................................................22
3
Gespecificeerde verwachting ............................................................................. 26
4
Conclusie en advies landschappelijk onderzoek ............................................. 27
4.1
Conclusie ............................................................................................................... 27
4.2
Advies .................................................................................................................... 27
Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 30
Bijlage 1.
Locatie plangebied
Bijlage 2.
Geomorfologische kaart
Bijlage 3.
Bodemkaart
Bijlage 4.
Rijn-Maasgordel van Cohen et. al. 2012
Bijlage 5.
Dwarsdoorsnedes DINOloket
Bijlage 6.
Advieskaart met boringen
Bijlage 7.
Interactieve advieskaart
Bijlage 8.
Stroomgordelkaart op basis van DINOloket
Bijlage 9.
Interactieve stroomgordelkaart op basis van DINOloket
4 (30)
Samenvatting In opdracht van de gemeente Zuidplas heeft Sweco Nederland B.V. een landschapsonderzoek uitgevoerd naar een plangebied dat is gelegen in Zevenhuizen, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel. De aanleiding voor dit onderzoek is de ontwikkeling van het plangebied tot woonbestemming en industrieterrein. De diepte van de geplande ingrepen is nog onbekend. Voor dit onderzoek wordt alleen gekeken naar de landschappelijke context, en waar er op welke diepte mogelijk archeologische waarden aanwezig zijn. Deze waarden kunnen dan dienen als basis voor de dubbelbestemming archeologie in de nieuwe bestemmingsplannen. Conform het bestemmingsplan Parapluherziening archeologie van de gemeente Zuidplas rust op een deel van het plangebied een dubbelbestemming archeologie 3. De maximale verstoringsgrenzen binnen deze dubbelbestemming zijn 1000 m 2 en 3 meter onder maaiveld. De archeologische waarden bevinden zich hier vrij diep. Deze dubbelbestemming komt overeen met de Rijn-Maas Delta van Cohen en Stouthamer (2012). Voor de gehele Zuidplaspolder geldt een hoge verwachting voor archeologische resten ter hoogte van de ligging van de stroomruggen Gouderak, Delft en Zuidplas. De top van de stroomrugafzettingen liggen in het plangebied op een diepte van 2,5 tot 6 meter beneden maaiveld.
De locatie van deze stroomruggen kan worden bepaald op basis van het model van de Rijn-Maasdelta van Cohen en Stouthamer, aangevuld met data uit het DINOloket. Op basis van deze gegevens kan een advies gegeven worden omtrent vervolgonderzoek. Op basis van de resultaten van het landschappelijk onderzoek wordt geadviseerd om de locatie en verwachting van de locaties van de stroomruggen Gouderak, Delft en Zuidplas te toetsen door middel van een inventariserend booronderzoek. Gezien de uitgestrektheid van het plangebied wordt geadviseerd om dit booronderzoek uit te voeren dwars over de diverse stroomruggen in dichte raaien van 25 m afstand tussen de boringen. Op deze manier kan met ca. 556 boringen een duidelijk beeld geschetst worden van de stroomruggen en de potentie voor archeologie (zie afbeelding 17 en bijlage 7). Normaliter zouden binnen een dubbelbestemming ca. 5 boringen per hectare worden gezet, wat zou resulteren in meer dan 3000 boringen. Daarnaast kan de potentie voor archeologie in de top van het Laagpakket van Wormer, en de kreekjes in het Laagpakket van Wormer worden gegeven, die zich grotendeels in hetzelfde gebied bevinden zoals te zien is in afbeelding 18. De boringen worden tot minimaal 20 cm in de beddingafzettingen van de holocene riviersystemen gezet; indien een geul aangeboord wordt, bedraagt de maximale boordiepte 3,5 m.
Met deze diepte zullen zowel de top van de stroomruggen als van de kreekruggen van het laagpakket van Wormer bereikt worden. Bij de vaststelling van het PvA kan nog nader gekeken worden naar aanpassingen van het aantal boringen/ de exacte locatie van de boringen om rekening te houden met o.a. bestaande bebouwing, kabels en leidingen etc. Daarnaast kan er gekeken worden of er ook in zones waar geen ingrepen aan de bodem zullen plaatsvinden boringen geplaatst dienen te worden, of dat deze kunnen vervallen. Daarbij zal er gefaseerd gebouwd gaan worden, indien gewenst kan ook deze fasering in het booronderzoek meegenomen worden. In het oostelijke deel zijn mogelijk archeologische resten aanwezig van een oostelijk gelegen vindplaats uit de overgangsperiode van het Meso- naar het Neolithicum. De kans is aanwezig dat deze vindplaats zich uitstrekt tot in het onderhavige plangebied. Daarom wordt geadviseerd om langs de randen van het oostelijke deel van het plangebied, waarbij
5 (30)
de afzettingen van de Gouderakse worden gevolgd, een raai boringen te plaatsen om te bepalen of hier tevens sprake is van deze vindplaats. Als uit het booronderzoek blijkt dat bepaalde zones een potentie hebben voor archeologie dan kan vervolgens een beslissing gemaakt worden voor vervolgonderzoek zoals een aanvullend (karterend) booronderzoek of bijvoorbeeld een proefsleuvenonderzoek, indien hier mogelijk archeologische waarden verstoord zullen worden.
6 (30)
Tabel 0-1
Overzicht van archeologische perioden1
Periode
Tijd
Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd)
tot
9.000 v.Chr.
Mesolithicum (Midden Steentijd)
9.000 v.Chr.
-
4.900 v.Chr.
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
5.325 v.Chr.
-
1.900 v.Chr.
Bronstijd
1.900 v.Chr.
-
800 v.Chr.
IJzertijd
800 v.Chr.
-
12 v.Chr.
Romeinse Tijd
12 v.Chr.
-
450 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen
450
-
1.050 n.Chr.
Late Middeleeuwen
1.050
-
1.500 n.Chr.
Nieuwe Tijd
1.500
-
heden
Tabel 0-2
Indeling van het Kwartair
chronostratigrafie Kwartair
Holoceen
Pleistoceen
jaren geleden Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Laat Weichselien (ijstijd) Eemien Midden Saalien (ijstijd) Elsterien (ijstijd) Vroeg
1
3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 130.000 120.000 130.000 800.000 200.000 400.000 2.400.000
-
heden 3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 10.000 120.000 130.000 130.000 315.000 800.000
Bron: Archeologisch Basis Register 1992.
7 (30)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding van het onderzoek In opdracht van de gemeente Zuidplas heeft Sweco Nederland B.V. een landschapsonderzoek uitgevoerd naar een plangebied dat is gelegen in Zevenhuizen, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel (zie bijlage 1 en afbeelding 1). De aanleiding voor dit onderzoek is de ontwikkeling van het plangebied tot woonbestemming en industrieterrein (afbeelding 2). De diepte van de geplande ingrepen is nog onbekend. Voor dit onderzoek wordt alleen gekeken naar de landschappelijke context, en waar er op welke diepte mogelijk archeologische waarden aanwezig zijn. Deze waarden kunnen dan dienen als basis voor de dubbelbestemming archeologie in de nieuwe bestemmingsplannen.
Afbeelding 1: De locatie van het plangebied.
8 (30)
Afbeelding 2: De geplande ingrepen in het plangebied.
1.2 Beleid Conform het bestemmingsplan Parapluherziening archeologie van de gemeente Zuidplas rust op een deel van het plangebied een dubbelbestemming archeologie 3 (zie afbeelding 3). De maximale verstoringsgrenzen binnen deze dubbelbestemming zijn 1000 m 2 en 3 meter onder maaiveld. De archeologische waarden bevinden zich hier vrij diep. Deze dubbelbestemming komt overeen met de Rijn-Maas Delta van Cohen en Stouthamer (2012).
9 (30)
Afbeelding 3: Het plangebied (in rood) met de dubbelbestemming archeologie 3 (gestippeld) en de reconstructie van de stroomgordels van de IJssel door Cohen en Stouthamer (in groen).
10 (30)
2
Landschappelijk onderzoek
2.1
Afbakeningen plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik
2.1.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied bestaat uit een groot gebied aan de noordzijde van Nieuwerkerk aan den IJssel, en aan de oostzijde van Zevenhuizen. Aan de oostzijde wordt het begrensd door de Rijksweg. Het plangebied bestaat momenteel grotendeels uit weiland en bouwlanden. Het plangebied wordt weergegeven in bijlage 1 en afbeelding 1. Het onderzoeksgebied betreft een straal van 100 meter rondom het plangebied. De diepte van de geplande ingrepen is nog onbekend. 2.2 Aardwetenschappelijke kenmerken 2 Om de landschapsgenese in beeld te brengen is gebruik gemaakt van bodemkaarten en geologische en geomorfologische kaarten. Met behulp hiervan worden de bodem en het landschap beschreven. Onderdeel van deze studie vormt een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland. De aardwetenschappelijke informatie wordt globaal besproken voor het gehele plangebied. Tabel 2-1
Aardwetenschappelijke informatie
Bron
Informatie
Geologie
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer/ Formatie van Nieuwkoop; zeeklei en zand met inschakelingen van veen. Getij-inversierug (kaartcode 3B71) Vlakte van getij-afzettingen (kaartcode 2M72) Veenrestvlakte (kaartcode 2M83) Kalkrijke poldervaaggronden (kaartcode Mn45A) Kalkarme leek-/woudeerdgronden (kaartcode pMn86C) Tochteerdgronden (kaartcode pMo80) Plaseerdgronden (kaartcode Wo) Kalkrijke leek-/woudeerdgronden (kaartcode pMn55A) Koopveengronden (kaartcode hVk) Kalkrijke poldervaaggronden (kaartcode Mn25A) Hoogteligging maaiveld bedraagt ca. -6 (plangebied) tot – 4,3 m NAP (stroomgordel).
Geomorfologie
Bodemkunde
AHN
2
Ouwerkerk en Paré. 2022.
11 (30)
Introductie Het landschap was vroeger in veel grotere mate van invloed op het bewoningspatroon van de mens dan tegenwoordig. Het vormde een belangrijke factor in de keuze voor een vestigingsplaats. De ligging van archeologische vindplaatsen is dan ook in hoge mate gecorreleerd aan het landschap. Het plangebied ligt in een overgangszone van het perimariene getijdengebied in het westen en het rivierengebied in het oosten. De afzettingen die in het plangebied aan de oppervlakte voorkomen, dateren uit het Holoceen.3 Pleistocene afzettingen komen voor op een diepte van minimaal 5 meter beneden maaiveld. De afzettingen bestaan uit rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye en Echteld) en uit estuariene / mariene afzettingen (Formatie van Naaldwijk) en veen (Formatie van Nieuwkoop).4 Landschapsontwikkeling5 In de diepere ondergrond bestaat de pleistocene ondergrond van het plangebied uit rivierafzettingen van het brede rivierdal van de Rijn en Maas die zijn gevormd aan het einde van de laatste ijstijd (30.000-8000 jaar geleden). Deze afzettingen worden tot de Formatie van Kreftenheye gerekend en bevinden zich in het plangebied vanaf 5,3 tot 7 meter onder maaiveld. De afzettingen zijn afgezet in een vlakte van vlechtende rivieren en bestaat uit zand met bijgemengd grind, in wisselende hoeveelheid.