Bijlage 21 Bijlage 18 MER Deelrapport Archeologie cultuurhistorie en landschap A24.000185
Tekst van het document
Middengebied Zuidplaspolder Deelrapport Archeologie cultuurhistorie en landschap bij het milieueffectrapport
Sweco Nederland B.V. Onderwerp: Projectnummer: Klant: Datum: Auteur:
Handelsregister 30129769 Middengebied Zuidplaspolder 51007971 Gemeente Zuidplas 07-07-2023 Remco van Eijndhoven, Jeroen van Rooij, Matthijs Vrij Peerdeman
2/53
Inhoudsopgave
1.
Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................... 5 1.1.1 Bestemmingsplan en milieueffectrapportage Middengebied ................. 5 1.1.2 Doel voorliggend rapport ....................................................................... 6 1.2 Leeswijzer ........................................................................................................... 7
2.
Uitgangspunten ............................................................................................................. 9 2.1 Studiegebied ....................................................................................................... 9 2.2 Kaders wet- en regelgeving, beleid en richtlijnen ............................................... 9 2.3 Beoordelingskader ............................................................................................ 16 2.4 Aannames en uitgangspunten .......................................................................... 16 2.5 Methodiek .......................................................................................................... 16
3.
Referentiesituatie......................................................................................................... 17 3.1 Huidige situatie .................................................................................................. 17 3.1.1 Archeologie .......................................................................................... 17 3.1.2 Cultuurhistorie ...................................................................................... 18 3.1.3 Landschap ........................................................................................... 20 3.2 Autonome ontwikkeling ..................................................................................... 27 3.2.1 Grondgebruik: bebouwing en landgebruik (waaronder landbouwareaal) .................................................................................. 27 3.2.2 Fysieke landschapskenmerken: openheid, opgaand groen, landschappelijke lijnen en reliëf ........................................................... 28
4.
Effectbeoordeling alternatieven ................................................................................... 29 4.1 Beoordelingscriteria .......................................................................................... 29 4.2 Effectbeoordeling .............................................................................................. 30 4.2.1 Archeologische waarden ..................................................................... 30 4.2.2 Cultuurhistorische waarden ................................................................. 34 4.2.3 Landschappelijke waarden .................................................................. 36 4.2.4 Conclusie en aanbevelingen voor VKA ............................................... 40 4.2.5 Maatregelen ......................................................................................... 41
5.
Effectbeoordeling VKA ................................................................................................ 42 5.1 Inleiding ............................................................................................................. 42 5.2 Effectbeoordeling VKA ...................................................................................... 42 5.2.1 Archeologische waarden ..................................................................... 42 5.2.2 Cultuurhistorische waarden ................................................................. 45 5.2.3 Landschappelijke waarden .................................................................. 46
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: sweco.projectId Datum: 07-07-2023
Versie:
Document referentie: \\sweco.se\nl\ams01\project\5305\51007971_zuidplaspolder_mer_bestemmingsplan\02_project\c_werkdocumenten\landschap en cultuurhistorie\mer middengebied zuidplaspolder - deelrapport archeologie cultuurh en landschap - d0.0.docx
3/53
5.3 5.4 6.
Conclusies, aanbevelingen en maatregelen ..................................................... 49 Leemten in kennis ............................................................................................. 49
Referenties .................................................................................................................. 51
Bijlage 1: Landschappelijk en archeologisch onderzoek, Zuidplas ....................................... 52 Bijlage 2: Bureauonderzoek archeologie Tweede Wereldoorlog .......................................... 53
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: sweco.projectId Datum: 07-07-2023
Versie:
Document referentie: \\sweco.se\nl\ams01\project\5305\51007971_zuidplaspolder_mer_bestemmingsplan\02_project\c_werkdocumenten\landschap en cultuurhistorie\mer middengebied zuidplaspolder - deelrapport archeologie cultuurh en landschap - d0.0.docx
4/53
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.1.1
Bestemmingsplan en milieueffectrapportage Middengebied
De gemeente Zuidplas werkt aan de ontwikkeling van het Middengebied Zuidplaspolder. Het gaat om een integrale gebiedsontwikkeling waarin ruimte wordt geboden aan woningen, bedrijvigheid, (maatschappelijke) voorzieningen, infrastructuur en natuur. De kern van de ontwikkeling wordt gevormd door de realisatie van een nieuw dorp van 8.000 woningen. Tevens is een uitbreiding beoogd van de industrieterreinen Doelwijk en Gouwe Park. Het Middengebied ligt in de oksel van de A12 en de A20, tussen de kernen Nieuwerkerk a/d IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1 | Plangebied ontwikkeling Middengebied
Om de ontwikkeling van het Middengebied mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Het bestemmingsplan moet de planologische mogelijkheden bieden voor de ontwikkeling van het Middengebied. Bij de ontwikkeling van het Middengebied zijn belangrijke
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
5/53
(milieu)effecten niet op voorhand uit te sluiten. De gemeente Zuidplas heeft daarom besloten om bij het bestemmingsplan een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren. Als onderdeel van de m.e.r. wordt een Milieueffectrapport (MER) opgesteld.
1.1.2
Doel voorliggend rapport
In het MER worden de effecten van de ontwikkeling van het Middengebied beschreven. Dit gebeurt voor alle relevante thema’s die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving. Een van de thema’s waar in het MER aandacht aan wordt besteed is Wonen en Werken. Voorliggend rapport levert de input voor de effectbeschrijving en -beoordeling van de voorgenomen ontwikkeling voor dit thema. Dit rapport heeft in het proces van het MER op twee momenten input geleverd: 1. Een effectanalyse voor vijf alternatieven met als doel input leveren voor het samenstellen van een voorkeursalternatief. 2. Een effectanalyse van het voorkeursalternatief. 1. Vijf alternatieven In de eerste stap zijn de effecten onderzocht van vijf alternatieven: • Basisalternatief; • Alternatief ‘maximaal klimaatrobuust’; • Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’; • Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’; • Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’. De alternatieven worden uitgebreid beschreven in Bijlage 4 van het MER (Alternatievenbeschrijving). Het basisalternatief is de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (maart 2021), vastgesteld in de Bestuurlijke Overeenkomst voor de Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (juli 2021) en verder uitgewerkt in het Stedenbouwkundige Casco Middengebied Zuidplaspolder (januari 2022).
Dit basisalternatief bevat uitgangspunten voor het programma van de woningbouw, het bedrijventerrein en de voorzieningen. Verder zijn in het basisalternatief uitgangspunten en ambities beschreven voor de invulling van de thema’s • natuur/groen; • waterhuishouding; • klimaatadaptatie; • mobiliteit; • circulariteit en energie. In het basisalternatief zit als het ware het basis ambitieniveau van de gemeente voor het Middengebied. De vier overige alternatieven kennen in beginsel dezelfde uitgangspunten als het basisalternatief. Per alternatief is daar bovenop voor het betreffende thema een maximaal ambitieniveau uitgewerkt. Bijvoorbeeld: in het alternatief ‘maximaal klimaatrobuust’ is maximaal invulling gegeven aan maatregelen die er toe leiden dat de ontwikkeling van het Middengebied zo klimaatrobuust mogelijk is. Om het effect hiervan goed te kunnen onderscheiden blijven overige ambities gelijk aan het basisalternatief. En zo is in het alternatief
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
6/53
‘duurzame mobiliteit’ maximaal invulling gegeven aan het thema duurzame mobiliteit. Voorliggend rapport levert input voor de effectanalyse van de vijf alternatieven voor het thema Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap. Voorkeursalternatief Op basis van de effectanalyse van de vijf alternatieven is in het MER een Voorkeursalternatief (VKA) samengesteld. Dit VKA bestaat uit een combinatie van onderdelen/maatregelen uit de verschillende alternatieven. Daarnaast zijn ook zaken meegenomen die niet in het MER zijn meegenomen, maar wel van belang zijn in de keuzevorming. Denk bijvoorbeeld aan zaken als economische haalbaarheid, technische uitvoerbaarheid, risico’s, etc. De elementen waaruit het VKA bestaat zijn beschreven in Bijlage 4 van het MER (Alternatievenbeschrijving). Voor dit VKA is vervolgens gekeken of dit leidt tot andere effecten dan reeds in beeld gebracht bij de vijf bovengenoemde alternatieven. In voorliggend rapport worden de effecten van het VKA beschreven voor het thema Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap.
1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten beschreven die zijn gehanteerd bij het onderzoek. Er wordt onder meer ingegaan op het studiegebied, de relevante kaders vanuit wet- en regelgeving en beleid, het beoordelingskader en de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd. De effecten van de planontwikkeling worden onderzocht ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie, aangevuld met de autonome ontwikkelingen. Een beschrijving van de voor het voorliggend onderzoek relevante referentiesituatie is opgenomen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de effecten van de vijf alternatieven beschreven. In dat hoofdstuk wordt eerst stil gestaan bij de beoordelingscriteria die worden gehanteerd. Vervolgens worden per criterium de effecten beschreven en beoordeeld. Het hoofdstuk eindigt met een samenvatting en een conclusie van de effecten en de onderscheidende verschillen tussen de alternatieven. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 in beeld gebracht wat de effecten zijn van het voorgestane voorkeursalternatief. Daarbij wordt ook aangegeven of er op dit moment nog sprake is van leemten in kennis.
MER herziening omgevingsbeleid Provincie Zuid-Holland Op het moment van opstellen van het MER voor het Middengebied heeft de provincie Zuid-Holland een deel van haar beleid herzien, zodat de ontwikkeling van het Middengebied zoals opgenomen in de Bestuurlijke Overeenkomst Middengebied van 1 juni 2021 hier binnen past. Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 12 oktober 2022 de Herziening van het provinciale omgevingsbeleid voor het Middengebied van de Zuidplaspolder vastgesteld. Deze is daarna op 1 november in werking getreden. Voor de Herziening is begin 2022 een provinciaal MER opgesteld (MER Herziening provinciaal omgevingsbeleid, Witteveen+Bos, maart 2022). In juli 2022 is een aanvulling opgesteld naar aanleiding van het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. Bij het MER voor het
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
7/53
Middengebied is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de resultaten van dit provinciaal MER. Daaruit beschikbare informatie is ook meegenomen in voorliggend deelrapport.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
8/53
2. Uitgangspunten 2.1 Studiegebied In het MER is het te onderzoeken gebied aangeduid met twee termen: het plangebied en het studiegebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied ligt in de oksel van de A12 en de A20, tussen de kernen Nieuwerkerk a/d IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de het bedrijventerrein Doelwijk, de A12 en spoorweg Gouda - Rotterdam. De oostzijde van het plangebied wordt grotendeels begrens door de A20. De zuid- en westzijde wordt begrensd door de N219, zie figuur 1.1 (wit omlijnde gebied). Naast het plangebied is er het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen mogelijk merkbaar zijn, het zogenaamde studiegebied. Het studiegebied omvat dus het plangebied en een gebied waar de verschillende omgevingseffecten duidelijk merkbaar zijn. Het studiegebied voor archeologische waarden bevindt zich binnen het plangebied. Voor cultuurhistorie geldt dat het studiegebied iets ruimer is dan het plangebied aangezien ook aangrenzende cultuurhistorische structuren of elementen effecten kunnen ondervinden als gevolg van het planvoornemen. Voor het studiegebied voor landschappelijke waarden geldt hetzelfde als voor de cultuurhistorische waarden.
2.2 Kaders wet- en regelgeving, beleid en richtlijnen In het hoofdrapport van het MER is in paragraaf 2.1 Locatiekeuze een beschrijving gegeven van hoe de ontwikkeling van het Middengebied reeds sinds 2004 is opgenomen in Rijks- en provinciaal beleid. Op dit moment is de ontwikkeling opgenomen in drie beleidsdocumenten. Dit vormt het vigerende beleid op basis waarvan de planontwikkeling plaatsvindt. Dit beleidskader wordt hieronder samengevat. Woonvisie 2025 - Dorps wonen in Zuidplas Deze woonvisie van de gemeente Zuidplas beschrijft waarom de Zuidplas een aantrekkelijke woongemeente is en voor wie. Ook gaat het in op de ambities die de gemeente heeft op het vlak van wonen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
9/53
De woonvisie gaat uit van een integrale benadering van de vraagstukken die van invloed zijn op de woningmarkt en woonomgeving. Binnen de visie kent de gemeente verschillende keuzes waar het op wilt focussen: • Sociale huursector op peil; • Identiteit vasthouden; • Langer thuis wonen; • Duurzaam wonen en leven; • Innovatieve woonvormen. Om de visie te realiseren heeft de gemeente drie speerpunten verwoord: 1. Een divers en betaalbaar woningaanbod voor alle doelgroepen; 2. Duurzaam wonen; 3. Experimenten in wonen en ontmoeten. Binnen deze doelen stelt de gemeente dat tot het jaar 2030 in totaal 3.240 woningen toegevoegd dienen te worden aan de bestaande woningvoorraad. De focus ligt hierbij op het realiseren van een meer divers woningaanbod en een duurzaam woningaanbod. Van deze woningen is er een behoefte aan 70% koopwoningen, 27% sociale huurwoningen en 3% middenhuurwoningen. Zuidplas bouwt volop nieuwe woningen om bij te dragen aan de woningbouwopgave in de Zuidvleugel. Uit onderzoek blijkt dat de vraag naar diverse woningtypen toeneemt. In de woonvisie staan uitgangspunten voor de omvang van de diverse woon- en prijssegmenten die in Zuidplas nodig zijn. Deze uitgangspunten voor de woningvoorraad die in de Woonvisie staan, bieden houvast in de onderhandelingen over nieuwbouw met projectontwikkelaars en woningcorporaties. In de woonvisie staat geen woningverdeling per dorp.
Nieuwbouwontwikkeling is maatwerk en daarom komen er randvoorwaarden voor elk nieuwbouwproject. Daarin wordt op basis van de locatie (het dorp), de marktomstandigheden en de grootte van het project aangegeven hoeveel woningen van welk type, prijsklasse, eigendomsverhoudingen (huur of koop) en kwaliteitsniveau gewenst zijn. Planspecifiek: Tijdens de beoogde ontwikkeling van het Middengebied dient rekening te worden gehouden met de woonvisie. De beoogde ontwikkeling en de uitwerking daarvan in het Masterplan is gebaseerd op de verschillende keuzes en speerpunten waar de gemeente in heer Woonvisie op wil focussen. Structuurvisie Zuidplas 2030 In de structuurvisie worden een aantal uitgangspunten voor de toekomst benoemd: • Bouwen aan Zuidplas vanuit de dorpse identiteit; • Verstandig omgaan met onzekerheid in ruimtelijke opgaven; • Benut sterkten en kansen bij ruimtelijke opgaven; • Positie Zuidplas in omgeving. Binnen het thema wonen omschrijft de structuurvisie dat Zuidplas tot 2030 hoofdzakelijk woningen realiseert aan de vier dorpen. In de komende decennia zal de gemeente Zuidplas fungeren als een groeigemeente en dient het woningaanbod aan te sluiten op de woonbehoefte van de consument. De
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
10/53
structuurvisie geeft nadrukkelijk aan dat na 2025 de ontwikkeling van het bouwen in het middengebied van de Zuidplaspolder mogelijk is. Voor het thema werken wil de gemeente focussen op werkgebieden die onlosmakelijk verbonden zijn met leefgemeenschappen. Sterk functionerende werkgebieden bieden werkgelegenheid, ook voor eigen inwoners. Zuidplas wil de trend vasthouden dat de lokale economie sneller groeit dan die in de regio. Daarom biedt de gemeente een goed vestigingsklimaat voor ondernemers, mede geholpen door de geografische ligging te midden van steden en de nabijheid van twee autosnelwegen. Voor het thema groen en recreatie ontwikkelt Zuidplas een aantrekkelijk buitengebied dat bestaat uit agrarisch landschap en groen- en recreatiegebied. De steden om Zuidplas heen kenmerken zich door een groot aanbod van commerciële indoor- en vrijetijdsactiviteiten. De gemeente onderscheidt zich hiervan door te kiezen voor rust, groen en kleinschaligheid. Ideaal voor ontspanning en onthaasting van eigen inwoners, en recreanten van elders. Binnen het thema verkeer en infrastructuur wil Zuidplas in 2030 een goed bereikbare gemeente zijn voor auto, openbaar vervoer en fiets. Dit heeft zowel betrekking op de onderlinge verbindingen tussen woon-, werk- en recreatiegebieden binnen de gemeente, als op de verbindingen naar de omliggende steden.
Bovendien wil de gemeente op het thema milieu en duurzaamheid bij elke ontwikkeling voldoen aan het uitgangspunt voor behoeften van de huidige inwoners, zonder dat die van toekomstige generaties in gevaar komen. Planspecifiek: De beoogde ontwikkeling sluit aan op de structuurvisie Zuidplas 2030. De beoogde ontwikkeling is de ontwikkeling van het bouwen van een vijfde dorp. Bovendien draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de werkgelegenheid in de regio, er wordt voldoende groen en recreatie ontwikkeld en ook wordt rekening gehouden met de infrastructuur en bereikbaarheid van de gemeente. De structuurvisie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Regionale agenda wonen (2019) In 2019 is de Regionale Agenda Wonen (RAW) vastgesteld door de regio MiddenHolland. Ten aanzien van de programmering en de te realiseren woonmilieus sluit het Middengebied niet alleen aan op de woonvisie van de gemeente Zuidplas, maar ook op de RAW. Op onderdelen wijkt de RAW licht af. Het betreft bijvoorbeeld de concrete aantallen te realiseren sociale huurwoningen tot 2030. E.e.a. is verklaarbaar door verschillende gehanteerde onderzoeken en prognoseperioden. Regionaal is de ambitie om ten minste 10% van de geplande nieuwbouw te realiseren in het middeldure huursegment (tot € 900 prijspeil 2020). Dat is iets hoger dan in de woonvisie van de gemeente Zuidplas (ca. 7%).
Dit is verklaarbaar doordat bijvoorbeeld de markt voor middeldure huur in Gouda wat hoger wordt ingeschat. Ten aanzien van betaalbare koop hanteert de hele regio Midden-Holland een bovengrens van € 225.000 in 2020. Door de verschillen in de woningvoorraad per gemeente is er geen regionale ambitie geformuleerd. Maar, bij de
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
11/53
afstemming van de woningbouwprogramma’s in de regio is dit wel een aandachtspunt. De RAW gaat uit van een herbevestiging van de bestaande bestuurlijke afspraken met de provincie Zuid-Holland over de bovenregionale woonbehoefte. Midden-Holland heeft al sinds 2004 een taakstelling waar het gaat om de bovenregionale woonbehoefte. Deze is in 2006 vastgelegd in het Intergemeentelijk Structuurplan (ISP) Zuidplaspolder waarin naast andere ruimtelijke ontwikkelingen ook de woningbouwbehoefte is vastgelegd. Sinds het uitbrengen van de provinciale Trendraming medio 2019 hanteert de provincie voor Midden-Holland een totale woningbehoefte van ca.16.500 woningen tot 2030. Dit is inclusief 30% overprogrammering zoals de provincie dat voor Midden-Holland heeft becijferd. Deze behoefte begrenst getalsmatig het provinciale toetsingskader voor de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland (RPW MH). Overig relevant regelgeving en beleid In tabel 2.1 is een overzicht gegeven van voor het plangebied/planvoornemen relevante beleidsdocumenten op het gebied van archeologie, cultuurhistorie en landschap. Het gaat om de belangrijkste randvoorwaarden en uitgangspunten uit deze beleidsstukken en de doorwerking ervan in het plangebied. Tabel 2.1 | Relevante beleidsdocumenten Europese kaders Verdrag van Granada (1985)
Verdrag van Malta / Conventie van Valletta (1992)
Europese landschapsverdrag (2000)
Rijksbeleid Erfgoedwet
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De bescherming van het erfgoed (architectonisch, industrieel, cultuurlandschappen, ensembles, roerend erfgoed) is een essentieel doel van de ruimtelijke ordening: niet alleen bij de planologische uitwerking, maar ook bij het vormgeven aan ontwikkelingen. De Erfgoedwet werkt enkele van de verdragspunten uit (zie hieronder). In het verdrag is de omgang met het Europees archeologisch erfgoed geregeld. Dit heeft zijn doorwerking gekregen in de Nederlandse wetgeving. De essentie is dat, voorafgaand aan de uitvoering van plannen, onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Nederland heeft de conventie in 2005 geratificeerd. Nederland heeft zich verplicht om in wetgeving de betekenis van landschappen te erkennen, landschapsbeleid te formuleren en te implementeren, procedures in te stellen voor inspraak en landschap te integreren in beleid dat gevolgen heeft voor het landschap. De Europese Landschapsconventie (ELC) werkt onder meer door in de NOVI (zie hieronder). Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend.
Planspecifiek In en nabij het plangebied bevinden zich archeologische verwachtingswaarden, buiten het plangebied enkele monumenten. Deze worden meegenomen in de effectbeoordeling. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: Er zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving beschreven. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie,
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
12/53
De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het doel van de NOVI is om kansen voor de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken.
een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterk en gezonde steden en regio’s, toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Slimme combinaties maken waar dat mogelijk is; • De kenmerken van het gebied centraal stellen; • Niet uitstellen of doorschuiven. Planspecifiek: De planontwikkeling van het Middengebied betreft geen NOVI-gebied. De ontwikkeling sluit wel aan bij de prioriteiten uit de NOVI. Een van de 21 nationale belangen is het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De opgave is aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio’s) tussen 2020 en 2035 circa 1,1 miljoen woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Daarnaast is er een opgave de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken. De ontwikkeling van het Middengebied sluit goed aan bij deze uitgangspunten, door de ligging in de Randstad nabij hoog stedelijke regio’s. Met de komst van 8.000 woningen wordt er significant bijgedragen aan het aanvullen van de woningvoorraad.
Door de ligging van het Middengebied in een polder wordt er uitvoerig aandacht besteed aan het klimaatbestendig inrichten van de gebiedsontwikkeling. Daarom worden in het plan ingrijpende klimaatadaptieve maatregelen genomen zoals het klimaatbestendig maken van het watersysteem. Ook wordt aandacht besteed aan CO2-reductie, het beschermen en versterken van natuurwaarden en biodiversiteit én het implementeren van duurzame mobiliteit die o.a. leidt tot een modal shift.
Provinciaal/regionaal beleid Omgevingsverordening ZuidHolland Alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving staan bij elkaar in de Zuid-Hollandse omgevingsverordening. Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied.
Belangrijkste randvoorwaarden/uitgangspunten De Omgevingsverordening is een kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en bestaand provinciaal beleid. In de omgevingsverordening wordt het provinciaal beleid uitgewerkt in een ruimtelijk plan voor de gehele provincie die aansluit op de uitgangspunten van de Omgevingswet. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 7 augustus 2021 in werking getreden. De Omgevingsverordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Voor het plangebied (of een deel daarvan) en de beoogde ontwikkeling zijn de volgende thema’s van belang: • Waarborgen van de veiligheid; • Beschermen van de gezondheid en milieu; • Beheer van watersystemen; • Beheer van infrastructuur; • Natuurbescherming; • Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; • Ruimte voor (toekomstige) functies; • Behoud van cultureel erfgoed; • Digitalisering, uitvoering en toezicht en handhaving.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
13/53
Planspecifiek: Het planvoornemen past binnen de provinciale afspraken en thema’s. De omgevingsverordening Zuid-Holland vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Gemeentelijk beleid Gemeentelijke beleidsnota archeologie [2010] De gemeentelijke beleidsnota archeologie bevat een archeologische inventarisatie voor het gehele grondgebied van de gemeente Zuidplas.
Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: In het gebied bestaat een zeer duidelijke relatie tussen archeologie, cultuurhistorie en de landschappelijke opbouw. In dit kader wordt aanbevolen om archeologie, cultuurhistorie en landschappelijke ontwikkeling niet los van elkaar te zien maar als elkaar versterkende vakgebied. Bij een ontwikkeling is het aan te raden in het gebied niet alleen naar afzonderlijke thema’s te kijken maar na te denken over de kracht van de verschillende thema’s samen. Binnen de gemeente bestaat een onderzoekslacune. Uitgevoerd archeologisch onderzoek heeft zich beperkt tot de geplande verstoringsdiepte en daarmee meestal tot het bovenste archeologische niveau (0 tot 2 m beneden maaiveld). Incidenteel is een boring doorgezet en de aanwezigheid van een tweede niveau vastgesteld, maar deze meestal niet gekarteerd op archeologische resten. Daarnaast zijn op basis van bureauonderzoek, de IKAW en later de CHS delen van plangebieden uitgesloten van vervolgonderzoek, terwijl op het momenteel beschikbare AHN te zien is dat daar wel degelijk een archeologisch relevant niveau aanwezig is. Alle aangegeven dieptes op de verwachtingskaart zijn gebaseerd op de huidige kennis en kunnen door toekomstige inzichten wijzigen. Voor archeologisch onderzoek dieper dan 4 m beneden maaiveld wordt geadviseerd om mechanisch te boren.
De plaatselijk aanwezige zandige wadafzettingen en het grondwater maken bemonstering van dieper gelegen zandlagen door middel van handboringen nagenoeg onmogelijk. Planspecifiek: Het planvoornemen zorgt voor een groot woningaantal in de Zuidplaspolder. Binnen het plan wordt aandacht besteed aan archeologie, cultuurhistorie en landschappelijke opbouw. De gehele Zuidplaspolder heeft een hoge verwachting van archeologische resten.
Parapluherziening Archeologie [2018] Dit document betreft de actualisatie van de archeologische beleidskaart en een aanvulling op de vastgestelde Gemeentelijke Beleidsnota archeologie.
Belangrijkste randvoorwaarden/uitgangspunten In het huidige archeologiebeleid is door middel van zones met een hoge, middelhoge en lage archeologische verwachting aangegeven wanneer archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Hoe hoger de verwachting, hoe meer er met archeologie rekening gehouden moet worden. Per verwachtingszone is een grens aangegeven (vrijstellingsgrens) wanneer archeologisch onderzoek moet plaatsvinden: wordt een vastgestelde oppervlaktemaat en een dieptemaat overschreden, dan is een archeologisch onderzoek verplicht. Nieuwe inzichten in de archeologische verwachting van Zuidplas leiden tot het aanpassen van een aantal verwachtingszones en vrijstellingsgrenzen. De aanpassingen zijn tweeledig: • zones met een bepaalde verwachting zijn vervallen, aangepast of ondergebracht in een andere categorie Waarde Archeologie; • de diepteligging van archeologisch kansrijke zones is aangepast aan de feitelijke diepteligging. Dit geldt voor de ligging van de stroomgordelafzettingen en de rivierduinen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
14/53
De voorgestelde wijzigingen hebben als gevolg dat er minder snel onderzoek hoeft plaats te vinden: een bepaalde verwachtingszone is bijgesteld of de vrijstellingsdiepte is dusdanig aangepast dat een onderzoek niet meer zo snel nodig is. Met de actualisatie blijft het proportioneel beleid gehandhaafd: er is een evenwicht tussen een verantwoorde omgang van het bodemarchief enerzijds en een zoveel mogelijk onbelemmerde doorgang van economische ontwikkelingen anderzijds.
Erfgoedvisie Zuidplas 20212026 Dit document betreft de erfgoedvisie van de gemeente. Het gaat in op wat voor hun als erfgoed wordt beschouwd en hoe hier mee om dient te worden gegaan. Visie recreatie Zuidplas 2025 Zuidplas wil zich nog sterker gaan neerzetten als gemeente met een plezierig woon, leefen werkklimaat. Sport, ontspanning en recreatie zijn hierbij belangrijke elementen. Ook ondernemers hebben belang bij een recreatief aantrekkelijk Zuidplas, omdat recreanten graag gebruik maken van hun voorzieningen. Zuidplas wil uitnodigend zijn naar (potentiële) bezoekers, waarbij de focus ligt op mensen die binnen een fietsafstand van 25 kilometer om de gemeente heen wonen.
Planspecifiek: Binnen de beoogde ontwikkeling vallen Waarde Archeologie 2, 3 en 5 en mogelijk Waarde Archeologie 1. Voor elke Waarde Archeologie dient rekening te worden gehouden met de vrijstellingsgrens die afhankelijk is van de diepte van de ingreep. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: Binnen de visie wordt besproken hoe ze het erfgoed binnen de gemeente Zuidplas beter zichtbaar willen maken en behouden. Planspecifiek: Er dient rekening te worden gehouden met erfgoed in de Zuidplaspolder. Echter, binnen het plangebied bevindt zich geen erfgoed. Hier hoeft geen rekening mee gehouden te worden. Belangrijke randvoorwaarden / uitgangspunten: Deze visie bouwt allereerst voort op een aantal belangrijke elementen uit de Discussienota: • Om de lokale economie te faciliteren en 'Zuidplas op de kaart te zetten' is promotie en marketing nodig; • Zuidplas is optimaal bereikbaar voor recreanten op fietsafstand; • De gemeente neemt een coördinerende en faciliterende rol op zich, in afstemming met de recreatieschappen; • De thema's actief, sportief en uitdagend zijn een aanvulling op het bestaande; • Grootschalige evenementen zijn niet passend. Nieuwe evenementen worden als pilot evenement aangemerkt en moeten passen binnen de geldende randvoorwaarden, waarbij verschillende thema's mogelijk zijn om een divers publiek aan te spreken. Elke pilot zal na afloop worden geëvalueerd.
In de visie worden een aantal speerpunten benoemd: 1. Zichtbaar maken en promoten; aandacht voor marketing van de parels in Zuidplas. 2. Ontsluiten en bereikbaar maken van Zuidpias voor dagrecreanten; het creëren van goede bewegwijzerde verbindingen. 3. Het creëren of faciliteren van nieuwe voorzieningen en het beter beleefbaar maken van bestaande voorzieningen. De gemeente juicht (ondernemers en inwoners-)initiatieven toe die de identiteit van Zuidpias versterken op het gebied van: a. Rust, ruimte, water- en natuurbeleving; b. Cultuurhistorie; c. Recreatie bij de boer; d. Uitdagend, sportief en actief recreëren. 4. Vraaggericht ontwikkelen; de ontwikkeling van aanbod moet passen bij de wensen van de belangrijkste doelgroepen. 5. Mogelijk maken van evenementen, passend bij ons dorpse of landelijke karakter. Planspecifiek:
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
15/53
De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het op de kaart zetten van Zuidplas. Ook zal het bijdragen aan een betere bereikbaarheid van de omgeving en worden er nieuwe faciliteiten gerealiseerd. Hierdoor draagt het planvoornemen onder andere bij aan de Visie Recreatie Zuidplas 2025.
2.3 Beoordelingskader Voor het MER is op basis van de NRD en het advies van de Commissie m.e.r. een beoordelingskader vastgesteld. Voor het thema Archeologie, cultuurhistorie en landschap geldt het volgende beoordelingskader: Thema Archeologie, cultuurhistorie en landschap
Aspecten Archeologische waarden Cultuurhistorische waarden Landschappelijke waarden
Beoordeling Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
2.4 Aannames en uitgangspunten Voor de effectbeoordeling van het thema Archeologie, cultuurhistorie en landschap zijn geen specifieke aannames of uitgangspunten gehanteerd die hier benoemd moeten worden.
2.5 Methodiek De effectbeschrijving en -beoordeling van het thema Archeologie, cultuurhistorie en landschap gebeurt op basis van een kwalitatieve analyse. In paragraaf 4.1 is toegelicht op basis van welke beoordelingscriteria de analyse is uitgevoerd. Daarvoor is gebruik gemaakt van bestaande bronnen (CBS, Kadaster, Leefbarometer, www.regiomiddenholland.nl) en bestaande onderzoeken (Stecc Groep, zie hoofdstuk 6 referenties).
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
16/53
3. Referentiesituatie 3.1 Huidige situatie 3.1.1
Archeologie
Het plangebied omvat twee verschillende zones met een archeologische waarde (zie onderstaande figuur): • waarde Archeologie 2: direct onder het maaiveld zijn resten aanwezig van een Duitse verdedigingsstelling uit de Tweede Wereldoorlog. Een archeologisch onderzoek is nodig voor plannen groter dan 100 m² en ingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld; • waarde Archeologie 3: in de diepere ondergrond bevinden zich afzettingen van verzande oude rivierlopen. Op de oeverafzettingen van deze systemen worden sporen en vondsten van prehistorische bewoning verwacht. Een archeologisch onderzoek is nodig voor plannen groter dan 1.000 m² en ingrepen dieper dan 3 m onder het maaiveld.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
17/53
Figuur 3.1 | Archeologische beleidskaart (bron: Atlas Omgevingsdienst Midden-Holland)
Voor de overige delen van het plangebied, buiten de zones Waarde Archeologie 2 (WOII) en 3 (afgedekte holocene en verzande riviersystemen), worden geen archeologische resten verwacht (lage archeologische verwachting).
3.1.2
Cultuurhistorie
De provincie Zuid-Holland vindt het belangrijk om cultuurhistorie te behouden of in te passen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Om dit mogelijk te maken stelt de provincie zogenoemde Regioprofielen Cultuurhistorie op. De zestien regioprofielen dienen als een handreiking voor gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders en adviesbureaus om cultuurhistorie onderdeel te maken van ruimtelijke plannen. Langs de grenzen van het plangebied liggen twee rijksmonumenten (zie de volgende figuur): • Geertruidahoeve (30439): 1e Tochtweg 25. Dit is een boerderij uit 1849, met een rieten wolfdak en een schoorsteen. • Huis van Merwede (511044): Middelweg 18. Ook dit is een boerderij, maar dan uit 1851 en van het kop-romptype. Deze laatste boerderij is wegens cultuurhistorische waarde van algemeen belang als representatief voorbeeld van de zeer gedifferentieerde boerderijbouw in de Zuidplaspolder en wegens architectuurhistorische waarde van algemeen belang vanwege
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
18/53
de bijzondere en zeldzame typologie van het kop-romptype en de toepassing van veranda's bij het woonhuisgedeelte.
Figuur 3.2 | Rijksmonumenten (bron: Rijksdienst van Cultureel Erfgoed)
Er zijn in het gebied geen beschermde provinciale of gemeentelijke monumenten. Wel staan enkele woningen langs de Middelweg (nr. 2, 3, 13 en 19) als ‘beeldbepalende panden’1 op de gemeentelijke monumentenlijst. Zoals onderstaande figuur toont liggen de provinciaal aangewezen locaties voor cultureel erfgoed buiten de plangrenzen voor het Middengebied. In de nabijheid van het Middengebied zijn verscheidene molenbiotopen aanwezig met een zeer hoge waarde. Deze molens zijn zeer kenmerkend voor de waterhuishouding in dit gebied.
1 In 2015 heeft de gemeente Zuidplas beeldbepalende panden aangewezen. Deze zijn van
betekenis voor de ruimtelijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving vanwege hun architectuuren/of cultuurhistorische en/of stedenbouwkundig/landschappelijke waarde. Deze panden zijn opgenomen in het huidige gemeentelijke erfgoedregister. Hoewel een beeldbepalend pand niet dezelfde status heeft als een monument, is deze wel beschermd.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
19/53
Figuur 3.3. | Cultureel erfgoed (Cultuurhistorische atlas Zuid-Holland)
Ten zuidoosten van het plangebied ligt het kroonjuweel ‘Middengebied Krimpenerwaard’. Dit is een ruimtelijke eenheid met een heldere begrenzing die bestaat uit landscheidingskaden, vaarten en vlieten. De cope-verkaveling en het watersysteem zijn nog grotendeels intact en bepalend voor de maat van de openheid, het regelmatige landschapspatroon (opgebouwd uit achtereenvolgens een ontginningsbasis, open gebied en een achtergrens) en de oost-west georiënteerde nederzettingsstructuur. Dit Kroonjuweel valt binnen de verloopcontour van de Oude Hollandse Waterlinie.
3.1.3
Landschap
In deze paragraaf wordt de huidige situatie beschreven van het landschap. In subparagraaf Ontstaansgeschiedenis wordt de ontstaansgeschiedenis beschreven. Daarna wordt aan de hand van indicatoren van de Monitor landschap van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het landschap verder beschreven. Het gaat dan om de indicatoren: bebouwing, landgebruik, openheid, opgaand groen, historische lijnelementen en reliëf. Bebouwing en landgebruik wordt in subparagraaf Grondgebruik: bebouwing en landgebruik beschouwd. De overige indicatoren worden in subparagraaf Fysieke landschapskenmerken: openheid, opgaand groen, landschappelijke lijnen en reliëf besproken bij de fysieke landschapskenmerken. Hierbij is voor een deel gebruik gemaakt van Bijlag IX van het PlanMER Herziening provinciaal omgevingsbeleid. Tot slot wordt in subparagraaf Landschappelijke waarden beschreven welke landschappelijke waarden door in het provinciaal beleid zijn benoemd. Ontstaansgeschiedenis Het plangebied ligt in Schieland in de zuidwestelijke punt van het Groene hart. Het ligt in het landschapstype droogmakerij. Zo’n duizend jaar geleden bestond het gebied in en rondom het plangebied uit een uitgestrekte veenwildernis. Het was een moeilijk toegankelijk drassig landschap met moerasbossen waarin vooral berken, elzen en wilgen groeiden.
De geschiedenis van dit gebied is daarom altijd verbonden geweest met de strijd tegen het water.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
20/53
De eerste bewoners hadden zich gevestigd op de hoge zand- en kleiruggen langs de Hollandse IJssel en de Rotte. Deze bewoners waren veelal kleine boeren met wat vee. Aangezien het om een groot gebied ging en er behoefte ontstond aan meer landbouwgrond, werden delen van de veenwildernis ter ontginning door de Graven van Holland uitgegeven. Deze ontginners hebben sloten en weteringen aangelegd waarlangs het water uit het hooggelegen veen naar de IJssel en de Rotte kon lopen. Ze werkten vanaf de rivieren in lange smalle kavels. De veengrond werd ook afgegraven om er brandstof in de vorm van turf van te maken. Al in de 15e eeuw werden gronden uitgegeven voor turfwinning (in 1423 betrok Rotterdam turf uit de Wilde Veenen). Aangezien in de 16e eeuw de vraag naar turf steeds groter werd, brachten de weidegronden in de polder door de turfwinning meer op. Daartoe werd de veengrond in eerste instantie afgegraven. Later werd het veen ook onder de waterspiegel, soms tot een paar meter, uitgebaggerd en kwamen er grote stukken land onder water te staan. Er ontstond een landschap zoals dat nu nog bij de Reeuwijkse plassen is te zien. De plassen werden gescheiden door hoger gelegen weggetjes waaraan de bewoonde gebieden lagen. Deze gebieden bleven gespaard en liggen dan ook, als een soort veeneiland, hoger dan de omgeving. De behoefte om de plassen weer droog te leggen werd steeds groter.
In de 17e en 18e eeuw is men begonnen met het droogmaken van de plassen. In 1655 werd de Wilde Veenen drooggelegd en kan dan ook als een van de eerste droogmakerijen van de gemeente Zuidplas worden aangemerkt. De Zuidplaspolder is drooggelegd in de periode 1828-1840. In de historische kaarten weergegeven in onderstaande figuur is goed te zien hoe het plangebied er na drooglegging uit is komen te zien.
Figuur 3.4. | Links: Kaart Nederland 1815. Rechts: Kaart Nederland 1850 (bron: topotijdreis.nl)
De inrichting van de droogmakerijen geschiedde over het algemeen op een rationele en geometrische wijze. Er werd een rechthoekig patroon van wegen en waterlopen aangelegd, waarbinnen regelmatig gevormde blokvormige of strookvormige percelen werden uitgezet. De kaart uit 1850 (zie figuur 3.4) toont veel van deze landschappelijke structuren en elementen die nu nog altijd
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
21/53
herkenbaar zijn in het landschap van de Zuidplaspolder. Zo is de verbinding tussen Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen een belangrijke landschappelijke structuur die nog altijd goed zichtbaar is in het landschap. Ditzelfde geldt voor de spoorlijn ten zuiden van het plangebied. In het plangebied zelf is er qua structuur weinig veranderd ten opzichte van 1850. Zo waren de Eerste Tocht, Tweede Tocht, Derde Tocht, Middelweg, Vijfde Tocht en Zuidelijke Dwarsweg al aanwezig, evenals de Vierde Tocht, de waterloop die het gebied doorsnijdt. Aan deze structuur is later weinig meer veranderd. Wel zijn er over de jaren extra structurerende wegen en spoorlijnen toegevoegd aan het gebied. Rond 1875 werd de spoorlijn tussen Gouda en Zoetermeer gerealiseerd. Begin 1900 wordt de huidige A20 als weg steeds herkenbaarder op historische kaarten. Rond 1940 zijn op de topografische kaart stippellijnen opgenomen die het nieuwe tracé van zowel de A12 ten noorden van het plangebied als de A20 ten zuiden van het plangebied aangeeft. Tot die tijd zijn de rond het plangebied gelegen kernen compact en klein. Vanaf de jaren 70 wordt er pas gestart met grotere uitbreidingen van de dorpskernen. Grondgebruik: bebouwing en landgebruik Zuid-Holland heeft 16 gebiedsprofielen van ruimtelijke kwaliteit opgesteld.
Zo’n gebiedsprofiel is de regionale vertaling van de ruimtelijke kwaliteitskaart en vormt het vertrekpunt voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Het gebied Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas is een overwegend open gebied tussen Rotterdam en het Groene Hart dat aan beide zijden geflankeerd wordt door glastuinbouw- en woongebieden. Het gebied heeft vele identiteiten: recreatiegebied voor stedelingen, werkgebied voor agrariërs, werkgebied voor de vele bedrijven én een buitengebied met natuurbeleving dicht bij de stad (provincie Zuid-Holland, 2014). Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas is te typeren als een gebruikslandschap, dat door haar geschiedenis heen altijd ten dienste heeft gestaan van de omgeving en met name de stad. Ooit voorzag het gebied in brandstof, voedsel en melk voor de steden Rotterdam en Gouda. Recent nog werd het gebied gebruikt om het Rotterdams puin te storten. Vandaag de dag is het gebied, naast akkerbouw, veeteelt en kassen, hoofdzakelijk ingericht voor recreatie, wonen en als doorvoerruimte voor de energetische en mobiliteitsbehoeften van de stedeling. Het is een maakbaar landschap, dat voortdurend in ontwikkeling is. De centrale en strategische ligging binnen de zuidvleugel draagt hier aan bij. Ook in de toekomst zal het gebied in ontwikkeling blijven (provincie ZuidHolland, 2014).
Wanneer word ingezoomd van het gebiedsprofiel Bentwoud-RottemerenZuidplas naar specifiek het landschap van het Middengebied, dan valt op dat het gebied ligt tussen de A20, N219, A12 en de N457/Moordrechtboog en dat het voornamelijk bestaat uit grasland voor landbouw. In het gebied zijn vier veehouderijen gelegen en in het zuiden van het ontwikkelgebied bevindt zich glastuinbouw. Dwars door het gebied loopt verder watergang de Vierde Tocht. Figuur 3.5 toont het huidig bodemgebruik van het Middengebied. Het Middengebied heeft een slappe bodem, waarvan het grondniveau bijna gelijk is aan het waterpeil. In de huidige situatie is de bodem niet meer stevig genoeg om het waterpeil nog veel verder te verlagen, maar doordat de bodem verder daalt, wordt landbouw in het Middengebied steeds moeilijker. ‘Op dit moment is het gebied eigenlijk al niet meer geschikt voor de landbouw.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
22/53
Tractoren zakken weg en de koeien staan nu in de natte grond, waarbij hun hoeven wegrotten’. Voorheen verlaagde het waterschap steeds het grondwaterpeil, maar verdere verlaging vergroot het risico op overstromingen en de kans dat het zoute grondwater naar boven komt (opbarsting door kwel). Ook is waterberging na hevige regen een uitdaging (Dijck, 2020a).
Figuur 3.5. | Bodemgebruik, 2015 CBS (Atlas Leefomgeving)2
Fysieke landschapskenmerken: openheid, opgaand groen, landschappelijke lijnen en reliëf De openheid van het landschap wordt bepaald door elementen die in de wijde omgeving hoger dan ooghoogte te zien zijn: hellingen, opgaande begroeiing zoals bos, singels en houtwallen, maar ook bebouwing van steden, dorpen zoals woningen en bedrijven. Het Middengebied is een open en vlak gebied, dus over het grasland heen is de bebouwing van de veehouderijen, enkele woningen en de glastuinbouw beeldbepalend en beperkend in de openheid van het gebied. Opgaand groen is in ecologisch, historisch en visueel opzicht van groot belang voor het landschap en de beleving daarvan. Het betreft beplantingen die bestaan uit bomen en/of struiken. Voor de weergave in de Monitor Landschap is onderscheid gemaakt tussen puntelementen, zoals solitaire bomen, lijnelementen, zoals hagen en houtwallen en vlakelementen zoals bossen. Zoals figuur 3.6 toont, bevat het gebied weinig opgaand groen: enkel een aantal bomen rond de bebouwing in het gebied.
2 De gegevens zijn ingewonnen in de zomer van 2015 en zijn het meest actueel.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
23/53
Figuur 3.6. | Opgaand groen Middengebied, 2019 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
De landschappelijke lijnen in het Middengebied worden gevormd door de wegen en de watergang die door het gebied lopen. Onderstaande kaart laat zien welke lijnelementen uit 1950 ook nu nog in het landschap aanwezig zijn. Daarnaast zijn een aantal linten in het gebied zichtbaar (Zuidelijke Dwarsweg, Tweede Tochtweg, Derde Tochtweg, Vierde Tocht en de Middelweg) (zie Figuur 3.7). De Tweede Tochtweg is met name één van de dragende structuurlijnen in het gebied: het is onderdeel van het regelmatige orthogonale patroon dat de polder in gelijkmatige kavels verdeeld. De ringvaart, linten, lanen, tochten en kreekruggen vormen verder belangrijke structuurdragers. Kavels aan het lint en het uitzicht op de polder bepalen het zicht de beleving (provincie Zuid-Holland, 2014). Het Middengebied betreft zowel een droogmakerij in kleigrond en droogmakerij in veengrond. De richtlijn uit de kwaliteitskaart voor droogmakerijen is dat deze als eenheid herkenbaar en beleefbaar blijven door het behouden van de randen en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land. Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij in veengebieden moeten worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke goede omzoming en behoud van ruime doorzichten.
Het is ook de bedoeling dat linten als lint onderscheidend blijven in de bebouwingsvorm van het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor de historische gaafheid van het lint richtinggevend zijn. Ook als het een grootschalige ontwikkeling betreft moet het lint herkenbaar blijven als bebouwingsvorm.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
24/53
Afbeelding 3.7. | Historische lijnen in het Middengebied (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Reliëf (een aardkundige waarde) vormt de laatste indicator voor de kwaliteit van het landschap. Figuur 3.8 toont het aardkundig waardevolle gebied. Aardkundige waarden zijn de elementen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied. Belangrijke elementen hierbij zijn de geologie, geomorfologie, hydrologie of bodemkunde van een gebied. Provincies nemen aardkundige waarden op in het landschaps- en bodembeschermingsbeleid (interprovinciaal overleg (IPO), 2018). Bijna het volledige plangebied overlapt met een aardkundig waardevol gebied. Deze aanduiding van aardkundig waardevol gebied volgt uit de historie als droogmakerij. De ontwatering van het gebied veranderde de fysische geografie van het oorspronkelijke landschap. Enkele elementen in droogmakerijen en nieuwe polders herinneren nog aan de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied. Deze gebieden hebben daarom een aardkundige waarde. De volgende aardkundige fenomenen worden in het droogmakerij- en nieuwe polderlandschap herkend: getijdekreken, inversieruggen, oeverwallen, verspoelde veenafzettingen, rivierduinen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
25/53
Figuur 3.8. | Aardkundig waardevol gebied (grijs) (Atlas van de Leefomgeving)
De Monitor Landschap stelt dat tegenwoordig vooral op perceelsniveau aanpassingen worden gedaan aan het reliëf voor drooglegging en het vergroten van agrarische opbrengst (Rijksdienst voor het Cultureel Ergoed, sd). De indicator reliëf is bedoeld om de aard en de spreiding van reliëf-ingrepen te monitoren. Van 2007 tot 2019 is door de Monitor Landschap op een aantal plekken in het Middengebied een beperkte verandering in reliëf waargenomen. Waarschijnlijk gaat het hier, met oog op de bodemdaling in het gebied, ook om drooglegging.
Figuur 3.9. | Verandering reliëf Middengebied van 2007 tot 2019
Landschappelijke waarden In het provinciale beleid is aangegeven welke landschappelijke waarden aanwezig zijn en op welke manier daarmee omgegaan moet worden bij mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen. In figuur 3.10 is een uitsnede opgenomen van de ‘Cultuurhistorische atlas’ van de provincie Zuid-Holland. Daarin is te zien dat de Tochten en de Zuidelijke Dwarsweg als structuren in het gebied als waardevol zijn bestempeld. Aan de zuidzijde ligt aan de oostkant van de A20 een eendenkooi. Daaromheen is een stiltezone aangegeven (oranje contour).
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
26/53
Figuur 3.10. | Uitsnede uit de Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland
3.2 Autonome ontwikkeling 3.2.1
Grondgebruik: bebouwing en landgebruik (waaronder landbouwareaal)
Bodemdaling en daarmee vernatting van het gebied is een autonome ontwikkeling die er voor zorgt het dat huidig grondgebruik van het kenmerkende ‘boeren in de polder’ in het Middengebied in 2040 niet meer mogelijk is. Het overig grondgebruik in het Middengebied, een aantal woningen en veehouderijen, worden door de bodemdaling eveneens bedreigd. In de Regiodeal Bodemaling Groen Hart werken de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard en de gemeente Zuidplas samen met agrariërs om alternatieve bodemgebruiken uit te proberen. ‘Wellicht dat er over een aantal jaar geen gras groeit maar natte teelten worden verbouwd. Bodemdaling is dan niet langer een problematisch natuurfenomeen, maar juist een impuls voor innovatie om delen van de Zuidplaspolder een nieuwe invulling te geven’ (Dijck, 2020a). Living Lab Boeren op Hoog Water is een van de projecten die zich richten op het ontwikkelen van een rendabel boeren(melkvee)-bedrijfssysteem op veengrond met een grondwaterstand van slechts 20 centimeter onder het maaiveld (Regio Deal Bodemdaling Groene Hart, 2021). Onder andere het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling werk aan het verbinden, versterken en ontwikkelen van kennis rondom bodemdaling. Naast onderzoek naar natte teelt is er ook onderzoek gedaan naar nieuwbouw op slappe bodem.
Een eis die bij bouwen in gebieden met slappe bodem hoort is bijvoorbeeld: ‘Schade door bodemdaling blijft beheersbaar door gebiedsspecifieke keuze van díe restzettingseis waarvoor de maatregelenset over de ontwerplevensduur het meest kosteffectief is. Parameters worden gemonitord over een periode van minimaal tien jaar. Betrokken partijen leggen
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
27/53
verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden voorafgaand vast’ (de Winter & Kwadijk, 2021). In de autonome situatie zal het huidig grondgebruik als gevolg van de bodemdaling hoe dan ook veranderen. Innovaties in de landbouw en andere manieren van bouwen kunnen het mogelijk maken dat het Middengebied in de autonome situatie wel nog ‘gebruikt’ kan worden, maar de huidige kenmerken van bebouwing en landgebruik verdwijnen. De autonome ontwikkeling van grondgebruik is daarom als matig bestempeld.
3.2.2
Fysieke landschapskenmerken: openheid, opgaand groen, landschappelijke lijnen en reliëf
De fysieke landschapskenmerken zoals die voorkomen in de huidige situatie van het Middengebied, veranderen deels ook door bodemdaling. In de autonome situatie is geen ontwikkeling van bedrijventerreinen of woningbouw in het Middengebied voorzien, dus de openheid in het Middengebied zelf verandert daardoor niet. Ook het aanwezige opgaand groen zal niet hoeven wijken voor nieuwe bebouwing. In de nabije omgeving van het Middengebied zijn wél ontwikkelingen voorzien. De landschappelijke lijnen, en dan met name de enkele bebouwingslinten, worden mogelijk ook beïnvloed door de bodemdaling. De kans bestaat dat de bodemdaling zorgt dat de bebouwing zodanig beschadigt dat het zijn functie niet kan handhaven. Dit is echter op te lossen door woningen te renoveren/vervangen. Daarnaast wordt ook het reliëf in het landschap mogelijk sterker als gevolg van bodemdaling omdat op verschillende plekken ophoging nodig zal zijn om bebouwing of land ten behoeve van het gebruik droog genoeg te kunnen houden, zoals dat in de huidige situatie ook al merkbaar is.. Verrommeling van het landschap is een thema waar heel Nederland mee te maken heeft, en ook in de Zuidplaspolder bestaat het risico dat door de (niet integraal geplande) ontwikkelingen en uitbreiding van bedrijvigheid in het gebied de openheid van het gebied verloren gaat.
De autonome ontwikkeling van fysieke landschapskenmerken verandert ten opzichte van de huidige situatie beperkt en blijft daarmee matig.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
28/53
4. Effectbeoordeling alternatieven 4.1 Beoordelingscriteria Voor het thema archeologie, cultuurhistorie en landschap worden de volgende aspecten onderzocht: • Archeologische waarden • Cultuurhistorische waarden • Landschappelijke waarden Deze aspecten zijn inhoudelijk zodanig anders, dat ze om een ander beoordelingskader vragen. Hieronder wordt per aspect beschreven welk beoordelingskader is gehanteerd. Archeologische waarden ++ / + / 0/+ / 0 Er is geen sprake van aantasting van archeologische waarden. 0/Er is een geringe kans op aantasting van archeologische waarden. Er is een grote kans op aantasting van archeologische waarden. -Er is een grote kans op aantasting van archeologische waarden en/of archeologische monumenten.
Cultuurhistorische waarden ++ / + Bestaande cultuurhistorische waarden binnen en buiten het plangebied worden door de ontwikkeling versterkt. 0/+ Bestaande cultuurhistorische waarden binnen of buiten de contouren van het plangebied worden beperkt positief beïnvloed. 0 Er zijn geen cultuurhistorische waarden in of nabij het plangebied of aanwezige cultuurhistorische waarden worden niet beïnvloed. 0/Er zijn enkele cultuurhistorische waarden aanwezig nabij het plangebied die negatief worden beïnvloed. Er zijn enkele cultuurhistorische waarden binnen de contouren van het plangebied die negatief worden beïnvloed. -Er zijn meerdere cultuurhistorische waarden binnen de contouren van het plangebied die negatief worden beïnvloed of zullen verdwijnen.
Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023
Versie: D0.0
29/53
De beschrijving van het landschap is gebaseerd op het grondgebruik (bebouwing en landgebruik) en de fysieke landschapskenmerken (openheid, opgaand groen, landschappelijke lijnen en reliëf). De effecten op het landschap worden daarom beschreven op basis van deze tweedeling. De effecten worden voor het landschap als geheel beoordeeld (de optel som van de verschillende effecten). Landschappelijke waarden ++ Het landschap wordt binnen en buiten de contouren van het plangebied door de ontwikkeling sterk versterkt. + Het landschap binnen de contouren van het plangebied wordt door de ontwikkeling versterkt. 0/+ Het landschap wordt beperkt positief beïnvloed. 0 Er verandert niets aan het grondgebruik en de landschappelijke waarden van de referentiesituatie. 0/Het landschap wordt binnen het plangebied beperkt verstoord. Het landschap binnen het plangebied wordt aangetast. -Het landschap binnen en buiten het plangebied wordt aangetast.