CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was-Wordt lijst Integrale Verordening Sociaal Domein 2023 A22.002345

Gemeenteraad 4 april 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Integrale Verordening Sociaal Domein Zuidplas 202312.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WAS Artikel 1. Begrippen en afkortingen a. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen;

Artikel 6. Het onderzoek en het gesprek naar aanleiding van een melding / aanvraag 5. Binnen 10 werkdagen na het gesprek verstrekt het college de cliënt een gespreksverslag, tenzij de cliënt heeft aangegeven dit niet te wensen. Artikel 9. Weigeringsgronden 1. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening als: c. indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; 2.

Het college verstrekt geen woonvoorziening: a. voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; b. in of aan Wlz-instellingen, ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; c. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; d. indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; e. indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daar vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college.

WORDT Artikel 1. Begrippen en afkortingen a. Algemeen gebruikelijke voorziening: zaak of dienst die normaal in de handel te krijgen is; niet speciaal voor mensen met een beperking is ontworpen; niet aanzienlijk duurder is dan een vergelijkbaar product met hetzelfde doel; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau; Lid 5 is verwijderd.

Artikel 9. Weigeringsgronden 1. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening als: c. indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is. Om te bepalen of de aanschaf van een voorziening financieel haalbaar is voor mensen met een inkomen op minimumniveau wordt de volgende rekenwijze toegepast: de kosten van de voorziening worden vergeleken met 5% van de geldende bijstandsnorm x 3 jaar. Daarbij wordt de indexering meegenomen. Wanneer de kosten van de voorziening lager zijn dan het berekende bedrag wordt de voorziening aangemerkt als zijnde algemeen gebruikelijk; 2.

Het college verstrekt geen woonvoorziening: a. voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; b. in of aan Wlz-instellingen, ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; c. voor zover het voorzieningen betreft in openbare en publieke gebouwen en in specifiek voor gehandicapten of ouderen bedoelde gebouwen; d. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; e. indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; f. indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daar vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. g.

voor zover het een voorziening betreft in het kader van de toegankelijkheid van de buitenruimte (tuin, balkon) als de buitenruimte voor cliënt reeds toegankelijk is via een andere toegang.

WAS Artikel 19. Vervoer bij jeugdhulp 1. Het college kan zorgdragen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een vervoersvoorziening voor het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, indien deze voorziening noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid. 2. De maatwerkvoorziening kan worden verstrekt in natura of als een kilometervergoeding voor de auto, zijnde € 0,19 per kilometer. 3. Indien het college een kilometervergoeding verleent, zoals genoemd in het tweede lid, bekostigt het college de kilometervergoeding voor de auto wanneer de jeugdigen inzittende van de auto is. 4. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het eerste lid.

WORDT Artikel 19. Vervoer bij jeugdhulp 1. Vervoer bij jeugdhulp kan worden toegekend aan een jeugdige, die een indicatie heeft voor een maatwerkvoorziening jeugdhulp (zorg in natura of persoonsgebonden budget voor behandeling, dagbesteding, kort verblijf of begeleiding). Vervoer bij jeugdhulp vervoer van of naar een jeugdhulplocatie, indien deze voorziening noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid. Beperkingen in de zelfredzaamheid kunnen te maken hebben met leeftijd, stoornis, beperking of ziekte en kunnen tijdelijk of chronisch van aard kunnen zijn. De beperking in de zelfredzaamheid hoeft geen relatie te hebben met de noodzaak tot jeugdhulp 2. De vraag om een voorziening vervoer bij jeugdhulp zal meestal tegelijk met een aanvraag voor de jeugdhulp aan de orde zijn en wordt dan meegenomen in het besluit. Het is echter ook mogelijk de vervoersvoorziening later toe te kennen, als zich na verloop van tijd een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid voordoen. Deze beperkingen hoeven geen relatie met de jeugdhulp te hebben. 3. De voorziening wordt toegekend vanaf de datum dat de jeugdhulp in de toekomst zal starten of zo vroeg als de datum van de aanvraag indien het vervoer feitelijk al in gang is gezet. Verstrekking met terugwerkende kracht, dus voor de datum van de aanvraag, is niet mogelijk. 4.

Wanneer de noodzaak, zoals bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld, wordt een vervoersvoorziening toegekend wanneer de afstand en de frequentie van vervoer naar de jeugdhulplocatie dermate groot is dat dit de gebruikelijke zorgplicht van ouders overschrijdt. Om te beoordelen of dit van toepassing is maakt het college gebruik van de volgende berekeningsformule: (aantal maanden) x (aantal keren per week) x (aantal weken per maand) x (afstand enkele reis) x 0,25. Indien de uitkomst 250 of hoger is, kan een vervoersvoorziening worden toegekend. 5. De volgende vormen van een maatwerkvoorziening vervoer jeugdwet worden onderscheiden: a. Begeleiding van een jeugdige met als doel zelfstandig leren reizen naar de jeugdhulpaanbieder. b. Een vergoeding voor openbaar vervoer voor vervoer van of naar een jeugdhulplocatie indien sprake is van overschrijding van de gebruikelijke zorgplicht (lid 4). c. Een vergoeding voor openbaar vervoer met begeleiding voor vervoer van of naar een jeugdhulplocatie indien er sprake is van overschrijding van de gebruikelijke zorgplicht (lid 4). d. Een vergoeding voor eigen vervoer voor vervoer van of naar een jeugdhulplocatie, indien sprake is van overschrijding van de gebruikelijke zorgplicht (lid 4). e. Aangepast vervoer (taxivervoer) dat in natura wordt geboden door de jeugdhulpaanbieder of het door het college gecontracteerde taxibedrijf.

Een combinatie van deze voorzieningen behoort tot de mogelijkheden, mits onderbouwd wordt waarom hiervoor gekozen wordt. 6. In de volgende volgorde een afweging voor een passende voorziening gemaakt. Pas als een jeugdige niet op de beschreven manier (per optie) kan reizen, komt de

WAS

Artikel 23. Maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 3. De aanvraag voor beschermd wonen wordt in behandeling genomen door centrumgemeente Gouda.

Artikel 31. Aanvullende criteria maatwerk woonvoorzieningen 5. Het college verstrekt geen woonvoorziening voor een gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex als het wooncomplex specifiek is bestemd voor de huisvesting van ouderen of personen met een beperking. Artikel 34. Afschrijvingsperioden 1. De volgende afschrijvingsperioden worden gehanteerd: a. keuken 15 jaar b. badkamer 25 jaar

WORDT volgende, daaronder beschreven optie in beeld. Het inzetten van aangepast vervoer (taxi/taxibus) is pas mogelijk wanneer alle onderstaande opties naar het oordeel van het college niet mogelijk zijn. a. De jeugdige fietst naar de jeugdhulplocatie. b. De jeugdige fietst naar de jeugdhulplocatie onder begeleiding van ouder(s)/verzorger(s) of het sociale netwerk. c. De jeugdige heeft de draagkracht en vaardigheden om in afzienbare tijd zelfstandig te leren reizen met het openbaar vervoer naar de jeugdhulplocatie begeleid door ouder(s)/verzorger(s), het sociale netwerk, een vrijwilliger of een jeugdprofessional. d. De jeugdige gaat met zijn/haar brommer/scooter naar de jeugdhulplocatie. e. De jeugdige reist zelfstandig met het openbaar vervoer naar de jeugdhulplocatie. Er zijn drie redenen waarom openbaar vervoer geen optie is, namelijk een gebrek aan zelfstandigheid van de jeugdige, het ontbreken van openbaar vervoer of een reistijd van meer dan 45 minuten voor een enkele reis. Daarbij wordt uitgegaan van de reisduur tussen woning en uitstaphalte of –station. f. De jeugdige reist onder begeleiding van ouder(s)/verzorger(s) of het sociale netwerk met het openbaar vervoer naar de jeugdhulplocatie.

Deze optie vervalt als de jeugdige niet in staat is om met begeleiding in het openbaar vervoer te reizen, openbaar vervoer ontbreekt, de reistijd meer dan 45 minuten enkele reis (de reistijd tussen woning en uitstaphalte of –station) of ouder(s)/verzorger(s) kunnen aantonen dat begeleiding van de jeugdige door henzelf of anderen onmogelijk is dat wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden. g. De ouder(s)/verzorger(s) of het sociale netwerk brengen en halen de jeugdige met gemotoriseerd vervoer (auto, bestelbus, motor enz). 7. Voor de opties lid 6 d, e, f en g is een vergoeding mogelijk in de vorm van een kilometervergoeding van € 0,21 per kilometer of een vergoeding op basis van het tarief openbaar vervoer. Indien het college een kilometervergoeding toekent voor een auto, bekostigt het college de kilometervergoeding alleen voor die kilometers dat de jeugdige inzittende van de auto is. Artikel 23. Maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 3. Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen overeenkomstig het daartoe vastgesteld beleid van de centrumgemeente Gouda: de geldende verordening en nadere regels maatschappelijke ondersteuning en het overige beleid met betrekking tot beschermd wonen. Lid 5 is verplaatst naar artikel 9, lid 2.

Artikel 34. Afschrijvingsperioden 1. De volgende afschrijvingsperioden worden gehanteerd: a. keuken 15 jaar b. badkamer 25 jaar

WAS c. toilet 15 jaar d. hulpmiddelen 7 jaar e. douche- en toiletvoorzieningen 5 jaar f. kindervoorzieningen 5 jaar g. trapliften 10 jaar 2. Trapliften worden na 10 jaar preventief vervangen. Artikel 35. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen 1. Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de Wmo 2015, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. 2. Voor de verhuiskosten bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 3.064,26, als deze kosten voorvloeien uit de voorgestelde maatwerkoplossing zoals opgenomen in het ondersteuningsplan. 3. Voor het bezoekbaar maken van een woning (het toe- en doorgankelijk maken en aanpassen van het toilet en/of woonkamer) bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 3.064,26. 4. De tegemoetkoming vermeldt onder lid 2 en 3 kunnen eenmalig verstrekt worden. 5. Voor de kosten van het gebruik van een taxi bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 3.897,15 per kalenderjaar. Voor de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 5.062,21 per kalenderjaar. 6.

Voor de kosten van de aanpassingen van de eigen auto wordt de vergoeding vastgesteld op basis van offertes, waarbij de technische levensduur van de auto op het moment van aanvragen nog minimaal 10 jaar moet zijn. 7. Voor de kosten ten behoeve van een sportrolstoel bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 3.030,78 per drie jaar. 8. Voor de kosten ten behoeve van onderhoud en reparatie aan de sportrolstoel bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 567,95 per kalenderjaar. 9. Voor de kosten van was- en strijk bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 55,34 per maand. 10. De toegekende tegemoetkoming zoals bedoeld in lid 2 t/m 9 worden op declaratiebasis achteraf uitgekeerd aan de aanvrager. 11. De maximale bedragen van de tegemoetkomingen genoemd onder lid 2 t/m 9 worden jaarlijks verhoogd of verlaagd aan de hand van de prijsindex voor

WORDT c. d. e. f.

toilet hulpmiddelen douche- en toiletvoorzieningen kindervoorzieningen

15 jaar 7 jaar 5 jaar 5 jaar

Artikel 35. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen 1. Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de Wmo 2015, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. 2. Voor de verhuiskosten bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 3.486,95 als deze kosten voorvloeien uit de voorgestelde maatwerkoplossing zoals opgenomen in het ondersteuningsplan. 3. Voor het bezoekbaar maken van een woning (het toe- en doorgankelijk maken en aanpassen van het toilet en/of woonkamer) bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 3.486,95. 4. De tegemoetkoming vermeldt onder lid 2 en 3 kunnen eenmalig verstrekt worden. 5. Voor de kosten van het gebruik van een taxi bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 4.414,25 per kalenderjaar. Voor de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 5.760,50 per kalenderjaar. 6. Voor de kosten van de aanpassingen van de eigen auto wordt de vergoeding vastgesteld op basis van offertes, waarbij de technische levensduur van de auto op het moment van aanvragen nog minimaal 10 jaar moet zijn. 7.

Voor de kosten ten behoeve van een sportrolstoel bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 3.448,85 per drie jaar. 8. Voor de kosten ten behoeve van onderhoud en reparatie aan de sportrolstoel bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 646,30 per kalenderjaar. 9. Voor de kosten van was- en strijk bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 62,97 per maand. 10. De toegekende tegemoetkoming zoals bedoeld in lid 2 t/m 9 worden op declaratiebasis achteraf uitgekeerd aan de aanvrager. 11. De maximale bedragen van de tegemoetkomingen genoemd onder lid 2 t/m 9 worden jaarlijks verhoogd of verlaagd aan de hand van de prijsindex voor gezinsconsumptie zoals bepaald in artikel 3.7 eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

WAS

WORDT

gezinsconsumptie zoals bepaald in artikel 3.7 eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Artikel 36. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 5. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo 2015 is de hoogte van de reizigersbijdrage voor de maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer afhankelijk van het aantal gereden zones en het tijdstip waarop gereisd wordt. Deze reizigersbijdrage is: 2021

Artikel 36. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 6. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo 2015 is de hoogte van de reizigersbijdrage voor de maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer afhankelijk van het aantal gereden zones. Deze reizigersbijdrage is:

Aantal Zones

Aantal zones

1 2 3 4 5 6

Van deur naar deur Wmopashouder daluren

€ 1,90 € 2,70 € 3,50 € 4,35 € 5,15 € 6,00

Van deur naar deur Wmopashouder op werkdagen tussen 07:00 en 09:00 uur en 14:00 en 16:00 uur € 3,20 € 4,50 € 5,85 € 7,25 € 8,60 € 10,00

Geïndiceerde begeleider

Nihil Nihil Nihil Nihil Nihil Nihil

Sociaal begeleid er

€ 1,90 € 2,70 € 3,50 € 4,35 € 5,15 € 6,00

OVreiziger

€ 5,90 € 8,85 € 11,80 € 14,75 € 17,70 € 20,65

De genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2021 en worden ieder opvolgend jaar gewijzigd aan de hand van indexatie (NEA). Artikel 42. Hoogte van het PGB 7. Het tarief voor hulp uitgevoerd door een hulpverlener werkzaam bij een professionele instelling bedraagt ten hoogste 100% van het tarief in natura. 8. Het tarief voor vervoer van en naar de dagbesteding of locatie waar jeugdhulp wordt geboden bedraagt ten hoogste 100% van het tarief in natura en is alleen mogelijk voor een professionele instelling. 9. Het tarief van een zzp‘er bedraagt ten hoogste 75% van het tarief van zorg in natura. 10. Het tarief voor hulp in natura wordt indien het geen uurtarief is, omgerekend naar een tarief per uur. 11. Het pgb voor hulp door het sociaal netwerk is gelijk aan het tarief hiervoor in de Wet langdurige zorg plus de kosten voor het aanvragen van een Verklaring omtrent het Gedrag. 12. De gemeente volgt voor de indexering bij het tarief voor hulp uit het sociale netwerk de ontwikkeling van het tarief in de Wet langdurige zorg.

2023 Geïndiceerde begeleider

Sociaal begeleider

OV-reiziger

1

Van deur naar deur Wmopashouder € 2,30

Nihil

€ 2,30

€ 6,50

2

€ 3,20

Nihil

€ 3,20

€ 9,75

3

€ 4,10

Nihil

€ 4,10

€ 13,00

4

€ 5,10

Nihil

€ 5,10

€ 16,25

5

€ 6,00

Nihil

€ 6,00

€ 19,50

6

€ 7,10

Nihil

€ 7,10

€ 22,75

De genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2023 en worden ieder opvolgend jaar gewijzigd aan de hand van indexatie (NEA). Artikel 42. Hoogte van het PGB Toegevoegd: 7. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. a. van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. b. informele hulp is: Hulp die geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in onderdeel a; Hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in onderdeel a, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van cliënt.

WAS

Artikel 44. Begripsomschrijving (de oude begripsomschrijvingen zijn hier niet overgenomen, omdat dit de omvang van deze was-wordtlijst flink zou vergroten)

WORDT Lid 7 t/m 12 blijft gehandhaafd zoals in de nu geldende verordening, alleen de nummering verandert (8 t/m 13). Artikel 44. Begripsomschrijving Verwijderd: d. commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra; e. commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra; j. ondersteuningsplan: 1°. voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2°. voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 17a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; k. opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel 17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs; o. regionale verwijzingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs; Toegevoegd: b. afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; e. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas; f. deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, de school of de in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (zie L) bepaalde onafhankelijke deskundige; k.

ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 2.44 op de Wet op het voortgezet onderwijs 2020, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. Ingeval van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs adviseert hierin de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek; l. OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 3.42 van de Wet op het voortgezet onderwijs; n. opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider; s. school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt: Dit is 1°. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2°.

het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;

WAS

WORDT 3°. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4°. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs 2020;

Artikel 45. De door het college noodzakelijk te achten voorziening leerlingenvervoer 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een voorziening leerlingenvervoer toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de voorziening leerlingenvervoer op aanvraag verstrekt aan de leerling. 3. De bepalingen in dit hoofdstuk laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Bij het onderzoek worden de mogelijkheden van ouders in het kader van het vervoer, wellicht in gezamenlijkheid met andere ouders, meegenomen.

Gewijzigd: h. Gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; i. inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; j. leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel; m. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer r. samenwerkingsverband: 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2°. voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47 van de Wet op het voortgezet onderwijs; v. vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; x.

woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft. Artikel 49. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Als het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt het college van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Als de leerling een meerderjarige en handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling. 5. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.

WAS

Artikel 46. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. De afstand tussen de woning en de school wordt door het college gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. 3. Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat niet eerder aanspraak op een vervoersvoorziening naar eerstgenoemde school dan dat ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld. ”Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van een vervoersvoorziening het ondersteuningsplan onderwijs, zoals dat is vastgesteld door het samenwerkingsverband na overleg met het college.

Artikel 47. Toekenning vervoersvoorziening 1. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 2. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het een aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum. Artikel 48. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend formulier, dat door het college is vastgesteld, inclusief alle voor de aanvraag relevante verklaringen. 2. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

WORDT 6. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. 7. Het college verstrekt een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug. 8. Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Artikel 50. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld. 3. Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden word een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of b.

een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. Lid 2 is verplaatst naar artikel 51. Verwijderd: lid 1 is opgenomen in artikel 49 en lid 2 is opgenomen in artikel 46.

Artikel 46. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling structureel verblijft, door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

WAS 3. 4.

Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken; dit termijn kan verlengd worden wanneer lid 2 van toepassing is. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 49. Peildatum leeftijd leerling Voor het toekennen van een vervoersvoorziening is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft. Artikel 50. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht. Artikel 51. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school: a. een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; of b. een school voor speciaal (basis)onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 46 wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijk school voor primair onderwijs van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school b. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of c.

een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder b bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder b. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 46 kan in het geval van een toekenning aangepast vervoer een vervoersvoorziening verstrekt worden voor vervoer naar één ander adres dan de woning van de leerling indien: a. dit een adres betreft waar kinderopvang wordt geboden, omdat beide ouders werken; b. het adres van de opvanglocatie binnen een straal van 500 meter van de woning of de school van de leerling ligt, en

WORDT 3. De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling. 4. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 5. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 6. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend, dan geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het een aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum. Artikel 53. Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft, bepalend. Artikel 54. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht. Artikel 58. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1.

Het college betrekt bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoeksfase van belang zijn. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer.

Lid 1 is opgenomen in artikel 44, lid 2 in artikel 50 en lid 3 in artikel 61. Lid 4 is aangepast gehandhaafd (lid 1) en lid 2 komt vanuit artikel 54 van de nu geldende verordening.

WAS

WORDT c. d.

er sprake is van een vast patroon, dat wil zeggen één vast opvangadres op vaste dag(en) per week, dat bij de aanvraag is opgegeven. Dit geen hulpverlening in het kader van de Jeugdwet betreft.”

4.

Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang kunnen zijn. Artikel 52. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling vanaf 9 jaar die regulier basisonderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt. 2. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, zijnde € 0,09 per kilometer. Artikel 53. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling vanaf 9 jaar bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider indien: a.

aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 52, de leerling jonger dan twaalf jaar is en een reguliere basisschool, zoals bedoeld in artikel 51, lid 1, sub a, bezoekt, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken, of b. de leerling jonger is dan twaalf jaar en een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in artikel 51, lid 1, sub a, bezoekt of c. de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of een psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. 2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

Artikel 59. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 51, eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling vanaf 9 jaar die een basisschool zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer 2. Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 3. De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,09 per kilometer. Artikel 60. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling vanaf 9 jaar bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider als: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 51, eerste lid, de leerling jonger dan twaalf jaar is en een basisschool, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken, of b.

voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 51, de leerling jonger is dan twaalf jaar en een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, bezoekt, of c. de leerling door een handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. 2. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor regulier voortgezet onderwijs of voortgezet special onderwijs cluster 4 bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling en een begeleider, indien de leerling door een handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. 3. In afwijking van de bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, zoals bedoeld in het tweede lid, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets. 4. De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,09 per kilometer. 5. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

WAS

Artikel 54. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, indien: a. de leerling onder de 9 jaar is en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt; b. de leerling tussen 9 en 12 jaar is, clusteronderwijs bezoekt en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 52 en 53 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar regulier basisonderwijs, zoals bedoeld in artikel 51, lid 1, sub a of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is; d. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 52 en 53 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in artikel 51, lid 1, sub a of terug, meer dan een uur onderweg is; e. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 52 en 53 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; f.

aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 53 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of g. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of psychische handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaar vervoer gebruik te maken. 2. Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.

WORDT Primair onderwijs en voortgezet onderwijs zijn gecombineerd in 1 artikel in plaats van zoals in de nu geldende verordening in twee paragrafen. Artikel 61. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 51, eerste lid en de leerling onder de 9 jaar is; b. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 51, eerste lid, de leerling tussen 9 en 12 jaar is en clusteronderwijs bezoekt; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 59 en 60 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar een basisschool of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is; d. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 59 en 60 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar een speciale school voor basisonderwijs of terug, meer dan een uur onderweg; e. het een school voor voortgezet special onderwijs cluster 1, 2 of 3 betreft en de leerling door een handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; f.

aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 60, de leerling een school voor regulier voortgezet onderwijs of speciaal voortgezet onderwijs cluster 4 bezoekt en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan drie kwartier onderweg is; g. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 59 en 60 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; h. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 60 en door de ouders genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of i. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaar vervoer gebruik te maken. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 49, zevende lid kan in het geval van een toekenning aangepast vervoer een vervoersvoorziening verstrekt worden voor vervoer naar één ander adres dan de woning van de leerling indien: a. dit een adres betreft waar kinderopvang wordt geboden, omdat beide ouders werken; b.

het adres van de opvanglocatie binnen een straal van 500 meter van de school van de leerling ligt of in de dorpskern waar de leerling woont, ligt, en c. er sprake is van een vast patroon, dat wil zeggen één vast opvangadres op vaste dag(en) per week, dat bij de aanvraag is opgegeven. d. dit geen hulpverlening in het kader van de Jeugdwet betreft. Lid 2 is verplaatst naar artikel 57.

WAS Artikel 55. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de goedkoopste manier van reizen voor de betreffende leerling. Dit kan zijn op basis van kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid, of een kilometervergoeding voor de auto, zijnde € 0,19 per kilometer, behoudens het bepaalde in het vierde lid; of b. een bedrag op basis van de werkelijk gemaakte reiskosten voor de leerling die gebruik maakt van een schoolbus van een school of een oudervereniging. 3 Indien het college een kilometervergoeding verleent, zoals genoemd in het tweede lid sub a van dit artikel, bekostigt het college viermaal de afstand tussen woning en school per dag. 4. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, één bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, zijnde € 0,19 per kilometer. 5.

Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. 6. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, zijnde € 0,09 per kilometer. Artikel 56. Drempelbedrag 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 27.000,wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 52 bepaalde afstand te boven gaan. 2. Indien het college toepassing geeft aan artikel 45, eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer.

Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt,

WORDT Artikel 62. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,09 per kilometer. b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of c. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid. Deze vergoeding bedraagt het belastingvrije kilometerbedrag (€ 0,21). d. een bedrag op basis van de werkelijk gemaakte reiskosten voor de leerling die gebruik maakt van een schoolbus van een school of een oudervereniging.

3 Als het college een kilometervergoeding toekent, zoals genoemd in het tweede lid sub c van dit artikel, bekostigt het college viermaal de afstand tussen woning en school per dag. 4. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, één bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, zijnde € 0,21 per kilometer, behoudens het bepaalde in lid 5. 5. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die reeds voor dit vervoer bekostiging van het college ontvangen, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. Artikel 65. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan € 27.900,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 51 bepaalde afstand te boven gaan. 2.

In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 51 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.900,-, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 51 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van

WAS per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 52 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.000,-. 4. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld op € 502,-. Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 april aangepast met de wijziging die het indexcijfer voor de gezinsconsumptie heeft ondergaan ten opzichte van het voorgaande jaar. 5. Het bedrag van € 27.000,- genoemd in het eerste en derde lid, wordt jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en derde lid genoemde bedrag van € 27.000,6. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. 7. Deze bepaling is niet van toepassing op pleegouders en voogdijinstellingen. Artikel 57. Financiële draagkracht 1.

Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Zij bedragen (schooljaar 2020-2021): Inkomen in euro’s Eigen bijdragen in euro’s 0 – 35.500 Nihil 35.500 – 42.000 150 42.000 – 48.500 630 48.500 – 55.000 1180 55.000 – 62.500 1725 62.500 – 69.000 2270 69.000 en verder Voor elke extra € 5.500,-: € 560,- erbij 4.

De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-. 5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle

WORDT

4.

5.

openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. Het inkomensbedrag van € 27.900,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 27.900,-. Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op gehandicapte leerlingen, pleegouders en voogdijinstellingen.

Lid 2 is opgenomen in artikel 49.

Artikel 66. Financiële draagkracht 1. Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Zij bedragen: Inkomen in euro’s Eigen bijdragen in euro’s 0 – 36.900 Nihil 36.900 – 43.650 145 43.650 – 50.400 630 50.400 – 56.700 1170 56.700 – 64.800 1715 64.800 – 71.100 2300 71.100 en verder Voor elke extra € 5.000,-: € 550,- erbij 4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 5.

De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het

WAS huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 6. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Artikel 58. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school: a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; of b. een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang kunnen zijn. Artikel 59. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en vervoer per fiets 1.

Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor regulier voortgezet onderwijs of voortgezet special onderwijs cluster 4 bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling en een begeleider, indien de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. 2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. 3. In afwijking van de bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, zoals bedoeld in het eerste lid, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets. Artikel 60. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 58 bezoekt, indien: a. het een school voor voortgezet special onderwijs cluster 1, 2 of 3 betreft; b.

aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 59 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan drie kwartier onderweg is; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 59 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; d. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 59 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat

WORDT

6.

consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.

Artikel 57. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Het college betrekt bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoeksfase van belang zijn. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer. Lid 1 is opgenomen in artikel 44. Lid 2 is aangepast gehandhaafd (lid 1 in artikel zoals hieronder weergegeven). Primair onderwijs en voortgezet onderwijs zijn gecombineerd in 1 artikel in plaats van zoals in de nu geldende verordening in twee paragrafen. Zie nieuw artikel 59.

Primair onderwijs en voortgezet onderwijs zijn gecombineerd in 1 artikel in plaats van zoals in de nu geldende verordening in twee paragrafen. Zie nieuw artikel 60.

WAS begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of e. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken. 2. Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer. Artikel 61. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren een bedrag op basis van de goedkoopste manier van reizen voor de betreffende leerling. Dit kan zijn op basis van kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid, of een kilometervergoeding voor de auto, zijnde € 0,19 per kilometer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12437703/1