CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting Verordening fysieke leefomgeving A21.000237

Gemeenteraad 23 maart 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststellen verordening fysieke leefomgeving40.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bijlage 2: Toelichting Verordening Fysieke Leefomgeving

Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 2 Eén verordening fysieke leefomgeving (VFLO) ................................................................. 10 Hoofdstuk 3 Artikelsgewijze Toelichting ............................................................................................... 13 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen ....................................................................................................... 13 Artikel 1.1 Begripsbepalingen ................................................................................................... 13 Artikel 1.2 Bevoegd gezag ......................................................................................................... 14 Artikel 1.3 Doel Verordening fysieke leefomgeving .................................................................. 15 Artikel 1.4 Oogmerken .............................................................................................................. 15 Artikel 1.5 Toepassingsbereik.................................................................................................... 15 Hoofdstuk 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving .........................................................................

16 Afdeling 2.1 Aanwijzing en registratie van cultureel erfgoed ........................................................... 16 § 2.1.1 Aanwijzing als gemeentelijk monument, beeldbepalend erfgoed of beeldbepalende structuur ........................................................................................................................................ 16 Artikel 2.1 (Voornemen tot) Aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument ............ 16 Artikel 2.2 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit ............................................................. 16 Artikel 2.3 Bekendmaking aanwijzingsbesluit en inschrijving erfgoedregister ......................... 17 Artikel 2.4 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk monument 18 § 2.1.2 Aanwijzing als gemeentelijk dorpsgezicht ......................................................................... 18 Artikel 2.5 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht ............................................ 18 Artikel 2.6 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht .............................................................................................................................. 19 § 2.1.3 Aanwijzing als beeldbepalend erfgoed..............................................................................

19 Artikel 2.7 Registratie beeldbepalend erfgoed ......................................................................... 19 Artikel 2.8 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit beeldbepalend erfgoed ...................... 19 Artikel 2.9 Bekendmaking aanwijzingsbesluit en inschrijving erfgoedregister ......................... 19 Artikel 2.10 Wijziging, intrekking en vervallen van de registratie als beeldbepalend erfgoed . 19 Afdeling 2.2 Overige aanwijzingen in de fysieke leefomgeving ........................................................ 19 § 2.2.1 Interferentiegebieden bodemenergiesystemen ............................................................... 19 Artikel 2.11 Aanwijzing interferentiegebieden ......................................................................... 19 § 2.2.2 Aanwijzing van namen en nummers in de openbare ruimte ............................................ 20 Artikel 2.12 Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare ruimte ............... 20 Artikel 2.13 Nummering van adresseerbare objecten .............................................................. 21 § 2.2.3 Houtopstanden .................................................................................................................. 22 Artikel 2.14 Aanwijzing bebouwde kom .................................................................................... 22

1

§ 2.2.4 Ligplaatsen ......................................................................................................................... 22 Artikel 2.15 Aanwijzingen ligplaatsen ....................................................................................... 22 § 2.2.5 Parkeren ............................................................................................................................ 23 Artikel 2.16 Aanwijzingen belanghebbenden parkeren ............................................................ 23 § 2.2.6 Crossterreinen en natuurgebieden ................................................................................... 23 Artikel 2.17 Aanwijzingen crossterreinen ................................................................................. 23 Artikel 2.18 Aanwijzingen natuurgebieden ............................................................................... 23 § 2.2.7 Vervoer gevaarlijke stoffen ............................................................................................... 23 Artikel 2.19 Aanwijzingen route vervoer gevaarlijke stoffen .................................................... 23 § 2.2.8 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. .................................................... 23 Artikel 2.20 Aanwijzingen plaatsen buiten inrichtingen ...........................................................

23 Hoofdstuk 3 Activiteiten........................................................................................................................ 24 Afdeling 3.1 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed ........................................................ 24 § 3.1.1 Algemene bepalingen ........................................................................................................ 24 Artikel 3.1 Oogmerken .............................................................................................................. 24 Artikel 3.2 Toepassingsbereik gemeentelijk monument, beeldbepalend erfgoed, beeldbepalende structuur en dorpsgezicht .............................................................................. 24 Artikel 3.3 Zorgplicht voor onroerend gemeentelijk cultureel erfgoed. ................................... 24 § 3.1.2. Instandhouden, vernielen, slopen, ontsieren van cultureel erfgoed ............................... 24 Artikel 3.4 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument .................................................... 24 Artikel 3.5 Termijnen advies ...................................................................................................... 25 Artikel 3.6 Omgevingsvergunning binnen gemeentelijk beschermd dorpsgezicht...................

25 § 3.1.3 Bescherming beeldbepalend erfgoed ............................................................................... 25 Artikel 3.7 Omgevingsvergunning beeldbepalend erfgoed....................................................... 25 Artikel 3.8 Termijnen advies beeldbepalend erfgoed ............................................................... 25 Artikel 3.9 Weigeringsgronden .................................................................................................. 25 § 3.1.4 Bescherming van archeologische monumenten en terreinen ......................................... 26 Artikel 3.10 Instandhouding van archeologische gebieden ...................................................... 26 Artikel 3.11 Vangnet archeologie .............................................................................................. 26 Artikel 3.12 Archeologisch onderzoek ....................................................................................... 26 Artikel 3.13 Advisering .............................................................................................................. 27 Afdeling 3.2 Activiteiten in de openbare ruimte § 3.2.1. Gebruik van een openbare plaats ....... 27 Artikel 3.14 Het plaatsen van voorwerpen ...............................................................................

27 Artikel 3.15 Verbod objecten onder hoogspanningslijn ............................................................ 28 Artikel 3.16 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren ....................................................... 28 Artikel 3.17 Bijen ....................................................................................................................... 29

2

Artikel 3.18 Verstrooiing van as ................................................................................................ 29 Artikel 3.19 Straatvegen ............................................................................................................ 30 Artikel 3.20 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen ................................................ 30 Artikel 3.21 Oplaten van ballonnen........................................................................................... 31 § 3.2.2. Veranderen van een openbare plaats .............................................................................. 31 Artikel 3.22 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg ............................................................................................................................................ 31 Artikel 3.23 Maken, veranderen van een uitweg ...................................................................... 33 § 3.2.3. Activiteiten ten aanzien van bomen en houtopstanden .................................................. 33 Artikel 3.24 Toepassingsbereik.................................................................................................. 33 Artikel 3.25 Verbod vellen waardevolle houtopstanden ..........................................................

34 Artikel 3.26 Verval ..................................................................................................................... 34 Artikel 3.27 Herplantplicht en overige voorschriften ................................................................ 34 Artikel 3.28 Herplantplicht bij overtreding verbod ................................................................... 35 Artikel 3.29 Bestrijding van boomziekten ................................................................................. 35 § 3.2.4. Openbaar water................................................................................................................ 35 Artikel 3.30 Voorwerpen op, in of boven openbaar water ....................................................... 35 Artikel 3.31 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen...................................................... 36 Artikel 3.32 Beschadigen van waterstaatswerken .................................................................... 37 Artikel 3.33 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen .................................................................................................................................. 37 § 3.2.5. Schade aan groenvoorzieningen ......................................................................................

37 Artikel 3.34 Crossterreinen ....................................................................................................... 37 Artikel 3.35 Beperking verkeer in natuurgebieden ................................................................... 39 Artikel 3.36 Rookverbod in bossen en natuurgebieden ............................................................ 40 § 3.2.6. Parkeren ........................................................................................................................... 40 Artikel 3.37 Belanghebbendenplaatsen .................................................................................... 40 Artikel 3.38 Beslistermijn .......................................................................................................... 40 Artikel 3.39 Geldigheidsduur ..................................................................................................... 41 Artikel 3.40 Intrekking omgevingsvergunning parkeren ........................................................... 41 Artikel 3.41 Verbodsbepaling .................................................................................................... 41 § 3.2.7. Reclame ............................................................................................................................

41 Artikel 3.42 Straatreclame......................................................................................................... 41 Artikel 3.43 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame ............................................................. 42 § 3.2.8. Ambulante handel ............................................................................................................ 43 Artikel 3.44 Omgevingsvergunning voor innemen van marktstandplaats ................................ 43

3

Artikel 3.45 Toewijzing marktstandplaatsen ............................................................................. 43 Artikel 3.46 Vereisten omgevingsvergunningaanvraag............................................................. 43 Artikel 3.47 Intrekking omgevingsvergunning........................................................................... 44 Artikel 3.48 Opzeggen omgevingsvergunning ........................................................................... 44 Artikel 3.49 Overschrijven omgevingsvergunning..................................................................... 44 Artikel 3.50 Persoonlijk innemen marktstandplaats ................................................................. 45 Artikel 3.51 Aantal keren innemen marktstandplaats .............................................................. 45 Artikel 3.52 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden.................. 45 Artikel 3.53 Ontheffing en vervanging ...................................................................................... 45 Artikel 3.54 Intrekken en vervallen marktstandplaatsvergunning ............................................ 46 Artikel 3.55 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker .........................................................

46 Artikel 3.56 Onmiddellijke verwijdering .................................................................................... 46 Artikel 3.57 Tijdstip innemen marktstandplaats/aan- en afvoer goederen .............................. 46 Artikel 3.58 Dag, tijd en plaats van de markt ............................................................................ 47 Artikel 3.59 Indeling van de markt; branche-indeling ............................................................... 47 Artikel 3.60 De marktcommissie ............................................................................................... 48 Artikel 3.61 Inhoud marktstandplaatsvergunningen ................................................................ 48 Artikel 3.62 Inschrijving op de anciënniteitlijst ......................................................................... 48 Artikel 3.63 Volgorde toewijzing vaste plaatsen ....................................................................... 48 Artikel 3.64 Selectie door marktcommisie ................................................................................ 48 Artikel 3.65 Toewijzing dagplaats .............................................................................................. 49 Artikel 3.66 Toewijzing standwerkplaats...................................................................................

49 Artikel 3.67 Plaats voertuigen ................................................................................................... 49 Artikel 3.68 Verzorging marktstandplaats ................................................................................. 49 Artikel 3.69 Afvalbakken............................................................................................................ 50 Artikel 3.70 Standplaatsvergunningen en weigeringsgronden ................................................. 50 Artikel 3.71 Locaties en tijden ................................................................................................... 50 Artikel 3.72 Standplaatsen in winkelcentra............................................................................... 52 Artikel 3.73 Gronden voor intrekking ........................................................................................ 52 Artikel 3.74 Rechtsopvolging ..................................................................................................... 52 § 3.2.9. Naamgeving en nummering ............................................................................................. 53 Artikel 3.75 Namen en nummerdragers aanbrengen ............................................................... 53 Artikel 3.76 Nummerdragers aanbrengen ................................................................................

53 Artikel 3.77 Uitvoeringsvoorschriften ....................................................................................... 53 Afdeling 3.3 Milieubelastende activiteiten ....................................................................................... 54 § 3.3.1. Festiviteiten ...................................................................................................................... 54

4

Artikel 3.78 Collectieve festiviteiten ......................................................................................... 54 Artikel 3.79 Incidentele festiviteiten ......................................................................................... 56 § 3.3.2. Geluidhinder ..................................................................................................................... 57 Artikel 3.80 onversterkte muziek .............................................................................................. 57 Artikel 3.81 Geluidhinder door geluidsapparaat, machine of handelingen in de openlucht .... 58 § 3.3.3. Overige milieubelaste activiteiten .................................................................................... 59 Artikel 3.82 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken ........................................................................................................................................ 59 Artikel 3.83 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. ........................................ 60 Artikel 3.84 Vervoer van gevaarlijke stoffen ............................................................................. 60 Afdeling 3.4 Bouwactiviteiten ........................................................................................................... 60 § 3.4.1.

Algemene bepalingen ....................................................................................................... 60 Artikel 3.85 Status ..................................................................................................................... 60 § 3.4.3. Bodemverontreiniging ...................................................................................................... 60 Artikel 3.86 Bodemonderzoek ................................................................................................... 60 Artikel 3.87 Verbod op bouwen op verontreinigde grond ........................................................ 61 Artikel 3.88 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen ........................................ 63 § 3.4.4. Actualisering van NEN- en andere normen. ..................................................................... 64 Artikel 3.89 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften ..... 64 Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud ....................................................................................................... 65 Afdeling 4.1 Instandhouding ......................................................................................................... 65 § 4.1.1 Instandhouding van waardevolle houtopstanden ............................................................

65 Artikel 4.1 Instandhoudingsplicht waardevolle houtopstanden ............................................... 65 Afdeling 4.2 Gedoogplichten ............................................................................................................. 65 Artikel 4.2 Voorzieningen voor verkeer en verlichting.............................................................. 65 Artikel 4.3 Gedoogplicht naamborden ...................................................................................... 65 Hoofdstuk 5 Financiële bepalingen ....................................................................................................... 66 Artikel 5.1 Tegemoetkoming erfgoed ....................................................................................... 66 Artikel 5.2 Voorziening Groen ................................................................................................... 66 Hoofdstuk 6 Procesregels ...................................................................................................................... 67 Afdeling 6.1 Algemene procesregels ................................................................................................. 67 Artikel 6.1 Verhouding tot de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht .............................. 67 Artikel 6.2 Persoonlijk karakter van omgevingsvergunning of ontheffing ................................

67 Artikel 6.3 Indienen aanvraag, melding of verzoek om omgevingsvergunning ........................ 67 Artikel 6.4 Beslistermijn ............................................................................................................ 67 Artikel 6.5 Voorschriften en beperkingen ................................................................................. 68

5

Artikel 6.6 Algemene wijzigings- en intrekkingsgronden .......................................................... 69 Artikel 6.7 Omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd ........................................................... 69 Artikel 6.8 Algemene weigeringsgronden ................................................................................. 70 Artikel 6.9 Inwerkingtreding omgevingsvergunning ................................................................. 71 Afdeling 6.2 Voorbereiding van besluiten ......................................................................................... 71 Artikel 6.10 Voorbescherming ................................................................................................... 71 Afdeling 6.3 Adviescommissie ........................................................................................................... 71 § 6.3.1 Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Zuidplas ......................................................................... 71 Artikel 6.11 Advisering Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Zuidplas ........................................... 73 § 6.3.2 Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd .................. 77 Artikel 6.12 Verplichte advisering .............................................................................................

77 § 6.3.3 Samenstelling en inrichting ............................................................................................... 77 Artikel 6.13 Samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit ........................................ 77 Artikel 6.14 Benoeming ............................................................................................................. 77 Artikel 6.15 Ondersteuning van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit ....................................... 78 Artikel 6.16 Termijn van advisering ........................................................................................... 78 Artikel 6.17 Beraadslaging en standpuntbepaling .................................................................... 78 Artikel 6.18 Afdoening onder verantwoordelijkheid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 79 Artikel 6.19 Adviseurs ................................................................................................................ 80 Artikel 6.20 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht ........................................................... 80 Artikel 6.21 Verwerking van het advies ..................................................................................... 81 § 6.3.4 Werkwijze ..........................................................................................................................

81 Artikel 6.22 Reglement van orde ............................................................................................... 81 Artikel 6.23 Relatie met andere adviseurs ................................................................................ 81 § 6.3.5 Jaarverslag ......................................................................................................................... 81 Artikel 6.24 Jaarlijkse verantwoording ...................................................................................... 81 Afdeling 6.4 Overige procesregels..................................................................................................... 82 § 6.4.1 Beschermd rijksmonument ............................................................................................... 82 Artikel 6.25 Vergunning voor beschermd rijksmonument ........................................................ 82 § 6.4.2 Gemeentelijk erfgoed ........................................................................................................ 82 Artikel 6.26 Gemeentelijk erfgoedregister ................................................................................ 82 § 6.4.3 Bomen en houtopstanden .................................................................................................

82 Artikel 6.27 Monumentale- en waardevolle bomen - Zuidplas lijst .......................................... 82 Afdeling 6.5 Planschade .................................................................................................................... 83 § 6.5.1. Aanvraag om tegemoetkoming in planschade ................................................................. 83 Artikel 6.28 Indiening van de aanvraag en de mededeling van ontvangst ............................... 83

6

§ 6.5.2. Adviescommissie Planschade ........................................................................................... 83 Artikel 6.29 Opdrachtverstrekking ............................................................................................ 83 Artikel 6.30 Adviseur of adviescommissie ................................................................................. 84 Artikel 6.31 Deskundigheid en onafhankelijkheid..................................................................... 85 Artikel 6.32 Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie........................................................................................................................ 85 Artikel 6.33 Werkwijze adviseur of adviescommissie ............................................................... 86 § 6.5.3. Beschikking advies planschade ......................................................................................... 86 Artikel 6.34 Beschikking van het college ................................................................................... 86 Hoofdstuk 7 Handhaving ....................................................................................................................... 88 Afdeling 7.1 Strafbepalingen .............................................................................................................

88 Artikel 7.1 Strafbepaling ............................................................................................................ 88 Afdeling 7.2 Aanwijzing toezichthouders .......................................................................................... 89 Artikel 7.2 Toezichthouders ...................................................................................................... 89 Artikel 7.3 Binnentreden van woningen.................................................................................... 89 Hoofdstuk 8 Overgangsrecht................................................................................................................. 90 Artikel 8.1 Overgangsbepalingen .............................................................................................. 90 Hoofdstuk 9 Slotbepalingen .................................................................................................................. 91 Artikel 9.1 Intrekking verordeningen en vervallen bepalingen ................................................. 91 Artikel 9.2 Inwerkingtreding ...................................................................................................... 91 Artikel 9.3 Citeertitel .................................................................................................................

91 Bijlagen bij het omgevingsplan.............................................................................................................. 92

7

Hoofdstuk 1 Inleiding Doel Verordening fysieke leefomgeving (VFLO) Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet voegt een groot aantal wetten samen en biedt daarmee in de toekomstkansen om nog beter, efficiënter en sneller op alle nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving te kunnen inspelen. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet en om de implementatie van de Omgevingswet goed te laten verlopen anticipeert Zuidplas nu vast op de instrumenten van deze Omgevingswet. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed, zo blijkt uit de Omgevingswet. De Omgevingswet heeft als doel het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Het belangrijkste juridische middel om dit te regelen is straks het omgevingsplan. De gemeente heeft tot en met 2029 de tijd om een omgevingsplan te maken, maar de wet treedt wel inwerking in januari 2022. In deze overgangsperiode (tussen 2022 en 2029 geldt er van rechtswege een ‘tijdelijk’ omgevingsplan. Het tijdelijke omgevingsplan Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit drie onderdelen.

Ten eerste bruidsschatregels die vanuit het Rijk aan gemeenten worden overgedragen. Ten tweede ruimtelijke regels zoals de huidige bestemmingsplannen en de beheersverordeningen. Ten derde regels uit gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In Zuidplas staan deze regels nu verspreid over een aantal lokale verordeningen, zoals Algemene plaatselijke verordening, marktverordening, e.a. Daarom is besloten om één Verordening fysieke leefomgeving (VFLO) te maken waarin alle regels over de fysieke leefomgeving uit de huidige verordeningen worden gebundeld. Deze tussenstap stelt inwoners, bedrijven en medewerkers in staat om op één plek en dus sneller op te zoeken welke regels voor de fysieke leefomgeving gelden. De regels uit deze verordening worden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet verwerkt in het definitieve omgevingsplan. De Omgevingswet gaat uit van het toedelen van functies aan locaties en het stellen van regels aan activiteiten. De structuur van de verordening is zo gekozen dat gebruikers de toepasbare regels bij inwerkingtreding gemakkelijk kunnen vinden en sluit aan op het casco omgevingsplan van de VNG. Daardoor kan deze verordening uiteindelijk eenvoudig worden verwerkt in het omgevingsplan.

Uitgangspunten opname VFLO Om uit te maken welke onderwerpen zich lenen voor opname in de verordening voor de fysieke leefomgeving is een driedeling gevolgd waarvoor de volgende uitgangspunten zijn geformuleerd: 1. Onderwerpen over de fysieke leefomgeving die plaatsgebonden activiteiten betreffen, moeten worden opgenomen. Denk aan onderwerpen zoals welstand, bouwverordening, erfgoedverordening, bomen en andere delen uit de Algemene plaatselijke verordening. 2. Regels over onderwerpen die de (fysieke) leefomgeving betreffen, maar ook een ander motief kennen, kunnen worden opgenomen, maar dat is niet verplicht en waar dit inbreuk zou maken op de taken en bevoegdheden van de burgemeester zelfs niet toegestaan. Andere regels over de (fysieke) leefomgeving die geen plaatsgebonden karakter hebben of regels met een persoonsgebonden of (persoonlijk) gedrag gerelateerd karakter worden

8

evenmin verplicht opgenomen. Maar dat kan in veel gevallen wel. Voorbeelden hiervan zijn de variabele plaatsgebonden regels waarbij de burgemeester niet het bevoegd gezag is (opstelling marktkraam enz.), de persoonsgebonden regels (toewijzing marktplaats op basis van anciënniteit). 3. Bij de onderwerpen die niet mogen worden geregeld, kan worden gedacht aan onderwerpen die niet de behartiging van de in de Omgevingswet geformuleerde doelen als motief hebben. Dit gaat om de volgende onderwerpen: regels over de openbare orde (burgemeestersbevoegdheid), feitelijke handelingen, persoonsgebonden regels, gedragsregels en legesbepalingen. Onderwerpen die regulering van het gedrag van personen in de openbare ruimte betreft, die een sterk persoonsgebonden (en niet-zaaksgerelateerd) karakter hebben die mede een motief hebben de openbare orde en veiligheid te beschermen, komen in het algemeen niet in aanmerking om in het omgevingsplan te worden gereguleerd.

Uitgangspunt integratie van verordeningen Het opnemen of verwerken van een integrale omgevingsverordening in het omgevingsplan is naar verwachting onder de Omgevingswet minder ingrijpend dan het integreren van de huidige sectorale verordeningen. Doel van de integratie is geweest om te komen tot een eenduidige opzet, een goede onderlinge samenhang. Voordelen van de integratie Het integreren van de verordeningen tot één verordening heeft ook voordelen. Bij het invoeren van de verschillende verordeningen is gekeken naar de leesbaarheid en toepasbaarheid van de artikelen. Dit omvat het herschrijven van slecht leesbare regels en het logisch ordenen van regels. Deze ordening vindt zijn basis in het casco omgevingsplan van de VNG. Hiermee is de Verordening Fysieke leefomgeving ook geschikt om straks makkelijk op te gaan in het omgevingsplan. Her en der zijn (ondergeschikte) inhoudelijke wijzigingen aangebracht. De meeste verordeningen en afzonderlijke regels uit de Algemene plaatselijke verordening zijn nog goed te herkennen in de Verordening fysieke leefomgeving. De overige regels uit de Algemene plaatselijke verordening en uit andere verordeningen die geen betrekking hebben op de fysieke leefomgeving horen niet binnen deze verordening en zullen separaat blijven bestaan. Dit gaan om verordeningen en regels die een ander motief hebben zoals openbare orde en veiligheid.

Dit is immers ook het criterium dat de Omgevingswet hanteert voor het opnemen van verordenende bepalingen in het omgevingsplan. Onder de Omgevingswet wordt aan de Burgemeester als bestuursorgaan ook geen bevoegdheden toegekend. Regels die burgemeester deze bevoegdheden geeft (bijvoorbeeld evenementen) zijn dan ook niet geïntegreerd in de Verordening fysieke leefomgeving. Belangrijke gemaakte keuze Onder de Omgevingswet komt het begrip inrichting als bedoeld in de Wetmilieubeheer en het Activiteitenbesluit te vervallen. Het wordt vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit. De rijksregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). WE hebben ervoor gekozen het begrip ‘Inrichting’ in de VFLO nog niet te vervangen omdat de VFLO in werking treedt voor de Omgevingswet. Middels deze keuze zijn we gedurende de overgangsperiode ook juridisch afgedekt. Bij de overgang naar het omgevingsplan zullen we de betreffende artikelen omschrijven naar de juiste milieubelastende activiteiten.

9

Hoofdstuk 2 Eén verordening fysieke leefomgeving (VFLO) Om gewenste orde en overzichtelijkheid te scheppen hebben we nu alvast geïnventariseerd welke verordeningen over de fysieke leefomgeving er gelden. De volgende stappen hebben we genomen:  inventariseren gemeentelijke verordeningen;  analyseren welke regels in het omgevingsplan thuishoren;  samenvoegen tot één actuele verordening met regels voor de fysieke leefomgeving.

Bij nadere analyse van alle verordening bleek dat we feitelijk een tweedeling hebben overgehouden, namelijk regels die moeten en regels die niet mogen worden overgenomen. De volgende verordeningen uit Zuidplas zijn (gedeeltelijk) opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving: -

Algemene plaatselijke verordening (gedeeltelijk) Markverordening Parkeerverordening Verordening Bodemenergiesystemen Zuidplas Bouwverordening Erfgoedverordening Verordening Naamgeving en nummering “Bomenverordening”1 Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Zuidplas Verordening op de gemeentelijke adviescommissie2

1

De onderdelen van de verordening zoals opgenomen in het bomenbeleidsplan zijn nooit meegenomen bij de herziening van de APV. Deze zullen nu worden opgenomen in de VFLO 2 Nieuwe verordening om de breder inzetbare Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Welstandscommissie) te kunnen regelen.

10

Uit de Algemene Plaatselijke verordening worden delen overgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving. Alleen de artikelen die te maken betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn overgenomen zoals bijvoorbeeld het aanleggen van een uitrit met vergunning. De Marktverordening is in zijn geheel opgenomen. De artikelen betreffende de standplaatsen zijn samengevoegd met de artikelen over standplaatsen uit de Algemene plaatselijke verordening. Het hoofdstuk met betrekking tot maatregelen van orde op de markt is niet overgenomen, deze worden verplaatst naar het Marktreglement. De Parkeerverordening gaat over het verlenen van vergunningen voor parkeren binnen een aangewezen gebied. De gebiedsbepaling zorgt ervoor dat dit opgenomen mag worden. De Verordening Bodemenergiesystemen staan regels met betrekking tot de aanleg van bodemenergiesystemen. Daarbij is er een duidelijk afgekaderd werkingsgebied, extra reden om deze verordening op te nemen in de VFLO. In de Bouwverordening staan momenteel alleen nog artikelen waarin geregeld wordt dat er getoetst kan worden aan de welstand en het bouwen op/gebruiken van verontreinigde grond. Beide onderwerpen vallen onder fysieke leefomgeving. De Erfgoedverordening wordt opgenomen in de VFLO. De artikelen zijn gebaseerd op de erfgoedverordening 2010.

De regels zijn tekstueel gemoderniseerd zodat deze meer aansluiting vinden bij de geest van de Erfgoedwet, zonder dat deze inhoudelijk zijn aangepast. Alle overige wijzigingen ten opzichte van de Erfgoedverordening 2010 zijn bij de betreffende artikelen aangegeven. De “Bomenverordening” wordt opgenomen in de VFLO. Tijdens het vaststellen van het bomenbeleidsplan in 2016 is in het plan een voorstel opgenomen voor het aanpassen van de Algemene plaatselijke verordening ten aanzien van het bomenbeleid. Dit is ten onrechte nooit meegenomen tijdens de herziening van de Algemene plaatselijke verordening. De regels worden nu alsnog opgenomen in de VFLO. De huidige regels in de Algemene plaatselijke verordening ten aanzien van bomen voldeden niet meer. Hiermee is deze omissie uit het verleden hersteld. De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Zuidplas wordt opgenomen in de VFLO. Deze wet gaat over naar de Omgevingswet. De planschadeverordening is een procedureverordening die indirect de fysieke omgeving treft. Om deze reden gaat deze verordening ook in zijn geheel over. De Verordening op de gemeentelijke adviescommissie wordt opgenomen in de VFLO. In de bouwverordening hebben we reeds een adviescommissie voor Welstandsadvies. De grotere/bredere commissie zet zich in voor de gehele fysieke leefomgeving.

De artikelen uit de bouwverordening zijn aangepast naar de bredere commissie. Voor de volgende verordeningen geldt dat deze (op dit moment) niet worden opgenomen in de VFLO: - Afvalstoffenverordening Gemeente Zuidplas - Verordening Gemeentelijke Begraafplaatsen gemeente Zuidplas - Gebiedsverordening Recreatieschap Rottemeren - Algemene verordening Recreatieschap Hitland. De Afvalstoffenverordening en de Verordening voor de gemeentelijke begraafplaatsen bevatten beiden enkele artikelen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, maar voor het overgrote

11

deel vooral artikelen die niet opgenomen mogen worden in de VFLO. De keuze is gemaakt om deze verordeningen op het moment nog intact te laten. Bij het maken van het omgevingsplan zal per verordening worden gekeken hoe de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving op een goede manier in het omgevingsplan verwerkt kunnen worden. Voor de verordeningen betreffend de recreatieschappen Rottemeren en Hitland geldt dat deze beiden een gemengde regeling betreffen. Dit zijn namelijk verordeningen waarin de bevoegdheden gelegd worden bij het algemeen of dagelijks bestuur van de betreffende recreatieschap in plaats van bij “het college”. Daarnaast gelden deze verordenen voor het gehele gebied. Deze gebieden overstijgen de gemeentegrenzen. Voor Rottemeren zijn dat ook de gemeentes Rotterdam en Lansingerland. Voor Hitland is dat ook de gemeente Capelle aan de IJssel. Vanwege deze grensoverschrijding is het noodzakelijk om met de respectievelijke gemeenten te overleggen hoe we deze verordening gaan integreren in de Omgevingswet. Dit zal de komende maanden plaatsvinden. Hierbij komt de tussenstap van de VFLO te vroeg, en wordt deze opgenomen in het omgevingsplan. Opzet Verordening fysieke leefomgeving (VFLO) De Verordening fysieke leefomgeving is ingedeeld in 9 hoofdstukken, met daarbij behorende bijlagen. Het eerste hoofdstuk bevat inleidende bepalingen.

De daaropvolgende hoofdstukken bevatten regelingen voor diverse onderwerpen. Dit varieert van aanwijzingen in de fysieke leefomgeving en activiteiten in de openbare ruimte. Deze specifieke onderwerpen, zoals erfgoed, tot meer algemene regelingen, bijvoorbeeld voor 'omgevingshinder' in brede zin zijn gegroepeerd naar onderwerp, passend bij de opzet van de Omgevingswet en het omgevingsplan. Het laatste hoofdstukken is algemeen en gelden in samenhang met elk afzonderlijk hoofdstuk. Deze hoofdstukken bevatten procedureregels en straf-, overgangs- en slotregels. Uitgangspunt bij het opstellen van de verordening is om de regels die de te integreren verordeningen gemeen hebben (bijvoorbeeld regels over beslistermijnen en toezicht), te bundelen in één van de algemene hoofdstukken. Toch was het niet mogelijk om alle procedurele bepalingen bij elkaar te zetten. Sommige verordeningen bevatten regelingen die zo specifiek waren (bijvoorbeeld een afwijkende beslistermijn) dat ze zich niet leenden voor opname in de algemene regel. In die gevallen is de specifieke procedurele regel gehandhaafd in het inhoudelijke hoofdstuk. Onderdeel van deze toelichting is een transpositietabel waarin wordt aangegeven wat de basis van het artikel is in de oorspronkelijke verordening.

Deze toelichting is zo opgebouwd dat bij de toelichting van een artikel eerst wordt ingegaan op de aanpassingen ten opzichte van de voormalige bepaling. Voor alle aanpassingen geldt dat deze geen inhoudelijke wijzigingen tot gevolg hebben. Per artikel volgt vervolgens de toelichting uit de oorspronkelijke verordening (mits beschikbaar). Bij nieuwe artikelen is tevens een toelichting op de werking van het artikel opgenomen.

12

Hoofdstuk 3 Artikelsgewijze Toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen In dit hoofdstuk zijn de algemene regels opgenomen ten aanzien van de werking van deze verordening. Waar mogelijk zijn van alle verordeningen de algemene regels samengevoegd daar waar de werking gelijk was. Uitzonderingen hierop zijn in deze verordening opgenomen bij de betreffende artikelen. Artikel 1.1 Begripsbepalingen De begrippen uit de verschillende verordeningen zijn samengebracht in dit artikel. Voor zover dat nodig was zijnde verschillende begrippen op elkaar en de Omgevingswet afgestemd. Onderstaande begrippen zijn aangepast of behoeven nog nadere uitleg: Belanghebbendestandplaats Toelichting Het begrip standplaats kwam voor in de Algemene plaatselijke verordening, marktverordening en de parkeerverordening. Om het een en ander te verduidelijken zijn de begrippen hernoemd naar belanghebbendestandplaats en marktstandplaats. Bouwwerk Toelichting Het begrip bouwwerk verwees naar de bouwverordening die komt te vervallen. Voor het nieuwe begrip is aangesloten bij de Omgevingswet in verband met de wettelijke verplichting straks voor het gebruiken van begrippen die gedefinieerd zijn binnen de Omgevingswet. Gebouw Toelichting Het begrip gebouw verwees naar de woningwet die komt te vervallen. Voor het nieuwe begrip is aangesloten bij de Omgevingswet.

Het begrip bouwwerk wordt gedefinieerd binnen het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Advies is om bij gebruik in het omgevingsplan een begrip uit de AMvB van overeenkomstige toepassing te verklaren op het omgevingsplan. Inrichting Toelichting Het woord besluit is aangepast naar Activiteitenbesluit. Tevens is type C bedrijven toegevoegd. Markt Toelichting De verwijzingen naar andere artikelen is geactualiseerd op basis van de VFLO. Marktstandplaats Toelichting Het begrip standplaats kwam voor in de Algemene plaatselijke verordening, marktverordening en de parkeerverordening. Om het een en ander te verduidelijken zijn de begrippen hernoemd naar belanghebbendestandplaats en marktstandplaats.

13

Marktterrein Toelichting De verwijzingen naar andere artikelen is geactualiseerd op basis van de VFLO. Omgevingsvergunning parkeren Toelichting Het begrip vergunning komt voor in alle verordeningen. De meeste vergunningen zijn conform de Omgevingswet hernoemd naar omgevingsvergunning. Voor het belanghebbenden parkeren is ter verduidelijking opgenomen dat het hier gaat om een omgevingsvergunning parkeren. Rechthebbende Toelichting De definitie van rechthebbende kwam voor in de Algemene plaatselijke verordening en de Verordening Naamgeving en nummering. Omdat beide begrippen nagenoeg gelijk waren is voor de leesbaarheid gekozen om aan te sluiten bij het begrip uit de Algemene plaatselijke verordening Standwerkerplaats Toelichting Het begrip standplaats kwam voor in de Algemene plaatselijke verordening, marktverordening en de parkeerverordening. Om het een en ander te verduidelijken zijn de begrippen hernoemd. Dit betekent dat standplaats in dit begrip hernoemd is naar marktstandplaats. Vaste plaats Toelichting Het begrip standplaats kwam voor in de Algemene plaatselijke verordening, marktverordening en de parkeerverordening. Om het een en ander te verduidelijken zijn de begrippen hernoemd. Dit betekent dat standplaats in dit begrip hernoemd is naar marktstandplaats.

Vergunninghouder Toelichting Het begrip vergunninghouder komt voor in de Algemene plaatselijke verordening, de marktverordening en de Parkeerverordening. Alleen in de Marktverordening wordt het begrip daadwerkelijk gedefinieerd. Daarmee voldeed de definitie van de Marktverordening niet voor deze verordening. Er is gekozen voor een algemene definitie die past bij alle verordeningen. Weg Toelichting Voor het nieuwe begrip is aangesloten bij de Omgevingswet in verband met de wettelijke verplichting straks voor het gebruiken van begrippen die gedefinieerd zijn binnen de Omgevingswet. Artikel 1.2 Bevoegd gezag Dit is een nieuw artikel, waarin voor alle besluiten op grond van deze verordening, zoals omgevingsvergunningen, wordt bepaald dat het college gezag is. Dit geldt bijvoorbeeld voor het verlenen van omgevingsvergunningen, maar ook voor het wijzigen en intrekken daarvan. In de oorspronkelijke verordeningen was het college ook bevoegd gezag.

14

Artikel 1.3 Doel Verordening fysieke leefomgeving Dit is een nieuw artikel, waarin toegelicht wordt wat het doel van deze verordening is. Tevens wordt de relatie met de nieuwe Omgevingswet en het toepassingsbereik uitgelegd. Deze is hetzelfde als bij de Omgevingswet. Artikel 1.4 Oogmerken Dit is een nieuw artikel waarin de oogmerken van deze afdeling ter introductie worden benoemd. Oogmerken komen namelijk ook regelmatig terug in de Omgevingswet. De oogmerken zijn opgenomen als beoordelingsgronden voor het verlenen van de omgevingsvergunning. De verordening ziet daarmee dus ook op de bescherming van deze belangen. Artikel 1.5 Toepassingsbereik Dit is een nieuw artikel, waarin het toepassingsbereik van de verordening wordt vastgesteld. Hiermee wordt deze verordening van toepassing verklaard op het gehele grondgebied van de gemeente.

15

Hoofdstuk 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Algemeen In dit hoofdstuk zijn de regels betreffende aanwijzingen in de fysieke leefomgeving opgenomen uit de verordeningen waarop deze verordening is gebaseerd. Aanwijzingen op basis van dit hoofdstuk zorgen ervoor dat regels uit hoofdstuk 3 van kracht zijn op bepaalde gebieden. Afdeling 2.1 Aanwijzing en registratie van cultureel erfgoed § 2.1.1 Aanwijzing als gemeentelijk monument, beeldbepalend erfgoed of beeldbepalende structuur Artikel 2.1 (Voornemen tot) Aanwijzing als gemeentelijk (archeologisch) monument Dit artikel is gebaseerd op artikel 3 van de Erfgoedverordening. Toelichting Vierde lid In de Erfgoedverordening 2010 werd alleen overleg gepleegd met eigenaren van kerkelijke monumenten. Vanwege het belang van goede communicatie zal in de toekomst met alle eigenaren overleg worden gepleegd over het voornemen tot aanwijzing van een monument. Dit geldt naast de algemene regel van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht op grond waarvan belanghebbenden zoals eigenaren moeten worden gehoord. Oorspronkelijke toelichting De aanwijzing tot gemeentelijk monument en het plaatsen op de monumentenlijst zijn twee zaken met verschillend rechtsgevolg. De aanwijzing heeft rechtsgevolg, het daarna registreren op de gemeentelijke monumentenlijst is slechts een administratieve handeling.

Het besluit tot aanwijzing is een discretionaire bevoegdheid van het college. Na afweging van alle betrokken belangen kan tot aanwijzing worden besloten. De afweging van de belangen van de rechthebbende ten opzichte van de te beschermen monumentale waarden moet uitdrukkelijk gemotiveerd in het besluit naar voren komen (de redengeving). De aanwijzing geeft geen recht op schadevergoeding. De aanwijzing verandert immers over het algemeen niets aan het bestaande gebruik van het monument. Een aanwijzing heeft echter wel gevolgen voor de mogelijkheden wat betreft het toekomstige gebruik van een monumentaal object. Immers, de monumentaal aangewezen onderdelen mogen slechts met een vergunning (zie art. 10, tweede lid) of slechts op grond van de nadere regels (zie art. 10, derde lid) worden gewijzigd. Het wijzigen van niet-monumentale onderdelen is alleen vergunningvrij wanneer ook geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist. Om deze, weliswaar toekomstige, last voor de burger in te perken, dient bij de aanwijzing in de redengevende omschrijving zorgvuldig bekeken te worden wat wel en wat niet van het object tot monumentaal beschermingswaardig onderdeel wordt aangewezen en voor welk deel een vergunningplicht achterwege kan blijven.

Mogelijke afweging kan zijn om alleen de vanuit openbare ruimten zichtbare bijzondere onderdelen tot monument aan te wijzen, zodat bijvoorbeeld voor wijzigingen aan de achterkant en het interieur in dat geval geen omgevingsvergunning voor monumenten is vereist maar bijvoorbeeld alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen.

Artikel 2.2 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit Toelichting Eerste lid In dit lid is de termijn van 8 weken naar 26 weken opgerekt. Het betreft een termijn van orde In de praktijk blijkt dat een beslistermijn van 8 weken vaak niet haalbaar is omdat men zowel een goede inhoudelijke onderbouwing als overleg met de eigenaar wil plegen over het voornemen. Dit leidt tot

16

een verkeerde verwachting bij eigenaren van toekomstige monumenten. De langere termijn doet recht aan een zorgvuldige procedure. Tweede lid Dit lid is ingevoegd om de termijn in geval van tegenvallers te kunnen verlengen. Uit jurisprudentie blijkt dat de beslistermijn in het geval van het aanwijzen van een gemeentelijk monument wordt gezien als een termijn van orde. Deze mag dus stilzwijgend verlengd worden zonder gevolgen voor de procedure. Echter om de betrokken eigenaar duidelijkheid te geven over de stand van zaken is dit lid ingevoegd, zodat de eigenaar geïnformeerd blijft en het college ook kan vragen inzage te geven in de proceduretermijnen. Derde lid Dit lid is toegevoegd om de omvang van de bescherming voor eigenaren inzichtelijk te maken. Dit artikel is gebaseerd op artikel 7.2 van de Erfgoedverordening 2010. Oorspronkelijke toelichting In dit artikel worden de termijnen genoemd waarbinnen de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit moet adviseren (lid 1) en het college een beslissing moet nemen (lid 2). Door de besluitvorming aan een termijn te binden, weten alle belanghebbenden waar ze aan toe zijn. In het kader van de vermindering van administratieve lasten dient goed nagedacht te worden over de specifieke invulling met betrekking tot de duur van de termijnen. Over het algemeen geldt hoe korter de termijnen zijn, des te minder zijn de administratieve lasten voor de burger.

Het bepaalde in lid 2 heeft tot gevolg dat, wanneer de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit niet tijdig adviseert, het college de volgende keuze kan maken: zonder advies een beslissing nemen, of besluiten om een (te laat uitgebracht advies als bedoeld in het eerste lid) toch in hun overwegingen te betrekken. Als het college niet tijdig beslist, is op grond van de Algemene wet bestuursrecht sprake van een fictieve weigering. Ingevolge artikel 6:2 staat voor de aanvrager dan de mogelijkheid van bezwaar of administratief beroep open die ook tegen een reëel besluit open zou staan. Het artikel bevat geen bepalingen over bekendmaking van het besluit, omdat de Algemene wet bestuursrecht dat afdoende regelt (afdeling 3.6).

Artikel 2.3 Bekendmaking aanwijzingsbesluit en inschrijving erfgoedregister Dit artikel betreft een samenvoeging van artikel 6 en 7 van de Erfgoedverordening 2010. Vanwege de samenhang tussen deze twee onderdelen is dat artikel samengevoegd. Oorspronkelijke toelichting De ontvangst van de (veelal aangetekende) mededeling (zijnde een afschrift van de inschrijving) van het college is voor alle aan het monumentale object verbonden zakelijk gerechtigden van essentieel belang. De kenbaarheid van de aanwijzing tot monumentaal object is ook te herleiden tot artikel 1, onder a, sub 1 juncto artikel 1, onder b, sub 6 van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Daarmee zijn de voorschriften uit deze wet ook van toepassing op een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 6 van deze verordening. Dit artikel regelt overigens niet specifiek dat de aanwijzing wordt bekendgemaakt aan de eigenaar en de aanvrager, omdat de Algemene wet bestuursrecht dat al bepaalt (afdeling 3.6). Indien artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht is toegepast (horen van geadresseerde en derdebelanghebbenden) dan dienen de betrokkenen op grond van het bepaalde in artikel 3:43 Algemene wet bestuursrecht eveneens een mededeling te ontvangen. De registratie van de aanwijzing is een administratieve handeling (en geen besluit).

De bedoeling van de bij te houden monumentenlijst is om een ieder snel inzicht te geven in welke zaken als

17

gemeentelijk monument zijn aangewezen en de redengeving daartoe. Wat betreft dit laatste aspect zij tevens verwezen naar de toelichting bij artikel 3, eerste lid (aanwijzing). Artikel 2.4 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk monument Dit artikel betreft een samenvoeging van artikel 8 en 9 van de Erfgoedverordening 2010. Vanwege de samenhang tussen deze twee onderdelen is dat artikel samengevoegd. Oorspronkelijke toelichting Op grond van dit artikel is het mogelijk om de aanwijzing van gemeentelijke monumenten te wijzigen. Hiervoor geldt dezelfde voorbereidingsprocedure als voor de aanwijzing zelf, tenzij de wijziging van ondergeschikte betekenis is. Wijzigingen van de aanwijzing worden doorgevoerd in het gemeentelijk erfgoedregister. Ook geeft dit artikel de mogelijkheid om de aanwijzing van gemeentelijke monumenten in te trekken. Voor intrekking van de aanwijzing is het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit nodig. Monumenten op de gemeentelijke monumentenlijst waarvan de aanwijzing is ingetrokken (omdat ze zijn gesloopt of anderszins volledig teloor gegaan), wordt door het college van het erfgoedregister gehaald. Het kan zinvol zijn om voor een gebouw, waarvoor een aanvraag tot intrekking van de aanwijzing loopt een (uitvoerige) documentatie te eisen.

Enerzijds kan deze voor een goede afweging van de aanvraag dienen, anderzijds wordt het gebouw voorafgaand aan de sloop voor de lokale geschiedenis gedocumenteerd.

§ 2.1.2 Aanwijzing als gemeentelijk dorpsgezicht In de erfgoedverordening 2010 is er voor gekozen de gemeentelijke beschermde dorpsgezichten te laten vervallen omdat er geen gebruik van werd gemaakt. Sinds 2012 (modernisering monumentenzorg - MoMo) is het belang van erfgoed binnen de ruimtelijke ordening toegenomen en is het verplicht om binnen de ontwikkeling van de ruimtelijke plannen en bestemmingsplannen rekening te houden met de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden. Daarnaast anticipeert dit artikel op het Besluit fysieke leefomgeving waarin de rijksoverheid instructieregels voor de omgang met erfgoed geeft. Gemeenten worden verplicht om in het omgevingsplan rekening te houden met cultureel erfgoed. Daar vallen naast archeologische en gebouwde monumenten, ook dorpsgezichten en de cultuurlandschappen onder. Uit een brede inventarisatie van het gemeentelijk erfgoed, zoals deze nu is opgenomen in de (concept) Erfgoedvisie Verbinden Erfgoed, kan naar voren komen dat een gebied dat bestaat uit een combinatie van gebouwd erfgoed en stedenbouwkundig en/of (cultuur)landschappelijk erfgoed extra erkenning verdient van het bijzondere cultuurhistorische karakter van dat gebied in de vorm van een aanwijzing als gemeentelijk beschermd gezicht.

Doorgaans bestaat dit karakter uit een samenspel van de stedenbouwkundige structuur, het aanzien van de bebouwing en de wijze waarop grond en gebouwen worden gebruikt. Veranderingen in de structuur en het gebruik blijven mogelijk, mits het bijzondere cultuurhistorische karakter niet wordt aangetast. De aanwijzing omvat een topografische kaart waarop de gebieden waarvoor de aanwijzing geldt, zijn aangegeven, alsmede een beschrijving die de aanwijzing motiveert. Artikel 2.5 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht Toelichting Eerste lid In tegenstelling tot de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en de registratie van beeldbepalend erfgoed, is de aanwijzing tot beschermd gemeentelijk dorpsgezicht niet gedelegeerd aan het college, maar een bevoegdheid van de raad. De reden hiervoor ligt in de uitwerking van de bescherming van dorpsgezichten. Dit wordt vertaald naar regels in het bestemmingsplan.

18

Artikel 2.6 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht Toelichting Op grond van dit artikel is het mogelijk om de aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht te wijzigen, in te trekken of te laten vervallen. § 2.1.3 Aanwijzing als beeldbepalend erfgoed Artikel 2.7 Registratie beeldbepalend erfgoed Toelichting In 2015 heeft de gemeente Zuidplas beeldbepalende panden aangewezen. Deze zijn van betekenis voor de ruimtelijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving vanwege hun architectuur- en/of cultuurhistorische en/of stedenbouwkundig/landschappelijke waarde. Deze panden zijn opgenomen in het huidige gemeentelijke erfgoedregister. Daarnaast dient ook ander gemeentelijk erfgoed beschermd te worden voordat het een officiële monumentenstatus krijgt. Dit zijn ondermeer de historische begraafplaatsen en historische en bijzondere grafbedekkingen. In het toekomstige omgevingsplan zal dit erfgoed ook worden opgenomen. Om deze reden heeft het beeldbepalend erfgoed ook een plek gekregen in deze verordening. Deze regels geven inzicht in de betekenis en de rol van het beeldbepalend erfgoed in de gemeente. De artikelen 2.8 tot en met 2.10 regelen de registratie, de beslistermijnen, inhoud van de registratie en de mogelijkheden tot wijziging of intrekking van de registratie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9826470/1