CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing inclusief akoestisch onderzoek A24.001072

Gemeenteraad 18 juni 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Ontwerpverklaring van geen bedenkingen – wijzigen bedrijfswoning naar reguliere woning - Bredeweg 122 in Zevenhuizen25.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

gemeente

Zuidplas

Omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen Ontwerp

Bredeweg 122, Zevenhuizen

: Zuidplas

ST

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

-

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

3

Hoofdstuk 1

4

Inleiding

11

Aanleiding

4

1.2 1.3

Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen

4 5

14

Goede ruimtelijke onderbouwing

6

1.5

Leeswijzer

7

Hoofdstuk2 _ Bestaande situatie 21 Bestaande situatie

8 8

Hoofdstuk3 _ Planbeschrijving

10

31

Nieuwe situatie

10

3.2

Verkeer en parkeren

10

Hoofdstuk4 _ Beleidskader

11

41

Rijksbeleid

11

43 44

Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

17 19

42

Provinciaal beleid

13

Hoofdstuk5 _ Water

21

51

Inleiding

21

5.2 5.3

Beleidskader rijk, provncie en gemeente Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

21 22

54

Waterhuishouding

23

Hoofdstuk6 _ Milieu en omgevingsaspecten

25

6.1

Milieu

25

6.2

Archeologie en cultuurhistorie

32

6.3

Flora en fauna

36

6.4

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

37

Hoofdstuk7 _ Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid

38 38

7.2

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

38

7.3

Communicatie

38

74

Maatschappelijke uitvwerbaarheid

38

Bijlage bij ruimtelijke onderbouwing

39

Bijlage 1

40

2

Akoestisch onderzoek

Inhoudsopgave (ontwerp)

:[ Zuidplas G

-

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

3

:[ Zuidplas ST

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

-

Hoofdstuk 1 11

Inleiding

Aanleiding

Op de percelen Bredeweg 120 en 122 in Zevenhuizen staan twee bedrijfswoningen, welke onderdeel uitmaken van een hierachter gelegen bedrijventerrein. De eigenaar van het terrein woont op nummer 120.

Op nummer 122 woonde een medewerker die in dienst was als toezichthouder op het terrein. Deze woning is vijgekomen, nadat de medewerker is overleden. De eigenaar van het terrein, woonachtig op nummer 120, houdt tegenwoordig zelf toezicht op het terrein. De tweede bedrijfswoning is niet langer

nodig, omdat hij geen medewerkers meer in dienst heeft. In het bestemmingsplan 'Het Nieuwe Midden' is het perceel echter nog bestemd voor 'Bedrijf met de aanduiding 'Bedrijfswoning'. Vanuit planologische overwegingen zijn er geen bezwaren om de functie van bedrijfswoning om te zetten naar burgerwoning, omdat de woning niet langer nodig is voor de

bedrijfsvoering van de hierachter gelegen bedrijven. Deze nota bevat de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvwaag omgevingsvergunning, waarin wordt aangetoond dat de gewaagde woning vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is.

Omgevingswet Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op

grond van artikel 4.3 (besluit op aanvraag) van de Invoeringswet Omgevingswet blijft voor de gevallen waarin een aanvaag omgevingsvergunning is ingediend v r inwerkingtreding van de Omgevingswet de vergunningprocedure van toepassing op basis van het oude recht tot: * het besluit onherroepelijk is, als tegen het besluit beroep openstaat

*

het besluit van kracht is, als tegen het besluit geen beroep openstaat.

De aanvaag omgevingsvergunning is op 11 oktober 2023 ingediend, zodat het oude recht van toepassing blijft en het (oude) bevoegd gezag een besluit neemt op basis van de oude regels. De

ruimtelijke onderbouwing is opgesteld op basis van de wet- en regelgeving zoals deze gold tot 1 januari 2024.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan Bredeweg ten zuiden van rijksweg A12. Aan de noordwestzijde staat een

bedrijfswoning op nummer 120. Aan de zuidoostzijde ligt een ontsluitingsweg naar het hierachter gelegen bedrijventerrein met aansluitend een woning op nummer 124. Aan de overzijde van de Bredeweg ligt het bedrijventerrein Distripark Doelwijk. In figuur 1 is de ligging van het plangebied met omgeving weergegeven.

4

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

: Zuidplas

ST

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

-

Figuur 1: Situering plangebied (rood gestippeld omkaderd) en omgeving. 1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:

Bestemmingsplan

Raadsbesluit

Uitspraak ABRvS

Het Nieuwe Midden" "Parapluherziening Archeologie" "Parapluherziening Parkeren"

16juni 2009 6 maart 2018 24 april 2018

10 augustus 2011 n.vt. n.vt.

Het plangebied ligt in het door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle vastgestelde bestemmingsplan 'Het Nieuwe Midden', waarin het plangebied is bestemd voor 'Bedrijf met

de aanduiding 'bedrijfswoning'. Het plangebied ligt in de 'Wro

zone

gronden te wijzigen naar 'Gemengd

wijzigingsbevoegdheid 7' op grond waarvan het mogelijk is de

Uit te werken 2' ten behoeve van de realisatie van een passende

bestemming in het kader van de ontwikkeling van het Plantagekwadrant, met dien verstande dat: a. in de bestemmingsomschrijng de toegelaten functies worden vermeld; b.

uitsluitend de ten behoeve van de genoemde functie noodzakelijke bebouwing mag worden toegelaten; de wijziging niet mag leiden tot een aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende

gronden; voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een aanlegvergunning noodzakelijk zal zijn;

bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van artikel 13 (zijnde de bestemming

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

5

N

Zuidplas

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

'Gemengd Uit te werken 2' zoveel als mogelijk van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Een venolgfunctie naar een woonbestemming is niet meer mogelijk door middel van een wijzigingsbevoegdheid, omdat op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden. Bovendien is in de opsomming van bestemmingsomschrijvng van de bestemming 'Gemengd - Uit te werken 2' geen woning genoemd. In de 'Parapluherziening Archeologie' heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' gekregen.

E * bw

bedrijfswoning

Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Het Nieuwe Midden'. Plangebied geel omkaderd.

14 _ Goede ruimtelijke onderbouwing Om medewerking te kunnen verlenen aan een verwlgfunctie van het perceel naar wonen moet een planologische procedure worden doorlopen. Met ingang van 1 oktober 2010 geldt hiervoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort Wabo). Deze wet geeft de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van een bestemmingsplan, mits er een concreet bouwplan aan ten grondslag ligt. De aanvwaag omgevingsvergunning dient te worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing als genoemd in artikel 2.12, lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Hierin moet worden aangetoond dat het initiatief niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing dient te voldoen aan een aantal eisen, zoals deze zijn beschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invoed is van het onderhavge plan op haar omgeving. Daarnaast wordt ook ingegaan op de relevante milieuaspecten, de uitvwerbaarheid en de juridisch- planologische consequenties. Op deze wijze wordt voldaan aan het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening en wordt de haalbaarheid van onderhavige planontwikkeling aangetoond.

6

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

:[ Zuidplas SI

1.5

_

sm

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijing van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bouwplan

relevante rijks-, provnciaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 is de Waterparagraaf opgenomen. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten en overige uitvoeringsaspecten. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid, het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening en

de maatschappelijke uitvoering.

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

7

Zuidplas sm

Hoofdstuk 2

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

Bestaande situatie

21

Bestaande situatie

2.1.1

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt ten zuiden van rijksweg A12. Oorspronkelijk zijn het terrein en de gebouwen eigendom geweest van het Ministerie van Defensie waar de gebouwen werden gebruikt voor munitie opslag. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is het complex leeg komen te staan.

Hiemna is het terrein in gebruik genomen als bedrijventerrein, waaronder Handelsonderneming van Vliet aan de Bredeweg 122 met twee bedrijfswoningen. Deze handelsonderneming heeft later een bedrijfspand gekocht langs rijksweg A12 op het bedrijventerrein Distripark Doelwijk. Hierdoor werden de bedrijfsactivteiten achter de Bredeweg 120/122 tot een minimum beperkt. De vijkomende bedrijfsgebouwen zijn hierna verhuurd aan verschillende bedrijven op het bedrijventerrein 'Het Terrein' aan de Bredeweg 118/120. Tegenwoordig zijn er meerdere bedrijven gevestigd. De eigenaar van het bedrijventerrein woont in de bedrijfswoning op nummer 120. In de bedrijfswoning op nummer 122 heeft een medewerker gewoond die is overleden. Deze bedrijfswoning is niet langer noodzakelijk, omdat n beheerderswoning aan de Bredeweg 120 voor het bedrijventerrein volstaat.

Woning op nr. 124.

Ing

Het Terrein' tussen 122/1?4. Links woning op nr. 120.

Bedrijfsgebouwen achter nr. 122. Bedrijven op 'Het Terrein'.

Distripark Doelwijk langs Bredeweg.

Planspecifiek Het perceel aan de Bredeweg 122, kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen, sectie F, nummer 950,

bestaat uit een woonhuis met een garage/berging en overkapping. Het perceel is volledig priv gebruik. Hierachter staan bedrijfsgebouwen, waarvan het eerste gebouw (op nummer 118W) als opslagruimte wordt gebruikt door de eigenaar van de Bredeweg 120 (particuliere opslag, niet zijnde een bedrijfsmatige activiteit). Een luchtfoto bestaand/nieuw is opgenomen in figuur 3.

8

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

ii

Zuidplas

Figuur 3: Luchtfoto bestaand/nieuw. De woning op nummer 122.

Woningvanafzuidwestzijde. Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

Woning vanaf zuidoostzijde.

=

_

S

Rechts woning op nr. 120. Links woning nr. 122.

9

D Zuidplas z Hoofdstuk3 31

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen Planbeschrijving

Nieuwe situatie

In de nieuwe situatie wordt de functie van de bedrijfswoning gewijzigd in burgerwoning. Er vinden verder geen fysieke ingrepen plaats. In Hoofdstuk 6 (Milieu en omgevingsaspecten) wordt aangetoond dat de woonfunctie vanuit een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is en er voor omliggende bedrijven geen sprake is van onevenredige milieuhygi nische belemmeringen. Dit blijkt uit de resultaten van het uitgevoerde akoestisch onderzoek, zoals opgenomen in paragraaf 6.1.3 (Geluid).

3.2

Verkeeren parkeren

Verkeer

Het plangebied is vanaf de kernen Waddinxveen en Moerkapelle via de Bredeweg bereikbaar. De maximum snelheid op de Bredeweg is 80 km/uur. De woning wordt ontsloten va een uitrit op de Bredeweg. De functiewijziging zal geen toename van het verkeer genereren.

Bredeweg.

Inrit van de woning op de Bredeueg.

Parkeren

Op 5 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders de 'Nota Parkeernormen 2019' vastgesteld. De gemeente Zuidplas wil de toenemende vaag naar parkeergelegenheid op zodanige wijze faciliteren dat de kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijft en de bereikbaarheid van de dorpen kan worden gewaarborgd.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het van groot belang dat er een oplossing wordt gecre erd voor het parkeervwaagstuk. Parkeemnormen zijn instrumenteel in het behouden van evenwicht tussen vaag en aanbod van parkeerplaatsen. Het college hanteert bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de hoge

parkeernormen, zoals deze zijn verankerd in het door de gemeenteraad op 24 april 2018 vastgestelde bestemmingsplan Parapluherziening Parkeren. De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeernorm wonen

Functies

Norm maximum zone C

Aandeel bezoekers

Woning niet-gestapeld |2,65 per woning waarvan 0,3 per woning groot 110m?/150 m? Op het voor- en achtererf bij de woning is voldoende ruimte aanwezig om de parkeerbehoefte voor drie auto's te kunnen opvangen. Dit betekent dat kan worden voldaan aan de parkeernorm van de Nota

Parkeernormen. In de voorwaarden van de omgevingsvergunning wordt dit geborgd.

10

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

Zuidplas

ST

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

-

Hoofdstuk 4

Beleidskader

41 _ Ri ksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (2020)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De vsie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI

is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Ri k een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een vsie, toelichting en uitveringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten

De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond ver prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een

manier die draagvak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie

2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Voor de vier NOVl-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging

van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: (a) bereiken en in stand houden van

een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwalliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter verwlling van maatschappelijke behoeften . Deze dubbele doelstelling uit de Omgevngswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van

de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle

maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk

in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3.

Afwentelen wordt voorkomen.

Relatie tot aanvraag omgevingsvergunning

In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken.

Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit waagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

11

ST

Zuidplas -

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Dit plan maakt alleen een venolgfunctie van bedrijfswoning naar burgerwoning mogelijk in de dorpsrand. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuursie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en

wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeri le regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de

(thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening genoemde rijksbelangen zijn niet in het geding.

4.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (2017)

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro)

Om zorgwldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijing wordt

opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijvng van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de

gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking

De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is

voor de nieuwe ontwikkeling, Moeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Deze aanvaag omgevingsvergunning maakt alleen een vervolgfunctie mogelijk van een bedrijfswoning

naar woning. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Bro is niet nader gedefinieerd. Het moet echter gaan om een stedelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van

jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Dit wordt toegelicht in 4.2.2. 4.1.4

Conclusie Rijksbeleid

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels

ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

12

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

Zuidplas

SI

_

sm

42

Provinciaal beleid

421

Omgevingsvisie Zuid-Holland

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de

Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provnciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.

Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het siedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de

Omgevingsvisie in werking getreden. De proncie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn

de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provncie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven ge dentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker

abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele

maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities:

SNPRWD

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level

Naar een levendige meerkernige metropool

Energievemieuwing Best bereikbare provncie

Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en

ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden.

Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingsk waliteit

Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provncie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provnciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de

maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeing voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit.

Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provnciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de

'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit, behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de proncie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12

opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kualiteitskaart

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in

n integrale

kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze

een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijing van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

13

:[ Zuidplas SI

_

sm

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een droogmakerij in een

veencomplex - Oude zeeklei met bijzonder reli f en aardkundige waarden. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. De voormalige plassen zijn drooggemalen en

staan bekend als droogmakerijen. De ondergrond in deze droogmakerijen betreft oude zeeklei. Als richtpunt wordt gehanteerd dat ontwikkelingen in droogmakerijen een bijdrage leveren aan een duurzame waterhuishouding. In de Laag van cultuur- en natuurandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van het

droogmakerijenlandschap (klei). Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke

droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Richtpunt

voor nieuwe ontwikkelingen in droogmakerijen (klei) is dat deze wordt vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Voorts ligt het plangebied aan een polderlint (figuur 4). De bebouwing ligt op

n niveau met de

omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe

ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Richtpunten zijn onder andere: * _ Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. * Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact

met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. *

Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische

gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in de stads- of dorpsrand (figuur 4). De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad

of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is

afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Daarbij worden drie typen overgangskwaliteiten onderscheiden. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het

realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Op de Laag van de Beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid.

14

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

SI

Zuidplas _

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

sm

x

Plangebied

Plangebied

[droogmakerijeniandschap

Stads- en dorpsrand (200 meter)

Glastuinbouwgebied

T droogmakerij (klei)

Steden en dorpen

T

Ri ksweg

droogmakerij (veen)

E

Provinciale weg

Spoorlijn

Figuur 4: Links uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van de Cultuur- en Natuurlandschappen' en rechts 'Laag van de stedelijke occupatie . Toetsing aan k ualiteitskaarten Deze aanvaag omgevingsvergunning maakt alleen een vervolgfunctie van een bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning mogelijk. Deze ontwikkeling is in overeenstemming is met de pronciale belangen.

De richtpunten zijn niet in het geding. Conclusie

De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Op de kaart 'Laag van de stedelijke occupatie' ligt

het plangebied in de 'stads- en dorpsrand'. Deze venolgfunctie naar woning tast de ruimtelijke kwaliteit van het gebied niet aan. Er is geen strijd met de provnciale belangen. 42.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland

vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking

De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin

een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II.

Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Deze aanvaag omgevingsvergunning maakt alleen een functiewijziging van een bestaande woning

mogelijk. Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in de definitie in het Bro. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig.

Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden:

a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten

ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen;

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

15

Zuidplas

ST

-

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuumiveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit

per saldo ten minste gelijk blijft door zorgwuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen;

c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het

gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en suele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke

kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke k waliteit Op de Kwaliteitskaart maakt het plangebied onderdeel uit van de dorpsrand. De landschappelijke kenmerken van het gebied worden niet aangetast, omdat er alleen bedrijfswoning van functie wijzigt naar

burgerwoning zonder dat er fysieke ingrepen plaatsnden. Dit betekent dat sprake is van 'inpassing', zodat aanwllende maatregelen op het ak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Conclusie

Deze planontwikkeling maakt een vervolgfunctie mogelijk naar een burgerwoning. De ruimtelijke- en

beeldkwaliteit blijven hierdoor ongewijzigd. De provnciale belangen zijn niet in het geding. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3

Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas

De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijing van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied.

Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten

stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provnciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan

informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale

ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven

aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplas polder. Planspecifiek Droogmakerij klei en veen De Zuidplaspolder is de diepste droogmakerij van Nederland. Het open landschap kent een rationele structuur van lange linten, lanen en tochten en kavels van 40x800m, geori nteerd op de lijn tussen

Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap

gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reli f nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Ambities zijn 0.a.: 16

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

ST

Zuidplas

*

Versterking van de hoofdstructuur van de polder, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde

-

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

ontwikkeling. De ringvaart, linten, lanen, tochten en kreekruggen vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze benutten en uitbouwen als landschappelijk raamwerk voor

nieuwe ontwikkelingen. * _ Toenemende versnippering voorkomen en inzetten op behoud van de herkenbaarheid van de polder als eenheid. Een stevig landschappelijk raamwerk draagt hier aan bij.

Ingesloten droogmakerijlint De Bredeweg is aangeduid als een ingesloten droogmakerijlint. De linten vormen belangrijke structuurdragers van de droogmakerijen. Eerst stonden er verspreide boerderijen, later zijn de linten

verdicht met woningen, bedrijven en kassencomplexen. De bebouwing is afwisselend en staat aan weerszijden van de weg. Tussen de bebouwing door is zicht op het achterliggende polderlandschap.

Zowel de openbare ruimte, de erven als de gebouwen zijn een afspiegeling van het boerenbedrijf in de polder: sober en praktisch ingericht. De dimensionering van de linten is vaak te krap voor het huidige, intensieve gebruik. De linten vormen lange, rechte lijnen in het landschap. Bij de kruising van grotere

infrastructuur zijn sommige linten verlegd, waardoor de continu teit van de lange lijnen doorbroken wordt. Met de uitbreiding van de dorpskernen en glastuinbouw zijn delen ingesloten geraakt. Op een aantal plaatsen zijn plannen voor nieuwbouw aan de linten. Een manier die dat mogelijk maakt is het inrichten

van een dubbellint waardoor het bestaande lint wordt ontlast van verkeer. Ambities zijn 0.a.: * *

Behoud van het afwisselende en kleinschalige karakter van de linten met een grote verscheidenheid aan bebouwing, bebouwde en onbebouwde delen en doorzichten naar het achterliggende landschap. Behoud van de lange, rechte lijnen van de linten. Ga zorgvuldig om met aansluitingen op hogere

*

infrastructuur en geef in de vormgeving prioriteit aan de continu teit van het lint. Behoud en ontwikkeling van het karakteristieke rechte, groene wegprofiel en de landelijke, sobere en praktische inrichting van de openbare ruimte.

*

Transformaties in het lint sluiten aan bij de bestaande maat, schaal, uitstraling en functie van het

lint. De erfindeling en ori ntatie van de oorspronkelijke bebouwing is maatgevend bij nieuwbouw. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van het plangebied wordt niet aangetast door deze wijziging, omdat er

alleen sprake is van een venwlgfunctie zonder bouwactiviteiten. Er wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de structuur, zonder daarmee 'het gebied op

slot te zetten' (ontwikkeling). Conclusie

De venolgfunctie naar woning is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt niet aangetast, omdat er

alleen sprake is van een vervolgfunctie naar wonen.

43

Regionaal beleid

4.3.1

Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas

Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas

gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de

gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht

over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het

maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van

bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de voormalige gemeenteraad van Zevenhuizen-Moerkapelle op 31 januari 2006 Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

17

:[ Zuidplas SI

_

sm

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

vastgesteld. Het ISP omvat:

*

Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000

* De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer * _ Aantallen te bouwen woningen

* _ Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw * Een visie op de financiering * Een visie op de ontwikkelingsorganisatie * Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van

Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuursie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied:

*

Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de

*

veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de ZuidvMeugel nodig. De Rottewig vormt met de

Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Plantagekwadrant Tussen het Middengebied en de glastuinbouw-bedrijfslandschap komt vanaf de A12 de nieuwe entree naar het plangebied. Hier ligt binnen het raamwerk van linten en lanen en tochten het Plantagekwadrant,

waarin de bomen worden gekweekt voor de te ontwikkelen landschappelijke structuur in de Zuidplas en linten. Tegelijkertijd worden hiermee de nieuwe verkeersstructuren ingepast. Nadat de lanen en linten

zijn ontwikkeld moet worden gezocht naar een eventuele andere functie voor dit gebied. Conclusie

De plankaart (figuur 5) kent drie lagen: 'groenblauw casco , infranetwerk' en 'occupatie'. Het plangebied is hierin aangeduid als 'plantage kwadrant . Het plangebied is met gele stip en zwarte pijl aangeduid op

de plankaart. Deze venolgfunctie heeft geen consequenties voor uitwerking van het plantagekwadrant. De venolgfunctie naar wonen is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP.

18

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

T_l Zuidplas

i

IT

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

Figuur 5: Plankaart ISP. Plangebied met gele stip en zwarte pijl aangeduid.

44

Gemeentelijk beleid

441

Omgevingsvisie Zuidplas

De gemeenteraad van Zuidplas heeft op 1 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie omschrijft de gemeente het unieke karakter van gemeente Zuidplas. In de visie staan de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie geeft de gemeente richting aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsunden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. De visie is gebaseerd op

de volgende ambities. Aantrekkelijk Zuidplas De gemeente zet vooral in op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen wanneer de geplande uitbreidingen aan de dorpen zijn gerealiseerd. Daarnaast zet zij in op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als zij dorpen in Zuidplas wil uitbreiden kan dat, maar alleen als een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen. Het erfgoed wil de gemeente beter zichtbaar en beleefbaar maken. Het cultureel leven wordt in stand gehouden en versterkt waar mogelijk. Er wordt ingezet op een beter en aantrekkelijk openbaar vervoer, een goede bereikbaarheid met de auto en een aantrekkelijk wandel- en fietsnetwerk binnen de gemeente en regio. Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

19

:[ Zuidplas SI

e

_

sm

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

Duurzaam Zuidplas Nieuwe ontwikkelingen wil de gemeente zoveel als mogelijk energieneutraal. Ook voor bestaande gebouwen zet zij hier op in, hoewel dit niet overal haalbaar zal zijn. Naast de energiedoelstellingen

werkt de gemeente aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft daarbij nadrukkelijk aandacht.

*

Ondememend Zuidplas De gemeente wil in 2040 een aantrekkelijke gemeente zijn voor ondernemers en ervoor zorgen dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en

belangrijke speler in de regio. Zij gaat kijken waar bedrijven het beste gevestigd kunnen worden. Voor bedrijven met een hogere milieubelasting is de gemeente terughoudend en kijkt zij vooral naar

de brede meerwaarde van een dergelijk bedrijf. Lichte vormen van bedrijvgheid, die gecombineerd kunnen worden met wonen, dragen juist bij aan levendigheid en diversiteit. Een toekomstige transformatie van het Nijverheidscentrum in Zevenhuizen ziet de gemeente als een belangrijke kans. Zij ziet mogelijkheden voor versteviging van de landbouw gecombineerd met lichte recreatie. De keuze daarbij is concentratie, waarbij plaats wordt geboden aan innovatieve en toekomstbestendige glastuinbouw. De dorpen beschikken over diverse winkelgebieden met dagelijkse voorzieningen.

Deze centra wil de gemeente sterk houden, waarbij wordt ingezet op versterking van het draagvak door een levendige mix aan functies.

e

Gezond Zuidplas De gemeente wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving n met aandacht voor de gezondheid van haar inwoners. Dit in de brede zin van

het begrip positieve gezondheid, waarbij zowel lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren meetellen. Ontmoeten is daarbij n van de essenti le behoeften. De inrichting en toegankelijkheid van de openbare ruimte, maar ook die van

gebouwen vindt de gemeente daarbij van belang. Daarbij zet zij in op het verbeteren en uitbreiden van het fiets-, wandel- en vaarnetwerk in de dorpen en het buitengebied. Gezond en verantwoord voedsel draagt ook bij aan die gezondheid. Van visie naar uitvoering De vsie op de gemeente Zuidplas is uitgewerkt in een isie per dorp. Zij heeft daarin aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet voor ieder dorp. De

omgevingsvisie van de gemeente geeft de hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van de gezonde en veilige leefomgeving weer. De volgende stap is de uitvoering. De ontwikkeling van de leefomgeving werkt

de gemeente in meerdere instrumenten uit. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer. Deze hoofdlijnen vormen de basis voor de uitvoering. Conclusie

De Omgevngsvsie is zelfbindend voor de gemeente. De functiewijziging naar burgerwoning in combinatie met de milieuonderzoeken wijst uit dat omliggende bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Deze ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Zuidplas.

20

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

Zuidplas

ST

-

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

Hoofdstuk5 _ Water

51

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water

n van de

sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het

betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

5.2

Beleidskader rijk, provincie en gemeente

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de

waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. 521 Ri k Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van

Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit

plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Ri k in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van

een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende

doelen te bereiken. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: * _ Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; * _ Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater,

*

Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht;

*

Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement;

* _ Nederlanders leven waterbewust.

Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op proinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provnciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op

bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vwoegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken.

Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. E n en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.2.2

Provincie

Regionaal waterprogramma Zuid Holland 2022-2027 Provinciale Staten hebben op 9 maart 2022 het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027

vastgesteld. In dit programma beschrijft de prowncie Zuid-Holland haar waterbeleid. In dit programma staat wat de proncie doet om uitvoering te geven aan de Europese richtlijnen die betrekking hebben op water (verplichte onderdelen). Het gaat om de volgende richtlijnen: * Kaderrichtlijn Water;

*

- Grondwaterrichtlijn;

*

- Drinkwaterrichtlijn;

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

21

Zuidplas

SI

*

_

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

sm

- Richtlijn Overstromingsrisico's;

* - Zwemwaterrichtlijn. Naast deze verplichte onderdelen bevat het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 ook nietverplichte onderwerpen, zoals zoetwaterorziening, wateroverlast, vaarwegbeheer en waterrecreatie. Hiermee laat provincie Zuid-Holland zien hoe ze samen met haar partners werkt aan een regionaal watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, aantrekkelijk, concurrerend en bereikbaar Zuid-Holland.

Het regionaal waterprogramma is zelfbindend. Dat betekent dat alleen Gedeputeerde Staten eraan gebonden zijn. Toch heeft het regionaal waterprogramma ook gevolgen voor andere overheden. Die zijn wettelijk verplicht rekening te houden met de verplichte onderdelen van het regionaal waterprogramma.

De binding van andere overheden aan de niet-verplichte onderdelen is waar nodig geregeld a de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. 5.2.3

Gemeente

Waterplan Zuidplas Het waterplan, een gezamenlijk project van de gemeente Zuidplas en het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, is opgesteld om maatregelen te nemen die zorgen voor droge voeten

en een goede waterkwaliteit in de gemeente Zuidplas. Dat laatste is belangrijk voor de in en om het water levende planten en dieren, de landbouw en het recreatief medegebruik.

Het waterplan heeft als resultaat een gezamenlijke visie en de uitwerking van de isie tot een concreet maatregelenprogramma met hierin een tijdsplanning, kostenraming en kostenverdeling. Ook de ruimtelijke consequenties van het waterbeleid worden aangegeven in het waterplan. In het waterplan wordt ingegaan op de bouwstenen: waterkwantiteit, waterveiligheid, waterketen en riolering, grondwater, opperlaktewater en ecologie, beheer en onderhoud stedelijk water, waterbeleng en recreatie en water en ruimtelijke ordening.

53 _ Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, algemene

regels

bij

de

Keur,

peilbesluiten,

leggers

en

andere

documenten

(zie

www.hhsk.nl/diensten/publicaties). In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het opperdaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de

Krimpenerwaard vastgelegd. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuuw van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft het hoogheemraadschap

haar visie en ambities voor het waterbeheer voor de komende jaren. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 2022-2027 ook specifieke ambities en doelen. Deze worden in aan de hand van de volgende drie thema's uiteengezet:

1. Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. Door de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat blijft het mogelijk om de taken in de toekomst goed uit te voeren. Het vasthouden van regenwater kan helpen verdroging te bestrijden, de

waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. Waar nodig zullen ook dijken versterkt moeten worden.

2. Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen. Het hoogheemraadschap wil de eigen bijdrage aan klimaatverandering verkleinen en het hergebruik van grondstoffen vergroten. In samenwerking met andere partijen wil het hoogheemraadschap ook een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vergroting van de biodiversiteit. 3. Water en waterschap als onderdeel van de samenleving. Het hoogheemraadschap staat in dienst van de gebruikers en wil vanuit die verbondenheid samen aan de wateruitdagingen werken. Tevens

22

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

:[ Zuidplas ST

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

-

wil zij graag het waterbewustzijn vergroten en het versterken van participatie. Digitalisering en innovatie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol. Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012

De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap heeft op 27 juni 2012 het Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van

verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren. Toetsingscriteria Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen plannen: kleine, middelgrote en grote ruimtelijke

ontwikkelingen. Onderstaand is per type toegelicht hoe HHSK omgaat met de typen ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Kleine plannen:

Plannen met een verhardingstoename tot 500 m2.

2. Middelgrote plannen:

Plannen met een verhardingstoename groter dan 500 m? en kleiner dan 10 hectare bruto planoppertak.

3. Grote plannen:

Een plan groter dan 10 hectare bruto planoppertak

Kleine plannen Voor kleine ruimtelijke ontwikkelingen met een verhardingstoename is geen compensatie noodzakelijk.

Kleine plannen hebben een gering effect op de waterhuishouding. Daarnaast bestaat er een zekere onzekerheid in berekening door de invoergegevens, berekeningsmethode en gevolgen van de klimaatsverandering. Door rekening te houden met de onzekerheid en om onevenredige belasting van de

organisatie door dergelijke plannen te voorkomen, wordt compensatie voor een geringe verhardingstoename kwijtgescholden. Deze kwijtschelding, namelijk de aftrek van 500 m verhardingstoename, geldt in verband met gelijkheid voor alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen het beheergebied van HHSK.

54 _ Waterhuishouding Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet in de kemn- en beschermingszones van een bestaande waterkering van het

hoogheemraadschap. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Oppervlaktewateren Aan de voorzijde van het plangebied ligt een greppel. Overig opperWaktewater ligt aan de overzijde van

de ontsluitingsweg naar het bedrijventerrein (figuur 6). In het plangebied zelf liggen geen primaire en/of overige opperlaktewateren. Evenmin ligt de woning in een beschermingszone hiervan. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

23

l Zuidplas

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

Beheerregister - Oppervlaktewater

- Primaire watergangen . Primaire watergangen . Overige watergangen *

- Overige watergangen h - Greppel

Figuur 6: Uitsnede Legger 2022. Plangebied blauw omkaderd. Beschrijving waterkwantiteit In de bestaande situatie is het perceel bestemd voor bedrijfswoning met bijbehorend erf. In de nieuwe situatie is dat niet anders. Er is alleen sprake van functiewijziging van een bestaande woning. Op grond van de richtlijnen van het hoogheemraadschap is het realiseren van watercompensatie niet nodig, omdat het verhard opperlak niet wordt gewijzigd. Afvalwaterketen en riolering Afvalwater is aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering overeenkomstig de door de gemeente gestelde eisen. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: * hemelwater vasthouden voor benutting; * _ (in>)filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvweren naar oppertaktewater; *

afstromend hemelwater afweren naar AWZI.

Het hemelwater van de woning wordt op opperWaktewater geloosd. Voor vergunningplichtige activiteiten zal tijdig een Waterwetvergunning worden aangevaagd bij het hoogheemraadschap. 541

Conclusie

Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen dit bouwplan.

24

Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)

Zuidplas

ST

omgevingsvergunning Bredeweg 122, Zevenhuizen

-

Hoofdstuk 6

Milieu en omgevingsaspecten

De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevaagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen

maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkeling binnen dit plan. Deze

onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht. 61

Milieu

De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 611

M.ER.

Wettelijk kader

In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgeverd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige

gevolgen heeft voor het milieu. Deze beoordeling moet ook plaatsunden als de omvang onder de drempelwaarde valt.

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het

milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder

andere ge mplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de

m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Onderzoek/ beoordeling

Dit project valt mogelijk onder categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject uit Bijlage D. Dit bouwplan maakt alleen een venolgfunctie naar een burgerwoning mogelijk. De ontwikkeling op deze plaats is om de volgende redenen niet te beschouwen als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.:

*

fysieke wijziging: deze is beperkt, omdat er alleen sprake is van een functiewijziging van een bestaande woning zonder dat de bebouwing toeneemt.

*

lokale context: het bebouwingslint blijft gehandhaafd. Er indt alleen een functiewijziging plaats van

*

een bestaande woning. planologische mogelijkheden: de gronden zijn in het geldende bestemmingsplan bestemd voor

bedrijfswoning. Er wordt alleen een venolgfunctie naar wonen mogelijk gemaakt zonder dat er nieuwe verstening plaatsvindt. Er is geen m.e.r.-beoordeling nodig, omdat de functie-aanpassing volgens het Besluit m.e.r. niet wordt

gezien als stedelijke ontwikkeling. De fysieke wijzigingen zijn beperkt, omdat in het plangebied alleen een venolgfunctie plaatsvindt naar woondoeleinden. Indien een ontwikkeling niet voorkomt op de C en D lijst van het Besluit m.e.r. kan een m.e.r.-beoordeling achterwege worden gelaten. Conclusie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14198363/1