Bijlage 2 Overzicht was-wordt artikelen APV Zuidplas 2021 A21.000295
Tekst van het document
De eigenaar of houder van een hond is verplicht het in het vierde lid bedoelde hulpmiddel op verzoek van een toezichthouders als bedoeld in artikel 6:2 te laten zien. 6. De geboden genoemd in het eerste, vierde en vijfde lid gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of een sociale hulphond laat begeleiden. 71. Wijziging artikel 2:59 Gevaarlijke honden Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Indien het college Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b.
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid, onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
72. Verplaatsen artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren naar VFLO Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1 Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben,of b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels, of c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven. 2 Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter aantal dan door het college is aangegeven. 3 Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. Vervallen (opgenomen in artikel 3.16 Verordening Fysieke Leefomgeving) 73. Schrappen artikel 2:61 Wilde dieren Artikel 2:61 Wilde dieren [gereserveerd] (vervallen) 74.
Wijziging artikel 2:62 Loslopend vee Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op vee herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. 75. Verplaatsen artikel 2:64 Bijen naar VFLO Artikel 2:64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van dertig meter van de weg. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te voorkomen. 3. Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid. 4. Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale wegenverordening. 5. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. 6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Vervallen (opgenomen in artikel 3.17 Verordening Fysieke Leefomgeving) 76. Wijziging benaming Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Afdeling 12 Bepalingen ter 9 Bestrijding van heling van goederen
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
77. Wijziging artikel 2:66 Begripsbepaling Artikel 2:66 Begripsbepaling Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. 78. Wijziging artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester is bevoegd kan vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de aanvraag om een vrijstelling is Pparagraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing. 79.
Schrappen artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop vekregen goederen Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop vekregen goederen [gereserveerd] (vervallen) 80. Wijziging benaming Afdeling 13 Vuurwerk Afdeling 13 10 ConsumentenvVuurwerk 81. Wijziging artikel 2:71 Begripsbepalingen Artikel 2:71 Begripsbepalingen Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuunwerk: consumentenvuurwerk verstaan Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit. 82. Wijziging artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden gevestigd. 2. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 83.
Wijziging artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Artikel 2:73 Bezigen Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. 84. Wijziging artikel 2:73a Carbidschieten Artikel 2:73a Carbidschieten 1. Het is verboden zonder vergunning van het college carbid te schieten (acetyleengas of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze tot verbranding te brengen). 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht. 85. Wijziging benaming Afdeling 14 Drugsoverlast Afdeling 14 11 Drugsoverlast 86. Wijziging benaming Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester 87.
Wijziging artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:18, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidpias Zuidplas groepsgewijs niet naleven. 88. Wijziging benaming Hoofdstuk 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D. Hoofdstuk 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D. 3 REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN 89. Wijziging artikel 3:2 Bevoegdbestuursorgaan Artikel 3:2 Bevoegdbestuursorgaan Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 90. Wijziging artikel 3:3 Nadere regels Artikel 3:3 Nadere regels IVlet Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
91. Wijziging artikel 3:3 Nadere regels Artikel 3:4 Seksinrichtingen 1. Het is verboden een sel^sinrichting seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. 2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de beheerder; en c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 92. Wijziging benaming Afdeling 3 beslissingstermijn; weigeringsgronden Afdeling 3 beslissingstermijn; en weigeringsgronden 93. Wijziging benaming Afdeling 4 Beeindiging exploitatie; wijziging beheer Afdeling 4 Beeindiging Beëindiging exploitatie; en wijziging beheer 94. Wijziging artikel 3:14 Beeindiging exploitatie Artikel 3:14 Beeindiging Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. 95. Verplaatsen artikel 4:1 Begripsbepaling naar VFLO Artikel 4:1 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. i. Dagperiode: de periode gelegen tussen 7.00 uur en 19.00 uur; j. Avondperiode: de periode gelegen tussen 19.00 uur en 23.00 uur; k. Nachtperiode: de periode gelegen tussen 23.00 uur en 7.00 uur. Vervallen (opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving) 96.
Verplaatsen artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten naar VFLO Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1 De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen; 2 De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. Hierbij geldt dat uiterlijk om 00.00 uur op zondag tot en met donderdag en 1.00 uur op vrijdag en zaterdag de lichten moeten zijn gedoofd, tenzij in de aanwijzing van de collectieve festiviteiten anders is aangegeven; Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
3 In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente; 4 Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5 Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6 Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 65 dB{A) in de dag-, 60 dB(A) in de avond- en 55 dB(A) in de nachtperiode, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. Het ten gehore brengen van muziek wordt uiterlijk om 00.00 uur op zondag tot en met donderdag en 1.00 uur op vrijdag en zaterdag beëindigd; 7 De geluidswaarden als bedoeld in het zesde lid zijn inclusief onversterkte muziek. De bedrijfsduurcorrectie en de muziektoeslag worden hierbij buiten beschouwing gelaten. Vervallen (opgenomen in artikel 3.71 Verordening Fysieke Leefomgeving) 97.
Verplaatsen artikel 4:3 Aanwijzing collectieve festiviteiten naar VFLO Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festviteiten 1 Het is een inrictiting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2 Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148 , eerste lid van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Hierbij geldt dat uiterlijk in 00.00 uur op zondag tot en met donderdag of 1.00 uur op vrijdag en zaterdag de lichten moeten zijn gedoofd. 3 Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving 4 De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
5 De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6 Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 65 dB(A) in de dag-, 60 dB(A) in de avond- en 55 dB(A) in de nachtperiode, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. Het ten gehore brengen van muziek wordt uiterlijk om 00.00 uur op zondag tot en met donderdag en 1.00 uur op vrijdag en zaterdag beëindigd. 7 De geluidswaarden als bedoeld in het zesde lid zijn inclusief onversterkte muziek. De bedrijfsduurcorrectie en de muziektoeslag worden hierbij buiten beschouwing gelaten. 8 De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 9 Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Vervallen (opgenomen in artikel 3.72 Verordening Fysieke Leefomgeving) 98. Schrappen artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [gereserveerd] (vervallen)
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
99. Verplaatsen artikel 4:5 Onverstrekte muziek naar VFLO Artikel 4:5 Onverstrekte Onversterkte muziek 1 Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. e.
Tabel Dagperiode Avondperiode Nachtperiode LAr,LT op de gevel van gevoelige 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) gebouwen LAr,LT in in – en aanpandige 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) gebouwen LAmax in in- en aanpandige 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) gevoelige gebouwen 2 Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. 3 Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van toepassing is. Vervallen (opgenomen in artikel 3.73 Verordening Fysieke Leefomgeving) 100. Verplaatsen artikel 4:6 Overige geluidhinder naar VFLO Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1 Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2 Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3 Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. 4 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Vervallen (opgenomen in artikel 3.74 Verordening Fysieke Leefomgeving) 101. Verplaatsen artikel 4:7 Straatvegen naar VFLO Artikel 4:7 Straatvegen Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode. Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
Vervallen (opgenomen in artikel 3.19 Verordening Fysieke Leefomgeving) 102. Verplaatsen artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen naar VFLO Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. Vervallen (opgenomen in artikel 3.32 Verordening Fysieke Leefomgeving) 103. Schrappen artikel 4:12 Vergunning van rechtswege Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege [gereserveerd] (vervallen) 104. Verplaatsen artikel 4:13 Opslag voertuigen,vaartuigen,mest,afvalstoffen enz. naar VFLO Artikel 4:13 Opslag voertuigen,vaartuigen,mest,afvalstoffen enz. 1 Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende voonwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b.
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2 Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof:op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben. 3 Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen. 4 Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening. Vervallen (opgenomen in artikel 3.76 Verordening Fysieke Leefomgeving) 105. Schrappen artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [gereserveerd] (vervallen) 106.
Verplaatsen artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame naar VFLO Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1 Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2 Het college kan nadere regels stellen in het belang van de verkeersveiligheid en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 3 Dit artikel is niet van toepassing op bouwwerken. Vervallen (opgenomen in artikel 3.42 Verordening Fysieke Leefomgeving)
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
107. Schrappen artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame [gereserveerd] (vervallen) 108. Verplaatsen artikel Begripsbepaling naar VFLO Artikel 4:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Vervallen (opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving) 109. Verplaatsen artikel 4:18 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame naar VFLO Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1 Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd. 2 Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3 Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4 Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:a. de bescherming van natuur en landschap;b. de bescherming van een stadsgezicht. 5 Paragraaf 4.1.3.3.
van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Vervallen (opgenomen in artikel 3.20 Verordening Fysieke Leefomgeving) 110. Verplaatsen artikel 4:20 Vervoer van gevaarlijke stoffen naar VFLO Artikel 4:20 Vervoer van gevaarlijke stoffen 1 Het is verboden met transporteenheden ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1 in hoeveelheden als bedoeld in artikel 1 van bijlage 2, Hoofdstuk 2 van het Reglement vervoer over land van gevaarlijke stoffen alsmede gevaarlijke stoffen als bedoeld in dat artikel te vervoeren over andere wegen of weggedeelten dan die, welke voor dat transport door burgemeester en wethouders zijn aangewezen en als zodanig zijn aangeduid met borden overeenkomstig model K 14 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. 2 Ter uitvoering van het eerste lid worden aangewezen: a. een route of routes voor doorvoer door de gemeente; b. een route of routes van en naar de laad , los en overslagplaatsen in de gemeente. 3 Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Het verleent deze ontheffing slechts op een schriftelijke aanvraag, waarbij ten minste is vermeld ten behoeve van wie en naar welk adres het vervoer dient te geschieden. Vervallen (opgenomen in artikel 3.77 Verordening Fysieke Leefomgeving) 111.
Wijzigen benaming hoofdstuk 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE HUISHOUDEN DER GEMEENTE Hoofdstuk 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE HUISHOUDING DER VAN DE GEMEENTE 112. Wijzigen benaming Afdeling 1 Parkeerexcessen Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
113. Schrappen artikel 5:1 Begripsbepalingen Artikel 5:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder:a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). (vervallen) 114. Wijzigen benaming artikel 5:3 Te koop aanbioeden van voertuigen Artikel 5:3 Te koop aanbioeden aanbieden van voertuigen 115. Wijzigen artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod. 3.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de provinciale wegenverordening Omgevingsverordening Zuid-Holland. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing. 116. Wijzigen artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen Artikel 5:7 Parkeren van rReclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3 .Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing. 117. Wijzigen artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen Artikel 5:8 Parkeren van gGrote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 118. Wijzigen benaming artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen Artikel 5:9 Parkeren van uUitzichtbelemmerende voertuigen 119. Wijzigen artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2.
Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt. 4. Het verbod geldt niet voor: a. instellingen die zijn vermeld op het landelijke collecte rooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving en die geld of goederen inzamelen in de aan hen door het Centraal Bureau Fondsenwerving toegewezen periode en drie maanden voor de inzameling bij het college hebben gemeld dat van de toegewezen periode gebruik wordt gemaakt, en b.
in de gemeente Zuidplas gevestigde verenigingen en stichtingen die krachtens hun statuten en activiteiten een doel nastreven dat van algemeen belang is, die geld of goederen inzamelen buiten de periodes die door het Centraal Bureau Fondswerving zijn toegewezen aan gecertificeerde instellingen, die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1°. De collectanten zijn onbezoldigd en worden, indien zij jonger zijn dan 16 jaar, begeleid door een volwassene. 2°. De collectanten moeten tijdens het collecteren een door vereniging of stichting gewaarmerkt geldig legitimatiebewijs dragen waarop in ieder geval de naam en/of doel van de vereniging en stichting en de periode waarin wordt gecollecteerd staan vermeld; 3°. De inzameling vindt niet plaats op maandag tot en met zaterdag voor 8.00 uur en na 21.00 uur; 4°. Uiterlijk vier weken voor aanvang van de inzameling moet aan het college melding worden gedaan van de inzameling onder vermelding van de naam van de inzamelende instelling, naam contactpersoon, het doel waarvoor de opbrengst is bestemd, de plaats, datum en het tijdstip van de inzameling; 5°. bij een inzameling van geld dient de collecteopbrengst binnen 14 dagen na afloop van de collecte, door middel van een door de leiding van de collecte ondertekende collectestaat, te worden verantwoord bij de gemeente; 6°.
bij inzameling van geld mag uitsluitend worden gecollecteerd met collectebussen die zijn verzegeld of met een sleutelslot of plombe zijn afgesloten en waarop duidelijk de naam en/of doel van de collecterende instelling staat vermeld. 5. Het college kan binnen veertien dagen na ontvangst van de melding als bedoeld in het vierde lid, onder b, sub 5° de inzameling verbieden of aan de inzameling de voorwaarde verbinden dat die in een ander tijdvak of op een andere locatie plaatsvindt dan in de melding staat vermeld. 120. Verplaatsen artikel 5:17 Begripsbepaling naar VFLO Artikel 5:17 Begripsbepaling
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
1 In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden,, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2 Onder standplaats wordt niet verstaan:a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving) 121. Verplaatsen artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden naar VFLO Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1 Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert het college de vergunning: a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; c.
het maximaal aantal standplaatsen is ingenomen zoals bepaald in artikel 5:17a, lid 1. 3 Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. 4 Aan een aanvrager kan één standplaatsvergunning per dag worden verleend. Vervallen (opgenomen in artikel 3.69 Verordening Fysieke Leefomgeving) 122. Verplaatsen artikel 5:18a Locaties en tijden naar VFLO Artikel 5:18a Locaties en tijden 1. Standplaatsen kunnen op gemeentegrond worden ingenomen op de onderstaande locaties en zoals aangegeven op de bij deze verordening gevoegde plattegronden: Locatie J.A. Beijerinkstraat 53 Raadhuisplein (ingang raadhuis) Raadhuisplein Dorpsplein gemeentehuis
Dorpskern Nieuwekerk aan den Ijssel Nieuwekerk aan den Ijssel Moerkapelle Zevenhuizen
Aantal standplaatsen 2 (waarvan één met geurverspreidende waren) 1 1 1
Parkeerterrein bij oude begraafplaats aan de Kerklaan nabij de hoek van Kon. Julianastraat
Moordrecht
1
2. Indien onvoorziene omstandigheden van tijdelijke aard zulks noodzakelijk maken, kan het college wijziging aanbrengen in de situering van de vaste standplaatsen en elders in de gemeente een andere locatie aanwijzen. 3. Het college kan als naar haar oordeel bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven afwijken van het in het eerste lid bepaalde. 4. Het college kan standplaatsvergunningen verlenen voor maandag tot en met zaterdag van 8.00 tot 20.00 uur. 5. De standplaatsvergunningen worden niet verleend op de dag dat de weekmarkt plaats vindt in het betreffende dorp. 6. De standplaats moet worden ingenomen met een verplaatsbare verkoopwagen/kraam die buiten de verkoopuren van de standplaats verwijderd wordt. Vervallen (opgenomen in artikel 3.70 Verordening Fysieke Leefomgeving)
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
123. Verplaatsen artikel 5:19 Standplaatsen in winkelcentra naar VFLO Artikel 5:19 Standplaatsen in winkelcentra Geen vergunning is vereist voor een standplaats in een winkelcentrum, dat 's nachts is afgesloten, indien de standplaatshouder binnen 10 werkdagen voorafgaand aan de inname van de standplaats melding heeft gedaan aan het college en de iname van de standplaats voldoet aan de brandveiligheidseisen. Vervallen (opgenomen in artikel 3.71 Verordening Fysieke Leefomgeving) 124. Verplaatsen artikel 5:20 Gronden voor intrekking naar VFLO Artikel 5:20 Gronden voor intrekking 1 De verleende standplaatsvergunning kan worden ingetrokken: a. wanneer de ingeschreven niet langer handelingsbekwaam is of niet langer voldoet aan alle overige voorgeschreven publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van de bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisaties; b. bij overlijden van de standplaatshouder, tenzij het college overschrijving toestaat; c. als gebleken is dat een ander dan de vergunninghouder de standplaats in gebruik heeft genomen zonder dat daarvoor vergunning is verleend; d.
als een vergunninghouder gedurende 3 achtereenvolgende dagen of gedurende 5 dagen binnen een tijdvak van 13 weken geen gebruik heeft gemaakt van de standplaats zonder een naar het oordeel van het college geldige reden; 2 Het college kan, indien zij onverwijld optreden noodzakelijk acht, de vergunninghouder in afwachting van de besluitvorming het recht ontzeggen om de standplaats gedurende een periode van maximaal vier weken daadwerkelijk te gebruiken. Vervallen (opgenomen in artikel 3.74 Verordening Fysieke Leefomgeving) 125. Verplaatsen artikel 5:20a Rechtsopvolging naar VFLO Artikel 5:20a Rechtsopvolging 1. Bij overlijden van de houder van een standplaatsvergunning wordt de vergunning overgeschreven op de overblijvende echtgeno(o)t(e), dan wel duurzaam samenwonende partner, of een kind dat bij voortduring zijn ouder op diens standplaats heeft bijgestaan, mits een schriftelijk verzoek daartoe binnen vier weken na het overlijden wordt ingediend. 2. De standplaatsvergunning kan analoog aan het in lid 1 bepaalde ook overgeschreven worden bij blijvende arbeidsongeschiktheid of pensioen van de vergunninghouder, mits daartoe een schriftelijk verzoek wordt gedaan binnen vier weken na het bekend worden van de blijvende arbeidsongeschiktheid, dan wel vier weken voor aanvang van het pensioen. Vervallen (opgenomen in artikel 3.75 Verordening Fysieke Leefomgeving) 126.
Verplaatsen artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water naar VFLO Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1 Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2 Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een aan het college. 3 De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4 Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
Vervallen (opgenomen in artikel 3.29 Verordening Fysieke Leefomgeving) 127. Verplaatsen artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen naar VFLO Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 1 Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water of in strijdt met het in krachtens het tweede lid bepaalde. 2 Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3 Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening. Vervallen (opgenomen in artikel 2.15 en 3.30 Verordening Fysieke Leefomgeving) 128.
Verplaatsen artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats naar VFLO Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 1 Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25 bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 2 De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 3 Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van strafrecht, Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale vaarwegenverordening. Vervallen (opgenomen in artikel 2.15 Verordening Fysieke Leefomgeving) 129. Verplaatsen artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken naar VFLO Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1 Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.
2 Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening. Vervallen (opgenomen in artikel 3.31 Verordening Fysieke Leefomgeving) 130. Wijzigen artikel 5:30 Veiligheid op het water Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening Omgevingsverordening Zuid-Holland. Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
131. Verplaatsen artikel 5:32 Crossterreinen naar VFLO Artikel 5:32 Crossterreinen 1 Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2 Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 4 Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren. Vervallen (opgenomen in artikel 2.17 en 3.33 Verordening Fysieke Leefomgeving) 132.
Verplaatsen artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden naar VFLO Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1 Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard. 2 Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:a. in het belang van het voorkomen van overlast;b. in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;c. in het belang van de veiligheid van het publiek. 3 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;c.
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de W egenverkeerswet 1994;b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 6 Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Vervallen (opgenomen in artikel 2.18 en 3.34 Verordening Fysieke Leefomgeving) 133. Verplaatsen artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken naar VFLO Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1 Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
2 Het verbod geldt niet voorzover het betreft:a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;c. vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3 Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4 Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5 Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. 6 Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Vervallen (opgenomen in artikel 3.75 Verordening Fysieke Leefomgeving) 134. Verplaatsen artikel 5:35 Begripsbepaling naar VFLO Artikel 5:35 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Vervallen (opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving) 135. Verplaatsen artikel 5:36 Verboden plaatsen naar VFLO Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1 Incidentele asverstrooiing is verboden op:a. verharde delen van de weg;b.
gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2 Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3 Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. Vervallen (opgenomen in artikel 3.18 Verordening Fysieke Leefomgeving) 136. Verplaatsen artikel 5:37 Hinder of overlast naar VFLO Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. Vervallen (opgenomen in artikel 3.18 Verordening Fysieke Leefomgeving) 137. Wijzigen artikel 6:2 Toezichthouders Artikel 6:2 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen personen. 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: Ambtenaren van de politie, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012; alsmede, ambtenaren van het team Handhaving en het team Openbare Orde en Veiligheid gemeente Zuidplas voor zover het betreft zaken welke aan zijn toezicht zijn toevertrouwd. 2.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
138. Wijzigen artikel 6:3 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening Artikel 6:3 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. 139. Wijzigen artikel 6:4 Overgangsbepaling Artikel 6:4 Overgangsbepaling Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening Deze verordening treedt met ingang van de dag na de dag van bekendmaking in werking. Op hetzelfde tijdstip vervallen de volgende verordeningen: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidpias, vastgesteld op 4 januari 2010; Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening, vastgesteld op 30 juni 2010; Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening, vastgesteld op 26 oktober 2010; Algemene Plaatselijke Verordening Zuidpias 2010, vastgesteld op 28 juni 2011; Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening 2013, vastgesteld op 16 april 2013; Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening 2013b,vastgesteld op 11 maart 2014. 140.
Toevoegen Artikel 6:5 Overgangsbepaling Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn