Bijlage 2 Overzicht was-wordt artikelen APV Zuidplas 2021 A21.000295
Tekst van het document
Bijlage 1: Overzicht was-wordt artikelen APV Zuidplas (wijziging 2021) 1. Inhoudsopgave toevoegen [INHOUDSOPGAVE]
2. Wijziging artikel 1:1 Begripsbepalingen Artikel 1:1 Begripsbepalingen Definities 1. In deze verordening wordt verstaan onder: - a. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - b. bevoegd gezag: bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - c. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 eerste lid van de Bouwverordening gemeente Zuidplas 2018; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994 - college: het college van burgemeester en wethouders - d. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; - e. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - f. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - g.
openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder i; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - h. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - i. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. 3.
Wijziging artikel 1:2 Beslistermijn
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste zes acht weken verlengen.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 4:11. 4. Schrappen artikel 1:3 Indiening aanvraag Artikel 1:3 Indiening aanvraag 1 Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. 2 Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste dertien weken. (vervallen) 5. Wijziging artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 6.
Wijziging artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 7. Wijziging artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien de houder dit verzoekt. 8. Wijziging artikel 1:7 Vergunning voor onbepaalde tijd Artikel 1:7 Vergunning voor onbepaalde tijd Termijnen 1.
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
9. Wijziging artikel 1:8 Weigeringsgronden Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 2, kan een vergunning voor een evenement worden geweigerd als niet is voldaan aan de in artikel 2:25 lid 4 opgenomen termijn voor het indienen van de aanvraag. 10. Wijziging benaming Hoofdstuk 2 OPENBARE ORDE
Hoofdstuk 2 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU 11. Wijziging benaming Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden 12. Wijziging artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden 2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.
Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
13. Schrappen benaming Afdeling 2 Betoging Afdeling 2 Betoging 14. Schrappen artikel 2:2 Optochten Artikel 2:2 Optochten [gereserveerd] (vervallen) 15. Wijziging artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Hij Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Hij Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4.
Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. 16. Schrappen benaming Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken 17. Wijziging artikel 2:6 Beperkingen aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Artikel 2:6 Beperkingen aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod geldt niet is niet van toepassing op voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
18. Schrappen benaming Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg 19. Schrappen artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [gereserveerd] (vervallen) 20. Schrappen artikel 2:8 Nieuw artikel Artikel 2:8 Nieuw artikel [gereserveerd] (vervallen) 21. Wijziging artikel 2:9 Straatartiest Artikel 2:9 Straatartiest Vertoningen op openbare plaats 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen 2. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 22. Wijziging benaming Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen 23.
Verplaatsen artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen naar VFLO Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen 1 Het is verboden een openbare plaats of een gedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het gebruik schade toebrengt aan een openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van een openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van een openbare plaats; b. het gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2 Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen. 3 Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j . of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5 Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; c. terrassen behorend bij een openbare inrichting waarbij een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 is verleend. d.
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van een openbare plaats is verleend.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
6 Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de provinciale wegenverordening. Vervallen (opgenomen in artikel 3.14 Verordening Fysieke Leefomgeving) 24. Verplaatsen artikel 2:10a Straatreclame naar VFLO Artikel 2:10a Straatreclame 1. Artikel 2:10 is niet van toepassing op straatreclame. 2. Onder straatreclame wordt verstaan: elke aanduiding van commerciële en niet-commerciële aard in de vorm van een opschrift, aankondiging en/of mededeling, voor zover deze op een openbare plaats geplaatst is. 3. Straatreclame mag alleen worden aangebracht op de door het college aangewezen plekken door middel van de door het college beschikbaar gestelde middelen. 4. Het gebod in het derde lid geldt niet voor spandoeken, deze mogen alleen worden aangebracht op de door het college aangewezen plekken. 5. Het college kan nadere regels stellen omtrent straatreclame. 6. Het college wijst aanplakobjecten aan waarop gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet worden geopenbaard. Vervallen (opgenomen in artikel 3.41 Verordening Fysieke Leefomgeving) 25.
Verplaatsen artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg naar VFLO Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg. 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2 De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. door het college in overige gevallen. 3 De vergunning kan, in aanvulling op artikel 1:8, worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 4 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.
5 Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. Vervallen (opgenomen in artikel 3.21 Verordening Fysieke Leefomgeving) 26. Verplaatsen artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg naar VFLO Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1 Het is verboden zonder vergunning van het college: a. een uitweg te maken naar de weg; Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3 De vergunning kan, in aanvulling op artikel 1:8, worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 4 Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciaal wegenverordening. Vervallen (opgenomen in artikel 3.22 Verordening Fysieke Leefomgeving) 27. Schrappen benaming Afdeling 6 Veiligheid op de weg Afdeling 6 Veiligheid op de weg 28. Schrappen artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid [gereserveerd] (vervallen) 29. Wijziging artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. 30.
Verplaatsen artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen naar VFLO Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1 Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode. 2 Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 3 Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 4 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Vervallen (opgenomen in artikel 3.35 Verordening Fysieke Leefomgeving) 31. Schrappen artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [gereserveerd] (vervallen) Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
32. Schrappen artikel 2:20 Vallende voorwerpen Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [gereserveerd] (vervallen) 33. Wijziging artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht. 34. Verplaatsen artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn naar VFLO Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 1 Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben. 2 Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3 Het verbod geldt niet voor objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. Vervallen (opgenomen in artikel 3.15 Verordening Fysieke Leefomgeving) 35.
Wijziging artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale vaarwegenverordening Omgevingsverordening Zuid-Holland. 36. Wijziging benaming Afdeling 7 Evenementen Afdeling 7 3 Evenementen 37. Wijziging artikel 2:24 Begripsbepaling Artikel 2:24 Begripsbepaling Definities 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor een publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b.
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. verrichtingen van vermaak die plaatsvinden in een openbare inrichting, waarvoor een vergunning krachtens artikel 2:28 geldt is verleend, mits die vergunning mede betrekking heeft op deze verrichting van vermaak; het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening. g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen waaronder begrepen free fight, vale tudo, cage fight, kickboksen, MMA en al hun vergelijkbare varianten. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een klein evenement. een straatfeest of buurtbarbecue; 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09:00 uur en 23:00 uur; c.
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 80 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object. 38. Wijziging artikel 2:25 Evenement Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. In afwijking van artikel 1:3 kan de burgmeester besluiten om de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag minder dan 13 weken voor aanvang van het evenement wordt ingediend. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 3. De burgemeester stelt voor het indienen van een aanvraag voor een evenementenvergunning een aanvraagformulier vast. 4.
De burgemeester kan nadere regels stellen in het belang van de openbare orde en veiligheid, verkeersveiligheid, volksgezondheid en milieuhygiëne.Voor het aanvragen van een vergunning voor een evenement dat geen klein evenement is in de zin van artikel 2:24, derde lid, geldt dat de aanvraag 13 weken voor aanvang van het evenement is ingediend. 5. Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de aanvraag is gebleken, dienen door de aancrafer aanvrager of vergunninghouder onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld. 6. De burgemeester kan aan de evenementenvergunning voorschriften verbinden, die onder meer betrekking kunnen hebben op: a. de plaats en het tijdstip van het evenement; b. de benodigde technische voorzieningen; c. de inrichting van het evenemententerrein; d. het activiteitenprogramma; Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
e. een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers; f. een verkeersplan. 7. 6. De burgmeester burgemeester kan plaatsen aanwijzen waar het aantal evenementen en de tijden waarop deze plaatsvinden, beperkt kan worden. 8. 7. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 en 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 9. 8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren dan wel intrekken in het geval en onder voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 39. Schrappen artikel 2:25a Klein evenement Artikel 2:25a Klein evenement 1. Het verbod gesteld in artikel 2:25 lid 1 geldt niet voor een (klein) evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. het evenement tussen 09:00 uur en 23:00 uur plaats vindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur en het geluidsniveau op een afstand van 10 meter van enige geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A); d.
het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan of (brom)fietspad of anderszins een belemmering of gevaar vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; g. de organisator twee weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier; h. de organisator een ontvangstbevestiging van de melding kan tonen en de organisator gedurende het evenement aanwezig is. 2.De burgemeester kan binnen zeven dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van het klein evenement te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. (Opgenomen in artikelen 2:24 en 2:25) 40. Wijziging artikel 2:26 Ordeverstoring Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. 41.
Wijziging benaming Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven Afdeling 8 4 Toezicht op horecabedrijven openbare inrichtingen 42. Wijziging artikel 2:27 Begripsbepalingen Artikel 2:27 Begripsbepalingen Definitie
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden. b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waartegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2.
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. 43. Wijziging artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester stelt voor het indienen van een aanvraag van een vergunning een aanvraagformulier vast. 3. De burgemeester weigert de vergunning indien: a. de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit, of b. de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven. 4.
In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 5. Bij de toepassing van de in liet derde lid, onder a, genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 6 Geen vergunning is vereist voor: a. een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een openbare inrichting in een zorginstelling of museum; c. een openbare inrichting waarvan de exploitatie en openingstijden aansluiten bij winkelvoorzieningen en waar overwegend kleinere spijzen voor directe consumptie worden bereid en verstrekt en uitsluitend niet-alcoholhoudende dranken worden geschonken, zoals een koffie- en theeschenkerij, lunchroom, konditorei of ijssalon; d. een openbare inrichting die zich bevindt in een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant; e.
een Bed&Breakfast voor maximaal vier personen, die niet toegankelijk is voor anderen dan de Bed&Breakfastgasten. 7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren dan wel intrekken in het geval en onder voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 44. Wijziging artikel 2:28a Terassen Artikel 2:28a Terassen Terrassen 1. Het is verboden zonder vergunning als bedoeld in artikel 2:28 een terras te exploiteren. 2. In het geval een aanvraag voor een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 tevens van toepassing is op één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen, beslist de burgemeester eveneens omtrent de ingebruikneming van de openbare weg als bedoeld in artikel 2:10 3.14 Verordening Fysieke Leefomgeving. 3. De burgemeester kan het in het tweede lid bedoelde gebruik van de openbare weg weigeren indien de verwachting bestaat dat het gebruik: a. schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar kan veroorzaken voor de bruikbaarheid van de weg of voor doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; c. afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk daarvan. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:28, zesde lid, indien: a. het terras is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de openbare inrichting; b.
de omvang van het terras beperkt is tot maximaal zes tafels en twaalf stoelen; c. het terras tussen 0.00 uur en 8.00 uur gesloten is; d. de stoelen en tafels niet buiten worden opgeslagen; e. op het terras geen muziek te gehore wordt gebracht, tenzij het een collectieve festiviteit betreft als bedoeld in artikel 4:2; f. de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht en de doorgang van het verkeer niet wordt belemmerd. 45. Wijziging artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 46. Wijziging benaming Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horeca bedrijven ald bedoeld in de Drank- en Horecawet Afdeling 8A.
Bijzondere bepalingen over horeca bedrijven ald bedoeld in de Drank- en Horecawet Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet 47. Wijziging artikel 34a Begripsbepaling Artikel 34a Begripsbepaling 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. inrichting: de lokaliteiten, waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt voor gebruik ter plaatse, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte;
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
b. paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf; c. paracommerciële inrichting: een inrichting waarin een paracommerciële rechtspersoon in eigen beheer het horecabedrijf exploiteert; d. sterke drank: de drank, die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumenprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn; e. vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet; f. de wet: Drank- en Horecawet; g. zwak-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank, met uitzondering van sterke drank. 2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder de overige begrippen in deze afdeling verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat. Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. 48.
Wijziging artikel 2:34e Prijsacties horeca Artikel 2:34e Prijsacties horeca Ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60^0 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. 49. Wijziging artikel 2:34f Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34f Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommercieel rechtspersoon geeft bij de aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning tot uitoefening van het horecabedrijf nadere informatie over de doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon en de doelgroep waarop de rechtspersoon zich richt. De paracommerciële rechtspersoon verstrekt tevens een afschrift van de statuten en het bestuursreglement als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet. (vervallen) 50. Wijziging benaming Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Afdeling 9 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
51. Wijziging artikel 2:37 Nachtregister Artikel 2:37 Nachtregister [gereserveerd] De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht bij te houden. 52. Wijziging benaming Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden Afdeling 10 7 Toezicht op speelgelegenheden 53. Wijziging artikel 2:39 Speelgelegenheden Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; c.
speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 3. De burgemeester weigert de vergunning: a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 5. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het tweede lid weigeren dan wel intrekken in het geval en onder voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 54. Toevoegen Afdeling 7a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Afdeling 7a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 55.
Toevoegen artikel 2:40a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Artikel 2:40a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf te exploiteren: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g.
indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. 5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag voor een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag voor een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overlegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant; b. het adres waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. een recent, niet ouder dan drie maanden zijnde, uittreksel van het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of beheerder; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a.
door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of d. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. 8.
Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 11. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 14. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 15. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 16. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur van toepassing. 56.
Wijziging benaming Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Afdeling 11 8 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid ter voorkoming van overlast, gevaar of schade 57. Wijziging artikel 2:42 Plakken en kladden Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 5. Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 6. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. 7.
De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 58. Toevoegen artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. en dergelijke [vervallen] 1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
59. Wijziging artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in de het eerste lid bedoelde handelingen als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. 60. Wijziging artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. en dergelijke 1. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3.van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 61. Wijziging artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. en dergelijke 1.
Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening Omgevingsverordening Zuid-Holland. 62. Wijziging benaming artikel 2:48 Verboden drankgebruik Artikel 2:48 Verboden drank- en drugsgebruik 63. Toevoeging artikel 2:48a Lachgasverbod Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten, ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben of al dan niet tegen betaling aan te bieden, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten, ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben of al dan niet tegen betaling aan te bieden. 3.
Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. 64. Toevoeging artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
65. Wijziging artikel 2:51 Neerzetten van fiesten e.d. Artikel 2:51 Neerzetten van fiesten e.d. fietsen of bromfietsen Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen ofte laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien: a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; b. daardoor die ingang versperd wordt. 16 of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. 66. Schrappen artikel 2:54 Bewakingsapparatuur Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur [gereserveerd] (Vervallen) 67. Schrappen artikel 2:55 Nodeloos alarmeren Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [gereserveerd] (Vervallen) 68. Schrappen artikel 2:56 Alarminstallaties Artikel 2:56 Alarminstallaties [gereserveerd] (Vervallen) 69. Wijziging artikel 2:57 Loslopende honden Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; b.
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, begraafplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; c. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen; d. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden, of b. deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. 70. Wijziging artikel 2:58 Verontreiniging door honden Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1.
De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op: a. een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers en/of fietsers; b. een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte Roodgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen aanpassingen conform model APV-verordening VNG Blauwgeletterde tekstuele aanpassingen betreffen wijzigingen die niet (geheel) conform APV-verordening VNG zijn
kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; c. een andere door het college aangewezen plaats. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a en b niet geldt. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich met de hond op een plaats als bedoeld in het eerste lid bevindt, een plasticzakje of schepje voor de directe verwijdering van de uitwerpselen van de hond bij zich te hebben. 4. De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich met de hond op een plaats als bedoeld in het eerste lid bevindt, een plasticzakje of schepje voor de directe verwijdering van de uitwerpselen van de hond bij zich te hebben. De eigenaar of houder van een hond is verplicht het in het vierde lid bedoelde hulpmiddel op verzoek van een toezichthouders als bedoeld in artikel 6:2 te laten zien. 5.