CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Jaarstukken 2025 van Veiligheidsregio Hollands Midden A26.001972

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Conceptbegroting 2027 en jaarrekening 2025 Veiligheidsregio Hollands Midden22.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

26

kwaliteit van de dienstverlening. Daarnaast vergroten verloop en verzuim het risico op productiviteitsverlies en vertraging in de uitvoering van beleidsdoelen. Het blijkt nog steeds lastig om enkele cruciale functies juist ingevuld te krijgen, vooral in de ondersteuning op het primaire proces. Het risico betreft, dat heeft VRHM ook daadwerkelijk zien optreden, extra uitgaven voor externe inhuur. Daarbij komen hogere kosten voor werving en selectie. Die zijn nadrukkelijk hoger dan mee gerekend is in de (reguliere) begrotingen. Kans: Impact, financieel risico ingeschat op: Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen:

Waarschijnlijk (70%) € 0,10 - € 0,40 mln. 70% x € 0,40 mln. = € 0,28 mln.

7. Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA) De veiligheidsregio moet, net als alle andere organisaties, voldoen aan vigerende fiscale en juridische eisen bij de inhuur (ZZP-constructies) van de vakbekwaamheidsstaf. Eén daarvan is de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA). De vakbekwaamheidstrainingen voor de brandweer worden veelal gegeven door eigen vrijwilligers. Gezien de wet DBA dienen hier marktconforme vergoedingen tegenover te staan. Als risico voorziet VRHM het mogelijk opvangen van claims, als blijkt dat een en ander niet juist is geregeld. Hier is op dit moment geen aanleiding toe. Echter, gezien het Deliveroo-arrest is dit te becijferen als een risico. De veiligheidsregio is zich aan het oriënteren welke oplossingsrichtingen genomen kunnen worden om te komen tot toekomstbestendige vakbekwaamheidsstaf. De financiering van de toekomstbestendige en structurele oplossingsrichting is nog een financieel vraagstuk. Voor de incidentele aanloopkosten moet nog ruimte worden gezocht binnen de exploitatie. Kans: Impact, financieel risico ingeschat op: Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen:

Onwaarschijnlijk (30%) € 0,13 - € 0,42 mln. 30% x € 0,42 mln. = € 0,13 mln.

Om het benodigd weerstandsvermogen te berekenen vermenigvuldigen we de geschatte (maximale) impact met het percentage volgens onderstaande tabel: Kans Zeer waarschijnlijk Waarschijnlijk Reëel (50/50) Onwaarschijnlijk Zeer onwaarschijnlijk

90% 70% 50% 30% 10%

De risico-inventarisatie geeft een onderbouwing van het weerstandsvermogen (volledige toelichting in Jaarstukken 2025 en ontwerp-Programmabegroting 2027:

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

27

Onderbouwing algemene reserve 2027 (bedragen x € 1.000,-) min. Meerkos ten 550 Cyberri s i co 550 Juri di s che cl a i ms 300 La ndel i jke PTSS Fri cti ekos ten Kra pte op a rbei ds ma rkt 100 Wet DBA 125

max. 1.100 825 600 360 400 400 420

% 50% 50% 50% 70% 0% 70% 30%

Ri s i coa na l ys e

Bedrag 550 413 300 252 280 126 1.921

In 2025 hebben zich geen omstandigheden voorgedaan waarvoor een aanspraak gemaakt diende te worden op het weerstandsvermogen van de VRHM. 3.1.4 Beleid over weerstandscapaciteit en risico´s Risicomanagement is onderdeel van de interne planning & controlcyclus. Het is erop gericht de schadelijke gevolgen van in kaart gebrachte risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit kan worden gedaan door het vermijden van het risico (opheffen van de oorzaak), het verminderen van de impact van het risico (terugbrengen netto verwachte omvang en/of terugbrengen waarschijnlijkheid) of het overdragen van het risico (bijvoorbeeld door te verzekeren). De VRHM heeft diverse verzekeringspolissen afgesloten voor aansprakelijkheid, schade aan opstallen, bedrijfsinventarissen en materieel. De VRHM voldoet hiervoor premie en kent per schade een beperkt eigen risico. Als de verwachte impact van het risico naar verhouding beperkt is, kan er ook voor gekozen worden het risico te accepteren. Als dat risico zich dan voordoet, draagt de VRHM de gevolgen zelf. Daar waar de VRHM een risico heeft verzekerd, maakt dit geen onderdeel meer uit van het vraagstuk rond het weerstandsvermogen. Immers het financieel risico is afgedekt en hierdoor bij een derde, een verzekeringsmaatschappij, belegd.

3.1.5 Beoordeling verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie Het weerstandsvermogen is de mate waarin onvoorziene tegenvallers kunnen worden opgevangen. De aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten staan garant dat de VRHM te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen (art. 51 gemeenschappelijke regeling VRHM). Echter, de veiligheidsregio heeft hierin ook een eigen verantwoordelijkheid. Vanuit normale bedrijfsvoering acht het onwenselijk, bij een onverwachte tegenvaller de deelnemende gemeenten aan te moeten spreken om financieel bij te springen. Daarom kiest zij ervoor zelf een robuuste weerstandscapaciteit op te bouwen die afdoende is, om (de belangrijkste) onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

28

3.1.6 Financiële kengetallen Weerstandscapaciteit Bedragen x € 1.000,Algemene Reserve Totaal capaciteit

2023

2024

2025

920 920

1.125 1.125

2.305 2.305

Risico's

2023

2024

2025

Netto risico's

920

1.125

1.921

Ratio Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen

2023 1,00

2024 1,00

2025 1,20

Financiële kengetallen Netto Schuldquote Netto Schuldquote (gecorrigeerd) Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2023 61% 61% 8% -0,9%

2024 63% 63% 11% 3,3%

2025 69% 69% 11% 2,6%

Bedragen x € 1.000,-

Het weerstandsvermogen (voor resultaatsbestemming) is in 2025 toegenomen van 1,00 tot 1,20. De transitie van GHOR is per 1 januari 2025 gerealiseerd. Als gevolg van de transitie heeft VRHM in 2025 de balans van GHOR geconsolideerd. Tegenover de algemene reserve vanuit de GHOR staan bijvoorbeeld ook materiële vaste activa. De mutatie in het eigen vermogen van VRHM door de transitie bedraagt € 530.000,-. Op basis van dit niveau is de veiligheidsregio (theoretisch) ‘voldoende’ in staat om de financiële consequenties van de geïdentificeerde risico’s zelf op te vangen. Zowel de algemene reserve als de financiële inschatting van de netto risico’s zijn (voor resultaatsbestemming) in 2025 gestegen. De toename van de algemene reserve is echter sterker, zodat het weerstandsvermogen in 2025 is toegenomen.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

29

Op basis van onderstaande normtabel bevindt het weerstandsvermogen van de VRHM zich in categorie ‘C’ en kwalificeert zich hiermee dus als ‘voldoende’ (voor resultaatsbestemming 2025).

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de VRHM ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote is in 2025 toegenomen van 63% tot 69%. In 2025 is € 3,5 mln. op de vaste schulden afgelost. De netto vlottende schulden en overlopende passiva zijn totaal met € 5,8 mln. toegenomen en de baten per saldo met € 2,5 mln. afgenomen. De voornaamste oorzaak van de toename van de netto vlottende schulden is dat in 2025 door het Ministerie van Justitie en Veiligheid ten behoeve van de Gemeentelijke Opvang Oekraïners 2025 abusievelijk € 3,2 miljoen teveel aan de VRHM overgemaakt is. Dit bedrag is begin 2026 terugbetaald. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de VRHM aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De solvabiliteitsratio is met 11% gelijk gebleven. Het eigen vermogen is in 2025 toegenomen, voornamelijk als gevolg van het gerealiseerd resultaat 2025 (€ 2,0 mln. voor resultaatsbestemming). De vaste schulden zijn als gevolg van aflossingen met € 3,5 mln. afgenomen. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is (structurele baten en lasten vergeleken met de totale baten). De structurele exploitatieruimte bedraagt 2,55% en is in 2025 afgenomen (2024 3,3%).

In 2025 zijn de structurele baten ca € 1,9 mln. hoger dan de structurele lasten (2024: € 2,6 mln.). In 2025 heeft de VRHM geen lasten of baten voor resultaatbestemming als incidenteel aangemerkt.

3.2 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen (artikel 12 BBV) De VRHM beschikt over kapitaalgoederen in de sfeer van: gebouwen, inventaris, voertuigen en redgereedschappen. Voor deze kapitaalgoederen is een gedegen onderhoudsplanning nodig. Kapitaalgoederen voor: wegen, riolering, water en groen zijn niet aanwezig bij de veiligheidsregio. De financiële verordening 2025 schrijft onder andere voor dat ten minste eens in de 4 jaar, gelijk de beleidsplanperiode, een onderhoudsplan (eigendoms)gebouwen aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. VRHM werkt met een Planning- en Controlcyclus (P&C-cyclus) om investeringsmiddelen voor vastgoed zorgvuldig te plannen, reserveren en verantwoorden. Zo kunnen zowel grote als kleinere projecten - van renovatie tot nieuwbouw - tijdig en met passende financiële dekking worden uitgevoerd. In het najaar van 2025 is het Strategisch Vastgoed Beleid (SVB) vastgesteld, inclusief het Meerjareninvesteringsplan (MIP) en het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP).

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

30

3.2.1 Onroerend goed Object Brandweerkazerne Crisisruimte RBT Crisisruimte ROT Kantoorpand Parkeerterrein Regionaal Oefencentrum Brandweer (ROB)

Locatie 16 locaties Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Rooseveltstraat 4a Waddinxveen, Noordeinde 48

Volledig eigendom Gemeente Leiden Gemeente Leiden Volledig eigendom Gemeente Leiden Gemeente Waddinxveen; oefenobjecten volledig in eigendom

Huisvesting en Facilitaire Zaken In 2025 is het Strategisch Vastgoedbeleid (SVB), vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Het SVB vormt het kader waarbinnen VRHM haar vastgoed duurzaam, doelmatig en toekomstgericht ontwikkelt en beheert. Dit SVB geeft niet zozeer antwoord op de vraag wáár VRHM-locaties (op het oog) heeft (daarvoor is vooral het regionaal dekkingsplan bedoeld), maar vooral áls VRHM een locatie (op het oog) heeft, wat dan de vervolgstappen zijn. De basis voor het Strategisch Vastgoedbeleid is gelegd. De organisatie beschikt nu over een integraal overzicht van de vastgoedportefeuille, de eerste stappen in professioneel vastgoedmanagement zijn gezet en er liggen meerjarenplanningen. De jaren 2026 en vooral 2027 in het teken staan van het structureel inbedden van de (financiële) processen rondom de onderhoudsplanning, Het SVB is het kaderstellende beleidsinstrument voor de sturing op de vastgoedportefeuille van Veiligheidsregio Hollands Midden. Het SVB is het beleidskader voor integrale, samenhangende en toekomstgerichte sturing op het vastgoed als geheel.

De daarin beschreven bieden richting aan: • Het centraal stellen van de maatschappelijke taak van de veiligheidsregio, waarbij huisvesting primair ondersteunend is aan paraatheid, repressieve inzet en veiligheid; • Het realiseren van gebruikersgerichte en inclusieve werkomgevingen die gezond, veilig en toegankelijk zijn voor medewerkers en vrijwilligers; • Het ontwikkelen en beheren van vastgoed dat technisch toekomstbestendig, duurzaam en energie-efficiënt is, met aandacht voor circulariteit en klimaatbestendigheid; • Het versterken van samenwerking met gemeenten en ketenpartners bij ontwikkeling, beheer en investeringen in vastgoed; • Het sturen op een integrale vastgoedportefeuille waarbij onderhoud, investeringen en gebruik samenhangend worden gepland via het Meerjareninvesteringsplan (MIP) en het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP). In het SVB staat onder andere vermeld dat het Meerjareninvesteringsplan (MIP) en het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) jaarlijks geactualiseerd worden. Als onderdeel van de jaarlijkse Planning- & Controlcyclus blijft de investerings- en onderhoudsplannen daarmee actueel. Toelichting op het investeringsplan 2025 • Voor 2025 stond geen nieuwbouw in de planning. De gerealiseerde investeringen ad € 0,6 mln.

hebben betrekking op: o De transitie van de GHOR naar de VRHM inclusief overgekomen activa; o De vervanging van de klimaatinstallatie op Leiden-Zuid, inclusief compressor. • In 2025 is in totaal voor € 8,5 mln. geïnvesteerd in brandweermaterieel, persoonlijke uitrusting en werkplaatsen. Dit is lager dan de € 10,2 mln. die voor 2025 was begroot. De voornaamste oorzaak van dit verschil is het doorschuiven van de levering en

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

31

ingebruikname van voertuigen naar 2026 vanwege vertraging bij de opbouwer/leverancier. o De belangrijkste middelen die in 2025 in gebruik zijn genomen zijn de laatste autoladder, 7 waterwagens (WTS-500), ademluchttoestellen, -maskers en testapparatuur en operationele uniformen voor vrijwilligers. Aanpassingen ten behoeve van nieuw materieel Door de komst van nieuw materieel, waren kleine aanpassingen (elektrische voedingen, rookgasafzuiging etc.) in het merendeel van de kazernes noodzakelijk. Deze aanpassingen hebben in 2025 plaatsgevonden, al zijn in de komende jaren nog een aantal aanpassingen nodig. Meerjarenonderhoudsplan De inventarisatie van het benodigde onderhoud van alle kazernes is in het najaar van 2023 uitgevoerd door een externe partij. De bron van deze inventarisatie gebruikt VRHM per heden nog als uitgangspunt voor zowel het correctief- als het groot onderhoud. Al is het voor de Programmabegroting 2027 geüpdatet, conform onze uitgangspunten. Daarbij worden de groot onderhoudsprojecten beoordeeld naar aanleiding geplande investerings- en DUMAVAprojecten. Logischerwijs voert VRHM geen dubbele werkzaamheden uit. Financieel Onderhoudslasten

2023

2024

Realisatie 2025

708

1.159

1.624

1.016

1.161

1.205

(b edragen x € 1.000) Gebouwen Vervoermiddelen Persoonlijke functionele uitrusting Totaal

253

97

177

1.978

2.417

3.006

De totale onderhoudslasten bedragen € 3,0 mln. en liggen € 0,6 mln. hoger dan in 2024. De realisatie van de onderhoudslasten voor de gebouwen is € 463.000,- hoger. In 2025 is meer aan noodzakelijk onderhoud uitgevoerd.

3.3 Paragraaf financiering (artikel 13 BBV) 3.3.1 Risicobeheer van de financieringsportefeuille Vanuit onze treasuryfunctie zijn de volgende voorwaarden vastgesteld: • Gelden worden alleen uitgezet bij het Ministerie van Financiën in verband met de heersende Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden. • Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee of meerdere financiële instellingen. • Er wordt geen gebruik gemaakt van derivaten. • De VRHM verstrekt zelf geen geldleningen. • Met het oog op de voorgenomen nieuwe investeringen zal op basis van de liquiditeitsplanning worden beoordeeld tot welk bedrag aanvullende geldleningen benodigd zijn. Bij aanschaf van duurzame goederen worden de aangegane geldleningen qua looptijd zoveel mogelijk afgestemd op de economische levensduur van die activa.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

32

•

Het enkel voor beleggingsdoeleinden kopen van aandelen is in de verordening uitgesloten, behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak. Aandelen zullen nooit worden gekocht zonder voorafgaand advies van het Dagelijks Bestuur. De VRHM is te typeren als een ‘geld vragende instelling’ en treedt daarmee niet op als partij om eventueel tijdelijk overtollige middelen om te zetten in beleggingsproducten.

Het risicobeheer is opgenomen onder de treasuryfunctie. De doelstelling van de treasuryfunctie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s. • Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie. • Het minimaliseren van de rentekosten. De veiligheidsregio houdt zich aan de in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ vermelde normen ten aanzien van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Binnen de taken van de VRHM is geen sprake van grondexploitatie. 3.3.2 Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. Een gemeenschappelijke regeling mag twee kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2025 weergegeven: Kasgeldlimiet 2025

Gemiddeld netto vlottende schuld

Kasgeldlimiet

Ruimte of overschrijding

Kwartaal 1

4.020

6.412

-2.392

Kwartaal 2

6.267

6.412

-145

Kwartaal 3

5.020

6.412

-1.392

Kwartaal 4

8.369

6.412

1.957

(b edragen x € 1.000)

De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden. De veiligheidsregio heeft in het 4e kwartaal 2025 de kasgeldlimiet overschreden. De ontwikkeling in 2026 zal worden gemonitord. De voornaamste oorzaak van de toename van de netto vlottende schulden is dat in het 4e kwartaal 2025 door het Ministerie van Justitie en Veiligheid ten behoeve van de Gemeentelijke Opvang Oekraïners 2025 abusievelijk € 3,2 mln. teveel aan de VRHM overgemaakt. Dit bedrag is begin 2026 terugbetaald. 3.3.3 Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de renterisiconorm in 2025 weergegeven:

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

33

Renterisiconorm

2025

2024

78.194

73.432

20%

20%

Renterisiconorm

15.639

14.686

Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen)

-3.470

-3.460

Ruimte onder renterisiconorm

12.169

11.226

(b edragen x € 1.000)

Begrotingstotaal (primitief) Wettelijk percentage

Uit bovenstaand tabel blijkt dat het bedrag aan langlopende leningen, waarover de VRHM een renterisico loopt, ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO) blijft. 3.3.4 Financiering De ontwikkeling van de leningenportefeuille is in onderstaande tabel gegeven: Ontwikkeling leningenportefeuille

2025

(bedragen x € 1.000)

Stand per 1 januari 2025

59.515

Nieuwe leningen

-

Reguliere aflossingen

-3.470

Vervroegde aflossingen

-

stand per 31 december 2025

56.045 2025

Leningnummer

Hoofdsom

Looptijd Einddatum Saldo 1/1

Betaalde Rente

Aflossing

Saldo 31/12

BNG 40.102390

2.500.000

20

15-12-2026

250.000

9.987

125.000

125.000

BNG 40.110864

3.000.000

15

1-12-2031

1.400.000

12.320

200.000

1.200.000

NWB 10030215

4.000.000

20

1-8-2039

2.926.829

16.405

195.122

2.731.708

BNG 40.113461

7.000.000

20

19-12-2039

5.307.934

23.049

342.952

4.964.982

NWB 10030988

6.500.000

40

1-6-2061

5.995.218

38.136

146.309

5.848.908

BNG 40.115302

5.000.000

20

13-12-2041

4.281.151

20.893

241.996

4.039.155

BNG 40.115760

7.000.000

20

7-6-2042

6.270.950

125.155

302.033

5.968.917

BNG 40.116672

10.000.000

40

6-9-2063

9.750.000

324.531

250.000

9.500.000

BNG 40.116673

25.000.000

15

6-9-2038

23.333.333

779.167

1.666.667

21.666.667

Totaal

70.000.000

59.515.415

1.349.643

3.470.078

56.045.337

In 2025 zijn er geen nieuwe leningen afgesloten. De begrote extra lening van € 10,0 miljoen (zie Programmabegroting 2025) is niet nodig geweest. In de Programmabegroting 2026 was de aan te trekken lening 2025 al naar beneden bijgesteld. Na intensief treasurybeheer was het uiteindelijk in 2025 niet nodig geweest extra financiering aan te trekken. 3.3.5 Rentemethodiek en renteresultaat Voor de toerekening van de rentelasten maakt de VRHM gebruik van de rente-omslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

34

Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten aan de hand van de stand van de investeringen toegerekend aan de prestaties. De achterliggende gedachte is hierbij dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Bij de gehanteerde rentesystematiek wordt de betaalde rente omgeslagen over het totaal aan activa. Voor 2025 bedraagt dit 1,14%. Dit percentage wordt de omslagrente genoemd. Omslagrente

2025 (b edragen x € 1.000)

Aan taakvelden toe te rekenen rente Waarde vaste activa per 31 december 2025 Gemiddelde rente Keuze voor de omslagrente

830 72.806 1,14% 1,14%

Hieronder een overzicht van het renteresultaat: Renteresultaat

2025 (b edragen x € 1.000)

De externe rentelasten De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

1.327 -498 830

Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

830

Rente over het eigen vermogen Rente over voorzieningen Rente over het eigen vermogen en voorzieningen

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

830

Aan taakvelden toegerekende rente

-1.327

Renteresultaat op het taakveld Treasury

-498

3.3.6 Schatkistbankieren Op grond van de ‘Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido)’ houdt VRHM haar overtollige middelen gedurende het jaar aan bij de schatkist. Het gemiddelde saldo van de overtollige middelen van een kwartaal mag het drempelbedrag niet overschrijden. Dat is in 2025 ook niet gebeurd. Het drempelbedrag voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner dan of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal. Waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Berekening drempelbedrag (bedragen x € 1.000)

2025

Begrotingstotaal verslagjaar

78.194

Drempelbedrag VRHM (2,0%)

1.564

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

35

Berekening

2025 (bedragen x € 1.000)

Drempelbedrag

1.564 1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

300

300

300

300

1.264

1.264

1.264

1.264

-

-

-

-

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 2025 (bedragen x € 1.000) 1e kw. 2e kw. 3e kw. 4e kw. Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen 27.002 27.300 27.600 27.600 tellen als nihil) Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

300

300

300

300

3.3.7 Overig Complexe financiële producten De veiligheidsregio maakt, conform het treasurybeleid, geen gebruik van complexe financiële producten, zoals derivaten. Geldstromenbeheer De betalingen van de VRHM vinden zo veel mogelijk via de BNG plaats. Met de BNG is daartoe een kredietfaciliteit van € 6 miljoen overeengekomen.

3.4 Paragraaf verbonden partijen (artikel 15 BBV lid 2 BBV) 3.4.1 Openbaar belang dat behartigd wordt In 2025 heeft VRHM twee verbonden partijen: • Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). • Stichting Expertise Risicobeheer Veiligheidsregio’s. De Veiligheidsregio behartigt, op grond van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling, de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: • De brandweerzorg. • Het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer. • De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. • De multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. • De samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

36

Gemeente

Aantal stemmen

Percentage Inwonersbijdrage Percentage 2025 Bedragen x € 1.000,-

Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas totaal VRHM

6 2 4 2 2 4 3 6 2 2 2 3 2 2 2 2 1 3 50

12% 4% 8% 4% 4% 8% 6% 12% 4% 4% 4% 6% 4% 4% 4% 4% 2% 6% 100%

8.737 2.939 6.257 1.682 2.295 4.747 4.261 13.466 2.317 1.843 2.081 3.720 1.900 2.776 1.953 2.247 754 3.443 67.420

13% 4% 9% 2% 3% 7% 6% 20% 3% 3% 3% 6% 3% 4% 3% 3% 1% 5% 100%

Conform Artikel 51 van de Gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRHM geldend per 1 januari 2014 waarborgen dan wel stellen zich garant voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio Artikel 51 Waarborg/Garantstelling 1. 2.

3.

De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet. De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant voor de Veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

37

3.5 Paragraaf bedrijfsvoering (artikel 14 BBV) De beleidsverantwoording is opgenomen onder ‘Programmataak Bedrijfsvoering’ (pag. 20). Dit is conform de indeling van de programmabegroting 2025. 3.5.1 Toelichting Rechtmatigheidsverantwoording 2025 N.B. De rechtmatigheidsverantwoording 2025 is, evenals de jaarrekening 2025, nog aan accountantscontrole onderhevig. Toelichting volgt in de definitieve jaarstukken 2025. Toelichting algemeen Conform de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025 zijn over- en onderschrijdingen op de lasten en overschrijdingen op de investeringskredieten te allen tijde onrechtmatig. In de Financiële paragraaf van de T2- rapportage 2025 (AB 4 december 2025, schriftelijk) is melding gemaakt van een verwacht exploitatieresultaat 2025 van circa € 1,4 miljoen positief (exclusief CAO-component). De opbouw van deze prognose valt grofweg uiteen in drie delen: (1) minder uitkering van gelden voor Functioneel Leeftijdontslag (FLO), (2) onderuitputting Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) en (3) onderuitputting regulier personeelsbudget. Er is daarmee sprake van een acceptabele onrechtmatigheid. Toelichting Begrotingscriterium ➢ Onderschrijding lasten programma Fysieke Veiligheid. De lasten in 2025 bedroegen € 77,4 mln. ten opzichte van € 79,4 begroot, totaal € 1,9 mln. minder.

Actie(s) ondernomen door het Dagelijks Bestuur om vermelde afwijking(en) (in de toekomst) te voorkomen. Op basis van de T2-2025 rapportage is, op basis van de geprognosticeerde kosten, het Algemeen Bestuur geïnformeerd over een verwachte onderschrijding van de lasten 2025 van € 1,4 mln. (exclusief CAO), met mogelijk een hogere onderschrijding vanwege het CAO-effect. ➢ Investeringsbudgetten (kredieten) Met het vaststellen van de programmabegroting autoriseert het Algemeen Bestuur ook de investeringskredieten van het Programma Fysieke Veiligheid op het totaalbedrag van het Meerjaren Investeringsplan (“Beschikbaar te stellen de voorgenomen kredieten voor de investeringen en machtiging te verlenen tot het aantrekken van de benodigde financiering voor gedekte investeringen”). De door het Algemeen Bestuur vastgestelde kredieten in de Programmabegroting 2025 (€ 10,9 mln.) zijn vergeleken met de realisatie (€ 9,4 mln.). De conclusie is dat er geen sprake is overschrijding van de bestuurlijke aangevraagde kredieten voor investeringen. Toelichting Voorwaardencriterium Europese aanbestedingsregels Op basis van de totale spendanalyse per 31 december 2025 is het overzicht met de spend per crediteur opgesteld. Voor de volgende crediteuren is een toelichting opgesteld:

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

38

o o

Crediteuren met een spend over de afgelopen 4 jaar, die boven de EUaanbestedingsgrens uitkomt; Crediteuren met een hoge spend in 2025, die in z’n totaliteit richting de EUaanbestedingsgrens gaat.

De beoordeling is nog aan de accountantscontrole 2025 onderhevig. Reactie VRHM: N.t.b. Financiering en treasury In 2025 zijn geen leningen aangetrokken. In de T2-2025 rapportage is vermeld dat we monitoren op basis van de beschikbare liquiditeiten of het aantrekken van die financiering daadwerkelijk (deels) nodig is. Toelichting M&O criterium Dit criterium is niet van toepassing op de VRHM, daar de organisatie geen subsidies of uitkeringen verstrekt c.q. geen heffingen int.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

39

3.5.2 Duurzaamheidsrapportage In 2024 is voor het eerst gerapporteerd volgens de indeling van de Europees geharmoniseerde Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Dat was een eerste aanzet en zeker nog niet compleet. Eerste stappen dubbele materialiteitsanalyse In 2025 hebben we eerste stappen ondernomen om de dubbele materialiteitsanalyse uit te voeren. Het traject had drie doelen: • gedeelde inzichten verkrijgen via een Dubbele Materialiteitsanalyse; • impacts, risico’s en kansen per ESG-thema systematisch beoordelen; • prioriteiten bepalen die richting geven aan beleid, rapportage en besluitvorming. Enerzijds willen we scherper sturen op de thema’s waar VRHM de grootste positieve en negatieve impacts heeft of kan hebben; anderzijds willen we inzichtelijk maken welke duurzaamheidsthema’s materieel zijn voor onze waardecreatie en risicopositie. Dit vormt het fundament voor een duurzaamheidsrapport en een dashboard dat sturing en verantwoording ondersteunt. We voerden dit traject gefaseerd uit met stakeholders uit verschillende afdelingen.

Na het bepalen van de scope en de context is een longlist opgesteld met belangrijke duurzaamheidsthema’s, gebaseerd op Europese richtlijnen en VRHM-specifieke thema’s: • Welzijn & arbeidsveiligheid • Energie • Luchtverontreiniging • Zorgwekkende stoffen • Klimaatadaptatie • Circulair inkopen • Wateronttrekking Deze thema’s moeten beoordeeld worden op impact, risico’s en kansen, om vervolgens scores toe te kennen op impactmaterialiteit en financiële materialiteit. Dit is deels en heel globaal gedaan: er bleken teveel ontwikkelingen te spelen op rapportagegebied. Voor nu zijn er drie onderwerpen benoemd (Circulair Inkopen, Wateronttrekking en Welzijn & Arbeidsveiligheid), waar we de kpi’s verder van gaan uitwerken. De laatste stappen van de dubbele materialiteitsanalyse moeten nog verder afgerond worden.

Algemene vereisten (ESRS 1) en algemene toelichtingen (ESRS 2) Maatstaven, doelen en beleidsdoelstellingen In 2021 heeft de VRHM de volgende ambities vastgesteld: • De VRHM is een klimaat neutrale en circulaire organisatie, waar gebruik wordt gemaakt van duurzaam opgewekte energie, en materialen en grondstoffen oneindig worden hergebruikt; • Verduurzaming vormt een integraal onderdeel van het besluitvormingsproces, de totstandkoming van beleid en professioneel handelen binnen de VRHM; • Duurzaamheid zit diep ingebed in de organisatiecultuur en de werknemers van de VRHM voelen en dragen verantwoordelijkheid voor het klimaat; • De VRHM zoekt actief de samenwerking met andere Veiligheidsregio’s en relevante partijen om kennis uit te wisselen op het gebied van duurzaamheid. De VRHM werkt volgens de methodiek van de CO2-prestatieladder en wil steeds hoger op de ladder komen. In 2025 zijn we gecertificeerd over de voetafdruk van 2024 en hebben we het

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

40

certificaat voor trede 3 van de CO2-prestatieladder (versie 3.1) behouden. Voor de periode 2024– 2026 wordt de CO2 uitstoot van 2022 als basis gebruikt. We gaan dus vanaf nu altijd reduceren ten opzichte van 2022 met de volgende doelstellingen: i. Scope 1: -30% CO2-reductie in 2026 t.o.v. 2022; ii. Scope 2: -20% kWh in 2026 t.o.v. 2022; iii. Scope 3 - dienstreizen: -15% CO2-reductie in 2026 t.o.v. 2022. Hieronder worden de standaarden voor milieu (Environment) verder toegelicht. De KPI’s van Social en Governance staan nog verspreid in deze rapportage. ESRS E1 Klimaatverandering Onderstaand figuur geeft de CO2-voetafdruk van VRHM met de ontwikkeling ten opzichte van 2022.

Voortgang op doelstellingen i. Scope 1: -8% ii. Scope 2: -7% iii. Scope 3: +18% De uitstoot van het wagenpark is ten opzichte van 2023 gedaald met 4%, terwijl het aantal incidenten met 1% toenam. De daling komt grotendeels doordat een aantal wagens HVO100 is gaan tanken. Het gasverbruik is t.o.v. 2022 afgenomen, maar t.o.v. 2023 toegenomen. Dit is niet de verklaren o.b.v. de buitentemperatuur. Ditzelfde geldt voor het elektriciteitsverbruik. De stijging in de uitstoot van dienstreizen vlakt af. Het aandeel dat met openbaar vervoer wordt afgelegd, stijgt. Maatregelen die in 2025 zijn uitgevoerd t.b.v. het verkleinen van de CO2-voetafdruk: • Huisvesting: een belangrijke stap is het strategisch vastgoedplan, een belangrijke voorwaarde voor beslissingen over het vastgoed. Verder is een aantal

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

41

•

• • •

kleinere maatregelen doorgevoerd, bijvoorbeeld bij kazerne Rijnsburg. Vanwege te lage bezetting bij het team Huisvesting lopen de geplande maatregelen achter op planning. Mobiliteit: in 2025 zijn 20 wagens HVO100 gaan tanken. Het aantal locaties waar je HVO100 kunt tanken was beperkt. We zijn een pilot gestart met een tank op locatie om te kijken of we het gebruik van HVO100 kunnen uitbreiden. Voorwaarde is een positieve uitkomst van het onderzoek van het NIPV of de milieuwinst van HVO100 echt zo groot is. Op het moment dat VRHM meer wagens op HVO100 kan laten rijden, kunnen de reductiedoelstellingen nog gehaald worden. Personenmobiliteit: bij evenementen worden medewerkers gevraagd zo duurzaam mogelijk te reizen. Ook diverse ‘wist-je-datjes’ zijn hieraan gewijd. Circulariteit en indirecte emissies: in een aantal aanbestedingstrajecten (waaronder lunches) is extra aandacht besteed aan de 10R’en van circulariteit. Bewustwording: een aantal communicatieacties is gedaan, zoals ‘wist-je-datjes’ over duurzaamheid, het boompje van de maand voor het beste duurzame idee, informatie en ludieke acties tijdens de week van de circulaire economie en de klimaatweek, een circulaire escaperoom en bomen planten samen met de politie.

3.5.3 Continuïteit Er zijn geen continuïteitsrisico’s (van materieel belang), zijnde gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen ontstaan, over de mogelijkheid van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden om haar continuïteit te handhaven. Deze continuïteitsveronderstelling is gebaseerd op: ➢ Wet gemeenschappelijke regelingen. Het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam stelt de begroting en de bijdrage van de deelnemende gemeenten vast. ➢ Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Een bij Wet veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio treffen een gemeenschappelijke regeling, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio. Artikel 51 (Waarborg / Garantstelling) van de gemeenschappelijke regeling VRHM bepaalt dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. ➢ Een structureel en reëel sluitende begroting. De VRHM heeft een sluitende Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028.

➢ De VRHM heeft voldoende middelen en financiering om de wettelijke taken van het Jaarplan 2025 (‘voorzienbare’ toekomst) in continuïteit te kunnen vervullen; ➢ Het huidige weerstandsvermogen duidt op ‘voldoende’ weerstandsvermogen, conform de normtabel die NARIS hanteert (ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente). ➢ Provincie Zuid-Holland: Financieel Toezicht gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Met het toezicht wordt beoogd een gezonde financiële situatie bij gemeenten en gemeenschappelijke regelingen te bevorderen. De VRHM staat onder repressief toezicht (bevestigd door provincie Zuid-Holland in de brief van 22 september 2025).

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

42

3.6 Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (hierna: Woo) schrijft een transparante en actief openbaar makende overheid voor. In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Woo wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Hiermee wordt een impuls gegeven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De VRHM maakt op dit moment de belangrijkste verslagen en verantwoordingsrapportages (waaronder de Programmabegroting en de Jaarstukken) en de vergaderstukken van het Algemeen Bestuur actief openbaar. Verder is binnen de organisatie het proces van ontvangst, beoordeling en verwerking van een aanvraag tot openbaarmaking uitgewerkt en belegd. De website is aangevuld met een Wooformulier. In 2025 zijn diverse Woo-verzoeken afgehandeld. De VRHM zal in de komende periode in samenspraak met het Bestuur nagaan of meerdere documenten en/ of rapportages actief openbaar gemaakt zullen worden.

3.7 Klachtenregeling De VRHM heeft in 2025 de klachtenregeling een eigen webpagina gegeven op www.vrhm.nl/klachtenregeling. Het doel van de klachtenregeling is: • Het op efficiënte wijze zorgen voor een eenduidige registratie, afhandeling en analyse van klachten om: o oorzaken weg te nemen; o herhaling te voorkomen; o klanttevredenheid te realiseren. • Het leren van de klacht en zo nodig wijzigingen aan te brengen in ons functioneren. In 2025 zijn vier klachten gemeld. Twee daarvan zijn conform klachtenregeling in behandeling genomen, de andere twee zijn in der minne opgelost.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

43

4. Jaarrekening 2025

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

44

Balans per 31 december 2025

Activa

31-12-2025

31-12-2024

(bedragen x € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut

Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

68.988

72.806

Totaal

72.806

68.988

8.067

7.716 7.716

8.067

80.522

77.055

Totaal Totaal vaste activa

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Totaal Liquide middelen - Banksaldi Totaal Overlopende activa - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel a Europese overheidslichamen b Het Rijk c Overige Nederlandse overheidslichamen - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal Totaal vlottende activa

Totaal activa

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

306

74

6.077 93

6.098 118 6.477

445

6.289

317 445

500 -

317

179 924

1.124

1.213 1.624

2.316

8.545

8.922

89.067

85.977

45

Passiva

31-12-2025

31-12-2024

2305 5602 2019

1.125 5.019 3.205

(bedragen x € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen - Reserves a. Algemene reserve b. Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat Totaal Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Voorziening ter egalisatie van kosten Totaal Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van a. Binnenlandse banken en overige financiële instellingen b. Openbare lichamen Totaal

9.926

8067 -

9.349

7.836 8.067

56.045 -

Totaal vaste passiva

7.836

59.515 56.045

59.515

74.038

76.701

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Overige schulden Totaal Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren a. Voorschotten van het Rijk Totaal Totaal vlottende passiva Totaal passiva

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

12.020

7.175 12.020

1.161

7.175

1.073

1.848

1.028 3.008

2.101

15.027

9.276

89.067

85.977

46

Overzicht van baten en lasten over 2025

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

47

Het gerealiseerde resultaat 2025 (vóór bestemming) bedraagt € 2,0 mln. positief. Toelichting verschil in baten De baten in 2025 bedroegen € 79,3 mln. ten opzichte van € 78,8 begroot (na begrotingswijziging). De baten liggen dus totaal € 0,5 mln. hoger dan begroot. Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdragen bedragen € 67,1 mln. en zijn gelijk aan de begroting 2025 (na 2e begrotingswijziging). Rijksbijdrage BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) De totale Rijksbijdrage BDUR bedraagt € 10,4 mln. en is in lijn met de begroting 2025. Overige baten De overige baten bedragen € 1,8 mln. en zijn € 0,4 mln. hoger dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door de hogere renteopbrengst uit deposito ad € 0,2 mln. en hogere uitkeringen werknemersverzekeringen door het UWV ad € 0,1 mln. Toelichting verschil in lasten De totale lasten (na begrotingswijziging) bedragen € 77,4 mln. en liggen per saldo € 2,0 mln. lager dan de programmabegroting 2025 (na begrotingswijziging). De lasten binnen de programmataak Risico- en Crisisbeheersing liggen € 1,3 mln. lager dan begroot. De voornaamste oorzaak is dat € 0,9 mln. van het totaal aan ontvangen geld uit de extra Brede doeluitkering 2025 niet binnen Risico- en Crisisbeheersing is besteed. Vooruitlopend op de 10% bezuiniging van de BDuR in 2026 is € 0,9 miljoen niet (structureel) ingevuld.

In de Programmabegroting 2025 waren de rentelasten ingeschat op € 2,0 mln. Aangezien zowel in 2024 als in 2025 de aanwezige liquiditeit geen aanleiding gaf om nieuwe leningen af te sluiten, zijn de rentelasten 2025 uiteindelijk € 0,7 mln. lager uitgevallen dan begroot. De lasten binnen Management en Ondersteuning liggen per saldo € 0,3 mln. lager dan begroot. Binnen Directie en Staf liggen de lasten echter € 0,2 mln. hoger dan begroot. De oorzaak is dat hier het in 2026 te betalen bedrag ad € 0,5 mln., dat voortkomt uit de nieuwe CAO-verhoging van 4,1% per 1 augustus 2025, op totaal niveau is verantwoord. In de Programmabegroting 2025 is een hogere salaristoename voor 2025 begroot dan daadwerkelijk in de, per 16 maart 2026 vastgestelde nieuwe CAO, is overeengekomen. De totale inhuurlasten in 2025 liggen € 1,3 mln. hoger dan begroot. De oorzaak is dat diverse vacatures op cruciale functies niet met vast personeel ingevuld kon worden. Deze knelpunten in de bezetting zijn vervolgens met tijdelijk personeel ingevuld. Het gevolg is dat de salarislasten van het vaste personeel minder zijn dan begroot. Ook in combinatie met de andere CAO dan vooraf ingeschat. De VRHM kent in totaal 3 voorzieningen. De voorziening voor verlofsparen, Functioneel leeftijdsontslag (FLO) en ‘Personeel’. Per saldo is € 0,2 mln. meer aan de voorzieningen gedoteerd.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

48

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1. 2.

3.

4.

5.

De jaarrekening is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Indien er sprake is van (eenmalige) effecten van grote omvang dient een verplichting opgenomen te worden.

Materiële vaste activa: Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de investering is afgerond/verworven. o Vanaf 1 januari 2025 is de GHOR Hollands Midden onderdeel geworden van de VRHM. De bij deze transitie van de GHOR overgenomen activa wordt echter, in afwijking van de algemene grondslag, al afgeschreven vanaf het jaar van de overname (2025). De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren: Soort activum Jaren Gronden en terreinen Gebouwen 10-40 Mobiliteit 5-15 Persoonlijke Functionele 2-20 Uitrusting (PFU) ICT-middelen 3-10

6.

Voor het bepalen van de afschrijvingstermijnen is het bepaalde in artikel 12 Waardering en afschrijving van vaste activa (inclusief de bijlage) van de Financiële Verordening 2025 van toepassing. De minimale activeringsgrens is € 25.000,- voor aangeschafte (groep) activa. Investeringen in software betreft veelal een SaaS-oplossing en worden daarom niet geactiveerd en afgeschreven. Financiële vaste activa: Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

49

7.

8. 9.

10.

11.

12. 13.

Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen. Eigen vermogen: In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves betreft een besluitvorming in het Algemeen Bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene- en bestemmingsreserves. Zodra het Algemeen Bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een bestuursbesluit genomen voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van: o Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten.

o Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. o Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. o Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of één jaar of langer worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De ‘Niet uit de balans blijkende verplichtingen’ met een significant financieel belang worden toegelicht. Voor de opname wordt geen grensbedrag gehanteerd.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

50

Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals vastgelegd in de Financiële verordening, gemeenschappelijke regeling VRHM, het Controleprotocol en normenkader 2025 VRHM en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: -

-

-

Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader 2025, zoals op 4 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld. In dit normenkader zijn de interne aanbestedingsregels buiten het normenkader gehouden; Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn. Omdat in de hiervoor beschreven kaders nog geen nadere afspraken zijn opgenomen wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn, zijn alle overschrijdingen geclassificeerd als “niet-acceptabel”. Ten aanzien van het M&O criterium zijn instrumenten zoals de integriteitsverklaring leidend. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV en onze eigen Financiële verordening gemeenschappelijke regeling 2025 en het Controleprotocol en normenkader 2025. Dit betekent dat: Een verantwoordingsgrens van 2 % (zijnde € 1.549.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

51

Toelichting op de balans per 31 december 2025

Vaste activa Materiële vaste activa De VRHM heeft alleen vaste activa met economisch nut in eigendom. De materiële vaste activa bedragen per 31-12-2025 € 72,8 mln. en bestaan voornamelijk uit gebouwen en vervoersmiddelen. De toename in 2025 van € 9,4 mln. bestaat uit de investeringen in vervoermiddelen en overige materiele vaste activa. De investeringen worden hieronder weergegeven. Materiële vaste activa

Saldo

(b edragen x € 1.000)

31-12-2024

Investeringen

Desinves- Afschrijvingen Afschrijvingen teringen desinvesteringen

Saldo 31-12-2025

Gronden en terreinen

2.160

-

-

-

-

2.160

Gebouwen

24.901

616

-

-

-1.262

24.255

Vervoermiddelen

29.635

4.279

-

-

-2.607

31.308

Overige materiële vaste activa

11.286

4.257

-

-

-1.404

14.139

ICT-middelen

1.006

222

-

-

-284

943

Totaal

68.988

9.374

-

-

-5.556

72.806

Financiële vaste activa Financiële vaste activa (b edragen x € 1.000)

Saldo 31-12-2024

Vordering gemeente Gouda

8.067

Totaal

8.067

Saldo Ontvangst

-351

31-12-2025

7.716 7.716

De financiële vaste activa bedraagt per 31-12-2025 € 7,7 mln.. De afname in 2025 van € 351.000 wordt veroorzaakt door de jaarlijkse ontvangst van de gemeente Gouda. De VRHM ontvangt jaarlijks een vast bedrag van € 351.000 voor de afkoop van de FLO-rechten van voormalig Goudse medewerkers die bij de regionalisatie in dienst zijn gekomen van de VRHM. Bij de start van de VRHM is met de gemeente Gouda afgesproken dat de gemeente Gouda jaarlijks een vaste vergoeding betaalt voor de FLO-rechten van hun oud-medewerkers. De nominale waarde van deze vordering staat op de balans als langlopende vordering (financieel vast actief) en loopt af in 2047. Tegenover deze langlopende vordering staan de FLOverplichtingen aan de medewerkers. Deze zijn opgenomen in de voorziening FLO-Gouda.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

52

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-12-2025

Saldo 31-12-2024

306

74

Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

6.077 93

6.098 118

Totaal

6.477

6.289

Vorderingen op openbare lichamen

De vlottende activa bedragen per 31 december 2025 € 6,5 mln. en zijn in lijn met 2024. Het saldo bestaat voornamelijk uit Uitzettingen ’s Rijks schatkist (€ 6,1 mln.). De vorderingen op openbare lichamen bedragen € 0,3 mln. en bestaan voornamelijk uit 2 vorderingen (NIPV en Veiligheidsregio Haaglanden). De uitzettingen in ’s Rijks Schatkist betreffen de liquide middelen die conform de regeling Schatkistbankieren decentrale overheden binnen ’s Rijks Schatkist dienen te worden aangehouden. Hiermee voldoet de VRHM aan de drempelwaarde voor het aanhouden van gelden buiten ’s Rijks Schatkist. Voor het overzicht van de berekening van de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren wordt verwezen naar paragraaf 4.3 Financiering. Liquide middelen

De totale liquide middelen bedragen per 31-12-2025 € 445.000,- en bestaan uit banksaldi. De banksaldi zijn toegenomen ten opzichte van 2024. Het per ultimo 2025 aangehouden saldo aan liquide middelen blijft binnen de normering van de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

53

Overlopende activa Overlopende activa (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-12-2025

Saldo 31-12-2024

500

179

-

924

1.124

1.213

1.624

2.316

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel a Europese overheidslichamen b Het Rijk c Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal

De overlopende activa bedragen per 31 december 2025 € 1,6 mln. en zijn met € 691.000,afgenomen. Deze afname is met name veroorzaakt doordat per 1-1-2025 de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen voor de CNO zijn beëindigd. De vordering op het Rijk is met € 0,3 mln. toegenomen tot € 0,5 mln. en bestaat uit nog te ontvangen bedragen voor de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen voor de GOO (Oekraïne). Deze kosten worden middels een SiSa-verantwoording in rekening gebracht bij het Ministerie van Justitie & Veiligheid.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

54

Vaste passiva Eigen vermogen Eigen vermogen (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-122025

Saldo 31-122024

Reserves

7.907

6.144

Gerealiseerd resultaat

2.019

3.205

Totaal

9.926

9.350

Het eigen vermogen (inclusief het gerealiseerd resultaat 2025) bedraagt per 31-12-2025 € 9,9 mln en bestaat voornamelijk uit de reserves. Het gerealiseerd resultaat 2025 voor resultaatsbestemming bedraagt € 2,0 mln. Conform het vaststellingsbesluit 2024 is in 2025 een deel van het positief rekeningresultaat ad € 1.822.220 aan de deelnemende gemeenten, conform hun (relatieve) aandeel in de gemeentelijke bijdragen aan de VRHM in 2024, terugbetaald. Reserves Reserves (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-12-2025

Saldo 31-12-2024

Bestemmingsreserves

2.305 5.602

1.125 5.019

Totaal

7.907

6.144

Algemene reserve

Het totaalbedrag aan Reserves bedraagt per 31-12-2025 € 7,9 mln. Deze worden hieronder verder uitgesplitst.

In 2025 hebben de volgende mutaties in de Algemene Reserve plaatsgevonden: • Verhoging met € 650.000,- conform de resultaatbestemming 2024; • Per 1-1-2025 is de GHOR overgekomen van Hecht. Hiermee is ook het eigen vermogen van de GHOR ad € 530.000,- overgekomen en toegevoegd aan de algemene reserve.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

55

Het saldo van de bestemmingsreserves bedraagt per 31-12-2025 € 5,6 mln. en is in 2025 per saldo met € 583.000,- toegenomen. De mutaties in 2025 (voor resultaatsbestemming) worden hieronder verder toegelicht. 1) Samenwerken loont Doel van de reserve: Ter dekking van de incidentele kosten voor multi-beleidsvoornemens. Mutaties 2025

Begroot

Overige mutatie

-

Realisatie -

Verschil -

Toelichting mutaties 2025: In 2025 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.

2) Flankerend beleid Doel van de reserve: Het opvangen van financiële negatieve gevolgen van organisatieontwikkeling voor de medewerkers. Voorbeelden zijn bijscholing, herplaatsingen, outplacement, vervroegde uittredingsmogelijkheden om in uiterste gevallen het treffen van stimuleringsmaatregelen bij vertrek. Mutaties 2025: Overige mutatie

Begroot -

Realisatie -

Verschil -

Toelichting mutaties 2025: In 2025 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

56

3) Ontwikkel en Innovatiebudget Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met het versnellen en versterken van het ontwikkelproces van de Veiligheidsregio Hollands Midden (bestedingsfunctie). Mutaties 2025: Onttrekking

Begroot -

Realisatie -

Verschil -

Toelichting mutaties 2025: In 2025 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.

4) Groot Onderhoud Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van de meerjaren onderhoudsplanning MJOP, huisvesting. Mutaties 2025: Onttrekking

Begroot -

Realisatie -

Verschil -

Toelichting mutaties 2023: In 2025 stelt VRHM voor om € 20.000,- te onttrek k en uit deze reserve. Dit betreft een specifiek e en voorziene schilderbeurt van een k azerne. De onttrek k ing is nog niet verwerk t in het resultaat.

5) 2e Loopbaanbeleid Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid binnen de VRHM.

Mutaties 2025: Onttrekking

Begroot -

Realisatie -

Verschil -

Toelichting mutaties 2025: In 2025 stelt VRHM voor om € 9.000,- te onttrek k en uit deze reserve. Dit betreffen specifiek e opleidingsk osten. De onttrek k ing is nog niet verwerk t in het resultaat.

DB 16 april 2026 - Voorlopige jaarstukken 2025 VRHM

57

6) Wendbare en weerbare bedrijfsvoering Doel van de reserve: De uitdagingen rondom het op orde brengen van de bedrijfsvoering, die over een periode van meerdere begrotingsjaren lopen, op te pakken.

Mutaties 2025:

Begroot

Dotatie

-

Onttrekking

-362

Realisatie

Verschil

677

677 -

-

Toelichting mutaties 2025: De reserve is gevormd vanuit de resultaatbestemming 2023. De dotatie vanuit de resultaatbestemming 2024 bedroeg € 677.000,-. In 2025 is bij de 1ste begrotingswijziging 2025 een onttrekking begroot van € 362.000,-. VRHM stelt voor om in 2025 € 151.000,- te onttrek k en uit de reserve. Dit betreft de ondersteuning van de verbijzonderde interne controle. De onttrek k ing is nog niet verwerk t in het resultaat.

7) Resterende exploitatielasten MK HM Doel van de reserve: Gedeeltelijke dekking van de resterende exploitatielasten van de oude GMK Hollands Midden.

Mutaties 2025: Onttrekking

Begroot

Realisatie

Verschil

-150

-150

-

Toelichting mutaties 2025: De onttrekking is ter dekking van de kapitaallasten ivm de herbestemming van de Meldkamer.

8) FLO Gouda Doel van de reserve: De reserve dient ter egalisatie van de verschillen inde balansposten Financiële vaste activa FLO Gouda en Voorziening FLO Gouda, in het kader van het FLO-overgangsrecht voor de medewerkers in dienst van de gemeente Gouda ten tijde van het instellen van het FLO-overgangsrecht. De verschillen kunnen onder andere ontstaan door collega’s die uit dienst gaan, veranderende (fiscale) wet- en regelgeving, stelselwijzigingen of wijzigingen in gehanteerde rekenrentes. Mutaties 2025: Onttrekking

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17006259/1