CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Herstelbesluit Bestemmingsplan ‘Verzamelplan Zuidplas 2023’ – Regels (aangepast) Z25.003413

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Herstelbesluit bestemmingsplan Verzamelplan Zuidplas 202319.735 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Verzamelplan Zuidplas 2023 Gemeente Zuidplas REGELS

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.1892.BpVerzamelp04Zpl-Va02

Datum:

10 maart 2026

Kenmerk Buro SRO:

SR220027

Opdrachtgever:

Gemeente Zuidplas

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

2

Inhoudsopgave hoofdstuk 1 Inleidende regels ................................................................................................................... 4 Artikel 1 Begrippen.................................................................................................................................................... 4 Artikel 2 Wijze van meten ....................................................................................................................................... 10

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................. 12 Artikel 3 Agrarisch ................................................................................................................................................... 12 Artikel 4 Agrarisch - Glastuinbouw .......................................................................................................................... 14 Artikel 5 Bedrijf ....................................................................................................................................................... 19 Artikel 6 Bedrijventerrein ........................................................................................................................................ 21 Artikel 7 Groen ........................................................................................................................................................ 24 Artikel 8 Lintzone .................................................................................................................................................... 26 Artikel 9 Maatschappelijk........................................................................................................................................

30 Artikel 10 Recreatie ................................................................................................................................................. 31 Artikel 11 Tuin ......................................................................................................................................................... 32 Artikel 12 Verkeer ................................................................................................................................................... 34 Artikel 13 Water ...................................................................................................................................................... 35 Artikel 14 Wonen .................................................................................................................................................... 36 Artikel 15 Leiding - Hoogspanning........................................................................................................................... 39 Artikel 16 Leiding - Hoogspanningsverbinding ........................................................................................................ 41 Artikel 17 Leiding - Rivierwatertransport ................................................................................................................

43 Artikel 18 Leiding - Water ....................................................................................................................................... 45 Artikel 19 Waarde - Archeologie - 2 ........................................................................................................................ 46 Artikel 20 Waarde - Archeologie - 3 ........................................................................................................................ 48 Artikel 21 Waarde - Archeologie - 4 ........................................................................................................................ 50 Artikel 22 Waterstaat - Waterkering ....................................................................................................................... 52

hoofdstuk 3 Algemene regels .................................................................................................................. 54 Artikel 23 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................................. 54 Artikel 24 Algemene bouwregels ............................................................................................................................ 54 Artikel 25 Algemene gebruiksregels ........................................................................................................................ 54 Artikel 26 Algemene afwijkingsregels ..................................................................................................................... 54 Artikel 27 Algemene wijzigingsregels ...................................................................................................................... 55 Artikel 28 Overige regels ......................................................................................................................................... 55

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels ..................................................................................................... 64 Artikel 29 Overgangsrecht....................................................................................................................................... 64 Artikel 30 Slotregel .................................................................................................................................................. 64

3

hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan het bestemmingsplan Verzamelplan Zuidplas 2023 van de Gemeente Zuidplas als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.1892.BpVerzamelp04Zpl-Va02;

1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);

1.3 verbeelding de verbeelding van het bestemmingsplan Verzamelplan Zuidplas 2023, met de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1892.BpVerzamelp04Zpl-Va02;

1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6 aan-huis-verbonden bedrijf het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid in ten hoogste categorie A van de als bijlage 1. opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging', geheel of overwegend door handwerk, alsmede kappers, schoonheidssalons, hondentrimsalons en pedicures die door hun beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten;

1.7 aan-huis-verbonden beroep het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch gebied, die door hun beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en de bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten;

1.8 antenne-installatie Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;

4

1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.10 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of bij een terrein, slechts bestemd voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk is;

1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.12 bestaand a.

b.

voor bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel mag worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (of de Woningwet); voor gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan met de daarbij behorende gebruiksregels;

1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.14 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.15 dakkapel een op een schuin dakvlak uitgebouwde uitstulping met een eigen dak, met dien verstande dat de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter boven de dakvoet is gelegen;

1.16 beperkt kwetsbaar object object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

1.17 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

5

1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.20 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.21 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel;

1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.23 dakopbouw een vergroting van een gebouw welke een onzelfstandige uitbreiding vormt van de onder het dak gelegen woning of andere daar gevestigde rechtmatige functie, en daarvan deel uitmaakt en de goothoogte verhoogt;

1.24 dark store een ruimte die wordt gebruikt om voorraad te houden voor producten/boodschappen die via flitsbezorging aan en bij de consument geleverd. Een dark store is niet toegankelijk voor consumenten en richt zich niet primair op het door middel van de uitstalling ter verkoop aanbieden van producten/boodschappen aan het winkelend publiek;

1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.26 ecologische waarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;

1.27 flitsbezorging een specifieke vorm van detailhandel annex bezorgdienst, waarvan de bedrijfsvoering hoofdzakelijk is gericht op de online verkoop en snelle levering van elektronisch aangeboden producten/boodschappen, welke vanuit een distributiecentrum, door een koeriersdienst aan en bij de consument worden geleverd, danwel ter plaatse door de consument kunnen worden afgehaald. Flitsbezorging richt zich niet primair op het door middel van de uitstalling ter verkoop aanbieden van producten/boodschappen aan het winkelend publiek;

6

1.28 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.29 grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf, dat functioneel geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van de ter plaatse bij het bedrijf behorende grond als agrarisch productiemiddel; hieronder vallen in elk geval niet: intensieve veehouderij, glastuinbouw, paardenhouderij, manege en paardenfokkerij;

1.30 hoofdgebouw een gebouw, dat op een perceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk is aan te merken;

1.31 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen;

1.32 jongerenontmoetingsplaats een plaats in de openbare ruimte waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten en kunnen recreëren;

1.33 kunstwerk bouwwerken ten behoeve van weg- en waterbouw;

1.34 kwetsbaar object object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

1.35 maatschappelijke voorzieningen het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben, met uitzondering van een seksinrichting;

1.36 nutsvoorziening een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water en elektriciteit, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, gemalen en zendmasten;

1.37 objecten van beeldende kunst de vorm van kunst waarbij het beeldende voorop staat. Een afbeelding in de zin van een uitbeelding, die een platte of een ruimtelijke vorm kan aannemen met een zichtbaar resultaat;

7

1.38 onderkomen voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.39 peil

•

voor hoofdgebouwen: het bouwkundig peil dat maximaal 0,1 m boven of onder de wegkruin van de voorliggende weg ligt;

•

voor aan - en uitbouwen: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw;

• •

in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil;

1.40 perceelsgrens grens van een perceel;

1.41 plattelandswoning een voormalige agrarische bedrijfswoning die door derden, die geen functionele binding hebben met het bedrijf, mag worden bewoond;

1.42 recreatiewoning een tot bewoning bestemd gebouw dat gelegen is op een officieel voor recreatie aangewezen terrein en-of bestemd is voor bewoning gedurende de vakantie;

1.43 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.44 voorgevel de gevel van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;

1.45 voorgevellijn de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; bij een hoekperceel wordt de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel, die naar de weg of openbaar groen is gekeerd, ook beschouwd als voorgevellijn.

1.46 voorziening van openbaar nut voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;

8

nutsvoorziening,

het

1.47 warmtehub een centraal punt in het warmtenet dat pieken en dalen opvangt in de warmtedistributie voor glastuinbouwbedrijven; 1.48 wonen het houden van verblijf of het gehuisvest zijn in een woning.

1.49 woning of wooneenheid een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden; onder woning wordt mede een zorgwoning begrepen.

1.50 (zeer) kwetsbare groepen doelgroepen met een permanente functionele beperking. Concreet groepen van personen, die door geestelijke of lichamelijke beperkingen of door zeer jonge leeftijd of door detentie, niet in staat zijn om zichzelf zonder daadwerkelijke hulp van buitenaf, binnen korte tijd in veiligheid te brengen (vluchten) of bescherming te zoeken tegen de nadelige effecten van een calamiteit (schuilen). Voorbeelden van functies bedoeld voor deze doelgroepen zijn: basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen, opvang gehandicapten, penitentiaire inrichtingen, enz.;

9

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van de regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.

2.2 bebouwingspercentage het deel van het bouwblok uitgedrukt in procenten dat gebouwd mag worden;

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 de breedte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren.

2.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel lager is gemonteerd dan het snijvlak van de gevel en het dakvlak, geldt de hoogte tot aan het snijvlak.

2.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. De inhoudsmaten zijn derhalve exclusief ondergrondse bouwwerken, zoals kelders.

2.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.8 de verticale bouwdiepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer.

10

2.9 het bruto vloeroppervlakte de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen. Ter aanvulling op bovenstaande geldt het volgende: a. b.

Indien een binnenruimte aan een andere binnenruimte grenst, moet worden gemeten tot het hart van de betreffende scheidingsconstructie; Indien een gebouwgebonden buitenruimte aan een binnenruimte grenst, moet het grondvlak van de scheidingsconstructie volledig worden toegerekend aan de bruto-vloeroppervlakte van de binnenruimte.

11

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

grondgebonden agrarische bedrijven c.q. -bedrijfsactiviteiten; één plattelandswoning ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning';

met de daarbij behorende: c. d. e. f. g.

parkeervoorzieningen; fiets- en voetpaden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; recreatief medegebruik; kunstwerken.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bouwregels: a. b. c.

bedrijfsgebouwen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak; de maximum goothoogte en maximum bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding; in afwijking van het bepaalde onder a is bebouwing toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', met dien verstande dat de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan resp. 5 en 8 m.

3.2.2 Plattelandswoningen Voor het bouwen van plattelandswoningen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

d. e. f.

g. h.

gebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; per functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' is ten hoogste één plattelandswoning toegestaan; de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goot- respectievelijk bouwhoogte; de inhoud van de plattelandswoning bedraagt, inclusief de bij de woning behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken, maximaal 750 m³; de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken per plattelandswoning bedraagt maximaal 70 m²; de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter; de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter.

12

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.

b. c. d.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1 m mag bedragen; de hoogte van silo's en overige opslagtanks bedraagt maximaal 15 m; de hoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 5 m; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 m.

3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 25 lid 1 wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d.

e.

het stallen en/of plaatsen en/of geplaatst hebben van onderkomens, stacaravans en recreatiewoningen, tenzij anders bepaald; wonen in vrijstaande bijgebouwen; seksinrichtingen; het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

13

Artikel 4 Agrarisch - Glastuinbouw 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b. c. d. e. f. g. h.

een glastuinbouwgebied met volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen en warmteopslagtanks; één agrarische bedrijfswoning ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning'; één plattelandswoning ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning'; alsmede uitsluitend een agrogerelateerd bedrijf, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – agrogerelateerd bedrijf'; gietwaterbassins en overige waterberging; alsmede uitsluitend een overslagbedrijf voor agrarische producten, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – overslag agrarische producten'; voorzieningen van algemeen nut behorende bij de glastuinbouwbedrijven als bedoeld in sub a; collectieve energievoorzieningen, collectieve voorzieningen ten aanzien van KWO's alsmede collectieve en/of individuele voorzieningen ten aanzien van inzameling en verwijdering van afval;

met de daarbij behorende: i. j. k. l. m. n. o.

erven en terreinen; verhardingen; parkeervoorzieningen; bermen, bermsloten en greppels; groenvoorzieningen; watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen a. b. c. d. e. f.

g. h. i.

bedrijfsgebouwen en kassen of andere opstallen van glas mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak alsmede binnen het vlak met de aanduiding 'glastuinbouw'; de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 13 meter; de bouwhoogte van de kassen bedraagt maximaal 10 meter; de afstand van bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens bedraagt tenminste 4 meter van een perceel van een derde; de kassen moeten worden gebouwd op een afstand van tenminste 2 meter uit de perceelsgrens van een perceel van een derde; maximaal 80% van het bouwvlak mag worden bebouwd, met dien verstande dat het vlak met functieaanduiding 'glastuinbouw', met inachtneming van het bepaalde in sub e, volledig mag worden bebouwd met kassen en andere opstallen van glas; voor elk bedrijf geldt, dat de kassen behorend bij een bedrijf aaneengesloten gebouwd dienen te worden; de afstand van gebouwen tot het hart van een hoofdwatergang bedraagt tenminste 5 meter; de afstand van een gebouw tot de as van een interne ontsluitingsweg (bedrijfsstraat) bedraagt tenminste 10 meter, met dien verstande dat bij nieuw aangelegde bedrijfsstraten door de bestaande glasgebieden hier van af kan worden geweken. In dat geval bedraagt de afstand van een gebouw tot de as van de (nieuwe) bedrijfsstraat tenminste 2 meter;

14

j.

voor zover door de aanwezigheid van bestaande legale gebouwen wordt afgeweken van het bepaalde onder b t/m i zijn die desbetreffende afwijkende afstands- en oppervlaktematen toegestaan.

4.2.2 Bedrijfswoningen en plattelandswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen en plattelandswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

e. f.

g.

h. i.

gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;; per functieaanduiding 'bedrijfswoning' is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan; per functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' is ten hoogste één plattelandswoning toegestaan; de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goot- respectievelijk bouwhoogte; de inhoud van de bedrijfswoning of plattelandswoning bedraagt, inclusief de bij de woning behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken, maximaal 750 m³; de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning of plattelandswoning bedraagt maximaal 70 m², tenzij de bestaande legaal aanwezige bebouwing een grotere oppervlakte heeft in welk geval deze oppervlakte als maximum geldt; de goothoogte van aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter; de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. b. c. d. e. f.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen mogen alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak en het vlak met functieaanduiding 'glastuinbouw'; de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter; in afwijking van het bepaalde in sub b bedraagt de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn van de woning maximaal 1 meter; de hoogte van warmteopslagtanks, warmtebuffers en installaties ten behoeve van de energievoorziening bedraagt maximaal 15 meter; de hoogte van schoorstenen bedraagt maximaal 15 meter; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Bedrijfsgebouwen Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 sub d ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen tot op de perceelgrens, met dien verstande dat: a. b. c.

er sprake moet zijn van de bouw van een bedrijfsgebouw als collectieve voorziening; de ontheffing slechts wordt verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; de gebouwen ter plaatse nodig te zijn uit een oogpunt van optimale bedrijfsvoering.

15

4.3.2 Kassen Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 sub e ten behoeve van het bouwen van kassen op een kortere afstand van een bedrijfswoning dan 10 meter, met dien verstande dat: a. b. c.

er sprake moet zijn van vervanging van reeds bestaand glas; de ontheffing slechts wordt verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; de gebouwen ter plaatse nodig te zijn uit een oogpunt van optimale bedrijfsvoering c.q. aangetoond kan worden dat het niet anders situeren van het glas grote nadelige gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering.

4.3.3 Gebouwen met een grotere bouwhoogte Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 sub b en toestaan dat een gebouw met een grotere bouwhoogte wordt gebouwd, ten behoeve van de ontwikkeling van een duurzaam modern grootschalig gesloten glastuinbouwgebied met volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede overige gebouwen, met dien verstande dat; a. b. c. d.

e.

de toegelaten bouwhoogte maximaal 15 meter bedraagt; de omgevingsvergunning slechts wordt verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; de gebouwen ter plaatse nodig dienen te zijn ten behoeve van de optimale duurzame bedrijfsvoering van het glastuinbouwbedrijf; de afwijking pas wordt toegepast indien de navolgende milieukwaliteiten worden gerealiseerd: 1. realisering van optimaal ruimtegebruik door uit te gaan van, indien mogelijk, clustering van voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan: i. de aanleg en het gebruik van collectieve voorzieningen ten aanzien van de inzameling en afvoer van vrijkomende afvalstromen; ii. de aanleg en/of het gebruik van collectieve energiesystemen zoals warmtekracht-koppelingen (wkk) of Koude/Warmteopslag (KWO); iii. de aanleg en gebruik van gezamenlijke gietwaterbassins; iv. clustering van kassen; 2. realisering van intensief en meervoudig ruimtegebruik (optimaliseren bruto-netto verhouding) van tenminste 20% (dubbel ruimtegebruik), in de vorm van verticale stapeling van bedrijfseigen onderdelen van het glastuinbouwbedrijf. Hierbij kan gedacht worden aan: i. gietwaterberging in of onder de kas; ii. opslagruimten in of onder de kas; iii. bedrijfseigen functies van het glastuinbouwbedrijf in of onder de kas; iv.

loodsen met een grotere hoogte zodat efficiënt gestapeld kan worden; 3. indien van toepassing gebruik maken van energiezuinige kassystemen met gevelventilatiesystemen in combinatie met een (semi)gesloten kasventilatiesysteem, tenzij blijkt dat dit systeem niet van toepassing is voor de uit te oefenen bedrijfsactiviteiten; 4. gebruik wordt gemaakt van duurzame energiebronnen, zoals: i. de opslag van warmte en koude (KWO); ii. warmte-uitwisseling tussen kassen onderling en tussen kassen en bedrijven en/of woningen; iii. het benutten van duurzame bronnen zoals windenergie en geothermie; Nagestreefd wordt om tenminste 10% van het energieverbruik afkomstig te laten zijn van duurzame energiebronnen;

16

1. 2.

3.

indien uitvoerbaar/mogelijk, zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de externe levering van CO2, bijvoorbeeld via Ocap; nagestreefd wordt een efficiënte energieproductie via warmtekrachtkoppeling (WKK) te realiseren door clustering van activiteiten, waaronder begrepen een combinatie van warmteteelt en lichtteelt; bij toepassing van assimilatiebelichting in de kassen de lichtuitstralingsbepalingen worden toegepast als weergegeven in bijlage 3.

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 25 lid 1 wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d.

e.

het stallen en/of plaatsen en/of geplaatst hebben van onderkomens, stacaravans en recreatiewoningen, tenzij anders bepaald; wonen in vrijstaande bijgebouwen; seksinrichtingen; het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van de ontwikkeling van een duurzaam modern grootschalig gesloten glastuinbouw-bedrijvenlandschap met:

•

volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen met een hogere bouwhoogte dan toegestaan in artikel 4 lid 2;

•

bedrijven, direct of indirect verbonden of ten dienste aan de glastuinbouw, waaronder in elk geval begrepen logistieke bedrijvigheid, voor zover deze voorkomen in milieucategorie 1 t/m 3.1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 2 ten behoeve van meervoudig ruimtegebruik met glastuinbouwbedrijven;

met dien verstande dat; a. b. c. d.

de toegelaten bouwhoogte maximaal 15 meter bedraagt; de wijziging slechts wordt toegepast als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; de gebouwen ter plaatse nodig dienen te zijn ten behoeve van meervoudig ruimtegebruik; de wijziging pas wordt toegepast indien de navolgende milieukwaliteiten worden gerealiseerd: 1. realisering van optimaal ruimtegebruik door uit te gaan van, indien mogelijk, clustering van voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan: i. de aanleg en het gebruik van collectieve voorzieningen ten aanzien van de inzameling en afvoer van vrijkomende afvalstromen; ii. de aanleg en/of het gebruik van collectieve energiesystemen zoals warmtekracht-koppelingen (wkk) of Koude/Warmteopslag (KWO);

17

2.

3.

4.

realisering van intensief en meervoudig ruimtegebruik (optimaliseren bruto-netto verhouding) met tenminste 20% (dubbel ruimtegebruik) in de vorm van stapeling van kassen met bedrijven direct of indirect verbonden of ten dienste aan de glastuinbouw, waaronder in elk geval begrepen logistieke bedrijvigheid en agrogerelateerde bedrijvigheid. Hierbij kan gedacht worden aan: i. opslagruimten in of onder de kas; ii. bedrijven of bedrijfsfuncties in of onder de kas; iii. loodsen met een grotere hoogte zodat efficiënt gestapeld kan worden; iv. combi van bedrijven, waarbij beschikbare ruimte voor meerdere functies gezamenlijk worden gebruikt; indien van toepassing gebruik maken van energiezuinige kassystemen met gevelventilatiesystemen in combinatie met een (semi)gesloten kasventilatiesysteem, tenzij blijkt dat dit systeem niet van toepassing is voor de uit te oefenen bedrijfsactiviteiten; gebruik wordt gemaakt van duurzame energiebronnen, zoals: i. de opslag van warmte en koude (KWO); ii. warmte-uitwisseling tussen kassen onderling en tussen kassen en bedrijven en/of woningen; iii. het benutten van duurzame bronnen zoals windenergie en geothermie;

Nagestreefd wordt om tenminste 10% van het energieverbruik afkomstig te laten zijn van duurzame energiebronnen; e. f. g.

indien uitvoerbaar/mogelijk, zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de externe levering van CO2, bijvoorbeeld via Ocap; nagestreefd wordt een efficiënte energieproductie via warmtekrachtkoppeling (WKK) te realiseren door clustering van activiteiten, waaronder begrepen een combinatie van warmteteelt en lichtteelt; bij toepassing van assimilatiebelichting in de kassen de lichtuitstralingsbepalingen toepassen als weergegeven in bijlage 3.

18

Artikel 5 Bedrijf 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 2; in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de functieaanduiding 'hovenier' uitsluitend een hoveniersbedrijf/aannemingsbedrijf toegelaten; in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – warmtehub' uitsluitend een warmtehub toegelaten;

alsmede ook voor: d. e. f. g.

watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten van brandstoffen;

met de daarbij behorende: h. i. j. k. l.

tuinen, erven en terreinen; parkeervoorzieningen en overige verhardingen; bermen, bermsloten en greppels; (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overig groen; bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming;

met uitzondering van: m. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen a. b.

gebouwen mogen alleen worden gebouwd binnen het opgenomen bouwvlak; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij een maximum bebouwingspercentage op de verbeelding is aangegeven, dan geldt het aangeven maximum bebouwingspercentage.

5.2.2 Bedrijfsgebouwen a. b.

de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; de onderlinge afstand tussen een bedrijfswoning en niet voor bewoning bestemde bedrijfsgebouwen dient minimaal 2,5 meter te bedragen.

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. b.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel bedraagt maximaal 1 m; de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel bedraagt maximaal 2 m;

19

c. d.

de hoogte van een watertank bedraagt maximaal 15 m; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

5.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a.

b. c. d. e. f.

g.

h. i. j.

de uitoefening van enige tak van handel, bedrijf (waaronder begrepen een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks) of dienstverlening anders dan volgens het bepaalde in artikel 5 lid 1, sub a is toegestaan; geluidszoneringsplichtige inrichtingen; een verkooppunt voor motorbrandstoffen; wonen, met uitzondering van de bedrijfswoning als bedoeld in artikel 5 lid 1, sub b; (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter; opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. seksinrichtingen; de opslag en verkoop van vuurwerk; het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

5.4 Afwijken van de gebruiksregels 5.4.1 Afwijking gebruik Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 1 sub a ten behoeve van: a.

b.

de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 5 lid 1 sub a indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 5 lid 1 sub a; de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 5 lid 1 sub a, maar niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt genoemd als bedoeld in bijlage 2;

Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.

5.4.2 Advies Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting wordt voorafgaande aan het verlenen van ontheffing advies ingewonnen bij de Omgevingsdienst Midden-Holland.

20

Artikel 6 Bedrijventerrein 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorie 1 tot en met 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1'; b. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorie 1 tot en met 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2'; c. niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van de bedrijven als genoemd onder a en b, met een oppervlak van maximaal 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak met een maximum van 3.000 m²; d. tuinen; e. bijbehorende bouwwerken; f. parkeervoorzieningen; g. wegen; h. fiets- en voetpaden; i. water; j. groenvoorzieningen; k. kunstwerken; l. objecten van beeldende kunst; m. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming en gelden de volgende regels: a. b. c.

gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig bebouwd worden; de aangeduide maximum bouwhoogte mag niet overschreden worden.

6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: erfafscheidingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gerealiseerd worden; a. b. c. d.

de hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; de hoogte van vlaggenmasten en lichtmasten bedraagt maximaal 7 m; de hoogte van reclamezuilen bedraagt maximaal 3 m; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m.

6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik (algemeen) Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e.

een geluidzoneringsplichtig bedrijf; risicovolle inrichtingen; bedrijfswoningen; seksinrichtingen; zelfstandige kantoren;

21

f. g.

h.

zelfstandige horeca; het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

6.3.2 Strijdig gebruik (flitsbezorging) Het gebruik van gronden ten behoeve van een flitsbezorgdienst en/of het gebruik van een pand ten behoeve van een dark store, wordt aangemerkt als een gebruik in strijd met de bestemming.

6.4 Afwijken van de gebruiksregels 6.4.1 Afwijking Staat van Bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 1 , onder a en b, ten behoeve van: a.

b.

c.

de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder a en b, indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 6 lid 1, onder a en b, niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt genoemd; de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 6 lid 1, onder a en b, niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt genoemd. Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp, gevaar, de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.

6.4.2 Flitsbezorging Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 3.2 en artikel 25 lid 1.2 voor het toestaan van een dark store, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

b.

ten aanzien van de ontsluiting: 1. de verkeersontsluiting ter plaatse toereikend is om op een veilige wijze en zonder overlast voor andere weggebruikers de dark store te bevoorraden; 2. de verkeersontsluiting ter plaatse toereikend is om op een veilige wijze en zonder overlast voor andere weggebruikers het verwachte aantal bezorgbewegingen per (elektrische (bak-))fiets of elektrische scooter te laten plaatsvinden; 3. de locatie sluit goed aan op hoofd- of randwegen voor bevoorrading door grote voertuigen en anders aan wijkstraten; 4. de locatie sluit goed aan op een regionale fietsroute of hoofdfietsroute of een stedelijke fietsroute in verband met bezorging; ten aanzien van de ligging in de omgeving: 1. de bestemming van het beoogde pand en naastgelegen panden enkel publieksgerichte functies toelaten op de begane grond; en/of; 2. de openbare ruimte primair is ingericht op winkelen, verblijven en/of ontmoeten; 3. de locatie ligt in ieder geval op enige afstand van (bedrijfs-) woningen (minimaal 30 meter); bij een kortere afstand worden aanvullende geluidsmaatregelen getroffen ter voorkoming van hinder; 4. de locatie heeft een bestemming voor bedrijven uit milieucategorie 2, 3.1 of 3.2 of voldoet aan de algemeen gebruikelijke randvoorwaarden hiervoor;

22

5.

c.

d.

de locatie en het toekomstig gebruik voor een dark store voldoen aan de milieuvoorwaarden zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit, met name ten aanzien van het laden en lossen; ten aanzien van de inrichting, het gebouw en het gebruik van de locatie: 1. de verkoopvloeroppervlakte van een flitsbezorgdienst mag maximaal 300 m² per vestiging bedragen; 2. inpandige stallings- en wachtruimte voor vervoersmiddelen en bezorgers is aanwezig en wordt als zodanig gebruikt; stallingsruimte is ook buiten toegestaan maar wel op het eigen perceel; 3. het parkeren van alle transportmiddelen voor het bezorgen is inpandig of op eigen terrein; 4. het laden en lossen van aangevoerde producten heeft inpandig of op eigen terrein plaats; 5. het in- en uitladen voor het bezorgen heeft inpandig of op eigen terrein plaats; 6. er wordt inpandig voorzien in een kantine waar het personeel kan lunchen/rusten; 7. het pand heeft een zichtbare interactie met de directe omgeving en heeft dus niet een overwegend gesloten uiterlijk in de vorm van overwegend dichtgeplakte ramen zonder een zichtrelatie met straat en zonder interactie met publiek, aansluitend op de omgeving; 8. de locatie wordt zodanig gebruikt dat de woonomgeving hiervan geen hinder ondervindt; 9. er worden geen mogelijkheden geboden voor afhalen door particulieren; 10.

voor de bezorging worden (elektrische) (bak-)fiets of elektrische scooter ingezet; 11. voldaan wordt aan de Gedragscode Sector Snelle Boodschappen Bezorging (10 oktober 2022); dit blijkt uit een jaarlijkse periodieke monitoring die aan de gemeente en omgeving beschikbaar wordt gesteld; 12. er wordt voldaan aan het huidige parkeerbeleid conform de op 5 november 2019 vastgestelde “Nota Parkeernormen 2019” of diens rechtsopvolger; aanvullende bepalingen in het besluit tot afwijking: 1. voor zover nodig worden in het besluit voor afwijking aanvullende bepalingen opgenomen gericht op een zorgvuldige afstemming van het gebruik op de omgeving, zoals geluidsnormen; 2. nadere voorwaarden kunnen ook worden opgenomen voor de bedrijfsvoering in relatie tot een betere inpassing van het gebruik in de omgeving, zoals elementen uit de gedragscode.

23

Artikel 7 Groen 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

groenvoorzieningen; (ondergrondse) afvalinzamelpunten; ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen': een bijgebouw uitsluitend voor opslag;

met de daarbij behorende: d. e. f. g. h. i.

wegen en paden; voorzieningen van openbaar nut; waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; objecten van beeldende kunst; speelvoorzieningen; kunstwerken.

7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming en gelden de volgende bepalingen: a. b.

de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 4 m; de oppervlakte bedraagt maximaal 25 m².

7.2.2 Bijbehorende bouwwerken Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag worden gebouwd en gelden de volgende bepalingen: a. b.

het volledige aanduidingsvlak mag worden bebouwd; de goot- en bouwhoogte bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goot- respectievelijk bouwhoogte.

7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

de hoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 10 meter; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2,50 meter; de hoogte van overig straatmeubilair bedraagt maximaal 4 meter; indien de hoogte van een bestaande bouwwerk, geen gebouw zijnde, hoger is dan het bepaalde onder a tot en met c, dan geldt deze bouwhoogte als maatgevend.

7.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 25 lid 1 wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.

opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

24

b.

c.

het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; een jongerenontmoetingsplaats.

25

Artikel 8 Lintzone 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Lintzone' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

c. d. e. f. g.

bestaande (glastuinbouw)bedrijven; bestaande bedrijfsactiviteiten mits legaal, waarbij het bedrijf/de bedrijfsactiviteit behoort tot milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 2, dan wel het een bedrijf/bedrijfsactiviteit betreft die niet is vermeld in de Staat van bedrijfsactiviteiten, maar naar aard en invloed vergelijkbaar is met de in bijlage 2 genoemde bedrijven en bedrijfsactiviteiten; uitsluitend een agrogerelateerd bedrijf, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – agrogerelateerd bedrijf'; uitsluitend een overslagbedrijf voor agrarische producten, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – overslag agrarische producten'; één bedrijfswoning ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning'; één plattelandswoning ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen plattelandswoning'; aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven;

met de daarbij behorende: h. i. j. k. l.

tuinen en erven; paden en wegen; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; kunstwerken.

8.2 Bouwregels 8.2.1 Gebouwen a. b.

c. d. e. f.

bedrijfsgebouwen mogen alleen worden gesitueerd / gebouwd binnen het bouwvlak; de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 13 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen, niet zijnde glastuinbouwbedrijven, maximaal 10 meter mag bedragen; het gezamenlijk oppervlak aan bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak mag maximaal 10% meer bedragen dan het bestaande oppervlak op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; de bedrijfsgebouwen moeten worden gebouwd op minimaal 3 meter achter de voorgevel(rooilijn) van de woning op het betreffende bouwperceel; de onderlinge afstand tussen bedrijfsgebouwen en de afstand tussen bedrijfsgebouw en woning dient minimaal 2,50 meter te bedragen. de afstand van een glastuinbouwgebouw tot de as van een interne ontsluitingsweg (bedrijfsstraat) bedraagt tenminste 10 meter, met dien verstande dat bij nieuw aangelegde bedrijfsstraten door de bestaande glas(tuinbouw)gebieden hier van kan worden afgeweken. In dat geval bedraagt de afstand van een gebouw tot de as van de (nieuwe) bedrijfsstraat tenminste 2 meter.

26

8.2.2 Bedrijfswoningen en plattelandswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen en plattelandswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b.

c.

gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;; de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goot- respectievelijk bouwhoogte; de inhoud van de bedrijfswoning of plattelandswoning bedraagt, inclusief de bij de woning behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken, maximaal 750 m³;

8.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen en plattelandswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen en plattelandswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

d.

e. f.

bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, bijbehorende bouwwerken dienen tenminste 1 meter achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning of plattelandswoning te worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning of plattelandswoning bedraagt maximaal 70 m², tenzij in de bestaande situatie een grotere oppervlakte legaal aanwezig is in welk geval die bestaande grotere oppervlaktemaat als maximum geldt; in geval van doortrekken van het dakvlak van het hoofdgebouw, gelden de bestaande goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw als maximum goot- en bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk; in alle andere gevallen mag de maximale goot- en bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet meer bedragen dan de eerste volledige bouwlaag vermeerderd met 0,25 meter, tot een maximum van 4 meter; de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter.

8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.

b.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1 m mag bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 3 meter.

8.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8 lid 2.1 sub b ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere bouwhoogte, behorende bij duurzame en modern grootschalig volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt in het achterliggende bestemmingsgebied, met dien verstande dat: a. b. c.

d.

de toegelaten bouwhoogte maximaal 15 meter bedraagt; de afwijking slechts wordt toegepast als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken; de gebouwen ter plaatse nodig dienen te zijn ten behoeve van de optimale duurzame bedrijfsvoering van het daaraan verbonden (achterliggende) glastuinbouwbedrijf of vanwege meervoudig ruimtegebruik; de afwijking pas wordt toegepast indien de navolgende milieukwaliteiten worden gerealiseerd: 1. realisering van ruimtebesparing (optimaal ruimtegebruik) door uit te gaan van, indien mogelijk, clustering van bedrijvigheid en voorzieningen;

27

2.

realisering van intensief en meervoudig ruimtegebruik (optimaliseren bruto-netto verhouding), in de vorm van verticale stapeling van functies. Hierbij kan gedacht worden aan; i. loodsen met een grotere hoogte zodat efficiënt gestapeld kan worden; ii. combi van bedrijven, waarbij beschikbare ruimte voor meerdere functies gezamenlijk worden gebruikt.

8.4 Specifieke gebruiksregels 8.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d.

e.

f. g. h. i. j.

het stallen en/of plaatsen en/of geplaatst hebben van onderkomens, stacaravans en recreatiewoningen, tenzij anders bepaald; wonen in vrijstaande bijgebouwen; seksinrichtingen; het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter; een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks; geluidzoneringsplichtige inrichtingen; de opslag en verkoop van vuurwerk; het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

8.4.2 Aan-huis-gebonden beroep en aan-huis-gebonden bedrijf Binnen deze bestemming is de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep en aan-huis-gebonden bedrijf toegestaan van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. b. c. d. e.

de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de gebouwen, met een maximum van 70 m²; de woning er als woning uit blijft zien (reclame-uitingen aan onder andere de gevel en dakrand zijn niet toegestaan); het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; detailhandel (behalve als ondergeschikt onderdeel van de beroeps-/bedrijfsactiviteiten) en seksinrichtingen zijn niet toegestaan; de activiteit moet uitgevoerd worden door een bewoner van de bedrijfswoning of plattelandswoning.

8.5 Afwijken van de gebruiksregels 8.5.1 Afwijking gebruik Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8 lid 1 sub b voor de vestiging c.q. uitoefening van bedrijven/bedrijfsactiviteiten die niet zijn vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, maar naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met de in artikel 8 lid 1 sub b genoemde bedrijven en bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling betrokken dienen te worden: geluidhinder, geurproductie, stofuitworp, gevaar, het al dan niet continue karakter van de activiteit, visuele hinder, verontreiniging van lucht, bodem en water alsmede de verkeersaantrekking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16778860/2