Bijlage 2 F 787 - Programmabegroting ODMH 2026-2029 E25.001626
Tekst van het document
Ze ODMH
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Omgevingsdienst Midden-Holland
Postbus
45
AA
2800 Gouda 088
Gemeente
Zuidplas
T.a.v. de leden
van
de
100
2910
NIEUWERKERK
AC
AAN
DEN
5450000
wamodmh.nl
gemeenteraad
Postbus
-
IJSSEL
griffie @zuidplas.nl
Besluitdatum
03-04-2025
Verzenddatum
03-04-2025
Ons
295648
kenmerk
Bijlagen
Onderwerp: Ontwerp-programmabegroting
Geachte
leden
van
ODMH
2026
1
2029
-
de Gemeenteraad,
Hierbij ontvangt u de ontwerp-programmabegroting 2026 2029 van de Omgevingsdienst MiddenHolland (ODMH). Het dagelijks bestuur is van plan de ontwerpbegroting op 26 juni 2025 aan het algemeen bestuur van de ODMH voor te leggen voor definitieve vaststelling. -
Zienswijzen en proces Vooruitlopend op de vaststelling in het algemeen bestuur wordt de ontwerp-programmabegroting op grond van artikel 28 lid 1 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden-Holland aan voorgelegd om uw zienswijzen naar voren te brengen. Wij
verzoeken
reactie richten
u
vriendelijk uw zienswijzen uiterlijk 10 juni 2025 aan ons kenbaar te maken. U kunt uw ter attentie van M.J. van Dijk, via het e-mailadres aan het dagelijks bestuur van de ODMH, u
info@odmh.nl. Wij
zullen de ontvangen zienswijzen gezamenlijk met de ontwerpprogrammabegroting aanbieden het algemeen bestuur. Na de vaststelling van de programmabegroting op 26 juni 2025 door het
algemeen
bestuur zenden
aan
wij u de definitieve begroting.
Sluitende
programmabegroting Overeenkomstig de voorschriften geeft de programmabegroting aan welke bedragen de deelnemers het begrotingsjaar 2026 verschuldigd zijn. U vindt deze informatie in bijlage 1 van de begroting. De ODMH
presenteert
begrotingscijfers
is
een
een
sluitende
index
van
programmabegroting
2,22% verwerkt. Conform
in
jaren 2026 tot en met 2029. In de de Nota Planning & Control 2024-2027 is
over
de
Identificatie 295648 1/3
deze index gebaseerd op de regionale afspraken in Hollands-Midden (FKGR) inzake het toepassen van
inflatiecorrecties. Ravijnjaar 2026 Door de krimp van het Gemeentefonds verslechtert de financiële positie van gemeenten vanaf 2026 aanzienlijk (ravijnjaar). Dit heeft ook gevolgen voor de ODMH. In het bestuur van de ODMH is in 2024 meermaals stilgestaan bij de vraag hoe de ODMH een bijdrage kan leveren aan de bezuinigingsopgave van gemeenten. Er is door middel van bezuinigingsscenario’s inzichtelijk gemaakt welke keuze-en sturingsmogelijkheden er zijn op de begroting van de ODMH. Zo zijn we tegemoetgekomen aan het advies van de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR). Dit sluit ook aan op de wens van enkele gemeenteraden die via een zienswijze op de programmabegroting ODMH 2025 - 2028 of via moties aandacht hebben gevraagd voor de krimp van het gemeentefonds in 2026 (ravijnjaar). ,
Bezuinigingsscenario’s Voor de vergadering van het algemeen bestuur van de ODMH van 13 maart 2025 zijn door de ODMH een aantal bezuinigingsscenario’s uitgewerkt waarbij ook de consequenties en maatschappelijke effecten van bezuinigingsmaatregelen inzichtelijk zijn gemaakt. Het ging hierbij om de volgende drie scenario’s: 0% bezuinigen 25% bezuinigen en 6% bezuinigen. ,
,
0% scenario : In dit scenario bezuinigen de gemeenten niet op de ODMH; de bijdragen blijven ten minste gelijk aan de huidige bijdragen. 25% scenario : Met deze maatregel realiseert de ODMH ingaande 2026 een structurele bezuiniging van 25% op de gemeentelijke bijdragen (ca. € 05 miljoen euro). Dit door het substantieel terugbrengen van de flexibele schil (externe inhuur) en meer medewerkers vast in dienst nemen. In dit scenario zal geen sprake zijn van frictiekosten. 6% scenario : Met deze maatregel realiseert de ODMH ingaande 2026 een structurele bezuiniging van 6% op de gemeentelijke bijdragen (ca. € 12 miljoen euro). Om direct te komen tot een bezuiniging van 6% per gemeente ziet de ODMH naast het terugbrengen van de flexibele schil (25% scenario) geen andere mogelijkheid dan bepaalde taken niet meer uitvoeren voor gemeenten (takendiscussie). Conform het verzoek van het algemeen bestuur d. d. 12 december 2024 is dit scenario geconcretiseerd en van inhoud voorzien waarbij de consequenties en maatschappelijke effecten van de geïnventariseerde bezuinigingsmaatregelen inzichtelijk zijn gemaakt. In dit scenario zijn frictiekosten aan de orde. ,
,
,
,
,
,
,
,
Besluit algemeen bestuur 13 maart 2025: structurele taakstelling van 4% op de gemeentelijke bijdragen In het algemeen bestuur van 13 maart 2025 zijn de diverse bezuinigingsscenario’s uitgebreid besproken. Dit ook in het licht van de robuustheids- en kwaliteitscriteria die gelden voor omgevingsdiensten. Door het algemeen bestuur is uiteindelijk besloten tot een (structurele) taakstelling van 4% op de gemeentelijke bijdragen. Deze taakstelling is tweeledig: 25% wordt gerealiseerd via een eenmalige (structurele) verlaging van het uurtarief. Dit deel van de taakstelling wordt gerealiseerd door het substantieel terugbrengen van de flexibele schil (externe inhuur) en meer medewerkers vast in dienst nemen (is goedkoper). Voor de resterende 15% wordt een korting op de financiële bijdragen van de gemeenten en provincie toegepast voor de jaren 2026 en 2027 (2x incidenteel 15%). Het positieve jaarrekeningresultaat van 2024 zal als dekkingsmiddel fungeren voor deze korting. Hiermee is tijd gewonnen voor onze opdrachtgevers om te bepalen of en op welke taken de ODMH inzet zal minderen de komende jaren. Dat geeft de ODMH bovendien ook ruimte om bijvoorbeeld de uitkomsten op pilots met digitalisering robotisering en AI en de Zuid-Hollandse samenwerking en de hieruit voortvloeiende besparingen te kwantificeren. Het voorgaande is verwerkt in de programmabegroting 2026 - 2029 van de ,
,
,
,
,
ODMH.
Identificatie 295648 2/3
Robuuste
omgevingsdienst van het Interbestuurlijk Programma (IBP) VTH zijn verschillende minimale robuustheidsen kwaliteitscriteria van toepassing op omgevingsdiensten. We geven uitvoering aan het plan van aanpak robuustheid dat in 2024 is vastgesteld en koersen erop dat we per 1 april 2026 robuust worden verklaard. Wij hebben u in maart 2024 via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over het IBP VTH en de robuustheidscriteria. De ODMH blijft met een bezuiniging van 4% voldoen aan de robuustheids- en Als uitvloeisel
kwaliteitscriteria, waaronder de minimale
Met
norm
voor
omzet.
vriendelijke groet,
(geanonimiseerd) Dit document is digitaal
vastgesteld
Bijlage Ontwerp-programmabegroting
ODMH
2026
—
2029
Identificatie 295648 3/3
Titel rapport Ondertitel rapport
Programmabegroting 2026
Versienummer: Datum:
-
2029
Productnummer
Omschrijving Status Datum
Opdrachtgever Opgesteld door
295648 Programmabegroting 2026 - 2029 Versie Dagelijks bestuur 01-04-2025 Algemeen bestuur Jaqueline Vos
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
2 van 49
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1. 1
2
Leeswijzer
Financiële uitgangspunten
6
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .
7
2. 1. 1
Indexering 2026-2029 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
2. 1. 2
Uurtarief 2026 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
2. 2
4
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .
5
Begroting op hoofdlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 2. 1
3
. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . ..
Interne ontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 2. 2. 1
Risico-inventarisatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
2. 2. 2
Verduurzaming Midden-Hollandhuis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
2. 2. 3
Datagedreven werken en business intelligence . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
2. 3
Externe ontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
2. 4
Kwaliteit uitvoering VTH taken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
2. 5
Adequaat niveau . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Financiën . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 3. 1
Staat van baten en lasten 2024 - 2029 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
3. 2
Structurele mutaties in de reserves . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
3. 3
Programmabegroting 2026
3. 4
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten
3. 5
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
15
. .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
16
Incidentele baten en lasten
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
16
3. 6
Structureel begrotingssaldo
. . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
17
3. 7
Financiële positie ODMH
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
17
. . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
17
3. 7. 1
Inleiding
3. 7. 2
Vermogensontwikkeling 2024
3. 7. 3
Geprognosticeerde balans
3. 7. 4
EMU-saldo
3. 7. 5
Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
3. 7. 6
Financiering
3. 7. 7
Begrotingsgrondslagen
3. 7. 8
Reserves en voorzieningen
. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
20
3. 7. 9
Investeringen 2026 – 2029
. .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
21
. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
23
Programma milieu
- 2029
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
17
.. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
18
. . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
19
. .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
20
. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
20
. .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
4. 1
Wat willen we bereiken?
4. 2
Wat gaan we daar voor doen?
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
3 van 49
20
23 23
Wat gaat het kosten?
4. 3 5
6
7
8
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
27
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
27
Programma bouw- en woningtoezicht 5. 1
Wat willen we bereiken?
5. 2
Wat gaan we daar voor doen?
5. 3
Wat gaat het kosten?
. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
27
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
29
Overhead , vennootschapsbelasting en onvoorzien
. . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
30
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
30
6. 1
Overhead
6. 2
Vennootschapsbelasting
6. 3
Onvoorzien
6. 4
Wat gaat het kosten?
Paragrafen
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
31
. .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
31
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
31
. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
33
7. 1
Lokale heffingen.
7. 2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
7. 3
Onderhoud kapitaalgoederen
7. 4
Financiering
7. 5
Bedrijfsvoering
.. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
33
. . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
33
.. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
36
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
36
. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
7. 5. 1
Rechtmatigheid
7. 5. 2
Openbaarheid
38
. . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
40
. .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
41
7. 6
Verbonden partijen
7. 7
Grondbeleid
.. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
41
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
41
Vaststelling begroting van baten en lasten 2026 - 2029
Bijlagen
26
.. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
42
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
43
Bijlage 1: Bijdragen 2026
.. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
Bijlage 2: Provinciale bijdragen 2024 Bijlage 3: Begroting op taakvelden
44
- 2026 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
Bijlage 4: Informatie 2026 voor verbonden partijen.
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
. . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
4 van 49
48 49
1
Inleiding
De ODMH draagt bij aan een veilige duurzame en gezonde leefomgeving. Dit doen wij door het uitvoeren van milieutaken voor de hele regio Midden-Holland de gemeente Alphen aan den Rijn en de provincie Zuid-Holland en bouw- en woningtoezichttaken voor de gemeenten BodegravenReeuwijk Gouda Zuidplas Waddinxveen en de provincie Zuid-Holland (PZH). ,
,
,
,
,
Voor u ligt de programmabegroting 2026-2029. De programmabegroting is onderdeel van onze Planning en control-cyclus en wordt door de ODMH opgesteld met als doel om inzicht te krijgen in de kosten en opbrengsten voor het komende jaar. Met behulp van de vastgestelde Uitgangspuntennotitie verwachtingen voor komend jaar en ervaringen van vorig jaar en het lopende jaar alsmede de meerjarencijfers voor de begroting van de ODMH wordt een inschatting gemaakt van de benodigde uren per opdrachtgever. ,
,
De maatschappij legt de lat steeds hoger op het vlak van groen milieu en duurzaamheid. Dit zien we terug in de eisen die aan bedrijven en gebouwen worden gesteld en hiermee in de taakuitvoering van de ODMH. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van taken op het terrein van energiebesparing. Als gebouweigenaar merken we dat ook daar waar het gaat om de verduurzaming van ons eigen Midden-Hollandhuis. ,
,
Als uitvloeisel van de het Interbestuurlijk Programma (IBP) VTH zijn verschillende minimale robuustheids- en kwaliteitscriteria van toepassing voor omgevingsdiensten. We geven uitvoering aan het plan van aanpak robuustheid dat in 2024 is opgesteld en koersen erop dat we per 1 april 2026 ook door het ministerie van I&W robuust worden verklaard. Door de krimp van het Gemeentefonds verslechtert de financiële positie van gemeenten vanaf 2026 aanzienlijk (ravijnjaar). Dit heeft ook gevolgen voor de ODMH. In de begroting 2026 zal een structurele taakstelling worden verwerkt van 4% op de gemeentelijke bijdragen. Ook in 2026 gaan we verder aan de slag met het opdoen van ervaringen met zowel de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Ook zullen nieuwe instrumenten die er zijn onder
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
5 van 49
,
de Omgevingswet ingeregeld moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan milieu in het omgevingsplan en het vullen van basisregistraties. De loon- en prijsontwikkelingen blijven ook de komende jaren een aandachtspunt. Bij het opstellen van de begroting 2026 is bijvoorbeeld nog niet bekend hoe de Cao-onderhandelingen (Cao Gemeenten/SGO) voor 2025 en 2026 uitpakken. Ook de Geopolitieke ontwikkelingen brengen risico's met zich mee. Binnen de ODMH vindt sturing plaats op geld realisatie en kwaliteit. De ODMH is al sinds 2011 gecertificeerd voor de ISO 9001-norm. Begin 2024 is de ISO-certificering vernieuwd. Het nieuwe certificaat is geldig tot en met januari 2027. ,
De ODMH zal zijn bestuur goed blijven informeren over alle relevante ontwikkelingen.
1. 1
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de Programmabegroting 2026 - 2029 van de ODMH op hoofdlijnen. Allereerst worden de gehanteerde uitgangpunten omschreven daarnaast bevat dit hoofdstuk een resultaat- en vermogensbeschouwing. Hoofdstuk 3 bevat het programma milieu en hoofdstuk 4 het programma bouw- en woningtoezicht. Hoofdstuk 5 bevat de informatie over met name de overhead van de ODMH. In hoofdstuk 6 volgen alle verplichte paragrafen. Omdat de ODMH een gemeenschappelijke regeling is zijn niet alle gemeentelijke paragrafen van toepassing. Daar waar dat aan de orde is is dat in de paragraaf vermeld. De vaststelling van deze programmabegroting is opgenomen in hoofdstuk 7. De programmabegroting ,
,
,
eindigt met een drietal bijlagen waarin de bijdragen van de deelnemers weergegeven worden en de meerjarenbegroting op taakvelden. ,
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
6 van 49
2
Begroting op hoofdlijnen
De cijfers uit de meerjarenprogrammabegroting 2026 – 2029 vloeien voort uit de Uitgangspuntennotitie 2026 de gewijzigde programmabegroting 2025 en de jaarrekening 2024. Voorts zijn de productieafspraken 2026 - indien en voor zover bekend - meegenomen in de prognoses. In het vervolg van dit hoofdstuk zetten we de belangrijkste uitgangspunten van deze begroting uiteen. ,
2. 1
Financiële uitgangspunten
2. 1. 1 Indexering 2026-2029 Op 31 oktober 2024 is aan de dagelijks besturen van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands-Midden een brief gestuurd door de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR). In deze brief is voorgesteld de uniforme systematiek voor het bepalen van de jaarlijkse indexering van lonen en prijzen voort te zetten. De ODMH hanteert deze systematiek omdat deze algemeen aanvaard is in de regio en omdat deze aansluit op de Cao SGO. Dit is vastgelegd in de Nota Planning & Control. De voorgestelde prijsindexatie voor het jaar 2026 is opgeknipt in een index voor de beloning van werknemers en in een index voor materieel. Respectievelijk bedragen deze 21% en 27%. In deze indexcijfers zijn correcties meegenomen voor de jaren 2024 en 2025. Op basis van langjarige gemiddelden is een gewogen indexcijfer bepaald. Dit gewogen indexcijfer bedraagt 222%. ,
,
,
Daarnaast ontving de ODMH op 28 november 2024 de provinciale kaderbrief voor het jaar 2026. Hierin zijn de (financiële) uitgangspunten en specifieke aandachtspunten voor de begroting 2026 beschreven. In deze brief wordt voorgesteld een gewogen index van 23% toe te passen. Per mail van 6 maart 2025 is dit percentage bijgesteld naar 21%. ,
,
Het gewogen indexcijfer wordt gebruikt voor de indexering van met name de contractuele bijdragen. Voor de overige opbrengsten- en kostensoorten zijn de inflatieverwachtingen van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Rabobank als uitgangspunt gehanteerd in deze programmabegroting. We houden rekening met jaarlijkse kostenstijgingen van 3 á 4%.
2. 1. 2 Uurtarief 2026 Het uurtarief van 2026 is gebaseerd op het uurtarief 2025 waarop twee factoren toegepast zijn. De eerste betreft de reguliere indexering waarbij het advies van de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) gevolgd is. De geadviseerde indexatie voor 2026 bedraagt 21% voor beloning werknemers en 27% voor netto materieel. Voor de ODMH levert dit een gewogen index op van 222%. De tweede factor hangt samen met de bezuinigingsopdracht die voor de jaren vanaf 2026 geldt. Een deel van die bezuiniging gaan we invullen door een aanzienlijk deel van de flexibele schil te ,
,
,
,
,
vervangen door vaste medewerkers. Dit levert een besparing op , die naar de opdrachtgevers
verrekend wordt door het uurtarief te verlagen met 25%. Samenvattend wordt het uurtarief van 2025 eerst met 222% verhoogd en vervolgens met 25% 2026 f € 115 34 I 2025 f € 115 73 ,
,
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
,
7 van 49
2. 2
Interne ontwikkelingen
2. 2. 1
Risico-inventarisatie
In de loop van 2025 zal een uitgebreide actualisatie van de risico-inventarisatie plaatsvinden. Hiermee stappen we over op NARIS Next een verbeterde versie van de gebruikte software en gaan we de zal worden aan de gevolgen en de ’ ,
’
f
regelingen.
2. 2. 2
Verduurzaming Midden-Hollandhuis
Door de aanscherping van wet- en regelgeving en de klimaatverandering is het noodzakelijk om ook het Midden-Hollandhuis toekomstbestendig te maken. De veranderende wet- en regelgeving moet de vermindering van de CO2-uitstoot verder aanjagen. Hetgeen samengaat met het verminderen van de energieconsumptie. Daarnaast vragen warmere zomers en mildere winters voor een andere wijze van klimatiseren van gebouwen. Het vervangen en optimaliseren van de klimaatinstallaties is essentieel. Met deze opgave wordt het werkklimaat in het Midden-Hollandhuis verbeterd. Een aantal stappen om dit te realiseren is reeds gezet. Daarnaast is er nog een aantal stappen te zetten om het Midden-Hollandhuis toekomst- en klimaatbestendig te maken.
2. 2. 3
Datagedreven werken en business intelligence
In 2025 ontwikkelen we een nieuwe visie op onze informatievoorziening. We starten pilots met Artificial Intelligence (AI) en Robotic Process Automation (RPA) om processen te versnellen en waar mogelijk efficiency te behalen. In het IBP VTH is een model aangereikt voor risicogestuurd toezicht we gaan na of dit toepasbaar is voor de ODMH. Dit zal landen in onze volgende nota VTH. ,
De inzet van ICT en datagedreven werken zal steeds meer toenemen binnen de omgevingsdienst. Als knelpunten optreden in de informatievoorziening en/of -bescherming kan dat de bedrijfsvoering schaden. Binnen de ODMH is er daarom veel aandacht voor informatieveiligheid & privacy.
2. 3
Externe ontwikkelingen
De Uitgangspuntennotitie beschrijft de externe ontwikkelingen die in de komende jaren belangrijk zijn voor onze deelnemers en is het startpunt van onze planning & controlcyclus. In de volgende alinea's vatten we de autonome ontwikkelingen uit deze notitie samen die een in meer of mindere mate verplichtend karakter hebben. Hiernaast benoemt de Uitgangspuntennotitie nog diverse andere onderwerpen waar iedere individuele deelnemer keuzevrijheid in heeft. Deze zijn niet opgenomen in het onderstaande. ,
,
Ravijnjaar en ODMH (bezuinigingstaakstelling) In het bestuur van de ODMH is in 2024 meermaals stilgestaan bij de vraag hoe de ODMH een bijdrage kan leveren aan de bezuinigingsopgave van gemeenten. Er is door middel van ’ -/sturingsmogelijkheden er zijn op de begroting van de ODMH. Zo zijn we tegemoetgekomen aan het advies van de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR). Dit sluit ook aan op de wens van
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
8 van 49
enkele gemeenteraden die via een zienswijze op de programmabegroting ODMH 2025-2028 of via moties aandacht hebben gevraagd voor de krimp van het gemeentefonds in 2026. In het algemeen bestuur van 13 maart 2025 is besloten tot een taakstelling van 4% op de gemeentelijke bijdragen. Deze taakstelling is tweeledig: 25% wordt gerealiseerd via een eenmalige (structurele) verlaging van het uurtarief. Voor de resterende 15% wordt een korting op de financiële bijdragen van de gemeenten en de provincie toegepast voor de jaren 2026 en 2027. Het positieve jaarrekeningresultaat van 2024 zal als dekkingsmiddel fungeren voor deze korting. Hiermee is tijd gewonnen voor onze opdrachtgevers om te bepalen op welke taken de ODMH inzet zal minderen vanaf 2028. Dat geeft de ODMH bovendien ook ruimte om o. a. de uitkomsten op pilots met digitalisering/robotisering/AI de Zuid-Hollandse samenwerking en de hieruit voortvloeiende besparingen te kwantificeren. Het voorgaande is verwerkt in deze begroting. ,
,
,
,
Verder heeft het algemeen bestuur besloten dat individuele deelnemers de komende vier jaar geen gebruik maken van de mogelijkheid om 25% (frictiekostenloos) te bezuinigen. Dit om een stapeling van bezuinigingen tegen te gaan en te voorkomen dat door de ODMH niet kan worden voldaan aan robuustheids- en kwaliteitscriteria die aan omgevingsdiensten zijn opgelegd. ,
Versterking VTHA Robuuste omgevingsdiensten ODMH moet 1 april 2026 voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria. De criteria hebben ook 2023 € 16 5 financiële consequenties er is namelijk een norm voor omzet op milieutaken miljoen) een norm van innovatiebudget (1% van omzet) en één voor sturing/opleiding (3% van ,
,
loonsom). De ODMH voldeed op het toetsmoment in 2023 aan bijna alle criteria. Alleen de omzet op milieutaken is kritisch en een innovatieagenda en -budget miste. In 2024 hebben we daarom een plan van aanpak gemaakt dat is vastgesteld door het algemeen bestuur van de ODMH. Hierin staat dat de ODMH een frictiekostenregeling en een innovatieagenda opstelt en het innovatiebudget inzichtelijk maakt. Het ministerie heeft hier positief op gereageerd en het vertrouwen uitgesproken dat de ODMH binnen de eigen invloedssfeer robuust kan zijn bij het volgende toetsmoment april 2026. Tot die tijd monitort het ministerie de voortgang halfjaarlijks dit wordt dan gerapporteerd aan de Tweede Kamer. De bezuinigingstaakstelling als gevolg van het ravijnjaar heeft invloed op de robuustheid van de ODMH. De keuze voor het 4%-scenario door het algemeen bestuur zorgt ervoor dat de norm voor de omzet nog net gehaald wordt. Het algemeen bestuur van de ODMH heeft inmiddels een frictiekostenregeling vastgesteld en het benodigde innovatiebudget is opgenomen in deze programmabegroting onder de apparaatskosten en is 1% van de omzet. Een innovatieagenda wordt in 2025 gemaakt in afstemming met de andere vier Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. ,
,
,
,
Implementatie producten uit het IBP VTH De afgelopen jaren hebben alle betrokken partijen in het Interbestuurlijk programma VTH (IBP VTH) gewerkt aan versterking van de VTHA-taakuitvoering. Het IBP heeft diverse producten opgeleverd die een omgevingsdienst in de aankomende jaren mag of moet implementeren. Voorbeelden (zonder uitputtend te zijn): een visitatiesystematiek landelijke handhavingsstrategie kwaliteitscriteria 3.0 modelmandaat handreiking financieringssystematiek verbetering van de informatie-uitwisseling en datahuishouding handreiking regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie arbeidsmarktcampagne ,
,
,
,
‘
f
,
,
,
’ en opleidingsfaciliteiten (ODNL academie).
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
9 van 49
Het ministerie heeft in 2025 NL € 245.000-) aan iedere omgevingsdienst in Nederland ter ondersteuning van het proces om robuust te worden. ,
Doorontwikkeling omgevingsdiensten Zuid-Holland In 2024 is een impuls gegeven aan de samenwerking tussen de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. De bestuurders formuleerden een nieuwe bestuurlijke opdracht om de diensten voor te bereiden op nieuwe ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven. Een visie- en strategiedocument voor de samenwerking is inmiddels ontwikkeld. Hierin is het doel van de samenwerking als volgt vastgelegd: ‘De samenwerking is erop gericht om de kwaliteit van de taakuitvoering te vergroten en zo bij te dragen aan behoud en verbetering van een gezonde veilige en duurzame leefomgeving in Zuid-Holland tegen zo gering mogelijke kosten. ’ Ook zijn nieuwe samenwerkonderwerpen benoemd deze krijgen in 2025 verder vorm. ,
,
,
,
De samenwerking vindt in beginsel plaats zonder extra belasting in deze programmabegroting en zal vorm moeten krijgen binnen de bestaande financiële kaders. De plannen van aanpak van ieder samenwerkproject worden in het eerste kwartaal van 2025 uitgewerkt en besproken. Vereniging Omgevingsdienst NL In het kader van het IBP-VTH is onderzocht of Omgevingsdienst NL een aantal activiteiten voor de versterking van het VTH-stelsel gaat uitvoeren die alle partijen in het stelsel betreffen. De focus ligt dan vooral op een centrale landelijke kennisorganisatie VTH. Andere activiteiten zijn het uitvoeren van visitaties het aanbieden van opleidingen via de Omgevingsdienst NL Academie en het versterken van data en informatievoorziening. Naar aanleiding van deze ontwikkeling is geconstateerd dat een grotere bestuurlijke betrokkenheid gewenst is en een nieuwe rechtsvorm voor Omgevingsdienst NL daarbij noodzakelijk is. Op dit moment zijn de directeuren van de omgevingsdiensten lid van de vereniging Omgevingsdienst NL. De gedachte is dat de omgevingsdiensten zelf toetreden. Hiervoor is een statutenwijziging noodzakelijk. Wanneer dit gaat spelen zullen de raden en Provinciale Staten in de gelegenheid worden gesteld hun wensen en bedenkingen over het ontwerp-toetredingsbesluit van de ODMH in te brengen bij het algemeen bestuur. ,
,
Dienstverlening De maatschappij en de wetgeving veranderen. Dit vraagt om een andere manier van werken: begeleiden van wensen van de samenleving en samenwerking tussen partijen. De Omgevingswet is hier een belangrijk voorbeeld van. Maar ook de Kaderrichtlijn water (met de daaraan gekoppelde kamerbrief Water en Bodem sturend) want deze richtlijn vraagt om samenwerking in de keten. De ODMH investeert in zijn medewerkers zodat zij hun werk uitvoeren in lijn met dit gedachtengoed. Dit is onderdeel van het opleidingsbudget van de ODMH. ,
,
De Wet open overheid (Woo) verplicht overheden om informatie actief openbaar te maken. De diverse categorieën van informatie die openbaar moeten worden gemaakt worden gefaseerd ingevoerd om het enigszins behapbaar te houden. Vooralsnog slaagt de ODMH er in om binnen de huidige begroting te voldoen aan de eisen van de Woo. Mogelijk zijn er in de toekomst wel financiële gevolgen. Dit hangt met name samen met de toekomstige verplichting dat vrijwel alle beschikkingen actief openbaar moeten worden gemaakt. ,
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
10 van 49
Omgevingswet In 2026 hebben we twee jaar ervaring met de Omgevingswet en meer inzicht in hoe het loopt. We leren wat de gevolgen zijn voor initiatiefnemers gemeenten provincie en de ODMH. Ook in 2026 sturen we bij waar dat mogelijk of wenselijk is. ,
,
Sinds de start van de Omgevingswet voert de ODMH ook de slooptaken uit voor de gemeente Krimpenerwaard. Deze taak is per 2026 opgenomen in de programmabegroting van de gemeente conform de businesscase Krimpenerwaard.
,
Bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er veel veranderd met betrekking tot bodem en ondergrond. Er zijn nieuwe taken bijgekomen en ook zijn sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet gemeenten bevoegd gezag voor de bodemtaken. Gemeenten hebben in de Omgevingswet ook meer ruimte om eigen keuzes te maken. De afgelopen decennia stond het bodembeleid met name in het teken van preventie van bodemverontreiniging bodemsanering en verbeteren van de bodemkwaliteit. Dit zijn nog steeds belangrijke bodemtaken maar we zien dat bodembeleid ook steeds meer leidend wordt in de ruimtelijke inrichting. De bodem is nodig om op te bouwen en op te leven voor het telen van gewassen voor bodemenergie voor het afvoeren van (regen)water etc. We moeten leren om breder te kijken naar de kwaliteit van onze bodem. ,
,
,
,
,
,
Verschillende provinciale bodemtaken zijn overgedragen aan de gemeenten. In 2026 worden de laatste bodemtaken overgedragen. Toch vindt nog regulier bodemwerk onder Provinciaal gezag plaats. Het gaat hierbij met name om BUS-saneringen BUS-evaluaties ingediende saneringsplannen en evaluaties en het toezicht en handhaving hierop. Deze reguliere werkzaamheden voor de Provincie zullen naar verwachting voor het grootste gedeelte uitfaseren na 2026 maar zullen door overgangsrecht wel blijven bestaan op een bepaald maar wel lager niveau. De gemeenten krijgen geen middelen van het Rijk voor de uitvoering van deze overgedragen wettelijke taken. Bodemtaken die de ODMH onder provinciaal bevoegd gezag heeft gestart nemen in de jaren 2024-2026 af tegelijkertijd bouwen deze taken bij de gemeenten op. Voor het jaar 2026 heeft dit als resultaat dat de bodemuren in de begroting van de gemeenten met 500 uur naar boven zijn bijgesteld ten opzichte van 2025. Dit heeft financiële en juridische gevolgen. Gemeenten hebben in de Omgevingswet ook meer ruimte om eigen keuzes te maken maar die ruimte lijkt op korte termijn beperkt van omvang. ,
,
,
,
,
Onder de Omgevingswet zijn de provincies verantwoordelijk voor het grondwater. In de ZuidHollandse Omgevingsverordening (ZHOV) staan regels voor het grondwater. In de verordening zijn ook instructieregels opgenomen voor de gemeenten met name voor een grondwatertoets bij bouwactiviteiten. In 2025 hebben we meer inzicht in wat het effect van deze regels is. ,
Thematisch wijzigen omgevingsplan De jaren tot en met 2031 staan in het teken van nieuwe instrumenten van de Omgevingswet vormgeven. Onder de Omgevingswet krijgen de gemeenten meer ruimte om zelf regels te maken over de invulling van de fysieke leefomgeving. De bij de ODMH aanwezige expertise en informatie is hierbij van grote waarde. Een project is gestart om in regionale samenwerking te komen tot geharmoniseerde milieuregels in het omgevingsplan van iedere gemeente. Hiermee zorgen we namelijk voor efficiëntie in de VTHA-taakuitvoering. Gaande 2025 geven we verdere invulling aan dit
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
11 van 49
,
project. Dan wordt ook duidelijk of we dit kunnen financieren uit de bestaande additionele middelen nodig zijn.
’ of dat
Geluid Met betrekking tot geluid moeten gemeenten in de komende jaren diverse zaken regelen. Het Hogere waardenbeleid vraagt om een aanpassing aan de Omgevingswet. Daarnaast legt de Omgevingswet diverse registratie- en monitoringsverplichtingen op voor de gemeenten zoals het invullen in de centrale voorziening geluidgegevens (CVGG) van de maximale invulling van gezoneerde industrieterreinen. Dit moet uiterlijk 31 december 2031 gereed zijn. Ook moeten alle gemeenten wegverkeerslawaai monitoren. Hiervoor wordt de Basisgeluidemissie (BGE) opgesteld. De artikelen in de Omgevingswet over de BGE zijn nog niet in werking getreden maar we verwachten dat de BGE er uiterlijk 1 juli 2028 moet zijn. Gemeenten moeten er vervolgens voor zorgen dat deze BGE wordt opgenomen in de CVGG. Deze werkzaamheden vragen meer inzet van de ODMH in 2026 en de opvolgende jaren waarvoor ruimte moet worden gevonden. ,
,
,
Frontoffice Sinds de start van de Omgevingswet krijgt de ODMH significant meer vragen van inwoners en bedrijven die een initiatief willen indienen in het DSO en daar vragen over hebben. De ODMH monitort de inzet op de frontoffice in 2025 en 2026. Als het een structureel omgevingsweteffect blijkt dan is meer inzet nodig op de frontoffice en tegelijkertijd onderzoek naar mogelijkheden om de hoeveelheid ,
vragen te minderen.
Wet kwaliteitsborging bouwen Tegelijkertijd met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) ingevoerd. Door de invoering van deze wet is een gedeelte van de vergunningverlening van de afdeling BWT en het toezicht op de bouwplaats sinds 1 januari 2024 verschoven naar de markt. Mogelijk komen er ook nieuwe taken voor terug. Vergelijkbaar met de Omgevingswet beschikken we in 2026 over meer inzicht in de gevolgen (denk aan taakuitvoering leges en gevolgen voor initiatiefnemers en hun adviseurs). Ook hier geldt dat we waar mogelijk of wenselijk bijsturen. ,
De invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft zowel financiële als personele gevolgen. Om tegemoet te komen aan de verwachte afname in werk heeft de ODMH in de afgelopen jaren een flexibele schil opgebouwd. In 2024 is een bezuiniging doorgevoerd in de programmabegroting van de ODMH omdat we verwachtten dat de omvang van de bouw- en woningtoezichttaken afneemt vanwege de Wkb. In de bezuiniging die 2024 is doorgevoerd gingen we aal wordt ingevoerd per 1 januari ‘ 1’ 2024. Dit blijkt niet het geval: de Wkb is wel in werking getreden voor nieuwbouw in gevolgklasse 1 maar niet voor verbouw. Deze programmabegroting gaat er van uit dat de Wkb in 2026 niet ingaat voor verbouw. ,
Indirecte lozingen Vanwege de Kaderrichtlijn water die per 2027 ingaat en vanwege aandacht voor zeer zorgwekkende stoffen verwacht de ODMH dat het toezicht op indirecte lozingen van bedrijfsafvalwater met name voor gemeenten meer inzet gaat vragen in de aankomende jaren. Indirecte lozingen zijn lozingen die niet direct maar indirect (bijvoorbeeld via een riolering) op het oppervlaktewater uitkomen.
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
12 van 49
Het is op dit moment nog onbekend of dit is op te vangen binnen de huidige programmabegroting. Er loopt in 2025 een pilot. ODMH stelt voor om de resultaten van de pilot af te wachten deze resultaten bepalen de insteek voor de komende jaren. ,
Verduurzaming De maatschappij stelt steeds meer eisen als het gaat om een veilige gezonde en duurzame leefomgeving. Onderwerpen zoals energie- en warmtetransitie klimaatadaptatie duurzame mobiliteit duurzame landbouw en landgebruik en circulaire economie vragen aandacht. Gemeenten krijgen daarmee ook meer wettelijke taken. In 2026 breidt het basistakenpakket uit: meer toezichtstaken met betrekking tot energiebesparing bij bedrijven. Het ministerie van I&W heeft CDOKE gelden beschikbaar gesteld aan gemeenten. Deze mogen gebruikt worden om deze basistaak te ,
,
,
,
financieren. Toezicht op de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen behoort al tot het basistakenpakket van een omgevingsdienst. Deze taak breidt op het moment uit omdat gesloten bodemenergiesystemen een aantrekkelijk alternatief zijn voor aardgas. Voor deze taak zijn nog geen middelen beschikbaar. ,
.
2. 4
Kwaliteit uitvoering VTH taken
Vanuit de Omgevingswet en de vastgestelde kwaliteitsverordening hebben het college van B&W en Gedeputeerde Staten jaarlijks de verplichting om over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH taken te rapporteren aan de gemeenteraad respectievelijk Provinciale Staten. In 2026 zijn de kwaliteitscriteria 3. 0 hiervoor de meetlat. De kwaliteitscriteria zijn een door de samenwerkende overheden ontwikkelde standaard voor de uitvoering van de VTH-taken. De kwaliteitscriteria gelden voor alle organisaties die VTH-taken uitvoeren. De ODMH moet zorgen dat er voor de uitvoering van de werkzaamheden voldoende gekwalificeerd personeel is. De opdrachtgevers van de ODMH moeten daarvoor voldoende middelen beschikbaar stellen. Dit moet worden gewaarborgd in de programmabegroting. Jaarlijks rapporteren we de stand van zaken aan onze opdrachtgevers in de jaarstukken en jaarrapportages. ,
2. 5
Adequaat niveau
De werkzaamheden die de ODMH uitvoert ten aanzien van de milieuhandhaving moeten van een adequaat niveau zijn. De Nota VTH die door de colleges is vastgesteld formuleert de uitgangspunten en prioriteiten voor de uitvoering. We werken met risico gestuurd toezicht waarbij de bezoekfrequentie toeneemt naarmate de milieucategorie van een bedrijf zwaarder is. Ook passen we een bonus/malus regeling toe. Bedrijven die bewezen hebben op een goede wijze aan de milieunormen te voldoen bezoeken we minder vaak in tegenstelling tot de bedrijven die zich hier niet aan houden. De volumes die samenhangen met deze handhavingsstrategie kunnen door middel van deze programmabegroting worden gefinancierd. ,
,
,
,
Ook de vergunningen die de ODMH afgeeft dienen adequaat te zijn. We geven deze vergunningen snel af minimaal binnen de geldende termijnen. Hierbij bedienen we de burgers en bedrijven vanuit ,
een klantgerichte houding. Het aantal toezichthouders en vergunningverleners binnen de dienst
baseren we mede op bovenstaande uitgangspunten.
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
13 van 49
3
Financiën
3. 1
Staat van baten en lasten 2024 - 2029 De prognose met betrekking tot de resultaten over de jaren 2024 tot en met 2029 luidt als volgt: Overzicht van baten en lasten
bedragen x € 1. 000
Baten en lasten Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Totaal baten en lasten Mutaties reserves Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Totaal mutaties reserves Resultaat Overzicht van baten en lasten bedragen x € 1. 000
Baten en lasten Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Totaal baten en lasten Mutaties reserves Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Totaal mutaties reserves Resultaat
Lasten
Jaarrekening 2024 Baten Saldo
12. 481 6. 582 7. 752 82 26. 896
-18. 325 -8. 408 -659 -329 -27. 721
11
-19
-
-5. 844 -1. 826 7. 093 -247 -825 -
-
-
11 26. 907
Begroting 2027 Baten
Lasten
8
-47 -55 -880
Saldo
12. 758 7. 248 8. 521 59 28. 586
-18. 626 -8. 799 -510 -200 -28. 135
-5. 868 -1. 551 8. 011 -141 451
12
-283 -133 -47 -463 -28. 598
-271 -133 -47 -451
-
12 28. 598
11. 225 5. 831 7. 942 89 25. 086
-
-16. 999 -7. 264 -667 -112 -25. 042
11
-
-47 -66 -27. 787
Begroting 2025 Baten
Lasten
-
-
Saldo -5. 774 -1. 433 7. 275 -24 44
8
-
11 25. 097
-47 -55 -25. 097 Begroting 2028 Baten
Lasten
-
-47 -44 -
Saldo
-19. 040 -8. 994 -521 -200 -28. 756
-6. 189 -1. 685 8. 086 -149 63
12
-29
-17
-
-
-
12 28. 831
-47 -75 -28. 831
-18. 222 -8. 608 -499 -200 -27. 529
-5. 741 -1. 517 7. 834 -133 443
12
-278 -130 -47 -454 -27. 983
-266 -130 -47 -443
-
12 27. 983
Begroting 2029 Baten
Lasten
12. 851 7. 309 8. 608 51 28. 819
-47 -63 -
Saldo
12. 481 7. 091 8. 333 67 27. 972
3
-
Begroting 2026 Baten
Lasten
-
Saldo
13. 136 7. 472 8. 802 43 29. 452
-19. 463 -9. 194 -533 -200 -29. 389
-6. 327 -1. 722 8. 269 -157 63
12
-29
-16
-
-
-
12 29. 465
-47 -75 -29. 465
-47 -63 -
In alle overzichten zijn opbrengsten met een minteken weergegeven.
De meerjarenbegroting toont een meerjarenbeeld dat financieel in evenwicht is. Voor de jaren 2026 en 2027 is hier wel een onttrekking vanuit de bestemmingsreserve Ontwikkelingen voor nodig. Deze reserve biedt de gelegenheid om tijd te kopen. Deze tijd wordt gebruikt om de bezuinigingstaakstelling vanaf 2026 in te vullen zodat met ingang van 2028 de bezuiniging zonder aanvullende dekkingsmiddelen uitgevoerd kan worden. De tijdelijke dekking geeft de ODMH ruimte om onder andere de uitkomsten op pilots met digitalisering/robotisering/AI de Zuid-Hollandse samenwerking en de hieruit voortvloeiende besparingen te kwantificeren. ,
,
3. 2
Structurele mutaties in de reserves
De structurele mutaties in de reserves voor de jaren 2026 – 2029 zien er als volgt uit:
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
14 van 49
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
2026
2027
2028
2029
Structurele stortingen Reserve Bodemkwaliteitskaarten
11. 534
11. 790
12. 052
12. 319
Totaal structurele stortingen
11. 534
11. 790
12. 052
12. 319
Structurele onttrekkingen Reserve Informatisering/Automatisering Reserve Bodemkwaliteitskaarten Reserve Verbouwing Reserve Digitalisering Reserve Externe Veiligheid
6. 075 6. 766 32. 968 7. 500 21. 827
6. 075 6. 766 32. 968 7. 500 21. 827
6. 075 6. 766 32. 968 7. 500 21. 827
6. 075 6. 766 32. 968 7. 500 21. 827
Totaal structurele onttrekkingen
75. 136
75. 136
75. 136
75. 136
Totaal structurele reservemutaties
63. 602
63. 345
63. 084
62. 816
De structurele storting betreft de jaarlijkse dotatie aan de bestemmingsreserve bodemkwaliteitskaarten ter grootte van 100 uur. Door deze structurele toevoeging blijft de bestemmingsreserve op niveau en wordt gespaard voor actualisaties van de kaarten. Met ingang van het jaar 2026 zal ook de bestemmingsreserve externe veiligheid ingezet worden gedurende een periode van 4 jaar. Vanaf dat jaar zullen de huidige bijdragen vanuit het gemeentefonds naar verwachting wegvallen. Alle overige structurele onttrekkingen zijn ter dekking van de eveneens structurele afschrijvingslasten op de investeringen.
3. 3
Programmabegroting 2026
Naast de organisatiebrede begroting is voor het jaar 2026 een begroting opgesteld waarin de ’ - en woningtoezicht apart gepresenteerd worden. Conform de voorschriften in het vernieuwde BBV wordt ook de overhead apart weergegeven. ,
Programmabegroting 2026
Bouw- en Woningtoezicht
Milieu
Overhead
Totaal
Baten Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Financieringsbaten Onttrekking reserves
-16. 321. 690 -67. 511 -1. 832. 634
-8. 547. 952 -30. 000 -30. 107
Totaal Baten
-18. 499. 582
-8. 738. 231
Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
10. 171. 142 366. 766 110. 754 1. 832. 634
6. 856. 079 189. 423 1 5. 328 3 0. 107
Totaal lasten
12. 492. 829
7. 090. 937
8. 399. 350
Saldo baten en lasten
-6. 006. 753
-1. 647. 296
7. 654. 049
-
277. 748
-
-
498. 758
-
200. 000 -46. 543
-24. 869. 642 - 596. 269 -1. 862. 741 - 200. 000 - 454. 463
-
745. 301
-27. 983. 114
5. 553. 611 2. 779. 142
22. 580. 832 3. 335. 331 126. 081 1. 862. 741 6 6. 596 1 1. 534
-
-
130. 172
Lasten
-
-
-
6 6. 596
1 1. 534
-
-
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
27. 983. 114 -
15 van 49
Doordat de overhead op grond van het BBV apart weergegeven wordt toont het voorgaande overzicht B T x ’ overheadlasten toont een meerjarenbegroting die zowel voor milieu als BWT budgetneutraal is. Het verdelen van de overheadlasten gebeurt op basis van de bijdragen. ,
,
3. 4
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten
In de tabellen van de volgende paragrafen en hoofdstukken worden de baten en lasten weergegeven in diverse kosten- en opbrengstensoorten. Hierna volgt per soort een korte uiteenzetting van de kosten en opbrengsten die onder deze posten verantwoord worden. ,
Baten: -
-
: B C f Overige bijdragen: Overige inkomsten en bijdragen;
’
B
T;
Projectbaten: Projectopbrengsten deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat; Financieringsbaten: Rentebaten Onttrekking reserves: Bijdragen in de exploitatie vanuit de reserves. ,
Lasten: Personeelskosten: Salarislasten van personeel van de ODMH inclusief ingehuurd personeel; A : ’ innovatiebudget huisvestingslasten en afschrijvingslasten; Directe productkosten: Algemene productiegerelateerde kosten zoals werkbudgetten; Projectlasten: Projectlasten deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat; Financieringslasten: Rentelasten Dotatie reserves: Bijdragen vanuit de exploitatie aan de reserves. ,
,
,
,
,
,
-
3. 5
Incidentele baten en lasten
De meerjarenbegroting van de ODMH bevat voor de jaren 2026 tot en met 2029 op totaalniveau voor de baten en lasten geen financiële mutaties die een incidenteel karakter hebben. In de jaren 2026 en 2027 worden wel incidentele korting toegepast op de gemeentelijke bijdragen. Deze worden gecompenseerd door eveneens incidentele onttrekkingen aan de bestemminsgreserve Ontwikkelingen van dezelfde omvang. Vanaf 2028 worden de kortingen op de gemeentelijke bijdragen structureel. Dan zullen structureel lagere kosten voor de dekking zorgen. De periode tot en met 2027 wordt gebruikt om die kostenbesparingen uit te werken.
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
16 van 49
Omschrijving
Programmabegroting 2026 Meerjarenbegroting 2027 Meerjarenbegroting 2028 Meerjarenbegroting 2029 OverOverOverMilieuBWT TotaalMilieuBWT TotaalMilieuBWT TotaalMilieuBWT Over- Totaal head head head head
Incidentele baten Contractuele bijdragen Onttrekking reserves Totaal incidentele baten
249 -249
130 -130
-
-
Totaal incidentele lasten
-
-
Saldo incidentele baten en lasten
-
379 -379
255 -255
133 -133
388 -388
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Incidentele lasten
-
-
-
-
-
Bedragen x € 1.000-,
‘N
’
BBV omschreven als baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen waarbij het van ,
‘
3. 6
’
Structureel begrotingssaldo
Het structurele begrotingssaldo van de ODMH ziet er voor de jaren 2026 tot en met 2029 als volgt uit: Presentatie van het structurele begrotingssaldo (bedragen x € 1. 000)
Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
Begroting 2026 443 -443
Begroting 2027 451 -451
Begroting 2028 63 -63
Begroting 2029 63 -63
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Het totale structurele begrotingssaldo van de ODMH is nihil. De begroting is daarmee meerjarig in evenwicht.
3. 7
Financiële positie ODMH
3. 7. 1
Inleiding
In het kader van de programmabegroting 2015 is een meerjarige financiële analyse uitgevoerd teneinde een oordeel te kunnen vellen over de ontwikkeling van het eigen vermogen. In deze programmabegroting 2026 - 2029 is deze meerjarige financiële analyse herhaald en geactualiseerd. ,
3. 7. 2 Vermogensontwikkeling 2024 - 2029 De financiële ontwikkeling van een organisatie laat zich goed analyseren aan de hand van de ontwikkeling van het eigen vermogen (EV). De ontwikkeling van het eigen vermogen is namelijk de resultante van zowel het reguliere operationele resultaat als van de directe mutaties in de reserves voorzieningen en andere balansposten. Van 2024 tot en met 2029 kent het eigen vermogen van de ODMH de volgende geprognosticeerde ontwikkeling:
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
17 van 49
,
Eigen Vermogen ODMH
2024 *
2025
2026
2027
2028
2029
Stand 1 januari
2. 045
2. 870
2. 828
2. 430
2. 024
1. 961
Mutatie
825
-42
-398
-405
-63
-63
Stand 31 december
2. 870
2. 828
2. 430
2. 024
1. 961
1. 899
Bedragen x € 1.000-, * Onder voorbehoud van goedkeuring van de jaarstukken 2024 door de accountant en het algemeen bestuur.
In 2024 stijgt het eigen vermogen eenmalig doordat het positieve resultaat van dat jaar in de bestemmingsreserve Ontwikkelingen gestort wordt. Vanaf 2024 daalt het eigen vermogen vervolgens weer doordat die gelden ingezet worden als tijdelijk dekkingsmiddel in de jaren 2026 en 2027 in de aanloop naar de definitieve invulling van de bezuinigingstaakstelling. Regulier is de afname in alle jaren door het inzetten van de diverse bestemmingsreserves ter dekking van de afschrijvingslasten voor diverse investeringen. ,
3. 7. 3
Geprognosticeerde balans
Met het oog op een goede raming en beheersing van het EMU-saldo wordt een geprognosticeerde balans gepresenteerd. Dit betekent dat de werkelijke balans voor het jaar 2024 is opgenomen en geprognosticeerde balansen voor de jaren 2024 tot en met 2029. (bedragen x € 1. 000)Rekening
ACTIVA
Raming 2025
2024
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Vaste activa Materiële vaste activa
5. 438
5. 242
5. 057
4. 883
4. 720
4. 568
Totaal vaste activa Vlottende activa
5. 438
5. 242
5. 057
4. 883
4. 720
4. 568
Uitzettingen met en rentetypische looptijd korter dan één jaar
7. 746 505
4. 840
4. 840
4. 840
4. 840
4. 840
Liquide middelen
505
505
505
505
505
Overlopende activa Totaal vlottende activa
564 8. 814
540 5. 885
540 5. 885
540 5. 885
540 5. 885
540 5. 885
Totaal activa
14. 252
11. 127
10. 942
10. 768
10. 605
10. 453
PASSIVA
(bedragen x € 1. 000)Rekening
Raming 2025
2024
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Vaste passiva Eigen vermogen
2. 870
2. 828
2. 385
1. 934
1. 871
1. 808
Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
941 2. 338
818 2. 111
771 1. 877
707 1. 634
579 1. 384
631 1. 125
Totaal vaste passiva
6. 149
5. 757
5. 033
4. 275
3. 834
3. 564
261 7. 843
275 5. 515
275 5. 515
275 5. 515
275 5. 515
275 5. 515
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische loopptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Toe- / afname schuldpositie
0
-420
119
703
981
1. 099
Totaal vlottende passiva
8. 104
5. 370
5. 909
6. 493
6. 771
6. 889
Totaal passiva
14. 252
11. 127
10. 942
10. 768
10. 605
10. 453
Programmabegroting 2026 - 2029 , Omgevingsdienst Midden-Holland
18 van 49
3. 7. 4 EMU-saldo Conform het BBV is de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De begroting van de ODMH is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU saldo gaat niet uit van baten en lasten maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de overheidsorganisatie berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. ,
,
RekeningRamingRamingRamingRamingRaming 2024 2025 2026 2027 2028 2029
(bedragen x € 1. 000)
1 2 3 4 5
6
Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c. q. onttrekking uit reserves (zie BBV , artikel 17c) (een nadelig saldo wordt negatief weergegeven) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden , de Europese Unie en overigen , die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) , voor zover niet op exploitatie verantwoord
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw- , woonrijp maken e. d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover 8 transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze 9 transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden , die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen , maar 10rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten 11Boekwinst bij verkoop effecten Berekend EMU-saldo 7
825
-42
-443
-451
-63
-63
+
583
571
560
549
538
527
+
96
45
48
52
56
60
-
155
375
375
375
375
375
+
-
-
-
-
-
-
+
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
+
-
-
-
-
-
-
-
125
-
168
-
-
1. 224
95
-
-
-
32
-
-305
115
184
-
8
-
-
-
-340
-28
-
-
141
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben naast de Rijksoverheid ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeentelijke organisaties hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten daarbij wordt uitgegaan van de afschrijvingslasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo voor het jaar 2026 € 258. 000 negatief. Het betekent dat in EMU€ 258. 000 lager zijn dan de uitgaven.