Bijlage 2 BOPA Tijdelijke opvang Harmoniya Nieuwerkerk aan den IJssel A26.002814
Tekst van het document
Onderbouwing BOPA Tijdelijke Harmoniya Nieuwerkerk Gemeente Zuidplas
aan
opvang
den IJssel
Colofon Gegevens
het
over
project:
Plannaam:
BOPA
Status:
Definitief
Datum:
12 mei 2026
Projectnummer
Buro SRO:
Projectmedewerkers
Tijdelijke opvang Harmoniya
(aangepast
Gegevens
Buro
Bezoekadres:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Gemeente
Zuidplas
‘t Goylaan
11
SRO:
3525 AA Utrecht Telefoon:
030-2679198
E-mail:
(geanonimiseerd) BWevuro-sro.nl
Internet:
www.burosro.nl
pagina
2
van
51
2026)
SR260093
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
4 juni
(geanonimiseerd) (geanonimis rd)
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
4
1. 1 1. 2
Aanleiding en ambitie Aanduiding plangebied
4 5
1. 3 1. 4
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit Leeswijzer
6 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8
2. 1
Voortraject
8
2. 2 2. 3
Participatie Bestuurlijk overleg
8 9
3
Huidige situatie
9
4
Planbeschrijving
11
5
Toetsing aan omgevingsplan
14
5. 1 5. 2
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden
14
Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan
16
6
Beleid
17
6. 1 6. 2
Rijksbeleid Provinciaal beleid
17 18
6. 3
Gemeentelijk beleid
25
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
27
7. 1 7. 2
Verkeer en parkeren Duurzaamheid en gezondheid
27 29
7. 3 7. 4
(Sociale) veiligheid Geluid
31 32
7. 5 7. 6
Activiteiten en milieuzonering Luchtkwaliteit
34 36
7. 7 7. 8
Archeologie en cultuurhistorie Bodem
37 38
7. 9 7. 10 7. 11
Omgevingsveiligheid Natuur
39 43
Water Mer-beoordeling
45 47
8
Financiële haalbaarheid
49
9
Conclusie
50
7
7. 12
Bijlagen
pagina 3 van 51
50
1
Inleiding
1. 1
Aanleiding en ambitie
Begin 2022 heeft het Rijk besloten om de opvang van Oekraïense vluchtelingen te laten verlopen via de Veiligheidsregio’s. Per regio zijn taakstellingen (aantallen vluchtelingen per gemeente) opgelegd waar gemeenten aan moeten voldoen. De gemeente Zuidplas voldeed destijds niet aan deze taakstelling: er was behoefte aan extra ,
capaciteit
80 tot 100 vluchtelingen. Daarbij was er behoefte aan continuïteit van de huidige ca. 120 vluchtelingen in de noodopvang. Op de andere tijdelijke opvanglocatie zijnde De Oase in Nieuwerkerk aan den IJssel kon de opvangcapaciteit tot en met 8 oktober 2023 gecontinueerd worden. Daarna moest deze groep van ca.
,
,
Oekraïners op een andere locatie gehuisvest worden. Het college heeft op 13 december 2022 een projectopdracht ‘Tastforce Huisvesting Ontheemden’ vastgesteld om te onderzoeken of huisvesting op kavel 13 op het bedrijvenpark Kleine Vink in Nieuwerkerk aan den IJssel haalbaar ,
is. Daarbij werd geconcludeerd dat een bouwvolume van 3 bouwlagen haalbaar en goed ruimtelijk in te passen is in de bestaande omgeving. Dat heeft geresulteerd in het voornemen om een destijds braakliggend terrein aan de Steenbakkerij te gebruiken Oekraïne.
voor
het realiseren
van
tijdelijke woningen
voor
maximaal 132 vluchtelingen uit
Op 29 juni 2023 heeft de gemeente Zuidplas een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van de tijdelijke woonunits met een termijn van 3 jaar. Er was geen alternatieve locatie beschikbaar waar een gelijkwaardig resultaat met aanmerkelijk minder bezwaren kon worden bereikt. De eigendomssituatie in combinatie ,
met de bestaande onder-
en
bovengrondse infrastructuur en sociale veiligheid maakten
,
en
maken
,
de locatie
geschikt. De locatie is op 18 december 2024 in gebruik genomen met de naam Harmoniya. De vergunning voor deze tijdelijke woonunits loopt op 4 juli 2026 af. Daarmee kent de locatie een ingebruikname
van
slechts 15 jaar. De reden voor ,
deze korte periode is dat omdat er door de rechter een bouwstop is opgelegd op grond van bezwaren van omliggende bedrijven. Na hoorzittingen adviseerde de commissie bezwaarschriften het college van de gemeente Zuidplas om deze bezwaren ongegrond te verklaren (zie zaaknummer 20230815121365 gemeente Zuidplas en zaaknummer SGR 24/3894 uitspraak Rechtbank Den Haag). Om toch tegemoet te komen aan de zorgen van de ondernemers heeft de gemeente aanvullende maatregelen genomen. Zo zijn er maatwerkvoorschriften vastgesteld ,
,
,
om
ervoor
te
zorgen
dat
de
parkeeronderzoeken uitgevoerd
bedrijfsactiviteiten om
de veiligheid en
niet
worden
belemmerd
,
zijn extra
en
verkeers-
en
functionaliteit te waarborgen (bron: jbnnieuws. nl).
Gedurende de bouw en ingebruikname zijn de omstandigheden gewijzigd en is de taakstelling verhoogd. De huidige taakstelling is 235 mensen. Ondanks de verhuizing van de bewoners in De Oase naar Harmoniya bleek er daarom behoefte aan extra opvang. In overleg met de eigenaar van het pand van De Oase is die opvanglocatie tijdelijk (tot met februari 2028) verlengd met een capaciteit van 120 vluchtelingen uit Oekraïne met een reguliere bezetting van 80 tot 90 vluchtelingen. Er is dus nog steeds een grote behoefte aan opvangplekken voor Oekraïense en
,
vluchtelingen. Er wordt door de gemeente gezocht naar een nieuwe locatie om die vluchtelingen op te vangen. Tot die tijd is de wens
op
de opvanglocatie Harmoniya langer te gebruiken. Er is een termijn
pagina 4 van 51
van
3 jaar afgesproken met de
belanghebbenden. Er wordt
nu een
verlenging van 15 jaar aangevraagd. Dit document voorziet in een goede ,
onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving.
1. 2
Aanduiding plangebied
Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Nieuwerkerk aan den IJssel op het bedrijventerrein Kleine Vink. De locatie heeft een oppervlakte van ca. 2. 300 m 2 en omvat twee kadastrale percelen die bekend staan ,
,
onder de kadastrale gemeente Nieuwerkerk sectie A perceelnummers 8553 (deels) en 8554. De locatie is gelegen aan de Steenbakkerij 4a t/m 4i 6a t/m 6i en 8a t/m 8x). ,
,
,
A20
Centrum Nieuwerkerk a/d IJssel Hollandsche IJssel
Station Nieuwerkerk a/d IJssel N219
Globale ligging planlocatie , rood omcirkeld (bron: PDOK Viewer)
pagina 5 van 51
Globale begrenzing planlocatie , rood omkaderd (bron: PDOK Viewer)
1. 3
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1.
Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen.
2.
Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan.
,
maar
het volgens de
Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a.
b.
met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a tweede lid van het Bkl) ; als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8. 0b tot en met 8. 0e van het Bkl. Die ,
beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. In beginsel is bij
een
buitenplanse omgevingsplanactiviteit conform artikel 16. 62 Omgevingswet de reguliere
procedure van titel 4. 1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken die met zes weken verlengd kan worden. Conform het ‘Beleid inzake adviesrecht voor de gemeenteraad van Zuidplas’ dient ,
conform artikel 10 een BOPA die ziet gemeenteraad voor bindend adviesrecht.
pagina 6 van 51
op
een
politiek gevoelig onderwerp voorgelegd te worden
aan
de
1. 4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt ingegaan
op
de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 3 omvat
een
beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 5 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Aansluitend daarop wordt in hoofdstuk 6 het van toepassing zijnde beleidskader voor de locatie/het gebied verwoord. In hoofdstuk 7 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. ,
In hoofdstuk 8 komt de financiële haalbaarheid algehele conclusie getrokken.
pagina 7 van 51
van
het initiatief aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 een
2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
2. 1
Voortraject
Het onderhavige initiatief is reeds besproken in de vorm van een ruimtelijke motivatie in 2023. Er is destijds besloten om de vergunning te verlenen en de beoogde ontwikkeling va tijdelijke woonruimte voor Oekraïense vluchtelingen met een termijn van 3 jaar toe te staan. Het planvoornemen is sinds de verlening van deze vergunning inhoudelijk niet veranderd.
2. 2
Participatie
Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De initiatiefnemer is in veel gevallen verplicht om te participeren met de betrokkenen. Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit hoort een beschrijving van de wijze waarop de participatie plaats heeft gevonden daarvan het resultaat is. Ook de gemeente Zuidplas hecht waarde
aan
en
wat
participatie. Zo heeft zij de ‘Checklist Afwegingskader Participatie’
opgesteld met handvatten voor initiatiefnemers voor het opzetten van een participatieproces. In de ‘Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven’ geeft zij verdere toelichting op participatieprocessen met onder andere een ,
,
stappenplan
voor
het opzetten van een participatieproces.
Participatie oorspronkelijke omgevingsvergunning Op donderdag 26 januari 2023 is er een informatieavond georganiseerd in het gemeentehuis met als doel de ondernemers en werknemers op bedrijvenpark Kleine Vink te informeren over de opvanglocatie voor vluchtelingen. Tijdens de avond heeft de gemeente de plannen toegelicht. Er was gelegenheid om vragen te stellen ideeën te ,
delen en er is een oproep gedaan op mensen om zich aan te melden als vrijwilliger. Tijdens deze avond is er de werkgroep ondernemers Kleine Vink opgericht. Enkele ondernemers zijn namens het bedrijvenpark in gesprek gegaan
met de gemeente zodat de zorgen en problemen snel geuit konden worden. ,
Verkeersonderzoek Naar aanleiding van deze informatieavond en de vragen van ondernemers is op zaterdag 28 januari 2023 verkeersonderzoek in gang gezet. Deze metingen geven inzicht in het aantal voertuigbewegingen wat geteld is
,
welke soort voertuigen zijn langsgekomen welke snelheid het bedrijvenpark wordt gereden. De bevindingen zijn verwerkt in voorliggende ruimtelijke motivatie onder 7. 1 Verkeer en parkeren. Verder zijn de eerste bevindingen als bijlage bijgevoegd (bijlage 1). en
er op
Participatie verlening 2026 Voor de verlening van de omgevingsvergunning is er op verschillende manier geparticipeerd. Er zijn meer dan 100 brieven verstuurd met een reminder in de WhatsApp-groep van ondernemers op het bedrijventerrein. In deze ,
brieven is verwezen naar de enquête en de inloopavond. Dit heeft geresulteerd in 8 ingevulde enquêtes ingevulde reactie per mail. Op de inloopavond is slechts 1 ondernemer gekomen.
en
1
Van het beperkte aantal reacties dat is binnengekomen was het overgrote deel positief over de opvanglocatie. Er zijn geen tips binnengekomen op basis waarvan de gemeente zaken moeten wijzigen. Twee ondernemers geven
pagina 8 van 51
aan
behoefte te hebben aan duidelijkheid over de duur van de locatie op deze plek. Hierop is aangegeven dat het
de intentie is de locatie te verplaatsen naar een andere locatie zodra dit kan (zodra er een alternatieve opvang locatie is gevonden). Het eindverslag van de participatie is als bijlage 2 toegevoegd aan deze onderbouwing.
2. 3
Bestuurlijk overleg
In het kader
bestuurlijk overleg is er overleg geweest met de provincie veiligheidsregio. Deze overleggen hebben niet geleid tot bezwaren.
3
van
,
het hoogheemraadschap
en
de
Huidige situatie
De planlocatie is gelegen
aan
de Steenbakkerij op het bedrijventerrein Kleine Vink in Nieuwerkerk aan den IJssel.
Het betreft kavel 13 naast de sporthal ‘Kleine Vink’. De planlocatie was eerder tijdelijk in gebruik als parkeerterrein in verband met de tijdelijke vaccinatielocatie in sporthal Kleine Vink. Inmiddels is op het terrein een opvanglocatie ,
voor
Oekraïense vluchtelingen gerealiseerd.
Direct ten noorden oosten en zuiden van de planlocatie bevinden zich verscheidene bedrijven. Ten westen van de planlocatie bevindt zich de sporthal ‘Kleine Vink’ met daarnaast enkele korfbalvelden. De directe omgeving van de ,
,
planlocatie wordt met name gekenmerkt door bedrijvigheid.
Impressie huidige situatie (bron: Gemeente Zuidplas)
pagina 9 van 51
Impressie huidige situatie (bron: jansnel. nl)
pagina 10 van 51
4
Planbeschrijving
De beoogde ontwikkeling omvat de verlenging van de verleende omgevingsvergunning van de reeds gerealiseerde opvang
voor
Oekraïense vluchtelingen
op
de planlocatie. Onder 1. 1 Aanleiding
en
ambitie is het voortraject
uiteengezet. Locatiekeuze In de periode 2021-2022
voorafgaand aan de oorlog in Oekraïne is een verkenning gedaan
,
,
de realisatie randvoorwaarden gesteld voor
van een
naar diverse
locaties
Regionale Opvang Locatie onder andere statushouders. Bij die verkenning zijn onderzocht namelijk de grootte van de locatie de exploitatie-opvangperiode de voor
en
,
,
,
beschikbaarheid/eigendom van de locatie nabijheid van voorzieningen van openbaar vervoer en nabijheid van aansluitingen als riolering elektra en water. Bij deze eerste verkenning viel de planlocatie in eerste instantie af ,
,
,
omvat voor een Regionale Opvang Locatie meer ruimte nodig is. Voor de opvang van ca. 130 Oekraïners werd de planlocatie echter wel mogelijk geschikt geacht. Daarom werd deze locatie aangewezen om de haalbaarheid nader te onderzoeken. De grootte van de locatie was voldoende de ,
opvangperiode van 3 jaar was haalbaar het perceel is eigendom van de gemeente de locatie ligt in de nabijheid van openbaar vervoer en de kavel was reeds bouwrijk gemaakt en direct beschikbaar. Gelet op de (aanhoudende) ,
,
urgentie om de vluchtelingen uit Oekraïne langer op te vangen dan de door het Rijk eerder opgegeven 6 maanden heeft de directe beschikbaarheid en aanwezigheid van voorzieningen de doorslag gegeven om deze locatie aan te
,
wijzen als tijdelijke opvanglocatie. Tijdelijke woningen voor maximaal 3 jaar Het terrein is ten behoeve van het realiseren van de opvang in 2024 heringericht en de tijdelijke woonunits zijn geplaatst. Daarvoor is door de gemeente Zuidplas het ‘Algemene Programma van Eisen/Uitgangspunten Huisvesting Oekraïners’ (definitief d. d. 24 november 2022) opgesteld. Het betreffen tijdelijke woningen voor een periode van maximaal 3 jaar. De bestemming (‘Bedrijventerrein’) blijft hier gelden en uiteindelijk zal de kavel weer ingericht worden voor waarvoor het bestemd is (bedrijven). Met het oog op de toekomst kunnen de flexibele woonunits met een verwachte levensduur van 25 jaar daarna elders worden ingezet in een steeds flexibelere ,
,
woningopgave binnen de gemeente Zuidplas. De gemeente Zuidplas ziet voldoende redenen om deze locatie voor nog 15 jaar te gebruiken ten behoeve van een tijdelijk woongebouw voor 132 vluchtelingen uit Oekraïne. Zoals beschreven onder 1. 1 Aanleiding en ambitie is de vergunning verleend in juni 2023 maar de opvang pas in december 2024 in gebruik genomen waarmee de ,
,
ingebruikname van slechts 15 jaar kent. Omdat de noodzaak voor de opvang er nog steeds is dient nieuw planologisch besluit te komen. Door de opvang nog 15 jaar in gebruik te nemen blijft de
opvang een er een
,
ingebruikname
,
,
,
van
,
de opvang nog steeds binnen de initiële afspraken met de belanghebbenden.
Woonconcept Het uitgangspunt is een woonconcept voor zelfstandig wonen waarbij elke woonunit voorzien is van een douche toilet en eenvoudige keuken met koel-vrieskast kookplaat magnetron. Daarnaast is er een gemeenschappelijke ,
,
,
wasruimte. De ruimtes voldoen groot aantal eisen zoals benoemd in het ‘Algemeen Programma van Eisen/Uitgangspunten’ en het ‘Haalbaarheidsonderzoek Huisvesting Oekraïners op kavel 13 bedrijvenpark Kleine aan een
pagina 11 van 51
,
,
Vink’. Zo is bij het inrichten van de woonunits rekening gehouden met een norm-privéruimtegebruik
van
12 m 2 per
Verder dient voldaan te worden aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook hanteert te gemeente Zuidplas de norm van Stichting Normering Flexwonen. Hierin zijn de voorzieningen voor elektra klimaat persoon.
,
veiligheid
en
de bouwkundige eisen benoemd. Zo is onder andere voorzien in uitschakelbare
,
,
mechanische
ventilatie. Een belangrijk uitgangspunt is tevens dat de beheerders meerdere keren per week aanwezig zijn. Zij dragen voor goed contact met de bewoners en zijn een eerste vraagbaak voor de bewoners. Opzet
zorg
en inrichting
Het gebouw is ca. 52 m lang en 19 m breed. Het gebouw heeft drie verdiepingen en de bouwhoogte bedraagt ca. 95 m. Het gebouw bestaat uit vier volumes die verbonden zijn met een galerij. In die volumes zitten 44 woonunits voor 2 4 of 6 personen. Er kunnen in maximaal 132 mensen gehuisvest worden. Tussen de volumes bevindt zich ,
,
,
,
gedeeld binnenplein met een hek eromheen. Naast de gebouwen is er ook een fietsenstalling. Er zijn drie trappenhuizen aan de noord- zuid- en westzijde van het complex. Aan de oostzijde bevindt zich een poort die een
,
,
,
,
toegang geeft tot het binnenplein. Op de begane grond bevindt zich in een van de volumes een gezamenlijke ruimte voor onder andere ontmoetingen vergaderen en zorg een berging en een was-droog-ruimte. ,
Navolgende tekeningen
geven een
,
impressie
woonunits en de terreinindeling.
Situatietekening (bron: Gemeente Zuidplas)
pagina 12 van 51
van
de opvanglocatie
,
met onder andere de plaatsing
van
de
Gevelimpressies (bron: Gemeente Zuidplas)
Door de beperkte hoogte
van drie
bouwlagen voegt het woongebouw zich op een prettige manier in de bestaande
bebouwde omgeving. Het gebouw is ingepast met een haag aan de lange oostzijde van het gebouw en een groene ruimte aan de zuidzijde van het gebouw met bomen. De omzoming met hagen zorgt voor een zachtere invulling van/overgang naar het openbare gebied. Aan de westzijde zit een collectieve tuin met ook ruimte fietsparkeren. De naastgelegen sloot is in verband met de veiligheid met een hekwerk afgeschermd. ,
voor
Aangezien de ontwikkeling van tijdelijke aard is en plaatsvindt op een bedrijventerrein binnen het bestaande perceel is de ruimtelijke en stedenbouwkundige samenhang in de omgeving niet onevenredig verstoord. Hierbij is ,
voldaan aan de eisen uit het DIOR (Duurzame Inrichting Openbare Ruimte). Daarnaast blijft de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente gewaarborgd. Autoverkeer en parkeren De opvang van vluchtelingen brengt mogelijk een toename aan verkeersbewegingen en parkeerbehoefte teweeg. Daarnaast is aandacht voor verkeersveiligheid van belang. Onder 7. 1 Verkeer en parkeren wordt nader ingegaan verkeer parkeren en verkeersveiligheid. Er zijn in de bestaande situatie 33 parkeerplaatsen. De gemeentelijke Nota Parkeernormen 2026 vormt het toetsingskader voor het parkeren. Daarnaast wordt ingegaan op de ervaringen op
,
de afgelopen 15 jaar. Daaruit blijkt dat door de bestaande 33 parkeerplaatsen te handhaven kan worden voorzien in zowel de theoretische parkeerbehoefte als de parkeerbehoefte in de praktijk. van
pagina 13 van 51
,
5
Toetsing aan omgevingsplan
5. 1
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden
Alle voorheen geldende bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Zuidplas. Voor de planlocatie geldt het tijdelijke " Omgevingsplan gemeente Zuidplas " (bestemmingsplan " Kleine Vink en Omgeving)" (vastgesteld 18 december 2018)). De voorgenomen ontwikkeling is niet toegestaan binnen het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan. Derhalve dient afgeweken te worden van het tijdelijke omgevingsplan. Dit kan door middel van een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Uitsnede van ‘Kleine Vink en omgeving’ , planlocatie globaal omkaderd (bron: Omgevingsloket)
De gronden
van
de planlocatie hebben grotendeels de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Ze zijn derhalve bestemd
voor: a.
b. c.
d.
het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' ; het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorie 1 tot en met 3. 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' ; niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van de bedrijven als genoemd onder a tot en met d met een oppervlak van maximaal 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak met een maximum van 3. 000 m² ; ,
ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – voorwaardelijke verplichting groenaanleg': voorwaardelijke verplichting tot groene inpassing die is opgenomen in 3.4.2 onder a ;
de
,
e.
ter plaatse van de aanduiding 'groen': hagen (met ook bomen daarin geplaatst) en groene omzomingen (met een lage begroeiing) overeenkomstig de inrichtingsschets voorwaardelijke verplichting groenaanleg in bijlage 3 ;
pagina 14 van 51
f.
tuinen ;
g.
h.
bijbehorende bouwwerken ; parkeervoorzieningen ;
i.
wegen ;
j. k.
fiets- en voetpaden ;
l.
groenvoorzieningen ; kunstwerken ;
m. n. o.
water ;
objecten van beeldende kunst ; bouwwerken geen gebouw zijnde. ,
Ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ hebben de gronden ook de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3. 2’. Er is een bouwvlak aangegeven met een maximum bouwhoogte van 16 m. Langs de zuidrand van de locatie geldt de functieaanduiding ‘groen’. Het westelijke deel heeft deels de bestemming ‘Groen’ en is derhalve bestemd voor a. groenvoorzieningen ; b. (ondergrondse) afvalinzamelpunten ; met de daarbij behorende: c.
wegen en paden ;
d.
voorzieningen van openbaar nut ; waterlopen en waterpartijen ;
e.
f. g.
objecten van beeldende kunst ; kunstwerken.
Verder heeft het westelijke deel de bestemming ‘Water’ en is daarmee bestemd voor: a.
b.
watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen ; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waterafvoer en waterberging ; ,
d.
bermen en groenvoorzieningen ; extensief recreatief medegebruik ;
e.
kunstwerken.
c.
Verder geldt de bestemming ‘Verkeer – 2’. De gronden met die bestemming zijn bestemd voor a. wegen straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie ; met de daarbij behorende: ,
b.
voet- en fietspaden ;
c.
groenvoorzieningen waaronder bermen en beplanting ; voorzieningen van openbaar nut ;
d.
,
f.
straatmeubiliair ; water ;
g.
kunstwerken.
e.
pagina 15 van 51
Het noordelijke deel van de planlocatie heeft de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen– weg’. Deze aanduiding is bedoeld
om
de vestiging van functies ten behoeve
van
minder zelfredzame
personen
tegen te gaan. Verder geldt een ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting groenaanleg’. Daarmee is geregeld dat het gebruik voor bedrijfsdoeleinden uitsluitend toegestaan is als een groenaanleg wordt gerealiseerd. In dat verband is bepaald dat aan de zuidzijde en bij het parkeerterrein een haag met bomen gerealiseerd zijn. Dit is in middels gerealiseerd en wordt in stand gehouden. Er is
op
de planlocatie
en
het aansluitende parkeerterrein
een
wijzigingsbevoegdheid
(‘wetgevingszone
–
wijzigingsgebied’) opgenomen om in plaats van een bedrijf een sporthal toe te staan maar het bestemmingsplan biedt geen afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden waarmee het planvoornemen gerealiseerd kan worden. De ,
ontwikkeling bestemmingsplan. voorgenomen
5. 2
is derhalve
niet
toegestaan
binnen
de
mogelijkheden
van
het
voormalige
Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan
Het plan is op de volgende onderdelen strijdig met de planregels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan: ▪
Woningen realiseren binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ ;
▪
Een gebouw buiten het bouwvlak realiseren.
Door middel van een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) kan worden afgeweken van
het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan.
pagina 16 van 51
6
Beleid
6. 1
Rijksbeleid
6. 1. 1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten met en zonder wettelijke grondslag en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering energietransitie circulaire economie bereikbaarheid en woningbouw ,
,
,
,
,
,
zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie ; duurzaam economisch groeipotentieel ;
3. 4.
sterke en gezonde steden en regio's ; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Onderhavig initiatief past binnen de derde prioriteit waarmee het initiatief passend is binnen de intenties van dit rijksbeleid. Gezien de aard en omvang van het initiatief is de NOVI verder niet specifiek van toepassing op het ,
plangebied. 6. 1. 2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder
voor
duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan
van
leegstand. De instructieregel in artikel 5. 129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8. 0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In artikel 5. 129g wordt bepaald dat bij een plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening gehouden moet worden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling ; en ,
,
b.
als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.
Planspecifiek Er staat geen ondergrens voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in artikel 5. 129g Bkl. Er zijn wel lijnen uitgezet door de Afdeling bestuursrechtspraak
van
de Raad van State. Bij woningbouw is er vanaf 12 woningen sprake van een
ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling omvat de voortzetting van een opvanglocatie met
pagina 17 van 51
44 woonunits. Derhalve dient de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen te worden. In het kader daarvan dient aangetoond te worden dat er behoefte is aan de beoogde woningen. Behoefte Begin 2022 heeft het Rijk besloten om Oekraïense vluchtelingen op te gaan vangen en dat te laten verlopen via Veiligheidsregio’s. Per regio dient een bepaald aantal vluchtelingen opgevangen te worden. Gemeentes dienen op grond van de 'Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne’ daaraan te voldoen. De gemeente Zuidplas voldeed destijds niet aan het opgelegde aantal: er was behoefte aan extra capaciteit van 80 tot 100 vluchtelingen. Bovendien de bestaande opvanglocatie eind 2023 aflopen. Daaruit blijkt dat er destijds behoefte was aan een nieuwe opvanglocatie. Bovendien is in de tussentijd de hoeveelheid vluchtelingen die Zuidplas op dient te vangen zou
verhoogd waardoor de behoefte aan opvanglocaties alleen maar toegenomen is. De gemeente zoekt naar een alternatieve locatie maar in de tussentijd blijft er dus een noodzaak om de bestaande opvanglocaties in stand te ,
,
houden. Conclusie Er kan gezien het bovenstaande worden geconcludeerd dat er behoefte is aan de beoogde woningen.
6. 2
Provinciaal beleid
6. 2. 1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 18 februari 2025. Naast de algemene sturingsfilosofie en een analyse van de huidige situatie van Zuid-Holland schetst de provincie in de omgevingsvisie haar toekomstgerichte beleid in zeven provinciale vernieuwingsambities. Deze ambities vormen een stip op de horizon. 1.
Samenwerken aan Zuid-Holland
2.
Bereikbaar Zuid‐Holland
3. 4.
Schone energie voor iedereen Een welvarend Zuid‐Holland
5.
Naar vitale balans water natuur en landbouw
6.
Sterke steden en dorpen in Zuid‐Holland Gezond en veilig Zuid‐Holland
7.
,
Deze zeven vernieuwingsambities zijn geconcretiseerd in beleidsdoelen die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. De beleidsdoelen zijn vervolgens uitgewerkt in beleidskeuzes. De provincie wil gebiedsgericht integraal en op het regionale schaalniveau sturen op kwaliteitsverbetering het ,
,
realiseren van beleidsdoelen juiste plek’).
,
en
bij het gebied passende ruimtelijke ontwikkelingen (‘de juiste ontwikkeling op de
Gebiedsprofielen en ruimtelijke kwaliteit Het landschap in de provincie Zuid-Holland is gevarieerd. Voor 16 deelgebieden zijn in 2014 gebiedsprofielen gemaakt als uitwerking van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Deze gebiedsprofielen zijn samen met de regio ontwikkeld. Elk gebied heeft eigen gebiedskenmerken die mogelijk van provinciaal belang zijn.
pagina 18 van 51
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden op de juiste plek zijn ze mogelijk onder voorwaarde dat de ,
ruimtelijke kwaliteit behouden blijft of versterkt wordt. Ruimtelijke kwaliteit is de optelsom van toekomstwaarden gebruikswaarden en belevingswaarden. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn maar ook
,
,
toekomstvast (duurzaam houdbaar of bewust tijdelijk) en aantrekkelijk. Ruimtelijke kwaliteit omvat niet alleen de waarden die objecten en gebieden hebben maar ook de potentie om waarden tot ontwikkeling te brengen. Het zijn waarden die te maken hebben met eigenheid identiteit herkenbaarheid leefbaarheid bruikbaarheid en ,
,
,
,
,
continuïteit. De gebiedsidentiteit is de basis voor nieuwe ontwikkelingen. Deze identiteit is ontstaan door eeuwenlange ingrepen in de ruimte. Daarbij is een aantal lagen te onderscheiden. De bodem de ondergrond gaat over de grondslag van ,
de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen. Daarop ligt de laag van de cultuur- en natuurlandschappen. In deze laag vind je het zichtbare landschap en (grondgebonden) nut. Deze laag is gevormd door eeuwenlang (vaak agrarisch) gebruik door de mens. De derde laag die onderscheiden wordt is de laag van stedelijke occupatie bestaand uit steden dorpen en hun onderlinge netwerken. Tot slot gaat de laag van de ,
,
beleving over identiteit met als belangrijke dragers cultuurhistorie en (recreatieve) beleving. ,
Passende ruimtelijke ontwikkeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is is vooral de ruimtelijke impact van belang. In de ,
wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raakt deze aan provinciale doelen of belangen. Ook de bijzonderheid en kwetsbaarheid van de gebiedskwaliteit speelt daarbij een ,
rol. De gebiedsprofielen bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact van een ontwikkeling in bepaald gebied is.
een
De provincie maakt daarbij onderscheid in drie typen ontwikkeling: inpassing aanpassing en transformatie. Hierbij spelen de schaalniveaus van de kavel de structuur en de gebiedsidentiteit een rol. Wanneer een ontwikkeling ,
,
aansluit bij de gebiedsidentiteit en zich voegt in de bestaande structuur is sprake van inpassing. Een ontwikkeling die wel aansluit bij de gebiedsidentiteit maar op structuurniveau in wijzigingen voorziet betekent een aanpassing. ,
,
En bij transformatie zorgen de aard en omvang van een ontwikkeling voor een verandering van de gebiedsidentiteit. Deze indeling van ontwikkelingen is ook doorvertaald in de instructieregels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit in de omgevingsverordening. Voor ruimtelijke kwaliteit zijn drie beschermingscategorieën te onderkennen (zie ook paragraaf 6.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) met bijpassende gebiedstypen waarbinnen geldt: ,
▪
,
Beschermingscategorie 1: alleen inpassen mogelijk (Graslanden Bollenstreek Natuurnetwerk Nederland ,
Kroonjuweel Cultureel Erfgoed) ▪
Beschermingscategorie 2: inpassen weidevogelgebied Groene Buffers)
en
aanpassen
is
mogelijk
(Recreatiegebied
,
,
▪
Beschermingscategorie 3: inpassen
pagina 19 van 51
,
aanpassen en transformeren
is mogelijk (Buitengebied).
Belangrijk
,
Planspecifiek Kwaliteitskaart Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit wel van belang. Hiervoor zullen de relevante kaartlagen de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. De lagen van cultuur- en natuurlandschappen en cultuurhistorie zullen niet nader beschouwd worden aangezien deze geen aanvullende van
,
informatie bevatten voor de planlocatie. Ondergrond: Veencomplex – veen Een groot deel van de provincie bestaat uit veengronden met een hoge waterstand en geringe draagkracht. Dat veen is ontstaan door eeuwenlange ophoping van resten van rietveen- en veenmoslanden en moerasbossen die ,
is een
hier duizenden jaren geleden stonden. Er aantal plekken in de ondergrond grote veenpakketten aanwezig zijn met daarin differentiatie in het soort veen en de dikte van het veenpakket. Deze veenpakketten zijn van bijzondere waarde maar deze gebieden zijn afhankelijk van het soort veen en de dikte van het veenpakket waar
nog
,
,
,
,
ook gevoelig tot zeer gevoelig voor bodemdaling. Tot het veencomplex behoort ook een groot aantal bestaande
en
voormalige plassen die zijn drooggemalen. Deze staan bekend als droogmakerijen. De ondergrond varieert van klei moerig tot veen. Zuid-Holland kent een aantal droogmakerijen waar in toenemende mate verzilting optreedt en ,
,
waterbeheer Zorgvuldige
steeds lastiger wordt. Bij grote diepte kan daarnaast een waterveiligheidsvraagstuk spelen. omgang met het kwalitatieve en/of kwantitatieve watervraagstuk is hier daarom van belang.
Richtpunten
voor
de ruimtelijke kwaliteit zijn:
▪
Ontwikkelingen op een veenondergrond dragen zorg voor behoud van het veen diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling ;
▪
Ontwikkelingen in droogmakerijen leveren
een
bijdrage
aan
een
en
zijn met name bij de
duurzame waterhuishouding
en
het
beperken van de verzilting. De bodem zal in het kader van het plan niet aangetast worden en er komt geen nieuwe bebouwing op de locatie. Derhalve zal het plan niet afdoen aan de bovenstaande richtpunten. Water(huishouding) komt nader aan bod onder paragraaf 7. 14 Water. Stedelijke occupatie: steden en dorpen (dorp) Dorpen maken voor oorsprong deel uit van agrarische cultuurlandschappen. Vanuit hier werden omliggende agrarische gronden ontgonnen en daarna eeuwenland bewerkt. Door de verschillende condities van de ondergrond en de natuurlijke omgeving in combinatie met de ligging in de netwerken ontstond een pallet aan dorpen met eigen kenmerken karakter en kwaliteit. De richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit zijn: ,
▪
Elk dorp bouwt voort op de eigen identiteit en landschap ;
▪
Ruimtelijke
ontwikkelingen
dragen
bij
aan
op
de karakteristieke structuur de
groen-
en
en
ligging aan
waterstructuren
en
en
in het
recreatieve
uitloopmogelijkheden in en rond het dorp ; ▪
Ontwikkelingen dragen bij aan de leefbaarheid en vitaliteit van het dorp.
De planlocatie ligt niet aan/in het landschap en/of op een locatie met karakteristieke bebouwing. Wel is de planlocatie in het kader van de initiële ontwikkeling vergroend. Het planvoornemen betreft het verlengen van de vergunning voor een opvanglocatie voor vluchtelingen uit Oekraïne. De planlocatie kan daarna worden genomen voor bedrijfsruimte wat bijdraagt aan de vitaliteit van het dorp. ,
pagina 20 van 51
weer
in gebruik
Stedelijke occupatie: Bedrijventerrein Bedrijventerreinen liggen veelal aan toegangswegen van dorpen/steden en vormen vaak de entree van dorp/stad. Behalve de toegang tot het terrein zijn ze vaak ruimtelijk niet verbonden met het aangrenzende landschap en stadsof dorpsgebied waardoor ze een afgesloten karakter hebben. Veelal betreft het logistieke bedrijventerreinen ,
waarvoor een
goede aansluiting op het wegennet essentieel is. Daar
waar
,
bedrijventerreinen de entree van een
stad/dorp vormen is extra aandacht nodig voor de beeldkwaliteit van het terrein de ontsluiting en de samenhang met de omgeving. Doorgaande recreatieve routestructuren worden gerespecteerd of krijgen een gelijkwaardige ,
,
vervanging. Het terrein en de overgang richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit zijn:
naar
de omgeving is aantrekkelijk
Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen
▪
,
een
voor
verschillende gebruikers. De
goede ontsluiting en de samenhang met
de omgeving extra aandacht. ▪
Bij (her)inrichting van bedrijventerreinen zit kwaliteitsverbetering ook in het meer toekomstbestendig en klimaatadaptief bouwen. Daarbij moet gedacht worden aan vergroenen en ontharden van het terrein
,
multifunctioneel gebruik verhogen de verblijfskwaliteit in het algemeen. Op die manier wordt het een aantrekkelijke plek voor verschillende gebruikers. en
Het
planvoornemen
betreft
een
van
tijdelijke ontwikkeling. Er
is aandacht
besteed
aan
ruimtelijke kwaliteit
,
bereikbaarheid en samenhang met de omgeving tijdens het locatieonderzoek in het ontwerp en in voorliggende onderbouwing. De locatie kan in de toekomst weer ingezet worden als bedrijfsruimte waarbij aandacht besteed ,
,
kan worden aan toekomstbestendig en klimaatadaptief bouwen. Beleidskeuzes De ontwikkeling sluit
aan
bij de beleidskeuze ‘Behoud
en
versterking ruimtelijke kwaliteit’. Het ruimtelijke
kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de ,
status van handreiking
,
maar
nadrukkelijk niet de status van toetsingskader.
Het plangebied valt binnen het gebiedsprofiel Bentwoud
,
Rottemeren
en
Zuidplas. Voor elk gebiedsprofiel zijn
meerdere kaarten beschikbaar. Hieronder worden alleen de voor het plangebied relevante kaarten besproken die een aanvulling vormen op de reeds genoemde aspecten van de kwaliteitskaart. Water als structuurdrager: Slotenpatroon Het gebied kent een sterk ruimtelijk contrast tussen twee slotenpatronen. Het veenweidelandschap wordt getypeerd door een langgerekt slotenpatroon met smalle kavels en een hoog waterpeil. De droogmakerijen op kleibodem worden getypeerd door een orthogonaal rationeel slotenpatroon met rechthoekige kavels. Het kenmerkende ,
slotenpatroon is op de meeste plekken nog duidelijk herkenbaar. Het draagt niet alleen bij aan de ruimtelijke beleving maar accentueert eveneens de ontstaansgeschiedenis van het gebied. De ambities zijn: ,
▪
Behoud van het contrast tussen de grote kavels in het noorden en de kleine kavels in het zuiden ;
▪
Behoud van het kenmerkende langgerekte verkavelingspatroon in het veenweidegebied. Lengtesloten zijn beeldbepalend ;
▪
Behoud van het kenmerkende rationele slotenpatroon met een regelmatige verkaveling in de kleigebieden ;
▪
Behoud van de orthogonale verkavelingsstructuur in de Zuidplaspolder ;
pagina 21 van 51
▪
Eventuele waterbergingsopgaven
passen
bij het slotenpatroon ter plaatse.
De bestaande sloot naast de planlocatie blijft in het planvoornemen onaangetast behouden blijft.
,
waardoor het slotenpatroon
Werkgebied aan stads- of dorpsrand In dit gebied ligt een aantal lokaal georiënteerde kleinschalige werkgebieden. Deze liggen
aan
de stads- of
dorpsrand rondom de belangrijkste toegangswegen. Ze zijn medebepalend voor het dorpssilhouet en de entree. Het gaat om bedrijventerreinen die sterk vanuit een lokale behoefte voorzien in ruimte voor de lokale economie. De terreinen maken onderdeel uit van de dorpsstructuur of liggen daar net buiten. De ambities zijn: ,
▪
Het bedrijventerrein is zoveel mogelijk onderdeel van het dorp. Het karakter en de sfeer dragen bij aan de identiteit van het dorp. Transformatie herstructurering en innovatie wordt aangegrepen om een ,
kwaliteitsslag te maken ▪
naar een
duurzaam (multi-)functioneel en aantrekkelijk werkgebied ;
Bij nieuwe ontwikkelingen worden landschappelijke structuren cultureel erfgoed en routes ingezet aangepast om het bedrijventerrein onderscheidend te maken. Het bedrijventerrein wordt goed ,
en en
vanzelfsprekend verbonden met haar omgeving wat betekent dat routes uit de omgeving zoveel mogelijk doorlopen in het bedrijventerrein en dat het gebied aantrekkelijk is voor werknemers bezoekers en ,
,
bewoners ; ▪
De rand zorgvuldig vormgeven en een overgang maken door middel van beplanting zodat het terrein onderdeel wordt van de dorpsrand ;
▪
De bebouwing heeft een representatieve uitstraling ook daar waar van toepassing richting het landschap ;
▪
Zicht vanuit het landschap
,
,
op buitenopslag
,
,
wordt voorkomen.
In het kader van het planvoornemen wordt een deel van het bedrijventerrein tijdelijk ingezet voor een andere functie dan bedrijfsruimte. Er worden in het kader van de beoogde ontwikkeling dus geen permanente of anderszins langdurige veranderingen doorgevoerd. De voorgaande vergunning had als verplichting dat er een haag zou worden geplaatst. Op basis van het inrichtingsplan is dat ook gebeurd. Deze blijft behouden. De planlocatie bevindt zich niet aan de rand van het bedrijventerrein en heeft geen relatie met het landschap. Wel heeft de bebouwing een representatieve uitstraling wat het tot een prettige verblijfsplaats maakt. De planlocatie komt na de doorlooptijd van de beoogde opvang weer vrij voor bedrijfsruimte waarbij bovenstaande punten nader aangekaart kunnen worden. ,
,
6. 2. 2
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Op 1 juli 2025 is de laatste versie van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsvisie. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 7. 43c van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een omgevingsplan alleen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toelaat als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Onder de volgende voorwaarden kan ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit worden voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling:
pagina 22 van 51
Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze
a.
rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. ,
b.
Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. ,
Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin
c.
wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Er is in het kader van het planvoornemen sprake van inpassen. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en gebiedsprofielen zijn reeds onder ‘Omgevingsvisie Zuid-Holland’ toegelicht. Hieruit blijkt dat het plan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en gebiedsprofielen voldoet. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 7. 45 van de Omgevingsverordening is het volgende
opgenomen:
'Een omgevingsplan dat een nieuwe
stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5. 129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving’. Eerder is ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking waaruit is gebleken dat er behoefte is aan de beoogde woningen. Daarmee wordt voldaan aan artikel 5. 129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 7. 45 van de Omgevingsverordening. ,
Bedrijventerrein In artikel 7. 52 is opgenomen dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein bij uitzondering een andere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk kan maken indien er sprake is van een zwaarwegend algemeen belang er geen reële andere mogelijkheid is en compensatie van de toegedeelde functies van het bedrijventerrein is verzekerd. ,
Er is in het kader van het plan van een zwaarwegend algemeen belang namelijk de huisvesting van Oekraïense ,
vluchtelingen. In 2022 heeft het Rijk besloten Oekraïense vluchtelingen op te vangen en dat te laten verlopen via Veiligheidsregio’s. Per gemeente werd een aantal op te vangen vluchtelingen opgelegd waar gemeente Zuidplas destijds niet aan voldeed. Daarom was er behoefte aan extra capaciteit ook omdat een bestaande opvanglocatie ,
,
aflopen. Eind 2022 is onderzocht of de planlocatie een geschikte opvanglocatie zou zijn en er is geconcludeerd van wel: er was geen alternatieve locatie beschikbaar waar een gelijkwaardig resultaat met aanmerkelijk minder zou
bezwaren kon worden bereikt. In juni 2023 is de vergunning voor de tijdelijke opvang verleend en eind 2024 is de opvanglocatie in gebruik genomen. Sindsdien is het aantal op te vangen vluchtelingen binnen de gemeente Zuidplas verhoogd waardoor de behoefte aan opvanglocaties is toegenomen. Er is dus nog steeds sprake van een ,
zwaarwegend algemeen belang. De gemeente is opzoek naar alternatieve opvanglocaties. De gemeente heeft nog geen zicht op een locatie waar deze vorm van opvang definitief zal plaatsvinden. Zodra de termijn van de opvanglocatie afloopt en de opvang op een nieuwe locatie kan plaatsvinden zal de tijdelijke opvang planlocatie verwijderd worden en kan deze locatie weer in gebruik worden genomen als bedrijfslocatie. ,
pagina 23 van 51
op
de
Risico's van klimaatverandering In artikel 7. 41a van de Omgevingsverordening is opgenomen dat rekening gehouden moet worden met de risico’s klimaatverandering waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van:
van
,
wateroverlast door overvloedige neerslag ; overstroming
a.
b.
hitte droogte
c.
d.
alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling. De Klimaateffectatlas is geraadpleegd om een klimaatveranderingen ter plaatse van de planlocatie.
beeld
te
geven
van
de
bovenstaande
risico’s
van
Wateroverlast door overvloedige neerslag Er is te zien dat er ter plaatse van de planlocatie na een hevige bui (70 tot 140 mm/u) geen water op de planlocatie blijft staan. Aangezien de hoeveelheid verharding gelijk zal blijven zullen er als gevolg van het plan op dit vlak ook ,
geen
problemen ontstaan.
Overstroming Er is een kleine overstromingskans ter plaatse van de planlocatie (1/300 tot 1/3. 000 per jaar). Gezien de overstromingskans slechts klein is kan worden aangenomen dat dit geen belemmering zal vormen. ,
Hitte Het stedelijk hitte eiland-effect ligt op de planlocatie rond de 09 graden Celsius. Dat is in lijn met de rest van de (directe) omgeving. Aangezien de hoeveelheid verharding in het kader van het plan niet toe zal nemen zal dit geen ,
,
belemmering
vormen.
Droogte Het risico
droogtestress is ter plaatse
op
Bovendien biedt het bestaande
van
groen
de mogelijkheid tot verkoeling.
de planlocatie laag. Er kan worden
aangenomen
dat dit geen
belemmering zal vormen. Bodemdaling De verwachte bodemdaling ter plaatse van de planlocatie is vrij (tot 2050) tot zeer (tot 2100) sterk. Aangezien er reeds bebouwing op de planlocatie staat levert het plan hier geen bijdrage aan. Bovendien betreffen het tijdelijke ,
bouwwerken dus vormt dit op de lange termijn geen belemmering. ,
Conclusie Er kan gezien het bovenstaande worden geconcludeerd dat het planvoornemen in lijn is met de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
pagina 24 van 51
6. 3
Gemeentelijk beleid
6. 3. 1
Omgevingsvisie Gemeente Zuidplas 2040
De Omgevingsvisie van gemeente Zuidplas is in werking sinds 26 maart 2025. Het is een strategisch kader voor de lange termijn. In de Omgevingsvisie omschrijft de gemeente hoe zij de kwaliteiten van Zuidplas en de dorpen kan behouden en hoe ze daarin rekening houdt met de behoeften van toekomstige generaties. De gemeente Zuidplas streeft op basis van de kenmerken en kwaliteiten naar een viertal doelen die navolgend besproken zullen ,
worden. Aantrekkelijk Zuidplas De gemeente wil in 2040 in de breedste zin een aantrekkelijke en onderscheidende gemeente zijn binnen de regio. Ze wil vooral inzetten op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen wanneer de geplande uitbreidingen aan dorpen zijn gerealiseerd. Ook zet de gemeente in op aanpassingen aan de bestaande woningvoorraad. Dorpen in Zuidplas kunnen uitbreiden mits er een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen. Het erfgoed moet beter zichtbaar en beleefbaar worden gemaakt en het cultureel leven moet in stand worden gehouden en versterkt waar ,
mogelijk. De gemeente zet in op een beter en aantrekkelijk openbaar vervoer goede bereikbaarheid met de auto ,
en een
aantrekkelijk wandel- en fietsnetwerk binnen de gemeente
en regio.
Duurzaam Zuidplas De gemeente wil in 2050 energieneutraal klimaatadaptief en aardgasvrij te zijn. In 2040 wil zij daar hard naar op ,
zijn zowel ondergronds als bovengronds. Nieuwe ontwikkelingen wil de gemeente zoveel als mogelijk energieneutraal en ook voor bestaande gebouwen zet zij daarop in hoewel dit niet overal haalbaar zou zijn. Naast weg
,
,
de energiedoelstellingen werkt ze aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie tegengaan van hittestress verdroging en wateroverlast heeft daarbij nadrukkelijk aandacht. ,
,
onder andere het
,
Ondernemend Zuidplas De gemeente wil in 2040 een aantrekkelijke gemeente zijn voor ondernemers en zorgen voor voldoende werkgelegenheid. Ze gaat kijken waar bedrijven het beste gevestigd kunnen worden. Voor bedrijven met een hoge milieubelasting is de gemeente terughoudend en kijkt ze vooral naar de brede meerwaarde van een dergelijk bedrijf terwijl lichte vormen van bedrijvigheid die te combineren zijn met wonen dragen juist bij aan levendigheid en ,
,
,
diversiteit. De gemeente ziet mogelijkheden voor versteviging van de landbouw gecombineerd met lichte recreatie
,
waarbij wordt gekozen voor concentratie en plaats wordt geboden aan innovatieve en toekomstbestendige glastuinbouw. Daarnaast wil de gemeente de bestaande centra van de dorpen met winkels en dagelijkse voorzieningen sterk houden en inzetten op het versterken van het draagvlak door een levendige mix aan functies. ,
,
,
Gezond Zuidplas De gemeente wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn met een gezonde en veilige leefomgeving met aandacht voor gezondheid in de breedste zin waarbij zowel lichaamsfuncties mentaal welbevinden zingeving ,
,
,
,
kwaliteit van leven meedoen en dagelijks functioneren meetallen. Ontmoeten is een van de essentiële behoeften waarbij de inrichting en toegankelijkheid van de openbare ruimte maar ook die van gebouwen van belang zijn. De
,
,
,
,
gemeente zet in op het verbeteren en uitbreiden van het fiets- wandel- en vaarnetwerk in de dorpen buitengebied. Gezond en verantwoord voedsel draagt ook bij aan die gezondheid. ,
pagina 25 van 51
en
het
Planspecifiek Het planvoornemen omvat de realisatie van tijdelijke woningen voor Oekraïense vluchtelingen. Er wordt aangesloten op de ambitie van de gemeente om een divers betaalbaar en flexibel woningaanbod te realiseren. ,
Verder is de Omgevingsvisie van gemeente Zuidplas niet specifiek van toepassing op het planvoornemen. Er kan worden geconcludeerd dat het plan in lijn is met de Omgevingsvisie. Beleidsregel Natuurinclusief bouwen
6. 3. 2
en
inrichten 2025
Bij de toetsing van de plannen wordt gekeken in hoeverre er wordt voldaan aan deze beleidsregel. Het toetsingskader heeft als doel om de biodiversiteit in de gebouwde omgeving te beschermen te herstellen en te ,
versterken. Hiermee maakt de gemeente concreet hoe natuur inclusief bouwen en inrichten toegepast wordt in nieuwbouwprojecten grootschalige renovaties en reconstructies van de openbare ruimte. ,
Planspecifiek Bij de eerder verleende tijdelijke omgevingvergunning is er door de gemeente Zuidplas reeds een natuur inclusieve inrichtingstekening gemaakt. Daarbij was onder andere rekening gehouden met een gazon/grasveld een haag ,
,
,
amfibiëenpoel nieuwe bloemenmengsel een bijenhotel en waardbeplanting (essentieel voor de voortplanting van vlinders). Zie situatietekening in hoofdstuk 4. In het kader van de tijdelijke verlenging van de opvanglocaties is een
,
,
,
er een
2026
,
inspectieverslag gemaakt van de verbetering van de plantoetskaders door Erkelens Natuurbeheer (28 april zie bijlage 3). Hierin zijn enkele aanbevelingen gedaan ter bevordering van de natuur en biodiversiteit. In
verband met het beheer
en onderhoud
is er intern binnen de gemeente contact geweest om ervoor te zorgen dat het plan ook wordt opgenomen in de planning van de desbetreffende afdeling. Gelet op bovenstaande wordt er voldaan aan de beleidsregel.
pagina 26 van 51
7
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
7. 1
Verkeer en parkeren
7. 1. 1
Verkeer
Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de ,
totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur verkeer ,
744 'Parkeerkencijfers
ruimte (CROW) geeft in publicatie
parkeernormering' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen bedrijf etc. ) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden -
basis
vervoer en openbare
,
gekozen tijdsperiode
een
voor
,
,
verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek Het onderhavige initiatief is ontsloten op de Steenbakkerij die aangeduid en ingericht is als erftoegangsweg binnen de kom met een snelheidsregime van 30 km/u. Gegevens over de intensiteit van deze weg zijn niet voor handen. ,
Gelet op de omvang van en het soort bedrijven dat op bedrijventerrein Kleine Vink gevestigd is namelijk kleinschalig ,
arbeidsbezoekersextensief wordt etmaal bedraagt. Het soort bedrijven maakt en
en
,
dat de intensiteit maximaal 3. 000 motorvoertuigen per eveneens dat ingeschat wordt dat het aandeel zwaar (truck met
aangenomen
ca.
oplegger of aanhanger) relatief beperkt is. De Steenbakkerij wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten op de Laan van Avant-Garde een gebiedsontsluitingsweg met een snelheidsregime van 50 km/u en een intensiteit van ca. 8. 516 motorvoertuigen op ,
het wegvak ten zuiden van de Steenbakkerij en ca. 10. 441 op het wegvak ten noorden ervan zo blijkt uit de beschikbare informatie van het Centraal Meetinstrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Naast de ontsluiting ,
via de (vrij liggende) fietspaden en trottoirs langs de Laan van Avant-Garde is voor het langzame verkeer eveneens een ontsluiting beschikbaar via het vrij liggende fietspad dat vanaf de Steenbakkerij aansluit op de HoofdwegNoord. Qua inrichting beschikt de Steenbakkerij over een rijbaan van ca. 6 m breed met aan weerszijden trottoirs en uitritten van bedrijven. Op het wegvak tussen de Laan van Avant-Garde en de aansluiting op het vrij liggende fietspad is de Steenbakkerij voorzien van rode fietssuggestiestroken en zijn op de kruispunten plateaus aanwezig. Beoogde situatie en effecten per vervoerswijze Gemotoriseerd verkeer Voor wat betreft gemotoriseerd verkeer is op basis van het aantal parkeerwisselingen is een inschatting gemaakt ten aanzien van de huidige verkeersgeneratie. Uitgaande van een maximumaantal parkeerwisselingen van 3 per dag wordt de huidige verkeersgeneratie geschat op ca. 200 verkeersbewegingen per etmaal. Mede gelet op de voormalige intensiteit en het feit dat de huidige verkeersgeneratie niet veel afwijkt van verkeersgeneratie van functies die conform het voormalige bestemmingsplan toegestaan zijn is de toename vanuit verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar. ,
pagina 27 van 51
Op het gebied van verkeersveiligheid is er op de Steenbakkerij een verhoogde drempel aangelegd om de snelheid te verlagen. Het bedrijventerrein is duidelijk herkenbaar als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een geldende maximumsnelheid van 30 km/u. Er is duidelijke bebording en markering aangebracht. Uit de rapportage verkeerssnelheden (Commeo mobiliteit d. d. 27 mei 2024) volgt dat er op de gemeten wegvakken geen aanzienlijke ,
overschrijding van de snelheid is. Dat blijkt uit de V85 snelheid: de snelheid die door 85% van de weggebruikers niet wordt overtreden (en dus door 15% van de weggebruikers wel wordt overschreden). De V85-snelheid geeft dus een indicatie van de typische snelheden die op een locatie worden gereden. Na de aanleg van de drempel is sprake van een V85 snelheid van 31 km/u wat een zeer acceptabele situatie is qua snelheid. Uit metingen van het eerste halfjaar van 2025 bleek dat de V85 uitkomt op 322 km/u wat binnen de marge van 10% is. De V85 voor er
,
,
,
de genomen maatregelen was hoger dan 40 km/u. Fietsverkeer Het fietsverkeer ten behoeve van het onderhavige initiatief is op veilige wijze ontsloten onder andere ,
vanwege
de
ligging binnen een 30 km/u-zone en omdat de fietsinfrastructuur direct op de Steenbakkerij aansluit. De aanwezigheid van de sporthal zorgt er aanvullend voor dat weggebruikers redelijkerwijs reeds gewend zijn om rekening te houden met de aanwezigheid van fietsverkeer. Openbaar vervoer Voor gebruikers van het openbaar
vervoer
bevinden zich in de directe nabijheid (ca. 450 m) van het plangebied
twee bushaltes (één halte per richting met twee buslijnen) op de Hoofdweg-Noord. Aanvullend is ook het treinstation Nieuwerkerk aan den IJssel op redelijke loopafstand bereikbaar (ca. 25 minuten). Voetgangers Aansluitend op het voorgaande kan gesteld worden dat als gevolg en de
aansluiting op routes , bijvoorbeeld
van
bedrijventerrein richting het centrum onderhavige perceel voor voetgangers op veilige wijze bereikt kan worden.
de aanwezige voorzieningen van
Nieuwerkerk
aan
het
op
den IJssel het ,
Conclusie Er kan gezien het bovenstaande geconcludeerd worden dat de verkeerssituatie voor voetgangers fietsers en auto’s voldoet aan de richtlijnen voor een bebouwde kom met een 30 km/u-regime. Tevens is er openbaar vervoer ,
aanwezig. Het aspect verkeer vormt geen belemmering. 7. 1. 2
Parkeren
Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur verkeer ,
744 'Parkeerkencijfers
vervoer en openbare
type functie. Op
ruimte (CROW) geeft in publicatie
parkeernormering' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen bedrijf etc. ) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden -
basis
,
per
voor
,
pagina 28 van 51
,
verkregen
of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale
voorwaarden
voor
parkeervoorzieningen.
Planspecifiek De initiatiefnemer is voornemens
om
het huidige aantal parkeerplaatsen in het kader van het verlengen
van
de
vergunning te handhaven. Er zijn reeds 33 parkeerplaatsen op de locatie aanwezig. Er dient te worden nagegaan of dat aantal parkeerplaatsen voldoet aan de meest recente parkeernormen. Binnen de gemeente Zuidplas geldt de ‘Nota Parkeernormen 2026’ waarin gemeentelijke parkeernormen zijn opgenomen. Er zijn in deze Nota parkeernormen opgenomen met het oog op de huisvesting van asielzoekers en ,