Bijlage 2 Bestemmingsplan Zevenhuizen Zuid - Fase 6 - toelichting A21.000025
Tekst van het document
Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon
076 – 5225262
info@c5s.nl
internet
www.c5s.nl
kvk Breda
20083802
Gemeente Zuidplas Bestemmingsplan “Zevenhuizen - Zuid, fase 6”
Projectnummer:
200757
Datum:
4 januari 2021
Gemeente Zuidplas Bestemmingsplan “Zevenhuizen - Zuid, fase 6”
Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr. : NL.IMRO.1892.BpZevenhZuid6-VA01 d.d. : 04-01-2021
Projectleider: Collegiale toets: Status:
Dhr. ing. M.J. Volbeda Dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Vastgesteld
Toelichting
INHOUD
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
INLEIDING Aanleiding en doel Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Beeldkwaliteitsplan Leeswijzer
3 3 4 4 6 7
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
PLANGEBIED Inleiding Beschrijving bestaande situatie Beschrijving beoogde situatie Ontsluiting Parkeren Verkeer
9 9 9 10 11 11 12
3 3.1 3.2 3.3
BELEIDSKADER Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 13 15 19
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN Inleiding Bodem Waterhuishouding Archeologie en Cultuurhistorie Ecologie en stikstofdepositie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
23 23 23 25 29 30 33 34 35 39 40 41
5 5.1 5.2 5.3
JURIDISCHE PLANTOELICHTING Inleiding Opbouw van de regels Regels
45 45 45 45
6 6.1 6.2 6.3
UITVOERBAARHEID Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49 49 49 49
Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
1
BIJLAGEN Bijlage 1 - Parkeerbalans, Compositie 5 stedenbouw bv, mei 2020; Bijlage 2 - Parkeerkundige onderbouwing, Goudappel Coffeng bv, juni 2019; Bijlage 3 - Vooronderzoek Zuidplas-West deelgebieden Fase 6 en 7, april 2020 Bijlage 4 - QuickScan Wet natuurbescherming, Primum, april 2020; Bijlage 5 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Wematech, oktober 2020; Bijlage 6 - Voortoets Stikstof, Compositie 5 stedenbouw bv, april 2020; Bijlage 7 - Nader milieukundig asbestbodemonderzoek aan de Bierhoogtweg 1A, VanderHelm Milieubeheer B.V., juli 2020; Bijlage 8 - Nader onderzoek rugstreeppad Zevenhuizen Zuid fase 6 en 7, Primum, juli 2020 Bijlage 9 - Nota van beantwoording zienswijzen en overlegreacties (en wijziging), gemeente Zuidplas, januari 2021
Uitsnede topografische kaart van Zuidplas. Met de gele ster is globaal het plangebied geduid. Bron: topotijdreis.nl.
2
Gemeente Zuidplas
Doel Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling voor deelgebied 6 waarin 52 woningen in verschillende typologieën kunnen worden gebouwd. De gronden worden bestemd voor ‘Wonen’, ‘Verkeer - 3’, ‘Groen’ en ‘Water’ en de dubbelbestemmingen ‘Leiding – Rivierwatertransport’ en ‘Waarde - Archeologie 3’. De bestaande woning aan de Bierhoogtweg 1 wordt bestemd overeenkomstig de huidige bestemming uit bestemmingsplan “Herziening Zuidplaspolder 1”. Bestaande rechten worden niet aangetast.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt ten zuidoosten van de kern Zevenhuizen. Zevenhuizen-Zuid, ook wel Koningskwartier genoemd. Het Koningskwartier is in ontwikkeling vanaf 2011. Deelgebied 6 grenst aan de Koning Willem Alexanderlaan, de huidige grens van gerealiseerde woningen van deelgebied 3 en 5. Het bestemmingsplan “ZevenhuizenZuid, fase 5” is op 23 juli 2019 vastgesteld. Ook het nog te ontwikkelen deelgebied 7 sluit ten noorden aan op het plangebied. Tevens vormen de N219 en deelgebied 4 de respectievelijk zuidoostelijke en noordwestelijke begrenzing. Het plangebied is gelegen op de percelen kadastraal bekend bij de gemeente als Zevenhuizen sectie E nummers 934, 2666, 2032, 2523, 1488, 1951, 2646, 2645, 2029 en 2607.
1.3
Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Voor de gronden binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Zuidplas-West” zoals vastgesteld d.d. 16 juni 2009 door de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle. Dit plan is onherroepelijk geworden op 8 oktober 2011.
4
Gemeente Zuidplas
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Zuidplas-West”. Met rood is het plangebied omkaderd. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl , 2020.
Binnen deelgebied fase 6 vigeren op basis van het bestemmingsplan “Zuidplas-West” de bestemmingen ‘Woongebied - Uit te werken 1’ voor een deel, ‘Groen’ en ‘Natuur’, met als functieaanduiding ecologische verbindingszone. In de zuidwestelijke punt van deelgebied 6 ligt de bestemming ‘Gemengd - Uit te werken’ waar tevens de functieaanduiding Specifieke vorm van wonen – kwaliteitszone geldt. De bestemming ‘Water’ uit het bestemmingsplan “Zuidplas-West” is herzien in het bestemmingsplan Zevenhuizen -Zuid, fase 4. Voor deze strook is in 2018 de bestemming ‘Woongebied uit te werken 1’ opgenomen. De bouwregels vermelden voor het woongebied een specifieke bouwaanduiding – zone A. In zone A worden bouwvolumes in compacte bebouwingsvlakken gerealiseerd in een openbare parkzone, passend binnen een landelijk woonmilieu. Bovendien gelden voor het gehele plangebied de gebiedsaanduidingen Wro-zone – verwerkelijking in de naaste toekomst en de gebiedsaanduiding Geluidszone – weg met beperkende regels voor de bouw van geluidsgevoelige objecten. De natuur- en groenzone worden niet aangelegd zoals destijds in het bestemmingsplan “Zuidplas-West” werd voorzien. De provincie Zuid Holland acht natuurontwikkeling daar ter plaatse praktisch niet uitvoerbaar.
Wel dient rekening te worden gehouden met twee dubbelbestemmingen (de dubbelbestemmingen ‘Leiding – Rivierwatertransport’ en ‘Waarde - Archeologie); dit in verband met de bescherming van een bestaande watertransportleiding en voorkomende archeologische waarden gelegen tussen de bestemming Water en Natuur. • “Herziening Zuidplaspolder 1”, vastgesteld oktober 2018. Binnen deelgebied 6 is ook bestemmingsplan ‘Zuidplaspolder 1’ gelegen. Zie uitsnede hieronder. Hier zijn de bestemmingen ‘Maatschappelijk’, ‘Groen’ en ‘Wonen’ Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
5
opgenomen. Aan het voormalige garagebedrijf, gelegen aan de Bierhoogte 1, is de bestemming ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Groen’ toegekend.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Herziening Zuidplaspolder 1”, vastgesteld oktober 2018. Bron:www.ruimtelijkeplannen.nl, 2020 Beoordeling Het vigerende bestemmingsplan “Zuidplas-West” stelt uitwerkingsvoorwaarden voor de bouw van nieuwe woningen. De in dit plan aanwezige natuur- en groen bestemming maken de geplande woningen niet mogelijk middels een uitwerkingsplan. Derhalve is een bestemmingsplanherziening voor fase 6 aan de orde. Conclusie Deelgebied 6 gaat ruimte bieden aan 52 woningen. Deze woningen kunnen op grond van de vigerende bestemmingsplannen niet gerealiseerd worden. De in het vigerend bestemmingplan “Zuidplas-West” opgenomen uitwerkingsplicht ziet niet op alle betrokken gronden van fase 6. Om deze reden dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. 1.4
Beeldkwaliteitsplan In de uitwerkingsregels van bestemmingsplan “Zuidplas West” is in artikel 17.5.2 onder k opgenomen dat het college bij de uitwerking “de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes van het gebied neerlegt in beeldkwaliteitsregels”. Het bestemmingsplan voldoet aan het Masterplan dat het college op 4 februari 2014 voor Zevenhuizen-Zuid heeft vastgesteld. Bovendien wordt bij de vaststelling van
6
Gemeente Zuidplas
onderhavig bestemmingsplan tevens het “Beeldkwaliteitsplan Zevenhuizen-Zuid, Fase 6” vastgesteld. In dit beeldkwaliteitsplan wordt aan de hand van een aantal thema’s benoemd welke uitgangspunten (onder andere materiaalgebruik en kleurstelling) gelden bij de vormgeving van de woningen en openbare ruimte in het gebied. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 2 bij de regels van dit bestemmingsplan. Bij de vormgeving van de woningen dient te worden aangesloten bij de eisen uit het beeldkwaliteitsplan. 1.5
Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en nieuwe situatie het plangebied. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.
Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
7
8
Gemeente Zuidplas
2
PLANGEBIED
2.1
Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven.
2.2
Beschrijving bestaande situatie Ruimtelijke en functionele structuur omgeving plangebied In de huidige situatie is het gebied hoofdzakelijk voorzien van een groene inrichting. Verder loopt op circa 15 meter afstand een waterloop parallel aan de N219. Binnen het gebied is één bebouwde locatie aanwezig en wel het adres Bierhoogtweg 1. Op deze locatie was voorheen een bedrijf gevestigd. Dit bedrijf is inmiddels beëindigt en omgezet naar een woonbestemming
Luchtfoto plangebied 2020, met het plangebied indicatief binnen de rode contour. Bron Bing.com/Maps
Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
9
2.3
Beschrijving beoogde situatie Voor Zevenhuizen-Zuid is een Masterplan ontwikkeld (d.d. 28 januari 2014). Dit Masterplan is gebaseerd op het bestemmingsplan “Zuidplas-West”, gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle en is een verdere uitwerking van de “Stedenbouwkundige Nota van Uitgangspunten Zevenhuizen-Zuid” uit 2011.
Uitsnede van deelgebied 6 uit het Masterplan Zevenhuizen Zuid
Met betrekking tot de recreatieve verbindingszone onder Zevenhuizen heeft provincie Zuid-Holland op 6 februari 2020 schriftelijk aangegeven dat “die zone ooit bedacht is als onderdeel van het groen/recreatief raamwerk voor de Zuidplaspolder. Destijds was dit een indicatieve aanduiding. In de huidige systematiek van de omgevingsverordening is deze gewijzigd in een harde aanduiding. Daarbij is geen rekening gehouden met de praktische uitvoerbaarheid van een verbindingszone op die plek. Geconstateerd is dat de ligging niet handig is.” Mede om die reden heeft Provinciale Staten de zone inmiddels verwijderen van de kaart van de provinciale omgevingsverordening. Daarmee is het bouwen van woningen in deze zone niet in strijd met provinciale regels. Fase 6 is een deelplan van de ontwikkeling van Zevenhuizen Zuid. De totale ontwikkeling van Zevenhuizen Zuid (ca. 1200 woningen) is te kenmerken als een dorpse uitbreiding van de kern Zevenhuizen. De grootte van het plangebied Zevenhuizen Zuid vraagt een geleding om de dorpse schaal te bereiken. Die geleding wordt in de eerste plaats gemaakt door de landschappelijke en ruimtelijke structuur. In de structuur van de wijk worden verschillende landschappelijke (ruimtelijke) en verschillende 10
Gemeente Zuidplas
bebouwingseenheden onderscheiden. Afhankelijk van de ligging van de woongebieden in de landschappelijke structuur wordt de beeldkwaliteit van de woningclusters nader bepaald. De verschillen in architectuur dragen dan bij tot de oriëntatie en verbinding met de ”eigen” plek in de wijk. Ruimtelijke structuur In het masterplan van Zevenhuizen Zuid zijn de hoofdlijnen van de nieuwe ruimtelijke structuren geschetst. Belangrijke dragers hiervan zijn de parkzone aan de zuidoostzijde, dit is fase 6. Deze vormt een buitenrand van het plangebied. Fase 6 voorziet in de bouw van 52 woningen. Het plan maakt verschillende woningtypes mogelijk zoals nultredenwoningen, twee-onder-een kapwoningen en vrijstaande woningen. De woningen worden zoveel als mogelijk levensloopbestendig uitgevoerd. Vooral de nutlredenwoningen zijn geschikt voor senioren. Door het toepassen van uiteenlopende woningcategorieën wordt het gewenste dorpse, gevarieerde beeld zowel ruimtelijk als sociaal versterkt. 2.4
Ontsluiting Het gebied wordt ontsloten door de Van Oranje Nassaulaan. De Van Oranje Nassaulaan is middels een rotonde aangesloten op de Zuidplasweg.
2.5
Parkeren Toetsingskader Voor fase 6 is de parkeernorm voor “matig stedelijk gebied” uit de Beleidsnota parkeernormen van de gemeente Zuidplas van toepassing. Door Goudappel Coffeng is in juni 2019 een parkeerkundige onderzoek uitgevoerd naar de feitelijke parkeerbehoefte in relatie tot de parkeernormen uit de gemeente Beleidsnota. Uit het onderzoek blijkt dat op de parkeernormen uit de Beleidsnota een aftrek van 0,3 parkeerplaatsen per woning gehanteerd kan worden. Op basis van tellingen in de inmiddels gerealiseerde woonbuurten van Zevenhuizen Zuid is gebleken dat hiermee kan worden volstaan. In fase 6 het parkeren voor het overgrote deel gemeenschappelijk georganiseerd, waardoor er meer mogelijkheden zijn voor het uitwisselen van parkeerplekken. Ook is de mogelijkheid van parkeren op eigen terrein verdisconteerd in de parkeerbalans. In bijlage 1 is een telprent opgenomen waarin de parkeerbalans is uitgewerkt. In bijlage 2 is de parkeerkundige onderbouwing van Goudappel Coffeng opgenomen waarin inzichtelijk wordt gemaakt het toepassen van de aftrek van 0,3 parkeerplaatsen per woning verantwoord is en niet zal leiden tot parkeeroverlast. Parkeerbehoefte Woningtype
Aantal
Norm
Totaal
Vrijstaand 2 onder 1 kap Nultreden
12 22 18
2,3 2,2 2,0
27,6 48.4 36
Totaal nodig
52
Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
112
Beschikbaar
130 11
Het onderhavige ruimtelijke besluit voorziet in de realisatie van 52 woningen. Er worden ruim 130 parkeerplaatsen gecreëerd waarvan 58 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden. Uit bovenstaande tabel is af te leiden dat er voldoende ruimte wordt geboden aan parkeren in Zevenhuizen-Zuid fase 6. Conclusie Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform bestemmingsplan “Parapluherziening parkeren” en de Beleidsnota parkeernormen van de gemeente Zuidplas.
2.6
Verkeer Het plangebied wordt voor het autoverkeer ontsloten via de Van Oranje-Nassaulaan of de Koning Willem-Alexanderlaan, die beiden aantakken op de Zuidplasweg. Via de buurtstraten van fase 4 en 5 of de ontsluitingsweg aan de zuidzijde van het park kan vervolgens fase 6 dan bereikt worden. Fietsroutes zijn in principe gecombineerd met de auto-ontsluiting. Uitzondering daarop is de fietsbrug halverwege fase 6. Deze brug maakt een centrale verbinding voor het langzaam verkeer tussen het noordelijk en het zuidelijk deel van Zevenhuizen Zuid mogelijk.
12
Gemeente Zuidplas
3
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid Het vigerende bestemmingsplan “Zuidplas West” geeft in feite het kader voor de ontwikkeling van “Zevenhuizen-Zuid”. Na de vaststelling van het bestemmingsplan “Zuidplas West” in 2009 zijn er wel enkele nieuwe beleidsstukken en visies in werking getreden waar de ontwikkeling aan getoetst moet worden. 3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012
Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet.
Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit.
Hiermee wordt beoogd om de voorheen Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
13
bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied. Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid.
3.1.2
Nationale Omgevingsvisie, ontwerp 2020
Op 11 september is de Nationale Omgevingsvisie naar de 2e kader gezonden ter vaststelling. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid.
14
Gemeente Zuidplas
3.2
Provinciaal beleid 3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Toetsingskader De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 9 april 2019. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1. Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: • het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen; • de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht; • het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; • de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; • de groene ruimte en de groenblauwe structuur; • het bodem- en watersysteem; • energie. 2. Ambities en sturing De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van ZuidHolland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat.
De provincie heeft de volgende ambities: • naar een klimaatbestendige delta; • naar een nieuwe economie: the next level; • naar een levendig meerkernige metropool; • energievernieuwing; • best bereikbare provincie; • gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. 3. Omgevingskwaliteit Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit: • een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken; • een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit; Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
15
•
een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.
4. Beleidskeuzes De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. De voor onderhavig plan relevante beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie worden hierna behandeld. Beoordeling De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze: 'Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Onderstaand wordt de beleidskeuze nader toegelicht. Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart. Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk.
De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Onderstaand zullen de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. Laag van de ondergrond Een groot deel van Zuid-Holland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Daarnaast vinden we hier een groot aantal bestaande en voormalige plassen. Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. Het plangebied is grotendeels gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied als onderdeel van het totale plan Zevenhuizen Zuid. In 2014 is voor het gehele gebied ‘Zevenhuizen-Zuid’ een watervergunning afgegeven door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Zie ook paragraaf 4.3. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen De nieuwe ontwikkelingen bevinden zich in het 'Droogmakerijenlandschap'. Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. Richtpunten voor het droogmakerijlandschap zijn:
16
Gemeente Zuidplas
•
• •
De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land. Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten.
Het plangebied maakt onderdeel uit van de grotere ontwikkeling Zevenhuizen Zuid. Het plangebied grenst overwegend aan bestande of toekomstige (woon)bebouwing. Aan de zuidoostzijde grenst het plangebied aan de N219. Tussen de nieuwe bebouwing en de N219 wordt een groenstrook als buffer aangehouden. Naast een noodzakelijke geluidswal zal gebruik gemaakt worden van begroeiing passend in de omgeving. Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen binnen de kaartlaag 'Steden en dorpen'. Hiervoor geldt dat elk dorp bij ontwikkelingen rekening houdt met de eigen identiteit en voort bouwt op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 52 woningen als onderdeel van een lang lopende uitbreidingsontwikkeling Zevenhuizen Zuid. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. De ruimtelijke kwaliteit wordt niet aangetast. De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie en is in lijn met de provinciale ambities.
3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Toetsingskader Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 1 april 2019 in werking getreden. De Omgevingsverordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.
Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
17
Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i.
een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Beoordeling Ladder voor duurzame verstedelijking Dit uitwerkingsplan maakt de realisatie van een nieuw woongebied mogelijk, hetgeen reeds voorzien is in het bestemmingsplan ‘Zuidplas West’. Onderhavig plan borduurt voort op de regels zoals gesteld in artikel 17 ‘Woongebied – Uit te werken 1’ van het bestemmingsplan ‘Zuidplas West’ en in artikel 7 ‘Woongebied – Uit te werken 1’ van het bestemmingsplan ‘Zevenhuizen-Zuid, fase 4’. Het voorliggende plangebied is onderdeel van de ontwikkeling van Zevenhuizen-Zuid, een nieuw woongebied ten zuiden van de kern Zevenhuizen. De uitbreiding van het dorp is er deels op gericht om de eigen woningbehoefte op te vangen en mensen met een binding met het dorp de gelegenheid te bieden terug te keren. Naast dat de uitbreiding de eigen woningbehoefte van de gemeente opvangt voorziet het ook deels in een (boven)regionale behoefte. In kwantitatieve zin bedraagt de gemiddelde behoefte circa 400 woningen per jaar.
Dit is een optelsom van 110 woningen per jaar voor de eigen behoefte en 290 woningen per jaar voor de (boven)regionale behoefte. Kwalitatief gezien is binnen de gemeente, door de vergrijzende bevolking, met name behoefte aan passende woonvormen voor senioren. Onderhavig plan maakt deze ontwikkeling van passende woningtypes mogelijk. De ontwikkeling van Zevenhuizen-Zuid als woongebied is opgenomen in de Regionale Projectenlijst Midden Holland (blok 3 , Zevenhuizen Zuid) en past derhalve binnen de Zuidvleugelafspraken. Dit is bovenregionaal afgestemd met de Provincie Zuid-Holland. Zodoende wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
18
Gemeente Zuidplas
Ruimtelijke kwaliteit Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen (sub a), omdat de ontwikkeling reeds onderdeel uitmaakt van het uitbreidingsgebied Zevenhuizen Zuiden. Het gebied waar woningen gerealiseerd worden is uitgebreid ten opzichte van het oorspronkelijk nader uit te werken gebied maar brengt op structuurniveau geen verandering aan (zoals bedoeld in sub b). Met de stedenbouwkundige invulling van de beoogde nieuwbouw is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit. De inrichting van de groene zone tussen het toekomstig woongebied en de N219 is opgenomen in het stedenbouwkundig ontwerp en verder toegelicht in het beeldkwaliteitsplan (zie bijlage 2 van de regels). Conclusie Gezien het voorgaande dient er geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit de Omgevingsverordening voor de onderhavige nieuwe ontwikkelingen.
3.3
Gemeentelijk beleid 3.3.1
Structuurvisie Zuidplas 2030
Toetsingskader De Structuurvisie Zuidplas 2030 (vastgesteld 2012) is een kader voor de gebieds- en ruimtelijke opgaven die Zuidplas in de komende decennia wil realiseren. De gemeente Zuidplas wil een gemeente zijn van springlevende dorpen en buurtschappen, waar volop ruimte is voor ondernemerschap en daarnaast aantrekkelijke recreatiemogelijkheden heeft in een groene omgeving. Dit alles met een goede bereikbaarheid en oog voor milieu en duurzaamheid.
Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
19
Uitsnede kaartbeeld structuurvisie Zuidplas 2030. In rood is de globale ligging van deelgebied 6 aangegeven. Hieraan is binnen de hoofdgroep Wonen en Voorzieningen de functie toekomstig dorp of buurtschap toegekend. In rood de globale ligging van het plangebied voor fase 6.
Beoordeling In de Structuurvisie is het plangebied aangeduid als ‘Dorp of buurtschap toekomstig’. In de Structuurvisie wordt de locatie Zevenhuizen-Zuid genoemd als één van de vier locaties aan de randen van de dorpen die moeten voorzien in de toekomstige woningbehoefte. De ontwikkeling zoals nu voorzien in het onderhavige bestemmingsplan past daarmee binnen de gemeentelijke structuurvisie. Conclusie Het onderhavige initiatief is passend binnen de structuurvisie van de gemeente Zuidplas. 3.3.2
Woonvisie 2025
Toetsingskader De 'Woonvisie 2025 - Dorps wonen in Zuidplas, nu en in de toekomst' is op 23 januari 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. In de woonvisie wordt een doorkijk naar het wonen in Zuidplas rond het jaar 2025 gegeven en is richtinggevend van karakter. De woonvisie is tevens het programmatische toetsingskader voor nieuwbouwlocaties. In de woonvisie wordt gekozen voor de volgende strategie: • Sociale huursector op peil. • Identiteit vasthouden. • Langer thuis wonen. • Duurzaam wonen en leven. • Innovatieve woonvormen. Om de visie te realiseren zijn de stappen verwoord in drie speerpunten: 1. Een divers en betaalbaar woningaanbod voor alle doelgroepen. 2. Duurzaam wonen. 3. Experimenten in wonen en ontmoeten. Met het eerste speerpunt wordt de visie van een evenwichtige bevolkingsopbouw verwezenlijkt. De andere twee dragen bij aan het realiseren van dat divers en betaalbaar woningaanbod. Beoordeling Zuidplas bouwt volop nieuwe woningen om bij te dragen aan de woningbouwopgave in de Zuidvleugel. Uit onderzoek blijkt dat de vraag naar diverse woningtypen toeneemt. In de Woonvisie staan uitgangspunten voor de omvang van de diverse woon- en prijssegmenten die in Zuidplas nodig zijn. Deze uitgangspunten voor de woningvoorraad die in de Woonvisie staan, bieden houvast in de onderhandelingen over nieuwbouw met projectontwikkelaars en woningcorporaties.
In de woonvisie staat geen woningverdeling per dorp. Nieuwbouwontwikkeling is maatwerk en daarom komen er randvoorwaarden voor elk nieuwbouwproject. Daarin wordt op basis van de locatie (het dorp), de marktomstandigheden en de grootte van
20
Gemeente Zuidplas
het project aangegeven hoeveel woningen van welk type, eigendomsverhoudingen (huur of koop) en kwaliteitsniveau gewenst zijn.
prijsklasse,
Conclusie De woningbouw zoals deze mogelijk wordt gemaakt in onderhavig bestemmingsplan past binnen de strategie zoals verwoord in de ‘Woonvisie 2025’.
Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
21
22
Gemeente Zuidplas
4
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN
4.1
Inleiding In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke (on)mogelijkheden inzichtelijk gemaakt. Waar nodig dient een vertaling plaats te vinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen. Achtereenvolgens worden behandeld: ▪ bodem; ▪ waterhuishouding; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ ecologie; ▪ akoestiek; ▪ bedrijven en milieuzonering; ▪ externe veiligheid; ▪ kabels en leidingen; ▪ luchtkwaliteit; ▪ milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2
Bodem Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit wijzigingsplan. Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging de uitvoerbaarheid niet in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. Beoordeling uit het historisch vooronderzoek Door Aveco de Bondt is in april 2020 een vooronderzoek verricht in zowel Zevenhuizen fase 6 en 7.
Het vooronderzoek is als bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. Op basis van de gebruikshistorie, de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en de locatieinspectie zijn enkele delen van de onderzoekslocatie verdacht op het voorkomen van lichte tot sterke verontreinigingen. Locaties van gedempte sloten zijn niet te achterhalen. Uit navraag bij de gemeente Zuidplas blijkt dat tijdens de eerste fase van het bouwrijp maken van het terrein geen gebiedsvreemd dempingsmateriaal is Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
23
aangetroffen. Onderzoek specifiek gericht op de voormalige sloten is daarom niet noodzakelijk. Ter plaatse van het woonperceel Bierhoogtweg 1 (gemeente Zevenhuizen, sectie E, nummer 1469) heeft nog geen bodemonderzoek plaatsgevonden. Van het perceel waar deze bedrijfswoning op staat is geen bodeminformatie of een eerder uitgevoerd bodemonderzoek beschikbaar. Er is uit het historisch onderzoek geen informatie naar voren gekomen over de aanwezigheid van ondergrondse of bovengrondse tanks of verdachte activiteiten. De bedrijfsactiviteiten vinden plaats op het naastgelegen adres Bierhoogtweg 1a. Daar is de actuele bodemkwaliteit uitvoerig door Van der Helm in kaart gebracht. De toekomstige functie van het perceel waar de woning op staat blijft ongewijzigd. Hoewel Aveco de Bondt ten tijde van het historisch onderzoek deze locatie niet kon betreden is er geen reden om het perceel van het woonhuis als verdachte locatie te beschouwen of hier een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740 uit te voeren. Ter plaatse van Bierhoogtweg 1a (gemeente Zevenhuizen, sectie E, nummers 2666, 2667 en 2668, voorheen perceelnummer 1468) heeft reeds onderzoek plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat ter plaatse van het onbebouwd (half)verhard terreindeel nader asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd dient te worden.
Ter plaatse van de kelders onder de loods dient asbestonderzoek in puin (conform NEN 5898) uitgevoerd te worden. Op deze locatie dient rekening gehouden te worden met een sanering op de parameter asbest. In juli 2020 is door Van der Helm Milieubeheer B.V. een nader milieukundig asbest onderzoek uitgevoerd. Doelstelling van het onderzoek is het vaststellen van de ernst van de asbest verontreiniging in de bodem en puin en of er sprake is van een saneringsopgaaf. Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van een asbestverontreiniging van meer dan 100 mg/kg d.s. (interventiewaarde). Hierdoor is de bodem geschikt voor het beoogde gebruik.. Een volledige maaiveldinspectie was niet mogelijk door de aanwezigheid van gebouwen en verhardingen. Hierdoor is het mogelijk dat er nog zogenaamde ‘spots’ met asbest(plaatmaterialen) aangetroffen worden. Daarom wordt geadviseerd om de herinrichting onder begeleiding van een milieukundige uit te laten voeren Op een groot deel van de huidige onderzoekslocatie (Fase 6 en DL7) heeft nog geen verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat hier bodemverontreiniging aanwezig is. De locatie kan daarom worden beschouwd als ‘onverdacht’. Op grond van de Nota ‘Bodemkwaliteit bij bouwen’ is het niet noodzakelijk om nader onderzoek uit te voeren in het kader van het onderhavige bestemmingsplan.
In het plangebied waren op het moment van uitvoering van het historische onderzoek enkele watergangen aanwezig welke binnen de plangrenzen vallen. Hiervan zijn geen waterbodemonderzoeken beschikbaar, met uitzondering van een deel van de watergang ter plaatse van Bierhoogtweg 1/1A. In het genoemde historisch vooronderzoek staat met betrekking tot de sloten het volgende vermeld over vervolgonderzoek: ‘Bij de herontwikkeling van de locatie zullen enkele watergangen worden gedempt. In verband met de af te voeren sliblaag zullen deze watergangen onderzocht te worden conform de NEN 5720 (verkennend waterbodemonderzoek)’. Het
24
Gemeente Zuidplas
voorgestelde wateronderzoek had te maken met het vooruitkijken naar de uitvoeringsfase, het verzorgen van een erkend bewijsmiddel in het kader van het Besluit bodemkwaliteit bij (eventueel) af te voeren slib. Ter hoogte van de Bierhoogtweg heeft VanderHelm Milieubeheer op een deel van de sloot waterbodemonderzoek uitgevoerd (Diverse onderzoeken aan de Bierhoogtweg 1A te Zevenhuizen, 20181449, d.d. 21 juni 2019). Hieruit blijkt dat de sliblaag verspreidbaar is over aangrenzende percelen en voor hergebruik in aanmerking komt als ‘klasse B’. Er is geen reden om te vermoeden dat de kwaliteit van de overige slootbodems hiervan afwijkt. De resultaten van het door Van der Helm uitgevoerde waterbodemonderzoek kunnen als representatief gezien worden voor de overige slootbodems in het kader van een indicatie van de waterbodemkwaliteit. Het wateronderzoek van Van der Helm kan niet gebruikt worden als erkend bewijsmiddel Besluit bodemkwaliteit voor toepassing van vrijkomende baggerspecie uit andere slootdelen). Conclusie Op basis van het historisch vooronderzoek kan gesteld worden dat de bodem voor een groot deel geschikt is voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit vormt daar geen onaanvaardbaar risico voor de gebruikers. Voor een deel van het gebied (Knibbelweg 30 en 34) dient nog een bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd te worden.
Voor de Omgevingsdienst Midden-Holland is de locatie is op basis van het beoordeelde bodemonderzoek geschikt voor de beoogde bestemming (wonen met tuin en infrastructuur). Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning in kader van de bouw dient lokaal meer bodemonderzoek plaatst te vinden. (NEN 5740)
4.3
Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Waterschap Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is waterbeheerder in het gebied tussen Rotterdam, Zoetermeer, Gouda en Schoonhoven. In het waterbeheerplan worden de ambities en doelen voor de periode 2016-2021 weergeven. Het streven is het watersysteem zo goed mogelijk geschikt te houden voor alle functies. Daarnaast is er aandacht voor de aantrekkelijkheid van het woon- en leefgebied voor alle gebruikers.
De hoofddoelen van het beheer zijn: Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
25
• •
•
•
Waterveiligheid: beschermen van burgers en bedrijven tegen overstromingen middels stevige dijken. Watersysteem: het duurzaam en slim besturen, beheren en onderhouden van het samenhangende systeem van watergangen en kunstwerken. Een optimaal waterpeil, voldoende water van goede kwaliteit en goed onderhouden sloten, vaarten en plassen zijn hierbij van belang. Geanticipeerd dient te worden op klimaatverandering en bodemdaling en ruimtelijke ontwikkelingen. Op gebiedsniveau wordt samengewerkt met andere partijen aan integrale oplossingen voor de verschillende wateropgaven. Afvalwaterketen en emissies: efficiënt en gebruiken van afvalwaterzuiveringsinstallaties en transportsystemen ten behoeve van maatschappelijke winst in de vorm van energieterugwinning en kostenbesparing. Met optimalisatie en innovatie van de zuiveringsprocessen wordt ingezet op duurzaamheid. Wegen: bijdragen aan een betrouwbaar netwerk binnen de regio Midden-Holland middels veilige, doelmatig onderhouden wegen.
Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap heeft op 27 juni 2012 het Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren. Huidige watersysteem Het water in het plangebied wordt via hoofdwatergangen afgevoerd langs fase 4 en 5 waar het via een duiker onder de N219 het gebied verlaat richting gemaal Bierhoogte en tenslotte naar het Abraham Kroes gemaal. Het waterpeil in het plangebied is voor het overgrote deel circa 6,92 meter min NAP (zomerpeil). Het winterpeil is 7,12 min NAP. Nieuwe inrichting In 2014 is voor het gehele gebied ‘Zevenhuizen-Zuid’ een watervergunning afgegeven door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De hoofdstructuur van de hoofdwatergangen en overige watergangen is destijds aangegeven in de kaart met tekeningnummer 0292-1203-VG-001. Hierbij is de totale benodigde bergingscapaciteit vanwege de ontwikkelingen binnen het gebied ‘Zevenhuizen-Zuid’ berekend.
Vervolgens wordt er per deelgebied in overleg met het hoogheemraadschap verantwoord hoe de waterhuishouding nader wordt gedetailleerd. De afstemming met het hoogheemraadschap heeft ook voor deelgebied 6 plaatsgevonden. Bij de nadere detaillering zijn in dit deelgebied duidelijke wijzigingen aangebracht ten opzichte van het kaartbeeld uit de watervergunning van 2014. De wijzigingen zijn als gevolg van de verkaveling ontstaan. Dit heeft geleid tot het wijzigingsbesluit van 25 mei 2020 waarmee de watervergunning overeenkomstig is aangepast.
26
Gemeente Zuidplas
Maaiveldhoogte Bij de nieuwe inrichting wordt het maaiveld opgehoogd tot circa 5,20 min NAP. Dit is 20 cm hoger dan fase 4 en 5 om een geleidelijke overgang naar de Knibbelweg te verkrijgen. De drooglegging in het gebied voldoet hiermee ruimschoots aan het advies van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 1,30 meter. Gezien de grondsoort is dit gewenst. Vanuit waterveiligheidsoogpunt wordt voor de woningen 5 min NAP voor het vloerpeil als standaardhoogte aangehouden. Dit peil is 20 cm hoger dan het peil dat gerelateerd is aan de inundatieberekeningen van Deltares van februari 2015 en heeft de instemming van het hoogheemraadschap. Door voor deze hoogte te kiezen wordt rekening gehouden met klimaatveranderingen. Oppervlaktewater Het regenwater dient te worden geborgen en afgevoerd via het oppervlaktewatersysteem. Vanuit het hoogheemraadschap is aangegeven dat te dempen water volledig gecompenseerd dient te worden. Daarnaast is watercompensatie vanuit de toename van verhard oppervlak noodzakelijk, deze wordt uitgedrukt in m3/ha en is afhankelijk van het oppervlak en de drooglegging (verschil tussen maaiveld en waterpeil). De compensatie eis (die wordt vereist indien het verhard oppervlak toeneemt) voor het plangebied is minimaal 5% van de toename van verhard oppervlak. Grondwater De grondslag van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit klei.
Klei heeft de eigenschap weinig water door te laten. Om die reden wordt geadviseerd onder de woningen en in de cunetten van de verhardingen een drainage aan te leggen. De drainage wordt zoveel mogelijk rechtstreeks aangesloten op open water. Om dit mogelijk te maken is het gewenst de onderlinge afstand tussen de watergangen niet te groot te maken. Indien het niet mogelijk is de drainage rechtstreeks aan te sluiten op open water kan de drainage op het hemelwaterriool worden aangesloten. Zo nodig zal op openbaargebied een drainage riool worden aangelegd. Vuilwater Het vuilwater uit het gebied wordt afgevoerd middels een gescheiden riolering. Centraal in het gebied wordt een rioolgemaal gesticht. Zoveel mogelijk wordt met vrijverval leidingen op het rioolgemaal geloosd. Aan de randen van het gebied zal de afvoer van vuilwater met behulp van minigemalen plaatsvinden. Het te stichten rioolgemaal loost op het bestaande rioolgemaal Zevenhuizen die het vuilwater verder transporteert naar de A.W.Z.I. Kortenoord. Ecologische oevers Het bereiken van een goede waterkwaliteit is een belangrijke opgave. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt dat de huidige en toekomstige waterlichamen in de Zuidplaspolder in 2015 moeten voldoen aan het Goed Ecologisch Potentieel.
In het maatregelenplan 2013 -2017 van het Waterplan gemeente Zuidplas is op basis van de KRW onderzocht welke vismigratieknelpunten in het beheersgebied van het hoogheemraadschap tussen rivier en boezem opgelost dienen te worden (prioritering van vismigratieknelpunten). Enkele van deze prioritaire knelpunten zijn inmiddels opgelost (knelpunt bij gemaal Abraham Kroes en de Snelle sluis). De doorlooptijd voor de uitvoering van de KRW maatregelen reikt tot 2027. Daarnaast is het algemeen beleid
Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
27
van het hoogheemraadschap dat overig water dient te voldoen aan STOWA klasse III. Vanuit het oogpunt van wonen, werken en recreëren is een goede water- en ecologische kwaliteit gewenst. Onderstaande inrichtingsaspecten zijn hierbij van belang: • Natuurvriendelijke oevers: Doelstelling is ongeveer 50 % als natuurvriendelijke oever in te richten. Om onderhoudstechnische redenen komen hier alleen openbare oevers voor in aanmerking. • Structuur van het watersysteem: Rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid van opbarsten van de waterbodem bij grote diepe waterpartijen. Voor de waterkwaliteit zijn slootachtige systemen gunstiger dan brede waterpartijen in verband met de grotere belastbaarheid van voedingsstoffen. Met het ontwerp van het watersysteem wordt zoveel mogelijk rekening houden met de doorspoelbaarheid zodat stankoverlast en vervuiling wordt voorkomen. • Bomen langs water : Bomenrijen direct langs het water zijn minder gewenst, bij voorkeur niet in de onderhoudsstroken van de watergang (5 meter hoofdwatergang, 1 meter overige watergang). Zij geven schaduw waardoor water en oeverplanten minder kunnen groeien. Vallend blad in het water zorgt voor een snelle baggeraanwas en verondieping van het water. • Hondenpoep: Belasting met voedingsstoffen van het water in stedelijk gebied wordt voor een groot deel veroorzaakt door uitwerpselen van honden.
Om die reden zijn hondenuitlaatzones direct langs watergangen zonder opruimplicht minder gewenst. Beoordeling Het langgerekt gebied waar destijds in het moederplan Zuidplas-West de bestemming “Water” aan is toegekend ten behoeve van de aanleg van een hoofdwatergang is niet meer actueel. Als gevolg van aanpassing in de verkaveling is de hoofdwatergang parallel aan de N219 verplaatst in zuidoostelijke richting en ligt nu deels in fase 5 en deels in de onderhavige fase 6. Als gevolg van de verkaveling is de geplande hoofdwatergang evenwijdig aan de Knibbelweg op dit moment gewijzigd in overig water. Tijdens de ter inzagelegging van de ontwerpplanstukken van dit bestemmingsplan is gebleken, dat het hoogheemraadschap op termijn naar verwachting tot een wijziging van de categorisering van oppervlaktewater in en rond het plangebied van Fase 6 over zal gaan. In dat verband wordt door de waterbeheerders een consultatieregeling gewenst, waarmee de consultatie van de waterbeheerders verplicht wordt gesteld, als in de beschermingszone van hoofdwatergangen bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd of de realisatie van bouwwerken wordt gepland. De planregels van de artikelen 3, 7 en 8 zijn hierop aangepast. Conclusie Voor het gehele plangebied Zevenhuizen-Zuid is door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) een watervergunning afgegeven.
De aanpassingen die zijn doorgevoerd in overleg met het hoogheemraadschap passen binnen de in de vergunning gemaakte afspraken. HHSK heeft conform het gestelde in
28
Gemeente Zuidplas
artikel 3.1.1. van het Bro, de mogelijkheid gekregen om op onderhavig bestemmingsplan te reageren. Het hoogheemraadschap heeft van deze gelegenheid mondeling gebruik gemaakt en aangegeven dat: • diverse werkzaamheden in en naast waterbestemmingen in voorkomende gevallen aan de keur en legger van HHSK dienen te voldoen; • bij werkzaamheden of bouwwerken in of langs hoofdwatergangen een beschermingszone van 5 m vanuit de insteek in acht genomen moet worden en, • het waterbeleid t.a.v. zogenaamde “overbreedtes in watergangen” door een tussentijdse beleidswijziging is los gelaten, zodat hierop betrekking hebbende bepalingen in de planregels verwijderd kunnen worden. 4.4
Archeologie en Cultuurhistorie Toetsingskader Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als zeer waardevol beschouwd. De Erfgoedwet (2016) legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De wet verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij een omgevingsvergunning rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De feitelijke bescherming daarvan krijgt gestalte door het opnemen van voorschriften in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van omgevingsvergunningen in die gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Aan de vergunning zelf kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden, met als uiterste de verplichting tot planaanpassing of het laten verrichten van een opgraving. Het meest recente archeologiebeleid van de gemeente Zuidplas is vastgelegd in de in juni 2017 opgestelde nota “Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente Zuidplas”. Dit beleid is vervolgens verankerd in het bestemmingsplan “Parapluherziening Archeologie”, vastgesteld op 6 maart 2018. Beoordeling Op basis van dit bestemmingsplan is binnen het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 3’ gelegen.
Er geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 en een verstoringsdiepte van meer dan 3 meter of bij plaatsing waarvoor heiwerkzaamheden noodzakelijk zijn. Naar verwachting zal met het planvoornemen sprake zijn van overschrijding van deze waarden. In dat geval is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Voorgesteld wordt om eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen middels het overnemen van de archeologische dubbelbestemming. Ten tijde van de uitvoer van de relevante grondroerende werkzaamheden dient nader archeologisch onderzoek plaats te hebben gevonden. Conclusie Het voornemen doet geen afbreuk aan archeologische of cultuurhistorische waarden binnen of in de omgeving van het plangebied.
Bestemmingsplan “Zevenhuizen – Zuid, fase 6”
29
4.5
Ecologie en stikstofdepositie Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen. De gebiedsbescherming van de Natura 2000gebieden is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb. Soortenbescherming Toetsingskader Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen.
Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten. Conform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wnb. Conform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. De quickscan flora en fauna is de eerste stap in het proces om de haalbaarheid van het plan op het gebied van flora en fauna te onderzoeken. Onderdeel van een quickscan is een literatuurstudie en een eenmalig veldbezoek. Beoordeling op basis van de QuickScan natuurbescherming Aanvullend op een literatuurstudie is op 19 maart 2020 een veldonderzoek ter plaatse uitgevoerd. Doel van deze veldverkenning is om een indruk te krijgen van het aanwezige habitat en de geschiktheid ervan te beoordelen voor mogelijk voorkomende beschermde soorten. Bij aanwezigheid van specifieke habitatkenmerken die belangrijk zijn voor specifieke soortgroepen is hier extra aandacht aan besteed tijdens het veldbezoek.
De QuickScan natuurbescherming is als bijlage 4 opgenomen bij deze toelichting. Broedvogels Door de aanwezigheid van open terrein zijn er broedmogelijkheden voor ‘algemene’ soorten waarvan het nest niet jaarrond is beschermd en niet valt onder beschermingscategorie 5. Voor deze soorten geldt, evenals voor alle andere soorten,
30
Gemeente Zuidplas
dat werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot verstoring. Geadviseerd wordt de werkzaamheden uit te voeren of te starten buiten het broedseizoen. Wanneer werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd, dient door een deskundige een controle op broedvogels te worden uitgevoerd voor start van de werkzaamheden. Indien broedvogels met voldoende zekerheid kunnen worden uitgesloten, wordt een vrijgave afgegeven waarna werkzaamheden kunnen starten. Indien broedvogels worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden hierop te worden aangepast. Werkzaamheden ter plaatse van een broedgeval kunnen pas starten na het broedseizoen. Hiervoor wordt geen standaardperiode gehanteerd; ongeacht het seizoen mogen nesten van vogels die actief in gebruik zijn, niet worden aangetast of verstoord. Het broedseizoen loopt van globaal medio maart tot eind juli, maar is afhankelijk van de betreffende soort en buitentemperatuur. Voor advies over de periode van het broedseizoen kan desgewenst een deskundige (ecoloog) worden geraadpleegd. Oeverzwaluw Op basis van de aanwezigheid van zandheuvels in het plangebied is de aanwezigheid van oeverzwaluw binnen het plangebied op voorhand niet uit te sluiten. Ter preventie van de vestiging van oeverzwaluwen binnen het plangebied, is het van belang dat er gedurende het broedseizoen geen steilranden ontstaan of aanwezig zijn.