CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte herijking 2023 Z23.002363

Gemeenteraad 13 februari 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Herijking Transitievisie Warmte 202317.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Overige informatie Warmteprofi elen Grenzen dorpskern Hogere temperatuur Bedrijventerreinen

Midden temperatuur Lage temperatuur

Overige informatie Grenzen dorpskern Bedrijventerreinen

Moerkapelle

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

25.

5.1.2 Moordrecht De warmtevraag en bebouwingsdichtheid van de kom van Moordrecht biedt goede kansen voor een warmtenet. Door de nabijheid van de Ringvaart en met name de Hollandse IJssel is aquathermie een potentiële bron. Geothermie is een mogelijk een alternatief, al bestaat over de haalbaarheid van geothermie in Zuidplas nog wel onzekerheid. Dit vraagt om nader, op Moordrecht toegespitst onderzoek. Het hoge aandeel corporatiewoningen in de Ambonwijk (80%) en Westeinde (57%) geeft deze buurten een hoge mate van contracteerbaarheid. Hier wonen ook relatief veel mensen met lagere inkomens. Juist voor deze doelgroep wil de gemeente energie betaalbaar houden en deze bewoners goed meenemen in de energietransitie. Een HT-warmtenet biedt een betaalbare oplossing voor woningen uit de jaren ’50 en ’60. De noodzaak om

woningen op korte termijn vergaand te isoleren is dan immers beperkt. Een LT-oplossing vraagt ingrijpende aanpassing van de woningen die een laag energielabel hebben. Het draagvlakonderzoek laat zien dat het enthousiasme voor de warmtetransitie in deze buurten relatief nog niet erg groot is. Binnen de bebouwde kom van Moordrecht is in de Jaren 50 wijk sloop en nieuwbouw gepland. Voor deze nieuwe woningen is al een centrale warmteoplossing voorzien in de vorm van luchtwarmtepompen. Na het einde van de technische levensduur van deze pompen kan alsnog worden aangesloten op een warmtenet. Hier moet tijdens de bouw al rekening mee gehouden worden door standleidingen aan te leggen die de warmte vanaf straatniveau naar boven transporteren. Warmteprofielen Hogere temperatuur Midden temperatuur Lage temperatuur

Overige informatie Grenzen dorpskern Bedrijventerreinen

Moordrecht

5.1.3 Nieuwerkerk aan den IJssel Ook in de kom van Nieuwerkerk aan den IJssel is de realisatie van een warmtenet kansrijk. Hiervoor zijn meerdere warmtebronnen mogelijk, waaronder aansluiting op het warmtenet van de RoCa-centrale, warmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Kortenoord en/ of geothermie (zie bijlage II). Het gasnet is financieel grotendeels afgeschreven, maar is technisch nog niet aan het einde van zijn levensduur. In de buurten Zuidplas Dalen en Dorrestein-zuid zijn relatief veel woningen in handen van een woningbouwcorporatie of onderdeel van een VvE, wat de transitie kan vergemakkelijken. Tot slot lijkt is het draagvlak voor de warmtetransitie hier gunstig.

26.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

Het aantal koppelkansen in Nieuwerkerk aan den IJssel is beperkt: er staan weinig renovatieprojecten voor de openbare ruimte op de planning. Ook is er een aantal vragen dat in de verkenningsfase beantwoord moet worden. Er moet nader onderzoek worden gedaan naar de potentie voor geothermie in de ondergrond, de toekomstige beschikbaarheid van voldoende en duurzame warmte vanuit het RoCa-net en de kansrijkheid van aansluiting hierop. Ook voor de winning en toepasbaarheid van LTwarmte uit RWZI Kortenoord moet een businesscase worden opgesteld om de technische en economische haalbaarheid nader te duiden.

Als specifieke buurt binnen Nieuwerkerk aan den IJssel is Esse Hoog in beeld. Dit is de buurt met een relatief hoog draagvlak (zie paragraaf 2.4) en bestaat grotendeels uit nieuwere woningen (1992-2005) met een goede isolatieschil (energielabels A en B). Gezien de leeftijd van de woningen moeten veel cv-ketels op korte termijn vervangen worden. Zowel de gebiedsanalysetool van netbeheerder Stedin als de startanalyse van het PBL zien in deze buurt een all-electric oplossing met warmtepomp als kansrijk alternatief. Daarbij is deze buurt in de afgelopen jaren grotendeels gereconstrueerd, waardoor het aanleggen van een warmtenet op dit moment niet erg aantrekkelijk is. Een all-electric oplossing voorkomt dat de straten opnieuw open moeten. De buurt heeft een hoog percentage eigen woningbezit, wat betekent dat met veel verschillende eigenaren moet worden overlegd. Een aandachtspunt is dat het wegvallen van Esse Hoog voor een collectief warmtenet in heel Nieuwerkerk aan den IJssel niet mag leiden tot een significant slechtere businesscase voor de rest van de kern.

Overige informatie Warmteprofi elen Hogere temperatuur Grenzen dorpskern Midden temperatuur Bedrijventerreinen Lage temperatuur

Overige informatie Grenzen dorpskern Bedrijventerreinen

Nieuwerkerk aan den IJssel

Esse Hoog

5.1.4 Zevenhuizen Ook voor Zevenhuizen is de aanleg van een warmtenet kansrijk. Zevenhuizen ligt, net als Moerkapelle, dichtbij het kassengebied, waardoor het doortrekken van een transportleiding met restwarmte kansen biedt. Over de aansluiting van de glastuinbouw in de Zuidplaspolder op WarmtelinQ bestaat echter nog geen zekerheid. In de kern van Zevenhuizen en de buurten West 1 en 2 is het gasnet financieel afgeschreven. Specifiek de Bloemenbuurt en West 1 kennen daarbij een corporatiebezit (resp. 45% en 47%), dat als aanjager van een collectieve warmtevoorziening kan dienen. In West 2 is rond 2025 renovatie van de openbare ruimte voorzien. Ook het draagvlak voor de warmtetransitie is gunstig (zie paragraaf 2.4). Een oplossing richting all-electric voor het volledige dorp ligt hier minder voor de hand aangezien het elektriciteitsnet weinig restcapaciteit heeft, waardoor goed gekeken moet worden of warmtepompen allemaal aangesloten kunnen worden. Door de woningcorporatie is op korte termijn geen grootschalig onderhoud gepland. Een lage temperatuuroplossing met bijbehorende noodzaak tot extra isolatie is vanuit dat perspectief ook niet wenselijk. In 2023 is er door DWTM verder onderzoek gedaan naar de technische en financiële haalbaarheid van verschillende duurzame warmtesystemen voor Zevenhuizen.

Naast een warmtenet aangesloten op het regionale warmtenet biedt de nabijheid van de Hennipsloot en Ringvaart ook kansen voor aquathermie als alternatieve warmtebron. Uit het onderzoek volgt verder dat ook individuele warmtepompen een goed alternatief zijn voor een warmtenet, zeker voor de nieuwbouwdelen van het Koningskwartier.

Overige informatie Warmteprofi elen Hogere temperatuur Grenzen dorpskern Midden temperatuur Bedrijventerreinen Lage temperatuur

Overige informatie Grenzen dorpskern Bedrijventerreinen

Zevenhuizen

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

27.

5.1.5 Verspreide bebouwing Voor de verspreide bebouwing buiten de vier grote kernen van Zuidplas behoort een grootschalige collectieve oplossing nu of in de toekomst niet tot de mogelijkheden. De bebouwing staat hier veelal te ver uit elkaar en ook de totale warmtevraag is te klein. Deze woningen zijn aangewezen op individuele of kleinschalig-collectieve oplossingen. Dit kan per straat of zelfs per woning verschillen. Een deel van de woningen is geschikt te maken voor all-electric oplossingen, terwijl voor andere woningen een oplossing met groen gas

meer voor de hand ligt. Vanwege de grote diversiteit en het noodzakelijke maatwerk is hier meer tijd nodig voor de transitie naar aardgasvrij en zal het aardgas hier pas laat worden afgekoppeld. Daarmee is niet gezegd dat er voorlopig niets hoeft te gebeuren. Elke bewoner kan met de eigen woning aan de slag. Het handelingsperspectief (zie paragraaf 6.4) biedt handvatten voor het zetten van verduurzamingsstappen. Daarnaast zijn er lokaal en landelijk financiële arrangementen beschikbaar (zie www.duurzaamzuidplas.nl/subsidie).

5.1.6 Vijfde dorp Waar in de bestaande kernen stapsgewijs wordt toegewerkt naar aardgasvrije warmte, wordt in het middengebied18 vanaf het begin aardgasloos gebouwd. De ambities liggen hoog: het vijfde dorp wordt energieneutraal. Daarvoor is een aanzienlijke hoeveelheid zonnepanelen nodig. Er wordt in eerste instantie ingezet op het zo effectief mogelijk gebruiken van de beschikbare daken van woningen, bedrijven en voorzieningen in en rondom

het nieuwe dorp. De panelen die geen plek kunnen krijgen op de daken worden zorgvuldig landschappelijk ingepast in energielandgoederen, waarbij wordt ingezet op dubbel ruimtegebruik. Voor de warmtevraag wordt de mogelijkheid van aquathermie middels het onttrekken van warmte aan de door het gebied passerende Dunealeidingen onderzocht.

5.2 Verkenningsbuurten Hierboven is voor alle buurten en kernen beschreven welke warmtealternatieven het meest kansrijk zijn. Wat daarbinnen de definitieve keuze wordt en hoe de transitie uiteindelijk vorm krijgt, wordt niet enkelzijdig vanuit de gemeente bepaald. Per buurt wordt met inwoners, ondernemers, woningcorporaties, netbeheerders en andere betrokken partijen samen verkend welk warmtealternatief uiteindelijk de voorkeur heeft en wanneer het gasnet definitief wordt afgekoppeld. Samen met deze partijen worden vervolgens uitvoeringsplannen gemaakt. Daarin worden rollen en verantwoordelijkheden beschreven en wordt een businesscase opgesteld. Zo weet elke betrokkene waar deze aan toe is. Uiteraard kan deze verkenning niet in alle buurten tegelijk worden opgepakt. Dat zou simpelweg te veel capaciteit en geld kosten. Ook is er nog niet in elke buurt even veel zekerheid over de meest geschikte warmtebronnen en -technieken. Daarom is mede op basis van de selectiecriteria in paragraaf 3.3 geanalyseerd in elke buurten nu al aan voldoende voorwaarden wordt voldaan om te beginnen met de verkenning. Deze buurten heten de verkenningsbuurten. De lijst met verkenningsbuurten is niet in beton gegoten. De TVW wordt minimaal eens per vijf jaar geactualiseerd.

Wanneer uit een verkenning blijkt dat een warmteoplossing nog te grote onzekerheden kent of afhankelijk is van externe ontwikkelingen die nog niet zijn uitgekristalliseerd, kan de uitkomst van de

28.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

verkenning zijn dat nog niet meteen tot uitvoering van de warmtetransitie overgegaan kan worden. Andersom kunnen zich ook kansen voordoen die het mogelijk maken juist eerder aan de slag te gaan en versnelling mogelijk maken. Ook sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen kunnen een rol spelen in de keuze ergens nog niet of juist versneld aan de slag te gaan. In 2023 is de stap gezet om met alle lokale betrokkenen aan de slag te gaan in de verkenningsbuurten. Daar is een goede voorbereiding aan vooraf gegaan: middels een vernieuwd onderzoek van DWTM zijn de nieuwste inzichten verzameld over de oorspronkelijk aangewezen verkenningsbuurten Esse Hoog en Moerkapelle. Bovendien zijn ontwikkelingen, zowel lokaal als regionaal, meegenomen in de afweging van verkenningsbuurten. Een zeer belangrijke ontwikkeling voor Zuidplas is het onderzoek naar de realisatie van een warmtenet voor de tuinders in het Oostland en het doortrekken van die verbinding naar de Zuidplaspolder. In 2023 en 2024 zullen belangrijke beslissingen genomen moeten worden in dit traject. Om daarbij geen kansen te missen voor onze gebouwde omgeving is het noodzakelijk om nu aan de slag te gaan met de verkenning in naastgelegen woonkernen. Dat betekent niet enkel Moerkapelle, maar ook Zevenhuizen. Daarmee wordt Zevenhuizen toegevoegd aan de eerder vastgestelde verkenningsbuurten Moerkapelle en Esse Hoog in

Nieuwerkerk aan den IJssel. Een ambitieuze opgave voor onze gemeente, maar noodzakelijk om geen belangrijke kansen te missen. Samen met lokale betrokkenen willen we de tijd nemen om na te denken over een goed

“Communiceer in welke periode je wat wilt bereiken: in [jaar] willen we [zoveel] procent van Zuidplas van het aardgas hebben afgesloten.” - deelnemer inwonersadviesraad

alternatief voor aardgas en de mogelijkheid om aan te sluiten op de ontwikkelingen voor de tuinders mag daarbij niet gemist worden.

“Maak inzichtelijk wat de (maatschappelijke) kosten zijn voor een collectieve warmteoplossing. Denk aan een nieuwe infrastructuur voor de transport van warmte. Hoe verhouden de kosten van een collectieve warmteoplossing zich tot een individuele oplossing?” - deelnemer inwonersadviesraad

5.2.1 Eerste fase: 2022-2025 Op basis van de selectiecriteria komt Esse Hoog als eerste in beeld om de verkenningsfase op te pakken. Het is een overzichtelijke buurt waar relatief veel draagvlak lijkt voor de warmtetransitie. De buurt bestaat uit een totaal van 856 grotendeels relatief nieuwe woningen met een overwegend gunstig energielabel. Ongeveer 70% van de woningen in Esse Hoog bestaat uit uniform gebouwde rijtjeshuizen. Daarnaast staan er in de buurt 32 utiliteitsgebouwen. De woningen in Esse Hoog komen in aanmerking voor verwarming via een bodemwarmtepomp. Dit kan zowel met een individuele bodemwarmtepomp als met een collectief bodemwarmtesysteem in combinatie met warmtekoudeopslag. Voordeel van beide opties is dat met een dergelijk systeem ook in de koelingsvraag in de zomer kan worden voorzien. Ook een luchtwarmtepomp is mogelijk, maar vanwege de geluidsproductie minder aantrekkelijk. Voor de gehele kern Nieuwerkerk aan den IJssel is ook de aanleg van een warmtenet in beeld. Daarom moet parallel aan de verkenning worden onderzocht of een individuele oplossing voor Esse Hoog nadelige consequenties heeft voor de mogelijke realisatie van een warmtenet in de rest van Nieuwerkerk. Daarom zal tijdens deze fase ook al nader onderzoek naar de economische randvoorwaarden voor realisatie van een warmtenet in Nieuwerkerk gedaan worden.

In de eerste fase komt ook Moerkapelle in beeld. Dit heeft te maken met de mogelijke aansluiting van het kassengebied op restwarmte vanuit WarmtelinQ. Haalbaarheid hiervan wordt op dit moment onderzocht. De beoogde route voor een transportleiding loopt vlak langs Moerkapelle, waardoor aansluiting zeer kansrijk is. In totaal tellen de 6 buurten in Moerkapelle 1.880 woningen. Dit is inclusief de 120 woningen op het bedrijventerrein en in het kassengebied, maar exclusief de verspreide bebouwing buiten de kern. Deze

woningen lopen qua energielabel en bouwjaar behoorlijk uiteen. Voordeel van een warmtenet met middenhoge temperatuur is dat niet in alle woningen vooraf extra isolatiemaatregelen hoeven te worden aangebracht. Moerkapelle telt daarnaast 225 utiliteitsgebouwen, waarvan er 80 zijn gesitueerd op het bedrijventerrein en het kassengebied. Ook deze gebouwen kunnen worden aangesloten op een warmtenet. Op het moment dat een transportsysteem voor restwarmte richting Zuidplaspolder concreet wordt, zal ook de transitie in Moerkapelle in een stroomversnelling geraken. Daarom is ook Moerkapelle in beeld om al vroeg met de verkenningsfase te beginnen. In de eerste fase gaan we ook kijken naar mogelijkheden tot aansluiting van Zevenhuizen. Immers, indien restwarmte vanuit WarmtelinQ inderdaad de Zuidplaspolder bereikt, komt ook Zevenhuizen in beeld om aangesloten te worden op deze warmte. Het gaat, met uitzondering van de verspreide bebouwing, de woningen in Oud Verlaat en de recreatieparken, in totaal om 2.881 woningen met wisselende bouwjaren en energielabels. Voordeel van een warmtenet met middenhoge temperatuur is dat niet in alle woningen vooraf extra isolatiemaatregelen hoeven te worden aangebracht. De 522 woningen in Zevenhuizen-Zuid zijn allen zeer recent gebouwd en hebben allemaal het energielabel A. Voor deze woningen komt een individuele all-electric oplossing in beeld.

Onderzocht moet worden in hoeverre dit aantrekkelijker is dan aansluiting op een warmtenet en of dit de kansen voor realisatie van een warmtenet in de rest negatief beïnvloed. Voor de buurten ZevenhuizenWest 1 en 2 staat grootschalig onderhoud gepland. Indien een warmtenet van de grond kan komen, is het zaak de aanleg hiervan parallel te laten lopen met de geplande werkzaamheden.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

29.

5.2.2 Tweede fase: 2025-2035 Tijdens de eerste fase wordt op basis van ontwikkelingen in het regionale warmtenetwerk voor Nieuwerkerk aan den IJssel ook duidelijker of de aanleg van een warmtenet hier haalbaar is en welke bron daarvoor het meest geschikt is. Gezien het grote aantal woningen in Nieuwerkerk moet een mogelijk warmtenet per definitie gefaseerd worden aangelegd. Op basis van deze resultaten wordt ook voor delen van Nieuwerkerk tijdens

de verdere verkenning met bewoners opgepakt. Daarbij komen de Bomenbuurt, de buurten Dalen en Velden en Dorrestein Noord en Zuid als eerste in beeld omdat in deze buurten nu al woningen met blokverwarming staan, die daardoor makkelijker aangesloten kunnen worden en als aanjager kunnen dienen voor de overige woningen in deze buurten. Dit zijn tevens de buurten met relatief veel corporatiebezit.

5.2.3 Derde fase: na 2035 In Moordrecht is nog onzekerheid over de beschikbaarheid van geschikte warmtebronnen. Daarom komt Moordrecht pas na 2035 in beeld voor het starten van verkenningen. Tot die tijd is de aandacht vooral gericht op het nemen van besparingsmaatregelen en doen van nader onderzoek. Voor de 3.400 woningen in Moordrecht is als bron voor verwarming met hoge temperatuur alleen geothermie in beeld. De realisatiekans daarvan is echter verre van zeker. Een andere mogelijkheid is aquathermie. Deze heeft een lagere aanlevertemperatuur. Lang niet alle woningen in Moordrecht zijn al geschikt om op deze temperatuur aangesloten te worden. Met warmtepompen kan de warmte op de momenten dat het nodig is, opgewerkt worden naar een hogere temperatuur. Dit vraagt wel extra

elektriciteit. Voor Moordrecht is dan ook meer tijd nodig om de haalbaarheid van verschillende warmtebronnen te onderzoeken, een businesscase door te rekenen en met elkaar te vergelijken. Aan de hand daarvan wordt ook duidelijker welk minimaal isolatieniveau noodzakelijk is. Dat betekent niet dat er in de tussentijd in Moordrecht niets gebeurt. In de periode tot aan de verkenningsfase is de inzet van Zuidplas erop gericht isolatiemaatregelen te stimuleren en te faciliteren. Hiermee kan al een flinke CO2-besparing gerealiseerd worden en kan het onder de juiste voorwaarden voor inwoners ook een forse besparing opleveren. In de derde fase zal ook in de resterende buurten van Nieuwerkerk gestart worden met verkenningen.

5.2.4 Doorlopend tot 2050 De verspreide bebouwing en kleine woningconcentraties buiten de dorpen zullen pas na 2040 worden afgekoppeld van het aardgas. Dat geldt ook voor de buurtschappen Oud Verlaat en Hitland. Hier komen geen collectieve voorzieningen zoals een grootschalig warmtenet. De woningen in deze gebieden zijn veelal koopwoningen of particuliere verhuur. Individuele eigenaren kunnen op een voor hen geschikt moment isolatiemaatregelen nemen en overstappen op een duurzame warmtebron.

Wanneer een bestaande gasketel aan vervanging toe is, maar de woning qua isolatie nog niet geschikt is voor een warmtepomp, kan de hybride warmtepomp voorlopig een tussenoplossing bieden. Bij een hybride warmtepomp wordt de warmtepomp op de koudste dagen door een gasketel ondersteund. Via de dienstverlening van het Duurzaam Bouwloket ondersteunt de gemeente de eigenaren die aan de slag willen met verduurzaming.

2025

2022

2035 Fase 2

Fase 1 Esse Hoog

Nieuwerkerk aan den IJssel

2050 Fase 3 Moordrecht

Moerkapelle Zevenhuizen

Nader onderzoek Nieuwerkerk aan den IJssel Nader onderzoek Moordrecht en werken aan besparing Hitland 30.

Verspreide verbouwing

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

Oud Verlaat

Kleine woningconcentraties

Warmteprofielen

Overige informatie

Grens Woonkernen

Eerste Fase (2022-2025) Bedrijventerreinen

Tweede Fase (2025-2035) Derde Fase (na 2035) Moerkapelle

Natuurlijk tempo (2022-2050)

Overige informatie Grenzen dorpskern Bedrijventerreinen

Zevenhuizen

Moordrecht

Nieuwerkerk aan den IJssel

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

31.

6. Uitvoeringsstrategie

De eerste stap na vaststelling van de TVW is het opstellen van de uitvoeringsplannen. Daarvoor is ook onderzoek nodig. Vanuit de informatieavonden en de Inwonersadviesraad is aangeven dat het belangrijk is dat inwoners kunnen meepraten en meebeslissen over de alternatieve warmtebron en het gevolgde tempo in hun buurt. De gemeente Zuidplas kiest daarom expliciet niet

1. Gemeentebrede aanpak

2. Aanpak Verkenningswijken

5. Communicatie

32.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

voor het aanwijzen van startbuurten, maar het benoemen van verkenningsbuurten. In deze verkenningsfase zijn de keuzes nog niet in beton gegoten en kunnen inwoners nog meepraten en meebeslissen. Daarmee kiest de gemeente Zuidplas er expliciet voor de participatie bottom-up vorm te geven.

3. Aanpak Bedrijven & Utiliteitsbouw

4. Regie op Collectieve bronnen

6. Regionale afstemming en update TVW

6.1 Verkenningsfase In hoofdstuk 5 zijn de mogelijke verkenningsbuurten beschreven. Deze buurten worden nader onderzocht in de verkenningsfase. Ook in deze verkenningsfase zet de gemeente Zuidplas in op een fors participatietraject. Het is namelijk zeer belangrijk om samen met inwoners te verkennen wat de volgende stappen zijn. Hierbij stelt de

gemeente de kaders door de technische mogelijkheden in kaart te brengen en meer duidelijkheid te geven over de financiële aspecten. In samenwerking met inwoners uit de verkenningsbuurten wordt onderzocht wat er speelt en worden de mogelijke alternatieven voor warmte besproken waarbij ruimte is voor inwonersinitiatieven.

6.1.1. Spoor 1: gemeentebrede aanpak Tijdens de verkenningsfase is de participatie en communicatie tweesporig. Spoor één bestaat uit een gemeentebrede aanpak. Hierbij worden er algemene informatieavonden georganiseerd waarbij inwoners worden meegenomen in de energietransitie en een handelingsperspectief (zie paragraaf 6.4) aangeboden krijgen. Bovendien wordt er informatie over de energietransitie, maar ook klimaatadaptatie,

biodiversiteit en circulariteit, aangeboden op www. duurzaamzuidplas.nl en via een nieuwsbrief. Ook wordt er ingezet op informatie over de financiering van de Energietransitie. Uit de participatie voorafgaande bleek dat de betaalbaarheid van de energietransitie bij veel inwoners een grote rol speelt. Daarom is het verminderen van de ervaren financiële en andere barrières is een belangrijke stap.

6.1.2 Spoor 2: buurt-specifieke aanpak In het kader van de vitale dorpen, conform de omgevingsvisie is er ook een tweede spoor. Bij spoor twee wordt - vanwege de eigenheid van de verschillende dorpen - per verkenningsbuurt participatie en communicatie afgestemd. De gemeente Zuidplas vindt het belangrijk om de participatie in verschillende vormen aan te bieden, waarbij verschillende doelgroepen elk op een passende wijze worden bediend. Ook is het voornemen om het draagvlak in de verkenningsbuurt te monitoren, om te blijven meten hoe inwoners in de energietransitie staan en wat de behoeftes zijn. Informatie over de plannen en mogelijkheden in een buurt moet laagdrempelig worden aangeboden. Dat kan digitaal, maar ook fysiek, bijvoorbeeld in de vorm van een duurzaamheidswinkel, voorbeeldwoning of informatiepunt in de buurt. Daar zouden bewoners ook terecht kunnen met vragen of

om inspiratie op te doen voor de verduurzaming van de eigen woning. Daarnaast komt er in de tweede helft van 2023 in elke verkenningsbuurt een op deze buurt gerichte inloopavond om duidelijkheid te geven over de gevolgen voor buurtbewoners. Het doel is om in alle verkenningsbuurten een eigen Inwonersadviesraad op te zetten. Met hen blijven we – gedurende hun transitie – de dialoog aangegaan, waarin samen keuzes gemaakt kan worden en men bottom-up meegenomen wordt in de transitie naar een duurzame buurt. Tot slot wordt er samengewerkt met inwoners die de opleiding tot energiecoach hebben gevolgd, die op pad gaan om mede dorpsgenoten te adviseren en te inspireren op het gebied van energiebesparing.

“Kan het draagvlak voor Aardgasvrij periodiek onderzocht worden.” - deelnemer informatieavond

“Stel een klankbordgroep per wijk in. Geef deze groep ook verantwoordelijkheden voor communicatie. Participatie veronderstelt ook verantwoordelijkheden.” - deelnemer informatieavond

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

33.

6.2 Doorkijk in de uitvoeringsplannen In de verkenningsfase wordt samen met de inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en overige partners gewerkt aan de uitvoeringsplannen. In de uitvoeringsplannen wordt op lokaal niveau uitgewerkt welke techniek wordt ingezet om aardgasvrij te worden, hoe dit gefinancierd wordt, hoe dit wordt georganiseerd, hoe inwoners worden ontzorgd en ook hoe het proces van communicatie en participatie van inwoners

verloopt. De uitvoeringsplannen moeten uiteindelijk juridisch geborgd worden in omgevingsplannen. Nadat de uitvoeringsplannen zijn opgesteld, duurt het zeker nog een aantal jaren voordat de buurt daadwerkelijk aardgasvrij is. Inwoners, ondernemers en andere partijen hebben immers tijd nodig om zich voor te bereiden op de aanpassingen in de woningen en gebouwen.

6.3 Energiearmoede Een specifiek aandachtspunt in de energietransitie is energiearmoede. In Nederland heeft 38% van de huishoudens moeite met rondkomen. Zo’n 7% van alle huishoudens leeft in energiearmoede19. Bewoners zetten de verwarming dan niet aan om te hoge rekeningen te voorkomen. Deze gezinnen hebben geen financiële ruimte om een hogere huur op te vangen of te investeren

in de eigen woning. Ook van het terugverdienen via de energierekening is dan geen sprake, omdat deze toch al laag is. Voorkomen moet worden dat deze huishoudens buiten de boot vallen in de energietransitie. Dit vraagt om een gerichte, beleidsveld-overstijgende aanpak. De uitwerking en financiering daarvan maakt onderdeel uit van de uitvoeringsplannen.

6.4 Handelingsperspectief Het moment waarop de verkenningsfase begint, verschilt van buurt tot buurt. Zeker voor inwoners van buurten die voorlopig nog niet aan de beurt zijn, kan dit dilemma’s opleveren. Bijvoorbeeld op het moment dat de cv-ketel aan vervanging toe is. Of wanneer bewoners (grootschalig) onderhoud aan hun huis willen plegen. Regelmatig is tijdens informatieavonden en tijdens de Inwonersadviesraad benadrukt dat met de Transitievisie Warmte een handelingsperspectief moet worden gegeven voor inwoners. Er zijn immers genoeg gevallen denkbaar waarop bewoners niet kunnen wachten tot het moment dat in hun buurt met de buurtverkenning wordt begonnen. De gemeente Zuidplas moedigt dat ook aan: alles wat nu al verduurzaamd kan worden, draagt bij aan de vermindering van de CO2-uitstoot en daarnaast bespaart het ook geld. Wat dan de meest verstandige maatregelen zijn, hangt af van een veelheid van factoren. Bouwjaar, het beoogde warmtealternatief en de tijd die

moet worden overbrugd tot de komst van een duurzaam warmtealternatief, het speelt allemaal een rol. De gemeente Zuidplas heeft daarom een handelingsperspectief opgesteld aan de hand waarvan bewoners een indicatie krijgen over de meest verstandige maatregelen en keuzes. Deze adviezen zijn toegespitst op elke individuele woning en elke specifieke buurt. Het handelingsperspectief is een webtool, die ook geactualiseerd wordt op het moment dat er nieuwe, relevante informatie beschikbaar is en te vinden via www.aardgasvrij.regionaalenergieloket.nl/ zuidplas. Uiteraard kunnen inwoners ook altijd terecht bij ons energieloket voor gratis telefonisch consult of op een individuele woning toegespitst advies. Een globaal overzicht van mogelijkheden is ook opgenomen in bijlage III.

“Maak inzichtelijk voor woningeigenaren welke subsidiemogelijkheden er zijn. Hou dit ook actueel, want subsidies kunnen snel veranderen.” - deelnemer inwonersadviesraad

34.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

7. Financiën

De Warmtetransitie is een langdurig proces waarin verschillende fases te onderscheiden zijn. De verkenningsfase vraagt allereerst om een open en intensief participatietraject. Tegelijk moet er nog veel nader onderzoek worden gedaan, waarbij de opties technisch en economisch nader verkend worden en

wordt doorgerekend wat de inwoners straks mogen verwachten van hun energierekening. Aan het begin van de energietransitie is dit traject nog intensiever, omdat ook de gemeente zelf nog ervaring moet opdoen met het verkenningsproces.

7.1 Gemeentelijke inzet Onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) heeft in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) onderzoek gedaan naar de extra uitvoeringskosten van

de nieuwe taken die volgen uit het Klimaatakkoord20. De taken in het kader van de warmtetransitie maken onderdeel uit van deze nieuwe taken.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

35.

7.1.1 Inzet verkenningsfase Voor middelgrote gemeenten21 als Zuidplas is geraamd dat voor het opstellen van uitvoeringsplannen een inzet van 0,9 tot 1,4 fte per uitvoeringsplan per jaar nodig is. Dit is inzet van projectleiders, beleidsmedewerkers, communicatie- en participatiemedewerkers en soms deskundigen op het gebied van onder meer bouw, energie isolatie, financiën en dergelijke. De gemiddelde

inzet is geraamd op schaal 11, de gemiddelde looptijd op twee jaar per uitvoeringsplan. De benodigde inzet kent een grote bandbreedte en is afhankelijk van de grootte van het te verkennen gebied, diversiteit van de buurt en de bebouwing en complexiteit van de warmteoplossing als ook de in een buurt meespelende sociaal-maatschappelijke vraagstukken.

7.1.2 Inzet uitvoeringsfase Na een positief afgeronde verkenningsfase volgt een uitvoeringsfase. Afhankelijk van de complexiteit en omvang van een buurt, heeft deze fase een doorlooptijd van zes à zeven jaar. Hiervoor is de benodigde inzet geraamd op 1,9 tot 2,4 fte per uitvoeringsplan per jaar. Daarvan is ongeveer 1 fte gereserveerd voor projectleiding; het overige deel betreft inzet van specialisten op het gebied van communicatie, participatie, techniek en in sommige scenario’s juristen of bijvoorbeeld persoonlijk adviseurs die in een wijk de deuren langs gaan om advies op maat te geven. De gemiddelde inzet wordt geraamd op schaal 10,5. Naast de gemeentelijke inzet, zijn ook investeringsmiddelen nodig om de uitvoeringsplannen

uit te rollen. Het benodigde investeringsbudget, als ook de kostenverdeling tussen partijen, lopen per buurt en per gekozen oplossing behoorlijk uiteen. De uitvoeringsplannen en doorgerekende businesscase moeten hier duidelijkheid over geven. Voordat de uitvoeringsfase daadwerkelijk kan beginnen, moeten er heldere afspraken liggen over de wijze van financiering. Vanuit het Rijk moet duidelijkheid komen over de arrangementen om woonlastenneutraliteit te kunnen bereiken. Daar waar een businesscase een onrendabele top kent, moet ook duidelijk zijn op welke wijze deze wordt afgedekt. Het tempo van de warmtetransitie en het aantal trajecten dat tegelijkertijd opgepakt kan worden, is eveneens afhankelijk van de beschikbare rijksmiddelen voor de uitrol van de warmtetransitie.

7.1.3 Gemeentebrede inzet Naast de wijkaanpak schat AEF in dat naast de buurtuitvoeringsplannen per wijk of buurt nog een aanvullende gemeentebrede beleidsinzet nodig is van 0,6 tot 0,9 fte per jaar en nog eens 1,8 tot 2,2 fte (schaal 9) per jaar voor gemeentebrede communicatie en ondersteuning van bewoners (waaronder het energieloket). Voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en het eigen vastgoed is de inzet geraamd op 1,0 tot 1,2 fte

per jaar (schaal 10,5). De inzet voor verduurzaming van overige utiliteitsbouw is geraamd op 0,5 fte per jaar (schaal 11). Tot slot raamt AEF de inzet voor monitoring en herijking van de TVW op 0,3 tot 0,5 fte per jaar. Daarnaast becijfert AEF de materiele kosten voor communicatie, technisch onderzoek en beleidsonderzoek op jaarlijks € 92.500 tot 127.500.

Taak

Looptijd

Inzet per jaar

Schaal

Verkenningsfase (per buurt)

2 jaar

0,9 ~ 1,4 fte

11

Uitvoeringsfase (per buurt)

6 ~ 7 jaar

1,9 ~2,4 fte

10,5

Beleidsinzet

structureel

0,6 ~ 0,9 fte

11

Communicatie & bewonersondersteuning

structureel

1,8 ~ 2,2 fte

9

Verduurzaming maatschappelijk vastgoed

structureel

1,0 ~ 1,2 fte

10,5

Verduurzaming utiliteitsbouw

structureel

0,5 fte

11

Monitoring en herijking TVW

structureel

0,3 ~ 0,5 fte

11

36.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

Taak

Looptijd

Inzet per jaar

Technisch onderzoek

structureel

€ 30.000 ~ € 40.000

Beleidsonderzoek

structureel

€ 50.000 ~ € 70.000

Communicatie

structureel

€ 12.500 ~ € 17.500

Totaal

structureel

€ 92.500 ~ € 127.500

7.2 Rijksmiddelen In januari 2021 heeft de ROB naar aanleiding van het AEF-onderzoek het rapport Van Parijs naar Praktijk22 uitgebracht. De ROB adviseert daarin onder andere de kosten voor gemeenten en provincies in de periode 20222024 te bekostigen via een brede doeluitkering en deze op basis van oppervlakte, stedelijkheidsgraad en inwonertal te verdelen over gemeenten. Uiteindelijk heeft het Rijk besloten om inderdaad een regeling voor gemeenten op te stellen om het Klimaatakkoord uit te kunnen voeren. Via de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE- middelen) is in mei 2023 een uitkering toegekend voor de jaren 2023, 2024 en 2025 voor het uitvoeren van klimaat- en energiebeleid. De bedragen voor 2026 en verder zijn nog onbekend, maar het is wel zo goed als zeker dat er middelen vrijkomen voor de uitvoer tot 2030. In de brief Medeoverheden- uitvoeringsmiddelen-KE-beleid wordt namelijk het volgende vermeld: ‘Om op langere termijn zekerheid over de middelen te bieden, zal zo snel mogelijk een wettelijke regeling worden opgesteld

voor het uitkeren van de financiële middelen voor 2026 t/m 2030’. In de brief is ook opgenomen dat de middelen vanaf 2026 even hoog zijn als de middelen van 2023. Deze middelen vormen een belangrijke basis om met de vervolgstappen van de Transitievisie Warmte aan de slag te gaan, maar de middelen moeten ingezet worden om alle taken uit het Klimaatakkoord op te pakken, niet enkel de warmtetransitie. Daarin moeten dus keuzes gemaakt worden om de grote verscheidenheid aan inspanningen uit te kunnen voeren. De beschikbaar gestelde middelen zijn bovendien alleen bedoeld voor apparaatskosten voor gemeenten. Daarmee kan een stap gezet worden in de verkenningsfase, maar het biedt niet de middelen om ook de uitvoeringsfase en de bijbehorende kosten in die fase te dekken. Zonder garanties op een voor inwoners haalbare en betaalbare warmteoplossing en gedegen onderliggende financiële arrangementen, wordt er wel gewerkt aan plannen, maar blijft de uitvoering nog even in de kast liggen.

7.3 Subsidie en financieringsvormen Niet in alle gevallen is de besparing op de energielasten voldoende om een investering in de woning binnen een redelijke termijn terug te verdienen. Er is dan sprake van een onrendabele top. Juist in deze gevallen zijn er vaak rijkssubsidies beschikbaar om het verschil af te dekken. Voor particulieren en ondernemers bestaat de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE)23. Deze regeling is bedoeld voor isolatiemaatregelen, het realiseren van een aansluiting op een warmtenet of de aanschaf van installaties. Huiseigenaren kunnen daarnaast een beroep doen op een lening of energiebespaarhypotheek van het Nationaal Warmtefonds.

Woningcorporaties, institutionele beleggers en particuliere verhuurders kunnen voor het aardgasvrij maken van woningen met warmtenetten gebruik maken van de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) 24 , of voor innovatieve verduurzaming van corporatiebezit van de Renovatieversneller25. Een actueel overzicht van alle regelingen is te vinden via www.duurzaamzuidplas.nl/subsidie.

“Betaalbaarheid betekent ook transparantie geven over de investering die nodig is (per woning).” - deelnemer van inwonersadviesraad

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

37.

8. Nawoord

In 1968 was op de Nederlandse televisie een STERspotje te zien waarin vijf verkleumde mensen hartje winter aanbelden bij een gezin dat nog een kolenhaard had staan26. „Het is maar goed dat de ene helft van ons volk nog op kolen stookt”, klonk de voice-over, „dan kan de andere helft zich nog eens lekker komen warmen”. Het was de laatste stuiptrekking van de kolenindustrie, die rap aan marktaandeel verloor. Het heeft niet mogen baten, de transitie naar het aardgas was op dat moment al niet meer te stuiten. Zestig jaar lang heeft het Nederlandse aardgas gezorgd voor schonere, comfortabelere en veiligere warmte. De traditie van de voorjaarsschoonmaak, waarbij het huis grondig moest worden gekuist van alle stof en roet die de kolenkachel gedurende de winter had achtergelaten, verdween. Tegelijk is ook warmte uit aardgas niet zonder risico. De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen leidt tot klimaatverandering met wereldwijde, catastrofale gevolgen, zo is inmiddels onomstotelijk aangetoond in het meest recente rapport van het IPCC27. Alleen het in rap tempo tot nul reduceren van de uitstoot, kan deze gevolgen nog temperen.

38.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

In het Klimaatakkoord van Parijs heeft de internationale gemeenschap afgesproken dat de mondiale temperatuurstijging ruim onder de 2 °C moet blijven. Ook hebben de 197 ondertekenende landen, waaronder de VS en China, uitgesproken om zich in te spannen de temperatuurstijging verder te beperken tot 1,5 °C. Elk land is zelf verantwoordelijk voor de eigen klimaatplannen. De doelstelling uit het klimaatakkoord zijn bindend. Met dat doel in het achterhoofd gaat de gemeente Zuidplas de komende decennia samen met haar inwoners en professionele partners werken aan de verduurzaming van de warmtevraag in de gebouwde omgeving. Daarin staat Zuidplas niet alleen: alle gemeenten gaan ermee aan de slag, net zoals ook andere sectoren zoals elektriciteitsproducenten, de landbouw en de industrie hun uitstoot moeten terugbrengen. Deze Transitievisie Warmte geeft een eerste beeld van het pad dat moet leiden tot duurzame, comfortabele en betaalbare warmte voor alle gebouwen in de gemeente Zuidplas.

Bijlage I, II, III & IV Bijlage I: Samenwerkingspartners en overlegstructuren Regionale Energie Strategie (RES) Samen met de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, de Provincie Zuid-Holland en de Hoogheemraadschappen Schieland en Krimpenerwaard, Holland Rijnland en Stichtse Rijnlanden en maatschappelijke partners werkt de gemeente Zuidplas aan de Regionale Energiestrategie (RES) Midden-Holland. In juni 2021 is de RES M-H 1.028 vastgesteld. Een groot deel van de RES gaat over de ambitie in Midden-Holland voldoende geschikte locaties te vinden voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit. Daarnaast wordt ook ingegaan op de mogelijkheden van uitwisseling van warmte uit lokale bronnen tussen gemeenten. In Midden-Holland is deze mogelijkheid beperkt. De lokaal beschikbare bronpotentie kent geen overschot dat getransporteerd kan worden naar andere gemeenten. Daarnaast is in veel dorpen in Midden-Holland de warmtevraag te klein om rendabel over grotere afstanden getransporteerd te kunnen worden. Uitzondering daarop vormt de glastuinbouw in de Zuidplaspolder, die een grote en geconcentreerde warmtevraag heeft. Voor dit gebied is aansluiting op restwarmte vanuit de industrie in het Rotterdamse havengebied een optie. Deze warmte kan dan ook doorgetrokken worden naar Zevenhuizen, Moerkapelle, Waddinxveen en mogelijk Gouda.

Warmte Samenwerking Oostland (WSO) WSO is een samenwerkingsverband tussen de Oostlandgemeenten29 en de glastuinbouwsector om de warmtevraag uit de glastuinbouwsector en delen van de gebouwde omgeving te verduurzamen. Deze warmtevraag kan maar ten dele met lokale bronnen worden afgedekt. Aanvullende, bovenlokale warmte is nodig. Dat geldt zeker voor Zuidplas, waar de potentie voor

geothermie kleiner en economisch risicovoller is. Daarom wordt binnen WSO-verband nadrukkelijk gekeken naar de mogelijkheid de regio aan te sluiten op restwarmte uit het Rotterdamse Havengebied. Deze warmte komt vrij bij industriële processen en wordt nu geloosd. Ook na verduurzaming van de industriële processen blijft er voldoende restwarmte over om te benutten. Gasunie zet binnenkort een nieuwe stap om deze restwarmte te benutten met de aanleg van WarmtelinQ, een warmtetransportleiding van Rotterdam richting Den Haag. Om aansluiting van het Oostland in de toekomst mogelijk te maken, is ter hoogte van Delft-Zuid nu een T-stuk voorzien, waarop later aangetakt kan worden. De Oostlandgemeenten hebben zich garant gesteld voor de extra kosten van dit T-stuk. Ook is tussen gemeenten, provincie, de ministeries van EZK en LNV een convenant afgesloten waarin de aansluiting van het Oostland op WarmtelinQ gezamenlijk verder wordt verkend. Specifiek voor Zuidplas biedt aansluiting van het Oostland kansen voor de glastuinbouw in de Zuidplaspolder en de gebouwde omgeving en bedrijventerreinen in Zevenhuizen en Moerkapelle. Betrokkenheid van de beleidsdisciplines van de gemeente Zuidplas Binnen de gemeente Zuidplas is de projectgroep van het Programma Duurzaamheid verantwoordelijk voor de voortgang en inhoud van de visie.

Om integraliteit te waarborgen zijn ook medewerkers van andere beleidsdisciplines betrokken tijdens de Transitietafels (zie paragraaf 2.1). Daarmee wordt de verantwoordelijkheid voor de inhoud breder gedragen dan alleen in de projectgroep.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

39.

Bijlage II: Warmtebronnen en -technieken Geothermie Voor grotere warmtenetten kan geothermie een mogelijke bron van warmte zijn. Geothermie, ook wel aardwarmte genoemd, is warmte die uit de diepe ondergrond gehaald wordt. De mogelijkheden voor winning van deze warmte zijn afhankelijk van onder andere de diepte en de doorlaatbaarheid van watervoerende pakketten in de ondergrond. De opgepompte warmte wordt via een warmtenet gedistribueerd naar woningen en gebouwen. Door de hoge temperatuur zijn op voorhand geen ingrijpende isolatiemaatregelen noodzakelijk, maar uit het oogpunt van duurzame inzet wel wenselijk. Het aantal woningen dat op één boorput aangesloten kan worden ligt tussen de 4.000 en 10.000. Wanneer geothermie enkel voor woningen ingezet wordt, is seizoensopslag wenselijk, aangezien een geothermiebron het hele jaar door warmte levert. De ondergrond van Zuidplas biedt kansen voor geothermie. Wel is de temperatuur (40 °C tot 65 °C) betrekkelijk laag, waardoor de economische haalbaarheid onzeker is en verder onderzocht dient te worden.

warmtenet. De grootschalige verbranding van houtige biomassa voor de warmtetransitie is omstreden. Er is veel discussie over de effecten van verbranding van houtige biomassa op de luchtkwaliteit en het daadwerkelijke effect hiervan op het reduceren van CO2. Het Rijk beraadt zich de rol van houtige biomassa in de energietransitie. De SER heeft in juli 2020 een advies uitgebracht waarin is aangegeven dat de inzet van houtige biomassa voor warmte voor gebouwen moet worden afgebouwd. In Zuidplas zal houtige biomassa niet worden ingezet voor de basislast van de warmtevraag. Ook als piek- of back-up voorziening verdient inzet van groen gas, dat gewonnen wordt uit vergisting van biomassa, de voorkeur boven houtige biomassa. Voor een piekvoorziening die slechts sporadisch ingezet wordt, wordt biomassa echter niet op voorhand geheel uitgesloten. Het draagt dan immers bij aan een robuustheid van een warmtesysteem dat in zijn geheel juist wel heel veel CO2-uitstoot voorkomt. Voorwaarde voor Zuidplas is dat in dergelijke gevallen de ingezette biomassa bestaat uit lokaal resthout en snoeiafval.

Restwarmte Dit is warmte die vrijkomt bij industriële processen en nu ongebruikt geloosd wordt. Ook na de verduurzaming van industriële processen blijft er voldoende restwarmte beschikbaar om grote delen van Zuid-Holland van warmte te kunnen voorzien. Om die warmte naar Zuidplas te transporteren moet wel geïnvesteerd worden in een grootschalig regionaal warmtetransportsysteem. Eén van de leidingen die wordt onderzocht is een verbinding van WarmtelinQ (een geplande transportleiding tussen Rotterdam en Den Haag) richting Bleiswijk. Vanaf hier kan de warmte verder getransporteerd worden naar het kassengebied in de Zuidplaspolder en vervolgens naar de kernen van Moerkapelle en Zevenhuizen. Via een warmtenet wordt deze verder gedistribueerd naar woningen en gebouwen. De restwarmte heeft een hoge temperatuur, zodat woningisolatie bij de meeste woningen niet strikt noodzakelijk, maar op termijn wel wenselijk is. Ook hoeft voor warm tapwater geen aparte oplossing te worden bedacht. Voor Nieuwerkerk aan den IJssel kan doortrekking van het warmtenet in Capelle aan den IJssel worden onderzocht. De warmte op dit net heeft nu nog een fossiele oorsprong, maar ook deze zal voor 2050 verduurzaamd moeten worden.

Aquathermie Ook uit water kan warmte gewonnen worden. Dit wordt aquathermie genoemd. Deze warmte wordt met name in de zomer centraal gewonnen en in de bodem opgeslagen. In de winter wordt deze warmte gedistribueerd via een warmtenet. Er bestaan drie vormen van aquathermie: warmte gewonnen uit oppervlaktewater, drinkwater of afvalwater. De aanlevertemperatuur van aquathermie ligt lager dan die van geothermie, wat hogere eisen stelt aan de isolatieschil van woningen en de inzet van warmtepompen vraagt om de gewenste temperatuur te bereiken. Vanwege de gunstige ligging van de ringvaart en met name de Hollandsche IJssel komt aquathermie als mogelijke bron voor Moordrecht in beeld. Hier staan echter relatief veel oudere woningen, wat in verband met de lagere aanlevertemperatuur een extra uitdaging vormt. Voor delen van Nieuwerkerk aan den IJssel is aquathermie uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie Kortenoord een optie. Voor het vijfde dorp wordt de winning van aquathermie uit daar gelegen drinkwatertransportleidingen onderzocht.

Biomassa Uit de verbranding van biomassa kan ook warmte gewonnen worden. Dit kan op de schaal van een individuele woning, met behulp van een pelletkachel, of op grotere schaal met een biomassacentrale op een

40.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

Zonthermie Bij zonthermie wordt de warmte van de zon door middel van zonnecollectoren omgezet in heet water met hoge temperatuur. De warmte kan gebruikt worden voor verwarming en warm tapwater. Voor het inzetten van zonthermie voor verwarming moet de hoge temperatuur warmte in de zomer opgeslagen worden in geïsoleerde vaten in de bodem, zodat deze beschikbaar is in de winter. Grootschalige toepassing van zonthermie vormt

ruimtelijk zowel bovengronds als ondergronds een behoorlijke uitdaging. Op de schaal van de individuele woning kan zonthermie toegepast worden in combinatie met een zonneboiler. De warmte wordt dan alleen gebruikt voor de verwarming van water. Omgevingswarmte (warmtepomp) Hieronder wordt de winning van warmte uit de directe omgeving van de woning verstaan. Dit gebeurt met een warmtepomp. Meest voorkomend zijn twee varianten: de bodemwarmtepomp en de luchtwarmtepomp. Feitelijk produceren warmtepompen geen warmte: ze onttrekken warmte aan de omgeving. Met een elektrisch aangedreven compressor wordt deze warmte verder opgewerkt tot een temperatuur van circa 35 - 55 °C. De woning moet dus voldoende geïsoleerd zijn. Ook moet het afgiftesysteem geschikt zijn voor lage temperatuur, zoals vloerverwarming, wandverwarming of lage temperatuurradiatoren. Het verschil tussen een bodemwarmtepomp en een luchtwarmtepomp is de omgeving waaruit zij de warmte onttrekken. Een individuele bodemwarmtepomp onttrekt warmte uit de bodem. Hier is het gedurende het hele jaar altijd zo’n 10 °C tot 15 °C. In de bodem wordt een bodemlus aangebracht, een kunststof slang waar water doorheen gepompt wordt. Deze vloeistof neemt de warmte van de bodem op en geeft deze door aan de warmtepomp. De warmtepomp werkt de temperatuur verder op, zodat deze geschikt is om een woning of gebouw te verwarmen.

Een bodemlus kan ook gebruikt worden om te koelen. Dan neemt het afgiftesysteem warmte op uit de woning, die vervolgens wordt opgeslagen in de ondergrond. Een luchtwarmtepomp gebruikt niet de bodem, maar de buitenlucht als warmtebron. Aangezien deze in de winter een stuk kouder (-5 °C tot 10 °C) is dan de bodem, heeft de warmtepomp ook meer elektriciteit nodig om de gewonnen warmte verder op te werken. De meeste luchtwarmtepompen kunnen ook koelen, maar vanwege de hoge buitentemperatuur in de zomer is ook dit aanmerkelijk minder efficiënt dan bij een bodemwarmtepomp. Ook heeft een luchtwarmtepomp, in tegenstelling tot een bodemwarmtepomp, een buitenunit die geluid produceert. Wel is de aanleg van een luchtwarmtepomp goedkoper dan de aanleg van een bodemwarmtepomp. Bodemwarmte met Warmte Koude Opslag Waar bij individuele woningen een relatief eenvoudige bodemlus volstaat, is bij een grotere warmtevraag de aanleg van een Warmte Koude Opslag (WKO)-systeem nodig. Zo’n systeem bestaat uit twee grote reservoirs onder de grond en is geschikt voor de verwarming van een blok woningen tot zelfs enkele honderden woningen. In de zomer wordt warmte opgeslagen in

één van de reservoirs om in de winter in combinatie met een elektrisch aangedreven warmtepomp gebruikt te worden voor verwarming. Het afgekoelde water wordt opgeslagen in het tweede reservoir om in de zomer gebruikt te worden voor koeling en wordt na verwarming weer opgeslagen in het eerste reservoir. WKO-systemen zijn lage temperatuursystemen en kunnen ook gebruikt worden in combinatie met zonthermie of aquathermie. Groene gassen Woningen kunnen ook verwarmd worden met duurzame gassen zoals biogas of waterstof. In de woning worden deze gassen in een (aangepaste) cv-ketel verbrand, net zoals nu met aardas ook het geval is. Biogas (methaan) wordt gemaakt door planten- of dierenresten in een vat te laten vergisten. De productie van biogas wordt gelimiteerd door de hoeveelheid organische stof en is daarmee maar beperkt beschikbaar. Biogas is een compacte energiedrager met een hoge vlamtemperatuur. Het zal daarom in eerste instantie worden ingezet voor hoogwaardige toepassingen waarvoor geen alternatief beschikbaar is. Het gaat dan bijvoorbeeld om industriële processen waarbij zeer hoge temperaturen nodig zijn. Als compacte energiedrager zal biogas ook worden ingezet in de transportsector. In de gebouwde omgeving kan biogas ingezet worden als piek- en back-up voorziening voor warmtenetten.

De kans dat biogas op grote schaal beschikbaar komt voor toepassing in individuele woningen is dan ook niet waarschijnlijk. Groene waterstof wordt met behulp van duurzaam opgewekte elektriciteit gescheiden uit water en is daarmee eveneens schaars en bovendien kostbaar. Voor de productie van groene waterstof zal ook extra opwekcapaciteit voor duurzame energie nodig zijn. Net als biogas is waterstof een compacte energiedrager met een hoge vlamtemperatuur die in eerste instantie vooral ingezet zal worden voor de industrie en in de transportsector. In de gebouwde omgeving kan waterstof een rol spelen als piek- en back-up voorziening voor warmtenetten. De kans dat het op grote schaal beschikbaar komt voor toepassing in individuele woningen is niet waarschijnlijk en vanuit kostenaspect bovendien ook niet aantrekkelijk. Elektrische warmte Naast de warmtepomp bestaan ook andere elektrische oplossingen van verwarming, zoals elektrische radiatoren, heaters of infraroodpanelen. Als hoofdverwarming zijn deze oplossing minder geschikt, aangezien deze technieken voor dezelfde hoeveelheid warmte circa vier keer meer elektriciteit nodig hebben dan een warmtepomp. Voor de sporadische verwarming van specifieke, kleinere ruimtes in de woning, kan het in een aantal gevallen wel interessant zijn.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

41.

Bijlage III: Mogelijkheden isolatie

Mogelijkheden isolatie Slecht geïsoleerd

< 1940

1941 - 1964

Gemiddeld geïsoleerd

1965 - 1982

Goed geïsoleerd

>2005

1983 - 2005

Energielabel F G

E F

C D E

B C D

Gebouwd zonder isolatie, geen spouwmuur

Gebouwd zonder goede isolatie, vaak wel met spouwmuur

Gebouwd met daken soms gevelisolatie

Gebouwd met redelijke isolatie

Gebouwd met goede isolatie

Historisch uiterlijk

Nieuwe uitstraling soms wenselijk

Rendabel te isoleren

Jaren ’80 isolatie vaak kostbaar

Lage temperatuur verwarming vaak al mog¬elijk

Beperkte isolatie mogelijk

Jaren’90 gebouwd met dubbel glas en redelijke isolatie

Rendabel te isoleren

A B

Maatregelen Isolatie van binnenuit (dak, gevel, vloer) Maatwerk bij monumenten HR++ of triple glas, monumentenglas of voorzetramen

Spouwmuur isolatie of isolatie gevel aan de buitenkant

Spouwmuur isolatie of isolatie gevel aan de buitenkant

Op natuurlijke moment is isolatie (dak, gevel, vloer) goed mogelijk

Op natuurlijke onderhoudsmomen-ten dakisolatie

Op natuurlijke onderhoudsmomen-ten dakisolatie

Bij voldoende isolatie focus op duurzame installaties

HR++ of triple glas

HR++ of triple glas

Extra isolatie meestal niet zinvol Focus op duurzame installaties

Toekomstig energielabel B C D

A B C

A B

A B

A

Temperatuur nodig in 2050 Hoge temperatuur >70oC

Lage temperatuur na goede isolatie (<55oC) of middentemperatuur (55oC tot 70oC)

Lage temperatuur <55oC

Passende aardgasvrije technieken Biomassa

Warmtenetten op midden- of lage temperatuur

Groen gas

Middentemperatuur warmtepomp

Hoge temperatuur warmtenet

42.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

Na aanpassing van de radiatoren is vrijwel elke techniek geschikt

Bijlage IV: Voetnoten Hoofdstuk 1. Inleiding 1 2

Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0042394/2023-07-22 Zie https://www.klimaatakkoord.nl/gebouwde-omgeving/vraag-en-antwoord/woonlastenneutraliteit

Paragraaf 1.1. Doel: Zuidplas aardgasvrij in 2050 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0042394/2023-07-22 Zie https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2023/04/25/fit-for-55-council-adopts-key-pieces-of-legislation-delivering-on-2030climate-targets 5 Zie https://www.ipcc.ch/report/ar6/syr/downloads/report/IPCC_AR6_SYR_LongerReport.pdf 6 Zie https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord 7 Stand voorraad woningen per december 2022, bron: CBS 8 Hoofdverwarming woningen per buurt, bron: CBS 9 Stand voorraad niet-woningen per 31 december 2020, bron: CBS 10 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0040852/2021-01-01 3 4

Paragraaf 2.1. De Transitietafel 11

Vestia is voornemens haar bezit in Zuidplas over te doen aan andere corporaties en heeft besloten niet deel te nemen aan de Transitietafel.

Hoofdstuk 3. Afwegingskader warmtetransitie 12 13

Zie https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord Besluit Z21_000943, Zie https://zuidplas.raadsinformatie.nl/document/10067088/1/Bijlage%201%20Kadernota%20Warmtetransitie_Z21_000943

Hoofdstuk 4. Duurzame warmte Onder de aanlevertemperatuur wordt verstaan: de temperatuur van de warmte die via een warmtenet wordt geleverd aan de woning. De afgiftetemperatuur is de temperatuur van de warmte die wordt geleverd door een individuele techniek, zoals een warmtepomp of een ketel. 15 Het afgiftesysteem is het systeem waarmee de warmte in een woning wordt verspreid om ruimtes te verwarmen, zoals radiatoren, convectoren, luchtcirculatie, vloer- of wandverwarming. 14

Hoofdstuk 5. Zoekrichting per kern en buurt 16

Zie https://www.pbl.nl/publicaties/startanalyse-aardgasvrije-buurten-2020

Subparagraaf 5.1.1 Moerkapelle 17

WarmtelinQ is een hoofdtransportleiding voor warmte, afkomstig van industrieën in de Rotterdamse haven, richting Den Haag.

Subparagraaf 5.1.6 Vijfde dorp 18

Zie https://zuidplas.gemeentedocumenten.nl/Masterplan%20Middengebied.pdf

Paragraaf 6.3 Energiearmoede Bron: TNO, 2023. Zie https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2023/01/27/tno-rapport-energiearmoede-innederland-2022/tno-rapport-energiearmoede-in-nederland-2022.pdf

19

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

43.

Bijlage IV: Voetnoten Paragraaf 7.1 Gemeentelijke inzet 20

Zie https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2020/09/24/aef--onderzoeksrapport-uitvoeringskosten-klimaatakkoord

Paragraaf 7.1.1. Inzete verkenningsfase 21

Middelgrote gemeenten zijn gemeenten met 30.000 tot 80.000 inwoners. Parijs_naar_praktijk_Adviesrapport_20210125.pdf

Paragraaf 7.2 Rijksmiddelen Zie https://www.raadopenbaarbestuur.nl/binaries/raad-openbaar-bestuur/documenten/publicaties/2021/01/25/advies-van-parijs-naar-praktijk/ Van_Parijs_naar_praktijk_Adviesrapport_20210125.pdf

22

Paragraaf 7.2 Rijksmiddelen Zie https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/isde Zie https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/sah-voor-verhuurders 25 Zie https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/renovatieversneller 23 24

Hoofdstuk 8. Nawoord 26 27

Zie https://www.youtube.com/watch?v=KtQKxowf90A Zie https://www.ipcc.ch/report/ar6/syr/downloads/report/IPCC_AR6_SYR_LongerReport.pdf

Bijlage I: Samenwerkingspartners en overlegstructuren 28 29

Zie https://resmiddenholland.nl/wp-content/uploads/2021/04/210416-RES-1.0-Midden-Holland-1.pdf Oostlandgemeenten: Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Waddinxveen, Zoetermeer en Zuidplas

44.

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13647047/1