Bijlage 1 Transitievisie Warmte herijking 2023 Z23.002363
Tekst van het document
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
WWW.DUURZAAMZUIDPLAS.NL
2.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
Voorwoord Dat er één aarde is, is een vaststaand gegeven net zoals het een vaststaand gegeven is dat het klimaat en de natuur wereldwijd verandert. De nadelige gevolgen hiervan worden steeds duidelijker, zowel wereldwijd als hier in Zuidplas. We moeten leren omgaan met deze gevolgen en tegelijkertijd hard werken om verdere of onomkeerbare klimaatverandering te voorkomen. Een cruciale stap hierbij is het snel verminderen van de uitstoot van broeikasgassen in de industrie, landbouw en van onze woningen. Door onze aandacht te richten op energiebesparing en door onze energie duurzaam op te wekken, kunnen we onze woningen verduurzamen. Een groot deel van de energie die we gebruiken in onze woningen is nodig voor verwarming. In de Transitievisie Warmte hebben we vastgelegd welke stappen we de komende dertig jaar gaan zetten om deze warmtevraag te verduurzamen. Dit is een verplichting vanuit het Klimaatakkoord, waarin is afgesproken dat elke gemeente voor het einde van 2021 een dergelijke visie moest hebben en de voortgang moet blijven monitoren. Indien nodig wordt de visie aangepast aan de ontwikkelingen. De Transitievisie Warmte is in 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Zuidplas. De ontwikkelingen tot de zomer van 2023 zijn in deze herijkte versie opgenomen.
De warmtetransitie is een uitdaging die de gemeente niet alleen kan en wil aangaan. Het betreft immers uw woning, waar u comfortabel wilt wonen. Daarom is betrokkenheid van de inwoners cruciaal voor het college van Burgemeester en Wethouders. Vanaf het begin van het proces om te komen tot een Transitievisie Warmte hebben we ons ingezet om alle inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners zoveel mogelijk te informeren en mee te nemen in dit proces. We organiseerden informatieavonden in de dorpen, waarbij we positief verrast waren door de betrokkenheid van bijna twaalfhonderd inwoners. We hebben zoveel mogelijk vragen ter plekke beantwoord en onbeantwoorde vragen opgenomen als aandachtspunten. Hoewel het vervolgtraject vanwege de Corona-regels anders moest verlopen, hebben we digitale avonden georganiseerd om onze inwoners te blijven betrekken. We hebben kennissessies gehouden met deskundigen over onderwerpen waarin inwoners geïnteresseerd waren. Bovendien hebben we een dialoog gevoerd met meer dan zestig inwoners die zich hadden aangesloten bij de Inwonersadviesraad. Met deze groep inwoners hebben we de kaders voor de warmtetransitie opgesteld, die later zijn vastgesteld door de gemeenteraad. En nu is het zover: sinds 2021 hebben we de Transitievisie Warmte gereed.
We weten nu welke warmtebronnen en technieken we kunnen gebruiken om de woningen en gebouwen in Zuidplas op een duurzame wijze te verwarmen. Ook hebben we in kaart gebracht welke buurten als eerste verkend kunnen worden voor de uitvoering van deze transitie. In 2023 gaat de gemeente gezamenlijk met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners met de verdere verkenning aan de slag om te komen tot een goede uitwerking van de verandering naar een aardgasvrij Zuidplas. Hierbij is het belangrijk dat deze verandering haalbaar en betaalbaar is, zowel voor inwoners, woningcorporaties, netbeheerders als voor de gemeente. We hebben financiering vanuit het rijk nodig om dit te kunnen realiseren. De hoogte van deze financiële steun bepaalt het tempo waarin we de warmtetransitie in Zuidplas kunnen doorvoeren. Natuurlijk zetten we de vervolgstappen ook samen met inwoners. Deze Transitievisie Warmte is een belangrijke mijlpaal, maar slechts het begin van een lange, soms complexe, maar vooral duurzame en toekomstgerichte reis. De gemeente fungeert als reisleider, maar we bepalen de route gezamenlijk met u, de inwoners. Wybe Zijlstra Wethouder Duurzaamheid
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
3.
Inhoud
Inhoud
Inhoud
Inhoud
Voorwoord
3
Inhoud
4
Versiebeheer
6
Leeswijzer
7
1. Inleiding - de Transitievisie Warmte 1.1 Doel: Zuidplas aardgasvrij in 2050 1.2 Reikwijdte 1.3 Maatschappelijk draagvlak 1.4 Verkenningsbuurten 1.5 Samenhang en integraliteit 1.5.1. Gebiedspaspoorten 1.5.2 Onderhoud en beheer
8 9 10 10 10 11 11 11
2. Samenwerken in de warmtetransitie 2.1 De Transitietafel 2.2 Inwonersadviesraad 2.3 Communicatie en participatie 2.3.1 Communicatie 2.3.2. Participatie 2.4 Draagvlakonderzoek
12 13 13 13 13 14 14
3. Afwegingskader warmtetransitie 3.1 Uitgangspunten 3.2 Criteria voor de selectie van het Warmtealternatief 3.3 Criteria voor de selectie van de Verkenningsbuurten
16 17 17 18
4. Duurzame warmte 4.1 Aanlevertemperatuur 4.2 Warmtevoorziening 4.2.1 Collectieve warmtenetten 4.2.2 Individuele oplossingen 4.2.3 Kleinschalig-collectieve oplossingen 4.3 Broninzet 4.4 Isolatiemaatregelen als besparingsambitie 4.4.1 Woningen 4.4.2 Bedrijfspanden 4.4.3 Warmteprofielen
19 20 20 20 21 21 22 22 22 23 23
4.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
Inhoud
Inhoud
Inhoud
Inhoud
Inhoud
Inhoud
5. Zoekrichtingen per kern en buurt 5.1 Kernen van Zuidplas 5.1.1 Moerkapelle 5.1.2 Moordrecht 5.1.3 Nieuwerkerk aan den IJssel 5.1.4 Zevenhuizen 5.1.5 Verspreide bebouwing 5.1.6 Vijfde dorp 5.2 Verkenningsbuurten 5.2.1 Eerste fase: 2022-2025 5.2.2 Tweede fase: 2025-2035 5.2.3 Derde fase: na 2035 5.2.4 Doorlopend tot 2050
24 25 25 26 26 27 28 28 28 29 30 30 30
6. Uitvoeringsstrategie 6.1 Verkenningsfase 6.1.1. Spoor 1: gemeentebrede aanpak 6.1.2 Spoor 2: buurt-specifieke aanpak 6.2 Doorkijk in de Buurtuitvoeringsplannen 6.3 Energiearmoede 6.4 Handelingsperspectief
32 33 33 33 34 34 34
7. Financiën 7.1 Gemeentelijke inzet 7.1.1 Inzet verkenningsfase 7.1.2 Inzet uitvoeringsfase 7.1.3 Gemeentebrede inzet 7.2 Rijksmiddelen 7.3 Subsidie en financieringsvormen
35 35 36 36 36 37 37
8. Nawoord
38
Bijlage I, II, III & IV Bijlage I: Samenwerkingspartners en overlegstructuren Bijlage II: Warmtebronnen en -technieken Bijlage III: Mogelijkheden isolatie Bijlage IV: Voetnoten Bijlage IV: Voetnoten
39 39 40 42 43 44
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
5.
Versiebeheer De huidige versie van de Transitievisie Warmte is een herijking van het origineel (december 2021), uitgevoerd in de zomer van 2023. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de versie uit december 2021 zijn als volgt: ■ ■
Voorwoord door wethouder Wybe Zijlstra; Nieuwe ontwikkeling op het gebied van nationale en Europese regelgeving beschreven in paragraaf 1.1;
6.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
■
■ ■
In hoofdstuk 5 extra toelichting op mogelijke duurzame warmte alternatieven op basis van onderzoek in Moerkapelle (paragraaf 5.1.1) en Zevenhuizen (paragraaf 5.1.4); Verschuiving van Zevenhuizen als verkenningsbuurt uit fase 2 naar fase 1 in paragraaf 5.2; Paragraaf 7.2 is herschreven op basis van de beschikbaar gestelde Rijksmiddelen.
Leeswijzer Hoofdstuk 1: Inleiding
Hoofdstuk 4: Duurzame warmte
De Transitievisie Warmte geeft aan hoe de gemeente Zuidplas de transitie naar duurzame warmte in de gebouwde omgeving vorm gaat geven. Deze warmtetransitie volgt op afspraken die overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties samen gemaakt hebben in het Klimaatakkoord, met als doel de uitstoot van broeikasgassen in 2050 teruggebracht te hebben tot nagenoeg nul. De gemeente Zuidplas geeft samen met haar inwoners en andere betrokken partners vorm aan deze uitdaging.
Voor de warmtetransitie zijn verschillende bronnen en technieken beschikbaar. Niet elke bron is overal beschikbaar en niet elke techniek is geschikt voor elk woningtype. Belangrijke factoren zijn de keuze voor het type warmtevoorziening, de temperatuur van de warmte en de beschikbaarheid van verschillende bronnen.
Hoofdstuk 2: Samenwerken in de warmtetransitie Deze visie is tot stand gekomen met de betrokkenheid van inwoners en partners zoals woningcorporaties en netbeheerders. Inwoners konden zich aanmelden voor een Inwonersadviesraad. Met professionele partijen werd apart overlegd aan een Transitietafel. Daarnaast heeft Zuidplas fors geïnvesteerd in communicatie, via informatieavonden en kennissessies en is er een pool van ambassadeurs opgericht. Hoofdstuk 3: Afwegingskader warmtetransitie Om zorgvuldige afwegingen te maken heeft Zuidplas ervoor gekozen om een Kadernota Warmtetransitie op te stellen. Deze kaders omvatten de waarden die Zuidplas hoog in het vaandel heeft staan en selectiecriteria die worden gewogen bij de keuze voor een warmtealternatief en de aanwijzing van de eerste verkenningsbuurten. De Kadernota is opgesteld in samenspraak met de Inwonersadviesraad en de Transitietafel en vastgesteld door de gemeenteraad.
Hoofdstuk 5: Zoekrichtingen per kern en buurt Op basis van beschikbare gegevens en nader onderzoek is in kaart gebracht welke warmtealternatieven in aanmerking komen om te worden toegepast in de verschillende buurten van Zuidplas. Met de Inwonersadviesraad en de Transitietafel is besproken welke buurten als eerste in aanmerking kunnen komen om de transitie naar aardgasvrije warmte verder te verkennen en welke buurten later aan de beurt komen. Hoofdstuk 6: Uitvoeringsstrategie Tijdens de verkenning wordt per buurt uitgewerkt welke techniek wordt gekozen om aardgasvrij te worden en worden afspraken gemaakt over de communicatie met en participatie van bewoners, organisatie, financiering en de wijze waarop bewoners worden ondersteund en ontzorgd. Dit wordt vastgelegd in Buurtuitvoeringsplannen. Hoofdstuk 7: Financiën De financiering vanuit het Rijk bepaalt of en in welk tempo de warmtetransitie in Zuidplas kan worden uitgevoerd. Sinds 2023 ontvangen gemeenten geld vanuit het Rijk om het Klimaatakkoord uit te voeren. Dit kunnen we deels gebruiken om de eerste stappen te zetten in de verkenningsfase.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
7.
1. Inleiding - de Transitievisie Warmte
Net als nu stond Nederland begin jaren zestig van de vorige eeuw aan de vooravond van een grote warmtetransitie. Tot die tijd bestonden er in een aantal gemeenten netwerken voor stadsgas. Maar verreweg de meeste woningen in Nederland werden verwarmd met kolen. Met de start van de gaswinning in Groningen in 1963, schakelde Nederland in recordtempo over op het veel schonere aardgas. Nog voor het einde van het decennium waren acht op de tien woningen aangesloten op aardgas. Nu, zestig jaar later, staat Nederland aan de vooravond van een nieuwe warmtetransitie. Om klimaatverandering in te dammen, moet de uitstoot van broeikasgassen worden teruggedrongen. In de Klimaatwet2 is vastgelegd dat de netto-uitstoot van broeikasgassen uiterlijk in 2050 tot nul is gereduceerd. Warmte uit fossiele brandstoffen
8.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
zoals aardgas moet vervangen worden door alternatieven waarbij geen CO2 vrijkomt. Ten opzichte van de transitie in de jaren zestig is voor de huidige transitie aanmerkelijk meer tijd: tot 2050. Maar de transitie is ook een stuk complexer. Allereerst is de woningvoorraad in de tussentijd meer dan verdubbeld. Ook het aantal betrokken partijen is groter geworden. De gastransitie in de jaren zestig was voornamelijk een overheidsaangelegenheid, waarbij het Rijk verantwoordelijk was voor de aanleg van grote gastransportnetten. En hoewel ook in de jaren zestig aanvankelijk lang niet iedereen zat te wachten op het nieuwe aardgas, is anno 2021 betrokkenheid van en meebeslissen door inwoners veel belangrijker geworden. De warmtetransitie kan niet meer eenzijdig van bovenaf worden opgelegd. Niet voor niets is in het Klimaatakkoord daarom afgesproken dat de regierol voor de warmtetransitie bij gemeente ligt. Zuidplas kiest
daarbij voor maximale transparantie: de gemeente is bij elke stap open over de afwegingen en keuzes die worden gemaakt. Inwoners zijn actief betrokken bij de totstandkoming van deze Transitievisie Warmte en blijven ook daarna betrokken bij de verdere verkenningen en het opstellen van de uitvoeringsplannen. Wat de huidige warmtetransitie extra ingewikkeld maakt, is dat er een veelvoud aan nieuwe bronnen en technieken beschikbaar is. Zestig jaar geleden was er één warmtebron (aardgas) die een hoge temperatuur kon leveren en waarop alle woningen werden aangesloten. In de huidige transitie moet rekening gehouden worden met de (al dan niet beperkte) beschikbaarheid van lokale warmtebronnen of warmtedragers en de technieken die nodig zijn om deze warmte in de woning te krijgen. Daarnaast moet de aanlevertemperatuur van de warmte uit deze bronnen voldoende zijn om de woningen die erop worden aangesloten jaarrond comfortabel warm te houden. Voor veel bestaande woningen betekent dit dat
ook de woningisolatie verbeterd moet worden. De kosten van alle woningaanpassingen moeten voor eigenaars en bewoners kunnen worden terugverdiend via de energierekening2. Dit is niet alleen een streven van het kabinet, het is bovenal een opvatting die leidend is voor de gemeente Zuidplas. De transitie moet voor inwoners immers haalbaar en betaalbaar zijn. De warmtetransitie vraagt dus om maatwerk. Per buurt - en soms zelfs per woning - kan een andere aanpak of oplossing nodig zijn. Daarom krijgen inwoners van een buurt vanaf het begin de mogelijkheid zelf mede invulling te geven aan de warmtetransitie. De gemeente Zuidplas kan en wil niet eenzijdig afdwingen wat er achter de voordeur van de inwoners gebeurt. Door inwoners te betrekken bij de plannen, zo is de stellige overtuiging, passen de uiteindelijke uitvoeringsplannen beter bij de inwoners en wordt de warmtetransitie een proces waar alle betrokkenen mede-eigenaar van zijn.
“Ik heb een gezin met twee jonge kinderen, dus er zitten nog wel wat kosten aan te komen. Het liefste zou ik gisteren al mijn huis aardgasvrij hebben gemaakt, maar ik moet mijn kapitaal nog opbouwen en heb niet zomaar het geld om de verbouwing te kunnen betalen.” - deelnemer inwonersadviesraad
“Het streven is dat je maandelijkse lasten niet stijgen. Of dat haalbaar is weet ik niet.” - deelnemer inwonersadviesraad
1.1 Doel: Zuidplas aardgasvrij in 2050 In de Klimaatwet3 is vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 ten opzichte van het niveau in 1990 met minimaal 95% moet zijn verminderd. In 2030 moet die uitstoot al met 55% zijn teruggebracht. Recent is ook het Europese Fit for 55-pakket4 aangenomen. Hiermee is belangrijke wetgeving aangenomen om de reductiedoelstelling van 55% voor de gehele EU voor 2030 te behalen, toewerkend naar klimaatneutraliteit in 2050. In april 2023 verscheen ook het sluitstuk van de zesde Klimaatrapportage cyclus5 van het IPCC, de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering van de Verenigde Naties, waarin nog duidelijker dan in eerdere rapporten de noodzaak van snelle reductie van de uitstoot van broeikasgassen werd beschreven. In het Klimaatakkoord6 hebben overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties een pakket maatregelen afgesproken om deze doelstelling te halen. Daarin is onder meer afgesproken dat uiterlijk in 2050 de gebouwde omgeving van Nederland verduurzaamd is en verwarmd wordt zonder aardgas of andere fossiele
brandstoffen. Het gaat dan in totaal om ruim zeven miljoen woningen en één miljoen utiliteitsgebouwen. Als tussendoel voor 2030 is afgesproken dat de eerste anderhalf miljoen woningen zijn verduurzaamd. Dat is ook voor Zuidplas een flinke opgave. Van de 18.9137 woningen zijn er nu zo’n 17.000 direct of via blokverwarming afhankelijk van aardgas8. Deze woningen moeten in een periode van een kleine dertig jaar, stapsgewijs verduurzaamd en losgekoppeld worden van het aardgas. Voor zo’n 3.600 woningen moet dit, parallel aan de nationale doelstelling, voor 2030 gebeuren. Daarnaast moet ook voor 3.6249 utiliteitsgebouwen een duurzame warmteoplossing gevonden worden. Voor nieuwbouwwoningen waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd op of na 1 juli 2018 geldt nu al de verplichting dat deze aardgasloos moeten worden opgeleverd. Dit is vastgelegd in de wet Voortgang Energietransitie (Wet VET)10.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
9.
1.2 Reikwijdte Ook bedrijven en bedrijventerreinen vallen, voor zover het ruimteverwarming betreft, binnen de scope van de TVW. Per bedrijf kan de vraag naar ruimteverwarming flink variëren. Een magazijn heeft een veel minder grote warmtebehoefte dan een kantoor. Weer andere bedrijven hebben een specifieke warmtevraag die verder gaat dan alleen ruimteverwarming, bijvoorbeeld omdat er warmte nodig is voor bedrijfs- of productieprocessen. Die warmtevraag valt dan weer niet binnen de TVW. Voor bedrijventerreinen zal daarom een apart traject gevolgd worden, waarbij de totale warmtebehoefte in beeld gebracht wordt. De agrarische sector valt niet binnen de opdracht van de TVW. In Zuidplas bestaat deze voor het overgrote deel uit glastuinbouwbedrijven met een grote warmtevraag. Via de Warmte Samenwerking Oostland
werkt de gemeente mee aan verduurzaming van deze sector. De techniek rondom duurzame warmte is volop in beweging. Het kost veel tijd voordat innovaties leiden tot een concrete en toepasbare warmteoplossing en velen halen die eindstreep niet. Bij de transitie naar aardgasvrije woningen concentreert de gemeente Zuidplas zich daarom op technieken die nu reeds beschikbaar zijn en zich in de praktijk voldoende bewezen hebben. Het uiteindelijke alternatief moet betaalbaar, betrouwbaar en uiteraard duurzaam zijn. Gebruiksgemak, woonlasten en comfort voor inwoners moeten gelijk blijven en liefst verbeteren.
1.3 Maatschappelijk draagvlak De Transitievisie Warmte is naast een technische en economische ook een sociale uitdaging die alleen gerealiseerd kan worden als er maatschappelijk draagvlak voor is. Tegelijk staat de warmtetransitie niet los van andere ontwikkelingen in een buurt, zoals de sloop van huizen, nieuwbouw, renovatie en onderhoud aan de openbare ruimte. De warmtetransitie kan dan ook niet van de grond komen zonder inwoners en professionele partijen als netbeheerders en woningcorporaties actief te betrekken bij de vormgeving van de warmtetransitie en de keuzes die daarbinnen gemaakt moeten worden. Daarbij staat de betaalbaarheid van de transitie voor alle partijen voorop. Daar waar mogelijk zal de gemeente Zuidplas
1.4
Samen met inwoners en professionele partijen heeft de gemeente Zuidplas een afwegingskader opgesteld, op basis waarvan keuzes worden afgewogen. Om te beginnen is een aantal algemene uitgangspunten geformuleerd die door de Transitievisie Warmte heen klinken. Daarnaast zijn selectiecriteria opgesteld op basis waarvan de keuzes worden gemaakt voor een warmtealternatief en de buurten waar we met de verkenning naar duurzame warmte willen beginnen (zie hoofdstuk 3).
Verkenningsbuurten
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat voor 2030 de eerste 1,5 miljoen woningen in Nederland moeten zijn verduurzaamd. Gemeenten wijzen daartoe in hun Transitievisie startbuurten aan. Dit zijn de buurten die als eerste, binnen een periode van acht jaar, zullen worden losgekoppeld van het aardgas. Een startbuurt impliceert dat alle keuzes rondom de warmtetransitie voor deze buurt al gemaakt zijn en dat de spreekwoordelijke schop direct in de grond kan. Zuidplas kiest er bewust voor om geen startbuurten aan te wijzen en spreekt liever over verkenningsbuurten. Dit zijn de buurten waar als eerste wordt verkend hoe de warmtetransitie het best kan
10.
met het proces van de warmtetransitie aansluiten bij andere ontwikkelingen in een buurt.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
worden vormgegeven. Onderdeel van die verkenning is het uitvoeren van een verdiepend onderzoek naar de technische en economische haalbaarheid van de warmtetransitie en waarin dieper in gesprek gegaan wordt met de inwoners over de vormgeving van de warmtetransitie. Samen met inwoners wordt in de verkenningsfase gewerkt aan uitvoeringsplannen. Deze plannen kunnen op basis van specifieke eigenschappen en de gesprekken met bewoners per buurt verschillen. Pas na afronding van het uitvoeringsplan maken we de overstap naar startbuurt en gaat de schop de grond in.
1.5 Samenhang en integraliteit De warmtetransitie in Zuidplas is geen opzichzelfstaand proces. Bovenlokaal wordt er samengewerkt in onder meer de Regionale Energie Strategie (RES, zie bijlage I). Binnen de gemeente moet de warmtetransitie aansluiten bij andere ruimtelijke, volkshuisvestelijke en
beheersmatige opgaven en beleidsambities. Daarnaast kent de warmtetransitie een sociaal-maatschappelijke context. Om de samenhang te borgen moeten de plannen voor de warmtetransitie uiteindelijk een juridische verankering krijgen in de Omgevingsplannen.
1.5.1. Gebiedspaspoorten Die samenhang tussen ontwikkelingen en beleidsambities wordt in Zuidplas beschreven in zogenoemde gebiedspaspoorten. De gebiedspaspoorten worden vanaf medio 2022 opgesteld en komen voort uit de omgevingsvisie en het Perspectief Ruimtelijke Opgaven (PRO). De omgevingsvisie beschrijft de lange termijn doelen voor de fysieke leefomgeving in Zuidplas. Op hoofdlijnen zijn dat de ambities voor andere wonen, werken, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, cultureel erfgoed en infrastructuur. Ook de doelen op het gebied van Duurzaamheid maken onderdeel uit van de omgevingsvisie. Het PRO is het uitvoeringsprogramma dat volgt uit de omgevingsvisie en visies of beleid voor de afzonderlijke beleidsterreinen. Het geeft een inkijk in alle ruim 70 lopende projecten en de manier waarop deze bijdragen aan de ambities van Zuidplas. Het PRO wordt verder uitgewerkt in afzonderlijke gebiedspaspoorten. Zo’n gebiedspaspoort beschrijft per gebied de randvoorwaarden voor transformatie en vormt daarmee een integraal toetsingskader voor het gemeentebestuur op tal van verschillende beleidsthema’s en geeft aan welke maatschappelijke doelstellingen worden nagestreefd. Een gebiedspaspoort bevat de uitgangspunten voor het omgevingsplan. De
gebiedspaspoorten worden nadrukkelijk niet bedacht op het gemeentehuis. Ze komen tot stand in nauwe samenspraak met inwoners en andere belanghebbenden. De transitie naar duurzame warmte moet straks een vast onderdeel zijn van de omgevingsplannen. Daarmee wordt de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen zo veel mogelijk geborgd.
OMGEVINGSVISIE
PERSPECTIEF RUIMTELIJKE OPGAVEN (PRO)
GEBIEDSPASPOORTEN
OMGEVINGSPLAN
1.5.2 Onderhoud en beheer Een ander belangrijk element is de gemeentelijke planning van onderhoud- en beheerwerkzaamheden, zoals de vervanging van riolering, bestrating en/of groen. Ook netbeheerders en drinkwaterbedrijven hebben een eigen planning voor onderhoud en vervanging. Woningcorporaties hebben voor hun vastgoed ook inzicht in hun onderhouds- en renovatieplanning. De planning van deze verschillende partijen loopt vaak niet gelijk, simpelweg omdat niet alles tegelijkertijd aan vervanging toe is.
Idealiter wordt de warmtetransitie afgestemd op onderhoudswerkzaamheden. Per warmtealternatief verschilt het echter welke werkzaamheden het meest geschikt zijn om bij aan te sluiten. Waar de aanleg van een warmtenet idealiter gecombineerd wordt met vervanging van het riool of bestrating, kan een individuele all-electric oplossing juist het beste samenvallen met grootschalig woningonderhoud of renovatie van een woning. Daar waar mogelijk wordt de uitvoering van de warmtetransitie gecombineerd met andere reeds geplande werkzaamheden in een buurt of wordt gekeken of bestaande planningen op verantwoorde wijze kunnen worden aangepast aan de uitrol van de warmtetransitie.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
11.
2. Samenwerken in de warmtetransitie
De gemeente Zuidplas vervult een regierol bij het opstellen van de TVW en zoekt de samenwerking met de woningcorporaties, netbeheerders, inwoners en ondernemers bij deze opdracht. Daarnaast werkt de gemeente met andere overheden en maatschappelijke organisaties in de Regio Midden-Holland samen aan de Regionale Energie Strategie (RES) en wordt met de Oostlandgemeenten en de glastuinbouw samengewerkt in de Warmte Samenwerking Oostland (WSO). Al deze samenwerkingen zijn van belang omdat de
12.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
warmtetransitie een maatschappelijke opgave is die iedereen aangaat. Om een goede samenwerking te waarborgen is een heldere, open en transparante communicatie fundamenteel wat samengaat met een intensief participatietraject. Daarom zoekt de gemeente samen met de professionele partijen, overheden, ondernemers én inwoners naar de best denkbare aanpak om hen te informeren, te ondersteunen en te vragen om deel te nemen aan het gesprek over de warmtetransitie.
2.1 De Transitietafel Maandelijks zijn professionele partijen aan zogeheten Transitietafels betrokken geweest bij de totstandkoming van de Transitievisie Warmte. Het gaat daarbij om de in Zuidplas actieve woningcorporaties Mozaïek Wonen en WoonPartners Midden-Holland11 en netbeheerders Stedin en Liander. Vanuit de kant van de gemeente zijn meerdere beleidsvelden vertegenwoordigd. Aan de Transitietafels is vormgegeven aan de onderzoeken naar kansrijke warmtealternatieven voor de verschillende buurten en kernen van Zuidplas en zijn gegevens met
betrekking tot onderhoudsplanning, sloop en nieuwbouw uitgewisseld. De netbeheerders brachten daarnaast ook kennis in over onder meer energiegebruik, congestie en verzwaring van het elektriciteitsnet. Aan de Transitietafel zijn ook de uitgangspunten (zie paragraaf 3.1) en de selectiecriteria (zie paragrafen 3.2 en 3.3) besproken die de kaders vormen voor de warmtevisie. Hetzelfde geldt voor de verkenningsbuurten en de warmtevisie als geheel.
2.2 Inwonersadviesraad De warmtevisie raakt vele partijen, de inwoners van Zuidplas in het bijzonder. Daarom vervullen zij net zoals de partners aan de Transitietafels een belangrijke rol als gesprekspartner voor de gemeente. De inwoners zijn allereerst betrokken via de informatieavonden en kennissessies die vanuit de gemeente zowel fysiek als digitaal zijn georganiseerd. Tijdens de informatieavonden zijn de inwoners gevraagd zich aan te melden voor de Inwonersadviesraad. Ruim zestig mensen, variërend
van enthousiast tot kritisch ten aanzien van de warmtetransitie, hebben dit gedaan. Deze kwamen in wisselende samenstelling bijeen. De Inwonersadviesraad fungeert als klankbord. Aan de leden is gevraagd over de volle breedte hun mening te geven over de voorgelegde mogelijkheden om in 2050 van het aardgas te kunnen. Ook is in verschillende sessies de dialoog aangegaan over wat voor inwoners belangrijke kaders zijn voor de warmtetransitie (zie hoofdstuk 3).
2.3 Communicatie en participatie Dat er de komende dertig jaar overgeschakeld wordt naar aardgasvrij wonen is een gegeven. In het proces daarnaartoe zoekt de gemeente Zuidplas expliciet de wensen van inwoners op. Daarom is al vroeg in de transitie een fors participatietraject opgezet. Participatie is voor de gemeente Zuidplas het beginpunt en niet het eindpunt. De participatie is erop gericht om de
professionele partijen en met name de inwoners medeeigenaar te maken van de warmtetransitie en met hun kennis en input een betere TVW en uiteindelijk buurtuitvoeringsplannen te creëren. Dit is immers van fundamenteel belang voor een gedragen warmtetransitie. Hierbij gaat het niet alleen over de financiële acceptatie, maar ook over procesacceptatie.
2.3.1 Communicatie De gemeente Zuidplas informeert, motiveert en faciliteert haar inwoners en ondernemers op weg naar een duurzame toekomst. Daar hoort goede en heldere communicatie bij. Hiervoor worden diverse middelen ingezet, zowel online als offline. Op www.duurzaamzuidplas.nl is onder andere informatie te vinden over beschikbare subsidies en leningen, voorbeelden van verduurzaamde woningen en ondernemingen van inwoners en ondernemers van Zuidplas en nieuwbrieven en podcasts over duurzaamheid en klimaatadaptatie. Bovendien
worden social media ingezet voor zowel enkelvoudige berichten als campagnes en wordt belangrijke informatie gepubliceerd in huis-aan-huisblad Hart van Holland. Via deze middelen worden de stappen naar aardgasvrij steeds opnieuw onder de aandacht gebracht. Inwoners kunnen met vragen en/of voor informatie te allen tijde terecht bij duurzaam@zuidplas.nl. Tot slot heeft de gemeente Zuidplas een Energieloket (Duurzaam Bouwloket) waar inwoners gratis (telefonisch) advies op maat kunnen krijgen voor hun specifieke (woon)situatie.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
13.
2.3.2. Participatie Om te beginnen zijn alle inwoners betrokken via de informatieavonden en kennissessies die vanuit de gemeente zowel fysiek als digitaal zijn georganiseerd. Tijdens deze informatieavonden en kennissessies zijn inwoners niet enkel geïnformeerd, hen is ook gevraagd om actief mee te denken, praten én doen. De input uit deze sessies is meegenomen in de transitieplannen. Naast de organisatie van sessies voor inwoners, is er ook nauw samengewerkt met inwoners die zelf al kennis en ervaring hebben met de energietransitie. Deze zogeheten ambassadeurs delen de eigen verhalen via video’s en nieuwsberichten, volgen cursussen tot energiecoach of maken in de winterperiode vrijwillig warmtefoto’s om hun medebewoners bewust te maken van de warmtelekken in de woning. Het enthousiasme, de kennis en de ervaring van de inwoners van Zuidplas zijn een belangrijk onderdeel van de participatie.
Ondernemers zijn apart over de warmtetransitie bevraagd via een enquête. Daarin is niet alleen gepeild hoe zij staan tegenover de warmtetransitie. Hen is ook gevraagd of zij, behalve voor ruimteverwarming, ook afhankelijk zijn van aardgas voor bedrijfs- of productieprocessen. De behoefte aan proceswarmte kan niet altijd met dezelfde techniek worden bediend als de behoefte aan ruimteverwarming. Verduurzaming van deze aardgasbehoefte valt buiten de reikwijdte van de TVW, maar wordt uiteraard wel betrokken op het moment dat in de verkenningsfase en later tijdens de buurtuitvoeringsplannen ook bedrijfslocaties aan de orde komen. Voor de behoefte aan proceswarmte zal een duurzame oplossing gevonden moeten worden voordat het aardgas hier afgesloten kan worden. De gemeente Zuidplas hecht daarbij veel waarde aan het aan de voorkant betrekken van de ondernemers, net zoals dat met de inwoners gebeurt.
PARTICIPATIE TRAJECT MET INWONERS Informatieavonden Februari & Maart 2020 (5 avonden):
1.164
8
Deelnemers
5
Keer bekeken
Draagvlakonderzoek
1.803
Respondenten
33.231
Waterstof & groen gras:
219x
7,8
Bekeken
Rapportcijfer
Warmtenet
Energiecaoches
24
7,75
Deelnemers
Rapportcijfer
16
7,4
Deelnemers
320x
8,5
Bekeken
Rapportcijfer
Warmtepomp
November 2020
Maart 2021
okt 2019 - aug 2021
Ervaringsdeskundigen
Inwonersadviesraad
duurzaamzuidplas.nl Unieke bezoekers
Digitale, januari 2021
18 Warmtefotografen
Juli 2020 (digitaal):
1.042
Kennissessies
Ambassadeurs
320x
7
Bekeken
Rapportcijfer
Kernenergie
160x
7,8
Bekeken
Rapportcijfer
Rapportcijfer
2.4 Draagvlakonderzoek In februari en maart 2021 heeft de gemeente Zuidplas een onderzoek laten uitvoeren onder alle huishoudens van de gemeente. Doel was inzicht te krijgen in de meningen van de inwoners omtrent de transitie van aardgas- naar aardgasvrij wonen. De uitkomsten van het onderzoek wordt in onderstaande infographic weergegeven. De resultaten geven de gemeente inzicht in de opvattingen
14.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
over en het draagvlak voor de transitie naar aardgasvrij wonen onder de inwoners. De resultaten vormen input voor de selectie van verkenningsbuurten en de invulling die gegeven wordt aan de buurtuitvoeringsplannen. Dit onderzoek zal periodiek worden geactualiseerd om het draagvlak voor aardgasvrij te blijven monitoren.
RESULTATEN DRAAGVLAKONDERZOEK INWONERS Kent u de plannen om alle huishoudens voor 2050 los te koppelen van het aardgas?
Belangrijke uitgangspunten? 74%
Betaalbaarheid 28%
Verantwoord tempo
43%
Zelf tempo bepalen
31%
Zorgvuldigheid van proces Transparantie gemeente over de plannen
39%
Gegarandeerde warmtelevering
37%
Ik wil ontzorgd worden
16%
Gemeente sluit aan bij bestaande lokale initiatieven
10%
Vooruitgang in woongenot
17% 33%
Warmtetransitie leidt tot verlaging CO2-uitstoot
33%
Eigen keuze in energieleverancier
36% 4%
= totaal 1.803
Onderzoeksgroep
32%
Niet precies
1%
Nee
Mogen wij in uw wijk voor 2030 starten met aardgasvrij maken, als deze daarvoor technisch geschikt lijkt?
Ja
16%
30%
Nee
24%
Weet ik niet
30%
Ik wil niet aardgasvrij wonen
Welke informatie vindt u belangrijk om te ontvangen?
Weinig overlast
Anders
67%
Ja
Aardgasvrij wonen
Concrete plannen transitie naar aardgasvrij voor mijn wijk
77%
62%
Wat er van mij als bewoner wordt verwacht
Het financiële plaatje van de energietransitie
87%
60%
Welke aanpassingen er komen in en rondom mijn huis
77%
Wat de alternatieven kunnen zijn voor aardgas
51%
20% 2%
Wat ik zelf nu al kan doen
Hoe de transitie van aardgasvrij in zijn werk gaat
Bijdrage aan een schoner klimaat?
89% = Woningeigenaar 11% = Huurder
Heel belangrijk
Woningtype
38%
Rijtjeswoning - tussenwoning
21%
Rijtjeswoning - hoekhuis
16%
Twee-onder-een kap
16%
Vrijstaande woning
9%
Appartement - galerijwoning
Waarom energiebesparende maatregelen in huis?
48%
Belangrijk Neutraal
3%
Niet belangrijk
4%
Helemaal niet belangrijk
24%
Anders
21%
34%
Beter klimaat
58% 8%
Kosten besparen Meer comfort
Transitie aardgasvrij wonen
Postcode 2751 29% 2761 32% 2841 28% 2911 39% 2912 34% 2914 30% 0%
Positief
Neutraal
50%
Geen mening
Negatief
100%
RESULTATEN DRAAGVLAKONDERZOEK ONDERNEMERS Onderzoeksgroep
= totaal 60
78% =
22% = Huurder
Eigenaar pand
Belangrijke uitgangspunten? 0 3,74
Het warmtealternatief moet betaalbaar zijn
4,49
De warmtelevering moet gegarandeerd zijn
4,60
Het warmtealternatief moet dezelfde temperatuur leveren
4,25
Ondernemers moeten ontzorgt worden
4,13
De ondernemer moet eigenaarschap worden gegeven
3,80
Branches
Agrarische sector
Financiele dienstverlening Meubelindustrie Dienstverlening Chemie productie
Recreatie
Detailhandel
Sport
Glas- en tuinbouwsector Kantoren
Kunst/werkplaats
Detailhandel
Bouw
Verhuur evenementsbenodigheden Adviesbureau ICT Industriële bakkerij (Maak-)industrie
Groothandel
Groothandel relatiegeschenken
4,25
Het tempo van verduurzaming moet verantwoord zijn
4,39
Het proces naar aardgasvrij moet zorgvuldig gebeuren
4,59
De warmteoptie moet aansluiten bij de behoefte van utiliteitsgebouwen
4,27
Overlast moet zoveel mogelijk beperkt worden
4,17
Het proces naar aardgasvrij moet transparant gebeuren
4,45
10% 12%
41%
Ziet u kansen in Zuidplas Aardgasvrij?
10% Ja, door maatschappelijk
14%
Hoeveel tijd heeft u nodig? 17% Er is geen geschikt moment om van het aardgas af te gaan 30% Ik weet het niet
28% Dat kan nu al
2%
13%
Bedrijventerrein
Vanuit een woning
Mijn onderneming bevindt zich niet in Zuidplas
Winkelcentrum Overige
13% 8% 19%
23%
Wil ik niet
Hoe staan ondernemers tegenover Zuidplas Aardgasvrij? Negatief
Positief
Zeer negatief
Dat kan de pas over 10 jaar
Neutraal
Aardgasvrij ondernemen Bent u afhankelijk van aardgas?
2%
Ik weet niet of ik afhankelijk ben van aardgas
12% Ik ben aardgasvrij 15% Koken op gasfornuis 17% Productieproces (als grondstof of verwarming), te weten...
68% Verwarming pand en tapwater
Voorziet u gevaar voor de bedrijfsvoering als u aardgasvrij wordt?
18% Ik kan de bedrijfsvoering dan niet meer voortzetten
35% Ik moet de bedrijfsvoering dan aanpassen
47%
Ik kan mijn bedrijfsvoering zonder problemen voortzetten
Kunnen er zonnepanelen op uw bedrijfsdak Dakoppervlak wordt nog niet volledig benut
14% 17%
Het bedrijfspand is niet in mijn eigendom Weet ik nog niet
29%
Zeer positief
Zou ik wel willen, maar pas in de toekomst. Nu nog niet. Zou ik wel willen
25%
10 jaar
Heb ik al gedaan
25%
8%
17%
16% Overig
Liggen er zonnepanelen ophet bedrijfspand
24%
20%
verantwoord ondernemen 74% Geen kansen
23% Dat kan de komende
Er moet draagvlak zijn voor de overstap
Levensmiddelen
Geografische verspreiding
5
Verlaging van CO2- uitstoot
Aardgasvrij ondernemen
Kansen
20%
49%
Dakoppervlak wordt al volledig benut Bouwconstructie laat het niet toe Dat kan niet
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
15.
3. Afwegingskader warmtetransitie
Zuidplas kan niet in één keer aardgasvrij gemaakt worden. Dit moet vanzelfsprekend stapsgewijs. In het Klimaatakkoord12 staat dat gemeenten zoveel als mogelijk programmeren op basis van de laagste nationale kosten en kosten voor de eindgebruiker. De gemeente kan zelf een keuze maken voor aanvullende criteria. Om een zorgvuldige afweging te maken over zowel het warmtealternatief als over de buurten waar als eerste begonnen wordt met de verkenning, heeft Zuidplas ervoor gekozen om een Kadernota Warmtetransitie13 op te stellen. Deze is op 19 mei 2021 door de gemeenteraad vastgesteld.
16.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
Deze Kadernota Warmtetransitie is opgesteld in samenspraak met de Inwonersadviesraad en de Transitietafel. De kaders zijn opgedeeld in drie categorieën. De eerste categorie omvat algemene uitgangspunten (zie paragraaf 3.1). Deze vormen de algemeen geldende voorwaarden waaronder Zuidplas de warmtetransitie wil vormgeven. Het zijn de waarden die Zuidplas hoog in het vaandel heeft staan en waar de gemeente altijd naar wil handelen, ongeacht het gekozen warmtealternatief. De tweede categorie omvat selectiecriteria die worden gewogen bij de keuze voor een warmtealternatief (zie paragraaf 3.2). De derde categorie omvat selectiecriteria die worden toegepast om te bepalen in welke buurten als eerste wordt verkend hoe de warmtetransitie concreet vormgegeven gaat worden (zie paragraaf 3.3).
3.1 Uitgangspunten Haalbaar en betaalbaar De warmtetransitie moet voor alle betrokken partijen haalbaar en betaalbaar zijn. Woonlastenneutraliteit is het uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de kosten van verduurzamingsmaatregelen kunnen worden terugverdiend via de energierekening. Verantwoord en toekomstgericht Het tempo van de warmtetransitie moet voor alle partijen behapbaar zijn. Woning- en gebouweigenaren moeten kunnen anticiperen op de transitie. Daarnaast moet er tijd en ruimte zijn om te leren van ervaringen uit eerdere projecten en deze toe te passen in nieuwe buurten. Zorgvuldig proces De belangen van inwoners moeten goed geborgd zijn. Ook moet helder zijn welke partij verantwoordelijk is voor de verschillende stappen in het proces. De warmtetransitie wordt waar mogelijk integraal bekeken, bijvoorbeeld door deze te combineren met andere opgaven. Transparante communicatie Zuidplas is transparant over de afwegingen die ten grondslag liggen aan de keuze voor een warmtealternatief en de aanwijzing van verkenningsbuurten.
3.2
Betrekken van inwoners Bij het opstellen van uitvoeringsplannen gaat Zuidplas altijd in gesprek met de inwoners van de buurt. Zij krijgen een duidelijke rol in de wijze waarop de transitie in hun buurt wordt aangepakt. Handelingsperspectief Zuidplas wil ook inwoners van buurten die nog niet direct worden losgekoppeld van het aardgas een handelingsperspectief bieden om energie te besparen en zich voor te bereiden op de transitie. Aansluiten bij bestaande initiatieven In de toekomst zullen er steeds meer lokale initiatieven ontstaan, omdat inwoners zelf aan de slag gaan. De gemeente Zuidplas faciliteert en ondersteunt lokale initiatieven zoveel mogelijk en deelt deze succesverhalen en de leerpunten.
“Transparantie vanuit de gemeente is belangrijk. Niet alleen waarom (Parijsakkoord, etc.), maar ook; wat betekent de warmtetransitie voor u persoonlijk en hoe gaan we u helpen/ontzorgen.” - deelnemer inwonersadviesraad
Criteria voor de selectie van het Warmtealternatief
Deze set criteria vormen de basis op grond waarvan wordt gekozen welke warmtealternatieven in een specifieke buurt in aanmerking komen. Gebruikerskosten De kosten die een bewoner op jaarbasis kwijt is aan warmte. Eigenaarskosten De kosten die een gebouweigenaar moet maken voor woningaanpassingen. Totale Nationale Kosten Alle kosten van verschillende partijen, bewoners, eigenaars, netbeheerders en overheden, bij elkaar opgeteld.
Duurzaamheid De mate en snelheid van de reductie van CO2-uitstoot en milieu-impact van materiaalgebruik en het effect van in bedrijf genomen installaties op bodem, grondwater, oppervlaktewater en leefomgeving. Leefomgeving de impact van de warmtetransitie op de woning en woonomgeving. Afweging van de criteria Uit de gesprekken met de Inwonersadviesraad en de Transitietafel kwam naar voren dat gebruikerskosten en eigenaarskosten het zwaarst meewegen in de afweging voor het warmtealternatief, gevolgd door duurzaamheid en impact op de leefomgeving. Op lokaal niveau wordt aan de Totale Nationale Kosten de minste waarde toegekend. Dit wordt meegewogen in de selectie van het warmtealternatief.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
17.
Waardering van de selectiecriteria voor het warmtealternatief Gebruikerskosten Eigenaarskosten Totale nationale kosten Duurzaamheid Leefomgeving 0
1
2
3
4
5
3.3 Criteria voor de selectie van de Verkenningsbuurten Deze set criteria vormt de basis op grond waarvan wordt gekozen welke buurten in aanmerking komen om aangewezen te worden als verkenningsbuurten.
Contracteerbaarheid Het aandeel woningen in een buurt dat in handen is van corporaties of VvE’s.
Zekerheid De mate van duidelijkheid over de kosten, betrouwbaarheid, beschikbaarheid en levensduur van een warmtebron.
Uniformiteit De mate van homogeniteit van bebouwing in een buurt en daarmee de opschaalbaarheid van oplossingen.
Draagvlak De mate waarin bewoners in een buurt een gekozen warmteoplossing steunen of aanvaarden. Onderhoud De mogelijkheid om werkzaamheden rondom de warmtetransitie samen te laten vallen met andere ingrepen in een woning of buurt.
Afweging van de criteria Uit de gesprekken met de Inwonersadviesraad en de Transitietafel kwam naar voren dat zekerheid het zwaarst meeweegt in de selectie van verkenningsbuurten, gevolgd door contracteerbaarheid. Hierna volgden draagvlak en uniformiteit. Aan de koppeling aan andere onderhoudswerkzaamheden werd de minste waarde toegekend. Dit is meegewogen in de keuze voor de eerste verkenningsbuurten.
Waardering van de selectiecriteria voor verkenningsbuurten
Zekerheid Draagvlak Koppelen aan onderhoud Contracteerbaarheid Uniformiteit 0
18.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
1
2
3
4
5
4. Duurzame warmte
Voor de warmtetransitie zijn veel verschillende bronnen en technieken beschikbaar. De bron is de oorsprong van de warmte die wordt gewonnen. De techniek is het systeem dat nodig is om de warmte in de woning te krijgen. In bijlage II is een overzicht van verschillende bronnen opgenomen en wordt beschreven welke techniek daarbij hoort. Alle bronnen en technieken hebben eigen, specifieke kenmerken die het wel of juist minder geschikt maken voor toepassing in bepaalde woningtypen. Een belangrijke
variabele daarbij is de temperatuur van de warmte. Slecht geïsoleerde woningen hebben een hogere temperatuur warmte nodig om de woning comfortabel te kunnen verwarmen. Het energielabel geeft indicatief aan welke aanlever- of afgiftetemperatuur14 minimaal nodig is om een woning goed te kunnen verwarmen. Deze temperatuur bepaalt ook welke afgiftesysteem15 voor de warmte in de woning het meest geschikt is. Een ander belangrijk onderscheid tussen verschillende warmtevoorzieningen is of deze collectief of individueel van aard zijn.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
19.
4.1
Aanlevertemperatuur
Per techniek en warmtebron verschilt de (optimale) aanlevertemperatuur van de warmte. Grofweg wordt een onderscheid gemaakt tussen hoge-, midden- en lage temperatuur (HT, MT en LT). Voor HT geldt een aanlevertemperatuur van 70 °C of hoger, MT heeft een temperatuur tussen 55 °C en 70 °C en LT heeft een temperatuur lager dan 55 °C. Voor zeer goed geïsoleerde huizen is er zelfs de optie om te kiezen voor zeer lage temperatuur (ZLT) die niet warmer is dan 30 °C. Bij veel cv-ketels staat de afgiftetemperatuur nu nog afgesteld op 80 °C of zelfs 90 °C, ook al is dat bij verreweg de meeste naoorlogse woningen ook zonder aanvullende isolatiemaatregelen eigenlijk niet nodig. In zijn algemeenheid geldt dat bij een warmtesysteem met een lagere temperatuur minder warmte verloren gaat en het systeem dus efficiënter is. Het produceren van hogere temperaturen kost meer energie en ook tijdens het transport gaat bij hogere temperaturen meer warmte verloren. Alleen is een MT- of LT-oplossing niet op voorhand voor elke woning geschikt (zie paragraaf 4.4). Kort samengevat: warmte van hoge
temperatuur kan in elke woning worden toegepast; wordt de aanvoertemperatuur lager, dan moet de woning voldoende geïsoleerd zijn. De temperatuur heeft ook invloed op het afgiftesysteem in de woning. In veruit de meeste woningen bestaat het afgiftesysteem uit radiatoren. Klassieke radiatoren functioneren goed als het aangevoerde water een temperatuur heeft boven de 55 °C. Bij lagere temperaturen geven de klassieke radiatoren onvoldoende snel warmte af en zijn radiatorventilatoren of andere afgiftesystemen nodig, zoals vloer- of wandverwarming. Voor lagere temperaturen zijn ook speciale LT-radiatoren of LTconvectoren beschikbaar. Een extra aandachtspunt bij LT- of MT-oplossingen is het warm tapwater. Warm tapwater moet verwarmd worden tot minimaal 60 °C, zodat ziekteverwekkers als de Legionellabacterie geen kans krijgen. Dat kan met een voorraadvat dat periodiek wordt opgewarmd tot 60 °C of met een aparte elektrische boiler of geiser die het warme water verder verwarmd tot 60 °C.
4.2 Warmtevoorziening Bij collectieve systemen wordt de warmte centraal geproduceerd en via een warmtenet naar de woning getransporteerd. Bij individuele oplossingen wordt
de warmte per woning geproduceerd of omgezet, bijvoorbeeld met een warmtepomp, een ketel of een infraroodpaneel.
4.2.1 Collectieve warmtenetten Een collectief warmtenet is mogelijk wanneer de bebouwingsdichtheid en de warmtevraag in een gebied voldoende hoog zijn. Als woningen te ver uit elkaar staan, moeten er grotere afstanden worden overbrugd en wordt de aanleg van een warmtenet te kostbaar. Een tweede voorwaarde is dat de warmtevraag hoog genoeg is. Indien na woningisolatie de resterende warmtevraag in een buurt heel laag is, is een warmtenet niet altijd economisch rond te krijgen. In zulke gevallen zijn individuele oplossingen mogelijk. Voor de gemeente Zuidplas geldt dat de investering in een warmtenet in de vier kernen een economisch rendabel alternatief voor warmte kan zijn, maar dat de verspreide bebouwing buiten de kernen niet in aanmerking komt voor een warmtenet omdat hier de bebouwing te ver uit elkaar ligt. De aanlevertemperatuur van een warmtenet moet aansluiten bij de benodigde warmtevraag van de woningen
20.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
in een buurt. Hoewel de verschillende buurten in de kernen van Zuidplas een redelijk homogene bebouwing kennen, zijn de warmteprofielen van de woningen niet altijd gelijk. Dat betekent dat in de te kiezen aanlevertemperatuur een balans gevonden moet worden tussen efficiëntie van de warmteoplossing enerzijds, en de betaalbaarheid van de noodzakelijke woningaanpassingen anderzijds. Wanneer gekozen wordt voor een te lage aanlevertemperatuur moeten veel woningen worden aangepast, terwijl een te hoge temperatuur leidt tot inefficiëntie en daarmee ook een hogere warmteprijs. Voor de voeding van warmtenetten zijn verschillende warmtebronnen denkbaar (zie bijlage II). Naast een warmtebron die de basislast afdekt, heeft een warmtenet ook een centrale piek- en back-upvoorziening nodig. Deze wordt ingeschakeld om extra warmte te kunnen leveren op de koudste dagen van het jaar of in het geval
een bron onverhoopt minder warmte kan leveren dan voorzien. Een piek- en back-up voorziening heeft daarom een aparte energiedrager nodig. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan biogas en in de toekomst wellicht waterstof. Een specifiek aandachtspunt bij warmtenetten is de wijze waarop de belangen van eindgebruikers worden geborgd. Dat betekent allereerst dat er duidelijke en heldere afspraken zijn over de warmteprijs. Voorkomen moet worden dat de eigenaar van een warmtenet
misbruik kan maken van een monopolypositie. Er zijn voorbeelden waarbij bewoners uit een buurt zelf eigenaar zijn van het warmtenet. Vanwege de hoge investeringskosten en de specifieke kennis die nodig is voor de exploitatie van warmtenetten, is dit complex. Medezeggenschap via een Raad van Aangeslotenen kan een manier zijn om de belangen van eindgebruikers te beschermen. Dit vraagstuk moet onderdeel uitmaken van de uitvoeringsplannen voor de buurten waarin gekozen wordt voor een warmtenet.
4.2.2 Individuele oplossingen Naast een collectieve warmtevoorziening zijn voor het aardgasvrij maken van woningen ook individuele oplossingen beschikbaar. Dat kan onder meer met een warmtepomp. Meest voorkomend zijn twee varianten: de bodemwarmtepomp en de luchtwarmtepomp. De afgiftetemperatuur van warmte uit een standaard warmtepomp ligt doorgaans tussen de 35 °C en 55 °C. Er zijn ook warmtepompen die hogere temperaturen kunnen afgeven. In zijn algemeenheid geldt dat een warmtepomp bij lagere afgiftetemperaturen efficiënter werkt en dus minder elektriciteit nodig heeft om de woning te verwarmen. Een bodemwarmtepomp heeft als extra voordeel dat de woning in de zomer ook efficiënt gekoeld wordt. Veel luchtwarmtepompen kunnen dit ook, daar gebruiken daarvoor aanmerkelijk veel meer elektriciteit. Bij warmtepompen die op lage temperaturen werken, zoals op 35 °C, is een aparte warmwaterboiler voor het tapwater nodig. Naast de warmtepomp bestaan ook andere elektrische oplossingen voor verwarming, zoals elektrische radiatoren, elektrische heaters of infraroodpanelen.
Hoewel deze technieken in bepaalde ruimtes en in specifieke situaties interessant kunnen zijn, zijn ze als basisverwarming minder aantrekkelijk, omdat ze voor dezelfde hoeveelheid warmte circa vier keer meer elektriciteit nodig hebben dan een warmtepomp. Ook in opkomst is het gebruik van airco’s voor het verwarmen van ruimtes. Dit is vaak alleen efficiënt als slechts één ruimte in de woning verwarmt hoeft te worden. Daarnaast zijn airco’s bij lage buitentemperaturen erg inefficiënt en hebben airco’s een zichtbare buitenunit aan de gevel wat voor geluidsoverlast kan zorgen. Het is daarmee geen wenselijke oplossing om grootschalig in te zetten. Behalve elektrisch kan een individuele woning ook verwarmd worden met duurzame gassen zoals biogas of waterstof. Beide zijn echter beperkt beschikbaar en, met name waterstof, kostbaar. De kans dat deze groene gassen op grote schaal beschikbaar zijn voor toepassing in individuele woningen is niet waarschijnlijk en vanuit kostenaspect voor de eindgebruiker ook niet aantrekkelijk.
4.2.3 Kleinschalig-collectieve oplossingen Wanneer een groep gebouwen te ver van andere bebouwing is gelegen, is aansluiting op een groot warmtenet economisch niet haalbaar. Wanneer de onderlinge afstand tussen de gebouwen beperkt is, kan het aantrekkelijk zijn om gezamenlijk een warmtebron te delen. Dit kan bijvoorbeeld bodemwarmte zijn, in combinatie met een WKO-systeem (zie bijlage II). Zo’n
systeem koelt de woningen in de zomer en gebruikt deze in de bodem opgeslagen warmte in de winter. Net als bij de individuele toepassing van bodemwarmte geldt ook hiervoor dat de woning voldoende geïsoleerd moet zijn en dat, bij lagere temperaturen, voor warm tapwater een elektrische oplossing nodig is.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
21.
4.3 Broninzet Voor de transitie naar duurzame warmte zijn meerdere bronnen beschikbaar. Per bron verschilt de temperatuur van de gewonnen warmte en daarmee het minimaal noodzakelijke isolatieniveau van de aan te sluiten woningen of andere gebouwen. Hoe lager de temperatuur, hoe beter een gebouw geïsoleerd moet
4.4
zijn om voldoende verwarmd te kunnen worden. Per bron verschilt ook de schaal waarop deze ingezet kan worden. In de warmtetransitie moeten de eigenschappen van de bron niet alleen bij de aan te sluiten woningen passen, maar moet andersom de schaal van de totale warmtevraag ook weer bij de bron passen (zie bijlage II).
Isolatiemaatregelen als besparingsambitie
Ongeacht de warmtevoorziening is isolatie altijd een goede stap. Het bespaart energie – en daarmee kosten - en zorgt voor meer wooncomfort en maakt het in de toekomst makkelijker om over te stappen op
een warmtevoorziening met lage temperatuur. Ook woningcorporaties en eigenaren van kantoorpanden zullen de komende jaren aan de slag moeten om hun oudere bezit energiezuiniger te maken.
4.4.1 Woningen Niet elke woning kan eenvoudig naar het hoogste energielabel gebracht worden. Woningen gebouwd voor 1940, in het bijzonder monumenten, zijn over het algemeen slecht geïsoleerd. Deze woningen hebben over het algemeen energielabel F of G. Bouwtechnisch is het moeilijk en kostbaar om deze woningen ingrijpend te isoleren en eigenaren mogen of willen het aangezicht van dit type gebouwen niet aantasten. Met betaalbare isolatiemaatregelen is wel een aantal labelstappen te maken, tot label C of D. Voor deze panden blijft ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmte nodig. In naoorlogse woningen is vaak al met spouwmuur gebouwd. Afhankelijk van de bouwstijl is in woningen gebouwd tussen 1940 en 1975 een grote slag te slaan. Deze woningen hebben doorgaans energielabel D of E. Met betaalbare isolatiemaatregelen kunnen deze woningen verbeterd worden tot label B of C, waarna zij verwarmd kunnen worden met midden-temperatuur warmte.
22.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
Woningen die vanaf de jaren ’80 zijn gebouwd hebben tijdens de bouw al een zekere mate van isolatie meegekregen en hebben doorgaans energielabel B of C. In veel gevallen is de isolatie aan vervanging toe, bijvoorbeeld omdat deze versleten is of de techniek inmiddels verbeterd is. Of het nemen van deze maatregelen in alle gevallen rendabel is, hangt af van de kwaliteit van de bestaande isolatie. Voor deze woningen volstaat warmte van midden-temperatuur. Bij isolatie tot label A is ook lage temperatuur toepasbaar. Voor alle woningen geldt dat een verhuizing of geplande verbouwing een bij uitstek geschikt moment is om extra isolatiemaatregelen te nemen. De meerkosten voor het aanbrengen van isolatie bovenop de kosten die toch al gemaakt moeten worden voor de verbouwing zijn dan vaak erg goed te overzien, omdat werkzaamheden gecombineerd kunnen worden.
4.4.2 Bedrijfspanden Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Vanaf dat jaar moeten kantoren met een oppervlakte van 100 m² of meer minimaal voldoen aan energielabel C. Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de Europese Unie en binnen Nederland op termijn verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor verwarming met lage of middelhoge temperatuur warmte. Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de
functie van het gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20 °C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet per pand gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken soms ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig. Omdat de aard van de warmtevraag van utiliteitsgebouwen zo uiteenloopt, zijn deze gebouwen nu niet meegenomen in de opgestelde warmteprofielen. In de verkenningsfase wordt de warmtevraag van deze gebouwen nader bekeken.
4.4.3 Warmteprofielen Om inzicht te geven in de verwachte temperatuur die na realistische isolatiemaatregelen nodig is om panden comfortabel te verwarmen, zijn door de Warmtetransitiemakers zogenoemde Warmteprofielen opgesteld. Voor elke bouwperiode wordt een realistisch voorspeld energielabel ingeschat en het daarbij passende temperatuurniveau, het Warmteprofiel. De inschatting van de voorspelde energielabels is in lijn met de Standaard voor woningen. Naoorlogse woningen (bouwjaar tussen 1945 en 1992, energielabel B t/m E) zijn in de meeste
Temperatuur
gevallen geschikt te maken voor verwarming op lage temperatuur (tot 55 °C). Dit vraagt wel een flinke ingreep in de woning voor extra isolatie en ventilatie. In buurten waar warmte beschikbaar is op middentemperatuur (55 tot 70 °C), kan er ook voor gekozen worden om de woningen wat minder vergaand te isoleren, zodat ze geschikt zijn voor verwarming op middentemperatuur. Dat spaart grote isolatiekosten uit en zorgt ervoor dat de stap naar aardgasvrij sneller gezet kan worden.
Energielabel
Bouwjaar huis
G
<1920
F
1920 - 1940
E
1941 - 1974
D
1975 - 1982
C
1983 - 1991
B
1992 - 2005
A
>2005
HT 75°C MT 55°C LT
LT Lage temperatuur
MT Midden temperatuur
HT Hoge temperatuur
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
23.
5. Zoekrichtingen per kern en buurt
In 2021 zijn verschillende onderzoeken verricht om tot een beter beeld te komen van de mogelijke warmtealternatieven en de uitvoeringsstrategie in de verschillende woonkernen en buurten van Zuidplas. Als basis is gebruik gemaakt van de startanalyse16 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dit is een landelijk model waarin een eerste beeld wordt gegeven op basis van vijf aardgasvrije warmtestrategieën. Deze landelijke startanalyse is vervolgens in opdracht van de gemeente Zuidplas door De WarmteTransitieMakers (DWTM) verrijkt met lokale data over de type woningbouw in de buurten van Zuidplas en het bouwjaar en energieprestatie van deze woningen. Op basis daarvan heeft DWTM een
24.
Transitievisie Warmte gemeente Zuidplas
inschatting gemaakt van de warmtebehoefte van de woningen na het nemen van realistische isolatiestappen. Dit is vastgelegd in zogenoemde warmteprofielen per buurt. Ook is met beide netbeheerders gekeken naar capaciteit en leeftijd van het elektriciteits- en gasnet, zijn geplande woningbouwrenovaties in kaart gebracht en is een eerste inventarisatie van mogelijke warmtebronnen uitgevoerd. De resultaten van deze nadere analyse zijn in aparte workshops met de Inwonersadviesraad en met de Transitietafel besproken en gewogen om na te gaan welke buurten in aanmerking komen om aangewezen te worden als verkenningsbuurt.
5.1
Kernen van Zuidplas
Voor de vier dorpskernen is een warmtenet technisch en economisch haalbaar. Er zijn meerdere warmtebronnen mogelijk. Door een selectie van buurten op eenzelfde warmtenet aan te sluiten, is schaalvoordeel te behalen en worden de nationale kosten lager. In de verkenningsfase moet de businesscase voor deze warmtenetten worden uitgewerkt, op basis waarvan een betere indicatie gegeven kan worden over de kosten en de toekomstige warmteprijs. Dan kan een warmtenet ook beter worden vergeleken met andere alternatieven. De totale kosten
van verschillende opties liggen op basis van een eerste grove analyse in Zuidplas dicht bij elkaar. Individuele oplossingen zijn dus ook goed denkbaar. Toepassing van individuele all-electric oplossingen brengt, in tegenstelling tot een warmtenet, wel een forse extra elektriciteitsvraag met zich mee. Hiervoor is extra opwekcapaciteit voor duurzame elektriciteit nodig en moet in een aantal gevallen ook aanvullend geïnvesteerd worden in het elektriciteitsnet.
5.1.1 Moerkapelle Voor de kom van Moerkapelle is de realisatie van een warmtenet kansrijk. Het gasnet is hier financieel al voor meer dan 60% afgeschreven. Daarnaast ligt Moerkapelle vlakbij het kassengebied, waardoor een gecombineerde warmtevoorziening mogelijkheden biedt. Op dit moment wordt onderzocht of restwarmte uit Rotterdam via een aantakking op WarmtelinQ17 op bestaande infrastructuur in het Oostland (B3hoek-leiding) aangesloten kan worden. Tevens wordt er gekeken naar de haalbaarheid om dit regionale net vanuit Bleiswijk uit te breiden naar de Zuidplaspolder en de kernen Zevenhuizen, Moerkapelle en een bedrijventerrein in Waddinxveen. De warmtemix in dit net heeft een diverse, en nu nog deels fossiele oorsprong. Deze conventionele bronnen zullen in de toekomst ook verduurzaamd worden. In 2023 is er door DWTM verder onderzoek gedaan naar de technische en financiële haalbaarheid van verschillende
duurzame warmtesystemen voor Moerkapelle. Naast een warmtenet aangesloten op het regionale warmtenet biedt de nabijheid van de Rotte ook kansen voor aquathermie als alternatieve warmtebron. Uit het onderzoek volgt verder dat ook individuele warmtepompen een goed alternatief zijn voor een warmtenet. De totale nationale kosten voor de transitie liggen in Moerkapelle relatief laag. Tegelijk is er in het dorp nog weinig draagvlak om aan de slag te gaan met de warmtetransitie. Dit heeft aandacht nodig. Meer zekerheid over de komst van restwarmte, de betaalbaarheid van de warmteoplossing en de samenwerking met de glastuinders kunnen het draagvlak versterken. Indien deze ontwikkeling van de grond komt, is het zaak snel te schakelen om te voorkomen dat deze kans gemist wordt.