Bijlage 1 Toelichting, regels en bijlagen bestemmingsplan Julianaweg 10 aangepast A24.000079
Tekst van het document
3.6
Water
Algemeen De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouwals de gebruiksfase. De ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid en waterkeringen. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is geen vergunning op basis van de Keur noodzakelijk. In het plangebied zijn watergangen aanwezig. Het plangebied wordt grotendeels ontsloten door een sloot getypeerd als ''overige water (OWA-7536). De waterlichamen worden behouden en er worden geen obstructies gerealiseerd rondom de kades.
11/13
Waterbalans Het hoogheemraadschap stelt dat bij een toename groter dan 500m2 aan verhard oppervlak er watercompensatie gerealiseerd moet worden. De bouwvlakken voor de twee woningen hebben een gezamenlijk oppervlak van circa 410 m2. Daarnaast geldt dat het plangebied in de huidige situatie reeds deels verharding van ca. 200 m2, in de vorm van terreinverharding en de bestaande schuur. Per saldo zal de toename aan verharding daarom nog lager liggen. Dit maakt dat er geen sprake is van een toename van groter dan 500m2. Watercompenserende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. Met de beoogde ontwikkeling wordt ook het waterbassin van het glastuinbouwbedrijf gesaneerd. Dit waterbassin dient uitsluitend een bedrijfsmatige functie en is geen waterberging vanuit waterhuishoudkundig oogpunt. Om die reden geeft het saneren van dit bassin geen aanleiding de capaciteit van dit bassin elders te compenseren. Negatieve effecten op het waterhuiskundig systeem als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn uitgesloten.
Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het Hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is geen vergunning op basis van de Keur noodzakelijk. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn uitgesloten.
3.7
Ecologie
Gebiedsbescherming Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het plangebied niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 gebied. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het Natuurnetwerk Nederland kunnen dan ook worden uitgesloten. Rho adviseurs heeft een stikstofonderzoek uitgevoerd om de effecten van de beoogde ontwikkeling op natura 2000 gebieden te onderzoeken. Dit onderzoek en de bijbehorende AERIUS-berekening zijn opgenomen als bijlage 3 en 4 bij het bestemmingsplan. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen sprake is van stikstofdepositie op beschermd Natura2000-gebied. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Omdat de stikstofregelgeving en de te hanteren AERIUS-calculator in deze tijd regelmatig worden bijgesteld, is door Omgevingsdienst Midden-Holland beoordeeld of de bijgevoegde berekening nog om actualisatie of aanvulling vraagt. Uit het advies van de ODMH blijkt dat daar geen aanleiding toe bestaat, gelet op de aard van het project en de resultaten van de berekening. Dit advies is opgenomen als bijlage 6 bij het bestemmingsplan. Nader onderzoek of een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn om die reden niet nodig.
Negatieve effecten op beschermde natuurgebieden als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn uitgesloten. Soortenbescherming Ten behoeve van de ontwikkeling is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. een quickscan ecologie uitgevoerd(18-5-2022, rapportnummer RANA2278). Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 5 bij het bestemmingsplan. Het onderzoek concludeert dat de geplande werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van beschermde functies van broedvogels, reptielen, amfibieën en vleermuizen. Of en waar deze zich bevinden is onbekend. Derhalve is aanvullend onderzoek nodig naar de aanwezigheid de rugstreeppad, ringslang, gierzwaluw, huismus en vleermuizen nodig alvorens men met de geplande werkzaamheden kan beginnen. Uit een nadere beoordeling van de ODMH (zie b bij het bestemmingsplan) blijkt echter dat zij gelet op de kenmerken van het project en de omgeving, enkel de rugstreeppad en ringslag aanleiding vinden geven tot het uitvoeren van nader onderzoek. Indien de aanvullende inventarisaties aantonen dat het plangebied functies voor deze twee beschermde soorten bevat en aantasting niet kan worden voorkomen, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.
12/13
Het is noodzakelijk aanvullend onderzoek naar deze soorten uit te voeren alvorens men met de werkzaamheden kan beginnen. Indien aanvullende onderzoeken aantonen dat het plangebied functies voor beschermde soorten bevat en verstoring niet kan worden voorkomen, dient er een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Om dit te borgen is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
3.8
Cultuurhistorie en archeologie
Archeologie Ter plaatse van het plangebied geldt geen archeologische beschermende regeling, wat inhoudt dat ter plaatse geen onderzoek nodig is voor ingrepen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn uitgesloten. Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen aangewezen monumenten of andere beschermde waarden, zoals molenbiotopen, aanwezig. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn uitgesloten.
4. MITIGERENDE MAATREGELEN EN CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen, mits met het onderstaande aandachtspunt rekening wordt gehouden. Aandachtspunten: ● Het is noodzakelijk aanvullend onderzoek te doen naar de in paragraaf 3.7 (ecologie) genoemde soorten, alvorens men met de werkzaamheden kan beginnen. Indien aanvullende onderzoeken aantonen dat het plangebied functies voor beschermde soorten bevat en verstoring niet kan worden voorkomen, dient er een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Om dit te borgen is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
Met inachtneming van dit aandachtspunt is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.
13/13
Bijlage 2 Verkennend en nader bodemonderzoek
Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek Nader bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: :
A2594-06/KHA/rap1 11 oktober 2022
Opdrachtgever
: : : :
Rho Adviseurs Dhr. S. den Breejen Postbus 150 3000 AD Rotterdam
Goedkeuring
Functie
Datum
Mevr. K. de Haan (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
11-10-2022
Mevr. P. Mulder (Projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
11-10-2022
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 7 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 7
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 8
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 9
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................. 10
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 11
2.6
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 11
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 12
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 13
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 13
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 14 3.
4.
5.
6.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 15 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 15
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 16
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 18
3.4
TOETSINGSKADER ....................................................................................................................... 19
3.5
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 21
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 22
NADER BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 23 4.1
CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSVRAGEN NADER BODEMONDERZOEK ............. 23
4.2
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 24
4.3
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 24
4.4
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 25
4.5
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .............................................................................. 25
4.6
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 26
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................................. 27 5.1
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 27
5.2
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 28
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 29
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 2 van 29
BIJLAGEN
1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Bodemrapportage Omgevingsdienst Midden-Holland Fotoreportage
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2 4.3
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond verkennend onderzoek Certificaten grond nader onderzoek Certificaten grondwater
5. 5.1 5.2 5.3
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond verkennend onderzoek Toetsingstabellen grond nader onderzoek Toetsingstabellen grondwater
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 3 van 29
1.
INLEIDING
In opdracht van Rho Adviseurs is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek, een verkennend milieukundig bodemonderzoek en een nader bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied met aanduiding vermeende kern PAK verontreiniging (bron: OpenTopo)
Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het verkennend milieukundig bodemonderzoek is het opstellen van een bestemmingsplanwijziging en de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een Omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Naar aanleiding van de plaatselijk aangetroffen sterke verontreiniging met PAK bij het verkennend bodemonderzoek is aansluitend een nader bodemonderzoek uitgevoerd. De doelstelling van dit rapport is meerledig, te weten: • •
De doelstelling van verkennend milieukundig bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Het doel van het nader bodemonderzoek is het vaststellen of op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervan is sprake indien aantoonbaar de gemiddelde gehalte van een verontreinigde stof in minimaal 25 m 3 grond de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. Onderzoek dient uitsluitsel te verschaffen over de mate en omvang van deze verontreiniging.
Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 4 van 29
Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd.
Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Nader bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NTA 5755;2010 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een nader bodemonderzoek gericht op een vermoedelijk geval van ernstige verontreiniging. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord.
Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt het nader bodemonderzoek besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten uit het verkennend bodemonderzoek is een conceptueel model opgesteld en getoetst waarmee de chemische bodemkwaliteit van de locatie is beoordeeld.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 5 van 29
Deze beoordeling is ondergebracht in hoofdstuk 5 (conclusies en aanbevelingen). Daarnaast worden aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 6 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 6 van 29
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 7 van 29
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
#1 / #2 / #3
Adres
Julianaweg (naast nr. 10)
Plaats
Moerkapelle
Gemeente
Zuidplas
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
99.470
Y
450.610
Hoogte maaiveld
Z
Circa 4,1 m -NAP
Kadastraal
Gemeente
Zevenhuizen
Gemeentecode
ZVH02
Sectie
F
Nummer
101
Oppervlaktes (m²)
Totaal
Ca. 2.230 m2
Bebouwd
Schuur: ca. 190 m2 Waterbassin: ca. 535 m2
Verharding
Betonverharding: ca. 300 m2
Belendingen
Alle richtingen
Ten noordenoosten van de locatie is glastuinbouw gesitueerd. Ten zuidoosten en westen is weiland / grasland gelegen.
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: Perceelloep.nl #2: IDDS Projectenkaart #3: AHN.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 8 van 29
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking
Bronnen
Voormalig gebruik
Uit historisch kaartmateriaal is bekend dat het gebied van oudsher een agrarische bestemming heeft gehad. Er heeft vermoedelijk een sloot door de locatie gelegen welke eind jaren ’40 lijkt te zijn gedempt. Onbekend is wat de aard en kwaliteit is van dit dempingsmateriaal. In de jaren ’60 is de locatie en de omgeving in gebruik genomen voor de teelt van bloembollen -en knollen. In de huidige situatie is de locatie gelegen naast glastuinbouwgebied en zijn er een schuur, kassencomplex (gedeelte) en waterbassin gesitueerd.
Potentiële bronnen
Een potentiële bron van bodemverontreiniging betreft de mogelijke aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen als gevolg van de bloembollen teelt/kweek en glastuinbouw en de gedempte sloot.
Huidig gebruik
In de huidige situatie is de locatie in gebruik als schuur en (een gedeelte) kassencomplex met oprijlaan en waterbassin voor de glastuinbouw. Er is geen bestrijdingsmiddelenopslag aanwezig binnen het onderzoeksgebied.
Potentiële bronnen
Een potentiële bron van bodemverontreiniging betreft de mogelijke aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen als gevolg van de bloembollen teelt/kweek en glastuinbouw.
Toekomstig gebruik
Er wordt een woning gerealiseerd op de onderzoekslocatie.
#1
#2
Conclusie Een potentiële bron van bodemverontreiniging betreft de mogelijke aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen als gevolg van de bloembollen teelt/kweek en glastuinbouw ter plaatse van de locatie en de directe omgeving. Daarnaast vormt de gedempte sloot als potentiële bron van bodemverontreiniging. #1: Topotijdreis.nl #2: Informatie verkregen van de opdrachtgever
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 9 van 29
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Wonen
Bodemkwaliteitszone
Wonen
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Industrie Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) : Wonen
#2 / #3
Conclusie Informatie omtrent het voorkomen van asbest in de bodem is onbekend. Vooralsnog wordt de locatie als onverdacht op asbest beschouwd. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dienst te worden aangemerkt als asbestverdacht. Op basis van de beschikbare bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Midden-Holland worden maximaal lichte verontreinigingen in de bodem verwacht. #1: Omgevingsdienst Midden-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Bodemkwaliteitskaart regio Midden-Holland en Zoetermeer, december 2015 #3: Nota Bodembeheer regio Midden-Holland, februari 2016
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 10 van 29
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
0,0 - 2,0 m-mv
Klei
Grondwater (lokaal)
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,0 m-mv
#1 / #2 / #3
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de locatie richting de ten westen gelegen sloten zal stromen en derhalve westelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
5,0 - 15,0 m-mv
Deklaag
15,0 - 50,0 m-mv
1e watervoerend pakket
55,0 - 60,0 m-mv
1e scheidende laag
e
Stijghoogte 1 WVP
Ca. 5,3 m-NAP
Stromingsrichting 1e WVP
Zuidelijk Kwelsituatie
Bodemvreemde lagen
De reeds genoemde gedempte sloot. De oprit is verhard met beton waar mogelijk een fundering onder aanwezig is.
Conclusie Ter plaatse van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van een bodemvreemde laag ten gevolge van de gedempte sloot. #1: DINOloket.nl #2: Archief IDDS; Geohydrologie Loosduinen - Den Haag - Nootdorp - Zoetermeer - Moerkapelle #3: WKOtool.nl
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Omgevingsdienst Midden-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1)
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 11 van 29
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Er is geen informatie beschikbaar/bekend. Voor zover bekend is er ter plaatse van de onderzoekslocatie tot op heden geen milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd.
#1 / #2
Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst Midden-Holland, zie bijlage 2.1. Uit de relevante informatie blijkt het volgende:
#1 / #2
In 1990 is een indicatief milieuonderzoek uitgevoerd door Lexmond MilieuAdviezen B.V. (kenmerk: 90.1537./jb, d.d. 01-1990) ter plaatse van de Julianaweg (ten westen van de onderzoekslocatie; ca. 15 m). Hieruit is gebleken dat de grond niet was verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater was hooguit licht verontreinigd met chroom en vluchtige aromaten. In 1997 is een verkennend onderzoek uitgevoerd door Lexmond MilieuAdviezen B.V. (kenmerk: 97.16412-2/MR, d.d. 15-01-1998) ter plaatse van de Julianaweg. Er waren geen bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. De bovengrond bleek hooguit licht verontreinigd met PAK. De ondergrond was niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater was hooguit licht verontreinigd met arseen. Ter plaatse van de Julianaweg 8 is een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd in 1999 door VanderHelm Milieubeheer B.V (kenmerk: VEM90381, d.d. 16-71999) bij een substraatruimte en een aggregaat en voormalige olietank (ten zuiden van de onderzoekslocatie; ca. 25 m). Hieruit is gebleken dat de bovengrond licht verontreinigd is met zink. Plaatselijk is de grond matig verontreinigd met minerale olie. Er is ook een verhoogd EOX-gehalte aangetoond. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met chroom en sterk verontreinigd met nikkel en minerale olie.
In 2000 is een nader bodemonderzoek uitgevoerd door VanderHelm Milieubeheer B.V. (kenmerk: VEM00159, d.d. 15-06-2000) naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde onderzoek. Uit de resultaten van het nader bodemonderzoek blijkt dat in zowel de grond als het grondwater geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie en aromaten. Tevens blijkt de aangetroffen sterke nikkelverontreiniging in het grondwater geen geval van ernstige bodemverontreiniging te betreffen. Conclusie Onbekend is in hoeverre op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging is te verwachten. Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd waarbij over het algemeen lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK in de bodem zijn aangetroffen. Het wordt niet verwacht dat de sterke nikkelverontreiniging in het grondwater invloed heeft op de locatie. Op basis van deze informatie worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht ter plaatse van de onderzoekslocatie. #1: Omgevingsdienst Midden-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Archief IDDS
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 12 van 29
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 13 juli 2022 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen. 2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 13 van 29
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein behoudens het ondergenoemde aandachtgebied
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Vanwege de lange gebruiksgeschiedenis als zijnde agrarisch en glastuinbouwgebied kunnen verontreinigingen met bestrijdingsmiddelen (hierna OCB’s) niet worden uitgesloten.
Hypothese
Onverdacht Als aandacht parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK en OCB’s Grondwater: zware metalen
Opmerking
Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Aandachtgebieden Locatie
Gedempte sloot
Conclusie
Er is in het verleden een poldersloot gedempt. Onbekend is waarmee de sloot destijds is gedempt en wat de milieuhygiënische kwaliteit van het dempingsmateriaal is geweest.
Hypothese
Verdacht
Opmerking
Het is de vraag in hoeverre resten van de voormalige poldersloten nog zijn terug te vinden.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 14 van 29
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Deellocatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige onverdachte locatie (ONV-NL).
Opmerking
Voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek zijn er een aantal bijzonderheden die van invloed waren op de uitvoering van het veldonderzoek: • •
•
de schuur is momenteel nog in gebruik en verhard met beton. Het was niet wenselijk/mogelijk om boringen inpandig te plaatsen; aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied bevindt zich een waterbassin welke dient als watertoevoer naar de kas. Vanwege het aanwezige talud en de kwetsbaarheid van het bassin zijn boringen rondom dit bassin achterwegen gelaten omdat er te veel risico’s aan verbonden zijn; na uitvoering van het eerste veldonderzoek voor het verkennend bodemonderzoek is op verzoek van de opdrachtgever het onderzoeksgebied vergroot. In aanvulling hierop zijn op een later moment extra boringen verricht teneinde de milieuhygiënische bodemkwaliteit vast te stellen.
Ondanks de locatie specifieke omstandigheden, zijnde aanwezige bassin en schuur, is onzes inziens een representatief beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit verkregen. Gedempte sloot
Het onderzoek ter plaatse van de gedempte sloot heeft als doel om na te gaan in hoeverre de demping visueel nog is terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal, sliben rietresten). Om de sloot te traceren is een raai boringen uitgevoerd, haaks op de demping.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 15 van 29
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 13-07-2022 en 29-09-2022 (2001) 21-07-2022 (2002) Uitvoerende partij
Bodem Expert en IDDS Milieu (2001) IDDS Milieu (2002)
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002
Onderzoekaspect
Meetpunten
Gehele terrein
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
0,5 1,0 1,5 2,0 2,2
5 1 5 3 1
Peilbuis
Codering
Bijzonderheden
02 t/m 04, 12, 14 07 05, 09 t/m 11, 13 01, 08, 15 06
-
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De bovengrond bestaat overwegend uit klei. Zeer plaatselijk is sprake van zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,2 m-mv geheel uit klei.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 16 van 29
Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
-
-
In de bovengrond is sprake van bodemvreemde bijmengingen. Het betreft met name baksteen in de mate sporen tot sterk baksteenhoudend. Plaatselijk is sprake van resten plastic afval. In de ondergrond zijn zeer plaatselijk sporen baksteen aangetroffen; Ter plaatse van boring 05 is een betonverharding aanwezig met daaronder een funderingslaag. Er zijn sporen puin en puingranulaat aangetroffen in de bodemlaag direct onder de betreffende funderingslaag. Dit materiaal is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit de bovenliggende funderingslaag; Plaatselijk is in het kassencomplex, ter plaatse van boringen 13 en 15, in de grond een laag tempex waargenomen; Er is ter plaatse van de waarschijnlijke locatie van de gedempte sloot geen slib- en rietresten aangetroffen dan wel een duidelijk afwijkende bodemopbouw. Hoogstwaarschijnlijk is de sloot gedempt met gebiedseigen grond.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
06
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
1,00 - 2,00
1,01
6,5
1.097
75
21-07-2022
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden Belucht.
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
-
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid verhoogd is. Echter, een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend. Ten tijde van de monsterneming is gebleken dat de peilbuis belucht is. Dit heeft naar onze mening geen invloed gehad op de representativiteit van het onderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 17 van 29
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. Aanvullend is de bovengrond geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Naar aanleiding van het aantonen van een sterke verhoging met PAK in boring 07 (traject 0,0 à 0,4 m - mv) is de onderliggende bodemlaag geanalyseerd op het voorkomen van PAK. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 18 van 29
3.4
TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 19 van 29
TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten
Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Kobalt (0,01) Zink (0,23) Molybdeen (0,11) Cadmium (0,03) Kwik (-) Lood (0,02)
PAK (3,94)
Bovengrond MM01 07 (0-40)
Zand, sterk baksteenhoudend
#1
PCB (0,01) Minerale olie C10 - C40 (0,18) Hexachloorbutadieen () Hexachloorbenzeen (HCB) (0,01) alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (-) MM02 06 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 11 (6-50)
Klei, resten baksteen, zwak baksteenhoudend, sporen baksteen
#1
Zink (0,16) Cadmium (0,03) Lood (0,05)
-
PCB (-) PAK (0,17) Hexachloorbenzeen (0,02) MM04 12 (0-40) 13 (0-50) 14 (0-40) 15 (0-30)
Klei, geen bijzonderheden
#1
Zink (0,13) Cadmium (0,01) Kwik (-) Lood (0,02)
-
PCB (0,01) Hexachloorbenzeen (HCB) (0,01) DDD (-) Ondergrond MM03 01 (50-100) 05 (50-100) 06 (50-100) 09 (50-100) 11 (50-100)
Klei, geen bijzonderheden
#2
-
-
MM05 13 (60-110) 15 (50-100)
Klei, geen bijzonderheden
#2
Minerale olie C10 - C40 (0,03)
-
07-2 07 (40-90)
Klei, sporen baksteen
#3
-
PAK (7,76)
#4
Molybdeen (-)
-
Grondwater 06-1-1 06 (120-220) Grondwater Blanco : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst #1 : Standaardpakket grond OCB #2 : Standaardpakket grond #3 : PAK (10 verbindingen) grond #4 : Standaardpakket grondwater > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 20 van 29
3.5
INTERPRETATIE
Bovengrond De bovengrond bestaat overwegend uit klei. Zeer plaatselijk is sprake van zand. In de bovengrond is sprake van bodemvreemde bijmengingen. Het betreft met name baksteen in de mate sporen tot sterk baksteenhoudend. Plaatselijk is sprake van resten plastic afval. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt het sterk baksteenhoudende zand (MM01) licht verontreinigd te zijn met diverse zware metalen, PCB, minerale olie en diverse individuele OCB’s. Daarnaast is in dit monster ook een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. De klei met baksteen bijmengingen (MM02) is licht verontreinigd met enkele zware metalen, PCB, PAK en hexachloorbenzeen (individuele OCB). De klei zonder bijmengingen (MM04) is licht verontreinigd met enkele zware metalen, PCB, hexachloorbenzeen en DDD (individuele OCB). Ondergrond De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,2 m-mv geheel uit klei. In de ondergrond is zeer plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft sporen baksteen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er is ter plaatse van de waarschijnlijke locatie van de gedempte sloot geen slib- en rietresten aangetroffen dan wel een duidelijk afwijkende bodemopbouw. Hoogstwaarschijnlijk is de sloot gedempt met gebiedseigen grond.
Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt over het algemeen de ondergrond niet (MM03) tot hooguit licht (MM05) verontreinigd te zijn met minerale olie. De kleilaag met sporen baksteen ter plaatse van boring 07 die aanvullend is onderzocht (07-2; traject 0,4 à 0,9 m-mv) bleek sterk verontreinigd te zijn met PAK. Derhalve is de sterke verontreiniging met PAK nog niet geheel afgeperkt in verticale richting. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. In het grondwater overschrijdt de concentratie molybdeen de desbetreffende streefwaarde. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden. Resumé Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem nog niet afdoende mate vastgelegd. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten is aanleiding verkregen tot het uitvoeren van nader onderzoek naar de omvang, ernst en spoed van de met PAK sterk verontreinigde bodemlaag ter plaatse van boring 07.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 21 van 29
3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese
Onverdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen (formeel)
Representativiteit
Reden: in de grond en het grondwater komen over het algemeen lichte verontreinigingen voor. Plaatselijk is een sterke verontreiniging met PAK in de grond aangetoond. Er dient nader onderzoek te worden uitgevoerd teneinde na te gaan of in de grond sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Onzes inziens heeft de toegepaste onderzoeksstrategie geen invloed gehad op de representativiteit van het onderzoek.
Op verzoek van de opdrachtgever is een nader onderzoek uitgevoerd teneinde vast te stellen of in de bodem sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK. Dit nader onderzoek is opgenomen in hoofdstuk 4 van onderhavig rapport.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek Locatie: Julianaweg (naast nr. 10) te Moerkapelle Kenmerk rapportage: A2594-06/KHA/rap1
Pagina 22 van 29