CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van uitgangspunten Omgevingsplan A21.001998

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Nota van uitgangspunten Omgevingsplan9.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving staan regels voor het Rijk en voor decentrale overheden. De regels gaan over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. Bevoegd Gezag (BG) Bevoegd gezag kan het Rijk, een provincie, een waterschap als een gemeente zijn. Onder de Omgevingswet heeft ieder instrument een bevoegd gezag. Het bevoegd gezag dat het instrument inzet, is ook het bevoegd gezag voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, meldingen en het toestaan van afwijken van algemene regels. Bruidsschat Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten (en waterschappen). Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. Daarmee wordt voorkomen dat de regels vervallen voordat de gemeente vergelijkbare of vervangende regels heeft. De bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het huidige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen, zoals horeca, detailhandel, recreatie, lozingen, emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven en bouwen.

C Commissie ruimtelijke kwaliteit Onder de Omgevingswet moeten gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen voor de omgevingskwaliteit. Dit vervangt de bestaande commissies voor ruimtelijke kwaliteit, welstand en monumenten.

D Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Het DSO is het stelsel van de landelijke voorziening samen met de lokale systemen van overheden. De landelijke voorziening bestaat uit het Omgevingsloket met op de achtergrond een aantal informatiesystemen. Met de landelijke voorziening kunnen we: - onze Omgevingswetbesluiten publiceren; - onze vragenbomen met toepasbare regels publiceren; - vergunningaanvragen en meldingen ontvangen; - begrippen en definities centraal beheren; - onderling en met initiatiefnemers samenwerken.

E Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Het omgevingsplan regelt allereerst een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Deze regels houden meer in dan alleen het bestemmen in een bestemmingsplan. Denk bij een functie bijvoorbeeld aan de netwerkfunctie (kabels en leidingen) of waterbergende functie (milieu).

F Fysieke leefomgeving Een van de kernbegrippen in de Omgevingswet is de ‘fysieke leefomgeving’. Het begrip bepaalt tot waar de Omgevingswet geldt. Wanneer er geen sprake is van fysieke leefomgeving, dan is de Omgevingswet niet van toepassing. Een afgebakende definitie van de fysieke leefomgeving is er niet. In de wet staat wel een opsomming van onderdelen die in elk geval onder fysieke leefomgeving vallen: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Deze opsomming is formeel niet uitputtend. Gemeenten hebben enige vrijheid om te bepalen welke activiteiten onder de fysieke leefomgeving vallen.

I

26

Invoeringswet, Invoeringsbesluit en Invoeringsregeling De Invoeringswet, het Invoeringsbesluit en de Invoeringsregeling regelen de overgang van de bestaande naar de nieuwe wet- en regelgeving.

K Kerninstrumenten Om de Omgevingswet in de praktijk uit te voeren, hebben overheden zes kerninstrumenten tot hun beschikking. Voor gemeenten zijn dat de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning.

L LVBB De Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB) is straks de centrale landelijke voorziening voor alle overheidspublicaties. Omgevingswetbesluiten komen via deze landelijke voorziening ook in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

O Oogmerken doel dat men in het oog houdt; dat wat men tracht te bereiken: Binnen het omgevingsplan zijn dit bijvoorbeeld de algemene doelen. Per activiteit wordt nogmaals aangehaald wat het oogmerk is en welke doelen dit dient. Omgevingsbesluit (Ob) Het Omgevingsbesluit (Ob) regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming. Het regelt ook een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. Het Ob is voor alle doelgroepen relevant, dus voor zowel burgers en bedrijven, als voor overheden. Omgevingsloket Het Omgevingsloket is de centrale plek waar digitale informatie over de leefomgeving onder de Omgevingswet straks samenkomt. Zo kan iedereen deze informatie straks op één plek bekijken en direct gebruiken. Het Omgevingsloket bestaat uit een aantal onderdelen. Omgevingsregeling (Or) De Or is een ministeriële regeling bij de Omgevingswet. De regeling bouwt voort op de wet en de 4 AMvB’s. Het gaat om technische en administratieve regels voor het gebruik van de wet en de AMvB’s in de praktijk. Omgevingstafel De impact van de Omgevingswet op het vergunningverleningsproces en de dienstverlening is behoorlijk.

De duur wordt sterk ingekort; alle aanvragen moeten in principe binnen 8 weken worden afgehandeld. De Omgevingswet vraagt daarbij om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit alles vraagt om een uitgebreider en Omgevingswet proof vooroverleg: de Omgevingstafel. Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Per gemeente is er één omgevingsplan. Deze komt in de plaats van de bestemmingsplannen en verordeningen.

27

Omgevingsverordening Een omgevingsverordening bevat alle provinciale- of waterschapsregels voor de fysieke leefomgeving. Per provincie en waterschap is er 1 omgevingsverordening die de bestaande verordeningen vervangt. Zoals de milieuverordening, de planologische verordening, de ontgrondingenverordening, de landschapsverordening en de grondwaterverordening. Dit instrument is alleen voor provincies en waterschappen. Gemeenten nemen alle regels over de fysieke leefomgeving op in een omgevingsplan. Omgevingsvisie In een omgevingsvisie legt de gemeenteraad haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De gemeente stelt één omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. Deze komt in de plaats van structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen, onderdelen van de natuurvisie en milieubeleidsplannen. Omgevingswaarden Omgevingswaarden zijn bedoeld voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook ondersteunen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. Omgevingswaarden leggen de kwaliteit vast die een gemeente, provincie of Rijk voor de leefomgeving wil bereiken. Deze staan in het Bkl, de omgevingsverordening of het omgevingsplan. Het is één van de instrumenten waarmee overheden het beleid van een omgevingsvisie kunnen uitvoeren. Deze moeten objectief zijn vast te stellen en meetbaar zijn.

Omgevingswet In de Omgevingswet wordt alle bestaande wetgeving over de fysieke leefomgeving wordt gebundeld, vereenvoudigd en geïntegreerd in één wet. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking.

P Participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. In de Omgevingswet en in het Omgevingsbesluit zijn regels over participatie opgenomen. Voor de meeste kerninstrumenten geldt dat daarin moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. Programma Om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken kunnen overheden een programma opstellen met maatregelen. Het instrument programma is, evenals de omgevingsvisie, een beleidsdocument.

S Standaarden Digitaal Stelsel Omgevingswet Overheden sluiten lokale systemen aan op het DSO. Hiervoor zijn een aantal nieuwe standaarden ontwikkeld:  STAM en IMAM: Standaard en informatiemodel voor aanvragen en meldingen uit het Omgevingsloket.  STOP/TPOD en IMOP en IMTP: standaard en informatiemodel voor het valideren en publiceren van Omgevingswetbesluiten en toepassingsprofielen.  STTR en IMTR: standaard en informatiemodel voor toepasbare regels in het Omgevingsloket. Stelselcatalogus Omgevingswet De Stelselcatalogus Omgevingswet is een online naslagwerk waarin overheden begrippen, definities, waardelijsten en informatieproducten over de Omgevingswet beheren. Het is één van de onderdelen van de landelijke voorziening van het DSO.

28

T Toepasbare regels In het DSO kunnen inwoners en ondernemers straks antwoord krijgen op vragen als: ‘Mag ik op deze locatie mijn initiatief starten? Of heb ik daar een vergunning voor nodig?’. Initiatiefnemers doorlopen hiervoor vragenbomen in het Omgevingsloket. Om deze vragenbomen zo gebruiksvriendelijk mogelijk te laten werken moeten overheden hun juridische regels omzetten naar toepasbare regels en aanleveren aan het DSO.

V Vragenbomen Eén van de onderdelen van het Omgevingsloket is de vergunningscheck. Initiatiefnemers kunnen via een vragenboom controleren of ze een idee mogen uitvoeren op een bepaalde locatie onder de Omgevingswet. Overheden kunnen hiervoor hun juridische regels omzetten naar toepasbare regels.

W Werkingsgebied Als onderdeel van de regels wordt door coördinaten vastgelegd voor welke locatie(s) de regels gelden. Dit wordt ook wel het werkingsgebied genoemd. Het werkingsgebied kan het gehele gemeentelijke grondgebied zijn (het ambtsgebied van de gemeente), maar ook een of meer delen daarvan. Regels kunnen zo per locatie (per gebied, per perceel of delen daarvan) verschillen. De werking van regels kan zelfs tot op het niveau van een specifieke plaats, zoals een beschermingswaardige boom, worden gespecificeerd. Wkb Bij de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gaat de toetsing van de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente over naar een onafhankelijke partij, de zogenaamde kwaliteitsborger. Dit geldt niet direct voor alle bouwwerken en dit zal in fases gaan. WsV De waterschapsverordening bevat regels die gericht zijn op het watersysteem en waterstaatswerken van het beheergebied van het waterschap. Samen met het omgevingsplan bevat de waterschapsverordening de regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau.

29

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10861426/1