Bijlage 1 Nota van uitgangspunten Omgevingsplan A21.001998
Tekst van het document
Nota van uitgangspunten Omgevingsplan Gemeente Zuidplas
Document: Datum: Versie: Auteur:
Nota van uitgangspunten omgevingsplan 2 november 2021 1.0 Elja Reussink
2
1. Inleiding ............................................................................................................................................... 5 1.1 Waarom deze Nota........................................................................................................................ 5 1.2 Doel en status van deze Nota ........................................................................................................ 5 1.3 De relatie met het bestaand beleid ............................................................................................... 5 2. Opstellen omgevingsplan .................................................................................................................... 7 2.1 Algemeen....................................................................................................................................... 7 2.1.1 Ambitieniveau Omgevingsplan............................................................................................... 7 2.1.2 Standaard omgevingsplan ...................................................................................................... 7 2.1.3 Van een tijdelijk naar een volwaardig omgevingsplan ........................................................... 7 2.1.4 Omzetten regels van het tijdelijke omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan ......
9 2.1.5 Milieueffectrapportage voor omgevingsplannen .................................................................. 9 2.1.6 Bruidsschat ............................................................................................................................. 9 2.1.7 Annoteren............................................................................................................................. 10 2.1.8 Toepasbare regels ................................................................................................................ 10 2.2 Stappenplan om te komen tot een omgevingsplan .................................................................... 11 2.2.1 Stap 1. De Startfase – gebiedspaspoort en bestaand beleid................................................ 11 2.2.2 Stap 2. Juridische Hoofdstructuur ........................................................................................ 11 2.2.3 Stap 3. Opstellen omgevingsplan ......................................................................................... 12 2.2.5 Stap 4. (concept) ontwerp omgevingsplan........................................................................... 12 2.2.4 Stap 4. Vaststellen Omgevingsplan ......................................................................................
12 2.3 Inhoudelijke uitgangspunten....................................................................................................... 12 2.3.1 Overgangsrecht .................................................................................................................... 12 2.3.2 Deregulering ......................................................................................................................... 13 2.3.3 Activiteiten koppelen aan werkingsgebieden ...................................................................... 13 2.3.4 Gemeentebrede of locatiespecifieke regels voor activiteiten ............................................. 13 2.3.5 Open of gesloten normen .................................................................................................... 14 2.3.6 Maatwerk strengere eisen bouwactiviteiten ....................................................................... 14 2.3.7 Zorgplichten.......................................................................................................................... 15 2.4 Toegankelijkheid voor burgers en initiatiefnemers (DSO) .......................................................... 15 2.5 Het resultaat ................................................................................................................................ 17 3.
Gebiedspaspoorten en nieuwe ontwikkelingen ................................................................................ 18 3.1 Werken in de geest van de Omgevingswet – bestaande gebieden ............................................ 18 3.1.1 Gebiedspaspoorten .............................................................................................................. 18 3.1.2 Gebiedsgerichte aanpak omgevingsplan.............................................................................. 19 3.2 Werken in de geest van de Omgevingswet - Toekomstige ontwikkelingen ............................... 19 4. Projectorganisatie ............................................................................................................................. 21
3
5. Planning ............................................................................................................................................. 22 Bijlage 1 De Omgevingswet in het kort ................................................................................................. 23 1.1 Verbeterdoelen Omgevingswet .................................................................................................. 23 1.2 De fysieke leefomgeving, wat is dat? .......................................................................................... 23 1.3 Houding en gedrag ...................................................................................................................... 23 1.4 Participatie .................................................................................................................................. 24 Bijlage 2 Woordenlijst Omgevingswet .................................................................................................. 25
4
1. Inleiding 1.1 Waarom deze Nota In 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Hier komen veel veranderingen uit voort. Voor meer achtergrondinformatie over de Omgevingswet en de doelen verwijzen we ook naar Bijlage 1: De Omgevingswet in het kort. Om goed voorbereid te zijn op deze nieuwe wet zijn de voorbereidingen voor een soepele overgang in volle gang. Het doel is om circa 5 jaar na invoering van de Omgevingswet één volledig dekkend omgevingsplan te hebben voor de gemeente. Het omgevingsplan gaat helpen gewenste ontwikkelingen eenvoudiger en met minder lasten voor aanvragers mogelijk te maken. Hiervoor dienen we als organisatie veel inhoudelijke keuzes te maken. De basis om die keuzes weloverwogen te maken leggen we vast in deze nota. Op basis van deze nota maken we straks, gefaseerd, een omgevingsplan voor alle gebieden binnen onze gemeente. In dit omgevingsplan verwerken we ons beleid voor de fysieke leefomgeving. Al deze deelplannen vormen straks samen het volledige omgevingsplan. Het omgevingsplan vormt straks het toetsingskader voor alle initiatieven. Komt er een aanvraag voor een nieuwe ontwikkeling? Dan bekijken we allereerst of deze aanvraag past in het omgevingsplan. Een nieuwe ontwikkeling is bijvoorbeeld:
nieuwbouw of verbouw; een bestaand gebouw een andere functie geven.
Past een nieuwe ontwikkeling binnen het omgevingsplan dan kan de vergunning verleend worden. Als een nieuwe ontwikkeling niet past binnen de regels van het omgevingsplan dan zullen we, indien we mee willen werken, hiervoor een aparte procedure moeten volgen. Met de komst van de Omgevingswet komen er veel nieuwe afkortingen en begrippen voorbij. Daarom hebben we een woordenlijst Omgevingswet (zie Bijlage 2 Woordenlijst Omgevingswet) gemaakt. Hiermee is er een overzicht dat beknopt, maar duidelijk weergeeft wat de woorden uit de Omgevingswet betekenen.
1.2 Doel en status van deze Nota De nota vormt het kader voor het omgevingsplan van de gemeente Zuidplas. In de nota leggen we de basis voor de regels in het omgevingsplan: wat regelt de gemeente? En wat niet? Zijn er andere regels nodig? Of willen en kunnen we op onderdelen meer loslaten en minder regels opnemen? Voor deze Nota hebben we de volgende informatie gebruikt: De nieuwe Omgevingswet; De inhoud van ons bestaande beleid. De inhoudelijke keuzes kunnen we nu, in dit stadium, nog niet maken. Dit volgt uit de verschillende stappen die we moeten nemen om te komen tot het omgevingsplan. Wel zetten we op een rij welke keuzes er gemaakt moeten worden en op welk moment deze genomen zullen worden. We gaan de nota gebruiken als beleidsnota. Daarom willen we de gemeenteraad de nota laten vaststellen als basis voor het daarna op te stellen omgevingsplan voor de gemeente.
1.3 De relatie met het bestaand beleid Om een goed omgevingsplan op te stellen bekijken en beoordelen we het bestaande beleid. In het omgevingsplan moet (uiteindelijk) al het gemeentelijke beleid en regelgeving voor de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Het gaat hier om onder andere: Bestaand beleid zoals bijvoorbeeld de welstandsnota 1, de Verordening fysieke leefomgeving en de parkeernota2; 1
Of de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas zodra deze vastgesteld is. Uitgangspunt is dat de NOZ vastgesteld is in Q2 van 2022. 2 Mogelijk dat voor het middengebied een apart parkeerregime vastgesteld gaat worden. Dit geldt dan ook als vastgesteld beleid.
5
Bestaande bestemmingsplannen en bestemmingen per locatie; De gebiedspaspoorten per dorp/gebied; Wijzigingsbevoegdheden; Uit te werken bestemmingen.
Binnen het opstellen van de gebiedspaspoorten (zie ook hoofdstuk 3) en het omgevingsplan zal gekeken worden hoe het bestaande beleid verwerkt gaat worden. Hierbij zullen bestaande rechten zoveel mogelijk gerespecteerd worden. Indien nodig zal bekeken worden of bestaand beleid aangepast dient te worden om zo te komen tot eenduidige standaard voor activiteiten en ontwikkelingen.
Overzicht samenhang omgevingsvisie, bestaand beleid, gebiedspaspoorten en (deel) omgevingsplannen
6
2. Opstellen omgevingsplan 2.1 Algemeen Uiterlijk 20293 bevat het definitieve omgevingsplan Zuidplas al onze regels voor onze fysieke leefomgeving. Ook de regels die nu (nog) zijn opgenomen in verschillende verordeningen (zoals de Verordening Fysieke Leefomgeving), gaan op termijn over naar het omgevingsplan. 2.1.1 Ambitieniveau Omgevingsplan De gemeenteraad heeft eerder de keuze gemaakt voor een consoliderend onderscheidend omgevingsplan. Als gemeente willen we gaan werken in de geest van de Omgevingswet. Geen bestemmingsplan 2.0 opstellen maar gebruik maken van de mogelijkheden die de wet ons biedt. Daarbij respecteren we bestaande rechten en plichten en kijken we tevens hoe we de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk kunnen beschermen en behouden door het doen van uitspraken op belangrijke thema’s. Hierbij houden we onze dienstverlening richting de burger minimaal gelijk. We wachten niet tot het einde van de transitiefase met het opstellen van het omgevingsplan. Binnen 5 jaar na invoering van de wet hebben we een dekkend omgevingsplan. We gaan regels daar waar mogelijk dereguleren, standaardiseren binnen gelijke gebieden en verminderen in het kader van de “Ja, mits” gedachte. We bieden ruimte en kansen om procedures makkelijker te doorlopen. Overzicht, duidelijkheid en service voor burgers, ondernemers, organisaties en initiatiefnemers.
2.1.2 Standaard omgevingsplan Om vroegtijdig een beeld te krijgen hoe het instrument omgevingsplan eruit komt te zien en inhoudelijk moet worden vormgegeven, hebben we een standaard omgevingsplan aangeschaft. Het standaard omgevingsplan omvat regels en activiteiten waarmee we een evenwichtige toedeling van functies aan locatie kunnen bereiken (doel Omgevingswet). De standaard biedt een vaste hoofdstructuur4 en geeft in een vroeg stadium duidelijkheid over hoe het omgevingsplan er (uiteindelijk) uit komt te zien. In de standaard zijn (varianten van) regels opgenomen voor veelvoorkomende/gebruikelijke activiteiten. Bij de keuze voor de activiteiten die in de standaard opgenomen zijn, is inspiratie opgedaan uit bestemmingen zoals die in huidige bestemmingsplannen zijn opgenomen. De standaard is niet bedoeld om uitputtend te zijn. De standaard kan namelijk desgewenst worden uitgebreid met meer activiteiten; de structuur is juist bedoeld om het plan relatief gemakkelijk te kunnen uitbouwen. Daar waar het gewenst is om specifieke situaties te regelen biedt de standaard handvaten om dit mogelijk te maken. Dit betekent dat wij initiatiefnemers en stedenbouwkundige bureaus makkelijk kunnen aansturen om een plan op te stellen dat past binnen de structuur die de gemeente gekozen heeft.
2.1.3 Van een tijdelijk naar een volwaardig omgevingsplan In de Omgevingswet spreken we niet meer over een bestemmingsplan, maar over een omgevingsplan. Beide instrumenten lijken op elkaar maar zijn absoluut niet hetzelfde. In een omgevingsplan staat veel meer dan in een bestemmingsplan. De reikwijdte van het omgevingsplan is groter. Een omgevingsplan bevat namelijk niet alleen regels voor het gebruiken en bebouwen van een stuk grond, zoals een bestemmingsplan. In een omgevingsplan staan ook de milieuregels voor bedrijven, regels over de gezondheid en duurzaamheid. En er staan bijvoorbeeld regels in voor het kappen van bomen, voor de monumenten, voor het aansluiten van de riolering, voor het maken van een uitrit, enzovoort. Dit zijn onderwerpen die nu nog op een andere plek zijn geregeld (bijvoorbeeld in een gemeentelijke verordeningen, zoals de Algemeen Plaatselijke Verordening of de Verordening Fysieke Leefomgeving). Wanneer in 2022 de Omgevingswet in werking treedt, heeft de gemeente in formele zin al een ‘tijdelijk’ omgevingsplan. Dat bestaat uit alle geldende bestemmingsplannen, beheersverordeningen en
3
De precieze datum volgt met de invoering van de wet. Omdat we straks één omgevingsplan hebben zijn we gebonden aan één hoofdstructuur waarbinnen alle plannen hun plek dienen te vinden. Het is dus van groot belang om deze hoofdstructuur nog voor het eerste plan vast te leggen.
4
7
gemeentelijke verordeningen die (deels) betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en de regels van de zogenaamde bruidsschat. Het tijdelijk omgevingsplan omvat de volgende onderdelen: 1. Alle bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, voorbereidingsbesluiten incl. alle verleende omgevingsvergunningen en projectbesluiten. 2. Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar de gemeente. Het Rijk zorgt er voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'5. Dit zijn regels die nu ook al gelden. Deze regels zijn beleidsneutraal of beleidsarm omgezet. 3. Gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Hiervoor heeft de gemeenteraad reeds de Verordening Fysieke Leefomgeving vastgesteld.
Afbeelding: Schema overgang tijdelijk omgevingsplan (van rechtswege) naar definitief omgevingsplan
In de overgangsperiode hebben we van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. In die periode zal het definitieve omgevingsplan stap voor stap opgebouwd moeten worden vanuit het tijdelijk omgevingsplan. Dit gaan we per doen op basis van de gebiedspaspoorten. De volgende gebiedspaspoorten worden uitgewerkt: 1. 2. 3. 4. 5.
Zevenhuizen (Q3 – 2022 gebiedspaspoort) (Q1 – 2023 omgevingsplan) Moerkapelle (Q3 -2022 gebiedspaspoort) (Q1 – 2023 omgevingsplan) Nieuwerkerk (Start gebiedspaspoort Q4 - 2022)(Q4 – 2024 omgevingsplan) Moordrecht (Start gebiedspaspoort Q4 - 2022)(Q4 – 2024 omgevingsplan) Landschappelijk Zuidplas (nader te bepalen)
Dit geeft ons te tijd om per gebied een goed omgevingsplan uit te werken. Voor het middengebied wordt gewerkt met een aparte procedure. Om een beeld te krijgen hoe het instrument omgevingsplan eruit komt te zien en inhoudelijk moet worden vormgegeven, gaan we starten met het opstellen van een omgevingsplan voor de kern Zevenhuizen. Binnen deze kern komen nagenoeg alle functies en activiteiten voor die we als gemeente kennen. Hiermee wordt tegelijk een eerste casco ontwikkeld dat kan dienen als voorbeeld voor de rest van het grondgebied van de gemeente Zuidplas. Hiervoor hebben we als gemeente beschikking over een standaard omgevingsplan met alle regels en activiteiten. Tevens wordt ook hiermee ook inzichtelijk hoe het omgevingsplan gebruikt moet of kan worden om sturing te geven aan de ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving. Omdat we straks nog maar één omgevingsplan hebben waarin we een vaste hoofdstructuur moeten hanteren is het van belang dat elk (deel) omgevingsplan zich conformeert aan deze standaard.
5
Zie voor uitleg begrip bijlage 2.
8
2.1.4 Omzetten regels van het tijdelijke omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan Gedurende de overgangsperiode, vanaf 1 juli 2022 tot ca. 2030, werken we als gemeente aan één omgevingsplan voor de gehele gemeente. Het omzetten van ruimtelijke regels van het tijdelijk deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan kan per locatie. Een gemeente bepaalt zelf hoe groot zo'n locatie is. We hoeven dus niet in 1 keer voor het hele grondgebied de regels om te zetten. Dit zullen we doen met deel omgevingsplannen. Om een goed omgevingsplan op te stellen is het van belang alle lopende projecten, wensen en initiatieven in kaart te brengen. Hiervoor gaan we aan de slag met de gebiedspaspoorten. In een gebiedspaspoort staan de bijzondere kenmerken en waarden van een gebied; het geeft aan welke behouden moeten worden en waar ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. Het is zowel een toetsingskader als een middel om nieuwe initiatieven te faciliteren. Dit doen we in co-creatie met belanghebbenden, betrokkenen, inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties. Zodra een gebiedspaspoort vastgesteld is, hebben we de basis om het omgevingsplan op te stellen. Het gebiedspaspoort schetst de kaders en is een uitnodiging. Het omgevingsplan is het planologisch/juridische kader voor nieuwe initiatieven.
Uitgangspunt: De resultaten uit de gebiedspaspoorten worden vertaald in het omgevingsplan. Elk gebiedspaspoort en daarna elk (deel) omgevingsplan wordt aan de raad voorgelegd voor vaststelling. 2.1.5 Milieueffectrapportage voor omgevingsplannen Bij onze omgevingsvisie hebben we geen milieueffectrapportage op laten stellen omdat de visie te hoog over was om dit te kunnen beoordelen. De (deel) omgevingsplannen stellen de kaders en programma’s vast voor de daadwerkelijke ontwikkeling van onze visie. De Omgevingswet gaat uit van een open systeem, dat betekent dat alle plannen en programma’s die voldoen aan bepaalde voorwaarden onder de plan-m.e.r.-plicht of plan-m.e.r.-beoordelingsplicht vallen. Een plan-m.e.r. is, net als nu, verplicht als het plan/programma kaderstellend is voor m.e.r.(beoordelings)-plichtige besluiten of als een Passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van de Wet natuurbescherming. Op de plan-m.e.r.-plicht geldt straks voor plannen over kleine gebieden of voor kleine wijzigingen een uitzondering. Daarvoor is een plan-m.e.r.-beoordeling nodig. Een plan-m.e.r. is dan alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht. In een aantal gevallen is het mogelijk om eerst een plan-m.e.r.-beoordeling te doen. Of dit kan moeten we beoordelen aan de hand van een aantal criteria.
Hieruit blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-m.e.r.-beoordeling is mogelijk als: het om een kleine wijziging van een plan of programma gaat het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau het plan het kader vormt voor projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn opgenomen maar die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Uitgangspunt: Per (deel) omgevingsplan zal bekeken allereerst een of een plan-m.e.r.-plicht van toepassing is of dat we kunnen volstaan met een plan-m.e.r.-beoordeling. Dit hangt af van de grootte van de ontwikkelingen die we meenemen. 2.1.6 Bruidsschat Bij de invoering van de Omgevingswet krijgen we een set regels van het Rijk, de bruidsschat. Deze gelden automatisch bij de invoering van de Omgevingswet. Deze regels moeten we uiteindelijk opnemen in ons definitieve omgevingsplan. Als gemeente bepalen we zelf of we de regels ongewijzigd omzetten, ze aanpassen en omzetten of laten vervallen. Dit is een keuze die voorgelegd wordt aan de raad bij de vaststelling van het (deel) omgevingsplan.
9
Voorbeelden van aanpassingen kunnen zijn:
De regels aanpassen aan de situatie in de gemeente. Denk aan een uitgaansgebied in een stadscentrum waarin handhavers niet makkelijk kunnen werken met de standaard geluidvoorschriften uit de bruidsschat. Regels versimpelen. Denk aan een bedrijventerrein waarbij de gemeente een uitgebreide set geluidvoorschriften uit de bruidsschat vervangt door een voorschrift om inpandig te laden en te lossen. Regels schrappen over activiteiten die niet in de gemeente voorkomen. Door specifieke zorgplichten in de bruidsschat is er altijd een vangnet voor gevallen waarin zo'n regel toch nodig blijkt. Maatwerkvoorschriften opstellen voor bijzondere situaties. Denk aan een enkel bedrijf dat niet op korte termijn kan voldoen aan de regels van de bruidsschat en waarvoor de gemeente maatwerkvoorschriften opstelt. De regels aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen. Denk aan technische ontwikkelingen of de toestand van het milieu.
De regels vanuit de bruidsschat zijn binnen het standaard omgevingsplan opgenomen. Hiermee voldoen we uiteindelijk aan de verplichting om deze op te nemen binnen ons definitieve omgevingsplan. Wel dient er nog een beslissing genomen te worden over welke regels we (gewijzigd) opnemen. Dit dient te gebeuren voor 20306. Uitgangspunt: Elk (deel) omgevingsplan incl. keuzes vanuit de bruidsschat wordt aan de raad voorgelegd voor vaststelling. 2.1.7 Annoteren Om het omgevingsplan op een simpele manier te kunnen gebruiken is het onder andere van belang dat mensen regels kunnen lezen en kunnen zien op welk gebied de regel van toepassing is. Daarnaast kunnen regels makkelijker doorzoekbaar worden gemaakt als er zoektermen worden gebruikt. Om dit mogelijk te maken, zullen de regels uit het omgevingsplan moeten worden geannoteerd. Er zijn een aantal annotaties7 die iets zeggen over de inhoud van de regels in het omgevingsdocument en die helpen om de inhoud van het besluit of de regeling bevraagbaar te maken voor de gebruiker. Het standaard omgevingsplan zorgt ervoor dat we in een vroeg stadium al veel onderdelen kunnen annoteren waardoor we bij het vaststellen van elk plan direct een goed bevraagbaar en leesbaar omgevingsplan hebben voor de gebruiker. Uitgangspunt: Het gehele omgevingsplan wordt goed geannoteerd om zo de toegankelijkheid voor de burger zo groot mogelijk te maken.
2.1.8 Toepasbare regels Om het DSO goed te kunnen laten functioneren is het nodig om de juridische regels uit het omgevingsplan te vatten in vragenbomen. Deze vragenbomen moeten bestaan uit eenvoudige en toegankelijke vragen en antwoorden. Om deze vragenbomen werkend te krijgen in het Omgevingsloket, moeten zogenaamde ‘toepasbare regels’8 worden opgesteld. We gaan hier in paragraaf 2.4 Toegankelijkheid voor de burger uitgebreider op in. Vanuit het Digitaal Stelsel worden toepasbare regels gezien als regels die de gebruiker en zijn activiteiten centraal stellen, waar de juridische regels het (lokale) beleid centraal stellen. Toepasbare regels worden daarmee gezien als niet-juridische regels. Om de website van het Digitaal Stelsel op de juiste manier te kunnen ontsluiten, zal in ieder geval gebruik gemaakt moeten worden van toepasbare regels. Daar hebben gemeenten geen keuze in: een minimumniveau is verplicht. Het minimumniveau
6
De precieze datum volgt met de invoering van de wet. Zie bijlage 2 voor uitleg begrip. 8 Zie bijlage 2 voor uitleg begrip. 7
10
gaat uit van een simpele tekst waar voor meer informatie over de juridische vereisten voor het initiatief verwijzen wordt naar een telefoonnummer of de website van de gemeente. Het standaard omgevingsplan biedt ons de mogelijkheid om voor een groot aantal activiteiten “toepasbare regels” op te stellen. Hiermee bieden we dienstverlening boven het verplichte minimumniveau. Alhoewel toepasbare regels zijn bedoeld om de dienstverlening te vergroten, zal dit niet altijd het geval zijn. Als toepasbare regels leiden tot minder flexibiliteit binnen de regels, kan dit juist de dienstverlening verminderen. We zullen dan ook geen toepasbare regels vaststellen als:
De aanvrager er naar verwachting geen of nauwelijks gebruik van zal maken; Als het lang duurt en complex is een vragenboom te doorlopen; Als overleg over een initiatief vooraf met de gemeente gewenst is om de mogelijkheden te bepalen; Als met het vaststellen van een toepasbare regel initiatieven worden geblokkeerd, omdat afwegingsruimte wordt ingeperkt. Dit kan voorkomen in gevallen waar de gemeente nu een afweging maakt vanuit verschillende vakafdelingen om tot een maatwerkoplossing te komen.
Uitgangspunt: We stellen zoveel mogelijk toepasbare regels op om zo een goede dienstverlening aan de burger te bieden.
2.2 Stappenplan om te komen tot een omgevingsplan Procedure vanaf nu de nota van uitgangspunten wordt verwerkt in een het omgevingsplan. We starten eerst met een uitwerking van een deelgebied. 2.2.1 Stap 1. De Startfase – gebiedspaspoort en bestaand beleid Het omgevingsplan wordt niet opgesteld voor een blanco en onbeschreven blad. Het plangebied neemt een eigen positie in binnen de gemeente en heeft een eigen, dorps karakter. Ondanks het karakter van een rustig dorp, zullen er in dit dorp ook ambities, wensen, knelpunten en vraagstukken liggen die met het omgevingsplan aangepakt/opgelost moeten/kunnen worden. In deze stap verzamelen we (digitale) data over het plangebied en brengen we de kansen en knelpunten voor dit dorp in beeld. Dit resulteert in een gebiedspaspoort (zie ook hoofdstuk 3 gebiedspaspoorten) met daarbij de aanwijzing van gebieden die een goede en evenwichtige toedeling van functies aan locaties mogelijk maakt. Naast de inhoudelijke voorbereiding is voor het project gebiedspaspoorten ook een projectteam ingesteld. Dit team is verantwoordelijk voor het uitzetten van de werkzaamheden, het organiseren van bijeenkomsten en het bewaken van de planning en de resultaten.
2.2.2 Stap 2. Juridische Hoofdstructuur Op basis van het gebiedspaspoort wordt de juridische basis opzet van het omgevingsplan bepaald. In deze stap wordt gekeken welk werkingsgebied aan welke regels (vanuit het standaard omgevingsplan) moet worden toegekend. Gelden de regels voor de gehele gemeente, een specifiek gebied, voor een bepaald perceel of een specifieke plek. Regels voor specifieke activiteiten, zoals kappen en bouwen, die voorheen in een gemeentelijke verordening stonden, zoals in de Algemene plaatselijke verordening (APV), de bouwverordening, de erfgoedverordening en andere verordeningen, kunnen worden opgenomen in “thematische lagen”. Deze regels zijn in een eerder stadium reeds samengebracht in de Verordening fysieke leefomgeving. In deze stap wordt ook bekeken of het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk is. Uitgangspunt: Afhankelijk van het werkingsgebied van de gewenste activiteit wordt bepaald wat de mogelijkheden zijn, waar deze aan moeten voldoen en waar of wanneer kan worden volstaan met algemene regels of regels die aan functies/locaties moeten worden toebedeeld.
11
Uitgangspunt: Harmonisatie van regels in de dorpen. Duidelijkheid voor de burgers. Alle activiteiten binnen gelijke gebieden zijn ook gelijk. 2.2.3 Stap 3. Opstellen omgevingsplan De stap is gericht op het inhoudelijk vormgeven van de regels. Ook wordt de toelichting opgesteld, waarin het doel van de regels is beschreven als ook de samenhang met andere regels. De toelichting zal zich meer dan voorheen moeten richten op de uitleg van de regels zelf. Deze stap levert een (concept)ontwerp omgevingsplan dat gereed is voor de openbare voorbereidingsprocedure. 2.2.5 Stap 4. (concept) ontwerp omgevingsplan Het concept ontwerp omgevingsplan zal per gebied of aanpassing worden gepresenteerd aan een ieder via een (online) bijeenkomst. Hierbij gaan we uit van voorafgaande participatie tijdens het project voor het opstellen van de gebiedspaspoorten. Tijdens de officiële participatie voor het omgevingsplan gaan we in op de veranderingen ten opzichte van huidige regels en of de opgehaalde wensen en initiatieven voor de gebiedspaspoorten naar wens verwerkt zijn. Hiermee willen we, net als bij de omgevingsvisie, vooraf reacties van een ieder ophalen. Deze input verwerken we vervolgens in het ontwerp omgevingsplan Hiermee wordt invulling gegeven aan de motiveringsplicht uit Omgevingswet.
Het eerste concept ontwerp omgevingsplan zal vervolgens – volgens de huidige planning – begin 2023 aan de gemeenteraad worden voorgelegd voor de ter inzage legging. Daarna volgt de formele procedure (vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli 2022): De gemeente legt het ontwerp omgevingsplan 6 weken ter inzage. Iedereen kan een zienswijze indienen. De eventuele zienswijzen worden in een zienswijzennota samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijzennota wordt samen met het omgevingsplan ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. 2.2.4 Stap 4. Vaststellen Omgevingsplan
De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het omgevingsplan, waarbij de zienswijzen worden meegewogen. Het omgevingsplan treedt in werking vier weken na bekendmaking tenzij in het omgevingsplan een andere datum is bepaald (artikel 16.78 Ow); bekendmaking vindt plaats twee weken na vaststelling (tenzij zie artikel 16.77b Ow). Hierna kunnen belanghebbenden binnen 6 weken in beroep gaan tegen het vastgestelde omgevingsplan. Als er geen beroep is ingediend, of als de Raad van State uitspraak heeft gedaan over het beroep, is het omgevingsplan onherroepelijk.
2.3 Inhoudelijke uitgangspunten De uitgangspunten voor ons omgevingsplan zijn afhankelijk van een groot aantal, inhoudelijke keuzes dat gemaakt moet worden in de komende periode. Het is niet mogelijk hier vooraf een duidelijke lijst van op te stellen. Wel zijn onderstaande acties een opsomming van de keuzes die we in de komende tijd gaan maken. Daarbij staan de leesbaarheid, bruikbaarheid en werkbaarheid van het omgevingsplan in een hoog vaandel. Denken in de geest van de Omgevingswet en tegelijkertijd voor initiatiefnemers en burgers zo goed mogelijk regelen dat bestaande rechten gerespecteerd worden en nieuwe ontwikkelingen gestimuleerd worden. Dit zijn algemene uitgangspunten die op elk deel omgevingsplan van toepassing zijn. Wel passen de uitgangspunten bij de door de gemeenteraad gekozen ambitieniveau (zie ook paragraaf 4.1.1) De keuze maken we bij het gebiedspaspoort en leggen we dan aan de raad voor. 2.3.1 Overgangsrecht Het overgangsrecht regelt dat het omgevingsplan bestaat uit oude ruimtelijke regels en regels uit bepaalde gemeentelijke verordeningen. Hiermee zijn in de overgangsperiode de bestaande, legale,
12
bouwwerken en functies beschermd. Deze willen we ook in de nieuwe situatie beschermen. Hiervoor zullen we zoveel als mogelijk de bestaande mogelijkheden vanuit het bestemmingsplan overnemen in het omgevingsplan. Hiervoor gaan we voor een beleidsneutrale of beleidsarme omzetting volgen. Uitgangspunt: Bestaande, legale, bebouwing en activiteiten beleidsneutraal opnemen in het omgevingsplan. 2.3.2 Deregulering Het beleid voor de fysieke leefomgeving vernieuwen we alleen als dat nodig is. Het nieuwe beleid vertalen we met regels in het omgevingsplan. Als het kan en gewenst is, laten we regels weg. Dat doen we natuurlijk alleen als dit geen nadelen met zich mee brengt. Uitgangspunt: Waar mogelijk deregulering, verminderen van regels, vervangen van vergunningplichten door meldingsplichten. De uitwerking hiervan volgt weer in het gebiedspaspoort en omgevingsplan. 2.3.3 Activiteiten koppelen aan werkingsgebieden De Omgevingswet bepaalt dat regels gesteld kunnen worden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Deze regels in het omgevingsplan moeten zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en daarmee het borgen van een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Activiteiten In deze systematiek staan activiteiten en daarmee de gebruiker centraal.
Voorbeelden van activiteiten zijn bouwen, kappen (van een boom), roeren van de grond of gebruiksactiviteiten als wonen, exploiteren van een bedrijf en houden van kantoor. Per activiteit worden vervolgens normen gesteld of randvoorwaarden opgenomen. Belangrijk is om onderscheid te maken tussen activiteiten in de zin van het omgevingsplan en activiteiten of handelingen die een initiatiefnemer verricht. Een handeling van een initiatiefnemer kan meerdere activiteiten omvatten. Een voorbeeld hiervan is een initiatiefnemer die een aanbouw aan zijn woning gaat bouwen. Behalve de activiteit bouwen, omvat deze handeling bijvoorbeeld ook de activiteit roeren van de grond. Werkingsgebieden Naast het borgen van een goede kwaliteit van de leefomgeving door het opnemen van (algemene) activiteiten, kunnen in het omgevingsplan aanvullend ook activiteiten toegekend worden aan een werkingsgebied. Een werkingsgebied van een locatie is bijvoorbeeld wonen, detailhandel, kantoor, dienstverlening, bedrijven, verkeer of natuur. Het toekennen van een werkingsgebied is nodig omdat het aangeeft wat er op de locatie mag en wat niet mag. Het werkingsgebied 'wonen' geeft aan dat de activiteiten die plaatsvinden op die locatie te maken moeten hebben met 'wonen' en niet met bijvoorbeeld industriële activiteiten.
Uitgangspunt: Bestaande rechten worden gerespecteerd, regels worden geharmoniseerd en nieuwe ontwikkelingen worden, waar mogelijk, gefaciliteerd. 2.3.4 Gemeentebrede of locatiespecifieke regels voor activiteiten De visie van de wetgever op het omgevingsplan is dat het omgevingsplan een meer verordenend karakter heeft, waarbij het uitgangspunt is dat regels op een zo groot mogelijk schaalniveau worden opgenomen. Passend binnen dit uitgangspunt is dat activiteiten zoveel mogelijk gemeentebreed worden gereguleerd. Indien nodig kunnen vervolgens gebiedsgerichte regels worden opgenomen. Indien ook daarmee niet volstaan kan worden, kunnen locatiegerichte regels opgenomen worden. Uitgangspunt: Bestaande rechten worden gerespecteerd. Gelijke gebieden kennen gelijke regels voor activiteiten. Indien een locatie hierom vraagt maken we specifieke regels voor deze locatie.
13
2.3.5 Open of gesloten normen In de huidige bestemmingsplannen wordt alleen maar gewerkt met 'gesloten normen'. Het is dan direct duidelijk wat met een regel in het plan wordt bedoeld. Bijvoorbeeld als de hoogte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 8 meter dan weet iedereen dat een initiatief met een hoogte van 7,9 meter wel past en een hoogte van 8,1 meter niet past binnen de regels. Met het omgevingsplan wordt het mogelijk om ook kwalitatieve beschrijvingen op te nemen in de regels. Dit worden ook wel 'open normen' genoemd. Maar hoe bepalen we of een aanvraag voldoet aan bijvoorbeeld ‘een goede ruimtelijke kwaliteit’? Niet iedereen zal hetzelfde beeld hebben bij een dergelijk begrip. Het voordeel van het werken met open normen is dat: Open normen meer flexibiliteit bieden. Beleidsregels kunnen worden aangepast zonder dat het omgevingsplan hoeft te worden aangepast. Dat betekent een tijdsvoordeel. Open normen bieden meer beoordelingsvrijheid, op basis van de omstandigheden van de locatie en het initiatief. Het nadeel van het werken met open normen is dat: Open normen zich moeilijk laten vertalen in toepasbare regels. Daarmee zal een initiatiefnemer op basis van een open norm niet met zekerheid kunnen beoordelen of zijn of haar plan voldoet aan de regels van het omgevingsplan. Een gemeentelijke toets is in (vrijwel) alle gevallen noodzakelijk.
Open normen bieden minder duidelijkheid voor initiatiefnemers dan gesloten normen, omdat de gemeenten nog een afweging moet maken. Open normen niet in alle gevallen toepasbaar zijn. Met name bij (handhavings)bepalingen waaraan een boetebepaling wordt gekoppeld, moet terughoudend worden omgegaan met het gebruik van open normen. Per werkingsgebied wordt gekeken welke norm het best passend is. Het is niet mogelijk om hiervoor generiek een keuze te maken. Voor bijvoorbeeld een bestaande woonwijk binnen beschermd dorpsgezicht waar slechts in beperkte mate ruimte wordt geboden voor nieuwe ontwikkelingen is het gebruik van veelal gesloten normen meer voor de hand liggend dan in een transformatiegebied waar veel ruimte wordt geboden voor initiatieven. Uitgangspunt: open waar het kan, gesloten waar nodig. 2.3.6 Maatwerk strengere eisen bouwactiviteiten Nieuw is ook de mogelijkheid voor gemeenten op enkele onderwerpen vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) middels maatwerkregels, strengere eisen kunnen stellen aan bouwactiviteiten. Hierbij valt te denken aan regels voor energie- en milieuprestatie van bouwmaterialen maar ook het toepassen van extra maatregelen om bouwen nabij aandachtsgebieden mogelijk te maken. Gemeenten kunnen dit locatie specifiek regelen.
Per gebied zal gekeken worden naar de aandachtsgebieden9, thema’s en de mogelijkheden en de wensen om hier maatwerk toe te passen. Dit zal vooral gelden voor nieuwe ontwikkelingen binnen aandachtgebieden om ontwikkelingen die voorheen wellicht niet mogelijk waren alsnog toe te staan. Wanneer een gemeente een initiatief moet beoordelen dat in strijd is met een of meerdere regels van het omgevingsplan, kan worden overwogen te kiezen voor een maatwerkoplossing. De doelenbenadering biedt daarbij houvast. Bij de beoordeling bepaalt u hoe het initiatief afwijkt van de oogmerken (doelen van het omgevingsplan) en of kan worden aangesloten bij andere oogmerken of andere doelen van het omgevingsplan. De maatwerkvoorwaarden die verbonden worden aan het toestaan van een initiatief zorgen voor samenhang met de doelen en de oorspronkelijke regels. Onderbouw de afweging aan de hand van noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit. 9
Zie begrippenlijst voor nadere uitleg van het begrip “aandachtsgebied”
14
Uitgangspunt: Binnen het (deel) omgevingsplan krijgen alle bestaande, legale functies een passende toedeling van functies aan de locatie (zie ook paragraaf 2.3.4 en 2.3.5). Indien een (nieuwe) locatie nabij een aandachtsgebied vraagt om maatwerk zal er een passende beoordeling gemaakt worden. 2.3.7 Zorgplichten In de Omgevingswet is een algemene zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat naast de overheid ook inwoners en ondernemers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet als er geen specifieke gemeentelijke regels of rijksregels van toepassing zijn. Als deze specifieke gemeentelijke of rijksregels er wel zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer. De zorgplichten zijn algemene regels. Deze regels gelden direct voor inwoners en bedrijven. Daarnaast kunnen ook in het omgevingsplan nog specifieke zorgplichten worden opgenomen. Bij het opstellen van het omgevingsplan in combinatie met het standaard omgevingsplan zal bekeken worden voor welke activiteiten specifieke zorgplichten worden opgenomen in het omgevingsplan. Op voorhand is namelijk nog niet aan te geven in welke gevallen een zorgplicht noodzakelijk of wenselijk is om op te nemen. Daarbij hanteren we tenminste de volgende criteria:
de zorgplicht is en blijft een vangnetartikel voor zaken die bij het opstellen van het omgevingsplan niet of onvoldoende zijn te overzien/in te schatten; indien een specifieke regeling, maatwerkvoorschriften of –regels mogelijk zijn, hebben deze de voorkeur boven een specifieke zorgplicht; de zorgplicht blijft voldoende concreet en handhaafbaar.
Uitgangspunt: we sluiten aan bij bovenstaande criteria.
2.4 Toegankelijkheid voor burgers en initiatiefnemers (DSO) Digitalisering is een belangrijk instrument om de Omgevingswet tot een succes te maken. Onder de huidige wetgeving is informatie voor burgers, bedrijven en initiatiefnemers versnipperd te vinden. Het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) zorgt ervoor dat alle wet- en regelgeving van overheden binnen één loket te vinden is. Binnen het DSO zijn er voor burgers, bedrijven en initiatiefnemers de volgende mogelijkheden: Oriënteren, checken en indienen via het DSO Het loket omvat alle beschikbare gegevens over de fysieke leefomgeving. Dit kan op een kaart, maar ook in tekst in de vorm van regels. Iedereen kan zo dezelfde informatie over de fysieke leefomgeving bekijken en gebruiken. Regels omgevingsdocumenten bekijken Via het onderdeel Regels op de kaart kan iedereen de regels bekijken van omgevingsdocumenten. Dit zijn alle officiële besluiten van overheden, zoals omgevingsplannen (gemeente) en omgevingsverordeningen (provincie). Vergunningencheck Via vragenbomen kunnen burgers, bedrijven en initiatiefnemers zien welke vergunning, meldings- of andere informatieplicht op een locatie geldt voor een initiatief. Het doel is deze vragenbomen zo klantvriendelijk op te stellen dat de initiatiefnemer aan het einde meteen zijn antwoord heeft over de vervolgstappen die hij moet nemen.
Rijksregels checken Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de rijksregels via het Omgevingsloket te checken. Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen ook eigen lokale regels toevoegen. Er ontstaat zo een volledig beeld van alle regels op een locatie. Aanvraag of melding indienen Burgers, bedrijven en initiatiefnemers kunnen via het loket ook direct een aanvraag of een melding indienen. We vinden het belangrijk dat onze plannen digitaal goed te lezen en te bekijken zijn. Bij het opstellen van het omgevingsplan zal daar voortdurend aandacht voor zijn. Om onze dienstverlening op peil te houden (en te verbeteren) is het belangrijk dat we onze regelgeving simpel, begrijpelijk en helder
15
vertalen. Uitgangspunt is dan ook dat we de regels zo maken, dat iedere inwoner zelfstandig het omgevingsplan kan lezen en toepassen voor zijn eigen situatie. Stand van zaken DSO (Q4 2021) Het DSO is de fundering van de nieuwe Omgevingswet. Het ontwikkelen van het systeem verloopt niet zoals gewenst. Eerder dit jaar zijn er een aantal grote tegenvallers geweest. Dit resulteert in grote performanceproblemen met het systeem. Er wordt nu gewerkt aan een oplossing hiervoor. Onderdelen van het stelsel zijn beschikbaar maar het stelsel als geheel is nog niet voldoende werkbaar. Het is niet de verwachting dat het stelsel als geheel op de nu geprojecteerde ingangsdatum beschikbaar is. Hiermee is het DSO op de invoeringsdatum dus niet volledig en goed werkbaar beschikbaar voor burgers en initiatiefnemers. Als de Omgevingswet op 1 juli 2022 wordt ingevoerd dan zal dit zijn met een aantal aangepaste werkwijzen voor ons als gemeente.
16
2.5 Het resultaat Bij de invoering van de Omgevingswet hebben we als gemeente een standaard set regels voor in ieder geval de bestaande kernen waarmee we van start kunnen met het opstellen van een concept ontwerp omgevingsplan. Ook hebben we in de regelset grotendeels de algemene regels uitgewerkt die gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente. De basis hiervoor is opgenomen in ons standaard omgevingsplan. De gebiedspaspoorten helpen ons om het standaard omgevingsplan aan te passen naar de specifieke situatie binnen Zuidplas ten aanzien van bijv. de bruidsschatregels. We hebben als organisatie leren werken in het gedachtegoed van de Omgevingswet en weten welke richting we op willen met de overige gebieden die we nog niet uitgewerkt hebben. Indien nodig kunnen we (deel) omgevingsplannen uitbesteden waarbij we zelf de regie en sturing houden op de te ontwikkelen plannen en de denkrichting in regels.
17
3. Gebiedspaspoorten en nieuwe ontwikkelingen 3.1 Werken in de geest van de Omgevingswet – bestaande gebieden Voor onze bestaande gebieden is het uitgangspunt dat we bestaande rechten en plichten respecteren (zie ook paragraaf 2.3.1 Overgangsrecht). Hierbij gaan we uit van de huidige bestemmingsplannen die overgaan in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit blijft de komende jaren ons toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen binnen die gebieden daar waar we nog geen nieuw, vastgesteld omgevingsplan hebben. Inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden dienen zo min mogelijk last te hebben van de transitie naar een nieuwe wet en de dienstverlening dient minimaal op peil te blijven met de toetsingskaders zoals we die nu hanteren. Tegelijkertijd willen we wel toe naar een omgevingsplan voor de gebieden die ruimte biedt en vrijheid geeft om te werken met de Ja, mits gedachte. Hiervoor hebben we een goed overzicht nodig van de wensen en initiatieven die leven binnen de gemeente. Een eerste aanzet hiervoor is gemaakt in de omgevingsvisie waarbinnen de dorpsvisies en de globale ambities zijn meegenomen. De verdere uitwerking die als basis gaat dienen voor het omgevingsplan wordt gedaan binnen de gebiedspaspoorten.
3.1.1 Gebiedspaspoorten Het gebiedspaspoort omschrijft hoe we de bestaande waarden in het gebied kunnen beschermen terwijl er tegelijkertijd ruimte is en blijft voor nieuwe ontwikkelingen. Deze ambities zijn niet meer hoogover zoals in de omgevingsvisie. Het paspoort is naast een concreet toetsingskader een inspiratiebron voor mensen die in het gebied een initiatief willen ontwikkelen. Het wordt in co-creatie opgesteld met omwonenden en andere belanghebbenden binnen de kaders van reeds vastgesteld beleid. Het gebiedspaspoort is gericht op het realiseren van de ambities uit de omgevingsvisie en tevens een uitnodiging voor initiatiefnemers om met een plan te komen welke past binnen deze kaders. Daarnaast kan het gebiedspaspoort helpen bij het beoordelen en afwegen van ruimtelijke ontwikkelingen welke nog niet zijn vastgelegd in de omgevingsvisie of het omgevingsplan. Noodzaak gebiedspaspoort voor omgevingsplan Het paspoort vormt de verbinding tussen de Omgevingsvisie en het omgevingsplan dat onder de nieuwe Omgevingswet in 2022 in werking zal treden. Dit zijn min of meer de opvolgers van de huidige structuurvisie en het bestemmingsplan. Het gebiedspaspoort is geen juridisch document, in de zin van de Omgevingswet, de omgevingsvisie en het omgevingsplan zijn dat wel. Het paspoort is dus volgend op de omgevingsvisie en voorbereidend voor het omgevingsplan.
Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen bewerkstelligen (doel Omgevingswet) is het nodig om te weten welke functies we hebben, waar ze zich bevinden en hoe deze functies zich tot elkaar verhouden. Hiervoor is een goede beschrijving van het gebied nodig die tevens aangeeft welke wat voor soort gebied het is. Een gebiedspaspoort geeft per gebied op basis van gebieds-specifieke kenmerken aan waar en welke vormen van medegebruik het gunstigste perspectief hebben en het best zijn in te passen en daarom de voorkeur genieten. Deze gebieden hebben we nodig om het omgevingsplan op te bouwen. Dit zijn de zo gehete werkingsgebieden. Aan een werkingsgebied kunnen we dan weer passende activiteiten koppelen. Een rustige woonwijk kent immers andere activiteiten en functies dan een centrumgebied. Voor de definiëring van gebieden zal in de basis worden aangesloten aan bij de omgevingsvisie en de onderliggende bestemmingsplannen.
18
Afbeelding: Relatie gebiedspaspoort - omgevingsplan 3.1.2 Gebiedsgerichte aanpak omgevingsplan Op basis van de gebiedsindeling vanuit het gebiedspaspoort zullen we een (deel) omgevingsplan voor dat gebied opstellen. Het gebiedspaspoort is tenslotte de doorvertaling van de wensen van inwoners en ondernemen in een gebied. Inwoners en ondernemers hebben binding met het gebied waarin zij wonen en alle kwaliteiten, kenmerken en ruimtelijke opgaven die dat gebied in zich heeft. Hieruit volgt dat wij niet in één keer een omgevingsplan opstellen voor de gehele gemeente. Per gebied nemen we de tijd om te participeren. Hierdoor ontstaat er uiteindelijk een omgevingsplan dat recht doet aan de Omgevingswet. In hoofdstuk 5 hebben we een voorlopige planning opgenomen op basis van de planning voor de gebiedspaspoorten. Deze gebiedsgerichte aanpak vullen we aan met omgevingsplannen voor (grotere) ruimtelijke opgaven als de (toekomstige) ontwikkelingen binnen het gebied daarom vragen.
3.2 Werken in de geest van de Omgevingswet - Toekomstige ontwikkelingen Niet alle ontwikkelingen en wensen kunnen op voorhand in een omgevingsplan mogelijk worden gemaakt. Voor zulke ontwikkelingen willen we maatwerk leveren. In 2021 hebben wij de Omgevingsvisie Zuidplas vastgesteld. Deze visie is belangrijk voor plannen die niet passen in het omgevingsplan. De visie beschrijft onder andere wat onze speerpunten zijn en welke kwaliteiten we willen beschermen. In de visie geven we aan dat ontwikkelingen mogelijk zijn mits deze bijdragen aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de leefomgeving. We werken mee aan initiatieven die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de gemeente. Daarnaast kan het gebiedspaspoort helpen bij het beoordelen en afwegen van ruimtelijke ontwikkelingen welke nog niet zijn vastgelegd in de omgevingsvisie of het omgevingsplan. Per initiatief zal gekeken worden op welke manier we mee kunnen werken aan de ontwikkeling. Middels bijvoorbeeld een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of het aanpassen van het omgevingsplan. Voor initiatiefnemers zijn daarbij de volgende uitgangspunten van belang: 1.
2.
19
Maatschappelijke meerwaarde De Omgevingsvisie beschrijft onze dorpen en gebieden met eigen kwaliteiten en opgaven. Ontwikkelingen die bijdragen aan het oplossen van deze opgaven en aansluiten bij onze ambities ziet de gemeente positief tegemoet. Dit zijn ontwikkelingen met een maatschappelijke meerwaarde die inspelen op de identiteit van het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Plannen die uitgewerkt gaan worden dienen vooraf besproken te worden met de gemeente. Beschermen en behouden We zijn samen (gemeente en initiatiefnemer) verantwoordelijk voor onze leefomgeving.
3.
Sommige zaken vragen daarbij om behoud of bescherming. Denk daarbij aan het behoud van het karakter van het landschap of de leefomgeving en de bescherming van de gezondheid van onze inwoners. Dit dient bij ontwikkelingen te worden meegewogen. Participatie We vinden het belangrijk dat rekening wordt gehouden met de belangen van omwonenden en andere belanghebbenden. Heeft uw plan invloed op de leefomgeving van anderen? Ga dan met hen in gesprek en ga na of u eventuele wensen in kan passen in uw plan.
20
4. Projectorganisatie Voor de gecoördineerde ontwikkeling en uitvoering van het project om tot een omgevingsplan te komen, is er een projectteam Omgevingswet. Het projectteam verzorgt de coördinatie van alle interne en externe activiteiten gericht op de verwezenlijking van het gewenste resultaat. Het projectteam zal waar nodig vakinhoudelijk worden aangevuld met ambtenaren uit de organisatie en ketenpartners. Rollen projectteam Ambtelijk opdrachtgever: opdrachtgever namens de ambtelijke organisatie. Vormt de schakel tussen het bestuur en het projectteam; Projectleider: dagelijks leidinggevende van het projectteam. Eerste aanspreekpunt voor ambtelijk opdrachtgever, bestuur, belanghebbenden, projectteamleden, etc. Zorgt voor de bestuurlijke en ambtelijke coördinatie, voortgang van de werkzaamheden en organisatie van het proces; Adviseurs: Inhoudelijk deskundige op een specifiek vakgebied. Adviserende rol, zorgt voor input en output gevraagd en ongevraagd op zijn of haar vakgebied. Externe organisatie Omgevingsdienst Midden-Holland Veiligheidsregio Haaglanden Provincie Waterschap Ggz In de projectorganisatie zullen in ieder geval de volgende structurele overleggen plaatsvinden om het proces te bewaken en de kwaliteit te borgen: driewekelijks overleg met (i.i.g. de kern van) het projectteam; wekelijkse brainstomsessies.
21
5. Planning Na de invoering van de Omgevingswet gaan we gebiedsgericht het tijdelijke omgevingsplan omgezet in het volwaardige omgevingsplan. Dat doen we door per gebied werkingsgebieden10 te koppelen aan de regels in het standaard omgevingsplan en te bekijken of aanvullend maatwerk nodig is om een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving te borgen. Dit is een traject dat naar verwachting nog een flink aantal jaren in beslag gaat nemen. Met de huidige inzichten denken we daarbij aan de volgende globale planning: 1. Omgevingsplan kern Zevenhuizen en Moerkapelle (start pilot 2021 – officiële traject 2022 – Q1 2023), pilot op basis van het gebiedspaspoort Omzetten van tijdelijk omgevingsplan in volwaardig omgevingsplan (ruimtelijk deel) voor de bestaande kern. Tevens onderzoeken of we de algemene regels ten aanzien van archeologie, parkeren, bruidsschat, Verordening fysieke leefomgeving etc. reeds op kunnen nemen in het volwaardig omgevingsplan 2. Omgevingsplan Middengebied (2022-2024) 3. Omgevingsplan kernen Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel (2022-2024)11 Omzetten van tijdelijk omgevingsplan in volwaardig omgevingsplan (ruimtelijk deel) voor de bestaande kernen. Omgevingsplan volgt op vaststelling gebiedspaspoort. 4. Omgevingsplan “Landelijk gebied”.
Omvat Recreatiegebieden Rottemeren en Hitland, Landelijk gebied12, agrarisch gebied, Gouwepark en glastuinbouw (2024 – 2026) Omzetten van tijdelijk omgevingsplan in volwaardig omgevingsplan (ruimtelijk deel) voor recreatiegebieden Rottemeren en Hitland en recreatieparken, Landelijk gebied, agrarisch gebied, Gouwepark en glastuinbouw.
Zie voor begrip “werkingsgebied” bijlage 2. Komen voort uit de gebiedspaspoorten Planning afhankelijk van afronden gebiedspaspoorten 12 Planning gebiedspaspoort Landschappelijk Zuidplas ligt nog niet vast
10
11
22
Bijlage 1 De Omgevingswet in het kort 1.1 Verbeterdoelen Omgevingswet De Omgevingswet gaat in op 1 juli 2022. Met deze nieuwe wet wil het Rijk het volgende bereiken: ‘Lokaal maatwerk’: Meer mogelijkheden om als gemeente, dorp of gemeenschap zelf te besluiten over de eigen omgeving; Minder regels en meer overzicht: Het moet eenvoudiger zijn om te begrijpen wat wel en niet mag; Vertrouwen, om met elkaar plannen te ontwikkelen en de leefomgeving vorm te geven. De Omgevingswet geeft ons meer mogelijkheden om zelf samen met onze inwoners te beslissen over plannen en ideeën die in binnen de gemeente Zuidplas leven. Zo kunnen we samen de kwaliteit van onze omgeving verder verbeteren.
1.2 De fysieke leefomgeving, wat is dat? In de Omgevingswet komen alle bestaande wetten op het gebied van de ‘fysieke leefomgeving’ bij elkaar in één wet. De ‘fysieke leefomgeving’ is daarmee een erg belangrijke term in de Omgevingswet. Maar wat is de ‘fysieke leefomgeving’ precies? Eigenlijk is daarvoor geen exacte definitie. Maar in de Omgevingswet staat wel een opsomming van onderwerpen die in elk geval onder de fysieke leefomgeving vallen: Bouwwerken; Infrastructuur; Watersystemen; Water; Bodem; Lucht; Landschappen; Natuur; cultureel erfgoed; werelderfgoed. De Omgevingswet gaat ervan uit dat alles wat in de fysieke leefomgeving gebeurt, ook gevolgen voor de mens heeft. Daarover is de Omgevingswet duidelijk; er is veel mogelijk, als het maar gezond en veilig is. De Omgevingswet heeft als doel de veiligheid en de gezondheid van de mens te beschermen.
1.3 Houding en gedrag De Omgevingswet vraagt om meer samenwerking binnen en tussen organisaties. Het gaat uit van een andere relatie tussen overheid en particulieren en tussen overheid en ondernemers. De wet vraag om op een andere manier en beter met elkaar samenwerken. Bestuurders en raadsleden zullen, zoals de Omgevingswet zegt, meer moeten loslaten en er vertrouwen in hebben dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties heel veel dingen zelf kunnen beslissen. Dat vraagt bij gemeenten om een andere manier van werken. Hier zullen we in de komende jaren ervaring mee op moeten gaan doen. Waar kunnen we meer gaan loslaten en waar willen we de vinger aan de pols houden. We zullen (nieuwe) afspraken maken met andere organisaties die een rol spelen bij de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingsdienst, de GGD en de Veiligheidsregio. Met als doel om aanvragers beter en sneller te kunnen helpen en om samenhangende afwegingen te kunnen maken. Het opstellen van het gebiedspaspoort en het omgevingsplan gebruiken we dan ook om medewerkers en bestuur meer kennis en ervaring op te laten doen met de Omgevingswet. Zo raken we allemaal meer bekend met en betrokken bij de achtergronden van de wet. We kunnen (inhoudelijke) keuzes maken ‘in de geest van de Omgevingswet’.
23
1.4 Participatie Anders dan bij bestemmingsplannen verplicht de Omgevingswet gemeenten om over een omgevingsplan participatie te organiseren en in een kennisgeving (officiële publicatie) aan te geven hoe die participatie eruit komt te zien. Als doelgroepen voor de participatie spreekt de wet over inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden. De basis voor ons participatiebeleid is vastgelegd in het Kader Participatie. Wij starten het participatieproces al voor we starten met het officiële omgevingsplan. Voor de gebiedspaspoorten gaan we een proces in met uitgebreide participatie over de wensen en initiatieven vanuit de samenleving. De input vanuit deze participatie gebruiken we vervolgens als input voor het omgevingsplan. In het officiële traject zullen we met het ontwerp omgevingsplan nogmaals met de doelgroepen gaan participeren om te kijken of de wensen, waar mogelijk, voldoende vertaald zijn binnen het omgevingsplan.
24
Bijlage 2 Woordenlijst Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet komen er veel nieuwe afkortingen en begrippen voorbij. Daarom hebben we een woordenlijst Omgevingswet gemaakt. Hiermee is er een overzicht dat beknopt, maar duidelijk weergeeft wat de woorden uit de Omgevingswet betekenen. Een nadere uitleg van alle woorden is te vinden op aandeslagmetdeomgevingswet.nl
A Annoteren Annoteren is het toevoegen van informatie aan een gedeelte van de tekst van het omgevingsplan. Een markering (label, tag, etc.) heet een annotatie. Het feitelijk ‘markeren’ of van een kenmerk voorzien van tekst, kan handmatig of geautomatiseerd gedaan worden. Aandachtsgebied Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Er zijn 3 soorten aandachtsgebieden: voor brand, explosies en gifwolken. Deze aandachtsgebieden vormen samen 'schillen' met verschillende afstanden tot de risicobron. 1. De binnenste schil is het brandaandachtsgebied, want het effect van een brand reikt het minst ver. 2. Daaromheen ligt het explosieaandachtsgebied. 3. De buitenste schil is het gifwolkaandachtsgebied. Een aandachtsgebied wordt niet in het omgevingsplan aangewezen, maar geldt van rechtswege. Aanvullingswetten natuur, bodem, geluid en grondeigendom Parallel aan de Omgevingswet worden vier aanvullingswetten gemaakt. Het gaat om de onderwerpen bodem, geluid, natuur en grondeigendom. De aanvullingswetten zijn afzonderlijke wetten, omdat er ook nieuw beleid in komt. De aanvullingswetten gaan op in de Omgevingswet op het moment dat deze in werking treedt. Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) De Omgevingswet is een kaderwet.
De nadere uitwerking vindt plaats in vier AMvB’s. Het gaat om: Besluit activiteiten leefomgeving; - Besluit bouwwerken leefomgeving; - Besluit kwaliteit leefomgeving; - Omgevingsbesluit.
B Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) In het Bal staan algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Burgers, bedrijven en overheden moeten zich aan deze regels houden als ze die activiteiten uitvoeren. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een melding of omgevingsvergunning nodig is. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) In het Bbl staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk. En over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Beleidscyclus De beleidscyclus van de Omgevingswet biedt een structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen. De cyclus bestaat uit vier fasen: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling.